Fol. 1re

in de kantlijn: uijtgemaakt

Op huijden den 30e october 1738 compareerde voor ons Schout en schepenen van Sgrevelduijn, Groot Waspick en Twaalftalve Hoeve ondergenoemt: Piternella Zeijlmans weduwe van zaliger Matthijs Adriaanse de Jong, woonende alhier ter eenre. Ende Jan Mattijsse de Jong, Huijbert Mattijsse de Jong en Fransus Mattijsse de Jong, woonende alhier, Jacobus de Vries als in huwelijk hebbende Adriana Mattijse de Jong, woonende tot Waalwijk, Huijbert Jansen de Bont in huwelijk hebbende Cornelia Matthijsse de Jong, woonede alhier ende Jochem de Bont in huwelijk hebbende Anna Mattijsse de Jong mede woonende alhier. Alle kinderen van de voornoemde Piternel Zeijlmans weduwe van Matthijs Adriaanse de Jong ter andere seijde. Ende verclaarde sij comparanten omme alle verschillen en oneenighden, die tusschen de eerste en tweede comparanten soude konnen ontstaan voor te komen en te verhoeden en omme dat de eerste comparante van het verhuren en administreren van hare goederen soude sijn ontslaan, te sijn overeen gekomen en veraccordeert in voege en manieren als volgt: Eerstelijck soo verclaarde sij eerste comparante ten behoeve vande tweede comparanten, hare kinderen in desen, te renuntieren en af te gaan van alle hare vaste goederen en effecten soo als die bij haar tot desen jare toe sijn beseten en gepossideert geweest. Onder dese speciale conditie nogtans dat ider vande tweede comparanten aan haar jaarlijx op den 1e jannuarij moeten uijtreijcken en voldoen eene somme van twaalff guldens en sulcx voor haar sessen een somme van twee en tseventig guldens waar van het eerste jaar verschijnen sal op den 1e jannuarij 1738 welck eerste jaar sij eerste comparante bekende reets van hare kinderen ontfangen te hebben en sal sulcx alsoo jaarlijx moeten continueren tot soo lange als sij eerste comparante leeft waar voor ider sijn aanbedeelde lot wel speciaal blijft verbonden en veronderpant. Ende sullen de tweede comparanten in desen daar en boven nog gehouden sijn alle jaren prompt te betalen de ordinaire en extraordinaire spondingen en omslagen op ider parceel jaarlijx uijtgaande. Verder is conditie dat de tweede comparanten in desen ider sijne goederen soo als die hier naar sullen worden verdeelt niet sullen mogen verkoopen, verakeneren off vertransporteren soo lange als de eerste comparante leeft. Dat met geconsent van de gesamentlijke comparanten en dat sij sulcx evenwel dan niet sullen mogen doen off dat sij voor de voornoemde uitreijkinge sullen moeten stellen behoorlijke borgen. En sijn dan de voornoemde goederen met consent en op versoek vande eerste comparante onder de tweede comparanten verdeelt en te deele gevallen als volgt:

Eerstelijk soo is Jan Mattijsse de Jong geloot, gecavelt en beërfdeelt op een half huijs, hoff en erve staande en gelegen alhier waar van de wederhelft competeert de weduwe Lammert Zeijlmans. Belent ten oosten vande heele stede Willem Zeijlmans, ten westen de weduwe en kinderen van schout de Bruijn en Arnoldus van Son. Streckende uijtten noorden van den dijck off halve Her straat aff zuijdwaarts in tot de erve van Anthonij Snijders toe.

En ten laatste nog op een binnedelle gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart tusschen erfenisse van de del hier naar bevallen op Jochem de Bont, zuijden en ten noorden Dirk Wouter Zeijlmans. Streckende uijtten westen vande halve vroukensvaart aff oostwaart in tot den bijster van Marcelis Zeijlmans toe. En moet dit lot uijtreijken aan Jochem de Bont op den 1e jannuarij 173 eene somme van twee hondert vijff en tseventig guldens.

In de kantlijn:

Compareerde ter secretarije van Groot Waspick Jochem de Bont en bekende door Jan Mattijsse de Jong vande nevenstaande uijtreijking ter somme van twee hondert vijff en tseventig guldens ten volle voldaan en betaalt te sijn den eersten pennink metten lesten. In teijken der waarheijt is dese bij hem onderteijkent desen 6e jannuarij 1739. handtekening

Ten tweede soo is Huijbert Mattijsse de Jong geloot, gecavelt en beërfdeelt eerstelijk op een halve binnendel, gelegen onder Sgrevelduijn Cappel, waar van de wederhelft is bedeelt op Huijbert Janse de Bont. Belent ten oosten vande heele del Huijbert van Hassel en ten westen Willem Zeijlmans. Streckende uijtten zuijde van die halve Her straat aff noortwaert in tot de halve Oude straat of Cleijn Waspik toe.

Nog op een halve binnedelle, gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart, waarvan de wederhelft is bedeelt op Huijbert Janse de Bont. Belent ten zuijden vande heele del Marcelis Zeijlmans en ten noorden de weduwe en kinderen van schout de Bruijn. Streckende uijtten westen van de halve Vroukensvaart aff, oosttwaart op tot den bijster van Marcelis Zeijlmans toe.

En ten laatsten nog op een halve binnendelle, gelegen alhier op den westenkant van Vroukensvaart, waarvan de wederhelft is bedeelt op Huijbert Janse de Bont. Belent ten zuijden vande heele del Wilbert Zeijlmans en ten noorden Thomas Compeer. Streckende uijtten oosten vande halve Vroukensvaart aff, westwaart in tot den bijster van Theunis Zeijlmans cum suis toe.

Ten derde soo is Fransus Mattijsse de Jong geloot, gecavelt en beërfdeelt op de noordense helft van eenen acker zaijlant, gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart, waarvan de zuijdense helft is bedeelt op Jacobus de Vries. Belent ten zuijden vanden heelen acker Corstiaan Voegers en ten noorden Jan Jesper en Maijken Voegers. Streckende uijtten westen vande halve Vroukensvaartse Grippel aff, oostwaart in tot den Geer of SGrevelduijn Capel toe.

Ten 4e soo is Jacobus de Vries als in huwelijk hebbende Adriana Mattijsse de Jong geloot, gecavelt en beërfdeelt op de zuijdense helft van eenen acker zaijlant, gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart, waarvan de noordense helft is bedeelt op Fransus Mattijsse de Jong. Belent ten zuijden vanden heelen acker Corstiaan Voegers en ten noorden Jan, Jesper en Maijken Voegers. Streckende uijtten westen vande halve Vroukensvaartse Grippel aff, oostwaart in tot den Geer of SGrevelduijn Capel toe.

Ten vijffden soo is Huijbert Janse de Bont als in huwelijk hebbende Cornelia Mattijsse de Jong geloot, gecavelt en beërfdeelt eerstelijk op een halve binnendelle, gelegen onder Sgrevelduijn Cappel, waar van de wederhelft is bedeelt op Huijbert de Jong. Belent ten oosten vande heele del Huijbert van Hassel en ten westen Willem Zeijlmans. Streckende uijtten zuijden vande halve sHeere strate aff, noordtwaert in tot de halve Oude straat of Cleijn Waspik toe.

Nog op een halve binnedelle, gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart, waarvan de wederhelft is bedeelt op Huijbert de Jong. Belent ten zuijden vande heele del Marcelis Zeijlmans en ten noorden de weduwe en kinderen van schout de Bruijn. Streckende uijtten westen van de halve Vroukensvaart aff, oosttwaart op tot den bijster van Marcelis Zeijlmans toe.

En ten laatsten nog op een halve binnendelle, mede gelegen alhier op den westenkant van Vroukensvaart, waarvan de wederhelft is bedeelt op Huijbert de Jong. Belent ten zuijden vande heele del Wilbert Zeijlmans en ten noorden Thomas Compeer. Streckende uijtten oosten vande halve Vroukensvaart aff, westwaart in tot den bijster van Theunis Zeijlmans cum suis toe.

Ten sesden soo is Jochem de Bont als in huwelijk hebbende Anna Mattijsse de Jong geloot, gecavelt en beërfdeelt op een binnendelle, gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart, tusschen erffenisse van Laurens Boom. Zuijden en noorden Jan Mattijsse de Jong met de delle hier voren op hem bevallen. Streckende uijtten westen vande halve Vroukensvaart aff, oostwaart in tot den bijster van Marcelis Zeijlmans toe. En moet in egalisatie van sijn bevallen lot trecken en ontfangen op den 1e jannuarij 1739 van Jan Mattijsse de Jong een somme van twee hondert vijff en tseventig guldens.

Eijndelijk en ten laatste soo is Fransus Mattijsse de Jong en Jacobus de Vries in huwelijk hebbende Adrianan de Jong ider voor de geregte helft nog geloot, gecavelt en beërfdeelt op de westense helft van een partije moergront, gelegen onder Sgrevelduijn Cappel in de Molenbancken, waar van de wederhelft toebehoort Peeter Cuijl. Belent ten oosten Peeter Cuijl voors met de wederhelft en ten westen Jan Glavimans cum suis. Streckende uijtten noorden vande erve van hendrik Vermeijs aff, zuijtwaart in tot de moer vande erfgenamen van de heer de Raat toe. Onder conditie dat Piternel Zeijlmans hare moeder de eerste comparante in desen soo lange als sij leeft dar uijt voor haar eijgen nootdruft soo veel torff sal mogen laten steecken off baggeren als sij noodig heeft.

Wijders is conditie dat ider sijne aanbedeelde goederen sal aanvaarden met alle sijne wegen, stegen, dijcken, dammen, straten, waterloopen, schouwen, leijen, dorpslasten en andere naburen regten, baten, schaden en geregtigheden met regt tot en aan ider parceel behoorende.

Tot naarkominge en prestatie van alle hetgeene voors staat verclaarde sij comparanten gesamentlijck te verbinden en specialijk ten onderpant te stellen alle hare goederen hier voren aan een ider aanbedeelt en voorts generalijck hare persoonen en goederen, present en toekomende, egeene exempt. Deselve stellende onder verbant en bedwanck als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Cornelis Buijs schepenen in Waspik op dato voors.

In kennisse van mij: J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 3vo

Contract van een steeg

De weduweCornelis Hendrik Schoenmakers en de weduwe Peter Mattijsse Camp

in de kantlijn: uijtgemaakt

Op huijden den 2e december 1738 compareerde voor ons Schout en schepenen van Groot Waspick ondergenoemt: Maria Blankers weduwe en boedelhoutster van Cornelis Hendrik Schoenmakers voor haar selven ende als moeder en voogdesse over haren onmondigen soon Hendrik Cornelis Schoenmakers en voor soo veel ’t noodig mogte sijn den voornoemde Hendrik Cornelis Schoenmakers als eijgenaresse van een huijs, hof en erve en delle, gelegen alhier in Twaalftalve Hoeve Groot Waspick tusschen erffenisse van Aart Vrint ? oost en de weduwe van Peter Mattijsse Camp west. Streckende vande halve Her straat aff, noordwaart in tot de Cae toe, ter eenre ende Huijbertje van den Heuvel … weduwe en boedelhoudster van zaliger Peter Mattijse Camp en voor so veel ’t nodig mogte sijn haren oudste sone Cornelis Peter Camp als eijgenaresse van een huijs, hof, erf en delle, mede staande en gelegen alhier tusschen erffenisse vande weduwe Cornelis Hendrik Schoenmakers met hare voornoemde huijs, erve enz. oost en Cornelis Buijs west mede streckende als voren, ter andere sijde. Te kennen gevende sij comparanten dat de wijle de eerste comparante haar voornoemde out huijs had afgebroken ende een nieuw in plaatse heeft getimmert dat sij alvorens de reede tusschen haren voornoemde erven hadden getrocken en dat sij omme te meerder gemak en commoditeijt van hare huijs werven te hebben te samen waren overeengekomen en veraccordeert dat sij op ’t afscheijt van hare erven eenen gemeijnen weg souden maken en onderhouden, ider ter breete van seven voeten en sulcx te samen ter breete van veertien voeten te meten van de muur van ’t huijs van de eerste comparante (’t welck volgens die reedingen reets met wedersijds genoegen is getimmert) westwaard in en sulcx uijt den zuijden voor vanden Her straat af noordwaard in ter lengte van seventien roeden regt toe volgens den voornoemde muur te reeden. Welke voornoemde veertien voeten breete en seventien roeden lengte bij haar comparante off hare opvolgers voor nu ende ten eeuwigen dage gemeijn sal worden gebruikt en onderhouden alsmede het hecken dat op de voonoemde weg geset sal worden wartoe den eenen den anderen ten allen tijden sal mogen en konnen constrigeren cum expensis en sullen sij comparanten den voornoemde weg niet mogen betimmeren, beschelften ? of betassen. Dan met wedersijds genoegen en consent en soo’t gebeurde dat de 2e comparante haar huijs mogte komen te vergrooten off voouijt te timmeren soo sullen sij 2e comparantete haren muur off platen niet naar den oostwaard in mogen leggen dan veertien roeij voeten van de muur van de 1e comparante.

Tot naarkominge en prestatie van alle ’t geene voors staad verclaarde sij comparanten te verbinden en ten onderpant te stellen hare persoonen en goederen, present en toekomende, egeen exempt. Deselve stellende onder verbant en bedwang als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Jan Breedenburg en Cornelis Sagt, schepenen.

Fol. 4re

Contract { wede & kinderen van Peeter Scheur

Compareerde voor ons Schout en Scheepenen van Grootwaspick Anna Swart weduwe van Peeter Scheur ten eenre met sijnders Steven Scheur Jan van der Schans in huwelijk hebbende Johanna Scheur ende Dirck van Disseldorp in huwelijk hebbende Adriaantje Scheur te samen in die qualiteijd kinderen ende erfgenamen abtestato van opgemelten zaliger Peeter Scheur; door hem in egte verwekt aan de eerste comparante ter anderen sijde te kennengevende dat de tweede comparanten door t afsterven van de voornoemde Peeter Scheur te samen sijn geworden erfgenamen van de helfte vanden geheelen boedel, goederen en effecten die de eerste comparante met wijle den voornoemden Peeter Scheur haren overleden man, in gemeenschap gepossideert ende beseten heeft soo ende in dier voegen als die op t afsterven van den selven Scheur was in wesen dat vervolgens de eerste comparante met de tweede comparanten soude moeten procederen tot separatie en verdeijlingen vandien gemeijnen boedel dat daardoor onvermijdelijke onkosten en soo te dugten is ook differenten en oneenigheden souden komente resulteren en ontstaan

Dat de comparanten om sulx te prevenieren met den anderen sijn geconvenieert en verdragen door interressiven tusschen sprake van goede mannen sooals sijlieden respectivelijk met malkanderen verklaren te concvenieren accorderen ende te verdragen bij desen, in vougen ende manieren alsvolgt, teweten dat de eerste comparanten dien geheelen gemeijnen boedel sonder daar van iets uijt te sluijten ofte reserveeren, haar levenlang geduurende in vollen eijgendom sal blijven besitten sonder deswegen aande tweede comparanten eenige de minste rekening, off verantwoordingen te doen ook sonder dat sij aan hen eenige staad off inventaris des boedels sal gehouden sijn te leveren dat den derden en ook den vierden comparant te samen, en ider in t bijsonder in hunne opgemelte qualiteit verklaren van hunne vaderlijke erfportie en t gunt aan hen inden meergemelten gemeijnen boedel soude compiteren door handen de eertse comparante ten vollen voldaan en betaald te sijne ider met de somme van twee hondert gulden dat den tweede comparant Steven Scheur uijt den gemeijnen boedel vande eerste comparante in volle voldoeninge van opgemelte sijne vaderlijke erfportien sal trecken proffiteren ende genieten ende genieten eene somme van tweehondert en vijtig gulden eens sonder meer ende dat in gereet gelt ofte met geven van een obligatie ten laste van den gemeijnen boedel tegen drie gulden van intrest ider hondert guldente rekenen ten keuve vande eerste comparante.

Voorts is conditie dat de eerste comparante alle reparatien als ook alle schulden ten lasten den boedel loopende, mitsgaders de betalinge der ordinaire en extraoridinaire verponding en alle andere sorgs en andere lasten neemt te haren kosten en last, en soo’er noodig vast goet off goederen behoorende tot desen gemeijnen boedel na desen sullen dienen te worden beswaart ofte verkogt soo sal de eerste comparante sulx met pre advies van de tweede comparanten smogen te doen.

Eijndelijk soo is nog wel speciaal ondersprooken dat na dooden van de eerste comparante alle de over schiedende goederen ende effectentot desen gemeijnen boedel behoorende geen uijtgesondert; door de tweede comparanten ofte hunnen wettige descendenten bij representatiete samen na de costume van Zuithollant sullen worden geerftgedeelt genoten ende geproffiteerd gelijkelijk ider even veelalles sonder fraude. aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, Schout, Adriaan Boeser en Huijbert Schep, Schepen in Waspik desen sesden december 1738

ondertekening.

in de kantlijn

Naar dat den Schout had getekent hebben sij gesamenlijk het contract in geworpen en wert vervolgens gehouden als niet gepasseert.

Fol. 4vo

in de kantlijn: uijtgemaakt

in de kantlijn: Comparteerde ter secretarije van Grootwaspik Jan Lankhuijsen en bekende door Mattijs Mulders van den nevenstaande uijtreijking ter somme van vier hondert guldens ten volle voldaan en betaalt te sijn den eertsen pennink metten lesten in teijken der waarheijt is dese bij mij onderteijkent in Waspik desen 8ste jannuarij 1739.

ondertekening

Scheijdinge en erfdelinge doe bij desen doende en aan Schout en Schepenen van Grootwaspick overgevende sijn Mattijs Mulders ende Jan Langkhuijsen als in huwelijk hebbende Caatje Mulders als kinderen en erfgenamen van Adriaan Mulders en Beatris Coninx ende dat van sodanige goederen en effecten als als haar door overlijden van de voornoemde hare ouders sijn aanbestorven en sijnde de voornoemde goedren onder haar verdeelt ende te deele gevallen als volgt

Eerstelijk soo is Mattijs Mulders bijblinde lotinge geloot gecavelt en beerfdeelt op een huijs hoff erve en delle daar agter staande en gelegen alhier in Twaalftalve Hoeve Grootwaspick tusschen erffenisse van Cornelis Buijs oost, ende Gijsbert de Jong west Streckende uijt den zuijden vande halve hertstraat af noordwaard in tot de Cae off Grootwaspick toe ende moet uijtreijken in egalisatie van sijn bevallen lot aan Jan Lankhuijsen eene somme van vier hondertgulden op den eerste februarij 1739 Sonder langer

Ten tweede en laatsten soo is Jan Lankhuijsen bij blinde lotinge geloot gecavelt en beerfdeelt eerstelijk op eenen acker zaijlant gelegen alhier groot ontrend 2 hond belent te oosten Adriaan Hoevenaar en ten westen Cornelis Buijs streckende uijt den noorden vande halve herstraat af zuijtwaartsin tot ’t veldeken van de weduwe Mattijs de Bont toe.

En ten laatsten nog op ’t geregte een derde part van een parceel hooij ende weijlant gelegen onder Zuijdewijn Calpel gemeen en onverdeelt met Wouter Verhagen en de weduwe van . . . . . . . . . Nieuwenhuijsen sijnde in ’t geheel groot ontrent vier morgen belent ten oosten van ’t heele lant de erfgenamen van Domenic de Rooijen ten westen

de Heer van Suijdenwijn streckende uijt den zuijden van sGrevelduijn Calpel aff noordwaard in tot het half schipdiep off Oude Maasken toe en moet dit lot trecken van Mattijs Mulders voornoemt vier hondert gulden.

Verder is conditie dat partijen gesamentlijk en sulx idervoor de helft vande voornoemde goederen sullen betalen alle laste verpondingen en omslagen voor soo verre die omslagen sijn tot den lesten december 1738 incluijs sonder langer.

Aldus doorhaling soo hebben partijen malkanderen vertijd vertegen naar den regte van Zuijtholland en verklaarde den eenen tot behoeve van den anderen sijn bevallen lot te venuntieren endider sijne aangedeelde goederen te sullen aanveerden met alle wegen, stegen, dijken, dammen, straten, waterloopen, schouwen, leijen, s’Heeren chijnsen, verpondingen en dorpslasten en andere naburen regten, baten, schaden en geregtigheden van outs met regt tot ider parceel behoorend. aldus gedaan en gepasseerd ten overstaan van Adriaan Zeijlmans Schout Adriaan Boeser Huijbert Schep Schepenen in Waspick desen 6 december 1738.

Dit is t hantmerk bij Huijb Schep         selfs gestelt

ondertekening

Fol. 5re

in de kantlijn: uijtgemaakt

Staat en inventaris gedaan maken en aan schout en geregten van Grootwaspik overgegeven bij ende van wegen Anna Stevense Swart weduwe van Peeter Adriaans Scheur op geregterlijk versoek van Dirk van Disseldorp in huwelijk hebbende Adriaantje Peters Scheur en Jan van der Schans in huwelijk hebbende Johanna Peeters Scheur en dat van soodanige vaste en meubilaire goederen gelden actien en redoten als sij met den voornoemde haren man heeft gepassideert en beseten gehoet, en soo als die op t overlijden van haren man sijn geweest soo ende in manieren als volgt

Eerstelijk 5/6 parten van een huijs en erve staande engelegen alhier tusschen erffenisse van Dirk Wouterse Zeijlmans oost en noorden, west Wilbert Zeijlmans en zuijden S’Heere strate.

Nog vijff sesdeparten van eenen hoff mede gelegen alhier tusschen erffenisse van Dirk Wouterse Zeijlmans oost, west Marcelis Zeijlmans en Peeter Adriaan Boeser, zuijden Peeter Adriaan Boeser, en ten noorden den dijck.

Nog eenen dries gelegen alhier tusschen erffenisse van Denis en Thomas de Haan oost en zuijden, noorden de weduwe Jan Ewolts, en west de weduwe Jan Peeters van Ee.

Nog eenen acker zaijlant gelegen alhier op den oostenkant van vroukensvaart, belent zuijden Jacob Schep en Arien de Zeeuw d’een teijnde den anderen, en ten noorden Adriaan Bommelaar, streckende uijtten westen vande halve Vroukensvaartse greppel aff oostwaart in tot de geer of Sgrevelduijn Capel toe.

Nog eenen acker zaijlant met den moer daar aan mede gelegen alhier over de Leij, belent zuijden Jan Bredenburg en ten noorden Huijbert Schep cumsuis streckende uijtte oosten vanden Clinkert aff westwaart in tot de erve van . . . . . . . . . toe.

Nog een parceel moergronden groot ontrent drie hont gelegen alhier tusschen erffenisse van . . . . . . . . . . zuijden, en ten noorden en westen de armen van Sgravemoer, ende ten oosten den watersloot.

Nog het geregte een vierdepart van een partije moergrond geloot in t geheel ontrent een hont, belent oost Aart de Bont cumsuis, oost de kerk, zuijden Jan Willems Cloot cumsuis en ten noorden den armen alhier.

meubilaire goederen

Een kast, een etans terroor, een trog, 2 seven, een deegschuo, een keern met toebehooren, een harington, een asijnvat, scherbort, capmes, een boterteijl lepel en toemst, agt stoelen, een agt kante tafel, een torfton, een vleesboom, een vleesblok, een bodt, een spaij, een ruijffel, een nek, vier vurken, een mishaak, een sigt en haak, een riethaak, twee zeijsens, twee rijven, drie haargetouwen, een vlag kijsen, een slaggeert, een baggerbeugel, een vruijwagen, een oost, een schouw en een vaarboom, een berke, een wan, twee dorsvlegels, twee tobben, een vleijston, een bijltge, een hackmes, een hamer, een bijtel, een schaaf, een nijptang, een snijbak met sijn toebehoren, twee spijkerbroeken, een asbak, twee stoven, een capstok, een schotelrek, twee lepelrecken, seventien tinne lepels, drie tinne schotels, een tinne boterpot, mostertpot, pispot, ene com, een tinne tafelbort, twee copere ketels, een copere melkkan en aker, een dito kandelaar, twee dito blakers, een dito schuijmspaan, een haal, een lenghaal, een roostel, een aalspot, een vleijsvork, een lantaarn, een tang, een vuurijser, en asschup, een blaaspijp, een kistje met oud ijser, seven galaije schotelen, tien dito tafelborden, vier boterschoteltjens, drie witte commen, twee galaije zoutvaten, twee oude testamenten, een nieuw testament, een kasborstel, een spiegel, een nagmant, een corfke, een paar gardijnen en een rabat, negen a tien ellen linnen, een schoorsteenkloot, een verenbedt met sijn toebehoren, een dito van duijl, twee wolle deeckens, twee bale deeckens, een kalkstock, een sak, een stroije coornvat, een lamp, dartienslaaplakens, vijff hemden, drie dassen, vijff cussensloopen, twee tafellakens, een swarte mansrock, een dito bruijne, een dito camisool en broek, twee paar dito cousen, een dito hoet, een paar schoen, een sersie hemtrock, een tiereteene ciel, een paar clompen, een linne broek, een dobbelsteene tafellaken, een paar silvere hemtknoopen, een hantdoek, twee ijsere potten, twee wateremmers, een houte el, een scheermes, een stikscheer, een clootstok, een claustok, een steene sttop, een bierkan, een aarde doofpot, eenige aarde potten, schotelen en testen, een loop en slot van een snaphaan, een cooij sijnde 8 jaars naar t overlijden van haar man verkogt voor f 14:5:8,

een hockeling vaars was waardig ontrent agtien a twintig guldens, nog eenig hooij en strooij, nog eenige torfen branthout, nog een a twee eijke boomen inden sloot, nog een a twee seijen speck, een olijkanneke, een houte zoutdoos, een ceerslaij, een spag zonder bril, een ijsere kogel, een cofferken, twee schooldoosen, 6 a 7 haspels, een spinnewiel, vijff a ses vat rog, drie a vier vat boeckweijt, ontrent twee hondert en tien guldens in gelt

nog stont te ontvangen van Adriaan van den Hoek de huur van t ackerke over de Leij, en vande drie hont moer te samen f 7:15:0

Hiertegens stonden te betalen eenige pagters en borgemeesters,

item de dootschalen,

wat de kinderen hebben genoten moet ider opgeven en den inventaris daar mede amplieren.

Aldus gedaan en opgegeven bij de voornoemde weduwe verclarende niets ter quader trouwe verswegen off agtergehouden te hebben en soo haar nog iets mogt te binnen komen, nam sij aan den inventaris daar mede te sullen amplieren en vermeerderen en presenteerden den voornoemde inventaris ten allen tijde desnoot en versogt sijnde met solemnelen eede te sullen bevestigen. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Schep en Cornelis Buijs, schepenen, in Waspik desen 22 december 1738.

in kennisse van mij

ondertekening

Fol. 6 vo

in de kantlijn: uijtgemaakt

Staat en inventaris gedaan maken en aan schout en geregten van Grootwaspik overgegeven bij Lammert Reckers en Jenneken Reckers mitsgaders Leendert Person als voogt en Pieter van Dongen als toesiende voogt over Johanna en Arien Reckers alsmede Maarten Biemans als in huwelijk hebbende Adriaantje Reckers alle kinderen en erfgenamen van Meerten Lammerden Reckers ende dat van soodanige vasten meubilaire goederen actien en credotien als den voornoemde Meerten Reckers metter doot heeft ontruijmt en naargelaten soo en in manieren als volgt,

Eerstelijk een huijs, hoff en werff groot ontrent een hont staande en gelegen alhier waar in den overledenen heeft gewoont, belent zuijden Dingena Cluijters en noorden Jan Pols, streckende uijtten westen van t ackerke van de erfgenamen van de weduwe Coenraat Baas aff oostwaart in tot de palen tusschen het ackerlant en de werff geslagen toe.

Nog de geregte helft van eenen acker zaijlant gelegen alhier, groot in t geheel ontrent vijff hont doorhaling sijnde sluijtappels geweijse verdeelt met Jan Pols die de wederhelft is competerende, belent ten zuijden van den heelen acker de weduwe Arien Cluijsters en ten noorden Jan Willemse Cloot en andere met hare dwarsackers, streckende uijtten westen vande voornoemde stede aff oostwaarts in tot den acker van Aart de Bont toe.

Nog een parceeltje moergront groot ontrent een hont, mede gelegen alhier belent ten oosten de weduwe Jan de Smit, west Wouter Boeser cumsuis zuijden Leendert Passon en ten noorden de weduwe Cornelis van Dongen.

Nog een parceeltje moergront groot ontrent een hont, mede gelegen alhier, belent ten oosten Jan dolk, westen Wouter Boeser, noorden Leendert Passon en zuijden de weduwe Cornelis van Dongen, sijnde belast met 1 ¾ voet dijk en straat inde herstraat.

Nog een parceel zaijlant groot ontrent een en een halff hont, mede gelegen alhier, belent ten oosten Jan Marcelisse Reckers, ten westen de weduwe Jan de Smit, ten zuijden de weduwe Jan de Cuijper en ten noorden de erfgenamen in desen cumsuis.

Nog een parceeltje weijlant groot ontrent een en een halff hont, mede gelegen alhier, belent oost de weduwe Cornelis van Dongen, west de weduwe Jan de Smit, zuijden de erfgenamen in desen en noorden Mels de Graaff.

Nog drie vierde parten van een hont zaijlant gelegen alhier tusschen erfenisse van Leendert Passon en de weduwe Cornelis van Dongen ten noorden.

Nog de zuijdense helft van een binnendelle gelegen alhier op de oostenkant van Vroukensvaart, groot ontrent twee hont, belent ten zuijden Thomas de Bont en ten noorden de wederhelft soo als die nu legt afgegraven, streckende uijtten westen van de halve Vroukensvaart aff oostwaarts in tot de erve van Willem Zeijlmans toe.

Nog de noordense helft van een parceelzaijlant gelegen onder s’Grevelduijn Capel, groot ontrent een en een halff hont, belent oost d’erfgenamen vande heer de Raat, west de weduwe Jan Cievits, zuijden de wederhelft van dien acker en ten noorden Anthonij Snijders, sijnde belast met den helft van een roede dijk, aande oosteijnde in den heele roede belent oosten doorhaling Tomas de Bont en west Adriaan Claveren.

Nog den noordense helft van een binnendel gelegen alhier opden oostenkant van Vroukensvaart, groot ontrent twee hont belent ten noorden Adriaan Clavers en ten zuijden de wederhelft soo als die nu legt afgegraven, streckende uijtten westen vande halve Vroukensvaart aff oostwaarts in tot de erve van Willem Zeijlmans toe.

Nog de zuijdense helft van een parceel zaijlant gelegen onder s’Grevelduijn Capel, groot ontrent 1½ hont, belent oost erfgenamen vande heer de Raat, west de weduwe Jan Cievits, zuijden de weduwe Arnoldus de Bruijn en noorden de wederhelft van den acker sijnde belast met de westense helft van een roede dijk.

En ten laatsten nog een delle, groot ontrent drie hont, gelegen onder s’Grevelduijn Cappel, belent ten zuijden Paulus Bruijnenbaart en ten noorden Willem Potmaakers, streckende uijt den oosten van halve vaart aff, westwaart in tot de erve vande heer Dame toe.

Inkomende schulden en gereede penningen

Eerstelijk is Meerten Biemans schuldig

wegens huwelijx goet bij hem genoten

ter somme van                                              21:0:--

Nog is den selven schuldig wegens

het weijde van sijn koeijen inden

voorleden jare 1738 ter somme van             5:--:--

Nog wert voor gereet gelt gebragt de

cooppenningen gekomen van een tweejarig

swart merie paart bij de erfgenamen verkogt

voor de somme van                                      42:--:--

De gereede penningen op het overlijden

in huijs bevonden sijn met haar

gemeene communicatie aande doot

schulden uijtgegeven, dus dient

het selve alhier voor                                      memorie

Alsnog moet Lammert Reckers

inbrengen inden gemeijnen boedel tot

voldoeninge vande uijtrijkinge van t geene

sijn lot bij de deijlinge des boedels beter

is bevonden ter somme van                          130:--

meubilaire en haaffelijke goederen

in de keuken

een laag ouwerwets kastje, een kist, een etensspinneken, een trog, een eijke tafel, twee schotelrecken, een kopere melkkan, een dito aaker, een groote coperen ketel, een schuijmspaan, een kopere vuurpan, 5 tinne schoteltjes, een tinne commeken, vijf tinne lepels, een ijsere strijkijser, 1 out spiegeltje, negen stoelen, twee ijsere potten, een haal, een koekpan, een hangijser, twee ijsere roosters, een vout hengel, een tang, een paar gardijnen, twee beddens mette hooftpeuluwen, een deeken, een baal, vijff slaaplakens, de cleederen soo van sinnen als wollen tot lijve vanden overledene behoort hebbende, sijn met gemeen genoegen van de comparanten geemploijeert tot lijve van Arien Reckers, jonste zoon vande overledene.

op de geudt

een kern, een kleijn roomtonneken, een boterteijl en lepel, een melkton, een wastob, een wateremmer, een oxhooft.

in het agterhuijs

een swart gekolt ruijnpaart out drie jaar,

een oude veule merie

twee melkkoeijen

een eenjarig oskalff

eenen boerenwagen met twee raden

een aartkar, een ploeg en eegt, een greel, een saal en ligt, 2 riecken, een groote cruijwagen, vier vurcken, een spag, een snijbak en snij, een swingeltje met den aartbeugel, nog eenig hooij en stroij waar van tot gemeen proffijt sijn en worden gevoedert de paarde en beesten hier voren genoemd.

nog den mis- en ashoop

Nog eenige rog, boekweijt en haver, dog om de geringheijt niet gemeten, nog eenigen torf en branthout

lastige en uijtgaande schulden

Eerstelijk staat te betalen aan

Marcelis Zeijlmans een obligatie

ter somme van                                              175: --: --

nog van intrest tot de 10 jannuarij 1739        23: 3: 8

nog staat te betalen aan Cornelis

Jochems Vermeijs een obligatie

ter somme van                                              100: --: --

item ten loopende jaar intrest            memorie

nog staat te betalen aan Meerten

van Oosterhout, coornmolenaar

tot Cappel                                                         7: 10: --

nog aan Meeuwis Zeijlmans over

geleverde bieren                                               7: --: --

nog aande brouwer Jasper van Selm

over geleverde bieren                                      8: --: --

nog aande pagter vant hoorngelt &               11: 10: --

nog aanden pagter van t gemaal

en bieren de somme van                                 9:   4: 2

nog aan de secrets alhier over huure

anno 1738 van eenig hooglant                         2: 15: --

nog aan Paulus Bruijnenbaart wegens

en pr reste van geleent gelt                             4:   5: --

nog aan Corstiaen Popelier over

verdient weefloon                                             2:   4: --

nog staat te betalen aan Leendert

Passon over geleent gelt aanden

overledene geleent                                           8: --: --

nog staat te betalen aan de borge-

meester van Grootwaspik dato 1736                           7: 3: 4

nog aan borgemeesters dato 1737                  5: 2: 2

nog aan de borgemeesters dato 1738             8:   1: --

nog aan de borgemeesters van Capel             2: 10: --

nog comt de jongste dogter Johanna

Reckers voor een paar goude ballen

die sij tot egalisatie uijt den boedel

moet hebben ter somme van                                    15: --: --

ende laatste comt Arien Reckers

jongste soon van de overledene door-

haling twee ducatons hem sijn

outoom vereert en bij den overledene

gebruijkt ter somme van                                  6: 6: --

nog staat te betalen aan Dirck

Dolk over geleverde winkelwaren                    1: 11: --

Aldus gedaan en opgegeven bij de voornoemde comparanten verclarende niets ter quader trouwe verswegen of agtergehouden te hebben en soo haar nog iets mogte te binnenkomen, namen sij aan desen den voornoemde inventaris daar mede te allen tijden te sullen vermeerderen off verminderen presenterende t selve ten allen tijde desnoots en versogt sijnde met eede te sullen bevestigen.

Aldus gedaan en gepasseert te overstaan van Adriaan Zeijlmans schout, Tomas Zeijlmans en Steven Scheur schepenen in Waspik desen 29ste jannuarij 1739

ondertekening

dit ist hantmerk bij Tomas Zeijlmans gestelt

ondertekening

Fol. 9re

Scheijdinge ende erfdelinge die bij dese doende en aan schout en schepenen van Groot Waspik overgevende sijn Lammert Reckers voor sijn selven, Maerten Biemans als in huwelijk hebbende Adriaantje Reckers voor sijn selven, Janneken Reckers voor haar selven ende Leendert Passon als testementaire voogt en Peeter van Dongen als toesiende voogt over Joanna en Arien Reckers, alle kinderen en erfgenamen van Maarten Lammerde Reckers, op den vijfden september 1738 alhier overleden bij hem in huwelijk verweckt bij Janneken Janse van Dongen. En dat van alle soodanige goederen en effecten als haar door overlijden van de voornoemden hare ouders sijn aanbestorven; ende sijn de voornoemden goederen met consent en voorweten van den schout en geregten alhier bij het trecken van blinde loten onder haar verdeelt ende ten deele gevallen als volgt.

Eerstelijk soo is Lammert Reckers bij blinde lotinge geloot, gecavelt en beerfdeelt, eerstelijk op den huijs, hoff en werff, groot omtrent drie hont off soo groot en cleijn het selve alhier onder 's Grevelduijn Groot Waspik gelegen tusschen erfenisse van Dingena Cluijters zuijden en ten noorden Jan Pols streckende uijtten westen van 't ackerke van de erfgenamen van de weduwe Coenraat Baas af oostwaart in tot den palen tusschen het ackerlant en den werf geslagen toe.

En ten laatste nog een del, groot omtrent drie hont, gelegen onder 's Grevelduijn Cappel belent ten zuiden Paulus Bruijnenbaart en ten noorden de weduwe Willem Potmakers streckende uijtten oosten van de halve Willem van Gentsvaart af westwaart in tot de erve van de heer secretaris Damen toe en moet dit tot uijtreijken aan den gemeenen boedel een hondert en dertig guldens welke voor inkomende penningen op den inventaris opdat deses gepasseert sijn gebragt.

Dus alhier gehouden voor geroijeert en bekende hij 1e comparant sijn een vijfde part inden inboel en meubilaire goederen buijten die hier agter gemeijn sijn gehouden ontvangen te hebben.

Ten tweeden is Maarten Biemans als in huwelijk hebbende Adriaantje Reckers bij blinde lotinge geloot, gecavelt en beerfdeelt eerstelijk op de geregte helft van een perceel ackerlant ten oosten van 't huijs, hoff en werff bevallen op Lammert Reckers gelegen, alhier groot int geheel omtrent vijff hont, sijnde sluijtappels gewijse verdeelt met Jan Pols die de wederhelft is competerende belent ten zuijden van den heelen acker de weduwe Arien Cluijsters en ten noorden Jan Willemse Cloot en andere met hare dwarsackers streckende uitten westen van de voornoemden stede bevallen op Lammert Reckers volgend de palen aldaar geslagen af. Oostwaart in tot den acker van Aert de Bont toe. Onder conditie dat de stede bevallen op Lammert Reckers over dat ackerlant aff de stegh in ’t noorden den daar nevens mag stegen en wegen oostwaart de stede naar rato de dijk moeten onderhouden

Nog op een perceeltje moergront, groot omtrent een hont, mede gelegen alhier. Belent ten oosten de weduwe Jan de Smit, west Wouter Boeser cumsuis, zuijden Leendert Passon en ten noorden de weduwe Cornelis van Dongen

En laatstelijk nog op een perceeltje moergront mede gelegen alhier, groot omtrent een hont. Belent ten oosten Jan Dolk, west Wouter Boeser, noorden Leendert Passon en Zuijden Cornelis van Dongen sijnde belast met een en drie vierde parten van een voetdijk en straat in de heistraat en moet dit lot trecken tot egalisatie van Arien Reckers eene somme van twintig guldens. Nog bekende hij 2e comparant van sijn een vijfde part in den inboel en meubilaire goederen buijten die hier agter gemeijn sijn gehouden ontfangen te hebben

Ten derden soo is Janneken Reckers bij blinde lotinge geloot, gecavelt en beerfdeelt eerstelijk op een perceeltje zaijlant, groot omtrent een en een half hont, mede gelegen alhier. Belent ten oosten Jan Marcelisse Reckers, ten westen de weduwe Jan de Smit, ten zuijden de weduwe Jan de Cuijper en ten noorden de erfgenamen in desen cumsuis.

Nog op een perceeltje weijlant, groot omtrent een en een half hont, mede gelegen alhier. Belent oost de weduwe Cornelis van Dongen, west de weduwe Jan de Smit, zuijden de erfgenamen in desen en noorden Mels de Graaff.

