Selecteer een pagina

Fol. 1re

in de kantlijn: uijtgemaakt

Op huijden den 30e october 1738 compareerde voor ons Schout en schepenen van Sgrevelduijn, Groot Waspick en Twaalftalve Hoeve ondergenoemt: Piternella Zeijlmans weduwe van zaliger Matthijs Adriaanse de Jong, woonende alhier ter eenre. Ende Jan Mattijsse de Jong, Huijbert Mattijsse de Jong en Fransus Mattijsse de Jong, woonende alhier, Jacobus de Vries als in huwelijk hebbende Adriana Mattijse de Jong, woonende tot Waalwijk, Huijbert Jansen de Bont in huwelijk hebbende Cornelia Matthijsse de Jong, woonede alhier ende Jochem de Bont in huwelijk hebbende Anna Mattijsse de Jong mede woonende alhier. Alle kinderen van de voornoemde Piternel Zeijlmans weduwe van Matthijs Adriaanse de Jong ter andere seijde. Ende verclaarde sij comparanten omme alle verschillen en oneenighden, die tusschen de eerste en tweede comparanten soude konnen ontstaan voor te komen en te verhoeden en omme dat de eerste comparante van het verhuren en administreren van hare goederen soude sijn ontslaan, te sijn overeen gekomen en veraccordeert in voege en manieren als volgt: Eerstelijck soo verclaarde sij eerste comparante ten behoeve vande tweede comparanten, hare kinderen in desen, te renuntieren en af te gaan van alle hare vaste goederen en effecten soo als die bij haar tot desen jare toe sijn beseten en gepossideert geweest. Onder dese speciale conditie nogtans dat ider vande tweede comparanten aan haar jaarlijx op den 1e  jannuarij moeten uijtreijcken en voldoen eene somme van twaalff guldens en sulcx voor haar sessen een somme van twee en tseventig guldens waar van het eerste jaar verschijnen sal op den 1e  jannuarij 1738 welck eerste jaar sij eerste comparante bekende reets van hare kinderen ontfangen te hebben en sal sulcx alsoo jaarlijx moeten continueren tot soo lange als sij eerste comparante leeft waar voor ider sijn aanbedeelde lot wel speciaal blijft verbonden en veronderpant. Ende sullen de tweede comparanten in desen daar en boven nog gehouden sijn alle jaren prompt te betalen de ordinaire en extraordinaire spondingen en omslagen op ider parceel jaarlijx uijtgaande. Verder is conditie dat de tweede comparanten in desen ider sijne goederen soo als die hier naar sullen worden verdeelt niet sullen mogen verkoopen, verakeneren off vertransporteren soo lange als de eerste comparante leeft. Dat met geconsent van de gesamentlijke comparanten en dat sij sulcx evenwel dan niet sullen mogen doen off dat sij voor de voornoemde uitreijkinge sullen moeten stellen behoorlijke borgen. En sijn dan de voornoemde goederen met consent en op versoek vande eerste comparante onder de tweede comparanten verdeelt en te deele gevallen als volgt:

Eerstelijk soo is Jan Mattijsse de Jong geloot, gecavelt en beërfdeelt op een half huijs, hoff en erve staande en gelegen alhier waar van de wederhelft competeert de weduwe Lammert Zeijlmans. Belent ten oosten vande heele stede Willem Zeijlmans, ten westen de weduwe en kinderen van schout de Bruijn en Arnoldus van Son. Streckende uijtten noorden van den dijck off halve Her straat aff zuijdwaarts in tot de erve van Anthonij Snijders toe.

En ten laatste nog op een binnedelle gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart tusschen erfenisse van de del hier naar bevallen op Jochem de Bont, zuijden en ten noorden Dirk Wouter Zeijlmans. Streckende uijtten westen vande halve vroukensvaart aff oostwaart in tot den bijster van Marcelis Zeijlmans toe. En moet dit lot uijtreijken aan Jochem de Bont op den 1e jannuarij 173 eene somme van twee hondert vijff en tseventig guldens.

In de kantlijn:

Compareerde ter secretarije van Groot Waspick Jochem de Bont en bekende door Jan Mattijsse de Jong vande  nevenstaande uijtreijking ter somme van twee hondert vijff en tseventig guldens ten volle voldaan en betaalt te sijn den eersten pennink metten lesten. In teijken der waarheijt is dese bij hem onderteijkent desen 6e  jannuarij 1739. handtekening

Ten tweede soo is Huijbert Mattijsse de Jong geloot, gecavelt en beërfdeelt eerstelijk op een halve binnendel, gelegen onder Sgrevelduijn Cappel, waar van de wederhelft is bedeelt op Huijbert Janse de Bont. Belent ten oosten vande heele del Huijbert van Hassel en ten westen Willem Zeijlmans. Streckende uijtten zuijde van die halve Her straat aff noortwaert in tot de halve Oude straat of Cleijn Waspik toe.

Nog op een halve binnedelle, gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart, waarvan de wederhelft is bedeelt op Huijbert Janse de Bont. Belent ten zuijden vande heele del Marcelis Zeijlmans en ten noorden de weduwe en kinderen van schout de Bruijn. Streckende uijtten westen van de halve Vroukensvaart aff, oosttwaart op tot den bijster van Marcelis Zeijlmans toe.

En ten laatsten nog op een halve binnendelle, gelegen alhier op den westenkant van Vroukensvaart, waarvan de wederhelft is bedeelt op Huijbert Janse de Bont. Belent ten zuijden vande heele del Wilbert Zeijlmans en ten noorden Thomas Compeer. Streckende uijtten oosten vande halve Vroukensvaart aff,  westwaart in tot den bijster van Theunis Zeijlmans cum suis toe.

Ten derde soo is Fransus Mattijsse de Jong geloot, gecavelt en beërfdeelt op de noordense helft van eenen acker zaijlant, gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart, waarvan de zuijdense helft is bedeelt op Jacobus de Vries. Belent ten zuijden vanden heelen acker Corstiaan Voegers en ten noorden Jan Jesper en Maijken Voegers. Streckende uijtten westen vande halve Vroukensvaartse Grippel aff, oostwaart in tot den Geer of SGrevelduijn Capel toe.

Ten 4e soo is Jacobus de Vries als in huwelijk hebbende Adriana Mattijsse de Jong geloot, gecavelt en beërfdeelt op de zuijdense helft van eenen acker zaijlant, gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart, waarvan de noordense helft is bedeelt op Fransus Mattijsse de Jong. Belent ten zuijden vanden heelen acker Corstiaan Voegers en ten noorden Jan, Jesper en Maijken Voegers. Streckende uijtten westen vande halve Vroukensvaartse Grippel aff, oostwaart in tot den Geer of SGrevelduijn Capel toe.

Ten vijffden soo is Huijbert Janse de Bont als in huwelijk hebbende Cornelia Mattijsse de Jong geloot, gecavelt en beërfdeelt eerstelijk op een halve binnendelle, gelegen onder Sgrevelduijn Cappel, waar van de wederhelft is bedeelt op Huijbert de Jong. Belent ten oosten vande heele del Huijbert van Hassel en ten westen Willem Zeijlmans. Streckende uijtten zuijden vande halve sHeere strate aff, noordtwaert in tot de halve Oude straat of Cleijn Waspik toe.

Nog op een halve binnedelle, gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart, waarvan de wederhelft is bedeelt op Huijbert de Jong. Belent ten zuijden vande heele del Marcelis Zeijlmans en ten noorden de weduwe en kinderen van schout de Bruijn. Streckende uijtten westen van de halve Vroukensvaart aff, oosttwaart op tot den bijster van Marcelis Zeijlmans toe.

En ten laatsten nog op een halve binnendelle, mede gelegen alhier op den westenkant van Vroukensvaart, waarvan de wederhelft is bedeelt op Huijbert de Jong. Belent ten zuijden vande heele del Wilbert Zeijlmans en ten noorden Thomas Compeer. Streckende uijtten oosten vande halve Vroukensvaart aff,  westwaart in tot den bijster van Theunis Zeijlmans cum suis toe.

Ten sesden soo is Jochem de Bont als in huwelijk hebbende Anna Mattijsse de Jong geloot, gecavelt en beërfdeelt op een binnendelle, gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart, tusschen erffenisse van Laurens Boom. Zuijden en noorden Jan Mattijsse de Jong met de delle hier voren op hem bevallen. Streckende uijtten westen vande halve Vroukensvaart aff, oostwaart in tot den bijster van Marcelis Zeijlmans toe. En moet in egalisatie van sijn bevallen lot trecken en ontfangen op den 1e  jannuarij 1739 van Jan Mattijsse de Jong een somme van twee hondert vijff en tseventig guldens.

Eijndelijk en ten laatste soo is Fransus Mattijsse de Jong en Jacobus de Vries in huwelijk hebbende Adrianan de Jong ider voor de geregte helft nog geloot, gecavelt en beërfdeelt op de westense helft van een partije moergront, gelegen onder Sgrevelduijn Cappel in de Molenbancken, waar van de wederhelft toebehoort Peeter Cuijl. Belent ten oosten Peeter Cuijl voors met de wederhelft en ten westen Jan Glavimans cum suis. Streckende uijtten noorden vande erve van hendrik Vermeijs aff, zuijtwaart in tot de moer vande erfgenamen van de heer de Raat toe. Onder conditie dat Piternel Zeijlmans hare moeder de eerste comparante in desen soo lange als sij leeft dar uijt voor haar eijgen nootdruft soo veel torff sal mogen laten steecken off baggeren als sij noodig heeft.

Wijders is conditie dat ider sijne aanbedeelde goederen sal aanvaarden met alle sijne wegen, stegen, dijcken, dammen, straten, waterloopen, schouwen, leijen, dorpslasten en andere naburen regten, baten, schaden en geregtigheden met regt tot en aan ider parceel behoorende.

Tot naarkominge en prestatie van alle hetgeene voors staat verclaarde sij comparanten gesamentlijck te verbinden en specialijk ten onderpant te stellen alle hare goederen hier voren aan een ider aanbedeelt en voorts generalijck hare persoonen en goederen, present en toekomende, egeene exempt. Deselve stellende onder verbant en bedwanck als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Cornelis Buijs schepenen in Waspik op dato voors.

In kennisse van mij: J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 3vo

Contract van een steeg

De weduweCornelis Hendrik Schoenmakers en de weduwe Peter Mattijsse Camp

in de kantlijn: uijtgemaakt

Op huijden den 2e december 1738 compareerde voor ons Schout en schepenen van Groot Waspick ondergenoemt: Maria Blankers  weduwe en boedelhoutster van Cornelis Hendrik Schoenmakers voor haar selven ende als moeder en voogdesse over haren onmondigen soon Hendrik Cornelis Schoenmakers en voor soo veel ’t noodig mogte sijn den voornoemde Hendrik Cornelis Schoenmakers als eijgenaresse van een huijs, hof en erve en delle, gelegen alhier in Twaalftalve Hoeve Groot Waspick tusschen erffenisse van Aart Vrint ? oost en de weduwe van Peter Mattijsse Camp west. Streckende vande halve Her straat aff, noordwaart in tot de Cae toe, ter eenre ende Huijbertje van den Heuvel … weduwe en boedelhoudster van zaliger Peter Mattijse Camp  en voor so veel ’t nodig mogte sijn haren oudste sone Cornelis Peter Camp als eijgenaresse van een huijs, hof, erf en delle, mede staande en gelegen alhier tusschen erffenisse vande weduwe Cornelis Hendrik Schoenmakers met hare voornoemde huijs, erve enz. oost en Cornelis Buijs west mede streckende als voren, ter andere sijde. Te kennen gevende sij comparanten dat de wijle de eerste comparante haar voornoemde out huijs had afgebroken ende een nieuw in plaatse heeft getimmert dat sij alvorens de reede tusschen haren voornoemde erven hadden getrocken en dat sij omme te meerder gemak en commoditeijt van hare huijs werven te hebben te samen waren overeengekomen en veraccordeert dat sij op ’t afscheijt van hare erven eenen gemeijnen weg souden maken en onderhouden, ider ter breete van seven voeten en sulcx te samen ter breete van veertien voeten te meten van de muur van ’t huijs van de eerste comparante (’t welck volgens die reedingen reets met wedersijds genoegen is getimmert) westwaard in en sulcx uijt den zuijden voor vanden Her straat af noordwaard in ter lengte van seventien roeden regt toe volgens den voornoemde muur te reeden. Welke voornoemde veertien voeten breete en seventien roeden lengte bij haar comparante off hare opvolgers voor nu ende ten eeuwigen dage gemeijn sal worden gebruikt en onderhouden alsmede het hecken dat op de voonoemde weg geset sal worden wartoe den eenen den anderen ten allen tijden sal mogen en konnen constrigeren cum expensis en sullen sij comparanten den voornoemde weg niet mogen betimmeren, beschelften ? of betassen. Dan met wedersijds genoegen en consent en soo’t gebeurde dat de 2e comparante haar huijs mogte komen te vergrooten off voouijt te timmeren soo sullen sij 2e comparantete haren muur off platen niet naar den oostwaard in mogen leggen dan veertien roeij voeten van de muur van de 1e comparante.

Tot naarkominge en prestatie van alle ’t geene voors staad verclaarde sij comparanten te verbinden en ten onderpant te stellen hare persoonen en goederen, present en toekomende, egeen exempt. Deselve stellende onder verbant en bedwang als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Jan Breedenburg en Cornelis Sagt, schepenen.

Fol. 4re

Contract { wede & kinderen van Peeter Scheur

Compareerde voor ons Schout en Scheepenen van Grootwaspick Anna Swart weduwe van Peeter Scheur ten eenre met sijnders Steven Scheur Jan van der Schans in huwelijk hebbende Johanna Scheur ende Dirck van Disseldorp in huwelijk hebbende Adriaantje Scheur te samen in die qualiteijd kinderen ende erfgenamen abtestato van opgemelten zaliger Peeter Scheur; door hem in egte verwekt aan de eerste comparante ter anderen sijde te kennengevende dat de tweede comparanten door t afsterven van de voornoemde  Peeter Scheur  te samen sijn geworden erfgenamen van de helfte vanden geheelen boedel, goederen en effecten die de eerste comparante met wijle den voornoemden Peeter Scheur haren overleden man, in gemeenschap gepossideert ende beseten heeft soo ende in dier voegen als die op t afsterven van den selven Scheur was in wesen dat vervolgens de eerste comparante met de tweede comparanten soude moeten procederen tot separatie en verdeijlingen vandien gemeijnen boedel dat daardoor onvermijdelijke onkosten en soo te dugten is ook differenten en oneenigheden souden komente resulteren en ontstaan

Dat de comparanten om sulx te prevenieren met den anderen sijn geconvenieert en verdragen door interressiven tusschen sprake van goede mannen sooals sijlieden respectivelijk met malkanderen verklaren te concvenieren accorderen ende te verdragen bij desen, in vougen ende manieren alsvolgt, teweten dat de eerste comparanten dien geheelen gemeijnen boedel sonder daar van iets uijt te sluijten ofte reserveeren, haar levenlang geduurende in vollen eijgendom sal blijven besitten sonder deswegen  aande tweede comparanten eenige de minste rekening, off verantwoordingen te doen ook sonder dat sij aan hen eenige staad off inventaris des boedels sal gehouden sijn te leveren dat den derden en ook den vierden comparant te samen, en ider in t bijsonder in hunne opgemelte qualiteit verklaren van hunne vaderlijke erfportie en t gunt aan hen inden meergemelten gemeijnen boedel soude compiteren door handen de eertse comparante ten vollen voldaan en betaald te sijne ider met de somme van twee hondert gulden dat den tweede comparant Steven Scheur uijt den gemeijnen boedel vande eerste comparante in volle voldoeninge van opgemelte sijne vaderlijke erfportien sal trecken proffiteren ende genieten ende genieten eene somme van tweehondert en vijtig gulden eens sonder meer ende dat in gereet gelt ofte met geven van een obligatie ten laste van den gemeijnen boedel tegen drie gulden van intrest ider hondert guldente rekenen ten keuve vande eerste comparante.

Voorts is conditie dat de eerste comparante alle reparatien als ook alle schulden ten lasten den boedel loopende, mitsgaders de betalinge der ordinaire en extraoridinaire verponding en alle andere sorgs en andere lasten neemt te haren kosten en last, en soo’er noodig vast goet off goederen behoorende tot desen gemeijnen boedel na desen sullen dienen te worden beswaart ofte verkogt soo sal de eerste comparante sulx met pre advies van de tweede comparanten smogen te doen.

Eijndelijk soo is nog wel speciaal ondersprooken dat na dooden van de eerste comparante alle de over schiedende goederen ende effectentot desen gemeijnen boedel behoorende geen uijtgesondert; door de tweede comparanten ofte hunnen wettige descendenten bij representatiete samen na de costume van Zuithollant sullen worden geerftgedeelt genoten ende geproffiteerd gelijkelijk ider even veelalles sonder fraude. aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, Schout, Adriaan Boeser en Huijbert Schep, Schepen in Waspik desen sesden december 1738

ondertekening.

in de kantlijn

Naar dat den Schout had getekent hebben sij gesamenlijk het contract in geworpen en wert vervolgens gehouden als niet gepasseert.

Fol. 4vo

in de kantlijn:  uijtgemaakt

in de kantlijn: Comparteerde ter secretarije van Grootwaspik Jan Lankhuijsen en bekende door Mattijs Mulders van den nevenstaande uijtreijking ter somme van vier hondert guldens ten volle voldaan en betaalt te sijn den eertsen pennink metten lesten in teijken der waarheijt is dese bij mij onderteijkent in Waspik desen 8ste jannuarij 1739.

ondertekening

Scheijdinge en erfdelinge doe bij desen doende en aan Schout en Schepenen van Grootwaspick overgevende sijn Mattijs Mulders ende Jan Langkhuijsen als in huwelijk hebbende Caatje Mulders als kinderen en erfgenamen van Adriaan Mulders en Beatris Coninx ende dat van sodanige goederen en effecten als als haar door overlijden van de voornoemde hare ouders sijn aanbestorven en sijnde de voornoemde goedren onder haar verdeelt ende te deele gevallen als volgt

Eerstelijk soo is Mattijs Mulders bijblinde lotinge geloot gecavelt en beerfdeelt op een huijs hoff erve en delle daar agter staande en gelegen alhier in Twaalftalve Hoeve  Grootwaspick tusschen erffenisse van Cornelis Buijs oost, ende Gijsbert de Jong west Streckende uijt den zuijden vande halve hertstraat af noordwaard in tot de Cae off Grootwaspick toe ende moet uijtreijken in egalisatie van sijn bevallen lot aan Jan Lankhuijsen eene somme van vier hondertgulden op den eerste februarij 1739 Sonder langer

Ten tweede en laatsten soo is Jan Lankhuijsen bij blinde lotinge geloot gecavelt en beerfdeelt eerstelijk op eenen acker zaijlant gelegen alhier groot ontrend 2 hond belent te oosten Adriaan Hoevenaar en ten westen Cornelis Buijs streckende uijt den noorden vande halve herstraat af zuijtwaartsin tot ’t veldeken van de weduwe Mattijs de Bont toe.

En ten laatsten nog op ’t geregte een derde part van een parceel hooij ende weijlant gelegen onder Zuijdewijn Calpel gemeen en onverdeelt met Wouter Verhagen en de weduwe van . . . . . . . . . Nieuwenhuijsen sijnde in ’t geheel groot ontrent vier morgen belent ten oosten van ’t heele lant de erfgenamen van Domenic de Rooijen ten westen

de Heer van Suijdenwijn streckende uijt den zuijden van sGrevelduijn Calpel aff noordwaard in tot het half schipdiep off Oude Maasken toe en moet dit lot trecken van Mattijs Mulders voornoemt vier hondert gulden.

Verder is conditie dat partijen gesamentlijk en sulx idervoor de helft vande voornoemde goederen sullen betalen alle laste verpondingen en omslagen voor soo verre die omslagen sijn tot den lesten december 1738 incluijs sonder langer.

Aldus doorhaling soo hebben partijen malkanderen vertijd vertegen naar den regte van Zuijtholland en verklaarde den eenen tot behoeve van den anderen sijn bevallen lot te venuntieren endider sijne aangedeelde goederen te sullen aanveerden met alle wegen, stegen, dijken, dammen, straten, waterloopen, schouwen, leijen, s’Heeren chijnsen, verpondingen en dorpslasten en andere naburen regten, baten, schaden en geregtigheden van outs met regt tot ider parceel behoorend. aldus gedaan en gepasseerd ten overstaan van Adriaan Zeijlmans Schout Adriaan Boeser Huijbert Schep Schepenen in Waspick desen 6 december 1738.

