Capelle ORA 67

Folio 1

Omme ’t gemeens lande.

Verclaren wij ondergeschreven Schout en Gerechten van Zuijdewijn ten versoeken van de erffgenamen Handrick Willemsse Brock tot Schrevelduijn Cappel sonder desoondenten overleden, getaxeert te hebben de gerechten helfft van vier geerden lants gelegen in Zuijdewijn, beneden doude vaersien stegen gemeen met desselfs weduwe, belent ten oosten Corstiaen Glaviman cumsius, west de erffgenamen Gerits Dircxce van Nederveen, streckende van de oude straet aff noortwaers tot de Heerlijckheijt Meeuwen toe naer onse beste kennisse in gereeden gelden waerdigh te wesen de somme van vier hondert gulde gereet.

Alnoch de helft van twee en een vierden geerden lants in een perceel van vijftalve geerden gelegen in de Zuijdewijn beneden doude vaersien stegen, gemeen met de weduwe voorz. en Wouter van Tilborgh belent ten oosten Jan Philiberts, west Merten van Campen, streckende als vooren naer onsen beste kennisse, weerdigh te wesen de somme van twee hondert vijff en twentigh gulden gereets.

Aldus getaxeerts, om daer van trecht van twintighste penninge of collaterale successie ten behoeven van gemeene lant, volgens placcaten te werden betaelt, desen 9e Januawarij 1686 in mijn present Antonij Timmers, Jan Govaert Gijben, Jan de Leeuw.

                                                           Copie procuratie.

Compareerde voor mijn Paulus van Heusden openbaer notaris bijden Ed: raden van Brabant in Schraven Hage geadmitteert tot Breda residerende, ende de getuijgen naergenoemt, Maria Willems, jonge dochter woonende hier ter steden, geassisteert met mijn notaris als hare bekooren voigdt, ende assistent in desen, de welcken verclaerde te constitueren ende volmachtigh te maken Jacob Willems haeren broeder, omme uijt der constituatie name ende van hare wegen hem te vervoegen

Folio 2

tot Cappel ten sterffhuijsen van Handerick Willemsse Brock haeren oom was ende aldaer beneffens anderen haere meden erffgenamen van den voorsr Henderick Willemse te prosederen tot schiftinge, scheijdinge ende deelinge van alle ende igenlijcken de goederen soo haeffelijcke als erffelijcke egeene uijtgescheijde, die bij hem Henderick Willemsse achtergelaten sijn, der constituante deelte aenveerdig, ende op dat vande mede erffgenamen te renunderen, alle gerequireerde brieven ende bescheden tot dien eijnde te doen, ende te laten passeren, de goetcomende penninge te ontfangen, der constituante portie, oock beneffens d’anderen te vercoopen, te cederen ende te transporteren, soo ende gelijck goet gevonden werden sal, ende voorts generalijck tot reddinge ende erffeninge van het sterfhuijs met des daer aen kleeft, te doen ende te handelen, allen het geene de constituante indien sij present waere, selff soude connen ofte mogen doen, alwaert oock soo dat daer toe naerder ofte speciaelder last vereijscht te sullen hebben ende houden voor goet ende van weerden, onder verbandt als na recht salvo computu. Aldus gedaen ende gepasseert binnen Breda, den vijffden Janwarij XVIc sessentachentich, in presentie van Sr: Jacobus van Erffrente borger alhier ende Johan van Heusden, student als getuijgen hier toe versocht, die de prothacollaire minute deser beneffens de comste ende mijn notario, mede onderteijeckent. Onder stont, quod Attestor, ende was geteeckent.

                                                                                                                      Paulus van Heusden

Conpareerden voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier onder genomineert, Willempje Peerters van Clootwijck, weduwe wijlen Handerick Willemsse Brock, geassisteert met Dirck Peeters van Clootewijck haeren broeder voor de helft, Jan Teunissen van Pas in huwelijck hebbende Maijken Willemsen Brock, als mede Peerters Wouter Verscheuren in huwelijck hebben Janneken Willemsen, Henderick Willemsse in huwelijck hebbende Adriaentgen

Folio 3

Willemen, mitgaders Jacob Willemsse, als mede last ende procuratie hebbende van Maeijken Willems, Willem Jacobssen als vader, ende verclaren gesamentlijck te intervineren voor de twee onmondigen kinderen verweckt aen Maeijken Willemsse Brock Za: met Maria Willem ende Jan Willemsse, samen voor een vierde paert, alle als erffgenamen van den boedel ende goederen naergelaten bij Za: Handrick Willemsse Brock, der selver swager ende oomen respective was, de welcke verclaren ider in haere voorchreven qualijt met consent van Schout ende gerechten als oppervoogden met den anderen te hebben verdeelt soo danige in meuble goederen soo van haeff, linden, cooper, tin, als anders als den voorschreven Handerick Willemsse Brock mette door heeft ontreijmpt ende naergelaten, alles in gevolgen den staet en inventaris, bij de voorschreven weduer ende eerste Comparante aen Schout ende Heemraden heeft opgegeven ende voordeselve gepasseert van data den 2e Januarije 1686, ende verclaren de voorschreven comparante ider in haeren qualiteijt voor haere bedeelde portie voor soo veel den voorschreven meuble goederen deugdelijk te voeden te weesen, sonder dat op d’een off des anders eenige pretentie meer te reserveren, aldus gedaen ende gepasseert ter presentie ende overstaen van Adriaen Timmers Schout, Jan Govert Gijben, ende Michiel Janssen Backer Heemraden, Actum desen 8e Januarije 1686.

Adr: Timmers                                                                                            Michiel Jansen Backer

1686 Schout                                                                                             Mijn present

                                                                                                                 Anth: Glavimans, Scrs.

                                                                                                                                        1686

                                                                                                             Jan Goeijaertssen Ghijben

Erffdeelinge voor recht aengebracht bij Willemken Peeters van Clootwijck, wed: wijle Handerick Willemsse Brock, geassisteert met Dirck Peerters van Clootwijck hare broeder, en Wouter Meussen Wijnen voor deene helft, Jan Tonissen van Pas, getrout hebbende Mariken Willemsse Brock voor een vierde paert, mitsgaders

Folio 4

Peerters Wouters Verscheuren in houwelijk hebbende Janneken Willems, Jacob Willemsse soo voor sijn selve als mede last ende procuratie is hebbende van Mariken Willems sijne susters de voorschreven procuratie, gepasseert voor Paulus van Heusden, notaris resideerende tot Breda, ende de getuijgen daer in begrepen, wesende van dato den 5 Janwarij 1686 en hier vooren gerisgisteert, en ons Schout ende Heemraden vertoont ende gebleecken, Handerick Willemsse van Malsen getrout hebbende Adriaenken Willems, als mede Willem Jacobssen als vader ende voogt van sijne twee minderjarige kinderen voor soo veel dese deelintge aengaet, met name Willem Willemsse ende Jan Willemsse gebroeders, ende dat met consent van Schout ende Heemraden, oppervooghde van alle wesen, mede voor een vierde paert, alle als erfgenamen van Za: den voorschreven Henderick Willemsse Brock, ende dat van de Erffelijke Goederen laets metter doot ontreijmt ende naer gelaten, bij Za: den voorschreven Brock, der selver broeder ende oome, respective was ende is de voorschreven deelinge als hier naer van woort tot woort volgende is.

Inden ieersten soo is Willemken Peeters van Clootwijck geassisteert als vooren, met een blint lot geloot ende beerffdeelt op twee en een vierde geert Hoij ofte Wijlant gelegen in de Zuijdewijn Cappel, gemeen en onverdeelt met Wouter Ariensse van Tilborgh waer aan gelegen is oost Maeijken van Pelt, west Adriaen Philibertssen, streckende voor aan den Ambachte van Schrevelduijn Cappel aff, noortwaerts op tot den banne van Meuwen toe.

Folio 5.

Item alnoch soo is de voornoemde Wed: geassisteert als vooren, bedeelt op een geert Hoij ofte Weijlant, gelegen in Clijn Waspijck in acht geerden, van outs genaempt Heeren Oomen lant, waer van de geheelen acht geerden gelegen is, oost de kinderen van Huijbert Janssen cum suis, west Jacob Huijberden de Bruijn, streckende vande Oude Straet aff, noortwaerts op tot de scheijsloot aff Oude Mase toe.

Item alnoch is de voornoemde Wed: geassisteert als vooren met een blint lot, gevallen op een buijtendeijcxse delle gelegen op Stapeleijnde, groot ontrent dreij Hondt waer van west gelegen is de Wed: Meerten van Geijssels, oost de Armen van Cappel cum suis, streckende voor van teen vanden dijck aff, noortwaerts op tot den Ambachte van Nederveen toe.

In kantlijn: Sijn dese ondergeschreven drij posten abuijs ende door slagen.

Item alnoch soo is de voornoemde Wed: verclaren wij ondergeschreven Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel ten versoecke vande Erffgenamen Henderick Willemsse Brock, tot Schrevelduin Cappel sonder decendenten overleden, getaxeert te hebben de gerechte helft van een buijtendeijcxse delle groot 3 hont, gelegen onder Cappel op Stapeleijnt, gemeen met den selven Wed: waervan gelegen is oost den Armen van Cappel cum suis, west de Wed: Meerten van Gijsel, streckende van den dijck aff noortwaerts op tot de Ambachte van Nederveen toe, naer onse beste kennisse in gereden penninge waerdich te wesen ter somme van vijffen ’t seventigh guldens, dus beloopt den XXe penninck.

Item alnogh de gerechte helft van ontrent anderhalfft hont zaijlants gelegen ten westen van Willem van Gentvaert gemeen met de Wed: voorschreven, waer van noorden gelegen is de Wed: Peeter van der Punten, Zuijden een stegen, streckende voor aan ter halver Willem van Gents vaert voorschreven aff, westwaerts op tot de kinderen Za: Huijbert Janssen toe, naer onse beste kennisse ende wetenschap getaxeert, waert te wesen in gereeden gelden ter somme van vijff en tseventich gulden, beloopt den XX penninck.

Item alnoch de gerechte helfft van ontrent veertigh roeden zaijlant gelegen als vooren, gemeen als vooren.

Folio 6

Item alnoch soo is de voornoemde Weduwe geassistert als vooren bedeelt op een binnendijcxsse delle, groot ontrent anderhalff hont, gelegen op Willem van Gents vaert ten Westen, waervan noorden gelegen is Govert Gijsbertsse Cluijtenaer, suijden Willem Jacob, streckende voor van ter halver Willem van Gentvaert voorschreven aff, westwaerts op soo ’t selve met recht streckende is.

Item alnoch soo is de voornoemde Wed: geassisteert als vooren, bevalle op ontrent 40 roede zaijlants, gelegen ten Westen van Willem van Gent vaert, waer van gelegen is West de Wed: van Za: Cornelis Arie Denis oost, de kinderen en erffgenamen van Za: Huijbert Janssen, streckende vande stegen aff noortwaerts op tot de erve van Jan Antonisse van Pas toe, end……. voor een lot offte de gerechte helfft.

Item daer tegens soo sijn Jan Antonisse van Pas nomine uxoris, met de gelijcke kinderen van Willem Jacobsse vervoecht aen Za: Maijken Willemsse Brock, in hare voorschreven qualiteijt int hooft van dese vermelt, samen met een blint lot bevalle op vier geerden hoij ofte wijlant, gelegen in de Zuijdewijn, waer van West gelegen is de kinderen ende Erffgenamen Wijlen Geerits Dircxsse van Nederveen, oost Geertruijt Glaviman, Wed: Wijlen Aertluijck ende Corstiaen Glaviman cumsus, streckende voor van Ambachte van Cappel aff, noortwaerts op tor de banne van Meuwen toe.

Item alnoch soo sijn Jan Antonisse van Pas met de voorschreven desamentlijke kinderen in hare qualiteijt gelodt ende beerffdeelt op ontrent anderhalff hont Zaijlants, gelegen ten Westen van Willem van Gents vaert, waer van gelegen is noorden de Wed: Peeter vander Punten, Zuijden de stegen, streckende voor van ter halver Willem van Gents vaert voorschreven aff, weestwaers op tot de erve vande kinderen Za: Huijbert Janssen toe, ende dat mede voor een lodt offte kinder helfft.

Ende sijn partijen condivedenten tot doen off des anders proffijt verleijt ende vertegen naer den trchten van Zuijt Hollant, omme ider sijne gedeelde portie te mogen gebruijcken als haer andere vrij eijgen ende alondieel goet, sonder dat d’een ofte des anders gedeelte eenige actie offte pretentie meer en refereeren,

Folio 7

mits ende onder Conditie dat ider voort sijn sal onderhouden alle wegen, stegen, schouwen ende nabueren rechten met trchr daer uijt gaende, en oft geviele dat, deen off anders gedeelte eenige actie quamen te ontstaen (nu onbekent) gelovende d’een den anderen te helpen dragen laste ende quranderen sij van Endenest polder als andere laste tot dese dage toe, present Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, Jan Govaert Gijben, Merten Dolck ende Gavaert Cluijtenaer Heemraden, actum geteeckent desen 15e Janwarij 1686.

A:Timmers                                                                                                Jan Goeijaertssen Ghijben

                                                                                                                                       Johan Cnaep

                                                                                                                              Mijn present

                                                                                                                       Anth:Glavimanss Secr:

                                                                                                                                  1686

Tacxsatie gedaen bij Stathouder en Heemraden der Heerlijckhijt Cleijn Waspick, ten versoecken vande Erffgenamen van Za: Henderick Willemsse Brock, in sijn leven woonende tot Cappel, deser weerelt is comen te overlijden sonder wettige geboorten naer te laten oversulcks sijn goederen sijnde vervallen int recht van Collectrale Suscessien als volcht.

Erst en ten laetsten een Halve geerden lants gelegen 1 Acht gherden van outs genaemt Heeromen lant, ten naesten gelant van Acht gherden de cinderen van Huijbert Janssen Cumsues oost, en Jacob Huijberden de Bruijn Cumsues Weest, streckende van de Oude Straet aff, noorden in tot den Scheijsloot ofte Oude Mase toe, geextemeert naer onse beste kennisse nu ter teijt weerdigh te sijn, Contant gelt ter somme van een hondert vijff en twintigh gulde, comt den XXe penninck ten behoeven van ’t lant ter somme van                                                                6 gulden 5 stuivers 0

Aldus gedaen ende gepasseert ten overstaen van ons ondergeschreven, desen 12 Januwarij 1686.

                                                                                                                                       Jan de Bruijn

                                                                                                                                         P:Zeijlmans

                                                                                                                                Aert Bommelker

Folio 8

                                                                     Copie

Verclaren wij ondergeschreven Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel ten versoecken vande Erffgenamen van Handerick Willemsse Brock, tot Schrevelduijn Cappel sonder decendenten overleden, getaxeert te hebben de gerechte helfft van een buijtendecxsse delle, groot 3 hont, gelegen onder Cappel op Stapel eijnt, gemeen met desselffs Wed: waer van gelegen is oost den Armen van Cappel Cumsues, west de Wed: Merten van Gijsel, streckende vanden dijck aff, noortwaerts op tot den Ambachte van Nederveen toe, naer onse beste kennisse in gereede penninge waerdigh te wesen ter somme van vijff en tseventigh gulde, beloopt den XX penninck                                                                                                       III gulden XV stuijvers

Item alnoch de gerechte helfft van ontrent anderhalff hont Zaeijlants, delegen ten Westen van Willem van Gentsvaert, gemeen met de Wed: voorschreven, waer van noorden gelegen is de Wed: Peeter vander Punten, Zuijden een stege, streckende voor van ter halver Willem van Gentsvaert voorschreven aff, Westwaers op tot de kinderen Za: Huijbert Janssen toe, naer onse beste kennisse ende wetenschap getaxeert waert te wesen in gerede gelde te somme van vijff rn rwintigh gulden, beloopt den XXe penninck                                                       I gulden 2 stuijvers

Item alnoch de gerechte helfft van ontrent veertigh roeden zaijlants gelegen als vooren, gemeijn, waer van West gelegen is de Wed: Za: Coenelis Arien Denis, oost de kinderen van Za: Huijbert Jansse voorschreven stegen aff, noortwaers op tot de erve van Jan Antonisse van Pas toe hebben nart onse beste kennisse in gereeden gelde waerdigh te wesen ter somme van seven gulden, beloopt den XX penninck                                                                               0 Gulden VII stuijvers

Folio 9

Item alnoch de gerechte helft van een binnendeijxse delle, groot 1 ½ honr, gelegen gemeen met de Wed: voorschreven, ten Westen van Willem van Gentvaert waervan gelegen is noorden Govaert Cluijtenaer, Zuijden Willem Jacobse, streckende voor van ter halver Willem van vaert aff, Westewaers soo verre het selve ’t selve recht streckende is, naer onse beste kennisse getaxeert, waert te wesen in gereden gelde ter somme van vier en twintigh gulden, beloopt den XX penninck                                                                                                    I gulden IIII stuijvers

Aldus getaxeert omme daer van recht vanden twintighsten penninck ofte Collaterale successie ten behoeven van gemeene lant volgens placcaten te werden betaelt, actum getaxeert dese XVe Janwarij 1686, ende was onderteeckent, Adriaen Timmers Schout, Johan Cnaep, Jan Goovertssen Gijben.

Giffte Adriaen Timmers Schout, Curateur van broeder Za: Phillip Janssen vercooper.

Pieter van Campen woonende inde Nieustraet cooper.

Hier van den brieff uijtgemaeckt op een zegel 1 gulden 4 Stuijvers.

Compareerden voor ons Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier onder genomineert, de Heer Adriaen Timmers Schout, als aengestelde curateur van boedel ende goederen, laets naer gelaten bij Wijlen Aentgen Geldes Glavimans, die Wed: was Za: Phipipphus Janssen Wagemaker, volgens acte van Commisse bij Heemraden op den voorschreven Schout verleent, in dato den XIIII Janwarij 1686, ende verclaren in sijne voorschreven qualieijt over te geven met eender vrijer giffte soo als recht is, aen ende tot behoeff van

Folio 10

Peeter van Campen, specialijck een huijsinge met ontrent drij hont zaijlants, gelegen ten Zuijden van den Nieustraet, waervan west gelegen is Corst Zeew, oost, de Wed: van Za: Heijliger Aertssen, streckende voor van ter halver Nieustraet aff, Zuijtwaers op tot de Loonse erve toe, ende dat alsoo groot en cleijn als de selve aldaer gelegen is, dat met alle wegen, stegen, schouwen ende nabueren rechten, met recht vuijt gaende, wijders soo gelooft den voorschreven Comparante in sijn voorschreven qualiteijt, tselve goet te vreijen ende te waren naer den rechten vanden landen, en alle voorcommer aff te doen tot desen dage toe. Coram Johan Cnaep, Corst Zeeuw, Michiel Janssen Backer, ende Govaert Cluijtenaer, Heemraden. Actum desen 16e Janwarij 1686.

Partije verclaren voor recht, den voorschreven coop gereet ende contant gelt te wesen volgens conditie ter somme van twee hondert vijff gulden, waervan den voorschreven Schout als Curateur bekennen ten vollen voldaen ende betaelt te sijn. Actum dach datum ut supra.

Adr:Timmers                                                                                                 Michiel Jansen Backer

1686 Schout                                                                                                                   Johan Cnaep

                                 -------------------------------------------------------------------------

Hier van den brieff uijt gemaeckt op een behoorlijck zegel.

Gifte Merten Janssen Mutsarts ende Corstiaen Mutsarts, vercoopers.

Cooper Michiel Janssen Backer.

Compareerden voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel, hier onder genomineert, Merten Janssen Mutsaert ende Corstiaen Janssen Mutsert gebroeders, ende hebben overgegeven met eender vrijer gifte soo als recht is, aen ende ten behoeff van Michiel Janssen Backer Heemraden alhier, specialijk een buijten deijcxsse delle, gelegen ten westen ten westen van de Nieuvaert, groot ontrent seven hont, ofte dat alsoo groot ende cleijn als de voorschreven delle aldaer in de Hoeffslagh gelegen is, waer van west gelegen is Jurij Colthoff, oost den voorschreven Merten ende Corstiaen Janssen Mutsert, sreeckende voor vanden Ausloot aff, noortwaers op

Folio 11

tot der Ambacht van Zuijdewijn toe, ende dat met alle wegen, stegen, schouwen ende nabueren rechten, met recht d’uijtgaende, voorts soo gelooft de voornoemde Comparante t’selve goet te vrije ende te waren naer den rechten van de landen, ende alle Calangie ende voorcommer aff te doen tot desen dage toe, ende dat met de servituijten de aerden aen den dijck subject. Coram Adriaen Timmers Schout, Jan Goovert Gijben en Johan Cnaep Heemraden, actum dese 21e Janwarij 1686.

Partije verclaren voor recht den coop gereet ende contant gelt te wesen, ter somme van drij hondert rwelff gulden, tien stuijvers, waer van de vooeschreven Comparante bekenne ten vollen voldaen ende betaelt te sijn, present dach datum ut supra.

Adr:Timmers                                                                                             Jan Goeijaertssen Ghijben

1686 Schout                                                                                                                   Johan Cnaep

                               ---------------------------------------------------------------------

Hier van den brieff uijgemaeckt op een zagel 1 Gulden 4 stuijvers.

Gifte Govart Cleijtenaer vercooper.

Cooper Huijbert Joost Hermens ende Claes Willemsse Bastert.

Ten voorschreven dage Compareerden voor ons Schout ende Heemraden hier onder genomineert, Govaert Gijsberts Cluijtenaer Heemraet alhier, ende heeft overgegeven met eender vrijer gifte soo als recht is, aen ende tot behoeff Huijbert Joost Hermens ende Claes Willemsse Bastert, woonende tot Loon op Sant, specialijk de gerechte helfft van een buijten dijcxse delle, gelegen binnen Cappel voornoempt, gemeijn ende onverdeelt met Cornelis van Tilborgh ende Adriaen Ockers, bij haer in coope vercregen vande kinderen ende erffgenamen Za: de Hr: Domine Monnicx, predicant tot Hees Leent was, ende dat alsoo groot ende cleijn alst selve aldaer in den Hoeffslagh gelegen is, oost Handrick Sijmensen, weest Goijaert vander Punten cum suis, streckende voor van Ausloot aff, noortwaers op noortwaers op tot de Zuijdewijn toe, ende dat met alle wegen, stegen, schouwen ende nabueren rechten, met recht d’uijtgaende,

Folio 12

voorts soo gelooft den voorschreven Comparante tselve goet te vrijen ende te waren naer den rechten van den lande, ende alle voorcommer aff te doen tot desen dage toe, ende dat met de Aerden des dijck subject, mirs dat de voorschreven delle sal wegen en stegen in midde dwars over de delle van Govaert vander Punten cum suis, Lijsbets Dirxssen Moetser soo voor uijt over de Oude Vaertse Stege, volgens de voorgaende deene brieven daer van sijnde. Coran Adriaen Timmers Schout, Merten Dolck en Corst de Zeew Heemraden.

Partije verclaren voor recht den coop gereet en contant gelt te wesen ter somme van een hondert ca: gulden, waer van de vooeschreven Comparant bekenne ten vollen voldaen ende betaelt te sijn, present dag datum ut supta.                                                                                                       Solvit XX penninck                                                                                                             Fl 2-10-0

Adr:Timmers

1686 Schout

                                 --------------------------------------------------------------------

Hier van den brieff uijtgemaeckt op een zegel van 1 gulden 4 stuijvers.

Giffte Cornelis van Tilborgh ende Adriaen Ockers vercoopers.

Huijbert Joosten Hermens ende Claes Willemsen Bastaert, woonende tot Loon op Sant, coper.

Ten voorschreven dage Compareerden voor ons, Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hieronder genomineert, Cornelis van Tilborgh ende Adriaen Ockers, ende verclaren ider voor de helfft over te geven met eender vrijer gifte soo als recht is aen ende tot behoeff van Huijbert Joost Hermen ende Claes Willemsse Bastert, woonende tot Loon op Sant, specialijk de gerechte helfft van een buijten delle gelegen binnen Cappel, gemeen ende onverdeelt met Govaert Cluijtenaer, en dat alsoo groot en cleijn als de selve aldaer inden Hoeffslagh gelegen is, waer van int geheel oost gelegen is Hendrick Sijmens, west Govaert vander Punten cum suis, streckende voor vande Ausloot aff noortwaerts op, tot de Ambachte van Zuijdewijn toe, bij haer Comparante in coope vercregen vande gelijcke kinderen ende erffgenamen van Za: Domine Monnincx, in sijn leven predicant tot Leent, ende dat met alle

Folio 13

wegen, stegen, schouwen ende nabueren techten, met recht daer uijtgaende, voorts soo gelovende de voornoemde Comparante selve te vrije en te waren naer den rechten van den landen, en alle voorcommer aff te doen tot dese dage toe, ende dat met de aerden den dijck subject, mits dat de voorschreven delle sal wegen en tege ontrent uijtmidde dwars over de del van Govaert van der Punten cum suis, Lijbets Dircxssen Moets, ende soo voor uijt over de Oude Vaerties Stegen, volgens de oude brieven daervan sijnde. Coram Adriaen Timmers Schout, Govaert Cluijtenaer ende Michiel Janssen Backer Heemraden.

Partije verclaren voor recht den coop gereet ende contant gelt te wesen, ter somme van seventigh gulden, waer van de voorschreven Comparanten bekennen ten vollen voldaen ende betaelt te sijn, present dagh datum ut Supra.

Solvit XX penninck                                                                                                            Fl 5-17-8

Adr:Timmers                                                                                                 Michiel Jansen Backer

1686 Schout

Erffdelinge voor recht aengebracht bij Merten Janssen Wagemaker in huwelijk hebben Willemken Corste de Loos voor deen helfft, Joachem Janse de Loos soo voor sijn selve, als mede intervinierende ende de rato Caverende voor Jan Jansse de Loos gebroeders, bijde woonende tot Dongen, voor de wederhelfft, ende dat van alle de Erffgoederen, laest naergelaten ende metter doot ontruijmt bij Za: Corst Ariensse de Loos, derselver vader ende grootvader respectivelijk was, ende in delinge als hierna volgend is.

Folio 14

Inden iersten soo is Maerten Janssen Wagemaker nomine uxoris bedeelr op de huijsinge, erve ende geboomte met den hout was etop staende, gestaen ende gelegen ten Zuijden vande Nieustraet, waer van gelegen is oost de Wed: Za: Teunis Aertssen, west ’t steegke van outs genoempt Corst de Loos Steeggke, streckende voor van ter halver Neustraet vooeschreveb aff, Zuijtwaerts op tot de Loonse erve toe, alwaer de voorschreven Corst Ariensse de Loos Za: in sijn leven gewoont en gestorven is.

Item alnoch soo is de selve bedeelt op een ackerken, gelegen ten noorden van de Nieustraat voorschreven, waer van gelegen is oost de Wed: van Jan Ariensen Vos, west de Wed: van Corstiaen Peeters, streckende voor van ter halver Nieustraat voorschreven aff, noortwaerts op tot de tot de kinderen ende weffgenamen vanb Za: Geemen France toe.

Item alnoch soo is de voorschreven Merten Jansen Wagemaker nomine uxoris geloot ende geerffdeelt op ontrent tachentigh roeden saeijlant gecomen van Dirck Joachemsse, gelegen op de Hoogevaert, int geheel groot ontrent negen hont, gemeen ende onverdeelt met Jan Govaert Gijben cum suis, waervan noorden gelegen is de kinderen en erffgenamen van Za: Gijsberts Goversse den Ouden, Zuijden Adriaen van Campen, streckende voor van ter halver Hoogevaert aff, tot de 42 geerden toe, deselver daermede inne begrepen is.

Item alnoch soo is de vooeschreven Wagemaker bedeelt op een partijcke uijtgesteken moergronden, gelegen onder Loon in Hoeffnagele Hoeff alsoo genaempt, waer van Zuijden gelegen is Gijsberts Geritssen Hoeffnagel, noorden Wouter Peeter Geenen Erffgenamen, streckende vande Egmonsse Stege aff, westwaerts op tot de Hoecxsse looten toe.

Item alnoch een partije moergronden gelegen als vooren, ende streckende als vooren tot de erve van Leenhouwer toe.

Item daer tegens soo sal Joachem Janssen ende Jan Janssen de Loos, gebroeders samen voor haer portie

Folio 15

genieten en proffiteren van Merten Janssen Wagemaker haere voorschreven oom, een somme van een hondert vijff en vijfftigh Car: guldens, te betalen in vijff egale termijne, te weten nu gereet ende contant eenen dartigh gulden, ende soo voorts vervolgens van jaer tot jaer, tot de volle effectue voldoeninge ende betalinge toe in cluijs, onder de conditie dat de voornoemde Merten Janssen Wagemaker nemen tot sijnen laste, omme te voldoen en te batalen alle de schulden, laste, ende naer maninge, die tot laste vande boedel Za: Corst Adriaensse de Loos derselver haere vader en grootvader tespectieve was, sijn staende souver dar de voorschreven Joachem en Jan Janssen de Loos gebroeders, daer voor niet aenspreeckelijk en sullen sijn, waermeden alle voorgaende actie ende pretentie tusschen den anderen waere hebbende doot en de te niette sijn, voor welcke voorschreven somme van een hondert vijffenvijfftigh Car: gulden verbint den vooeschreven Wagemaker alle sijne voorschreven gedeelde portie van erff goederen, ende voorts generalijck alle sijne verdere roerende en onroerende goederen, hebbende ende vercrijgende, omme bij foute van quade betalinge daeraen te verhalen en tot dien eijnde verclaren, den voorschreven Merten Wagemaker voorschreven voor Schout ende Heemraden, de voorschreven gedeelde erffgoederen voorde voorschreven betalinge tevooren verbonden ende excutabel, Joachem Janssen de Loos intervenietende voor Jan Janssen sijnen broeder, bekennen van de voorschreven conrante penninge door handen van Merten Janssen Wagemaker voldaen te sijn.

                                                                                                                                                 Joachem ende Jan Janssen de Loos, gebroeders, bekennen vande bovenstaende hondert vijff ende vijfftigh car: guldens, wesende de voorschreven uijtkeeringe, den eerste metten leste penning door handen vande Wed: Merten Janssen Wagemaker ten volle voldaen ende betaelt te sijn, ergo …………… Actum desen 3e September 1690.

Aldus dese voorschreven vertichtinge gedaen ter presentie ende overstaen van Adriaen Timmer Schout, Jan Govaert Gijben ende Johan Cnaep Heemraden. Actum geteeckent dese 25 Janwarij 1686.

Adr:Timmers                                                                                            Jan Goeijaertssen Ghijben

1686 Schout                                                                                                                   Johan Cnaep  

                                                                                                                            Mijn present

                                                                                                                     Anth: Glavimanss Secr:

                                                                                                                                   1686

Folio 16

                                                                     Copie

Compareerde voor Heemraden van Groot Waspick het meerendeel vande Crediteuren van Willem Jacobsen, te weten ider proportie naer haer Contingent, accorderen en consenteren dat Willem Jacobsen sijne goederen int bijwesen van den Heer Schout van Waspick, sijne goederen sal mogen verkoopen, die alreede bij hem ende sijne vrouwe worden gepossideert ende gejusditeert voor den treijn van haere schulden, ende om alle verdere kosten ’t sij van proceduijren als op executie voor te komen, soo ist dar wij den voorschreven Willem Jacobsen als debiteur, met bijwesen ende overstaen van den heer Schout van Waspick consenteren, omme alle sijne Erffelijcke goederen te sullen mogen verkopen, mits dat inde selve Conditie sal werden gejusereert, dar geen Cooppenningen bij de kopers van haere gekoste goederen sullen werden betaelt dan in handen vanden Officier, omme daer mede afte quiten, voor soo veelt de selve soude mogen strecken desselfs Crediteuren consenteren, de selve Constituante haer kooperen ider int particulier te sullen erven ende veijsten, mits Curgerende de Crediteuren tot die tijt dat de verkopinge in offecte sal geeffectueert sijn gereserveert, ider int particulier haere kosten, maer dat de selve verkopinge sal aenvangh nemen binnen den tijt van ses dagen, ende naer drie achter eenvolgende koopdagen, van acht dagen tot acht dagen, ende sulcx niet doende dat de Crediteuren op haer geheell van haere Executie sullen blijven, actum den 19e Januarij 1686. Den Contracte bij de Crediteuren ende Schepenen onderteeckent, ende mij Sectetaris present, ende was onderteeckent, P: Seijlmans Secretaris, Willem Jacobsen, Guil: Swaens, Maeijken Jans Cruijs, Grietie Huijbrechts de vrou van Joost Verhoeven, Meerten Geritsen Boudewijns, Jochem Seijlmans, Jan Gielen, M: Seijlmans, Anthonij Swartes, Aert Rijcken, Handrick van Tilborgh, Adrianus van Clootwijck, Baeijen Melsen, Coenraet Baes.

Folio 17

Hier van den brief uijtgemaeckr op een zegel van I gulden IIII stuijvers.

Gifte, Eillem Jacobs, met Govert Zeijlmans Schout van Groot Waspijck in hare qualiteijt als coopers.

Cooper Jan Claesse Vaertman.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier ondergenomineert Willem Jacobsen, ende Geeraert Janssen Zeijlmans Schout van Waspick uijt krachte ende vermogens sekere actie van authoresatie gegeven bij de gelijcke Creduteuren vande voorschreven Willem Jacobs, gepasseert voor Heemraden van Groot Waspick voorschreven van dato den 19e Janwarij 1686 ons Schout ende Heemraden vertoont, ende hier vooren getegisteert, ende hebben samen indier qualiteijt getransporteert ende op gedragen aen ende tot behoeff van Jan Claessen Vaertman, specialijk een binnen dijcxse delle, gelegen ten weste van Willem van Gents vaert, waer van gelegen is Zuijden de kinderen van Za: Mels Janssen Crol, noorden de Wed: van Handerick Willemsse Brock Za:, streckende voor van ter Halver Willem van Gentsvaert voorschreven aff, westwaers op soo verre tselve met recht streckende is, ende dat alsoo groot ende cleijn als de selve aldaer inden voorschreven Hoeff slagh gelegen is, ende dat met alle wegen, stegen, schouwen ende nabueren rechten, met recht daer uijtgaende, voorts soo gelovende de voorschreven Comparanten in haare voorschreven qualiteijt ’t selve te vrijen en te waren naer den rechten vanden landen, ende alle Coulangie en voorcommer aff te doen tot dese dagen toe. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Cnaep ende Govaert Cluijtenaer, Heemraden, actum desen 18e Febriwarij 1686.

Partije verclaren voor recht den Coop gereet ende Contant gelt te wesen ter somma van hondert eenendarctigh gulden, waer van de voornoemde Comparante bekennen ten vollen voldaen ende betaelt te sijn, present dach datum ut Supra.

Solvit XX penninck 3-5-8.

Adr:Timmers                                                                                                                  Johan Cnaep

1686 Schout                                                                       Giffte ad idin Cooper Jacob Willemssen

                             ----------------------------------------------------------------------

Opgemaeckt den brieff op een zegel van I gulden IIII stuijvers.

Ten voorschreven dage Compareerden Willem Jacobs ende Geeraert Janssen Zeijlmans Schoutet van Groot Waspick, uijt krachten ende vermogens sekere acte van authorisatie gegeven bijden gelijcken Crediteuren vande boedel van de voorschreven Willem Jacobssen, gepasseert voor Heemraden van Groot Waspick van dato den 19e Janwarij 1686, ons Schout ende Heemraden vertoont, ende hier vooren geregisteert indier qualiteijt, getransporteert ende opgedragen aen ende tot behoeff van Jacob Willemsse, seker specialijk een buijtendijcxsse delle, groot ontrent drij hont, genaempt van outs Geerfte, gelegen op Stapel eijnt, waervan gelegen is oost Peeter Jacobssen Rombouts, west Peeter Huijberde de Bont, streckende voor vande suijdense teen vanden dijck aff, noortwaers op tot den Ambachten van Cleijn Waspick toe, ende dat met alle wegen, stegen, schouwen ende nabueren rechten, met recht daer uijtgaende, voorts soo gelovende de voorschreven Camparante in hare voorschreven qualiteijt ’t selve te vrijen en te waren naer den rechten vanden landen, ende alle Coulangie ende voor commer aff te doen tot desen dage toe, onder de Conditie dat de voorschreven delle subject sal sijn, den wege

Folio 18

van eenige ingelanden van Cleijn Waspick over de voorschreven del behoorende te stegen als van outs met vijfftien voeten dijcks ofte soo veel min offte meer als dan de selve bevonden sal werden te behooren. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Cnaep ende Govaert Cluijtenaer, Heemraden.

Partije verclaren voot recht den Coop gereet ende Contant gelr te wesen ter Somma van twee hondert vijff en tachtentigh Car: guldens.

Solvit XX penninck 7-2-8.

Adr:Timmers                                                                                                                Johan Cnaep

1686 Schout

                             ------------------------------------------------------------------------------

Hier van den brieff uijtgegeven op een zegel van I gulden IIII stuijvers.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier onder genomineert, den eersamen Peeter Wouters Verschueren in Huwelijck hebbende Janneken Willems, soo voor sijn selve als mede in qualiteijt aen momboir der twee minderjarige kinderen van Willem Jacobsse, verweckt aen wijle Maijken Willems Brock, met name Willem ende Jan Willemse gebrorders, Hendrick Willemsen van Malsen getrout hebbende Adiaentgen Willems, mitsgaders Jacob Willemsse, soo voor sijn selven als mede als last ende procuratie is hebbende van Marijken Willems sijne Suster, gepasseert voor den Notaris Poulis van Heusden, met de getuijgen daer inne begrepen, wesende de voorschreven procuratie in dato den vijffde Januarij 1686, ons Schout rnde Heemraden vertoont ende hier vooren geregistreert, alle aen erffgenamen van Za: Hendrick Willemssen Beock, ende hebben samen in hare voorschreven qualiteijt over gegeven met eender vrijer giffte van soo als recht is, aen ende tot behoeve van Jan Antonissen van Pas, specialijck de gerechte helfte van ontrent twee hont Zaijlant, gelegen ten westen van Willem van Gents vaert, gemeijn ende onverdeelt met den voorschreven van Pas, waer van gelegen is noorde de Wed: Peeter vander Punten, Zuijden seeckere steghe, streckende voor van ter halver Willem van Gents vaert voorschreven aff, westwaerts op tot de erve van Za: Huijbert Jansse kinderen tot haer Comparanten aen bedeelt van Za: den voorschreven Hendrick Willemse Brock, ende dat met alle wegen, stegen, schouwen ende nabure rechten, met recht daer uijt gaende, voorts gelovende de voorschreven Comparanten in hare vooeschreven qualiteijt ’t selve te vreijen ende te waren naer den rechte van Zuijt Hollant, ende alle voorcommer en Callangie aff te doen tot dese dage toe. Coram Adriaen Timmers Schout, Jan Knaep ende Michiel Jansen Backer Heemraden. Actum desen 16e April 1686.

Partije verclaren voor recht den Coop gereet ende Contant gelt re wesen ter sooe van vijff en veertigh car: gulden, waer van de voorschreven Comparanten in hare voorschreven qualiteijt bekennen ten volle voldaen ende betaelt te sijn, ergo gecasseert, present dagh datum ut Supra.

Solvit XX penninck 1-2-8.

Adr:Timmers                                                                                                   Migiel Jansen Backer

1686 Schout                                                                                                                   Johan Cnaep

Folio 19

Compareerde voor Schout ende Heemraden der Ambachts Heerlijckheijt van Schrevelduijn Cappel, hier onder genomineert, de eerbare Truijken Mertens Wed: Za: Jan Geritsse de Looper, woonende alhier binnen Cappel op de Nieuvaart, de welcke verclare bij forma van cavelinge bij hare levende lijven te hebben verdeelt alle hare erffelijcke goederen, soo die voornoemde Truijcken Meertens Jegen woordigh besittende is, omme naer doode ende overlijden vande gemelte Comparante, bij Hare kinderen ende kints kinderen in volcomen eijgendom te werden aen geveert, ende is de voorschreven Cavelinge off deelinge, op de Conditie als haer naer van post tot post staet geexpresseert.

Inden Iersten soo sal Eelant Antonisse van Nieuwhuijsen, in Huwelijck hebbende Lijsken Jans de Looper, naer doode ende overlijde vande voornoemde Truijcken Meertens, Wed: voorschreven der selver moeder, in eijgendom genieten ende profiteren seeckre Huijsinge met het Saij lant ende geboomte daer op staende, gestaen ende gelegen is noorden Jan de Roij, Suijde de kinderen van Peeter Bastiaenssen, streckende voot van ter Halver Nieuvaert voorschreven aff, oost waerrts op, tot den dwars pat toe. Item met alnoch een partijke Zaijlants, van outs genaempt ’t Heijke, waer van gelegen is noorden, Maijken Mertens, zuijden Teuntgen Jans van Gorcum, streckende uijt den westen vande Cornelis van Tilborg erve aff, oost waerts op, tot der selve van Tilborgh erve toe, met den wegh te gebruijcken als van outs, mits dat dit lodt moet uijt keeren aen het weeskint van Za: Geriken Jans de Looper verweckt aen Cornelis Janssen Aberdaen ter somme van een hondert vijff en ’t seventigh car: guldens, Adriaen Jansse de Looper in qualiteijt als voocht, vant het voornoemde weeskint bekenne van dese bovenstaende somme, ende uijt keeringe wesende een hondert vijff en seventigh gulden, met noch seventien gl. tien stuijvers, over rwee jaren verlooprn intrest, door handen van Elant Antonisse van Nieuwenhuijse ten volle voldaen ende betaelt te sijn, den 10 Janwarij 1686.

Item hier tegens sal Jenneken Jans de Looper voor Hare portie genieten ende profiteren naer doode ende overlijde van Hare voorschreven moeder, een geert hoij ofte weijlant, gelegen in een stuck van ses geerde onder Nederveen Cappel, gelegen gemeijn ende onverdeelt, met Maijken Mertens cum suis, waer van gelegen is oost Jan Adriaensen Knaep, Eijltgies ende Leijntgen Jans van Nederveen, west Catelijntge Gerits ende de Wed: Za: Arian Tonisse de Leur, woonende tot Rotterdam, streckende voor van de Ambachte van Cappel aff, noortwaerts op ter Halver Scheijsloot toe, onder conditie dat dit lodt moet uijt keeren naer doode ende overleijden vande voorschreven Truijcken Martens der selver moeder, aent voornoemde weeskint van Za: Geriken Jans de Looper, verweckt aen den vooeschreven Cornelis Jansse Abberdaen ter Somme van vijff en twintigh car: gulden.

Campareerde Jan Abberdaen den welcke bekenne van dese bovenstaende som van 25 gl. met den intrest in desen ten volle voldaen en betaelt te sijn, door hande vande kinderen van Cornelis Jansen Geenen, desen 7e Jannuarij 1695.

Folio 20

Item hier tegens soo sal Jacob Antonisse van Nieuwenhuijsen in Huijweleijck hebbende Willemke Jans de Looper, in eijgendom hebben ende genieten, de gerechte Suijdensse Helft van een binnen dijcksse delle, gelegen ten westen vande Nieuvaart, bedeelt met Arien Jansse de Looper, waer op de selve hiernaer bedeelt is, waer van gelegen is nooede den selve de Looper, suijden Adriaen Tonisse van Pas, streckende voor van ter Halver Nieuvaert vooeschreven aff, westwaerts op tot de Queckel sloot toe.

Item met alnoch de gerechte Helft van een partije moers gronden gelegen in den Hoeck onder Loon Sant, soo ten oosten als ten westen van Heocxse srege gelegen, gemeen en onverdeelt met Arien Jansse de Looper, waer op de selve hier naer bedeelt is, soo en in dier voegen als de voorschreven Truijcken Mertens gebruickt ende beseten heeft, mits dat dit mede sal uijt keeren, naer doode ende overlijde als voor en alle voornoemde weeskint, ter somma van vijff en twintigh gulden.

Den 7e Januarij 1695 bekent Jan Abberdaen van dese bovenstaenden somme van 25 gl., met intrest van dien, voldaente sijn door handen van Jacob Anthonissen van Nieuwenhuijsen.

                                                                                                                                   Jan Abberdaen

Item hier tegens sullen de weeskinderen van Za: Merten Jansse de Looper verweckt aen Leijntgen Ariensse van Tilborgh, geassesteert van Hare voochden, in volcomen eijgendom voor des selffts kinders erff portie voor Haer aendeel genieten ende profiteren, een geert hoij ofte weijlant, gelegen in Nederveen Cappel, gemeen ende onverdeelt met Maijken Meertens ende Jenneken Jans de Looper cum suis, waer van gelegen is, oost Johan Knaep, Eijltje ende Leijntgen Jans van Nederveen cum suis, streckende van den Ambachte van Cappel aff, noortwaerts ter Halver Scheij sloot toe, mits dat dit lodt mede moet vuijtkeren, aent weeskint vande voorschreven Gerike Jans Za:, verwecktaende voornoemde Cornelis Janssen Abberdaen, naer doode als voorschreven is, eens ter somme van, vijff en twintigh gulden.

Adriaen Jansse de Looper, als voocht vant voornoemde weeskint, bekenne van dese bovenstaende uijtkeeringe, wesende een somme van vijff en twintigh gulden, met alnoch twee gulden, tien stuijvers over verloop van twee jaer intreste, door handen van Jan Jacobsen Paens, schoonvader, ten vollen voldaen ende betaelt te sijn, den twee Junij 1686.

Item hier tegens, soo sal Jan Peeters Timmers nomine uxoris in erffenis hebben ende behouden voor sijn portie naer doode ende overlijde van Hare voorschreven moeder, een partije ackerlants gelegen ten oosten vande Nieuvaart, waer gelegen is Zuijden seeckre steeche, noorden Jan de Roij, streckende uijt den westen vande dwars padt aff, oostwaerts op tot de erve vande Cornelis van Tilborgh toe, mits dat dit lodt meede moet uijtkeeren aent voorschreven weeskint van Za: Geriken Jans de Looper, verweckt aen Cornelis Janssen Abberdaen ter somme van vijff en twintigh ca: gulden, onder de conditie dat dit lodt sal wegen ende sregen ten noorden vande erve vande voornoemde Elant Antonisse van Nieuwenhuijsen, hem vooren bedeelt, mirs daer den selve Elant van Nieuwenhuijse deselve stege tot sijn …………… sal werden gebruijcken.

Op heden den 2e Febr. 1708 Compareerde Jan Abberdaen den welcke bekende van dese voorschreven uijtrijckinge van vijffentwintig gl, met alle den verloopen intrest voldaen en betaelt te wesen, door Peeter Timmers.

                                                                                                                                   Jan Abberdaen

Folio 21

Item hier tegens soo sal Arien Jansse de Looper nart goede ende overlijde van sijne moeder, genieten ende profiteren de noordense Helft van een binnen del, waer van gelegen is Zuijden Jacob Antonisse van Nieuwenhuijse nomina uxoris, waer op de selve hier vooren bedeelt is, noorden Arien Jansse Potmaker, streckende voor van ter Halver Nieuvaert voorschreven aff, westwaerts op, tot den Queckel sloot toe.Item met alnoch de gerechte Helfft van een partije moer gronden, gelegen inden Hoeck onder Loon, soo gelegen ten ooste ende ten westen vanden Hoecxse Stege, gemeijn ende onverdeelt met den voorschreven Jacob Antonissen van Nieuwen huijse, waer op deselve hier vooren bedeelt is, ende dat in forme ende manieren als de voorschreven Truijcken Meertens Za: altoos beseten ende gebruijcxt heeft, mits dat het voorschreven lodt mede moet uijt keeren aent wees kint van Za: Geriken Jans de Looper ter Somme van vijff en twintigh car: gulden.

Opden 2e Febr. 1708 soo bekende Jan Abberdaan, van dese bovengeschreven uijtrijckinge met verloopen intrest voldaen te wesen.

                                                                                                                                   Jan Abberdaen

Item hier tegens soo sal het voorschreven weeskint van Za: Geriken Jans de Looper, verweckt aen Cornelis Janssen Aberdaen voor Hare portie voor des selffts kinders grootmoeder goet hebben ende genieten ter somme van drij hondert ca: gulde, welcke voorschreven Somme van drij hondert Ca: gulde, sal werden voldaen uijt de voorgaende looten, aenstonts naer doode ende overlijde der voorschreven Truijcken Mertens za:, der selver grootmoeder respectiev is.

Item is mede wel expresse Conditie dat in van de huijsinge waer op Elant Antonisse van Nieuwenhuijsen nomine uxoris hier voor in den eerste post bedeelt voort aenverden quamen te verongelucken soo door brant, oorlooge off dier gelijck, soo sal in sieckre gevalle het voornoemde huijs weder omme nijt gemeene werden op gemaeckt uijt ider Hare portie, sonder eenige de minste dissimilatie, ofte seges strecken, ende dat ondert verbant als naer rechten.

Folio 22

Item soo soo heeft de voornoemde Comparante gewilt ende begeert in val den weeskinderen soo van Za: Merten Jansse de Looper, verweckt aen Leijntgen Arienssen van Tilborgh als van het weeskint van Za: Geriken Jans de Looper, deser werelt sonder eenige geborten quamen te overlijden, dat in sulcke gevalle Hare gedeelde portie sullen erven ende sterven aende zijde daer die vandaen gecomen sijn.

Ende is mede geconditioneert ende oock begeert bijde voorschreven Comparanten, offt gebeurde dat op deen off des op des anders portie offte gedeelte, schier ofte morgen quamen geeijscht te werden, eenige pretensie dat dan mede den anderen gesamentlijk sullen helpen lasren dragen ende garanderen, aldus gedaen ende pepasseert ter presentie ende oversraen van Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep ende Govert Cleijtenaer Heemraden, actum geteeckent desen 27e April 1686.

Adr: Timmers                                                                                                                Johan Cnaep

1686 Schout                                                                                   Govert Ghijsberthen Cluijtenaer

                                                                                                                              Mijn present

                                                                                                                       Anth: Glavimans Secr.

                                                                                                                                    1686

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden voorschreven, Elant Antonisse van Nieuwenhuijsen nomine uxoris Jacob van Nieuwenhuijse nomine uxoeis Arien Janssen de Looper voor soo veel haer aen gaende sijn, swagers ende kinderen vande voorschreven Truijcken Meerten, wed: za: Jan Geritsen de Looper, de welcke verclaere te approberen ende ratificeren soo danige erffdeelinge bij Hare voorschreven moeder ende Comparante voor ons Schout ende Heemraden voornoempt, opten 27e April 1686 hier voor hebben gepasseert, omme naer doode ende overlijde ten hare voorschreven moeder, daer tegens te doen, soo directelijk ofte indirectelijck, maer ider met 1 hare te vrede sijn. Actum in presentie overstaen van Adriaen Timmers, Johan Knaep, Corst Zeeuw, Govert Cleijtenaer, Heemraden. Actum desen lesten April 1686.

Adr:Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

1686 Schout                                                                                   Govert Ghijsbertsen Cleijtenaer

Folio 23

Den Armen exempl.

Transport Naemen …………………………..

Wed: Teunis Aertssen.

Transportante, ende dat ten behoeven vande Armmeesters van den jare 1685 en 1686.

Op huijden desen lesten April 1686 Compareerde voor ons Schout ende Heemraden der Ambachts Heerelijckheijt van Schrevelduijn Cappel, Hier onder genomineert, de eerbare Neelken Goverts, Wed: wijlen Antonis Aerssen, onse in woonende naburesse, den welcke verclaerde te cederen transporteren ende op te dragen, aen ende ten behoeve van Gerit Arienssen Back, ende Wijnant van Cleeff, in qualiteijt als aemmeesters over des armens middelen ende in comen vander jare 1685 ende 1686, ende dat ten behoeven des selffts armen, specialijck hare stede, gestaen ende gelegen ten suijden vande Nieustraat, waer van gelegen is oost Merten Jansse Wagemaecker, weest den selven Wagemaker, streckende voor van ter Halver Nieustraet voorschreven aff, Zuijtwaerts op, tot de Loonse erve toe. Item alnoch een binnen dries, gelegen ten oosten vande Nieuvaert, waer van gelegen is noorden Adriaen de Roij, suijden Govert vander Punten, streckende voor van ter Halver Nieuvaert voorschreven aff, oostwaerts op tot de erve vande voornoemde vander Punten toe, ende voors generalijck, alle Hare soo van Haeff Meuble ende in meuble goederen, als andersints soo ende in dier voegen als de voorschreven comparante nu besittende is, omme bij de voornoemde armmeesters, off in dier tijt sijnde met consent van Schout ende Heemraden, deselve goederen te mogen vercoopen off belasten, ende beswaren, naer derselver wel gevallen, sonder bij Hare Comparanten, offre der selver kinderen en kints kinderen weffgenamen ab=intestato eenigh recht op de selve sijn refererende, waer tegens de voornoemde moeder uijt des armens middelen geduerende Haer leven lanck sal werden gealimenteert ende te nemen tot hare laste, de armmeesters te betalen de schulde ende lasten, voor soo wel de voornoemde Comparantersse aen gaer te voldoen, op Godie toe, is belast den selffe boedel, waer vooren verbinderde voor Hare voorschreven goederen, soo vande sijde vande voorschreven Wed: wegens de trans porte ende voort alimenteren des armens middelen ende aangekomen. Aldus gedaan ende gepasseert ten overstaen van Adriaen Timmers Schout, Jan Govert Gijben ende Cornelis Zeeuw, Heemraden, datum ut Supra.

Adr:Timmers                                                                                             Jan Goeijaertssen Ghijben

1686 Schout                                                                                                         Corstijaen de Seeu

Folio 24

Hier van den brieff uijtgemaeckt op een zegel van 1 gld IIII stuijvers.

Giffte de gelijcke kinderen ende erffgenamen van Za: Cornelis Rijcke, vercoopers.

Cooper, Adriaen Robben Decker, Jacob van Nieuwenhuijse, Arien Deckers met Elant Antonisse van Nieuwenhuijse.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden der Ambachts Heerlijckheijt van Schrevelduijn Cappel, de persoonen van Aert Corn: Rijcken, soo voor sijn selven, alsmede momboirs vande minderjarige weeskinderen naergelaten bij Za: Huijbert Zeijlmans, mitsgaders hem sterckmakende ende de rato caverende voor sijnen broeder Huijbert Corn: Rijcken, Adriaen de Roij, in huwelijk hebbende Adriaentgen Corn: Rijcken, Niclaes Brouwers in huwelijck hebbende Dingena Corn: Rijcken, Jan Bastiaenssen Boeser, in huwelijck hebbende Willemeijn Corn: Rijcken, Antonij Perceijn in huwelijck hebbende Anneken Corn: Rijcke, Jenneken Corn: Rijcke, wed: wijlen Frans Hendricxsse Boeser, de welcke verclaren ider in Hare voorschreven qualiteijt te cederen, transporteren ende op te dragen soo als recht is, aen ende ten behoeven van Adriaen Robben Decker, Jacob Antonissen van Nieuwenhuijsen, Adriaen Ariesse Deckers, ende Elant Antonisse van Nieuwenhuijssen, specialijck seckre ontrent twee ende een Halve mergen erve ende gronde soo deselve in sijn sloote opgegraven leijt, gelegen ten westen vande Nieuvaert, waer van noorden geerft is Gijsbert Tonisse Paens, cum suis, Zuijden de erffgenamen van Za: Bastiaen Peeter Corsten cum suis, streckende voor van ter halver Nieuvaert voorschreven aff, westwaerts op, tot de erve vande wed: ende kinderen Za: Poulis Vrijsen cum suis toe, ende dat met alle wegen, stege, schouwen ende nabueren rechten, met recht hier vuijt gande, voorts soo gelovende de voornoemde Comparanten in Hare voorschreven qualiteijt tselve te vrijen ende waren naer den rechte vanden landen, ende alle Calangie ende voor Commer aff te doen tot desen dagen toe.Coram Adriaen Timmers Schout, Jan Knaep ende Govert Cluijtenaer Heemraden. Actum geteeckent desen 22e Maij 1686.

Partije verclaren voor recht den coop te wesen ter somme van ses Hondert vijff en twintigh ca: gulden, te betalen in drij egale gelijcke termijnen, te weten 208 gulden gereet ende contant bij de opdrachte, ende soo vervolgens van jaar tot jaar tot de voldoeninge in cluijs, van welcke voorschreven eerste termijn bekennen de voorschreven Comparanten voldaen te sijn, present dach datum ut Supra.

Solvit XXe penn. 13-12-8

Adr:Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

1686 Schout

Op Heden desen XIe Febr: 1689 soo Compareerde mr: Adrian de Roij, in Huwelijk hebbende gehadt Adriaentge Corn: Rijcken, Claes Brouwers, getrout hebbende Dingena Rijcken, Antonij Perseijn in Huwelijk hebbende Anneken Rijcken, Aert Rijcken soo voor hem selven, als mede momboir vande minderjarige kinderen van za: Huijbert Zeijlmans, ende recte caverende voor de minderjarige kinderen van za: Huijbert Cornelis Rijcken. Jan Boeseren getrout met Willemmeijn-tje Corn: Rijcken, volgens hare ………….. bij geschiften hier …….., ende bekenne …………. vande voorschreven Coop penningen, soo vande tweede en derde termijn, door handen vande voorschreven coopers ten volle vodaen ende betaelt te sijn, ….. gecasseert. Actum dagh datum ut Supra.

Folio 25

Hier van den brieff uijtgemaeckt.

Transport, de armmeesters van Schrevelduijn Cappel vande jaren 1685 (en) 1686, vercoopers in Hare qualiteijt.

Cooper Pieter Ariensse van Maessluijs.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier onder genomineert, Gerit Arienssen Back ende Wijnant van Cleeff, bijde in qualiteijt als armmeesters over den atmen van Schrevelduijn Cappel vande jaren 1685 ende 1686, ende dat met consent van Schout ende Heemraden, ende hebben indier qualireijt over gegeven met eender vrijer giffte soo als recht is, aen ende tot behoeff van Pieter Arienssen van Maes lants sluijs, Specialijk de gerechte Helft van een stede, wesende de westensse sijde met de bogaert ende den houtwasch daer op staende, waervan gelegen is oost den voorschreven Armen, gelegen in de Nieusreaet, weest gelegen Merten Janssen Wagemaecker, gecomen laest vande Wed: Teunis Aertssen, streckende voor van der halver Nieustraet voorschreven aff, Zuijtwaerts op tot de Loonse erve toe, ende dat met alle wegen, stegen, schouwen, ende nabueren techten, met techt daer uijtgaende, ende dat wijdens in conformite aen de voorschreven Wed: Teunis Aertssen wegens de voorgaende Transport aen de voorschreven armeesters, voor Wethouders van Schrevelduijn Cappel getransporteert heeft, van dato den lesten April 1686, mits geloovende de voornoemde Comparanten in Hare vooeschreven qualiteijt den selven te vrijen ende te ware naer den rechte van lande, ende alle Callangie ende voorcommer aff te doen tot desen dage toe, onder expresse conditie, in val de Huijsinge daer aff gaen, soo sal de de voorschreven Helfft ree recht door gaen naer erffrecht. Coram Adriaen Timmers Schout, Jan Govert Gijben ende Michiel Janssen Backer Heemraden, actum den 6e Augustus 1686.

Partijen verclaren in Hare voorschreven qualiteijt den coop gereet ende contant gelt te wesen ter Somme van rwee Hondert car: gulden, beloopt den XXe penningh tot laste vanden cooper, hier vanden ……….. gepasseert.

Den XXe p: 2-10-0 voor de Haesl:

Adr:Timmers                                                                                                  Michiel Jansen Backer

1686 Schout                                                                                             Jan Goeijaertssen Ghijben

Folio 26

Custingh brief pro armmeesters 1685, 1686 tot lassen van Pieter van Maessluijs.