En ten laatsten nog op vijff en seventig roeden zaijlant, mede gelegen alhier tusschen de erfenisse van Leendert Passon oost, Aart de Bont west, Adriaan Dorenboom zuijden en ten noorden de weduwe Cornelis van Dongen. Nog bekende sij 3e comparante haar een vijfde part inden inboel en meubile goederen buijten die alhier agter gemeijn sijn gehouden ontfangen te hebben.

Ten vierde soo is Leendert Passon als voogt en Peter van Dongen als toesiende voogt van Johanna Reckers en sulx ten behoeve van de voornoemde Johanna Reckers bij blinde lotinge geloot, gecavelt en beerfdeelt. Eerstelijk op den zuijdense helft van een binnendelle gelegen alhier op de oostenkant van Vroukensvaart, groot omtrent twee hont. Belent ten zuijden Thomas de Bont en ten noorden de wederhelft bevallen op Arien Reckers. Soo is die nu legt afgegraven, streckende uijtten westen van de halve vroukensvaart aff oostwaart in tot de erve van Willem Zeijlmans toe.

En ten laatsten nog op de noordelijke helft van een perceel zaijlant gelegen onders 's Grevelduijn Cappel, groot omtrent een en een half hont. Belent oost de erfgenamen van de heer de Raat, west de weduwe Jan Civits, zuijden de wederhelft van dien bevallen op Arien Reckers en ten noorden Anthonij Snijders sijnde belast met de oostense helft van een rooij dijk belent ten oosten van de heele roede Thomas de Bont en te westen Ad Claveren.

Nog sijn den voornoemden voogt en toesiender voor en ten behoeve van voornoemden Johanna Reckers te deel bevallen op de volgende meubilaire goederen soo als die bij de comparante in vijf egale loten waren gestelt, als namentlijk:: op een linnen bedt met den hooftpeuling, een baal, een slaaplaken, een strijkijzer, een tinne schotel, een tinne kom, twee fijne keulse schotelen, een schotelreck, een kist, een mant, een botertonneke, twee stoelen, een tinne lepel, een vurck.

Ten vijffde en ten laatsten soo sijn de voornoemden Leendert Passon als voogt en Peter van Dongen als toesiende voogt van Arien Reckers en sulx ten behoeve van Arien Reckers geloot, gecavelt en beerfdeelt. Eerstelijk op de noordelijke helft van een binnendelle gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart, groot omtrent twee hont. Belent ten noorden Adriaan Clavers en ten zuijden de wederhelft bevallen op Johanna Reckers soo als dit nu legt afgegraven, streckende uitten westen vande Vroukensvaart aff oostwaart in tot de erve van Willem Zeijlmans toe.

Nog op een zuijdense helft van een perceel zaijlant gelegen op 's Grevelduijn Cappel, groot omtrent een en een half hont. Belent oost erfgenamen van de heer Raat, west de wewduwe Jan Civits, zuijden de weduwe Arnoldus de Bruijn en noorden de wederhelft bevallen op Johanna reckers sijnde belast met de westense helft van een roede dijk leggende als op den post van Johanna Reckers is gesegt en moet dit lot uijtreijken aan Maarten Biemans eene somme van twintig guldens.

En ten laatsten soo sijn de voornoemden voogden voor reeckening vanden voornoemden Arien Reckers nog bevallen op een somme van ses guldens, een stuiver, agt penningen waar voor sij voogden met communicatie van schout en geregten sijn gedeelte vande meubilen goederen hebben verkogt.

Wijders houden sij comparanten gesamentlijk metten anderen gemeijn, onverdeijlt de volgende goedederen die op den inventaris sijn gebragt en niet verdeelt als namentlijk: de inkomende en uijtgaande schulden en actien, een swart gekolt ruijnpaart, out 3 jaar, een oude veule merie, twee melckkoeijen, een eenjarig oskalf, eenen wagen met twee raden, een ploeg een eegt, een aartkar, een saal en ligt, een graal en toom, een snijbak en snij, mitsgaders, het hooij, strooij met de mis en ashoop.

Verder is conditie dat sij comparanten gesamentlijk sulcx uijt den gemeenen boedel sullen betalen alle lasten, verpondingen en omslagen voor soo verre die omgeslagen sijn tot den lesten december 1738 incluijs sonder langen.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar de regte van ZuijtHollant en verclaarde den eenen tot behoeve vanden anderen van sijn aanbedeelde goederen te renuntieren ende ider sijne aanbedeelde goederen te sullen aanvaarden met alle sijne wegen, stegen, dijken, dammen, straten, waterloopen, schouwen, leijen, ‘s Heeren chijnsen, verpondingen, dorpslasten en andere naburen regten, baten, schaden en geregtigheden met regt tot den perceel behoorende. Alsus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Thomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepen in Waspick deses 29 jannuarij 1739

Dit ist kruis hantmerk bij Thomas Zeijlmans gestelt.

Fol. 10 vo

Staat en inventaris gedaan maken en aan schout en geregten overgegeven bij Maria Janse Ruijkhaver weduwe van Hendrik Corstiaansen Reckers en dat van soodanige goederen en effecten als sij met den voornoemde haren overledenen man heeft beseten gehadt; als volgt:

Eerstelijk een driesken gelegen alhier , tusschen erffenisse van Maria Corstiaanse Reckers zuijden, ten noorden en ten oosten de weduwe Freijs Lammerden Reckers en ten westen Jan Gijsbertse Coninx cum suis, sijnde belast met een halve roede dijk.

Nog het geregte een vierde part van een parceeltje moergront gelegen alhier op den westenkant vande doorhaling moer van Jan Meertens Dolck.

Nog een drieske gelegen onde ’s-Grevelduijn Capel, belent te noorden Huijbert Reckers, ten westenHuijbert Schep, zuijden Dirk vanden Hoek cum suis , en oosten erfgenamen van de weduwe Peter Corsten Glavimans

Voorts de Cleederen van linnen en wollen tot de mans lijve behoort hebbende.

Meubilaire goederen en sijnder niet alsoo sij tot dato deses bij haar vader heeft gewoont.

Aldus geinventariseert naar t opgeven van de voornoemde Maria Janse doorhaling Ruijkhaver verclarende sulx naar de waarheijt bij haar alsoo te sijn opgegeven en presenteerde het selve ten allen tijde des noots en versogte sijnde met eede te sullen bevestigen . Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Schep en Cornelis Sagt, schepenen, desen 30ste jannuarij 1739

in kennis van mij

ondertekening

dit is rondje met verticale streep erdoor t handmerk bij Huijbert Schep gestelt

Fol. 11 re

in de kantlijn: uijtgemaakt 1751

Op huijden de 30ste jannuarij 1739 compareerde voor ons schout en schepenen van Grootwaspik enz. ondergenoemt, Maria Janse doorhaling Ruijkhaver weduwe van Hendrik Corstiaanse Reckers woonende alhier ter eenre, ende Jan Corstiaense Reckers als aangestelden voogt ende Jan Wouterse Ruijkhaver als grootvader en toesiende voogt van de vier onmondige weeskinderen vande voornoemde Maria Ruijkhaver bij haar in huwelijk verweckt bij Hendrik Corstiaense Reckers voornoemd met name Barbara, out agt jaren, Helena, out ontrent seven jaar, Elisabeth , out ontrent vier jaar, en Cristiaan, out ontrent een jaar, ter andere seijde.

Ende sijn de voornoemde comparanten in hare voorneoemde qualiteijten met consent en ten overstaan van schout en geregten alhier, naar alles wel overwogen en den staat van inventaris des boedels ingesien te hebben, metten anderen veraccodeert en verdragen invoegen en en manieren als volgt, te weten: dat de eerste comparante in vollen eijgendom sal hebben en blijven behouden alle de goederen en effecten die sij metten voornoemde haren man heeft beseten, gehat en nog besittende is, soo wel active als passive, en sulcx geene uijtgesondert, omme daar mede gedaan en gehandelt te worden als met haar brijen eijgengoet, sonder bekroon van imant; onder dese speciale conditie nogtans dat de eerste comparante gehouden en verbonden blijft hare voornoemde kinderen op te voeden en te alimenteren in kost en dranck, cleedinge en reedinge soo wel sieck als gesont, egeenen tijt van perijkel uijtgesondert , deselve te laten leeren lesen en schrijven, en een goet hantwerk of ander exercitie te laten leeren, waar toe deselve naar den staat des boedels best bequaam sullen bevonden worden, en dat tot haren mondigen dage, huwelijken off anderen geapprobeerden state toe, als wanneer sij daar en boven sal gehouden wesen aan ider van deselve uijt de reijken en voldoen eene somme van ses guldens eens sonder meer in voldoeninge van hare vaderlijke goederen off legitime portie.

Tot naarkominge en prestatie van alle het geene voorseijt staat verclaren sij comparanten te verbinden hare persoonen en goederen present en toekomende egeene exempt deselve stellende onder verbant en bedwanck als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert te overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Schep en Cornelis Sagt, schepenen.

in kennise van mij

ondertekening

dat merk is bij Huijbert Schep “rondje met verticale streep” gestelt

Fol. 11 vo

indekantlijn: uijtgemaakt op segel van 24 sts

Scheijdinge ende erfdeelinge die bij desen doende en aan schout en schepenen van Grootwaspik overgevende sijn Anna Stevens Swart weduwe Peeter Scheur ter eenre ende Steven Peetersen Scheur, Dirck van Disseldorp als in huwelijk hebbende Adriaantje Peeters Scheur ende Jan van der Schans als in huwelijk hebbende Johanna Peeterse Scheur, kinderen en erfgenamen van Peeter Adriaanse Scheur en voornoemde Anna Stevense Swart ter andere seijde ende dat van soodanige goederen en effecten als Peeter Adriaanse Scheur ende de voornoemde Anna Stevense Swart te samen staande huwelijck hebben beseten gehat, en sij eerste comparante den selven boedel tot nog toe besittende as soo ende in manieren als volgt

Eerstelijk soo is Anna Stevens Swart weduwe van Peeter Adriaanse Scheur geloot, gecavelt en beeerfdeelt eerstelijk op vijff sesdeparten van een huijs en erve staande en gelegen alhier tusschen erffenisse van Dirk Wouter Zeijlmans oost en noorden, west Wilbert Zeijlmans en zuijden sheere strate, als mede nog op vijff sesdeparten van eenenhoff mede gelegen alhier, tusschen erffenisse van Dirk Wouterse Zeijlmans oost, west Marcelis Zeijlmans en Peeter Adriaanse Boeser, zuijden Peeter Adriaans Boeseren ten noorden dijck, item nog op een partije (er boven geschreven: het geregte part van) moergront mede gelegen alhier groot ontrent een hontin t geheel belent oost Aart de Bont cumsuis, west de kerk alhier, zuijden Jan Willemse Cloot cumsuis en ten noorden den den armen alhier, alsmede nog op den Imboel, soo van huijsraat, linnen en wollen, gelt, got, silver, gemunt en ongemunt, actien en crediten haaf als anders niets uijtgesonden soo als sij het met haren overleden man heeft beseten gehat; en is het selve geweerdeert op de somme van vier hondert twee en veertig guldens vijff stuivers.

doorhaling Nog op eenen dries mede gelegen alhier tusschen erffenisse van Denis en Thomas de Haan oost en zuijden, noorden de weduwe Jan Cievits, en west de weduwe Jan Peeterse van Ee, en is geweerdeert op de somme van drie hondert guldens.

En ten laatsten nog op eenen acker zaijlant mede gelegen alhier op de oostenkant van Vroukensvaart, belent zuijden Jacob Schep en Arien de Zeeuw, d’een teijnde den anderen en ten noorden Adriaan Bommelaar, streckende uijt den westen van de halve Vroukensvaartse doorhaling greppel af, oostwaarts in tot den geer of s’Grevelduijn Cappel toe, en is geweerdeert op de somme van vier hondert vijf en ’t seventig guldens, en moet in egalisatie vanden boedel uijtreijken aan hare kinderen de somme van twee hondert vier en dertig guldens binnen den tijt van ses weecken naar dato deses.

Hier tegens soo sijn Steven Scheur, Dirk van Disseldorp als in huwelijk hebbende Adriaantje Scheur en Jan van der Schans als in huwelijk hebbende Johanna Scheur geloot gecavelt ende beerfdeelt eerstelijk op een parceeltje zaijlant metten moer daar aan gelegen alhier over de Leije, belent ten zuijden Jan Bredenburg en ten noorden Huijbert Schep, cumsuis, streckende uijtten den oosten vande clinkert aff westwaart en toot de erve van . . . . . . . . . . (geen naam ingevult) toe en is geweerdeert op de somme van twee hondert guldens.

Nog op een parceel moergronden groot ontrent drie hont mede gelegen alhier tusschen erffenisse van . . . . . . . . . (geen naam genoemd) zuijden en ten noorden en westen den armen van ’s-Gravenmoer en ten oosten de westensloot, en is geweerdeert op de somme van een hondert guldens.

En ten laatsten nog op de somme van twee hondert vier en dertig guldens die sij van hare moeder als hier voren is gesegt moeten trecken.

Nog so sijn Dirk van Disseldorp en Jan van der Schans bevallen op een somme van vier hondert guldens die sij uijt den boedel hadden genoten en waar tegens Steven Scheur uijt dat lot moet trecken voor uijt gelijcke twee hondert guldens.

Verder is conditie dat de eerste comparante sal moeten betalen alle de schulden die tot lasten van den boedel soude mogen sijn tot desen dage toe en daar tegens sal trecken alle de proffijtelijke schulden die eenigsients aanden boedel behooren.

Aldus soo hebben partijen malkander en vertijt vertijt en vertegen naar den regten van Zuithollant en verclaarden den eengen ten behoeve van den anderen van sijn aanbedeelden ider sijne aangedeelde goederen te sullen aanvaarden met alle sijne wegen, stegen, dijken, dammen, straaten, waterloopen, schouwen, leijen ’s heeren chijnsen, verpondingen, dorpslasten en andere naburenregten, baten, schaden en geregtigheden met regt tot der parceel behoorende. Alsoo is gedaan en gepasseert te overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Cornelis Buijs, schepenen in Waspik desen 5e februarij 1739

In kennisse van mij

ondertekening

Fol. 12 vo

in de kantlijn: uijtgemaakt op segel van 24 sts

Compareerde ter secretariie van Waspik Steven Peeterse Scheur en bekende door Dirk van Dusseldorp en Jan vander Schans vande nevenstaande uijtreijkinge ter somme van vier en tnegentig guldens voldaan te sijn den eersten penning met den lesten, actum Waspik den 31e maart 1739

Scheijdinge en smaldeelinge die bij desen doende ende van schout en schepenen van Grootwaspik overgevende sijn Steven Peeterse Scheur, Dirk van Disseldorp als in huwelijk hebbende Adriaantje Scheur ende Jan vander Schans als in huwelijk hebbende Johanna Peters Scheur ende dat van alle en soodanige goederen als haar door overlijden van haar vader sijn aanbestorven en op datsoo deeses volgens de afdeelinge hier voren met hare moeder gehouden sijn aangedeelt soo ende in manieren als volgt:

Eerstelijk soo is Steven Peeterse Scheur geloot gecavelt en beerfdeelt eerstelijk op een somme van tweehondert vier en dertig guldens die Anna Stevens Swart weduwe van Peeter Scheur moet uijtreijcken binnen ses weken naar dato deses, en nog op eensomme van vier en tnegentig guldens die hij moet ontfangen van Dirk van Disseldorp en Jan vander Schans in qualiteijt voornoemd mede binnen den tijt van ses weecken na dato deses en sulx te samen de somme van 328 guldens waar op sijn aandeel voor sijn vaders goet is begroot en waar, nadat hij verclaart te nemen genoegen.

Hier tegens soo sijn Dirk van Disseldorp en Jan van der Schans in qualiteit voorschreven en sulx ider voor de helft boven de vier hondert guldens bij haar genoten nog geloot gecavelt en beerfdeelt eerstelijk op een parceel zaijlant met den moer daar aan, gelegen alhier over de leije, belent ten zuijden Jan Bredenburg en ten noorden Huijbert Schep cum suis, streckende uijtten oosten van den Clinckert af westwaart in tot . . . . . . toe.

En ten laatsten nog op een parceel moergronden, groot ontrent drie hont, gelegen alhier tusschen erffenisse van . . . . . . . . . . (geen naam ingevuld) zuijden, ten noorden en westen den armen van ’s Gravenmoer, en ten oosten de de watersloot; mets ses weecken naar dato deses eene somme van vier en tnegentig guldens.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijt en vertogen naar den regten van Zuijthollant en op malkanderens niets meer te pretenderen te hebben dan voorsegde staat en den eenen tot behoeve vanden anderen daar van te renuntieren en ider sijne aangedeelte te sullen aanvaarden met soodanige lasten en servituten als daar toe van ons sijn behoorende. Aldus gedaan en gepassert te overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Cornelis Buijs, schepenen in Waspik, desen 5e februarij 1739

In kennisse van mij

Fol. 13 re

in de kantlijn: uijtgemaakt op segel van 12 sts

Op huijden den 24e februarij 1739 soo compareerde voor ons schout en schepenen van ’s Grevelduijn Grootwaspik enz. ondergenoemt Anna Stevens Swart weduwe van Peeter Adriaans Scheur woonende alhier ter eenre ende Steven Peeter Scheur, meerderjarige soon vande voornoemde Anna Stevens Swart ter andere sijde te kennen gevende sij comparanten dat sij met den anderen waren veraccordeert en verdragen in manieren alsvolgt: te wetendat de eerste comparante aan de voornoemde haren soon in vollen en vrijen eijgendom overgeeft ende ten behoeve van hem afstand doet van alle hare goederen soo roerend als onroerend actieven en crediten eëgeene vandien uijtgesondert omme daar mede bij hem gedaan en gehandelt te worden als met sijn vrijen eijgen goet onder dese conditien nogtans dat hij gehouden en verpligt sal sijn de voornoemde moeder haar levenlang gedurende te onderhouden in cost en drank cleedinge en reedinge soo van linnen als wollen soo wel siek als gesont egeener tijd van perijkel uijtgesondert en dat soo sij comt te sterven hij haar ordentelijk sal moeten laten begraven waar voor alle de goederen en effecten die de eerste comparante aanden tweede comparant overgeeft wel speciaal blijven verbonden en veronderpant tot naar kominge van t geene voorzegde staat verklaren sij comparanten te verbinden hare persoonen en goederen present en toekomende geene daar van gereserveert die alle stellen ten bedwang als om regten aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Cornelis Buijs, schepenen in Waspik.

in kennise van mij.

Fol. 13 vo

in de kantlijn: uijtgemaakt op segel van 3 gl

Op huijden den 9e maart 1739 compareerden voor ons schout en schepenen van ’s Grevelduijn Grootwaspik en Twaalftalve hoeve ondergetekende Maria Adriaans de Zeeuw weduwe en boedelhoudtser van zaliger Jan Wouters Verschuren woonende alhier ten eenre, Wouter Verschuren, Adriaan Verschuren, Peeter Verschuren, Johannis Verschuren, Huijbert Melisse Otjens als in huwelijk hebbende Adriaantje Verschuren ende Johanna Verschuren weduwe van Lammert Adriaans Zeijlmans, alle woonende alhier en alle kinderen vande voornoemde Maria de Zeeuw weduwe van Jan Wouters Verschuren ter andere sijde ende verklaarde sij comparanten omme alle verschillen en oneenigheden die tusschen de 2e comparanten naar doode vande 1e comparante soude konnen ontstanen voor te komen ende te verhoeden en en omme dat de 1e comparante vermits hare hooge jaren van ’t administreren van hare vaste goederen soude sijn ontslagen en ontheft te sijn over een gekomen en veraccodeert in voegen en mannieren als volgt: eerstelijk soo verklaarde sij 1e comparante ten behoeve van hare cinderen de tweede comparantenin desen te renuntieren en af te gaan van alle hare vaste en onroerende goederen soo als die bij haar en haren overleden man tot nogtoe sijn beseten geweest mits dat sij de obligatien actien en crediten voor haar behout hoe dat die ook genaamt mogen sijn onder dese speciale conditie nogtans dat ider van de comparanten aan haar jaarlijks sullen moeten uijtreijken en voldoen eene somme van vijfftien guldens en sulx voor haar sessen eene somme van tnegentig gulden waar van ’t eerste jaar sal verschijnen op den 1e jannuarij 1740 ende sal sulx alsoo jaarlijks moeten blijven continueren soo lamge als de 1e comparante leeft en sullen de tweede comparanten de voornoemde uijtereijkinge uijtterlijk ses weken naar den verschijndag moeten voldoen waar voor ider sijn aanbedeelde portie oft lot wel speciaal blijft verbonden en veronderpant en soo imant in gebleece bleef om prompt sijne jaarlijkse uijtreijkinge op de voornoemde gesette tijd te voldoen sal ’t de eerste comparante ten allen tijden vrijstaan omme soodanigen gebreeckigen sijn aanbedeelde lot weder naar haar te nemen sonder bekroon off tegenseggen vandien die in gebreecke blijft en soo lange sij leeft aan haar selven behouden en sal ider vande 2e comparanten van hareaanbedeelden portie promt moeten betalen alle ordinaire en extraordinaire verpondingen en omslagen die tot lasten van ider parceel omgeslagen en gemaant souden mogen worden als ook moeten maken de dijken, straten, waterloopen en cadenstot ider parceel behoorende volgens de ceuren en schouwen van de schout en geregten alhier. Verder is conditie dat de eertse comparante in het huijs op de kelderkamer soo lange als sij leeft sal mogen blijven woonen en dat sij plaats in ’t agterhuijs sal mogen hebben om haar provisie van turf en branthout te mogen leggen mits dat sij daar voor jaarlijks aanden eijgenaar van ’t huijs sal mede betalen off laten corten tien gulden sonder meer en soo sij resolveerde om op een andere plaats te gaan woonen sal sij geen huur verschuldigt sijn ? dog sal altijd weder op de kamer mogen komen woonenals ’t haar belieft.

Is nog een conditie dat de tweede comparanten in desen haar haarlieden?? aanbedeelde goederen soo als die hier naar sullen worden verdeelt niet sullen mogen verkoopen veraliëneren off vertransporteren soo lange de eerste comparante leeft dan met consent van de gesamentlijke comparanten ende sijn dan de voornoemde goederen met consent en op speciaal versoek van de 1e comparante onder de tweede comparanten verdeelt ende te deele gevallen als volgt:

Eerstelijk soos is Wouter Verschuren bij ’t trecken van blinde loten geloot gecavelt en beerfdeilt eerstelijk op twee geerden hooij ende weijlant gelegen inden polder alhier in een stuk van ses geerden gemeen en onverdeelt met Johannes Verschuren en Huijbert Melisse Otgens die op de resterende vier geerden sijn bevallen, belent ten oosten vande heele ses geerden Heijltje Peeters Zeijlmans weduwe Wouter Stevens Zeijlmans en ten westen de voornoemde weduweWouter Stevens cum suis, streckende uijtten zuijden vanden caesloot aff noordwaards in tot den halven schaijsloot toe.

Nog ’t geregte een vierde part van eenen acker zaijlant metter veldken daarteijnde gelegen onder Twaalftalve Hoeve Grootwaspik, sijnde groot anderhalven moeracker waar van de andere drie vierde parten toebehooren Laureijs van Dongen cum suis, belent Ten oosten vanden heelen acker Bastiaan Vassen en ten westen Peeter vanden Berg cum suis, streckende uitten noorden vande halve herstraat aff zuijtwaard in tot ’t oude vaartje toe.

En ten laatste nog op ’t geregte een vierde part van een moerveldeken gelegen onder Twaalftalve Hoeve Grootwaspik waar vande andere drie vierde parten toebehooren Laureijs van Dongen cum suis, belent ten oosten van van ’t heele veldeken Jan Janse de Bont en ten westen ’t velt van Jan Pardaan, streckende uijt den noorden van ’t oude vaartje aff zuijtwaard in tot ’t cloostersgoet van Santroosens nu Michiel van Iersel toe.

Ten tweede soo is Adriaan Verschuren bij blinde lotinge geloot gecavelt en beerfdeelt eerstelijk op de geregte helft van negentiende parten van drie drie vierde geert hooij ende weijlant gelegen inden polder alhier, waarvan ’t resterende eentiende part toebehoort ’t kint van Johanna van Dun in een stuk van seven en een halve geert bedeelt op den oostenkant en Jan Peeters Zeijlmans met de wederhelft op den westenkant, belent ten oosten vande heele seven en een halve geert Marijnis Elimdus cum suis en ten westen Antonij Matijsse Coninx cum suis, streckende uijt den zuijden vanden caesloot aff noordwaart in tot den halven schaijsloot toe.

Nog op de geregte helft van eenen acker zaijlant mede gelegen alhier in Twaalftalve Hoeve Grootwaspik waar van de wederhelft mede is bevallen op Johanna Verschuren, belent ten oosten vanden heelen acker Jan Nobel en ten westen de weduwe Adriaan Blankers, streckende uijt den noorden vanden bijster vande weduwe Adriaan Blankers aff zuijtwaard in tot Cuijpers leije toe.

En ten laatsten nog op een vijffde part van eenen bijster en driesen mede gelegen alhier gemeen en onverdeelt met den selven Adriaan Verschuren, Laureijs van Dongen en andere, belent ten oosten vanden heelen bijster en driesen de weduwe Adriaan Coninx voor de watergang en over de watergang Antonij Mattijsse Coninx en westen ’t gemeen Bas Flip Slijkers en Peeter van Waspik déen teijnde den anderen, streckende uijt den noorden vande halve herstraat aff zuijtwaard in tot den acker van Antonij Coninx toe.

Ten derde soo is Peeter Verschuren bij ’t trecken van blinde lotinge geloot gecavelt en beerfdeelt eerstelijkop een huijs, hoff en erve staande en gelegen alhier tusschen erffenisse van Huijbert Peeterse Verschuren en Johannis Jans Verschuren west en Arnoldus Verstegen oost, streckende uijtten noorden vanden halve herstraat aff en ’t erff van Joost van Vugt aff zuijtwaard in tot den halven watergang toe.

Nog op eenen bijster en dries met het ackerlant en veldeken daar teijnde, belent ten oosten vandenbijster en dries Jan Janse van Tichel en ten westen Huijbert Peeters Verschuren en Jan Janse Verschuren en den acker, sijnde sluijtappels gewijse gedeelt, belent ten oosten van ’t noordense blok Arien Marcelisse Coninx en west Jan Jans van Tichel, van ’t middelste blok oost Huijbert Verschuren cum suis en west Jan van Tichel en van zuijdense blocxke oost Huijbert Verschuren cum suis en west Adriaan Vassen als mede de westense helft van ’t veldeken teijnde den acker, streckende in voegen voorszegt vanden halven watergang aff zuijtwaard in tot Cuijpers leije toe, soo en in dier voegen als ’t bij Jan Wouters Verschuren tot nogtoe is gebruijkt en bij den selven en Peeter Wouters Verschuren en Jan Janse van Tichel op den 4e junij 1697 is verdeelt ingevolge de deijlinge voor schout en schepenen alhier gepasseert waartoe verder wert gerefereert.

Ten vierde soo is Johannis Verschuren bij blinde lotinge geloot gecavelt en beerfdeelt eerstelijk op twee geerden hooij en weijlant, gelegen inden polder alhier in een stuk van ses geerden gemeen en onverdeelt met Huijb Melisse Otgens en Wouter Verschuren die op de resterende vier geerden sijn bevallen, belent ten oosten vande heele ses geerden Heijltje Peeters Zeijlmans weduwe Wouter Stevens Zeijlmans en ten westen de voornoemde weduwe Wouter Stevens cum suis, streckende uijt den zuijden vanden caesloot aff noordwaards in tot den halven schaijsloot toe.

Noge een parceel zaijlant gelegen in ’s Grevelduijn Grootwaspik inde lange ackers tusschen erffenisse van Seger Swalp oost en west d’erfgenamen van Willemijn Jans weduwe Jan Vos, streckende uijt den zuijden vande korte ackers aff noordwaart in tot den acker van de weduwe Joost van Vugt toe.

En ten laatste nog op drie vierde parten van een binnenbijster mede gelegen alhier gemeen en onverdeelt met Arien de Zeeuw, belent ten oosten Gijsbert van Malsem cum suis, en ten westen Huijbert de Ruijter, streckende uijt den zuijden vande ackers aff, noordwaard in tot den dwarssloot aande wiel oft de erve van Arien de Zeeuw cum suis toe.

Ten vijffden soo is Huijbert Melisse Otgens als in huwelijk hebbende Adriaantje Verschuren bij ’t trecken van blinde loten geloot gecavelt en beerfdeelt eerstelijk op twee geerden hooi en weijlant gelegen inden polder alhier in een stuk van ses geerden gemeen en ongedeelt met Johannis Verschuren en Wouter Verschuren die opde resterende vier geerden sijn bevallen, belent ten oosten vande heele ses geerden heijltje Peeters Zeijlmans weduwe Wouter Stevens Zeijlmans en ten westen de voornoemde weduwe Wouter Stevens cum suis, streckende uijt den zuijden vanden caesloot aff noordwaards in tot den halven schaijsloot toe.

Nog op ’t geregte een vierde part van eenen acker zaijlant metter veldeken daat teijnde gelegen onder Twaalftalve Hoeve Grootwaspik sijnde groot anderhalve moer acker waarvan de andere drie vierde parten toe behooren Laureijs van Dongen cum suis, belent ten oosten van vanden heelen acker Bastiaan Vassen en ten westen Peeter van den Berg cum suis, streckende uijt den noorden vande halve herstraat aff zuitwaard in tot ’t oude vaartje toe.

En ten laatsten nog op ’t geregte een vierde part van een moerveldeken gelegen onder Twaalftalve Hoeve Grootwaspik, waar vande andere drie vierde parten toebehooren Laureijs van Dongen cum suis, belent ten oosten van ’t heele veldeken Jan Janse de Bont en ten westen ’t velt van Jan Pardaan, streckende uijt den noorden van ’t oude vaartje aff zuijtwaard in tot ’t cloosters goet van Santvooren nu Michiel van Iersel toe.

Ten sesden soo is Johanna Verschuren weduwe van Lammert Zeijlmans bij blinde lotinge geloot gecavelt en beerfdeelt eerstelijk op de geregte helft van negen tiende parte van drie vierde geert hooij ende weijlant, gelegen in de polder alhier waar van ’t resterende een tiende part toe behoort ’t kint van Johanna van Dun in een stuk van seven en een geert, bedeelt op den oostenkant en Jan Peeters Zeijlmans met de wederhelft op den westenkant belent ten oosten vande heele seven en een halve geert Marijnis Elemans cum suis, en ten westen Antonij Matijsse Coninx cum suis, streckende uijtten zuijden vande caesloot aff noordwaard in tot den halven schaijsloot toe.

En ten laatsten nog op de geregte helft van eenen acker zaijlant mede gelegen alhier in Twaalftalve Hoeve waar vande wederhelft is bevallen op Adriaan Verschuren, belent ten oosten vanden heelen acker Jan Nobel en ten westen de weduwe Adriaan Blankers, streckende uijtten noorden vanden bijster vande weduwe Adriaan Blankers aff, zuijtwaard in tot Cuijopers leije toe.

Tot naarkominge en prestatie van alle ’t gene voorscreven staad, verclaarde sij comparanten gesamentlijk te verbinden en ten onderpand te stellen alle hare goederen hier voren aan ider aanbedeelt en voorts hare personen en goederen present en toekomende egeene uijtgesondert deselve stellende onder verbant en bedwang als na regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert en Cornelis Sagt, schepenen in Waspikop dato voorszegt.

ondertekening

in kennise van mij

dit ist rondje met vert. streep merk bij Huijbert Schep gestelt

Fol. 15 vo

in de kantlijn: uijtgemaakt

Inventaris gedaan maken ende aan schout en schepenen van Grootwaspik overgegeven bij Aert Vrint weduwnaar van Barbara Broekhoven, woonende alhier en en dat van soodanige goederen en effecten als hij met de voornoemde sijne huisvrouw zaliger is besittende geweest en nog besittende is soo en in manieren als volgt:

Eerstelijk een huijs, hoff, erve en delle staande en gelegen alhier tusschen erffenisse van Aart van den Heuvel oost en de weduwe Cornelis Hendriksen Schoenmakers of haar soon westen, streckende uijt den zuijden van de halve herstraat aff noortwaart en tot de cae toe, sijnde belast met een custingbrief van veertien hondert en vijftig guldens,

en daar in bevonden

twee veersbedden met sijn toebehoren,

4 paar slaaplakens, 2 deeckens,

4 paar hooftfluwijnen, 1 ledikant,

een kas met een aarde stelsel

3 tafels en een werrik tafel

1 txerakje, 1 spiegel, 2 scheldergen

2 kapstocken, 1 blaijke, 2 schenkborden

1 schotelrek met eenige aarde schotelen en borden

5 tinne schotelen groot en cleijn

1 koperen bedpan, 3 do cetals groot en cleijn

1 koperen teeketel, 1 tinne trekpot en eenig teegoet

1 etens spindeken, eenige stoelen

t geene inden winkel is, is is ontrent waardig 20 gls

2 ijsere potten, 1 staande ijsere plaat, 1 vuurijser

1 tang, 1 roostel, eenige tinne lepels

Nog een parceeltje lant en bossen gelegen onder Dongen waar op uijtegaateen rente van 22 gls sjaars en waar van seven a agt jaren sijn verloopen, sijnen ontrent de waarde van dien, dus memorie

verdere lastige schulden

Eerstelijk een obligatie van 550 gls capitaal sprekende ten behoeve van (iets erboven geschreven) Martinus Ackerdijck tot 4 procento van interest en sijnde van dato den 20 jannuarij 1727 waar op twee jaar interest sijn verloopen.

Nog staan in Hollant en elders te betalen verscheijden schulden die hij niet pertinent kan opgeven, dus memorie.

Aldus gedaan en geinventariseert naar t opgeven vande Aart Vrint verclaarende sulx gedaan te hebben naar waarheijt sonder ter quader trouwe jets verswegen of agter gehouden te hebben. Actum ter presentatie en overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Cornelis Buijs, schepenen, desen 5e meij 1739

ondertekening

in kennisse van mij

Fol. 16 re

inde kantlijn: uijtgemaakt

Op huijden den 5e maij 1739 compareerde voor ons schout en schepenen van Grootwaspik ondergenoemt Aart Vrint weduwnaar van Berbara Broekhoven ter eenre; ende Jan Vrint als aangestelde voogt en Wouter Maas als toesiende voogt vande drie onmondige weeskinderen vande voornoemde Aart Vrint bij hem in huwelijk verweckt aan Berbara Broekhoven voornoemt met name Sijmen, out ontrent 9 jaren, Arnoldus, out ontrent seven jaren ende Jan, out ontrent een jaar, ter andere seijde:

Ende sijn de voornoemde comparanten in hare voornoemde qualiteiten (met consent en ten overstaan van schout en schepenen alhier) naar alles wat overwogen en den staat en inventaris des inboedels ingesien te hebben metten anderen veraccrdeert en verdragen invoegen en manieren als volgt te weten dat den eersten comparanten alle de goederen en effecten die hij mette voornoemde sijne huijsvrou heeft beseten gehat en nog besittende is, soo wel active als passive, en sulx geene uijtgesondert omme bij hem daar mede gedaan en gehandelt te worden als met sijn vrij eijgen goet, sonder bekroon van imant, onder dese speciale conditie nogtans dat den 1e comparant gehouden en verbonden blijft sijne voornoemde kinderen op te voeden ende te alimenteren in cost en drank, cleedinge en raedinge, soo wel siek als gesont egeenen tijt van parijkel uijtgesondert deselve te laten leeren lesen en schrijven en een goet handwerk off ander exercitie te laten leeren, waar toe deselve naar den staat des boedels best bequaam sullen bevonden worden en dat tot haren mondegen dage, huwelijken off anderen geapprobaerde state toe, als wanneer hij daar en boven sal gehoude sijn aan ider van deselve uijt te reijken en voldoen eene somme van vijff guldens eens sonder meer in voldoeninge van hare vaderlijke goeden off legitime portie.

Tot naarkominge en presentatie van alle het geene voorschreven staat, verclaren sij, comparanten, te verbinden hare persoonen en goederen present en toekomende, egeene exempt deselve stallende onder verbant en bedwang als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Conincks en Cornelis Buijs, schepenen.

in kennisse van mij

Fol. 16 vo

in de kantlijn: uijtgemaakt

Inventarisatie gedaan maken en aan schout en schepenen van Grootwaspik overgegeven bij Adriaantje van der Laar, huijsvrouw van Aart Schouten, woonende tot Raamsdonk en Cornelia van der Laar weduwe van zaliger Rombout van Emmelen ende dat van soodanige goederen en effecten als hare moeder Adriaantje van Gorcom, weduwe van Jochem van der Laar, metter doot heeft ontruijmt ende naargelaten soo en in manieren als volgt:

Eerstelijk een huijs, hoff en erve staande en gekegen alhier tusschen erffenisse van Reijnier Boom oost en Jasper van Selm west, streckende uijtten zuijden van de halve herstraat af noortwaart in tot het kerkhoff toe.

Nog ses geerden lant gelegen inden polder alhier, belent oosten Huijbert van Hassel en ten westen den armen alhier, streckende uijtten zuijden vanden caesloot af noortwaart in tot den halve schaijsloot toe.

Nog een buijtendele gelegen alhier op den westen kant van Vroukensvaart, groot ontrent vier hont, belent ten zuijden Johanna Zeijlmans en ten noorden de erfgenamen van Adriaan Pols, streckende uijt den oosten van de halve Vroukensvaart af westwaart in tot den halven sloot vande del van Arnoldus van Son toe.

meubilaire goederen

2 stucken linne op de bleijk, groot ontrent 60 ellen, 2 bedden en hooftpeuluwen, 3 hooftkussens, 3 wolle deeckens, 2 gordijnen voor de bedtste en 1 rabat, 1 teerek en daar in 5 schoteltjes , 2 kopjes en twee trekpotten, soo gebroken als ongebroken,

1 tinne waterfles, 1 tinne waterpot, 1 spatkom, 1 bloempot, 1 paar schoen en 2 paar muijlen, 1 copere bedtpan met een ijsere steel, 2 lepelreckjes, 15 tinne lepels, 1 schotelreck, 7 galaije schotelen, 7 tinne schoteltjes, 1 tinne kommeke, 1 tinne mostertpot, 1 tinne boterpot, 1 tinne teepot, 1 kamerbordt, 1 Keuls kanneke, 1 galaije kanneke met 1 tinne decksel, 1 witte com, een wit olijkanneken, 1 schulpschotel, 1 galaije schptel, 1 schotelrek met 6 witte borden, 1 spiegel, 1 copere lamp, 1 blicke teebus, 1 schriflaaij, 1 blicke gieter, 1 copere panneke met ijsere steel, 1 coxke, 1 etens spint, 1 lantaarn, 1 houte kandelaar, 1 strijkijser en roosteltje, 1 schoorsteenkleet, 3 flessen, 2 bierglaaskes, 1 romerke, 1 cnaap, 1 wateremmer, eenige aarde potten en testen, 1 sweveldoosje, 1 roostel, 1 vleesrick, 1 aalspit, 2 vouthengels, 1 koekschup, 1 tinne bierkan, 1 kopere schuijmspaan met een ijsere steel, 3 ijsere potten, 3 tafels, een naijmandeke, 7 stoele, 1 kopere wasketel, 1 kleijn kopere keteltje, 1 kopere teeketel, 1 ijsere lat, 1 haal, 1 tang, 1 schup, 1 hangijser, 1 koekpan, 1 bijl, 1 hakmes, 1 strooije hoet, 1 tonneke met out ijser, 1 stelleke, 1 wastob met kalk, eenige rommeling op solder, 1 spinnewiel,

een eijke kast en daar in bevonden 7 slaaplakens, 10 hemden, nog gesneden laken tot een hemt, 8 kussenslopen, 2 tafelakens, 6 servetten groot en kleijn, 1 witte gordijn, 18 covelmutsen, 2 opgelede mutskens, 5 kapkens, 3 halsneusdoeken, 5 ondermutsen, 2 neersteltjes, 2 voorschooij, 1 seije cap, 1 swart saije regenkleet, 1 paar voormoukens met kant, 1 bonte neusdoek, 1 kastborstel, 2 paar swarte hant, 1 swarte mof, 1 blauwe wolle sloof, 1 sersie de boise borstrok, 1 cattoene en 1 swarte manteltje, 1 stoffe japon, 1 stoffe rok, 1 swarte lakense japon, 1 swarte lakense rok, 1 testament met 1 copere slot, 1 ?? vlas en garen samen, 1 reijssak, 1 sersie de bose rok, 1 sersie rok, 1 stiklijf, 1 creppe manteltje, 1 benneke met lappen, nog eenige rommeling

nog eenige torf en branthout in ’t agterhuijs,

eenige stuijvers cleijngelt bevonden die uijt sijn gegeven

nog eenig speck aan den solder

inkomende penningen

Een kusting brief ten laste van Reijnier Boom ter somme van 170 guldens.