Dit is t hantmerk bij Huijb Schep          selfs gestelt

ondertekening

Fol. 5re

in de kantlijn: uijtgemaakt

Staat en inventaris gedaan maken en aan schout en geregten van Grootwaspik overgegeven bij ende van wegen Anna Stevense Swart weduwe van Peeter Adriaans Scheur op geregterlijk versoek van Dirk van Disseldorp in huwelijk hebbende Adriaantje Peters Scheur en Jan van der Schans in huwelijk hebbende Johanna Peeters Scheur en dat van soodanige vaste en meubilaire goederen gelden actien en redoten als sij met den voornoemde haren man heeft gepassideert en beseten gehoet, en soo als die op t overlijden van haren man sijn geweest soo ende in manieren als volgt

Eerstelijk 5/6 parten van een huijs en erve staande engelegen alhier tusschen erffenisse van Dirk Wouterse Zeijlmans oost en noorden, west Wilbert Zeijlmans en zuijden S’Heere strate.

Nog vijff sesdeparten van eenen hoff mede gelegen alhier tusschen erffenisse van Dirk Wouterse Zeijlmans oost, west Marcelis Zeijlmans en Peeter Adriaan Boeser, zuijden Peeter Adriaan Boeser, en ten noorden den dijck.

Nog eenen dries gelegen alhier tusschen erffenisse van Denis en Thomas de Haan oost en zuijden, noorden de weduwe Jan Ewolts, en west de weduwe Jan Peeters van Ee.

Nog eenen acker zaijlant gelegen alhier op den oostenkant van vroukensvaart, belent zuijden Jacob Schep en Arien de Zeeuw d’een teijnde den anderen, en ten noorden Adriaan Bommelaar, streckende uijtten westen vande halve Vroukensvaartse greppel aff oostwaart in tot de geer of Sgrevelduijn Capel toe.

Nog eenen acker zaijlant met den moer daar aan mede gelegen alhier over de Leij, belent zuijden Jan Bredenburg en ten noorden Huijbert Schep cumsuis streckende uijtte oosten vanden Clinkert aff westwaart in tot de erve van . . . . . . . . .  toe.

Nog een parceel moergronden groot ontrent drie hont gelegen alhier tusschen erffenisse van  . . . . . . . . . . zuijden, en ten noorden en westen de armen van Sgravemoer, ende ten oosten den watersloot.

Nog het geregte een vierdepart van een partije moergrond geloot in t geheel ontrent een hont, belent oost Aart de Bont cumsuis, oost de kerk, zuijden Jan Willems Cloot cumsuis en ten noorden den armen alhier.

meubilaire goederen

Een kast, een etans terroor, een trog, 2 seven, een deegschuo, een keern met toebehooren, een harington, een asijnvat, scherbort, capmes, een boterteijl lepel en toemst, agt stoelen, een agt kante tafel, een torfton, een vleesboom, een vleesblok, een bodt, een spaij, een ruijffel, een nek, vier vurken, een mishaak, een sigt en haak, een riethaak, twee zeijsens, twee rijven, drie haargetouwen, een vlag kijsen, een slaggeert, een baggerbeugel, een vruijwagen, een oost, een schouw en een vaarboom, een berke, een wan, twee dorsvlegels, twee tobben, een vleijston, een bijltge, een hackmes, een hamer, een bijtel, een schaaf, een nijptang, een snijbak met sijn toebehoren, twee spijkerbroeken, een asbak, twee stoven, een capstok, een schotelrek, twee lepelrecken, seventien tinne lepels, drie tinne schotels, een tinne boterpot, mostertpot, pispot, ene com, een tinne tafelbort, twee copere ketels, een copere melkkan en aker, een dito kandelaar, twee dito blakers, een dito schuijmspaan, een haal, een lenghaal, een roostel, een aalspot, een vleijsvork, een lantaarn, een tang, een vuurijser, en asschup, een blaaspijp, een kistje met oud ijser, seven galaije schotelen, tien dito tafelborden, vier boterschoteltjens, drie witte commen, twee galaije zoutvaten, twee oude testamenten, een nieuw testament, een kasborstel, een spiegel, een nagmant, een corfke, een paar gardijnen en een rabat, negen a tien ellen linnen, een schoorsteenkloot, een verenbedt met sijn toebehoren, een dito van duijl, twee wolle deeckens, twee bale deeckens, een kalkstock, een sak, een stroije coornvat, een lamp, dartienslaaplakens, vijff hemden, drie dassen, vijff cussensloopen, twee tafellakens, een swarte mansrock, een dito bruijne, een dito camisool en broek, twee paar dito cousen, een dito hoet, een paar schoen, een sersie hemtrock, een tiereteene ciel, een paar clompen, een linne broek, een dobbelsteene tafellaken, een paar silvere hemtknoopen, een hantdoek, twee ijsere potten, twee wateremmers, een houte el, een scheermes, een stikscheer, een clootstok, een claustok, een steene sttop, een bierkan, een aarde doofpot, eenige aarde potten, schotelen en testen, een loop en slot van een snaphaan, een cooij sijnde 8 jaars naar t overlijden van haar man verkogt voor f 14:5:8,

een hockeling vaars was waardig ontrent agtien a twintig guldens, nog eenig hooij en strooij, nog eenige torfen branthout, nog een a twee eijke boomen inden sloot, nog een a twee seijen speck, een olijkanneke, een houte zoutdoos, een ceerslaij, een spag zonder bril, een ijsere kogel, een cofferken, twee schooldoosen, 6 a 7 haspels, een spinnewiel, vijff a ses vat rog, drie a vier vat boeckweijt, ontrent twee hondert en tien guldens in gelt

nog stont te ontvangen van Adriaan van den Hoek de huur van t ackerke over de Leij, en vande drie hont moer te samen f 7:15:0

Hiertegens stonden te betalen eenige pagters en borgemeesters,

item de dootschalen,

wat de kinderen hebben genoten moet ider opgeven en den inventaris daar mede amplieren.

Aldus gedaan en opgegeven bij de voornoemde weduwe verclarende niets ter quader trouwe verswegen off agtergehouden te hebben en soo haar nog iets mogt te binnen komen, nam sij aan den inventaris daar mede te sullen amplieren en vermeerderen en presenteerden den voornoemde inventaris ten allen tijde desnoot en versogt sijnde met solemnelen eede te sullen bevestigen. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Schep en Cornelis Buijs, schepenen, in Waspik desen 22 december 1738.

in kennisse van mij

ondertekening

Fol. 6 vo

in de kantlijn: uijtgemaakt

Staat en inventaris gedaan maken en aan schout en geregten van Grootwaspik overgegeven bij Lammert Reckers en Jenneken Reckers mitsgaders Leendert Person als voogt en Pieter van Dongen als toesiende voogt over Johanna en Arien Reckers alsmede Maarten Biemans als in huwelijk hebbende Adriaantje Reckers alle kinderen en erfgenamen van Meerten Lammerden Reckers ende dat van soodanige vasten meubilaire goederen actien en credotien als den voornoemde Meerten Reckers metter doot heeft ontruijmt en naargelaten soo en in manieren als volgt,

Eerstelijk een huijs, hoff en werff groot ontrent een hont staande en gelegen alhier waar in den overledenen heeft gewoont, belent zuijden Dingena Cluijters en noorden Jan Pols, streckende uijtten westen van t ackerke van de erfgenamen van de weduwe Coenraat Baas aff oostwaart in tot de palen tusschen het ackerlant en de werff geslagen toe.

Nog de geregte helft van eenen acker zaijlant gelegen alhier, groot in t geheel ontrent vijff hont doorhaling sijnde sluijtappels geweijse verdeelt met Jan Pols die de wederhelft is competerende, belent ten zuijden van den heelen acker de weduwe Arien Cluijsters en ten noorden Jan Willemse Cloot en andere met hare dwarsackers, streckende uijtten westen vande voornoemde stede aff oostwaarts in tot den acker van Aart de Bont toe.

Nog een parceeltje moergront groot ontrent een hont, mede gelegen alhier belent ten oosten de weduwe Jan de Smit, west Wouter Boeser cumsuis zuijden Leendert Passon en ten noorden de weduwe Cornelis van Dongen.

Nog een parceeltje moergront groot ontrent een hont, mede gelegen alhier, belent ten oosten Jan dolk, westen Wouter Boeser, noorden Leendert Passon en zuijden de weduwe Cornelis van Dongen, sijnde belast met 1 ¾ voet dijk en straat inde herstraat.

Nog een parceel zaijlant groot ontrent een en een halff hont, mede gelegen alhier, belent ten oosten Jan Marcelisse Reckers, ten westen de weduwe Jan de Smit, ten zuijden de weduwe Jan de Cuijper en ten noorden de erfgenamen in desen cumsuis.

Nog een parceeltje weijlant groot ontrent een en een halff hont, mede gelegen alhier, belent oost de weduwe Cornelis van Dongen, west de weduwe Jan de Smit, zuijden de erfgenamen in desen en noorden Mels de Graaff.

Nog drie vierde parten van een hont zaijlant gelegen alhier tusschen erfenisse van Leendert Passon en de weduwe Cornelis van Dongen ten noorden.

Nog de zuijdense helft van een binnendelle gelegen alhier op de oostenkant van Vroukensvaart, groot ontrent twee hont, belent ten zuijden Thomas de Bont en ten noorden de wederhelft soo als die nu legt afgegraven, streckende uijtten westen van de halve Vroukensvaart aff oostwaarts in tot de erve van Willem Zeijlmans toe.

Nog de noordense helft van een parceelzaijlant gelegen onder s’Grevelduijn Capel, groot ontrent een en een halff hont, belent oost d’erfgenamen vande heer de Raat, west de weduwe Jan Cievits, zuijden de wederhelft van dien acker en ten noorden Anthonij Snijders, sijnde belast met den helft van een roede dijk, aande oosteijnde in den heele roede belent  oosten doorhaling Tomas de Bont en west Adriaan Claveren.

Nog den noordense helft van een binnendel gelegen alhier opden oostenkant van Vroukensvaart, groot ontrent twee hont belent ten noorden Adriaan Clavers en ten zuijden de wederhelft soo als die nu legt afgegraven, streckende uijtten westen vande halve Vroukensvaart aff oostwaarts in tot de erve van Willem Zeijlmans toe.

Nog de zuijdense helft van een parceel zaijlant gelegen onder s’Grevelduijn Capel, groot ontrent 1½  hont, belent oost erfgenamen vande heer de Raat, west de weduwe Jan Cievits, zuijden de weduwe Arnoldus de Bruijn en noorden de wederhelft van den acker sijnde belast met de westense helft van een roede dijk.

En ten laatsten nog een delle, groot ontrent drie hont, gelegen onder s’Grevelduijn Cappel, belent ten zuijden Paulus Bruijnenbaart en ten noorden Willem Potmaakers, streckende uijt den oosten van halve vaart aff, westwaart in tot de erve vande heer Dame toe.

Inkomende schulden en gereede penningen

Eerstelijk is Meerten Biemans schuldig

wegens huwelijx goet bij hem genoten

ter somme van                                               21:0:–

Nog is den selven schuldig wegens

het weijde van sijn koeijen inden

voorleden jare 1738 ter somme van             5:–:–

Nog wert voor gereet gelt gebragt de

cooppenningen gekomen van een tweejarig

swart merie paart bij de erfgenamen verkogt

voor de somme van                                       42:–:–

De gereede penningen op het overlijden

in huijs bevonden sijn met haar

gemeene communicatie aande doot

schulden uijtgegeven, dus dient

het selve alhier voor                                      memorie

Alsnog moet Lammert Reckers

inbrengen inden gemeijnen boedel tot

voldoeninge vande uijtrijkinge van t geene

sijn lot bij de deijlinge des boedels beter

is bevonden ter somme van                          130:–

meubilaire en haaffelijke goederen

 in de keuken

een laag ouwerwets kastje, een kist, een etensspinneken, een trog, een eijke tafel, twee schotelrecken, een kopere melkkan, een dito aaker, een groote coperen ketel, een schuijmspaan, een kopere vuurpan, 5 tinne schoteltjes, een tinne commeken, vijf tinne lepels, een ijsere strijkijser, 1 out spiegeltje, negen stoelen, twee ijsere potten, een haal, een koekpan, een hangijser, twee ijsere roosters, een vout hengel, een tang, een paar gardijnen, twee beddens mette hooftpeuluwen, een deeken, een baal, vijff slaaplakens, de cleederen soo van sinnen als wollen tot lijve vanden overledene behoort hebbende, sijn met gemeen genoegen van de comparanten geemploijeert tot lijve van Arien Reckers, jonste zoon vande overledene.

op de geudt

een kern, een kleijn roomtonneken, een boterteijl en lepel, een melkton, een wastob, een wateremmer, een oxhooft.

in het agterhuijs

een swart gekolt ruijnpaart out drie jaar,

een oude veule merie

twee melkkoeijen

een eenjarig oskalff

eenen boerenwagen met twee raden

een aartkar, een ploeg en eegt, een greel, een saal en ligt, 2 riecken, een groote cruijwagen, vier vurcken, een spag, een snijbak en snij, een swingeltje met den aartbeugel, nog eenig hooij en stroij waar van tot gemeen proffijt sijn en worden gevoedert de paarde en beesten hier voren genoemd.

nog den mis- en ashoop

Nog eenige rog, boekweijt en haver, dog om de geringheijt niet gemeten, nog eenigen torf en branthout

lastige en uijtgaande schulden

Eerstelijk staat te betalen aan

Marcelis Zeijlmans een obligatie

ter somme van                                               175: –: —

nog van intrest tot de 10 jannuarij 1739          23: 3: 8

nog staat te betalen aan Cornelis

Jochems Vermeijs een obligatie

ter somme van                                               100: –: —

item ten loopende jaar intrest            memorie

nog staat te betalen aan Meerten

van Oosterhout, coornmolenaar

tot Cappel                                                         7: 10: —

nog aan Meeuwis Zeijlmans over

geleverde bieren                                               7: –: —

nog aande brouwer Jasper van Selm

over geleverde bieren                           8: –: —

nog aande pagter vant hoorngelt &              11: 10: —

nog aanden pagter van t gemaal

en bieren de somme van                                  9:   4:  2

nog aan de secrets alhier over huure

anno 1738 van eenig hooglant                         2: 15: —

nog aan Paulus Bruijnenbaart wegens

en pr reste  van geleent gelt                             4:   5: —

nog aan Corstiaen Popelier over

verdient weefloon                                             2:   4: —

nog staat te betalen aan Leendert

Passon over geleent gelt aanden

overledene geleent                                           8: –: —

nog staat te betalen aan de borge-

meester van Grootwaspik dato 1736               7:  3:  4

nog aan borgemeesters dato 1737                  5:  2:  2

nog aan de borgemeesters dato 1738             8:   1: —

nog aan de borgemeesters van Capel             2: 10: —

nog comt de jongste dogter Johanna

Reckers voor een paar goude ballen

die sij tot egalisatie uijt den boedel

moet hebben ter somme van                          15: –: —

ende laatste comt Arien Reckers

jongste soon van de overledene door-

haling twee ducatons hem sijn

outoom vereert en bij den overledene

gebruijkt ter somme van                                    6:  6: —

nog staat te betalen aan Dirck

Dolk over geleverde winkelwaren                    1: 11: —

Aldus gedaan en opgegeven bij de voornoemde comparanten verclarende niets ter quader trouwe verswegen of agtergehouden te hebben en soo haar nog iets mogte te binnenkomen, namen sij aan desen den voornoemde inventaris daar mede te allen tijden te sullen vermeerderen off verminderen presenterende t selve ten allen tijde desnoots en versogt sijnde met eede te sullen bevestigen.

Aldus gedaan en gepasseert te overstaan van Adriaan Zeijlmans schout, Tomas Zeijlmans en Steven Scheur schepenen in Waspik desen 29ste jannuarij 1739

ondertekening

dit ist hantmerk bij Tomas Zeijlmans gestelt

ondertekening

Fol. 9re

Scheijdinge ende erfdelinge die bij dese doende en aan schout en schepenen van Groot Waspik overgevende sijn Lammert Reckers voor sijn selven, Maerten Biemans als in huwelijk hebbende Adriaantje Reckers voor sijn selven, Janneken Reckers voor haar selven ende Leendert Passon als testementaire voogt en Peeter van Dongen als toesiende voogt over Joanna en Arien Reckers, alle kinderen en erfgenamen van Maarten Lammerde Reckers, op den vijfden september 1738 alhier overleden bij hem in huwelijk verweckt bij Janneken Janse van Dongen. En dat van alle soodanige goederen en effecten als haar door overlijden van de voornoemden hare ouders sijn aanbestorven; ende sijn de voornoemden goederen met consent en voorweten van den schout en geregten alhier bij het trecken van blinde loten onder haar verdeelt ende  ten deele gevallen als volgt.

Eerstelijk soo is Lammert Reckers bij blinde lotinge geloot, gecavelt en beerfdeelt, eerstelijk op den huijs, hoff en werff, groot omtrent drie hont off soo groot en cleijn het selve alhier onder ‘s Grevelduijn Groot Waspik gelegen tusschen erfenisse van Dingena Cluijters zuijden en ten noorden Jan Pols streckende uijtten westen van ‘t ackerke van de erfgenamen van de weduwe Coenraat Baas af oostwaart in tot den palen tusschen het ackerlant en den werf geslagen toe.

En ten laatste nog een del, groot omtrent drie hont, gelegen onder ‘s Grevelduijn Cappel belent ten zuiden Paulus Bruijnenbaart en ten noorden de weduwe Willem Potmakers streckende uijtten oosten van de halve Willem van Gentsvaart af westwaart in tot de erve van de heer secretaris Damen toe en moet dit tot uijtreijken aan den gemeenen boedel een hondert en dertig guldens welke voor inkomende penningen op den inventaris opdat deses gepasseert sijn gebragt.

Dus alhier gehouden voor geroijeert en bekende hij 1e comparant sijn een vijfde part inden inboel en meubilaire goederen buijten die hier agter gemeijn sijn gehouden ontvangen te hebben.

Ten tweeden is Maarten Biemans als in huwelijk hebbende Adriaantje Reckers bij blinde lotinge geloot, gecavelt en beerfdeelt eerstelijk op de geregte helft van een perceel ackerlant ten oosten van ‘t huijs, hoff en werff bevallen op Lammert Reckers gelegen, alhier groot int geheel omtrent vijff hont, sijnde sluijtappels gewijse verdeelt met Jan Pols die de wederhelft is competerende belent ten zuijden van den heelen acker de weduwe Arien Cluijsters en ten noorden Jan Willemse Cloot en andere met hare dwarsackers streckende uitten westen van de voornoemden stede bevallen op Lammert Reckers volgend de palen aldaar geslagen af. Oostwaart in tot den acker van Aert de Bont toe. Onder conditie dat de stede bevallen op Lammert Reckers over dat ackerlant aff de stegh in ’t noorden den daar nevens mag stegen en wegen oostwaart de stede naar rato de dijk moeten onderhouden

Nog op een perceeltje moergront, groot omtrent een hont, mede gelegen alhier. Belent ten oosten de weduwe Jan de Smit, west Wouter Boeser cumsuis, zuijden Leendert Passon en ten noorden de weduwe Cornelis van Dongen

En laatstelijk nog op een perceeltje moergront mede gelegen alhier, groot omtrent een hont. Belent ten oosten Jan Dolk, west Wouter Boeser, noorden Leendert Passon en Zuijden Cornelis van Dongen sijnde belast met een en drie vierde parten van een voetdijk en straat in de heistraat en moet dit lot trecken tot egalisatie van Arien Reckers eene somme van twintig guldens. Nog bekende hij 2e comparant van sijn een vijfde part in den inboel en meubilaire goederen buijten die hier agter gemeijn sijn gehouden ontfangen te hebben

Ten derden soo is Janneken Reckers bij blinde lotinge geloot, gecavelt en beerfdeelt eerstelijk op een perceeltje zaijlant, groot omtrent een en een half hont, mede gelegen alhier. Belent ten oosten Jan Marcelisse Reckers, ten westen de weduwe Jan de Smit, ten zuijden de weduwe Jan de Cuijper en ten noorden de erfgenamen in desen cumsuis.