Op heden desen 6e Augustus 1686 Compareerde voor ons Schout en Heemraden van Schrevelduin Cappel, in eijgene persoonen, Pieter van Maessluijs woonende in Vrij Hoeven Cappel, den welcke verclaerden gecocht te hebben van Gerit Arienssen Back ende Wijnant van Cleeff, bijde in qualiteijt als Armmrs: vande dorpe van Cappel voornoemt vanden jare 1685 et 1686 haere gerechte westensse Helfft van een partij zaijlants, gelegen ten Zuijden vande Nieustraat, waer vant geheel, oost gelegen id Merten Janssen Wagemaker, weest den selven, streckende voor van ter Halver Nieustraat, voorschreven aff, Zuijtwaerts op tot de Loonse erve toe, alles breeder in de voorgaende op draghte vermelt, van dato den 6en Augustus 1686 ende hier voor geregistreert, de welcke bekennen ende belijden uijt craghte vande voorschreven coop, wel ende deughdelijk Schuldigh te wesen, aen ende ten behoeff vande voorschreven Armmrs: in Hare voorschreven qualiteijt, ter somme van twee hondert ca: gulden, den gulden veertigh Grooten Vlaems gereeckent, te betalen aen Handen vande Armmeesters, op heden datum boven geschreven over een jaer, dat wesen sal den 6e Augustus 1687, offte wel die alsdan, sullen comen te regeren, met den intrest vandien tegens vier gulden tien stuijvers vant hondert, te betalen des vermaendt werdende tot naer Cominge van alles ’t gene voorschreven is, verclaeren den voornoemde Comparant ende debiteur in desen te verbunden specialijck het voorschreven vercochte goet, gelegen als vooren, ende voors genetalijck sijne persoon ende alle sijne verdere goederen, stellen deselve ten bedwangh en executie van alle Heeren, Hooven, Wetten, bancken, rechten ende rechteren, ende specialijk de judicutie vande Hove ende Hooge Vierschaer van Zuijt Hollant. Coram Adriaen Timmers Schout, Michiel Janssen Backer, ende Govert Cleijtenaer Heemraden, dagh datum ut Supra.

Opten XIIIen November 1686 ontfangen bij den voornoemde Aemmeesters op mindernisse van het voorschreven capitael uijt handen vande voorschreven debiteur ter somme van vijfftigh gl.

Adr:Timmers                                                                                 Govert Ghijsbertssen Cluijtenaer

1687 Schout                                                                                                   Migiel Jansen Backer

Folio 27

Hier van den brieff uijtgrmaeckt op een zegel van I gld: IIII st:

Giffte de Armmeesters van Schrevelduijn Cappel vande Jare 1685 et 1686.

Vercoopers

Cooper Jan Arienssen Dolck.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduin Cappel hier onder genomi-neert, Gerit Arienssen Back ende Wijnant van Cleeff, bijde in qualiteijt als Armmeesters over den dorpe van Schrevelduijn Cappel vande jaren 1685 ende 1686, de welcke verclaren in hare voorschreven qualiteijt, met consent van Schout ende Heemraden te cederen, transporteren, ende op te dragen, aen ende ten behoeff van Jan Adriaensen Dolck, specialijck de gerechte Oosstense Helfft van vijff hont 25 roijen zaij lants, gelegen ten zuijde inde Nieustraat, waer van ten oosten belent is Merten Jansen Wagemaker, west Peeter Arienssen van Maessluijs, streckende voor van der Halver Nieustraat aff, Zuijtwaerts op tot de Loonse erve toe, ende wijders in conformite, soo ende gelijck laest vande Wed: Za: Teunis Aertssen, bij Transport be…… is, ende dat met alle wegen, stegen, schouwen ende nabueren rechten, met recht daer uijtgaende, voorts soo gelooven de voornoemde Comparanten in hare voorschreven qualiteijt, tselve goet te vrijen ende waren naer den rechten van Zuijt Hollant, ende alle Calangie ende voorcommer aff te doen tot Nieuwejaer 1687 toe. Coram Adriaen Timmers Schout, Michiel Janssen Backer ende Govert Cleijtenaer Heemraden, actum desen veertienden November XVIc ses en tachtentigh.

Partijen verclaren de coop gereet ende contant goet te wesen volgens conditie ter somme van twee hondert car: gulden, waer de voornoemde Comparanten in hare voorschreven qualiteijt bekennen ten vollen voldaen ende betaelt te sijn, ergo gecasseert.

Adr:Timmers                                                                                                  Michiel Jansen Backer

1686 Schout                                                                                   Govert Ghijsbertssen Cluijtenaer

Hier van den brieff uijt gemaeckt:

Ten voorschreven dagen Compareerde voor ons Schout ende Heemraden voornoempt, de voorschreven Armmeesters in Hare voorschreven qualiteijt, ende hebben overgegeven met eender vrije giffte soo als recht is, aen ende tot behoeff van Arnoldus Janssen van Ophorst, woonende tot Loon, specialijck een binnen drieske, gelegen ten oosten vande Nieuvaert, gecomen van de voornoemde Wed: Teunis Aertsen za:, waer van gelegen is, noorden Adriaen de Roij, Zuijden Govert vander Punten, streckende voor van ter halver Nieuvaert voorschreven aff oostwaerts op, tot de erve vande voorschreve vander Punten toe, ende dat met alle wegen, stegen, schouwen ende nabueren rechten, met recht daer uijtgaende, wijders geloven de voornoemde Comparanten in hare voorschreven qualiteijt ’t selve goet te vrijen ende te waeren naer den rechten vanden landen, ende alle Callangie ende voorcommer aff te doen tot Nieuwe jare 1687 toe. Coram ut Supra.

Partijen verclaren voor recht den coop gereet ende contant goet te wesen ter somme van vijff en negentigh car:gl., waer de voornoemde Comparanten in hare voorschreven qualiteijt bekennen ten volle voldaen ende betaelt te sijn. ergo gecasseert.

Adr:Timmers                                                                                                 Michiel Jansen Backer

1686 Schout                                                                                   Govert Ghijsbertssen Cluijtenaer

Folio 28

Hier van den brieff uijt gemaeckt.

Transport, Adriaen Stam vercooper.

Cooper Adriaen Timmers, Schout van Cappel.

Compareerde voor ons Heemraden van Schrevelduijn Cappel, hier onder genomineert, Adrien Stam woonende in Babilonien broeck, de welcke verclaren te cederen, transporteren, ende op te dragen aen ende ten behoeven van Adriaen Timmers Schout alhier, specialijk het gerechte vierde paert van acht hont delle, gelegen binnen Schrevelduijn Cappel, gemeen ende onverdeelt met Govert van der Punten, ende de weeskinderen van Hendrik de Jongh Secretaris van Hees ende Leende, verweckt aen wijle Anneken Driesen Verhoeven, hem comparant bij erff deelinge als in huwejijk hebbende Ammerentia Kivits is aen gecomen van za. Dingentie Michielsse, die wed was van do ? Jan Lourissen van den Hout, Comparants vrouwe grootmoeder, waer van west gelegen is Govert vander Punten en de voorss weeskinderen Jan de Jongh, oost Gijsbert Joost Hermens cum suis, streckende voor vande Ausloot aff, noortwaerts tot den ambachte vande Suijde toe, ende dat alsoo groot ende cleijn, als deselve gelegen is, ende dat met alle wegen, stegen, schouwe, ende nabuiren rechten, met recht daer uijtgaende, voorts soo gelove den voorss Comparanr tselve te veijen ende te waren naer den trchten van Zuijt Hollandt, ende alle Calangie ende voot commer aff te doen tot Nieuwjaer 1687 toe, onder de conditie, dat dit vercochte sal wegen ende stegen, voor de delle van het Weeskint van Dirck Melissen Moets, ende soo voorts, Zuijtwaerts op over de Oude Vartiens stege, volgens, de oude gebruijck, Coram, Johan Knaep, Jan Govert Gijben, Govert Cleijtenaer Heemraden, actum desen 2e Decembris 1686.

Partijen verclaren voor recht den coop gereet ende contant gelt te wesen, ter somme van acht en twintigh Ca: gulden, waer van den gemelte Compatant in sijnen voorss qualiteijt bekennen ten volle voldaen ende betaelt te sijn, present dagh datum ut supra.

Johan Cnaep                                                                                             Jan Goeijaertssen Ghijben

                                                                                                         Govert Ghijsbertsen Kluijtenaer

Folio 29

Hier den brieff uijt genaeckt.

Gifte Bartholomeus van Baerdwijck, verkoper.

Anthonij vander Nat, koper.

Comparerende voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel, hier onder genomineert den eersamen Bartholomeus van Baertwijck woonende tot Sprangh, ende heeft over gegeven met eender vrijer giffte soo als recht is aen ende ten behoeff van Anthonij Andriessen vander Nath, sijne neve, specialijck ontrent twee hont driesse, sijnde ten deele Quebben putten ende cuijlen, gelegen ten oosten vande Nieuwvaert, ten oosten teijnde de erve van Cornelis Janssen van Gorcum, gelegen west, noorden, ende oost Adriaen Wouterssen Visser, zuijden Arnoldus van Ophort ende dat alsoo groot ende cleijn, als de selve aldaer gelegen is, hem Comparant ab intestato aen gecomen bij deelinge van Willemken Woutersen Maes za., der selver grootmoeder was, ende dat met alle wegen, stege, schouwe ende nabueren rechten met recht daer uijt gaende, voorts soo geloofft den voorss Comparant, tselve te veijen ende waren naer den rechten vande Landen ende alle Callangie ende voor commer affte doen tot desen dage toe. Coeam, Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep ende Mighiel Janssen Backer Heemraden, actum desen XXIIe Januarij 1687.

Parthijen verclaren voor recht den coop gereet ende contant goet te wesen ter somme van seventien car: gulden, waer van den voornoemde Comparant bekent ten volle voldaen ende betaelt te sijn, datum ut supra.

Adr:Timmers                                                                                                                Johan Cnaep

1687 Schout                                                                                                   Michiel Jansen Backer

Hier van den brief uijt gemaeckt op een zegel I gl IIII st.

Ten voorsz: dagen Compareerde voor ons Schour en Heemraden voornoempt, Daniel Aertsen van Bockhoven in huwelijck hebbende Aeltgen Jans, woonende op de Haer Stege, onder Heeckissen, ende Jan Peters van Heesbeen de rato caverende voor sijnen soon Peter Janssen van Heesbeen, heeft in sijne voorsz: qualiteijt, gecedeert ende getransporteert soo als recht is aen ende tot behoeff van Arien Peterssen den jongen, specialijck een driesken gelegen ten noorden van de Nieustraat, groot ontrent ……………………….., waer van gelegen is west ende oost, Dieck Corsten van Pas, streckende uijtten Suijden vande erve offte sloot vande Ed: Heere van Loon aff noortwaerts op tot de erve van Corst Corssen Zeuw toe, ende dat alsoo groot ende cleijn, als de Comparanten nomine uxoris bij erffdeelinge za: Willemken Wouters Maes is aengecomen, ende dat met alle wegen, stege, schouwe, ende nabueren rechten met recht daer uijt gaende, wijders soo geloofft de voorsz Comparanten in sijne vooesz: qualiteijt den selven te vrijen ende te waren naer den rechten vande landen, ende alle calangie ende voor commer aff te doen, tot desen dage toe. Coram Adriaen Timmers Schout, Jan Knaep, Michiel Backer Heemrade.

Partijen verclaren voor recht den coop gereet ende contant te wesen ter somme van, twintigh car gulden.

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep  

1687 Schout                                                                                                Michiel Jansen Backer

Folio 30

Hier van den briet uijt gemaeckt.

Transport Mr: de Roij cooper, vercooper Peeter Adriaenssen de Roij, sijnen broeder.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier onder genomineert, Peeter Adriaenssen de Roij den welcke heeft gecedeert, getransporteert, ende op gedragen met eender vrijer giffte soo als recht is atn ende tot behoeff van Adriaen Adriaenssen de Roij, Schoolmeester, sijnen beoeder specialijck, eenen dries gelegen, ten noorden vande Nieustraet, waer van oost gelegen is de kinderen, ende erffgenamen van Bastiaen Huijbertssen Boer, west de wed, za: Adriaen de Roij, streckende voor van ter halver Nieustraet aff, noortwaerts op, tot de erve van Jan Arienssen Knaep, cum suis toe, ende dat alsoo groot ende cleijn als deselve aldaer inden Hoeff slagh gelegen is, ende dat met alle wegen, stegen, schouwe ende nabueren rechten met recht daer uijt gaende, voores soo gelooffr den voorsz: comparant het voorsz vercochte goet te veijen ende te waren naer den rechten vande landen, ende alle Callangie ende voor commer aff te doen tot desen dagen toe. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, ende Michiel Janssen Backer, Heemraden. Actum desen XVIIIe Meert XVIc seven en tachtentigh.

Partijen verclaren voor recht den coop gereet ende contant gelt te wesen ter somme van een hondert vijftigh car: gulden, waer van den voorsz: Comparant bekenne ten volle voldaen ende betaelt te sijn, present dagh datum supro.

Adr: Timmers                                                                                                                Johan Cnaep

1787 Schout                                                                                                   Michiel Janse Backer

                                                                    Copie

Op huijden den XXII September anno 1685 Compareerde voor mij Engebrecht van Dalem openbaer Notaris bij den Ed: Hove van Hollandt geadmitteert inden dorpe van Out Beijerlant residerende ter presentie vande naer beschreven getuijgen, den Eersaemen Erit Janss Duijser, borger ende inwoonder van desen dorpe, de welcke verclaerde volkome last ende procuratie te geven, gelijck hij doet bij desen aende Hr: Anthonij Glaviman, Secrs tot Cappell inde Langstraet, omme uijt den naem ende van wegen hem Constituant ’t sij uijtter hanr ofte publijcq te doen opneijlen, ende verkopen seecker stuck lant, gelegen tot Cappel voorss genaemt den Suijdersen dries, soo de selve in sijn slooten leijt afgegraven, waer noorden naest gelegen is den Geer, suijden Adriaentie Francen, streckende vander halver vaert aff, oostwaert op tot den stelt vande noordense Geer toe, hem Constituant aengekomen bij ’t overlijden van Jan Anthonisse Duijser sijn vader sa:, verweckt bij Geriche Lambertss sijn moeder, volgens den Testamente daer van sijnde, ende specialijcke mede als de voorss landen sullen verkost wesen aenden koper in vollen eijgendom op te dragen, behoorlijck transport ofte ontgrondinge dart van te doen, naer Costuijmen aldaer, alsmede de landen te vrijen ende waeren van alle ongelden ten dage vande verkopinge ende ontgrondinge toe, de kooppenningen

Folio 31

te ontfangen ende behoorlijck Apuijt aenden koper daer van te passeren, ende voorts alles generalijck te doen wes hij Constituant selfs present ende voor oogen sijnde soude komen ofte mogen doen, belovende voor goet vast, bondig ende van waerde te houden ende doen houden allen ’t gene bij de geconstitueerde hier inne gedaen ende gehandelt sal werden, onder den verbanden als naer rechten, des blijft den geconstitueerde gehouden van sijnen ontfang te dorn behoorlijcke reeckening, bewijs ende reliqua onder gelijck verbant als vooren, aldus gedaen ende gepasseert binnen den dorpe van Out Beijerlant ten huijse van mijn Notaris, ter presentie van Sr Cornelis van Gorp Schepen alhier, ende Jasper Kievit beijde als getuijgen die de minute neffens den Comparant ende mij Notaris hebben onderteeckent opden datum als in ’t hooft van desen. Lager stont, in kennisse geteeckent, ende was geteeckent A:van Dalem Notaris publ:

Hier van den brieft uijtgemaeckt.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier onder genomineert, Wouter Janssen Duijser, soo voor sijn selven, den selven intervenierende ende de rato caverende voor sijnen dwagers ende suster respectiven, mirs gaders Antonij Glaviman, Secretaris van Cappel, als speciale last ende procuratie hebbende van Erit Janssen Duijser, woonende in Out Beijerlant, gepasseert voor Engebrecht van Dalem, Openbare Noraris bij den Ed: Hove van Hollant, geadmitteert inden dorpe van Out Beijerlant voorsz. residerende, met de getuijgen daer inne begrepen, wesende deselve procuratie van dato desen XXIIe September 1685, ons Schout ende Heemraden vertoont ende gebleecken ende hier vooren geregistreert, ende hebben in dier qualiteijt, gecedeert ende getransporteert soo als recht is aen ende ten behoeven van Peeter Adriaenssen de Roij, specialijck twee binnen dijcxsse driessen nevens den anderen gelegen, genaempt van outs den Geer, gelegen ten oosten vande Nieuvaert, waer van geheel gelegen is noorden het dorp van Cappel offte de ………., zuijden Elant Antonissen van Nieuwenhuijsen, streckende voor van ter halver Nieuvaert voorsz aff, oostwaerts op, tot de driesse ende erve vande Ed: Heere van Loon toe. Haer comparanten in hare voorsz qualiteijt ab intestate aengecomen van Za: Jan Antonissen Duiser des selffs Comparante vader was, ende dat met alle wegen, stegen, schouwen, ende nabueren rechten, met recht daer uijt gaende, voorts soo gelovende de voornormde Comparanten in hare voorsz: qualiteijt, ’t selve vercochte te vrijen ende te waren naer den rechten vande landen, ende alle Callangie ende voorgommer aff te doen tot desen dage toe, present dagh datum ut supra.

Partijen verclaren voor recht den coop gereet ende conrant te wesen ter somme van drij hondert cae guldens, waer van de vooesz Comparenten bekennen ten volle voldaen ende betaelt te sijn, ptesent dagh datum ut supra.

Adr:Timmers                                                                                                                Johan Cnaep

1687 Schout                                                                                                   Michiel Jansen Backer

Folio 32

                                                          Copie et Copia

Assoo questie ende verschil ontstaen was tusschen Cornelis van Gorp, Chirurgijn woonende in Out Beijerlant, getrout hebbende Dircxken Glaviman, ende Geertruijt Glaviman wed: van Aert Luijcx woonende tot Roosendael als Testamentaire erffgenamen van Adriaen Glaviman za:. Ter eenre, ende Antonij Glaviman Secr. van Cappel, soo voor hem selven ende mede als vooght vande minderjarige kinderen van Antonij Glaviman, sijnen broeder saliger, in sijn leven mede Secr. van Cappel, ende Josina Heuvelcamp, als moeder ende vooghdesse van hare minderjarige weeskint verweckt bijde voorsz Antonij Glaviman, ter andere sijden. Eerstelijck aen gaende de successien ende nalatenschap vande voornoemde Adriaen Glaviman, ende ten tweeden over seecre Obligatie van twee hondert twee en seventigh gulden tien stuijvers capirael bij den voornoemde Adriaen Glavimans tot behoeve vande voornoemde Antonij Glavimans, gepasseert ende verleden in dato den 12e 7 ber 1675, waer overgeslagen was proces ende verdre verweijderinge te rijsen omme ’t welck te sorteren ende voor te comen, soo sijn de voorsz: pertijen door intercessie ende russchen speacken van Cornelis van Baertwijck Sectetaris van Meeuwen, haren respective oom , metten anderen verdeagen ende geaccordeert in dese wegen (te weten) dat de voornoemde Cornelis van Gorp inden voorsz: qualiteijt ende de voornoemde Geertruijt Glavimans sullen blijven behouden de effecte ende nalatenschap vande voorn: Adriaen Glavimans, volgens den voorsz: testamente, behoudens dat aende voornoemde Antonij Glavimans, Secretaris van Cappel voorsz: rnde aende kinderen vande voornoemde Antonij Glavimans zal: ider voor de helft ter saecke de voorsz Obigatie ende verdere pretentie, in eijgendom sullen laten seeckre halve delle, gelegen tot Cappel vooesz: gemeen met den vooenoemde Antonij Glaviman, belent als inde brieven daervan sijnde, en daer en boven nogh een vereervinge van twintigh gulden, waer mede de voorsz: partijen ten wedersijden verclaren wel vernoeght ende tevreden te wesen, met gelofte van desen auerden onver breeckelijck sullen naercomen sonder daer tegens te sullen doen, ofte doen doen, directelijck offte indirectelijck, in rechten off van buijten, onder ’t verbant als naer regtten, ende dat mitsdien hiermede alle de voorsz: questien ende in sonderheijt de voorsz: Obligatien sal doot ende te niette sijn. Aldus gedaen tot Meuwen ende in lucken naer waerheijt, dese bij de respective paerhijn, Contra henten onder teeckent op den 29e Maij XVIc virentachtigh, ende was onderteckent Antoni Glaviman, Josina Heuvelcamp, Cornelis van Gorp voor mijn selven, ende als procuratie hebbende van Geertruijt Glavimans. Onder stont mijn present, ende was geteeckent: Cornelis van Brantwijck.

                                                                                                           Collate Concordat

                                                                                                                  Ad testor:

                                                                                                       Anthonij Glavimans, Secr:

                                                                                                                      1687

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier onder genomineert, de Heer Johan van Bergen, Schout van Sundert, in qualitijt als oom ende toesiender maternel der minderjarige weeskinderen van Za: Antonij Glaviman, in sijn leven Secretaris van Cappel, verweckt aen wijlen …….. Adriana van Bergen, mitsgaders Josina Heuvelcamp, in qualitijt als moeder ende vooghdesse van

Folio 33

hare dochter Maria Glaviman, dewelcke verclaren met consent ende toestaen van Schout ende Heemraden, als oppervooghde van alle weesen binnen Cappel voornoempt, over te geven met eender vrijer gifte soo als recht is, aen ende tot behoeff van Antonij Glaviman, Secretaris, als oom ende vooght der voorsz weesen, specialijck het gerechte vierdepaert van een buijtendijcxsse delle, gelegen ten oosten vande Nieuvaert, gemeen ende onverdeelt met den vooesz zooper, waer van oisr gelegen is de voorschreven weesen, weest de wed. Peeter vander Punten, streckende voor vande erve vande voorsz cooper aff, noortwaerts op tot den ambachten van Nederveen toe, haer Comparanren aen gecomen, uijt seecker contracte tusschen de Testamentaire erffgenamen ban Za: Adriaen Glaviman, ter eenre ende de voorsz: Comparanten ter andere sijden aen gegaen opren 29e Maij 1684, ons Schour ende Heemraden vertoont ende gebleecke, ende hirt vooren geregistreert, ende dat met alle wegen, stegen, schouwen, ende nabueren rechten, met recht daer uijtgaende, wijders soo geloven de voorsz: Comparanten in hare voorsz: qualiteijt ’t selve te vrijen ende re waeren vaer den rechten vande landen, ende alle Callangie ende voorcommer aff te doen tot desen dage toe. Coran Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, ende Mighiel Janssen Backer Heemraden. Actum desen XIe April 1687.

Partijen verclaren voor recht den coop gereet ende contant gelt te weesen ter somme van Hondert vijffrigh gulden, welcke voorsz: somme bij den cooper is voldaen ende in reeckeninge vander.. den XIe April 1687 gebracht, ergo gecasseert, dagh datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

1687 Schout                                                                                                  Michiel Jansen Backer

                                                                                                                             Gifte Johan Cnaep

Hier van den brieff uijt gemaeckt op een zegel van I gulden IIII stuijvers.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier onder genomineert, den eersamen Sr Gijsbert van Selst woonende tot Sprangh, als last ende speciale procuratie hebbende van Sr Jacob Bommelaer, coopman in hout, ende Lodewijcke Verwiel, meester koukebacker als in Huwelijck hebbende Marijke Bommelaer, bijde woonende tot Delft, nogh vervangende hem sterckmakende, ende de Rato caverende voor Aelbertus ter Smette woonachtigh in ’s Gravenhage, in Huwelijck hebbende Lijsbet Hennekijn, voormaels wed: ende boedelhoudster van Za: Jan Bommelaer, den voornoemde Lodewijck Verwiel nomine uxoris, ende nogh den voornoemde Jacob Bommelaer als speciale last ende procuratie is hebbende van Jacob Cool, haren swager als in Huwelijck hebbende Catharina Bommelaer, die hem selven nevens den voornoemden Lodewijck Verwiel was sterck maeckende, ende de Rato Caverende voor den voornoemde Aelbertus ter Smete, in sijn op gemeete qualitijt sijnde de gemelte procuratie van dato den eerste Februarij 1682 voor Notaris Willem Westerhoven, ende seeckre getuijgen alhier verleden, in houdende de clausule van substitutie, welcke voorsz: Jacob Boommelaer, als oom ende Testamentaire vooght over de minderjarige kinderen ende erffgenamen van sijnen overleden broeder Za: Lauwerens Bommelaer, den welcken verclaren uijt kraghte ende vermogens des selffts procuratie gepasseert voor Willem van Ruijver, Notaris bij den Hove van Hollant geadmitteert binnen den Stadt Delft residerende, met de getuijgen daer inne begrepen, wesende deselve procuratie van dato den 13e Februarij

Folio 34

1683 ons Schout ende Heemraden vertoont ende gebleecken gecedeert ende getransperteert, aen ende ten behoeven van Sr Johan Schoonhoven, Stadthouder tot Sgravemoer, specialijck seeckere erve Bossagie, groot ontrent vier mergen, gelegen onder den Amdachte van Schrevelduijn Cappel voorsz, waer van gelegen is oost Hendrick van Gils cum suis, west Heer Pieter Raus Secretaris van Sgravemoer, noorden de Leij, Zuijden de Swarte Mannekens, haer comparante aen gecomen ab intestato Za: vader ende Schoon vader respectivelijck, ende dat met alle wegen, stegen, schouwen, ende nabueren rechten met reght daer uijtgaende, wijders geloofft den voornoemde Comparant in sijne voorige qualiteijt ’t selve te vrijen ende waren naer den rechten vande Landen, ende alle Calangie ende voor commer aff te doen tot Nieuwejaer 1687. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep: ende Mighiel Backer met Jan Govert Gijben Heemraden. Actum desen 21e April deses Jaers 1687

Partijen verclaren voor recht den coop gereet ende contant gelt te wesen ter somme van ses en dartigh car: gulden, waer van den voornoemde Comparant in sijn qualiteijt bekennen ten vollen voldaen ende betaelt te sijn ergo gecasseert, present dagh datum ut Supra.

Adr:Timmers                                                                                                                  Johan Cnaep

1687 Schout                                                                                             Jan Goeijaertssen Ghijben

Hier van den brieff op een behoorlijcken zegel uijt gemaeckt.

                                                                     Gifte

Jacob Jansen Deckers koper. Elant van Nieuwenhuijsen verkoper.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier onder genomineert, den eersamen Elant van Nieuwenhuijsen onsen inwoonder, de welcke heeft gecedeert, getransporteert ende overgegeven met eender vrije gifte soo als recht is, aen ende ten behoeve van Jacob Jansen Deckers wonende tot Sprangh, specialijck een binnen dijckse delle, gelegen aen de westsijde vande Nieuvaert, suijden belent Cornelis Jansen van Gorcum, noorden Adriaen Jacobsen Paens, streckende van der halver Nieuvaert aff, westwaert op tot de Quekel sloot toe, ende de Quekel selve daer inne begrepen, ende dat alsoo groot ende kleijn de selve aldaer gelegen is inde Hoeffslagh, ende bij de Comparant is gebruijckt grweest, ende dat met alle wegen, stegen, schouwen, ende naebuijren rechten met recht daer uijtgaende, voorts soo gelooft den voornoemde Comparant ’t selve te vrijen ende waren naer den rechten vanden Landen, ende alle voorcommer ende Calangie afte doen tot Nieuwejaer 1687. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Cnaep, Jan Getersen Gijben, ende Govert Cleijtenaer Heemraden. Actum desen 30e April 1687.

Partijen verclaeren voor recht den koop gereet ende contant gelt te wesen ter somme van twee hondert vijf en twintigh gulden, waer van den voornoemde Comparent bekent ten vollen betaelt ende voldaen te sijn ergo gecasseert, present, dag, datum voorsz.

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

1687 Schout                                                                                            Jan Goeijaertssen Ghijben

                                                                                                         Govert Ghijsbertsen Cluijtenaer

Folio 35

Hier van den brieff uijt gemaeckt.

Gifte Hendrick vanden Hoeck vercooper. Cooprt Jan vander Punten.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier onder genomineert, Hendrich Hendricxsse vanden Hoeck, ende heeft over gegeven mer eender vrijer gifte soo als recht is, aen ende ten behoeff van Jan Antonissen vander Punten, specialijck een binnen dijcxsse dries, gelegen ten oosten vande Nieuvaertm waer van gelegen is Zuijden Adriaen de Roij, noorden de erffgenamen za: Jan Willemssen Kouwens, ende Arien Arienssen Timmers, den enen tijden den anderen gelegen, streckende voor van der halver Nieuvaert voorsz: aff, oostwaerts op tot de erven van Govert vander Punren toe, soo ende in dier maniere, ende forme als bij den voorsz: comparant in coop vercregen is, vande voocht kinderenende erffgenamen za: Peeter Sebastiaenssen van dato den XI Febr: 1683, ende dat met alle wegen, stegen, schouwen ende naburen rechten, met recht daer uijtgaende, wijders soo geloofft den voornoemde Comparant ’t selve te vrijen ende te waren naer den rechten vande Landen, ende alle Calangie ende voor commer aff te doen tot Nieuwjaer 1687 toe. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, ende Jan Govert Gijben Heemraden. Actum desen 6e Maij 1687.

Partijen verclaren voor recht den coop gereet ende contant goet te wesen ter somme van vijfftigh car: gulden, waer van den gemelte Comparant bekennen ten volle voldaen ende betaelt te sijn ergo gecasseert, present, dagh datum ut Supra.

Adr: Timmers                                                                                                                Johan Cnaep

1687 Schout                                                                                             Jan Goeijaertssen Ghijben

                                         Hier van uijtgegeven Copie.

Op huijden desen XXe Maij 1687 Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel, de eerbare Seijcken Peters, wed: wijlen Tonis Dircxssen Melen, ter eenre, ende Govert Janssen Hoevenaer, in Huwelijck hebbende Maijken Teunisse Melen haren swager, bijde woonende onder de jurisdictie van Schrevelduijn Cappel vooesz: ter andere sijde, de welcke verclaren te hebben gecontracteert ende geslooten dese hare contracte in manieren als hier volgende is, als te weten dat de eerste Comparante offte moeder over geeft aen haeren voorsz: swager tweede Comparant, specialijck ontrent twee ende een halff hont zeijlants gelegen ten westen van Willem van Gentsvaert, gemeen ende onbedeelt met den voorsz: tweede Comparant, waervan gelegen is Zuijden de weeskinderen van za: Adriaentgen Jan Sijmens, noorden den voorsz: tweede Comparant, streckende voor van ter halver Willem van Gents vaert, ende erve vande tweede Comparant aff, westwaerts op tot de erve van Hendrick de Roij toe. Item alnoch soo geeft de voornoemde wed: ende Comparanten aende tweede Comparant over, anderhalff banck binnen delle offte gronden, gelegen ten oosten van Willem van Gentsvaert voorsz, waer van noorden gelegen is de weeskinderen van Pr. Cornelis, Zuijden Merten Janssen Mutsert cum suis, streckende voor van ter halver Willem van Gents vaert voorsz: aff, oostwaerts op tot de Queckel sloot toe, mitsgaders alle hare meuble ende in meuble goederen,

Folio 36

soo van gout, silver, gemunt, als ongemunt, mitsgaders van alle actie, credite, in ende uijtgaende schulde egeen van dien gerefereert, omme deselve goederen bij den tweeden Comparant nu aenstonts in volle besit ende eijgendom te werden aen gevaert, onder de conditie dat den voorsz: tweede Comparant gehouden blijfft te betalen alle de schulde ende beswaernisse aen den voorsz: eerste Comparante, tot hare lasten loopende sijn, ende nogh te loopen, egeen van dien uijtgesondert, hoedanigh deselve schulden soude mogen sijn, voor welcke voorsz: overgiffte, soo verclaert den voorsz: tweede Comparant sijne voorsz: moeder Sijken Peeters, wed. voorsz: daer voor te alimenteren ende te onderhouden in cost, dranck, Redingh ende cleedinge, linden cousen, schoon, vuer ende light, wasschen ende vringen, soowel in sieckte als gesontheden, haer eerste Comparante leven langh geduerende, egeen tijt van perijckel uijtgescheijde, alle ’t gene voorsz: is, verclaren de voorsz: Comparanten te wesen hare contragte belovende ’t selve van tijt tot tijt te sullen werden naergecomen, daer vooren verbindende de vooesz: Comparanten haere persoonen ende goederen, alle den selve onderworpende alle Heere Hooven, wetten, rechten ende redhteren, ende specialijck de indicature vande Hove ende Hooge vierschaer van Zuijt Hollandt. Aldus gedaen ende gepasseert ter presentie ende voerstaen van Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep ende Jan Goijert Gijben Heemraden.

Adr: Timmers                                                                                                       Mijn present

1687 Schout                                                                                                  Anth: Glavimans, Secr.

                                                                                                                                     1687

                                                                                                                                      Johan Cnaep  

                                                                                                                 Jan Goeijaertssen Ghijben    

Hier van den brieff uijt gemaeckt op een zegel van I gulden IIII stuijvers.                

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier onder genomineert Janneken Peeters van Clootwijck, wed. wijlen Jan Bleesen, woonende op de Hoogevaert, ende heeft verwilcort ende geloofft soo als recht is aen ende ten behoeff van Govert Janssen Hoevenaer, ter somme van een hondert tien car: gulden, den gulde ad: vertigh Grooten Vlaems gereeckent, spruijtende dese voorsz: somme van ten dancke gelende gelde ende aen getelde penninge, als den voorsz: Govert Jansse Hoevenaer, in haren noodt onder gedaen heefft Renmichierende tot dien eijnde vande beneffitie denon numerato pecunia dictereude van onaen getelde gelde, welcke voorsz: hooste somme geloog de voorsz: Janneken Peeters van Clootwijck, wed: voorsz: wederomme te restitueren van huijden datum onder geschreven over een jaer, dar wesen sal den negende Junij 1688, met den intrest vandien tegens vijff car: gulden vant hondert int jaer, offte den toonder deses, ende oft geviele dat de voorsz: wed: met gelieffte vande toonder, de hooff somme langer onder hielde gelovende daer van intrest te betalen, tot de volle ende effectuele betalinge toe, …… van te betalen des bijde crediteur vermaeckt werdende, voor welcke voorsz: hoofft somme met de verloopen intrest stelt de vooesz: Janneken Peeters van Clootwijck wed: voorsz: ten onder pandt specialijck seecker huijsinge met drie hont zaijlants daer aen gelegen, gestaen ende gelegen op den Hoogevaert, waer van Zuijden gelegen is Lambert Cornelissen, noorden Handrick Back, streckende uijt den oosten vande erve van Govert Janssen Cleijtenaer aff westwaerts op tot de erve van Hendrick Back ende Anronij van Campen toe. Item met alnogh drij ende een halff hondt zaijlants, gelegen ten westen van Kreuwers Hoeve, alsoo genoempt, waer van gelegen is zuijden Wouter van Tilborgh, noorden Bastiaen Peters westwaerts op tot de Peijs toe, ende

Folio 37r

ende voorts generalijck alle hare verdre roerende ende onroerende goederen, hebbende ende vercrijgende egeen gereserveert, waer gelegen offte bevonden soude worden soo in Hollandt als Brabant, deselve subjecterende alle Heeren Hoven, bancken, wetten, rechteren ende rechten, ende voornamelijck de indicatire vande Hove ende Hooge Vierschaer van Zuijt Hollandt et: Aldus gedaen ende gepasseert ter presentie ende overstaen van Adriaen Timmers Schout, Jan Goijert Gijben ende Merten Dolck Heemraden. Actum geteeckent desen negende Junij 1687.

Adr: Timmers                                                                                            Jan Goeijaertssen Ghijben

1687 Schout                                                                                             Meerten Adriaenss Dolck

In kantlijn van bovenstaande akte staat op folio 36.

Compareerde Govert Jansen Hoevenaer, den welcke bekende van desen neffens staende willeceur met de verloopen intrest voldaen te sijn door handen vanden debiteur, datum den 13e Junij 1694.

                                                                       Dit ist X hantmerck van Govert Jansen Hoevenaeren.

Hier van den brieff uijt genaeckt op een zegel van I gl IIIIst.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel, Willemken Corsten de Loos, wed: ende universele erffgename van Merten Janssen Wagemaker haren man za: woonende alhier, ende bekenden boven seeckere obligatie in capitael een hondert ende vijfftigh car: gulden, in dato den tienden November 1663 bij Merten Janssen Wagemaker ten behoeven van Peeterken Joosten de Hoogh gepasseert, waer in tot borge is geconsitueert Corstiaen Adriaenssen de Loos, onder behoorelijcke tenunchiatie loopende intrest tegens ses ten hondert int jaer alhier gebleecken, wel ende deughdelijck schuldigh te wesen aen Gijsbert Oostvogel als getrout hebbende Peeterke de Hoogh, de somme van twintigh gulden beloopende nu samen in capitael de somme van een hondert seventigh gulden, te restitueren tallentijde des door den crediteur versocht, metten intrest van dien tegens vijff ten hondert int jaer, te reeckenen van nu aff totte volle effectuele quitinge ende afflossinge toe, voor welcke obligatie in cappitael een hondert vijfftigh ca: dulde als mede nu aengetelde twintigh gulde, beloopende samen de voorsz: somme van een hondert seventigh gulde, ende sij comparante ten behoeve van Gijsbert Oostvogel voorsz:, specialijck is verbinderde ende effecterende seeckre huijsinge ende ackerlandt daer aen gelegen, gestaen ende gelegen ten Zuijden vande Nieustraet, waer van gelegen is oost Peter van Maessluijs, west seecker stege genaempt Corst de Loos Stege, streckende voor van ter halver Nieustraet voorsz: aff, Zuijtwaerts op tot de
Loonse erve toe, mitsgaders alnoch ontrent twee hont zaijlants, gelegen ten noorden vande Nieustraet, belent oost Maijken Francken, west de kinderen van za: Corstiaen Peeters, streckende voor van ter halver Nieustraet voorsz: aff, noortwaerts op tot de erven van Gemen Francen za: toe, ende voorts generalijck alle hare verdre roerende ende onroerende goederen, egeen van dien uijtgesondert, waer die gelegen soude mogen sijn soo in Beabant als Hollandt, deselve subjecterende, alle bancken wetten rechten ende rechteren, ende voornaementlijck de indicature vanden Hoove ende Hooge Vierschaer van Zuijt Hollant. Aldus gedaen ende gepasseert ten oversraen van Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, ende Mighiel Janssen Backer Heemraden. Actum desen negende Junij 1687.

Adr: Timmers                                                                                                                Johan Cnaep

1687 Schout                                                                                                   Michiel Jansen Backer

Joost Lamderts de Hoogh als last hebbende van Gijsbert Oostvogel, bekent vanden inhouden deses voldaen en betaelt te sijn doorde debiteuren deses, compareert inde cassatie deses ten registeren desen 14 Januarij 1695.

Los briefje liggende bij folio 36 en 37r, dit briefje behoort bij bovenstaande akte.

Gijsbert Jansen Ostvoogel gheeft Joost Lammers de Hooge van prockeratie om te kasseren desen willeceur, want ick en cost niet meij caveren.

                                                                                                                   Gijsbert Jansen Ostvogel

Folio 37v

Op huijden den 10 Junij 1687 Compareerde voor ons Schout ende Heemraden des Ambachtsheerlijckheijt van Schrevelduijn Cappel hieronder genomineert den eersamen Peeter Jansen vander Mijden, ende Arien Janssen Naijen, bijde woonende tot Op Andel, Lande van Althena, den welcken bekende ende verclaerden op waterrecht wel ende deugdelijck schuldigh te wesen aen Hendrick Peeterssen Timmers onsen nabuer, ter somme van drij hondert vijfftien gulders, spruijtende dese voorsz: somme over coop van een damschuijt, seijl, cabels, anckers, touwen, ende verders ’t gene daer aen dependeert, ende op huijden bijden voorsz: coopers, gecocht ende ten darcke ontfangen, ende bijde voornoemde Hendrick Prs Timmers geboert, welcke voorsz: hooft somme van drij hondert vijfftien cae gulden gelovende de voornoemde Comparanten te betalen in twee termijnen offte jaer paeijen, te weten nu gereet ende contant twee hondert car gulden, ende de resterende hondert vijfftien ca: guldes te bamis eerdt comende anno 1687, tot de volle voldoeninge ende betalinge incluijs, sonder intrest aen handen vande voorsz: crediteur offte met der selver consendt aenden wettige toonder deses, voor welcke capitale somme stellen de voornoemde Comparanten ten onder pandt, niet alleen specialijck de voorsz: vercochte damschuijt soo die alddan sal worden bevonden, omme de selve schuijt op alle wateren ende rivieren, havenen ende stromen vermogen te arresteren in egeene procraties offte andere hooge plaetssen, gereserveert et insgelijcx. Onder het gebiet vande Connick van Spaengen als Neder- landen, als Hollandt Zeelandt offte elders, vooren ’t gene voorsz: is soo verclarende voorsz: Comparanten daer en boven te stellen voor al, als principale ende eijge schuldenaer onder de Rennuchiatie vande beneffitien in rechten betoonde, verclaerende de voorsz: coopers ende debiteuren vande effecte vandien, daer van ten volle te sijn onderticht, ende dat alleen onder verbant als naer rechten. Alsdus gedaen ende gepasseert ten presentie rnde voerstaen van Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep ende Michiel Janssen Backer Heemraden. Actum desen 10e Junij 1687.

Adr: Timmers                                                                                               Michiel Jansen Backers

1687 Schout                                                                                                                   Johan Cnaep

Op heden datum vooesz: soo bekennen Hendrick Prs. Timmers van dese bovenstaende twee hondert car., wesende den eersten termijn, door handen vanden voornoemde copers ten volle voldaen ende betaelt te sijn.

                                                                                                             Hendrick Peetersen Timmers

Folio 38r

Hier van gegeven Copie.

Op huijden desen 28e Jinij 1687 soo Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier onder gwnomineert, Wouter Janssen Duijser woonende alhier ten eenre, ende Ocker Woutwessen Duijser sijne soon ten andere sijde, dewelcke verclaren te hebben gecontracteert geslooten ende geaccordeert dese hate contracte in manieren als hier naer volgende is, als te weten dat den voorsz: eerste comparant, vader vande tweede comparant, voor geeft aen Ocker Wouterssen Duijser, sijne soone specialijck een huijsinge ende erven daer aen gelegen, gestaen ende gelegen ten westen vande Nieuvaert, waer van gelegen is Zuijden Aelbert van Cleeff, noorden Joachem Temijs, streckende voor van ter halver Nieuvaert voorsz: aff, westwaerts op tot de erve van Swger Claessen de Greeff toe. Item alnoch ontrent anderhalff hont zaijlant, gelegen ten oosten vande Nieuvaert waer van oost belent is Wouter Arienssen van Tilborgh, west de Ackers vande Nieuvaert, streckende voor uijt den noorden vande driesse vande Graeff van Bockhoven aff, Zuijtwaerts op tot de erve van Pr. De Roij toe, met alnogh een gerechte vierde paert van een buijtendijcxsse delle, gelegen op Stapeleijndt, gemeen ende onverdeelt mer de erffgenamen Za: Aert Gerit Francen, cum suis, waer van int geheel gelegen is oost de wed: Arien Corsten, west de wed: Peeter vander Punten, streckende uijt den Zuijde vande Suijdensse teen vande dijck aff, noortwaerts op tot den Ambachte van Cleijn Wasbeeck toe, den selve dijck daer inne begrepen. Irem alnoch soo geefft den vooesz: eerste comparant over het gerechte vierde paert van negen geerden Hoijlants, gelegen in Cleijn Waspijcq, gemeen ende onverdeelt met de voorsz: erffgenamen van Aert Gerit Francen, waer vant geheel naest gelegen is, oost Joost Verhoeven, west Cornelis Hendricx cum suis, streckende voor vander Ambacht van Cappel aff, noortwaerts op tot de Scheij sloot toe. Item alnoch soo geeft hij eerste comparant over aende tweede comparant sijne soone, seecker obligatie staende tot laste van Peeter Adriaenssen de Roij, inhoudende capl. Vier hondert vijfftigh ca gulden. Item soo geeft den voornoemde eerste comparant anden tweede comparant alnogh over een gerechte helffr van een damschuijt met sijne toe behoorten, gemeen mer den voorsz: tweede comparant, mitsgaders alle de meuble ende inmeuble goederen, soo ende gelijck den eerste comparant tegenwoordigh besittende is, welcke voorsz: goederen bij den tweede comparant aenstonts in volle besit ende eijgendom sal werden aengevaert, waer tegens soo verclaert en belooft den tweede comparant, sijne vootnoemde vader ende moeder respectievelijk, mirsgaders Peeterken Hendricx Timmers, den eerste comparante dochter kint, te onderhouden in cost deanck in cleedinge ende Reedinge, soo van linden wolle cousen schoen wasschen vringen vuer ende light, soo wel in sieckte als gesontheden, ende dat geduerende haer leven lanck, egeenen tijt van perrijckel uijtgescheijden, allentgene voorsz: is verclaren de voorsz: compatanten over ende weder te weesen Hare contracte, gelovende deselven van tijt tot tijt te sullen werden naer gecomen, daer vooren

Folio 38v

verbindende de voorsz: Comparanten Hare persoonen ende goederen, de selve onderwerpende alle Heeren Hoven bancken, wetten rechters ende Rechteren, ende specialijck de indicature vande Hove ende Hoge vierschaer van Zuijt Hollandt. Aldus gedaen gesloten ende gecontracteert ter presentie ende overstaen van Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep ende Mighiel Janssen Backer Heemraden. Actum dagh datum als boven.

Adr: Timmers                                                                                                                Johan Cnaep

1687 Schout                                                                                                   Migiel Jansen Backer

                                                                                                                                        Mijn present

                                                                                                                       Anth: Glavimans, Scrs:

                                                                                                                                       1687

                                                     Acte van borghtochte.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden der Ambacht heerlijckheijt van Schrevelduijn Cappel, hieronder genomineert, Adriaen Arienssen Timmers, ende Antonij Swarten, de welcke verclaren haer te stelle als borgen, een voor al als principale ende eijgen schuldenaren, voor Cornelis Antonisen Swart Hare soone, ende schoonsoone, onder de reannchiatie vande benefue ordines divisionis et executionis verclaren de voornoemde Borgen vande effecte vandien wel te verstaen ende daer van volcomentlijck tesijn onder recht ten behoeve van Dirck Adriaenssen Timmers, voor een somme van twee Hondert car: gulden, hercomende dese voorschreven somme van rwee Hondert gulden over coop van een damschuijt, want ende zeijlagie, ende verders ’t gene daer aen dependeert bij den voornoemde Cornelis Antonissen Swart, vande gemelte Dirck Arienssen Timmers gecocht, ende bij Cornelis Antonisen Swart ontfangen, welcke voorsr: somme sal betaelt werden te weten een Hondert ca: guldr, over twee maende naer dato deses, ende de resterende hondert ca: gulden te Maert eerst comende 1688, ende dat precies op den voorsz: verscheijn dage, sonder eenig de minste delaij uijtstel offte executie ondert verbant als naer rechten. Aldus gedaen ende gepasseert ten presentie ende voerstaen van Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, ende Mighiel Janssen Backer Heemraden. Actum desen vierden Julij 1687.

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

1687 Schout                                                                                                    Migiel Jansen Backer

Op heden desen Ie Seprember 1687 soo bekennen Dirck Ariensen Timmer op mindernisse van dese voorsz: borghtochte, ontfangen te hebben van Cornelis Antonisse Swart een swomme van een Hondert ca: gulden, voor coop vande voorsz: damschuijt. Actum dagh datum ut supra.

Op Heden desen Ie Junij 1688 soo bekennen Dirck Arienssen Timmers, vande Resterende hondert ca: guld:, wesende dese vooesz: acte van borghtochte, door Handen van Coenelis Antonisse Swart, ten volle voldaen ende betaelr te sijn ergo gecasseert, ende geroijeert.

                                                                                                                       Dierck Aersen Timmer

Folio 39r

Hier van den brieff uijtgemaeckt op een zegel van I gld IIII st.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier onder genomineert Jan Peeterssen Timmers, ende heeft overgegeven met eender vrijer giffte soo als recht is aen ende ten behoeffven van Merten Janssen Mutsert ende Corstiaen Janssen Mutsert, gebroeders, specialijck op ontrendt drij ende een halff hont zeijlants, gelegen ten Oosten vande Nieuvaert, waer van Zuijden gelegen id seecker stedecke, noorden Jan de Roij, streckende uijt dem westen vanden dwars path aff, oostwaerts op tot de erve van Cornelis van Tilborgh toe off erven van Basriaen Pr: Corsten erffgenamen, ende dat alsoo groot ende cleijn ald ’t selve aldaer inden Hoeffslagh gelegen is, ende dat met alle wegen steegen schouwen ende nabueren rechten met recht daer uijtgaende, wijders geloofft den voornoemde comparant, ’t selve te veijen ende te waren naer den techten vande Landen ende alle Callangie voorcommer aff te doen tot gesen dage toe, onder de conditie dat dit voorsz: lant Heefft eenen vrijen Wegh voor uijt ten noorden over de erve van Elant Antonisse van Nieuwenhuijse. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep ende Mighiel den Backer Heemraden. Actum desen 9e Julij 1687.

Partijen verclaren den coop gereedt ende contant goet te wesen ter somme van rwee hondert ca: gulden, Waervan den voornoemde Comparant bekennen ten volle voldaen ende betaelt te sijn, ergo gecasseert dagh datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                                                Johan Cnaep

1687 Schout                                                                                                   Migiel Jansen Backer

Hier van op gemaeckt op zegel van I gl IIII st.

Ten voorsz: dagen Compareerde voor ons Schout ende Heemraden voornoempt, Elant Antonissen van Nieuwenhuijsen den welcke heeft gecedeert, getransporteert, ende op gedragen aen ende ren behoeff van Jan Peeterssen Timmers sijnen swager, specialijck de gerechte helfft van eenen dries genaempr Den Geer, gelegen ten oosten vande Nieuvaert, bedeelt met den voorsz: cooper, waer van gelegen is vant geheel, noorden Peeter de Roij, Suijden Hendrick Sprangers, streckende voor van ter halver Nieuvaert vooesz: aff, Oostwaerts op tot de erve vande Ed: Heere van Loon toe, ende dat alsoo groot ende cleijn als deselve aldaer gelegen is, met alle wegen, stegen, schouwen ende naburen rechten, met recht daer uijtgaende, wijders geloofft den voornoemde Comparant ’t selve te vrijen ende te waren naer den rechten vande landen, ende alle Calangie ende voor commer affte doen tot desen dagen toe. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, Mighiel Janssen Backer Heemraden.

Partije verclaren voor recht den coop gereet ende contant goet te wesen ter somme van vijff en seventigh ca: gulden, waer van den voornoemde Comparant, bekennen ten volle voldaen ende beraelt te sijn, ergo gecasseert, present dagh datum ut Supra.

Adr: Timmers                                                                                                                Johan Cnaep

1687 Schout                                                                                                   Migiel Jansen Backer

Folio 39v

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel, hier onder genomineert den eersamen Sr. Otto van Reijswijck, in huwelijck hebbende Aeltie Hendricx den Grooten, borger ende Herbergier der Stadt van Heusden, den welcke verclaert te consenteren ende te approberen, in soodanige vercoopinge, van een binnen dijcxsse delle, met die laste van dien, ende andere goederen als de Wed: van za: Hendrick Mighielsen den Grooten, der selver Schoonmoeder heeft vercoght, offende nogh te vercoopen, als mede te approberen de overdraghte vande voorsz: vercoopinge, die in corsten staen tedoen, onder de conditie dat de voorsz: Wed: gehouden sal blijven te voldoen de schulde tot lasten des boedels, staende voor soo veel deselve coop penningen sullen strecken, ende dat onder geloffte van ratificatie ende verbant, als naer rechten gedaen ende gepasseert, ter presentie ende overstaen van Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep ende Mighiel Janssen Backer Heemraden. Actum desen XIIIIe Julij 1687.

Adr: Timmers                                                                                                                Johan Cnaep

1687 Schout                                                                                                 Micgiel Jansen Backers

Hier van den brieff uijtgemackt op behoorlijcken zegel I gl IIII st.

                                                           Transport

De wed: ende Erffgenamen van za: Hendrick den Grooten vercoopers.

De wed: Johan Sprangers, ende Cornelis Sprangers, ider voor de helfft coopers.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier genomineert Lijsken Ariens Verster, wed. wijlen Hendrick Migielssen den Grooten, mitsgaders Joachim Hendricx den Grooten met nogh Otto van Reijswijck, Borger tot Heusden, als in Huwelijck hebbende Aeltie Hendricx den Groote, den welcke inde voorsz: coop ende Transporte gefacteert ende accepteert in gevolge de bovenstaende acte voor Schout ende Heemraden alhier gepasseert in dato den 9e Julij 1687, ende hebben in haren voornoemde qualiteijt overgegeven met eender vrijer gifte, soo als recht is aen ende tot behoeff van Adriana Merkus, weduwe Jan Sprangers, woonende inde Vrijhoeven, ende Cornelis Sprangers hare Soone, ider voor de helfft, specialijck een binnendijcxsse delle, met den omloop daer aen gelegen, gelegen aende oost sijde vande Nieuvaert, waer Zuijden naest geeerft is Wouter Joosten Verhagen, noorden Adriaen Arienssen Timmers, Streckende voor van der halver Nieuvaert voorsz: aff, oostwaerts op tot de erve van Jan Jacobssen Paens toe, ende dat alsoo groot ende cleijn deselve aldaer gelegen is, ende dat met alle wegen stegen schouwen ende nabueren rechten met recht daer uijt gaende, wijders beloven de voornoemde Comparanten, in hare voornoemde qualiteijt ’t selve te vrijen ende te waren naer den rechten vande landen, ende alle voorcommer ende Calangie aff te doen tot Nieuwejaer 1688 toe. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, ende Jan Goijertssen Gijben Heemraden. Actum desen 23e Julij 1687.

Partijen verclaren voor recht den coop gereet ende contant goet te wesen ter somme van drij hondert ca: gulde, waer van de voornoemde Comparanten in hare voorsz: qualiteijt bekennen ten volle voldaen ende betaelt te sijn ergo gecasseert, present dagh datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                              Jan Goijertssen Ghijben

       1687                                                                                                                         Johan Cnaep

Folio 40r

                                                          Copie et Copie

Wij Wihelmus Swaens Medicine dr. voor dartien gerden Ego de Wit voor, mitsgaders Roelant Rutten ende Barent van Vas, als meesters ende vant oude manhuijs binnen G: denbergh cum suis voor negen gerden lants, gelegen onder Cleijn Waspijck tesamen ter eenre, ende Jan Willemsse Bauck als eijgenaer van veertien geerden lants, mede aldaer gelegen ter andere sijde, bekennen met den anderen overrcomen ende veraccordeert te sijn, nopende het gebruick vande steegh, den voornoemde Wilhelmus Swaens, met sijn mede consoorten toe behoorende in manieren als volght, te weten dat Jan Willemssen Bauck van nu aen ende in toecomende, voor altijt eeuwighlijck ende erffelijck met sijne voorsz: veertien geerden lants sal …gen wegen ende stegen, over de voorsz: steegh, met alsulcken recht als de eijgenaers van dien doen, ende dat hij voor dese vergunninge tot sijne lasten neempt te maken, ende leggen een nieuwe houte brugge reijnde de steegh, over de Oude straet sloot, met een bequaem hecken en sluijt boom, oock moens dien de voorsz: steegh te slooten ende op hoogen indier voegen als het selve op den 3e Junij lestleden besteedt is, welcke brugge ende steegh in toecomende onder partijen geerts gewijsen sal worden onderhouden, gelijck oock alleen de voor deesen comende vande selve steegh onder ons geerts gewijse sal werden getroocken, des soo sullen alle nootsaeckelijcke reparatien aen brugge, steegh, ende hecken, gedaen mogen worden op de eerste ordre van een vande ingelanden, offte Contractanten vooren genoempt offte des selffte recht vercrijgende, mits den anderen gevende tijdelijcke kennisse offte ten naasten het meer gedeelten vandien, Geloovende die gecontracteerde te sullen achtervolgen ende naer comen, verbindende hier onder onse persoonen ende goederen, stellrnde die ren bedwank ende executie van allen Sheeren Hoven Wetten rechten ende rechteren, ende sijn hier van gemaeckt twee eensluijdende actens die bij ons sijn geteeckent op den 26e Julij 1687, ende waren geteeckent Guil. Swaens, Ego de Wits, R. Rutters, B. van Ves, Jan Willemsse Bauck. Bij mijn G. Zeijlmans voor den Armen tot Waspijck.

Dat dese met de copie is accorderende verclaert den ondergesz: Secretaris tot Cappel, actum dese 28e Julij 1687.

                                                                                                                    Anth: Clavimanss. Secr.

                                                                                                                                     1687

Hier van den briefe gekeert.

Gifte Govert vander Punten ende de wed: Govert van der Hoeven, vercoopers.

Cooper Adriaen Putman.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel, Govert vander Punten Stadhouder van Nederveen, ende Catharina van Gils wed. wijlen Govert vander Hoeven, in sijn leven Secretaris vande Zuijdewijn, geassisteert met Hendrick vander Hoeven, haren soone, ende hebben overgegeven met eender vrijer gifte soo als techt is, aen ende tot behoeff van Adriaen Putman, woonende onder Cappel, specialijck ontrent negen hont Zaijlandt als Heijvelden, gelegen binnen Cappel, ten Zuijden rnde ten Noorden vande Santschell, waervan noorden gelegen sijn de kinderen ende erffgenamen Cornelis Jogchemssen Rijcken, Zuijden den voorsz: cooper, Oost den Grooten Geer, ende soo westwaerts op ter halver Nieuvaert toe, ende dat met alle wegen sregen schouwen ende nabueren rechten met recht daeruijt gaende, wijders geloovende de voornoemde Comparanten, ’t selve te vrijen ende te waren naer den techten vander Landen, ende alle Calangie ende voorcommer aff te doen tot desen dage toe. Coram Adriaen Rimmers Schout, Johan Knaep, ende Corstiaen de Zeeu Heemraden. Actum desen Xe December 1687.

Partijen verclaren voor recht den coop gereet ende contant gelt te wesen ter somme van een hondert ca: gulden, van welcke cooppenningen……………. is gepasseert.

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

1687 Schout                                                                                                        Corstiaen de Seeu

Folio 40v

Custinghbrieff op de voorgaende transporte.

Ten voorsz: dagen soo Compareerden voor ons Schout ende Heemraden voornoempt, den persoon van Adriaen Putman woonende onder Cappel voorsz:, de welcke verclaert gecocht te hebben van Govert vander Punten, Stadthouder van Nederveen Cappel, ende Catterina van Gils wed. wijlen Govert vander Hoeven, in sijn leven Secretaris vande Zuijdewijn, seeckre ontrent negen hont Zaijlant als Heijvelden, gelegen ten Suijden ende ten noorden vande Sant Schelle, met de bepalinge ende limitatie alles breeder, bij de voorgaende opdrachte vermelt gepasseert van werhouders van Schrevelduijn Cappel voornoempt, in dato den Xe December 1687, hiervoor geregistreert, den welcke bekennen uijt krachten der voorsz: coop wel ende deughdelijck schuldigh te wesen, aen ende ten behoefven vande voorsz: vercoopers, ter somme van Hondert ca. gld., den gulden ad: veertigh Grooten Vlaems gereckent, te betalen aen handen vande voornoemde crediteurs van huijden datum ondergesr: over een jaer, dat wesen sal den Xe Xber 1688 met den intrest van dien, tegens vier ca. gulden percente, ende dat naer coop ende lapts des tijts, doch niet te min te betalen, des bij de voorsz: crediteurs vermaent werdende tot naercominge vant geen voorsz: is verclaert den voornoemde comparant debiteurse desen te stellen ten onderpant, Specialijck het voorsz: getransporteerde goet, gelegen als inde gemelte opdrachte vermelt. Ende voorts generalijck alle sijne verdre goederen, soo wel in Hollant als Brabant gelegen, stelle ’t selven ten bedwanck ende executie voor alle Heeren Hooven Wetten bancken rechten ende Rechteren, ende specialijck de indicature vande Hove ende Hooge Vierschaer van Zuijt Hollant. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep ende Corstiaen de Zeeuw Heemraden.

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

       1687                                                                                                               Corstiaen de Seeu

Opden 13e Junij 1701 soo bekende Govert vander Punten ende Carharina van Gils opden intrest van dese bovenstaende Custingh brieff ontfangen te hebben negentien gl. ses stuijvers.

Bekenne van het derdepart van vooren staende kustinghbrieff met het derdepart van den intrest voldaen te sijn uithanden van Arij van Dam. Actum Kappel den 16 April 1743.

                                                                                                                                            D.G. Crol

Bekenne mijn part in de resteerende twee derde part in den voorenstaende kustingh brieff vande Debiteuren ………………….. daer van voldaen te sijn. Capel den 17 Meert 1744.

                                                                                                                                                     Crol

In kantlijn staat geschreven:

Hier van ……. van Gerard van der Hoeven en Pieter van der Hoeven ……….dat dese Custing Brieff met de intreste van dien bij aenneming …. sijn voldaen van datum den 7e Maert 1743 en 18e Meij 1749, en daer bij versogt op mijn om dese te Cassere ten Register.