Eeen huurceel vande ses geerden ten laste van Joost Verschuuren waar op wegens ’t jaar 1732 nog rest 36 guldens.

Den voornoemde Joost Verschuren is nog schuldig van outs ………………………..

Jochem Jacobus Zeijlmans is aanden boedel schuldig wegens hure van een gebint in ‘t huijs ………………

Adriaan Schouten insgelijx

De verdere schulden per memorie.

Lastige schulden

een obligatie ten behoeve de weduw Cornelis Cetelaar groot in cappitaal 250 guldens.

Nog eenige doot en andere schulden waarvan de nette som nog niet is bekent.

Aldus geinventariseert naar ’t opgeven vande persoonen in ’t hooft deses gemelt, verclarende sulx naarde waarheijt bij haar alsoo te sijn opgegeven en presenteerden het selve ten allen tijden des noots en versorgt sijnde met eede te sullen bevestigen.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Schep en Cornelis Sagt, schepenen, desen 14 maij 1739.

in kennisse van mij,

ondertekening

dit ist (cirkel met verticale streep) merk bij Huijbert Schep gestelt

Fol. 18 re

in de kantlijn: uijtgemaakt op zegel van 48 stuijvers

Scheijdinge ende erfdeelinge die bij desen doende en aan schout en schepenen van Grootwaspik overgevende sijn Peter Adriaan van Dongen in huwelijk hebbende Maria Janse Rossums, soo voor sig selven en als last en procuratie hebbende van Cornelis Adriaan van Dongen in huwelijk hebbende Maria Michielse Rossums, Bastiaan van Aalst in huwelijk hebbende Anna Andriesse Rossums, Jan Wouters Canters getrout met Adriana Michielse Rossums, als blijkt bij de procuratie gepasseert voor den notaris Adriaan de Grandt en sekere getuijgen tot Oosterhout in dat den 3e september 1738 ende nog als aangestelde voogt over Berbera Andriesse Rossums, dogter van Andries Michielse Rossums volgens acte van voogdije en authorisatie van wethouderen vande vrijheijt van Oosterhout mede van dato den 3e september 1738, item Pieter Cetelaar als last en procuratie hebbende van Pieter Michielse Rossums als blijkt bij procuratie mede gepasseert voor de notaris Adriaan van Gils en sekere getuijgen tot Oosterhout en dato 19e februarij 1739, alle aan ons schout en schepenen van Grootwaspik geexhibeert en gebleken en alhier ter secretarie gexegistreert tot dewelke om kortheijdshalven wort gerefereert, alle susters en broeders en susters en broeders kinderen van Crijn Michielse van Rossum, ter eenre, mitsgaders Wouter de Bodt als in huwelijk hebbende Maria Stoffels de Hoog, soo voor sig selven en als bij desen geregte aangestelde voogt en Arien Marcelisse Coninx als toesiende voogt over de minderjarige kinderen van Peeter Stoffels de Hoog en sulx kint en kints kinderen van Neeltjen Vermeijs, in die qualiteijt alle erfgenamen van Crijn Michiels van Rossum en Neeltje Vermeijs, in haar leven egteluijden gewoont hebbende alhier, ende dat van soodanige goederen en effecten als door den voornoemde Crijn Michiels van Rossum en sijne huijsvrouw metter doot sijn ontruijmt ende naargelaten ende dat ….. soodanige goederen en gelden als uijt de voorszegde nalatenschap reets gemaakt en ingevolge de generale reeckening en liquidatie van die nalatenschap op den 7e deser gedaan en gesloten sijn overgeschoten ende sijn de voornoemde goederen en effecten onder de voornoemde comparanten inder minnen verdeel,t te deele gevallen als volgt

Eerstelijk soo is Peeter Adriaan van Dongen en Pieter Cetelaar in qualiteijt als in ’t hooft van dese is gemelt, bevallen op eene somme van 461:3:0, ‘t gene hij volgens de generale reeckening en liquidatie was schuldig gebleven nog op vijff guldens tien stuivers aan ongemunt silver, nog op het geregte 1/6 part van eenen acker zaijlant, gelegen tot Oosterhout , sijnde op den 2e maij 1739 verkogt volgens publicque conditie van verkoopinge ten overstaan van heeren wethouderen van Oosterhout, gepasseert in ’t geheel voor de somme van 210 guldens en dus voor 1/6 part tegens 35 guldens.

Nog op het geregte 1/15 part van een huijs enz, staande opden pat tot Oosterhout, gemeen met Jan Huijbertsen Lockerbol cum suis, tegen de somme van dertig guldens.

Nog op een somme van 636:3:2 makende de voornoemde posten samen uijt eene somme van f 1167:16:2, van welk 636:3:2 sij eerste comparanten bekennen ontfangen te hebben doorhaling eene somme van 570:1:2, en sullen de resterende 66 guldens 2 stuijvers door de weeskinderen van Peeter Stoffelse de Hoog moeten worden voldaan op den 1e maart 1740 als wanneer de laatsten paij van de schuijt van Jan Vassen de Hoog, waarvoor Crijn van Rossum was borg gebleven is ’t schenen.

Hier tegens soo is Wouter de Bodt no ux: voor sijn ¼ bevallen op eene somme van 387:17:8, ’t geene hij volgens voornoemde generale reeckening en liquidatie was schuldig gebleven.

Nog op een obligatie van 450 cap’s en 33 guldens van verschenen intrest, dewelke hij aan den boedel schuldig was, sijnde van dato den 15 julij 1737 en welke obligatie hier mede wort gehouden voor geroijeert, welke twee posten te samen comen te bedragen ter somme van f 870:17:8, en moet Wouter de Bodt voor sijn ¼ part trecken 583:18:1 en vervolgens heeft hij op data deses voldaan aan Peeter Adriaan van Dongen en Peeter Cetelaar in egalisatie van sijn bevallen lot eene somme van 286:19:7.

Eijndelijk soo sijn Wouter de Bodt in qualiteijt als voogt en Arien Marcelisse Coninx als toesiende voogt vande onmondige weeskinderen van Peeter Stoffelsen de Hoog en sulx ten behoeven van voornoemde kinderen voor ¼ part bevallen op een buijtendelle, gelegen alhier tusschen erffenisse van Jan Lips cum suis oost en Thomas de Bont cum suis west, streckende uijtten zuijden van de halve sloot tussen dese del en den hoff van Adriaan Schouten af noortwaart in tot de halve oude straat af Cleijnwaspik toe, sijnde belast, met welke is geweerdeert op een somme van 650 guldens en moeten de voornoemde kinderen voor haar ¼ part trecken 583:18:1, en vervolgens moeten sij uijtreijcken aan Peeter Adriaan van Dongen en Pieter Cetelaar in hunne voornoemde qualiteijt op den 1e maart 1740 eene somme van 66:2:0.

Verder is tusschen partijen condividenten ondersproken dat alle de posten dewelke op de generale reeckeninge en liquidatie doorhaling van dato den 4e deser sijn ge bragt voor memorie, ende als proffijtelijke schulden behooren tot desen boedel sullen behooren sijn ende   blijven in gemeijnschap.

Ook is nog speciaal conditie dat alle actien ende pretentie dewelke ten lasten desen boedel reets sijn ofte binnen den tijt van twee jaren na dato seses te voorschijn komen bij de respective condividenten gelijkelijk sullen werden gedragen na rato.

Aldus desen deijlinge in voegen voorschreven gedaan ende hebben partijen den eer tot proffijt vanden anderen vertijd en vertagen na den regte van Zuithollant, verclarende ider met het sijne te vrede te sijn en als hun eijgendom te aanvaarden met sijne wegen, stegen, dijken, dammen, schouwen, leijen, ’s heeren chijnsen en andere nabure regten mitsgaders de renten en cijnsen op het goet tot Oosterhout en alhier gelegen staande als ook met de baten, schaden en geregtigheden met regt daartoe en aan behoorende. Aldus gedaan en gepasseert ten Overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert schep en Cornelis Sagt, schepenen, in Waspik desen 19e maij 1739

in kennisse van mij

ondertekening

dit hantmerk (cirkel met verticale streep) is bij gestelt

in de kantlijn:

Wij ondergeteijkende Peter Adriaan van Dongen en Pieter Cetelaar in qualiteijt hier nevens genoemt, bekennen voor Wouter de Bot als voogt van kinderen van Peeter Stoffels de Hoog vande nevenstaande uijtreijking ter somme van ses en sestig guldens twee stuijvers voldaan en betaalt te sijn. Actum den 3e maart 1740.

Fol. 19 vo

Op huijden den 21 maij 1739 soo willen de meerderjarige ende voogden vande minderjarige kinderen en erfgenamen van Adriaantje van Gorcom weduwe Jochem Fransen van der Laan publiquende voor alleman (met consent en ten overstaan van schout en doorhaling geregten alhier) bij forme van erfhuijs verkoopen de meubilaire goederen soo als die te berde sullen worden gebragt op de conditien hier naar volgende :

Eerstelijks wie eenig goet biet sal gehouden wesen te blijven bij sijn gebot op een boete en breuke van 100 goude realen te verbeuren goet van goude en swaar van gewigte.

Den officier hout den 1e, 2e en 3e roep aan sijn selven wil niemant bevatten of ook niet bevat of agterhaalt sijn.

De coopers of mijnders sullen gehouden sijne hare beloofde coopennen te betalen gereet en contant aan de tafel alvorens sij hare verkogte goederen van ’t erf sullen mogen vervoeren en soo imant sijn goet van ’t erf sonder eerst te betalen btagt, sal verbeuren aande officier 30 stuijvers den welke ’t belooft gelt en boete tot lasten vanden overtreder sal invorderen cum expensis.

De verkoopers houden aan haar ses lossen en sullen geven voor ider los twee stuijvers.

De coopers sullen boven de cooppenningen mede gereet moeten betalen van de meubilaire goederen van idere gulden een en een halve stuijver.

De verkoopinge geschiet stootsvoets sonder in eenige over of minder mate gehouden te sijn.

Het linnen en wollen tot lijve van Adriaantje van Gorcom weduwe   vander Laar behoort hebbende is in coop aangenomen bij Cornelia van der Laar   om

38:

--:

--

een eijke kist, Barent van Waspik 0: 6: --
een eijke tafel, Cornelia van der Laar 0: 15: --

een spinnewiel, Corstiaan Arms

inde kantlijn: gelost bij Adriaantje

0: 7: --
een schabel, Corstiaan Arms 0: 7: --
houtwerk vande bijl en een wij, Barent van Waspik 0: 5: --
een bodten riek, Maria Buijs 0: 6: --
een houte hooi balans, Maria Buijs 0: 4: --
een houte balans, Thomas de Bont 0: 5: --
een wateremmer, F. Artel 0: 5: --
2 manden een corfke en meeltonneke, B. van Waspik 0: 7: --
een ijsere potje, Cornelia van der Laar 0: 8: --
een ijsere pot, Hend. van Hove 0: 9: --
een tonneke met out ijser, Tomas de Bont 1: 8: --
een ton en keesbol en potten, G. van Peer 0: 2: --
een pollepel en eenig aardewerk, Hendrik vanden Hove 0: 2: --
een stelleke, Dirk de Hoog 0: 2: --
een torfton, Teunis de Hoog 0: 3: --
eenig aardewerk en sluijtmandeke, secretaris 0: 6: --
een cnaap en een tafeltje, Hend. van Hove 0: 7: --
een ijsere pot, secretaris 0: 5: --
een boterpot en scherm, Cornelia de Laat 0: 4: --
3 stoelen een vercken enz., Adriaantje van Malsen 0: 11: --
een tang, schup enz., Teunis Vassen de Hoog 0: 4: --
een kookpan en hangeijser, de weduwe Tomas Rijken 0: 3: --
een ijsere lat, secretaris 0: 18: --
een roostel, lantaarn en sweveldoosken, Corn de Kleijn 0: 5: --
een strijk, een roosteltje en eenig gewigt, Cornelia vander Laar 0: 17: --
eenige ijsere bollen, Jan van Oijen 0: 5: --
een koekschup en enige ijsere roeije, sleutels enz, Mattijs   Scheers

0:

9:

--

een spiegel, Adr. Smits 0: 16: --
een blecke gieter, Cornelia vander Laar 1: --: --
een capstok en 3 schorten, Ad. Smits 0: 1: --
1 blompot, boterschoteltjes enz, Adriaantje vander Laar 0: 6: 8
1 schotelreck,   mr. Cetelaar 0: 6: --
1 kandelaar, houte maten enz, Maria Buijs 1: 5: --
1 schulp en 2 galaije schotelen, Cornelia vander Laar 0: 4: --
3 galaije schotelen, Cornelia vander Laar 0: 8: --
2 dito, Adriaantje van Malsen 0: 6: --
eenig grof coffie en teegoet, Cornelia vander Laar 0: 4; --
1 teereckje en schuijmspaan, Adriaantje van der Laan 0: 13: --
1 copere lamp, meester van Oosterhout 0: 5: --
1 oliekanneke en 2 bierkannekes, Cornelia vander Laar 0: 3: --
1 tinne boterpot , commeken,   mostertpot en trekpot, Cornelia vander Laar 1: 13: --
2 botteltjes enz, Huijbert Vos 0: 1: 8
1 copere teeketel, Cornelia van der Laar 1: 18: --
2 lepelrecken, 17 lepels, Hendrik Camp 1: 8: --
4 witte borden, Teunis Vass. de Hoog 0: 2: --
1 bijl, hakmes enz, den schout 0: 6: 8
een copere bedtpan, Cornelia vander Laar 1: --: --
1 tinne pispot, Corn. vander Laar 0: 18: --
1 copere keteltje, Peeter van Alphen 2: 4: --
1 copere snijp en panneken, Jan Oijen 0: 8: --
1 tinne waterfles, Adr. vander Laar 1: 15: --

een kopere wasketel, Joh. Vassen

in de kantlijn: gelost bij Adriaantje vander Laar

7: 2: --
een kanne bordt, Wout. van Dusseldorp 0: 5: --
een schotelrek, Teunis de Hoog 0: 5: --
2 tinne schotelen, Jan van Oijen 1: 5: --

2 dito, Jan van Oijen

in de kantlijn: gelost bij Adriaantje vander Laar

2: 3: --
2 dito, Cornelia vander Laar 1:    
1 dito, Adriaantje van der Laar 1: 2: --
1 ijsere pot, Wout van Dusseldorp 0: 4: --
1 tinne kan, Ant. Kasten 1: 4: --
2 groene gordijnen en rabat, Adriaantje van der Laar 0: 13: --
1 schoorsteenkloot , Claas Jans van Kassel 0: 2: --
1 witte deeken, Arien Mari. Coninc 1: 10: --
een groene deeken, Corn. van der Laar 0: 8: --
een witte deken, Adriaantje van der Laar 2: 4: --
1 bed, 1 hooftpeulu en 1 kussen, Willem Packé 8: --: --
1 bed, 1 hooftpeulu en 2 kussens, Cornelia van der Laar 14: --: --
1 etensspint, Huijbert Schouten 0: 8: --
1 eijke tafeltje, Huijbert Vos 0: 17: --
4 stoelen, Geerit van Peer 0: 8: --

een eijke kas, Fransus Artel

in de kantlijn: gelost bij Adriaantje van der Laar

5: 01: --
een leer, Fransus van den Hout 0: 6: --
1 kist, Cornelia van der Laar 0: 2: --
eenigen torf en branthout, Cornelia van der Laar 1: 5: --
2 houten en wat riet, Geerit van Peer 0: 14: --
1 verkensbak en leerke, Claas Janse van Kassel 0: 4: --
½ oxhooft met zalk, Adriaantje van der Laar 0: 15: --
eenig speck, Adriaantje van der Laar 1: 5: --
1 glaase en roomerke, Maria Buijs 0: 3: 8
1 lapscheer, Maria Buijs 0: 1: 8
1 out verke en eenige lorren, Corn. Kasten 0: 4: --

Aldus dese verkoopinge regtelijk gedaan ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Schep en Cornelis Sagt, schepenen in Waspik, desen 21e maij 1739, en is de minute bij deselve geteijkent

quod attestor

ondertekening

De heele erfhuijsceel bedraagt          119: 7: 8

comt de xie penning                              2:19:12

Fol. 21 vo

in de kantlijn: uijtgemaakt

Inventarisatie gedaan maken ende aan schout ende schepenen van Grootwaspick overgegeven bij Jan Vrint en Bernardus Rasen, als bij schout en schepenen van Grootwaspick aangestelde curateurs over den geabandonneerden boedel en goederen van Aart Vrint weduwnaar en boedelhouder van zaliger Barbara van Broekhoven in sijn leven gewoont hebbende ende overleden alhier en dat van soo danige goederen en effecten actien en crediten, als dan voornoemde Aart Vrint metter doot heeft ontruijmt ende naargelaten soo ende in manieren als volgt:

Eerstelijk een huijs, hof, erve en delle, staande en gelegen alhier tusschen arffenisse van Aart van de Heuvel oost, ende de weduwe Cornelis Hendrix Schoenmakers west, streckende uijtten zuijden vande halve herstraat af noortwaart in de cae toe.

Nog een parceeltje lant off bos gelegen tot Dongen waar van Peeter Sijmen Joosten jaarlijx soo lang hij leeft moet trecken 22 a 23 guldens sijnde meer als het jaarlijx kan opbrengen en waar van nog eenige jaren ten agteren staan.

Meubilaire goederen inde kamer

Een groote eijke kast met een galaije stelsel daar op

en daar in bevonden:

3 slaaplakens, 3 tafellakens, 6 mans hemden, 7 kussensloopem, 1 servet, 3 dassen, 4 paar voormouwen, 3 gardijntjes, 2 kastdoeken, eenig kindergoet, 2 neersteltjes, 1 blauwe kussensloop en voorschoot, 4 kovelmutsen, 31 tobbeken,

5 tinne schottelen, 1 tinne boterpot, 2 kapstocken, 1 blecke teepot, 2 schelderijen, 1 schotelreck met 4 galaije schotelen en 5 borden, 1 copere vuurpan met ijsere steel,

een ledikant behangen met 3 gardijnen en 1 rabat, 1 bedt hooftpeulu en twee hooftkussens, 1 witte deecken, een schoorsteenkleet.

De winckelbancken en daar in bevonden: 2 lapkens stermijn, twee lapkes stersie de bois, een lapke damast, 2 lapkes calemunk, een lapke greijn, een houte doos en eenig kemelshaar, een dooske, 2 copere schalen en ijser balans, een schaar, een stuk linne laken, eenige cnoopen, een spiegel, een roostel, 6 tinne lepels, een teeblaatje, 1 tinne kan, 1 teereck, 8 fijne teekopjes, en 9 schoteltjes, 4 galaije borde, 2 kopere schaaltjes, 2 houte schenkbordekens, 3 kopere ketels soo groot als cleijn, 1 uijttreckende tafel, 1 ovale tafel, 6 stoelen,

op de kamer

een cleermakers werktafel, een schaar, 2 persijsers, een ijsere confoor, 1 kalkmant, 1 glase rekje, 8 grove coffi schoteltjes en coppens, 4 fijne teeschoteltjes, 1 blecke teebus, een aarde deurslag, 1 lepelbort en eene lepel, een rasp, 1 coffidooske, 1 houte kandelaar, 8 galaije schotelen, 1 tinne trekpot, 1 gaaij schotel met drie borde, 1 schoorsteenkleet, 1 ovaal teetafeltje, 1 lenghaal, 1 witte deecken, 1 tinne casten bedt, 1 strijckijser roosteltje, 2 gardijnen en een rabat, 1 stoel, 1 etenspint, 1 tinne perperbus, 1 tinne lul, 1 roije aarde pot, 1 kopere lamp, 1 wit melktonneken,

op de geat

1 spinnewiel, 1 wateremmer, 2 ijsere potten, 1 pollepel, 3 aarde schoteltjes, 1 kantdoekje, nog eenige rommeling,

in de keuken

1 torfton, 1 ijsere ketting, 1 koekpan en hangijser, 1 asschup en tang

int achterhuijs

1 vleijston en deksel, 1 wastob

lastige schulden

Eerstelijk staat te betalen aan Juffrouw Otgens en haar kinderen veertien hondert en vijftig guldens wegens de custingpenningen van t huijs en del, met eenigen intrest,

Nog staat te betalen aan de heer Martinis Ackersdijk een hipoteeck van vijff hondert en vijftig guldens capitaal met eenigen intrest,

Nog de dootschulden per memorie

De verdere schulden sijn niet te vinden of bekent,

profijtelijke schulden

eerstelijk staan eenige posten in het schultboek open dus ……….memorie

Aldus dese inventarisatie regtelijck gedaan volgens aanweijsinge van Geertruij Vrint, verclarende niets ter gaader trouwe agter gehouden off verswegen te hebben, en soo er nog iets mogte te binnen komen, neemt sij aan deselve ren allen tijde te sullen opgeven. Aldus gedaan en gepasseert ten bijwesen van curateuren ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Thomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepenen in Grootwaspik, desen 10e junij 1739.

In kennise van mij,

ondertekening

Dit is t kruis hantmerk bij Tomas Zeijlmans gestelt

Fol. 22vo

Op huijden de 15e junij 1739 soo Willem Jan Vrint en Bernardus Rasen als aangestelde curateurs vanden geabandonneerden boedelen en goederen van Aart Vrint publiecq ende voor alle man ten overstaan van schout en schepenen alhier bij forme van erfhuijs ad opas jus hadentium, verkoopen de meubilaire goederen bij den voornoemde Aart Vrint naargelaten soo als die te berde sullen worden gebragt op de conditien hier naar volgende:

eerstelijk wie eenig gelt biet sal gehouden wesen te blijven bij sijn geboot op een boete en breucke van 100 goude realen te verbeuren goet van goude en swaar van gewigte te gaan naar pag en regt.

De coopers off mijnders sullen gehouden sijn hare beloofde cooppenningen te betalen gereet en contant alvorens sij hare gekogte goederen vant erff sullen mogen vervoeren en soo imant sijn goet vant erff sonder eerst te betalen bragt, sal verbeuren aande officier sertig stuivers den welken t belooft gelt en boete tot laste vanden overtreder sal invorderen cum exp.

De coopers sullen boven de cooppenningen mede gereet moeten betalen vande meubilaire goderen van idere gulden 1½ stuiver.

De verkoopinge geschiet stoot voets sonder in eenige ander off overmate gehouden te sijn.

een tee-tafel, Peeter Latouwe 0: 15: --
1 lepelbort met tinne lepels, Hend. Clasen 0: 5: --
1 groote schaar, priem en persijser, Maria Schippers 0: 13: --
1 groote schaar, persijser, Fransus Artel 0: 4: --
1 lenhaal en asschep, Maria Buijs 0: 4: 8
1 rasp en schuijmspaan, L. Wijdemans 0: 11: --
4 galaije schotelen, Adriaantje Berthouts 0: 9: --
3 dito, Geertruij Vrint 0: 10: --
2 witte borde 1 schotelrek 1 aarde pot en 1 leest, Corn.   Wijdemans

0:

3:

8

1 strijkijser en roosteltje, Dirk Dolk 0: 14: --
1 tinne trekpot, blek buske, Corn. Wijdemans 0: 13: 8
1 tinne mostertpot, zoutvat, Peter van Waspik 0: 8: --
1 dito lul en peperdoos,   Jan Corn. Vermeijs 0: 16: --
1 vuurijser, Sijken de Laat 0: 12: --
1 houte kandelaar, 2 flessen en eenig grof teegoet, Maria   Schippers 0: 4: --
3 galaije schotelen, Corn. Ribbers 0: 7: --
2 aarde potten en 1 deurslag, Peter Cetelaar 0: 2: --
eenige aarde potten en borde, de weduwe Dirk Melsen 0: 1: 8
1 cofij dooske en 3 houte lepeltjes, de weduwe Moleschot 0: 4: --
1 koekepan en hangijser, Jan Corn. de Jong 0: 13: --
1 ijsere roostel, den secretaris 0: 9: --
1 ijsere ketting , Dirk Dolk 0: 6: --
1 ijsere latje inde haarstee, Jan Vrint o: 6: --
1 ijsere   confoor, Fransus Artel 0: 4: --
2 stoven, 1 brootbak en glasere rek, Peeter Latouwe 0: 9: 8
1 torfton, de weduwe Dirk Melsen 0: 5: 8
1 mant met lapen, Corn. Babtist 0: 3: --
1 roofshooft en varken, Laur. Wijdemans 0: 5: --
1 copere lamp,   Corn. Wijdemans 0: 5: 8
1 blecke lamp en tang, Dirk Dolk 0: 5: --
1 spigel, Corn.   Ribbers 0: 17: 8
1 bijltje en capstockje, C. Ribbers 0; 7: --
2 copere schaaltjes en wijwaterbakje, Geeret Camp 0: 5: 8
1 houte schenkbordeke, Jan Vrint 0: 3: --
1 dito, Jan Lips 0: 4: --
1 teerekje, Peeter Latouwe 0: 15: --
1 houte doos met een clijn doosken en kapstokje met eenig   keemelshaar, Peeter Verschure 0: 7: 8
1 teeblaatje, Fransus Artel 0: 3: 8
2 coopere schaaltjes en ijsere balans, Jan Vrint 0: 8: --
5 ijsere   fricketten, Maria Buijs 0: 3: --
1 wateremmer, Sijken de Laat 0: 11: 8
1 wit melktonneke met 1 deksel en schotel, J. H. de Bont 0: 12 : --
1 spinnewiel, Mechel van Cuijk 1: 4: --
2 gardijnen en rabat, Geertruij Vrint 0: 9: --
1 schoorsteenkleet, Geertruij Vrint 0: 5: --
1 schilderij, Geeret Camp 0: 5: 8
1 dito, Corn.   Ribbers 0: 6: 8
1 wastob, de weduwe Molenschot 0: 10: --
1 vleijston en deksel, Fransus Artel 0: 18: --
1 wastob, Peeter Vermeijs 0: 12: --
1 kopere bedpan met een ijseren steel, Jan Corn. Vermeijs 2: 5: --
1 deksel intkoker en 3 borden, de weduwe Peeter Dolk 0: 2: 8
6 galaije borden, Huijb. van Gils 0: 7: 8
4 dito schotelen, de weduwe Molenschot 0: 14: --
1 cleijn ijdere potje, Geertruij Vrint 0: 6: --
1 ijsere pot, Arien Marc. Coninx 1: 18: --
6 fijne schoteltjes en 5 copjes, Geertruij Vrint 0: 12: --
1 galaije   casstelsel, Corn. Batist 0: 11: --
6 fijne schoteltjes, 3 copjes, den schout 0: 16: 8
1 borst, Jan   Corn. Vermeijs 0: 3: 8
1 tinne schotel, de weduwe Molenschot 1: 2: --
1 dito bak, de weduwe Molenschot 2: 14: --
1 dito, Hend. Schoenmakers 2: 17: --
1 dito schotel, de weduwe Molenschot 1: 13: --
1 dito, Ad. van Hassel 1: 3: --
1 dito boterpot, 0: 10: 8
1 teebus, Geertruij Vrint 0: 3: 8
6 tinne lepels, Hendrik Clasen 0: 12: --
1 copere keteltje, Hend. Bijvoet 0: 14: --
1 grote copere ketel, Tomas van Tichel 9: 2: --
1 dito, Corn. van Wagenberg 5: --: --
1 pakje met cnopen, Hend. Clasen 0: 18: --
1 wit schoucleet, Jan Lips 0: 15: 8
1 kakstoel, Frans vande Hout 0: 17: --
1 linne beddeke en 2 cussens, Peeter van Dongen 0: 12: --
1 witte deecken,   Corn. Wijdemans 1: 6: --
1 bed en hooftpeulu, Dirk Dolk 12: 5: --
1 witte deecken,   Corn. Ribbers 1: 14: --
1 dito, Dirk Leijten 0: 16: --
1 schotelrek, Lammert Reckers 0: 8: --
1 copere teeketel, Hend. Clasen 1: 16: --
1 wit behangsel van t ledikant, Dirk Leijten 1: 17: --
1 tafellaken en cleerborstel, F.   Artel 0: 14: --
enige wanten, Jan Corn. de Jong 0: 3: --
2 stoelen, Mattijs Schoenmakers 0: 14: --
2 paar schoen en 1 paar clompen, Peeter Ketelaar 0: 7: --
1 groote stoel en 1 kinderstoel, Corn. Ribbers 0: 2: --
1 tinne kan, Jan vande Sande 1: 1: --
1 bed en hooftpeulu, And. Hoevenaar 25: --: --
2 hooftkussens, de weduwe Molenschot 4: 6: --
2 kussensloopen, Peeter Ketelaar 0: 12: --
2 slaaplakens, secretaris 0: 15; --
2 dito, Jan vande Sande 0: 6: --
17 allen nieut linne lakens tot 10½ st. de el, Corn. Wijdemans 8: 18: 8
1 tafelkleet, Jan Vrint 0: 7: --
1 stuk sersie de bois lang 10½   el tot 6½ d’el, Hend. Clasen 3: 8: 4
1 stuk stermijn lang 29 elle tot 4½ st d’el, C. van Salm 6: 10: 8
1 lapke calemink 1¼ el, Jan Langenek 0: 8: --
½ el kalemink, Corn. vander Eijke 0: 4: 4
2 ¾ el damast tot 13½ st.   d’el, Lamb. van Dongen 1: 17: 2
1 el fries dobbelsteen, de weduwe Peeter Dolk 0: 6: --
5½ el sersie de bois tot   7 st. d’el, de weduwe Moleschot 1: 17: 8
48 el stermijn d’el tot 4¼ st., Corn. Batist 10: 4: --
3½ el calemink tot 7 st. d’el, Peter Cetelaar 1: 4: 8
2 paar swarte cousen, Jan van de Sande 0: 17: --
1 bruijne camisool, Peeter van Waspik 2: 16: --
1 sersie rok, Lammert van Dongen 1: 6: --
1 calemink hemtrok, 1 gestreepte broek en 1 paar waggs, Corn.   Ribbers 1: 3: --
1 cleijn kinder tabbertje, Lammert van Dongen 0: 1: 8
2 paar voormoukes, Fransus Artel 0: 6: --
2 paar dito, Jan Lips 0: 5: 8
2 mans hemden, Jan vande Sande 1: 2: --
2 dito, Jan Lips 1: 12: --
2 dito, Jan Lips 1: 16: --
3 witte dassen, Jan Corn. de Jong 1: --: --
2 neersteltjes, Lammert van Dongen 0: 6: --
4 vrouwe mutsen, deselve 0: 3: --
2 neersteltjes, deselve 0: 5: --
2 vrouwe mutskens, deselve 0: 5: --
1 valhout en laijbant, de weduwe M. van Driel 0: 4: --
1 korfke met 6 cleijn kinder goet, Lamb. van Dongen 0: 13: --
1 blau casse sloop en voorschoot, Lam. van Dongen 0: 3: --
6 kovelmutse, Teunus Clasen Hoevenaar 0: 18: --
2 kaskleetjes en 2 gardijntjes, Jan Vrint 0: 6: --
2 kussensloopen, Mari Schippers 0: 10: --
3 dito, Frans van den Hout 0: 16: --
2 grove slaaplakens, de weduwe Peeter Dolk 0: 3: --
1 tafellaken en gardijntje, secretaris 0: 10: --
1 tafellaken, Mari Schippers 0: 11: --
1 dito, Aart vande Heuvel 0: 9: --
1 dito, de weduwe Dirk Melsen van Driel 0: 12: 8
1 tafellaken, Mari Schippers 0: 3: 8
2 slaaplakens, Corn. Ribbers 0: 8: 8
2 dito, Arien Coninx 1: --: --
1 dito, Jan van de Sande 0: 14: --
2 dito, Geertruij Vrint 0: 13: --
2 dito, Geertruij Vrint 1: 13: --
1 eijke kast, Peeter Camp 8: 10: --
1 werktafel, Corn. vande Eijke 0: 9: 8
1 tobbeke el   enz, Corn. Ficke 0: 8: --
1 ovale tafel, Fransus Artel 0: 16: --
1 uijt treckende tafel, Jan Vrint 0: 18: --
1 etens spinneke, Lammert Reckers 1: 13: --
5 stoelen, Corn. Wijdemans 1: 7: --
1 dito, Corn.   Ribbers 0: 8: 8
1 ledikant, Jan Vrint 1: 8: --
1 pot met eenig vet, Geertruij Vrint 0: 8: --
eenig loode gewigt, J. V. Salm 0: 3: --

Aldus dese verkoopinge regtelijk gedaan ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Schep en Cornelis Sagt, schepenen in Waspik, dese 15e junij 1739, die de minute nevens mij secretaris hebben onderteijkent.

quod attestor

ondertekeking

de erfhuijs ceel bedraagt f 186: 8: 2

comt den xie penning       f         13: 6

Fol. 25 re

Inventaris gedaan maken en aan schout en schepenen van Grootwaspik overgegeven bij Elisabet Janse Cloot weduwe van Wouter Biemans en dat van soodanige goederen en effecten als sij met den voornoemde garen overleden man heeft beseten gehat ende nog besittende is als volgt:

Eerstelijk een huijs en hof en acker, staamde en gelegen alhier op de oostenkant van Vrouwkensvaart tusschen erffenisse van Marcelis Zeijlmans zuijden Corstiaan Voegers en de kinderen van Hendrik Domen noorden, streckende uijtten westen vande halve Vroukensvaartse greppel af, oostwaarts in tot tot den acker van Aart de Bont cum suis toe.

Nog eenen waijdries gelegen tot Capel inde geer tusschen erffenisse van Paulus Bruijnenbaart zuijden en erfgenamen van Dirk Janse Voegers noorden, streckende uijtten westen vanden giersloot af oostwaart in tot den bijster vande erfgenamen vande heer de Raat toe.

Nog een veldcken, groot ontrent drie hont, mede gelegen tot Capel ten oosten vande driesen vande diaconije van Waspick.

Nog twee perceeltjes uijtgedolve moergront gelegen inde blocxkens op den westenkant van Vroukensvaart.

Meubilaire goederen en haaff

twee coeijen, een hockeling, twee calveren, den imboel van bedden, deeckens, stoelen en banaken, kisten en kasten en linnen met het keuke gereetschap, is heel weijnig en niet van importtantie.

uijtgaande schulden

Staat te betalen aande loopende en obligatore schulden met de borgemeesters pagters enz. te samen ontrent of ruijm wijf hondert guldens.

Aldus geinventariseert naart opgeven vande vorrnoemde doorhaling Elisabet Janse Cloot, verclarende sulx naar de waarheijt bij haar alsoo te sijn opgegeven en presenteerde het selve ten allen tijde des noots en versogt sijnde met eede te sullen bevestigen. Aldus gedaan en gepasseert te overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Schep en Cornelis Sagt, schepenen in Waspik, desen 25 september 1739.

In kennisse van mij,

ondertekening

dit merk crikel met vert. streep is bij Huijbert Schep gestelt.

Fol. 25 vo

inde kantlijn: aanneming

Op huijden den 25 september 1739 compareerden voor ons schout en schepenen van Grootwaspik enz. ondergenoemd, Elisabeth Janse Cloot wedue Wouter Biemans woonende alhier ter eenre, ende Huijbert Antonisse Coninx als gecoren voogt ende den schout alhier als oppervoogt vande vijff onmondige kinderen vande voornoemde Elisabeth Janse Cloot in huwelijk verwekt bij Wouter Biemans voornoemd met name Willem out ontrent 24 jaren, hier mede present, die voor soo veel het noot is mede compareerde en in desen contracte consarteerde, Adriaantje out ontrent 22 jaren, Johanna out ontrent 20 jaren, Jan out ontrent 17 jaren en Wouter out ontrent 14 jaren ter andere sijde.

Ende sijn de voornoemde comparanten on hare voornoemde qualiteijt (met consent en ten overstaan van schout en geregten alhier) naar alles wel overwogen en den staat en inventaris des boedels ingesien te hebben metten anderen veraccodeert en verdragen invoegen en manieren als volgt te weten dat de eerste comparante in volle eijgendom sal hebben en blijven behouden alle de goederen en effecten die metten voornoemde haren man heeft beseten gehat en ende nog besittende is, soo wel active als passive en sulx geene uijtgesondert omme daar mede bij haar gedaan en gehandelt te worde als met haar vrij en eijgen goet sonder bekroon van imant onder dese speciale conditie nogtans dat de eerste comparante gehouden en verbonden blijft hare voornoemde kinderen op te voeden en te alimenteren in cost en drank, cleedinge en reedinge soo wel siek als gesont egeenen tijt van perijkel uijtgesondert, deselve te laten leeren lesen en schrijven en goet hantwerk of andere exercitie te laten leeren waar toe deselve naar den staat des boedels best bequaam sullem bevonden worden en dat tot haren mondigen dage huwelijken of anderen geapprobeerden state toe als wanneer sij daar en boven sal gehouden wesen aan ider van deselve uijt te reijken en voldoen eene somme van twintig guldens eens sonder meer in voldoeninge van hare vaderlijcke goederen off legitime portie.

Tot naarkominge en prestatie van allen het geen voorschreven staat verclaren sij comparanten te verbinden hare persoonen en goederen present en toekomende egeene exempt deselve stellende onder verbant en bedwang als naar regten. aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Schep en Cornelis Sagt, schepenen.

In kennisse van mij

ondertekening

Dit ist cirkel met vert. streep bij Huijbert Schep gestelt

Fol. 26 re

in de kantlijn: uijtgemaakt op zegel van 24 st.

Scheijdinge en erfdeelinge die bij desen doende ende aan schout en geregten van Grootwaspik overgevende sijn Elisabeth Janse Cloot weduwe van van Wouter Biemans ende Adriaantje Janse Cloot meerderjarige dogter beijde woonende alhier en dat van soodanige vaste en onroerende goederen als haar door overlijden van haar vader Jan Willemse Cloot en van haar suster Heijltje Janse Cloot metter doot sijn ontruijmt ende naargelaten ende sijn de voornoemde goederen onder haar verdeelt ende ten deele gevallen als volgt:

Eerstelijk soo is Elisabeth Janse Cloot bij blinde lotinge geloot gecavelt en beerfdeelt, eerstelijk op een geert hooij ende weijlant gelegen in Cleijnwaspik in een stuk van ses geerden, gemeen en onverdeelt met de weduwe Adriaan Baas cum suis, belent ten oosten van heele ses geerden Anthonij Snijders en ten westen Peeter Jochemse Berthouts cum suis, streckende vande halve oude straat aff Grootwaspik aff noortwaart in tot den halven bermsloot van het cleijn eelant toe.

Ten tweeden nog op eenen acker zaijlant gelegen alhier in ’s-Grevelduijn Grootwaspik, ontrent drie hont off soo groote en cleijn den selven gelegen is tusschen erffenisse van Adam Cornelisse van Meulenschot oost en den acker bevallen op de 2e comparante west, streckende uijtten zuijden vande stede van Jan Pols cum suis aff noortwaarts in tot den werf van Aart de Ruijter toe.

Ten derde nog op een ackerke zaijlant mede gelegen alhier inde korte ackers groot ontrent 1½ hont, belent te oosten de stede bevallen op de eerste comaprante en ten westen de weduwe Cornelis Janse Boeser, streckende uijtten zuijden van den acker van Jan Wouterse Ruijkhaver aff noortwaart in tot de lange ackers toe.

Ten 4e nog op een halve binnendelleken met het veldeken daar agter gelegen alhier op de westen kant van Vroukensvaart, groot ontrent drie hont, belent ten zuijden Adriaan Boeseren ten Noorden den armen alhier, streckende uijtten oosten van de halve Vroukensvaart aff westwaart in tot . . . . . . . . toe.

Ten 5e nog op eenen bijster off drieske mede gelegen alhier groot ontrent een en een half hont, belent ten oosten de weduwe Thomas Buijs en ten westen Gijsbert van Malsem, streckende noortwaart in tot de erve van Wouter Vermeijs toe.

Ten sesden en ten laatsten soo is de voornoemde Elisabeth Janse Cloot nog bevallen op de geregte zuijdense helft van eenen acker zaijlant gelegen alhier groot int geheel ontrent ses hont, waar van de wederhelft is bevallen op de tweede comparante, belent ten zuijden van desen halven acker Corp en Stede cum suis en ten noorden de 2e comparante mette wederhelft streckende uijtten oosten vande stede bevallen op de tweede comparante aff westwaart in tot den weg of acker van Jan Wouterse Ruijkhaver toe.

Ten tweeden soo is Adriaantje Janse Cloot bij blinde lotinge geloot gecavelt ende beerfdeelt eerstelijk op een huijs, hoff erve acker en driessen, staande en gelegen alhier tusschen erffenisse van Aart de Ruijter met sijn huijs hoff en driesen en de 1e comparante met haren acker d’een teijnde den anderen oost en Arien Corp en beijde de comparanten cum suis met haar dwarsackers en de 1e comparante met haren korte acker west, streckende uijt den zuijden van de stede van Jan Pols cum suis aff noortwaart in tot de lange ackers toe.