Nog op een perceeltje weijlant, groot omtrent een en een half hont, mede gelegen alhier. Belent oost de weduwe Cornelis van Dongen, west de weduwe Jan de Smit, zuijden de erfgenamen in desen en noorden Mels de Graaff.

En ten laatsten nog op vijff en seventig roeden zaijlant, mede gelegen alhier tusschen de erfenisse van Leendert Passon oost, Aart de Bont west, Adriaan Dorenboom zuijden en ten noorden de weduwe Cornelis van Dongen. Nog bekende sij 3e comparante haar een vijfde part inden inboel en meubile goederen buijten die alhier agter gemeijn sijn gehouden ontfangen te hebben.

Ten vierde soo is Leendert Passon als voogt en Peter van Dongen als toesiende voogt van Johanna Reckers en sulx ten behoeve van de voornoemde Johanna Reckers bij blinde lotinge geloot, gecavelt en beerfdeelt. Eerstelijk op den zuijdense helft van een binnendelle gelegen alhier op de oostenkant van Vroukensvaart, groot omtrent twee hont. Belent ten zuijden Thomas de Bont en ten noorden de wederhelft bevallen op Arien Reckers. Soo is die nu legt afgegraven, streckende uijtten westen van de halve vroukensvaart aff oostwaart in tot de erve van Willem Zeijlmans toe.

En ten laatsten nog op de noordelijke helft van een perceel zaijlant gelegen onders ‘s Grevelduijn Cappel, groot omtrent een en een half hont. Belent oost de erfgenamen van de heer de Raat, west de weduwe Jan Civits, zuijden de wederhelft van dien bevallen op Arien Reckers en ten noorden Anthonij Snijders sijnde belast met de oostense helft van een rooij dijk belent ten oosten van de heele roede Thomas de Bont en te westen Ad Claveren.

Nog sijn den voornoemden voogt en toesiender voor en ten behoeve van voornoemden Johanna Reckers te deel bevallen op de volgende meubilaire goederen soo als die bij de comparante in vijf egale loten waren gestelt, als namentlijk:: op een linnen bedt met den hooftpeuling, een baal, een slaaplaken, een strijkijzer, een tinne schotel, een tinne kom, twee fijne keulse schotelen, een schotelreck, een kist, een mant, een botertonneke, twee stoelen, een tinne lepel, een vurck.

Ten vijffde en ten laatsten soo sijn de voornoemden Leendert Passon als voogt en Peter van Dongen als toesiende voogt van Arien Reckers en sulx ten behoeve van Arien Reckers geloot, gecavelt en beerfdeelt. Eerstelijk op de noordelijke helft van een binnendelle gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart, groot omtrent twee hont. Belent ten noorden Adriaan Clavers en ten zuijden de wederhelft bevallen op Johanna Reckers soo als dit nu legt afgegraven, streckende uitten westen vande Vroukensvaart aff oostwaart in tot de erve van Willem Zeijlmans toe.

Nog op een zuijdense helft van een perceel zaijlant gelegen op ‘s Grevelduijn Cappel, groot omtrent een en een half hont. Belent oost erfgenamen van de heer Raat, west de wewduwe Jan Civits, zuijden de weduwe Arnoldus de Bruijn en noorden de wederhelft bevallen op Johanna reckers sijnde belast met de westense helft van een roede dijk leggende als op den post van Johanna Reckers is gesegt en moet dit lot uijtreijken aan Maarten Biemans eene somme van twintig guldens.

En ten laatsten soo sijn de voornoemden voogden voor reeckening vanden voornoemden Arien Reckers nog bevallen op een somme van ses guldens, een stuiver, agt penningen waar voor sij voogden met communicatie van schout en geregten sijn gedeelte vande meubilen goederen hebben verkogt.

Wijders houden sij comparanten gesamentlijk metten anderen gemeijn, onverdeijlt de volgende goedederen die op den inventaris sijn gebragt en niet verdeelt als namentlijk: de inkomende en uijtgaande schulden en actien, een swart gekolt ruijnpaart, out 3 jaar, een oude veule merie, twee melckkoeijen, een eenjarig oskalf, eenen wagen met twee raden, een ploeg een eegt, een aartkar, een saal en ligt, een graal en toom, een snijbak en snij, mitsgaders, het hooij, strooij met de mis en ashoop.

Verder is conditie dat sij comparanten gesamentlijk sulcx uijt den gemeenen boedel sullen betalen alle lasten, verpondingen en omslagen voor soo verre die omgeslagen sijn tot den lesten december 1738 incluijs sonder langen.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar de regte van ZuijtHollant en verclaarde den eenen tot behoeve vanden anderen van sijn aanbedeelde goederen te renuntieren ende ider sijne aanbedeelde goederen te sullen aanvaarden met alle sijne wegen, stegen, dijken, dammen, straten, waterloopen, schouwen, leijen, ‘s Heeren chijnsen, verpondingen, dorpslasten en andere naburen regten, baten, schaden en geregtigheden met regt tot den perceel behoorende. Alsus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Thomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepen in Waspick deses 29 jannuarij 1739

Dit ist kruis hantmerk bij Thomas Zeijlmans gestelt.

Fol. 10 vo

Staat en inventaris gedaan maken en aan schout en geregten overgegeven bij Maria Janse Ruijkhaver weduwe van Hendrik Corstiaansen Reckers en dat van soodanige goederen en effecten als sij met den voornoemde haren overledenen man heeft beseten gehadt; als volgt:

Eerstelijk een driesken gelegen alhier , tusschen erffenisse van Maria Corstiaanse Reckers zuijden, ten noorden en ten oosten de weduwe Freijs Lammerden Reckers en ten westen Jan Gijsbertse Coninx cum suis, sijnde belast met een halve roede dijk.

Nog het geregte een vierde part van een parceeltje moergront gelegen alhier op den westenkant vande doorhaling moer van Jan Meertens Dolck.

Nog een drieske gelegen onde ’s-Grevelduijn Capel, belent te noorden Huijbert Reckers, ten westenHuijbert Schep, zuijden Dirk vanden Hoek cum suis , en oosten erfgenamen van de weduwe Peter Corsten Glavimans

Voorts de Cleederen van linnen en wollen tot de mans lijve behoort hebbende.

Meubilaire goederen en sijnder niet alsoo sij tot dato deses bij haar vader heeft gewoont.

Aldus geinventariseert naar t opgeven van de voornoemde Maria Janse doorhaling Ruijkhaver verclarende sulx naar de waarheijt bij haar alsoo te sijn opgegeven en presenteerde het selve ten allen tijde des noots en versogte sijnde met eede te sullen bevestigen . Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Schep en Cornelis Sagt, schepenen, desen 30ste jannuarij 1739

in kennis van mij

ondertekening

dit is rondje met verticale streep erdoor t handmerk bij Huijbert Schep gestelt

Fol. 11 re

in de kantlijn: uijtgemaakt 1751

Op huijden de 30ste jannuarij 1739 compareerde voor ons schout en schepenen van Grootwaspik enz. ondergenoemt, Maria Janse doorhaling Ruijkhaver weduwe van Hendrik Corstiaanse Reckers woonende alhier ter eenre, ende Jan Corstiaense Reckers als aangestelden voogt ende Jan Wouterse Ruijkhaver als grootvader en toesiende voogt van de vier onmondige weeskinderen vande voornoemde Maria Ruijkhaver bij haar in huwelijk verweckt bij Hendrik Corstiaense Reckers voornoemd met name Barbara, out agt jaren, Helena, out ontrent seven jaar, Elisabeth , out ontrent vier jaar, en Cristiaan, out ontrent een jaar, ter andere seijde.

Ende sijn de voornoemde comparanten in hare voorneoemde qualiteijten met consent en ten overstaan van schout en geregten alhier, naar alles wel overwogen en den staat van inventaris des boedels ingesien te hebben, metten anderen veraccodeert en verdragen invoegen en en manieren als volgt, te weten: dat de eerste comparante in vollen eijgendom sal hebben en blijven behouden alle de goederen en effecten die sij metten voornoemde haren man heeft beseten, gehat en nog besittende is, soo wel active als passive, en sulcx geene uijtgesondert, omme daar mede gedaan en gehandelt te worden als met haar brijen eijgengoet, sonder bekroon van imant; onder dese speciale conditie nogtans dat de eerste comparante gehouden en verbonden blijft hare voornoemde kinderen op te voeden en te alimenteren in kost en dranck, cleedinge en reedinge soo wel sieck als gesont, egeenen tijt van perijkel uijtgesondert , deselve te laten leeren lesen en schrijven, en een goet hantwerk of ander exercitie te laten leeren, waar toe deselve naar den staat des boedels best bequaam sullen bevonden worden, en dat tot haren mondigen dage, huwelijken off anderen geapprobeerden state toe, als wanneer sij daar en boven sal gehouden wesen aan ider van deselve uijt de reijken en voldoen eene somme van ses guldens eens sonder meer in voldoeninge van hare vaderlijke goederen off legitime portie.

Tot naarkominge en prestatie van alle het geene voorseijt staat verclaren sij comparanten te verbinden hare persoonen en goederen present en toekomende egeene exempt deselve stellende onder verbant en bedwanck als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert te overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Schep en Cornelis Sagt, schepenen.

in kennise van mij

ondertekening

dat merk is bij Huijbert Schep “rondje met verticale streep” gestelt

Fol. 11 vo

indekantlijn: uijtgemaakt op segel van 24 sts

Scheijdinge ende erfdeelinge die bij desen doende en aan schout en schepenen van Grootwaspik overgevende sijn Anna Stevens Swart weduwe Peeter Scheur ter eenre ende Steven Peetersen Scheur, Dirck van Disseldorp als in huwelijk hebbende Adriaantje Peeters Scheur ende Jan van der Schans als in huwelijk hebbende Johanna Peeterse Scheur, kinderen en erfgenamen van Peeter Adriaanse Scheur en voornoemde Anna Stevense Swart ter andere seijde ende dat van soodanige goederen en effecten als Peeter Adriaanse Scheur ende de voornoemde Anna Stevense Swart te samen staande huwelijck hebben beseten gehat, en sij eerste comparante den selven boedel tot nog toe besittende as soo ende in manieren als volgt

Eerstelijk soo is Anna Stevens Swart weduwe van Peeter Adriaanse Scheur geloot, gecavelt en beeerfdeelt eerstelijk op vijff sesdeparten van een huijs en erve staande en gelegen alhier tusschen erffenisse van Dirk Wouter Zeijlmans oost en noorden, west Wilbert Zeijlmans en zuijden sheere strate, als mede nog op vijff sesdeparten van eenenhoff mede gelegen alhier, tusschen erffenisse van Dirk Wouterse Zeijlmans oost, west Marcelis Zeijlmans en Peeter Adriaanse Boeser, zuijden Peeter Adriaans Boeseren ten noorden dijck, item nog op een partije (er boven geschreven: het geregte part van) moergront mede gelegen alhier groot ontrent een hontin t geheel belent oost Aart de Bont cumsuis, west de kerk alhier, zuijden Jan Willemse Cloot cumsuis en ten noorden den den armen alhier, alsmede nog op den Imboel, soo van huijsraat, linnen en wollen, gelt, got, silver, gemunt en ongemunt, actien en crediten haaf als anders niets uijtgesonden soo als sij het met haren overleden man heeft beseten gehat; en is het selve geweerdeert op de somme van vier hondert twee en veertig guldens vijff stuivers.

doorhaling Nog op eenen dries mede gelegen alhier tusschen erffenisse van Denis en Thomas de Haan oost en zuijden, noorden de weduwe Jan Cievits, en west de weduwe Jan Peeterse van Ee, en is geweerdeert op de somme van drie hondert guldens.

En ten laatsten nog op eenen acker zaijlant mede gelegen alhier op de oostenkant van Vroukensvaart, belent zuijden Jacob Schep en Arien de Zeeuw, d’een teijnde den anderen en ten noorden Adriaan Bommelaar, streckende uijt den westen van de halve Vroukensvaartse doorhaling greppel af, oostwaarts in tot den geer of s’Grevelduijn Cappel toe, en is geweerdeert op de somme van vier hondert vijf en ’t seventig guldens, en moet in egalisatie vanden boedel uijtreijken aan hare kinderen de somme van twee hondert vier en dertig guldens binnen den tijt van ses weecken naar dato deses.

Hier tegens soo sijn Steven Scheur, Dirk van Disseldorp als in huwelijk hebbende Adriaantje Scheur en Jan van der Schans als in huwelijk hebbende Johanna Scheur geloot gecavelt ende beerfdeelt eerstelijk op een parceeltje zaijlant metten moer daar aan gelegen alhier over de Leije, belent ten zuijden Jan Bredenburg en ten noorden Huijbert Schep, cumsuis, streckende uijtten den oosten vande clinkert aff westwaart en toot de erve van . . . . . . . . . .  (geen naam ingevult) toe en is geweerdeert op de somme van twee hondert guldens.

Nog op een parceel moergronden groot ontrent drie hont mede gelegen alhier tusschen erffenisse van . . . . . . . . .  (geen naam genoemd) zuijden en ten noorden en westen den armen van ’s-Gravenmoer en ten oosten de westensloot, en is geweerdeert op de somme van een hondert guldens.

En ten laatsten nog op de somme van twee hondert vier en dertig guldens die sij van hare moeder als hier voren is gesegt moeten trecken.

Nog so sijn Dirk van Disseldorp en Jan van der Schans bevallen op een somme van vier hondert guldens die sij uijt den boedel hadden genoten en waar tegens Steven Scheur  uijt dat lot moet trecken voor uijt gelijcke twee hondert guldens.

Verder is conditie dat de eerste comparante sal moeten betalen alle de schulden die tot lasten van den boedel soude mogen sijn tot desen dage toe en daar tegens sal trecken alle de proffijtelijke schulden die eenigsients aanden boedel behooren.

Aldus soo hebben partijen malkander en vertijt vertijt en vertegen naar den regten van Zuithollant en verclaarden den eengen ten behoeve van den anderen van sijn aanbedeelden ider sijne aangedeelde goederen te sullen aanvaarden met alle sijne wegen, stegen, dijken, dammen, straaten, waterloopen, schouwen, leijen ’s heeren chijnsen, verpondingen, dorpslasten en andere naburenregten, baten, schaden en geregtigheden met regt tot der parceel behoorende. Alsoo is gedaan en gepasseert te overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Cornelis Buijs, schepenen in Waspik desen 5e februarij 1739

In kennisse van mij

ondertekening

Fol. 12 vo

in de kantlijn: uijtgemaakt op segel van 24 sts

Compareerde ter secretariie van Waspik Steven Peeterse Scheur en bekende door Dirk van Dusseldorp en Jan vander Schans vande nevenstaande uijtreijkinge ter somme van vier en tnegentig guldens voldaan te sijn den eersten penning met den lesten, actum Waspik den 31e  maart 1739

Scheijdinge en smaldeelinge die bij desen doende  ende van schout en schepenen van Grootwaspik overgevende sijn Steven Peeterse Scheur, Dirk van Disseldorp als in huwelijk hebbende Adriaantje Scheur ende Jan vander Schans als in huwelijk hebbende Johanna Peters Scheur ende dat van alle en soodanige goederen als haar door overlijden van haar vader sijn aanbestorven en op datsoo deeses volgens de afdeelinge hier voren met hare moeder gehouden sijn aangedeelt soo ende in manieren als volgt:

Eerstelijk soo is Steven Peeterse Scheur geloot gecavelt en beerfdeelt eerstelijk op een somme van tweehondert vier en dertig guldens die Anna Stevens Swart weduwe van Peeter Scheur moet uijtreijcken binnen ses weken naar dato deses, en nog op eensomme van vier en tnegentig guldens die hij moet ontfangen van Dirk van Disseldorp en Jan vander Schans in qualiteijt voornoemd mede binnen den tijt van ses weecken na dato deses en sulx te samen de somme van 328 guldens waar op sijn aandeel voor sijn vaders goet is begroot en waar, nadat hij verclaart  te nemen genoegen.

Hier tegens soo sijn Dirk van Disseldorp en Jan van der Schans in qualiteit voorschreven en sulx ider voor de helft boven de vier hondert guldens bij haar genoten nog geloot  gecavelt en beerfdeelt eerstelijk op een parceel zaijlant met den moer daar aan, gelegen alhier over de leije, belent ten zuijden Jan Bredenburg en ten noorden Huijbert Schep cum suis, streckende uijtten oosten van den Clinckert af westwaart in tot . . . . . .  toe.

En ten laatsten nog op een parceel moergronden, groot ontrent drie hont, gelegen alhier tusschen erffenisse van . . . . . . . . . . (geen naam ingevuld) zuijden, ten noorden en westen den armen van ’s Gravenmoer, en ten oosten de de watersloot; mets ses weecken naar dato deses eene somme van vier en tnegentig guldens.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijt en vertogen naar den regten van Zuijthollant en op malkanderens niets meer te pretenderen te hebben dan voorsegde staat en den eenen tot behoeve vanden anderen daar van te renuntieren en ider sijne aangedeelte te sullen aanvaarden met soodanige lasten en servituten als daar toe van ons sijn behoorende. Aldus gedaan en gepassert te overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Cornelis Buijs, schepenen in Waspik, desen 5e februarij 1739

In kennisse van mij

Fol. 13 re

in de kantlijn: uijtgemaakt op segel van 12 sts

Op huijden den 24e februarij 1739 soo compareerde voor ons schout en schepenen van ’s Grevelduijn Grootwaspik enz.  ondergenoemt Anna Stevens Swart weduwe van Peeter Adriaans Scheur woonende alhier ter eenre ende Steven Peeter Scheur, meerderjarige soon vande voornoemde Anna Stevens Swart ter andere sijde te kennen gevende sij comparanten dat sij met den anderen waren veraccordeert en verdragen in manieren alsvolgt: te wetendat de eerste comparante aan de voornoemde haren soon in vollen en vrijen eijgendom overgeeft ende ten behoeve van hem afstand doet van alle hare goederen soo roerend als onroerend actieven en crediten eëgeene vandien uijtgesondert omme daar mede bij hem gedaan en gehandelt te worden als met sijn vrijen eijgen goet onder dese conditien nogtans dat hij gehouden en verpligt sal sijn de voornoemde moeder haar levenlang gedurende te onderhouden in cost en drank cleedinge en reedinge  soo van linnen als wollen soo wel siek als gesont egeener tijd van perijkel uijtgesondert en dat soo sij comt te sterven hij haar ordentelijk sal moeten laten begraven waar voor alle de goederen en effecten die de eerste comparante aanden tweede comparant overgeeft wel speciaal blijven verbonden en veronderpant tot naar kominge van t geene voorzegde staat verklaren sij comparanten te verbinden hare persoonen en goederen present en toekomende geene daar van gereserveert die alle stellen ten bedwang als om regten aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Cornelis Buijs, schepenen in Waspik.

in kennise van mij.