                                                                                                                                     B:v:d:Hoeven

Bij bovenstaande akte behoort het onderstaande losse briefje:

Ik ondergesr. Bekenne voldaen en beraelt te sijn door Arian van Dam als een derde part bij Erffenisse van sijn vrouwe vader Arian Putman, aangecomen sijnde in de stede van Putman, gelegen onder Cappel op de Santschel, daer op nog pr. ….. vande Cooppenningen onbetaelt staet, eene somme van wwn hondert Gulden, ’t welke mijn ondergesr met Dhr: Secretaris Crol op ’t gemelde goet is Competerende, ende sulx bij acconnadatie, eene somme van dartig gl. voor mijn aanpart uit een derde vande gemelte resterende Cooppenningen met de interesse daer op verlopen, versoekende aan den Secretaris, det dese ten Registere dus verre de gemelte resterende Cooppenningen nog Casseren, en het 1/3 door Arien van Dam aan Pr: Pols vercogt, dus daer van ontheffen en quiteren. Actum Oisterhout, den 7e Maert 1743.

                                                                                                                               C:van der Hoeven

Op de achterzijde van dit briefje staat:

Bekenne ik ondergesr. vande resterende twee derde parten, inde helft vande gemelte Custing Brieff van Dato den 10e December 168, voldaen en Betaelt te sijn met eene somme van Seven en dartig Gulden bij acconnadatie. Actum Oisterhout desen 18e Meij 1749, versoekende van den Secrs. Van Cappel, desen ten Register werde geroeijeert mag werden

                                                                                                                               P:van der Hoeven

Folio 41r

Hier van den brieff uijtgemaeckt op een zegel van I gl IIII st.

Giffte Grietgen Jans, wed. wijlen laest Arien Hendricxsse Back, vercoopers.

Cooper Tijs Janssen van Riel.

Compareerde voor ons Schout ende gerechten van Schrevelduijn Cappel hier onder genomineert, Grietgen Jansse wed. laest van za: Arien Handricxsse Back, geassisteert met Cornelis Janssen Vos haren soon, ende Lambert Cornelissen haren swager, ende heeft in die qualiteijt over gegeven met eender vrijer gifte soo als recht is, aen ende tot behoeff van Matthijs Janssen van Riel haren broeder, Specialijck ontrent eene halve morgen Zaijlants gelegen op den Hoogevaert, waer van gelegen is noorden den cooper, Suijde de wed. Arien Gijsberts Hoeffnagel, streckende voor van ter halver Hoogevaert voorsz: add, weestwaerts op tot de erve vande voorsz: cooper toe, ende dat met alle wegen, stegen schouwen ende nabueren rechten, met recht daer uijtgaende, voordens soo geloofft de voornoemde vercoopersse in hare qualiteijt, ’t selve te vrijen ende te waren naer den Rechten vande lande, ende alle Callangie ende voor commer, soo van cheijns ende verpondinge aff te doen tot desen dage toe. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, ende Jan Govert Gijben Heemraden. Actum desen 18e December 1687.

Paetije vervlaren voor trcht den coop gereet ende contant goer te wesen ter somme van een Hondert vijftien car: gulde, waer van de voornoemde comparanten bekennen ten volle voldaen ende betaelt te sijn, ergo gecasseert, present dagh datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                                                Johan Cnaep

1687 Schout                                                                                             Jan Goeijaertssen Ghijben

Folio 41v

Hier van den brief uijtgemaekt op een zegel van 1-4-0

Giffte, Arien Gijsberts de Graaff in Huwelijk hebbende Elisabeth Dircxssen Moets, woonende tot Breda.

Cooper Claes Cornelissen vander Saken ende Matthijs Janssen van Riel. Coopers.

Compareerde voor ons Schout ende Heemeaden van Schrevelduijn Cappel, hier onder genomineert, Adeiaen Gijsbertssen de Greeff in Huwelijck hebbende Elisabeth Dircxssen Moets woonende tot Breda, ende heefft overgegeven met eender veijer gifte soo als recht is aen ende ten behoeff van Claes Cornelissen vander Saeck, ende Matthijs Janssen van Riel, specialijck een buijtendijcxssen delle gelegen binnen Cappel, groot ontrent seven ende een halff hont, waer van oost gelegen is Govert vander Punten ende Adriaen Timmers Schout cum suis, weest de Oudevaertkens stegen, streckende voor vande Ausloor aff, noortwaerts op tot den Ambachte vande Zuijdewijn toe, ende dat met alle wegen stegen schouwen ende nabueren Rechten met recht daer uijtgaende, ende wijders soo gelooven de voornoemde Comparanten ’t selve te veijen ende te waren naer den rechten ende wetten, sacade van Zuijt Hollant, ende alle Callangie ende voor commer aff te doen tot Nieuwjaer 1688 toe, onder de casatie, dat over de voorsr: delle moet wegen ende stegen, de oostensse delle dwars over, soo alls van outs wegens de voorgaende brieven, deselve delle subject ende onderworpe sijnde, de aerden tot den dijck als anders. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, Mighiel Janssen Backers, ende Corstiaen de Zeeuw Heemraden. Actum desen 27e December 1687.

Partijen verclaren voor recht den coop gereet ende contant goet te ewsen ter somme van vijff en negentigh ca: gulden, waervan den voornoemde Comparant in sijne voorsz: qualiteijt bekenne ten volle voldaen ende betaelt te sijn, ergo gecasseert, present dach datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                                                Johan Cnaep

       1687                                                                                                     Michiel Janssen Backer

                                                                                                                      Corstiaen de Seeu

Folio 42r

Hier van den brieff uijtgemaeckt op rrn zegel van I gl IIII st.

Gifte Adriaen de Greeff in Huwelijck hebbende Elisabet Dircxsse Moets, woonende tot Breda.

Cooper, Bastjaen Janssen Boer.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden hier onder genomineert, Arien Gijsbert de Greeff in Huwelijck hebbende Elisabeth Dircxssen Moets, woonende tot Breda, ende heeft overgegeven met eender vrijer gifte soo ald recht is, aen ende tot behoeff van Bastiaen Jansen Doer, woonende tot Loon op Sant, specialijck een buijtendijcxsse dellr, gelrgen op Stapeleijnt binnen Cappel voornoempt, groot ontrent drij hont vijffen seventigh roeden, waer van gelegen is west de Molenstege alsoo van outs genaempt, oost Jan Antonissen van Pas, streckende uijt den Suijde vande dijck aff, noortwaerts op tot den Ambachte van Nederveen toe, ende dat wijders met alle wegen stegen schouwen ende nabueren rechten met recht daer uijtgaende, wijders soo geloofft den voornoemde Comparant in sijne voorsr: qualiteijt ’t selve te vrijen ende te waren naer den rechten ende wetten locael van Zuijt Hollant, ende alle Calangie ende voorcommer aff te doen tot Nieuwejaer 1688 toe, onder de conditie dat de voorsr: delle, subject blijft te maeken ontrent twee roeden dijck, ontrent de voorsr: delle gelegen, ende van ons daer toe behoorende. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, Michiel Janssen Backer, ende Corstiaen de Zeeu Heemraden, actum dagh datum ut Supra.

Partije verclaren voor recht den coop te wesen, gereet ende contant goet te wesen ter somme van een Hondert vijff ca: gulden, waervan den voornoemde Comparant bekenne ten volle voldaen ende betaelt re sijn, ergo gecasseert, actum 27e Decembris 1687, present dach datum als boven.

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

1687                                                                                                                                                Migiel Jansen Backer

                                                                                                                               Corstiaen de Seeu

Folio 42v

Hier van den brieff gepasseert.

Transport, Peeter Janssen de Leeuw vercooper.

Bastiaen de Leeuw sijne soone cooper.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel, hier onder genomineert Peeter Janssen de Leeuw, ende heeft overgegeven met eender vrijer giffte soo als recht is, awn ende tot behoeff van Bastiaen Pieterssen de Leeuw sijn soone, specialijck een Huijsinge met ontrent eenen mergen zaijlants daer aen gelegen, met houtwasch ende geboomten daer op staende, gestaen ende gelegen op de Hoogevaert, waer van Zuijden gelegen is Jan Goijert Gijben, noorden Jan Teunissen de Haen cum suis, den eenen teijnden den anderen gelegen, streckende voor van der halver Hoogevaert voorse: aff, wesrwaerts op tot de rtven van Jan Tonissen de Haen voornoempt toe, ende dat met alle wegen stegen schouwen ende nabueren rechten met recht van outs daer uijtgaende, wijders geloofft den voornoemde Comparant het voorsr: goet te veijen ende te waren naer den rechte vande landen, ende alle Calangie ende voorcommer aff te doen tot desen dage toe, onder de conditie dat den voornoemde Comparant behout in de voorsr: Huijsinge sijne vrijen wooninge, geduerende sijn leven langh. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, Jan Goijert Gijben ende Michiel Janssen Backer Heemraden. Actum desen XXe Januarij XVIc acht en tachtigh.

Partijen verclaren voor recht den coop gereet ende contant goet te wesen ter somme van twee Hondert vijff ca: gulden, waer van den voornoemde Comparant bekennen ten volle voldaen ende betaelt te sijn, ergo gecasseert, present dach datum ut Supra.

Adr: Timmers                                                                                                                Johan Cnaep

1688                                                                                                   Jan Goeijaertssen Ghijben

                                                                                                              Michiel Jansen Backers

Hier van den brief uijt gemaeckt.

Ten voorsr: dagen Compareerde voor ons Heemraden van Schrevelduijn Cappel voornoempt Sr. Adriaen Timmers Schout, als oppervoocht, ende Aert Koeckman als toesiender der minderjarige weeskinderen van wijlen Gerit Arienssen Hoeffnagel, verweckt in egte bedde za: Judick Aertssen Koeckman, ende hebben in dier qualiteijt met consent van Heemraden overgegeven met eender veije giffr soo als recht is aen ende tot behoeff van Jan Arienssen Hoeffnagel aengestelde voocht, den voorsr: kinderen specialijck een Huijsinge met ontrent eenen mergen zaijlants daer aen gelegen, gestaen ende gelegen op den Hoogevaert, waer van Zuijden gelegen is den Armen van Cappel, noorden Claes Cornelissen vander Saecken cum suis, streckende voor vander halver Hoogevaert voorsr: aff, westwaerts

Folio 43r

op tot de Reeders Heijde, alsoo genaempt van outs toe, ende dat met alle wegen, sregen, schouwe ende naburen techten met recht daer uijtgaende, wijders gelooffte de voornoemde Comparanten in Hare voorsr: qualiteijt ’t selve te vrijen ende te waren naer den rechten van Zuijt Hollant, ende alle Calangie ende voorcommer aff te doen tot desen jare 1688 toe, met de lasten van Chijns als Godts Huijs van Dordrecht jaerlijcx, op Maij dagh daer uijt eijsschende sijn. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, Jan Goijerts Gijben, ende Michiel Janssen Backer, Heemraden, dach datum ut Supra.

Partijen verclaren voor recht den coop, te wesen ter somme van vier hondert vijfftigh ca: gulde te betalen in vier egale ende gelijcke termijnen, te weten een hondert twelff gulde vier stuijvers nu gereet bij de voorsr: opdrachte, ende soo vervolgens gelijcke hondert twelff gulde van jaer tot jart, tot de volle voldoeninge incluijs, van welcke cooppenninge bekenne de voornoemde Comparanten in haren voorsr: qualiteijt van den eerste termijn ten volle voldaen ende betaelt te sijn, actum Supra.

Adr: Timmers                                                                                          Jan Gorijaertssen Ghijben

1688                                                                                                                                                             Johan Cnaep

                                                                                                                       Michiel Jansen Backer

Aert Coeckman als toesiender, bekenne vande voornoemde cooppenningen door den voogt en cooper in desen, voldaen te sijn van alle de termijnen, en bij hem op dato deses, in sijne gedane zaeck voor ontfangh verantwoort. Consereteren den halven mede Collatie deses. Actum 8e Appril 1694.

                                                                                                                         Aert Dierks Coecman

Folio 43v

Hier van den brief uijtgemaeckt op een zegel van I gl IIII st.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier onder genomineert, Willemken Corsten de Loos, wed. wijlen Merten Janssen Wagemaecker, geassisteert met Jan Mertens Wagemaker haren siin, ende heeft overgegeven met eender vrijer gifft soo als recht is aen ende tot behoeff van Cornelis Claesen vander Saeck, specialijck een Huijsinge met ontrent vier ende een halff hont zaijlants rnde geboomte daer op staende, gestaen ende gelegen ten Zuijden vande Nieustraet , waervan west gelegen is Jan Arianssen Dolck, oost de wie tot Dirck Gielen, streckende voor … ter halver Nieustraet voorsr: aff Zuijtwaerts op tot de Loonse erve toe, ende dat alsoo groot ende cleijn als ’t selve aldaer inden Hoeffslagh gelegen is, ende dat met alle wegen, stege, schouwe ende nabueren rechten, met techt daer uijtgaende, wijders soo geloofft de voornoemde Comparante in hate voorsr: qualiteijt ’t selve te veijen ende te waren naer den rechten vande landen, ende alle Calangie ende voorcommer aff te doen tot Nieuwejaer 1688 toe. Coram Adriaen Timmers Schourt, Johan Knaep, Jan Goijertsen Gijben ende Corstiaen Zeeu Heemraden. Actum desen 21e Januarij 1688.

Partijen verclaren voor recht den coop gereet ende conrant goet te wesen ter somme van drij Hondert vijfftigh ca: gulde, ontfangen bijden voornoemde Comparante, van de voorsr: cooper in vordernisse deser coop, ter somme van drij Hondert ca: gulde, dagh datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                                                Johan Cnaep

       1688                                                                                                     Jan Goijertssen Ghijben

                                                                                                                              Corstijaen de Seeu

Erffdeelinge voor Recht aengebracht bij Meester Adriaen Adriaenssen de Roij, weduwnaer za: Adriaentgen Cornelisen Reijcken voor de eene helfft, Jacob Bervoets in qualiteijt als voocht ende Aert Reijcken in qualiteijt als toesiender der minderjarige, soo van wijlen de voornoemde Adriaentgen Reijcken, verweckt bij za: Peeter Huijbertssen Bervoets, voor de wederhelft, ende dat van alle de erffgoederen soo ende gelijck de voornoemde Adriaentgen Reijcken ende Meester Adriaen de Roij, samen beseeten hebben, ende metter doot ontruijpt, ende is deelinge als hier naer volgende is.

Inden eersten soo is Mr. Adriaen Adriaensen de Roij bedeelt

Folio 44r

op een Huijsinge, groot ontrent negen Hont zaijlants, daer aen gelegen, gestaen ende gelegen ten noorden vande Nieustraat waer van gelegen is, West Jan Arienssen Snaphaen ende Cornelis Janssen van Gorcum, den eenen teijnden den anderen gelegen, oost Jenneken Joosten van Campen, weduwe za: Adriaen de Roij, streckende voor van ter halver Nieustraet voorsr: aff noortwaerts op, tot de Cruijsvaert toe.

Item alnoch soo is den voornoemde Mr: Adriaen de Roij bedeelt op eenen weijdries, gelegen inden Dullaert groot ontrent acht hont, waer van gelegen is west Marcelis Vreijsen Reckers, oost Peeter Janssen Dolck, streckende voor uijt den Zuijden vande Sestigh Roeden aff, noortwaerts op soo verre ’t selve met recht streckende is.

Item alnogh op eenen weijdries gelegen ten noorden vande Nieustraat, groot ontrent vier hont, waer van gelegen is oost de kinderen van za: Basriaen Huijberssen Boer, weest Jenneken van Campen, wed: wijlen Adriaen de Roij, streckende voor van ter halver Nieustraet voorsr: aff, noortwaerts op tot de erve van Johan Knaep cum suis toe, onder de conditie dat dit lodt tot meliolatie ende verbeeteringe aende voornoemde voochde in hate voorschreven qualiteijt ten behoeve vant voornoemde weeskint moet uijtkeeren een somme van een Hondert vijff en seventigh ca: gulde behoeven, ende daer en boven noch een somme van drij Hondert ca: gulde, ende dat voor des voornoemde weeskints vaderlijcke gerediteijt breeder volgens testament tusschen de voornoemde Adriaentgen Rijcken, ende Peeter Bervoets, haer eerste man za:, alsmede bij contracte tusschen den voornoemde Mr. De Roij ende Adriaentge Cornelis Rijcken, echteluijden op gerecht, bijde gepasseert voor Notaris Miesse.

Item daer en tegen soo sijn de voornoemde voochde in hare voorsr: qualiteijt bedeelt op twee Geerden hoij ofte weijlant, gelegen in Cleijn Waspijck, gemeen met Adriaen Kiede cum suis, waer van oost gelegen is de erffgenamen za: Jan Willemssen Buijs, west de Heer van Gils erffgenamen, streckende voor vande Oudestraat aff, noortwaerts op tot de Scheijsloot toe.

Item alnoch soo sijn de voornoemde voochde in hare voorsr: qualiteijt bedeelt op eenen acker saijlants groot drij hont, gelegen in Groot Waspick, gemeen ende onverdeelt met Ardus Sterrenbergh cum suis, waer van zuijden gelegen is de Armen van Waspick, noorden de erffgenamen van za: Cornelis Stevens Swart, streckende uijt den westen vande wal aff oostwaerts op tot de erve van Cornelis Janssen Zeeuw toe.

Folio 44v

Item alnoch soo sijn de voornoemde voochde in hare voorschr: qualiteijt bedeelt op een partije zaijlants, bogaert, ende weijdriessen daeraen gelegen, geoot ontrent drie ende een halff hont gelegen als vooren, genaempt de Brantstee, gemeen met Jenneken Cornelis Rijcken waer van Suijden gelegen is een gemeene dorps stege, noorden den Armen van Waspijck, streckende vooe van Vroukensvaert aff, westwaerts op tot de Graeffelijckheijt erve toe, ende dat van een lodt offte de wederhelfft

Item blijvende int gemeen ende onverdeelt vier parceelkens moergronden, sa gelegen binnen Schrevelduijn Cappel voornoempt als Groot Waspijck, onbedeelt leggende met de erffgenamen za: Cornelis Reijcken, alles vuijtwijsens den staet ende inventaris.

Aldus desen voorsr: vertightinge gedaen ter presentie ende overstaen van Adriaen Rimmers Schout, Johan Knaep ende Corstiaen de Zeeu Heemraden. Actum geteeckent desen XXIIIe Januarij XVIc acht en tachtentigh gereserveert, het doen vande boedel eet dat de voochde sustiseren bij de boedelhouders te sullen moeten presteren.

Adr: Timmers                                                                                                                Johan Cnaep

1687                                                                                                                                                       Corstiaen de Seeu

Compareerde voor ons Schout ende Heemraders van Schrevelduijn Cappel voornoempt, den voorsr: Meester Adriaen de Roij weduwnaer van za: Adriaentgen Cornelis Reijcke, ende verclaren voor soo danige somme van penningen als het voornoemde weeskint compiteert uijt den boedel vande voornoemde de Roij, soo van seecre uijtkoop voor de helft bij de voornoemde de Roij, vande voochde gewicht volgens contract daer van tusschen de vooghden vant voornoemde weeskint en den voorsr: Meester de Roij gepasseert van dato den 21e November 1677, als mede voor des weeskints vaderlijcke herediteijt ende ….. mede over een ……………. dat mr: de Roij aant voorsz: weeskint, volgens erffdeelinge hier vooren geregistreert ……… geexpresseert, als van alle andre pretensse egeen van dien gereseveert, daer vooren ende tot betalinge van dien, stelt den voornoemde verkoper ten onderpant, specialijck een huijsinge met ontrent negen hont zaijlants daer aen gelegen, gestaen ende gelegen ten noorden vande Nieustraet, waer van oost gelegen is des voorsr: Comparants moeder, oost Jan Ariaenssen Snaphaen cum suis, streckende voor van ter halver Nieustraat voorsr: aff, noortwaerts op ter Cruijsvaert toe, ende voorts …. . Aldus gedaen ende gepasseert ten overstaen van Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep ende Corstiaen de Zeeu Heemraden, actum dagh, datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

       1688                                                                                                               Corstiaen de Seeu

Folio 45r

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier onder genomi-neert Cornelis Aertssen vanden Hoeck, den welcke verclaren te verwilcouren ende gelove soo als recht is, aen ende tot behoeff van Wijnant van Kleeff ende Gerit Arienssen Back, bijde in qualiteijt als gewesenen Armmeesters van de prochie van Schrevelduijn vanden jare XVIc vijff ende XVIc ses en tachtentigh, ende dat tot behoeff vande voorschreve Armen ter somme van twee en seventigh car: gulden, den gulden ad veertigh Grooten Vlaams, precederende dese voorsr: somme van ten dancke geleende gelden, ende aen getelde penninge als de voorsr: Crediteurs in haere voornoemde qualiteijt aen den voorsr: Cornelis vanden Hoeck in sijnen noot met sijne wil ende danck, onder gedaen heefft, ende bij den voorsr: vanden Hoeck ontfangen, Reminchierende tot dien eijnde vande benefitie dezen mimerato pecinice dicteriade van ………. getelde gelde, welcke voorsr: hoofft somme geloofft den voornoemde debuteur wederomme te restitueren van huijden datum ondergeschreven voor een jaer, dat ersen sal den III en Februarij 1689 met den intrest van dien tegens vier gulde, tien stuijvers vant hondert, te Reeckenen van nu aff tot de volle voldoeninge in cluijs, te betalen aen handen vande voorsr: Armmeesters in hare voorsr: qualiteijt, offte wel aen diegeene die alsdan come te Regeren, ende offte geviele dat den voorst: debiteur de penninge langer quamen te onderhouden, geluvende daer van intrest te betalen naer loop ende lapts des tijts, niet te min te betalen des voornoemt werdende, van welcke voorsr: hoofft somme van intrest stelt den voornoemde Comparant ten onderpant, specialijck een huijsinge met de erve daer aen gelegen, gestaen ende gelegen ten oosten vande Nieuvaert, waer van oost gelegen is Antonij Rombouts, weest Wouter Peeters Verheijden, streckende voor uijt den noorden vande Herstraet aff, Zuijtwaerts op tot de erve vande wed: Aert Mighielssen toe, ende voorts generalijck sijne verdre Roerende ende onroerende goederen egeen van dien gerefereert, waer die gelegen soude mogen sijn etc:. Aldus gedaen ende gepasseert ter presentie ende overstaen van Adriaen Timmers Schout, Michiel Janssen Backer ende Jan Knaep Heemrade. Actum desen III en Februarij 1688.

Adr: Timmers                                                                                                 Michiel Jansen Backer

1687                                                                                                                                                                   Johan Cnaep

Op heden den 13e September 1726 bekende Wijnant van Cleeff en Aert Cuijsten, regerende Armmeesters 1725 en 1726, vanden inhout deses met de verlopene Intreste, bij moderatie en consent van Schout en Schepenen, met de somme van sestig gl voldaen te wesen, en dus dese willeceur gecasseert.

                                                                                                                                     W. van Cleeff

Folio 45v

Hier van den brieff op behoorlijke zegel uijt gemaeckt.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier onder genomineert Maria Peeters, wed: za: Alicxander vander Lidt, in sijn leven predicant van ter Heijden, ende heeft overgegeven met eender vrijer giffte soo als recht is, aen ende ten behoeff van Chatarina van Gils, weduwe wijlen Govert vander Hoeven, in sijn leven Secretaris vande Zuijdewijn, specialijck een gerechte derdepaert van eenen dries met den omloop van dies, gelegen op de Hogevaert, gemeijn ende onverdeelt met Hendrick van Gils, ende die …………. Predicant tot de Schaerloos, waer van gelegen is zuijde Arien Cornelissen Leempoel ende Antonij van Campen den eenen t’eijde den anderen gelegen, noorden de kinderen van Hendrick de Jongh, Sectetaris van Hees ende Leent, ende den Ed: Heere van de Zuijdewijn, d’eene mede t’eijnden den anderen gelegen, streckende van den halven Hoogevaert aff waerts, tot de erve van Antonij van Campen cum suis toe, soo ende gelijck de selven gecomen is van za: Peeter Tonissen Paep, ende dat met alle wegen, stegen, schouwen, ende nabueren rechten, met recht daer uijt gaende, ende wijders gelooft de noornoemde Comparante ’t selve te vrijen ende te waren naer den rechten vande lande, ende alle Calangie ende voorcommer aff te doen tot desen dagen toe. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Cnatp ende Michiel Janssen Backer Heemraden, actum desen 17e Februarij 1688.

Partije verclaren voor Recht den coop gereet ende contant gelt te wesen ter somme van een Hondert car: gulde, waer van de voornoemde Comparanten bekennen ten volle voldaen ende betaelt te sijn ergo casseert, present dach datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

       1688                                                                                                        Michiel Jansen Backer

Op huijden dese vijfde Meert 1688 hebbe ick ondergeschreven Srs: ontfangen vande vrinden ende erffgenamen za: Teunisken Dirck van Nederveen, overleden tot Waelwijck, het collerade van twee wilcoirden, ider in gerede cap. 250, die tot laste van Merten Jans Wagemaecker staende, sijn wesende samen vijff hondert ca: gulden Capitael, beloopt den 20e penningh offte Collaterale daer van ter somme van ………………………………………………………. 25-0-0

De tienden verhooginge vande selve ……………………………………………………… 2-10-0

                                                                                                                                             -----------

                                                                                                                                  Somma 27-10-0

                                                                                                                           Anth. Glavimans Srs

                                                                                                                                         1688

Folio 46r

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Cappel hier onder genomineert, Jan van Wijck als man ende voocht van Maria Peeters Schaep, woonende tot Meeuwen, Repudieert ende verlaten te hebben gelijck hij repudieert ende verlaten mits desen, alsulcke erffenisse ende versterffenisse als hem comparant inde voorsr: qualiteijt, bij doode ende overlijde van Peeter Janssen Schaep ende Teuntgen Goverts , alhier binnen Cappel voorsr: in haer leven gewoont hebbende op de Hoogevaert hebben naer gelaten, latende den voornoemde boedel ten behoeve van die geene die daer toe sustineren recht te hebben. Aldus gedaen ende gepasseert ten overstaen van Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep ende Jan Govert Gijben Heemraden, actum dese IIIe Mert 1688.

               Dit is het X merck van Jan van Wijck, verclaerde niet te connen schrijven

Adr: Timmers                                                                                                                Johan Cnaep

       1688                                                                                                   Jan Goeijaertssen Ghijben

Erffdeelinge voor recht aengebracht bij Govert Peetersen Schaep, Anneken Peeters Schaep, Leijntgen Peeters Schaep, ende Adriaentgen Peeters de Leeuw wed. wijlen Jan Peeterssen Schaep, geassisteert met Jan Peeterssen de Leeuw als voocht in desen …………., alle als kinderen ende erffgenamen van za: Peeter Jansse Schaep ende Teuntgen Goverts, ende dat van alle de erffelijcke, haeffelijcke, meuble ende inmeuble goederen, laest naer gelaten bijde voornoemde Teuntgen Goverts, wed. za: Peeter Janssen Schaep, vader ende moeder resp., ende is de deelinge als hier naervolgende is.

Inden eersten soo is Govert ende Leijntgen Peeters Schaep, ider voorde helfft bedeelt op een huijsinge scheur ende zaijlant, gestaen ende gelegen op de Hoogevaert, groot ontrent vijff hont, waer van Zuijden naest geerfft is Teunis Woutersen Clootweijck, noorde de kinderen van Hendr: de Jongh, Secrs: van Hees ende Leende, streckende voor van ter halver Hoogevaert aff westwaerts op, tot de Hoogen veertigh geerden, ende de conditie dat dit lot subject blijfft de ondergesr: looten sal wegen ende stegen voor uijt.. van vooren.

Item alnoch soo sijn de selven samen geloot op drij hont zaijlants, gelegen inden 42 geerden, waervan zuijden geerfft is Peter Janssen de Leeuw, noorden de wed: za: Bernt Scholte, streckende van de erve van Jan Govert Gijben aff, westwaerts op tot de erve van Bastiaen de Leeuw.

Folio 46v

Item soo sijn deselve bedeelt op de gerechte Suijdensse helfft van eenen halven mergen lants, gelegen als vooren, waervan suijden gelegen is Anneken Peeters Schaep, waerop de selve hem aenbedeelt is, noorden Jan de Leeuw als voocht der kinderen van Jan Peeters Schaep, streckende voor vande erve van Govert ende Leijtgen Peeters Schaep aff, weestwaers op tot de erve vande voornoemde Bastiaen de Leeu toe.

Item daer tegens soo is Jan de Leeuw, in sijne voorschreven qualiteijt als voocht der weeskinderen van za: Jan Peeters Schaep verweckt aen Adriaentgen Peeters de Leeuw bedeelt op de gerechte noordense helfft van eenen halven mergen lants, gelegen als vooren, waer van suijden gelegen is Govert Peeters Schaep cum suis, hier voor bedeelt noorden Peeter Jansse de Zeeuw, streckende als voor.

Item alnoch soo is den selven in sijne voornoemde qualiteijt bedeelt op deij hont zaijlants, gelegen als vooren, waer van suijden gelegen is den Here vande Zuijdewijn, noorden Anneken Peeters Schaep, waer op de selve hier naer bedeelt is, streckende vande erve van de kerck van Cappel aff, wesrwaerts op tot de erve vande voornoemde Bastiaen de Leeuw toe.

Item hier tegens soo is Anneken Peeters Schaep bedeelt op drij hont zaijlants, gelegen als vooren, waer van Suijde gelegen is Jan Verlau, in sijne voorsr: qualiteijt, noorden Govert ende Lijntgen Peeters Schaep, streckende uijtten oosten vande erve van Teunis ende Peeter Wouters Clootwijck aff, westwaerts op tot de erve van Bastiaen de Leeuw voornoemt toe.

Ende wat vergoet den inboedel hebben partijen condividenten ten anderen met …….. ende vrintschappe, verstaen dat Govert ende Lijntge Peeters Schaep, gesuster ende gebroeder behouden sal in vollen eijgendom den voorsr: inboedel, mits dat deselve prtsoonen voor aen Jan de Leeuw in sijn voorsr: qualiteijt sal uijtkeeren de somme van twelff gulden.

Nemende Govert ende Lijntgen Peeters Schaep tot haren last, te betalen aen Adriaen Cornelis Mutsert, woonende tot Sprangh, eenen wilcoir wesende Capitael twee hondert ca: gulde, met alle den intresten, soo gaende als staende, gehijpothequeert op de stede, vande voornoemde Teuntgen Goverts za:

Item nemen deselve alnoch tot haren last tr betalen aende kerck van Cappel, een wolcoir offte obligatie capitael en hondert ca: gulden, met alle de verloopen ende gaende intresten, met noch dartigh ca: gulden, voor de loopende schulde, tot laste vande voornoemde boedel, sijnde welcke binnen den tijt van een maent naer dato deses moet worden voldaen.

Folio 47r

Item hiertegens soo neempt Anneken Peeters Schaep tot haren last te betalen aenden Armen van Groot Waspijck een obligatie Capitael vijfftigh ca: gulden, met eene loopende aende staende intreste, met alnogh een waerde van seventigh gulde voor de van de loopende schulde, die tot leefte van de voornoemde boedel staende sijn, omme die bij haer binnen den tijt van een maent als vooren te voldoen.

Item nemt Jan de Leeu in sijne voorst: qualiteijt tot sijne laste te betalen voor de loopende schulde, die tot laste vande voornoemde boedel loopende sijn, een somme van een hondert vijfftigh ca: gulde, te betalen binnen den tijt als voren offtewel daer bij Schout ende Gerechte van Cappel …… den voorsr: sal worden geordonneert.

Ende blijvende tot dien eijnde de voorg: schulde, die alsdan sal worden bevonden tot lasten vande voornoemde boedel te staen, gelijckelijck in vieren te verdeelen.

Ende wat belanghe de Hijpotecatie ende obligatie die ider als voorsr: is, aengenomen heeft te voldoen blijvende hare verdeelde portie daer vooren verbonden ende exentabel, sonder daer voor eenige andere gedeelte inde deelinge geroert daervoor aenspraekelijck sal sijn, maer het verdere daervan te bevrijden, imdemaeren costeloos ende schadeloos te houden ondert verbant als naer rechten.

Ende sijn partijen condividenten tot dien ende des anders profijt vertijt ende vertegen naer den rechten vande lande, omme ider sijne te mogen gebruicken als andere vrij eijgen ende aloudiael goet, sonder dat d’een op des anders gedeelte eenige actie offte pretentie can refereren, maer dat ider voort ’t sijne sal onderhouden alle wegen stegen schouwen ende nabueren rechten, met recht daer uijtgaende, onder de conditie dat den op des anders uijt den voornoemde boedel heeft geprofiteert, ende oock te pretenderen heefft, met dese voorsr: deelinge sal sijn ende blijven doot ende teniet, sonder hier naer iders d’ene op des anders te pretendere maer daer van volcomentlijck te defisteren, doen ofter tusschen de voorsr: condividenten, offte hare ouders sij mondelingh ofte schrijftelijck voor dato deses waren gepasseert. Aldus gedaen ende gepasseert ter presentie ende overstaen van Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, ende Jan Govert Gijben Heemraden. Actum desen 20e Meert 1688.

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

       1689                                                                                                   Jan Goeijaertsen Ghijben

Folio 47v

Hierbij den brieff opgemaeckt op een zegel van I gl IIII st.

Wilcoir Jacobken Teunis Duijser ende Arien Corsten, woonende tot Wasbeeck.

Michiel Janssen Backer, crediteur.

Op huijden desen 5e April 1688 Compareerde voor ons Schout ende Heemraden, genomineert de eerbare Jacobken Teunis Duijser wed: wijlen Arien Corsten, woonende tot Waspijck, geassisteert met Wouter Arienssen haren soone, de welcke heeft verwilcoort ende geloefft soo als recht is, aen ende ten behoeff van Michiel Jansen Backer, Heemraet alhier ter somme van drij Hondert ca: gulde, den gulde ad veertigh Grooten Vlaems, spruijtende dese somme van ten dancke geleende gelde, ende aen getelde penninge als de voorsr: debiteurisse geassisteert als vooren, is genootdruckt op te nemen, ende bij hare comporante ten dancke ontfangen renuncheerende vande benefitie de non numerata jolenma dicte, ende van on….. getelde gelde, welcke voorsr: hoofft somme, geloofft de voornoemde debiteuresse wederomme te restitueren van huijden datum bovengeschreven over een jaer, dat wasen sal den vijffden April 1689, met den intrest van dien tegens vijff car: gulden vant hondert, te betalen aen handen vande voorsr: crediteur, offten wel aen die gene die recht indier tijt mochte comen te compiteren, des offt geviele dat de voornoemde debiteuresse daer gelieffte vande voornoemde crediteur de voorsr: hoofft somme langer quamen te onderhouden, geloovende daervan intrest te betalen naer loop ende ……… des tijts, als voorsr: staet, edoch niettemin te betalen des bijde voorsr: crediteuren vermaent werdende, onder de conditie dat de voornoemde debiteuresse deselve hooffr somme vermagh aff te leggen in twee egale ende gelijcke termijnen sonder meer, voor welcke voorsr: hoofft somme, met alle intreste staet de voornoemde Comparante ende drbiteuresse ten onderpant specialijck een buijtendijcxsse delle, gelegen binnen Cappel op Stapeleijnt, waer van weest geerfft is Adriaen Peeters Paep, oost seeckre stege, streckende voor vande dijck aff, noortwaerts op tot Cleijn Wasbeeck toe, rnde voorts generalijck alle hare verdre roerende ende onroerende goederen, soo haeff als erve, waer die gelegen offte bevonden soude mogen worden, soo wel in Brabant als Hollant, omme bij foirte van quade betalinge daer aen te verhalen. Coram Adriaen Timmers Schout, Cornelis vanden Hoeck ende Johan Knaep, Heemraden. Actum dagh datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                                                Johan Cnaep

       1788                                                                                                     Cornelis van den Houck

Compareerde ter Secretarije van ’s Grevelduin Cappel Jan Glaviman, Peeter Joosten Smits in houwelijck hebbende Jenneken vanden Hoeck, ende Cornelis vanden (Hoeck) als vader ende vooght over sijne ongertouwde kinderen, verweckt aan Huijbertjen Jacobsen Glaviman, oock interveniert voor sijnen swager Jacob Buerman in houwelijck hebbende Jacomijn vanden Hoeck, ende Jan Glaviman als vooght over het onmondigh kindt van Geerit de Focker verweckt aan Leentjen Jacobsen Glaviman, als erffgenamen van Heijster Jansen Genewit, de welcke verclaarde te geven accioman gessam vande helft van dese bovenstaende willeceur van 300 gl. aan Wouter Jansen Duijser, woonende ror Cappel. Actum geteeckent desen 22e Meij 1699.

                                                                                                                  Jan IJacopsen Glavimans

                                                                                                                           Pieter IJosten Smits

                                                                                                                     Cornelis vanden Houck

Op den 14e Februarij 1701 soo Compareerde ………… Jansen Duijser ende Aert Geritsen vander Hoeven, in houwelijck hebbende Marieken Jansen, Michiel Jansen Back, de welcke bekende van dese bovenstaende willeceur voldaen en betaalt te wesen.

                                                                                                               Aert Geertsen vanden Hoek

                                                                             Dit ist X handtmerck van Wouter Jansen Duijser

Folio 48r

Hier van den brief uijtgemaeckt op een zegel van I gl IIII st.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van ’s Grevelduijn Cappel, Wouter Peeters Verheijden schoenmaker, den welcke verclaren te cederen, trasspoeteren, ende op te deagen met eender veijer giffte, soo als recht is, aen ende ten gehoeff van Nanningh Gerirsen de Zeeuw, specialijck een huijsinge, met de erve, ende geboomte daer op staende, gestaen ende gelegen ten westen vande Niuvaert, binnen den dorpen van Cappel, waer van gelegen is oost Cornelis vanden Hoeck, weest Walborgh Goverts weduwe wijlen Peeter Handricxssen Timmer, streckende voor uijt den noorden vande Herstraet aff, Zuijtwaerts op tot tot de erve van de wed: Aert Michielssen toe, ende dat met alle wegen stegen schouwen, ende nabueren rechten, met recht daer uijtgaende, wijders soo geloofft den voornoemde Comparant, ’t selve gecochte offte vercochte huijsinge ende weve te bevrijden ende te waren naer de wetten rechten ende constuijme locale van Zuijt Hollant, ende alle Calangie ende beswaernisse aff te doen tot desen dage toe, onder de conditie dat Walbeurgh Govert weduwe voorsr: ten oosten vande voorsr: huijsinge ende soo daer achter huijsinge op hare erve te comen, sal moeten gedooge haer daer over te laten wegen ende stegen, comform de voorgaende transporte offte contracte tot dien eijnde gepasseert. Coram Adrian Timmers Schout, Cornelis vanden Hoeck, ende Migiel Jansen Backer, ende Jan Govert Gijben Heemraden. Actum desen 29e April 1688.

Partijen verclaren voor recht den coop gereet ende contant gelt te wesen ter somme van Hondert ca: gulden, ontfangen op minderinge vande voorsr: cooppenninge bij de vercooper een somme van vijfftien ca: gulden.

Adr: Timmers                                                                                           Jan Goeijaertssen Ghijben

                                                                                                                      Micgiel Jansen Backer

Op heden den 12e Augustus 1689, soo bekenne de voorsr: vercooper alnoch ontfangen te hebben uijt handen vande voornoemde de Zeeuw, in mindernisse vande voorsr: coop ter somme van een hondert vijff en tachtentigh gulde, soo datter noch suijver resteert ter somme van twee hondert ca: gulde.

Op heden desen 1e Junij 1690 soo bekennen Wouter Peeters Verheijde, vande voorsr: twee hondert gulde, wesende de resterende laetste cooppenningen, der voorsr: huijsinge, ende erve, door handen vande voornoemde cooper ten volle voldaen ende betaelt te sijn, ergo gecasseert. Actum ut supra.

                                                                                                               Wouter Peeters Verheijden

Folio 48v

Omme ’t gemeene lant.

                                                                     Copie

Verclaren wij ondergesr: Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel, ten versoecken vande erffgenamen van Andries de Bie Schoutet, tot Baertweijck overleden, getaxeert te hebben.

1. Eerstelijck de gerechte helft van eenen Geer off buijtendijccxsse delle, groot ontrent ander halff hont, beleent oost de gemeene Stege, west Bastiaen van Esch, streckende vanden dijck aff, noortwaerts op tot Nederveen toe, naer onse beste kennisse waerdigh te wesen de somme van vijff en veertigh gulde.

2. Item de gerechte helfft vande helfft is een vierde van de Huijsinge ende delle, gelegen ten oosten vande Nieuvaert, gemeen met de kinderen van Wouter Peeters Dingemans, beleent oost Geraert Verheijden, west de erffgenamen Govert Versterre, streckende vanden dijck aff noortwaerts op tot den ambachte van Nederveen toe, groot int geheel ontrent seven hont, waerdigh tr wesen de somme van een Hondert vijfftigh car: gulde.

3. Item de helfft van drie vierde hont ackerlants op de Nieuvaert, beleent Zuijde de wed: Antonis Kouwens, noorden Hendrick Arienssen Timmer, streckende vander halver Nieuvaert, oostwaerts op tot de erve van Wouter Duijser toe, waerdigh te wesen een somme van tien gulde.

4. En de helfft van een derde part in een binnen dijcxsse delle aende weste sijde vande Nieuvaert, beleent Suijden Peeter Ariens den jongen, noorden Corst de Zeeuw, streckende van de halve Nieuvaert tot de Queeckel toe, groot int geheel ontrent vier hont, getaxeert een derde paert daer van op vijff gulde.

5. Een gerechte helft van een parceel uijtgedolven putten moeren ende bruijckbare gronden, belent oost den Drossaert van Druenen, west Peeter Dolck, streckende vande Kruckvaert tot de waterganck toe, naer onse beste kennisse waerdigh te wesen in gerede gelde, de somme van sestien gulde.

Aldus getacxeert naer onse beste kennisse, desen 5en Maij 1688, ende was geteeckent, Adriaen Timmers, Johan Knaep ende Migiel Janssen Backer.

                                                                                                                             Collate es oncondat

                                                                                                                      Anth: Glavimans. Secr:

                                                                                                                                     1688

Folio 49r

                                                                    Copie

Schout ende Gerechten van Schrevelduijn Cappel gesien de requeste gepresenteert, en Antonij Glaviman Secretaris alhier, in qualiteijt als voocht vande minderjarige kinderen wijlen sijnen groeder Antonij Glaviman, mede in sijn leven Secretaris alhier, mitsgaders de orriginrlr missiven ende consent vande Heer Johan van Bergen, Schout tot Sundert, oom maternel, ende toesiender vande selve kinderen ten desen annecx, ende over gemerckt ’t versoeck bij de selve requeste gedaen, accorderen int selve en consenteren dien volgende den suppliant, soo veel vaste goederen t’sij huijs erve ende dellen in Schrevelduijn, off hoijlant in Nederveen Cappel off ………………. gelegen den selven boedel aengaende publijcq te vercoopen rnde transporteren, als tot voldoeninge der schulden noodigh sal verdeelen, mirs doende vande ontfanck rnde uijtgaven van haer … Reeckeninge bewijs ende Reliqua. Actum in Collegie desen XIII en Maij 1685, ende was geteeckenr, Adr: Timmers Schout, Johan Knaep, Michiell Janssen Backer, Meerten Arienssen Dolck, Cornelis vanden Hoeck, Corstiaen de Zeeuw, Govert Gijsberts Cleijtenaer, Jan Govert Gijben.

Dat dese met de principale accordeert, verclaert den voirn: gesr: Secretaris tot Cappel.

                                                                                                                      Anth: Glavimans Secrs.

                                                                                                                                     1688

Hier van den brieff uijt gemaeckt op een zegel van II guld. VIII st.

Giffte de voochde der minderjarige kinderen van sa: Anth: Glavimans, in sijn leven Secretaris van Cappel, indier qualiteijt vercoopers.

Adriaen Timmers, Schout alhier, cooper.

Compareerden voor ons Hemeraden van Schrevelduijn Cappel, Antonij Glavimans Secretaris alhier, in qualiteijt als voocht, ende de Heer Johan van Bergen, Schout tot Sundert ende Reijsbergen …. als toesiender over de drij onmondige voorkinderen van za: Antonij Glaviman, in sijn leven Secretaris alhier, ende Josina Heuvelcamp wed: vande voorsr: overleden Secretaris, als moeder ende voochdesse van Maria Glaviman, hare minderjarige dochter ende gaven in qualiteijt als ………., bij consent van Schout ende gerechte alhier, in dato den XIIIe Maij 1685 alhier gebleecken ende hier vooren geregistreert, wettelijck over met eender vrijer gifte soo gewoon ende recht is, aen ende ten behoeven van Adriaen Timmers Schout alhier, seeckere huijs erve ende delle, daer teijnde gelegen alhier tot Schrevelduijn Cappel ten oosten vande Nieuvaert,

Folio 49v

Belent ten oosten de erffgenamen van Govert Versterre, wesr den voornoemden Antonij Glaviman Secretaris, streckende uijr den Zuijden vanden teen vanden dijck aff, noortwaerts op tot den Ambachte van Nederveen toe, soo groot ende cleijn ’t selve alvoor gelegen is, mits dat de voorsr: getransporteerde erven sal wegen ende over stegen aende west seijde, over de erve vande voorsr: Secretaris Glaviman volgens deelinge daer van sijnde, verders met alle schouwen watergange wegen stegen ende nabueren rechten, met recht daer toe behoorende, ende belooffde sij Comparante in het voorsr: ’t selve getransporteerde huijs erve ende delle te vrijen ende waren, mitsgaders alle aentaele voor commer ende Calangie daer op is aff te doen tot desen dagen toe. Coram Johan Knaep, Mighiel Janssen Backer ende Jan Govert Gijben Heemraden. Actum desen 5e Maij 1688.

Partijen verclaerden voor recht den coop te wesen ter somme van negentien hondert vijfftigh ca: gulde, te betalen de eene helft gereet bij de gifte, ende de resterende in drij paijen, te weten den 5e Maij 1689 drij hondert vijff en twintigh gulde, den 5 Maij 1690 gelijcke drij hondert vijff en twintigh gulde, ende de resterende drij hondert vijff en twintigh gulde den 5e Maij 1691, van welcke voorsr: gereede ende contante penningen bekenne de voorsr: vercooper in hare voorst: qualiteijt door handen vande cooper ten volle voldaen ende betaelt te sijn, dagh darum ut supra. Johan Cnaep, Michiel Jansen Backers.

Verclaarde ick ondergeschreven, de bovenstaande veste ofte gifte te hebben geapprobeert ofte toegestaan, voor soo veele mijn perticuliere persoon is aengaende.

                                                                                                                                Jacob Glaviman

Bekenne ick ondergeschreven Anthonij Glaviman, Secrs. van Cappel, in qualiteijt als oom ende vooght der voorsr: kinderen za: Anthonij Glaviman, in sijn leven Secretaris in Cappel, vande voorsr: tweede termijn, wesende 325 guld, door hande van Adriaen Timmers Schout voornoemt in desen, ten volle voldaen ende betaelt te sijn, actus dese 21e Maij 1689.

                                                                                                                       Anth: Glaviman, Secrs.

Opten XIe Julij 1689 kenne ick als voocht ontfangen te hebben vande voorsr: Schout, in mindsse vande derde termijn ter somme vijfftigh gulde.

Op heden dese 22e Junij 1690 bekenne ick als voocht …………… te hebben vande voorsr: Schout een somme van twee hondert vijff en seventigh gulde, in volle voldoeninge vande derden termijn over coop vande voorsr: huijsinge ende delle, waer mede den derden termijn ten volle voldaen ende betaelt is.

                                                                                                                                  Anth: Glaviman

                                                                                                                                           1690

Compareerde ter Secretarij van Schrevelduijn Cappel de Hr: Christiaen Glaviman, Secretaris tot Druijnen, Jacobus Glaviman ende Johan Glaviman desse onderteeckent en bekenne ten volle voldaen te sijn wegens den lesten termijn van dese, neffens staende, coop van het huijs door hande van Adr: Timmers Schout als cooper, wesende de somme van twee hondert drieenveertigh gl vijftien stuijvers, ergo gecasseert op den 26e Maij 1691.

                                                                                                                                        C: Glaviman

                                                                                                                                               1691

                                                                                                                              Jacobus Glaviman

                                                                                                                                   J: Glavimansse

                                                                                                                                            1691

                                                                                                                           Mij present

                                                                                                                 Jan Goeijaertssen Ghijben

                                                                                                                              H: vander Hoeven

                                                                                                                                         1691

Ick Josina Heuvelcamp als moeder van Maria Glaviman bekenne voldaen te wesen, desen 1e Junij 1691.

                                                                                                                                 Josina Heulkamp

De wed: vande overleden Srs: als voochdesse van haer dochter Maria Glaviman, bekende haer portie vande derde termijn door handen van Antonij Glaviman, Srs: voldaen te sijn, acte ut supra.

                                                                                                                                 Josina Heulkamp

Folio 50r

Hier van den brieff uijtgemaeckt op een zegel van I gulde IIII st.

Giffte Jacob Janssen van Hamet, vercooprt.

Cooper Adriaen Arienssen Deckers.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduij Cappel hier onder genomineert Jacob Janssen van Hamet, ende heeft overgegeven met eender vrijer giffte soo als recht is, aen ende ten behoeff van Adriaen Adriaenssen Decker, specialijck de gerechte Suijdense helfft van ontrent drij ende een halff hont zaijlants, gelegen op de Hoogevaert, waer van noorden gelegen is Jan Jacobssen van Hamet, Zuijde de Nieustraet, streckende uijt den oosten van der halver Hoogevaert voornoempt aff, westwaerts op, ror de erve van Leendert Arienssen Wijnen toe, ende dat alsoo groot ende cleijn als de selve aldaer inden Hoeff slagh gelegen is, ende dat met alle wegen stege Schouwe ende nabueren rechten, met reght dart uijtgaende, wijders soo loofft den voornoemde comparant ’t selve goet te vrijen ende re waren naer den techten vande landen, ende alle Calangie, ende voorcommer aff te doen tot Nieuwejaer 1689 toe. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, Mighiel Janssen Backer ende Jan Govert Gijben Heemraden. Actum dese 5e Junij 1688.

Partijen verclaren voor recht den Coop, te wesen ter somme van twee hondert vijfftigh car.gulde, te betalen in twee egale ende gelijcke termijnen, te weten den eerste termijn van huijden datum bovengeschr: voer een jaer is 1689, ende den tweede een jaer daer aen volgende, tot de volle effectuele betalinge toe.

Adr: Timmers                                                                                                                Johan Cnaep

       1688                                                                                                       Micgiel Jansse Backers

                                                                                                                  Jan Goeijaertssen Ghijben

Op den 10e Julij 1689 soo bekenne Jacob Janssen van Hamet vercooper in desen, vande voornoemde eerste termijn, wesende ter somme van een honderet vijff en twintigh, door handen van Adriaen Adriaensen Decker voldaen te sijn.

Opden 10e Januarij 1692 soo bekende Jacob van Hamondt vercooper in dese, van den lesten paeij voldaen ende betaelt te wesen door hande van Adr: Adriaensen Decker cooper in desen, wesende ter somme van een hondert vijff en twintigh gulden, ergo gecasseert.

                                                                                                                   Jacob Janssen van Hamet

Folio 50v

Erffdeelinge voor Recht aengebeacht bij de gelijcke kinderen ende erffgenamen van za: Neeltgen Peeters, die was laest van za: Gijsbert Goverts den Jongen, ende dat van alle de erffelijcke, haeffelijcke, meuble ende im meuble goederen, mitsgaders van alle actie, crediten, in ende uijtgaende schulden, heeft bij de voornoemde Neeltgen Peeters, wed: voorsr: metter doot ontruijmpt, ende naer gelaren heeft, ende is de delinge als volght.

Inden eersten soo is Jan Stevens Huijsmans in Huwelijck hebbende Peeterken Ariens Dolck mrt een blindt, gelodt ende beerffdeelt, op het gerechte vierde paert van seven geerden min een vierendeel hoij offte weijlant, gelegen in Nederveen Cappel, gemeijn ende onverdeelt met de kinderen za: Jan Hoffmans cum suis, waervan gelegen is oost den Armen van Cappel, weest de wed: Johan Sprangers, streckende voor van Cappel aff, noortwaerts op ter halver Scheijsloot toe.

Item daer tegens soo is Merten Arienssen Dolck beerffdeelt op het gerechte vierdepaert van negen ende een halve geert hoij offte weijlant, gelegen onder Cleijn Waspijck gemeen ende onverdeelt met Hendrick Frances Smarius, waer van gelegen is oost, de erffgenamen van Verdij, west …………………………………… , streckende van Cappel aff, noortwaerts op ter halver Scheijsloot toe, mits dat dit lodt moet uijtkeeren tot melioratie ende verbeeteringe van de andere looten, een somme van een hondert dartigh car: gulde, als te weten aen Michiel Claessen van Raemsdonck, als getrouwt hebbende Elisabet Ariensen Dolck, een somme van dartigh gulde, ende aen Jan Arienssen Dolck een somme van vijf en vijfftigh ca: gulde, als mede aen Jan Stevens Huijsmans een somme van vijff en veertigh ca: gulde, ende bekennen de voornoemde Comparanten, vande voorsr: uijtkeeringe ten volle voldaen ende betaelt te sijn, ergo gecasseert. Actum dese XIe Junij 1688.

Folio 51r

Item daer tegens soo is Jan Arienssen Dolck beerffdeelt op een scheur, met het zaijlandt daer aen gelegen, gestaen ende gelegen ten westen van de Nieuvaert, groot ontrent vijfftalff hont, gelegen noorden Govert Cleijtenaer, Zuijden Dirck Wouters Smits, streckende voor van ter halver Nieuvaert voorsr: aff, westwaerts op tot de erve vande voornoemde Govert Cleijtenaer toe.

Item alnoch soo is den selven beerffdeelt op anderhalff hont zaijlants, gelegen in den Queeckel op de Nieuvaert, waer van gelegen is Corst Govert Cleijtenaer, west de weduwe Wouter van Nederveen, streckende uijt den zuijden vande erve van Corst Zeeuw cum suis toe, onder de conditie, dat dit lot sal wegen ende stegen, dwars voer den Queckel vande voornoemde Govert Cleijtenaer.

Item alnoch op drij hont zaijlants gelegen op de Nieuvaert, waer van belent is noorden de wed: Peeter Otterdijck, zuijde de wed: Steven Swart, streckende voor van ter halver Nieuvaert voorsr: aff, weestwaerts op tot de erve van Merten Dolck toe, met sijn aenpaert vande dijck dat aent voornoemde lant dependerende is.

Item alnoch is den selven bedeelt op een binnen dijcxsse delle, groot ontrent drij hont, gelegen ten westen vande Nieuvaert, noorden Dirck Wouters Smits, zuijden Govert Cleijtenaer, streckende voor van ter halver Nieuvaert voorsr: aff, westwaerts op tot den Queeckel toe.

Item alnoch op een binnen driesken gelegen ten westen van Willem van Gents vaert, belent noorden Jan Paulissen, zuijden Jacob Janssen van Hamet, streckende voor van ter halver Willem van Gents vaert aff, westwaerts op tot de erve van Sr: Merten van Campen cum suis toe.

Item alnoch op een binnendijcxsse delle, gelegen ten oosten van Willem van Gents vaert, groot ontrent twee hont, waer van gelegen is noorden Niclaes van Tilborgh, zuijden de wed: Poulus Vrijsen, streckende voor van ter halver vaert voorsr: aff, oostwaerts op tot den Queeckel toe, mits dat dit lodt moet uijtkeeren aen Jan Stevens Huijsmans nomine uxoris een somme van twee hondert dartigh ca: gulde, waer van hij bekennen ten volle voldaen ende betaelt te sijn, ergo gecasseert. Actum desen XIe Junij 1688.

Folio 51v

Item daer tegens soo is Michiel Claessen van Raemsdonck in Huwelijck hebbende Elisabeth Adriaensen Dolck, met een blindt lodt gevallen ende beerffdeelt op het gerechte vierde paert van seven ende drij vierde geert, met alnoch het gerechte vierde paert van een geert, min een twee ende dartichste paert gelegen in Nederveen Cappel, gemeen ende onverdeelt met Peeter Janssen Dolck den Ouden cum suis, waer van gelegen is oost …………………………………….. , weest ……………………………………… , streckende voor vande Armen van Cappel aff, noortwaerts op tot de bannen van Meuwen toe, met die verstaende dat het voornoemde lodt geefft sijnen vrijen wegh voor uijt, over het lant vande voornoemde Armen, ende den voornoemde Armen van voor naer Schiptsdiep, onder de conditie, dat de middelste dan tusschen den voornoemde Armen, bij hem Michiel Claesen van Raemsdoncq, nevens sijne mede geerfdens met een Sufficant hecken sal moeten werden beheijnt als voor dato deses.

Ende verclaren partijen condividenten te hebben verdeelt den imboedel, soo van haeff, gout silver gemunt als ongemunt, mitsgaders alle acte credite, in ende uijtgaende schulde, ende verclaren ider met hare gedeelde portie te sijn bevredight ende geconsenteert.

Aldus dese voorschreve vertightinge ende schijdinge gedaen ende gepasseert ter presentie ende overstaen van Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, ende Govert Cleijtenaer Heemraden. Actum desen XIen Junij 1688.

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

       1688

Folio 52r

Omme ‘t gemeene lant.

Verclaren den ondergesr: Schout ende Gerechten van Schrevelduijn Cappel ten versoecken van Govert van Alphen, doctor inde Medicijnen ende out Schepen der stadt Breda, als Administrateur vande boedel ende goederen vande Heer Johan Meijers, sonder eenige decedenten deser werelt overleden sijnde getacxeert te hebben, specialijck seeckre partije van landerijen, dreven, plantagie, schaerbossen ende moergronden, alle gelegen onder Schrevelduijn Cappel voornoempt, oostwaerts gelegen teijnde ende aende giederen van den Heer Adriaen van Alphen cum suis, tot Waspijck, van den Wel Hoogh Ed: Heere Mattijs van Asperen, Heere van Heeswijck ende Dinteren, et ontfangen ende over gevest is, streckende vande selve limiet schijdinge, tusschen Cappel ende Waspijck gelegen, oostwaerts op tot den ooste kant vande Leije, teselves leijde daer toe behoorende stuijtende Zuijtwaerts op tot de scheijdinge van Hollant ende Brabant, met …………………… gronden inden Queckel onder dese jurisdictie van Cappel voornoempt gelegen, alles breeder de transporte voot de Ed: gerechten van Cappel, gepasseert van dato den XXXe Julij 1664, soo hebben wij Schout ende Heemraden voorsr: dir naer onsen beste kennisse ende wetenschap getacxeert in gereede ende contante gelden, waert te wesen ter somme van een Hondert vijff en vijfftigh ca: gulde.

Aldus getaxeert omme daer van het recht vanden 20e penning, offte Collaterale cuccessie ten behoeve vant ’t gemeene lant wegens placcaet ende ordonnantie te werden betaelt. Actum deze 9e Julij 1688, ende was getekent Adriaen Timmers, Johan , Michiel Janss Backer, lager stont, mij present, ende was geteckent Anth: Glavimanss, Sris.

                                                                                           Accordeert dese met de geteckende acte

                                                                                                                    Anth: Glavimanss suppl.

                                                                                                                                   1689

Folio 52v

Compareerde voor ons Schout ende Heemraders der Ambacht Heerlijckhijt van Schrevelduijn Cappel, de eerbare Sijcken Denis de Haen, wed: wijlen Teunis Teunisse de Langen, geassisteert met Migiel Denis de Haen haren broeder, ter eenre, ende Huijbert Bastiaenssen, woonende tot Raemsdonck, in Huwelijck hebbende Anneken Teunis de Langen, Jan Janssen Metsert, in Huwelijck hebbende Peeterken Teunis de Langen, Leendert Teunisse de Langen, alle als kinderen ende erffgenamen van za: de voornoemde Teunis Teunisse de Langen ter andere sijden, de welcke verclaren te hebben gecontracteert, geaccordeert ende geslooten dese haer luijder contracte, in manieren als hier naer volgende is, als te weten dat de voornoemde wed: ende eerste comparante, in erffel…. sal hebben ende behouden alle erffelijcke, haeffelijcke, meuble ende in meuble goederen, soo van gout silver gemunt als ongemunt, mitsgaders alle actie credite in ende uijtgaende schulde, egeen van dien gerefereert, soo ende gelijck bij zaliger den voornoemde Teunis Teunisse de Langen haer twee comparanten vader, ende de voorsr: eerste comparanten samen beseten hebben, waer tegens de voorsr: tweede comparanten, voor hare vaderlijcke herediteijt, vande voorsr: eerste comparante sal genieten ende profiteren, een somme vijff en seventigh ca: gulde, waermede de voornoemde tweede comparanten haer houden geconsenteert, welcke voorsr: somme bij de voornoemde eerste comparante te Bamis eerst comende anno 1688 sal werden betaelt, ende blijvende de coste deser contracte halff ende halff sonder meer, allent geene voorsr: is, verclaren de voorsr: comparanten ’t selve van tijt tot tijt naer te comen, ende te achtervolgen, daer vooren verbindende hare persoonen ende goederen, ende voorts generalijck alle haere verdere, stellende de selve ten bedwanck ende executie, van alle 3 Heeren Hoven bancken Rechten ende Rechteren, ende voornamelijck de indicatuere vande Hove ende Hooge vierschaer van Zuijt Hollant, aldus gedaen ende gepasseert ter presentie ende overstaen van Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, ende Mighiel Janssen Backer Heemraden. Actum dese 7e 7ber 1688.