Nog op de geregte noordense helft van eenen acker zaijlant mede gelegen alhier, groot int geheel ontrent ses hont, belent te zuijden de 1e comparante met de wederhelft en den noorden de korte ackers en het half hont hier na op haar bedeelt, streckende uijten oosten vande voornoemde stede aff westwaart in tot den weg of acker van Jan Wouterse Ruijckhaver toe.

En ten laatsten is de voornoemde Adriaantje Cloot nog bevallen op een ackerke zaijlant mede gelegen alhier groot ontrent een half hont, belent ten zuijden den voornoemde halven acker en ten noorden Jan Wouterse Ruijkhaver, streckende uijtten oosten van hare voorgenoemde stede aff westwaart in tot de korte ackers toe.

Wijders is conditie dat sij comparanten te samen uijt de gemeijnen boedel en sulx ider voor de helft sullen betalen alle lasten en verpondingen soo ordinair als extraordinaar tot lesten december 1739 incluijs en dat ider sijne aanbedeelde goederen sal aanvaarden met alle sijne wegen, stegen, dijke, dammen, schouwen, leijen, dorpslasten en andere naburen regten, baten, schaden en geregtigheden met regt tot ider sijn aanbedeelde parceel behoorende.

Aldus dese deijlinge regtelijk gedaan en hebben en hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regten van Zuithollant en verclaarde den eene ten behoeve van den anderen sijn bevallen lot te renuntieren soo als sij doen bij desen aldus gedaan en gepassert ten overstaan van Huijbert Coninx en Cornelis Buijs, schepenen in Waspik, als vervangende den schout, alhier desen 2e october 1739.

In kennisse van mij

Fol. 27 re

in de kantlijn: uijtgemaakt

Op huijden den 7 jannuarij 1740 compareerde voor ons schout en schepenen van ’s Grevelduijn Grootwaspik en Twaalftalve Hoeve ondergenoemt Seijken Adriaan van Gijsel weduwe en testamentaire boedelhoudtser van Pieter Buijs ingevolge den testamente gepasseert voor Michiel van Tilburg, notaris tot Geertruijdenberg, en sekere getuijgen op den 19e jannuarij 1716 als mede bij nadere dispositie gepasseert voor Ottho Jerijn notaris tot Loon op Sant en seekere getuijgen op den 18e jannuarij 1724 ter eenre

Ende Lammert Pieterse Buijs voor sijn selven en als innestaande en hem sterkmakende voor sijne suster Cornelia Pieterse Buijs weduwe van Cornelis Jansen Schrauwe, woonende tot Weernhout Baronnije van Breda, beijde kinderen van Pieter Buijs, in huwelijk verwekt bij Anthonetta vanden Hove; alsmede Anthonij Pieterse Buijs mede sone vanden selve Pieter Buijs, in huwelijk verweckt bij Seijken Adriaanse de Zeeu, ter andere sijde

Te kenne gevende sij comparanten dat tusschen haar eenige defferenten stonden te ontstaan als oordeelende de eerste comparante haar simpelijk te gedragen na de voornoemde dispoositien en de tweede comparanten ter contrarie oordeelende dat haren vader na de wetten niet bevoegt was soodanige dispositien tot haren nadeele te maken ende dat sij omme alle oneenigheden en geschillen die tusschen haar comparanten souden konnen ontstaan voor te komen en te verhoeden, metten anderen waren over een gekomen en veraccordeert in voegen en manieren als volgt: te weten dat de eerste comparante van den eersten vande tweede comparanten Lammert Buijs voor hem en sijne suster Cornelia Buijs sal uijtreijken en voldoen eene somme van dartig guldens en aanden anderen mede comparant Antonij Buijs eene somme van t seventig guldens in volle voldoeninge van hare vaderlijcke goederen of legitime portie haar naar den versterfregte van Zuijthollant inde naarlatenschap van haren vader compiterende en waar mede sig tweede comparanten verclaarde te nemen volkomen genoegen en contenteement en bekende de voornoemde geaccordeerde uijtreijkinge reets ontfangen te hebben en daar van voldaan te sijn den eersten penningen metten lesten en hier mede te renuntiëren en volkomen afstant te doen ten behoeve vande eerste comparante van soodanig regt en pretensie als haar tweede comparanten eenigsints tot lasten vande naarlatenschap van den voornoemde haren vader soude competeren soo als sij daar van volkomen renunderen bij desen. Tot naarkominge en prestatie van allen het geene voors staat verclaarde sij comparanten gesamentlijk te verbinden hare persoonen en goederen present en toekomende egeene uijtgesondert deselve stellende onder verbant en bedwang als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Cornelis Buijs, schepenen in Waspik.

In kennisse van mij

Fol. 27 vo

inde kantlijn: uijtgemaakt

Staat en inventaris gedaan maken en aan schout en geregte van Grootwaspik overgegeven bij IJken Clasen van Hassel weduwe van Hendrik van Dongen en dat van soodanige goederen en effecten als sij met den voornoemde haren man heeft beseten gehat en nog besittende is, als volgt:

Eerstelijk aan opslag van een huijsje staande op den lootdijk nevens de kerkvaart en daar in bevonden:

1 karn, 2 melktonnen, 1 boterteijl, 1 lepelbort met vijff tinne lepels, 7 witte borden, 1 roij aarde schotel met 5 dito borden, 3 tinne froucetten, 1 zeijsie, 1 kopere melkkan met een deksel, 1 boor, 1 hakmes, 1 bot, 1 hamer, 2 ijsere cnavels, 1 ruijtafel, 1 bijl, 1 ijsere brantpriem, 1 ree-leijnt, 1 melkemmer met ijsere banden, 1 meel tonneken, 1 tafel,

1 etensspint, 1 spiegel, 1 kist, 1 hengelkorfje, 1 lantaarn, 2 spinwilen waar van een sal blijven voor de weduwe en het ander voor de dogter vande overledene,

1 kast waar op dat staan 7 bouteljes, 1 strijkijser en 1 kleerborstel, en inde kast bevonden eenige klederen behoorende tot lijve en gerijve vande weduwe en kinderen bestaande in linnen en wolle als nog 2 goude bellen, 2 dito ringen, 1 dito slotje, 1 paar silvere hemtknoopen, 1 dito paar gespen, 1 kopere bedpan, 1 tafeltje met vier poten,

1 rek en daar aan 9 galaije schotelen en 13 schotelen soo die sijn, 5 stoelen soo goet als quaat, 2 ijsere potten, 2 dito tangen, 1 dito schop, 2 ijsere haalkettingen, 1 dito aalspitje, 1 dito hangijser en koekpan, 1 vouthengel, 1 blecke lamp, 1 ham, 1 gedeelte van een sij spek, 1 kamer verken, 1 vuurijser, 1 kalkstok, 2 bedden met haar toebehoren soo goet als quaat, 1 vaarschou verkogt door de weduwe om 23 guldens 10 stuijvers, 1 paar laarsen verkogt om 2 guldens tien stuijvers, 1 paar nieuwe mans schoenen.

int agterhuijs

1 baggerbeugel, 1 houte cnaap, 1 houte oost met lange steel, 1 vaarboom, 1 stikscheer, 1 wateremmer sonder bodem, 2 ijsere vorken waar van de een met een lange steel en d’ andere met een korte steel, twee dijkers haakjes, 1 wiel van een cruijwagen, 1 quade bot, 2 riethaken, 1 dorsvlegel, 1 schuijer-drel, 1 melkoeij,

1 hockelingh, 1 kalff, 1 houte ronde tob, eenig hooij tot voeijer van de beesten,

1 cruijwagen, 1 riek, 1 wieg.

De schult sal worden opgegeven.

Contant gelt wordt inden boedel niet gevonden.

Aldus gedaan en geinventariseert volgens t opgeven en aanwijsinge vande voornoemde weduwe dewelcke verclaarde sulx ter goeder trouwe gedaan te hebben sonder hares wetens ietwes verswegen of agter gehouden te hebben.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Cornelis Buijs, schepenen in Waspik, desen 7e jannuarij 1740

in kennisse van mij,

Fol. 28 vo

Op huijden den 26e jannuarij 1740 compareerden voor ons chout en schepenen van Grootwaspik etc. ondegenoemt, Adriaantje Geerden van Boxel weduwe van Peeter Teunis Dolk ter eenre, ende Dirk Dolk als oom en bloetvoogt ende Geerit Peetersse Dolk out ontrent vijff en twintig doorhaling jaren, sone vande voornoemde Adriaantje van Boxel als toesiender over de onmondige kinderen vande voornoemde Peeter Dolk en Adriaantje van Bocxel , met name Bastiaantje, out ontrent 22 a 23 jaren, Dingena, out out ontrent 16 jaren, Maria out ontrent 14 jaren en Jan out ontrent 12 jaren ter andere sijde.

Ende sijn de voornoemde comparanten met consent en ten overstaan van schout en schepenen alhier , als mede met voorgaande approbatie voorweten en consent van Teunis Peeterse Dolk, meerderjarige soon vande eerste comparante mede verwekt bij den voornoemde haren man Peeter Dolk, woonende tot Rotterdam, als sijnde op den 7e deser voor ons schout en schepenen gecompareert geweest; na alles weloverwogen en het een huijsje en erve waar inne de eerste comparante woont en het een vierdepart inden bijster gekome vande weduwe Teunis Dolk, als mede de haaff en meubelen hebben met den anderen te sijn veraccordeert en verdragen, in voegen an manieren als volgt: te weten dat de eerste comparante in volle eijgendom sal hebben en blijven behouden het huijs, bijster en andere goederen soo roerent als onroerent , haaf en imboel, gelt, gout, silver, gemunt als ongemunt, actien en crediten, soo active als passive, niets ter werelt uijtgesondert soo als sij die met den voornoemde haren overleden man in gemijnschap en eijgendom heeft beseten gehat en soo sij hem nu besittende is, en haar door de weduwe Teunis Dolk is aanbest..t van omme met alle deselve bij de eerste comparante gedaan en gehandelt te worden als met haar vrij eijgen goet, sonder bekroon van imant en dat alles onder dese expressie, conditie nogtans dat de eerste comparante gehouden en verbonden blijft hare voornoemde onmondige kinderen op te voeden en te alimenteren soo wel siek als gesont, geenen tijt van parijkel uijtgesondert deselve te laten leeren lesen en schrijven en een goet hantwerk of andere exercitie te laten leeren waar toe deselve na den staat des boedels best bequaam sal en sullen bevonden worden en dat tot haren mondige dagen, huwelijken of andere geapprobieerden state toe en alsdan aan ider vande selve uijt te reijken en voldoen eene somme van vijff guldens drie stuijvers en dat in volle voldoeninge van hare vaderlijke goederen ofte legitime portie. Dog off het quame te gebeuren dat de eerste comparante wederom quamen te hertrouwen sal sij in sulke gevalle ten behoeve van haar kinderen moeten aftant doen van de geregte helft van haren boedel en goederen soo als die door alsdan bevonden sullen worden.

Tot naar kominge en prestatie van alle het geene voorschreven staat verclaarde sij comparanten gesamentlijk te verbinden hare persoonen en goederen present en toekomende egeene exempt, stellende deselve onder verbant en bedwank als naar geregten. aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Conincx en Cornelis Buijs, schepenen in Waspik.

in kennisse van mij,

Fol. 29 re

Op huijden den 25 e jannuarij 1740 soo willen Eijke van Hassel de weduwe Hendrik van Dongen als voogt van de kinderen van Hendrik van Dongen verwekt bij Sijken publiecqende voor alle man met consenten ten overstaan van schout en schepenen alhier verkoopen de meubilaire en hafelijke goederen bijde voornoemde weduwe en haren man beseten sooals die te berde sullen worden gebragt opde conditie en voorwaarde hiernaar volgende:

Eerstelijk wie eenig gelt biet, zal gehouden wezen te blijve bij sijn gebod op een boete en breuk van 100 goude realen te verbeuren goet van goud en swaar van gewigte te gaan naar puijen regte.

De coopers of meijnders sullen gehouden zijn hare becoorde cooppen te betalen gereet en contant alvoren zij hare gekogte goederen vant erf zullen mogen vervoeren, zoo imant sij goet vant erf sonder eerst te betalen bragt, sal verbeuren 30 stuijvers dewelke het belooft gelt en boete ten laste vande overtreder sullen vorderen .im ? expensis.

De coopers sullen bovende cooppenningen mede gereet moeten betalen van meubilaire goederen van idere gulden 1½ stuijver en van den haaf 1 stuijver.

De coopinge geschiet stootvoets sonder eenige ander of overmate gehoude te sijn.

Den officier houd den eerste en derde roep aan.

1 baggerbeugel, P. v. Alffe 0: 11: --
1 vaarboom, P. v. Alfe 0: 4: --
1 kopere vuurpan, P. v. Waspik 1: 16: --
1 korfke, P. v. Schuuren 0: 1: --
1 melkemmer, C. v. Gils 0: 7: --
1 botertijl en lepel, M. Geene 0: 5: --
1 meeltonnetje, secretaris 0: 8: --
1 lepelbord met 5 lepels en 3 frecette, P. v. Waspik 0: 6: --
1 roij aarde schotel en 5 borde, A. v. Schuren 0: 3: --
1 houte schotel, 1 spijkerboor, H. Hok 0: 6: --
2 hamers, vurken, knavel, C. Artel 0: 6: 8
1 oost bot en slot, P. v. Waspik 0: 9: --
1 hakmes reelent en eijser werkset, D. Ruijter 0: 14: --
1 vurk en haakje, J. Lips 0: 6: --
1 ruijfel, den schout 0: 11: --
1 bot en haakje, A. Saken 0: 17: --
1 stiksscheer en priem, L. v. Hassel 0: 6: --
2 rijve 2 reethaken 1 bijl en dorsvlegel, A. v. Dongen 0: 7: --
1 sijsie, P. v. Waspik 0: 4: --
1 vuurijser en hengel, A. d. Hoog 0: 8: --
1 knaap en emmer sonder bodem, A. Schers 0: 7: --
1 ijsere potje eijken, 0: 2: --
1 ijsere pot en dexel, P. v. Alffe 1: 11: --
1 melkton en dexel, K. v. Hassel 1: -- --
1 melkton, T. Zeijlmans 0: 4: --
1 aarde bak en stuipke en 5 borde, J. Lips 0: 3: --
6 witte borde, Sierets 0: 2: --
2 galaije schotelen , P. v. Alfe 0: 8: --
4 dito schotelen, F. Artel 0: 5: --
4 dito, P. v.   Alfe 0: 7: 8
4 borde, P. v.Alfe 0: 2: --
4 dito, F.   Artel 0: 3: --
3 cotelties, P. v. Waspik 0: 3: --
4 dito, P. v.   Alfe 0: 4: --
1 lanteren, W. Boeser 9: 4: --
1 len haal en ketting, F. Artel 0: 3: --
1 ketting tang en aalspit, A. Nouwens 0: 5: --
1 koekpan en hangijser eijke, 0: 9: --
1 tang en schup, P? Veltse 0: 11: --
1 strijkijser borstelen kalkstok, C. d. Bont 0: 2: --
1 lamp eijke, 0: 1: --
1 kopere kam, W. Boeser 3: 0: --
1 keren en dexel, D. d. Hoog 0: 14: --
1 ovale tafel, L. Reckers 0: 12: --
tafeltje met 4 poote,      
1 bijltie met 1 haak, P. Ketelaar 0: 3: 8
1 kist met 2 pootjes, Dijke 1: 3: --
1 weeg, H. Wansteker 0: 13: --
1 tobbeke en plukhaak, J. Lips 0: 5: --
1 kruijwagen met zaag, den schout 0: 16: --
1 reck en vurk en 3 dexels, secretaris 0: 4: 8
2 schuijerdeelen, secretaris 0: 9: --
1 eijke planke borq ? de koe stal, den schout 0: 15: --
2 eijke pale en springstok, C.F. Boeser 0: 12: --
1 kast ingeset om 4 gl, W. d. Visser 4: 0: --
het seijl, den secretaris 1: 0: --
1 etenskastje, A. v. Rijsel 0: 14: --
1 schoorsteen kleet, A. Smets 0: 13: --
2 gardijn rabat, Dijke 0: 2: --
witte deken eijke, 0: 18: --
2 kussens, A. v. Gijsel 0: 1: --
1 bed en hooftpeulu, W. Schouten 2: 0: 0
1 beddelijke deken en hooftpeulu, G. v. Peer 0: 10: --
5 stoelen, F. Walerseng 0: 15: --
1 koeij, F. Notenboom 22: 10: --
1 kalf, J. Buijs 8: 10: --
het hooij, P. v. Schuren 6: 7: --
1 ham, secretaris 1: --: --
1 spiegeleijke, 0: 10: --

Fol. 30 re

Staat en inventaris gedaan maken inventaris gedaan maken en aan schout en schepenen van Grootwaspik overgegeve bij Jan van Noort weduwnaar zaliger Piternella van Steenhove, en dat van zoodanige goederen en effecten als hij met voornoemde sijne huijsvrou zaliger staande huwelijk hebben beseten gehat en op het overlijden van voornoemde huijsvrou sijn besittende geworden soo en in maniere als volgt:

Eerstelijk de geregte helft van een huijs, schuur, hoff en erve stande en gelegen alhier tusschen erffenisse van de erffgenamen Cornelis Adriaan Camp oosten, Jan Jans de Bont west, streckende uijt den noorden van halve herstraat af suijdwaart in tot den pispot toe.

Nog de westerse helft vande acker agter de voornoemde huijsinge waarvan wederhelft is bedeelt op Anna van Steenhove, huijsvrou van Johannes Verschuren, belent oosten van heele acker Johannes Verschuren ten westen Machieltje Adriaan de Jong, streckende uijtten noorden vande pispot af zuijdwaart in tot het veldeken toe.

Nog de geregte helft van het veldeke over den dijk teijnde den voornoemde acker gelegen sijnde gemeijnen onverdeijlt gelank ten oosten, westen vant heele veldeken als voren, streckende uijtten noorden van dijk af zuijdwaart tot cloosters goet nu Adriaan van Gersel toe.

Nog de geregte helft van een binne del gelegen in den polder alhier gemeijn als voren, belent ten ooste van heele del Tomas de Bont en ten weste Jochem Blankers, streckende uijtten zuijde vande halve herstraat af, noordwaert tot de cae toe.

Noh het geregte 1/3 part van een binnendelle mede gelegen in de polder alhier, gemeen en overdeelt met Johannes Verschuren en Cornelis de Bont, belent ten ooste vande heele del de erffgenamen Cornelis Adriaan Camp en ten weste Joseph Camp, streckende uijtten zuijden vande halve herstraat af noortwaart in tot de cae toe.

eenen spiegel, 2 schulpschotele, 1 teeretest, 3 galaije borde,

½ dosijn fijn koffigoet, 6 blaijde schoteltjes,

en 5 coppens, 1 tinne trekpot, 1 blecke coffijdoos,

1 lepelrak met 14 tinne lepels, 1 k.uijke doos,

1 kopere melkkan en aker, 2 stel salt potte , 1 potte lijne,

spoelkpm, 2 teebussen blecke, 1 tinne soutvat, 1 galije batije,

2 tinne schotele, 1 kopere kandelaar, 3 borstelkens

2 galaije schotelen, 1 korfken, 1 steene waterpot,

1 lapmant met corne, 1 copere schotel, 1 soutpot,

een saat hamerke, 1 kopere coffeketel, 1 dito blecke,

1 ijsere roostel, 1 koekpan en hangijser,

1 haal, 1 asschup, 1 asverke, 1 blecke lamp,

1 tinne boterpot, 1 copere temest, 1 tinne schotel,

4 galaije schotel, 5 stoele, 1 hakmes, 1 doofpot,

1 hamerke, 1 ovale tafel, 2 stoven, 1 schoorsteen

kleet, 2 gardijne en 1 rabat, 1 bet hooft peulu en 3 hooftkussens,

2 dekens, 2 lakens, 3 cussenslope, 1 ijsere wageluns,

1 rosemarijnijn boomke,

1 eijke kast en daar in bevonden 1 mandeke met clijn

kindergoet, rooije luur en swagel &

2 kinderdeeckens, 1 melkdeel, 3 lapken linnen,

laken tot een paar slaaplakens en een hemt

verders ongesnede l.salme lank 40 elle, 11 slaaplakens

5 tafellakens

6 servetten, 11 kussensloopen, 8 hantdoeken,

1 inkt koker, nog eenige rommeling en lappen,

in de schuijf nog een pakje linne lappe, goedre tot lijve van man,

10 bespoorende hemde schoon en vuijl. 4 witte dassen, 11 voormoukens,

4 strook dassen, 3 bonte neusdoeken, 2 bonte dasse, 3 paar

socke, 6 paar cousen soo goet als quaad, 1 appelbloesem lakense

rok, camesool en een broek met 12 silvere cnoopen, een oude

lakense rok en broekw, seeme broek en een gestreepbroek, 2 linne

gestreepte hemtrocken, 1 caleminke hemtrok, 1 caleminke hemtrok

met silvere cnaap, 1 caleminke gezontheijd, 2 leere riemtjes met

silvere gespen, 2 silvere broekknoopen, 1 paar silvere gespen,

1 swarte lakense rok, camisool en broek, 1 sersie ceel of tol,

1 slaapmuts, 2 hoeden den een met roubant, 2 paar sokken,

2 paar clompen, 1 copere tabaksdoos en vuurslag met een vork,

1 paar wolle handschoenen, 1 silvere snuijfdoos, 1 silvere slotje

met 2 plaaten aan een kerkboek

goederen tot lijve van de vrou behoorende

1 swarte lakense tabbert en rok, 2 gekleurde stoffe mantelkens,

1 gekleurde kreppe japon en eenige lappen, 2 sersie de boise rokke,

1 sersie rok, 1 dito caleminke, 1 keurslijff, 4 hemden, 6 geblomde

voorschoij, 3 linne dito, 1 dito neteldoek, 1 sloof van spoel, 7 paar

voormoukes, 6 neerstelties, 3 en 2/? neteldoeke, kalfsdoeke,

2 linne neusdoeke, 5 kovelmutsen, 1 mouke, lappen en ondermutsen,

3 engelse mutskens en eenige reepke, 2 engelse mutskens,

1 kuijftmuts, 1 paar camuijselare schoen met silvere gespen,

1 paar oorlappen met goude bellen, 1 goude slot met ‘n

snoere blockrale, 1 goude kruijs, 1 paar goude oorringen en

2 dito clocken, 1 goude hoepreng en nog goude dito,

1 kerkboek met zilvere beslag, 1½ silvere lepel, ½ silvere

haarnaalt, 1 silvere haak, 1 silvere steekhaak, 1 silvere haar,

pinneke, 1 silvere gesp, 1 sintuur met een silvere gesp,

1 tas met silvere beugel haak en gesp.

in den spint bevonden

1 kopere ketel met eenig meel, 1 sak met eenig meel,

1 linne buijltie, 1 steene kan, 1 boterkanneke, eenige aarde

testen, panneken, potje en borde, 1 tinne lepel , 1 mes, 1 schaar,

1 dooske met stop en naijgaren.

op de kamer

1 sigt en haak, 1 ongebonde sigt sonder sonder steel, 2 eijsere

bande, 1 cnaap, 4 boenders, 1 paar kinderschoenties,

1 snaphaan, 1 duijle bet hooftpeulu en kussen nog op solder, 1 paar

laarsen, 1 kakstoel, 1 wieg, 1 leren sak, ontrent 2 vaat

witte boonen, eenige groote boonen, 5 raapkoeken,

ontrent ½ vat geel erten, nog eenige suijker boone en erz

ongepelt, ontrent 2 vaat hennip en .oorsaat, een partij

nog op solder, 1 haargetout, eenig geel peeijsaat,

1 voskam en 2 beugels.

Aldus deze inventarisatie gedaan ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, en Huijbert Coninx en Cornelis Buijs, schepene, den 1 februarij 1740.

In kennisse van mij

Fol. 31 re

in de kantlijn: uijtgemaakt

Scheijdinge en erfdeelinge die bij dezen doende en aan schout en geregten van Grootwaspik overgevende sijn Jan van Noort weduwnaar van zaliger Peternella van Steenhoven, ten eenre en Johannes Verschuuren als in huwelijk hebbende Anna van Steenhoven en Cornelis Janse de Bont als in huwelijk hebbende Dingena van Steenhoven als ab intestato erfgenamen van zaliger voornoemde Peternella van Steenhoven ter andre zijden en dat van zoodanige goederen en effecten als den voornoemde Jan van Noort tzamen in gemeijnschap en aijgendom hebben bezeten gehat zoo ende in manieren als volgt:

Eerstelijk so is Jan van Noort bij blinde lotinge geloot gecavelt ende berfdeelt eerstelijk opde geregte helft van een huijs, schuur, hoff en erve, staande en gelegen alhier tusschen erfenisse van de erfgenamen van deweduwe Cornelis Adriaan Camp oost en Jan Janse de Bont west, streckende uijt den noorden van halve herstraat aff zuijdwaard in tot de pispot toe.

Nog een westerse helft vande acker agter voornoemde huijsinge waar de wederhelft compiteert Johannes Verschuren met de geregte helft vant veldeken daar agter gelegen gemeen met den voornoemde Johannes Verschuren, belent ten oosten van heelen acker en veldeken Johannes Verschuren en westen Michiel Adriaan de Jong, streckende uijt den noorden vande pispot aff zuijdwaart in tot de goederen van Chartroise toe, mits dat hij moet uijtreijken aan Johannes Verschuren en Cornelis Jans de Bont te samen eene somme van 450 guldens, sijnde ider een somme van 225 guldens en waarvan den en Johannes Verschuren en Cornelis Jans de Bont bekenne voldaan en betaalt te zijn de eerste penning met den leste.

Hiertegens zoo zijn Johannes Verschuren en Cornelis Jans de Bont bij blinde lotinge geloot gecavelt en beerfdeelt eerstelijk op de geregte helft van een binnendel gelegen in den polder alhier gemeen en onverdeelt met Johannes Verschuren, belent te oosten van de heele del Cornelis Adriaan de Bont en ten westen Jochem Blankers, streckende uijt den zuijden vande halve herstraat af noordwaart in tot de cae of Grootwaspik toe.

Nog het geregte ⅓ part van een binnendelle mede gelegen in den polder alhier gemeene onverdeelt met den voornoemde Johannes Verschuren en Cornelis de Bont, belent ten oosten vande heele del d’ erfgenamen Cornelis Adriaan Camp en ten westen Joseph Camp, streckende uijtten zuijde van de halve herstraat aff noordwaart in tot de cae toe met de uitreijkinge op de 1e pot genoemt en waarvan zij bekenne voldaan te zijn.

Verder verclaren partijen de meubilaire goederen in en uijtgau, de schulden met den anderen te hebben verdeelt en geliquideert en nemen aande open staande schulde van borgemeesters als andere t samen sullen afdoen tot der lesten december 1739 incluijs en verdere schulde tot dezer dage toe

Aldus zo hebben partijen lakanderen vertijt en vertege naarde regte van Zuitholland en verclaarde ider met zijn bevallen lot tevreden te zijn en te sullen betalen alle laste en verpondinge op ider sijn bevallen lot behoorende tn te sullen maken en onderhouden alle wegen, stegen, dijken enz. tot der sijn bevallen lot staande in behoorende en verclaaren den een tot lasten van anderen sijn bevallen lot met meer te pretendeeren te hebben ende een tot proffijt vande anderen daarvan te renuntiere bijdezen.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Schep en Cornelis Sagt, schepenen in Waspik, dezen 5 februarij 1740.

In kennisse van mij J. Zeijlmans, secretaris

fol. 32vo

in de kantlijn: Uijtgemaakt op zegel van 24 stuijvers

Scheijdingen smaldeijlinge die bij deze doende en aan schout en geregte van Grootwaspik ovegevende zijn Joannis Janse Verschuuren in huwelijk hebbende Anna van Steenhoven en Cornelis Jans de Bont in huwelijk hebbende Dingena van Steenhoven, van zoodanige vaste goedere als zij te saman gemeijnen onverdeijlt sijn hebbende zoo en in manieren als volgt:

Eerstelijk soo is Johannes Janse Verschuren bij het trecken van blinde lotinge geloot, gecavelt en beerfdeelt eerstelijk op de geregte helft van den binnendel gelegen in de polder alhier waar in de wederhelft competeert den voornoemde Johannes Verschuren, belent oost Tomas de Bont en west Jochem Blankers, streckende uijtten zuijden vande halve herstraat af noordwaart in tot de cae toe.

Nog op het geregte zuijdste of voorste 1/3 part van een binnendel mede gelegen in den polder alhier gemeten voor vande herstraat af noordwaart in tot de helft vanden 1sten dwarssloot, gelegen ten zuijden watergang in dellen toe, de verdeelerssal bekent, belent te oosten van heele del d’ erfenamen Cornelia Adriaan Camp en ten westen Josep Camp, steckende van halve herstraat .

Raamsdonk

Not 12 geerden hooij en weijlant gelegen te Raamsdonk inde werff Lanijse bij de donk in een stuk van sestien geerden gemeen met Cornelis van Steenhoven, die de resterende vier geerden competeeren, belent ten oosten vande heele sestien geerden

. . . . . . . . . . en ten westen . . . . . . . . . . . . , streckende uijt den zuijden van de halver kitle af noordwaart ter halve Donga ofte Mase toe

Nog eenen acker zaijlant en bos gelegen op de Vlaijkens alhier, belent oost Adriaan Hoevenaar, west Johannes Vermeule, streckende uijtten
zuijden van de halve geijlsloot af noordwaart in tot de halve straat toe.

Nog eenen acker en bos gelegen op de Vlaijkens aldaar, belent ten oosten de weduwe jan Hendrix Welt dezelve, streckende uijtten zuijden van de halve geelsloot af noordwaart op tot den halve poelsloot toe.

No een parceel weijlant gelegen op de Berge aldaar, oost gelant de weduwe Jan van Loon cum suis, west Adriaan Jochems cum suis, streckt uijtten noorden van Amselmus Zeijlmans erve af, zuijdwaart op tot de nieuwe have toe.

Item een bos int voorlede jaar uijtgeroijt tot weijlant mede gelegen tot Raamsdonk, belent ten oosten den armen van Raamsdonk en ten weste Cornelis van Steenhoven, streckende uijtten zuijden van Brabanders erve af noordwaarts op tot den halve geelsloot toe.

Dussen

Nog de geregte helft van een parceel weijlant genaamt het hof van Wijtvliet, gelegen tot Dussen Munsterkerk inden Nieuwenpolder waarvan de de ander helft toebehoort Theodorus Kivit sijnde leenroerig aan de Huijse van Dusse so als hetzelve bij Johannes Schoenmakers is aangekogt van de weduwe Peeter Melse Zeijlmans.

Inkomende penningen en contante penningen

Eerstelijk staat te ontfange van Jan en Frans van der Sande een obligatie van dato den 1e november 1732 ter somme van 200 guldens capitaal metten interest tegens vier pro cento int jaar van dien s… den eerste september 1738

Nog staat te ontfangen van Jan Janse de Bont als voogt van weeskinderen van Tomas Peeters Zeijlmans, een obligatie van een hondert vier en negentig guldens agtien stuivers capitaal, sijnde van dato den 13e jannuarij 1735 metter intrest van dien tegens drie pro cento int jaar sedert den 13 jannuarij 1735 voornoemt.

Nog staat te ontfangen van de weduwe Fransus Tielemans over geleent gelt volgers der selver hant schrift van dato den 1e maart 1735 ter somme van vijff en twintig guldens eenen stuiver waar tegens nog staat te verrekenen.

Nog staat te ontfange van Adriaan Jochemse Langerwerff een obligatie van 175 guldens capitaal sijnde can dato den 18e maart 1735 met intrest van dien tegens drie pro cento int jaar sedert den 28 maart 1738

Nog staat te ontfangen van Corstiaen Vos een obligatie van 150 guldens capitaal sijnde van dato den eerste november 1738 metten intrest van dien tegens vier pro cento int jaar sedert den eerste november 1739.

Nog staat te ontfangen van Peeter van Hassel een obligatie van 199 gulde capitaal sijnde van dato den 15e jannuarij 1740 metten intrest van dien tegens 4 pro cento int jaar.

Nog staat te ontfangen van Maarten van Son een obligatie van 100 guldens capitaal sijnde van dato den 28 jannuarij 1740 mette intrest van dien tegens 3 pro cento int jaar, welke oblogatie esspruijtende in voldoening van een obligatie die Anselmus Bosser en Hendrik Schoenmakers aan voornoemde van Son inden jare 1725 hadde gerschoote en welke penninge stonden op de naam van Anselmus Bosser.

Nog staat te ontfangen van Jan Janse de Bond een onbligatie van 200 guldens capitaal spruijtende over penningen bij Johannes Schoenmakers bij hem geleent metten verschenen intrest van dien tegens 3 pro cento int jaar sijnde van dato den 4 februarij 1740.

Nog staat te ontfangen van Jan Peeters Zeijlmans een obligatie van 290 guldens capitaal spruijtende over penningen bij Cornelis Hendrik Schoenmakers aan hem geleent, sijnde van dato den tweede maart 1739 metten intrest van dien tegens 3 pro cento int jaar sijnde van dato den 4 februarij 1740.

Nog staat te ontfangen van Wouter van Dusseldorp volgens afrekening van 16 jannuarij 1740 over geleverde rog en terw in den jare 1739 gelevert, ter somme van 56 guldens.

Nog staat te ontfangen van Jan vanden Hoek over leverantie van boter en melk volgens afreeckening ter somme van twee en veertig guldens seventien stuijvers.

Nog staat te ontfangen van Adriaan Hoevenaar over leverantie van boter en melk volgens afreekening ter somme van vijff en dartig guldens.

Nog staat te ontfangen van Jan Bosser woonende op t veer tot Raamsadonk, de somme van vier en veertig guldens over en pro reste van huur vande jaare 1737, 1738 en 1739 van twee partijen ackerlant gelegen aan weersijden vande vlaijkensstraat onder Raamsdonk volgens huurceel van dato den ?? februarij 1737.

Nog staat te ontfangen van Arnoldus Adriaan Cuijck de somme van seventien guldens over een jaar huur vande drie en hlave geere lant gelegen inden polder van Grootwaspik gemeen met Secrets Hoevenaar verschene kerstmis 1739 volgens huurceel van dato den 1e maart 1737.

Nog wert in den boedel bevonden aan contante penningen in verscheije specun te same bijeengerekent ter somme van 1600 guldens boven en behalve eenig weijnig gelt ’t geen tot subite stentigen onderhout vant huijshouden aan de kinderen onder selver bewaaring gelaten is.

Een alsoo in den boedel wert bevonden een manuaal boek waar in staat de begrootinge van alle de landerije die int legge van sluijs van voukensvaar hebben gecontribueert in het halve boek door of van wegens schout en geregte van Waspik wert gerequireert so is het selve ter secretarije voornoemt overgebragt en aldaar onder bewaringe vanden secretaris gelaten, evenwelonder die mits dat de voogde of representanten vande voornoemde kinderen als ook de kinderen selve ten allen tijde daar toe sullen hebben en behouden vrij acces en visie toewert deze post alhier gebragt voor memorie.

Aldus deze inventarisatie invoege gemelt door de voogde ten bijwese en met goetkeuringe van 2 outste kindere misgaders Jan Janse de Bont en Jospeh Camp als opvolgende genomineerde voogde als ook Huijbert van Hassel en Mattijs Schoenmakers als mede naaste vrinden en neve van voornoemde kinderen, gedaan en overgebragt na waarheijt en ter goeder trouwe sonder dat de vogdets sij verclare daar inne ietwas verswege of agter gehoude hebbe met aanbiedinge sij aldien na deze aanden voogden nog iets wiert ondekt dat soude behoren tot dezen boedel, dat zij zulx als dan ter goeder trouwe sullen opgeven presenteerende t selve te alle tijde desnoods en daartoe versogt sijnde met solemnele eede te sulle bevestige . Aldus gedaan, opgegeven en gepasseert te overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Tomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepenen in Waspik, actum 5e februarij 1740.

In kennisse van mij J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 35 vo

inde kantlijn: uijtgemaakt

Schaijdinge en smaldeelinge die bij dezen doende aan schout en geregten van Grootwaspik overgevende sijn Jan Cornelis Vermeijs, voor een vierde part, Jan van den Cieboom in huwelijk hebbende Cornelia Cornelis Vermeijs, voor een vierde part, Caatje Cornelis Vermeijs, voor een vierde part, en Geert Dolk, als bij cope verkregen hebbende een vierde van Geerit Vermeijs en dat van het een derde part van eenen akker, bijster en gronden, als te samen gemeijn sijn hebbende soals die is gekomen uijtten boedel van Mattijs Vermeijs ingevolge de deijlinge gepasseert voor schout en schepenen van ’s Grevelduijn Capel in dato de 14 december 1728, belent ten oosten van t heele acker, bijster en moergronden Jan en Geerit Cornelis Dolk en ten westen de weduwe Tomas Buijs en de weduwe Cornelis Janse Boeser cum suis, d’een teijnde den ander, streckende uijtten zuijden vande stede van Adriaentie Cloot af noortwaart in tot de halve herstraat toe, bestaande in het middelste derde part vande acker des oostense helft vande bijster tot de Cromme Steeg toe, en het middelste moerblok de heele breete ingevolge de voorschreven deijlinge ende is het voornoemde een derde onder haar comparanten verdeelt en te deele gevalle als volgt.

Eerstelijk so is het voornoemde een derde part vande acker , streckende uit den noorden vande bijster af zuijdwaart in tot de erve van Adriaantie Janse Cloot toe, sijnde vande heele acker belent Jan Dolk oost en de weduwe Tomas Buijs west, onder de voornoemde comparante verdeelt, dat Jan Cieboom daar in sal hebben het westense gedeelte ofte geregte vierde part , Jan Cornelis Vermeijs het tweede volgende vierde part, Caatje Vermeijs het derde volgende vierde part en Geerit Dolk het vierde volgende of oostense vierde part, doorgaande zuijden en noorden te rekenen.

Item ten tweede is de geregte oostense helft vande bijster, streckende van het akkerlant aff noordwaart in tot de Cromme Steeg toe, belent west Adriaan Vermijs met de wederhelft en oost Jan Dolk bij de voornoemde comparanten dwars afgedeelt in vier lote doorhaling gelijk het zelve legt afgeraven ende so het zuijdensen vierde part bevallen Caatie Vermijs , het tweede of volgende een vierde part Geerit Dolk, het derde volgende een vierde part Jan Cieboom en het vierde volgende of noordense een vierde part Jan Cornelis Vermijs.

Ten derde so is de geheele breete van het middelste moerblok, streckende uijtten zuijden van het moerblok van Adriaan Vermeijs af noordwaart op tot het mperblok van Tomas Kerste toe, bijde voornoemde comparanten verdeelt dwars af in vier lote of cavele gelijk het selve mede leg afgegrave, en is op het zuijdens lot bevallen Caatje Vermeijs, op het tweede volgende lot Geerit Dolk, op het 3e volgende lot Jan Cieboom en op het noorden of vierde volgende lot Jan Cornelis Vermeijs.

Verder houden zij comparanten met den andere gemeijne onderdeel haar eenderde part in zeker bosken ten zuijden van het boske van Tomas Corsteter gelegen.

Verder is conditie dat Jan Vermijs moet betalen wijder schattinge of coninx bede vier penninge, Jan Cieboom vier penninge, Geerit dolk vier penninge, Caatje Vermijs twee penninge, sijnde same veertien penninge die dir eenderde part moet betalen en alzo dit lot moet maken twintig voeten dijk en straat, so is geconditioneert dat Jan Cieboom daar in moet maken vijf, en dan Jan Cornelis Vermijs vijf voet, de volgende vijf voet moete werde gemaakt bij Caatje Vermijs ende volgende of oostense wijf voet moete werde gemaakt bij Geerit Dolk.

Eijndelijk is conditie dat de voornoemde comparanten ende twee andere parte van Adriaan Vermijs en Tomas Corsteter moeten laten een bequame steeg om malkanderen uijtten zuijden tot den noorden en uijt de noorden naar het zuijden te steegen en wegen en zulle de steeg op t moerblok tenminste breet moete ??ijer 11 voet.

Partijen hebben tot proffijt vande aende, andere vertijt en vertege naarde regte van Zuijthollant ommer der zijne aanbedeelde goedere te mogen gebruijken als haar vrij en aanbedeelde goet ook te moete onderhoude alle wege, stege, dijken, schoute, watergangen en andere naburen stegen met regt ider uijt sijn aanbedeelde is aangaande ook te moeten betalen dorps en andere lasten waar mede hunne respective parcelen sijn belast tot de leste december 1739 incluijs. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Thomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepenen in Waspik , dezen 12 februarij 1740.

In kennise van mij J. Zeijlmans, secretaris

Dat ist kruis merk bij Thomas Zeijlmans gestelt.