Fol. 13 vo

in de kantlijn: uijtgemaakt op segel van 3 gl

Op huijden den 9e maart 1739 compareerden voor ons schout en schepenen van ’s Grevelduijn Grootwaspik en Twaalftalve hoeve ondergetekende Maria Adriaans de Zeeuw weduwe en boedelhoudtser van zaliger Jan Wouters Verschuren woonende alhier ten eenre, Wouter Verschuren, Adriaan Verschuren, Peeter Verschuren, Johannis Verschuren, Huijbert Melisse Otjens  als in huwelijk hebbende Adriaantje Verschuren ende Johanna Verschuren weduwe van  Lammert Adriaans Zeijlmans, alle woonende alhier en alle kinderen vande voornoemde Maria de Zeeuw weduwe van Jan Wouters Verschuren ter andere sijde ende verklaarde sij comparanten omme alle verschillen en oneenigheden die tusschen de 2e comparanten naar doode vande 1e comparante soude konnen ontstanen voor te komen ende te verhoeden en en omme dat de 1e comparante vermits hare hooge jaren van ’t administreren van hare vaste goederen soude sijn ontslagen en ontheft te sijn over een gekomen en veraccodeert  in voegen en mannieren als volgt: eerstelijk soo verklaarde sij 1e comparante ten behoeve van hare cinderen de tweede comparantenin desen te renuntieren en af te gaan van alle hare vaste en onroerende goederen soo als die bij haar en haren overleden man tot nogtoe sijn beseten geweest mits dat sij de obligatien actien en crediten voor haar behout hoe dat die ook genaamt mogen sijn onder dese speciale conditie nogtans dat ider van de comparanten aan haar jaarlijks sullen moeten uijtreijken en voldoen eene somme van vijfftien guldens en sulx voor haar sessen eene somme van tnegentig gulden waar van ’t eerste jaar sal verschijnen op den 1e jannuarij 1740 ende sal sulx alsoo jaarlijks moeten blijven continueren soo lamge als de 1e comparante leeft en sullen de tweede comparanten de voornoemde uijtereijkinge uijtterlijk ses weken naar den verschijndag moeten voldoen waar voor ider sijn aanbedeelde portie oft lot wel speciaal blijft verbonden en veronderpant en soo imant in gebleece bleef om prompt sijne jaarlijkse uijtreijkinge op de voornoemde gesette tijd te voldoen sal ’t de eerste comparante ten allen tijden vrijstaan omme soodanigen gebreeckigen sijn aanbedeelde lot weder naar haar te nemen sonder bekroon off tegenseggen vandien die in gebreecke blijft en soo lange sij leeft aan haar selven behouden en sal ider vande 2e comparanten van hareaanbedeelden portie promt moeten betalen alle ordinaire en extraordinaire verpondingen en omslagen die tot lasten van ider parceel omgeslagen en gemaant souden mogen worden als ook moeten maken de dijken, straten, waterloopen en cadenstot ider parceel behoorende volgens de ceuren en schouwen van de schout en geregten alhier. Verder is conditie dat de eertse comparante in het huijs op de kelderkamer soo lange als sij leeft sal mogen blijven woonen en dat sij plaats in ’t agterhuijs sal mogen hebben om haar provisie van turf en branthout te mogen leggen mits dat sij daar voor jaarlijks aanden eijgenaar van ’t huijs sal mede betalen off laten corten tien gulden sonder meer en soo sij resolveerde om op een andere plaats te gaan woonen sal sij geen huur verschuldigt sijn ? dog sal altijd weder op de kamer mogen komen woonenals ’t haar belieft.

Is nog een conditie dat de tweede comparanten in desen haar haarlieden?? aanbedeelde goederen soo als die hier naar sullen worden verdeelt niet sullen mogen verkoopen veraliëneren off vertransporteren soo lange de eerste comparante leeft dan met consent van de gesamentlijke comparanten  ende sijn dan de voornoemde goederen met consent en op speciaal versoek van de 1e comparante onder de tweede comparanten verdeelt ende te deele gevallen als volgt:

Eerstelijk soos is Wouter Verschuren bij ’t trecken van blinde loten geloot gecavelt en beerfdeilt eerstelijk op twee geerden hooij ende weijlant gelegen inden polder alhier in een stuk van ses geerden gemeen en onverdeelt met Johannes Verschuren en Huijbert Melisse Otgens die op de resterende vier geerden sijn bevallen, belent ten oosten vande heele ses geerden Heijltje Peeters Zeijlmans weduwe Wouter Stevens Zeijlmans en ten westen de voornoemde weduweWouter Stevens cum suis, streckende uijtten zuijden vanden caesloot aff noordwaards in tot den halven schaijsloot toe.

Nog ’t geregte een vierde part van eenen acker zaijlant metter veldken daarteijnde gelegen onder Twaalftalve Hoeve Grootwaspik, sijnde groot anderhalven moeracker waar van de andere drie vierde parten toebehooren Laureijs van Dongen cum suis, belent Ten oosten vanden heelen acker Bastiaan Vassen en ten westen Peeter vanden Berg cum suis, streckende uitten noorden vande halve herstraat aff zuijtwaard in tot ’t oude vaartje toe.

En ten laatste nog op ’t geregte een vierde part van een moerveldeken gelegen onder Twaalftalve Hoeve Grootwaspik waar vande andere drie vierde parten toebehooren Laureijs van Dongen cum suis, belent ten oosten van van ’t heele veldeken Jan Janse de Bont en ten westen ’t velt van Jan Pardaan, streckende uijt den noorden van ’t oude vaartje aff zuijtwaard in tot ’t cloostersgoet van Santroosens nu Michiel van Iersel toe.

Ten tweede soo is Adriaan Verschuren bij blinde lotinge geloot gecavelt en beerfdeelt eerstelijk op de geregte helft van negentiende parten van drie drie vierde geert hooij ende weijlant gelegen inden polder alhier, waarvan ’t resterende eentiende part toebehoort ’t kint van Johanna van Dun in een stuk van seven en een halve geert bedeelt op den oostenkant en Jan Peeters Zeijlmans met de wederhelft op den westenkant, belent ten oosten vande heele seven en een halve geert Marijnis Elimdus cum suis en ten westen Antonij Matijsse Coninx cum suis, streckende uijt den zuijden vanden caesloot aff noordwaart in tot den halven schaijsloot toe.

Nog op de geregte helft van eenen acker zaijlant mede gelegen alhier in Twaalftalve Hoeve Grootwaspik waar van de wederhelft mede is bevallen op Johanna Verschuren, belent ten oosten vanden heelen acker Jan Nobel en ten westen de weduwe Adriaan Blankers, streckende uijt den noorden vanden bijster vande weduwe Adriaan Blankers aff zuijtwaard in tot Cuijpers leije toe.

En ten laatsten nog op een vijffde part van eenen bijster en driesen mede gelegen alhier gemeen en onverdeelt met den selven Adriaan Verschuren, Laureijs van Dongen en andere, belent ten oosten vanden heelen bijster en driesen de weduwe Adriaan Coninx voor de watergang en over de watergang Antonij Mattijsse Coninx en westen ’t gemeen Bas Flip Slijkers en Peeter van Waspik déen teijnde den anderen, streckende uijt den noorden vande halve herstraat aff zuijtwaard in tot den acker van Antonij Coninx toe.

Ten derde soo is Peeter Verschuren bij ’t trecken van blinde lotinge geloot gecavelt en beerfdeelt eerstelijkop een huijs, hoff en erve staande en gelegen alhier tusschen erffenisse van Huijbert Peeterse Verschuren en Johannis Jans Verschuren west en Arnoldus Verstegen oost, streckende uijtten noorden vanden halve herstraat aff en ’t erff van Joost van Vugt aff zuijtwaard in tot den halven watergang toe.

Nog op eenen bijster en dries met het ackerlant en veldeken daar teijnde, belent ten oosten vandenbijster en dries Jan Janse van Tichel en ten westen Huijbert Peeters Verschuren en Jan Janse Verschuren en den acker, sijnde sluijtappels gewijse gedeelt, belent ten oosten van ’t noordense blok Arien Marcelisse Coninx en west Jan Jans van Tichel, van ’t middelste blok oost Huijbert Verschuren cum suis en west Jan van Tichel  en van zuijdense blocxke oost Huijbert Verschuren cum suis en west Adriaan Vassen als mede de westense helft van ’t veldeken teijnde den acker, streckende in voegen voorszegt vanden halven watergang aff zuijtwaard in tot Cuijpers leije toe, soo en in dier voegen als ’t bij Jan Wouters Verschuren tot nogtoe is gebruijkt en bij den selven en Peeter Wouters Verschuren en Jan Janse van Tichel op den 4e junij 1697 is verdeelt ingevolge de deijlinge voor schout en schepenen alhier gepasseert  waartoe verder wert gerefereert.

Ten vierde soo is Johannis Verschuren bij blinde lotinge geloot gecavelt  en beerfdeelt eerstelijk op twee geerden hooij en weijlant, gelegen inden polder alhier in een stuk van ses geerden gemeen en onverdeelt met Huijb Melisse Otgens en Wouter Verschuren die op de resterende vier geerden sijn bevallen, belent ten oosten vande heele ses geerden Heijltje Peeters Zeijlmans weduwe Wouter Stevens Zeijlmans en ten westen de voornoemde weduwe Wouter Stevens cum suis, streckende uijt den zuijden vanden caesloot aff noordwaards in tot den halven schaijsloot toe.

Noge een parceel zaijlant gelegen in ’s Grevelduijn Grootwaspik inde lange ackers tusschen erffenisse van Seger Swalp oost en west d’erfgenamen van Willemijn Jans weduwe Jan Vos, streckende uijt den zuijden vande korte ackers aff noordwaart in tot den acker van de weduwe Joost van Vugt toe.

En ten laatste nog op drie vierde parten van een binnenbijster mede gelegen alhier gemeen en onverdeelt met Arien de Zeeuw, belent ten oosten Gijsbert van Malsem cum suis, en ten westen Huijbert de Ruijter, streckende uijt den zuijden vande ackers aff, noordwaard in tot den dwarssloot aande wiel oft de erve  van Arien de Zeeuw cum suis toe.

Ten vijffden soo is Huijbert Melisse Otgens als in huwelijk hebbende Adriaantje Verschuren bij ’t trecken van blinde loten geloot gecavelt en beerfdeelt eerstelijk op twee geerden hooi en weijlant gelegen inden polder alhier in een stuk van ses geerden gemeen en ongedeelt met Johannis Verschuren en Wouter Verschuren die opde resterende vier geerden sijn bevallen, belent ten oosten vande heele ses geerden heijltje Peeters Zeijlmans weduwe Wouter Stevens Zeijlmans en ten westen de voornoemde weduwe Wouter Stevens cum suis, streckende uijt den zuijden vanden caesloot aff noordwaards in tot den halven schaijsloot toe.

Nog op ’t geregte een vierde part van eenen acker zaijlant metter veldeken daat teijnde gelegen onder Twaalftalve Hoeve Grootwaspik sijnde groot anderhalve moer acker waarvan de andere drie vierde parten toe behooren Laureijs van Dongen cum suis, belent ten oosten van vanden heelen acker Bastiaan Vassen en ten westen Peeter van den Berg cum suis, streckende uijt den noorden vande halve herstraat aff zuitwaard in tot ’t oude vaartje toe.

En ten laatsten nog op ’t geregte een vierde part van een moerveldeken gelegen onder Twaalftalve Hoeve Grootwaspik, waar vande andere drie vierde parten toebehooren Laureijs van Dongen cum suis, belent ten oosten van ’t heele veldeken Jan Janse de Bont en ten westen ’t velt van Jan Pardaan, streckende uijt den noorden van ’t oude vaartje aff zuijtwaard  in tot ’t cloosters goet van Santvooren nu Michiel van Iersel toe.

Ten sesden soo is Johanna Verschuren weduwe van Lammert Zeijlmans bij blinde lotinge geloot gecavelt en beerfdeelt eerstelijk op de geregte helft van negen tiende parte van drie vierde geert hooij ende weijlant, gelegen in de polder alhier waar van ’t resterende een tiende part toe behoort ’t kint van Johanna van Dun in een stuk van seven en een geert, bedeelt op den oostenkant en Jan Peeters Zeijlmans met de wederhelft op den westenkant belent ten oosten vande heele seven en een halve geert Marijnis Elemans cum suis, en ten westen Antonij Matijsse Coninx cum suis, streckende uijtten zuijden vande caesloot aff noordwaard in tot den halven schaijsloot toe.

En ten laatsten nog op de geregte helft van eenen acker zaijlant mede gelegen alhier in Twaalftalve Hoeve waar vande wederhelft is bevallen op Adriaan Verschuren, belent ten oosten vanden heelen acker Jan Nobel en ten westen de weduwe Adriaan Blankers, streckende uijtten noorden vanden bijster vande weduwe Adriaan Blankers aff, zuijtwaard in tot Cuijopers leije toe.

Tot naarkominge en prestatie van alle ’t gene voorscreven staad, verclaarde sij comparanten gesamentlijk te verbinden en ten onderpand te stellen alle hare goederen hier voren aan ider aanbedeelt en voorts hare personen en goederen present en toekomende egeene uijtgesondert deselve stellende onder verbant en bedwang als na regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert  en Cornelis Sagt, schepenen in Waspikop dato voorszegt.

ondertekening

in kennise van mij

dit ist rondje met vert. streep merk bij Huijbert Schep gestelt

Fol. 15 vo

in de kantlijn: uijtgemaakt

Inventaris gedaan maken ende aan schout en schepenen van Grootwaspik overgegeven bij Aert Vrint weduwnaar van Barbara Broekhoven, woonende alhier en en dat van soodanige goederen en effecten als hij met de voornoemde sijne huisvrouw zaliger is besittende geweest en nog besittende is soo en in manieren als volgt:

Eerstelijk een huijs, hoff, erve en delle staande en gelegen alhier tusschen erffenisse van Aart van den Heuvel oost en de weduwe Cornelis Hendriksen Schoenmakers of haar soon westen, streckende uijt den zuijden van de halve herstraat aff noortwaart en tot de cae toe, sijnde belast met een custingbrief van veertien hondert en vijftig guldens,

en daar in bevonden

twee veersbedden met sijn toebehoren,

4 paar slaaplakens, 2 deeckens,

4 paar hooftfluwijnen, 1 ledikant,

een kas met een aarde stelsel

3 tafels en een werrik tafel

1 txerakje, 1 spiegel, 2 scheldergen

2 kapstocken, 1 blaijke, 2 schenkborden

1 schotelrek met eenige aarde schotelen en borden

5 tinne schotelen groot en cleijn

1 koperen bedpan, 3 do cetals groot en cleijn

1 koperen teeketel, 1 tinne trekpot en eenig teegoet

1 etens spindeken, eenige stoelen

t geene inden winkel is, is is ontrent waardig 20 gls

2 ijsere potten, 1 staande ijsere plaat, 1 vuurijser

1 tang, 1 roostel, eenige tinne lepels

Nog een parceeltje lant en bossen gelegen onder Dongen waar op uijtegaateen rente van 22 gls sjaars en waar van seven a agt jaren sijn verloopen, sijnen ontrent de waarde van dien, dus memorie

verdere lastige schulden

Eerstelijk een obligatie van 550 gls capitaal sprekende ten behoeve van (iets erboven geschreven) Martinus Ackerdijck tot 4 procento van interest en sijnde van dato den 20 jannuarij 1727 waar op twee jaar interest sijn verloopen.

Nog staan in Hollant en elders te betalen verscheijden schulden die hij niet pertinent kan opgeven, dus memorie.

Aldus gedaan en geinventariseert naar t opgeven vande Aart Vrint verclaarende sulx gedaan te hebben naar waarheijt sonder ter quader trouwe jets verswegen of agter gehouden te hebben. Actum ter presentatie en overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Cornelis Buijs, schepenen, desen 5e meij 1739

ondertekening

in kennisse van mij

Fol. 16 re

inde kantlijn: uijtgemaakt

Op huijden den 5e maij 1739 compareerde voor ons schout en schepenen van Grootwaspik ondergenoemt Aart Vrint weduwnaar van Berbara Broekhoven ter eenre; ende Jan Vrint als aangestelde voogt en Wouter Maas als toesiende voogt vande drie onmondige weeskinderen vande voornoemde Aart Vrint bij hem in huwelijk verweckt aan Berbara Broekhoven voornoemt met name Sijmen, out ontrent 9 jaren, Arnoldus, out ontrent seven jaren ende Jan, out ontrent een jaar, ter andere seijde:

Ende sijn de voornoemde comparanten in hare voornoemde  qualiteiten (met consent en ten overstaan van schout en schepenen alhier) naar alles wat overwogen en den staat en inventaris des inboedels ingesien te hebben metten anderen veraccrdeert en verdragen invoegen en manieren als volgt te weten dat den eersten comparanten alle de goederen en effecten die hij mette voornoemde sijne huijsvrou heeft beseten gehat en nog besittende is, soo wel active als passive, en sulx geene uijtgesondert omme bij hem daar mede gedaan en gehandelt te worden als met sijn vrij eijgen goet, sonder bekroon van imant, onder dese speciale conditie nogtans dat den 1e comparant gehouden en verbonden blijft sijne voornoemde kinderen op te voeden ende te alimenteren in cost en drank, cleedinge en raedinge, soo wel siek als gesont egeenen tijt van parijkel uijtgesondert deselve te laten leeren lesen en schrijven en een goet handwerk off ander exercitie te laten leeren, waar toe deselve naar den staat des boedels best bequaam sullen bevonden worden en dat tot haren mondegen dage, huwelijken off anderen geapprobaerde state toe, als wanneer hij daar en boven sal gehoude sijn aan ider van deselve uijt te reijken en voldoen eene somme van vijff guldens eens sonder meer in voldoeninge van hare vaderlijke goeden off legitime portie.

Tot naarkominge en presentatie van alle het geene voorschreven staat, verclaren sij, comparanten, te verbinden hare persoonen en goederen present en toekomende, egeene exempt deselve stallende onder verbant en bedwang als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Conincks en Cornelis Buijs, schepenen.

in kennisse van mij

Fol. 16 vo

 in de kantlijn: uijtgemaakt

Inventarisatie gedaan maken en aan schout en schepenen van Grootwaspik overgegeven bij Adriaantje van der Laar, huijsvrouw van Aart Schouten, woonende tot Raamsdonk en Cornelia van der Laar weduwe van zaliger Rombout van Emmelen ende dat van soodanige goederen en effecten als hare moeder Adriaantje van Gorcom, weduwe van Jochem van der Laar, metter doot heeft ontruijmt ende naargelaten soo en in manieren als volgt:

Eerstelijk een huijs, hoff en erve staande en gekegen alhier tusschen erffenisse van Reijnier Boom oost en Jasper van Selm west, streckende uijtten zuijden van de halve herstraat af noortwaart in tot het kerkhoff toe.

Nog ses geerden lant gelegen inden polder alhier, belent oosten Huijbert van Hassel en ten westen den armen alhier, streckende uijtten zuijden vanden caesloot af noortwaart in tot den halve schaijsloot toe.

Nog een buijtendele gelegen alhier op den westen kant van Vroukensvaart, groot ontrent vier hont, belent ten zuijden Johanna Zeijlmans en ten noorden de erfgenamen van Adriaan Pols, streckende uijt den oosten van de halve Vroukensvaart af westwaart in tot den halven sloot vande del van Arnoldus van Son toe.

meubilaire goederen

2 stucken linne op de bleijk, groot ontrent 60 ellen, 2 bedden en hooftpeuluwen, 3 hooftkussens, 3 wolle deeckens, 2 gordijnen voor de bedtste en 1 rabat, 1 teerek en daar in 5 schoteltjes , 2 kopjes en twee trekpotten, soo gebroken als ongebroken,

1 tinne waterfles, 1 tinne waterpot, 1 spatkom, 1 bloempot, 1 paar schoen en 2 paar muijlen, 1 copere bedtpan met een ijsere steel, 2 lepelreckjes, 15 tinne lepels, 1 schotelreck, 7 galaije schotelen, 7 tinne schoteltjes, 1 tinne kommeke, 1 tinne mostertpot, 1 tinne boterpot, 1 tinne teepot, 1 kamerbordt, 1 Keuls kanneke, 1 galaije kanneke met 1 tinne decksel, 1 witte com, een wit olijkanneken, 1 schulpschotel, 1 galaije schptel, 1 schotelrek met 6 witte borden, 1 spiegel, 1 copere lamp, 1 blicke teebus, 1 schriflaaij, 1 blicke gieter, 1 copere panneke met ijsere steel, 1 coxke, 1 etens spint, 1 lantaarn, 1 houte kandelaar, 1 strijkijser en roosteltje, 1 schoorsteenkleet, 3 flessen, 2 bierglaaskes, 1 romerke, 1 cnaap, 1 wateremmer, eenige aarde potten en testen, 1 sweveldoosje, 1 roostel, 1 vleesrick, 1 aalspit, 2 vouthengels, 1 koekschup, 1 tinne bierkan, 1 kopere schuijmspaan met een ijsere steel, 3 ijsere potten, 3 tafels, een naijmandeke, 7 stoele, 1 kopere wasketel, 1 kleijn kopere keteltje, 1 kopere teeketel, 1 ijsere lat, 1 haal, 1 tang, 1 schup, 1 hangijser, 1 koekpan, 1 bijl, 1 hakmes, 1 strooije hoet, 1 tonneke met out ijser, 1 stelleke, 1 wastob met kalk, eenige rommeling op solder, 1 spinnewiel,

een eijke kast en daar in bevonden 7 slaaplakens, 10 hemden, nog gesneden laken tot een hemt, 8 kussenslopen, 2 tafelakens, 6 servetten groot en kleijn, 1 witte gordijn, 18 covelmutsen, 2 opgelede mutskens, 5 kapkens, 3 halsneusdoeken, 5 ondermutsen, 2 neersteltjes, 2 voorschooij, 1 seije cap, 1 swart saije regenkleet, 1 paar voormoukens met kant, 1 bonte neusdoek, 1 kastborstel, 2 paar swarte hant, 1 swarte mof, 1 blauwe wolle sloof, 1 sersie de boise borstrok, 1 cattoene en 1 swarte manteltje, 1 stoffe japon, 1 stoffe rok, 1 swarte lakense japon, 1 swarte lakense rok, 1 testament met 1 copere slot, 1 ?? vlas en garen samen, 1 reijssak, 1 sersie de bose rok, 1 sersie rok, 1 stiklijf, 1 creppe manteltje, 1 benneke met lappen, nog eenige rommeling

nog eenige torf en branthout in ’t agterhuijs,

eenige stuijvers cleijngelt bevonden die uijt sijn gegeven

nog eenig speck aan den solder

inkomende penningen

Een kusting brief ten laste van Reijnier Boom ter somme van 170 guldens.