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

       1688                                                                                                          Migiel Jansen Backer

Opden 9e Appril 1701 soo Compareerde Anneken Teunis de Langen, huijsvrouw van Huijbert Bastiaensen, Jan Jansen Metser ende Leendert Teunisen de Langen, de welcke ’t saamen ende ieder int bijsonder bekenne, van dese bovengeschreven uijtcoop voldaen ende betaelt te wesen.

Folio 53r

Erffdeelinge voor recht aengebracht bij ende van wegen Leendert Ariaensse Wijnen, weduwnaer van za: Janneken Arienssen Bonts voor de eene helfft, Adriaen Adriaensse Wijnen als vader ende voocht van sijne vijff minderjarige weeskinderen verweckt aen za: Aechtien Jans, Maijken Arien Geemens geassisteert met Jan Govert Gijben, hare gecoren voocht in deses, Anneken Arien Geemens geassisteert als vooren, Clara van der Bruel wedewe wijlen Adriaen Arien Geemens als moeder van hare twee minderjarige kinderen verweckt bij de voornoemde Adriaen Arien Geemens, geassisteert met Schout ende Gerechte als oppervoochde van alle weesen, Adriaen Leendersse Wijnen, alle als kinderen ende erffgenamen vande voorsr: Jenneken Arienssen Bonts, samen voor dander helfft, ende dat vande erffelijcke, haeffelijcke, meuble ende in meuble goederen. Laest metter doot ontruijmpt ende naergelaten bij de voornoemde Jenneken Ariensen za: derselver moeder was, ende is de deelinge als hier naer volgende is.

Inden
eersten soo is Leendert Wijnen bedeelt op eenen acker, gelegen inde Vrijhoeven ten noorden vande Straet, waer van oost gelegen is Jan de Leeuw cum suis, west de kinderen ende erffgenamen van za: Cornelis Geritsen Hoeffnagel, streckende voor van ter halver Straet aff, noortwaerts op tot de erve vande kinderen za: Teunis Arienssen Vught toe.

Item alnoch soo is den selven bedeelt op eenen

Folio 53v

dries, gelegen op de Hoogevaert, onder de Vrijhoeven, waer van Zuijden naest gelegen is, Maaijken Gielen, noorden Arien Elen, streckende vande Vaert aff, oostwaerts op tot de erve van Antonij Timmers, Srs: van Sprangh cum suis toe.

Item alnoch op een Hooffken gelegen inde Vrijhoeve, oost Teunis Geldens, Adriaen Adriaensse Wijnen, streckende uijt den noorde vanden dijck aff, zuijtwaerts op tot de waterloop toe, ende dat met sijn serentuijt van outs daerop staende, onder de conditie dat dit lodt aende ondergeschreven looten moet uijt keeren een somme van vijfftigh car: gulde, te betalen binnen den tijt van acht eerst comende dage.

Item hier tegens soo sijn de voorsr: gesamentlijcke kinderen ende erffgenamen met een blindt lodt beerffdeelt op een huijsinge met het zaijlant, daeraen gelegen, gestaen ende gelegen ten noorde vande Nieustraet onder Cappel, waervan oost belent is Adriaen Adriaensen Geckers cum suis, noorden Jan Jacobssen van Hamet, weest de voorsr: kinderen, waerop deselve hier naer bedeelt sijn.

Item alnoch soo sijn de voornoemde kinderen bedeelt op eene acker, gelegen als vooren, waer van oost gelegen is eene padt, weest Peeter Ariensse Gijben, streckende voor van ter halver Nieuwstraet voorsr: aff, noortwaerts op tot de erve van Joost Bertrams de Bruijn toe, onder de conditie dat dit lodt sal profiteren van Leendert Ariensse Wijne, hare voorsr: vader en schoonvader respective, een somme van vijftigh car: gulde, te betalen binnen den tijt van 8 eerst comende dage.

Aldus gescheijde geaccordeert ende geerffdeelt ter presentie ende overstaen van Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, Jan Govert Gijben ende Cornelis vanden Hoeck Heemraden. Actum dese veertiende September 1688.

Adr: Timmers                                                                                                               Johan Cnaep

       1688                                                                                                   Jan Goeijaertssen Ghijben

                                                                                                                      Cornelis vanden Houck

Folio 54r

Onderlinge deelinge voor Recht aengebracht bij Adriaen Adriaensse Wijnen als vader ende voocht van sijne vijff minderjarige kinderen, verweckt bij za: Aechtien Jans, Maijken ende Anneken Arien Gemens, geassisteert met Jan Goijert Gijben Heemraet, mitsgaders Schout ende gerechte als oppervoochde der minderjarige kinderen van za: Adriaen Adriaensen Geemens, verweckt bij Clara vanden Bruel, mitsgadert ……………. Leendert Wijnen, susters ende gebroeders ende dat van alle de erffelijcke goederen metter doot ontruijmpt, ende naergelaten bij za: Janneken Ariensen Bonts, hare voorsr: moeder, ende is de voorsr: deelinge als volght.

Inden eersten soo is Adriaen Adriaensse Wijnen in sijne voorsr: qualiteijt bedeelt west, ende Arien Leendert Wijne bedeelt, oost op eene acker gelegen in de Nieustraet, geteeckent met noemer d: ende e:, groot ontrent …….. hont, waer van van het geheel gelegen is oost, eene seeckre padt, weest Peeter Arien Gijben, streckende voor van ter halver Nieustraat aff, noortwaarts op tot Joost Bertrams de Bruijn erve toe, onder de conditie dat Adriaen Adriaensse Wijnen ende Arien Leenders Wijnen voornoempt, sullen profiteren de voorsr: vijfftigh car: gulde als Leendert Ariensse Wijne, aende voorsr: kinderen volgens de generale deelinge moest uijtkeeren, te betalen binnen den tijt als vooren, en dat voor twee loote.

Item daer tegens soo sijn Maijken ende Anneke Arien Geemens geassisteert als vooren geteeckent, met noemer a: ende b: beerffdeelt op de huijsinge met twee derde parten vant zaijlant, daer aen gelegen als vooren, waer van Zuijde gelegen is de Nieustraat, noorde de kinderen za: Adriaen Adriaensse Geemens, streckende uijt den oosten vande erve van Adriaen Adriaensse Deckers, westwaerts op tot de erve van Adriaen Leenderts Wijne toe, waer op deselve hier voren bedeelt is,

Folio 54v

mits dat dese voorsr: twee looten, moet uijtkeeren aen dit ondergeschreven lodt, noemer e: een somme van vijff en veertigh cae: gulde te betalen als vooren, alsmede dat dese voorsr: twee loten nevens dit ondergesr. lodt, geteeckent, als vooren sullen betalen ider voor een derdepaert, van eene gulden chijns aen de Wel Hoogh: Ed: gebooren Heere van Cappel, jaerlijcks op Sint Emerteus dagh hieruijt heffende is, ende dat voor twee loote, offte twee derde paerte.

Item hier tegens soo is Schout ende Gerechte van Cappel in qualiteijt int hoofft vermelt, bevalle wegens de minderjarige twee kinderen van za: Adriaen Adeiaensse Geemens, verweckt bij Clara van Bruel op het resterende noordensse derde paert vant voorsr: zaijlant, nomer c:, waer van beleendt is zuijden, Ma(ij)ken ende Anneken Gemens gesusters, waer op sij hier vooren bedeelt sijn, noorden Jan Jacobssen van Hamet, streckende als vooren onder de conditie dat dit lodt moet profiteren vande voorsr: twee looten, een somme van vijff ende veertigh car: gulde, te betalen als vooren, mits dit lodt sal moeten wegen ende sregen over dese voorsr: twee looten, ende dat mede voor een lodt. Opten XIIe October soo bekenne Clara vanden Bruel vande voorsr: uijkeeringe door handen van Maijken ende Anneken Adriaenss Geemans voldaen te sijn.

Aldus dese voorsr: vertightinge ende scheijdinge gedaen ende gepasseert ter presentie ende overstaen van Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, Jan Govert Gijben, ende Cornelis vanden Houck Heemraden. Actum dese veertiende September 1688.

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

       1688                                                                                                Jan Goeijaertssen Ghijben

                                                                                                                     Cornelus vanden Houck

Folio 55r

Hiervan de brieff uijtgemaeckt.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraders van Schrevelduijn Cappel, Wouter Peeters Otterdijck, den welcke verclaren voor recht te cederen, transporteren ende op te deagen aen ende ten behoeff van Hendrick Adriaensse de Toij, specialijck alle sijne meuble ende in meuble goederen, soo van paerdens, wage, ploegh, acht, ende havere, beeste als andersints, korn, hoij ende stroij, als andere imboedel, mirsgaders van soodanige erffenis, als hem Comparant uijr den hooffde dan sijne vader ende moeder za: als gecomen ende bestorven is, ende dat in voldoeninge van seecre pretensse schulden, als den voornoemde Hendrick de Roij op den voorsr: comparant, Wouter Peeters Otterdijck, te pretenderen hadden, waer mede alles is doot ende teniet. Aldus gedaen ende gepasseert, ter pretentie ende overstaen van Adriaen Timmers Schout, Migiel Janssen Backer, ende Cornelis vanden Hoeck Heemraden. Actum desen 18e 7 ber 1688.

Schout ende Heemraden hebbende dese voorsr: erffenissen, voor soo veel hem aengaet in contant gelt getaxeert, waerdigh te wesen ter somme van vijff en veertigh gulde.

Adr: Timmers                                                                                               Cornelis vanden Houck

       1688                                                                                                          Migiel Jansen Backer

Hiervan den brieff opgemaeckt.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel, de Eerbare Clara vanden Bruell, wed: za: Adriaen Adriaenssen Gemens, ende Jan vanden Bruell, als aengestelde voocht vande weeskamer der Stadt Mechelen der minderjarige kinderen van za: de voornoemde Adriaen Adriaensen Gemans, verweckt bij de voornoemde Clara vanden Bruell, den welcken verclaren met consent van Schout ende Heemraden als opper voochden van alle weesen binnen Cappel, over te geven met eender vrijer gifte, soo als recht is aen ende tot behoeff van Bartrum Joosten de Bruijn, specialijck seeckere gerechte achtiende paert van een huijsinge en zaijlants daer aen gelegen, gestaen ende gelegen op de Hoogevaert, gemeen ende onverdeelt met Joost de Bruijn en de kinderen van za: Willem Gemens, waer van het geheel gelegen is noorden, Arien Robben Deckers Zuijden Hendrick Corsten, streckende voor van ter halver Hogevaert voorsr: aff, wesrwaerts op tot de Reeders Heijde toe, ende dat alsoo groot ende cleijn als deselve aldaer gelegen is, mitsgaders alle hare gerechtigheden, als haer comparanten van za: Geemen

Folio 55v

France, des comperante mans Grootvader aengecomen is, ende dat met alle wegen stegen schouwe ende nabueren Rechten, met Recht daer uijt gaende, weijders soo verclare de voornoemde comparanten in hare voorsr: qualiteijt, ’t selve te vrijen ende re waren naer den rechten vande landen, ende alle calangie ende vootcommer aff te doen tot desen dagen toe, Coram, Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, Jan Goijert Gijben ende Corstiaen de Zeeuw Heemraden, actum desen XIIe October 1688.

Partijen verclaren voor Recht den coop gereet ende contant gelt te wesen ter somme van elff ca: gulde, waervan de voornoemde comparanten bekennen ten volle voldaen ende betaelt te sijn, present dach datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                                                Johan Cnaep

     1688                                                                                                   Jan Goeijaertssen Ghijben

                                                                                                                              Corstiaen de Seeu

                                                                     Copie

Op huijden den 26e October 1688 compareerde voor mij Willem vander Buijs, Notaris publijck bij den Hoven van Hollandt geadmitteert, residerende binnen de Stadt Rotterdam, ende de ondergenoemde getuijgen, Gelden Paen, woonende alhier, voor hem selven ende in desen vervangende, ende hem sterck makende voor Antonij Paen, woonende tot Gouda, zijnen broeder, ende verclaerden hij comparant bij desen te constitueren ende volmachtigh te maken Govert Paen, mede sijnen broeder, woonende tot Cappel, aende Langestraet, omme uijt sijn constituants name als nevens sijne voornoemde broeder, Antonij Paen voor een sevenste paert erffgename ab intestute van wijlen Lijsbet Goverts Smits, in haer leven wed: van wijlen Gijsbert Antonissen Paen, haer luijder moeder gewoont hebbende tot Cappel, aende Langestraat voorschreven, ende aldaer overleden, den nagelaten boedel ende goederen vande voornoemde hare moeder te redden, de vaste goederen te vercoopen, ’t sij int openbaer offte uijtten handt, na sijn welgevallen, de coopers vande vaste goederen, de selve goederen na constuijme locael te transporteren ende op te dragen de belooffde cooppenninge, daer aff te ontfangen, quitantie om meede sijnen ontfanck te passeren voor de vrijinge ende weeringe van sijn constituants ende voorsr: sijne broeder Antonij Paen hun gedeelte inden voorsr: vaste goederen haer luijder persoone en goederen te verbinden, ende voorts alles anders te doen wat

Folio 56r

daer aen, ende aende reddinge vande voorsr: boedel eenighsints, dependeert tot de finale scheijdinge ende delinge vanden voorsr: boedel toe, acte van scheijdinge te doen msken, passeren ende teijckenen, en tgeene hen constituant, ende de gemelte sijner broeder Anthoni Paen daer bij te beure vallen, ofte aenbedeelt sal werden, aen over te nemen ende ontfangen, ende vanden selve ontfanck quitantie als vooren te passeren. Item omme over de deferente die souden mogen comen te ontstaen, te mogen accorderen ende transigeren, ofte deselve submitteren alles soo sijnen goeden rued gedragen sal met macht oock omme procureurs Ad lites te mogen submitteeren, beloovende hij constituant voor vast bondigh ende van waerde te houden, alle tgene bij sijne voornoemde geconstitueerde, in krachte deses sal werden gedaen ende verricht onder verbant als naer rechten. Aldus gedaen ende gepasseert binnen Rotterdam, ter presentie van Willem van Dongen ende Frans Waghtmans als getuijge hier toe versocht, die de minute deses, nevens den comparant met mij Notaris hebben onderteijckent ten dage maande ende jaren als boven. Lager stont Quod Attestor, ende was gereeckent W: Buijs, Notaris 1688 10/26.

Accordeert dese met de principael ’t welck gehouden gesr: srs. ben verclarende.

                                                                                                                         Anth: Glavimans Srs.

                                                                                                                                       1688

Hier van de brieff op een zegel van I gld. IIII st. opgemaeckt.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel, Govert Gijsbertsen Paen, soo voor sijn selven, ende alsmede last ende procuratie hebbende van Gelden Gijsberts Paen, woonende binnen den Stadt Rotterdam voor hem selven, ende in dese vervangende ende hem sterck makende voor Anthonij Paen, woonende tot Gouda sijne broeder, sijnde de voorsr: procuratie gepasseert voor Willem Buijs, Notaris tot Rotterdam ende de getuijgen hierinne begrepen wesende, deselve van dato den 26e October 1688, ons Schout ende Heemraden vertoont, gebleecken, ende hiervooren geregistreert, als mede Hendrick vander Horst, in Huwelijck hebbende Maria Gijsberts Paen woonende tot Breda, Adriaen Gielen van Esch, in Huwelijck hebbende Adriaentgen Paen, Arien ende Cornelis Gijsberts Paen, alle als kinderen ende erffgenamen van saliger Lijsbet Goverts Smits, weduwe was Gijsbert Antonissen Paen, ende hebben samen in hare voorsr: qualiteijt overgegeven met eender vrijer gifte, soo als recht

Folio 56v

is aen ende tot behoeff van Jan Stevens Huijsmans, specialijck een binnen dijcxsse delle, gelegen ten westen vande Nieuvaert, waervan gelegen is noorden Cornelis vanden Hoeck, Suijden den Armen van Cappel, streckende voor van ter halver Nieuvaert voorsr: aff, westwaerts op tot de erve vande wed. Seger de Graeff toe, ende dat met alle wegen, stegen, schouwen, ende nabueren rechten, met recht hieruijt gaende, wijders soo geloven de voorsr: Comparanten in hare voorsr: qualiteijt ’t selve vercochte te vrijen ende te waren naer den Rechten vande Landen, ende alle callangie ende voorcommer aff te doen tot desen dage toe. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, Govert Cleijtenaer, ende Cornelis vanden Hoeck, Heemraden. Actum desen 18e November 1688.

Partijen verclaren voor recht, den coop gereet ende contant gelt te wesen ter somme van een hondert twee car: gulde, waer van de voornoemde comparanten in hare voornoemde qualiteijt bekennen, ten volle voldaen ende betaelt te sijn, ergo, gecasseert dagh datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                                                Johan Cnaep

       1688                                                                                                     Cornelis vanden Houck

Hier vande brieff uijtgemaeckt op zegel I gl. IIII st.

Ten voorsr: daghen soo Compareerde voor ons Schout ende Heemraden voornoemt, Govert Paen soo voor sijn selven, ende als mede last ende procuratie hebbende van Gelden Paen, woonende tot Rotterdam, voor hem ende in desen vervangende ende sterck makende voor Antonij Paen, sijnen broeder, woonende ter Stede Gouda, sijnde deselve procuratie gepasseert voor Willem Buijs, Nots: tot Rotterdam, met de getuijghen hierinne begrepen, van dato den 26e October 1688, ons vertoont ende gebleecke, hier vooren geregistreert, als mede Hendrick vanden Horst, getrout hebbende Maria Paen, Arien Gielen van Esch, getrout hebbende Adriaentie Ghijsberts Paen, Adrien ende Cornelis Paen, alle als kinderen ende erffgenamen van za: Gijsbert Antonissen Paens ende Lijsken Govers Smiths, haer Comparanten vader ende moeder respectivelijck was, ende hebben in dier qualiteijt over gegeven met eender vrije gifte, soo als recht is aen ende tot behoeff van Jan Adriaenssen Dolck, specialijck een hont zaijlant, gelegen ten oosten vande Nieuvaert inden Queeckel, ende dat alsoo groot ende cleijn als ’t selve aldaer inden Hoeff Slagh gelegen is, waer van weest gelegen is de kinderen van za: Jan Peeters Geenen, oost den voornoemde cooper cum suis,

Folio 57r

streckende uijt den noorden vande erve van Meerten de Bie aff, suijtwaerts op tot de erve vande kinderen za: Jan Peeters Geene voornoempt toe, ende dat met alle wegen, stegen, schouwe ende nabueren rechten, met recht daer uijtgaende, wijders soo geloven de voornoemde Comparanten in hare voorsr: qualiteijt, ’t selve vercochte te vrijen ende te waren naer den rechte van Zuijt Hollant, ende alle calengie ende voorcommer aff te doen, tot desen daghen toe. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, Govert Cleijtenaer, Heemraden. Actum dagh datum ut supra.

Partijen verclaren voor recht den coop gereet ende contant gelt te wesen ter somme van drij en tachtentigh gulde, waer van de voornoemde comparanten in haere voorsr: qualiteijt, bekennen voldaen te sijn.

Adr: Timmers                                                                                                Cornelis vanden Houck

1688                                                                                                                                                                   Johan Cnaep

                                                                     Copie

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel, Peeter Peeters Otterdijck, Jan Christ in Huwelijck hebbende Gijsbertie Peeters Otterdijck, Cornelia Peeters Otterdijck, wed. van za: Willem Faessen van Bavel, Willem van Bavel in Huwelijck hebbende Adriaantgen Peeters Otterdijck, Mattijs Janssen van Riel, in qualiteijt als voocht der minderjarige weeskinderen van za: Mariken Peeters Otterdijck, verweckt bij za: Bastiaen Adriaensen Vos, Leentien Peeters Otterdijck, Hendrick de Roij als cooper der erffenis van Wouter Peeters Otterdijck, Jan Sebrechts van Hardinghsvelt in qualiteijt als voocht der minderjarige kinderen van za: Hendrick Peeters Otterdijck, verweckt bij Elisabet Sebrechts van Hartighvelt, Handrick van Mammeren in Huwelijck hebbende Anneken Peeters Otterdijck, ende voorts te samen intervenierende voor de kinderen van za: Francois de Kock, verweckt aen Lijsbet Peeters Otterdijck, alle gesamenrlijcke kinderen ende kints kinderen, ende erffgenamen van za: Peeter Cornelissen Otterdijck ende Anneken Peeters de Haen, tot Schrevelduijn Cappel overleden, ende verclaren sij comparanten, te constitueren ende machtigh te maken bij desen, Antoni Timmers Schout vande Vrijhoeven, specialijck omme te Compareren voor Schout ende Gerechte van Schrevelduijn Cappel voorsr: ende aldien in henne twegen ende haerent ewegen te sederen, transporteren ende over te geven, aen ende ten behoeffven van Niclaes van Tilborgh, seeckre een geseet, mettet ’t huijs, schuer, ende gebouwen daer op staende, gelegen alhier op de Nieuvaert,

Folio 57v

waervan suijden ende noorden gelegen is Handrick Handricxsse Molder, groot int geheel ontrendt drie hondt bij haer comparanten publijck volgens coopcedulle, aenden voornoemde van Tilborgh, naer drij publijcke coopdaghen vercocht, brieven van Cessie ende opdrachte te verleenen, waerschap te beloven ende veerders de cooppenninghe te ontfanghen, ende quitantie vande ontfanck te geven, deselve penninghe te onaploijeren tot betalinghe vande aengebeachte schulden, ende verdere costen ende lasten des selffts boedel daer reeckeninge tegens Antonij Glaviman, Secretaris van Cappel te doen ende passeren, die door de comparanten wert geauthorseerd ende mede gecommitteert bok desen, omme deselven ten overstaen van Schout ende Gerechte alhier te Hooren, ende inder comparantes naem te sluijten de overige penninge, aen haer comparanten volgens de rechten van Zuijt Hollant te distribueren, gevende sij Comparanten den voornoemde Antoni Timmers ende Antoni Glaviman geconstitueerdens mede macht omme de overige erffgoederen der naerlatenschap van Peeter Cornelisse Otterdijck ende Anneken Peeters de Haen voor Schout ende Gerechten alhier te erffdeelen, ende ider stock sijn portie offte erffdeel te adsugueren, off aen wijsen ende meer alles te doen, wes sij comparanten selffts presente, soude connen offte mogen doen, belovende allen ’t selve altijt van waerden te sullen houden, ende doen houden nu ende ’t allen dagen onders verbant als naer rechten. Aldus gedaen ende gepasseert ter presentie ende overstaen van Adriaen Timmers Schout, van Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep ende Cornelis vanden Hoeck Heemraden, die de minute deses nenens den voorsr: comparanten ende mijn Secretaris hebben onderteeckent. Actum desen 6e December 1688.

                                                                                                                                Collate concordat

                                                                                                                   Anth: Glavimanss Secrts

                                                                                                                                    1688

Hier van den brieff uijtgemaeckt op een zegel van I gld. IIII st.

Dat voor ons gecomen ende gecompareert is Anthoni Timmers Schout vande Vrijhoeven, als last ende procuratie hebbende van Peeter Peeters Otterdijck, Jan Christ in Huwejijk hebbende Ghijsbertie Peeters Otterdijck, Cornelia Peeters Otterdijck, wed: wijlen Willem Faessen van Bavel, Willem Stoffers van Bavel in Huwelijck hebbende Adriaentie Peeters Otterdijck, Matthijs Janssen van Riel, in qualiteijt als voocht der minderjaruge weeskinderen za: Mariken Peeters Otterdijck, verweckt bij za: Bastiaen Adriaenssen Vos, Leentie Peeters Otterdijck, Hendrick de Roij als cooper, actie ende transport hebbende van Wouter Peeters Otterdijck, Jan Sebrechts van Hardinghxvelt, in qualiteijt als voocht der minderjarige kinderen van za: Hendrick Peeters Otterdijck, Hendrick van Mammeren in Huwelijck hebbende Anneken Peeters Otterdijck, dien allen intervenierende waren voor de kinderen za: Francois de Cock, verweckt aen Lijsbet Peeters Otterdijck, alle gesamentlijcke kinderen ende kintskinderen en erffgenamen van

Folio 58r

Peeter Cornelis Otterdijck ende Anneken Peeters de Haen, wegens deselve ptocutatie gepasseert voor Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel alhier, in dato den 6e December 1688ons alhier gebleecken ende geregistreert, ende daff indier qualiteijt wettelijck over met een vrije gifte, soo gewoon ende techt is, aen ende ten behoev van Niclaes van Tilborgh, seeckere geseet mettet ’t huijs schuer ende geboomte daerop staende, gelegen alhier op de Niruvaert, waer van Zuijden ende noorden gelegen is Handrick Molders, groot ontrent int geheel drij honr, streckende van halver Nieuvaert tot de Queckel, met alle schouwe, watergangen, wegen, stegen, ende gebuerelijcke techten, met recht daer tor behootende, ende belooffde hij comparanten in qualiteijt voorsr:, ’t selve getransporteerde te vrijen ende waren, mitsgaders allen voorcommer affte doen, ende aentael daerop is, tot desen dagen toe. Actum dese 18e December 1688, in presentie van Adriaen Timmers Schout, Johan, Michiel Jansse Backer, Heemraden.

Partijen verclaren voor recht de cooppenninge te wesen de somme van ses hondert guldens, in twee paijen, de eene helfft gereet, ende dander helfft over een jaer. Den vooenoemde comparant bekent van eersten paij ten volle voldaen ende betaelt te sijn. Actum dagh datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                                                Johan Cnaep

       1688                                                                                                       Micgiel Jansen Backers

Compareerde voor ons Schoudt ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel, Antoni Timmers Schout van de Vrijhoeve, ende Antoni Glaviman Secretaris van Cappel, bijde als last hebbende vande voorsr: kinderen ende kintskinderen van za: Peeter Cornelis Otterdijck, ende Anneken Peeters de Haen, volgens procuratie hiet vooren getegistreert te hebben, gedeelt de overige erffgoederen naer gelaten, bij de voorsr: Peeter Cornelisse Otterdijck, ende Anneke Peeters de Haen, ende is deelinghe als hier naer van post tot post volgende.

Eersteleijck soo sijn de kinderen van Peeter Peeters Otterdijck, ende Hendrick van Mammeren in Huwelijck hebbende Anneken Peeters Otterdijck samen bevallen op een binnen dijcxsse delle, geleghen ten westen vande Nieuvaert, waer van noorde ghelegen is, Cornelis Geritssen Smits, zuijden ………………………………, streckende voor van ter halver Nieuvaert voorsr: aff, westwaerts op tot den Queeckel toe, dat voor twee staecke ofte loote.

Folio 58v

Item daertegens soo sijn Hendrick de Roij, als actie ende transport hebbende van Wouter Peeters Otterdijck, ende de kinderen van Francois Cock, gevalle te deel op eene acker, gelegen ten weste vande Nieuvaertm waer van gelegen is noorde Dirck Wouterssen Smits, Zuijden Govert Gijsberts Cleijtenaer, streckende voor van ter halver Nieuvaert voorsr: aff, westwaerts op tot den Queeckel toe, mits dat dit lodt aende ondergeschreven Lodt offte vier stocken moet uijtkeeren een somme van veertigh car: gulde.

Item daer tegens soo sijn de kunderen van Ghijsbert Peeter Otterdijck ende het kindt van Jan Christ, in Huwelijck hebbende de voornoemde Ghijsbertie Otterdijck, Jan van Hardinxvelt in qualiteijt als voocht der minderjarige kinderen van za: Handrick Peeters Otterdijck, verweckt bij Elisabet Sebrechts van Hardinxvelt, de kinderen wijlen Willem Faessen van Bavel, verweckt aen Cornelia Peeters Otterdijck, mitsgaders de kinderen van Leentie Peeters Otterdijck, samen gelodt ende bedeelt op eenen acker offte saijlants, groot ontrent …….. hont, waervan gelegen is noorden Govert Cluijtenaer, Zuijden Jurij Colthoff, streckende als vooren, mits dat dese vier stocke offte portie moeten genieten ende profiteren vant voorschreven twee stocke een somme van veertigh car: gulde, wesende ider stock tien gulde, waervan hij voor ider ons contigent, vande voornoemde de Roij ende de kinderen de Cock, bekenne ten volle voldoen, ende betaelt te sijn volgens vier districte quitantie bij haer tot dien eijnde verleent, ende hier naer geregistreert.

Item daertegens soo is Willem Stoffels van Bavel in Huijwelijck hebbende Adriaentie Peeter Otterdijck bevallen op eene dries gecomen za: Ariaen Geldens, gelegen ten westen vande Nieuvaert, waer van noorden gelege is Adriaen Jacobssen Paens, suijden Peeter Jansse van Gorcum, streckende voor van ter halver Nieuvaert voorsr: aff, westwaerts op tot de voornoemde Queckel toe, met alnoch op de gtonde, onder Loon gelegen, ende dat voor een staeck, ofte tiende paert.

Iten daertegens soo is Matthijs Jansse van Riel

Folio 59r

in qualiteijt als voocht der minderjarige weeskinderenvan za: Mariken Peeters Otterdijck, verweckr bij wijlen Bastiaen Adriaenssen Vos, bedeelt op een partije zaijlants, gelegen op de Hooghevaert, waer van noorden belent is ………………………………., zuijden de wed: Handrick Handrixsse Back, streckende voor van ter halver Hoogevaert voornoempt aff, weestwaerts op tot het Heijke , alsoo genoempt toe.

Item alnoch soo is deselve in sijne voorsr: qualiteijt bedeelt op een drieske, gelegen ten oosten vande Nieuvaert, waer van belent is noorden Mighiel Denis de Haen, zuijde een stege, streckende voor van ter halver Nieuvaert voorsr: aff, oostwaerts op tot de erve de kinderen za: Jan Wouters toe.

Item alnoch op een gerechte seste paert van twee mergen moer gronden gelegen onder Cappel, geseem ende onverdeelt met Peeter Otterdijck ende Dircxke Willems, waer van gelegen is oost de erffgename za: Teunis Janssen Duijser, west de kinderen za: Melis Janssen, streckende voor vande erve van Arien Janssen Hoevenaer aff, suijtwaerts op soo verre ’t selve met recht streckende is.

Item met noch een parceeltie moergronden gelegen inden Eijndenest, gemeen ende onverdeelt met de kinderen za: Jan Wouters.

Item alnoch soo is den selven van Riel in sijne voorsr: qualiteijt bedeelt op een cleijn partijcke gronde, genaempt de Cleijne Kouwen onder Cappel gelegen, gemeijn ende onverdeelt met de kijnderen ende erffgenamen za: Bastiaen Peeter Corsten, belent noorden en suijden Elandt van Nieuwenhuijse cum suis, streckende vande halver Nieuvaert aff, westwaerts op tot de Queeckel toe.

Aldus dese voorsr: vertijdinghe, schifftinge, ende deelinghe gedaen ende gepasseert ter presentie, ende overstaen van de onder geteecken Schout ende Heemraden. Actum desen 18 December 1688.

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

       1688                                                                                                         Micgiel Jansen Backer

                                                                                                                     Cornelis van den Houck

                                                                                                                 Jan Goeijaertssen Ghijben

Folio 59v

Reeckeninghe bewijs en reliqua die doende is, Anthonij Timmers ende Anthonij Glaviman Secretaris, als geauthoriseert geweest tot den ontfanck der cooppenningen vant geseet, bij Niclaes van Tilborgh vande gelijcke erffgenamen Peeter Cornelis Otterdijck, ende dat over sulcx, wegens deselve cooppenninghe ende uijtgaeff daer van gedaen.

                                                                   Ontfanck

Ontfanghen door handen vande voornoemde Niclaes van Tilborgh den eersten ende                   lesten paij der cooppenninge samen.                                                                                Fl 600-0-0

Item de cooppenninghe vant erffhuijs ende vercochte meuble beloopen.                       Fl 113-0-0

                                                                                                                                    -----------------

                                                                                                                             Somma Fl 713-0-0

                                                                   Uijt geefft

Aende Borgemeesters van Schrevelduijn, 1687, verpondinghe.                                       Fl 17-14-6

Aende Borgemeesters, 1688, verpondinghe.                                                                     Fl 15-12-8

Aen Govert vander Punten cum suis, collectave vande Eijndenest van een omslagh,

d anno 1679 bij gat.                                                                                                           Fl 37-13-0

Aen Niclaes van Tilborgh ende Antonij van Campen, Borgemeesters d ano 1679,             verpondinghe.                                                                                                                     Fl 5-15-0

Aende Borgemeesters d ano 1685, verpondinghe.                                                              Fl 23-2-6

Aende Heer Schuijffke Brouwer tot Geertruijdenbergh, over leverantie van bieren.         Fl 5-16-0

Item aen Anthonij Heijblom, brouwer tot Geertruijdendergh, ter saecke voorsr:               Fl 17-8-0

Aen Christoffel Molegraeff ter saecke voorsr:                                                                 Fl 24-16-8

Folio 60r

Aen Francois Gruijters Boisters indie hant dat Geertruijdenbergh ter saecke voorsr:

Aen Migiel Denis de Haen over arbeijts loon.                                                                  Fl 3-11-0

Aende Borgemeesters 1680 voorschreve.                                                                             Fl 0-7-8

Aen Handrick Peeters Timmers.                                                                                          Fl 0-15-0

Aende Borgemeesters 1686.                                                                                             Fl 7-17-14

Aende weduwe Leendert van Pelt, winckel waer.                                                                Fl 3-0-0

Aen Hendrick van Gils, over pachten van Landt.                                                               Fl 13-0-0

Aen Peeter Dolck voort weijen van een beestie.                                                                  Fl 2-0-0

Cornelis van Tilbeurgh over leverantie van bieren ende accoort.                                       Fl 9-14-0

Aen Elandt van Nieuwenhuijse over leverantie van winckelwaer, tot de begraeffenis               vande wedue Peeter Otterdijck.                                                                                             Fl 3-3-0

Jan Elen ter saecke voorsr: voorsr:                                                                                       Fl 2-5-0

Aen Govert Ghijsbertssen Cleijtenaer.                                                                               Fl 1-17-8

Aende Borgemeesters 1684, over verpondinge.                                                               Fl 18-5-12

Aende Borgemeester 1678 rest verpondinghe.                                                                     Fl 8-0-0

Bij de erffgename geaccordeert aen Dirck van Pelt, voor intrest vande resterende paij                 tot 300 gld., bij avancie geschooten te hebben, te baralen.                                                 Fl 21-0-0

Betaelt aen Schout en Scheepenen voor gemeene salarissen, geleden op maken vanden             inventaris, erffhuijs presteren der procuratie ende eenighe vacatien voor den Schout,             breerder bij specificatie.                                                                                                       Fl 25-9-0

Folio 60v

Aen den Schout voor verteeringhe bij de gelijcke erffgenamen, in diversse rijse                opmaken vande inventaris accoorde submissien ende acconimodatie, erffhuijs respe:   coopdaghen ende verders stichten deses boedels gedaen.                                                   Fl 78-7-0

Aenden Secrts: ende Notaris Timmers voort Schrijven ende passeren van een                 Testament, alsmede copie met eenige pra besongieus.                                                       Fl 9-14-0

Aenden selven voor diversse vacatie, gehadt in het accorderen, vercoopen, compromit-           teren, giffte ende deelen deses boedels bij procuratie.                                                       Fl 11-4-0

Aenden Secrts: van Cappel, verteeringe, salierisse ende voorschodt nolgens schult-             boeck.                                                                                                                                  Fl 41-9-0

De helfft vande oncoste gevalle op de gifte, soo van 40e penninck, leges ende anders,           wegens geseet volgens conditie, vermits de meninghvuldigheijt alle gecomen op 10             stocken.                                                                                                                             Fl 33-10-0

Betaelt aen salaris, ledes, ende rechts costen, gevalle op de erffdeelinghe van Schout,                   Gerechten ende Secrts: boode.                                                                                             Fl 23-2-0

Betaelt tot zegel van dese.                                                                                                  Fl 2-15-0

Schrijven deses vanden Srs: te Cappel.                                                                                 Fl 2-2-0

Den Schout hooren, ende besongies deses.                                                                        Fl 1-10-0

Heemraden ten desen.                                                                                                           Fl 1-4-0

Antonij Emmers sijne besr: hier over geleden ende gehadt.                                              Fl 3-12-0

Jan de Jongh.                                                                                                                         Fl 1-1-0

Den Srs: van Cappel voor een procuratie Collect vande rendanten geremitteert regie.     Fl 1-16-0

Aen Jan Christ, solder hier vant cora deses boedels verschooten.                                       Fl 0-10-0

Aenden Srs: van Sprangh voor oncoste bij hem te hebben, voort aen teeckenen der               quitantie op de oude reeckeninghe.                                                                                     Fl 1-16-0

Aen verteertheijt op dese Reeckeninghe bij Schout, Gerechte ende erffge gedaen.           Fl 7-10-0

Folio 61r

De uijtgeefft bedraeght ter somme van vier hindert twee en t’negentigh gulden negentien         stuijvers, affgetrocken vanden ontfanck woort bevonden, alhier te gelden te blijven ten behoeven vande gelijcke erffgenamen, de somme van twee honderet twintigh gulden eene stuijver.

                                                                                Dico                                                   Fl 220-1-0

                                                                               Noch verteert                                      Fl 10-1-0

                                                                                                                                         --------------

                                                                               Blijft                                                  Fl 210-0-0

Compr ider stock uijt dese reeckening XXI gulden.

Aldus gereeckent, gehoort, ende geslooten, desen 23e December 1688 ten overstaen van Schout ende Gerechte van Cappel, ende de ondergeteeckende Erffgenaamen, ende was geteeckent Peeter Peeters Otterdijck, dit handmerck X van Jan Christ, Hendrick van Mammeren.

                                                                     Copijen quitantien.

Ontfangen bij mijn Dirck van Pelt, door handen vande geauthoriseerde vande erffgenamen van Peeter Cornelissen Otterdijck, de somme van eenentwintigh gulde, in betalinge vant contigent de kinderen off boedel van Willem Faessen van Bavel, competerende in slodt der reeckeninghe bij den Secrts. van Sprangh ende Cappel, gedaen op huijden wegens den boedel van Peeter Cornelissen Otterdijck voorsr:, als mede ontfangen tien gulden, die de kinderen van Cock ende Hendrick de Roij, moeten bij deelinghe des voorsr: boedels moeten uijtteijcken, ende dit om aen Schout ende Gerechten van Vrijhoeven off de crediteurs van den boedel van Willem Faessen, voer te leveren off verantwoorden, toirconden geteeckent, 23e December 1688, ende was geteeckent.

                                                                                                                                    Dirck van Pelt

Ontfangen bij mijn Jan Christ, als in huwelijck hebbende Gijsbertie Peeters Otterdijck door handen voorsr:, de somme van eenendartigh gulden, te weten eenentwintigh gulde, in voldoeninge vant sloth der

Folio 61v

ter voorsr: reeckeninghe, ende tien gulde die de voorsr: Cock ende de Roij op den acker bij deelinghe moeten uijtrijcken, dat van haer contigent vant slodt aff gaet, t’oirconde geteeckent dato voorsr:, ende was geteeckent, dit merck X heeft Jan Christ selffts gestelt, verclaert niet te connen schrijven

Ontfangen bij mij Peeter Peeters Otterdijck ter somme van eenende twintigh gulde, in betalinghe van contigent mij competerende, in slodt der reeckeninge des voorsr: boedels ,op huijden voorsr: gedaen toirconde, geteeckent dato voorsr:, ende was geteeckent Peeter Otterdijck.

Ontfangen bij Cornelis Gabriels Cool als in Huwelijck hebbende Leentie Peeters Otterdijck door handen voorsr:, de somme van wwnen daetigh gulde, te weten eenentwintigh gulde, in voldoeninge vant slodt der voorsr: reeckeninghe, ende tien gulde, die de kinderen van Cock ende de Roij op den acker bij deelinghe moeten uijtreijcken, ende dat van haer contigent, uijt slodt addgaet, des toirconden geteeckent, actum desen 27e December1688. Aldus geteeckent. Dit merck X stelt Cornelis Gabriels Cool, verclaert niet te conne schrijven. Dit merck X stelt Leentie Peeters Otterdijk, verclaere niet teconne schrijve.

Ontfangen bij Johan Knaep als last hebbende van Jan Sebrechts van Hardincxvelt, ter somme van eenendartigh gulde te weten, te weten eenentwintigh gulde, in voldoeninghe van slodt der teeckeninghe ende tien gulde, die de kinderen van Cock ende de Roij op den acker bij deelinge moeten uijtreijcken, ende dat voor haer contigent, dar van slodt mede aff gaet. Actum desen 28e December 1688, ende was geteeckent, Johan Knaep.

Ontfangen bij Willem van Bavel in Huwelijck hebbende Adriaentgen Peeters Otterdijck, uijt handen vande voorsr: geauthoriseerdens, ter somma van eenentwintigh gulde, ende dat in voldoeninghe vant gene hen comperant slot vande Reeckeninghe ovrt mede slodt voor haer contigent betaelt is. Actum dese lesten December 1688, ende was geteeckent Willem Stoffels van Bavel..

Ontfangen bij mijn Hendrick van Mammerden in Huwelijck hebbende Anneken Peeters Otterdijck, uijt handen vande voorsr: geautoriseerders, de somme van eenentwintigh gulde, ende dat in voldoeninghe vant ’t gene hen compt uijt slodt van dese reeckeninge, waer mede ’t slodt van dien voor mijn contigent betaelt is. Actum dese derden Januarij 1689, ende was getekend.

Folio 62r

Ontfanghen bij mijn ondergesr: Matthijs Janssen van Riel, als voocht der minderjarige weeskinderen van za: Bastiaen Adriaenssen Vos, uijt handen vande geauthoriseerdens vanden voornoemde boedel za: Anneken Peeters de Haan, ter somme van eenenteintigh gulde, in voldoeninge voor sijn contingent dat hen compt uijt slodt vande voorsr: reeckeninghe. Actum dese 5e Januarij 1689, ende was geteeckent Matthijs Janssen van Riel.

Folio 62v

Den brieff affgemaeckt op een zegel van I gld IIII st.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel, Hendrick Peeters Timmers, Govert Peeters Timmers, Gerit Peeters Timmers, alle als kinderen ende Erffgenamen Za: Peeter Handricxse Timmers ende Walburgh Goverts, ende hebben samen overgegeven, met eender giffte soo gewoon ende recht is aen ende ten behoeff van Jan Dingemans Decker, specialijck een woonincxke erve ende geboomte daer op gestaen ende ghelegen ten westen vande Nieuvaert, waer van belent is west Jacob Kivirs, oost Nanningh de Zeeuw, streckende voor uijt den noorden, noorden vande Herstraet aff, Zuijtwaerts rot de erve vande wed: Aert Jan Migielsse toe, ende dat in conformitie soo ende gelijck bijde voornoemde Walburgh Goverts, des comparanten moeder za:, van za: Huijbert Zeijlmans, als in huwelijck hebbende gehadt Leendertie Dircx van Nederveen, volgens transport voor Schout ende Gerechte van Cappel, gepasseert van dato den 26e Januarij 1678, ende verders soo ende ghelijck bijde voorsr: Walburgh Coverts in haer leven gebruijckt is geweest, ende dat met alle wegen, stegen, schouwen ende nabueren rechten, met recht daertoe behoorende, ende dat met eene vrijen wegh door de Huijsinghe vande voornoemde de Zeeuw, wegens contract daer van sijnde, voorders soo gelovende de voorst: comparanten, t’selve vercochte te vrijen ende te waren naer den rechten vande Landen, ende alle commer ende beswaernisse aff te doen tot desen daeghen toe. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, ende Migiel Janssen Backer Heemraden. Actum desen 3e Februarij 1689.

Partijen verclaren voor recht den coop gereet ende contant gelt te wesen, ter somme van een hondert vijfftien car: gulde, waer van de voornoemde vercoopers bekennen ten volle voldaen ende betaelt te sijn, ergo gecasseert , present dagh datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

       1689                                                                                                        Micgiel Jansen Backer

                                                                                                                     Cornelis vanden Houck

Hiervan den brieff uijtgemaeckt op een zegel van.

Ten voorschreven daghen, soo heeft Jan Dingemans Decker, overgegeven met eender veijer giffte soo trchr ende gewoon is, aen ende ten behoeff van Migiel Jansen Backer sijne oome, specialijck een buijten dijcxsse delle, gelegen binnen Cappel, ten oosten vande Nieuvaert, groot ontrent drij hont, waervan belent is weest de wed. ende kinderen za: Arien Janssen Potmaker oost, Gerit Janssen suijden, streckende voor vande rtve van Elant Adrianssen Oirlmans aff, noortwaerts op tot den ambachte vande Zuijdewijn toe, ende dat met alle wegen, sregen, schouwen, ende nabueren rechten, met recht daeruijt gaende, gelooft den voornoemde comparant ’t selve te vrijen ende te waren naer den rechte vande Landen, ende alle collangie ende beswarenisse aff te doen tot desen dagen toe, ende dat met den vrijen wegh als van outs over de erve van …. Gerit de Snijder, present dagh datum ut supra.

Paetijen verclaren voor recht den coop gereet en contant te wesen ter somme van een hondert vijfftigh gulden, ende bekennen daervan ten volle voldaen ende betaelt te sijn, ergo gecasseert, dagh datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

       1689                                                                                                      Cornelis van den Houck

Folio 63r

Hiervan den brieff opgemaeckr op een zegel van I gulden IIII st.

Dat voor ons gecompareert is de Hr: Antonij Timmers, Schout vande Vrijhoeven als curateur vande boedel ende goederen naer gelaten bij za: Willem Faessen van Bavel als derselver Huijsvr:. bijde overleden inde Vrijhoeven Cappel voornoempt, ende heeft indier qualiteijt gecedeert, getransporteert soo als recht, ende behoordelijck is aen ende tot behoeff van Jan Christ, specialijck het gerechte vierde paert van eene acker, met houtwasch ende geboomte daerop sraende, gestaen ende gelegen ten westen vande Nieuvaert, groot ontrent int geheel ses hont, gemeijn ende over verdeelt met des coopers vrouwe voorsoon, ende sijne kinderen, met de kinderen za: Hendrick Peeters Otterdijck cum suis, waer van vant geheel gelegen is Zuijde Jurije Colthoff, noorden Govert Cleijtenaer, streckende voor van ter halver Nieuvaert voorsr: aff, westwaerts op tot den Queckel toe, ende dat soo ende gelijck za: de voorsr: Willem Faessen van Bavel ende Cornelia Peeters Otterdijck, derselver huijsvrouwe voorsr: bij deelinge van Peeter Cornelis Otterdijck ende Anneken Peeters de Haen, derselver vader ende moeder resp. naergelaten is, ende dat met alle wegen, stegen, schouwe, ende nabueren rechten, met recht daeruijt gaende, wijders soo gelooft den voorsr: comparant in sijne qualiteijt ’t selve te vrijen ende te waren naer den techten vande Landen, ende alle Calangie ende vootcommer aff te dorn tot desen daghen toe. Corum Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep ende Jan Goverts Gijben Heemraden, actum desen 25e Januarij 1689.

Partijen verclaren voor recht den coop gereet ende contant gelt te wesen ter somme van een hondert acht car: gulden, waervan den voorsr: comparant bekent voldaen te sijn. Actum dese dato ut supra.

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

       1689                                                                                                  Jan Goeijaertssen Ghijben

                                                                     Wilcor.

Hiervan uijtgemaeckt op een behoorlijcke zegel den brieff.

Compareerde voor Schout ende Heemraden voornoempt, Jan Christ woonende alhier, rmde bekenden wel ende deughdelijck schuldigh te wesen aen ende ten behoeve van Dirck van Pelt, schepenen in Vrijhoeven, de somme van een hondert achtien gulden tot rwintigh stuijvers Hollants stuck, spruitende ter saecke van deughdelijck verstreckte ende aengetelde penningen, bij hem Christ geimploijeert tot betalinge vant vierde paert inden acker op huijden bij den curateur vanden boedel vanWillem Faessen aen hem getransporteert, beloovende derhalven hij comparant de voorsr: somme van hondert achtien gulde te Restitueere ende voldoen te wesen den 1e Meij 1689 vijfftigh gulden,

Folio 63v

ende de Resterende acht en sestigh gulde prima Maij 1690 precies, daer voor specialijck verbindende sijn, ende sijner kinderen gerechte twee onbedeelde vierde paerten in eenen acker gelegen op de Nieuvaert onder Cappel, gemeen met de kinderen van zaliger Handrick Peeters Otterdijck cum suis, beleent noorden Govert Cluijtenaer, suijden Jurij Colthoff, streckende voor van ter halver Nieuvaert aff, westwaerts op tot den Queeckel toe, als uijt den hooffde van Peeter Cornelissen Otterdijck ende bij coop als vooren hen compiteert, aengecomen ende tot meerder secutiteijt, dat den voornoemde crediteur vrij sal staen in cas van precisse voldoeninghe, sonder eenigh vigeur van proces gebruijck vanden halven acker te aenverden, gebruijcken, verhueren, ende de huerpenningen voor sijne intresten van het voorsr: caple off onbetaelde paij tegens den erffelijck, gevende hij comparant aen den voornoemde van Pelt onweder respectivelijck ende volcomen maght om den voorsr: halven acker te mogen vercoopen, ende aen den cooper te transporteren tot becominghe van zijn Crediteuts voorsr: capitael off paijen. Actum dach datum ut surpta.

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

       1689                                                                                                   Jan Goeijaertssen Ghijben

De hondert en achtien gl. hier boven in dese obligatie gementionelt, bekent Dirck van Pelt ten volle voldaen en betaelt te wesen door hande van Jan Crist ergo gecasseert, desen 3e 8ber 1693.

Folio 64r

                                                                    Waterbrieff

Compareerde voor ons Schout ende Heemraders der Ambachts Heerlijckheijt van Schrevelduijn Cappel, Govert Peeterssen Timmers woonende alhier, denwelcke verclaren ende bekennen bij desen wel ende deughdelijck schuldigh re wesen aen ende tot behoeff van Anthonij Andriessen van der Nadt, ter somme van elff Hondert vijffrigh car: gulde, den gulde gereeckent ad: XX stuijvers stuck Hollants, spruijtende ter saecke ende overcoop, een damschuijt met anckers, touwen, zeijlen, ende ’t gene daer aen verders dependeert, ende speecterende sijn, onder de conditie dat vande voorsr: twee hondert guldens vande voorsr: somme sal betaelt werden aende voornoemde vander Nadt, gereet ende contant ende de resterende negen Hondert vijfftigh gulde, te betalen alle jaren hondert gulde precies, tot de effectuele voldoeninghe toe, te weten eerst aen Dirck Jacobs den Dooven, Scheepstimmerman, woonende tot Dordrecht, hebbende eene bijlbrieff op de voorsr: schuijt ter somme noch van acht Hondert vijff en tachtentigh gulde, de welcke eerst, op den voorsr: termijnen aende voornoemde Dirck Jacobs moeten werden betaelt, ende de resterende drie hondert vijff en sestigh gulden aen den voornoemden vander Nat, op de voorsr: termijnen van hondert gulde sjaers tot de effectiele voldoeninghe toe, ende offt geviele dar den voornoemde Comparant, opten voorsr: termijndagh niet en quam te betalen beloofft daer van intrest te betalen tegens vier gulde ten hondert int jaer tot de voldoeninghe toe, daer voor binderde den voorsr: comparant sijne voorsr: gecochte damschuijt soo het vaert ende zeijlt, ende voorts alle sijne verdere soo roerende als onroerende, hebbende ende vercrijgende, omme bij fonte vab quade betalinge dier aen te verhalen ende tot meerder securiteijt, soo compareerde Hendrick ende Jan Peeters Commers, gebroeders haer voor de voldoeninghe te constitueeren als borghe, een voot al ende alsmede schuldenaers onder de renimchiertien vande Benefitien Ordinus Dwisionis et Executionis, verclaren den voorst :borgen de effecte van dien wel te verstaen ende daer van volcomentlijck te sijn onder recht, ende dat alles onder vrijwillige condemnatie vanden Hove ende Hooge Vierschaer van Zuijthollandt, offte dese Ed: Gerechten daer toe onwederroepelijck constituerende, ende machtigh makende de persoonen van Adriaen van Hagoort, ende Pieter van Son, beijde als procureurs, vooe de op gemelte Hoven, den selve omme de voorsr: vrijwillighe coordenatie

Folio 64v

te versoecken, ende den anderen daer inne te consenteren, verclaert den voorsr: comparanr sijne voorsr: borgen, sij int geheel offte ider voor heeft te indemneren costeloos ende schadeloos te houden, ende dat ondert gelijck verbant als boven. Aldus gedaen ende gepasseert ten overstaen van Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, ende Cornelis vanden Hoeck Heemraden. Actum desen 28e Januarij 1689.

Opten dato voorsr: soo bekenne Antonij vander Nat, vande voorsr: rwee Hondert gulde conrante penninghen door Handen vande voorsr: Govert Peetersen Timmers comparant, ten volle voldaen ende betaelt te sijn.

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

     1689                                                                                                        Cornelis vanden Houck

                                                                     Copije

Ick ondergeschreven bekenne ontfangen te hebben uijt hande van de huijsvrouw van Govert Timmers de somme van hondert gulden, op den 5e Meij 1690, ende dat over de paeijen van schuijt die hij gekoght heeft van Anthonij vander Nat, en was onderteeckent bij mij Dijrck Jacobsen.    

                                                                                                                                                      Hier op ontfangen hondert gulden opden 6e Junij 1691.

Dat dese met ..de geteeckende quitantie is accorderende, verclaere ik als Sris desen 3e Januarij 1692.

                                                                                                                               H: vander Hoeven

                                                                                                                                        1692

Op den 8e December 1696 soo bekent Hendrick Prs: Timmers van alle de paijen die ten achteren staen, te weten 1696,1697, 1698 en 1699 ter somme van 350 gld, voldaen te wesen door handen vande vooghde van de kinderen van Govert Prs: Timmers, ergo gecasseert.

                                                                                                                             Hendrick Timmers

Compareerde ten voorschreven dagen Anthonij vander Nat, de welcke dese quitantie voorsr: accepteert, ende consenteert inde cassatie.

Ick ondergesr: bekenne ontfangen uijt hande van Govert Timmere, de twee hondert gl van 1692 en 1693, ende dat vande schuijt die hij van Anthonij vander Nath voort opden 3e Mert 1693. Onder stont: bij mij Dirck Janse.

Dat dese met de geteeckende quitantie is accorderende verclare ick Secretaris desen 5e Julij 1693.

                                                                                                                               H: vander Hoeven

                                                                                                                                         1693

Opden 28e December 1694 gebleken de ……………. quitantie van hondert gld, getekent bij Dirk Jacobs, in afflossinge vande voorstaande termijnen, datum ut supra.

Opden 24e September 1695, soo bekenne Dirck Jacobsen ontfangen te hebben van Dirck Timmers, de somme van vijffen twintigh gulden, volgens quitantie opden beijlbrieff, en gegeven aen Hendrick Prs. Timmers, op affcortinge van coop van dese schuijt met vijfftien gulden, beloopt alsoo t’samen 100 gld., off eenen paeij.

Losse briefjes behorende bij bovenstaande akte, deze liggen bij Folio 64v/65r.

Briefje 1.

Ick ondergeschreven bekenne ontfange te hebben ut hande van de huijsvrouw van Govert Timmers de somme van hondert gulde op den 5 Meij 1690, ende dat over de paeije van schuijt dije hij gekost heeft van Antonij van der Nat.

                                                                                                                      Bij mij Dijrck Jacobse

Hijer op ontfange hondert gulde op den 6 Junij 1691.

Briefje 2.

IJck ondergeschreven bekenne ontfange ut hande van Govert Timmers de twee hondert gulde ontvange van 1692 ende 1693, ende dat van de schuijt dijen hij van Antonij van der Nat wert, op den 13 Maert 1693.

                                                                                                                       Bij mij Dijrck Jacobse

Briefje 3.

Ontfange van Govert Tijmmer op rekening van de schuijt van Antonij van der Nat, somma van hondert gulde.

                                                                                                                       Bij mij Dijrck Jacobse

Folio 65r

Compareerde voor Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier onder genomineert, Jacob Jansen Mouthaan, getrout hebbende Francijntie Abramsse van Ammelroij, Maria van Ammelroij, geassisteert met Jan Govert Gijben heemraat alhier, Rombout France van Ammeltoij, ende Ghijsbert de Ruijter als voochden ende toesienders van Dinghena ende Frans Abramsse van Ammelroij, verweckt alle als kinderen ende erffgenamen vande voorsr: Abram France van Ammelroij za: den welcke verclaren, met minne ende vant schatten, d’anderen te hebben verstaen, geaccoort, ende gecontracteert, op de manieren als hiernaer volgende is.

Ierstens soo heeft Jacob Janssen Mouthaen, nomine uxoris, voor sijne voorsr: erffportie eens ter somme van twee hondert seven gulde tien stuijvers, voort ’t gene den selve uijt den voorsr: boedel bestaende in twee distuicte obligaties heeft geprofiteert uijt den voornoemde boedel, mits dat den voorsr: Jacob Jansse Mouthaen, van Maria ende Dinghena France van Ammelroij moet uijtkeeren een somme van dartigh gulden, te betalen te Bamis comende 1689, ende dat sonder intrest. Item is den voornoemde Jacob Jansse Mouthaen nomine uxoris, mede bedeelt op het gerechte derdepaert in een acker, gelegen onder Loon, gemeen ende onbedeelt met de voorsr: Marike ende Dinghena van Ammelroij, waer van van’t gheheel gelegen is oost Willem Geldens Stege, west Wouter Driesse Smits, ende Arien Cornelis Leempoel, streckende uijt den noorden vande erve Handrick Peeters Oirlemans, zuijtwaerts op tot de Rechtvaert toe, ende dat met de serintuijte, als van outs daer op staende.

Item daer tegens soo heeft Mari ende Dinghena Abrams van Ammelroij gesusters, in eijndom, soo voor haere vaderlijcke ende moederlijcke erffportie, een huijsinghe met het zaijlant daer aen gelegen, gelegen ten zuijde vande Nieuwstraet, beleent oost de stege, west Govert Janssen Cleijtenaer, streckende voor ter halver Nieuwstraet aff, zuijtwaerts op tot de Loonse erve toe, alsmede op den imboedel, soo van bed bult kisten kasten linde ende wollen, haeff, rogh, boeckwijt, haver en gort, als verder koren, volgens staet ende inventaris daer van gemaeckt, uijtgenomen de kleerderen ende Hemden etc., die ten lijve vande voornoemde Abram van Ammelroij za:, der selver vader sijn geweest.

Item sijn noch de voorsr: twee dochters bedeelt op twee derdepaerten vanden acker onder Loon voornoempt ghelegen, grmeen met den voorsr: Jacob Jansse Mouthaen nomine uxoris, haeren swager, streckende als vooren, onder de conditie dat den voorsr: Jacob Jansen Mouthaen aende voorsr: twee kinderen moet uijtkeeren een somme van dartigh car: gulde, te betalen Bamis eerst comende 1689, daer voor soo verclaert den voorsr: Jacob Janssen Mouthaen, voor de betalinge te verbinden sijne persoon, ende voorts generalijck alle sijne verdre roerende ende onroerende goederen, hebbende ende vercrijgende, omme bij fonte van quade betalinghe daer aen te mogen verhalen.

In kantlijn staat: Ick ondergeschreven Peter Dirxsen Smits, in houwelijck hebbende Maria van Ammelroij, en een briefje van Cornelis Janse Beijnen in houwelijck hebbende Dingena van Ammelroij, bekennen vande dartig gld. in dese contract vermelt, voldaen en betaalt te sijn door hande van Jacob Mouthaan, desen 9e Februarij 1702.