Fol. 36 vo

inde kantlijn uijtgemaakt

Op huijden den 19e maart 1740 compareerde voor ons schout en schepenen van Grootwaspik verondergenoemd, Jan Janse Pols weduwenaar en gebleeve boedelhouder van zaliger Johanna Wouters Gijben ingevolge den testamente gepasseert voor schout en schepenen alhier op den 21en junij 1736 ter eenre

Ende Gijsbert Wouterse Gijben, Cornelis vanden Hout als in huwelijk hebbende Maria Wouterse Gijben ende Huijbert Bogaerts als voogt van de vier onmondige weeskinderen van laureijs Woyerse Gijben, verweckt bij Pieternella van der Looij, sijnde geassisteert met dhr Adriaan Zeijlmans, schout alhier, als oppervoogt, alle ex testamento abinastato erfgenamen van zaliger de voornoemde Johanna Wouterse Gijben ter andere zijde

Te kenne gevende sij comparanten dat tusschen hen eenige oneenigheden stonden te rijle alsoo bij den voornoemde testamente tusschen den 1e comparant en sijn huijsvrou gemaakt tot eenige en universeelen erffgenamen mits dat de overschietende goederen na doode vanden voornoemde Jan Pols voor de iene helft moesten werden gedeelt bij de 2e comparanten in deze waar omme de 2e comparanten in deze oordeelen daar de 1e comparante gehouden was te leveren staat en inventaris gedaan maken inventaris om naar sijn 1e comparantes doot haar portie naarden wette deser fan den daar uijt te vinden, en dat hij daar voor behoorlijke borge moeste stellen etcetra. Soo verclaarde sij comparanten inder minnen met consent en ten overstaan van schout en schepenen alhier, te sijn over eengekomen ande verackordeert wegens de erffenis doe de voornoemde 2e comparanten na doode van 1e comparante te wagten hadden, zoo ende in maniere als volgt te weten dat de 2e comparanten geheel en al soude renuntiere so als sij lieden tesamen en ider in het bijsonder ten henne opgemelde qualitijten verclaarde te cederen, renuntieren en volkomen afstant te doen ten behoeve vande voornoemde Jan Pols, van alle goederen, roerende en onroerende, actien en crediten, egeene van dien uijtgezondert, so ende in dievoege als hij die met de voornoemde sijne huijsvrou Johanna Wouterse Gijben heeft beseten gehat of soo als hij die nu nog besittende is, dad dat den 1e comparant aan de 2e comparanten in hunne voogt mette qualiteijten daarvoren bij forme van uijtkoop sal uijtreijke voldoen, en betalen, eenen somme van 600 guldens gelijk als den 2e comparanten tot volle voldoeninge en afquijtinge vande selve uijtgeloofde 600 guldens aande 2e comparanten in deselve henne qualiteijten bij desen verclaarde te cedren, transporteren in in vollen eijgendom overtegeven, specialijk een obligatie groot in capitaal 600 guldens sprekende ten lasten van Mattijs Schoenmakers, gesproote uijt hoofde en pr reste vande cooppenningen vant huijs en erve, doorden 1e comparante aandeselve Mattijs Schoenmaker verkogt en getransporteert op den 14 december 1736, met welken transporte enden gifte de 2e comparanten inder selver respective qualiteijten verclaarde te nemen volkomen contentement, oversulx sijlieden den 1e comparant van die uitreijkinge verclaarde te quiteren bij dezen en sal den 1e comparant de voorschrven obligatie overleven in handen van den schout binnen die eerstcomende dagen .

Waar tegens den 1e comparant Jan Janse Pols bekende ook tot sijnen laste te sulle nemen alle sodanige laste en schulden als tot sijnen of de voornoemde boedel sijn loopende en de voornoemde 2e comparanten darvan te ontlasten en bevrijden mits dezen

Tot naarkominge en presentatie van alle tgeene voorstaat verclaarde sij comparanten te verbinden hare personnen en goederen, roerende en onroerende, hebbende en vercrijgende egeene van dien uijtgezondert, desden stellende onder t verbant en bedwang naar regte, alles sonder fraude. aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Cornelis Buijs, schepenen in Waspik.

In kennisse van mij J. Zeijlmans

in de kantlijn:

Compareerde ter secretarije van Grootwaspik Gijsbert Wouterse Gijben en bekende van Mattijs Schoenmakers ontfangen te hebben een somme van twee hondert gulden cum in tresse en sulx van sijn 1/3 part van de nevens genoemde obligatie van ses hondert guldens ten volle voldaan en betaalt te sijn datum Waspik den 17e junij 1740.

In kennisse van mij J. Zeijlmans, secretaris

Fol 37 vo

Op huijden de 23 maart 1740 soo willen Gijsbert de Ruiter meerderjarige zoon van Aart de Ruijter ende voogt en toesiender van de minderjarige kinderen van Aart de Ruijter met consent en ten overstaan van schout en geregten alhier publiecq en voor alle man bij forme van erffhuijs verkopen de meubilaire goederen bij den voornoemde Aart de Ruijter naargelaten so en in maniere als volgt die te berde sulle worden gebragt op de conditien hier haar volgende

Eerstelijks wie eenig gelt biet sal gehouden wezen te blijven bij zijn gebot op een boete en breuke van 100 goude realen te verbeuren goet van goude en swaar van gewigte.

De officier hout den eersten 2e 3e roep aan sijn selven wil niemant bevatten off ook niet bevat of agterhaalt sijn en word alles verkogt stootvoets.

De coopers off mijnders sulle gehouden sijn haar beloofde cooppenningen te betalen gereet en contant aan de tafel alvorens sij haar gekogte goederen van ’t erf sullen mogen vervoeren off sonder dat de vercoopers na verreken te doen willen op de boete van 30 stuijvers van ider coop.

De coopers sullen boven de cooppenningen mede gereet moeten betalen voor pontgelt en x L penning van ider gulde 3 stuijvers 8 penningen.

De verkopers houden aan haar lossen mits gevende aan den mijnder voor ider lossing eenen stuijver.

een platte eijsere potje, Mels Peters de Graaff 0: 17: --
een hoge eijsere pot, Corn. van Grevenbroek 0: 18: --
eenig out eijser, Tijs Dolk 0: 8: 0
7 hengen en een kram, Ad. Verschuren 0: 14: 0
1 bijl hamer en eijsere rijff, Jan de Bruijn 0: 13: --
3 vurken, 2 snij en 1 staal, Jan Buijs 0: 8: --
eenig out eijserwerk, secretaris 0: 5: --
een paar spore en out eijser, Jan de Bruijn 0: 11: --
2 hacken, 3 holsters etc., Willem Biemans 0: 2: --
een seijse cnaap en ketting met een dwarshout, Antonij van Pas 0: 12: --
een wateremmer oost enz., Geerit Corn. de Rooij 0: 9: --
1 quaijmant met out eijser, secretaris 0: 5: --
1 glase kastje , Lammert van Dongen 0: 10: --
1 kanne bort, Jan Peters Boer 0: 5: --
1 schotelrek, Bartel de Bont 0: 8: --
1 dito, Lammert Reckers 0: 3: --
1 krijt bakje, Jan Peters Boer 0: 2: --
1 dorsvlegel, vork, lepelbort ende boterpotje, bottelkanneke   enz, Hend. van Dimen 0: 3: --
2 aarde schotelen en 22   dito borde, Bartel de Bont 0: 4: --
eenige schulpschotelen en andere witte schotele, Teuntie   Grevenbroek 0: 6: --
1 lantaren en pollepel, Jan de Bruijn 1: 0: --
2 bierpinte en aarde pot enz, Jan Peters Boer 0: 3: --
1 kopere betpan en ijsere steel, Jacobus Boeser 1: 8: --
1 copere cetel   , Adr. Verschure 2: 5; --
1 dito keteltje en vijff tinne lepels, Gijsbert de Ruijter 1: 0: --
1 haal, 2 roosters, ralijnt enz., Ad. Swart 0: 14; --
een wieg, Ad. Olislagers 0: 10: --
1 sigt en deegen, Tijs de Zeeu 0: 12: --
1 spiegeltje, Tijs de Seeu 0: 14; --
1 spinnewiel, 0: 0: --
1 kistje, Jan de Bruijn 0: 8  
2 telessen een kapstok, Lammert van Donge 0: 6: --
1 karn, Tomas Zeijlmans 0: 10: --
1 lamp en olikannke, Gijsb. de Ruijter 0: 1: --
1 paar blau gordijne rabat en ijsere roeij, Teuntje Grevenbroek 0: 6: --
dito rooije, Corn. van den Hout 0: 12: --
1 snaphaan rak, secretaris 0: 1: --
1 etensspinneke, Jan Peters Boer 0: 6: --
1 vuurijser, Marc Coninx 0: 2: --
1 vierkante tafel, Jan Corsten 0: 11: --
een bank, Corn. van Grevenbroek 0: 6: --
1 vierkante tafel, Jan Buijs 0: 8: --
1 ovale tafel, secretaris 0: 15: --
1 baktrog, Antonij Oomens 1: 7: --
1 eijke kast, Tijs Dolk 2: 5: --
1 seeff, Lammert   Reckers 0: 3: 8
3 stoelen, Gijsb. de Ruijter 0: 12: --
1 linne bed, Gijsb. de Ruijter 2: 5: --
1 totbeke seeff enz., Bartel de Bont 0: 3: --
1 caveltje hout, Gijsbert de Ruijter 0: 9: --
1 leerke en wat mutsert, Joost Verschuren 0: 6: --
1 aartkar, Geeret Costers 3: 10: --
1 ploeg, Tomas Boudewijns 0: 10: --
1 kruijwagen, Jan Corst. Reckers 1: 4: --
1 hoop straijsel, Ad. Verschuren 1: 3: --
de missie, Jacobus Boeser 0: 12: --
den assoop, Mattijs de Zeeu 2: 4: --
een planken, Joost Verschuren 0: 6:  

Aldus deze verkoopinge regtelijk gedaan ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Thomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepenen in Waspik, desen 23e maart 1740 onderstonden was getekent A. Zeijlmans. Dit ist .. merk bij Tomas Zeijlmans gestelt.

In kennisse van mij J. Zeijlmans, secretaris

de cooppenningen bedragen f 38: 14: 8

comt x L penning                   f   0: 19: 6

Fol. 39 re

Op huijden den 13e meij 1740 soo wille de heeren Adriaan Zeijlmans, schout, en Jan Zeijlmans, scretaris van Grootwaspik, als aan gestelde curateuren over den geabandonneerden en insolventen boedel van Laurens Wouterse Gijben en Piternella van der Looij, publiecq en voor alle man ten overstaan van schout en schepenen alhier bij forme van erffhuijs ad opus jus habentium verkoopen de meubilaire goederen in den voornoemde boedel bevonden soo als die te berde sullen worden gebracht op de conditien hiernaar volgende

Eerstelijk wie eenig gelt biet, sal gehouden weze te blijven bij sijn gebot op een boete en breuke van 100 goude realen, te verbeuren goet van goude en zwaar van gewigte te gaan maar pay en regt.

De coopers off meijnders sullen gehouden zijn hare beloofde cooppenningen te betalen gereet en contant alvorens sij hare gekogte goederen vant erff sullen mogen vervoeren en soo imant sijn goet van ’t erff sonder eerst te betalen bragt, sal verbeuren aan den officier 30 stuijvers dewelke het belooft gelt en boet tot laste van den overtrader sullen vorderen cum expensis.

De coopers sullen boven de cooppenningen mede gereet moeten betalen van ider gulden 1½ stuijver.

De verkoping geschiet stootvoets en soo het geveijlt off afgehangen sal worden.

1 tang en haal, Maria Gijben 0: 1: 0
2 vout hengels, Jan Nouwens 0: 3: 0
2 gruun gardijne en rabat, Marie Gijben 0: 9: 0
1 duijle bet en deken, deselve 0: 13: 0
1 blecke teeketel en treckpot, Annemie Verbunt 0: 1: 8
eenig groff teegoet, Hendrik Hagoort 0: 2: 8
een lanteeren, Adriaan Smits 0: 2: 8
eenege aarde potte, schotelen en deurslag, Marie Gijben 0: 1: 8
een kam mandeke, Hendrik van de Heuvel 0: 2: 0
de kast bij, Marie Gijben 2: 10: --
een spindeke bij, Marie Gijben 0: 11: --
een tafel, Marie Gijben 0: 1: --
een eijsere pot en water emmer, Marie Gijbe 0: 4: 8
een spiegeltje, deselve 0: 1: 8
een rak, deselve 0: 1: 0
5 galaije schotelen en 12 borden, deselve 0: 1: 0
8 stoelen, deselve 0: 5: 8
een lepelrek met 13 lepels, deselve 0: 5: 8
1 turffton en vuureijser, deselve 0: 1: 0
een traff, secretaris 0: 3: 0
1 spinnewiel, Marie Gijben 0: 2: 0
1 blecke lampken 0: 0: 0
2 vurke enz., secretaris 0: 3: 0
1 spinnewiel, Marie Gijben 0: 11: 0
1 witte linne gardijn, deselve 0: 6: 0
1 strijkeijser 0: 0: 0
3 lakens, Piternel van der Looij 0: 4: 0
1 kruijwagen, deselve 0: 2: 0
2 stoven, deselve 0: 1: 0
1 wastol sijnde in duijgen, deselve 0: 1: 0
2 mansrocke en 3 hemde, deselve 1: 4: 0
4 flesse enz., deselve 0: 2: 2

Aldus deze verkoopinge regtelijk gedaan ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Tomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepenen in Waspik, dezen 13e maij 1740 onderstond en was geteijkent A. Zeijlmans, doorhaling. Dit ist .. merk bij Tomas Zeijlmans gestelt. Steven Scheur in kennisse van mij J. Zeijlmans, secretaris.

De cooppenningen bedragen agt gulden 16 stuivers twee penningen.

comt den xL penning op 0: 4: 8

Fol. 40 re

Staat en inventaris gedaan maken inventaris gedaan maken en aan schout en schepenen van Grootwaspik overgegeven bij Mari Ariens Coninx weduwe van Tomas Buijs en dat van zoodanige goederen en effecten als zij met den voornoemde hare overleden man heeft beseten gehat als volgt:

Eerstelijk de helft van een huijs, hoff, erven en driessen, staande en gelegen alhier gemeen en onverdeelt met Pieter van Waspik cumsuis, belent ten oosten Jan Bredenburg gransus artel en Wouter Zeijlmans cumsuis en ten westen Hendrik Camp en Tomas Schep cumsuis, streckende uijt den zuijden van de ackers aff noordwaart in tot de halve herstraat toe.

Nog eenen acker zaijlant gelegen agter de voornoemde stede, belent oost de erffgenamen Michael Lompeer en west Tomas de Bont, streckende vande voornoemde driesen aff zuijtwaart in tot de vest toe, sijnde haar voor de kosten van ’t proces van den dijk overgegeven.

Nog een binnenbijster gelegen alhier gekomen van Jacobus Mol, belent oost d’ erffgenamen Mattijs Vermijs en west sij beerten bijster sijn de dezen bijster en 1/3 in ’t huijs belast met een hipoteek van vier hondert guldens capitaal.

meubilaire goederen

twee coeijen, een paart

nog bedden en bult en huijsraet, dog seer gering en ontrent waardig een hondert guldens

Inkomende en contanten penningen waren er niet.

            uitgaande schulden

Eerstelijk betaalt in verscheijde reijse aan het proces van den dijck en andere processe na haar mans doot ontrent twee hondert guldens.

Nog staat te betalen aande kerk alhier tgeen mijn man op sijn kerkeboek te kort quaam en waar van de weduwe ten behoeve van de kerk een obligatie heeft gepasseert ter somme van hondert negen en ’t negentig guldens.

Nog een clijn winkeltje van eetwaren en potten, dog soo veel niet waardig als aan de coopluij stontte betalen.

Nog stont te betalen aand Mr. Pistorius tgeene was opgenomen om het 1/3 part vant huijs te betalen. Een somme van drie hondert guldens.

Nog betaalt tgeene op’t kerkeboek te kort quam aan den secretaris als andere sestig guldens.

Nog heeft Jacob Buijs in sijn leven verschooten voor mijn man wegens de processen ter somme van twee hondert guldens.

Aldus geinventariseert naart opgeven van de voornoemde Maria Coninx int bijwesen van de voogt en meerderjarige kinderen, verclaaren de sulx naar de waarheijt bij haar alsoo sijn opgegeven sonder ietwes ter quadertrouwe versweegen off hier opgegeven te sijn. aldus gedaan gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Tomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepenen in Waspik, desen 28e maij 1740.

In kennisse van mij J. Zeijlmans, secretaris.

Dir is t (kruis) merk bij Tomas Zeijlmans gestelt.

Fol. 40 vo

inde kantlijn: uijtgemaakt

Op huijden den 28e maij 1740 compararde voor ons schout en schepenen van ’s Grevelduijn Grootwaspik en xj½ Hoeve ondergenoemt, Maria Ariens Coninx weduwe Thomas Buijs ter eenre en Jochem Ariens Coninx ende Jan Buijs als aangestelde voogde over het minderjarige kint van de voornoemde Maria Ariens Coninx bij haar in huwelijk verwekt bij Thomas Jans Buijs voornoemt, met name Cuijntje Buijs, out ontrent 23 jaar, als mede den voornoemde Jan Buijs voor sijnselven en Adriaantje Buijs voor haar selven ende Dingena Buijs voor haar selven, alle meerdejarige kinderen van de voornoemde Maria Coninx en Tomas Buijs ter andere sijde.

Ende sijn de voornoemde comparanten in hare voornoemde qualiteijten ? met consent voorwesen en ten overstaan van schout en geregten alhier naar alles overwogen en den Staat en inventaris gedaan maken inventaris des boedels ingesien te hebben metten anderen verdragen en veraccordeert in voege en manieren als volgt: te weten dat de eerste comparante in vollen eijgendom sal hebben en blijven behouden alle goederen en effecten die sij met den voornoemde haren man heeft besten gehadt ende nog besittende is, soo wel active als passive en sulx geene uijtgezondert omme bij haar daarmede gedaan en gehandelt te worden als met haar vrij en eijgen goet sonder bekroon van imant onder dese speciale conditie nogtans dat de eerste comparante gehouden en verbonden blijft hare voornoemde kinderen op te voeden en te alimenteeren in cost en drank, cleedingen en cleedinge soo wel siek als gezont , egeenen tijd van perijkel uijtgezondert deselve te late leeren lesen en schrijven en een goet hantwerk off anders exercitie te laten leeren waartoe deselve naar den staat des boedels best bequaam sullen bevonden worden, en dat tot hun mondigen dagen, huwelijken off anderen geapprobeerden stae toe, als wanneer deselve daaren boven sal gehouden wezen soo aande nu meerderjarige op de eerste aanmaninge en aan het minderjarige kint als boven gesegt is aan ider van de selve uijtte reijken en voldoen eene somme van dartig guldens eens sonder meer in volle voldoeninge van hare vaderlijke goederen off legitime portie.Met welken contrackten sij comparanten bekende te nemen volkomen genoegen ende verclaaren sij gezamentlijk tot naarkominge en prestatie van allen hetgeene voorschreven staat te verbinden hare persoonen en goederen present en toekomende egeene excempt deselve stellende onder verbant en bedwank als naar regten. aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Tomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepenen in Waspik.

In kennisse van mij J. Zeijlmans, secretaris.

Dir is t merk (kruis) bij Tomas Zeijlmans gestelt

Fol. 41 vo

in de kantlijn: uijtgemaakt

Scheijdinge ende erffdeelinge die bij desen doende aan schout en geregten van Grootwaspick overgevende is Jochom Coninx, Huijbert Coninx ende Maria Coninx weduwe van Tomas Buijs alle kinderen en abintesta erffgenamen van Cuijntje Vermeijs weduwe van Arien Huijberde Coninx en dat van zoodanige goederen en effecten als haar door overlijden van de voornoemde hare moeder waren aanbestorven als die sij samen nog gemeijn en onverdeelt waren hebbende soo en in maniere als volgt:

Eerstelijk soos is Jochem Coninx geloot gecavelt en berffdeelt op een somme van een hondert guldens sijnde vande resterende coopenningen van het huijs bij Jan Bredenburg gekogt en welke hij bekende reets ontfangen te hebben en daar van voldaan te sijn.

Ten tweede soo is Huijbert Ariens Coninx geloot gecavelt en beerffdeelt op het noordense gedeelte van een acker gelegen alhier, streckende uijt den noorden van ’t ackerlant van Pieter van Waspik aff zuijtwaarts in tot den dwarspat om tegebruijken so lang hij leeft en na de doot van hem Huijbert Coninx sulle sijne kinderen en erffgenamen niet meerder in eijgendom hebben dan het geregten een derde part van den acker uijt den norden ten meeten zuijtwaerts in, belent oost van den heelen acker Hendrick Maas en ten Westen Jan Peeterse de Jong en moet betalen een derde van de laste.

Ten derden en ten laatsten soo is Maria Coninx weduwe Tomas Buijs geloot gecavelt en beerffdeelt op het zuijdense gedeelte van den voornoemde acker, streckende vanden dwarspat aff zuijtwaart in tot de vest toe om zoo verre te gebruijken soo lange Huijbert Coninx leeft en na zijn doot op de geregte twee zuijdense derde parte van den acker belent oost Hendrik Maas en ten westen Jan Peeterse de Jong en moet betalen 2/3 van de lasten.

En laastelijk op een buijtendelle gelegen onder ’s Grevelduijn Capel, groot ontrent vijff hont, belent ten oosten de weduwe Peeter de Jong en ten westen de steeg van eenige landen onder Clijnwaspik, streckende uijt den zuijden van de halve herstraat aff zuijtwaart in tot de Oude Straat aff Clijnwaspik toe mits conditie dat sij tot haren lasten nemmt de somme van 150 guldens, sijnde de coopenningen van ¼ part van de voornoemde del bij de gesamentlijke comparanten van den armen van ’s Grevelduijn Capel gekogt en di aan d armmeesters nog moet werden betaalt en sal sij de voornoemde del niet mogen verkoopen , belasten nog beswaren voor dat de cooppenningen zijn voldaan.

Aldus soo hebben partijen malkandere vertijt en vertegen naarden regten van Zuijthollant en verclaarde ider met zijne bevallen lot tevreeden te sullen zijn en te zulle betalen alle lasten en verpondingen tot ider sijn bevallen lot behoorende en te sulle maken en onderhouden alle wegen, stegen, dijken, dammen, straaten, waterloopen als anders tot ider sijn bevallen lot staande ne behoorende en verclaarden den eenen tot lasten vanden andren sijn bevallen lot niet meer te pretendeeren te hebben en sulx den een tot proffijt van den anderen daar van te renuntieren bij desen aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Tomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepenen in Waspik, desen 28e maij 1740.

In kennise van mij J. Zeijlmans, secretaris

dit ist kruis merk bij Tomas Zeijlmans gestelt

Fol. 42 vo

inde kantlijn: uijtgemaakt

Scheijdinge en erfdeelinge die bij desen doende en aan schout en geregten van Grootwaspik overgevende sijn Peeter Cornelisse Camp, woonende in Hendrik Luijtenambagt, Bartholomeus Camp, als in huwelijk hebbende Maria Cornelis Camp, woonende alhier, Adriaan Cornelisse Camp, woonende tot Oosterhout, ende Josep Camp als aangestelden deelvoogt van Anna Cornelis Camp, innocente dogter van Cornelis Adriaanse Camp, en Adriaantje de Bont, woonende alhier, en sulx alle kinderen en erfgenamen vande voornoemde Cornelis Adriaansen Camp en Adriaantje Peeterse de Bont en dat van alle soodanige goederen en effecten als door de voornoemde Adriaantje de Bont als geblevene boedelhoudster van zaliger den voornoemde Cornelis Adriaanse Camp, metter doot sijn ontruijmt en naargelaeten soo ende in manieren als volgt:

Eerstelijk soo is Peeter Cornelis Camp bij blinde lotinge geloot, gecavelt en beerfdeelt eerstelijk op het huijs, hoff en erve staande en gelegen alhier, belent oost Josep Camp en ten westen Johannis Verschuren doorhaling en Jan van Noort, streckende uijtten noorden van de halve herstraat aff zuijtwaart in tot den halven pispot toe.

Nog op een binnendel gelegen inden polder alhier, belent ten oosten de kerke alhier en ten westen Johannis Verschuren en Cornelis de Bont, streckende uijtten zuijden vanden halve herstraat aff noortwaart in tot de Cae toe.

Nog op drie geerden hooi ende weijlant gelegen in Cleijnwaspik in een stuk van twaalf geerden gemeen en onverdeelt met den armen en Peeter van Gijsel en andere, belent ten oosten vande heele 12 geerden Cornelis van Steenhoven en ten westen d’erfgenamen vande heer predikant van Aalborg, streckende uijt den zuijden van ’s Grevelduijn Grootwaspik af noortwaart in tot het half Schipdiep toe.

En ten laatsten nog op een parceel weijlant gelegen aande Dussen in ’t Zuijdevest groot ontrent seven hont, genaamt den Clijnen Blicksteert, belent ten oosten het weeskint van Thomas Zeijlmans en ten westen den armen van Waspik met het lant genaamt de Blicksteert, streckende uijtten zuijden van . . . . . . . . . noortwaart tot . . . . . . . toe en moet in egalisatie van sijn bevallen lot uijtreijcken aan Adriaan Cornelisse Camp eene somme van negen hondert guldens.

Ten Tweeden soo is Bartholomeus Camp bij blinde lotinge gelot gecavelt en berfdeelt op eenen acker zaijlant gelegen alhier gekomen van de weduwe van den secretaris Peeter Zeijlmans, belent oost Peeter Cornelis Camp en west Johannis Verschuren, streckende uijtten noorden vanden halven pispot aff zuijtwaart in tot de goederen van Michiel van IJersel gekomen van de chartroosen toe.

Ten 3e soo is Adriaan Cornelisse Camp bij blinde loringe geloot gecavelt en beerfdeelt op eene somme van ngen hondert guldens, die hem Peeter Camp in egalisatie van sijn bevallen lot moet uijreijken en waar van hij reets bekende voldaan en betaalt te sijn den eertse penning metten lesten.

Ten vierden en ten laatsten soo is Josep Camp, noventa dogter vanden voornoemde Cornelis Adriaans Camp en Adriaantje de Bont en sulx ten behoeve vande voornoemde Anna Camp, bij blinde lotinge geloot gecavelt en ende berfdeelt eerstelijk op drie geerden hooij ende weijlant gelegen inden polder alhier gemeen en onverdeelt in een stuk van ses geerden met Ansalmus Bosser, belent ten oosten vande heele ses geerden Jan Jochemse Zeijlmans en ten westen Jan Lips cumsuis, streckende uijt den zuijden van Hendrick Luijtenambagt aff den caesloot aff noordwaart in tot den halven schaijsloot toe. Sijnde de eene een en een halve geert der comparanten moeder Adriaantje de Bont aanbedeelt vande weduwe Peeter de Bont onder conditie dat sij jaarlijx daar uijt sal moeten voor een sesde part voldoen de alimentatie van Huijbert Peeterse de Bont ingevolge het contract van deijlinge voor schout en schepenen alhier gepasseert op de 30e october 1733, waartoe wert gerefereert en welcke uijtreijckinge uijt de voornoemde drie geerden sullen moeten worden gevonden en voldaan en waar voor deselve ten allen tijde sullen aansprekelijk sijn.

En ten laatsten nog op eenen acker zaijlant gelegen alhier in Twaalftalve Hoeve Grootwaspik groot ontrent drie hont off soo groot en cleijn den selven gelegen is tusschen erffenisse van Michieltjen de Jong oost en de weduwe Hendrik de Bont west, streckende uijt den noorden vanden halven pispot aff zuijtwaart in tot de goederen van Michiel van IJersel gekomen vande Chartroosen toe.Verder is conditie dat de drie eerste comparanten Peeter Camp, Bartel Camp en Adriaan Camp te samen en sulx ider voor een derdepart sullen moeten betalen alle de verpondingen en de schulden en lasten vanden boedel tot den lesten december 1739 incluijs sonder daar van iets tot lasten van hare innocente suster te mogen brengen.

Aldus soo hebben partijen ider in hunne voornoemde qualiteijt malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijthollant en verclaarde ider met sijn bevallen lot te vreden te sijn en te sullen betalen alle alsten en verpondingen op ider sijn bevallen lot staande en te sullen maken en onderhouden alle wegen, stegen, dijken, straten, schouwen, leijen, ’s heere chijnsen en andere naburen regten tot ider sijn bevallen lot behoorende en verclaarde den eenen tot laste vanden anderen daarvan te renuntieren bij desen aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Cornelis Buijs en Huijbert Coninx, schepenen, desen . . . julij 1740

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 43 vo

Inventaris gedaan makenen aen schout en schepenen van Grootwaspik overgegeven bij Teunis Janse Zeijlmans als in huwelijk hebbende Maria Sterrenburg, eender weduwe van Frans Peeters Boeser als mede de voornoemde Maria Sterrenburg en dat soodanige goederen en effecten als de voornoemde sijne huijsvrouw met den voornoemde Frans Peeters Boeser en na zijn dood tot hertrouwens toe heeft beseten gehat soo ende als die op het hertrouwen vande voornoemde sijne huijsvrouw is beseten geweest.

Eerstelijk de vaste goederen

Eerstelijk de helft van een huijs hofke en erve met een schouw, staande en gelegen alhier waar van de andere helft vant huijs en erve copereert de weduwe van Joost Sterrenburg, belent ten zuijden van t heele stedeken Hendrik van Diemen, strecken uijtten weste van de halve Vroukensvaartse grippel oostwaart in tot de erve van Huijbert Schep toe.

Nog eenen acker zaijlant gelegen alhier, groot ontrent twee hont, belent ten westen Jan Jesper en Maijken Voegers en ten oosten de weduwe Cornelis Aarts de Weertcumsuis, streckende uijtten zuijden vande steeg vande weduwe Cornelis van Dongen aff noortwaarts in tot de stede van Peter Jochems Berthouts toe.

Nog eenen acker zaijlant, groot ontrent drie hont mede gelegen alhier, belent ten zuijden de weduwe Joost Sterrenburg en ten noorden Reijnier Costers cumsuis, se een teijnde den anderen, streckende uijtten oosten vande halve Vroukensvaartse grippel aff westwaart in tot den acker van Huijbert Coninx toe.

Nog eenen acker zaijlant mede gelegen alhier gekomen van de erffgenamen van maijken de Bont, belent ten zuijden Wouter Ockers cumsuis en ten noorden Huijbert schep, streckende uijt de westen vande halve vroukensvaartse grippel aff oostwaart in tot ’s Grevelduijn Capel toe.

Nog eenen halven acker en dries mede gelegen alhier, genaemt het Verbrant, waarvan de wederhelft competeert Adriaan Schoutten, belent ten zuijden vande heelen acker dorpsweg en ten noorden Arien de Zeeuw, streckende uijt den oosten vande halve Vroukensvaartse grippel aff westwaart in tot den armens acker en het Walleken toe.

Nog eenen binnenbijster mede gelegen alhier tusschen erffenisse van de dwarsdellen oost, west Jan Huijberde Cuijl cumsuis, zuijden de veldeckens vande kerk en arme en ten noorden Peeter van Dongen en de weduwe Hendrik de Bont.

Volgen de meubilaire goederen.

in de keuke

Een bed met een peulue, twee dito kussens, 1 deeken, een paar geblomde gordijnen voorde bedsteden, 6 tinne schotelen, 3 comme op de cas 18 zoo groot als cleijn ceulse schotelen, 1 copere vier pan, een dito schuijmspaan, 2 halen, 1 tang, 1 kookpan met zijn hangijzer, een rooster met ses spijlen, 6 stoelen, 1 dito cleijne, een strijkeijser, 1 lam, 3 flesse, 1 korfke om mede te velt te gaan, twee eijsere potte, 1 schoukleet, 2 spinnewiele, een etenskaske, een dito taeffel, een bord met 12 tinne lepels, een tonne poterpot, 2 asijkannekens, 2 eerde schotelen, 6 eerde boeden, 1 olij stoop, 1 slegt botertijl, 6 boeken goeij en quaaij, 1 meelsak, een kas en daarin 5 paar slaaplakens, 5 oude cussesloope, 1 dito bonte tafelakens.

op t camerke

een bed met een peulue, een deken, 1 blans met 1 paar houte schalen, 1 slijpsteentje

op de geut

2 melktonne, 1 tonne bank, 2 eerde boterpotte, een karen met haar toebehoorte, drie copere ketels, een dito can met een aker, een bant haak, 2 andere hake.

op de solder

drie slegte kiste, 2 slegte grasseijsens, een dito koresigt, een baggerbeugel, een slag gaert, een hack, 1 stikscheer, drie slegte kooij vrake, 1 kinderstoel, 1¼ strooije vat.

in de schuur

ee oude koeij, 1 jonge dito, ½ wage, ½ car, ½ ploeg, 1 snijbak, 1 oude kruijwage, 1 leer, 2 koeijtobbe, 1 dorsvlegel, 1 slegte wan, 2 rieke, 1 trog, 1 houte blans, een hooij schaal, 1 tar vat, 1 swin sonder eijserwerk, 1 beugel, 1 slegte greel, een dito spaaij, 1 dito coreschup, 2 rijven.

uijtgaande schulden

Eerstelijk staat te betalen aen de weduwe Cornelis ketelaar een obligatie van 225 guldens volgens obligatie van dato den . . . . . . . . . . sijnde daar mede aff gelegt aen Jan Meertens Dolk een obligatie van gelijke somme van ouderen datum.

Nog een obligatie van twee hondert guldens ten behoeve van Artus Sterrenburg waarvan nu houder is Simon Sterrenburg.

Aldus geinventariseert opgegeven als vooren staat ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Cornelis Buijs, schepenen in Waspi, desen 28 september 1740.

In kenisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 44 vo

in de kantlijn: uijtgemaekt

Scheijdinge ende erffdelinge gedaan maken ende aen schout en schepenen van Grootwaspik aengebragt bij Maria Sterrenburg in huwelijk hebbende Teunis Zeijlmans (en met denselven haren man geadsisteert) te voren weduwe van Frans Boeser ter eenre ende Adriaan Costers in huwelijk hebbende Adriaantie Peeters Deckers mitsgaders Adriaan Boeser in qualiteijt als testamentaire voogd, Simon Sterrenburg als aengestelde toesiende voogt van Pieter Franse Boeser voor sigselven en nog als erffgenaem van Cornelia Franse Boeser sijn overledene suster in die qualiteijten, te saemen kinderen en erffgenaemen van wijle Peter den Decker, ende Frans Boeser ter andere sijde ende dat van al sulke goederen ende effecten als de eerste comparante meede voornoemde Peter den Decker ende Frans Boeser haere overledene mans respective in gemeenschap heeft beseeten en volgens den testamente vande eerste comparanten te saemen moesten worden verdeelt uijtwijsens den selven testamente voor schout en schepenen opden 10e maart 1731 alhier gepasseert, waartoe gerefereert word en dat in manieren soo ende gelijk als volgt:

Eerstelijk soo is de eerste camparante geassisteerd als vooren geloot gecavelt en beerffdeelt op de helft van een huijs, hofke en erve met een schuur, staande en gelegen alhier waarvan de andere helft vant huijs en erve copiteert de weduwe van Joost Sterrenburg, belent ten zuijden vant heele stedeken Hendrik Langermans en ten noorden Hendrik van Diemen, streckende uijtten westen van de halve Vroukensvaartse grippel aff oostwaarts in tot de erve van Huijbert Schep toe.

Nog op eenen acker zaijlant gelegen alhier, groot ontrent twee hont, belent ten westen Jan Jesper en Maijken Voegers en ten oosten de weduwe Cornelis Aarts de Weert cumsuis, streckende uijtten zuijden van de steeg vande weduwe Cornelis van Dongen, aff noordwaart in tot de stede van Peter Jochems Berthouts toe.

Nog op de geregte noordense helft van eenen akker zaijlant, groot ontrent drie hont mede gelegen alhier, belent ten zuijden de weduwe Joost Sterrenburg en ten noorden Reijnier Costers cumsuis d’een teijnde den anderen, streckende uijtten oosten van de halve Vroukensvaartse grippel aff westwaart in tot den acker van Huijbert Coninx toe.

Nog op de oostense helft van eenen binnenbijster, mede gelegen alhier, waarvan de westense helft op de tweede comparanten is bevallen, tusschen erffenisse vande dwarsdellen oost, west Jan Huijberde Cuijl cumsuis, zuijden de veldekens vande kerk en armen en ten noorden Peter van Dongen en de weduwe Hendrik de Bont.

Eijndelijk en ten laatsten opden inboel huijraat als andersints opden inventaris gemelt, onder conditie dat alle schulden tot lasten des boedels staande en gedaene verschotten voorde kinderen van wat benaminge die sijn blijven ten lasten de eerste comparante uijtgenomen een obligatie groot in capitaal 225 guldens sprekende ten behoeve vande weduwe Cornelis Ketelaar dewelke comt ten lasten de tweede comparanten in hunne qualiteiten, doorhaling

Hiertegen zijn Adriaan Costers nomine uxoris voor een derde ende Adriaan Boeser als voogt en simon Sterrenburg als toesiender van Pieter Franssen Boeser voor sigslfs en nog als erffgenaam van Cornelia Franse Boeser, zijn overleden suster, ende sulx ten behoeven van den selven Pieter Boeser voor twee derde parten off soo verre ider daar inne geregtigt soude mogen sijne geloot gecavelt en beerfdeelt.

Eerdtelijk op de geregte zuijdense helft van een acker zaijlant, groot ontrent drie hont, , waarvan de noordense helft op de eerste comparante is bevallen, gelegen alhier, belent ten zuijden de weduwe Joost Sterrenburg en ten noorden Reijnier Costers cumsuis, d’een teijnde den anderen, streckende uijtten oosten van de halve Vroukensvaartse grippel aff westwaart in tot den akker van Huijbert Coninxs toe.

Nog op eenen acker zaijlant mede gelegen alhier, gekomen vande erffgenamen van Maijken de Bont, belent ten zuijden Wouter Ackers cumsuis en ten noorden Huijbert Schep, streckende uijt den westen van de halve Vroukensvaartse grippel aff oostwaart in tot ’s Grevelduijn Capel toe.

Nog op eenen halven acker en dries mede gelegen alhier, genaamt het verbrant, waar vande wederhelft compiteert Adriaan Schouten, belent ten zuijden van den heelen acker Dorpsweg en ten noorden Arien de Zeeuw, streckende uijt den oosten vande halve Vroukensvaartse grippel aff westwaart in tot den armen acker en het walleken toe.

Eijndelijk en ten laatste de westense helft van eenen binnenbijster mede gelegen alhier, waar van de oostense helft op de eerste comparante is bevallen, tusschen erffenisse vande dwarsdellen oost, west Jan Huijberde Vuijl cumsuis, zuijden de veldekens vande kerk en arme en ten noorden Peeter van Dongen en de weduwe Hendrik de Bont, mits dat sij als vooren gesegt is zullen betaelen een obligatie, groot in capitaal 225 guldens, sprekende ten behoeve vande weduwe Cornelis Cetelaar.

Aldus de voornoemde deelinge naa voorgaande examinatie vande staat ende gelegenthijd des boedels regtelijk gedaan ende hebben parthijen ider in het bijsonder de een ten profijte ende behoeven vanden anderen regtelijk vertijd ende vertegen na den regten van Zuijtholland, sullen de iders het sijn aanvaarden als vrij ende eijgen alodiaal goet en dat met alle lijdende ende dominerende servetuijten regten ende geregtigheden, mitsgaders dijken, verpondingen, stegen, wegen, uijtwateringe als anders van outs en met regt daar op toe ende aenbehoorende alles sonder fraude. aldus gedaan ende gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert coninx ende Cornelis Buijs, schepen in Grootwaspik, desen 28 september 1740.

In kennise van mij J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 45 vo

Staat en inventaris gedaan maken en aen schout en schepenen van Grootwaspik overgegeven bij Huijbert Tielemans ende Cornelis Bongaerts als in huwelijk hebbende Maria Tielemans, mitsgaders Geeret van Dusseldorp in qualitijt als aengestelde directeur over Jan Tielemans en nog als aengestelde voogt over Elisabet Tielemans, endat van soodanige goederen en effecten als haar door overlijden van Fransus Tielemans en Maria Schoenmakers haere respective vader en moeder zaliger metter doodt ontruijmt en naergelaten soo ende in manieren als volgt.

Eerstelijk een huijsie, hofke en erve, staande en gelegen Alhier in Twaalfftalve Hoeve Grootwaspik tusschen erffenisse van Huijbert Bogaers aff de steeg oost en Damis Schoenmakers west, streckende uijt den noorden vande herstraat aff zuijtwaart in tot den acker van Jan Nobel toe.