Eeen huurceel vande ses geerden ten laste van Joost Verschuuren waar op wegens ’t jaar 1732 nog rest 36 guldens.

Den voornoemde Joost Verschuren is nog schuldig van outs ………………………..

Jochem Jacobus Zeijlmans is aanden boedel schuldig wegens hure van een gebint in ‘t huijs ………………

Adriaan Schouten insgelijx

De verdere schulden per memorie.

Lastige schulden

een obligatie ten behoeve de weduw Cornelis Cetelaar groot in cappitaal 250 guldens.

Nog eenige doot en andere schulden waarvan de nette som nog niet is bekent.

Aldus geinventariseert naar ’t opgeven vande persoonen in ’t hooft deses gemelt, verclarende sulx naarde waarheijt bij haar alsoo te sijn opgegeven en presenteerden het selve ten allen tijden des noots en versorgt sijnde met eede te sullen bevestigen.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Schep en Cornelis Sagt, schepenen, desen 14 maij 1739.

in kennisse van mij,

ondertekening

dit ist (cirkel met verticale streep) merk bij Huijbert Schep gestelt

Fol. 18 re

in de kantlijn: uijtgemaakt op zegel van 48 stuijvers

Scheijdinge ende erfdeelinge die bij desen doende en aan schout en schepenen van Grootwaspik overgevende sijn Peter Adriaan van Dongen in huwelijk hebbende Maria Janse Rossums, soo voor sig selven en als last en procuratie hebbende van Cornelis Adriaan van Dongen in huwelijk hebbende Maria Michielse Rossums, Bastiaan van Aalst in huwelijk hebbende Anna Andriesse Rossums, Jan Wouters Canters getrout met Adriana Michielse Rossums, als blijkt bij de procuratie gepasseert voor den notaris Adriaan de Grandt en sekere getuijgen tot Oosterhout in dat den 3e september 1738 ende nog als aangestelde voogt over Berbera Andriesse Rossums, dogter van Andries Michielse Rossums volgens acte van voogdije en authorisatie van wethouderen vande vrijheijt van Oosterhout mede van dato den 3e september 1738, item Pieter Cetelaar als last en procuratie hebbende van Pieter Michielse Rossums als blijkt bij procuratie mede gepasseert voor de notaris Adriaan van Gils en sekere getuijgen tot Oosterhout en dato 19e februarij 1739, alle aan ons schout en schepenen van Grootwaspik geexhibeert en gebleken en alhier ter secretarie gexegistreert tot dewelke om kortheijdshalven wort gerefereert, alle susters en broeders en susters en broeders kinderen van Crijn Michielse van Rossum, ter eenre, mitsgaders Wouter de Bodt als in huwelijk hebbende Maria Stoffels de Hoog, soo voor sig selven en als bij desen geregte aangestelde voogt en Arien Marcelisse Coninx als toesiende voogt over de minderjarige kinderen van Peeter Stoffels de Hoog en sulx kint en kints kinderen van Neeltjen Vermeijs, in die qualiteijt alle erfgenamen van Crijn Michiels van Rossum en Neeltje Vermeijs, in haar leven egteluijden gewoont hebbende alhier, ende dat van soodanige goederen en effecten als door den voornoemde Crijn Michiels van Rossum en sijne huijsvrouw metter doot sijn ontruijmt ende naargelaten ende dat ….. soodanige goederen en gelden als uijt de voorszegde nalatenschap reets gemaakt en ingevolge de generale reeckening en liquidatie van die nalatenschap op den 7e deser gedaan en gesloten sijn overgeschoten ende sijn de voornoemde goederen en effecten onder de voornoemde comparanten inder minnen verdeel,t te deele gevallen als volgt

Eerstelijk soo is Peeter Adriaan van Dongen en Pieter Cetelaar in qualiteijt als in ’t hooft van dese is gemelt, bevallen op eene somme van 461:3:0, ‘t gene hij volgens de generale reeckening en liquidatie was schuldig gebleven nog op vijff guldens tien stuivers aan ongemunt silver, nog op het geregte 1/6 part van eenen acker zaijlant, gelegen tot Oosterhout , sijnde op den 2e maij 1739 verkogt volgens publicque conditie van verkoopinge ten overstaan van heeren wethouderen van Oosterhout, gepasseert in ’t geheel voor de somme van 210 guldens en dus voor 1/6 part tegens 35 guldens.

Nog op het geregte 1/15 part van een huijs enz, staande opden pat tot Oosterhout, gemeen met Jan Huijbertsen Lockerbol cum suis, tegen de somme van dertig guldens.

Nog op een somme van 636:3:2 makende de voornoemde posten samen uijt eene somme van f 1167:16:2, van welk 636:3:2 sij eerste comparanten bekennen ontfangen te hebben doorhaling eene somme van 570:1:2, en sullen de resterende 66 guldens 2 stuijvers door de weeskinderen van Peeter Stoffelse de Hoog moeten worden voldaan op den 1e maart 1740 als wanneer de laatsten paij van de schuijt van Jan Vassen de Hoog, waarvoor Crijn van Rossum was borg gebleven is ’t schenen.

Hier tegens soo is Wouter de Bodt  no ux:  voor sijn ¼ bevallen op eene somme van 387:17:8, ’t geene hij volgens voornoemde generale reeckening en liquidatie was schuldig gebleven.

Nog op een obligatie van 450 cap’s en 33 guldens van verschenen intrest, dewelke hij aan den boedel schuldig was, sijnde van dato den 15 julij 1737 en welke obligatie hier mede wort gehouden voor geroijeert, welke twee posten te samen comen te bedragen ter somme van f 870:17:8, en moet Wouter de Bodt voor sijn ¼ part trecken 583:18:1 en vervolgens heeft hij op data deses voldaan aan Peeter Adriaan van Dongen en Peeter Cetelaar in egalisatie van sijn bevallen lot eene somme van 286:19:7.

Eijndelijk soo sijn Wouter de Bodt in qualiteijt als voogt en Arien Marcelisse Coninx als toesiende  voogt vande onmondige weeskinderen van Peeter Stoffelsen de Hoog en sulx ten behoeven van voornoemde kinderen voor ¼ part bevallen op een buijtendelle, gelegen alhier tusschen erffenisse van Jan Lips cum suis oost en Thomas de Bont cum suis west, streckende uijtten zuijden van de halve sloot tussen dese del en den hoff van Adriaan Schouten af noortwaart in tot de halve oude straat af Cleijnwaspik toe, sijnde belast, met welke is geweerdeert op een somme van 650 guldens en moeten de voornoemde kinderen voor haar ¼ part trecken 583:18:1, en vervolgens moeten sij uijtreijcken aan Peeter Adriaan van Dongen en Pieter Cetelaar in hunne voornoemde qualiteijt op den 1e maart 1740 eene somme van 66:2:0.

Verder is tusschen partijen condividenten ondersproken dat alle de posten dewelke op de generale reeckeninge en liquidatie doorhaling van dato den 4e deser sijn ge bragt voor memorie, ende als proffijtelijke schulden behooren tot desen boedel sullen behooren sijn ende   blijven in gemeijnschap.

Ook is nog speciaal conditie dat alle actien ende pretentie dewelke ten lasten desen boedel reets sijn ofte binnen den tijt van twee jaren na dato seses te voorschijn komen bij de respective condividenten gelijkelijk sullen werden gedragen na rato.

Aldus desen deijlinge in voegen voorschreven gedaan ende hebben partijen den eer tot proffijt vanden anderen vertijd en vertagen na den regte van Zuithollant, verclarende ider met het sijne te vrede te sijn en als hun eijgendom te aanvaarden met sijne wegen, stegen, dijken, dammen, schouwen, leijen, ’s heeren chijnsen en andere nabure regten mitsgaders de renten en cijnsen op het goet tot Oosterhout en alhier gelegen staande als ook met de baten, schaden en geregtigheden met regt daartoe en aan behoorende. Aldus gedaan en gepasseert ten Overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert schep en Cornelis Sagt, schepenen, in Waspik desen 19e maij 1739

in kennisse van mij

ondertekening

dit hantmerk (cirkel met verticale streep) is bij gestelt

in de kantlijn:

Wij ondergeteijkende Peter Adriaan van Dongen en Pieter Cetelaar in qualiteijt hier nevens genoemt, bekennen voor Wouter de Bot als voogt van kinderen van Peeter Stoffels de Hoog vande nevenstaande uijtreijking ter somme van ses en sestig guldens twee stuijvers voldaan en betaalt te sijn. Actum den 3e maart 1740.

Fol. 19 vo

Op huijden den 21 maij 1739 soo willen de meerderjarige ende voogden vande  minderjarige kinderen en erfgenamen van Adriaantje van Gorcom weduwe Jochem Fransen  van der Laar publiquende voor alleman (met consent en ten overstaan van schout en doorhaling geregten alhier) bij forme van erfhuijs verkoopen de meubilaire goederen  soo als die te berde sullen worden gebragt op de conditien hier naar volgende :

Eerstelijks wie eenig goet biet sal gehouden wesen te blijven bij sijn gebot op een boete en breuke van 100 goude realen  te verbeuren goet van goude en swaar van gewigte.

Den officier hout den 1e, 2e en 3e roep aan sijn selven wil niemant bevatten of ook niet bevat of agterhaalt sijn.

De coopers of mijnders sullen gehouden sijne hare beloofde coopennen te betalen gereet en contant aan de tafel alvorens sij hare verkogte goederen van ’t erf sullen mogen vervoeren en soo imant sijn goet van ’t erf sonder eerst te betalen btagt, sal verbeuren aande officier 30 stuijvers den welke ’t belooft gelt en boete tot lasten vanden overtreder sal invorderen cum expensis.

De verkoopers houden aan haar ses lossen en sullen geven voor ider los twee stuijvers.

De coopers sullen boven de cooppenningen mede gereet moeten betalen van de meubilaire goederen van idere gulden een en een halve stuijver.

De verkoopinge geschiet stootsvoets sonder in eenige over of minder mate gehouden te sijn.

Het linnen en wollen tot lijve van Adriaantje van Gorcom weduwe vander Laar behoort hebbende is in coop aangenomen bij Cornelia van der Laar om     38:     –:     —
een eijke kist, Barent van Waspik 0: 6:
een eijke tafel, Cornelia van der Laar 0: 15:
een spinnewiel, Corstiaan Arms inde kantlijn: gelost bij Adriaantje 0: 7:
een schabel, Corstiaan Arms 0: 7:
houtwerk vande bijl en een wij, Barent van Waspik 0: 5:
een bodten riek, Maria Buijs 0: 6:
een houte hooi balans, Maria Buijs 0: 4:
een houte balans, Thomas de Bont 0: 5:
een wateremmer, F. Artel 0: 5:
2 manden een corfke en meeltonneke, B. van Waspik 0: 7:
een ijsere potje, Cornelia van der Laar 0: 8:
een ijsere pot, Hend. van Hove 0: 9:
een tonneke met out ijser, Tomas de Bont 1: 8:
een ton en keesbol en potten, G. van Peer 0: 2:
een pollepel en eenig aardewerk, Hendrik vanden Hove 0: 2:
een stelleke, Dirk de Hoog 0: 2:
een torfton, Teunis de Hoog 0: 3:
eenig aardewerk en sluijtmandeke, secretaris 0: 6:
een cnaap en een tafeltje, Hend. van Hove 0: 7:
een ijsere pot, secretaris 0: 5:
een boterpot en scherm, Cornelia de Laat 0: 4:
3 stoelen een vercken enz., Adriaantje van Malsen 0: 11:
een tang, schup enz., Teunis Vassen de Hoog 0: 4:
een kookpan en hangeijser, de weduwe Tomas Rijken 0: 3:
een ijsere lat, secretaris 0: 18:
een roostel, lantaarn en sweveldoosken, Corn de Kleijn 0: 5:
een strijk, een roosteltje en eenig gewigt, Cornelia vander Laar 0: 17:
eenige ijsere bollen, Jan van Oijen 0: 5:
een koekschup en enige ijsere roeije, sleutels enz, Mattijs Scheers   0:   9:   —
een spiegel, Adr. Smits 0: 16:
een blecke gieter, Cornelia vander Laar 1: –:
een capstok en 3 schorten, Ad. Smits 0: 1:
1 blompot, boterschoteltjes enz, Adriaantje vander Laar 0: 6: 8
1 schotelreck, mr. Cetelaar 0: 6:
1 kandelaar, houte maten enz, Maria Buijs 1: 5:
1 schulp en 2 galaije schotelen, Cornelia vander Laar 0: 4:
3 galaije schotelen, Cornelia vander Laar 0: 8:
2 dito, Adriaantje van Malsen 0: 6:
eenig grof coffie en teegoet, Cornelia vander Laar 0: 4;
1 teereckje en schuijmspaan, Adriaantje van der Laan 0: 13:
1 copere lamp, meester van Oosterhout 0: 5:
1 oliekanneke en 2 bierkannekes, Cornelia vander Laar 0: 3:
1 tinne boterpot , commeken,  mostertpot en trekpot, Cornelia vander Laar 1: 13:
2 botteltjes enz, Huijbert Vos 0: 1: 8
1 copere teeketel, Cornelia van der Laar 1: 18:
2 lepelrecken, 17 lepels, Hendrik Camp 1: 8:
4 witte borden, Teunis Vass. de Hoog 0: 2:
1 bijl, hakmes enz, den schout 0: 6: 8
een copere bedtpan, Cornelia vander Laar 1: –:
1 tinne pispot, Corn. vander Laar 0: 18:
1 copere keteltje, Peeter van Alphen 2: 4:
1 copere snijp en panneken, Jan Oijen 0: 8:
1 tinne waterfles, Adr. vander Laar 1: 15:
een kopere wasketel, Joh. Vassen in de kantlijn: gelost bij Adriaantje vander Laar 7: 2:
een kanne bordt, Wout. van Dusseldorp 0: 5:
een schotelrek, Teunis de Hoog 0: 5:
2 tinne schotelen, Jan van Oijen 1: 5:
2 dito, Jan van Oijen in de kantlijn: gelost bij Adriaantje vander Laar 2: 3:
2 dito, Cornelia vander Laar 1:    
1 dito, Adriaantje van der Laar 1: 2:
1 ijsere pot, Wout van Dusseldorp 0: 4:
1 tinne kan, Ant. Kasten 1: 4:
2 groene gordijnen en rabat, Adriaantje van der Laar 0: 13:
1 schoorsteenkloot , Claas Jans van Kassel 0: 2:
1 witte deeken, Arien Mari. Coninc 1: 10:
een groene deeken, Corn. van der Laar 0: 8:
een witte deken, Adriaantje van der Laar 2: 4:
1 bed, 1 hooftpeulu en 1 kussen, Willem Packé 8: –:
1 bed, 1 hooftpeulu en 2 kussens, Cornelia van der Laar 14: –:
1 etensspint, Huijbert Schouten 0: 8:
1 eijke tafeltje, Huijbert Vos 0: 17:
4 stoelen, Geerit van Peer 0: 8:
een eijke kas, Fransus Artel in de kantlijn: gelost bij Adriaantje van der Laar 5: 01:
een leer, Fransus van den Hout 0: 6:
1 kist, Cornelia van der Laar 0: 2:
eenigen torf en branthout, Cornelia van der Laar 1: 5:
2 houten en wat riet, Geerit van Peer 0: 14:
1 verkensbak en leerke, Claas Janse van Kassel 0: 4:
½ oxhooft met zalk, Adriaantje van der Laar 0: 15:
eenig speck, Adriaantje van der Laar 1: 5:
1 glaase en roomerke, Maria Buijs 0: 3: 8
1 lapscheer, Maria Buijs 0: 1: 8
1 out verke en eenige lorren, Corn. Kasten 0: 4:

Aldus dese verkoopinge regtelijk gedaan ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Schep en Cornelis Sagt, schepenen in Waspik, desen 21e maij 1739, en is de minute bij deselve geteijkent

quod attestor

ondertekening

De heele erfhuijsceel bedraagt          119:  7:  8

comt de xie penning                               2:19:12

Fol. 21 vo

in de kantlijn: uijtgemaakt

Inventarisatie gedaan maken ende aan schout ende schepenen van Grootwaspick overgegeven bij Jan Vrint en Bernardus Rasen, als bij schout en schepenen van Grootwaspick aangestelde curateurs over den geabandonneerden boedel en goederen van Aart Vrint weduwnaar en boedelhouder van zaliger Barbara van Broekhoven in sijn leven gewoont hebbende ende overleden alhier en dat van soo danige goederen en effecten actien en crediten, als dan voornoemde Aart Vrint metter doot heeft ontruijmt ende naargelaten soo ende in manieren als volgt:

Eerstelijk een huijs, hof, erve en delle, staande en gelegen alhier tusschen arffenisse van Aart van de Heuvel oost, ende de weduwe Cornelis Hendrix Schoenmakers west, streckende uijtten zuijden vande halve herstraat af noortwaart in de cae toe.

Nog een parceeltje lant off bos gelegen tot Dongen waar van Peeter Sijmen Joosten jaarlijx soo lang hij leeft moet trecken 22 a 23 guldens sijnde meer als het jaarlijx kan opbrengen en waar van nog eenige jaren ten agteren staan.

Meubilaire goederen inde kamer

Een groote eijke kast met een galaije stelsel daar op

en daar in bevonden:

3 slaaplakens, 3 tafellakens, 6 mans hemden, 7 kussensloopem, 1 servet, 3 dassen, 4 paar voormouwen, 3 gardijntjes, 2 kastdoeken, eenig kindergoet, 2 neersteltjes, 1 blauwe kussensloop en voorschoot, 4 kovelmutsen, 31 tobbeken,

5 tinne schottelen, 1 tinne boterpot, 2 kapstocken, 1 blecke teepot, 2 schelderijen, 1 schotelreck met 4 galaije schotelen en 5 borden, 1 copere vuurpan met ijsere steel,

een ledikant behangen met 3 gardijnen en 1 rabat, 1 bedt hooftpeulu en twee hooftkussens, 1 witte deecken, een schoorsteenkleet.