                                                                                                                      Peeter Dierckse Smidts

Folio 65v

Item daertegens soo heefft Rombonis Francen van Ammelroij, in qualiteijt als voocht van het minderjarigh weeskint van za: den voorsr: Abram Francen van Ammelroij, verweckt buj za: …… …………………………… voor sijn vaderlijck erffportie, de Smisse, soo van out eijser, ende kolen, sleijpsteen, met allen de gereetschappen, tot de voorsr: Smisse specterende, sijn met een kiste, staende inde voorsr: Smisse, alsmede een kist staende inde keucken, tot bewaringhe sijner gereetschappe, onder conditie dat de voornoemde Frans Abramssen van Ammelroij weeskint voorsr:, als weduwnaer hij de musse comende, waer te nemen, sal maacken ten behoeve van sijne voorsr: twee susters, een hael sonder meer.

Item daer en boven, soo heeft den voorsr: voocht in sijne gemelte qualiteijt, noch voor sijn portie een somme van een Hondert ca gulden, welcke voorsr: somme, Mariken ende Dinghena Abramsen van Ammel voorsr: aen den voorsr: voocht moet vuijtkeren, tegens intrest vijff cae gulde vant hondert int jaer, te reeckenen van nu aff tot volle betalinge toe, met die expressie dat de voorsr: Mariken ende Dingena van Ammelroij, de voorsr: somme vermogen op te seggen, en aff te leggen naer haer gelieven ende welgevallen, mits intrest te betalen naer loop ende l…ts des tijts daer voor verbinde haere voorsr: geerffde portien, ende voors generalijck alle hare verdere goederen, soo roerende als onroerende, hebbende ende vercrijgende, gheen van gerefereert, omme buj foute van quade betalinghe daeraen te verhalen.

Item profiteert alnoch den voorsr: voocht in sijne voorsr: qualiteijt, boven de voorsr: Smisse van Jacob Jansse Mouthaen nomine uxoris, de somme van vijff en twintig gulde, daer voor verbindende den voornoemde Mouthaen sijne wooning ende erve, gelege inde Nieustraet daer hij in ende opwoonende is, ende voort …….. omme bij foute van quade betalinghe daeraen te verhalen.

Ende behouden de voornoemde drie vootkinderen en alle die hiertoe gemaeckte eijserwercke, omme onder drijen te werden verdeelt.

Blijvende int gemeen alle de incomende ende uijtgaende schulde, streckende tot wel ende nadeel vande voorsr: boedel.

Item mede soo blijvende de moeren ende gronder onder Loon gelegen ten behoeve van Marike ende Dinghena van Ammelroij gesusters voorsr:

Aldus dese voorsr: deelinge ende vertightinge, gedaen in presentie ende overstaen van Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, en van Govert Gijben Heemraders. Actum desen XIIe Februarij 1689.

Adr: Timmers                                                                                                                Johan Cnaep

       1689                                                                                                     Jan Goeijaertss Ghijben

Den intrest van dese 100 gl is voldaen tot Febr. 1700, volgens een brieffken op den 9e Mert 1704, soo bekende Frans van Ammelroij vande 100 gl. hem competerende, volgens quatantie voldaen te wesen, met den intrest tot data deses toe, door hande van Peter Dirxsen Smits, in houwelijck hebbende Maria van Ammelroij.

Opde 29e Junij 1705 compareerde Frans van Ammelroij, den welcke bekende van dese nevenstaande uijtrijcking tot 25 gl voldaen te wesen door Jacob Jans Mouthaen.

                                                                                                                        Frans van Ammelroij

Losse briefjes behorende bij bovenstaande akte

Briefje 1. (ligt bij Folio 64v/65r).

Cornelijs IJan Beijn beccenen voldaen te seijn van IJacop Mouthaen haen.

                                                                                                            Corneles IJanschen Beijnnen

Briefje 2. (ligt bij Folio 65v/66r).

Ick ondergeschteve Frans van Ammelroij bekenne van de intrest van hondert gul. voldan te sijn van ijder 1705.

Briefje 3. (ligt bij Folio 65v/66r).

Ick ondergeschreven bekenne ontfangen te hebben uijt handen van Peter Dirxse Smits mijn swager, de somme van een hondert gl. met den intrest, als denselven volgens deelinge aen mij moeste uijtrijke, ten conse…. ende dat dese ten registere gecasseert wort. Actum den 9e Mert 1704.

                                                                                                                       Frans van Ammelroije

Folio 66r

Alsoo seeckte clachte ende verschillen waren ontstaen tusschen de voochden der minderjarighe ende de meerderjarige kinderen van za: Abram France van Ammelroij, ter eenre Heijliger Cornelissen ende Maria Cornelisse, gebroeder ende gesuster, ter andere sijden, soo sijn door tusschenspreecken van goede mannen …. den anderen verstaen, verdragen, ende veraccordeert op de manieren als volght, te weten dat alle actien ende pretentie die sij comparanten over ende weder over geen op d’ander sussturen te hebben, soo van affgeloste penninghe, huren, chijnssen, gelooffde gelden, bij huwekijck voorwaerden, al andere schulde hoedanigh die genoempt soude mogen worde, die sij comparanten bij desen den andere sijn remitterende, ende volcomentlijck te desisteren, onder expresse excecutie, ende bedingh dat de voorsr: Maria Cornelis, bij Maria ende Dinghena van Ammel eerste comparanten voor den tijt van veertien eerst comende dagen, montcost ende huijsvestingh hebben sal, waermede alle de voorsr: hare questie ende verschillen, doot ende teniet sijn, onder verbant als naer rechten, aldus gedaen, geslooten, ende geaccort ten presentie ende overstaen van Adriaen Timmers Schout, Johan Cnaep ende Jan Govert Gijben Heemraders, actum dagh datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                            Jan Goeijaertssen Ghijben

1689                                                                                                                                                                   Johan Cnaep

Compareerde voor Schout ende Heemraders van Schrevelduijn Cappel, Wouter Peeters Verheijden, den welcke verclaerde te ontlasten Peeter den Jongen van seeckre eene stuijver elckel, beide verpondinghe van een huijsinge bij de voornoemde comparant, vande voorsr: Arien Peeters de Jongen, gecocht ende affgetroocken inden jare 1688, voor welke voorsr: eene stuij enckel bede stelt de voornoemde comparant, ten onderpant sijne huijsinge ende erve daeraen gelegen, gestaen ende gelegen binnen Cappel, belent oost Dierck Hoff ende Bastiaen de Roij, den eenen teijnden den anderen gelegen, west Johan Knaep ende Antonij Glaviman Secretaris, streckende voor vanden dijck aff, Zuijtwaerts op tot de waterganck toe, blijvende de selve van de voorsr: eene streijv enckel beede altoos verbonden ende specitabel, gedaen ende gepasseert ter presentie ende overstaen van Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, Michiel Backer, Corst Zeew ende Cornelis vanden Hoeck Heemraders. Actum desen 16e Februarie 1689.

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

       1689                                                                                                              Corstijaen de Seeu

Folio 66v

Transport Steventie Jacobs, wed. van ………………………………, aen ende ten behoeff vande Armmeesters van Cappel, vande jaren 1689 ende 1690.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van ’s Grevelduijn Cappel, hieronder genomineert de Eerbare Steventie Jacobs, wed. van …………………………….., den welcke verclaren voor recht te cederen, transporteren, ende op te dragen aen ende ten behoeff van Claes Cornelissen vander Saecken ende Jan Stevens Huijsmans, bijde in qualiteijt als Armmeesters ende ver den dorpe van Cappel vanden jaren 1689 ende 1690, specialijck het gerechte derde paert van twee hont saijlants, ghelegen ten Zuijden vande Nieusreaet, gemeen ende onverdeelt met Maijken Joachems wed. van za: Cornelis Jacobssen Snel ende Teuniske Jacobs wed. wijlen Handrick Geldens Glavimans, waervan gelegen is oost Huijbert ende Willem Peeters Talen gebroeders, west den Armen voornoempt, streckende voor van ter halver Nieustraet voorsr: aff, Zuijtwaerts op tot de Loonse erve toe, offtewel hare voorsr: comparante gerechtighede, daer in hebbende soo ende gelijck bij deselve comparante, voor dese is gebruijckt geweest, ende dat met alle wegen, stegen, schouwe ende naburen rechten, met recht daeruijt gaende, ende voorts …….. onder conditie dat de voornoemde comparanten, uijt de Armens middelen ende incomen haer leven langh sal worden onderhouden ende gealimenteert, in cost dranck, cleeden reden, als andersints, aldus dedaen ende gepasseert ter presentie ende overstaen van Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, ende Jan Govert Gijben Heemraden. Actus dese IIe April 1689.

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

       1689                                                                                                  Jan Goeijaertssen Ghijben

                                                                     Copie

Brabant te ’s Gravenhagen geadmitteert, binnen de vrijheijt Oisterhout residerende, ende de looffverdige getuijgen naer genaempt Joost Sijmons Goverts ende Adriaen Meertens Adriaenssen, bijde woonende tot Dongen, den welcke gesamentlijck verclaren te constitueren machtigh te maken, ende in henne stede te stellen bij desen, Antonij Joost Sijmens omme uijt hen comparanten namen te compareeren voor den Gerechte van Cappel, ende aldaer Sr. Johan de Bongh te gelden, vesten, ende herven in ontrent vijff vierendeel honts zaeijlants, van outs genaempt de Dees, gelegen tot Cappel, die de voornoemde geconstitueerde sal ontfanghen uijtten comparanten name aenden voornormde de Bruijn heeft vercocht, ende haer comparanten daervan te ontgelden ende tonterven, en voor den selven Gherechten offte ter plaetse, daer den van nooden wesen sal, te laten passeren, soodanuge brieven ende beschaeden als aldaer naer stilen ende bancken rechten gerequireert is met maght, verders omme de cooppenningen te ontfangen, ende daervan te geven behoorelijcke quitantie offte acte van acquit ende wijders te doen uijt ceachte deses, wes sij comparanten selffs present sijnde soude cunnen offte mogen doen met maght…….., een offte meer persoonen te mogen substitueren, geloovende allen te geven bij den voorsr: geconstitueerde, ende den selven te substitueeren sal werden gedaen, gehandelt en verricht, getijt te sullen houden ende dorn houden voor goet recht bondigh ende van weerden, ende verbant als naer rechten. Aldus gedaen ende gepasseert den 1e Meert 1689, ter presentie van Ad: Peeters van Loon ende Adriaen …….. Melissen, bijde als getuijgen, het tot verkoght ende geleden die de minuute verder mijn Notaris berustende ….. de comparanten ende mijn …… hebben onderteecken, onder stondt Quod Attestor, ende was geteeckent Cornelis van Vorsel, Notaris publijck, 1689.

Folio 67r

Hiervan den brieff uijtgemaeckt op een zegel van I gld IIII st.

Transporteren Antonij Joost Sijmens, als last ende procuratie hebbende van Joost Sijmens Goders ende Adriaen Mertens Adriaensse, bijde woonende tot Dongen in dier qualiteijt vercoopers.

Coper Jan de Bruijn, Secretaris van Cleijn Waspick.

Op heden desen 14e April 1689, soo compareerde voor ons Schoudt ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier onder genomineert, den eersamen Antonij Joost Sijmens als speciale last ende procuratie hebbende van Joost Goders ende Adriaen Adriaen Martens Adriaenssen bij(de) woonende tot Dongen, gepasseert voor Cornelis van Vorssel, Notaris voorsr: met de getuijgen daer inne begrepen, wesende de voorsr: procutatie van dato den elffde Meert 1689, ons Schout ende Heemraden vertoont ende gebleecken, ende oock hier vooren geregistreert, ende heeft uijt crachte der selver procuratie overgegeven met eender vrijer giffte soo als recht is, aen ende tot behoeff van Sr: Johan de Bruijn, Secretaris van Cleijn Waspijck, specialijcke vijff vierendeel honts zaijlants, gelegen onder Cappel voornoempt inden Geer (alsoo genaempt), waer van zuijde belendt is den voorsr: de Bruijn ende cooper, noorde de weduwe Poulis Veijsen, west de Geer voornoept, oost de Hoeff van Joncfrou de Jongh tot Dongen woonende, ende dat alsoo groot ende cleijn als deselve aldaer gelegen is, ende dat met alle wegen, stegen, schouwen ende naburen rechten, met recht daeruijt gaende, voorts drloofft den voornoemde comparant in sijne voorsr: qualiteijt ’t selve vercochte te vrijen ende te waeren naer den rechten vande Landen, ende alle calangie ende voorcommer aff te doen tot desen dage toe. Coram Adeiaen Timmers Schout, Jan Govrty Gijben, ende Cornelis vanden Hoeck Heemraden, dach datum ut supra.

Paertijen verclaren voor recht den coop gereet ende contant gelt te wesen ter somme van een hondert sevenen twintigh gulde tien stuijvers.

Adr: Timmers                                                                                           Jan Goeijaertssen Ghijben

       1689                                                                                                       Cornelis vanden Hoeck

Anthonij Joost Sijmens bekent van dese bovenstaende coop voldaen ende betaelt te wesen door hande van Sr. Johan de Bruijn, desen 20e April 1691.

Hiervan den brieff uijtgrmaeckt op een zegel van I gld IIII st.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier onder genomineert, Joachem Aertssen Remijs, Adriaen Cornelisse Buijs in huwelijck hebbende Dingentie Aerts Vermijs voor d’eene helft, Wouter Jansse Bacx getrout hebbende de wed. Dirck Aertssen Vermijs, Arien Commerssen ende ende Sara Commerssen Brivius, suster ende broeder voor de wederhelfft, alle als kinderen ende erffgenamen van Aert Joachemsse Vermijs, haer comparants bij versterff za: Commerken Aerts Vermijs, derselver suster, ab inttrestatie aenbestorven, ende hebben samen indien qualiteijt voor recht als men gewoon is, overgegeven met eender vrijer giffte, aen ende tot behoeff van Mattijs Aerts Vermijs, haer comparante broeder, swager ende ………………….. alsmede erff gegaen, specialijck een huijsken off wooninxken, met de erve daer aen gelegen, gestaen ende gelegen op Stapeleijnt onder Cappel, waer van belent is oost Joachem Teunisse ende Commerken Teunis Vermijs cum suis, den eene teijnde den anderen

Folio 67v

gelegen, west Corstiaen Glaviman, streckende voor vande straet aff, zuijtwaerts op te de gronde van Jonftou de Jongh toe, ende dat met alle wegen, stegen, schouwe ende naburen rechten, met recht daer uijtgaende, voors soo gelovende de voornoemde comparanten ’t selve vercochte goederen, in haere qualiteijten te vrijen ende te waren naer den rechten van de Landen, ende alle Calangie ende voorcommer aff te doen tot desen dagen toe. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, Migiel Jansen Backer Heemraden. Actum dese 29e April 1689.

Partijenverclaren voor recht den coopgereet ende contant gelt te wesen ter somme van vijff en tseventigh gulde, waervan de voornoemde comparanten in hate voorsr: qualiteijt bekennen ten volle voldaen ende betaelt te sijn, present dagh datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

       1689                                                                                                           Migiel Jansen Backer

Hiervan den brieff opgemaeckt op een zegel van I guld. IIII st.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel, Dirck van Eck in huwelijck hebbende Zara Peeters vander Hoeven, Marike Peeters vander Hoeven, wed. za. Laurens Peeter Verhoeven, die bekent van haere paert ten volle voldaen ende betaelt te sijn, volgens seeckre procuratie, gepasseert voor den Notaris Haenendoes tot Woudrichem ende de getuijgen, daer inne begrepen wesende de voorsr: procuratie van dato den 17e Maij 1689, ons Schout ende Heemraden vertoont ende gebleecken, ende heeft in dier qualiteijt over gegeven met eender vrijer giffte soo als recht is aen ende tot behoeff van Antonij Otten Havelaer, getrouwt hebbende Cornelia Peeters vander Hoeven, specialijck een gerechte derde paert van eenen acker, groot ontrent drie hont ofte soo groot ende cleijn als deselve aldaer inden Hoeffslagh gelegen is, gemeen ende onverdeelt met den comparanten susters ende broeders, gelegen ten westen van Willem van Gentsvaert, waer van gelegen is noorden de kinderen za. Ariaentgen Jans Sijmens, zuijden de erffgenamen Jan Peeters Geenen, streckende voor van ter halver Willem van Gentsvaert voorsr: aff, westwaerts op soo verre ’t selve met recht streckende is, ende dat met alle wegen, stegen, schouwen ende nabueren rechten, met recht daer uijtgaende, voorts soo gelooft den voornoemde comparant in sijne voorsr: qualiteijt ’t selve te vrijen ende te waeren naer den techten vanden Landen, ende alle Callangie ende voorcommer aff te doen tot desen dage toe. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Knarp, Jan Goijert Gijben Heemraden. Actum desen 18e Maij 1689.

Partijen verclaren voor recht den coopgereet ende contant gelt te wesen ter somme van vijfftigh ca: gld., waervan den voornoemde Comparant bekent ten vollr voldaen ende betaelt te sijn, ergo gecasseert, present dagh datum ut supra.

Folio 68r

Hiervan den brieff uijtgemaeckt op een zegel van I gld. IIII st.

Ten voorsr: dagen compareerde den voornoemde Dirck van Eck, grtrout hebbende Sara Peeter vander Hoeven, Marike Peeters vander Hoeven wed. za: Laurens Verhoeven, die bekende voir hare paert in desen ten volle voldaen ende betaelt te sijn, volgens seeckre procuratie gepasseert voor den Notaris Harnendoes, woonende tot Woudrichem, ende de getuijgen daerinne begrepen, wesende de voornoemde procuratie van dato den 17e Maij 1689 ons vertoont ende ghebleecken, ende geeft den voornoemde Dirck van Eck in dier qualiteijt over, met eender vrijer giffte soo als recht is, aen ende tot behoeff van Antonij Otto Havelaer, getrout hebbende Cornelia Peeters vander Hoeven sijne swager specialijck een gerechte derde paert van twee bancken moerdellen, gelegen ten oosten van Willem van Gentsvaert, gemeen ende onverdeelt met derselver gesuster ende broeders respecktivelijck, waer van gelegen is noorden Govert vander Punten, zuijden ………………………………, streckende voor van ter halver Willem van Gentsvaert voorsr: aff, oostwaerts op, rot den Queckel toe, ende dat met alle wegen, stegen, schouwe ende naburen rechte, met recht daeruijt gaende, wijders gelovende den voornoemde comparant in sijne voornoemde qualiteijt ’t selve te vrijen ende te waren naer den rechten vande Landen, ende alle vootcommer aff te doen tot desen dagen toe. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, Cornelis vanden Hoeck ende Jan Govert Gijben Heemraden.

Partijen verclaren voor recht de coop gereet ende contant gelt te wesen ter somme van vier en tseventigh hld., waervan den vooenoemde comparant bekennen ten volle voldaen ende betaelt te sijn, ergo gecasseert, present dagh datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                                                Johan Cnaep

     1689                                                                                                           Cornelis vanden Hout

                                                                                                                  Jan Goeijaertssen Ghijben

Hiervan den brief uijtgemaeckt op zegel I gld. IIII st.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden, den eersamen Sr: Hendrick van Gils, Scheepene van Nederveen Cappel, ende heeft overgegeve met eender vrijer gifte soo als recht is, aen ende tot behoeff van Cathaina van Gils, wed: za: Govert vander Hoeven, in sijn leven Secretaris vande Zuijdewijn, sijne dochter, specialijck het gerechte derde paert van eenen dries met den omloop van dien houtwas, gelegen op de Hoogevaert, gemeen ende onverdeelt met de voornoemde cooperssen, ende Domine Schalckens, predicant tot ’s Hee-renloo, waervan gelegen is, zuijden Arien Cornelissen Leempoel wnde Antonij van Campen, den eenen teijnde den anderen gelegen, noorden den Ed: Heere vande Zuijdewijn ende de kinderen van Hendrick de

Folio 68v

de Jongh, Secretaris van Hees ende Leende cum suis, den eene mede teijnde den anderen gelegen, streckende voor van ter halver Hoogevaert voorsr: aff, westwaerts op soo verre tselve als van outs streckende is, ende dat met alle wegen, stegen, schouwen ende naburen rechten, met recht daer uijtgaende, wijders soo gelooft den voornoemde comparant tselve te veijen ende te waren naer den rechten vande Landen, ende alle callangie ende voorcommer aff te doen tot desen dagen toe. Coram Cornelis vanden Hoeck ende Johan Knaep Heemraden. Actum desen 8e Junij 1689.

Partijen verclaren voor recht den coop gereet ende contant gelt te wesen ter somme van een hondert dartigh car: gulde, waervan den voornoemde comparant bekent ten volle voldaen ende betaelt re sijn, ergo gecasseert, present dagh datum ut supra.

                                                                                                                                      Johan Cnaep

                                                                                                                     Cornelis vanden Houck

Hiervan een brieff uijtgemaeckt.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier onder genomineert Sr: Handrick van Gils, Heemraet in Nederveen Cappel, ende heefft overgegeven met eender vrijer giffte soo als recht ende gewoon is, aen ende tot behoeff van Adriaen Jacobssen Paens, specialijck ontrent drie hont moer met den gront, gelegen ten westen vande Nieuvaert, waervan noorden belent is de kunderen ende erffgenamen van Teunis Bastiaenssen Smits, zuijden de erffgenamen za: Thijs Ottiens cumsuis, streckende voor van ter halver Nieuvaert voorsr: wesrwaerts op tot den Queeckel toe, offte soo verre ’t selve gelegen ende met recht streckende is, ende gelegen bij den comparant ende sijne voorsaten altoos in gebruijck is geweest, ende dat met alle wegen, stegen, schouwen ende nabueren rechten, met recht daeruijt gaende, voors soo gelooft den voorsr: comparant ’t selve te vrijen ende te waren naet den rechten vande Landen, ende alle voorcommer aff te doen tot desen dagen toe. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep ende Cornelis vanden Hoeck Heemraden, actum desen 27e Junij 1689.

Partijen verclaren voor recht den coop gereet ende contant gelt te wesen, volgens conditie ter somme van een hondert vijff en ’t sestigh gld., te betalen d’eene helfft gereet bij de giffte, ende de wederhelft ten Alder Heijligen eerstcomende 1689.

Den voornoemde comparant authotiseert Jurij Colthoff, Armmeester van Sprangh vande jare 1689, omme de voorsr: cooppenningen te inne ende te ontfangen ter profijte vande voornoemde Armen van Sprangh, present dagh datum ut supra.

Folio 69r

                                                          Waterbrieff

Hendrick Prs: Timmer, vercooper tot laste Huijbert Melis vanden Dam, cooper.

Compareerde voor ons Schout en Heemraden van Schrevelduijn Cappell, hieronder genomineert Huijbert Melis vanden Dam, den welcke vercladen op waterrecht wel ende deuchdelijk schuldich te wesen, aen ende tot behoeff van Hendrick Peeters Timmers ter somme van een hondert vijff en tnegentigh car: gld., den gulden ad: veertigh Grooten Vlaems gereckent, hercomende dese voornoemde somme voer coop van een damschuijt, met want zeijl cabers anckers, touwen ende wat verders daer aen dependerende is, bij den voorsr: comparant, vande voornoemde Hendrick Peeters Timmers gecocht, ende op hoe die gelevert ende ontfangen, welcke voorsr: hoofft somme belooft den voorsr: comparant te betalen, vijff en seventigh car: gulde nu gereet ende contant bij de leveringe, ende de resterende hondert twintigh car: gulde in twee egale ende gelijcke termijnen, te weten de sestigh gulde van huijden datum ondergeschreven over een jaer’dat wesen wesen sal den 22e Julij 1690, ende de resterende sestigh gulde een jaer daer aen volgende, tot de volle voldoeninge ende betalinge incluijs, sonder intrest aen handen vande voorsr: crediteur offte mer sijne gelieffte, den wettige toonder van deses, voor welcke voorsr: hoofftsomme stelt hij comparant ten onderpant Specialijck het voorsr: vercochte damschuijt, soo als ’t selve sal worden bevonden te vermogen achtervolgen, op alle havens stroomen ende rivieren te arresteren, soo inde provintie van Hollant, Zeelandt, Gelderlant als onder gebiet van den Coninck van Hispanien off Elders te executeren met de corste middel van rechten, mitsgaders sijne huijsinge, erve ende geboomte daer op staende, gestaen ende gelegen binnen Cappel voornoempt, ten oosten vande Nieuvaert, alwaer den voornoemde comparant in ende jegenwoordigh op woonende is, ende voors etcetera. Aldus gedaen ende gepasseert ter presentie ende overstaen van Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, Cornelis vanden Houck, Heemraden. Actum desen 22e Julij 1689.

Hendrick Peeters Timmers bekende vande voorsr: eerste termijn, wesende ter somme van vijff en tseventigh gulde, door handen vande gemelte comporant ten volle voldaen ende betaelt te sijn, present dagh datum ur supra.

Adr: Timmers                                                                                               Cornelis vanden Houck

       1689                                                                                                                        Johan Cnaep

Den bovengenoemde Hendrik Prs. Timmer verclaerde de Damschuijt, in dese bovenstaende waterbrieff vermelt, weder in coope aengenomen te hebben voor de resterende somme, ende daerenboven heeft hij geloofft te betaelen aen handen van voornoemde Huijbert Melisse, contant eens de somme van 25 gld., dewelcke deselve bekende op coodis te hebben ontfangen soo dat de voorsr: comparanten ten wedersijden hebbende voldarn te sijn, ende volcomentlijck hebben contantement onder conditie soo belooft, den voornoemde Huijbert Melis soo den incas van Timmeringe ietwes aen voornoemde schuijt mochte zijn gedaen bij zijnen tijt tot zij aen laste tekenen, actum

Folio 69v

Alsoo de voochden der minderjarige weeskinderen van za: Cornelis Rommen van Dijck, verweckt bij za: Maria Teunissen Vught, aen ons Schout ende Heemraden van Cappel versochte dat de kinderen vande voorsr: Cornelis Rommen van Dijck inden volle boedel machten blijven sitten, soo ist dat wij Schout ende Heemraders, naer alle rijpelijcke delibaratien hebben geaccordeert met de voorsr: voechde, dat deselve kinderen bij provisie met den anderen sullen blijven in hare volle besith ende huijshoudinge, tot den eerste December 1689 toecomende toe, ende den voorsr: kinderen niet wel en come te gedragen, soo sal den voorsr: boedel bijde vooesr: Schout ende Gerechten wederomme werden aengeveert, omme daer dan mede te doen ende handelen als tot voordeel vande voorsr: weesen, bevonden sal worden te behooren, mits dat de voorsr: voochden offte der selver kinderen vooraff sulle betalen trecht van Schout, Secretaris, ende gerechte insgelijcx de verpondinge, sout ende seep gelden .. die den voorsr: boedel, tot op hodie toe den achterensijden gereserveert ’t geene de voorsr: weeskinderen uijt den boedel van hare ouders grootvader ende grootmoeder, respectivelijck overleden inde Vrijhoeven competerende sijn, blijvende derhalven den voorsr: boedel tot den vooesr: tijt in staet, ende dat ondert verbant als naer rechten, als gepast ter presentie ende overstaen van Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, ende Jan Govert Gijben Heemraders, actum desen 23e Augustus 1689.

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

       1689                                                                                                  Jan Goeijaertssen Ghijben

Hier den brief van uijtgemaeckt.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraders van Schrevelduijn Cappel hier onder genomineert, Adriaen Cornelissen Timmers ende heefft overgegeven met eender vrijer gifte soo als recht ende rewoon is, aen ende tot behoeff van Dirck Ariaenssen Timmer sijne soone, specialijck specialijck de gerechte noordensse helfft van een huijsinge ende dries daer aen gelegen, gestaen ende gelegen ten oosten vande Nieuvaert, waervan gelegen is zuijden Huijbert Melis van Dam, mette wederhelfft, Jan Melisse van Dam noorden, streckende voor van ter halver Nieuvaert voorsr: aff, oostwaerts op tot de erve van Govert vander Punten toe, ende dat met alle wegen, stegen, schouwe ende nabueren rechten, met recht daer uijtgaende, voorts soo geloofft den voornoemde Comparant ’t selve te vrijen ende te waren naer den rechten vande Lande, ende alle Callangie ende voorcommer aff te doen tot desen dagen toe, onder de conditie ende expres bedingh, dat den voorsr: Comparant ende den selffts huijsvrouwe haer leven langh behout inden voorsr: huijsinge vrije wooninghe. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, Cornelis vanden Hoeck Heemraders. Actum desen 15r September 1689.

Partijen verclaren voor recht den coop gereet ende contant gelt te wesen ter somme van een hondert gulde, waervan den voornoemde Comparant bekent te volle voldaen ende betaelt te sijn, present dagh datum ur supra.

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

     1689                                                                                                       Cornelis vanden Houck

Folio 70r

Hiervan den brieff uijtgemaeckt op zegel I gld IIII st.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraders van Schrevelduijn Cappel, hieronder genomineert Adriaentgen Aerts Luijcx wed: wijlen Willem Peeter Corsten, geassisteert met Antonij Glaviman Secretaris, haren vercooren voocht in desen, ende heeft overgegeven met eender vrijer giffte soo gewoon ende recht is, aen ende tot behoeff van Peeter Joosten de Bruijn haer neve, specialijck een partijken zaijlants met houtwas ende geboomte daerop staende, gestaen ende gelegen ten noorden vande Nieustraet onder Cappel, ende dat alsoo groot ende cleijn als ’t selve aldaer inden Hoeffslagh gelegen is, waervan west gelegen is de wed. Peeter Ockers, noort de voornoemde Comparante, streckende uijt den noorden vande erve vande vooenoemde wed. Peeter Ockers aff, zuijtwaerts der halver Nieustraet voorsr: toe, mits dat de voorsr: Comparant ten westen van hare huijsinge behout vijff voeten breet, te reeckenen vande Duseldrop aff westwaerts op ende soo voorts, uijtten zuijde vande voorsr: getransporteerde erve, noortwaerts op tot het sloijken achter teijnde haere huijsinge, loopende sijn zuijde ende noorde daer de voorsr: erve op seperrerende is, ende mort den voorsr: sloot halff ende halff onderhouden werden, ende dat voors met alle wegen, stegen, schouwe ende nabueren rechten, met recht daer uijtgaende, wujders soo verclaert de voornoemde comparante, in haere voorsr: qualiteijt haere vercochte ende getransporteerde goederen te vrijen ende te waren naer den rechten vande Landen, ende alle calangie ende voorcommer aff te doen tot Nieuwejaer 1690 toe. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Cnaep ende Cornelis vanden Hoeck Heemraders. Actum desen 22e September 1689.

Partijen verclaren voor recht den coop te wesen ter somme van vijff en tseventigh ca: guld., te betalen 25 gulden nu gereet bij de opdraght, 25 gulden voor een jaer daeraen, ende de resterende 25 gulden int jaer 1691, tot de volle voldoeninge effectuele betalinge incluijs, welcke voorsr: contante ende gereede penningen bekent de voornoemde Comparante daervan voldaen ende betaelt te sijn, present dagh datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                               Cornelis vanden Houck

     1689                                                                                                                          Johan Cnaep

Adriaentgen Aers Luijcx wed. voorsr: bekennen vande voorsr: tweede ende laetste termijn, wesende ider paij vijff en twintigh ca: gulde, door handen van Peeter Joosten de Bruijn cooper voorsr: ten volle voldaen ende betaelt, ergo de eerste met de laetste penningh, alhier gecasseert ende geroijeert, desen 23e September 1690.

Dit merck X stelt Adriaentie Aerts Luijcx wed. voorsr:, verclaert niet te connen schrijven.

Folio 70v

Erffdeelinge voor recht aengebracht bij Neeltien Adriaenssen Maes wed. Jan Teunisse van Willegen, Maria, Mechgel end Joachem Adriaensse Maes, mitsgaders Cornelis Cornelisse Bierlanghs soo voor sijn selve, als mede den selve intervenierende ende de rato caverende voor sijne swager, ende suster Pieter ende Anneken Jaspers Bogaers, mitsgaders den voorsr: Corneles Bierlanx in qualiteijt als voogt, neffens des heere officier als oppervoocht van alle weesen der minderjarigh weeskindt van za: Adriaentgen Jaspers Bogaerts, alsmede Arien Willemssen Mars, woonende op Out Claeswael, alle als kinderen ende kintskinderen van za: Neeltien Joachems ende der selver weessen, ende dat van alle erffelijcke, haeffelijcke, meuble ende inmeuble goederen, en laest metter doot ontruijmpt ende naergelaten bijden voornoemde Neeltgen Joachems za:, ende is dese deelinge als volgende is.

Inden eersten soo is Marike, Mechgel ende Joachem Adriaensse Maes, samen ider voor een derde paert, met een blindt gelodt ende beerfdeelt op de huijssinge ende ackerlande daer aen gelegen, gestaen ende gelegen ten noorde vande Nieustraet binnen Cappel, waervan gelegen is oost Bastiaen Jansse Maes, west Cornelis Jansse Ockers, streckende voor van ter halver Nieustraet voorsr: aff, noortwaerts op de erve ende kinderen za: Jan Wouters toe.

Item alnoch soo sijn de selve gelodt ende beerffdeelt op 80 roeden zaijlants, gelegen op de Hoogevaert gemeijn ende onverdeelt met Jan Govert Gijben cum suis, waervan vant geheel naest belaendt is Adriaen van Campen, noorden de kinderen van Gijsbert Govers den Oude, streckende van ter halver Hoogevaert aff, westwaerts op tot den Pijs alsoo genaempt toe.

Folio 71r

Item alnoch soo sijn de selve bedeelt op een partijke moergronden, soo gedolven als ongedolven, gelegen onder Loon, ten ooste vande Hoecxsse stege, waervan zuijden gelegen is Jacob van Nieuwenhuijse cum suis, noorden Gijsbert van Dommelen, streckende van uijtten westen van de stege voornoept aff, oostwaerts op soo verre ’t selve met recht streckende is, mits dat deselve drie staecke nemen tot haren last omme te betalen een somme van vijff en ’t seventigh car. Gulde als Gerit Aertssen van Beest, ende Mechtel Ariensen Maes, bij obligatie op den voorsr: boedel te pretendeeren ende op staet ende inventaris gebracht, ende die voor drie looten ofte de helft.

Item daer tegens soo sijn Neeltien Adriaensse Maes, weduwe wijlen Jan Teunisse van Willigen, Adriaen Willemsse Maes, wonende op Out Claeswael, ende Cornelis Cornelis Bierluicx soo voor sijn selven ende in qualiteijt als voocht, neffens des Heere Officier vant het minderjarigh weeskint van za: Adriaentgen Jaspers Bogaerts, den selve intervenierende ende de Rato caverende voor Pieter ende Anneken Jaspers Bogaerts, susters ende gebroeders respective, ende sijn samen met een blindt lodt gelodt ende beerffgeelt op drie hont zaijlants, gelegen ten zuijden vande Nieustraet, waervan gelegen is oost de wed. Baltus Jansse Verhoeven cum suis, weest den Armen van Cappel, streckende voor van ter halver Nieustraet voorsr: aff, zuijtwaerts op tot de Loonse erve toe.

Item alnoch soo sijn de selve bedeelt op een partij zaijlants, driese ende moervelden onder Loon gelegen, waervan oost beleendt is de wed. Arien Janssen Hoijmaijer, Dirck Woutersse Smidts, streckende vanden Hollantsse dijck aff, zuijtwaerts op soo verre tselve met recht streckende is, mits dat de voorsr: drie staecken mede aennemen ende tot hare laste houden, te betalen een somme van 76 gulde, die tot laste vande voorsr: boedel koopende is, als int eerste lot deser deelinge gerevereert is, te voldoen ende mede van drie looten offte de wederhelfft.

Folio 71v

Item nemen Joachem Ariensse Maes tot sijnen laste te betalen alle de dootschulden, die tot de begraeffenisse van za: Neeltie Joachemssen, der selver moeder te betale sijn, mits dat de gemelte Joachem ende sijne twee susters Mari ende Megheltie Adriaensse Maes, den volle imboedel ende korn, mits dat deselve aende voorsr: drie staecken moet uijtkeeren een ducaton, aenstonts te voldoen.

Item nemen deselve mede tot haren laste te voldoen, den intrest van alle die tot laste vande voorsr: boedel loopende sijn tot datum deses toe.

Partijen tot des een off des anders, profijt vertijt ende vertegen naer den rechten van Zuijt Hollant, omme ider ’t sijne te mogen gebruijcken als haere andere vrij eijgen ende alandiael goederen, mits dat ider voort sijn sal onderhouden alle wegen, stegen, rechten, schouwen, daer uijtgaende sijn, in val eenige pretentie op des, off op des anders gedeelte quamen te ontstaen, twelck verhoopt w………. geloovende bij desen, den eene den ander te helpen dragen rnde garandeeren, aldus gedaen ende gepasseert ter presentie ende overstaen van Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, Corstiaen de Zeeuw Heemraders. Actum desen 15e November 1689.

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

       1689                                                                                                                Corstiaen de Seeu

Hiervan den brieff uijtgemaeckt als voor.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraders van Schrevelduijn Cappel hier onder benomineerdt, Dirck Adr: Timmers, ende heeft overgegeven met eender vrijer vrijer giffte, soo gewoon ende recht is aen ende tot behoeff van Cornelis Antonisse Swart sijne swager, specialijck een woonincxke ende erfke daer t’selve op staende is, gelegen ten oosten vande Nieuvaert binnen Cappel ontrent de sluijs, waer van gelegen is zuijde Govert Peeters Timmers, nooeden Jan Janssen vandeb Dam, streckende voor van ter halver Nieuvaert voorsr: aff, oostwaerts op tot de erve van Hendrick vanden Hoeck toe, ende dat mer alle wegen, stege, schouwe ende nabueren rechten, met recht daer uijtgaende, voorts gelooft den voorsr: comparant ’t selve te vrijen ende te waren naer den rechte van de Landen, ende alle Callangie ende voorcommer aff te doen tot dese dagen toe. Coram Adriaen Timmers Schout, Corstiaen de Zeeuw ende Jan van Pas Heemraden, actum dese 25e November 1689.

Partijen verclaren voor recht den coop contant gelt te wesen, ter somme van 40 ca: gulde, waervan den voornoemde comparant bekent ten volle voldaen te sijn, dagh datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                                      Corstijaen de Seeu

1690                                                                                                                                                                   Jan van Pas

Folio 72r

Hiervan den brieff uijtgemaeckt op een zegel van I gulde IIII st.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hieronder genomineert, Neeltie Ariensse Maes weduwe wijlen Jan Teunissen van Willigen, Arien Willemsse Maes, Cornelis Cornelisse Bierlancx, soo voor sijn selven, ende mede als voochde ende toesiender, nevens Joachem Adriaens Maes der minderjarige kinderen van za. Adriaentie Jaspers Bogaerts, deselve intervenierende ende de rato caverende van Peter ende Anneken Jaspers Bogaerts, suster ende broeder respective, alle als kinderen, kints kinderen ende erffgenaemen van za: Neeltie Joachemssen ende Arien Teunissen Maes echteluijde, ende hebben samen indier qualiteijt voor geschreven met eender vrijer giffte, soo recht ende gewoon is aen ende tot behoeff van za: Dirck van Pelt, scheepen vande Vrijhoeven, specialijck drie hont zaijlants, offte soo groot ende cleijn als ’t selve deel inden Hoeffslagh gelegen is, gelegen binnen Cappel ten suijden van de Nieustraet, waervan west beleent is den Armen van Cappel, oost de wed: Baltus Jansse Verhoeven cum suis, streckende voor van ter halver Nieustraet aff Zuijtwaerts op tot de Loonse erve toe, ende dat indier voegen ende vootcomen als haer comparanten uijt den hooffde, ende bij deelinge vande voorsr: Neeltie Joachems ende Arien Maes, derselver vader, grootvader ende grootmoeder respectivelijck aengecomen is, ende dat met alle wegen, stegen, schouwen ende nabueren rechten met recht daer uijtgaende, voors soo geloove de voornoemde comparant in haren voorsr: qualiteijten ’t selve te vrijen ende te waeren naer den rechten van de Landen, ende alle Callangie ende voorcommer aff te doen tot Nieuwejaer 1690 toe. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, Corstiaen de Zeeuw ende Cornelis vanden Hoeck Heemraden, Actu desen 8e December 1689.

Partijen verclaten volgens conditie den coop te wesen ter somme van twee hondert tien car: gulde, te betalen in twee egale ende gelijcke termijnen, als te weten d’eene helft gereet ende contant bij de voorsr: transporte, ende de wederhelfft over een jaer, tot de volle effectuele betalinge incluijs, de voornoemde comparanten bekennen van de voorsr: eerste ende tweede termijn …………… de geheele cooppenninge, door handen van de voorsr: cooper ten volle voldaen ende betaelt te sijn, ergo gecasseert, present dagh datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                              Cornelis vanden Houck

1691                                                                                                                                                                   Johan Cnaep

                                                                                                                             Corstijaen de Seeu

Folio 72v

Erffdeelinge voor Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel aengebracht, bij ende vanwegen Teunis Hendricxsse Timmerman, getrout hebbende Teuntien Bastiaensse Boer ……, Handrick Teunisse Timmerman in qualiteijt als voocht, ende Gerit Ariaensse Back als toesiender van Cornelis Bastiaensen Boer, met consent van Schout ende gerechte, als oppervoochde der weesen ter andere sijde, ende dat van alle hare erffelijcke, haeffelijcke goederen, obligatien etc., haer ab intestato aengecomen van haer grootvader ende grootmoeder, Bastiaen Huijberssen Boer ende der selver huijsvrouwe respective, ende is dese deelinge als volgende is.

Ten eersten soo is Teunis Handricx Timmerman nomis uxoris, met een blindt lodt gelodt ende beetffdeelt op eene dries, gelegen ten noorde van de Nieustraet, wartvan gelegen is oost Schoenmakers Stege alsoo genoempt, west het ackerke waer op de selve hem waer bedeelt is, streckende voor van ter halver Nieustraet voorsr: aff, noortwaerts op tot de sestigh roede toe.

Item alnoch op een ackerken gelegen als voorsr:, belent oost Teunis Handricx Timmerman waerop deselve van vooren bedeelt is, weest …………………………….., streckende voor van ter halver Nieustraet voorsr: aff, noortwaerts op tot de voorsr: 60 Roeden toe.

Irem alnoch soo is den selven in sijne voorige qualiteijt gelodt ende bedeelt op twee en een halve geert aenwasch, gelegen in Nederveen Cappel, gemeen ende onverdeelt met Jan Ariens Sijmen Back, waervan vant geheel gelegen is oost ………………………………, west …………………, streckende voor van ’t Scheepsdiep, noortwaerts op ter halver Scheijsloot toe.

Item alnoch soo is den selven bedeelt op de gerechte helfft van een buijten dijcxsse delle, gelegen binnen Cappel, ten westen vande Nieuvaert, gemeen ende onverdeelt met de kinderen za: Teunis Aersse Pharo, waervan gelegen is west de wed. Zeger de Graeff …… Migiel Backer, streckende van den teen van den dijck aff noortwaerts op, tot den Ambachte van Nederveen toe.

Folio 73r

Item alnoch soo is den selve bedeelt op twee honr zaijlants, gelegen inde Nieustraet ten noorde achter de huijsinge van Gerit Arienssen Back, waervan oost gelegen is den voorsr: Gerit Ariensse Back, weest Claes Janssen Mouthaen streckende.

Item daertegens soo is Hendrick Teunisse Timmerman in qualiteijt als voocht, ende Gerit Back toesiender van Cornelis Huijbersse Boer, ende dat met consent van Schout ende Heemraders als oppervoochde van alle weesen bedeelt, eerstelijck op een partij zaijlants gelegen ten zuijden vande Nieustraet, groot ontrent vier hondt, waervan oost gelegen is Seijcke Gerits, weest de wed. Handrick Jansse Joachem, offtewel den Arme van Cappel, streckende voor van ter halver Nieustraet voorsr: aff, zuijtwaerts op tot de Loonse erve toe.

Item alnoch soo is den selven in hare voorsr: qualiteijt bedeelt op eene dries genaempt de Sants dries, waervan gelegen is oost Christiaen de Zeeuw, weest Mr: Ariaen de Roij, streckende voor van der halver Nieustraet aff, noortwaerts op tot de erve van Jan Knaep cum suis toe.

Item alnoch soo sijn de selve bedeelt in hare voorsr: qualiteijt op een buijten dijcksse delle, gelegen binnen Cappel, waer van (ge)legen is oost ende west Handrick Sijmenssen Vos, streckende voor van de ….sloot aff, noortwaerts op tot den Ambachte van de Zuijdewijn toe.

Item alnoch soo sijn deselve in haere voorsr: qualiteijt bedeelt op ontrent twee ende een vierendertig honts zaijlants, gelegen ten noorden vande Nieustraet, waervan oosten gelrgen is de wed: Handrick Wouters Verhagen, west Gerit Back, streckende uijt den noorden van de Behoeden aff, alsoo genaempt, zuijtwaerts op tot de kersseboom, die achter de schuer vande wed: Handrick Wouters Verhagen staende is toe, ende dat voor een lodt ofte de wederhelfft.

Item houdende de voorsr: condividenten

Folio 73v

int gemeen, alle het hoijlant onder de Zuijdewijn gelegen, mitsgaders alle de moergronden ende moervelde, soo onder Loon ende Schrevelduijn Cappel, ten zuijde ende noorde vande Kruckvaert gelegen, omme aldaer van de vrughten samen te gebruijcken.

Aldus dese voorsr: vertightinge gedaen ende gepasseert ten presentie ende overstaen van Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, Corstiaen Seeu, ende Cornelis vanden Houck, Heemraders. Actum desen 16e December 1689.

Adr: Timmers                                                                                               Cornelis vanden Houck

1692                                                                                                                                                                   Johan Cnaep

                                                                                                                              Corstijaen de Seeu

Erffdeelinge voor recht aengebracht bij ende van wegen Teunis Woutersse Clad, in huwelijck hebbende Barbara Lamberts, Lammert Cornelis ende Peeter Cornelissen, ider voor een derde paert van alle de erffelijcke goederen met doot ontruijmt ende naergelaten bij haere voorsr: vader, moeder, grootvaders ende grootmoeders respectivelijck overleden binnen Cappel, op de Hoogevaert, ende is de deelinge als volght.

Inden eerste soo is Teunis Wouters Clad nomine uxoris, geloot ende beerffdeelt op de gerechte helft van een huijsinge met de erve daer aen gelegen, groot ontrent twee honden, waervan gelegen is noorden de wed: Handrick Backer, zuijde Govert Jansse Cluijtenaer, streckende voor van ter halver Hoogevaert aff waers op, tot de erven de wed: Jan Bleesen toe, met de cheijns als van outs.

Item alnoch soo is den selven bedeelt op drie hont zaijlants met de Stege daertoe behorende, gelegen op de Hoogevaert inde 42 geerde, waervan noorde gelegen is Corstiaen Gijsberts cum suis, zuijden Jan Dingemans Decker cum suis, streckende uijt den ooste van de erve Gerit Jansen van Vught aff, westwaerts op tot den Peijs alsoo genaempt te ………………… gaende ’t selve subject als van outs dat van een lodt offte part.

Folio 74r

Item daer en tegens soo is Lammert Cornelisse bedeelt op de gerechte helfft van een huijssinge ende erve, groot ontrent …….. 64 hont zaijlants daeraen gelegen, gemeen ende onverdeelt met de kinderen van Wouter Bogaerts, waervan noor(d)en gelegen is de Stege van de wed: Jan Bleesen, zuijden den Armen van Cappel, streckende voor van ter halver Hoogevaert voorsr: aff, westwaerts op tot Reiders heijde alsoo genaempt, mits dat dit lodt sijner vrijer wegh heeft over de stege voor uijt voort thuijs gelegen op des armens acker gecomen van za: Seijcke Wildens, ende dat voor een lodt ofte paert, ende dat mede met den Cheijns als van outs.

Item daer tegens soo is Peeter Cornelisse bedeelt op sw helfft van een huijsinge ende erve, groot inr geheel twee hont, gelegen op de Hoogevaert, gemeen ende onverdeelt met Tomas Wouters Clad nomine uxoris, waerop den selve hier voren bedeelt is, gelegen zuijden ende noorde als voren, streckende als voren.

Item alnoch soo is den selve bedeelt op een ackerken inde Driessen ende houtwas daerop staende, gestaen ende gelegen op de Hoogevaert, groot ontrent drie ende een halff hont, waervan gelegen is noordwaerts Joost Bertrams de Bruijn, zuijden Aert Berude cum suis, streckende voor van ter halver Hoogevaert voorsr: aff, westwaers op tot Reeders Heijden alsoo genoempt toe, ende dat mede met den cheijns aen Godts huijs van de.t jaerlijcks op Maij pretenderende is, ende dat mede voor een lodt offte paert.

Aldus vertight ende vertegen naer den rechten deser Lande gewoonlijck sijn te doen, ter presentie ende overstaen van de Heer Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep ende Jan Goverts Gijben Heemraden. Actum desen 22e December 1689.

Adr: Timmers                                                                                            Jan Goeijaertssen Ghijben

1691                                                                                                                                                                   Johan Cnaep

Hiervan den brieff uijtgemaeckt op behoorlijcke zegel.

Ten voorsr: dagen Compareerde voor ons

Folio 74v

Schout ende Heemraden voornoempt, Peeter Cornelissen jegenwoordigh woonende tot Strijen, ende heeft overgegegeven met eender veijer gifte soo gewoon ende recht is, aen ende tot behoeff van Cornelis Claessen vander Saecken, specialijck eene acker ende Driesse vooraen gelegen op de Hoogevaert, groot ontrent drie ende een halff hont, offte soo groot ende cleijn als tselve aldaer inden Hoeffslagh gelegen is, waervan beleent is, noorden Joost Bertrums den Bruijden, Zuijden Aert Berude cum suis, streckende voor van ter halver Hoogevaert voorsr: aff, westwaerts op tot Reeders Heijde alsoo genaempt toe, hem Comparant bij deelinge van sijne grootvader ende grootmoeder respecktivelijck aengecomen ende op ….. gepasseert, ende dat vooers met alle wegen, stegen, schouwe ende nabueren rechten, met recht daer uijtgaende, wijders gelooft den voorsr: comparante t’selve te vrijen ende te waren naer den rechte van de Lande, ende alle Callangie ende voorcommer aff te doen tot Nieuwjaer 1690 toe, ende dat met soodanige chijns als het Godtshuijs van Dordrecht jaerlijcks op Meijdagh daer uijt heffende is. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, Jan Govert Gijben Heemraden, actum ut supra.

Partijen verclaren voor recht den coop te wesen ter somme van hondert car: gulde, te betalen seventigh car: gulde gereet ende contant bij de opdrachte, ende het resterende dartigh car: gulde, in twee egale ende gelijke termijne, jaerlijcks vijfftien car: gulde offte derde termijn, een jaer daer aen tot volle betalinge incluijs, van welcke voorsr: eerste termijn bekenne door handen van de voorsr: cooper wesende 70 gulde voldaen te sijn, present dagh datum ut supra.

Ten voorsr: dagen soo compareerde den voorst: Pr: Cornelisse, ende verclaren te transporteren ende op te dragen, aen ende ten behoeff van Jan Adr: Knaep Heemraet alhier, ter somme van dertigh car: gulden, sijnde de voorsr: tweede ende laetste termijn der voorsr: getransporteerde van deselve somme bij dito Knaep van de voorsr: cooper, op sijne voorschreven dagen te werde ontfangen, met alle recht ende toeseggen vandirn, present dagh datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                           Jan Goeijaertssen Ghijben

1691                                                                                                                                                                 Johan Cnaep

Folio 75r

                                                           Contract

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier onder genomineert, den eersamen Jan Wouters Cladbooter, weduwnaer van za: Adriaentien Arienssen Hoeffnagel ter eenre, Jan Arienssen Hoeffnagel, soo voor sijn selven, alsmede voocht der minderjarige kinderen van za: Gerit Arienssen Hoeffnagel, den selve de Rato caverende fort ende sterck makende voor Janneken Ariensse Hoeffnagel, wed: Cornelis Hermensse Duijser, met consent ende toestaen van Schout ende Geregte als oppervoochde van alle wed: ende weesen van Cappel, Gijsbert Ariensse Hoeffnagel, alsmede de voorsr: Jan Ariensse Hoeffnagel intervenierende ende de Rato caverende, van Jan Leenderts Dries, ende Anneken Leenderts Dries, soone ende dochter van Dingena Ariensse Hoeffnagel, alle als erffgenamen van de voornoemde Adriaentke Ariensse Hoeffnagel za: die huijsvrouwe was van Jan Wouters Cladboter voornoempt ter andere sijden, dewelcke verclaren int neme ende vrintschappen des ander te hebben verstaen ende geanondeert, gelijck sij den anderen in minnen ende vrintschappen hebben verstaen ende geaccordeert bij desen, in manieren als volgende is, eerstens dat den voorsr: Jan Wouters Cladboter eerste comparant sal hebben in volcomen eijgendom en volle besit alle die erffgoederen die hem eerste comparant, van sijne sijde sou aengecomen ende nogh aen te comen, alsmede den geheelen imboedel, bij den voornoemde eerste comparant ende derselver huijsvrouwe za: in ende bij staende huwelijck beseten hebben, ende bij deselve metten doot naergelaten is, soo van haeff bed bult linde wolle gout silver gemunt als ongemunt, mitsgaders van alle actie crediten, in ende uijtgaende schulden etc: vuijtgenomen de kleeren soo van linde ende wolle, die ten lijve van de overleeden eerste comparants huijsvrouwe behoorende is sullen comen aende zeijden vande voorsr: tweede comparante, alsmede sullen blijven aen de sijden vande voorsr: tweede comparanten, alle de erffelijcke haeffelijcke meuble ende inmeuble goederen die haer tweede comparanten door doode van haere vader za: al beede aenbestorven sijn ende noch naer doode van Maijken Jans Suijder derselver moeder, mochten comen aen te besterven daervan den voorsr: eersten comparant volcomen desisteert, sonder daerop eenigh pretens off toeseggen, en behoudt bij den voorsr: ……… parant tussen sijne naercomelingen, alsoo off hij eerste comparant met Adeiaentie Ariensse Hoeffnagel, hem tweede compatante suster oijt getrouwt

Folio 75v

en waren geweest naerlatende deselve goederen ten behoeven vande voorsr: tweede comparanten, verclaren mede de voorsr: twede comparante op des voorsr: eerste comparants goederen als voorsr: is, van gelijke geen recht nochte pretentie en behodiden waer over ende weder over daer sijn resisterende, soo ende als gewoon is tselve wier alle wetten ende rechten gebruijckelijck ende te gebruijcken, ider sijne als haer andere vrij ende alondiael goet, desen allen tgene voorsr: is verclaren de voorst: comparanten in allen deelen ende poinden te achtervolgen ende naer te comen voor aen ende ten eeuwigen dage, onder verbant als naer rechten, aldus gepasseert ter presentie ende oversraen van de Hr. Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep ende Jan Govert Gijben Heemraden, actum geteeckent desen 28 December 1689.

Adr: Timmers                                                                                            Jan Goeijaertssen Ghijben

       1690                                                                                                                       Johan Cnaep

                                                          Waterbrieff

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier onder genomineert, Gerit Claessen Molenaer, woonende alhier, dewelcke verclaerde op waterrecht wel ende deughdelijck schuldigh te wesen, aen ende tot behoeff van Handrick Peeters Timmers, ter somme van hondert vier ende twintigh gulde, eene stuijver acht penningen, tot XX stuijvers stuck Hollants prucederende dese voorsz: somme over coop van een smal schipke, met want, zeijl, kabels, anckers ende touwen ende t’verder daer aen dependerende is, bij den voorsz: comparant op hodie vande voorsz: Hendrick Peeters Timmers overgedragen ende gelevert, gelijck oock van gelijcke, Handrick Peeters Timmers de damschuijt van hem comparant, met want, zeijl, kabels, ankers ende touwen, mede op hode over ende weder over ontfangen hebben, welcke voorsz: hooftsomme gecoost den voorsz: comparant te betalen in twee egale ende gelijcke termijnen, te weten twee en sestigh car: gulde, twelff penningen aenstonts gij den leveringe vant voorsr: schip, onder de conditie dat hij comparant boven de voorsz: …… hondert vierensestigh gulde eene stuijver acht penningh tot sijnen last neempt te betalen een somme van twee hondert vijfftigh car: gulde, ende dat op soodanige jaerpaijen als Handrick Peeters Timmers inde maent van Julij vande voorsz Cornelis Vrolijck gepacht heeft volgens de brieven daervan sijnde, ende den voorsz Cornelis Vrolijck van sijnen laetsten termijn voldaen seijnde,

Folio 76r

soo sal den voorsz: tweeden termijn wesende tweeen tsestigh car: gulden rwaelff penninge aende voorsz: Hendrick Peeters Timmers werden betaelt een jaer daeraen volgende, ende dat alles sonder intrest des offt gevielen dat hij debiteur den penninge op sijne verscheijndagh niet en quamen te voldoen, beloovende daervan intrest te betalen tegens vier gulde tien stuijvers vant hondert, doch een maendt de twee onbegrepen, van welcke voorsz: hooftsomme soo van de termijn van Handrick Peeters Timmers, alsmede de cooppenninge van Cornelis Vrolijck offtewel voor den selven termijnen stelt den voorsz: Gerit Claessen Molenaer, debiteur in desen ten onderpant het voorsz; vercochte smalschip, soo als tselve sal werden bevonden, omme tselve te doen ende vermogen te arresteren op alle havens, stromen, ende rivieren, soo inden provintie van Hollant, Zeelandt, Gelderlant, onder het gebiet vande Coninck van Hispanien off elders mitsgaders sijne huijsinghe, erve ende geboomte daerop staende, gestaen ende gelegen binnen Cappel, waervan gelegen is west de stege van de wed: Eijltie van Nederveen cum suis, oost Teuntken Govers Bierman, streckende voor van den dijck aff, noortwaerts op tot de erve van Niclaes van Tilborgh toe, ende voorts generalijck rn Coram Adriaen Timmers Schout, Migiel Janssen Backer ende Coenelis vanden Hoeck. Heemrs. Actum desen 19e Januarie 1690. Handrick Peeters Timmers bekent vande voorsz: gerede ende contante penninge door handen vande voorsz: cooper voldaen te sijn, actum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                                Michiel Jansen Backer

                                                                                                                     Cornelis vanden Houck

Handrick Peeters Timmers, crediteur in desen bekent vande tweede offte laetste termijn voer coop vant vooesz: smalschip, door handen van Gerit Claesse Molenaer ten volle voldaen ende betaelt te sijn, actum desen 2e Februarie 1690.

Handrick Peeters Timmer, crediteur in desen bekent ontfangen te hebben van Gerit Claesse Molenaer de somme van hondert car: gulde, over coop vant smalschip hier genoemt, wesende den eersten termijn verschenen in dese Jaers 1691. Actum den 22e Januarie 1691.

Hendrick Peeters Timmer bekende vanden eersten als laetste penningen van dese bovengesr: coop van Geerit Claesen Moolenaer ten volle voldaen en betaelt te sijn, ergo gecasseert, dese 11e Augustus 1693.

                                                                                                                              Hendrick Timmers

Folio 76v

Schiffinge ende verdeelinge gedaen wettelijck tusschen Teunis Handricxsse Timmerman, getrout hebbende Teuntie Bastiaenssen Boer, ende Cornelis Bastiaenssen Boer, geswagers voor verscheijde obligatie, die buijten de voorsz: deelinge der erffgoederen gebleven sijn, ende is de verdeelinge als volght.

A: Inden eerste soo is ten deel gevallen Teunis Handricx Timmerman, in huwelijck hebbende Teuntie Bastiaensse Boer, op eene wilcoir capitael vijfftigh gulde, loopende ende staende tot laste van Peeter Corsten de Haen.

Item alnoch soo is den selve bedeelt op een obligatie van 100 car: gulde capitael, staende ende loopende tot lasten van Gerit Jacobssen Mouthaen, gepasseert.

Item alnoch op de gerechte helfft van een obligatie vier hondert car: gulde cappitael, staende tot laste van dorp van Cappel.

B: Item daer tegens soo is Cornelis Bastiaensse Boer bedeelt op een obligatie van hondert car: gulden capitael, staende tot laste van Arie Dircxse Smits.

Item alnoch soo is den selve bedeelt op een obligatie capitael, slaende tot lasten vande wed: Hendrick Wouters Verhagen.

Item alnoch soo is den selve bedeelt de gerechte helfft van een obligatie capitael vier hondert car: gulde, staende tot laste van dorp van Cappel.

Aldus dese voorsz: schifftinge ende verdeelinge gedaen ter presentie ende overstaen van Adeiaen Timmers Schout, Johan Knaep ende Cornelis vanden Hoeck, Heemraden. Actum desen 26e Januarie 1690.