Nog het geregte een vierde part van een buijten delle, gelegen alhier opden westenkant van Vroukensvaart, belent ten zuijden de weduwe Vas Peters Vermeulen en ten noorden . . . . . . . , streckende uijt den oosten vande halve Vrouwkensvaart aff westwaart in tot de del van Arnoldus van Zon toe.

Nog het geregte vierde paart van een en vierde geert hooij ende weijland, gelegen in Cleijnwaspik in een stuk van tien geerden gemeen en overdeelt in de westense vijff geerden met de weduwe Jan Hendriks cumsuis, belent oosten van vijff geerden den armen van ’s Gravenmoer, met de andere vijff geerden en ten westen den armen alhier, streckende uijt den zuijden vande halve oude straat off Grootwaspik aff noortwaart in tot den halven schaijsloot toe.

Nog sijn in het huijsie bevonden een beddeken met sijn toebehoren en verder eenige stoelen als andersints, hetwelke te saemen met communicatie vanden officier als oppervoogt bij twee onpartijdige naburen is getaxeert op een somma van twintig guldens.

uijtgaande schulden

Eerstelijk staan te betaelen aen de loopende schulden als obligatien te saemen bij eengereekent een somme van twee hondert guldens, sijnde ander andere mede gesproten over het coopen vande paspoort van Jan Tielemans waar voor buijten alle onkosten was betaalt 49 guldens.

Nog comt Huijbert Tielemans over drie a vier jaren kostgelt van sijn moeder Maria Schoenmakers bij accadnodatie en moederatie een somme van 100 guldens.

Aldus gedaan en opgegeven bij de voornoemde comparanten in haere qualitijt verclaarende alles ter goeder trouwe en na hare beste kennisse te zijn gedaan sonder ietwes ter quader trouwe off verswegen te sijn. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Thomas Zeijlmans en Steven Schout , schepenen, desen 30e september 1740.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Dit ist kruis merk bij Tomas Zeijlmans gestelt

Fol. 46 vo

inde kantlijn: uijtgemaakt

Scheijdinge ende erffdelinge die bij desen doende ende aan schout ende geregten van Grootwaspick overgevende sijn Huijbert Tielemans, Cornelis Bongaarts als in huwelijk hebbende Maria Tielemans ende Geert van Dusseldorp in qualiteijt als aangestelden directeur van Jan Tielemans, tegenwoordig uijtlandig, ende nog als aangestelden voogt over Elisabet Tielemans, en dat van soodanige goederen en effecten als haar door overlijden van Fransus Tielemans en Maria Schoenmakers, hare respective vader en moeder zaliger metter doot sijn ontruijmt een naargelaten, soo en in manieren als volgt:

Eerstelijk soo is Huijbert Tielemans bij lotinge geloot gecavelt ende beerfdeelt op een huijsje, hofke en erve staande engelegen alhier in Twaalftalve Hoeve Grootwaspik, tusschen erffenisse van Huijbert Bogaerts of de steeg oost en Domis Cornelisse Schoenmakers west, streckende uijt den noorden vande herstraat aff zuijtwaarts in tot den acker van Jan Nobel toe, sijnde belast met een rente van drie stuijvers sjaars ten behoeve vande kerk alhier.

Item nog op den inboel en meubilaire goederen bij hare moeder als langstlevende naargelaten mits dat hij moet betalen alle de lastige schulden des boedels op den inventaris opgegeven.

Ten tweede soo is Geerit van Dusseldorp in qualiteijt als directeur off reprensentant van Jan Tielemans, tegenwoordig uijtlandig, en sulx ten behoeve van Jan Tielemans bij lotinge geloot gecavelt ende beerfdeelt op het geregte een vierde part van een buijtendelle, gelegen alhier in ’s Grevelduijn Grootwaspick op den westenkant van Vroukensvaart, belent ten zuijden de weduwe Vas Peeters Vermeulen, en ten noorden . . . . . . . . . . , streckende uijt den oosten vande halve Vroukensvaart aff westwaart in tot de del van Arnoldus van Son toe, mits dat hij moet uijtreijken aan Huijbert Tielemans een somme van dartien guldens en daar van intrest sal moeten betalen tegens vier procent conto int jaar tot de volle voldoeninge toe.

Ten derden soo is Cornelis Bongaarts als in huwelijk hebbende Maria Tielemans ende Geert van Dusseldorp als aangestelden voogt van Elisabet Tielemans en voor so veel het noodig is de voornoemde Elisabet Tielemans out ontrent 24 jaren, te samen en sulx ider voor de helft geloot gecavelt en beerfdeelt op het geregte een vierde part van een vierde geert hooij ende weij weijlant, gelegen in Cleijnwaspik in een stuk van tien geerden, gemeen en onverdeelt inde westense vijff geerden met de weduwe Jan Hendricx cum suis, belent ten oosten vande vijff geerden den armen van ’s Gravenmoer met de andere vijff geerden en ten westen den armen alhier, streckende uijt den zuijden vande halve oude straat of Grootwaspik aff noortwaart in tot den halven schaijsloot toe.

Aldus soo hebben partijen ider in hunne voornoemde qualiteijten malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijthollant en verclaarde ider met sijn bevallen lot te vreden te sijn en te sullen betalen alle lasten en verpondingen op ider sijn bevallen lot staande en te sullen maken en onderhouden alle wegen, stegen, dijken, straten, schouwen, leijen, ’s Heeren en andere chijnsen, andere naburen regten tot ider sijn bevallen lot behoorende ende verclaarde den eenen tot lasten van anderen sijn bevallen lot niet meer te pretenderen te hebben en den eenen tot proffijt vanden anderen daar van te renuntieren bij desen. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Thomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepenen, desen 30 september 1740.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Dit ist kruis merk bij Tomas Zeijlmans gestelt.

Fol. 47 re

Staat en inventaris gedaan maken inventaris vanden boedel en goederen naargelaten en metter doot ontruijmt door Anthonij van Dommelen in sijn leven gewoont hebbende ende overleden alhier, den welken na het opgeven van van Huijbert Anthonisse van Dommelen en sijne huijsvrouwe is bevonden als volgt:

Eerstelijk een parceel moergront, groot ontrent ½ hont, gelegen alhier russchen erffenisse d weduwe Tomas Rijken oost, west Dirk van den Hoeck, zuijden Peeter Stockermans cumsuis en noorden de weduwe Hendrik de Jong.

Alsnog een huijs, hoff en erve, waar in anthonij van Dommelen op den 26 januarij 1740 overleden is, mede gelegen alhier, tusschen Dirk Rijcken en Peeter van Dongen oost, west en zuijden de weduwe Thomas Rijken en noorden de weduwe Arien Swart cumsuis, en daar in bevonden:

Een castje en daar in 2 mans rocken, de eene bruijn en de andere oranje cleur, 4 mans hemden, 2 cussen sloopen, 1 paar witte wolle cousen, 1 paar bruijne dito, 1 paar wolle hantschoen met nog wat rommeling,

2 wolle mans broeken, 2 dito hemtrocken, 1 linde broek, 2 hoeden, 1 paar schoen, 1 linde hemtrok, nog een witte mans rock, 2 ceulse borden, 6 aarde boorden off schotels, 1 houte schuijpspaan, met 3 pollepels, 2 ijsere potten, 1 lepelrek met 13 lepels, 2 tafels, 1 kist, 1 meeltonnetjen, 2 quade stoelen, 1 stikschaar, 1 copere bedpan, 1 etensspindeken, 1 borstel, 1 rakje, 1 spiegel, 1 aalbuijltje, 1 lenghaal, 1 vouthengel, 1 tang, 1 vuurijser, 1 ketting, 1 lantaarn, 2 lege botteljes, 1 lamp, 1 coeckpan, 1 rabbatje voor de schoorsteen, 1 bed, 2 hoofdpeuluwen, 2 cussens, 2 wolle deeckens, 3 lakens

op de solder

1 avegaar, 4 strooije mantjes off corven, 1 dito vat, 1 rieck, 1 vat met gaatjes, 1 bodt en voorts wat rommeling

int agterhuijs

ontrent 30 bossen riet, 2 schuijer deelen, wat torf, wat boonstaken, 1 houte cnaap, nogen waren vergeten 2 gordijnen voort bed.

Op t affsterven van Anthonij van Dommelen in huijs gevonden 24 guldens aan contant gelt waar tegen de dootschult moet betaalt en afgereeckent worden.

Alsnog staat te ontfangen vande weduwe Thomas Rijcken kamerhuur vier gulden.

Lastige schulden des boedels

Staat te betalen aan Dirk Iven

aanden Loonsen Dijk                         9: 12: --

aan Janneken Tonars                        9: 16: --

aan coppelaar een capitaal van        50: --: --

met twee jaar intrest

aan de borgemeesters van Waspik

aande secretaris van Waspik

Aldus gedaan opgegeven en geinventariseert als boven ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Thomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepenen in Waspick, desen 2e februarij 1741.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

dit ist kruis merk bij Toams Zeijlmans gestelt

Fol. 48 re

Erfhuijsceel doorhaling de voogden van kinderen Peeter van Hassel.

Op huijden den 16e februarij 1741 soo willen Adriaan van Hassel en Johannis Vassen als testamentair voogt en toesiender vande minderjarige kinderen van wijlen Peeter van Hassel ende Geertruij Vassen, publicq ende voor alle man ten overstaan van schout en schepenen van Waspik, bij forme van erfhuijs verkoopen de meubilaire goederen en inboel bij den voornoemde Peeter van Hassel en Geertruij Vassen metter doot ontruijmt ende naargelaten, soo als die te berde sullen worden gebragt, op de conditie en voorwaarden hier naar volgende:

eerstelijk wie eenig gelt biet, sal gehouden wesen te blijven bij sijn gebodt op een boete en breuke van 25 guldens te gaan naar regt.

De coopers sullen boven de cooppenningen mede gereet moeten betalen voor het slag of pont gelt en XL penningen van iederen gulden eene stuijver agt penningen.

De verkoopinge geschiet stoot voots sonder in eenige onder of overmate gehouden te sijn.

De verkoopers houden aan haar vrij 8 lossinge mits gevende voor idere lossinge twee stuijvers.

Den officier houd den 1e, 2e en 3en roep aan sijn selven, wil niemant bevatten of ook niet bevat of agterhaalt sijn.

een mansrock, bij Jan van Limt om 4: 5: --
1 dito broek, bij Hendrik de Gester om 1: 11: --
2 gardijne en 1 rabat, de weduwe Hendrik de Bont 0: 6: --
1 roklijf en 1 swarte falie, bij Bartel Gijben 1: 1: --
1 tafelkleet en 1 rabat, bij Peeter Beerende 0: 18: --
1 swarte vrouwe rok, Ad. van Hassel 1: 14: --
1 dito. A. de Bont gelost bij Ad. van Hassel 6: --: --
1 dito sersie, Arien de Zeeu 5: 11: --
1 dito stoffe, Joh. van Hassel 6: 15: --
1 vrouwe swarte mantel, J. v. Hassel 4: --: --
1 vrouwe manteltje, A. v. Hassel 2: 7: --
2 creppe dito, Joh. Vassen 2: 12: --
1 dito catoene , Huijb Schouten 1: 10: --
1 swarte falie, Ad. van Hassel 2: 17: --
1 blauwe voorschot, Bartel Gijben 1: 15: --
1 deeckentje, Peter W. de Jong 0: 7: --
1 swarte voorschoot, Seijken de Laat 1: 7: --
1 rabat en 2 gardijnen, Leijsbet Fick 1; 3: --
1 dekentje, Peter Quirijns 2: 4: --
2 kindermoukens en 2 mutskens, Peter v. Raamsdonk 0: 10: --
1 mutske, Peter w. de Jong 0: 11: --
1 neersel en covel enz., Corn. van Os 0: 5: --
3 mutsen, Bartel de Bont 0: 6: --
2 kinderhemmekens, F. van den Hout 0: 8: --
2 overhemmekes en 2 mutsen, Hendruk van Gatsel 0: 9: --
4 covelmutsen, Cornelis van Os 0: 6: --
einde fol. 48r 50: 18: --
       
1 gijn en een muts, Peter W. de Jong 0: 9: --
2 mutse en 1 gijn enz, Peter van den Berg 0: 11: --
2 dito moukens, Peter de Zeeu 0: 7: --
2 kinder mutse, Peter Quirijns 0: 12: --
2 moukens, 1 gijne, 1 flep, Corn. van der Loo 0: 9: --
3 kindermutskes, Janna van Tackel 0: 9: --
3 ondermutse, Corn. de Bont 0: 5: --
3 dito, Aart de Bont 0: 9: --
in de kantlijn: 1 2 3      
3 dito, Bartel de Bont 0: 7: --
nijelbandekens enz, Corn. deZeeu 0: 6: --
3 dito, Jochem de Bont 0: 8: --
dito, Geeret Nette 0: 6: --
2 kinder borstrocke, 1 hemdeken, Jan Buijs 0: 13: --
3 mutskes, Jan Vermeijs 0: 11: --
3 dito en 1 borstrockske, Peter van Raamsdonk 0: 7: --
3 dito enz., Corn. vander Loo 0: 17: --
3 dito en coveltjes, den selven 0: 12: --
1 dito 1 hemmeken enz., den selven 0: 15: --
1 gijn 1 hemmeken enz., den selven 0: 9: --
2 hemmekes, Bart van Vugt 0: 8: --
1 dito mutske enz. Corn. der Loo 0: 13: --
3 mutskes enz., Ad. W. van Hassel 2: 13: --
6 dito, Hendrik de Getser 0: 14: --
3 dito enz., Dries van Gerven 0: 9: --
3 fleppen 1 neusdoek, Corn. van der Loo 0: 14: --
6 mutse, Corn. de Bont 0: 14: --
1 neersel, Ad. van Hassel 0: 17: --
1 doos, Joh. Vassen 0: 12: --
1 moffe kas en 1 paar hantschoen, Peter Quirijns 0: 6: --
1 luur wendel, Corn. van der Loo 0: 19: --
1 wendel en 1 paar hantschoen, Jan Smeijs 0: 5: --
2 neusdoeken, Ad. van Hassel 1: 12: --
3 dito, Joh. Vassen 0: 17: --
2 paar moukens en 1 fijteltje, Peter van Raamsdonk 0: 4: --
2 feijteltjes, Huijb Tilemans 0: 18: --
2 feijteltjes, Corn. van der Loo 1: --: --
1 dito 2 neusdoekjes, Meerten van Son 0: 11: --
1 benneke en 1 paar hantschoen, Corn. vander Lo 0: 8: --
1 vrouwe voorschoot, Ad. van Hassel 2: --: --
1 dito, Peter Verschuren 1: --: --
1 dito, Hend. Camp 1: --: --
1 blauwe dito, Johanna van Tichel 1: 2: --
1 dito dobbelsteene, J. van Hassel 1: 8: --
1 dito, Hend. Camp 1: 11: --
1 dito catoene, Peter van Raamsdonk 0: 6: --
1 dito blauwe dobbelsteene, Hend. Camp 1: --: --
1 katoene manteltje, Corn. van Os 0: 5: --
2 gardijnen en 1 rabat, Peter van Raamsdonk 0: 7: --
1 manteltje en 3 dassen, Janneke Reckers 0: 5: --
1 jackske en 3 dito, Wouter van Dusseldorp 0: 7: --
1 witte hemtrok, Hend. Camp 1: 2: --
1 vrouwe dito, Teunis Dolk 0: 11: --
1 mans dito, Bartel de Bont 0: 8: --
1 strepe hemtrok en broek, Aart de Bont 1: 7: --
1 sitse hemtrok, Tijs de Zeeu 2: 17: --
luijre en doeken, Tijs de Zeeu 0: 6: --
1 blau dobbelsteene tafellaken, Hend. Camp 0: 14: --
1 blauwe voorschoot, Ad. van Hassel 0: 8: --
onder aan fol. 48 ve      
       
1 broek en witte hemtrok, Aart de Bont 1: 1: --
1 hemtrok met silvere cnoop, Aart de Bont 6: --: --
1 witte hemtrok, Joh. Verschuren 1: 1: --
1 dito, Jochem de Bont 0: 14: --
2 dito vrouwe voorschoot, Jan Lips 0: 18: --
1 schoucleet, Frans van Tichel 0: 5: --
1 neusdoek en 1 vrouwe voorschoot, Adriaantje Dolk 0: 8: --
1 paar moukens enz., Jan Buijs 0: 6: --
1 damaste hemtrok en eenige mans kousen, Jan Verwilejare 1: --: --
1 paar mans cousen, Ad. van Hassel 1: 1: --
1 lampert, Jan van Steenhoven 0: 16: --
2 neersels enz, Arien de Zeeuw 0: 16: --
2 witte lijvette cappe, Ad. van Hassel 0: 14: --
2 dito, Peter van Alphen 0: 12: --
1 half hem enz., Peter Swart 0: 5: --
2 kussensloopen, d weduwe Ad. Jochemse 1: 18: --
2 dito, Aart Schoenmakers 1: --: --
2 dito, Peter van der Pluijm 1: 2: --
2 dito, deselve 1: 4: --
2 dito, Ad. van Hassel 1: 18: --
2 dito, Peter Quirijns 1: 17: --
1 paar cousen, Joh. van Hassel 1: 5: --
2 kussensloopen, d weduwe Ad. Jochemse 1: 16: --
2 dito, deselve 1: 14: --
2 dito, Peter van der Pluijm 1: 15: --
2 dito, Thomas Boudewijns 1: 17: --
2 dito, Ad. van den Bos 1: 17: --
2 dito, denselve 1: 5: --
2 dito, d weduwe Ad. Jochemse 1: 15: --
2 dito, Peter Quirijns 1: 4: --
2 dito, Peter de Jong 1: 4: --
2 dito, Ad. Hoevenaar 1: 3: --
2 dito, Peter. W. de Jong 1: 6: --
2 servetten, Ad. van Hassel 2: --: --
2 dito, Josep Camp 1: 16: --
2 dito, Peter van der Pluijm 1: 19: --
2 dito, Aart de Bont 1: 16: --
2 dito, Peter de Jong 1: 16: --
2 dito, doorhaling Peter Gijsb. de Jong 1: 16: --
2 dito, Ad. van Hassel 2: 6: --
2 dito, Corn. de Zeeu 1: 19: --
2 dito, Peter van Raamsdonk 1: 15: --
2 dito, Peter Jochems Langerwerff 1: 19: --
2 dito, Bartel de Bont 2: --: --
1 dito en 1 hantdoek, Aart de Bont 0: 15: --
1 clijn tafellaken, Peter van Raamsdonk 0: 5: --
2 dito, Josep Camp 2: 8: --
1 dito, den selven 1: 5: --
1 dito, Peter Willemse de Jong 1: 19: --
1 lapke sits, Joh. Verschuren 0: 14: --
4 ¾ el tril, Peter Corn. Camp 3: 15: --
2 mans hemde, Corn. van Os 3: 5: --
2 vrouwe dito, Jan Maas 2: 3: --
2 mans dito, Celis Coninx 2: 4: --
2 dito, Peter van Alphen 2: 3: --
2 dito, Jan Maas 2: 8: --
1 dito, Peter W. de Jong 1: 5: --
2 dito, Peter van Alphen 0: 13: --
4 kinder luijren, Peter Corn. Camp 0: 10: --
2 dito met een neusdoek, Steven J. Timmermans 0: 11: --
2 trille tafellakens, Joh. Vassen 1: 19: --
2 dito, Ad. van Hassel 2: 4: --
2 gansenoogen dito, Peter Corn. Camp 2: 5: --
1 dito pelle, Joh. Vassen 4: 5: --
1 dito met hantdoek, Lammert Reckers 1: 1: --
onderaan fol. 49 re 101: 16: --
       
2   slaaplakens, Joh. van Hassel 4: --: --
2 dito,   Ad. van Hassel 4: --: --
2 dito,   Jasper van Salm 4: 6: --
2 dito,   Hendrik Camp 5: 2: --
2 dito,   Ad. van Hassel 4: 14: --
2 dito,   Joh. van Hassel 5: 4: --
2 dito,   Andries Hoevenaar 4: 10: --
2 dito,   Corn. van der Lo 3; --: --
2 dito,   d weduwe Vos Muijsenberg gelost bij Ad. van Hassel 3: --: --
2 dito,   A. van Hassel 2: 10: --
2 dito,   Jan Nobel 1: 18: --
2 dito,   Jan Maas 2: 18: --
2 dito, Peter Corn. Camp 1: 2: --
2 dito,   Hendrik Camp 1: 18: --
7 ¼ el   linnen, Jasper van Selm 5: 16: --
36 ¼ el   bij Joh. Vassen om 13 st. d’el is samen 23: 12: 19
moukens   en handdoeken, Cristiaan Erms 0: 14: --
1 paar   goude ballen 12 guldens, gelost voor de kinder dus memorie      
1 dito   ring, Johanna van Tichel 8: --: --
1 paar   dito hemtknoopen, Steven Jans Timmermans 10: 10: --
1 paar   dito oorringen, Peter van Raamsdonk 2: 10: --
1 paar   silvere schoengespen, Celis Coninx 6: --: --
1 paar   dito inde broek, Huijbert Schouten 2: 6: --
1 paar   dito vrouwe op de schoen, Josep Camp 1: 16: --
1 paar   dito vrouwe gespe, Peter W. de Jong 1: 18: --
eenige   dito cnope en haak van 1 beugeltas, A. van Hassel 4: 10: --
1 boek   met so=ilver sloten. Corn. Vassen 4: 9: --
1   silvere sakhorloge, Corn. de Bont 9: 9: --
eenige   silvere cnoope, 42 schippers schellingen, Sacharias Bergmans 3: 14: --
1   silvere teelepel den groote, Hend. Schoenmakers 1: --: --
1 spane   hoet enz., Corn. van Os 0: 14: --
1 dito   candelaar, Jan van Steenhoven 1: 13: --
1 dito   teebus, Willem Blankers 0: 15: --
1 dito   coffijkan, Peter van Raamsdonk 2: --: --
1 dito   teeketeltje, Hend. Camp 0: 15: --
1 dito   confoor, J. van Selm 0: 11: --
1 dito teeketel, Ad. Camp 2: --: --
1 dito,   A. van Hassel 2: 14: --
1 dito   batpan 0: 18: --
1 dito   lamp en peperbus, Jac. Schouten 0: 18: --
1 dito   keteltje, Peter van Raamsdonk 1: 8: --
1 dito   ketel, Joh. van Hassel 6: 7: --
1 dito,   Andries Hoevenaars 2: 1: --
1 dito   blaker en 1 coffi dooske, J. van Steenhoven 0: 11: --
id to pot, Ad. Camp 1: --: --
1 dito,   Willem van Gerve 1: 10: --
1   strijkijser en 1 coffi dooske, Josep Camp 2: 2: --
1   ijsere pot, Aart Schoenmakers 1: 8: --
1 dito,   Jan Buijs 1: 18: --
1   kookpan en hangijser, Jochem van Son 0: 16; --
1   haartijser en confoor, Peter verschuren 1: 10: --
2   schietpistolen. Jac. Schouten 3: --: --
1   santlooper, Peter Cetelaar 1: --: --
1   teeketel blexke en lepelrek, Arnoldus Cuijl 1: --: --
1   coffijmolen, Joh, van Hassel 1: 4: --
1 haal,   Corn. Will. van Dongen 0: 14: --
1 tinne   waterpot, Jan van Steenhoven 1: 14: --
5 tinne   lepels, Peter van Raamsdonk 0: 12: --
6 dito,   Joch. van son 0: 11: --
12   dito, Jan de Jong 1: 10: --
4 dito   en 1 boterpot, Peter van Raamsdonk 1: 5: --
onderaan   fol. 49 ve 185: 3: 14
       
2   soutvaten, Peter Cuijl 0: 17: --
10   foursjetten, Dirk van Dusseldorp 0: 12: --
1   lantaarn, Hendrik Camp 0: 12: --
1   mostertpot Tregter enz, Willem van Gerven 0: 18: --
1 tinne   treckpos en tebus, Peter Vermijs 1: --: --
1   schuger, G. van Salm 0: 1: --
1   teebus en blecke ketel, Willem Blankers 0: 11: --
1 paar   galaije muijlen, J. van Selm 0: 9: --
1 teebuske coffikopkes &, Joh. Vassen 0: 3: --
1 paar   kousen, Ad. van Hassel 0: 17: --
1 kurf   trekpot enz, Hend. de Getser 0: 10: --
1   naijmandeken met prulle, Dries Hoevenaar 0: 15: --
½   dosijn teegoet, den schout 2: 1: --
½   dosijn dito, den selven 2: 10: --
5   copkens en schoteltjes, Huijb. de Jong 1: 18: --
½   dosijn dito, den schout 2: 8: --
1   spoelkom, Joh. van Hassel 0: 13: --
3   schoteltjesen 3 copjes, Hend. Camp 0: 13: --
3   schoteltjes, den schout 0: 10: --
3 dito   en 4 kopkes, Joch. van Son 0: 8: --
2   waterpotten, Josep Camp 0: 11: --
1   spigel, Ad. Verstegen 0: 19: --
eenige   galaije schotelen en suijkerpot, Peter van Raamsdonk 0: 19: --
3 witte   borden en 1 witte kom, Bartel van Vugt 0: 6: --
1   tabaksdoos capmes en eenige vlas, Ad. Verstegen 0: 7: --
7 witte   commen, Jan Lips 0: 9: --
4   geblomde kannen, Jan vander Sande 0: 8: --
2 dito,   Hendrik Camp 0: 5: 8
1   suijkerpot, Joh. Verschuren 0: 4: 8
1   treckpot met een kan, Aart van den Heuvel 0: 8: --
1   stoopke met een spaarpot, Joh. Zeijlmans 0: 8: --
1   spoelkom en 4 copjes en schoteltjes, Corn. Fick 0: 6: 8
6   borden, Bartel van Vugt 0: 9: --
6 dito, Hend. Camp 0: 9: --
6 dito,   Willem Blankers 0: 9: 8
6 dito,   Arien de Zeeu 0: 6: --
6 dito,   Huijb. Schouten 0: 7: --
6   copkes en schoteltjes, Hend. de Getser 0: 5: --
2 witte   commekes, 1 copke en schoteltje &, Corn. Fick 0: 5: --
1   borstel en 1 verken, Hend. Camp 0: 10: --
1   wijwaterbakje mostertpot &, Geert van Vugt 0: 4: --
4   schotelen en 1 wijwaterbak, Peter Verschuren 0: 17: --
3 dito,   Corn. van Dongen 0: 12: --
5 dito   en 1 boterschoteltje, Aart van den Heuvel 0: 18: --
3 dito   en 1 bort, Ad. van Hassel 0: 7: --
1   suijkerdooske en eenige bierglasen, Peter Cetelaar 0: 15: 8
1 rakje   met een blaatje, Hend. Camp 0: 15: --
1 com   met grut 1 fles enz, Peter van Raamsdonk 0: 17: --
1   houten hoeijcas, Ad. van Hassel 1: 16: --
1 paar   camuyleere schoen, Piternel van der Looij 0: 16: --
3 paar   muijlen, Dirk de Wit 0: 10: --
1 mans   muts, Joh. van Hassel 0: 13: --
1   kinder deke met 1 roije luur, Peter van Raamsdonk 0: 11: --
1   tafeltje met 2 kussens, Bartel van Vugt 0: 11: --
1   rijssagt, Willem Blankers 0: 4: --
1   sermoon boek, Josep Camp 1: 8: --
1   schilderijken, Dirk Leijten 0: 6: --
1   meeltonneken, Jan van Steenhoven 0: 9: --
1   hoedekas en 2 kussens, Jan Peters de Boer 0: 3: --
1   vuurijser, Janneken de Bont 0: 11: --
1   werpsak, Joh. Vassen 8: --: --
1   spinnewiel, Anna de Wit 1: --: --
1   salijemmer en 3 flessen, Anna Schoenmakers 0: 11: --
2   stoele 1 lepelbort, Huijb de Jong 0: 10: --
1 stoel   en 1 groen deken, Ad. Civits 1: 18: --
1 dito deecken, Adr. Verstegen 2: 15: --
2 dito,   Corn Jans de Bont 1: --: --
1 dito,   Hend. de Getser 1: 2: --
onderaan   blz. 50 re 55: 7: 8
       
1 dito, Jan Otjens 1: 14: --
1 wateremmer en 3 flessen enz., Hend. Camp 0: 17: --
1 pot met vet, Ad. Camp 4: 14: --
1 tafel, Hend. Camp 3: 10: --
1 scherbort en eenige rommeling, Joch. van Son 0: 10: --
1 stoel, d weduwe Hend. de Bont 2: 4: --
1 stilleken, Aart de Bont 0: 14: --
1 botertijl, Bertus van Tichel 0: 7: --
2 stoven, d weduwe Hend. de Bont 0: 7: --
2 aarde potten, Laureijs Gijben 0: 4: --
1 stoof 1 boterpot en kanneke, A. van Hassel 0: 6: --
1 coffijmolen, den schout 1: 10: --
1 tuijtpot stoopke enz., J.Peters Boot 0: 3: --
1 kakstoel, Huijb Jans de Bont 0: 16: --
3 aarde kannekens J. Peters Boer 0: 4: --
3 stoelen, Maarten van Son 1: 11: --
1 groote aarde pot, Ad. van Hassel 0: 6: --
2 stoelen, Peter van Raamsdonk 0: 12: --
1 stoel 1 stoof, Steven Jans Timmermans 0: 8: --
1 dekkleet, Joh. Vassen 9: 10: --
1 dito, Joh. Vassen 12: 10: --
1 dito, Jacobus Schoutten 7: 10: --
1 dito, denselven 13: 15: --
1 dito, denselven 12: --: --
eenig touwerk, Dirk van Dusseldorp 1: 5: --
touwerk en blocken, Hend. van Onsennoort 2: --: --
2 blox, Joh. Vassen 2: --: --
eenig rommeling, Josep Camp 1: 3: --
1 ancker, Meeuws Bosser 7: --: --
1 vleeston, Jan Vermijs 0: 17: --
touwen en blocken, Peter van Alphen 2: 15: --
blocken, Hend. van Onsenoort 1: 0: --
schale en gewigt, Hend. Camp 5: 5: --
1 bak met lorre, Mattijs Scheers 2: 12: --
den turf, d weduwe Hend. de Bont 3: 12: --
1 hoop hout, Joh. Vassen 1: 10: --
2 tartonnen, den selven 3: 3: --
1 tonneke gesoute boonen, Joh. Vassen 1; 6: --
1 deel vorke en 1 crabhaak, Corn. de Zeeu 1: 8: --
1 bed met een hoofrpeulu, Aart van den Heuvel 5: 6: --
1 dito, Mattijs de Zeeu 16: 10: --
1 dito, Rijnier Boom 1: 3: --
2 kussens, Hend. Camp 3: --: --
2 dito, Ad. Civits 3: --: --
1 wastob, de weduwe Hend. Camp 1: 12: --
1 vuurmant en 1 stoeltje enz., Jochem van Son 0: 14: --
1 wieg, Bartel van Vugt 0: 19: --
2 tonnekens, Peter W. de Jong 0: 14: --
2 dito int een wat spijkers, Rijnier Boom 4: 9: --
1 tonneke en 2 potjes enz., Corn. de Zeeu 0: 5: --
2 houte schouwen met wat rommeling, Peter C. Camp 0: 15: --
  151: 6: --

Aldus dese verkoopinge geregtelijk gedaan bij en ten overstaan van Ad. Zeijlmans, schout, Huib Schep en Corn. Sagt, schepenen van Waspik, desen 16 febr. 1741

quod attestor

J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 51 re

Acte waarbij Huijb. van Hassel aan sijn kinderen haar moeders goet of legitime portie overgeeft.

inde kantlijn: uijtgemaakt

Op huijden den 21e februarij 1741 compareerde voor ons schout en schepenen van Grootwaspik enz. ondergenoemd, Huijbert Aartse van Hassel, weduwnaar en geblevene boedelhouder van zaliger Maria Ariense Camp, ingevolge den testamente gepassseert voor den notaris Adriaan Hoevenaar, residerende tot Raamsdonk, en zeekere getuijgen in dato den lesten december 1708, ten eenre; ende Adriaan van Hassel voor sijn selven ende nog in de qualiteijt als testamentaire voogt van de naargelate kinderen van Peeter van Hassel, mitsgaders nog als voogt minderjarige kinderen van zaliger Peeter van Hassel, mitsgaders nog als voogt van de minderjarige kinderen van Fransus van Hassel, alsmede nog Johannes van Hassel voor sijn selven en sulx in die qualiteijt kinderen en erfgenamen van Maria Ariens Camp, in haar leven huijsvrou van Huijbert Aartse van Hassel voornoemd, ten andere sijde; te kennen gevende sij comparanten dat bij den voornoemde testamente was ondersproken en geconditioneert dat den langstlevende was eenige en universeel erfgenaam, tot het trouwens toe en hare kinderen moest alimenteren ende tot haren mondigen dage, huwelijk off anderen geapprobeerden state toe en alsdan aan ijder van de selve uijt te reijken en voldoen een geert hooij ende weijlant, gelegen in Groot- off Cleijnwaspik, off soo veel in gelt als der geerde waardig soude mogen sijn. Soo verclaarde hij eerste comparant dat hij op den 14e maart 1739 hadde bewesen aan Peter van Hassel de geregte helft van een hooijschuur, staande en gelegen binnen ’s-Hage op den Denneweg, gemeen met Anthonij Snijders en waar mede hij volgens quitantie van den selven datum bekende voor sijn moeders goet voldaan te sijn, als mede aan Adriaan van Hassel ende Johannes van Hassel ider een geert lant, gelegen inden polder alhier in een stuk van ses geerden, gemeen met Jan Cornelisse de Bont cumsuis, belent oost Peeter Coolhaas en Jan Lips d’een teijnde den anderen en west Huijbert van Hassel voornoemt, streckende uijt den zuijden vanden caesloot aff noortwaart in tot den halve schaijsloot toe, en aande kinderen van Fransus van Hassel een geert in sestien geerden gemeen met Thomas de Bont cumsuis, streckende als vorenoemt. Soo verclaarde hij 1e comparant mits desen vande voornoemde goederen te renuntieren en deselve aande 2e comparanten in hare qualiteijt te cederen en over te geven omme bij haar tweede comparanten daar mede gedaan en gehandelt te worden als met haar vrij en eijgen goet en met welke bewese goederen sij tweede comparanten ider in hare voornoemde qualiteijt van hare legitime bekennen voldaan te sijn en daar mede te nemen volkomen genoegen.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Thomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepenen.

In kenisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

dit is t merk kruis bij Thomas Zeijlmans gestelt

Fol. 51 vo

in de kantlijn: actum op 3 guldens zegel

Scheijdinge en erfdeelinge die bij desen doende en aan schout en geregten van Grootwaspik overgevende sijn Johannis Peetersen Zeijlmans voor sijn selven, Jan Janse de Bont als in huwelijk hebbende Willemijna Peeters Zeijlmans voor sijn selven, als mede Jan Janse de Bont als voogt en Marcelis Zeijlmans als toesiende voogt over de onmondige weeskinderen van zaliger Thomas Peeterse Zeijlmans, ingevolge den testamente, gepasseert voor schout en schepenen alhier, in dato den 28e october 1740 bij Cornelia Huijberde Zeijlmans, en ten laatsten Johannis Peeterse Zeijlmans en Jan Janse de Bont als voogden vande kinderen van zaliger Johannes Cornelisse Schoenmakers en Maria Peeterse Zeijlmans, ingevolge den voornoemde testamente ende dat vande vaste en onroerende goederen bij de voornoemde Cornelia Huijberde Zeijlmans metter doot ontruijmt ende naargelaten, ende sijn de voornoemde goederen bij drie onpartijdige naburen als namentlijck Jan Hendrikse de Bont, Hendrik Camp en Hendrik Janse Schoenmakers, getaxeert en geset in vier legale loten en sijn deselve bij het trecken van blinde loten onder haar comparanten verdeelt ende te deel gevallen als volgt.

Eerstelijk soo is Johannis Peeterse Zeijlmans bij blinde lotinge geloot gecavelt ende beerfdeelt eerstelijk op een huijs hoff en erve ende de driessen met het cleijnhuijsje agter het voornoemde huijs, op een wielkant, staande gelegen alhier tusschen erffenisse van Thomas de Bont en Adriaan Hoevenaar oost, en de kinderen van Johannis Cornelisse Schoenmakers west, streckende uijt den zuijden vanden halven pispot off ackers aff noortwaart in tot de halve herstraat toe.

Nog op eenen acker zaijlant gelegen alhier, groot ontrent twee hont off so groot en cleijn , den selven gelgen is tusschen erffenisse van de kinderen van Johannus Cornelisse Schoenmakers oost ende Thomas de Bont west, streckende uijt den noorden vande bijster van hem Johannis Zeijlmans af zuijtwaart in tot de dwarsvelden over den dijk toe.

En ten laatsten nog op eenen bijster mede gelegen alhier tusschen erffenisse van de kinderen van Johannus Cornelisse Schoenmakers oost en Thomas de Bont en Adriaan Hoevenaar west, streckende uijtden zuijden vanden halven sloot tusschen de bijster en ackers aff noortwaart op tot den halven watergang off bijsterke van Thomas de Bont en Adriaan Hoevenaar toe.

En is dit lot getaxeert op eene somme vier duijsent guldens, en moet in egalisatie van sijn lot uijtreijken aan Huijbert Schoenmakers eene somme van twee hondert vijftig guldens en aande kinderen van Thomas Peeters Zeijlmans een somme van een hondert en vijftig guldens.

Ten tweede soo is Jan Janse de Bont in huwelijk hebbende Willemijna Peeterse Zeijlmans, bij blinde lotinge geloot gecavelt en beerfdeelt, eerstelijk op eenen hoff en acker zaijlant gelegen alhier in Twaalftalve Hoeve Grootwaspick, tusschen erffenisse van Huijbert Nouwens tegens de hoff, en Josep Camp tegens den acker oost, en Adriaan Geerden Boudewijns en Jan van Hen tegens den heg, en den volgenden acker tegens den acker west, streckende uijt den noorden vande halve herstraat aff, zuijdwaart in tot cloosters goet toe.

Nog op eenen halven acker zaijlant mede gelegen alhier tusschen erffenisse vanden vorenstaanden acker oost, en Adriaan Leijten west, streckende uijt den noorden vant erffke van Jan van Hen aff zuijtwaart in tot het moerveldeken van Adriaan Leijten en Adamis Schoenmakers over den dijk toe.

En ten laatsten nog op 3 ¾ geert hooij ende weijlant gelegen in Cleijnwaspick, in een stuk van seven en een halve geert, gemeen met Huijbert Janse Schoenmakers, belent ten oosten vande heele 7 ½ geert Johan Lips en de kinderen van Johannis Schoenmakers en te westen t gasthuijs van Geertruijdenberg, streckende uijt den zuijden vanden halve oude straat off Grootwaspick aff noortwaart in tot den halven schaijsloot toe, en is dit lot getaxeert op eene somme van drie duijsent ses hondert guldens.

Ten 3en soos is Jan Janse de Bont als voogt en Marcelis Zeijlmans als toesiende voogt vande onmondige weeskinderen van zaliger Thomas Peeterse Zeijlmans en sulx ten behoeve van vande voornoemde kinderen bij blinde lotinge geloot gecavelt ende beerfdeelt: eerstelijk op vier en drie vierdeparten van een geert hooij en weijlant, gelegen in den polder alhier in een stuk van dertien geerden, gemeen met de heer Verbeek, off so als het gemeen off bedeelt gelegen is, belent ten oosten vande heele dartien geerden Willem Couwens cumsuis, en ten westen de weduwe Adriaan Blanckers, streckende uijt den zuijden vanden halven caesloot aff noortwaart in tot den halven schaijloot toe.

Nog op eenen acker zaijlant mede gelegen alhier tusschen erffenisse van Jan Lips oost, en Dries Huijberde Hoevenaar west, streckende uijt den noorden vanden halven pispot aff zuijtwaart in tot cloosters goet toe, en moet sijnen uijtweg hebben over de stede van Jan Peeterse Zeijlmans voor ter herstrate uijt.

Nog op een westerse helft van een ackerke zaijlant, mede gelegen alhier tusschen erffenisse van Peeter Camp met de wederhelft oost en Bartholomeeus Camp west, streckende uijt den noorden vanden halven pispot aff zuijtwaart in tot cloosters goet toe.

Nog op twee bloxkens moergront gelegen alhier, ider groot ontrent 1 ½ hont, belent ten oosten van t noordense bloxken de kinderen Hendrik van Malsen en ten westen de weduwe Jan de Smit, ten zuijden Jan Peeters Timmermans en ten noorden de kinderen van Dirk Janse Voegers, en van t zuijdens bloxke gelegen oost de dellen, west de kinderen van Hendrik van Malsen, zuijden de weduwe Peeter Janse van Ee en noorden de Santsteeg, wordende thans in hure gebruijkt bij Jan Coninx en Huijbert de Vos.