De winckelbancken en daar in bevonden: 2 lapkens stermijn, twee lapkes stersie de bois, een lapke damast, 2 lapkes calemunk, een lapke greijn, een houte doos en eenig kemelshaar, een dooske, 2 copere schalen en ijser balans, een schaar, een stuk linne laken, eenige cnoopen, een spiegel, een roostel, 6 tinne lepels, een teeblaatje, 1 tinne kan, 1 teereck, 8 fijne teekopjes, en 9 schoteltjes, 4 galaije borde, 2 kopere schaaltjes, 2 houte schenkbordekens, 3 kopere ketels soo groot als cleijn, 1 uijttreckende tafel, 1 ovale tafel, 6 stoelen,

op de kamer

een cleermakers werktafel, een schaar, 2 persijsers, een ijsere confoor, 1 kalkmant, 1 glase rekje, 8 grove coffi schoteltjes en coppens, 4 fijne teeschoteltjes, 1 blecke teebus, een aarde deurslag, 1 lepelbort en eene lepel, een rasp, 1 coffidooske, 1 houte kandelaar, 8 galaije schotelen, 1 tinne trekpot, 1 gaaij schotel met drie borde, 1 schoorsteenkleet, 1 ovaal teetafeltje, 1 lenghaal, 1 witte deecken, 1 tinne casten bedt, 1 strijckijser roosteltje, 2 gardijnen en een rabat, 1 stoel, 1 etenspint, 1 tinne perperbus, 1 tinne lul, 1 roije aarde pot, 1 kopere lamp, 1 wit melktonneken,

op de geat

1 spinnewiel, 1 wateremmer, 2 ijsere potten, 1 pollepel, 3 aarde schoteltjes, 1 kantdoekje, nog eenige rommeling,

in de keuken

1 torfton, 1 ijsere ketting, 1 koekpan en hangijser, 1 asschup en tang

int achterhuijs

1 vleijston en deksel, 1 wastob

lastige schulden

Eerstelijk staat te betalen aan Juffrouw Otgens en haar kinderen veertien hondert en vijftig guldens wegens de custingpenningen van t huijs en del, met eenigen intrest,

Nog staat te betalen aan de heer Martinis Ackersdijk een hipoteeck van vijff hondert en vijftig guldens capitaal met eenigen intrest,

Nog de dootschulden per memorie

De verdere schulden sijn niet te vinden of bekent,

profijtelijke schulden

eerstelijk staan eenige posten in het schultboek open dus ……….memorie

Aldus dese inventarisatie regtelijck gedaan volgens aanweijsinge van Geertruij Vrint, verclarende niets ter gaader trouwe agter gehouden off verswegen te hebben, en soo er nog iets mogte te binnen komen, neemt sij aan deselve ren allen tijde te sullen opgeven. Aldus gedaan en gepasseert ten bijwesen van curateuren ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Thomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepenen in Grootwaspik, desen 10e junij 1739.

In kennise van mij,

ondertekening

Dit is t kruis hantmerk bij Tomas Zeijlmans gestelt

Fol. 22vo

Op huijden de 15e junij 1739 soo Willem Jan Vrint en Bernardus Rasen als aangestelde curateurs vanden geabandonneerden boedelen en goederen van Aart Vrint publiecq ende voor alle man ten overstaan van schout en schepenen alhier bij forme van erfhuijs ad opas jus hadentium, verkoopen de meubilaire goederen bij den voornoemde Aart Vrint naargelaten  soo als die te berde sullen worden gebragt op de conditien hier naar volgende:

eerstelijk wie eenig gelt biet sal gehouden wesen te blijven bij sijn geboot op een boete en breucke van 100 goude realen te verbeuren goet van goude en swaar van gewigte te gaan naar pag en regt.

De coopers off mijnders sullen gehouden sijn hare beloofde cooppenningen te betalen gereet en contant alvorens sij hare gekogte goederen vant erff sullen mogen vervoeren en soo imant sijn goet vant erff sonder eerst te betalen bragt, sal verbeuren aande officier sertig stuivers den welken t belooft gelt en boete tot laste vanden overtreder sal invorderen cum exp.

De coopers sullen boven de cooppenningen mede gereet moeten betalen vande meubilaire goderen van idere gulden 1½  stuiver.

De verkoopinge geschiet stoot voets sonder in eenige ander off overmate gehouden te sijn.

een tee-tafel, Peeter Latouwe 0: 15:
1 lepelbort met tinne lepels, Hend. Clasen 0: 5:
1 groote schaar, priem en persijser, Maria Schippers 0: 13:
1 groote schaar, persijser, Fransus Artel 0: 4:
1 lenhaal en asschep, Maria Buijs 0: 4: 8
1 rasp en schuijmspaan, L. Wijdemans 0: 11:
4 galaije schotelen, Adriaantje Berthouts 0: 9:
3 dito, Geertruij Vrint 0: 10:
2 witte borde 1 schotelrek 1 aarde pot en 1 leest, Corn. Wijdemans   0:   3:   8
1 strijkijser en roosteltje, Dirk Dolk 0: 14:
1 tinne trekpot, blek buske, Corn. Wijdemans 0: 13: 8
1 tinne mostertpot, zoutvat, Peter van Waspik 0: 8:
1 dito lul  en peperdoos, Jan Corn. Vermeijs 0: 16:
1 vuurijser, Sijken de Laat 0: 12:
1 houte kandelaar, 2 flessen en eenig grof teegoet, Maria Schippers 0: 4:
3 galaije schotelen, Corn. Ribbers 0: 7:
2 aarde potten en 1 deurslag, Peter Cetelaar 0: 2:
eenige aarde potten en borde, de weduwe Dirk Melsen 0: 1: 8
1 cofij dooske en 3 houte lepeltjes, de weduwe Moleschot 0: 4:
1 koekepan en hangijser, Jan Corn. de Jong 0: 13:
1 ijsere roostel, den secretaris 0: 9:
1 ijsere ketting , Dirk Dolk 0: 6:
1 ijsere latje inde haarstee, Jan Vrint o: 6:
1 ijsere confoor, Fransus Artel 0: 4:
2 stoven, 1 brootbak en glasere rek, Peeter Latouwe 0: 9: 8
1 torfton, de weduwe Dirk Melsen 0: 5: 8
1 mant met lapen, Corn. Babtist 0: 3:
1 roofshooft en varken, Laur. Wijdemans 0: 5:
1 copere lamp, Corn. Wijdemans 0: 5: 8
1 blecke lamp en tang, Dirk Dolk 0: 5:
1 spigel, Corn. Ribbers 0: 17: 8
1 bijltje en capstockje, C. Ribbers 0; 7:
2 copere schaaltjes en wijwaterbakje, Geeret Camp 0: 5: 8
1 houte schenkbordeke, Jan Vrint 0: 3:
1 dito, Jan Lips 0: 4:
1 teerekje, Peeter Latouwe 0: 15:
1 houte doos met een clijn doosken en kapstokje met eenig keemelshaar, Peeter Verschure 0: 7: 8
1 teeblaatje, Fransus Artel 0: 3: 8
2 coopere schaaltjes en ijsere balans, Jan Vrint 0: 8:
5 ijsere fricketten, Maria Buijs 0: 3:
1 wateremmer, Sijken de Laat 0: 11: 8
1 wit melktonneke met 1 deksel en schotel, J. H. de Bont 0: 12 :
1 spinnewiel, Mechel van Cuijk 1: 4:
2 gardijnen en rabat, Geertruij Vrint 0: 9:
1 schoorsteenkleet, Geertruij Vrint 0: 5:
1 schilderij, Geeret Camp 0: 5: 8
1 dito, Corn. Ribbers 0: 6: 8
1 wastob, de weduwe Molenschot 0: 10:
1 vleijston en deksel, Fransus Artel 0: 18:
1 wastob, Peeter Vermeijs 0: 12:
1 kopere bedpan met een ijseren steel, Jan Corn. Vermeijs 2: 5:
1 deksel intkoker en 3 borden, de weduwe Peeter Dolk 0: 2: 8
6 galaije borden, Huijb. van Gils 0: 7: 8
4 dito schotelen, de weduwe Molenschot 0: 14:
1 cleijn ijdere potje, Geertruij Vrint 0: 6:
1 ijsere pot, Arien Marc. Coninx 1: 18:
6 fijne schoteltjes en 5 copjes, Geertruij Vrint 0: 12:
1 galaije casstelsel, Corn. Batist 0: 11:
6 fijne schoteltjes, 3 copjes, den schout 0: 16: 8
1 borst, Jan Corn. Vermeijs 0: 3: 8
1 tinne schotel, de weduwe Molenschot 1: 2:
1 dito bak, de weduwe Molenschot 2: 14:
1 dito, Hend. Schoenmakers 2: 17:
1 dito schotel, de weduwe Molenschot 1: 13:
1 dito, Ad. van Hassel 1: 3:
1 dito boterpot, 0: 10: 8
1 teebus, Geertruij Vrint 0: 3: 8
6 tinne lepels, Hendrik Clasen 0: 12:
1 copere keteltje, Hend. Bijvoet 0: 14:
1 grote copere ketel, Tomas van Tichel 9: 2:
1 dito, Corn. van Wagenberg 5: –:
1 pakje met cnopen, Hend. Clasen 0: 18:
1 wit schoucleet, Jan Lips 0: 15: 8
1 kakstoel, Frans vande Hout 0: 17:
1 linne beddeke en 2 cussens, Peeter van Dongen 0: 12:
1 witte deecken, Corn. Wijdemans 1: 6:
1 bed en hooftpeulu, Dirk Dolk 12: 5:
1 witte deecken, Corn. Ribbers 1: 14:
1 dito, Dirk Leijten 0: 16:
1 schotelrek, Lammert Reckers 0: 8:
1 copere teeketel, Hend. Clasen 1: 16:
1 wit behangsel van t ledikant, Dirk Leijten 1: 17:
1 tafellaken en cleerborstel, F.  Artel 0: 14:
enige wanten, Jan Corn. de Jong 0: 3:
2 stoelen, Mattijs Schoenmakers 0: 14:
2 paar schoen en 1 paar clompen, Peeter Ketelaar 0: 7:
1 groote stoel en 1 kinderstoel, Corn. Ribbers 0: 2:
1 tinne kan, Jan vande Sande 1: 1:
1 bed en hooftpeulu, And. Hoevenaar 25: –:
2 hooftkussens, de weduwe Molenschot 4: 6:
2 kussensloopen, Peeter Ketelaar 0: 12:
2 slaaplakens, secretaris 0: 15;
2 dito, Jan vande Sande 0: 6:
17 allen nieut linne lakens tot 10½ st. de el, Corn. Wijdemans 8: 18: 8
1 tafelkleet, Jan Vrint 0: 7:
1 stuk sersie de bois lang 10½  el tot 6½  d’el, Hend. Clasen 3: 8: 4
1 stuk stermijn lang 29 elle tot 4½  st d’el, C. van Salm 6: 10: 8
1 lapke calemink 1¼ el, Jan Langenek 0: 8:
½ el kalemink, Corn. vander Eijke 0: 4: 4
2 ¾ el damast tot 13½  st. d’el, Lamb. van Dongen 1: 17: 2
1 el fries dobbelsteen, de weduwe Peeter Dolk 0: 6:
5½  el sersie de bois tot 7 st. d’el, de weduwe Moleschot 1: 17: 8
48 el stermijn d’el tot 4¼ st., Corn. Batist 10: 4:
3½ el calemink tot 7 st. d’el, Peter Cetelaar 1: 4: 8
2 paar swarte cousen, Jan van de Sande 0: 17:
1 bruijne camisool, Peeter van Waspik 2: 16:
1 sersie rok, Lammert van Dongen 1: 6:
1 calemink hemtrok, 1 gestreepte broek en 1 paar waggs, Corn. Ribbers 1: 3:
1 cleijn kinder tabbertje, Lammert van Dongen 0: 1: 8
2 paar voormoukes, Fransus Artel 0: 6:
2 paar dito, Jan Lips 0: 5: 8
2 mans hemden, Jan vande Sande 1: 2:
2 dito, Jan Lips 1: 12:
2 dito, Jan Lips 1: 16:
3 witte dassen, Jan Corn. de Jong 1: –:
2 neersteltjes, Lammert van Dongen 0: 6:
4 vrouwe mutsen, deselve 0: 3:
2 neersteltjes, deselve 0: 5:
2 vrouwe mutskens, deselve 0: 5:
1 valhout en laijbant, de weduwe M. van Driel 0: 4:
1 korfke met 6 cleijn kinder goet, Lamb. van Dongen 0: 13:
1 blau casse sloop en voorschoot, Lam. van Dongen 0: 3:
6 kovelmutse, Teunus Clasen Hoevenaar 0: 18:
2 kaskleetjes en 2 gardijntjes, Jan Vrint 0: 6:
2 kussensloopen, Mari Schippers 0: 10:
3 dito, Frans van den Hout 0: 16:
2 grove slaaplakens, de weduwe Peeter Dolk 0: 3:
1 tafellaken en gardijntje, secretaris 0: 10:
1 tafellaken, Mari Schippers 0: 11:
1 dito, Aart vande Heuvel 0: 9:
1 dito, de weduwe Dirk Melsen van Driel 0: 12: 8
1 tafellaken, Mari Schippers 0: 3: 8
2 slaaplakens, Corn. Ribbers 0: 8: 8
2 dito, Arien Coninx 1: –:
1 dito, Jan van de Sande 0: 14:
2 dito, Geertruij Vrint 0: 13:
2 dito, Geertruij Vrint 1: 13:
1 eijke kast, Peeter Camp 8: 10:
1 werktafel, Corn. vande Eijke 0: 9: 8
1 tobbeke el enz, Corn. Ficke 0: 8:
1 ovale tafel, Fransus Artel 0: 16:
1 uijt treckende tafel, Jan Vrint 0: 18:
1 etens spinneke, Lammert Reckers 1: 13:
5 stoelen, Corn. Wijdemans 1: 7:
1 dito, Corn. Ribbers 0: 8: 8
1 ledikant, Jan Vrint 1: 8:
1 pot met eenig vet, Geertruij Vrint 0: 8:
eenig loode gewigt, J. V. Salm 0: 3:

Aldus dese verkoopinge regtelijk gedaan ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Schep en Cornelis Sagt, schepenen in Waspik, dese 15e junij 1739, die de minute nevens mij secretaris hebben onderteijkent.

quod attestor

ondertekeking

de erfhuijs ceel bedraagt f 186:  8:  2

comt den xie penning       f         13: 6

Fol. 25 re

Inventaris  gedaan maken en aan schout en schepenen van Grootwaspik overgegeven bij Elisabet Janse Cloot weduwe van Wouter Biemans en dat van soodanige goederen en effecten als sij met den voornoemde garen overleden man heeft beseten gehat ende nog besittende is als volgt:

Eerstelijk een huijs en hof en acker, staamde en gelegen alhier op de oostenkant van Vrouwkensvaart tusschen erffenisse van Marcelis Zeijlmans zuijden Corstiaan Voegers en de kinderen van Hendrik Domen noorden, streckende uijtten westen vande halve Vroukensvaartse greppel af, oostwaarts in tot tot den acker van Aart de Bont cum suis toe.

Nog eenen waijdries gelegen tot Capel inde geer tusschen erffenisse van Paulus Bruijnenbaart zuijden en erfgenamen van Dirk Janse Voegers noorden, streckende uijtten westen vanden giersloot af oostwaart in tot den bijster vande erfgenamen vande heer de Raat toe.

Nog een veldcken, groot ontrent drie hont, mede gelegen tot Capel ten oosten vande driesen vande diaconije van Waspick.

Nog twee perceeltjes uijtgedolve moergront gelegen inde blocxkens op den westenkant van Vroukensvaart.

Meubilaire goederen en haaff

twee coeijen, een hockeling, twee calveren, den imboel van bedden, deeckens, stoelen en banaken, kisten en kasten en linnen met het keuke gereetschap, is heel weijnig en niet van importtantie.

uijtgaande schulden

Staat te betalen aande loopende en obligatore schulden met de borgemeesters pagters enz. te samen ontrent of ruijm wijf hondert guldens.

Aldus geinventariseert naart opgeven vande vorrnoemde doorhaling Elisabet Janse Cloot, verclarende sulx naar de waarheijt bij haar alsoo te sijn opgegeven en presenteerde het selve ten allen tijde des noots en versogt sijnde met eede te sullen bevestigen. Aldus gedaan en gepasseert te overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Schep en Cornelis Sagt, schepenen in Waspik, desen 25 september 1739.

In kennisse van mij,

ondertekening

dit merk crikel met vert. streep is bij Huijbert Schep gestelt.

Fol. 25 vo

inde kantlijn: aanneming

Op huijden den 25 september 1739 compareerden voor ons schout en schepenen van Grootwaspik enz. ondergenoemd, Elisabeth Janse Cloot wedue Wouter Biemans woonende alhier ter eenre, ende Huijbert Antonisse Coninx als gecoren voogt ende den schout alhier als oppervoogt vande vijff onmondige kinderen vande voornoemde Elisabeth Janse Cloot in huwelijk verwekt bij Wouter Biemans voornoemd met name Willem out ontrent 24 jaren, hier mede present, die voor soo veel het noot is mede compareerde en in desen contracte consarteerde, Adriaantje out ontrent 22 jaren, Johanna out ontrent 20 jaren, Jan out ontrent 17 jaren en Wouter out ontrent 14 jaren ter andere sijde.

Ende sijn de voornoemde comparanten on hare voornoemde qualiteijt (met consent en ten overstaan van schout en geregten alhier) naar alles wel overwogen en den staat en inventaris des boedels ingesien te hebben metten anderen veraccodeert en verdragen  invoegen en manieren als volgt te weten dat de eerste comparante in volle eijgendom sal hebben en blijven behouden alle de goederen en effecten die metten voornoemde haren man heeft beseten gehat en ende nog besittende is, soo wel active als passive en sulx geene uijtgesondert omme daar mede bij haar gedaan en gehandelt te worde als met haar vrij en eijgen goet sonder bekroon van imant onder dese speciale conditie nogtans dat de eerste comparante gehouden en verbonden blijft hare voornoemde kinderen op te voeden en te alimenteren in cost en drank, cleedinge en reedinge soo wel siek als gesont egeenen tijt van perijkel uijtgesondert, deselve te laten leeren lesen en schrijven en goet hantwerk of andere exercitie te laten leeren waar toe deselve naar den staat des boedels best bequaam sullem bevonden worden en dat tot haren mondigen dage huwelijken of anderen geapprobeerden state toe als wanneer sij daar en boven sal gehouden wesen aan ider van deselve uijt te reijken en voldoen eene somme van twintig guldens eens sonder meer in voldoeninge van hare vaderlijcke goederen off legitime portie.

Tot naarkominge en prestatie van allen het geen voorschreven staat verclaren sij comparanten te verbinden hare persoonen en goederen present en toekomende  egeene exempt deselve stellende onder verbant  en bedwang als naar regten. aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Schep en Cornelis Sagt, schepenen.

In kennisse van mij

ondertekening

Dit ist cirkel met vert. streep bij Huijbert Schep gestelt

Fol. 26 re

in de kantlijn: uijtgemaakt op zegel van 24 st.

Scheijdinge en erfdeelinge die bij desen doende ende aan schout en geregten van Grootwaspik overgevende sijn Elisabeth Janse Cloot weduwe van van Wouter Biemans  ende Adriaantje Janse Cloot meerderjarige dogter beijde woonende alhier en dat van soodanige vaste en onroerende goederen als haar door overlijden van haar vader Jan Willemse Cloot en van haar suster Heijltje Janse Cloot metter doot sijn ontruijmt ende naargelaten ende sijn de voornoemde goederen onder haar verdeelt ende ten deele gevallen als volgt:

Eerstelijk soo is Elisabeth Janse Cloot bij blinde lotinge geloot gecavelt en beerfdeelt, eerstelijk op een geert hooij ende weijlant gelegen in Cleijnwaspik in een stuk van ses geerden, gemeen en onverdeelt met de weduwe Adriaan Baas cum suis, belent ten oosten van heele ses geerden Anthonij Snijders en ten westen Peeter Jochemse Berthouts cum suis, streckende vande halve oude straat aff Grootwaspik aff noortwaart in tot den halven bermsloot van het cleijn eelant toe.

Ten tweeden nog op eenen acker zaijlant gelegen alhier in ’s-Grevelduijn Grootwaspik, ontrent drie hont off soo groote en cleijn den selven gelegen is tusschen erffenisse van Adam Cornelisse  van Meulenschot oost en den acker bevallen op de 2e comparante west, streckende uijtten zuijden vande stede van Jan Pols cum suis aff noortwaarts in tot den werf van Aart de Ruijter toe.

Ten derde nog op een ackerke zaijlant mede gelegen alhier inde korte ackers groot ontrent 1½  hont, belent te oosten de stede bevallen op de eerste comaprante en ten westen de weduwe Cornelis Janse Boeser, streckende uijtten zuijden van den acker van Jan Wouterse Ruijkhaver aff noortwaart in tot de lange ackers toe.

Ten 4e nog op een halve binnendelleken met het veldeken daar agter gelegen alhier op de westen kant van Vroukensvaart, groot ontrent drie hont, belent ten zuijden Adriaan Boeseren ten Noorden den armen alhier, streckende uijtten oosten van de halve Vroukensvaart aff westwaart in tot  . . . . . . . .  toe.

Ten 5e nog op eenen bijster off drieske mede gelegen alhier groot ontrent een en een half hont, belent ten oosten de weduwe Thomas Buijs  en ten westen Gijsbert van Malsem, streckende noortwaart in tot de erve van Wouter Vermeijs toe.