Adr: Timmers                                                                                                Cornelis vanden Houck

                                                                                                                                       Johan Cnaep

Folio 77r

Erffdeelinge voor recht aengebracht bij Cornelis Geritsse Smits, Pieternel Gerits Smits, Arien Ariaenssen Schoute in huwelijck hebbende Janneken Gerits Smits, geassisteert met Jan Arienssen Snaphaen haere schoonvader, Arien Geritse Smits, Willem Gerits Smits, daervoor compareert Jan Arienssen Snaphaen voorsz haere schoonvader, ende daer voers intervenierende is, alle als kinderen ende erffgenamen van saliger Gerit Arienssen Smits, ende Eijcken Gerits Looper, vader ende grootmoeder respectivelijck, ende dat van alle de erffelijcke, haeffelijcke goederen bij de voorsz: haere vader ende grootmoeder respectivelijck metter doot ontruijmpt ende naergelaten hebben, ende is de deelinge als volgende is.

Inden eersten soo is Cornelis ende Willemke Gerits Smits geassisteert als vooren, samen met een blindt lodt gelodt ende beerffdeelt op ses geerden aenwas, gelegen inde Zuijdewijn, waervan belent is oost Maria de Roij, wed. Dirck Janssen van Poppel cum suis, west de wed. Wouter Janssen van Nederveen cum suis, streckende voor van Schipsdiep aff nordewaers op tot de banne van Meeuwen toe, ende dat voor twee looten offte twee vijffde paerten.

Item daer tegens soo is Arien Arienssen Schouten nomine uxoris, ende Pieternel Gerits Smits geassisteert als vooren, samen bedeelt op een binnen dijcxsse delle, gelegen ten oosten vande Nieuvaert waervan gelegen is, zuijde Migiel Janssen Backer, noorden Bastiaen Janssen Boer, streckende voor van ter halver Nieuvaert voorsz: aff, oostwaerts op tot de Kercke delle, alsoo genaempt toe.

Item alnoch soo sijn deselve bedeelt op een binnen drieske, gelegen ten noorden vande Nieustraet, waervan gelegen is oost Jacob Antonisse van Nieuwenhuijsen, west Cornelis van Tilborgh cum suis, streckende voor uijtten zuijden vande Hoofftsloot aff, noortwaers op tot de erve van Corst de Zeeuw toe, ende dat mede voor twee vijffde paert, offte twee Looten.

Item daer tegens soo is Arien Geritssen Smits bedeelt op een binnen dijcxsse delle, gelegen ten westen vande Nieuvaert, waervan gelegen is noorden Joost Smits, suijden Peeter Peeters Otterdijck ende van mannieren, streckende voor van ter halver Nieuvaert voorsz: aff, westwaers op tot de Queeckel, alsoo genaempt toe, ende dat mede voor een lodt offte een vijffde paert.

Folio 77v

Ende sijn partijen condividenten vertijt ende vertegen naer den rechten vande landen. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, Cornelis vanden Hoeck Heemraders, Actum desen XIe Febr. 1690.

Adr: Timmers                                                                                               Cornelis vanden Houck

                                                                                                                                       Johan Cnaep

Hiervan den brieff uijtgemaeckt.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier onder genomineert, Adriaen Geritsse Smits metselaer woonende in Sgravenhagen, ende heeft overgegeven met eender veijer giffte soo recht ende gewoon is, aen ende tot behoeff van Handrick de Roij, specialijck een binnrn dijcksse delle, gelegen ten westen vande Nieuvaert, waer van gelegen is noorden Joost Smits, Zuijden Peeter Peeters Otterdijck, ende van …………... streckende voor van ter halver Nieuvaert voorsz: aff, westwaerts op tot de Queckel alsoo genaempt toe, ende dat alsoo groot ende cleijn als ’t selve aldaer inden Hoeffslagh gelegen is, hem Comparante aengecomen bij deelinge uijtten hooffge van sijnr vader, ende grootmoeder respect:, ende dat met allen wegen, stegen, schouwen ende nabueren rechten, met recht daeruijt gaende, wijders soo gelooft den voorsz: Comparant ’t selve vercoghte te vrijen ende te waren naer den rehten vande Landen, ende alle Callangie ende voorcommer aff te doen, tot Nieuwjaer 1690 toe. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep ende Cornelis vanden Hoeck Heemraders, actum desen XIe Febr. 1690.

Partijen verclaren voor Recht den coop te wesen ter somme van twee hondert vijfftigh car: gulden, waervan gereet ende contant bij de opdrachte 87 gulde, ende de Resterende penningen in drie egale ende gelijcke termijnen, ende dat van jaer tot jaer tot der volle effectieve voldoeninge, ende betalinge incluijs. Den Comparant bekent vande contant ende gerede penningen door handen vande cooper ten volle voldaen ende betaelt te sijn, present dagh datum ur supra.

Adr: Timmers                                                                                              Cornelis vanden Houck

                                                                                                                                       Johan Cnaep

Folio 78r

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden, de eerbare Truijcken Jans wed: za: Heijliger Adriaensse, woonende inde Nieustraat onder Cappelle, de welcke verclaren bij forme van deelinge, uijt haere pure ende eijgen wille, te vergunnen gelijck sij vergunt bij desen, als haere comparante kinderen, te weten voor eerst aen Gerit Heijligers ontrent drie vierendeel honts zaijlants gelegen inde Nieuwstraet, waer van gelegen is oost Cornelis Gabriels Cool, west Jan Geritsse Zeeldraijer, vervolgens de palen aldaer geslagen, streckende uijtten zuijden van Duijl huijske aff, zuijtwaerts op tot de Honse erve toe.

Item van gelijcke Jan Geritssen Zeeldraijer nomine uxoris gelegen ten westen van Gerit Heijligers, volgens de palen aldaer mede geslagen, streckende als vooren, met alnoch op een drieske gelegen inde Sestigh Roeden, waervan oost gelegen is Handrick Tonisse Timmerman, west de steege, streckende uijtten Zuijden vande erve vande voorsz: Handrick Tonisse Timmerman, off noortwaerts op tot de waterloop toe, onder de expresse conditie dat bijde de voorsz: eerste looten maelcanderen moeten wegen ende stegen van haere voorsz: zaijlande, mits dat dit locht op uijtkeeren, aende gelijcke kinderen, een somme van dartigh car: gulde, te betalen in vier eerstcomende jaren.

Item daeraen soo is gelegen nevens de voorsz: Jan de Zeeldraijer, Peeter Peeters van Dommelen nomine uxoris volgens de pale aldaer mede geslagen, belent west, Dries Heijligers, waerop den selve volght, streckende als vooren.

Item daer tegens soo is Arien Heijligers gelegen ten westen van Peeter Peeters van Dommelen, op de geheele huijsinge met een paerijke zaijlant daeraen gelegen vlgens de pale, aldaer mede geslagen, waervan gelegen is west Peeter van Campen, oost den voorsz: Pr: van Dollemekes, streckende voor van ter halver Nieustraet voorsz: aff, zuijtwaerts op de Loonse erve toe, mits dat dit lodt moet uijtkeeren aen den voorsz: Pr: Peeters van Dommelen nomine uxoris een somme van twintigh cae: gulde, te betalen over een jaer naer dato deses, mits dat dit lodt den voorsz: Peeter van Dommelen over sijne erve sal wegen ende stegen.

In kantlijn staat: Ick ondergesr: bekenne ontf: te hebben van Arien Heijligers de somme van twintigh gulde, in de nevenstaende lot vermelt, ergo gecasseert desen 15 Meert 1691.

                                                                                                       Peeter Peeterssen van Dommelen

Onder expresse condotie ende met dien voorstaende dat de voorsz: viet kinderen voor haere voorsz: gedeelde goederen gehouden blijven de vooesz: Comparante hare moeder, haer leven lanck geduerende te alimenteren ende te onderhouden in cost, dranck,

Folio 78v

Zwarten wollen cousen, schoen, wassen, vringen, vuer ende licht, soo sieck als gesont, gemaeck, ende geruck te doen, alles naer staet ende gelegenhijt soo ende gelijck een kint aen haer ouders toestaet, ende behoort te doen, ende sal haeren voorsz: moeder, in range omgaen bij ider kint een vierendeel haers, sal moeten worden onderhouden, ende in val dat eenige der voorsr: kinderen deser werelt quamen te overleijden in suffiaent offte armoede quame te vervalle, ende haere voorsr: moeder niet conden onderhouden offte subsisteren sullen in sulcke gevallen, haere gedeelde goederen en daervooren sullen sijn ende blijven verbonden, sonder dat de voorsr: kinderen deselve goederen sal dragen, belasten, offte beswaren veel ende vercoopen, ten waeren dat hare voorsr: moeder quame te overlijden, staen dat in sulcke gevalle de voorsr: vier kinderen vrij omme sulcx te connen doen, allentgene voorsr: is verclaren de voorsr: gelijcke kinderen, in allen deele ende poncte, te achtervolgen ende naer te comen voorsr: welcke voorsr: alimentatie ende onderhoudinge verbinden de voorsr: kinderen haere voorsr: verdeelde goederen ende voorsr:generalijck alle hare verdre soo roerende als onroerende goederen hebbende ende vercrijgende, ..: aldus gedaen gecontracteert ende gedeelt ter presentie ende overstaen van Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, Jan Govers Gijben ende Corstiaen de Zeeuw: Heemraden, actum desen 27e Februarij 1690.

Adr: Timmers                                                                                           Jan Goeijaertssen Ghijben

1690                                                                                                                        Johan Cnaep

Hiervan den brieff uijtgemaeckt op behoorelijck zegel.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel, Cornelis Claessen vander Saecken ende heefft overgegeven met eender vrijer giffte soo als recht ende gewoon is, aen ende tot behoeff van Peeter Joosten de Bruijn, specialijck eene acker, driesen ende houtwasch daerop staende, gestaen ende gelegen op de Hoogevaert, groot ontrent drie ende een halff hondt, offte soo groot ende cleijn als tselve aldaer inden Hoeffslagh gelegen is, waervan gelegen is Zuijden Aert Bernden, noorden Joost de Bruijn, streckende voor van ter halver Hoogevaert voorsr: aff westwaers op tot Reeders heijden alsoo genaempt toe, bij hem comparant in coope vercregen van Peter Cornelis, ende dat voorts met alle wegen, stegen, schouwen, ende nabueren rechten, met recht daer uijtgaende, wijders soo geloofft den voorsr: comparant tselve te vrijen ende te waren naer den rechten vande landen, ende alle calangie ende voorcommer aff te doen tot desen dagen toe, ende dat met soodanige cheijns als Godts huijs van Dordrecht, jaerlijcks op Maijdagh heffende is. Coeam dach datum ut supra.

Partijen verclaren voor Recht den coop gereet ende contant gelt te wesen ter somme van vijfftigh car gulden, waervan den voornoemde comparant bekent ten volle voldaen ende betaelt te sijn, present dagh, datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                           Jan Goeijaertssen Ghijben

1690                                                                                                                               Jan Cnaep

Folio 79r

Hiervan den brieff uijtgemaeckt.

Coop habliti.

Ten voorsr: dagen Compareerde voor ons Schout ende Heemraden, de eerbare Adriaentie ende Peeterken Hermens Lochten gesusters, ende hebben overgegeven met eender vrijer giffte soo gewoon ende recht is aen ende tot behoeff van Peeter van Campen, specialijck een huijsinghe ende zaijlant daer aen gelegen, groot ontrent vijff hont, gestaen ende gelegen ten Suijden vande Nieustraet, waervan west belent is, de wed: Baltus Janssen Verhoeven cumsuis, oost Jan Dircxssen Smits, streckende voor van ter halver Nieustraet voorsr: aff, zuijtwaerts op tot de Loonse erve toe, ende dat met alle wegen, stegen, schouwen ende nabueren rechten, met recht daeruijt gaende, wijters soo verclaren de voornoemde comparanten, tselve te vrijen ende te waren naer den rechten vande Landen, ende alle Callangie ende voorcommer aff te doen tot den jare 1690 toe onder de conditie, dat de voorsr: comparanten inde voorsr: huijsinge behouden haere veije wooninge met 9 ….. roeden hoffts, ende dat voor hare leven lanck, sonder langer. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, Corstiaen de Zeeuw ende Jan Govert Gijben Heemraden.

Paetijen verclaren voor Recht den coop gereet ende contant gelt te wesen ter somme van twee hondert car gulde, waervan de voornoemde Comparanten bekennen, ten volle voldaen ende betaelt te sijn ergo gecasseert, dagh datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                           Jan Goeijaertssen Ghijben

       1690                                                                                                                        Johan Cnaep

Hiervan den brieff uijtgemaeckt.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Sgrevelduijn Cappel, den eersamen Arien Ariaenssen Schouten in huwelijck hebbende Jenneken Gerits Smits, ende Pieternel Gerits Smits, geassisteert met Jan Adriaens Snaphaen haren Schoonvader, ende hebben ider voor de helft overgegeven met eender vrijer giffte, soo als recht ende gewoon is, aen ende tot behoeff van Jan ende Gerit Dircxsse van der Hoeven gebroeders, specialijck een binnen dijcxsse delle gelegen ten oosten vande Nieuvaert, groot ontrent anderhalven mergen, waervan gelegen is noorden Bastiaen Janssen Boer, Zuijden Michiel Jansse Backer, streckende voor van ter halven Niruwvaert aff, oostwaerts op tot de Kercke delle (alsoo genaempt) toe, ende dat alsoo groot ende cleijn als tselve aldaer inden Hoeffslagh gelegen is, ende haer comparanten bij deelinge aengecomen, van haer vader ende grootmoeder respectivelijck, ende dat met alle wegen, stegen, schouwen ende nabueren rechten, met recht daeruijt gaende, wijders soo geloven de voornoemde Comparanten in hare voorsr: qualiteijt, tselve vercochte te vrijen ende te waren naer den rechten vande Landen, ende alle callangie ende voorcommer aff te doen tot Nieuwejaer 1690 toe. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep ende Migiel Janssen Backer Heemraden. Actum desen 25e Februarij 1690.

Partijen verclaren volgens conditie, den

Folio 79v

den coop te wesen ter somme van acht hondert vijff ende sestigh car gulden te betalen in drie egale rnde gelijcke termijnen, te weten, een derde nu gereet ende contant bij de opdrachte, ende de resterende twee termijnen, een jaer naer den anderen, tot de volle effectie .. betalinge ende voldoeninge incluijs, van welcke voorsr: eerste termeijn offte gerede penninge, bekennen de vooenoemde Comparanten in hare voorsr: qualiteijt door handen vande voorsr: coopers ten volle voldaen ende betaelt te sijn present, dagh datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                                 Michiel Jansen Backer

     1690                                                                                                                          Johan Cnaep

Opden 10e Meert 1692 soo bekende de voorsr: vercooper vanden tweeden en lesten termijn ten volle voldaen en betaelt te sijn door hande van Jan vander Hoeven ende de Erffgenamen van Geerit vander Hoeven, ergo gecasseert.

                                                                Dit ist X handtmerck van Arien Arienssen Schouten

                                                                                                                           Pieternel Smits

Hiervan den brieff uijtgemaeckt op een zegel I gulden IIII stuijvers.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel, hieronder genomineert, Peeter Peeters Otterdijck ende Handrick van Mammeren schoolmr: tot Spreundel, in huwelijck hebbende Anneken Peeters Otterdijck, ende hebben samen ider voor de helft overgegeven met eender vrijer gifte, soo als recht ende gewoon is aen ende tot behoeff van Janneken Janssen Abberdaen, wed: za: Zeger de Greeff, specialijck een binnen dijcxsse delle gelegen ten westen vande Nieuvaert, groot ses hont, waervan gelegen is Noorden Handrick de Roij, Zuijden Adriana vanden Hout wed: za: Jan Buijs cum suis, streckende voor van ter halver Nieuvaert voorst: aff, westwaerts op tot de Queckel alsoo genaempt toe, bij haer comparant bij deelinge aengecomen van haer vader ende moeder respecktievelijck, ende dat alsoo groot ende cleijn als tselve aldaer inden Hoeffslagh gelegen is, ende dat voorts met alle wegen, stegen, schouwen, ende nabueren rechten, met recht daeruijt gaende, wijders soo geloven de vooenoemde Comparanten, tselve vercochte delle te vrijen ende te waren naer den rechten vande Landen ende alle Callangie ende voorcommer aff te doen tot Nieuwjaer 1690 toe. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep ende Cornelis vanden Hoeck Heemraden. Actum desen XVe Meert 1690.

Partijen verclaren voor Recht den coop gereet ende contant goet te wesen ter somme van een hondert vijfftigh car: gulden, waervan de voornoemde Comparanten bekennen ten volle voldaen ende betaelt te sijn, ergo gecasseeret, present dagh datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

                                                                                                              Cornelis vanden Houck

Folio 80r

Hiervan den brieff uijtgemaeckt.

Coop Hub Litra.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel, Janneke Ariens Hoeffnagel wed: Cornelis Hermens Snijder, Gijsbert Ariens Hoeffnagel, Jan Aertse Hoeffnagel, den selven in qualiteijt als voocht, ende Aert Koeckman toesiender der meerderjarige weeskinderen van Gerrit Ariens Hoeffnagel, Jan Leenderts Driesse woonende tot Loon, soo voor zijn selven, mede intervenierende ende de Recto caverende voor zijne susters ende gebroeders, mitsgaders Dirck van Pelt als last hebbende van Arien Leenderts Driesse, alle als erffgenamen za: Maijken Jans, wed: Arien Gijsbers Hoeffnagel, ende hebben ider in haere voorsr: qualiteijt voor soo veel ider haer aenpaert aengaende is, overgegeven met eender vrije gifte gewoon ende recht is, aen ende ten behoeve van Jan Wouters Cladbooter, een wel ende gelegen huijsinge met zaijlants daeraen gelegen, groot ontrent drie hont, gestaen ende gelegen op de Hoogevaert, waervan zuijden gelegen is Claes Cornelisse van der Saecken, noorden Matthijs Janssen van Riel, streckende voor van ter halver Hoogevaert voorst: aff, westwaerts op tot de voorsr: erve vande voorsr: vander Saecken toe, ende dat soo groot ende cleijn als tselve aldaer gelegen is, ende voorts met alle wegen, stegen, schouwen, ende nabueren rechten, met recht daer uijtgaende, wijders soo geloven de voorsr: Comparanten in haere voornoemde qualiteijt deselve goederen vercocht te vrije ende te waeren naer den rechten vanden landen, ende alle Calangie ende voorcommer ende achterwesen te voldoen ende te betalen tot Nieuwjaersdagh 1690 toe, ende dat met soodanige cijns, als Godts huijs van Dordrecht op Meijdagh daer uijt heffende is. Coram d’Heer Adriaen Rimmers Schout, Johan Cnaep, Jan Govert Gijben ende Cornelis vanden Hoeck Heemraden. Actum den eersten April XVIc tnegentigh.

Parthijen verclaeren voor Recht den coop gereed te wesen volgens de conditie ter somme van twee hondert vijff gulden te betaelen d’een helfte gereet ende contant bij dese opdrachte ofte gifte, en d’ander helfte van huijden date dese bovengeschreven over een jaer, tot de voldoeninge toe, van welcke voorst: termijn ….. contante penningen, bekenne de voorst: Comparanten daervan ten volle voldaen ende betaelt te zijn, present dagh datum ut Supra. Van welcke resterende coop hier naer custingh is gepasseert, ende oock voldaen. Actum desen leste Julij XVIc negentigh.

Adr: Timmers                                                                                                                Johan Cnaep

                                                                                                             Cornelis vanden Houck

                                                                                                         Jan Goeijaertssen Ghijben

Folio 80v

Custing Brieff tot laste vanden vooest: Jan Wouters Cladbooter ten behoeve vande vooesr: erffgenamen.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Capel, Jan Wouters Cladboter bekenne ende verclaeren, uijt krachte ende vermogens seeckere transport op date voorsr: voor Heeren Wethouderen van Cap. gepasseert, wel ende deuchdelijck schuldigh te wesen aen ende ten behoeve van de kinderen ende erffgenamen van Maijken Jans, wed: zal: Arien Gijsberts Hoeffnagel, eene somme van hondert vijff car: gulden, spruijtende dese schult ter saecke als Reste vande Cooppenningen van den lesten termijn vande voorsr: huijsinge ende erven in dese voorenstaende gifte vermelt, inde gevalle den voorsr: Comparanten op zijne verscheijndagh, de voorsr: coopsomme niet quamen te voldoen, belooft daer van te betaelen vier gulden vijffthien stuijvers tot intrest, van ider hondert, ende dat soo lange tot de volle ende effectuele ende voldoeninge toe, daer vooren verbindende sijne voorsr: gecochte huijsinge, ende zaijlants inde voornoemde Transporte gestelt, ende voorts generalijck alle sijne verdere goederen, roerende ende onroerende, hebbende ende vercrijgende den selven subjecterende aen alle Heeren, Hoven, wetten, Rechten, ende rechteren ende voornamentlijck de indicatuelen vande Hoog ende Hooge Vierschaer van Zuijt Hollant, oftewel voor desen Gerechten ende dat onder vrijwilligh Comdemnatie. Acte desen 1e April 1690.

Compareerde de voorsr: kinderen ende erffgenamen van zal: Maijken Jans, wed: Arien Gijsberts Hoeffnagel, verclaeren vande voorsr: Kustingh brieff te geven actionam ceffam aen ende ten behoeve van Jan Aertse Hoeffnagel ende Aert Koeckman, voocht ende torsienderen vande minderjarige wesen van Zaliger Gerrit Ariens Hoeffnagel, ende dat met alle recht ende toeseggingh van dien, actum gepasseert ter

Folio 81r

presentie ende overstaen van Adriaen Timmers Schout, Jan Cnaep en Jan Govert Gijben Heemraden, desen 1e April 1690.

Adr: Timmers                                                                                           Jan Goeijaertssen Ghijben

                                                                                                                                Johan Cnaep

De voorsr: voochden in haere voornoemde qualiteijt bekenne van dese bovenstaende Custingh brieff, wesende een somme van een hondert vijff cae: gulden, door hande van Adriaen Timmers, Schout als Curateur vande boedel za: Jan Wouters Cladboter, ten volle voldaen ende betaelt te sijn ergo gecasseert. Actum desen lesten Julij 1690.

Hiervan den brieff uijtgemaeckt.

Comparerende voor Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel, Jan Woutersse Cladbooter, bekenne ende beleijden met mijnen willekeur wel ende deuchdelijck schuldigh te zijn, de somme van hondert gulden aen ende ten behoeve van Jan Aertse Cnaep, spruijtende ter saecke van geleende gelde, ende aengetelde penningen, als ick debiteur ter goeder trouwe overgenomen hebben, Remuctierende tot dirn eijnde van alle exceptie de non numeratio pecunie dicterende van onaengetelde penningen, gelooft den voorsr: Comparant die voorsr: somme weederom te geven van huijden date ondergeschreven over een jaer, dat wesen zal den eersten April 1691 met den intrest vandien tegens ses gulden percente, te betaelen aen handen vande voorsr: Crediteureste zijnen toondere deses, ende off het geviel dat den voornoemde debiteur de voorsr: zomme langer ender hiel geloven dan den intrest te Continueren totte volle betaelingh vandien, mits drie maenden van te vooren op te seggen, waervoor hij Comparant ten onderpant is stellende spacialijck een huijsingh met saijlants daer aengelegen, groot ontrent drie hont, gestaen ende gelegen op de Hoogevaert, waervan Suijden gelegen is, Claes Cornelisse van der Saecken, noorden Matthijs Janssen van Riel, streckende voor vande halver Hoogevaert voorsr: aff, westwaerts op tot de erve vande voorsr: van der Saecke toe, ende voorts generalijck zijn persoon en alle zijne verdere goederen, roerende ende onroerende,

Folio 81v

egeen vandien gereserveert waer die gelegen soude mogen zijn. Actum ten dagh, maent, jaere als vooren.

Adr: Timmers                                                                                                                Johan Cnaep

                                                                                                         Jan Goeijaertssen Ghijben

Jan Arienssen Knaep, bekennen van dese bovenstaende wilcoor met alle verloopen intrest, door hande van de Hr: Adriaen Timmers Schout, als curateur vande boedel ende goederen za: Jan Wouters Cladbooter ten volle voldaen ende betaelt te sijn. Actum den sesten Julij 1690.

Hiervan den brieff uijtgemaeckt.

Ten dage voorsr: Compareren de voorsr: weffgenamen van zal: Maijken Jans, die weduwe was van Zal: Arien Gijsberts Hoeffnagel, ende hebben alnoghider in haere voorsr: qualiteijt voor soo veel ider haer aenpaert aengaende is, overgegeven met eender vrije gifte soo gewoon ende recht is, aen ende ten brhoeve van Jan Ariensse Hoeffnagel een der mede weffgenamen inne desen, specialijck een hont Zaijlants gelegen op de Hoogevaert inde stede van Claes Cornelissen vander Saecke, waervan geheel gelegen is Jan Ariens Hoeffnagel cooper voorsr: zuijden, noorden den voorsr: vander Saecken, streckende uijtten oosten 2 roeden op op den suijdensse kant vanden schuer vande voornoemde vander Saecken aff, wesrwaerts op tot Reeders heijden alsoo genaempt toe, ende dat soo groot wnde cleijn als tselve aldaer gelegen is, ende dat met alle wegen ende stegen, mits verclaeren de voorsr: Comparanten tselve vercochte goet te vrijen ende te waeren naer den rechte vanden landen, ende alle Commer, Calangie, ende achterwesen, te voldoen ende te betalen tot Nieuwsjaerdaghen 1690 toe, ende dat met soodanige cijns als Godts huijs op Meijdagh daeruijt heffende is. Coram Dhr: Adr: Timmers Schout, Jan Cnaep, Jan Govertsen Gijben, ende Cornelis vanden Hoeck Heemraden. Acte desen eersten April 1690.

Paerijen verclaeren voor recht den coop te wesen volgens Conditie ter somme van twee en vijfftigh car: gulden, waervan de voornoemde Comparanten in haer vpprnoemde qualiteijt bekenne ten volle voldaen en betaelt te zijn, present dagh datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

                                                                                                         Jan Goeijaertssen Ghijben

                                                                                                             Cornelis vanden Houck

Foliio 82r

Hiervan den Brieff uitgemaeckt.

Coop hab litr.

Compareerde voor ons Schout ende Heehraden van Schrevelduijn Cappel hier onder genomineert, Joris de Bie jongh man woonende tot Baertwijck, ende heeft overgegeven met eender veije gifte soo gewoon ende recht is aen ende tot behoeff van Arien Claessen Vaertman, specialijck de gerechte helfte van een huijsinge, erve ende de geboomte daer op staende, geoot een hont, gestaen ende gelegen binnen Cappel, gemeijn ende onverdeelt met de voorsr: cooper cumsuis, waervan beleent is, west de wed: Govert Verster, oost Willem Mertens Pruijssers, ende Sr: Geerit Verheijden, den eene teijnde den andere gelegen, streckende voor vanden dijck uijtten Suijden aff, noortwaerts op tot den halver delsloot toe, ende datvoorts met alle wegen, stegen, schouwen ende nabueren techten met rechr daer uijtgaende, sonders dat den voorsr: cooper uijtte delle vande voorsr: vercooper geen aerde vermagh te haelen tot onderhout der schouwe voor de voorsr: vercochte ende getransporteerde huijsinge, wijders soo gelooft den voornoemde Comparant tselve vercochte te vrijen ende te waeren naer den rechte vande landen, ende alle Calangie ende voorcommer aff te doen tot Nieuwenjaer 1690 toe, onder de conditie soo behout den voorsr: vercooper, sijnen vrijen wegh vande voorsr: delle vooruijt over de voornoemde erve ende getransporteerde goet soo als van ours. Coram Adr: Timmers Schout, Johan Cnaep en Jan Govert Gijben Heemraden. Actum desen 4e April 1690.

Partijen verclaeren voor recht den coop te wesen ter somme van twee hondert vijff en sestigh car: gulden te betalen de eene helft nu gereet ende contant gelt bij de voorsr: opdrachte, ende de wederhelfte van huijden darum bovengesreven over een jaer, van welcke eerste ende contante cooppenningen bekent den voorsr: Comparant vande voorsr: coopers ten volle voldaen ende betaelt te zijn, present dagh darum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

                                                                                                         Jan Goeijaertssen Ghijben

Bekenne ik ondergesr: van dese bovenstaende laetste termijn ten volle voldaen ende betaelt te sijn, wesende een hondert twee en dartigh gulden tien stuijvers, door hande van Arien Claesen Vaertman. Acrum den 15e Maij 1691.

                                                                                                                                 Joris de Bie

Folio 82v

Schiftingh, Scheijdingh ende erffdeelingh voor Recht der Heerlijkheijd van Schrevelduijn Cappel aengebracht, bij Adriaen Vaertman getrout hebbende Geertruijt Wouters, Dielis Aertse Coeckman wednr. van zal. Peeterken Wouters, ende Willemke Wouters, en dat van een gerechte helft van den huijsinge en erven met den halve delle daer achter gelegen, staende ende grlegen binnen dese Heerlijcheijt voornoemt, hieronder breeder geroert ende geregensteert is dat in manieren als volcht.

Eerstelijck is den voornoemde Adriaen Vaertman nomine uxoris, gelooft ende geerffdeelt op de voorsr: halve huijsinge ende erve, staende ende gelegen in dese Heerlijckheijt Cappel, gemeen ende onverdeelt met Joris de Bie oftewel den voornoemde Vaertman, als get selve vanden voorsr: de Bie bij Transport en overdracht becoomen hebbende, waer ten oosten van het geheelen huijs naest geerft is Willem Pruijsers en Gerrit Verheijden, Secretaris van Besoijen, deen tenden den anderen, gelegen ten westen de wed. ende erffgenamen van zal: Govert Verster, streckende Suijden vanden dijck aff noortwaerts op tot den halven delsloot toe, en dat soo groot en cleijn als in zijn voorsr: lemeten gelegen is, dan sal die noornoemde huijsingh en erve den voorsr: onder gementioneerde delle behoorlijck moeten wegen en stegen, mits dat dit loth tot melieratie sal moeten uijtreijcken aen het loth daer Dielis Coeckman en Willemke Wouters hier naer op bedeelt zijn, de somme van dertigh gulden eens.

Daertegens soo sijn de voornoemde Dielis Koeckman en Willemke Wouters

Folio 83r

geloot ende geerffdeelt op de gerecht helft van een del achter de vootnoemde huijsinge gelegen, gemeen en onverdeelt met Joris de Bie voor de andere helft, waervan ten oosten vande geheele delle naest belent is den voornoemde Verheijden, ten Westen de wed: ende erffgenamen vande voorsr: Verster, streckende uijt den Suijden vanden voornoemde halve delsloot aff, noortwaerts op tot den Ambachte van Nederveen toe, en dat soo groot en cleijn als in zijn voorsr: lemiten gelegen is, mits dat dit loth zal gemeten tot meliotatie van het loth daer den voorsr: Vaertman hiervooren op bedeelt is, de voorsr: somme van dertigh gulden eens.

Aldus sijn partijen in voegen als vooren geloot, gescheijden ende geerffdeelt, om ider het zij te gebruijcken als haer andere vrije en eijgen goet, en hebben deen ten behoeve van den anderen vertijt en gerenunsieert, gelijck sij vertijen en Renuncieren bij desen naer den rechten van de landen, onder expresse protestatie soo hier naermaels op deen off dander lot eenige actie ofte Calangie quamen te ontstaen,(des overhoopt wert neen) soo geloven partijen condividenten pro rato, die malcanderen te sullen helpen affdragen en garanderen des gedaen en gepasseert ter presentie en overstaen van Adriaen Timmers Schout, Johan Cnaep, en Jan Govert Gijben Heemraden. Actum desen 4e April 1690.

Adr: Timmers                                                                                            Jan Goeijaertssen Ghijben

       1690                                                                                                                         Johan Cnaep

Folio 83v

Hiervan extract uijtgeven op Segel van 6 st.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel, den eersamen Wouter Meussen Wijnen Schepen inde Vrijhoeven, dewelcken verclaren te hebben verwilcoort en gelooft sooals recht is aen en ten behoeff van Sr: Dirck van Pelt, Schepen vande Vrijhoeven ter somme van een hondert car: gulden, den gulden ad. veertigh Grooten Vlaems gereeckent, ptocederende dese voorsr: somme van ten da….. geleende gelde ende aengetelde penningen, als ick debiteur, in mijne noot vande voorsr: van Pelt ondergenomen hebben, ……….. hier en tot dien wijnde vande executie de nonnumdrato pecunia dictbrende van die aengetelde gelde, welcke voorsr: hooftsomme gelove ick obligant wederomme te Restitueren van Huijde datum ondergeschr. Over een Jaer, dat wesen zal den 25 April 1691, metten Intrest vandien, tegens vijff car: gulden vant hondert, te betalen aen handen vanden voorsr: crediteur ofte den wettigen toonder van deses, ende off gevielen dat den voorsr: debiteur de voornoemde hooftsomme met gehefte vande voorsr: crediteur quamen te onderhouden geloven daervan Intrest te betalen naer loop ende lapts destijts als voorsr: staet echter niettemin te betalen des bij de vooesr: crediteur vermarnt werdende , voor welcke voorsr: hooftsomme stelt den voorsr: debiteur ten onderpant specialijck de gerechte derdepart in een steede off ackerlant daeraen gelegen, gestaen ende gelegen op de Hoogevaert, gemijn en onbedeelt met Jan Govert Gijben cum suis, waervan int geheel naestgelegen is, noorden de kinderen van Gijsberts Goverts den Ouden, zuijden Adr: van Campen, streckende voor van der halve Hoogevaert aff, westwaerts op tot de Peijs alsoo genaemt, Item alnoch het gerechte derdepart in twee hont zaijlants, gelegen in de Nieuwstraet, gemeijn en onverdeelt met den Armen van Cappel cum suis, waervan oost gelegen is Willem Peters Talen cum suis, west den voorsr: Armen, streckende voor van der halver Nieuwstraet aff, Zuijtwaerts op tot de Loonse erve toe, ende voorts generalijck sijne verdere roerende ende onroerende goederen, hebbende ende vercrijgende, omme bij fonte van quade betalinge, daer aen te verhalen. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Cnaep ende Jan Govert Gijben, Heemraden. Actum desen 25e April 1690.

Adr: Timmers                                                                                            Jan Goeijaertssen Ghijben

                                                                                                                               Johan Cnaep

Opden huijden 30e Appril 1719, is mij Secretaris geble……. quiestie opde Copije, waerbij de bekent van desen bovenstaende somme en intrest is voldaen.

Folio 84r

Hiervan uijt geven gros.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hieronder genomineert, Jan Cornelissen Visscher, in huwelijck hebbende Jenneken Huijgens woonende tot Waspijck, de welcke verclaerde te remuicheren, ende te desisteren van soodanigse pretensie, moervelden als hij Comparant sustineerde te hebben, nevens anderen personen, gelegen onder Cappel aende Zuijtsijde vande molewerff, als Govert vander Punten ende de wed: Peeter vander Punten, in eijgendom toebehoorende ende Compiterende sijn, ende hoewel den vooenoemde Comparant niet en was vervoeght, omme den voorsr: gront ende moervelden, te gebruijcken veel in te steecken gelijck alreede geschiet is, verclaren den voorsr: Comparant de voorsr: moervelden, sij voor hem offte eijne naercomelinge, niet meer te Reppen, te roeren offe te turberen als den gesteecke torff daervan te halen, vervremden als andersints, maer de selve moervelde, bij de voorsr: Govert vander Punten ende de weduwe Pieter vande Punten, als bij acte van coop en transporte ………. hebbende, gerustelijck ende verdelijck te laten gebruijcken als haer ander, vrij, eijgen, ende aulodiale goederen, ende dat onder verbant als naer rechten, aldus gedaen ende gepasseert ter presentie ende overstaen van Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep ende Cornelis vanden Hoeck Heemraden, die dese nevens den voorsr: Comparant hebben onderteeckent. Actum dese IIIen Junij XVIc tnegentigh

Jan Cornelissen Visser

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

     1690                                                                                                        Cornelis vanden Houck

Folio 84v

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel, de eerbare Adriaentie Teunisse Paens, weduwe van wijlen Cornelis Janssen van Gorcum, den welcke verclaerde te hebben aengenomen gelijck deselve aenneempt bij desen van Peeter Janssen van Gorcum, in qualiteijt als voocht van mijne drie kuinderen, met namen Jan, Adriaentie, ende Anneken Cornelis van Gorcum, ende dat met advoij van Schout ende Gerechten voornoempt, als oppervoochden van alle weduwen en weesen, omme de voorsr: haere voorsr: drie kinderen, verweckt bij za: de voorsr: Cornelis van Gorcum, te alimenteren in cost dranck, cleeden ende Reeden, wasschen ende vringen vuer ende light, hach ende gemaeck te doen soo in sieckte als gesontheden, de selve haere voorsr: kinderen aen de schoole te houden, te laten leeren lesen ende schrijven, alsmede een eerlijck hantwerck van naijen spoelwercken als andersints, alles naer staet ende gelegentigheijt, vande voorsr: Comparante. Ende dat tot haere kinderen mondige dagen, huwelijcke staet, ofte andere geapprobeerde state, ende tot haren mondigen dagen Huwelijck, offte andere geapprobeerde staten sullen gecomen sijn, aen hare voorsr: drie kinderen sullen laten volgen voor eerst eenen halven mergen zaijlants, gelegen inde Nieustraet waervan oost gelegen is Arien Jansse de Looper, west Peeter Cornelis Leempoel, streckende voor uijt den noorden vande Berghse pat, alsoo genoempt aff Zuijtwaerts op tot de erve vande voornoemde de cooper toe. Item alnoch een binnen dijcxsse delle, gelegen ten westen vande Nieuvaert, waervan Zuijden gelegen is den Ed: Heere vande Zuijdewijn, Noorden Jacob Deckers, streckende voor van ter halver Nieuvaert, voorsr: aff westwaerts op, tot den Queeckel alsoo genaempt toe. Item alnoch een binnendijcxsse delle gelegen ten oosten vande Nieuvaert, waervan noorden gelegen is de wed: za: Arien Woutersse Visser cum suis, Zuijden Peeter Janssen van Gorcum voocht voorsr:, streckende voor van ter halver Nieuvaert voorsr: aff, oostwaerts op tot de erve van Antonij Andriesse vander Nath toe. Item alnoch een halff lodt moergronde gelegen teijnde de Nieuvaert onder Cappel ten westen vande Geer, oost gelegen de erve vande voornoemde Geer, weest ……………………….., Zuijden ………………………….., noorden …………………………………, gemeen ende onverdeelt met de kinderen za: Jan Wouters.

Folio 85r

Item alnoch soo sal de voornoemde Comparante daer en boven aen haere voorsr: drie kinderen uijtkeeren een somme van twee hondert car: gulden sonder meer, ende dat voor haere vaderlijcke, gerediteijt ende erffportien verstervende van eene kindt op d’ander ende laeste kint mede deser werelt komende te overlijden sonder naer te laten eenige wettige geboorten, sulle deselve goederen ab intestato, erve ende besterven naer rechten wnde costuijmen deser landen Locael, nemt sij Comparante tot haren last, te betalen voor soo veel de voorsr: goederen de minderjarige als gaende sijn te bevrijden van alle laste ende contributie, sonder dat de Reegeerders sullen nemen eenige reflextie wie het voornoemde goet soude mogen aengaen, ende dat tot haere voorsr: kinders mondige dagen toe, waertegens sij moeder voornoempt, vande voorsr: goederen ten dage voorsr: toe sal trecke, de uslefrutuarie ende vreughtgebruijck, voor soo veel de minderjarige aengaet, waer tegens sij eerste Comparante naer alle baleesheringe, van den voorsr: boedel in erffelijckheijt sal hebben ende behouden alle haere verdere erffelijcke goederen buijten dese voorsr: aenneminge gebleven, mitsgaders roerende als onroerende, haeff meuble gout silver gemunt als ongemunt, actie crediten in ende vuijtgaende schulden etc., omme die bij de voorkinderen ende naerkinderen voornoempt, naer dooden vande voorsr: eerste Comparante, ende moeder voornoemt egalijck sullen gepartiseert ende gedeelt, sonder eenige onderscheijt van kinderen, voor welcke voorsr: uijtkeeringe ende alimentatie stelle de voornoemde Comparante ten onderpant haere voorsr: goederen, hebbende ende vercrijgende, omme bij foute van quade betalinge ende onderhout te verhalen, ende sijn partijen tot deen off des anders proffijt, verteijt ende vertegen naer den rechten vande landen. Aldus gedaen ende gepasseert ter presentie ende overstaen van Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, ende Cornelis vanden Hoeck, Heemraders. Actum desen 12e Junij XVUc negentigh.

Adr: Timmers                                                                                               Cornelis vanden Houck

                                                                                                                              Johan Cnaep

Opden 6e Januarij 1698 Compareerde ter Secretarij van Cappel Jan Cornelisen van Gorcom ende Teunis Cuijsten in houwelijck hebbende Anneken van Gorcom, de welcke t’samen bekennen ider voor haer part inde bovengeschreven 200 gl. voldaen te sijnde, sijnde 2/3 parten.

                                                                                                                         Jan van Gorcom

                                                                                                                           Antoni Kuijsten

Folio 85v

Erffdeelinge voor Recht aengebracht bij ende vanwegen Jan Cornelisse van Gorcum, alsmede Peeter Jansse van Gorcum in qualiteijt als voocht der twee minderjare kinderen van za: Cornelis Jansse van Gorcum, verweckt bij Adriaentie Teunis Paens, met Adriaentie ende Anneken Cornelis van Gorcum, ende dat met consent ende toestaen van Schout ende Gerechte als oppervoochden van alle weesen, ende dat van alle de erffelijcke goederen haer Comparante aengecomen uijt den hooffde van aenneming offte haer vaderlijck bewijs tuschen de voorsr: kinderen, ende haere voorsr: moeder, gepasseert opten 12e Junij voor wethouderen van Cappel voornoemt, gepasseert ende hiervoor geregistreert, ende ts de deelinge als volght.

Inden soo is Jan van Gorcum met een blindt lodt gelodt ende beerffdeelt op een binnendijcxsse delle, gelegen ten westen vande Nieuvaert, waervan Zuijden gelegen is den Ed: Heeren vande Zuijdewijn, Noorden Jacob Deckers, streckende voor van ter halve Nieuvaert voorsr: aff Westwaerts op, tot den Queeckell alsoo genaempt toe, alsmede op een somme van een hondert vijffentwintigh gulde, ende dat voor een lodt offte derde paert, welcke penningen uijt Reedelijck bewijs moet werde geprofiteert.

Item daertegens soo is Peeter Jansse van Corcum, in sijne voorsr: qualiteijt als voocht van Adriaentie Cormelis van Gorcum bedeelt op eene halve mergen zaijlants gelegen inde Nieustraet, waervan oost gelegen is Arien Janssen de Looper, west Peeter Cornelis Leempoel cumsuis, streckende uijtten noorden vande Berghse padt aff Zuijtwaerts op tot de erve vande voornoemde de cooper toe, ende mede een halff loth moergronden gelegen teijnde de Nieuvaert, gemeen ende onverdeelt met de kinderen van za: Jan Wouters ten westen vande Geer, oost de erve vande voornoemde Geer, Weest ………………………….., Zuijden …………………………………………, Noorden …………………………………, ende dat mede voor een lodt offte derde paert.

Folio 86r

Item daertegens, soo den voorsr: voocht wegens Anneken Cornelis van Gorcum, bedeelt op een binnen dijcxsse delle gelegen ten Oosten vande Nieuvaert, waervan Noorden gelegen is de wed: za: Arien Woutersse Visscher cum suis, Zuijden den voorsr: Peeter Jansse van Gorcum voocht voornoempt, Streckende voor van ter galver Nieuvaert voorsr: aff oostwaers op tot de erve van Antoni Andriessen vander Nath toe, alsmede op een somme van vijffentseventigh ca: gulde welcke penninge, mede uijt haere vaderlijck bewijs moet worden geprofiteert, ende dat mede voor een Lodt offte derde paert.

Aldus dese voorsr: verdeelinghe ende vertightinge gedaen naer de wette deser landen, ter presentie ende overstaen van de Heer Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep ende Cornelis vanden Hoeck Heemraden, actum desen XIIe Junij XVIc negentigh.

Adr: Timmers                                                                                               Cornelis vanden Houck

                                                                                                                                Johan Cnaep

Hiervan den brieff uijtgemaeckt.

Compareerde voor ons Heemraden van van Schrevelduijn Cappel, de Heer Adriaen Timmers Schout alhier, als een gestelde curator vanden boedel ende goederen naergelaten bij za: Jan Wouterssen Cladbooter, volgens acte van authorisatie voor wethouderen voornoempt gepasseert, van dato den 22e Junij 1690 lest leden, ende heeft indier qualiteijt, overgegeven soo gewoon ende recht is aen ende tot behoeff van Pieter Corsten Schoen=maecker, specialijck een huijsinghe, bogaerdt met ontrent drie hont lants daeraen gelegen, gestaen ende gelegen op de Hoogevaert, waervan beleent is, Zuijden Claes Cornelis vander Saecken, Noorden Mattheijs Janssen van Riel, streckende voor van ter halver Hoogevaert voorsr: aff westwaers op tot de erve vande voornoemde Claes Cornelisse vander Saecke toe, ende

Folio 86v

alsoo groot ende cleijn als tselve aldaer inden Hoeffslagh gelegen is, ende dat voorts met alle wegen stegen schouwe, ende nabueren rechten met recht daeruijt gaende, wijders soo geloofft den voornoemde Comparant, in sijne voornoemde qualiteijt tselve vercochte te vrijen ende te waren naer den rechten van de Landen, ende alle Callangie ende voorcommer aff te doen tot Niruwejaer 1691 toe, ende met soodanige servituijren van cheijns als Godts huijs van Dordrecht daeruijt jaerlijcks heffende is, op Maij.

Partijen verclare, voor recht den volgens conditie te wesen gereet gelt ter somme van twee hondert tien car. gulden, waervan hij Comparant, bekenne ten volle voldaen ende betaelt te sijn ergo gecasseert. Aldus gedaen ende gepasseert ter presentie ende voerstaen van Johan Knaep, Coenelis vanden Hoeck, relateert Jan Govert Gijben. Actum desen 22e Julij XVIc negentigh.

                                                                                                              Cornelis vanden Houck

                                                                                                         Jan Goeijaertssen Ghijben

                                                                                                                               Johan Cnaep

Extract getrocken uijt seecker rtffdeeling tusschen de kinderen van za: Adriaen Rombouts, in leven Schout van Cappel, dewelcke is als volght.

Ierstelijck een stuck hoijlants genaempt een del gelegen inden dorpe van Cappel, waer ten oosten naest beleent is Adriaen de Roij, ende westwaerts Corstiaen de Bie, streckende van dijck aff, noortwaerts op tot de Oudestraet toe, sijnde vrij ende aloudiael goet is bij blinde lootinge ten deel gevallen aen Louwerens Rombouts sijne erve ende naercomelingen, mits dat den selven gehouden sal sijn uijt te keeren aen ende ten behoeve van Johan Hoffmans sijne swager, in voldoeninge van sijne aenbedeelt lodt ter somme van een hondert rwintigh gulden eens, alsmede aen Antonij Rombouts sijnen broeder aen gelt ter somme van vijfftien gulden, ende daerenboven hem

Folio 87r

quit schellende, een obligatie van twee hondert gulden capitael metten intrest vandien, die hij tot lasten vande gemelten Antonij Rombouts was eijsschende, ende dat in voldoeninge van sijne aenbedeelen lodt, waermede sij Comparanten wederseijts sij affstaende van alle pretenssien die sij d’een tot des anders last soude mogen hebben offte Reserveren in eeniger ………

Aldus dese scheijdinge en deelinge bij ons ondergeteeckende beraempt ende voltroocken binne dese vrijheijt van Waelwijck, belovende allen tgene voorsr: staet bij ons sal achter volght, ende volcomen naergecomen werden, voor welcke naercominge
wij een iegelijck verbinden, onse persoon ende goederen, egeen uijtgesondert, alles ten rechten gebroch sijnde, tot vasticht deses, soo hebben wij dese onse deijlinghe eijgenhandich onderteeckent opten 21e Jilij 1690, ende was deteeckent Jan Rombouts, Laurens Rombouts, Peeter Schut, Jan Hoffmans, Antonij Rombouts, lager stont:

Bekenne ick ondergesr: Jan Hoffmans, ontfangen te hebben van Laurens Rombouts ter somme van hondert en twintigh gulden, ende dat in volle voldoeninge van mijn aenbedeelt lodt, inde voorsr: deijlinge gementioneert beder…. sijner goede betalinge, actum bij mijn ondergeteeckent opten 30e Julij 1690, ende was geteeckent Jan Hofmans.

Bekenne ick ondergesr: Antonij Rombouts ontfangen te hebben van Laurens Rombouts mijne broeder ter somme van vijfftien gulden als sijnde een Restant van mijn aenbedeelt Lodt inde voorst: deijlinge gementioneert waermede deselve volcomen voldaen ende betaelt is. Actum bij mijn onderteeckent op den 30e Lulij 1690, ende was geteeckent Antonij Rombouts.

Geextrageert vuijt de orginele geteeckende deelinge, ende wert bevonden voor sooveel dit geextrageerde met deselve deelinge te accorderen, actum desen IIe Augustus 1690.

                                                                                                                Anth: Glavimans sris

                                                                                                                                 1690

Folio 87v

                                                      Wilcoir, pro de Armmrs: van Cappel, Anno 1689 en 1690,

                                                                                         laste

                                                                           Arien Dircxsse Smits, debiteur.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hieronder genomineert, de eersamen Arien Dircxsse Smits, dewelcke heefft verwilcoort ende geloofft soo als recht is schuldich te wesen aen ende tot behoeff van Jan Stevens Huijsmans, ende Claes vander Saecken in qualitijt als Armmrs: van Cappel voornoempt, vande jare 1689 ende 1690, ende dat tot behoeff vande voorsr: Armmrs ter somme van een hondert car: guldens, den gulden as: veertigh Grooten Vlaems gereeckent, spruijtende dese vooesr: hooffsomme van ten dancke geleende gelde, ende als getelde penninge als hij obligant, met wil ende danck ter goeder trouwe onder ondergenomen heeft, welcke voorsr: hoofftsomme is genoten ende geproffiteert uijt het lodt van Reeckeninge van Johan Knaep ende Migiel Denisse de Haen als gewesene Armmeesters van Cappel voorsr: vande jaren 1687 ende 1688, Rennichterende tot den eijnde vande exceptie de non ninnerato plinnia dicterende van ……. getelde goede welcke voorsr: hoofftsomme geloofft den voorsr: Smits wederomme te Restitueren van huijden datum ondergesr: over een jaer, dat wesen sal den 19e September XVIc eenen tnegentigh metten intrest van dien tegens vijff gulde vant hondert int jaer, te betalen aen handen vande Armmeesters, die alsdan comen te Regeren offtewel aen diegeene die Recht soude compiteren, ende des ofdt geviele dat den vooesr: Comparant met gelieffte vande voornoemde Crediteurs in haere voornoemde Qualiteijt Cangetesaam te onderhouden gelove dartvan intrest te betalen naer loop ende leepte des tijts, niettemin te betalen de voornoemt, werdende voor welcke voorsr: hoofftsomme et intreste, staet hij debiteur ten onderpant, specialijck sijne huijsinghe ende zaijlants aengelegen, gestaen ende ghelegen ten zuijden vande Nieustraet, waervan beleent is, oost Huijbert Ockers, west Pr: Corsten de Haen, streckende voor van ter halver Nieustraet voorsr: aff, zuijtwaerts op tot de Loonse erve toe, ende voorts generalijck sijne verdre roerende ende onroerende goederen, ende dat alles onder verbant als naer Rechten. Aldus gedaen ende gepasseert ten overstaen van de Hr: Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, ende Jan Govert Gijben, Heemraders. Actum desen 19e September 1690.

Adr: Timmers                                                                                           Jan Goeijaertssen Ghijben

1689                                                                                                                                                Johan Cnaep

Opden 3e November 1700 soo bekende Merten Dolck en Corstiaan Glaviman armmrs: van Cappel van dit bovenstaande Cappitaal voldaan te wesen volgens quitantie.

Los briefje behoort bij bovenstaande akte.

Wij Armeesters van Sgrevelduijn Cappel, Corstiaen Glavimans ende Meerten Dolck bekennen ontfanghen te hebben uijt handen van Arien Dirxssen Smits de somme van hondert gulden, ……………… ende dese penningen zijn spruijtende van een wilcoor die zijn afgele… bij Arien Dirxssen Smits, actum den 3 Novemder 1700.

                                                                                                                                  Meerten Dolck

Folio 88r

Waterbrieff voor Handrick Prs: Timmers, tot lasten van Gerit Jansen Boudewijns.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel Gerit Janssen Boudewijns, dewelcke verclaren op waterrecht wel ende deughdelijck schuldigh te wesen, aen ende tot behoeff van Handrick Peeters Timmers ter somme van twee hondert car: gulden tot XX stuijvers stuck Hollant gereeckent, spruijtende dese voorsr: somme over coop van een damschuijt met want zeijlagie, anckers ende touwe met met tgene inden Roeff is bevonden, ende aende voorsr: schuijt dependerende is, welcke voorschreve somme geloofft den voorsr: Comparant te betalen in drie termijnen, te weten tnegentigh car: gulde gereet ende contant bij de leveringhe vande voorsr: damschuijt nu aenstonts, ende de Resterende in twee egale ende gelijcke termijnen, vijff en vijfftigh car: gulde van huijden datum onder geschreven over een jaer, ende het Resterende derde termijn over een jaer daer aen volgende, tot de volle effectueele voldoeninghe ende betalinghe incluijs, ende vrtmagh den voorsr: crediteur bij ghebreecke van quade betalinghe, de voorsr: damschuijt te vervolgen op alle havenen, stromen ende Riviere, soo in Hollant, Gerderlant, Brabant, gebiet vande Conninck van Hispanien, aen elders deselve te doen arresteren sonder eenige Rechtsplichtinghe conne te doen, voor welcke voorsr: cooppenninghen soo stelt den voorsr: comparant ten onderpanr de voorsr: danschuijt, ende voorts generalijck alle sijne verdere Roerende ende onroerende goederen, hebbende ende vercrijghende, egeen vandien uijtgesondert waer die gelegen offte bevonden mochten worden, soo in Hollant als Brabant, omme bij fonte van quade betalinghe daeraen te mogen verhalen. Aldus gedaen ende gepasseert ter presentie ende overstaen van Adriaen Timmers Schout, Johan Knaep, ende Migiel Jansse Backer Heemraden, actum desen 25e October 1690.

Handrick Peeters Timmers vercooper in desen bekennen vande voorsr: eerste termijn, wesende tnegentigh gulde contante penninghen door handen van Gerit Jansse Boudewijns, cooper ten volle voldaen en beraelt te sijn, ergo gecasseert.

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

       1690                                                                                                           Migiel Jansen Backer

Opden ersten April 1692, soo bekende Hendrick Peeters Timmers vanden tweeden termijn voldaen te sijn, wesende de somme van vijff en vijfftigh gulden door hande van Geerit Jansse Boudewijns.

Opden 17e ……. 1693 soo bekende Hendrick Prs: Timmers vanden derden en laetsten termijn voldaen te wesen met de somme van vijffenvijfftigh gld: door hande vande voorsr: Geerit Janssen Boudewijns ergo gecasseert.

Folio 88v

Hiervan den brieff op een behoorlijck zegel uijtgemaeckt.

Compareerde voor ons Schout en Heemraden van Shrevelduijn Cappel hier onder genomineert den eersamen Nanningh de Zeeuw, en heeft overgegeven met eender vrije gifte soo als recht is aen en ten behoeve van Adriaen Ockers, seecker huijsinge en hoff, geoot ontrent rwee hont off soo groot en cleijn t’selve alhier binnen Shrevelduijn gelegen is, waervan oost gelegen is Cornelis van den Hoeck, west Jan Dingeman Deckers, streckende voor van s’Heeren Steaete aff, Zuijdewaerts op tot de wed: Aert Jan Dielen toe, en dat voorts met alle wegen, Stegen, Schouwe en nabuere rechten, met recht daeruijt gaende, en sal coopen moeten gedogen dat den voorsr: Jan Dingeman Deckers zal moeten wegen door de voorsr: huijsinge wesrwaerts in, en oostwaerts uijt aen te vaerde de voornoemde huijsinge terstont, en gelooft de voornoemde Comparanr t’selve goet te vrije en te waeren na den rechte van den landen, en alle Commer en Calangie aff te doen tot dese dage toe geheelijck. Coram Johan Cnaep, Giel Jansse Backer en Cornelis van den Hoeck Heemraden. Actum desen 26e Januarij 1691.

Partijen verclaeren voor recht den coop gereet ende Contant gelt te weesen ter somme van twee hondert gulde, waervan voornoemde Comparant ten vollen voldaen en betaelt te zijn, ergo gecasseert, present dagh datum ut supra.

                                                                                                                                                          In kennis van mij, als bij provisie

Geauthoriseert, Secretaris

A: Glaviman Srts:                                                                                                         Johan Cnaep

1691                                                                                                            Michiel Janse Backer

                                                                                                                     Cornelis van den Houck

Folio 89r

                                                                    Copie

Heer Schout

Dient tot ve… naricht dat Jacob Dircxsse van Brantwijck, wednr: van Cornelia Bastiaens van Ouwerkerck za: alhier onder de jurisdictie van Giessen Oudekerck overlijden, met mijn als oppervoocht, Livens Joachim van Ouwerkerck als bloetvooght ovrt de minderjarige kinderen bij de voornoemde Cornelia van Ouwerkerck aenden opgeseijde Brantwijck geprocureert, heeft gecontracteert ende uijtcoop gedaen omtrent de goederen op de voornoemde kinderen wegens derselver moeders besterffenisse gesuccedeert, ende alsoo wij van de vooenoemde kinderen hebben bedongen gereede penningen, dienvolgens heeft den voornoemde Brantwijck absolutie authoriteijt binnen mits de verdere goederen bij hem wegens ziujne huijsvrouw gepossibeert te handelen, en daervan te disponeren in voegen als hem geraden danckt waermede verblijve Heer Schout. Nevens stont U Edele Dienstwillige Dienaar, en was ondert: A. Broothoft, in margine stont. Giessen Oudekerck den 17 Januarij 1691, de Scheperscriptie luijt, omme de Heer Schout tot Capelle.

Dat dese met zijn principael is accorderende bevonden verclaere ick als bij provisie geauthoriseert, Srs

A: Glaviman

     1691

                                                                     Copie

Alsoo Hendrick Bastiaensse Ouwerkerck dese werelt is coomen te overlijden, nalatende twee minderjaerige kinderen, het eene genaemt Arij Hendricxse out ses jaeren, en Aentie Hendricx out drie jaeren, in echte geprocureert bij sijnr nagelaten wed: Neeltie Abrams van Alpen en hij Hendrick Bastiaensse in zijn leven deselve ziujne kinderen van geen vooghde heeft voorsien, soo hebben wij Schout ende Schepenen (tegelijck zijnde weesmannen) over de Moercappelle en wilde nemen tot vooghden ende toesienders over de opgemelte weeskinderen aengestelt (na ingekomen bericht en kennisse van haer luijdende bequaemheijt inde getrouwicheijt) gelijck wij aenstellen bij desen, Joachim Bastiaenen Ouwerkerck en Cors Abramse van Alpen als Oomen en bloedvooghden over deselve weeskinderen.

Folio 89v

gevende henluijden ten dieneijnde soodanige ampele macht en bevel als vooghden na rechte compateren mits blijvende sujluijden gehorden ende verplichr te allen tijde, van haer vooghdie ende administratie te doen behoorlijcke Reeckeningh, bewijs ende reliqua, versoeckende alle ende den ygelijck die ’t aengaet deselve persoenen daervoor te houden ende erkennen, Beloovende de verrichtinge uijt crachte deses ontrent de voorsr: vooghdie te doen van waerde te houden ende doen houden, Rectificerende ende approberende, mede allen t’geene bij de voorsr: Joachim Basriaensse en Kors Abr: van Alpen gesamentlijck offe ider bij haer int besonder in desen bedeelt is, gedaen ende verricht. Aldus gedaen ende gepasseert bij ons Cornelis Helemans Schout, item Cornelis Jansen Backer en Aelbert Jansse Winter Schepenen ende t’egelijck …..mannen inde Moercappelle, den achtste Januarij 1691, en was ondert: C: Heleman, Cornelis Jansse Backer, Aelbert Jansse Winter.

Dat dese met zijn principael is accorderende bevonden, verclaere ick als bij provisie geauthoriseert Sectetaris.