En ten laatsten nog op twee mergen weijlant gelegen onder Dussen Munsterkerk int zuijdevelt, tusschen erffenisse vande weduwe Jan Willemse Boumans west, zuijden den hooftsloot langs de dijk, noorden de wetering en den armen van Raamsdonk oost, en is dit lot getaxeert op een somme van 3450 guldens en moet in egalisatie trecken van Jan Pieterse Zeijlmans eene somme van een hondert vijftig guldens, waarvan de voornoemde voogt bekent voldaan te sijn.

Ten vierden en ten laatsten soo sijn Jan Peeters Zeijlmans en Jan Janse de Bont als voogden van de kinderen van Johannis Schoenmaackers ende sulc ten behoeve van Huijbert Janse Schoenmaackers, ingevolge den voorgemelten testamente bij blinde lotinge geloot gecavelt ende beerfdeelt eerstelijk op drie en en drievierdeparten van een geert hooij en weijlant gelegen in Cleijnwaspick in een stuk van seven en een halve geert, gemeen met Jan Janse de Bont, belent ten oosten vande heele 7 ½ geert Johan Lips cumsuis en ten westen t gasthuijs van Geertruijdenberg, streckende uijt den zuijden vande halve oude straat of Grootwaspik aff noortwaart in tot den halven schaijsloot toe.

En ten laatsten nog op een binnendelle gelegen inden polder alhier, tusschen erffenisse van Jan Hendriks de Bont oost, en de weduwe van Jan Hendrikse Schoenmakers west, streckende uijt den zuijden vanden halven sloot tusschen de delle en het erf vande weduwe Jan Hendrikse Schoenmakers aff noortwaart in tot de cae toe. En is dit lot getaxeert op eene somme van 3350 guldens en moet in egalisatie trecken van Jan Peeterse Zeijlmans eene somme van twee hondert en vijftig guldens waar van de voornoemde voogden bekennen voldaan te sijn.

in de kantlijn:

Compareerden voor schout en schepenen van Waspik Huijbert Janse Schoenmakers en bekende van nevenstaande uijtreijkinge door Jan Peeterse Zeijlmans voldaan te sijn, actum Waspik den 4e jannuarij 1745, quod attestor J. Zeijlmans, secretaris

Wijders is conditie dat sij comparanten te samen uijt den gemeijnen boedel sullen betalen alle lasten en verpondinge als omslagen soo ordinair als extraordinair voor soo verre die omgeslagen sijn tot den lasten decembris 1740 incluijs, en dat ider sijne aanbedeelde sal aanvaarden met alle sijne wegen stegen dijken dammen schouwen bij en dorpslasten en andere naburen regten baten schaden en geregtigheden met regt tot ider sijne aanbedeelde parcelen behoorende en soo als die bij de overledene metter doot sijn ontruijmt en naargelaten.

Aldus dese deijlinge regtelijk gedaan en hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijthollant en verclaarde den eenen tot behoeve van den anderen van sijn aangedeelde lot te renuntieren soo als sij doen bij desen. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Cornelis Buijs, schepenen in Waspik, desen agsten maart 1741.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 53 re

Op huijden den 15e maart 1741 soo willen d erfgenamen van Anthonij van Dommelen publiecq ende voor alle man ten overstaan van schout en schepenen van Waspik bij forme van erfhuijs verkoopen de meubilaire goederen en inboel bij den voornoemde Anthonij van Dommelen metter doot ontruijmt ende naargelaten soo als die te berde sullen worden gebragt op de conditien en voorwaarde hier naar volgende:

Eerstelijk wie eenig gelt biet sal gehouden wesen te blijven bij sijn gebodt op een boete en breuke van 25 guldens te gaan naar regt.

De coopers off mijnders sullen gehouden sijn hare beloofde cooppeningen te betalen gereet en contant alvorens sij hare gekogte goederen vant erf sulle moge vervoeren, en soo imant sijn gekogt goet vant erf bragt sonder eerst te betalen sal verbeuren aan de officier dartig stuijvers van ideren onbetaalde coop den welken het beloofde gelt en boete tot laste vande overtreders sal corderen cum expensis.

De coopers sullen boven de cooppenningen mede gereet moeten betalen voor het slag en pontgelt en xl penningen van ideren gulden eene stuijver agt penningen.

De verkoopinge geschiet stootsvoets sonder in eenige onder of overmate gehouden te sijn.

De verkoopers houden aan haar vrij vijff lossinge mits gevende voor idere lossinge twee stuijvers.

Den officier houd den 1e 2e en 3e roep aan sijn selven wil niemant bevatten of ook niet bevat of agterhaalt sijn.

3 korven etc., Anthonij van Pas 0: 6: --
3 dito, Gijsbert van Malsen 0: 5: --
1   bed en peuling, Ad. Biemans 3: 12: --
2 kussens en 1 hoofdpeuling, Jan Peeters Boer 0: 13: --
1 deecken, den selven 0: 11: --
1 dito, Hend. van Malsen 0: 13: --
1 sak en wateremmer, Huijb van Dongen 0: 16: --
2 gardijnen en 1 reoij en 1 rabatje, Lamb. van   Dongen 0: 13: --
1 vuurijser en tang, Hend. van Malsen 0: 8: --
1 ijsere pot, Peeter van Waspik 1: 2: --
1 dito, Jan Peeters Boer 1: 10: --
1 houte cnaap 1 mantje enz, den selven 0: 3: --
1 wan 1 santboxke tobbeke enz., Hend. van Malsen 0: 4: --
1 rek en seijsie, Jan Boer 0: 2: --
1 draijer en rijf &., Lamb. van Dongen 0: 4: --
1   hackmes cramspaij enz. Peeter de Bont 0: 13: --
1 saag, boor en snijmes, den schout 1: 6: --
1 schaar, Cornelis Buijs 2: --: --
1 baxke met ijserwerk, Peeter de Bont 0: 6: --
1 tang en hamer, den schout 0: 8: --
3 stoelen, Huijb. van Dommelen 0: 4: --
1 botje en vork, Peeter de Bont 0: 6: --
2 kannekens en tregter enz., Hend. van Diemen 0: 5: --
4 borden, Cornelis van den Hove 0: 6: --
2 rieken, den schout 0: 13: --
1 stukschaar en tonneken, Cornelis Buijs 0: 16: --
1 tonneke met houite lepels, d’weduw Huijb Vos 0: 7: --
onderaan fol.   53 r 18: 2: --
2 flessen en eenige borde, Jan Peeters Boer 0: 6: --
1 lamp borstel enz., Hend. van Malsem 0: 6: --
1 ketting 1 kapmes, aalspit en verder eenig   ijserwerk, den selven 1: 1: --
1 bussel cemp, Jan Peeters Boer 0: 8: --
eenige dooskes, den selven 0: 6: --
1 schapraij, den selven 0: 9: --
1 goutgewigt, Bartel de Bont 0: 12: --
1 dijkerskist, Huijbert Schep 1: 5: --
1 tafel, Jan Boer 0: 8: --
1 spiegel en bedtpan, Bartel de Bont 0: 10: --
1 lepelrek met 13 lepels, Meeus van Gijsel 1: --: --
2 slaaplakens, Hend. van Diemen 1: 2: --
1 dito en 2 kussensloopen, Cornelis van den Hoven 0: 13: --
1 lantaarn, Jan Peeters Boer 0: 5: --
1 vat met gaatjes en helmstok enz., de soon van de   Rijken 0: 2: --
1 viskuijl fuijk en visbuijl enz., Dingeman van   Malsen 1: 6: --
1 kas, Jan Boer 1: --: --
1   trog, Cornelis Reckers 1: 1: --
3 schuijer delen en 3 ander, Jan Boer 0: 17: --
1 deel, Lammert van Dongen 0: 6: --
1 contoorke, niet gemijnt      
1 hoopke hout op de dorsvloer, d weduwe Hend.   Vaartmans 1: 1: --
boonstaken riet enz, Hend. van Diemen 2: 6: --
1 hoopke leem, Jan Boer 0: 8: --
1 vleijsblok en asbak, den selven 0: 2: --
       

Aldus dese verkoopinge regtelijk gedaan en gepasseert op het voornoemdeerffhuijs bij en ten overstaan van Ad. Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Cornelis Buijs, schepenen in Waspik, den 15e maart 1741.

quoad attestor J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 54 re

in de kantlijn: uijtgemaakt

Staat en inventaris vande goederen en effecten nagelaten bij Jenneken Leenderse Scheurwater in haar leven langes gewoont hebbende tot Breda en overleden nu onlangs gelden alhier tot Waspick opgegeven ende geformeert bij de te samen testamentaire erfgenamen van voornoemde Jenneken Leenderse Scheurwater, behalve Cornelis Sagt, soo ende in manieren als volgt,

eerstelijk het linnen

1 kast, 42 vrouwe hemden, 65 dito neusdoecken, 75 dito covelmutsen, 7 dito flepmutsen met en sonder kant, 19 dito servetten, 10 dito vrouwe kapkens, 6 slaaplakens met een cleijn lapke linde, 2 tafellakens, 5 kussenslooven, 1 lapke nieuw linde, 2 vrouwe voorschoote, 9 dito neersels, en 5 bonte dito, 12 dito moukens, 14 bonte mutsen, 8 blauwe voorschoij, 3 bonte neusdoeken, 5 paar vrouwe cousen, 2 bonte lapkens, eenige rommelerije in een sacksken, , 1 kist. N.B. alle het vorenstaande legt in een kast staande inde keuken teijnde de kist en is in die kist ook bevonden t geene volgt:

6 flepmutsen in een bennetje, 1 neusdoek met een covelmuts, alsnog 7 flepmutsen, nog 38 covelmutsen, 6 neusdoeken linden, 2 dito halsdoeken, 7 dito slaaplakens, 1 dito voorschoot , 4 dito cussenslooven, 2 dito tafellakens, 3 dito capkens, 3 dito vrouwe hemden, 1 paar woole cousen, 8 tinne lepels, 1 neij doosken met eenig garen etc.

Dit is weder in de kist gelegt, en voorts is opgegeven,

1 bedt en peuluw met twee cussens, 3 wolle deeckens, 1 rocklijff, 3 wolle rocken, 2 mantels, 1 vrouwe broeck, 1 slob met een blauwe voorschoot, 1 borstel, 1 boekje, 1 lodlorain flesje, 2 tinne biekannen, 1 dito mostertpot, 1 kerkboekje, 2 paar schoen, 1 paar muijlen, 1 paar clompen, 1 fles,

onder in bovengemelte cas is nog bevonden,

8 vrouwe mantels van diverse kleur, een hoop pude lappen, 7 vrouwe rocken divers, 2 courchetten, 1 nagt mantel, 2 doosjes daarin een mes en wat prulletjes,

nog een doosje waar in bevonden een obligatie groot in capitaal 50 guldens ten laste van Johannes Huijsman te Breda, in date den 29e maart 1725 tegens 4 pro cento.

Een dito in capitaal 200 guldens ten laste van Johannes Huijsman te Breda, in date den 14e julij 1738, tot 3 pro cento.

1 dito ten laste als voren groot in capitaal 50 guldens tegen 4 pro cento vanden 6e maart 1732.

1 dito ten laste als voren groot 100 guldens tot 4 pro cento van dato den 1e februarij 1727

Alsnog is voornoemde Huijsman schuldig bij sijne hantteijkeninge vanden 11e en 21e september 1731 agt en twintig guldens eene stuijver.

Item alsnog volgens sijn hantschrift vanden 31e meij . . . . . . vijff en twintig gulden.

Alsnog wert opgegeven een obligatie ten laste van Pieter Nouten vanden 1e april 1732 groot 300 guldens tegens drie ten hondert

Item een obligatie te laste van Pieter van Riel en Josina de Wit groot 750 guldens, vanden 14e maart 1733

Een hantschroft van 16 guldens ten laste van Maria Leenders vanden 19 jannuarij 1722

Alsnog heeft den boedel ten laste van Van Loon te ontfangen 54 gulden in mindering van een obligatie van 100 guldens, volgens obligatie van den 17e jannuarij 1720 en annexe notariale act van den 7e jannuarij 1741

Een regt en appte enz.

Alle welke papieren weder in het voornoemde doosje gelegt sijn.

1 moffe kas, daar in een swarte moff, twee paar hantschoen, een neeusdoek en een buijltje waar in na dat het wiert open gedaan bevonden is twee goude ringen, 5 goude ducaten, 1 dito pistelet, 2 dito oorringen met een silver lodlarain doosje, aan silver gelt in verscheijde spetien f 65:15:6, allen te welke wederom in voornoemde moffenkas gelegt is.

Aldus opgegeven en geinventarissert als als voorschreven staat presenterende en aannemende soo er nog iets te voorschijn tot den boedel behoorende den selven inventaris ten allen tijde daar mede te vermeerderen met presentatie de deugdelijkheijt met eede te stercken. Aldus gedaan ten overstaan Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Schep en Steven Scheur, schepenen in Waspik, den 30e maart 1741 ende hebben op dato voorschreven Maria en cornelia Sagt, Jan Verschuren qualitate qua Hendrik Otterdijk en Hend. . . . . . de gepresenteerden en gerequireerden boedel e.t in handen vanden schout ter presentie van schepenen voornoemt afgelegt.

In kennise van mij, J. Zeijlmans, secretaris

dit is cirkel met vert. streep t hantmerk bij Huijbert Schep gestelt

fol. 55 re

inde kantlijn: uijtgemaakt

Smaldeelinge die bij desen doende en aan schout en schepenen van Groot Waspik ovegevende sijn Anthonij Potmakers en Jan Peeterse Boer, van een parceel moergront, groot ontrent drie hont, met de helft vande steeg gemeen met de weduwe van Thomas Rijcken, waar van Anthonij Potmakers heden 5 parten heeft bij transport ontfangen van de erfgenamen van Anthonij van Dommelen en waar in Jan Peeters Boer, als mede erfgenaam, het resterende 1/6 part is compiterende en hebben sij comparanten het selve verdeelt in manieren als volgt

Eerstelijk soo is Anthonij Potmakers beerfdeelt met sijn 5/6 parten op het oostense eijnt vanden bijster vande weduwe Thomas Rijcken af westwaart op tot op negen roeden negen voeten na vant heele velt dwars af te meten de heele breette.

Hier tegens soo is Jan Peeters Boer bedeelt op de lengte van van negen roeden negen voet te meten vanden moer van Dirk vanden Hoek aff de heele breette oostwaart in tot de vijf sesdeparten van Anthonij Potmakers toe.

Waar mede sij comparanten over en weder verclaarde te nemen volkomen genoegen en ider met sijn lot te vrede te sijn.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Thomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepenen in Waspik, desen 15en april 1741.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Dit is kruisje t merk bij Tomas Zeijlmans self gestelt

Fol. 55 vo

inde kantlijn: uijtgemaakt op 3 guldens zegel

Scheijdinge ende erfdeelinge die bij desen doende ende aan schout en schepenen van Grootwaspick, overgevende sijn Adriaan Molenschot, Peeter Molenschot ende Johan Cornelisse de Jong als in huwelijk hebbende Wilhelmina Molenschot, alle kinderen ande erfgenamen van zaliger Thomas Molenschot en Anthonetta Zeijlmans ende dat van alle de vaste en meubilaire goederen bij de voornoemde Anthonetta Zeijlmans als geblevene weduwe en erfgename boedelhoudster van Thomas Molenschot metter doot ontruijmt ende naargelaten, ende sijn de voornoemde goederen en effecten onder de comparanten bij loten gestelt ende verdeelt ende deselve te deele gevallen als volgt:

Eerstelijk soo is Adriaan Molenschot bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beerfdeelt eerstelijk op een huijs, hoff, erve en delle, staande en gelegen alhier in xj 1/2 Hoeve waar in haar comparanten vader en moeder sijn overleden, belent oost Huijbert Janse de Bont, en de weduwe Jan Lijten en ten westen Wouter van Dusseldorp en Dirk Dolk d’een teijnde den anderen, streckende uijt den zuijden van de halve herstraat aff noortwaart in tot de cae of Grootwaspick toe.

Ten 2en op eenen acker zaijlant met het regt haar compaterende op den dijck en veldeken daar annex aan gelegen van outs genaamd Stadhoudersdijk, belent ten oosten vanden acker en dijck Jan Cornelis Vermeijsen en ten westen Geerit en Michael Zeijlmans, streckende uijt den noorden vanden acker van Adriaan vassen af zuijtwaarts in tot soo verre het met regt streckende is.

Ten 3en op de geregte helft van een halve geert hooij ende weijlant, gelegen inden polder alhier in een stuck van ses geerden, gemeen en onverdeelt met de wedue Adriaan Geerden Boudewijns, gelant ten oosten van de heele ses geerden de weduwe Jan Hendrickse Schoenmakers cumsuis, en ten westen Jan Cornelisse de Bont, streckende uijt den zuijden vanden caesloot aff noortwaart in tot den halven schaijsloot toe.

Ten 4e nog op de geregte helft van eenen acker zaijlant, gelegen alhier boven in ’s Grevelduijn Grootwaspick tusschen erffenisse van bastiaan Fransen Boeser ten oosten en Leendert Parson cumsuis west, streckende uijt den noorden vande gemeene steeg off acker van Peeter Jochemse Berthouts aff zuijtwaart in tot den acker van Aart de Bont toe.

Ten 5e nog op de geregte helft van eenen halven acker zaijlant mede helegen alhier in ’s Grevelduijnwaspick gemeen met Adriaan Vassen en Jan Lips, belent oost Jan Peeterse de Jong en ten westen Mattijs en Bartholomeeus Camp, streckende uijt den noorden van den bijster van Jan peeterse Jong aff zuijtwaart in tot Cuijpers leije toe.

Ten 6e nog op de geregte helft van eenen acker zaijlant gelegen inden binnenpolder van ’s Gravenmoer, gelant ten zuijden vanden heelen acker Michiel Molenschot en ten Noorden Corstiaan Schoenmakers, streckende uijt den westen van ’s heere strate aff oostwaart in tot den hooftsloot over den dijck toe, off soo verre het met regte streckende is.

Ten 7e nog op de geregte helft van een parceel hooij ofte weijlant mede gelegen tot ’s Gravemoer inde lange veertelen, haare ouders aangekomen door overlijden vande weduwe Adriaan Molenschot, belent zuijden . . . . . . . . . en ten noorden . . . . . . . . , streckende uijt den oosten vant ouden vaartjen aff westwaart in tot de Wielstraat toe.

Ten 8en en ten laatsten soo is aan voornoemde Adriaan Molenschot nog bevallen en bedeelt op de paarden, beesten, wagen, karre, boere en bougereetschap soo ende in dier voegen als het bij sijne moeder metter doot is ontruijmt ende naargelaten ende bij hem althans is aanvaart.

Ten tweeden soo is Peeter Molenschot bij blinde lotinge geloot gecavelt ende bedeelt op eene somme van drie duijsent guldens in contant gelt die hij bekent nu uijt den boedel ontfangen te hebben en daar van voldaan te sijn den eertsen penning metten intrest van dien tegens lasten en waar mede hij verclaarde te nemen volkomen genoegen en contantement.

Ten derden en ten laatsten soo is Johan Cornelisse de Jong als in huwelijk hebbende Wilhelmina Molenschot bij blinde lotinge geloot en gecavelt ende beerfdeelt eerstelijk op de geregte helft van vijff en een halve geert hooij ende weijlant gelegen inden polder alhier, gemeen met Thomas Vassen, belent ten oosten vande heel 5½ geert Thomas en Adriaan Vassen en ten westen Jan hendrikse de Bont, streckende uijt den zuijden vanden caesloot aff noortwaarts in tot den halven schaijsloot toe.

ten 2e nog op een hof en binnendel gelegen in den polder alhier, belent oost Adriaan Vassen en ten westen Cornelis Wijdemans en Meerten van son, streckende uijtten zuijden vande werf van Adriaan Vassen aff noortwaart in tot de cae toe.

Ten 3e nog op een hoekdel mede gelegen alhier op den westenkant van Vroukensvaart, tusschen erffenisse van . . . . . . . . zuijden ent en noorden Willem Nieuwenhuijsen, streckende uijt den oosten vande halve buijtenvaart aff westwaart in tot den halven sloot tussschen dese del en de del van Arnoldus van Son toe.

Ten 4e nog op de geregte helft van een halve geert hooij en weijlant, gelegen inden polder alhier in een stuck van ses geerden gemeen en onverdeelt met de weduwe Ad. Geerden Boudewijns, gelant ten oosten vande heele ses geerden de weduwe Jan Hendrixe Schoenmakers cumsuis en ten westen Jan Cornelisse de Bont, streckende uijt den zuijden vanden caesloot af noortwaart in tot den halven scheijsloot toe.

Ten 5e nog op de geregte helft van eenen halven acker zaijlant mede gelegen alhier boven in ’s Grevelduijnwaspik tusschen erffenisse van Bastiaan Franse Boeser ten oosten en ten westen Leendert Persoon cumsuis, streckende uijt den noorden vande gemeene steeg off acker van Peeter Jochemse Berthouts af zuijtwaart in tot den acker van Aart de Bont toe..

Ten 6e nog op de geregte helft van eenen halven acker zaijlant mede gelegen alhier in ’s Grevelduijnwaspik, gemeen met Adriaan Vassen en Jan Lips, belent oost Jan Peeterse de Jong en ten westen Matijs en Bartholmeeus Camp, streckende uijt den noorden vanden bijster van Jan Peeters de Jong aff zuijtwaart in tot Cuijpers leije toe.

Ten 7e nog op de geregte helft van eenen acker zaijlant gelegen inden binnenpolder van ’s Gravenmoer, gelant ten zuijden vande heelen acker Michiel Molenschot en ten noorden Corstiaan Schoenmakers, streckende uijt den Westen van sHeere strate aff oostwaart in tot den hoofdsloot over den dijck toe, of soo verre het met regte streckende is.

Ten agsten en ten laatsten soos is den voornoemde Johan de Jong nog bevallen en bedeelt op de geregte helft van een parceel hooij en weijlant, mede gelegen tot ’s Gravenmoer inde lange veertelen, hare ouders aangekomen door overlijden van de weduwe Adr. Molenschot, belent zuijden . . . . . . . . . . en noorden . . . . . . . . ., streckende uijt den oosten van t oude vaartjen aff westwaart in tot de Wielstraat toe.

Wijders is conditie dat sij comparanten te samen uijt den gemeenen boedel sullen betalen alle lasten en verpondingen als omslagen soo ordinair als extraordinair voor soo verre die omgeslagen sullen sijn tot den lesten xb (december) deses jaars 1741 incluijs, en dat ider sijn aanbedeelde goederen sal aanvaarden met alle sijne wegen, stegen, dijken, dammen, schouwen, leijen, s Heeren chijnsen, dorps en andere lasten en verdere naburen regten, baten, schaden en geregtigheden met regt tot ider sijn aanbedeelde lot off parceelen behoorende, en soo als bij de overledene metter doot sijn ontruijmt en naargelaten.

Aldus dese deijlinge regtelijk gedaan en hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijthollant en verclaarde den eenen tot behout vanden anderen sijn aanbedeelde lot te renuntieren soo als sij doen bij desen. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Ad. Zeijlmans, schout, Huijb. Coninx en Cornelis Buijs, schepenen in Waspik, desen 21e junij 1741.

In kennise van mij, Zeijlmans

Fol. 57 re

Compareerden voor ons schout en schepenen van ’s Grevelduijn Grootwaspik en xj½ Hoeven Cornelis Sagt, Maria Sagt, Jochem Coninx in huwelijk hebbende Adriaantje Sagt, ende te samen nog innestaande ende de Rate caverende voor Cornelia Sagt, alle kinderen van Teunis Sagt, door hem in huwelijk verweckt Adriaantje Scheurwater, ter eenre; ende Huijbert Otterdijk, Wouter Otterdijk, Jan Verschuren in juwelijk hebbende Helena Otterdijk, en Hendrik van . . . . in huwelijk hebbende Maria Otterdijk, mitsgaders nog de voornoemde Huijbert en Wouter Otterdijk als voogden van van wijle Peeter Verelst door hem in egte verweckt aan Adriaantje Otterdijk en in die qualiteijt kinderen van Peeter Otterdijk door hem in egte verweckt aan Maria Scheurwater ter andere seijde, alle in die qualiteijt erfgenamen testamentair van wijle Janneken Leenderse Scheurwater, alhier overleden, hunne respective muije, ende verclaarde de respective comparanten de nalatenschap van opgemelte Janneken Leendertse Scheurwater, onder den andere te hebben gepartageert ende verdeelt invoegen en manieren als volgt:

Eerstelijk soo is op de eerste comparanten bij lotinge te samen aanbedeelt een obligatie groot in capitaal seven hondert en vijftig guldens, spreeckende te laste van Pieter van Riel en Josina de Wit egtelieden te Breda woonagtig, sijnde van date den 14e maart 1733, loopende den intrest tot drie gulden van ieder hondert in’t jaar.

Ten tweeden soo sijn de tweede comparanten mede bij lotinge bevallen op een obligatie groot in capitaal een hondert gulden, spreeckende ten laste van Johannes Huijsmans te breda woonagtig, van date den eertsen februarij 1727, loopende intrest tot vier gulden per cento.

Alsnog op een obligatie groot in capitaal twee hondert gulden, spreeckende ten laste als voren, en laste van Lucina en Henrikus Huijsmans, van date den 14e julij 1738 tot drie gulden van ider hondert aan intrest jaarlijcx.

Alsnog op een obligatie groot in capitaal vijftig guldens, spreeckende mede ten laste van voornoemde Johannes Huijsmans en sijnde van date den 6e maart 1732, tot vier gulden jaarlijcx te hondert aan intrest.

Alsnog op een obligatie groot in capitaal vijftig gulden, spreeckende ten laste als voren sijnde van date den 29e maart 1725, loopende intrest tegens vier gulden ten hondert.

Ende nog op een obligatie ten laste van Pieter Nouten te Breda woonagtig, van date den eersten april 1732, tot drie ten hondert groot in capitaal drie hondert en vijftig guldens.

Voorts soo verclaren de respective comparanten met en onder malkanderen gemeen en onverdeelt te houden een obligatie groot in capitaal een hondert guldens ten laste van Helena van Loon, van date den 17e jannuarij 1720, loopende den intrest tot vier guldens per cento, op welke obligatie is afgelegt vijftig guldens en sal de resterende penningen ontfangen op den 7e jannuarij 1742, waar toe wert gerefereert .

NB dese obligatie met annexe acte berust onder de tweede comparanten.

De cleederen, linnen, wollen, kast, kist en meubilen verclaren de comparanten inde helft te hebben genoten en verdeelt, maar het bedde met sijn toebehooren is aangenomen bij Jochem Coninx tot 32 guldens, waar van ider sijn portie genoten heeft.

Ook soo verclaart voornoemde Maria Sagt uijt den boedel te sijn voldaan van het legaat van 200 guldens, haar volgens testament van Jenneken Scheurwater uijt den boedel voor aff competerende.

Gelijk als de respective comparanten bekennen voldaan te sijn van de sestien gulden dewelcke Maria Leenderse volgens derselver hantteijkeninge aan den boedel was verschult.

Verders is expres geconditioneert dat al het geene bevonden mogte worden nog tot desen boedel te behooren bij de gelijcke comparanten egalijk sal worden genoten, gelijk als deselve ook egalijck sullen voldoen de lastige schulden des boedels die namaals mogt te voorschijn komen.

Aldus soo hebben partijen de gemelte nalatenschap onder malkanderen verdeelt en verclaren malkanderen te vertijen naar den regte van Zuijthollant en ider met sijn bevallen invoegen gemelt te nemen tot proffijt vanden anderen van alsulk regt, als sij te voren daar op waren hebbende alles onder verbant en bedwang als naar regten.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Thomas Zeijlmans en Cornelis Buijs, schepenen in Grootwaspick, dsen 10e julij 1741.

In kennise van mij J. Zeijlmans, secretaris

Fol 58 re

Erfhuijs-ceel.. van Cornelis Melsen

Op huijden den 31e augustij 1741 soo willen de regerende armmeesters alhier publiecq ende voor alle man met consent en ten overstaan van schout en schepenen alhier bij forme van erfhuijs verkoopen de meubilaire goederen naargelaten bij Cornelis Melsen van Gijsel en Johanna Dolk, egteluijden alhier overleden, soo als die te berde sullen worden gebragt op de conditien en voorwaarden hier naar volgende.

Eerstelijk wie eenig gelt biet sal gehouden wesen te blijven bij sijn gebot op een boete en breucke van 25 guldens te gaan naar regt.

De coopers of mijnders sullen gehouden sijn hare beloofde cooppeningen te betalen gereet en contant alvorens die te vervoeren.

De coopers sullen boven de cooppenningen mede gereet en contant moeten betalen voor het slag of pont gelt en xle penning van idere gulden eene stuiver agt penningen.

Den officier houd den eersten, tweeden en derden roep aan sijn selven, wil niemant bevallen off ook niet bevat off agterhaalt sijn.

1 coopere tee ketel, den secretaris 1: 4: --
1 tinne trekpot, Peter van Waspik 0: 9: --
1 baggerbeugel, den secretaris 0: 13: --
eenig ijserwerk, Corn. Buijs 0: 13: --
1 emmer en hak, den secretaris 0: 9: --
1 schotel en kanneke, Jac. Wolfershausen 0: 3: --
1 boterpot, 2 potten, 1 strijkijser, Arn. Verstegen 0: 6: --
1 mant met aarde potten, Peter van Waspik 0: 5: --
2 stoelen , de weduwe Peter Dolk 0: 7: --
2 dito, Peter van Waspik 0: 8: --
2 dito, Peter Joosten Verschuren 0: 9: --
2 cnapen en 1 houte deurslag, Ad. Smets 0: 3: 8
1 spinnewiel, Peter Cetelaar 0: 8: --
1 wetbort, schipke hoorn enz, Fransus Artel 0: 3: --
1 tafeltje, Ad. Smets 0: 14: --
1 witte deken, Jan Dolk 0: 16: --
1   dito, Jac. Wolvershausen 0: 15: --
1 bed en hooftpeuluwe, Helger Kock 11: --: --
1 schotelrok, de weduwe Thomas Buijs 0: 3: 8
1 cruijwagen, Jan reckers 0: 10: --
1 vierkant tafeltje, Helger Cock 0: 4: --
1 astobbeke, stoff en eenig rommelrije, Peter   Cetelaar 0: 1: 8
1 haakske en crenge rat, den schout 0: 5: --
1 ijs-hantslee, J v. Selm 0: 10: --
1 hangijser en kookpan, Maijken Verschuren 0: 9: --
1 tang en asschup, Tannis de Hoog 0: 12: --
1 haal en blaaspijp, de secretaris 0: 15: --
1 bot schup, riethaak en aalspit, C. Buijs 0: 15: --
1 corfke met 2 lampen, Peter van Waspik 0: 5: --
1 riek, G. v. Malsem 0: 3: --
11 galaije borden, Peter van Waspik 0: 10: --
6 dito schotelen en 8 tinne lepels, Peter van Waspik 0: 15: --
1 lepelbort met 12 lepels en 1 spigeltje, F. Artel 1: --: --
1 mandeke met eenig vlas en garen, F. Artel 1: --: --
1 ijsere pot en houte deksel, Ad. Smits 1: 13: --
1 paar blauwe gardijnen en rabat, Peter van Waspik 1: 2: --
1 paar dito, Mechel van Cuijk 0: 10: --
1 coopere toebax doos, Huijb Coninx 0: 5: --
1 swarte mansrok, Claas van Hassel 1: 13: --
1 swarte broeck, Zeger Mouthaan 0: 12: --
1 wanbas met een broek, Leendert Silvis 0: 16: --
1 hoet en cousen, Teunis Dolk 0: 9: --
1 paar schoen en planke, Corn. Bongaart 1: 5: --
1 kaske, peter Joosten Verschuren 1: 10: --
1 hoop struijken, de secretaris 2: 4: --
  38: 12: 8

Aldus dese verkoopinge regtelijk gedaan bij Corn. Buijs armmesester ten overstaan van Ad. Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en doorhaling Steven Scheur, schepenen in Waspik, die de miniet deses hebben onderteijkent.

quod attestor, J. Zeijlmans, secretaris

de heel erfhuijsceel bedraagt f 38: 12: 8

comt de xle penning 0: 19: 6

Fol.58 vo

Op huijden desen 14e december 1741 comparrerde voor ons schout en schepenen va Grootwaspik ondergetekende Huijbert van Hassel ende Bastiaan Vassen te kenne gevende dat sij bij calculatie vanden nagelaten boedel van wijlen Peeter van Hassel en Geertruij Vassen haarlieder overleden soon en dogter hadden ondervonden dat dien naargelaten boedel was beswaart met vrij meerder schulden als de effecten des boedels waardig waren, dat Adriaan van Hassel ende Johannes Vassen swarig heijt maakten in qualiteijt als aangestelde voogt en toesiender daaromme dien boedel aan te vaarden, dat de comparanten op dat alle crediteuren souden werden afbetaalt, bij acte onder de handt in dato den 10e februarij deses jaars 1741 alhier ter secretarije berustende. De voornoemde Adriaan van Hassel en Johannis Vassen hadden versogt gequalificeert en geauthoriseert omme dien boedel te aanvaarden, den selven tot gelde te maken, de schuleijsschers soo verre het streckende konde te betalen met deselve te liquideren en dus dien boedel soo na doenlijck te brengen tot liquiditeijt, met belofte dat alle het gunt bij het doen hunner reeckeninge soude werden bevonden te kort te komen door hen comparanten ider voor de helfte soude werden gesuppleert en bij gelegt dat vervolgens deselve geauthiseerdens dan ook dien boedel aanvaart, alles verkogt met de ge intersseerdens geliquideert, de schulteijsschers betaalt, den boedel tot liquiditeijt gebragt, en aan de comparanten van der selver bevrint handel en administratie ordentelijcke reeckening bewijs ende reliqua gedaan hebbende, als nu door de comparanten ondervonden en gebleecken wort aan dien boedel tot betalinge der schulden te kort te komen een somme van drie suijsent vier hondert vijftig guldens, dat vervolgens de comparanten allen te geene door Adriaan van Hassel en Johannis vassen daar in gedaan en verrigt is, met belofte van henlieden om geen andere off meerdere reeckeninge van die administratie moeijelijk of lastig te sullen vallen, deselve vervolgens deswegen geheel en al te quiteren, voor henne goede administratie en verantwoordinge aan de comparanten gedaan bedancken en vervolgens henlieden vande nog loopende schult ten lasten den voornoemde boedel dechargeren ontheffen en bevrijden met belofte en overgofte dat de comparanten de bovengementioneerde somme van drie duijsent vier hondert en vijftig guldens en ’t geene nog verder mogte bevonden worden, ten laste dien boedel te voorscheijn komen, ider voor de helfte aannemen te betalen als hun eijgen schult sonder daar tegens iets te seggen off te doen in regten ofte daar buijten. En alsso Adriaan van hassel ende Johannis Vassen hebben opgegeven dat ten behoeve den boedel nog is in te beuren ontrent een somme van ses hondert guldens soo versoeken en qualificeren de comparanten henlieden om dat gelt ten behoeve vande minderjarige kinderen van voornoemde Peeter van hasselt ende Geertruij Vassen te ontfangen, ende deselve minderjarige soo verre het streckt daar van te alimenteren , tot naarkominge en prestatie van allen het geene voorschreven staat verclaren sij comparanten te verbinden en ten onderpant te stellen henlieden persoonen ende goederen hebbende ende verkrijgende geene daar van gereserveert, die alle ten dien fine stellende te bedwang ende executie als na regten, alles sonder fraude . Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Thomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepenen in Grootwaspick ten dage voorschreven.

In kennisse van mij J. Zeijlmans, secretaris

Dit ist kruis merk bij Thomas Zeijlmans selfs gestelt

Fol. 59 vo

Testament: Thomas Schep en Leijntjen Fransen Boeser sijn huijsvrou

In den namen des godes amen

Op huijden den 20e december 1741 compareerde voor ons schout, en schepenen van Grootwaspick ondergenoemt, Thomas Janse Schep ende Leijntje Fransen Boeser, egteluijden, woonende alhier sijnde de eerste comparant gesont naar den lichame en de tweede comparante siekelijk naar den lichaam te bedde liggende, edoch beijde haar verstand, redenen en memorie welmagtig sijnde en gebruijckende soo uijterlijk scheen en bleek, dewelke betuijgede van meijninge te wesen omme van hare tijdelijke goederen te disponeren en dat op de volgende wijse: namentlijk dat bij testateuren malkanderen reciprocelijk dat is over en weder en sulx den eerststervende den langstlevende van hen beijden komen te stellen nomineren en institueren tot sijn of haar eenige geheelen en universelen erfgenaam en dat in alle de goederen, soo roerende als onroerende hebbende en verkrijgende, gelt, goud, zilver, gemunt en ongemunt, haaf en inboelt, actien en credoten, soo wel active als passive, egeene van dien uijtgesondert t geene den eerst overlijdende metter doot ontruijmen en naarlaten sal, omme daar mede te doen handelen en verrigten soo int coopen verkoopen, belasten en beswaren als des langstlevenden goeden raat gedragen sal, en sulx met vollen regt van institutie onder dese expresse conditie nogtans dat den langstlevende van hen testateuren gehouden en en verbonden blijft hare kinderen reets bij den anderen verweckt ofte nog bij den anderen te verwecken en naar te laten, op te voeden en te alimenteren in eten en drinken, cleedinge en reedinge, soo wel sieck als gesont, egeene tijt van perijkel uijtgesondert, deselve te laten leeren lesen en schrijven en daar en boven een goet hantwerk of ander exercitie te laten leeren, waar toe deselve naar de staat des boedels best bequaam sal of sullen bevonden worden en dat tot haren mondigen dage, huwelijken of anderen geaprobeerden state toe. Als wanneer den langstlevende van hen testateuren daar en boven sal gehouden sijn aan ider van hare kinderen die alsdan in leven sullen sijn uijt te reijken en te voldoen eene somme van ses gulden ses stuijvers en sulx in volle voldoeninge van hare vaderlijcke of moederlicke goederen ofte legitime portie waarinne sij testateuren de voornoemde hare kinderen sijn instituerende bij desen. Dog off het mogte gebeuren dat den langstlevende van hen testateuren sig wederom ten tweeden huwelijk mogte begeven sal den selven in sulck geval gehouden en verbonden sijn aan sijne of haare kinderen afstant te doen en deselve te laten volgen de geregte helft van sijnen boedel en goederen soo als die alsdan in wesen sal sijn en bevonden sal worden.

Wijders hebben sij testateuren malkanderen gestelt tot voogt off voogdesse over hare naar te laten kinderen en erfgenamen en naar overlijden off hertrouwen van den langstelevende tot voogt Bastaan Franse Boeser en tot toesiende voogt Huijbert Schep, met magt omme bij den langstlevende nog een of meer voogden te mogen aanstellen. En dat alles met uijtsluijtinge van schout en geregten van Grootwaspick, mitsgaders alle andere weesheeren en geregten daar haarlieder sterfhuijs soude mogen komen te vallen niet willende dat deselve (behoudens haar respect en eerwaardigheijt) haar met haren boedel en naarlatenschap sullen bemoeijen maar deselve daar voor bedanckende mits desen.

Allen het geene voorschreven staat de testateuren sijnde voorgehouden verclaarde het selve te wesen haar testament leste en volkomen uijtersten wille willende en begerende dat het selve sijn volkomen effect sorteren en stantgrijpen salt sij als testament codicille gifte uijt saacke des doots off onder den levende soo als het selve best naar regten sal konnen off mogen bestaan. Alwaar het schoon dat alle solemniteijten naar regten gerequireert hier inne niet en waren geobserveert versoekende het uijterste benefitie en dat hier van gemaakt en gelevert mag worden instrument in communi forma. Aldus gedaan en gepasseert voor t siekbedde vande testarice verclarende bende de vier duijsent guldens te besitten ten overstaan van Huijbert Coninx en Cornelis Buijs, schepenen in Grootwaspick, als vervangende den schout alhier, smorgens ontrent de clocke seven uren.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 60 vo

Testament

inde kantlijn: uijtgemaakt

In den name godes amen.