Ten sesden en ten laatsten soo is de voornoemde Elisabeth Janse Cloot nog bevallen op de geregte zuijdense helft van eenen acker zaijlant gelegen alhier groot int geheel ontrent ses hont, waar van de wederhelft is bevallen op de tweede comparante, belent ten zuijden van desen halven acker Corp en Stede cum suis en ten noorden de 2e comparante mette wederhelft streckende uijtten oosten vande stede bevallen op de tweede comparante aff westwaart in tot den weg of acker van Jan Wouterse Ruijkhaver toe.

Ten tweeden soo is Adriaantje Janse Cloot bij blinde lotinge geloot  gecavelt ende beerfdeelt eerstelijk op een huijs, hoff erve acker en driessen, staande en gelegen alhier tusschen erffenisse van Aart de Ruijter met sijn huijs hoff en driesen en de 1e comparante met haren acker d’een teijnde den anderen oost en Arien Corp en beijde de comparanten cum suis met haar dwarsackers en de 1e comparante met haren korte acker west, streckende uijt den zuijden van de stede van Jan Pols cum suis aff noortwaart in tot de lange ackers toe.

Nog op de geregte noordense helft van eenen acker zaijlant mede gelegen alhier, groot int geheel ontrent ses hont, belent te zuijden de 1e comparante met de wederhelft en den noorden de korte ackers en het half hont hier na op haar bedeelt, streckende uijten oosten vande voornoemde stede aff westwaart in tot den weg of acker van Jan Wouterse Ruijckhaver toe.

En ten laatsten is de voornoemde Adriaantje Cloot nog bevallen op een ackerke zaijlant mede gelegen alhier groot ontrent een half hont, belent ten zuijden den voornoemde halven acker en ten noorden Jan Wouterse Ruijkhaver, streckende uijtten oosten van hare voorgenoemde stede aff westwaart in tot de korte ackers toe.

Wijders is conditie dat sij comparanten te samen uijt de gemeijnen boedel en sulx ider voor de helft sullen betalen alle lasten en verpondingen soo ordinair als extraordinaar tot lesten december 1739 incluijs en dat ider sijne aanbedeelde goederen sal aanvaarden met alle sijne wegen, stegen, dijke, dammen, schouwen, leijen, dorpslasten en andere naburen regten, baten, schaden en geregtigheden met regt tot ider sijn aanbedeelde parceel behoorende.

Aldus dese deijlinge regtelijk gedaan en hebben en hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regten van Zuithollant en verclaarde den eene ten behoeve van den anderen sijn bevallen lot te renuntieren soo als sij doen bij desen aldus gedaan en gepassert ten overstaan van Huijbert Coninx en Cornelis Buijs, schepenen in Waspik, als vervangende den schout, alhier desen 2e october 1739.

In kennisse van mij

Fol. 27 re

 in de kantlijn: uijtgemaakt

Op huijden den 7 jannuarij 1740 compareerde voor ons schout en schepenen van ’s Grevelduijn Grootwaspik en Twaalftalve Hoeve ondergenoemt Seijken Adriaan van Gijsel weduwe en testamentaire boedelhoudtser van Pieter Buijs ingevolge den testamente gepasseert voor Michiel van Tilburg, notaris tot Geertruijdenberg, en sekere getuijgen op den 19e jannuarij 1716 als mede bij nadere dispositie gepasseert voor Ottho Jerijn notaris tot Loon op Sant en seekere getuijgen op den 18e jannuarij 1724 ter eenre

Ende Lammert Pieterse Buijs voor sijn selven en als innestaande en hem sterkmakende voor sijne suster Cornelia Pieterse Buijs weduwe van Cornelis Jansen Schrauwe, woonende tot Weernhout Baronnije van Breda, beijde kinderen van Pieter Buijs, in huwelijk verwekt bij Anthonetta vanden Hove; alsmede Anthonij Pieterse Buijs  mede sone vanden selve Pieter Buijs, in huwelijk verweckt bij Seijken Adriaanse de Zeeu, ter andere sijde

Te kenne gevende sij comparanten dat tusschen haar eenige defferenten stonden te ontstaan als oordeelende de eerste comparante haar simpelijk te gedragen na de voornoemde dispoositien en de tweede comparanten ter contrarie oordeelende dat haren vader na de wetten niet bevoegt was soodanige dispositien tot haren nadeele te maken ende dat sij omme alle oneenigheden en geschillen die tusschen haar comparanten souden konnen ontstaan voor te komen en te verhoeden, metten anderen waren over een gekomen en veraccordeert in voegen en manieren als volgt: te weten dat de eerste comparante van den eersten vande tweede comparanten Lammert Buijs voor hem en sijne suster Cornelia Buijs sal uijtreijken en voldoen eene somme van dartig guldens en aanden anderen mede comparant Antonij Buijs eene somme van t seventig guldens in volle voldoeninge van hare vaderlijcke goederen of legitime portie haar naar den versterfregte van Zuijthollant inde naarlatenschap van haren vader compiterende en waar mede sig tweede comparanten verclaarde te nemen volkomen genoegen en contenteement en bekende de voornoemde geaccordeerde uijtreijkinge reets ontfangen te hebben en daar van voldaan te sijn den eersten penningen metten lesten en hier mede te renuntiëren en volkomen afstant te doen ten behoeve vande eerste comparante  van soodanig regt en pretensie als haar tweede comparanten eenigsints tot lasten vande naarlatenschap van den voornoemde haren vader soude competeren soo als sij daar van volkomen renunderen bij desen. Tot naarkominge en prestatie van allen het geene voors staat verclaarde sij comparanten gesamentlijk te verbinden hare persoonen en goederen present en toekomende egeene uijtgesondert deselve stellende onder verbant en bedwang als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Cornelis Buijs, schepenen in Waspik.

In kennisse van mij

Fol. 27 vo

inde kantlijn: uijtgemaakt

Staat en inventaris gedaan maken  en aan schout en geregte van Grootwaspik overgegeven bij IJken Clasen van Hassel weduwe van Hendrik van Dongen en dat van soodanige goederen en effecten als sij met den voornoemde haren man heeft beseten gehat en nog besittende is, als volgt:

Eerstelijk aan opslag van een huijsje staande op den lootdijk nevens de kerkvaart en daar in bevonden:

1 karn, 2 melktonnen, 1 boterteijl, 1 lepelbort met vijff tinne lepels, 7 witte borden, 1 roij aarde schotel met 5 dito borden, 3 tinne froucetten, 1 zeijsie, 1 kopere melkkan met een deksel, 1 boor, 1 hakmes, 1 bot, 1 hamer, 2 ijsere cnavels, 1 ruijtafel, 1 bijl, 1 ijsere brantpriem, 1 ree-leijnt, 1 melkemmer met ijsere banden, 1 meel tonneken, 1 tafel,

1 etensspint, 1 spiegel, 1 kist, 1 hengelkorfje, 1 lantaarn, 2 spinwilen waar van een sal blijven voor de weduwe en het ander voor de dogter vande overledene,

1 kast waar op dat staan 7 bouteljes, 1 strijkijser en 1 kleerborstel, en inde kast bevonden eenige klederen behoorende tot lijve en gerijve vande weduwe en kinderen bestaande in linnen en wolle als nog 2 goude bellen, 2 dito ringen, 1 dito slotje, 1 paar silvere hemtknoopen, 1 dito paar gespen, 1 kopere bedpan, 1 tafeltje met vier poten,

1 rek en daar aan 9 galaije schotelen en 13 schotelen soo die sijn, 5 stoelen soo goet als quaat, 2 ijsere potten, 2 dito tangen, 1 dito schop, 2 ijsere haalkettingen, 1 dito aalspitje, 1 dito hangijser en koekpan, 1 vouthengel, 1 blecke lamp, 1 ham, 1 gedeelte van een sij spek,  1 kamer verken, 1 vuurijser, 1 kalkstok, 2 bedden met haar toebehoren soo goet als quaat, 1 vaarschou verkogt door de weduwe om 23 guldens 10 stuijvers, 1 paar laarsen verkogt om 2 guldens tien stuijvers, 1 paar nieuwe mans schoenen.

int agterhuijs

1 baggerbeugel, 1 houte cnaap, 1 houte oost met lange steel, 1 vaarboom, 1 stikscheer, 1 wateremmer sonder bodem, 2 ijsere vorken waar van de een met een lange steel en d’ andere met een korte steel, twee dijkers haakjes, 1 wiel van een cruijwagen, 1 quade bot, 2 riethaken, 1 dorsvlegel, 1 schuijer-drel, 1 melkoeij,

1 hockelingh, 1 kalff, 1 houte ronde tob, eenig hooij tot voeijer van de beesten,

1 cruijwagen, 1 riek, 1 wieg.

De schult sal worden opgegeven.

Contant gelt wordt inden boedel niet gevonden.

Aldus gedaan en geinventariseert volgens t opgeven en aanwijsinge vande voornoemde weduwe dewelcke verclaarde sulx ter goeder trouwe gedaan te hebben sonder hares wetens ietwes verswegen of agter gehouden te hebben.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Cornelis Buijs, schepenen in Waspik, desen 7e jannuarij 1740

in kennisse van mij,

Fol. 28 vo

Op huijden den 26e jannuarij 1740 compareerden voor ons chout en schepenen van Grootwaspik etc. ondegenoemt, Adriaantje Geerden van Boxel weduwe van Peeter Teunis Dolk ter eenre, ende Dirk Dolk als oom en bloetvoogt ende Geerit Peetersse Dolk out ontrent vijff en twintig doorhaling jaren, sone vande voornoemde Adriaantje van Boxel als toesiender over de onmondige kinderen vande voornoemde Peeter Dolk en Adriaantje van Bocxel , met name Bastiaantje, out ontrent 22 a 23 jaren, Dingena, out out ontrent 16 jaren, Maria out ontrent 14 jaren en Jan out ontrent 12 jaren ter andere sijde.

Ende sijn de voornoemde comparanten met consent en ten overstaan van schout  en schepenen alhier , als mede met voorgaande approbatie voorweten en consent van Teunis Peeterse Dolk, meerderjarige soon vande eerste comparante mede verwekt bij den voornoemde haren man Peeter Dolk, woonende tot Rotterdam, als sijnde op den 7e deser voor ons schout en schepenen gecompareert geweest; na alles weloverwogen en het een huijsje en erve waar inne de eerste comparante woont en het een vierdepart inden bijster gekome vande weduwe Teunis Dolk, als mede de haaff en meubelen hebben met den anderen te sijn veraccordeert en verdragen, in voegen an manieren als volgt: te weten dat de eerste comparante in volle eijgendom sal hebben en blijven behouden het huijs, bijster en andere goederen soo roerent als onroerent , haaf en imboel, gelt, gout, silver, gemunt als ongemunt, actien en crediten, soo active als passive, niets ter werelt uijtgesondert soo als sij die met den voornoemde haren overleden man in gemijnschap en eijgendom heeft beseten gehat en soo sij hem nu besittende is, en haar door de weduwe Teunis Dolk is aanbest..t van omme met alle deselve bij de eerste comparante gedaan en gehandelt te worden als met haar vrij eijgen goet, sonder bekroon van imant en dat alles onder dese expressie, conditie nogtans dat de eerste comparante gehouden en verbonden blijft hare voornoemde onmondige kinderen op te voeden en te alimenteren soo wel siek als gesont, geenen tijt van parijkel uijtgesondert deselve te laten leeren lesen en schrijven en een goet hantwerk of andere exercitie te laten leeren waar toe deselve  na den staat des boedels best bequaam sal en sullen bevonden worden en dat tot haren mondige dagen, huwelijken of andere geapprobieerden state toe en alsdan aan ider vande selve uijt te reijken en voldoen eene somme van vijff guldens drie stuijvers en dat in volle voldoeninge van hare vaderlijke goederen  ofte legitime portie. Dog off het quame te gebeuren dat de eerste comparante wederom quamen te hertrouwen sal sij in sulke gevalle ten behoeve van haar kinderen moeten aftant doen van de geregte helft van haren boedel en goederen soo als die door alsdan bevonden sullen worden.

Tot naar kominge en prestatie van alle het geene voorschreven staat verclaarde sij comparanten gesamentlijk te verbinden hare persoonen en goederen present en toekomende egeene exempt, stellende deselve onder verbant en bedwank als naar geregten. aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Conincx en Cornelis Buijs, schepenen in Waspik.

in kennisse van mij,

Fol. 29 re

Op huijden den 25 e jannuarij 1740 soo willen Eijke van Hassel de weduwe Hendrik van Dongen en Stoffel de Hoog als voogt van de kinderen van Hendrik van Dongen verwekt bij Eijken publiecqende voor alle man met consenten ten overstaan van schout en schepenen alhier verkoopen de meubilaire en hafelijke goederen bijde voornoemde weduwe en haren man beseten sooals die te berde sullen worden gebragt opde conditie en voorwaarde hiernaar volgende:

Eerstelijk wie eenig gelt biet, zal gehouden wezen te blijve bij sijn gebod op een boete en breuk van 100 goude realen te verbeuren goet van goud en swaar van gewigte te gaan naar puijen regte.

De coopers of meijnders sullen gehouden zijn hare becoorde cooppen te betalen gereet en contant alvoren zij hare gekogte goederen vant erf zullen mogen vervoeren, zoo imant sij goet vant erf sonder eerst te betalen bragt, sal verbeuren 30 stuijvers dewelke het belooft gelt en boete ten laste vande overtreder sullen vorderen .im ? expensis.

De coopers sullen bovende cooppenningen mede gereet moeten betalen van meubilaire goederen van idere gulden 1½  stuijver en van den haaf 1 stuijver.

De coopinge geschiet stootvoets sonder eenige ander of overmate gehoude te sijn.

Den officier houd den eerste en derde roep aan.

1 baggerbeugel, P. v. Alffe 0: 11:
1 vaarboom, P. v. Alfe 0: 4:
1 kopere vuurpan, P. v. Waspik 1: 16:
1 korfke, P. v. Schuuren 0: 1:
1 melkemmer, C. v. Gils 0: 7:
1 botertijl en lepel, M. Geene 0: 5:
1 meeltonnetje, secretaris 0: 8:
1 lepelbord met 5 lepels en 3 frecette, P. v. Waspik 0: 6:
1 roij aarde schotel en 5 borde, A. v. Schuren 0: 3:
1 houte schotel, 1 spijkerboor, H. Hok 0: 6:
2 hamers, vurken, knavel, C. Artel 0: 6: 8
1 oost bot en slot, P. v. Waspik 0: 9:
1 hakmes reelent en eijser werkset, D. Ruijter 0: 14:
1 vurk en haakje, J. Lips 0: 6:
1 ruijfel, den schout 0: 11:
1 bot en haakje, A. Saken 0: 17:
1 stiksscheer en priem, L. v. Hassel 0: 6:
2 rijve 2 reethaken 1 bijl en dorsvlegel, A. v. Dongen 0: 7:
1 sijsie, P. v. Waspik 0: 4:
1 vuurijser en hengel, A. d. Hoog 0: 8:
1 knaap en emmer sonder bodem, A. Schers 0: 7:
1 ijsere potje eijken, 0: 2:
1 ijsere pot en dexel, P. v. Alffe 1: 11:
1 melkton en dexel, K. v. Hassel 1:
1 melkton, T. Zeijlmans 0: 4:
1 aarde bak en stuipke en 5 borde, J. Lips 0: 3:
6 witte borde, Sierets 0: 2:
2 galaije schotelen , P. v. Alfe 0: 8:
4 dito schotelen, F. Artel 0: 5:
4 dito, P. v. Alfe 0: 7: 8
4 borde, P. v.Alfe 0: 2:
4 dito, F. Artel 0: 3:
3 cotelties, P. v. Waspik 0: 3:
4 dito, P. v. Alfe 0: 4:
1 lanteren, W. Boeser 9: 4:
1 len haal en ketting, F. Artel 0: 3:
1 ketting tang en aalspit, A. Nouwens 0: 5:
1 koekpan en hangijser eijke, 0: 9:
1 tang en schup, P? Veltse 0: 11:
1 strijkijser borstelen kalkstok, C. d. Bont 0: 2:
1 lamp eijke, 0: 1:
1 kopere kam, W. Boeser 3: 0:
1 keren en dexel, D. d. Hoog 0: 14:
1 ovale tafel, L. Reckers 0: 12:
tafeltje met 4 poote,      
1 bijltie met 1 haak, P. Ketelaar 0: 3: 8
1 kist met 2 pootjes, Dijke 1: 3:
1 weeg, H. Wansteker 0: 13:
1 tobbeke en plukhaak, J. Lips 0: 5:
1 kruijwagen met zaag, den schout 0: 16:
1 reck en vurk en 3 dexels, secretaris 0: 4: 8
2 schuijerdeelen, secretaris 0: 9:
1 eijke planke borq ? de koe stal, den schout 0: 15:
2 eijke pale en springstok, C.F. Boeser 0: 12:
1 kast ingeset om 4 gl, W. d. Visser 4: 0:
het seijl, den secretaris 1: 0:
1 etenskastje, A. v. Rijsel 0: 14:
1 schoorsteen kleet, A. Smets 0: 13:
2 gardijn rabat, Dijke 0: 2:
witte deken eijke, 0: 18:
2 kussens, A. v. Gijsel 0: 1:
1 bed en hooftpeulu, W. Schouten 2: 0: 0
1 beddelijke deken en hooftpeulu, G. v. Peer 0: 10:
5 stoelen, F. Walerseng 0: 15:
1 koeij, F. Notenboom 22: 10:
1 kalf, J. Buijs 8: 10:
het hooij, P. v. Schuren 6: 7:
1 ham, secretaris 1: –:
1 spiegeleijke, 0: 10:

Fol. 30 re

Staat en inventaris gedaan maken  inventaris gedaan maken en aan schout en schepenen van Grootwaspik overgegeve bij Jan van Noort weduwnaar zaliger Piternella van Steenhove, en dat van zoodanige goederen en effecten als hij met voornoemde sijne huijsvrou zaliger staande huwelijk hebben beseten gehat en op het overlijden  van voornoemde huijsvrou sijn besittende geworden soo en in maniere als volgt:

Eerstelijk de geregte helft van een huijs, schuur, hoff en erve stande en gelegen alhier tusschen erffenisse van de erffgenamen Cornelis Adriaan Camp oosten, Jan Jans de Bont west, streckende uijt den noorden van halve herstraat af suijdwaart in tot den pispot toe.

Nog de westerse helft vande acker agter de voornoemde huijsinge waarvan wederhelft is bedeelt op Anna van Steenhove, huijsvrou van Johannes Verschuren, belent oosten van heele acker Johannes Verschuren ten westen Machieltje Adriaan de Jong, streckende uijtten noorden vande pispot af zuijdwaart in tot het veldeken toe.

Nog de geregte helft van het veldeke over den dijk teijnde den voornoemde acker gelegen sijnde gemeijnen onverdeijlt gelank ten oosten, westen vant heele veldeken als voren, streckende uijtten noorden van dijk af zuijdwaart tot cloosters goet nu Adriaan van Gersel toe.

Nog de geregte helft van een binne del gelegen in den polder alhier gemeijn als voren, belent ten ooste van heele del Tomas de Bont en ten weste Jochem Blankers, streckende uijtten zuijde vande halve herstraat af, noordwaert tot de cae toe.