A: Glaviman

     1691

                                                                     Copie

Op huijden den 21e Januarij anno 1691 Compareerde voor mijn Anthonij van Rhijn, Notaris publieck bij de Ed: Hove vsn Hollant geadmitteert, Residerende met de nagenoemde presente getuijgen alhier tot Bodegraven, de eerbaere Arijaentie Bastiaens Ouwerkerck, bejaerde dogter woont mede alhier, dewelcke verclaerde op het aldercraghtiste te constitueren ende volmachtigh te maken gelijck sij Comparanten doet bij desen, Joachim Bastiaensse Oudekerck haer broeder, woont tot Moercappelle om uijt haere naem met de andere mede erffgenamen van haer overleden oom, Govert Arijense Versteerre, te vercoopen alle de vaste goederen,

Folio 90r

lant, huijs ende erff, nagelaten bij de vooenoemde Comparantes oom, haeren naem opdraght en cessie doen, de cooppenningen ontfangen, quitinge te geven voor de Gerechte van Cappelle off daer die gelegen zijn, de selven uijt haere naem met de andere erffgenamen divideren en scheijden, en voorts generalijck ad negotia alles doen off sij Comparanten selffs present sijnde soude konne ofte mogen doen, belovende de Rato, onder verbant en Construcktie als na rechte mits dat den geconstitueerde gehouden blijft, tot allen tijden des vermaent zijnde, te doen behoorlijcke Reeckeningh van zijne administratie, als na behooren, aldus gedaen en gepasseert tot Bodegraven ten Comptoire mijns Notaris, in presentie van Gerrit van Krimpen ende Claes Ockijssen Camp getuijgen van goeden geloven hiertoe versocht, die de minute benevens de Comparanten ende mijn Notaris mede onderteeckent hebben, date ut supra. Onder stont Quod Attestor, en was onderteeckent A: van Rhijn Notaris Publ:

Dat dese met zijn principael is accorderende bevonden, Attestere ick ondergesr: als bij provisie geauthoriseert, Secretaris

A: Glaviman

       1691

                                                                     Copie

Op heden den 2e Februarij 1691 Compareerde voor mij Albertus van Braeckel, Openbaer Notaris bij den Hove van Hollant geadmitteert, residerende tot Sevenhuijse ende voor de getuijgen ondergenoemt Neeltie Abrams van Alphen, laetst wed: wijlen Hendrick Bastiaens Ouwerkerck, woonende aende Moercappelle, mijn Notaris bekent, welcke voorsr: Hendrick Bastiaens in zijn leven mede erffgenaem abjitestato is geweest van Govert Verster, overleden in Cappelle in Brabant, sijne moederlijcke volle oom zaliger, ende sulcx sij Comparante achterachte vande Conjugale gemeenschap binnen de provintie van Hollant geintradeert, tot de voorsr: portie erffenisse

Folio 90v

vande voorsr: haeren man saliger, voor deene helfte gerechtight, dewelcke verclaerde in die qualitijt te constitueren ende volmachtigh bij desen Joachim Bastiaens Ouderkerck, haer gewesene swager, mede wonende aen de Moercappelle voorsr: omme inden naem vande Comparante in haer qualitijt met de verdere naergelate erffgenamen vande voorsr: Goverd Verster te procederen tot inventarisatie, schiftinge, scheijdinge ende reddinge des boedels ten dien eijnde te maken, passeren ende verlijden alle alle bescheijden soodanige instrumenten ende bescheijde, als daertoe eeniger maten moghte coomen te vereeijsschen alle de goederen des boedels int openbaer ofte uijtterhand te mogen vercopen ende tot gelde te maken behoorlijck transport en opdragen ende …..doen van eijgendom te mogen verlijden de cooppenningen alsmede haer Comparanten contingent inde voorsr: portie erffenisse te mogen ontfangen, quit van alles te passeren, alle onwillige debiteuren in rechte te convenieren, alle questien ende processen, soowel eijsschende als verweergere waer te nemen, ende alles ten uijteijnde toe te vervolgen, mitsgaders over alle deselve te mogen submitteren aen soodanige arbitere ofte goede manieren, ende op alle alzulcke Conditien als hij geconst raetsaem verdelen zal, wijders alles te doen handelen ende verrichten, t’g …. eenichsints dese aengaende mochte coomen te vereeijsschen ende sij Comparanten in haer qualiteijt (selffs present sijnde) soude connen effe vermogen te doen met macht van substitutie, belovende de verrichtinge en crachte deses te doen, van waerden te sulle houden ende doen houden onder verbant van haer persoom en goederen, behoudens reeckening ende verantwoorde gedaen tot Sevenhuijsen, ter presentie van Emond Struijck mijnen clercq, wnde Abram Klasen Bijl als getuijgen. Onder stont quod Attestor en was onderteeckent. A v. Braeckel Notaris publ.

Dat dese met zijn principael is accorderende bevonden, Attestere ick ondergeschreven, als bij provisie geauthoriseert Secretaris.

                                                                                                                                        A. Glaviman

                                                                                                                                               1691

Folio 91r

Hiervan den brieff uijtgemaeckt op een behoorlijcken zegel

Compareerde voor ons Schout en Heemraden van Schrevelduijn Cappel hieronder genomineert, Lijske Ariens wed: wijle Hendrick Grelen, Joachim Hendricx en Sr: Otto van Rijswijck als man en vooght van Aletta sijne wettige huijsvrouwe, woonende tot Heusden voor deen helft, Driewe Teunis gr Vechter, wed: wijle Johannis Ouwerkerck uijt crachte van seeckere testamentaere dispositie tussen haer ende haeren voorsr: man za: gemaeckt als langstlevende haer daerbij gegeven ende vergunt wedende, de voorschreven testamente gepasseert voor Notaris en seeckere getuijgen binnen Woudrichem Resideren, wesende van date den 12e April 1690 ons Schout en Heemraden voorgelesen, Joachim Bastiaensse Ouwerkerck soo voor zijn selven alsmede last ende procuratie hebbende van Adriaentie Bastiaensse Ouwerkerck, gepasseert voor Notaris en seeckere getuijgen tot Bodegra Residerende, wesende in date den 21e Januarij 1691 hier vooren geregistreert de voornoemde Joachim Bastiaens Ouwerkerck, alnoch als last en procuratie hebbende van Neeltie Abrams van Alpen, laest wed: van wijle Handrick Bastiaensse Ouwerkerck, gepasseert voor Notaris en seeckere geruijgen binnen Sevenhuijse Residerende, wesende deselve procuratie van date den 2e Februarie 1690, hiervooten geregistreert Jacob Dircxse van Brantwijck als in huwelijck gehadt hebbende Cornelia Bastiaensse Ouwerkerck, woonende tot Giessen Ouwerkerck en Corst Abrams van Alpen in qualiteijt als oomens en bloedvooghden van twee onmondige kinderen van de voorsr: Handrick Bastiaensse Ouwerkerck, volgens acte van Schepenen en Weesmannen op hem gedepescheert wesende in sate den 8e Januarij 1691, mede hiervooren geregistreert voor dandre helft, alle als erffgenamen van za: Govert Verster, in sijn leven gewoont hebbende alhier tot Schrevelduijn Cappel, hebben overgegeven met eender vrije gifte soo als recht is aen en ten behoeve van Peeter Claesse Rosenbrant, spedialijck seecker huijsinge en hoff, gestaen ende gelegen binnen Schrevelduijn Cappel voorsr:, waervan west gelegen is Dhr: Adriaen Timmers Schout ter halve dwarssloot toe, oost Arien Claesse Vaertman mede ter halve sloot toe, streckende voor vanden Dijck aff, noortwaerts op tot den eersten halve dwarssloot toe, off soo groot en cleijn’t selve gelegen is, en dat voorts met alle wegen, stegen, schouwe ende nabuere rechten met recht daer uijtgaende, en sal nevens de voorsr: huijsinge en erve moeten wegen als van outs Hendrick Gerrirs Pachter, waervoor den voorsr: Handrick Gerritse zal moete maken twee roede schouwe aenden oosttense kant, voorts soo Belovende de voornoemde Comparanten ider in haere voorsr:

Folio 91v

qualiteijt ’t selve huijs en hoff te vrije en te waeren na den rechte van Zuijt Hollant, ende voorts allen Commer en Calangie daer inne wesende aff te doen tot Nieuwe jaer 1691 toe, mits dat de cooper de huere vande voorsr: huijsinge van heden aff zal trecken ende proffiteren. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Cnaep, en Jan Goverts Gijben Heemraden, dese sevende Februarij XVIc eenentnegentigh.

Partije verclaere voor recht den coop gereet en contant gelt te wesen ter somme van seshondert vijffenveertich gulde, waervan de voornoemde Comparanten ider in haere voorsr: qualiteijt bekenne voldaen en betaelt te zijn, ergo gecasseert dagh datum ut supra.

Adr: Timmer                                                                                            Jan Goeijaertssen Ghijben

                                                                                                                                       Johan Cnaep

Hiervan den brieff uijtgemaeckt op een behoorlijck zegel.

Compareerde voor ons Schout en Heemraden van Schrevelduijn Cappel hieronder genoemt de voorsr: vercoopers, ider in haere voorsr: qualiteijt, hebben alnogh overgegeven met eender vrije gifte soo als gewoon ende recht is aen en ten behoeve van Hendrick Gerrits Pachters, specialijck een buijten dijcxsse delle, gelegen alhier binnen Schrevelduijn Cappel, waer van west gelegen is Dhr: Adriaen Timmers Schout, oost Joris de de Bie cum suis, streckende voor vande eersten halven dwarssloot aff, noortwaerts op tot de Oude straet toe, off soo groot en cleijn ’t selve ter plaetse voorsr: gelegen is, sonder nochtans in de voorsr: precise maten te wille vervadt wesen, en dat voorts met alle wegen, stegen, schouwe en nabuere techten met techt daer uijtgaende, en zal dit paeceel moeten wegen nevens de huijsinge en erve van Peeter Claesse Rosenbrant aende oostensse kant als van outs, met wagen, karre, koije peerden etc:, waervoor de voorsr: Handrick Gerrits zal moeten onderhouden twee roede schouwe

Folio 92r

aenden oostensse kant, voorts soo belovende de voornoemde Comparanten ider in haere voorsr; qualiteijt ’t selve goet te vrije en te waeren na den rechte van Zuijt Hollant, ende vooers alle voorcommer en Calangie daer op wesende aff te doen tot dese dage toe. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Cnaep en Jan Goverts Gijben Heemraden, dese sevende Februarij 1691.

Partijen verclaere voor recht den coop gereet en contant gelt te wesen ter somme van een duijsent twee hondert vijffentwintich gulden, waer vande voornoemde Comparanten bekenne ten volle voldaen en betaelt te sijn, ergo gecasseert, dagh datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                          Jan Goeijaertssen Ghijben

     1691                                                                                                                         Johan Cnaep

Hiervan den Brieff uijtgemaeckt op een behoorlijcken zegel.

Ten voorsr: dage Compareerde voor ons Schout en Heemraden van Schrevelduijn Cappel hieronder genomineert, de voornoemde Comparanten, ider in haere voorsr: qualiteijt uijtgenomen Joachim Hendricx hebben overgegeven met eender vrije gifte soo als recht is, aen en ten behoeve vande voorsr: Joachim Hendricx, een seventte achtste part in een binnendijcxsse delle, gelegen aende westkant vande Willem van Gentsvaert, waervan Zuijtwaerts gelegen is de wed: van Claes Teunis Vaertman, noorden Jan Teunis van Pas, streckende voor van Willemkensvaert aff westwaerts op tot de erve van Jan Dingeman Deckers toe, off soo groot en cleijn ’t selve gelegen is ter plaetse voorsr: geloegen is, en voorts met alle wegen, stegen, schouwen, en nabuere rechte, met recht dart uijtgaende, voorts soo beloven de de voornoemde Comparanten ider in haere voorsr: qualiteijt het voorsr: zevende achrste part in de voorsr: delle, den cooper te waeren na den rechte van Zuijr Hollant, en voorts alle voorcommer en Calangie daerop wesende aff te doen tot dese dage toe. Coram Adr: Timmers Schout, Jan Cnaep en Jan Goverts Gijben.

Folio 92v

Heemraden datum ut Supra.

Partije verclaeren voor recht den coop gereet en Contant gelt te wesen ter somme van sestich gulde, waervan de voornoemde Comparanten bekenne ten volle voldaen en betaelt te zijn, dagh datum ut Supra.

Adr: Timmers                                                                                           Jan Goeijaertssen Ghijben

       1691                                                                                                                        Johan Cnaep

Hiervan den brieff uijtgemaeckt op een zegel van I gl. IIII st.

Compareerde voor Schout en Heemraden van Schrevelduijn Cappel hiet onder genomineert Lijske Ariens, nagelaten wed: Hendrick Michielsse de Grooten, en heeft overgegeven met eender vrije gifte soo als recht is aen en ten behoeve van Hendrick de Roij, de helft onbedeelt in drie hont ackerlant, waervan west gelegen is de voornoemde Handrick de Roij coopers, oost de ackeren van Willem van Gentsvaert, streckende voor van Merten Dolcke aff, noortwaerts op tot de erve vande voornoemde Hendrick de Roij toe, en dat soo groot en cleijn ’t selve ter plaetse voorsr: gelegen is, en dat voorts met alle wegen, stegen, schouwe ende nabuere rechte, met recht daer uijtgaende, voorts soo gelooft de voornoemde Comparant de voornoemde helfte in de voorsr: drie hondt ackerlant den cooper te waeren na den rechte van Zuijt Hollant, ende voorts alle commer ende Calangie daerinne wesende, aff te doen tot dese dage toe. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Cnaep en Jan Goverts Gijben Heemraden, dese achtste Februarij 1691.

Partijen verclare voor recht den coop gereet en contant gelt te wesen ter somme van tachentigh gulde, waervan de voornoemde Comparanten bekenne ten volle voldaen wnde betaelt te zijn, ergo gecasseert, dagh datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                           Jan Goeijaertssen Ghijben

       1691                                                                                                                        Johan Cnaep

Folio 93r

Hiervan den brieff uijtgemaeckt op een behoorlijck zegel.

Compareerde voor ons Schout en Heemraden van Schrevelduijn Cappel hieronder genomineert Johan de Loos, en heeft overgegeven met eender vrije gifte soo als recht is, aen en ten behoeve van Jacob Jansse van Hamont, den schoone en welgelegen huijsinge, hoff en lant groot ontrent twee hondt, off soo groot en cleijn ’t selve gelegen is, sonder noghtans in de precise mate te wille vervadt wesen, gelegen inde Nieustraet, waervan west gelegen is Willem Jansse van Vucht, oost den armen van Cappel, streckende voor van ter halve Nieuwstraet aff tot de Loonse erve toe, en dat voorts met alle wegen, stegen, schouwe en nabuere rechte met recht daer toebehoorende, voorts soo gelooft den voornoemde Comparant het voorsr: huijs, hoff en lant den cooper te waeren na den rechte van Zuijt Hollant, ende alle voorcommer ende Calangie daerinne wesende, aff te doen tot dese dage toe, en voorts volgens de orginele conditie daervan zijnde. Coram Adriaen Schout, Johan Cnaep en Jan Goverts Gijben Heemraden, dese negende Februarij 1691.

Partije veclaere voor recht den coop te wesen volgens de conditie vuer hondert tien dulde, te betalenin twee egale ende gelijcke termijnen als te ewten d’eene helft bij de gifte, en dander helft ovrt een jaer daeraen volgende, tot de volle betalinge ende voldoeninge toe, waervan de voornoemde de Loos, Comparant van dese bovenstaende somme, bekent voldaen ende betaelt te zijn, alsoo van deen helft obligatie is gemaeckt dagh datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                           Jan Goeijaertssen Ghijben

       1691                                                                                                                        Johan Cnaep

                                                           Copie

Aen mijn …… Heeren Weesmeesteren deser Stadt en Provincie van Meghelen.

Verthoont Reverentlijck Clara van den Bruel, wed: van

Folio 93v

Adriaen
Ariens, geborne was vande Langhstratte, binnen de parochie van Cappellen boven Breda, vanden welcken sij behouden heeft, een minderjarige dochterke met naemen Margreta volgens de declaratie vande Eerwaarde Heere de Rouw, volgens pastoir Sinte Catharina parochie alhier, dat aen haeren voornoemde man Competerende zijn eenige erffelijcke goederen, gelegen binnen de voorsr: parochie, waervan de suppleanten seer weijnich geniet, jae dat suppleanten om ’t selve te haelen, bij naer soo veel moet verteren als sij Comt te genieten, soodat sij en der wese momboirs Jan vanden Bruel ende vancent Besaan, geraden vinden deselve goederen aldaer te vercopen, om de penningen daervan procederende, alhier aengeleijt te worden dan ’t selve niet comende geschieden sonder de permissie ende authorisatie, keeren hun tot in Eerwaerde Heer ootmoedelijck biddende ende gedient te wesen haer suppletien te authoriseren tot het vercoopen derselver goederen, mits observerende de solemniteijten daertoe geregistreert, den cooper te goede en desen quitantie van haeren ontfangh te verlijden, naer den ontfanck der cooppenninge, en voorts te doen dat in soodanige moet geschieden, om alsdan de penningen alhier aengeleijt te worden, twelck doende etc:, en was onderteeckent, dit is X het hantmerckteecken van Jan vanden Bruel, dit is het X hantmerck van Vincent Besaen, in margine stont het appt: luijt aldus: Mijn Heeren Weesmeesteren, gesien dese requeste, ende op alles geleth authoriseren de momboirs vande minderjaerige te vercoopen met alle gerequireerde solemniteijten, de erffelijcke goederen ten dese geroert, de coopers te goede ende erven voor Heere ende hoff competent, ende de cooppenningen te ontfangen, om alhier ter selver natuere aengeleijt te worden ten proffijte vande minderjaerige. Actum Coram Heer ende Mr: Rombout Haens, Jor: Louis Francois Pijnssen van der Aa Weesmeesteren, ende mij Griffier ondergesr:, den 18e Augustij 1690, was onderteeckent J. Scheppers 1690.

Callata concordat cumsuc orginale, bij mij als bij provisie geauthoriseert. Secretaris.

                                                                                                                                 J: Glavimanssen

                                                                                                                                           1691

Folio 94r

                                                           Copie.

Aende Eerwaerdige Heeren Schout en Schepenen van Schrevelduijn Cappel.

Geeft met alle reverentie te kennen Clara van den Bruel, wed: wijlen Adriaen Ariensse Gemens, woonende in de Stadt Mechelen, ende met haer gevoocht Jan van den Bruel haer supplianten broeder, als bij Heeren weesmeesteren van Meghelen voornoemt aengestelde momboir volgens seeckere regte ende dopgevolghde appoinctemente van date den 19e Augustus 1690, hiernevens gaende over haer minderjaerigh weeskint van haer suppliante verweckt bij wijle Adriaen Adriaensse voorsr: hoe dat al… bij … als oppervoochden, ten hooghsten ende meesten oirbaer, ende tot benefitie vande voornoemde supp0liante, genegen soude wesen omme publijckelijck te vrtcoopen seecker erffgoederen, naergelaaten bij wijle Anneke Ariensse Buijcx, ende alsoo de voornoemde suppliante beducht is de voornoemde erffgoederen niet en hadde mogen vercoopen, tensij met consent van Schout ende Gerechte voornoemt, als oppervoochden van weesen sijnde, soo et dat sij suppliante, als wesende een arme ende bedruckte wed: haer is kerende tot U ed: versoeckende, dat der selver goeder geliefte sij, wat belanght haere suppliants kints erffgoet, ofte portie tot onderhout ende subsidie, habatiatie derselver kint te vercoopen, temeer alsoo den comende winter voor de deur staet, ende nakende is daerinne gelieven te accorderen ende te laten volgen, de cooppenningen die vande voorsr: erffenisse, coomen geprocedeert te werden, tot welcke eijnde ved: gelieven te authoriseeren denwel ende bequaem man tot vercoopinge van het voornoemde erffgoet, tot leveringe vandien, ende verders deser landen alhier gebruijckelijck zijnde, onder stont: dit doende etc: ende was onderteeckent, dit merck stelt X Clara van den Bruel, verclaere niet te connen schtijven.

Dat dese met zijn principael is accoorderende bevonde, Attesteren ick ondergesr: als bij provisie geauthoriseert Srs.

                                                                                                                                     J:Glavimansse

                                                                                                                                              1691

Folio 94v

                                                           Copie

Heemraden gesien de Requeste gepresendeert bij Clara van den Bruel, wed: wijlen Adriaen Ariensse Gemens, woonende tot Meghelen, versoeckende haer suppliments kints erfgoet off portie tot onderhout, subsidie der selver haer kint in de naerlatenschap van Janneke Ariensse Buijcx, wed: Adriaen Gemans te mogen werde verkocht, ende authorisatie op den bequaem man, tot deselve vercoopinge ende transport te doen, alsmede gesien de appte van Heeren Weesmrs: der stadt Meghelen in date den 18e Augustus 1690, waerbij de selve authoriserende momboirs van de minderjarige hebben aen de momboiresse over haere kinderen geconsenteert, in de vercoopinge in dese vermelt, ende volgens haere versoeck, authoriseren Adriaen Timmers Schout alhier, omme de goederen in dese gemelt, publieck te vercoopen, ende deselve aen de coopers te transporteren, de cooppenningen aen de suppliante als voogdesse over te tellen naer dat dan van alhier reeckeninge ad Reliqua sal zijn gedaen, actum desen 23e October 1691. Onder stont: ter ordonnantie van Schout ende Gerechten, gereeckent, en was onderteeckent: Anth: Glaviman Srs 1690.

Dat dese met sijn principael is accorderende bevonden bij mijn als bij provisie geauthoriseert, Secretaris,

J: Glaviman Srs.

         1691.

Hiervan den brieff uijtgemaeckt op een behoorlijcken zegel.

Compareerde voor ons Schout en Heemraden van Schrevelduijn Cappel hieronder genomineert, dhr: Adriaen Timmers Schout, in qualiteijt als bij Heemraden van Schrevelduijn Cappel voorsr: geauthoriseert zijnde wesende acte van authorisatie van date den 23e October 1690, alhier gebleecken ende hiervooren geregistreert, alsmede op de consente van Heeren Weesmeesteren der stede Mechelen, in dato den 18e Augustij 1690, hiervooren mede geregistreert,

Folio 95r

en heeft indier qualiteijt overgegeven met eender vrije gifte soo als recht is, aen en ten behoeve van Peeter Corsten Schoenmaker een gerechte noordens derde part inden steede, gecomen van zaliger Jenneke Ariensse Ruijcx, gelegen inde Nieustraet ten noorden, waervan zuijden Maijken en Anneke Ariens Gemens belent sijn, noorden Jan Jacobsse van Hamont, streckende ten oosten vande erve van de voornoemde Jan Jacobsse van Hamont aff, westwaerts op tot de erve van Arien Leenderts Wijne toe, soo groot en cleijn ’t selve gelegen is, en dat voorts met alle wegen, stegen, schouwe en nabuere rechte, met recht daer uijtgaende, voorts soo gelooft de voornoemde Comparant in sijne voorsr: qualiteijt het voorsr: erffenis den cooper te waeren na den rechte van Zuijt Hollant, ende voorts alle voorcommer ende Calangie daerinne wesende aff te doen tot Nieuwejaer 1691 toe, nochtans subject soodanige cijns als den Wel Edele Hoogh Edele Heer van Cappel jaeren daerop heffende is. Coram Dhr: Adriaen Timmers Schout, Jan Cnaep en Jan Goverts Gijben Heemraden, dese negende Februarij XVIc eenennegentigh.

Partijen verclaere voor recht den coop gereet en contant gelt te wesen ter sommen vierentnegen- tigh gl: gl: tien stuijvers, waervan de voornoemde Comparant bekent ten volle voldaen en betaelt te zijn, ergo gecasseert dagh datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                                                Johan Cnaep

     1691                                                                                                   Jan Goeijaertssen Ghijben

Hiervan den Brieff uijtgemaeckt op een behoorlijk zegel.

Compareerde voor Schout en Gerechten van Schrevelduijn Cappel hieronder genomineert Sr: Otto van Rijswijck, en heeft overgegeven met eender vrije gifte soo als recht is, aen en ten behoeve van Joachim Handricx een vierde paert in een steede, groot ontrent vier hont, gestaen ende gelegen binnen Cappel, waervan oost gelegen is vande geheele steede de wed: Claes Swaen, west Peeter Spoele, streckende vanden dijck aff, west Peeter Spoele, streckende van den dijck aff, zuijtwaerts op tot de erve van Jan Dingeman toe, item alnogh den gerechte vierde part in een stucxkie ackerlant, groot ontrent int geheel drie hont, gelegen aende westkant van Willem van Gentsvaert, waervan erst gelegen is de kinderen van Cornelis Jan Geenen, oost de ackers van Willem van Gentsvaert, streckende voor vande erve van Merten Dolcke aff, noortwaerts op tot de erve van Handrick de Roij toe, en dat voorts met alle wegen, stegen, schouwe en nabuere rechten, met recht daer uijtgaende, voorts soo gelooft hij Comparant het voorsr: goet te vrijen en te waeren na den rechte van Zuijt Hollant, ende alle voorcommer en Calangie

Folio 95v

daer inne wesende aff te doen, tot dese dage toe. Coram Adriaen Timmers Schout. Jan Cnaep en Michiel Janssen Backer Heemraden, dese twelffde Februarij XVIc eenentnegentich.

Partijen verclaeren voor recht den coop gereet ende contant gelt te wesen ter somme van twintigh guld:, waervan den voornoemde Comparant bekent ten volle voldaen en betaelt te zijn, ergo gecasseert dagh datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                                 Michiel Jansen Backer

       1691                                                                                                                        Johan Cnaep

                                                           Copie …..

Op huijden den 14 Januarij anno 1699 Compareerde voor mij, Hendrick van Bergen Openbaer Notaris bij den Hove van Hollant geadmitteert, en in Out Beijerlant Residerende inde tegenwoordigheijt vande ondergesr: getuijgen Mr: Cornelis van Gorp Chirigijn, woonende in Out Beijerlant mij Notaris bekent, sieckelijck van lichamen te bedde leggende, edogh zijn verstant memorie gebruijckende soo als opentlijck ende claerelijck bleeck te kennen gevende, hij was aenmerckende de swackheijt des menschelijcken leven, datter ter werelt niet seeckerde en is als de doot, ende niet onseeckerde dan den tijt ende d’uijre vandien, daeromme niet gaerne van deser werelt scheijdende sonder alvoorens zijne minderjaerige kinderen voorsien, tot dien eijndestellende ende nominerende Adrianus van Gorp zijnen broeder, ende de Heer Anthonij Glaviman, Secretaris van Cappel zijnen swager, bijde als administrerende vooghden, mitsgaders Sr: Aert Verstolck woonende tot Rotterdam in qualite als toesiender voocht, haer versoeckende ende recommanderende de opsichte zijner

Folio 96r

kinderen, ende de administratie naer te laten goederen, met buijtensluijtinge van allen andere, ende insonderheijt Schout ende Gerechten alhier, niet willende ofte begerende datte selve, behoudens hun respect en eere haer eenichsints metten boedel ende goederen van hem Comparant sulle hebbe te bemoijen directelijck ofte indirectelijck in geenderlij manieren, maer ’t selve wel expresselijck te verbieden, Consenterende hier van acte gemaeckt ende gelevert te werden in forma alles sonder froude. Aldus gedaen ende verleden ten huijse van hem Comparant, ter presentie van Pieter Dircxsse Duijt ende Andries Walburgh, beijde als getuijgen hiertoe versocht, datum ut supra, ende was onderteeckent Cornelis van Gorp, Pieter Dircxsse Duijt, Andries van Walburgh en J. v. Bergen Notaris Pub:, lager stont: naer gedaene Collatie is dese met zijn orginele bevonden te accorderen, Huijden den XXI Februarij anno 1691, en was onderteeckent J.v. Bergen Nots Publ.

Dat dese met zijn principael is accorderende bevonden Attester. Ick ondergesr: als bij provisie geauthoriseert.

                                                                                                                                            Secretaris

                                                                                                                               J. Glaviman Secr:

                                                                                                                                          1691

Hiervan den brieff uijtgemaeckt op een behoorlijcken segel.

Compareerde voor Schout en Heemraden van Schrevelduijn Cappel hieronder genomineert, Jan Kievits in huwelijck hebbende Christina Glaviman, Zeger Loeff als in huwelijck hebbende Antonetta Claviman, Reijmer van den Broeck als in huwelijck hebbende Maria Glaviman, Jan van Beoechoven als in huwelijck hebbende Adriana Glaviman, mitsgaders Johanna Glaviman, geassisteert met Corstiaen Glaviman, Srs: van Druenen, alle als kinderen van zal: Dhr: Christiaen Glaviman, in zijn leven Drossaert tot Druenen voor deen helft, en Adriaen van Gorp, woonende tot Oud Beijerlant als testamentaire voocht, nevens Christiaen Glaviman als tot dien eijnde mede beeedight voocht, vermits het overlijden van Anthonij Glaviman in zijn leven Srs: van Cappel, als nessens de voornoemde van Gorpvolgens testamente gepasseert voor Notaris en seeckere getuijgen binnen Out Beijerlant geconstitueert bij zal: Cornelis van Gorp. Hier voorens geregistreert, waertoe wert geregistreert,

Folio 96v

en dat over de twee onmondige kinderen van zal: den voornoemde Cornelis van Gorp, verweckt mede bij wijlen Dircxse Glaviman voor d’ander helft, en hebben gesamentlijck overgegeven met eender vrije gifte soo als recht is, aen en ten behoeve van Adriaentie Teunis Paens nagelate wed: Corn: Jansse van Gorcum, en Jan Dircxsse Smit seeckere huijsinge mitsgaders het ackerlant daer aengelegen, gestaen ende gelegen inde Nieustraet, groot int geheel vier mergen off soo groot en cleijn ’t selve inden Hoeffslagh gelegen is, sonder inde precise mate te wille vervat wesen, waervan oost gelegen is Gerrit Mouthaen cum suis, west de wed: Peeter Ockers, en de wed: Aert Luijcx, deen teijnde den ander gelegen, streckende voor van ter halve Nieustraet aff, noortwaerts op tot der halve Cruckvaert toe, en dat voorts met alle schouwe en nabuere rechten soo teijnde de voorsr: huijsinge en ackerlant als inden uijtganck, en sulle coopers moete gedogen, dat de wed: Aert Luijcx nevens de voorsr: huijsinge en erve zal moeten wegen met karren, wagen, peerden en hoije etc:, mirsgaders de kinderen en erffgenamen van zal: Christiaen Glaviman, in sijn leven Drossaert tot Druenen, met haere gronden gelegen aende noorde sijde vande Kruckvaert, soowel deen als dander, en voor alle andere die weckt met recht daer over zijn hebbende, en dan voorts volgens de d’orginele coopcedulle daer van zijnde waer toe wert gerefereert, voorders soo belovende de voornoemde Comparantrn ider in haere voorsr:qualiteijt de voornoemde huijsinge en ackerlant den cooper te waeren na den rechte van Zuijt Hollant, ende voorts alle voorcommer en Calangie daer inne wesende aff te doen tot dese dage toe. Coram Adriaen Timmers Schout, Jan Cnaep en Corstiaen de Zeeuw, Heemraden, dese 27e Februarij 1691.

In kantlijn staat:

Cornelis Sprangers als actie en transport hebben van de gelijcke erfgenamen van Corstiaen Glaviman in sijn leven Drossaert tot Druenen, bekent vanden tweeden paij voor sijn portie voldaen te sijn, met een somme van 94 gl 5 st: den 2 Februarij 1692.

Compareerde Adriaen van Gorp als voogt, borger in Outbeijerlant, dewelcke bekende vanden tweede paij mede voldarn te sijn, actum desen 7 Febr: 1692.

                                                                                                                             Adrianus van Gorp

Compareerde den voorsr: van Gorp in qualitijt als vooght, den welcke bekende vanden derde termijn voldaen te sijn, actum den 17e Feb: 1693, mer de somme van 93 gl 5 st.

                                                                                                                             Adrianus van Gorp

Ten voorsr: dage soo bekende de huijsvrouw van Cornelis Speangers met een quitantie oock vanden derden termijn voldaen te sijn met 93 gl 5 st, actum dagh datum ut supra.

Compareerde Ad: van Gorp als vooght ende borger binnen Out Beijerlant, den welcken bekende vanden lesten termijn met de somme van 94-7-8 door hande vande voorsr: cooperen voldaen te sijn den 7e Meert 1694 gecasseert.

                                                                                                                              Adriaen van Gorp

Ten voorsr: dage is vertoont den quitantie van Corn: Speangers als acte ende transpoer hebbende van de Erffgenamen van zal: Corstiaen Claviman, in sijn leven Srs: tot Druenen, waerin hij bekend vande voorsr: coopers ontfangen te hebbe 93-10-8.

Partijen verclaere voor recht den coop te wesen ter somme van achthondert negenenveertigh gulden, en dat in vier egale ende gelijcke termijnen, mits dat den cooper bij den eersten termijn hondert gulden merer zal geven, en dan voorts in drie egaele ende gelijcke termijnen tot de volle ende effectuele betalinge toe, ende bekende de voornoemde Comparanten van de eerste termijn, wesende ter somme van twee hondert sevenentachentigh gulden vijff st. voldaen ende betaelt te zijn, dagh datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

     1691                                                                                                                Corstijaen de Seeu

Folio 97r

Compareerde voor ons Schout en Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier onder genomineert, Jan Dircxsse Smits ter eenre, ende Aentie Teunis Paens nagelaten wed: Cornelis van Gorcom ter andere zijde, en hebben onderlinge met malcanderen gedaen ende gemaeckt een erffdeijlinge, en scheijdinge, van seeckere huijsinge en ackerlant daer aengelegen, gestaen ende gelegen inde Nieuwstraet, groot ontrent in geheel vier mergen, waer van oost gelegen is Gerrit Mouthaen cumsuis, west de wed: Peter Ockers, en dat in maniere hier na beschreven, te weten dat de voornoemde Jan Dircx Smits zal blijven behouden en besitten de huijsinge en erve tot den tweede stelt toe, aende oost zijde ende aende westensse zijde, tot de Kruickvaert toe, waer tegens de voorsr: Aentie Teunis Paens wed: Cornelis van Gorcom sal hebben ende blijven behouden de westense zijde tot den voorsr: tweede stelt toe, ende daer vervolgens aende oostzijde tot de Kruijckvaert toe, mits malcanderen deen den anderen tweemael over dwers moeten wegen en stegen, met die conditie dat se die stegen malcanderen sullen helpen onderhouden, en offt gebeurde dat de voorsr: Aentie ofte derselver erffgenamen een huijsinge op de westzijde van de steede quamen te timmeren, beloven den anderen en malcanderen te sulle wegen en stegen, ’t sij met wagens, karren, peerden, koije etc:. Aldus gedaen ende gepasseert ten overstaen van Adriaen Timmers Schout, Jan Cnaep en Corstiaen Zeeuw Heemraden, dese 27e Februarij 1691.

Adr: Timmers                                                                                                                Johan Cnaep

       1691                                                                                                               Corstijaen de Seeu

Bij bovenstaande acte behoren de volgende losse briefjes:

Briefje 1.

Ick ondergeschr: bekennen ontfangen te hebben uijt handen van de weduwe wijllen Cornelis Jansen van Gorkom de somme van drie ende tgegentigh gulden vijff stuijvers, ende dat van eenen paij van een huijsinge ende landereijen die de erfgenamen van den Drossert van Druenen hebben verkost aende weduwe voorsr:, waervan ick van de voorschreven sommen bekennen voldaen te sijn. Actum desen 7 Februarius 1692.

                                                                                                                            Cornelis Sprangers

                                                                                                                                         1692

Briefje 2.

Ick ondergeschreven beken ontvangen … vijf handen handen vande wed: van Cornelis Jansen van Gorcom de somme drie en negentig gulden en vijftien stuijvers, en dat van den paeij van het jaer 1693, waervan ick daervan beken voldaen te sijn …… absent van mij man, actum desen …

………

                                                                                                       De huijsvrou Cornelus Sprangers

Briefje 3.

Ick ondergesr: bekenne ontfangen te hebben uijt handen van de …….. weeu van Corneles Jansen van Gorcom de somme van drie en thegentigh gulden tien stuijvers, ende dat van de leesten paij van de huijsinge en landereijen die de eerfgenamen van drossaert van Druenen, Cristiaen Glaviman hebben verkoost aen de voorsr: weduwe van Cornelis Jansen van Gorkom, waer van ick van de voorschreven somme bekennen voldaen te sijn. Actum desen driede Mertij 1694.

                                                                                                                             Cornelis Sprangers

                                                                                                                                      1694

Hiervan den Brieff uijtgemaeckt op een behoorlijken zegel.

Compareerde voor Schout en Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier onder genoemt Peeter Claesse Rosenbrant, en heeft overgegeven met eender vrije gifte soo als recht is, aen en ten behoeve van Niclaes van Tilborgh, seecker huijsinge en hoff, gestaen ende gelegen binnen Schrevelduijn Cappel voorsr:, waer van

Folio 97v

west gelegen is Dhr: Adriaen Timmers Schout ter halve sloot toe, oost Arien Claesse Vaertman mede ter halve sloot toe, streckende voor van den Dijck aff noortwaerts op tot den eersten halve dwers sloot toe, off soo groot en cleijn ‘t selve ter plaetse voorsr: gelegen is, en dat voorts met alle wegen, sregen, schouwe, en nabuere rechte met recht daer uijtgaende, en zal nevens de voorsr: huijsinge en erve moete wegen als van outs Hendrick Gerrits Pachter, waervoor de voorsr: Handrick Gerritsse zal moeten maken twee roede schouwe aende oostensse kant, voorts soo belooft den voornoemde Comparant het ’t selve huijs en hoff den cooper te waeren na den rechte van Zuijt Hollant, ende voorts alle voorcommer en Calangie daer inne wesende, aff te doen tot dese dage toe, mits dat den cooper de huere van de voorsr: hiojsinge van heden aff zal trecken ende genieten. Coram Adriaen Timmers Schout, Jan Goverts Gijben en Cornelis van den Hoeck Heemraden, dese 1e Meert XVIc eenentnegentigh.

Partijen verclaere voor recht den coop te wesen de somme van negen hondert gl, en dat in tien egale ende gelijcke termijnen, waervan den eersten termijn zal wesen gereet en contant bij de gifte, en dan voorts in negen egale ende gelijcke termijnen, tot de volle betalinge ende voldoeninge toe, ende bekent den noornoemde Comparant van den eersten termijn, te weten 90 gulden voldaen en betaelt te zijn, dagh datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                           Jan Goeijaertssen Ghijben

     1691                                                                                                       Cornelis van den Houck

Opden 29e Februarij 1692 soo compareerde Peeter Claessen Roessenbrant, den welcke bekende van den tweede termijn, wesende 90 gl voldaen te sijn door handen van Niclaes van Tilborgh.

Opden 23e Februaij 1693 soo bekende Peeter Claessen Rosenbrant van den derden termijn met de somme van 90 gl door handen als vooren voldaen te sijn.

Opden 10e April 1694 soo bekende Peeter Roesenbrant van de vierden termijn met de somme van 90 gl door handen van Niclaes van Tilborgh voldaen te sijn.

Opden 6e Maart 1696 soo bekende Peeter Claesse Roesenbrant vanden vijffden termijn met 90 gl door Niclaes van Tilborgh voldaen te wesen.

Opden 27e 8 ber 1696 soo bekende Peeter Claesen Roesenbrant van den sesden en sevenste termijn met 180 gl voldaen te sijn.

Opden 10e Maert 1698 soo bekende Peeter Claesen Roesenbrant van den achtsten termijn met negentigh gl.

Opden 30e Januarij 1699 soo bekende Peeter Claessen Rosenbrant van den negende termijn met negentigh gl voldaan te wesen.

Opden 24e Januaeij 1700 soo bekende Peeter Claasen Roosenbrant vanden tienden en laatste termijn met negentigh gl voldaen te wesen.

Folio 98r

Compareerde voor Schout en Heemraden van Schrevelduijn Cappel, hier ondergenoemt Huijbert Melis van den Dam en Dirck Timmeren, en hebben met malcanderen gedeelt seeckere huijsinge ende erve, daer de voorsr: Comparanten in woonende zijn, waer van zuijden gelegen is Bastiaen Jans Maes, noorden Jan Melissen van den Dam, en dat in manieren hier na volgende, dat de voornoemde Huijbert Melisse sal blijven behouden ende besitten de zuijtzijde van de huijsinge, en Dirck Timmeren zal blijven behouden ende besitten de noortsijde van de voornoemde huijsinge, ende oft gebeurde dat de voorsr: huijsinge quamen te verongelucken ofte vervallen sal den voornoemde Huijbert Melisse hebben ende genieten de gerechte helfte, inde erve aende zuijtzuijde voor en achter, soo als den sloot affgegraven leijt, en den voornoemde Dirck Timmeren aen de noortsijde mede gerechte helfte inde voornoemde erven als vooren, aldus gedaen en gepasseert ten overstaen van Adriaen Timmers Schout, Johan Cnaep en Jan Goverts Gijben Heemraden, dese 5e Meert 1691.

Adr: Timmers                                                                                           Jan Goeijaertssen Ghijben

       1691                                                                                                                      Johan Cnaep

Hiervan den brieff op een behoorlijken zegel uijtgemaeckt.

Compareerde voor ons Schout en Heemraden van Schrevelduijn Cappel hieronder genomineert, Maijken Ariens Gemens, nagelaten wed: Jan Jansse Snijder en Anneke Ariens Gemens, en hebben overgegeven met eender vrije gifte soo als recht is, aen ende ten behoeve van Peeter Corsten Schoenmaker, seeckere huijsinge met twee zuijdens derde parten in een stucqke zaijlants, groot ontrent twee hont off soo groot ende cleijn ’t selve gelegen is inde Nieuwstraet, waervan int geheel gelegen is noorden, Peeter Corsten Schoenmaecker, zuijden de Nieuwstraet

Folio 98v.

streckende uijt den oosten van Adriaen Ariens Deckers aff westwaerts op tot de erve van Adriaen Leenderts Wijnen cum suis toe, haer Comparante aengecoomen bij doode en overlijden van henne ouders, volgens de deelinge daer van zijnde, wesende in date den 14e September 1688, vooers soo beloovende de voornoemde Camparante in haer voorsr: qualitijt de voorsr: erffenis den cooper te waeren na den techte van Zuijt Hollant, ende voorts alle voorcommer ende Calangie daer inne wesende aff te doen tot dese dage toe. Nochtans met soodanigen chijns als den Wel Hoogh Ed: Heere van Cappel die betaelt wort op St: Mertendagh, jaerlijcks daerop heffende is, coram Adr: Timmers Schout, Jan Cnaep en Jan Goverts Gijben Heemraden, desen 16e Meert 1691.

Partijen verclaeren voor recht den coop te wesen ter somme van twee hondert gulden, en dat in 2 termijnen, waervan de eerste termijn betaelt zal worden een hondert gulden van date onderge- schreven over een jaer, en de resterende hondert gulden van heden over twee jaeren, present dagh datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                          Jan Goeijaertssen Ghijben

     1691                                                                                                                         Johan Cnaep

Den 10e Januarij 1695 bekende Anneke Ariens Gemens, vande twede resterende termijne hierboven genoemde hondert, ten volle voldaen te sijn volgens quitantie.

Los briefje gespelt aan deze pagina:

Ick ondergeschreven Anneke Ariens Gemens, bekenne van de twee resterende termijnen, vant huijs ………… de Schoenmaker, gecogt da 1691 beloopende ter somme van twee hondert gulden voldaan te sijn, constitueren derhalven inde Cassatie deses ter registere. Actum den 10e Januarij 1695.

                                                                                                                                  Anneken ……..

Reeckeningh, Bewijs en Reliqua die doende is Adriaen Timmers Schout van Schrevelduijn Cappel als opt versoeck van Clara van den beuel, wed: van Adriaen Ariens Gemens, geauthoriseert

Folio 99r

totte vercoopinge van haerer kinderen portien inde nalatenscap van Janneke Ariens Buijcx derselver groot moeder, tot Schrevelduijn Cappel overleden, volgens authorisatie van Heemraden van Schrevelduijn Cappel in dato den 23e October 1690 gevolght op de consente van Heren weesmeesteren der Stede Meghelen in date den 18e Augustus 1690.

                                                           Ontfanck.

Den rendant heeft in crachte vande voorsr: authorisatie publijck ten overstaen van       Heemraden alhier, na drie Sondaghse ptoclamatien ende gehouden coopdagen bij           insettinge ende vercoopinge, vercocht enen gerechte noordense dersepart inde stede,     gecoomen van za: Janneke Ariens Buijcx, gelegen inde Nieuwstraet ten noorden,             waervan zuijden Maijken en Anneke Ariens Gemens belent, noorden Jan Jacobs van       Hamont, streckende uijt den oosten van de erve van Jan Jacobs van Hamont aff,           westwaerts op ror de erve van Adriaen Leenderts Wijne toe, subjet soodanige cijns                   etc: aen Peeter Corsten Schoenmaker voor de somme van vierentnegentigh gulden X       stuijvers gereet, alle costen halff ende halff, dus alhirt ontfangen de voorsr:               cooppenningen tot     ------------------------------------------------------------------------------ Fl 94-10-0

Ontfangen van Jacob Jansse van Hamont over den jaer huer, zijnde ’t leste jaer vant

voorsr: part ------------------------------------------------------------------------------------------- Fl 3-12-8

                                                                                                                                            -----------

                                                                                                                           Uitgeeff   Fl 98-2-8

Betaelt aenden Secretaris voor verschodt van zegels totte requesite ende appointement

totte vercoopinge ----------------------------------------------------------------------------------- Fl 0-19-8

Aen Schout, Heemraden en Secretaris voor de authorisatie totte vercoopinge -------------- Fl 1-4-0

Betaelt aen costen voor de helft van XLe penn: en verhoogh zegels, leges, van Schout             ende Gerechten en Secretaris, armgelden, wijncoopen ende treckgelden op de                     vercoopinge, ende gifte gevallen ten laste van de vercoopersse voor haer helft               Fl 15-13-8

                                                                                                                                           -------------

                                                                                                                                           Fl 17-17-0

Folio 99v

Nogh verteeringe op de gifte betaelt ------------------------------------------------------------- Fl 1-10-0

Alnogh int houden der drie coopdagen bij Secretaris ende Schepenen int opwachten

verteert ----------------------------------------------------------------------------------------------- Fl 2-10-0

Aenverpondinge ende achterstellige contributien dannis 1689 en 1690 -------------------- Fl 2-8-12

Aenden randant voor zijn recept ende distributie den XL penning van den ontfanck is

orderen ------------------------------------------------------------------------------------------------- Fl 2-9-0

Aenden Secretaris voorschrijven ende Registreren deser Reeckeningh mettet zegel ------- Fl 3-0-0

Aenden Schout voort overstaen deser ------------------------------------------------------------- Fl 1-4-0

Aende Heemrade haer overstaen deser ---------------------------------------------------------- Fl 0-18-0

Aen advies gelt ende besoignes van Anthonij Timmers --------------------------------------- Fl 0-18-0

Op het doen van de Reeckeningh verwert bij de gerechten ----------------------------------- Fl 1-10-0

                                                                                                                                         --------------

                                                                                                                                          Fl 16-7-12

                                                                                                                                           Fl 17-17-0

                                                                                                                                          -------------

                                                                                                                                           Fl 34-4-12

Den uijtgeeft bedraecht vierendartigh gulden vier stuijvers 12 penningen, affgetrocken vande ontfangh wort bevonden alhier meer ontfangen, als uijtgegeven te zijn de somme van 63 gulden 17 stuijvers 12 penningen, twelck Clara van den Bruel, wed: Adr: Aeren Gemans, in qualiteijt als inde Coopcedulle suijver te goede ……

Aldus gereeckent, gehoort wnde geslooten bij ende ten overstaen van Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel, desen 19e Meert 1691, was onderteeckent Ad: Timmers, Johan Cnaep, Jan Goverts Gijben, Cornelis vanden Hoeck, Michiel Jansse Backer, Corstiaen de Zeeuw, Jan van Pas.

Folio 100r

Compareerde voor Schout en Heemraden van Schrevelduijn Cappel, Govert Jansse Hoevenaers ter eenre, Peeter Tonis en Adriaen Dircxse Spoor alias Melis, mitsgaders Claes Jansse Maes als vooght van sijn vijff kinderen, verweckt aen Sijke Tonis Meelen ter andere zijde, te kennen gevende dat tussen henluijden was questie gereden over de nalatenschap van Teunis Dircxse Melen en Sijke Peeters henne vader en moeder, grootvader en grootmoeder respectivelijck principalen, dat deselve haer Comparants grootmoeder de erffgoederen, ende de effecte van haer ende haeren voorsr: man za: aengemelte eerste Comparant had getransporteert daer tegens de tweede Comparanten sustineerde dat deselve haere grootmoeder, daertoe niet bevoeght en was geweest, omdat geen erffdeelinge van haer vaderlijcxs goet en was geschiet, en om processe voor te coomen verclaeren de Comparanten minnelijck, door intersessie ende goetvinden van Schout ende Heemraders ovrtcoomen te zijn, dat den voornoemde Govert Jansse Hoevenaer .ens aende tweede Comparanten zal betaelen de somme van een een hondert twelff dulden, daermede verclaerende de tweede Comparanten alle de transporten bij haere grootmoeder aenden eerste Comparante gedaen, te approberen sonder eenigh recht op eenige onroerende meuble off roerende goederen ofte naerlatenschap vande selve haer ouders grootvader en grootmoeder te hebben behouden, off teferveren als latende alle deselve den gemelte Govert Hoevenaers, belovende sij Comparanten dese Contracte na te coomen onder verbant van wedersijts persoonen en goederen. Acte desen 21e Meert 1691. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Cnaep, en Jan Goverts Gijben Heemraden.

Adr: Timmers                                                                                                                Johan Cnaep

       1691                                                                                                   Jan Goeijaertssen Ghijben

Date voorsr: Compareerde voor Schout en Heemraden voornoemt, Peeter Tonis en Adriaen Dircxse Spoor alias Meelen, dewelcke bekende ontfangen te hebben uijt hande Govert Jansse Hoevenaer de somme van sesenvijfftich gulden, wesende haer contingent inde hondert twelff gulden, hierboven genoemt.

Peeter Diercken Spoor.

Antonie Diercken Spoor.

Signom van Adriaen Diecxse Spoor X verclaert niet te connen schrijven.

Compareerde Claes Janss Maes, dewelcke bekende dese bovenstaende somme van ses en vijftig gulden, sijnde de resterende helft, door handen van Govert Janss Hoevenaer ontfangen te hebben. Coram Adriaen Timmers Schout, ende Jan Goijertss Gijben Heemraet, desen 26e November 1691.

                                                                                             Dit handmerck ….. X Claes Janss Maes

Adr: Timmers.                                                                                           Jan Goeijaertssen Ghijben            

       1691

Folio 100v

Hiervan den brieff op een behoorlijck zegel uijtgemaeckt.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hieronder genoemt Claes van Tilborgh, en heeft overgegeven met wwnder vrije gifte soo als recht is, aen ende tot behoeve van Hendrick Hendrix Mulder, seeckere huijsinge ende schuer met ontrent drie hont lants, daer aen gelegen, gestaen ende gelegen opde Nieuwvaert onder Cappel, waer van ten noorden en ten suijden den cooper is leggende, streckende vander halver Nieuwvaert aff, westwaerts op tot den Quekel toe, ofte soo groot ende cleijn als ’t selve tusschen sijne tengenoten is leggende, en dat voorts met alle wegen, stegen, schouwen ende nabueren rechten, met recht daer uijt gaende, mitsgaders de chijnse daer op staende, vooers soo belooft den voornoemde Comparant ’t selve huijs, schuer, ende erve te vrije ende te waeren na den rechten van Zuijt Hollant, ende voorts alle voorcommer aff te doen tot Nieuwejaer 1691, mirs dar den voorsr: cooprt de huere van het voornoemde huijs, schuer, ende erve van Maij aff sal trecken. Actum den vierentwintighsten April XVIc eenentnegentigh. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Cnaep ende Jan Teunis van Pas Heemraden.

Parthijen verclaeren voor recht de Cooppenningen, te wesen drie hondert gulden contant, waervan hij bekent ten volle voldaen ende betaelt te sijn, ergo gecasseert, datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

       1691                                                                                                                          Jan van Pas

Folio 101r

Hiervan den brieff op een behoorlijck zegel uijtgemaeckt.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hieronder genoemt, Jan Aerten Dolck, ende heeft overgegeven met eender vrije gifte soo als recht is, aen ende eor behoeff van Niclaes van Tilborgh seeckere drie hont saeijlant, gelegen opde Nieuwvaert onder Cappel, waervan ten noorden gelegen is de kinderen van Hendrick Speangers cum suis, Suijden Janneken wed: Jan Stevens Swart, streckende vander halver Nieuvaert aff, westwaerts op tot den Quekel toe, ofte soo groot ende cleijn als ’t selve tusschen sijne voorsr: rengenoten is leggende. Ende dat voorts met wegen, stegen, schouwen ende nabueren rechten, met recht daeruijt gaende, voorts soo belooft den voornoemde Comparant ’t selve lant te vrije ende te waeren naden techten van Zuijt Hollant. Ende voorts alle voorcommer ende Calangie daer inne wesende aff te doen tot Nieuwejaer 1691, mits dat den cooper de huere ofte ’t genr daer op staet sal proffiteeren. Actum den virtrntwintighsten April XVIc eenentnegentigh. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Cnaep ende Jan Teunis van Pas Heemraden.

Paethijen verclaeren voor recht de coopers te wesen een hondert en vijftigh gulden contant, waer van hij vrtcooper bekent ten volle betaelt te sijn, ergo gecasseert, datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

      1691                                                                                                                           Jan van Pas

Omme ‘t gemeene landt.

Wij Schout ende Schepenen van Suijdewijn

Folio 101v

verclare bij desen ten versoecke vande erffgenamen van Cornelis Geerits Smits tot Schrevelduijn Cappel, sonder desendenten overleden, getaxeert te hebben drie geerden laegh lants gelegen in Suijdewijn, belent ten oosten Marie wed. van Poppel, west Hendrickse vanden Hoeck wed. Wouter van Nederveen, streckende van Scheepsdiep aff, noortwaerts op tot den banne van Meuwen toe, gemeen met Willemke Geerits Smits met gelijcke drie geerden, naer gelaten bij voorsr: Cornelis Geerits Smits, naer onse beste kennisse in gereede gelde, waerdigh te wesen de somme van een hondert en twintigh gulden, om daer van ’t recht van Collateraele successie aen den Secretaris van ’s Cappel ten behoeve van ’t gemene lant te werden betaelt. Actum den 3e Maij 1691, ten overstaen van Anth: Timmers Schout, Jan Govertsen Gijben, Hendrick Oerlemans ende Michiel Duijser Schepenen.

Hiervan den brieff uijtgemaeckt op een behoorlijck segel.

Compareerde voor Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel, Dielis Aertse Coeckman, ende heeft overgegeven met eender vrije gifte soo als recht is, aen ende tot behoeff van Jan Stevens Huijsman, een gerechte vierdepart van een buijtendeijckse delle, gemeen ende onverdeelt met Joris de Bie, gelegen achter de huijsinge van Arien Claessen Vaertman, waervan ten oosten vande geheele delle belent is Geerit Verheijde Secretaris van Besoijen,

Folio 102r

ten westen Hendrick Geerits Pachters, streckende uijt den zuijden vanden voornoemde halver delsloot aff, noortwaerts op totten Ambachte van Nederveen toe. Ende voorts met alle wegen, stegen, schouwen en nabuere rechte, met recht daeruijt gaende, voorts soo belooft den voornoemde Comparant het voorsr: vierdepart vande voorsijde delle, den cooper te waeren naer den rechte van Zuijt Hollant, en voorts alle voorcommer ende Calangie daer inne wesende, aff te doen tot Nieuwejaer 1691, mits dat den cooper de voorsr: delle aen sal veirden terstont. Actum den sevenden Meij XVIc eenentnegentigh. Coram adriaen Timmers Schout, Johan Cnaep ende Michiel Jansse Backer Heemraden.

De cooppenningen sijn volgens conditie ter somme van tweehondert en twintigh dulden gereedt ende contant gelt, en bekenne van dese voorsr: cooppenningen voldaen en betaelt te wesen, ergo gecasseert.

Adr: Timmers                                                                                                                Johan Cnaep

     1691                                                                                                       Michiel Jansen Backers

Hiervan den brieff uijtgemaeckt op een behoorlijck zegel.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel ondergenoemt, Anthonij vanden Kieboom als in houwelijck hebbende Willemken Wouters Dingemans, ende heeft overgegeven met eender vrije gifte soo als recht is, aen ende tot behoeff

Folio 102v

van Jan Stevens Huijsman een gerechte vierdepart van een buijten dijckse delle, gemeen ende onverdeelt met Joris de Bie ende den voorschreven cooper, gelegen achter de huijsinge van Arien Claessen Vaertman, waervan ten oosten vande geheele delle belent is Geerit Verheijden, Sectretaris van Besoijen, ten weste Hendrick Geerits Pachters, streckende uijt den Zuijden vanden voorn: halver del sloor aff, noortwaerts op tot den Ambachte van Nederveen toe. Ende dat voorts met alle wegen, stegen, schouwen ende nabueren rechten, met recht daer uijt gaende, voorts soo belooft den voornoemde Comparant het voorsr: vierdepart vande voorsijde delle, den cooper te waeren naer den rechten van Zuijthollant, ende voorts alle voorcommer ende Calangie daer inne wesende, aff te doen tot Nieuwejaer 1691, mits dat den cooper het voorsr: vierdepart vande delle aen sal verden terstont. Actum den elfden Meij XVIc eenentnegentigh. Coram Adriaen Timmers Schout, Michiel Janssen Backer ende Cornelis vanden Hoeck Heemraden.

Parthijen verclaeren voor recht de coopenningen gereet ende contant te wesen ter somme van twee hondert en tien gulden, en bekenne van dese voorsr: voldaen ende betaelt te sijn, ergo gecasseert, datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                                Magiel Jansen Backers

     1691                                                                                                       Cornelis van den Houck

Folio 103r

Uitgemaeckt op een behoorlijck zegel.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier onder genoemt, Jan Kivits als in houwelijck hebbende Christina Glaviman, Zeger Loeff als in houwelijck hebbende Antoneta Glaviman, Reijnier vanden Broeck als in houwelijck hebbende Maria Glaviman, Jan van Broeckhoven als in houwelijck hebbende Adriaena Glaviman, mitsgaders Johanna Glaviman geassisteert met Zeger Loeff, alle als kinderen ende erffgenamen van zal: d’ Hr: Christiaen Glaviman, in sijn leven Drossaert tot Druenen, ende geven alsoo gesaementlijck actionans cessum aen, Cornelis Sprangers alsulcke somme van penningen, wesende twee hondert en tachtentigh gulden, ingevolge van alsulcke paeijen volgens conditie die sij te pretenderen hebben vande wed: van Cornelis Jansse van Gorcum, ende Jan Dirckse Smits, over coop van een huijsinge ende landerije daer aen gelegen, gestaen ende gelegen alhiet inde Nieuwstraet onder Cappel, tusschen sijne regenoten inden transporte vermelt, gepasseert op den 27e Februarij 1691 voor Schout ende Heemraden alhier, waermede sij comparanten alle bekennen voldaen te sijn. Actum den 14e Meij 1691, ten overstaen van Adr: Timmers Schout, Johan Cnaep ende Cornelis vanden Hoeck Heemraden.

                                                                                                                      Jan Janssen Kievidts

                                                                                                                     Reijnier vanden Broeck

                                                                                                                                        Zeger Loeff

                                 Dit handmerck X stelde Jan van Bockhoven, verclaert niet te conne schrijven

                                                                                                                            Johanna Glaviman

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

       1691                                                                                                       Cornelis vanden Houck

Uijtgemaeckt.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier onder genomineert, d’Hr Anthonij Timmers Schout vande Vrijhoeven, ende

Folio103v

gaff over met eender vrije gifte soo als recht is aen ende ten behoeve van Cornelis van Tilborgh, een gerechte vierdepart in ontrent eenen mergen moergronden, ende houwen gemeen metten cooper voor een vierde, ende de kinderen van Adriaen Anthonissen Timmer voor d’ander helft, gelegen inde Groote Geer onder ’s Grevelduijn Cappel, waer van ten oosten belent de Heerlijckheijt van Loon, west den cooper cum suis, suijde ……………………………………., noorden ………………………………………, soo ende in voegen ’t selve hem bij erffdeelinge van sijn ouders aengecomen is, met alle schouwen, watergangen, wegen, stegen ende gebuerlijcke rechten, met recht daer toe behoorende, actum den 8e Junij 1691, ten overstaen van Adriaen Timmers Schout, Johan Cnaep, Jan Govertsen Gijben en Cornelis vanden Hoeck Heemraden.