Op huijden den 30e december 1741 compareerde voor ons schout en schepenen van Sgrevelduijn Grootwaspik enz. ondergetekend: Matthijs Hendrikse Schoenmaackers ende Adriaantje Dircksen van Spaandonck egteluijden, woonende alhier sijnde gesont naar den lichame, gaande en staande in haar verstant redenen en memorie, wel magtig en gebruijkende soo uijterlijk scheen en bleek de welcke betuijgde van mijninge te wesen omme van hare tijdelijcke goederen te disponeren, en dat op de volgende wijse:

namentlijck dat sij testateuren malkanderen reciprocelijk, dat is over en weder en sulcx den eerste stervende den langstlevende van hen beijde komen te stellen nomineren en institueren soo als sij doen bij desen tot sijnsen off haren eenigen geheelen en universelen erfgenaam, en dat alle goederen soo roerende als onroerende hebbende en vercrijgende haaff ende imboel, gelt, gout, zilver gemunt en ongemunt, actien en crediten, soo wel active als passive egeene van dien uijtgesondert t geene den eerst stervende metten intrest van dien tegens doot ontruijmen en naarlaten sal, ende omme met dat alles te mogen doen handelen en verrigten soo in t coopen, verkoopen, belasten en beswaren als des langstlevende goeden raat gedragen sal, en sulx met vollen regt van institutie. Onder dese expresse conditie nogtans dat de langstlevende van hen testateuren gehouden en verbonden blijft hare kinderen reets bij den anderen verweckt ofte nog bij den andere te verwecken en naar te laten op te voeden en te alimenteren in eeten en drincken cleedinge en reedinge soo wel siek als gesont, geenen tijt van perijkel uijtgesondert , deselve te laaten leeren lesen en schrijven en daar en boven een goet hantwerck off andere exercitie te laten leeren, waar toe deselve naar den staat des boedels best bequaam sal off sallen bevonden worden en tot haren mondigen dage huwelijken of anderen geapprobeerden state toe, als wanneer den lanngstelevende van hen testateuren gehouden en verbonden blijft daar en boven aan ider van hare naartelatene kinderen die alsdan in leven sullen sijn uijt te reijken en voldoen eene somme van vijftig guldens ens gelt sonder meer en sulcx in volle voldoeninge van haar vaderlijcke off moederlijcke goederen off legitime portie waar inne sij testateuren de voornoemde hare kinderen sijn instituerende bij desen, dog of het mogte gebeuren dat den langstlevende van hen testateuren sig wederom ten tweeden huwelijk mogte komen te begeven, sal den sleven in sulk gevalle gehouden en verbonden sijn aan sijn e kinderen te bewijsen en te laten volgen de geregte helft van sijnen of haren naar te laten boedel en goederen soo als die alsdan in wesen sal sijn en bevonden sal worden, dog sal egter gehouden en verbonden sijn sijne kinderen voor de bladinge en incomsten van den voornoemde hlaven boedel op te voeden en te alimenteren tot haren mondigen dagen huwelijken of anderen geapprobeerden state toe.

Wijders hebben sij testateuren elkanderen gestelt tot voogt ofte voogdesse over hare naar te laten kinderen en erfgenamen ende naar overlijden off hertrouwen van den langstlevende tot voogt Hendrik Janse Schoenmaackers, en tot toesiende voogt Geerit Dirkse van Spaandonk, met magt omme bij den langstlevende off de voornoemde voogden nog een of meere voogden en toesienders in haare plaatse te mogen nomineren en aanstellen en dat alles met uijtsluijtinge van schout en geregten van Grootwaspick, mitsgaders alle weesheeren en geregtens daar haarlieden sterffhuijs soude mogen komen te vallen niet willen dta deselve (behoudens haar respect en eerwaardigheijt) haar met hare naarlatenschap sullen bemowijen maar desleve daar voor bedanckende mits desen.

Allen t geene voorschreven satta de testateuren van woorde te woorde sijnde voorgelesen, verclaarde sij daar inne begrepen te sijn haar testament lesten en volkomen uittersten wille, willende en begerende dat het selve sijn volkomen effect sorteren en stantgrijpen sal, t sij als testament codicille giften uijt sake des doots off onder den levenden soo als het selve best naar regten sal konnen off mogen bestaan alwaar het schoon dat alle solemniteijten naar regten gerequireert hier inne niet en ware geobserveert versoekende het uijterste benefitie en dat hier van gemaakt en gelevert mag worden instrument in commune forma. Aldus gedaan en gepasseert ten huijse van mij secretaris ten dage maande en jare voorschreven savonts ontrent de clocke agt uren verclaarende de comparanten geen vierduijsent guldens te besitten ter presentie en overstaan van Cornelis Buijs en Steven Scheur, schepenen in Waspick, als vervangende den schout alhier.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans

Fol. 61 vo

Testament van Cornelis vander Mast woont tot Middelharnis of Mijnheersen

inde kantlijn: uijtgemaakt op zegel van drie gulden

In den name godes amen

Op huijden den 20e jannuarij 1742 compareerde voor ons schout en schepenen van Sgrevelduijn Grootwaspick ondergenoemt, Cornelis vander Mast woonagtig tot Middelharnis en tegenwoordig alhier ten huijse van van Anthonij van Dongen, siekelijck te bedde leggende, dog sijn verstant, redenen en memorie wel magtig en gebruijckende soo ons uijtterlijck scheen en bleeck, te kennen gevende hij comparant dat hij genegen was omme van sijn tijdelijcke goederen hem bij godt almagtig op dese werelt verleent te disponeren , dog alvorens daar toe komende verclaarde hij comparant eerst en alvorens te revoceren casseren doot ende te niet te doen alle voorgaande testamentaire en andere actens van dispositien bij hem voor dato deses gemaakt, ende oversulx van nieus disponerende soo verclaarde hij te testateur te maken nomineren en institueren tot sijne eenige geheele en universele erfegenamen Hendrik vander Mast, sijnen broeder voor een derdepart, de kinderen van Jan vander Mast, sijnen overledenen broeder voor een derdepart ende de kinderen van Pietertje vander Mast, sijne suster, mede voor een derdepart, of hare wettige erfgename bij representatie en dat in alle sijne naar te laten goederen, roerende en onroerende, gelt gout zilver, gemunt en ongemunt actien en crediten, soo wel active als passive, die hij testateur metter doot ontruijmen en naarlaten sal omme daar mede bij de voornoemde genomineerde erfgenamen gedaan en gehandelt te worden als met haar vrij en eijgen goet, en sulx met vollen regt van institutie en uijtsluijtinge van alle verdere nabestaande vrinden . Wijders verclaarde hij testateur te stellen en nomineren tot voogden over sijne onmondige erfgename Hendrik vander Mast en d’heer Branderhoeven, schout van Stat aant Haringvliet, met magt omme bij haar nog een of meer voogden in haar plaats te mogen nomineren en aanstellen en sulx alles met uijtsluijtinge van schout en geregte van Middelharnis, mitsgaders alle geregtens en weesheeren daar haarlieden testateurs sterfhuijs soude mogen komen te vallen niet willende dat deselve (behoudens haar respect en eerwwardigheijt) haar met sijn naarlatenschap sullen bemoeijen maar de selver daar voor bedankende mits desen.

Allen hetgeene voorschreven staat den testateur sijnde voorgelesen, verclaarde hij het selve te wesen sijn testament lesten en volkomen uijtersten wille willende en begerende dat het selve sij volkomen effect sorteren en stantgrijpen sal t sij als terstamente codicille gifte uijt sake des doots of onder den levende soo als het selve best naar regten sal komen of mogen bestaan alwaart schoon dat alle solemniteijten naar regten gerequireert hier in niet en waren geobserveert versoekende het uijterste benefitie en dit hier van gemaakt en gelevert mag worden instrument in communi forma. Aldus gedaan en gepasseert voor t siekbedde vanden testateur (den welken Anthonij van Dongen ende dingeman van Malsen, beijde onse inwoonders, verclaarde seer wel te kennen) ten dage maande n jare voorschreven savonts ontrent de clocke vijff uren, ten overstaan van Cornelis Buijs en Steven Scheur, schepenen in Waspick, als vervangende de schout alhier.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 62 re

Testament van Thomas Ad. van Tichel en Anna Peeters Camp, sijne huijsvrouwe

in de kantlijn: uijtgemaakt op zegel van 3 guldens

In den name godes amen

Op huijden den 31e jannuarij 1742 compareerden voor ons schout en schepenen van Sgrevelduijn Grootwaspick en Twaalftalve Hoeve ondegetekent, den eersamen Thomas Adriaans van Tichel ende Anna Peeterse Camp, sijne huijsvrouwe, woonende alhier, sijnde den eersten comparant siekelijk naar den lichame te bedde leggende, en de tweede comparante mede siekelijk dog gaande en staande. Edog beijde haar verstant redenen en memoeri wel magtig en gebruijkende soo als ons uijterlijck scheen en bleeck, dewelcke betuijgde van meijninge te wesen omme van hare tijdelijcke goederen te disponeren en dat op de volgende wijse, namentlijk:

Dat sij testateuren malkanderen reciprocé dat is over en weder en sulx den eerststervende den langstlevende van hen beijde komen te stellen nomineren en institueren tot sijn of hare eenige geheele en universele erfgenaam en dat in alle de goederen soo roerend als onroerend gelt gout silver, gemunt als ongemunt, haaff en imboel, actien en crediten, soo wel active als passive egeene van dien uijtgesondert t geene den eerst stervende metter doot ontruijmen en naarlaten sal, omme met dat alles te mogen doen handelen en verrigten soo int coopen verkoopen belasten en beswaren soo als des langstlevenden goeden raat gedragen sal, en sulcx met vollen regt van institutie onder dese expresse conditie nogtans dat den langstlevende van hen testateuren gehouden en vepligt sal sijn hare kinderen reets bij den anderen verweckt ofte nog te verwecken en naar te laten, op te voeden en te alimenteren in eeten en drinken cleedinge en reedinge soovan linnen als van wollen soo wel sieck als gesont, egeenen tijt van perijkel uijtgesondert deselve te laten leeren lesen en schrijven en daar en boven een goet hantwerk off ander exercitie te laten leeren, waar toe deselve naar den staat des boedels best bequaam sal of sullen bevonden worden, en dat tot haren mondigen dage huwelijcken off andere geapprobeerden state toe, als wanneer den langstlevende van hen testateuren gehouden en verbonden sal sijn aan ider van hare kinderen die alsdan in leven sullen sijn uit te reijcken en voldoen eene somme van vijff en twintig guldens en sulx in volle voldoeninge van hare vaderlijcke of moederlijcke goederen off legitime portie waar inne sij testateuren de voornoemde hare kinderen sijn instituerende bij desen, dog off het mogte komen te gebeuren dat den langstlevende van hen testateuren sig weder om ten tweeden huwelijk mogte komen te begeven sal den selven in sulcx geval gehouden en vebonden sijn aan hare kinderen afstant te doen en deselve te bewijsen en te laten volgen de geregte helft van haren boedel en goederen soo als die alsdan bevonden sal worden en in wesen sal sijn.

Wijders hebben sij testateuren alkanderen gestelt tot voogt off voogdesse over hare naar te laten kinderen en erfgenamen en naar overlijden off hertrouwen van den langstlevende tot voogden Jan Adriaanse van Tichel en bij overlijden vanden selven Norbertus van Tichel en nog bij overlijden vanden selven Peeter Cornelisse Camp en nog bij overlijden vanden selven Mels Dirkse van Driel, en dit alles met uijt sluijtinge van schout en geregten Waspick, mitsgaders alle andere weesheeren daar haarlieder sterffhuijs soude mogen lomen te vallen, niet willende dat deselve (behoudens haar respect en eerwaardigheijt) haar met hare naarlatenschap sullen bemoeijen, maar deselve daar voor bedankende mits desen.

Allen t geene voorschreven staat de testatteuren van woorde te woorde sijnde voorgelesen verclaarde sij het selve te wesen haar testament lesten en volkomen uijtersten wille, willende en begerende dat het selve sijn volkomen effect sorteren en stantgrijpen sal t sij als testament codicille gifte uijt sake des doots off onder den levende soo als het selve best naar regten sal konnen of mogen bestaan, alwaar het schoon dat alle solemniteijten naar regte gerequireert hier inne niet en waren geobserveert versoekende het uiterste benefitie en dat hier van gemaakt en gelevert mag worden instrument in commune forma. Aldus gedaan en gepasseert doorhaling voor t siekbedde vanden testateur verclarende de testateuren beneden de vierduijsent guldens gegoeijt te sijn ten overstaan van Huijbert doorhaling Coninx en Cornelis Buijs, schepenen in Waspick, als vervangende den schout alhier, te dage maande en jare voorschreven des voormiddags ontrent de clocke tien uren.

In kennisse van mij, J.Zeijlmans, secretaris

Fol. 63 re

Testament van Dirk Teunis Dol en Piternel de Bont, sij huijsvrou

inde kantlijn: uijtgemaakt

In den name godes amen

Op huijden den 5e februarij 1742 compareerde voor ons schout en schepenen van Sgrevelduijn Grootwaspick en Twaalftalve Hoeve ondergekent den eersame Dirk Teunisse Dolk eerder weuwenaar van zaliger Berbara Schoenmakers ende Pieternella de Bont sijne jegenwoordige huijsvrouwe, woonende alhier, beijde naar den lichame siekelijk te bedde leggende dog haar verstant redenen en memorie wel magtig en gebruijckende soo uijterlijck scheen en bleeck, te kennen gevende sij comparanten dat sij genegen waren te disponeren van hare tijdelijcke goederen haar bij godt almgtig op dese werelt verleent, ende daar toe komende verclaarde sij testateuren uijt sijnen vrijen eijgen wille sonder persuasie off opmakinge van imant de voornoemde sijne huijsvrouwe soo hij eerts aflijvig mogte komen te worden, te maken nomineren en instutueren in een kintsgedeelte van sijnen naar te laten boedel en goederen soo wel roerende als onroerende, gelt gout silver gemunt en ongemunt, haaff en imboel, de schuijt winckel als anders actien en crediten soo active als passive egeene uijtgesondert boven en behalven t geene haar ingevolge de huwelijkse voorwaarde doorhaling tusschen haar comparante gemaakt is compiterende omme daar mede bij haar testatrice gedaan en gehandelt te worden als met haar vrij en eijgen goet ende sulx met vollen regt van institutie; ende sij testatrice mede komende tot hare voorgenomen dispositie verclaarde sij mede uijt haren vrijen eijgen wille den voornoemde haren man soo sij eerst aflijvig mogte komen te worden te maken nomineren en institueren in het volle vrugtgebruijk van alle hare naar te latene goederen soo roerend als onroerend gelt goud zilver gemunt en ongemunt, haaff en imboel de schuijt winckel als anders, actien en crediten soo wel active als passive geen van dien uijtgesondert ook omme deselve in cas van noot te mogen verkoopen veralieneren en transporteren den selven daar inne instituerende bij desen.

Verder is den wil vande testateuren dat de langstlevende van hen gehouden en verbonden blijft de kinderen reets bij den anderen verweckt off nog te verwecken en naar te laten op te voeden en te alimenteren ineeten en drincken cleedinge en reedinge soo wel siek als gesont egeenen tijt van perijkel uijtgesondert deselve te laten leeren lesen en schrijven en daar en boven een goet hantwerk off ander exercitie te laten leeren waar toe deselve naar den staat des boedels best bequaam sal off sullen bevonden worden en tot haren mondigen dage huwelijken of anderen geapprobeerden state toe ende alsdan aan deselve te samen uijt te reijken en te voldoen eene somme van agt hondert guldens eens sonder meer in volle voldoeninge van hare vaderlijcke off moederlijcke goederen off legitime portie, desleve daar inne instituerende bij desen. Mits dat den langstlevende t vrugtgebruijk van der kinderen aan te besterve portie tot die tijt sal genieten.

Wijders verclaren sij testateuren elkanderen te stellen tot voogt off voogdesse over hare naar te laten onmondige kinderen erfgenamen en bij overlijden vanden langstlevende tot voogt Aart Schoenmakers ende tot toesiende voogt Arien Potmakers met soo danige magt als eenige voogden naar regten sijn compiterende en sulx met uijtsluijtinge van schout en geregtens en weesheeren daar haar testateuren sterffhuijs soude mogen komen te vallen niet willende dat deselve (behoudens haar respect en eerwwardigheijt) haar met haren boedel en naarlatenschap sullen bemoeijen maar deselve daar voor bedankenden met desen.

Allen het voorschreven staat de testateuren sijnde voorgelesen verclaarde sij het selve te wesen haar testament lesten en ider int bijsonders uijttersten wille willende en begerende dat het selve sijn volkomen effect sorteren en stantgrijpen sal, t sij als testament codicille gifte uijt sake des doots off onder den levende soo als het selve best naar regten sal komen off mogen bestaan alwaar ’t schoon dat alle solemniteijten naar regten doorhaling gerequireert hier inne niet en ware geobserveert versoekende het uijterste benfitie en dat hier van gemaakt en gelevert mag worden instrument in comunni forma. Aldus gedaan en passeert voor de siekbedde vande testateuren verclarende beneden de vier duijsent guldens gegoet te sijn, ten overstaan van Cornelis Buijs en Huijbert Coninx, schepenen in Waspik, als vervangende den schout alhier, ten dage maande en jare voorschreven, snamiddags de clocke drie uren.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 64 re

Scheijdinge ende erfdeelinge die bij desen doende ende aan schout en geregten van Grootwaspick overgevende sijn Adriaan Fransen Camp, Hendrick Fransen Camp, Joseph Fransen Camp ende Maria Fransen Camp, alle ab intestato erfegenamen van deheer Johannes Camp in sijn edele leven Rooms Pastoor tot Driel, ende dat van soodanige vaste goederen en effecten als haar door overlijden vanden voornoemde heer Camp sijn aanbestorven. Ende sijn de voornoemde goederen onder haar verdeelt en te deel gevallen in manieren als volgt.

Eerstelijck soo is Adriaan Camp bij blinde lootinge geloot gecavelt ende beerfdeelt eerstelijk op twee geerden hooij en weijlant gelegen alhier over het Schipsdiep in een stuck van ses geerden gemmen en onverdeelt met Josep en Maria Camp, gelant ten oosten vande heele ses geerden de weduwe Adr. G. Boudewijns en ten westen Peeter Coolhaas, streckende uijt den zuijden van het Schipsdiep aff noortwaart in tot den halven Schaijsloot off Dussen Munsterkerk toe.

Alsnog op een parceeltjen hooijlant ofte beemt genaamt den Pot, gelegen op den Eeckert onder Woensel, gelant aan de eene seijde Daniel van Ennotte en aan de andere seijde Willem Peeter Aartse.

En ten laatste alsnog op een parceeltjen off beemt mede gelegen aldaar aan den Dommel, gelant aan de eene seijde Daniel van Ennotten en aan de andere seijde Aart Deckers.

Ten tweeden soo is Hendrick Camp bij blinde lotinge geloot gecavelt ende beerfdeelt op drie mergen weijlant gelegen onder Dussen Munsterkerck, van outs genaamt de Ballecamp, belent ten zuijden de heer van Hest, noorden op Jan de Jong, oost Huijbert van Vuren en west de Bragtse straat.

Ten derden soo is Joseph Camp bij blinde lotinge geloot gecavelt en beerfdeelt op twee geerden hooij ofte weijlant gelegen alhier over het Schipsdiep, gemeen en onverdeelt met Adriaan en Maria Camp, in een stuck van ses geerden, gelant ten oosten vande heele ses geerden de weduwe Adriaan Geerden Boudewijns en ten westen Peeter Coolhaas, streckende uijt den zuijden van het Schipdiep aff noortwaart in tot den halven Schaijsloot off Dussen Munsterkerk toe.

Ten vierden en ten laatsten soo is Maria Camp bij blinde lotinge geloot gecavelt en beerfdeelt op twee geerden hooij en weijlant, mede gelegen alhier over het Schipdiep gemeen en onverdeelt met Adriaan en Josep Camp voornoemt, in een stuck van ses geerden, gelant ten oosten vande heele ses geerden de weduwe Adriaan Geerden Boudewijns en ten westen Peeter Coolhaas, streckende uijt den zuijden van het Schipdiep aff noortwaarts in tot den halven Schaijsloot off Dussen Munsterk toe.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijthollant en verclaarde ider met sijn bevallen lot te vreden te sijn en te sullen betalen alle alsten en verpondingen op ider sijn bevallen lot staande en loopende en te sullen maken en onderhouden alle wegen stegen dijcken straten waterloopen schouwen leijen sHeeren chijnen en andere naburen regten baten schaden en geregtigheden met regt tot ider parceel behoorende ende verclaarde den eenen tot laste vanden anderen sij bevallen lot niet meer te pretenderen te hebben enden eenen tot proffijt van den anderen daar van te renuntieren soo als sij doen bij desen.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Thomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepenen in Waspick, desen 7en maart 1742.

In kennisse van mij J. Zeijlmans, secreatirs

Dit is t kruis hantmerk bij Thomas Zeijlmans gestelt

Fol. 64 vo

in de kantlijn: uijtgemaakt

In den name godes amen.

Op huijden den 1e april 1742 compareerde voor ons schout en schepenen van Sgrevelduijn Grootwaspick en 12½ Hoeve ondergenoemt, den eersamen Fransus Artel ende Eijltje Fransen Boeser egte luijden woonende alhier sijnde den eersten comparant gesont naar den lichame gaande en staande rn de tweede comparante siekelijk naar den lichame te bedde leggende, edog beijde haar verstant redenen en memorie wel magtig sijnde en gebruijckende soo uijtterlijk scheen en bleek. Dewelke betuijgde van meijninge te sijn omme van hare tijdelijcke goederen haar bij godt almagtig op dese werelt verleent, te disponeren, en dat op de volgende weijse, namenlijk dat sij testateuren malkanderen reciproce dat is over en weder sulx den eerst stervende den langstlevende van hen beijde verclaarde te stellen nomineren en institueren tot sijnen off haren eenigen geheele rn universelen erfgenamen en dat in alle hare goederen soo wel roerende als onroerende gelt gout silver gemunt en ongemunt actien en crediten soo wel active als passive egeene van dien uijtgesondert t geene den eerst overlijdende metter doot ontruijmen en naar laten sal, omme daar mede te mogen doen handelen en verrigten als des langstlevende goeden raat gedragen sal, en sulx met vollen regt van instititutie, onder dese expresse conditie nogtans dat den langstlevende gehouden en verbonden blijft hare kinderen op te voeden ende te alimenteren in eeten en drincken cleedinge en reedinge soo van linnen als wollen egeenen tijt van perijkel uijtgesondert, deselve naar den staat des boedels best bequaam sal off sullen bevonden worden en dat tot haren mondigen dage huwelijk off anderen geapprobeerden state toe en daar en boven als het jongste kint tot den ouderdom van sestien jaren sal gekomen sijn aan hare gesamentlijcke kinderen te laten volgen en voldoen twee geerden hooij ende weijlant gelegen in Clijnwaspick in een stuk van ses geerden de testateuren toe behoorende, streckende vande Oude Straat of Grootwaspick aff noortwaart in tot het halff Schipdiep toe, ende dat in volle voldoeninge van hare vaderlijcke off moederlijke goederen off legitime pertie deselve hare kinderen daar inne instituerende bij desen.

Verder is den wille vande testateuren soo hare naar te laten kinderen alle voor haren mondige dage ofte huwelijken state quame te overlijden dat de voornoemde twee geerden lant in sulk geval sullen erven en besterven op de langstlevende van hen testateuren, ende sullen in sulk geval na doode van de langstlevende de goederen die alsdan in wesen sullen sijn en bij den langstlevende sullen werden naargelaten versterven op de ab intitato erfgenamen van hem testateur en haar testatrice ider voor de helft.

Wijders verclaren sij testateuren den langstlevende van hen beijde te stellen tot voogt ofte voogdesse over hare onmondige kinderen en erfgenamen ende naar doode vanden langstlevende tot voogt bastiaan Fransen Boeser en tot toesiende voogt Peeter Artel, met magt omme bij den langstlevende van hen testateuren bij den langstlevende van hen testateuren off bij de voornoemde voogden nog een off meer voogden in haar plaatse te mogen assumeren, ende sulx alles met uijtsluijtinge van schout en geregten van Grootwaspick mitsgaders alle andere geregtens en weesheeren daar haarlieder sterffhuijs soude mogen komen te vallen niet willende off begerende dat deselve (behoudens haar respect en eerwaardigheijt) haar met hare naarlatenschap sullen bemoeijen maar de selve daar voor bedankende mits desen.

Allen het geene voorschreven staat de testateuren sijnde voorgelesen verclaarde sij hethet selve te wesen haar testament lesten en volkomen uijtersten wille, willende en begerende dat het selve sijn volkomen effect sorteren en stantgrijpen sal t sij als testament codicille gifte uijt sake des doots off onder den levende soo als het selve best naar regten sal konnen of mogen bestaan, alwaar ’t schoon dat alle solemniteijten naar regten gerequireert hier inne niet en waren geobserveert versoekende het uijterste benefitie en dat hier van gemaakt en gelevert mag worden instrument in communi forma. Aldus gedaan en gepasseert voor t siekbedde van de testatrice en verclaarde de testateuren geen vier duijsent guldens te besitten ten overstaan van Steven Scheur en Jan Buijs, schepenen in Waspik, ten dage maande en jare voorschreven savonds ontrent de clocke negen uren.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 65 vo

Op huijden den 3e april 1742 compareerde voor ons schout en schepenen van Sgrevelduijn Grootwaspik en 12½ Hoeve ondergenoemt, Leendert Passon weduwenaar en testamentaire erfgenaam en boedelhouder van Huijbertje Lammerde Reckers ter eenre, ende Peeter Cornelisse van Dongen als innestaande en hem sterkmakende voor Gouken Lammerde Reckers weduwe van Cornelis van Dongen voor een derdepart, Geert van Peer als in huwelijk hebbende Adriaantje Reckers ende Lammert Reckers voor haar selven en als innestaande en haar sterk makende voor Johanna en Jan Reckers hare suster en broeder, en sulx kinderen van Freijs Lammerde Reckers voor een derdepart mitsgaders Lammert Meertens Reckers, Maarten Biemans als in huwelijk hebbende Adriaantje Reckers, Marcelis Coninx als in huwelijk hebbende Jenneken Reckers, Jan Adriaans Verschuren als in huwelijk hebbende Johanna Reckers voor haar selven en als innestaande en haar sterkmakende voor Arien Reckers , en sulx kinderen van Meerten Lammerde Reckers mede voor 1/3 part, en sulx alle ab instato erfgenamen van zaliger Huijbertje Lammerde Reckers, overledene huijsvrou vande eerste comparant ter ander seijde.

Te kennen gevende sij comparanten dat bij den testamente tusschen den eersten comparanten en sijne huijsvrouw gepasseert voor den notaris Barent Sas en seeckere getuijgen tot Sprang in dato den . . . . . . anno 1722, den langstlevende was geinstitueert tot eenige ende universele erfgenaam van alle de goederen enz. die sij te samen waren besittende en den eerstoverlijdende quam naar te laten, dat hij eerte comparant overtuijgt sijnde dat hare intentie was geweest dat de goederen naar des langstlevende overlijden twee seijden moeste hebben, daar van kort naar het overlijden van sijne huijsvrou en sulx op de 6en october 1738 voor schepenen vande heerlijkheijt Drunen hadde gemaakt een naarder contract met met de 2e comparanten , waar bij hij eerste comparant contracteerde dat de goederen en effecten die bij sijn overlijden bevonden soude worden, twee seijner erfgenamen en de tweede comparanten ider voor de helft souden werden genoten en gedeelt. Sodat sij comparanten omme alle verschillen en onenigheden die tusschen den eersten comparant off sijne erfgenamen ende de tweede comparanten hier uijt soude mogen komen te ontstaan terwijle hij eerste comparant genoegsaam alle de vaste goederen hadde verkogt en te gelde gemaakt, inder minne waren over een gekomenen veraccodeert in manieren als volgt. Te weten: dat sij tweede comparanten geheel en als soude renuntieren soo als sij lieden te samen en ider in het bijsonder in hun opgemelte qualiteijten, verclaren te renuntieren en volkomen afstand te doen ten behoeve vanden voornoemde Leendert Passon of sijne abinte stato erfgenamen van alle de goederen soo roerende als onroerende gelt gout zilver gemunt en ongemunt obligatien custingpenninge als actien en crediten egeene van dien uijtgesondert soo ende in dier voegen als hij 1e comparant die met de voornoemde sijne huijsvroue Huijbertje Lammerde Reckers heeft besten gehadt, off soo hij die nu nog besittende is, mits dat hij eerste comparant daar voren bij forme van uijtkoop aande tweede comparanten sal uijtreijken en voldoen eene somme van drie hondert guldens eens gelt en waae van sij tweede comparanten op dato deses bekennen voldaan en betaalt sijn den eersten penning metten lesten en vervolgens de voornoemde penningen te quiteren soo als sij doen bij desen.

Waar tegens den eersten comparant Leendert Passon bekende tot sijnen laste te nemen alle soodanige lasten en schulden als tot sijnen off den voornoemde boedel loopende sijn en de voornoemde tweede comparanten daar van te ontlasten en bevrijde mits desen.

Tot naarkominge en prestatie van alle het geene voorschreven staat verclaarde sij comparanten gesamentlijk en ider in het bijsonder te verbinden hare persoonen en goederen, present en toekomende egeene exempt deselve stellende onder verbant en bedwank als naar regten. alles ten overstaan van Thomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepenen in Waspik, als vervangende den schout alhier.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans

Dit ist kruis merk bij Tomas Zeijlmans gestelt

Fol. 66 re

Inventaris vande goederen bevonden inde kist van Sijken de Bruijn, alhier op t Raathuijs gebragt den 6 april 1742

43 slaapkovels daar onder een muts met kant, 14 neersteltjes, 24 halsneusdoeken, 2 damaste feijteltjes, 11 voormoukens, 14 hemden, 1 paar linne hantschoen, 7 ondermutsen, 1 hantdoekje, 1 seije voorschooij, 1 beste roije voorschoot, 11 allerhande voorschooij, 1 moffekas met een moff neusdoek en beeldenaar, 3 paar cousen, 1 lapspoel, 2 botrstrocken, ontrent 3 elle nieut catoen, 1 paar swarte seije hantschoen, 1 swarte falie, 1 gestreepte caleminke rok, 1 sersie rok, 1 swarte seije rok, 1 sersie de boose rok, 1 stoffe dito en japon, 1 flenie rok, 1 swarte croppe japon, 1 gingange manteltje, 1 stoffe manteltje, 1 swarte seije cap, 1 roklijff, 1 sakje met prullen, 1 kerkboekje met silver haken en slooten, 1 beugeltas met sijn verder tuig en daar in 2 goude ringen, 1 paar oorlappen met goude bellen en crullen, 2 paar muijlen.

Aldus geinventariseert op den raathuijse alhier bij t volle college (behalve Huijbert Coninx?) ende armmeesters. desen 13e april 1742.

In kennisse van mij, J.Zeijlmans, secretaris

dit is t kruis bij Thomas Zeijlmans gestelt

fol. 66 vo

in de kantlijn Facrtum 3 guldens

Staat en inventaris gedaan maken ende aan schout en schepenen van Grootwaspik overgegeven bij Piternella de Bont weduwe van Dirk Teunisse Dolk eerder weduwenaar van zaliger Berbera Schoenmakers, overleden alhier en dat van ssodanige goederen en effecten als sij met den voornoemde haren man heeft beseten gehat en nog besittende is soo ende in manieren als volgt:

Eerstelijk de vaste goederen bij den voornoemde haren man aangebragt:

inde kantlijn: Hier in compiteert het voorkijnt van Dirk Dolk met name Dingena de helft volgens acte van vertigtinge van dato de 21 februarij 1732

eerstelijk een huijs hoff en erve staande en gelegen alhier tusschen tusschen erffenisse vande weduwe Rudolphes Voltelen cumsuis oost en Adriaan vanden Bos west, streckende uijtten zuijden vande halve Herstraat en de erven vande weduwe Voltelen en Frans vande Hout aff noortwaart in tot de dellen toe en is het selve getaxeert waardig te sijn twee duijsent guldens.

inde kantlijn: uts (ut supra)

Nog een binnendel gelegen inden polder alhier, belent oost Laureijs van Dongen en west d’erfgenamen van Anthonij Coninx, streckende uijt den zuijden vande halve Herstraat aff noortwaart in tot de Cae toe en is getaxeert waardig te sijn agt hondert guldens.

inde kantlijn: ut supra

Nog een ackerke zaijlant gelegen alhier op de Vosholen, belent oost de weduwe Peeter Nobel en ten westen Adriaan Leijten streckt uijt den noorden vanden Dwarspat aff zuijtwaart in tot de veldekens toe en is getaxeert waardig te sijn 200 guldens.

inde kantlijn: ut supra

Nog 3/10 parten van een parceeltjen moergront mede gelegen alhier, gemeen met Aart Schoenmakers, belent oost de heer Verbraken en de kinderen van Geerit Camp en ten Westen Jan Janse de Bont, streckt uijt den noorden vande ackers aff zuijtwaart in tot de dwarsvelden toe en is geatxeert waardig te sijn een hondert guldens.

Volgen de geprospereerde vaste goederen.

eerstelijk een binnendel gelegen alhier, belent oost Adr. Molenschot en west Adriaan vanden Bos, streckende uijt den zuijden vande erven van Wouter van Dusseldorp en het erf agter het huijs hier boven op den inventaris gemelt aff noortwaart in tot de cae toe en is getaxeert waardig te sijn 1200 guldens.

Nog drie geerden hooij ofte weijlant gelegen iin den polder alhier in een stuk van ses geerden, gemeen en ongedeelt met Peeter Timmermans, belent oost Adriaan vanden Bos en Jacob Boeser en west den armen alhier, streckende uijt den zuijden vanden Caesloot aff noortwaart in tot den Schaijsloot toe en getaxeert op 1600 guldens.

inde kantlijn:Ao hier van is de eene helft van sijn moeder, hem aanbestorven en de wederhelft is aangekocht.

Nog eenen halven bijster mede gelegen alhier, gemeen met Commer van Gils en d’weduwe Peeter Dolk, belent oost vanden heelen bijster Adriaan vanden Bos en west Wouter Zeijlmans en Jasper van Selm cumsuis, streckende uijt den zuijden vande ackers aff noortwaart in tot den halven watergang toe, en is getaxeert waardig te sijn 600 guldens.

Roerende goederen en effecten.

in de kantlijn: Hieruijt moet het voorkint trecken 1000 guldens

Eerstelijk op den 14e april 1742   opgenomen het gereet gelt in huijs bevonden en het geene gereet te ontfangen   is, en is bevonden daar of daar ontrent de somme van 1900: 0: 0
In den winkel bevonden een   sersie, baij, tirenteijn, cathoen, linnen, stroop, olij en assen te samen voor 200: 0: 0
Het zout op de plancken en   de meubilen in het agterhuijs sijn weerdig 200: --: --
aan bedden, bultpot en   ketel, lennen en wollen en al wat het huijshoude raakt en daar toe noodig is,   is geweerdeert op 500: --: --
De schuijt met sijn toebehooren   is bij provisie verkogt aan Geerit Dolk om 350: --: --
Het geene den boedel in   Hollant off elders aande coopluijden nog mogte schuldig sijn: (bij de weduwe   soo sij segt onbekend) wert bij de weduwe gebalanseert tegens het geene hier   en daar nog te ontfangen staat dus memorie    

Aldus gedaan en opgegeven bij de voornoemde Piternella de Bont, verclarende ter quader trouwe niets vergeten off van desen inventaris gehouden te hebben en soo haar nog iets mogte te binnen komen, neemt sij aan desen inventaris daar mede ten allen tijden te sullen amplieren, presenterende t selve te allen tijde des noots en versogt sijnde met solemnelen eede te sullen bevestigen. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Schep en Huijbert Coninx, schepenen in Waspik, desen 21e april 1742.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 67 re

inde kantlijn: Factum 3 guldens et 15 stuijvers

Op huijden den 21e april 1742 compareert voor ons schout en schepenen van Sgrevelduijn Grootwaspik en Twaalftalve Hoeve ondergenoemt, Piternella de Bont weduwe van Dirk Teunisse Dolk ende Aart Schoenmakers als voogt, ende Arien Potmakers als toesiende voogt vande onmondige weeskinderen van de voornoemde Piternella de Bont in huwelijk verwekt bij Dirk Teunisse Dolk, ingevolge den testamente gepasseert voor schout en schepenen alhier indato doorhaling februari 1742 ter eenre, ende Peeter Cornelis Camp als voogt ende Thomas van Tichel als toesiende voogt van het onmondige weeskint van zaliger Dirk Teunisse Dolk bij hem in huwelijk verweckt aan Berbera Schoenmakers sijne eerste huijsvrouwe met name Dingena Dolk ten andere sijde, te kennen gevende sij comparanten dat de eerste comparante inde maant februarij doorhaling 1732 met haar man zaliger voor t solemniseren van haar huwelijck hadden gemaakt een contract antenuptiaal ofte huwelijkse voorwaarde in dato 8e februarij 1732 waar bij was geconditioneert dat geen gemeenschap van goederen tusschen de conthoralen sofride?? sijn maar dat winst en verlies half en half soude sijn enz., dat daar na en sulx op den 5e februarij 1742 bijde eerste comparante en haar man zaliger ten overstaan van schout en geregte alhier is gemaakt een testament en uijtterste wille waar bij den voornoemde Dirk Dolck aan sijn voornoemde huijsvrou heeft gemaakt een kints gedeelte van in sijne naarlatenschap, waar op den voornoemde Dirck Dolk is komen te overlijden, en bij de eerste comparanten op dato deses is gemaakt en overgelevert een staat en balans van haren geheelen boedel en goederen soo als die op den 14e deser bevonden sijn geworden ende waar toe wert gerefereert.

Ende sijn sij conparanten na den voornoemde staat rn inventaris wel oversien overwigen en gebalanseert te hebben met den anderen bij forma van afdeijlinge veraccordeert en verdragen te sijn in forme en manieren alsvolgt, te weten: dat de eerste comparante voor haar en hare kinderen in vollen vrijen eijfendom sal hebben en blijven behouden. Eerstelijck inde aangebragte goederen de helft in het huijs hoff en erve. Item de helft in het ackerke met de helft inde drie tiende parten van het parceeltje moergront. Item de helft inde geprospereerde goederen, als de helft van binnendelle agter het huijs als mede de drie geerden inden binnenpolder en den halven bijster en laatstelijk alle de roerende goederen te weten de contante penningen den winkel sout en plancken. Imboel de schuijt actien en credite egeene uijtgesondert t sij waar gelegen off hoe die genaamt soude mogen sijn.

Hier tegens is geconditioneert dat Peeter Cornelisse Camp als voogt van Dingena Dolk minderjarige voordogter van Dirk Teunisse Dolk voornoemt, en sulks ten behoeve vande voornoemde Dingena Dolk in vollen vrijen eijgendom sal hebben en blijven behouden boven en behalven de helft vande vaste goederen haar ingevolge de acte van aanneminge van dato den 21e februarij 1732 voor haar moeders goet bewesen. Eerstelijk inde aangebragte goederen, de geregte helft vande del waar in de wederhelft haar vompiteert alsmede de geregte helft van een binnendelle agter het huijs op den inventaris onder de geprospereerde goedren gemelt.

En ten laatste in plaatse van de een duijsent guldens inde acte van aanneminge gemelt eene somme van negen hondert en vijftig guldens eens gelt, sijnde hier mede gerooijeert de twintig guldens die het voornoemde weeskint na den ouderdom van vijftien jaren jaarlijx soude hebben moeten proffiteren.

Verder is geconditioneert dat de eerste comparante sal moeten betalen alle lasten verpondingen en omslagen tot den lesten december 1741 incluijs.

Tot naarkominge en prestatie van allen het geene voorschreven staat verclaren sij comparanten te verbinden hare persoonen en goederen present en toekonde egeene exempt, deselve stellende onder verbant en bedwank als regten en verclaarde den eenen tot behoef vanden anderen sijn aangedeelde goederen te renuntieren soo als sij doen bij desen. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Schep en Huijbert Coninx, schepenen in Waspik op dato voorschreven.

In Kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Los blad bij fol. 67 vo

is ondergeschreven bekkene voldoen tesijn . . . m. eders Pieternella de Bont van het gene dat bij de obligasies hoort de somme van 9 hondert en 50 gulde en het erfdeel van de ..halfte suster Maria doorhaling Helisabet is sam … de van 10 hondert en 50 gulde

bekenn.. daer van voldaen tesijn anno 1743.

C..orelus Vassen met Dingena Dolk sijne huijsvrouwe.

Fol. 68 re

in de kantlijn: uijtgemaakt

Scheijdinge ende erfdeelinge die bij desen doende ende aan schout en geregten van Grootwaspick overgevende sijn Jan Janse Pols, Huijbert Janse Pols, Catholijna Janse Pols, Corstiaan Voegers als in huwelijk hebbende Cornelia Janse Pols ende Huijbert Marcelisse Reckers als in huwelijk hebbende Maria Janse Pols, volle broeders en susters van Adriaan Janse Pols ende Anthonij Janse Pols , halve broeders van de voornoemde Adriaan Janse Pols en sulx alle erfegenamen ab instato van Adriaan Janse Pols, en dat van alle de vaste en onroerende goedren bij den selven Adriaan Pols metter doot ontruijmt ende naargelaten, ende sijn de voornoemde goederen onder de comparante verdeelt ende ten deele gevallen in m