Parthijen verclaeren voor recht de cooppenningen gereet ende contant te wesen ter somme van ses gulden, ende den vercooper bekent hiervan voldaen te sijn, ergo gecasseert.

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

       1691                                                                                                    Cornelis van den Houck

                                                                                                                 Jan Goeijaertssen Ghijben

Uitgemaeckt op behoorlijck zegel.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier onder genoemt, Adriaen Peeters Paep, ende gaff over met eender vrije gifte soo als recht is aen ende tot behoeff van Wouter Jansse Duijser, seeckere helft van een buijten deijckse delle, onverdeelt met den voorsr: cooper cum suis, groot ontrent int geheel acht hondt, gelegen op het Stapeleijnde onder Cappel, waervan oost gelegen is Wouter Arien Corsten, west de wed. van Peeter vander Punten, streckende vande erve toebehoorende Thijs Vermijs cum suis aff, noortwaerts op totten ambachte van

Folio 104r

Cleijn Waspick toe, ende dat met de hejfr van vier rooien en ses voeten dijcks, en vooers met alle schouwen, watergangen, wegen ende stegen als van outs hier inne wesende, voorts soo belooft den voornoemde Comparant, den cooper hierinne te vrijen ende te waeren, naer den rechte van Zuijt Hollandt, ende alle voor commer ende calangie daer inne wesende, was te doen tot Nieuwe jaer 1691 toe, mits dat den cooper de voorsr: helft van dese delle aen sal veirden ter stont, actum den 8e Junijn1691. Coram Adr: Timmers Schout, Cnaep, Gijben ende Vanden Hoeck Heemraden.

Parthijen verclaeren voor recht de cooppenningen te wesen ter somme van twee hondert gl. contant, waervan den vercooper bekent ten volle voldaen te wesen, ergo gecasseert, datum ut supra.

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

       1691                                                                                                      Cornelis vanden Houck

                                                                                                                 Jan Goeijaertssen Ghijben

Uitgemaeckt op behoorlijck zegel.

Hiervan een extract uijtgemaeckt.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel, Adriaen Coenen als in houwelijck hebbende Anneke Bastiaens Timmerman, ende gaff wettelijck over met eender vrije gifte soo gewoon ende recht is, aen Hendrick Teunissen Timmerman in qualiteijt als vooght van Teunis Bastiaensen Timmerman, voor ende ten behoeve van den selven Teunis Bastiaensen Timmerman, seecker een gerechte vierde part in een geseetjen mettet huijsken daer op staende, gelegen inde Nieuwstraet, belent oost Geerit Paenacker, west d’erffgenamen Arien Heijligers, streckende vande halve Nieuwstraet aff, tot de Loonse erve toe, gemeen metten cooper ende sijne moeder, groot ont geheel ontrent vijff hondt, item een vierdepart in eenen acker, gelegen inden Dullaert, groot ontrent int geheel ses hondt, gemeen als vooren, belent oost Hendrick Teunis voorsr:, west Jan Back, streckende vande sestigh roeden aff tot de Cruijckvaert

Folio 104v

toe, alnoch sijne gerechtigheijt inden Dullaert, ende andere moeren ende gronden waer die gelegen ende hij Comparant in gerechtight soude mogen wesen, met den laste van een hondert Car: guldens Capitael, die de wed. van Baltus Janse Verhoeven op hem Comparant te pretenderen hadde, loopende ’t selve Capitael intrest tegen den penningh twintigh, laetende het getransporteerde daer voor geaffecteert bij desen, verder met alle wegen, stegen, schouwen ende gebuerlijke rechten, met recht daer toe behoorende, sijnde Conditie in cas den voornoemde Tonis Bastiaensen Timmerman ’t sijnen mondigen daegen gecomen sijnde, dese gifte ende coop metten laste als vooren quame te inproberen, dat de voornoemde wed: Baltus Janse Verhoeven, de voorsr: getransporteerde parthijen van goederen voor de voornoemde haere uijtgeschotene een hondert gulden, in eijgendom na haer sal mogen nemen, tot welcke gifte aen haer wed: Verhoeven, den voornoemde Hendrick Teunisen off sijne erffgenamen, in voldoeninge vande voorsr: schult bij desen in cas voorsr: wert ende blijft geauthoriseert ende gequalificeert, actum desen 29e September 1691. Coram Adr: Timmers Schout, Johan Cnaep ende Cornelis vanden Hoeck Heemraden.

Parthijen verclaeren de cooppenningen te bedragen de somme van een hondert gl., gereet bij de gifte, ende bekende de voorsr: cooper daervan voldaen re sijn.

Adr: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

       1691                                                                                                    Cornelis vanden Houck

Compareerde de wed. Jan Baltesse Broekmans, die eenige dogter en efgename is geweest vande wed. Baltus Jansen Verhoeven. Actum den 2e Julij 1741, die bekende vier hondert gld. met de interest van dien voldaan en betaalt te sijn. Actum den 21e Julij 1741.

                                                                                                                                         Mij present

                                                                                                                                    C.v.d. Hoeven

                                                                                                                                               Sris

Folio 105r

Compareerde voor ons Heemraden van ’s Grevelduijn Cappel, Wouter Wouters Geenen woonende tot Raemsdoncq, Arien Wouters Geenen, Peeter ende Giel Denis de Haen, Cornelis Jansen Schouten als in houwelijck hebbende Anneken Gijsberts de Haen, woonende mede tot Raemsdoncq, mitsgaders Matthijs Janssen van Riel als vooght vande kinderen van zal: Bastiaen Ariensen Vosch, in houwelijck gehadt hebbende Maria Peeters Otterdijck, alle kints kinderen ende verdere erffgenamen van Peeter Denis de Haen, alle te saemen intervenierende voorde verdere vrienden ende geerfdens, en hebben in dier qualiteijt overgegeven met eender vrije gifte soo als recht is, aen ende ten behoeve van Adriaen Timmers, Schout alhier tot Cappel, ende Jan Christ ontrent twee en halff hondt van outs uijtgedolven mort met de gronden, genaemt de Kouwen, gelegen aende westsuhde vande Nieuwevaert, waer van Zuijden en noorden gelegen is Elandt van Nieuwenhuijsen cum suis, streckrnde vande halve Nieuwvaert aff, westwaerts op tot den Quekel toe, dat met alle wegen, stegen, schouwen en nabueren rechten, met recht daer uijtgaende, en beloven het selve te vrijen naer den rechten vanden Landen, mitsgaders alle voorcommer aff te doen tot desen daegen toe. Actum desen 15e October 1691, present Johan Cnaep, Cornelis vanden Hoeck ende Jan Govertsen Gijben Heemraden.

Parthijen verclaeren voor recht den coop te wesen dertigh gulden, te betaelen t’ste Jan in de somer 1692.

Adr: Timmers                                                                                                                Johan Cnaep

1691                                                                                                       Cornelis vanden Houck

                                                                                                           Jan Goeijaertssen Ghijben

Opden 30e 9ber 1692 bekende Peeter ende Giel Denis de Haen continghent voldaen te sijn, met de somme van ses gulden, ergo voor heur part gecasseert wesende een halffen hont.

                                                                                                                           Peter Denis de Haen

                                                                                                                      Giel Denisssen de Haen

Opden 13e December 1692 soo bekende Anthonij van der Nath voldaen te sijn van sijn part, ende sigh selve intervenierende voor sijne verdere gewesen desende, doch voor een ½ honr met de somme van ses gl., ergo gecasseert.

                                                                                                                         Antonie van der Nadt

Op heden den 13e Januarij 1695 soo bekende Aentken Bastiaensen Vos voor parte met een half honr voldaen te sijn met 6 gl., ergo gecasseert.

Op den 29 December 1692 soo bekende Wouter Wouters Geemen voldaen te sijn van sijn paert met de somme van twaelff gulden, ergo voor sijn paert gecasseert wesende een hont.

                                                                                                                                  Wouter Geemen

                                                 Copije

Compareerden voor mij Floris van Gils, openbaer

Folio 105v

Notaris ende de getuijgen naergenoemt d’heeren Pieter Oudewater ende Mr. Johan Brandelaer adt voor de hoven van justitie in ’s Gravensgae.., de welcke uijt crachte vande procuratie op haer te saemen, ende ider in het bijsonder gepasseert, voor d’hr. Pauwels van Heusden als notaris, ende seeckere getuijgen binnen Breda den 18e April 1691, bij d’hr. Govert van Alphen medicine doctore ende Schepen deser Stadt, item bij de hr. ende mr. Rogier van Alphen adt ende Secretaris der Heerlijchijt Dongen, mitsgaders bij de hr. Adrianus Wilhelmus Reijers, Secretaris der Stadt Helmondt, als erffgenamen van s’vaders sijde van wijlen Rogier Meijers, als mede uijt crachte vande clocisule van substistuitie inde voorsr: procuratie geinfereert, verclaerde te substituerem ende in haere plaetse ende stede te stellen bij desen, den voornoemde hre Pauwels van Heusden Schepen, ende Cornelis van Eijll Secretaris vande weeskamer respective deser Stadt Breda voorsr:, gesamentlijck ende oock ider in het particulier, omme ter plaetsen daer sulcx sal werden gerequireert, de coopers vande Erffgoederen, die den gemelten Regier Meijers metter doot ontruijmt ende achter gelaten heeft, voor soo veele die van sijne vaders sijde gecomen, ende de heren constituanten uijt crachte van desselffs testamente competerende sijn, daer inne te goeden wesen ende erven, de genoemde hren vaderlijcke Erffgoederen te ontgoeden, te ontvesten, ende te onterven, behoorlijckr brieven tot dien eijnde te passeren, de cooppenningen te ontfangen daervan quitantie te passeren, ende voorts generalijck alles te doen, het gene de heren Comparanten uijt crachte vande voorsr: op hen gepasseerde procutatie, vermogen en waren te doen, welcken last ende macht sij aende gessubstitueerde, weijders verclaerden te pransseren bij desen, behoudelijck dat sij tebligeert blijven aende meergemelte heren Comparanten, van haeren ontfangh, te doen behoorlijcke reeckening, bewijs ende reliqua. Aldus gepasseert

Folio 106r

Op de Heerlijckheijt den enere, gestaen ende gelegen onder de Hage in de Baronije van Breda, desen 19e September 1691, in presentie van Johan Wouters van Dorst ende Cornelis Manschot, beijde als getuijgen enz. Ende was onderteeckent, P: Onderwater, J: den Brandeler, Jan Wouters van Dorst, ende Cornelis Manschot, qud attestor, ende onderteeckent J van Gils Notaris publ. 1691. Onder stont stont gecollationeert dese copije tegens de minute gedateert ende geteeckent als boven, onder mij ondergeschreven Notaris binnen Breda residerende, berustende, ende is daer mede van woorde tot woorde bevinden te accorderen. Actum desen 28e September 1691. Lager stont qoud attestor, ende was geteeckent.

F: van Glis Notaris publiek.

Dat dese met sijne met sijne principaele Copie is bevonde te accorderen verclaere ik als Secretaris

                                                                                                                               H: vander Hoeven

                                                                                                                                      1691

Compareerde voor mij Pauwels van Heusden, openbaer Notaris bijden Ed: Raden van Brabant in ’s Gravenhage geadmitteert, tot Breda residerende, ende de getuijgen naergenoemt, d’Hr. Govert van Alphen, medicine Doctor ende Schepen alhier, d’Hr. ende Mr: Rogier van Alphen Advokaat ende Secretaris der Heerlijckheijt Dongen, etc, ende noch d’Hr. Adrianus Wilhelmus Reijers, Secretaris der Stadt Helmont etc, alle vaderlijcke vrienden ende Erffgenamen van Rogier Meijers, ende verclaerden te constitueren ende machtigh te maecken, gelijck sij doen bij desen, d’Hr. Pieter Onderwater ende de Hr. en Mr. Johan vande Brandeler Advokaat voor de Hoven van Justitie in ’s Gravenhagen, te saemen ende ider van hen int bijsonder, omme inden naeme ende van wegen de constituanten, publicq ofte uijter handt, te vercoopen alle ende een iegelijke erffgoederen, soo tot ’s Gravenmoer, Raemsdoncq, Waspick, Dongen, Capelle, Teteringen, Terheijden, Hage ende Breda, als eldert gelegen, die achtergelaeten sijn ende metter doot ontruijmt bijden

Folio 106v

voorsr: Rogier Meijers, hem aengecomen sijnde van sijne vaders sijde, ende de Comparanten uijt crachte vanden testamente van den voorsr: Rogier Meijers competerende, ende dat voor soodaenge sommr van penningen, ende op alle sulcken Conditien ende termijnen van betaelinge als de heren geconstitueerden sullen goet vinden, de coopers te goeden, vesten ende erven, daer ende soo des sal werden gerequireert behoorlijcke beieven te verlijden ende te passeren, de cooppenningen te ontfangen, quitantie daer van te geven met macht van een ofte meer persoonen te substitueren, ende voorts generaelijck alles te doen, het gene de heren constituanten indien sij tegenwoordigh waeren, selffs souden comen ofte mogen doen, alwaert etc:, gelovende etc:, Actum in Breda, desen 18e April 1691, in presentie vande Hr: ende Mr: Johan Cnaep ontfanger vande verpondingen over de Baronije alhier, ende d’Hr: ende Mr: Godefridus van Wijck, Advocaet, residerende in ’s Gravenhage als getuijgen hier toe versoght etc:, ende was onderteeckent G. van Alphen, M.D.R. van Alphen, A.W: Reijers, J: Cnaep ende G. van Wijck. Onder stont: quod attestor, ende was geteeckent P: van Heusden. Onder stont: Accordeert mette minute daer tegens, dese copije is gecollationeert, ’t oorconde geteeckent in Breda, desen 28 7ber 1691. En was geteeckent.

                            

                                                                                                                                   P: van Heusden

Dat dese met sijne autenticque copije is accorderende, verclaere ick als Secretaris.

                                                                                                                               H: vander Hoeven

                                                                                                                                        1691

Uitgemaeckt op behoorlijck zegel.

Compareerde voor ons Schout ende Richter inden Ambachte ’s Grevelduijn Cappel, ende met mij als Heemraden Johan Cnaep ende Jan Teunissen van Pas, oirconde ende kennen dat voor ons gecomen ende gecompareert is in eijgener persoonen, Cornelis van

Fol 107r

Eijll, Secretaris vande Weeskamer, Rentmr: vanden Gasthuijse, ende Notaris tot Breda, in qualiteijt als beneffens de Heere Pauwels van Heusden, Schepenen der voorsr: Stadt Breda, gesaementlijck ende oock ieder in het particdlier, bij acte van substitutie geauthotiseert sijnde, onder anderen ten saecken naer beschreven van de Heeren Pieter Onderwater ende Mr. Johan vande Brandeler, Advocaet voot de Hoven van Justitie in ’s Gravenhage, de welcke beijde te saemen ende ider van hen in het besonder last ende procuratie hadden van ‘d Heere Govert van Alphen Medicine Doctor, ende mede Schepen der voorsr: Stadt Breda, item vande Heer ende Mr: Regier van Alphen, Advocaet ende Secretaris der Heerlijckheijt Dongen, mitsgaders vande Heere Adrianus Welhelmus Reijers, Secretaris der Stadt Helmont, als testamentaire erffgrnamen van ’s vaders sijde, van Regier Meijers, volgens d’acte van procuratie met de clausule van substitutie daer inne geinsereert, gepasseert voor den voorsr: Heere Schepen van Heusden als Notaris, ende seeckere getuijgen tot Breda voornoemt, in dato den 18e April 1691, ende de voorsr: acte van substitutie gepasseert voor den Notaris Floris van Gils, aldaer mede residerende, ende seeckere getuijgen, in dato den 19e September 1691, sijnde beijde geauthotuseert bijde voorsr: Notarissen, te weten bij ider het gene voor hen is gepasseert opden 28e diro, respective alhier vertoont ende gelesen, kenden ende bijden de Comparant voorgenoemt in den naeme ende qualiteijt als boven, (achtervolgens de vercoopinge bijde voorsr: vaderlijcke erffgenamen van Renier Meijers publiequelijck naer diverse sirdagen tot Breda gehouden selfrfs gedaen), ende uijt crachte der actens van procuratie ende substitutie voor geroert, al nu wettelijcken te cederen, transporteren, op te deagen, ende over te geven bij desen, met eender vrije gifte soo als recht is, aen ende ten behoeven vanden Hoogh Geleerden Eetwaerden Heere Samuel Junius, Medicus van sijn Konincklijcke Majesteijt van Groot Brittanien, residerende tot Breda voorst:, present ende selve accepterende

Folio 107v

de schaerbossen, dreven, ende gronden van erven, gelegen onder desen Ambachte van ’s Grevelduijn Cappel, met alle de toebehoorten van dien, soo groot ende cleijn onbegrepen der maete, als die den voorsr: Renier Meijers toebehoort hebben, ende bij den selven metter doot ontruijmt ende naergelaten sijn, oost de Loonse Spuij, Suijden den Vogelbanck ofte de Limidt scheijdinge van Hollant ende Beabant, west de goederen heden aenden Heere Cooper tot Waspick overgevest, ende noort de Leij aldaer. Ende dat met alle wegen, stegen, schouwen ende naerbueren rechten daer toe behoorende, belovende den bovengenoemden Comparant in sijne voorgemelte qualiteijt het selve te vrijen ende te waeren naer den rechte van den Landen, ende alle voorcommer aff te doen tot desen daegen toe, alles sonder fraude ende des t’oirconden etc:, Actum desen 25: October 1691.

Parthijen verclaeren voor recht de cooppenningen te wesen twee duijsent guldens in twee egaele paeijen.

Ad: Timmers                                                                                                                 Johan Cnaep

       1691                                                                                                                           Jan van Pas

Uitgemaeckt op een behoorlijken zegel.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappewl hier onder genomineert, Dingena Abrahams van Ammelroij jonge dochter, de welcke verclaerde iver re geven met eender vrije gifte soo als recht is, aen ende ten behoeve van Peeter Dircksen Smits haeren swarger, de helft van seecker geseetjen met de huijsinge ende geboomten daer op staende, gestaen ende gelegen aende suijt sijde vande Nieuwstraet, groot

Folio 108r

ontrent drie hondt, ofte soo groot ende cleijn het selve aldaer gelegen is, waer van oost gelegennis de steegde genaemt …………., west Govert Janssen Cleijtenaer, streclende vande halve Nieuwstraet aff, suijdewaerts op totte Loonse erve toe. Ende dat met alle wegen, stegen, schouwen, ende naebuere rechten met recht daer uijtgaende, voorts gelooven de voornoemde comparanten ieder voorde helft t’selve te vrijen ende te waeren naer den rechten vanden Landen, en alle voorcommer, calangie ende aentael aff te doen, soo ordinaire als extraordinaere lasten tot Nieuwe jaer 1692. Aldus gedaen ende gepasseert ten overstaen van Adriaen Timmers Schout, Johan Cnaep ende Michiel Janssen Backer Heemraden opden 24e November 1691.

Parthijen verklaeren voor recht den coop te wesen hondert gl. gereet te betaelen te Nieuwejaer 1692 aenstaende.

Adr: Timmers                                                                                                                Johan Cnaep

     1691                                                                                                         Michiel Jansen Backer

Compareerdt Dingena van Ammelroij, en bekendt dese bovensraebde 1900 gl. ontfangen te hebben en voldaen te sijn, desen 26 April 1692.

                                                                                                                                             Dinghna

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier onder genoemt, Claes Ariens als in houwelijck hebbende Maeijcken Jansen Vos, ende Huijbert Cornelis Vos in qualiteijt als vooght van Dingena Jansen Vos, alle kinderen ende Erffgenamen van Maeijcken Franssen van Ameroijen zal., geven alsoo in dier qualiteijt over met eender vrije gifte, soo als recht is, aen ende tot behoeff van Michiel Wouters Verhagen, seecker geseetjen met het huijsken ende boomgaert daer op staende, groot ontrent vijff ’t halff hondt off soo groot ende cleijn als t’selve gelegen is inde Nieuwstraet onder Cappel, waer van oost gelegen is

Folio 108v

Peeter Ariens Gijben, west de wed: Meerten Janssen Wagenmaecker, streckende vanden Zuijden, noortwaerts op, tot de Dwaers ackers toe, metten last van een rente van tweendartigh en eenrn halven stuijver Jaerlijcx te betaelen aen het Geestelijck Comtoir. Ende verders met alle wegen, sregen, schouwen, ende nabueren rechten met recht daer uijt gaende, voorts soo geloove de voorsr: vrtcooperd de coopers in het voorsr: huijsken met het geseetje te vrijen ende te waeren naer den rechten van Zuijt Hollandt, ende alle voorcommer ende Calangie aff te doen tot Nieuwe Jaer 1692. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Cnaep ende Corstiaen Zeeuw Heemraden, desen veertienden December XVIc eenent negentigh.

De Cooppenningen sijn volgens Conditie ter somme van vier hondert elff gulden, in twee paeijen, de vercoopers bekenne den eersten paeij ontfangen te hebben tot twee hondert gulden.

Adr: Timmers                                                                                                                Johan Cnaep

       1691                                                                                                               Corstijaen de Seeu

Bekende Niclaes Adriaens ende Dingena Jansen Vos, bekende van den laetsten termijn van dese bovenstaende trasporte voldaen te sijn met de somme van 211 gl., door Michiel Worter Verhagen, cooper ergo gecasseert, den 12e Januarij 1693.

Uijtgemaeckt op behoorlijck segel.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier ondergenoemt Cornelis Cornelisen Leempoel, geeft overe met eender vrije gifte soo als recht is, aen wnde tor behoeff van Geerit Michielsen de Haen, seecker huijs met het geseet daer aen gelegen, groot ontrent twee en halff hondt, ofte soo groot ende cleijn als ’t selve gelegen is op de Nieuwvaert onder Cappel, belent noorden de kinderen van Peeter Bastiaenen, Zuijden Peeter Jansse van Gorcum, streckende vande halve Nieuwevaert aff, oostwaerts op tot Meerten Mutsaerts erve toe, mits dat den cooper sal moeten gedoogen dat de huijsinge ende erven, toebehoorende de kinderen van Peeter Bastiaenen achter dese voorsr: huisingeom moet wegen, als van outs, met noch de gerechte drie vierde parten

Folio 109r

in een paeceel genaemt het Heijken, groot ontrent int geheel vijffvierendeel honts ofte soo groot ende cleijn als ’t selve tusschen sijne regenoten gelegen is, beleent noorden de kinderen van Peeter Bastiaenen, Zuijden Niclaes van Tilborgh, oost Cornelis van Tilborgh, west Peeter Janssen van Gorcum. Ende dat met alle wegen, stegen, schouwen ende nabueren rechten, met recht daer uijtgaende, voorts soo gelooft den voorsr: verccooper het voorsr: huijs met de erven te vrijen ende te waeren naer den rechten van Zuijthollant, ende alle voorcommer ende Calangie aff te doen, tot Nieuwe Jaer 1692 toe. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Cnaep, Jan Goijertssen Gijben ende Cornelis vanden Hoeck Heemraden, desen tweentwintighsten December XVIc eenentnegentigh.

Parthijen verclaeren voor recht de cooppenningen gereet te wesen ter somme van drie hondert gulden, en bekent den vercooper ’t selve ontfangen te hebben, ergo gecasseert.

Adr: Timmers                                                                                                                Johan Cnaep

     1691                                                                                                       Cornelis vanden Houck

Folio 109v

                                                          1692.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel, Hendrick Prs: Timmers, de welcke bekende vercoght te hebben eenen damschuijt met het want, anckers, seijlen etc.,ende verders met alle apendevendentien vandien aen Anthonij vander Nath, die de coop oock accepterende is bijdesen, beijde inwoonderen alhier, voor de somme van vierhondert en veertigh gulden, onder Conditie dat de voorsr: somme sal werden betaelt, eerst vijffentseventigh gulden gereet, ofte wel ten uijtterste te Maij aenstaende 1692, ende de resterende drie hondert vijffentsestigh gulden op paeijen, volgens de waterbrieff van seeckere damschuijt als Govert Timmer vanden voornoemde vander Nath gecost heeft, gepasseert opden 28e Januarij 1689, voor Schout ende Heemraden alhier, opden voornoemden vander Nath, den voorsr: Hendrick Timmer is aff guerende bij desen, met desen verstaende nochtans dat de voorsr: paeijen blijven verbonden ter tijt en wijlen sal worden bewesen de selve damschuijt, de welcke de voorsr: vander Nath vanden voornoemde Hendrick Timmeren op heden bij desen heeft gelevert, vrij vaert sonder lasten vam bijlbrieff off anders, waer tegens den voornoemde vander Nath aen d’andere voor de voorsr: 75 gulden als anders verbindt specialijck de voorsr: damschuijt, ende verders alle sijne soo roerende als onroerende goederen, egeen vandien gereserveert ofte uijtgesondert, subjecterende sij Comparanten allen Heeren, Hoven, rechten ende rechteren ende principaelijck den Ed: Hoven van Hollant, ende voorts als naer rechten. Actum desen 3e Januarij 1692. Coram Adr: Timmers Schout, Johan Cnaep ende Michiel Janssen Backer Heemraden.

                                                                                                                       Machiel Jansen Backer

                                                                                                                                       Johan Cnaep

In kantlijn staat:

De vijffentseventigh gulden, hier neffens vermelt, bekent Hendrick Prs: Timmers ontfangen te hebben in het bijwesen van Geerit Claesen, uijt handen van Anthonij vander Nath, desen 11e 8 ber 1692, ergo gecasseert.

Los briefje behoort bij bovenstaande akte.

Ick ondergeschteven bekenne onrfangen te hebben uijt handen van Antoni van der Nadt de somme van twee en seventigh gulden acht stuijvers ende dat in voldoeninge van de schuijdt die Antoni van der Nadt van mij Handrick Timmers gekoost heeft, actum den elfden October anno 1692.

                                                                                                                Bij mij Hendrick Timmers

                                                                                                 In kennisse van meij Geerit Claessen

Folio 110r

Erffdeelinge voor recht overgebracht bij Peeterken Arien Paens, wed: van Dirck Woutersen Smits ter eenre, Wouter, Peeter en Jan Dircksen Smits, Govert Janssen Hoevenaer in houwelijck hebbende Willemken Dircx Smits, Sijcken Dircx Smits, geassisteert met Jan Goverts Gijben, alle kinderen ende Erffgenamen van Dirck Woutersen Smits, verweckt aende voorsr: Peeterken Arien Paens ter andere sijde, ende dat van alle Erffgoederen bij den voornoemde Dirck Woutersen Smits naergelaten, soo ende gelijck als hier naer is volgende.

Inden eersten is Peeterken Arien Paens bedeelt op vier en een halff geerdt hoijlant, gelegen inde Suijdewijn, in een stuck van ses geerden, onverdeelt met de kinderen van Peeter Jansen Dolck den Ouden, belent oost Dirck Tenhage cum suis, west Jan Jacobs Paens cum suis, streckende van Schrevelduijn aff noortwaerts op totten banne van Meeuwen toe, item alnoch een huijs hoff met de noordense helft van het lant, groot ontrent twee hondt, gestaen ende gelegen opde Nieuwvaert onder Cappel, belent noorden de Erffgenamen van Gijsbert Anthonisen Paens, zuijden Seijcken Dircksen Smits, sijnde de wederhelft, streckende vande

Folio 110v

halve Nieuvaert aff, westwaerts op tot den Quekel toe, mits dar dit leste parceel met de helft hier tegen affgedeelt maelcanderen gehouden sijn te wegen en stegen, ter lenghte van veertien roeden, vande halve Nieuvaert voorsr: aff westwaerts op.

Item is Wouter en Peeter Dircksen Smits bedeelt, inden eersten een buijtendijcxse delle, gelegen alhier binnen Cappel, ontrent de Oude Vaertjens, groot ontrent eenen mergen, belent oost Jan Philiberden, west d’erffgenamen van Jacob Huijberden, streckende vanden Ausloot aff noortwaerts op, totte Suijdewijn toe. Item alnoch eenen acker gelegen onder Loon, waervan bedeelt is Wouter aende oostsijde, en Peeter aende westsijde, streckende vande Santschel aff noortwaerts op totte Hollantse erve toe, belent vanden geheelen acker oost Joachem Maes, west d’erffgenamen van Cornelis van Gils. Item is Wouter Smits voorsr: te deel gevallen op een streepken teijnden sijnen acker hier vooren geroert gelegen, onder Conditie dat sij te saemen sullen uijtsteecken de moeren op dit voorsr: loth gelegen.

Item is Jan Dircksen Smits, bedeelt op een binnen dijckse delle, gelegen aenden westenkant vande Nieuwevaert, groot ontrent drie hondt, belent noorden Jan Melissen vanden Dam, Suijden Jan Aertsen Dolck, streckende vande halve Nieuwvaert aff, westwaerts op, totten westense Quekelsloot toe, met den omloop van dien.

Item is Govert Janssen Hoevenaer

Folio 111r

in houwelijck hebbende Willemken Dircx Smits, bedeelt op eenen acker gelegen aende westsijde vande Nieuwvaert, groot ontrent drie hondt, belent noorden Jan Aertsen Dolck, suijden Meerten de Bie, streckende vande halve Nieuwvaert aff, westwaerts op, tot ten Quekel toe. Item alnoch eenen acker gtoot ontrent twee hondt, gelegen aenden westen candt van Willem van Gents vaert, belent noorden de wed. van Claes Teunisen, zuijden Seijcken Dircx Smits sijnde de wederhelft, streckende vande halve Vaert voorsr: aff, westwaerts op, totte erve van Hendrick de Roij toe.

Seijcken Dircx Smits is bedeelt op een schuer met de erve daer aen gelegen, gestaen ende gelegen opde Nieuwvaert, sijnde de suijdense helft van het huijs hier vooren genoemt, groot ontrent twee hont, belent Zuijden Hendrick de Roij, noorden Peeterken Arien Paens haere moeder, sijnde de wederhelfft, streckende voor vander halver Nieuwvaert aff, westwaerts op, totten Quekel toe, mirs de helft hier tegen affgedeelt, maelcanderen te wegen ende te stegen, ter lenghte van veertien roeden, vande halfe Nieuwvaert aff westwaerts op. Item alnoch eenen acker gelegen ten westen van Willem van Gentsvaert, groot ontrent twee hondt, belent noorde Govert Janssen Hoevenaer sijnde de wederhelft, Zuijde Arien Claessen Vaertman cum suis, streckende vande halve Vaert voorsr: aff westwaerts, totte erve van Hendrick de Roij.

Paehijen tot des een, off anders, proffijt vertijt ende vertegen, naer den rechte van Zuijthollant, omme ieder ’t sijne te

Folio 111v

mogen gebruijcken, als haere andere vrije eijgen ende allodiaele goederen, mits dat ieder voort sijne sal onderhouden, alle wegen, stegen, schouwen, ende nabueren rechte, met recht daer uijtgaende. Ende ingeval eenige pretensie op des een off des anders gedeelte, quame te ontstaen, ’t welck (:verhoopt werde neenJ gelovende bij desen den eenen den anderen, te helpen dragen, ende garanderen tot het jaer 1692, onder exprese Conditie dat sij Comparanten gehouden sijn in vier paeijen te helpen lossen, seeckere obligatie van rwee hondert gulden Ap:, staende tot behoeff van Dircxken Willems, wed: Cort Lottens, wesende Jaerlijcx voor Peeterken Ariens Paens haere moeder ter somme van vijffentwintigh gulden, insgelijcx voor haere kinderen, ieder voort sijne vijff gulden jaerlijcx. Ende soo iemant in gebreecke blijft van dese voorsr: somme, op sijn behooelijcke tijt, niet quame te voldoen, sullen daervoor paratelijck werden geexecuteert. Aldus gedaen ende gepasseert opden dartienden Februarij XVIc tweeentnegentigh, ten overstaen van Adriaen Timmers Schout, Jan Govertse Gijben ende Jan Teunisen van Pas Heemraden.

                                                                                                                 Jan Goeijaertssen Ghijben

                                                                                                                                          Jan van Pas

Uitgemaeckt op behoorlijck zegel.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier onder genoemt, Adriaen van Pas ende Baeijen Melsen van Driel, maer door indispositie vande voorsr: van Driel, soo Compareerde alhier den Schout

Folio 112r

van Waspick ende Dirck Zeijlmans, de welcke consenteren in dese gifte, ende intervenierende voor den opgemelten van Driel, als bij Schour ende Gerechte van Groot Waspick aengestelde Curateuren over den boedel ende nalatenschap vande goederen achtergelaeten bij Huijbert den Smit ende Jenneken Janssen, als mede in qualitijt als armmrs. over het voorsr: dorp van Waspick, vande jaere 16902 wn 1693. Ende hebbe alsoo indier qualitijt overgegeven met eender vrije gifte soo als recht is, aen ende tot behoeff van Adriaen Aertsen Bommelaer, seecker parceel Dries groese groot ontrent twee hondt, ofte soo groot ende cleijn als ’t selve gelegen is inden Geer onder Cappel, belent west Adriaen Peeter Berthouts cum suis, oost Cornelis Zeeuw cum suis, Zuijde Adriaen Anthonis van Pas cum suis, noorden Wouter Aertsen. Ende dat met alle wegen, stegen, schoiwen ende nabueren rechten met recht daer uijtgaende, voorts soo geloove de voornoemde vercooperen in haere voorsr: qualitijt den cooper int voorsr: goet te vrije ende te waeren naer den rechten van Zuijthollant, ende alle voorcommer ende Calangie aff te doen tot Nieuwejaer 1692. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Cnaep ende Cornelis vanden Hoeck Heemraden. Actum desen eersten Meert XVIc tweentnegentigh.

De Cooppenningen sijn volgens Conditie ter somme van hondert vijffendartigh gulden, gereet ende contant, en bekenne de voorsr: vercoopers daer van voldaen te sijn ergo gecasseert.

                                                                                                                     Cornelis vanden Houck

                                                                                                                                      Johan Cnaep

Folia 112v

Uijtgemaeckt op behoorlijcken zegel.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier onder genoemt, Reijnier vanden Broeck, in houwelijck hebbende Maria Glaviman, ende geeft alsoo over met eender vrije gifte soo als recht is, aen ende tot behoeven van Jan Aertsen Snaphaen, Jan Jacobsen Mouthaen, de wed: Cornelis Janssen van Gorcum, ende Anneken Cornelis wed: Peeter Stoffels, seecker parceel moergronde, gelegen inde Dullaert onder Cappel, groot ontrent twee mergen, ofte soo groot ende cleijn als ’t selve tusschen sijne regenoten gelegen is, belent oost Jan vander Punten, west Joris de Bie cum suis, streckende vande Crucvaert aff noortwaerts op, tot den watergangh toe, mits dat dit voorsr: parceel moeren sijnen uijtwegh sal hebben over de erve toebehoorende de wed: Cornelis Janssen van Gorcum ende Jan Dircxsen Smits. Ende voorts met alle wegen, stegen, schouwen ende nabueren rechten, met recht daer uijtgaende, en gelove de voorsr: coopers int voornoende goet te vrijen en te wairen naer den rechten van Zuijthollant, ende alle voor commer ende Calangie aff te doen tot Nieuejaer 1692. Coram Adr: Timmers Schout, Johan Cnaep, Jan Gijben ende Corstiaen de Zeeuw. Actum desen sesden Meert XVIc tweentnegentigh.

Parthijen verclaeren voor techt de cooppenningen te wesen 800 gulden, in twee egaele ende gelijcke termijnen, waervoor hij vervooper bekent den eersten termijn onrfangen te hebben, wesende 400 gld.

Opden 3e December 1692 soo bekende Renier vanden Broeck van den leste paij, hier boven vermelt, voldaen te sijn met de somme van 400 gld. ergo gecasseert.

                                                                                                                 Jan Goeijaertssen Ghijben

                                                                                                                               Corstiaen de Seeu

Folio 113r

Opden sesden Meert 1692 ontfangen vande erffgenamen van Leijntjen Jansen van Nederveen tot Waelwijck, sonder wettige descendente naergelarten te hebben overleden, den 20e penning van eenen wilceur, staende tot laste vande wed: Meerten Janssen Wagemaecker wesende de hoeft somme , een hondert vijffentwintigh gulden

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel, Willemken Hoppenbrouwers wed: van Adriaen Verhoeven, woonende binnen ’s Hertogenbosch, de welcke bekende vercoght te hebben seeckere Damschuijt met sijn anckers, taeckels, tauwen ende sijne verdere toebehoorte, aen Adriaen Hendricxse Timmers, woonende alhier binnen Cappel, den welcken bekent deselve gecoght te hebben, ende dat voorde somme van twee hondert en dartigh gulden eens, en bekent de eerste Comparante de voorsr: somme ontfangen te hebbe, uijtgenomen eene somme van vijffendartigh, die den voorsr: tweeden Comparant bekent aende voorsr: wed: schulgigh te weswn, en belooft de selve somme te betaelen van huijden datum ondergesr: over een jaer, aende hande vande voorsr: wed: ofte den rechten thoonder deses. Ende van langer onderhoudinge edogh met believe vande voorsr: Creditrice, soo sal den Debiteur gehouden wesen tot intrest te betaelen tegens vijff gulden percento, onder Conditie dat de eerste Comparante de voorsr: Damschuijt sal moeten vreijen van alle naer maninge ende Calangie, die opde voorsr: Damschuijt soude mogen comen, tot desen dagen toe. En den tweeden

Folio 113v

Comparante sal gehouden wesen te betaelen aen …………………….., schips timmerman, woonende tot Eijselmonde, overt timmeren en repateren van dese voorsr: Damschuijt, tot achtien gulden incluijs, ende want den tweeden Comparant meer aende voornoemde schips timmerman moet geven, sal hij het selve met q…… aende geloofde 35 gulden mogen corten sonder meer, verbindende hij Debiteur voort gene voorsr: staet, specialijck sijne Dam schuijt, op hodie aen dem getransporteert ende gelevert, en voorts generalijck sijne persoon ende alle sijne verdere swoo roerende als onroerende goederen, en stelle sijn selve ten bedwange van alle Heeren, Hoven, rechten ende rechteren ende principaelijck de Ed: Hove van Hollant, ende tot meerder verseeckeringe vandien soo Compareerde Hendrick Ariensen Timmers, de welcken sigh selve Constitueert tot borge principael, voor de voorsr: gelooffde somme, onder de remintiatie vande beneffitie ordinis divisirnis et excesionis, verclaert de effecte van dien wel te verstaen, onder verbant als naer rechte. Actum den 15e Meert 1692. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Cnaep ende Cornelis vanden Hoeck Heemraden.

                                                                                                                      Cornelis vanden Houck

                                                                                                                                       Johan Cnaep

De vijffendartigh gulden aen dander sijde vermek, bekent de voorsr: Cretrice vanden Debiteur ontfangen te hebben ergo gecasseert, desen 3e Maij 1693.

Dir ist X hantmerck van Willemken Hoppenbrouwer.

Folio 114r

Erffdeelinge voor recht overgebracht bij Jan en Michiel Peetersen Dolck ende Aelbert Weghmans, Corporael onder het Regiment Cavallerij vande Heer Colonel Suijlenstijl, in houwelijck hebbende Janneken Peetersen Dolck, alle kinderen ende erffgenamen van zal: Peeter Janssen Dolck den ouden, verweckt bij Neeltjen Gielen, ende dat van alle de erffgoederen bijde voorsr: Peeter Janssen Dolck ende Neeltjen Gielen achtergelaten, soo ende gelijck hier naer volght.

Inden eersten is Jan ende Michiel Peetersen Dolck voorsr: te deele gevalle opde stede met het huijs ende erve daer aenbehoorende, gestaen ende gelegen ten westen van Willem van Gents Vaert, groot ontrent in’t geheel eenen mergen, belent noorden Jan van Pas, zuijden de wed: Peeter van der Punten, streckende vande voorsr: halve Vaert aff westwaerts op, tot de Dwars ackers toe. Item alnoch de de helft van twee hont ackerlant, wesende de zuijdense seijde gelegen ten oisten van Willem van Gents Vaert, belent noorden Aelbert Weghmans de helft hier tegen affgedeelt, zuijden Anthonij van Nederveen, streckende van de voorsr: halve Vaert aff oistwaerts op, totten Quekel alsoo genaempt toe. Item alnoch een geerd hoij ofte weijlant gelegen onder Nederveen, gemeen in een stuck van acht geerden min een vierendeel, toebehoorende de kinderen van Michiel Claessen cum suis, belent west Sr: Meerten van Campen, oist Corstiaen Glaviman cum suis, streckende van Schrevelduijn Cappel aff noortwaerts, tot den Scheijsloot toe. Item alnoch een parceel moeren, groot ontrent vier hondt, gelegen onder Loon, belent zuijden Gijsbert Hoeffnagel, noorden Christoffel Molegraeff, streckende van de Hoecxe Steegde aff, oistwaerts totte oude Loope toe.

Folio 114v

Item is Aelbert Weghmans te deel gevalle, inden eersten op anderhalff geerd hoij ofte weijlant gelegen in Zuijdewijn, onverdeelt in een stuck van ses geerden, toebehoorende de wed: Dirck Wouters Smits, belent oist Dirck Tenhage cum suis, west Jan Jacobsen Paens cum suis, streckende van Schrevelduijn Cappel aff noortwaerts, totten Banne van Meeuwen toe. Item de helft van twee hont ackerlant sijnde de noortdense seijde, gelegen ten oisten van Willem van Gents Vaert, belent nooeden Jan Stevense Huijsman, zuijden Jan en Michiel Peetersen Dolck de wederhelft hier tegen affgedeelt, streckende vande voorsr: halve Vaert aff oistwaerts totten Quekel, alsoo genaempr toe.

Parthijen hebben tot des een, off des anders proffijt ende vertegen naer den rechten van Zuijthollant, omme ieder ’t sijne te mogen gebruijcken, als haere andere vrije eijgen ende allodiaele goederen, mits dat ieder voort sijne sal onder houden alle wegen, stegen, schouwen ende nabueren techten, met recht daer uijtgaende, ende ingeval eenige calengien ofte pretensien op des een off des andert gedeelte quame te ontstaen, ’t welck (:verhoopt werdt neen:) geloven bij desen, den eenen den anderen te helpen dragen, ende garanderen tot het jaer 1692. Aldus gedaen ende gepasseert opden negenen teintighsten Meert XVIc tweeentnegentigh, ten overstaen van Adriaen Timmers Schout, Johan Cnaep ende Jan van Pas Heemraden.

                                                                                                                                         Jan van Pas

                                                                                                                                      Johan Cnaep

Folio 115r

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier ondergenoept, Geerit Jansen Snijder ten eenre, ende Frans Vermeer ter andere sijde. De welcke verclaerde met maelcanderen verdragen te sijn dat den voornoemde Frans Vermeer alnoch het huijs in eijgendom sal behouden en bewoonen een jaer naer dato deses, soo ende gelijck het bij sijn Zal: bewoont en beseeten is geweest, onder expresse conditie dat Frans Vermeer ten vermaenevan den voornoemden Geerit Jansen Snijder nae het expereren van een jaer, het voorsr: huijs sal moeten ruijmen vande erve vande voorsr: Geerit Jansen Snijder, sonder verder gebruijck te behouden van de voornoemde erff en hoff, waervoor den voornoemde Vermeer eens in dat jaer sal betaelen een somme van vijff gulden, waeronder sij parthijen verbinden haere persoonen ende goederen egeen uijtgesondert, alles onder verbant als naer rechten. Present Adriaen Timmers Schout, Michiel Jansen Backer ende Jan Goijertsen Gijben Heemraden, desen 23e April 1692.

                                                                                                                       Michiel Jansen Backer

                                                                                                                  Jan Goeijaertssen Ghijben

Folio 115v

Tacxatie voor Recht aengebracht bijde Erffgenamen van Adriaen Jacobsen Paens alhier binnen Cappel opde Nieuwvaert sonder eenige wettige descendenten achter gelaeten te hebben overleden, bij ons ondergesr: Schout ende Heemraden, ten versoecke vande voorsr: Erffgenamen getacxeert dese naervolgende parceelen in contante weirdigh te wesen.

Inden eersten een binnen dijckse delle groot ontrent ses hont, gelegen ten westen vande Nieuwvaert, belent zuijden Jacob Janssen Deckers, noorden Joost Bastiaensen Smits, streckende voor de voorsr: halve vaert aff, westwaerts totten Quekel van outs alsoo genoempt toe, in contante weirdigh te wesen ter somme van ------------------------------------------------------- 150:0:0

Item alnoch een paeceeltjen uijtgedolve putten en cuijlen, groot ontrent een hondt, belent zuijden Willem van Bavel, noorden d’Erffgenamen van Gijsbert Paens, streckende vande halve Nieuwvaert aff, weestwaerts totten Quekel van outs alsoo genaemt toe, in contante weirdigh te wesen ter somme van ----------------------------------------------------------------------------------- 9:0:0

Somma totalis beloopt dese tacxatie int geheel ter somme van -------------------------------- 159:0:0

Den 20e penning daer van beloopt t’saemen ter somme van ------------------------------------ 7:19-0

Het 10e verhoogh -------------------------------------------------------------------------------------- 0:16:0

                                                                                                                                               ----------

                                                                                                                                                8:15:0

Aldus dese voorsr: parceelen getacxeert bij ons ondergesreven Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel, desen 14e April 1692 en waeren onderteeckent. Adr: Timmers, Jan Goeijaertsen Gijben, Johan Cnaep, onder stont: In kennisse van mij, ende was onderteeckent.

                                                                                                                 H: vander Hoeven. Secrts:

Folio 116r

Tacxatie van soodanigen onroerende goederen alhier in ’s Gravenmoer gelegen, als metter doot ontruijmt ende naergelaeten is bij Adriaen Jacobsen Paens, gewoont hebbende tot Cappel op de Nieuwvaert, ende aldaer sonder wettige descendenten naergelaeten te hebben deser werelt overleden, omme dien volgende daervan betaelt te werden den 20e penning, volgens den placcaten ende ordonnantie bij haer Ed: Groot mogende Heeren Staeten van Hollant ende West Vrieslant, op het stuck van het Collaterael Successie geamaneert.

Opden 27e Januarij 1692 is bijde Erffgenamen van Adriaen Jacobsen Paens, overleden tot Cappel op de Nieuwvaert, sonder wettige desendenten naer gelaeten te hebben, derhalven den 20e penning subject omme daer van betaelt te werden, en is het naervolgende.

Eerstelijck de gerechte helft van anderhalff lange veertel lants, gelegen alhier ’s Gravemoer, aende Straet op het noorteijnde ontrent ter halver wiel, gemeen met Claes Cornelis Huijben, noort Dielis Antonis Quireijns, suijt …………., streckende met de smalle straete oostwaerts op tot int hol vande Oude Vaert.

Ende is deselve helft van de voorsr: Lange Veertel bij de Stadthouder ende Heemraden getacxeert op -------------------------------------------------------------------------------------------- 70:0:0

Comt voor ’s lants 20e penning --------------------------------------------------------------------- 3:10:0

Ende voor de 10e verhooging -------------------------------------------------------------------------- 0:7:0

                                                                                                                                              ---------

                                                                                                                                                 3:17:0

Adus bij ons Stadhouder ende Heemraden getacxeert naer ons beste kennisse ende wetenschap als voorsr: is. Actum den 14e April 1692, ende waeren onderteeckent: J: Schoonhoven, Peeter Vermeulen.

Onder stont: Sris absent, in kennisse van mij als Clercq J: Keernicx.

Fol 116v

Uitgemaeckt op behoorlijck zegel.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier onder genoemt, Michiel Dingemans Lochten, in houwelijck hebbende Janneken Gijsberts de Haen, ende heeft alsoo indier qualiteijt overgegeven met eender vrije gifte soo gewoon ende recht is, aen ende tot behoeff van Anthonij vander Nath, seecker derdepart in een binne dijckse delle met den omloop van dien, soo groot ende cleijn, als ’t selve ter plaetse genaemt de west sijde van Willem van Gents Vaert gelegen is, onverdeelt met den cooper ende Cornelis Schouten, belent noorden Marcelis Vreijssen, zuijde Willemken Claessen wed: Claes Teunissen, streckende vande voorsr: halve Vaert aff westwaerts, rotte Hoeffbancken van outs alsoo genaemt toe, met alnoch een negende part in twee binne dijckse dellekens, groot ontrent drie hont, gelegen ten westen van Willem van Gents Vaert, belent zuijden Joachem Hendricx, noorden Maijcken Meertens, Streckende vande halve Vaert aff, westwaerts tot ‘d erve van Jan Dingemans toe, onverdeelt met Jan van Pas cum suis. Ende dat met alle wegen, stegen, schouwen, ende nabueren rechten, met recht daer uijtgaende, voorts gelooft den voorsr: verciiper, den cooper int voorsr: goet te vrijen ende te waeren naer den rechte van Zuijthollant, ende alle voor commer ende calangie aff te doen tot Nieuwe jaer 1692. Coram Adr: Timmers Schout, Corstiaen de Zeeuw ende Jan van Pas, Heemraden, desen 8e Maij 1692.

Partheijen verclaeren voor recht de cooppenningen gereet te wesen ter somme van vijffenvijfftigh gulden, en bekent daer van voldaen en betaelt te wesen, ergo gecasseert.

                                                                                                                                         Jan van Pas

                                                                                                                             Corstijaen de Seeu

Folio 117r

Uitgemaeckt op behoorlijck segel.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel hier onder genoemt, Peeter van Gorcum in houwelijck hebbende Anneken Jacobsen Paens, Michiel Denis de Haen den jongen in houwelijck gehadt hebbende Teuntjen Jacobsen Paens, den voorsr: de Haen intervenierende ende de rato caverende voor sijne drie kinderen verweckt aende voornoemde Teuntjen Paens, mitsgaders Hermanus van Rees in houwelijck hebbende Janneken Michielsen Vlees, den selven intervenierende ende de rato caverende voor Dingena, Anna ende Maria Michielsen Vlees, kinderen van Michiel Vlees, verweckt aen Maeijcken Jacobsen Paens, alle als Erffgenamen van Adriaen Jacobsen Paens, ende hebben alsoo indier qualitijt overgegeven met eender vrije gifte soo recht is, aen ende tot behoeff van Jan Jacobsen Paens, seecker drie vierde parten van een binnen dijckse delle, gelegen ten westen vande Nieuwvaert, groot ontrent ses hont en ’t sestigh roeden, belent zuijden Jacob Janssen Deckers, noorden Joost Bastiaensen Smits, streckende vande halve Nieuwvaert aff, westwaerts totten Quekel sloot toe, ende dat met alle wegen, stegen, schouwen en nabueren rechten, met recht daer uijtgaende, voorts geloove de voorsr: vercoopers in haere voorsr: qualitijt, den cooper int voornoemde goet te vrijen ende te waeren naer den rechten vanden landen, ende alle voorcommer ende calangie aff te doen tot Nieuwjaer 1692. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Cnaep ende Jan Goijers Gijben, Heemraden. Actum desen 31e Maij 1692.

Parthijen verclaeren voor recht de cooppenningen gereet te wesen ter somme van hondert gulden, en bekennen de voorsr: vercoopers daer van voldaen te sijn, ergo gecasseert.

                                                                                                                 Jan Goeijaertssen Ghijben

                                                                                                                                      Johan Cnaep

Folio 117v

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel ondergenoemt, Geerit Jansen Boudewijns, weduwnaer van Adriaentjen Peeters de Haen, verclare en bekenne hier mede aff te staen, gelijck ik affstae mitsdesen, voor mij en den mijnen ten allen dagen, van al het geen ik uijt crachte van Testamente, bij mijn vrouwe Zal: Adriaentjen Peetersen de Haen voornoemd gemaeckt, soude kunnen off mogen pretenderen, op den boedel en alle naegelate goederen van Maria Hendricx Back, in haer leven vrouwe van Peeter de Haan, het sij oock onder wat narm, recht ofte titel ik die verstorvene en nagelate off door sterffrecht, off bij Testament off bij donatie off hoe het soude mogen wesen, op mijn vrouw Zaliger gedevolveerde goederen, soude mogen eijsschen off kunnen eijsschen, houdende mij daer van als op het deugdelijckste voldaen, mits dat oock Peeter de Haen voor sigh en sijne kinderen alle broederen en susters van mijn overledene vrouwe, afstaen van alle het gene in mijn vrouwe Zaliger leven, tot haeren lijve behoorde, en bij Testament aan hem Peeter de Haan voornoemt, en sijne kinderen gemaeckt, actum den 12e Junij 1692. Coram, Adr: Timmers Schout, Cnaep ende van den Hoeck, Heemraden.

                                                                                                                     Cornelis vanden Houck

                                                                                                                                      Johan Cnaep

Folio 118r

Tacxatie voor Recht aengrbracht bijde Erffgenamen van Zal: Maria Coenelisen Rommen, alhier binnen Schrevelduijn Cappel opde Hoogevaert sonder wettige descendenten achtergelaeten te hebben overleden, bij ons ondergeschreven Schout ende Gerechten ten versoecke vande voorsr: Erffgenamen getacxeert het gerechte seste part in een huijs met de erve daer aen gelegen, in contante weirdigh te wesen.

Eerstelijck ende ten laetste een gerechte seste part in een huijs, hoff met de erve daeraen gelegen, groot ontrent int geheel acht hont, gelegen op de Hoogevaert, belent Zuijden Jan de Leeuw, noorden Maria wed: Aert Oirlemans, streckende uijt den oosten vande halve Vaert aff, westwaerts tot de erve van Marie Aerts Oirlemans voorsr: toe, in contante weirdigh te wesen ter somme van -------------------------------------------------------------------------------------------- 60-0-0

Den 20e penning daer van beloopt ter somme van ------------------------------------------------ 3-0-0

Het 10e verhoogh -------------------------------------------------------------------------------------- 0-6-0

                                                                                                                                                 --------

                                                                                                                                                    3-6-0

Aldus dit voorsr: sestepart getacxeert bij ons ondergesr: Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel, desen achtentwintighsten Augustij XVIc tweentnegentigh, waren onderteeckent Adr: Timmers, Johan Cnaep ende Cornelis vanden Hoeck.

Onder stont: in kennissen van mij, en was geteeckent

                                                                                                                       A: vander Hoeven, Sris

Folio 118v

Uitgemaeckt op een segel van vier schellingen.

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel ondergenoemt, Joffr: Aleda Bollekens woonende tot Dongen, ende heeft verwilceurt ende gelooft schuldigh te sijn, aen ende ten behoeve van Joffr: Aeltjen van Campen ter somme van een duijsent Car: gulders, den gulden tot twintigh stuijvers, hiercomende de gemelte somme van geleende ende ten dancke aengetelde penningen, remintierende derhalve de exceptie van niet aengetelde gelden, welcke voorsr: hooftsomme van een duijsent gulden met alle intresten vandientegens den penning twintigh int jaer, de voornoemde comparante wederom belooft te restitueren in goeden gevaludeerden gelde aende voornoemde creditrice ofte deses actie hebbende van heden date deses over een jaer, welcken intrest cours houden sal totte volcomen quitinge der voorsr: hooftsomme toe, voor welcke voorsr: somme met alle te verloopene intresten, stelt sij comparante speciaelijck ten onderpande alle haer ackerlant inde Hoeff van Heuckelingh, alhier onder Cappel gelegen, mette Dreeff daer noorden aen, ende de Drieskens benoorden de Dreeff, geheel ontrent vijftien hont, oostwaerts vant selve gelegen. Maarten ende de voornoemde Aeltjen van Campen, west de ackers inde Geer. Item noch een dubbel buijten dijckse delle genaemt de Bagijnen dellen, groot ontrent dertien hondt, gelegen oostwaerts naest de Bagijnen steeghte, streckende vanden Dijckstal aff, noortwaerts op totte Oude straete off Nederveen toe. Enge voorts generalijck alle haere verdere roerende ende onroerende goederen, ende tot meerder verseeckertheijt, soo compareerde mede Joffr: Matia de Jongh, de welcke verclaerde haer selve te stellen als borge ende principael schuldenaresse voorde voornoemde Aleda Bollekens haere moeder, onder expresse remuntiatie van het beneficium ordinis et excutionis, mitsgaders het beneficium senatus consulti velleiani haer houdende vanden effecte der selver beneficien volcomentlijck onderight. Ende daer en boven haere portien ende gerechtigheijt inde voorenstaende paeceelen, specialijck mede verbindende ende vastelijck verwilleceurende, ende mede generalijck

Folio 119r

haer persoon ende goederen, roerende ende onroerende oock hebbende ende vercrijgende deselve alle submitterende allen rechteren bedwonck ende specialijck den Ed: Hove van Hollant. Aldus gepasseert ten overstaen van Adriaen Timmers Schout, Johan Cnaep ende Michiels Jansen Backers, Heemraden, desen vijffentwintighsten 7 ber XVIc tweentnegentigh.

                                                                                                                      Michiel Jansen Backer

                                                                                                                                       Johan Cnaep

Opden 1e Meert 1700 soo bekende Jacob Sprangers als soone van Joffr: Alida van Campen, van dese bovengeschreven willeceur voldaan te sijn met den intrest van dirn, door hande van Maria de Jongh.

                                                                                                                                        J: Sprangers

Compareerde voor ons Schout ende Heemraden van Schrevelduijn Cappel Jenneken Jansen, wed: Jan Peeter Timmers, ende verclaerde bij consent van Hendrik Peetersen Timmers en Arien Jansse Looper als bloetvooghden van hare kinderen, verweckt in egte staet aenden voornoemde Jan Petersen Timmers, voorts bij consent van Adriaen Timmers Schout alhier als oppervooght onwederroepelijck vercoght, ende dienvolgende bij desen over te geven aen Poulus van Rijnst tot Oosterhout, een poonschuijt met seijlen, anckers, clouwen en toebehoorten op huijden overgelevert, welcken coop ende transporte den voornoemde van Rijnst, mede comparerende is accepterende bij desen, ende dat binne ende voor de somme van seven hondert Car: guldens, belovende hij cooper deselve somme te betalen, te weten drie hondert gulden gereet aende vercooperse, ende de resterende vier hondert gulden aen de Schipstimmerman tot Ouwerschie off die’t reget daer op heeff, welck vier hondert gulden vanden Schipstimmerman moeten betaelt werden in paijen, te weten hondert gulden gereeth ende soo voorts, jaerlijcks hondert gulden tot deselve virthondert gulden aenden timmerman sullen sijn betaelt, daer van den voornoemde Poulus Rijnst haer vercooperse belooft te indenmeren, onder verbant vant voorschreven Schip op water recht, belovende sij vercooperse verder tselve getransporteerde schip van alle verdere Calangien ende nacominge te vrijen ende waren onder verbant van haer persoon ende goederen hebbende ende vercrijgende. Actum den 8e October 1692, ten overstaen van Adriaen Timmers Schout, Jan Cnaep ende M: Backer.

                                                                                                                                       Johan Cnaep

                                                                                                                       Michiel Jansen Backer

Folio 119v

Aengemaeckt op zegel van 24 stuijvers.

Dat voor ons gecomen ende gecompareert sijn Maijcken Ariensen Gemans, wed. Jan Jansen Snijder, Anneken Ariensen Gemans ende nog Antonij Timmers, Schout van Vrijhoeven als oppervoogd ende Dirck van Pelt Schepen, voor Grietje, onmondig kint van Adriaen Ariensen Gemans Za:, ende geven wettelijck over met een vrije gifte soo gewoon ende reght is aen ende ten behoeve van Jenneken, Anneken, Johannes, Jacomijna, ende Adriaentje Adriaensen Wijnen, drie geregte vierdeparten in ontrent anderhalf hont zeijlant, gelegen onder Schrevelduijn Cappel inde Heijstraet, belent oost de Dwarsackers, west de voorsr: Coopers, streckende vande Nieuwstraet noordwaerts tot de erve van Joost de Bruijn toe, gemeen met de voorsr: Coopers voort resterende vierdepart, met alle schouwen, wegen, stegen, ende gebuerlijcke regten, met regt daer toe behoorende, ende belooffde sij Comparanten in qualiteijt voorsr: tselve te vrije ende waren, mitsgaders alle vootcommer, calangien ende aentael, dier op is tot desen dage toe aff te doen. Actum 18e October 1692.

Partijen verclaerde de Cooppenningen te bedragen de somme van sestigh gulden, ende bekenden de vercoopere dart van voldaen te sijn, dato voorsr:. Coram Adriaen Timmers Schout, Johan Cnaep ende Cornelis vanden Hoeck.

                                                                                                                    Cornelis vanden Houck

         &nb