Noh het geregte 1/3 part van een binnendelle mede gelegen in de polder alhier, gemeen en overdeelt met Johannes Verschuren en Cornelis de Bont, belent ten ooste vande heele del de erffgenamen Cornelis Adriaan Camp en ten weste Joseph Camp, streckende uijtten zuijden vande halve herstraat af noortwaart in tot de cae toe.

eenen spiegel, 2 schulpschotele, 1 teeretest, 3 galaije borde,

 ½ dosijn fijn koffigoet, 6 blaijde schoteltjes,

en 5 coppens, 1 tinne trekpot, 1 blecke coffijdoos,

1 lepelrak met 14 tinne lepels, 1 k.uijke doos,

1 kopere melkkan en aker, 2 stel salt potte , 1 potte lijne,

spoelkpm, 2 teebussen blecke,  1 tinne soutvat, 1 galije batije,

2 tinne schotele, 1 kopere kandelaar, 3 borstelkens

2 galaije schotelen, 1 korfken, 1 steene waterpot,

1 lapmant met corne, 1 copere schotel, 1 soutpot,

een saat hamerke, 1 kopere coffeketel, 1 dito blecke,

1 ijsere roostel, 1 koekpan en hangijser,

1 haal, 1 asschup, 1 asverke, 1 blecke lamp,

1 tinne boterpot, 1 copere temest, 1 tinne schotel,

4 galaije schotel, 5 stoele, 1 hakmes, 1 doofpot,

1 hamerke, 1 ovale tafel, 2 stoven, 1 schoorsteen

kleet, 2 gardijne en 1 rabat, 1 bet hooft peulu en 3 hooftkussens,

2 dekens, 2 lakens, 3 cussenslope, 1 ijsere wageluns,

1 rosemarijnijn boomke,

1 eijke kast en daar in bevonden 1 mandeke met clijn

kindergoet, rooije luur en swagel &

2 kinderdeeckens, 1 melkdeel, 3 lapken linnen,

laken tot een paar slaaplakens en een hemt

verders ongesnede l.salme lank 40 elle, 11 slaaplakens

5 tafellakens

6 servetten, 11 kussensloopen, 8 hantdoeken,

1 inkt koker, nog eenige rommeling en lappen,

in de schuijf nog een pakje linne lappe, goedre tot lijve van man,

10 bespoorende hemde schoon en vuijl. 4 witte dassen, 11 voormoukens,

4 strook dassen, 3 bonte neusdoeken, 2 bonte dasse, 3 paar

socke, 6 paar cousen soo goet als quaad, 1 appelbloesem lakense

rok, camesool en een broek met 12 silvere cnoopen, een oude

lakense rok en broekw, seeme broek en een gestreepbroek, 2 linne

gestreepte hemtrocken, 1 caleminke hemtrok, 1 caleminke hemtrok

met silvere cnaap, 1 caleminke gezontheijd, 2 leere riemtjes met

silvere gespen, 2 silvere broekknoopen, 1 paar silvere gespen,

1 swarte lakense rok, camisool en broek, 1 sersie ceel of tol,

1 slaapmuts, 2 hoeden den een met roubant, 2 paar sokken,

2 paar clompen, 1 copere tabaksdoos en vuurslag met een vork,

1 paar wolle handschoenen, 1 silvere snuijfdoos, 1 silvere slotje

met 2 plaaten aan een kerkboek

goederen tot lijve van de vrou behoorende

1 swarte lakense tabbert en rok, 2 gekleurde stoffe mantelkens,

1 gekleurde kreppe japon en eenige lappen, 2 sersie de boise rokke,

1 sersie rok, 1 dito caleminke, 1 keurslijff, 4 hemden, 6 geblomde

voorschoij, 3 linne dito, 1 dito neteldoek, 1 sloof van spoel, 7 paar

voormoukes, 6 neerstelties, 3 en 2/? neteldoeke, kalfsdoeke,

2 linne neusdoeke, 5 kovelmutsen, 1 mouke, lappen en ondermutsen,

3 engelse mutskens en eenige reepke, 2 engelse mutskens,

1 kuijftmuts, 1 paar camuijselare schoen met silvere gespen,

1 paar oorlappen met goude bellen, 1 goude slot met  ‘n

snoere blockrale, 1 goude kruijs, 1 paar goude oorringen en

2 dito clocken, 1 goude hoepreng en nog goude dito,

1 kerkboek met zilvere beslag, 1½  silvere lepel, ½  silvere

haarnaalt, 1 silvere haak, 1 silvere steekhaak, 1 silvere haar,

pinneke, 1 silvere gesp, 1 sintuur met een silvere gesp,

1 tas met silvere beugel haak en gesp.

in den spint bevonden

1 kopere ketel met eenig meel, 1 sak met eenig meel,

1 linne buijltie, 1 steene kan, 1 boterkanneke, eenige aarde

testen, panneken, potje en borde, 1 tinne lepel , 1 mes, 1 schaar,

1 dooske met stop en naijgaren.

op de kamer

1 sigt en haak, 1 ongebonde sigt sonder sonder steel, 2 eijsere

bande, 1 cnaap, 4 boenders, 1 paar kinderschoenties,

1 snaphaan, 1 duijle bet  hooftpeulu en kussen nog op solder, 1 paar

laarsen, 1 kakstoel, 1 wieg, 1 leren sak, ontrent 2 vaat

witte boonen, eenige groote boonen, 5 raapkoeken,

ontrent ½ vat geel erten, nog eenige suijker boone en erz

ongepelt, ontrent 2 vaat hennip en .oorsaat, een partij

nog op solder, 1 haargetout, eenig geel peeijsaat,

1 voskam en 2 beugels.

Aldus deze inventarisatie gedaan ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, en Huijbert Coninx en Cornelis Buijs, schepene, den 1 februarij 1740.

In kennisse van mij

Fol. 31 re

in de kantlijn: uijtgemaakt

Scheijdinge en erfdeelinge die bij dezen doende en aan schout en geregten van Grootwaspik overgevende sijn Jan van Noort weduwnaar van zaliger Peternella van Steenhoven, ten eenre en Johannes Verschuuren als in huwelijk hebbende Anna van Steenhoven en Cornelis Janse de Bont als in huwelijk hebbende Dingena van Steenhoven als ab intestato erfgenamen van zaliger voornoemde Peternella van Steenhoven ter andre zijden en dat van zoodanige goederen en effecten als den voornoemde Jan van Noort tzamen in gemeijnschap en aijgendom hebben bezeten gehat zoo ende in manieren als volgt:

Eerstelijk so is Jan van Noort bij blinde lotinge geloot gecavelt ende berfdeelt eerstelijk opde geregte helft van een huijs, schuur, hoff en erve, staande en gelegen alhier tusschen erfenisse van de erfgenamen van deweduwe Cornelis Adriaan Camp oost en Jan Janse de Bont west, streckende uijt den noorden van halve herstraat aff zuijdwaard in tot de pispot toe.

Nog een westerse helft vande acker agter voornoemde huijsinge waar de wederhelft compiteert Johannes Verschuren met de geregte helft vant veldeken daar agter gelegen  gemeen met den voornoemde Johannes Verschuren, belent ten oosten van heelen acker  en veldeken Johannes Verschuren en westen Michiel Adriaan de Jong, streckende uijt den noorden vande pispot  aff zuijdwaart in tot de goederen van Chartroise toe, mits dat hij moet uijtreijken aan Johannes Verschuren en Cornelis Jans de Bont te samen eene somme van 450 guldens, sijnde ider een somme van 225 guldens en waarvan den en Johannes Verschuren en Cornelis Jans de Bont bekenne voldaan en betaalt te zijn de eerste penning met den leste.

Hiertegens zoo zijn Johannes Verschuren en Cornelis Jans de Bont  bij blinde lotinge geloot  gecavelt en beerfdeelt eerstelijk op de geregte helft van een binnendel gelegen in den polder alhier gemeen en onverdeelt met Johannes Verschuren, belent te oosten van de heele del Cornelis Adriaan de Bont en ten westen Jochem Blankers, streckende uijt den zuijden vande halve herstraat af noordwaart in tot de cae of Grootwaspik toe.

Nog het geregte ⅓ part van een binnendelle mede gelegen in den polder alhier gemeene onverdeelt met den voornoemde Johannes Verschuren en Cornelis de Bont, belent ten oosten vande heele del d’ erfgenamen Cornelis Adriaan Camp en ten westen Joseph Camp, streckende uijtten zuijde van de halve herstraat aff noordwaart in tot de cae toe met de uitreijkinge op de 1e pot genoemt en waarvan zij bekenne voldaan te zijn.

Verder verclaren partijen de meubilaire goederen in en uijtgau, de schulden met den anderen te hebben verdeelt en geliquideert en nemen aande open staande schulde van borgemeesters als andere t samen sullen afdoen tot der lesten december 1739 incluijs en verdere schulde tot dezer dage toe

Aldus zo hebben partijen lakanderen vertijt en vertege naarde regte van Zuitholland en verclaarde ider met zijn bevallen lot tevreden te zijn en te sullen betalen alle laste en verpondinge op ider sijn bevallen lot behoorende tn te sullen maken en onderhouden alle wegen, stegen, dijken enz. tot der sijn bevallen lot staande in behoorende en verclaaren den een tot lasten van anderen sijn bevallen lot met meer te pretendeeren te hebben ende een tot proffijt vande anderen daarvan te renuntiere bijdezen.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Schep en Cornelis Sagt, schepenen in Waspik, dezen 5 februarij 1740.

In kennisse van mij J. Zeijlmans, secretaris

fol. 31vo

 in de kantlijn: Uijtgemaakt op zegel van 24 stuijvers

Scheijdingen smaldeijlinge die bij deze doende en aan schout en geregte van Grootwaspik ovegevende zijn Joannis Janse Verschuuren in huwelijk hebbende Anna van Steenhoven en Cornelis Jans de Bont in huwelijk hebbende Dingena van Steenhoven, van zoodanige vaste goedere als zij te saman gemeijnen onverdeijlt sijn hebbende zoo en in manieren als volgt:

Eerstelijk soo is Johannes Janse Verschuren bij het trecken van blinde lotinge geloot, gecavelt en beerfdeelt eerstelijk op de geregte helft van den binnendel gelegen in de polder alhier waar in de wederhelft competeert den voornoemde Johannes Verschuren, belent oost Tomas de Bont en west Jochem Blankers, streckende uijtten zuijden vande halve herstraat af noordwaart in tot de cae toe.

Nog op het geregte zuijdste of voorste 1/3 part van een binnendel mede gelegen in den polder alhier gemeten voor vande herstraat af noordwaart in tot de helft vanden 1sten dwarssloot, gelegen ten zuijden watergang in dellen toe, de verdeelerssal bekent, belent te oosten van heele del d’ erfenamen Cornelia Adriaan Camp en ten westen Josep Camp, steckende van halve herstraat .

Raamsdonk

Not 12 geerden hooij en weijlant gelegen te Raamsdonk inde werff Lanijse bij de donk in een stuk van sestien geerden gemeen met Cornelis van Steenhoven, die de resterende vier geerden competeeren, belent ten oosten vande heele sestien geerden

. . . . . . . . . .  en ten westen . . . . . . . . . . . . , streckende uijt den zuijden van de halver kitle af noordwaart ter halve Donga ofte Mase toe

Nog eenen acker zaijlant en bos gelegen op de Vlaijkens alhier, belent oost Adriaan Hoevenaar, west Johannes Vermeule, streckende uijtten zuijden van de halve geijlsloot af noordwaart in tot de halve straat toe.

Nog eenen acker en bos  gelegen op de Vlaijkens aldaar, belent ten oosten de weduwe jan Hendrix Welt dezelve, streckende uijtten zuijden van de halve geelsloot af noordwaart op tot den halve poelsloot toe.

No een parceel weijlant gelegen op de Berge aldaar, oost gelant de weduwe Jan van Loon cum suis, west Adriaan Jochems cum suis, streckt uijtten noorden van Amselmus Zeijlmans erve af, zuijdwaart op tot de nieuwe have toe.

Item een bos int voorlede jaar uijtgeroijt tot weijlant mede gelegen tot Raamsdonk, belent ten oosten den armen van Raamsdonk en ten weste Cornelis van Steenhoven, streckende uijtten zuijden van Brabanders erve af noordwaarts op tot den halve geelsloot toe.

Dussen

Nog de geregte helft van een parceel weijlant genaamt het hof  van Wijtvliet, gelegen tot Dussen Munsterkerk inden Nieuwenpolder waarvan de de ander helft toebehoort Theodorus Kivit sijnde leenroerig aan de Huijse van Dusse so als hetzelve bij Johannes Schoenmakers is aangekogt van de weduwe Peeter Melse Zeijlmans.

5-2-1740

Fol. 32v

Inventarisatie gedaan, make en aan schout en schepenen van Grootwaspil overgegeven Johannis Prs Zeijlmans en Henric Camp, aangestelde voogden over de minderjarige kinderen mitsgaders erfgenamen van de naargelaten goederen van wijle Johannis Corn Schoenmakers en Corn Handricx Schoenmakers der selver vader en grootvader resp. en dat van zodanige goederen, meubillen, effecten als bij de selve Joh, en Corn Scvhoenmakers, beijde alhier overleden, metter doot ontruijmt en naarfgelaten zijn soo ende in manieren als volgt.

Vooraf zij geweten dat Joh. Schoenmakers naargelaten heeft vijff kinderen namentlijk: Huijbetrt, out ontrent twintig a eenentwintig jaren, Dingena, out ontrent agtien jaren, Peeter, out ontrent tien jaren, Cornelis, out ontrent ses a seve jaren en Ardina out ontrent drie a vier jaren en alzoo de vader en de grootvader in hun lven bijde hebben begeert dat deselve kinderen ofschoon minderjarige onder de opsigt vande voogden souden blijven sitten en huijshouden, so wort daaromme den huijsraat, inboedel, paarden en beesten mitsgaders het hooij en strooij tgene in huijs bevonden wert als moeten dienen tot het huijshouden van de selve kinderen met toestemming vande naaste bloetvrinden en succederende voogden  alshier gebragt voor memorie in twaalhalvehoeve Grootwaspick.

Eerstelijk een huijs en bakhuijs met den hoff en erve daaraan waarin Cornelis Handricx Schoenmakers en Johannis Schoenmakers sijn overleden, belent ten oosten de wed Huijbert Pouwelse Seijlmans en ten westen Peeter Stokkermans, streckende uijtten noorden van de halve Herstraat af zuijdwaarts in tot den halve Pispot toe.

Nog diverse stukken land.

Inkomende penningen en contante penningen

Eerstelijk staat te ontfange van Jan en Frans van der Sande een obligatie van dato den 1e november 1732 ter somme van 200 guldens capitaal metten interest tegens vier pro cento int jaar van dien s… den eerste september 1738

Nog staat te ontfangen van Jan Janse de Bont als voogt van weeskinderen van Tomas Peeters Zeijlmans, een obligatie van een hondert vier en negentig guldens agtien stuivers capitaal, sijnde van dato den 13e jannuarij 1735 metter intrest van dien tegens drie pro cento int jaar sedert den 13 jannuarij 1735 voornoemt.

Nog staat te ontfangen van de weduwe Fransus Tielemans over geleent gelt volgers der selver hant  schrift van dato den 1e maart 1735 ter somme van vijff en twintig guldens eenen stuiver waar tegens nog staat te verrekenen.

Nog staat te ontfange van Adriaan Jochemse Langerwerff een obligatie van 175 guldens capitaal sijnde can dato den 18e maart 1735 met intrest van dien tegens drie pro cento int jaar sedert den 28 maart 1738

Nog staat te ontfangen van Corstiaen Vos een obligatie van 150 guldens capitaal sijnde van dato den eerste november 1738 metten intrest van dien tegens vier pro cento int jaar sedert den eerste november 1739.

Nog staat te ontfangen  van Peeter van Hassel een obligatie van 199 gulde capitaal sijnde van dato den 15e jannuarij 1740 metten intrest van dien tegens 4 pro cento int jaar.

Nog staat te ontfangen van Maarten van Son een obligatie van 100 guldens capitaal sijnde van dato den 28 jannuarij 1740 mette intrest van dien tegens 3 pro cento int jaar, welke oblogatie esspruijtende in voldoening van een obligatie die Anselmus Bosser en Hendrik Schoenmakers aan voornoemde van Son inden jare 1725 hadde gerschoote en welke penninge stonden op de naam van Anselmus Bosser.

Nog staat te ontfangen van Jan Janse de Bond een onbligatie van 200 guldens capitaal spruijtende over penningen bij Johannes Schoenmakers bij hem geleent metten verschenen intrest van dien tegens 3 pro cento int jaar sijnde van dato den 4 februarij 1740.

Nog staat te ontfangen van Jan Peeters Zeijlmans een obligatie van 290 guldens capitaal spruijtende over penningen bij Cornelis Hendrik Schoenmakers aan hem geleent, sijnde van dato den tweede maart 1739 metten intrest van dien tegens 3 pro cento int jaar sijnde van dato den 4 februarij 1740.

Nog staat te ontfangen van Wouter van Dusseldorp volgens afrekening van 16 jannuarij 1740 over geleverde rog en terw in den jare 1739 gelevert, ter somme van 56 guldens.

Nog staat te ontfangen van Jan vanden Hoek over leverantie van boter en melk volgens afreeckening ter somme van twee en veertig guldens seventien stuijvers.

Nog staat te ontfangen van Adriaan Hoevenaar over leverantie van boter en melk volgens afreekening ter somme van vijff en dartig guldens.

Nog staat te ontfangen van Jan Bosser woonende op t veer tot Raamsadonk, de somme van vier en veertig guldens over en pro reste van huur vande jaare 1737, 1738 en 1739 van twee partijen ackerlant gelegen aan weersijden vande vlaijkensstraat onder Raamsdonk volgens huurceel van dato den ??  februarij 1737.

Nog staat te ontfangen van Arnoldus Adriaan Cuijck de somme van seventien guldens over een jaar huur vande drie en hlave geere lant gelegen inden polder van Grootwaspik gemeen met Secrets Hoevenaar verschene kerstmis 1739 volgens huurceel van dato den 1e maart 1737.

Nog wert in den boedel bevonden aan contante penningen in verscheije specun te same bijeengerekent ter somme van 1600 guldens  boven en behalve eenig weijnig gelt ’t geen tot subite stentigen onderhout vant huijshouden aan de kinderen onder selver bewaaring gelaten is.

Een alsoo in den boedel wert bevonden een manuaal boek waar in staat de begrootinge van alle de landerije die int legge van sluijs van voukensvaar hebben gecontribueert in het halve boek door of van wegens schout en geregte van Waspik wert gerequireert so is het selve ter secretarije voornoemt overgebragt en aldaar onder bewaringe vanden secretaris gelaten, evenwelonder die mits dat de voogde of representanten vande voornoemde kinderen als ook de kinderen selve ten allen tijde daar toe sullen hebben en behouden vrij acces en visie toewert deze post alhier gebragt voor memorie.

Aldus deze inventarisatie invoege gemelt door de voogde ten bijwese en met goetkeuringe van 2 outste kindere misgaders Jan Janse de Bont en Jospeh Camp als opvolgende genomineerde voogde  als ook Huijbert van Hassel en Mattijs Schoenmakers als mede naaste vrinden en neve van voornoemde kinderen, gedaan en overgebragt na waarheijt en ter goeder trouwe sonder dat de vogdets sij verclare daar inne ietwas verswege of agter gehoude hebbe met aanbiedinge sij aldien na deze aanden voogden nog iets wiert ondekt dat soude behoren tot dezen boedel, dat zij zulx als dan ter goeder trouwe sullen opgeven presenteerende t selve te alle tijde desnoods en daartoe versogt sijnde met solemnele eede te sulle bevestige . Aldus gedaan, opgegeven en gepasseert te overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Tomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepenen in Waspik, actum 5e februarij 1740.

In kennisse van mij J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 35 vo

inde kantlijn: uijtgemaakt

Schaijdinge en smaldeelinge die bij dezen doende aan schout en geregten van Grootwaspik overgevende sijn Jan Cornelis Vermeijs, voor een vierde part, Jan van den Cieboom in huwelijk hebbende Cornelia Cornelis Vermeijs, voor een vierde part, Caatje Cornelis Vermeijs, voor een vierde part, en Geert Dolk, als bij cope verkregen hebbende een vierde van Geerit Vermeijs en dat van het een derde part van eenen akker, bijster en gronden, als te samen gemeijn sijn hebbende soals die is gekomen uijtten boedel van Mattijs Vermeijs ingevolge de deijlinge gepasseert voor schout en schepenen van ’s Grevelduijn Capel in dato de 14 december 1728, belent ten oosten van t heele acker, bijster en moergronden Jan en Geerit Cornelis Dolk en ten westen de weduwe Tomas Buijs en de weduwe Cornelis Janse Boeser cum suis, d’een teijnde den ander, streckende uijtten zuijden vande stede van Adriaentie Cloot af noortwaart in tot de halve herstraat toe, bestaande in het middelste derde part vande acker des oostense helft vande bijster tot de Cromme Steeg toe, en het middelste moerblok de heele breete ingevolge de voorschreven deijlinge ende is het voornoemde een derde onder haar comparanten verdeelt en te deele gevalle als volgt.

Eerstelijk so is het voornoemde een derde part vande acker , streckende uit den noorden vande bijster af zuijdwaart in tot de erve van Adriaantie Janse Cloot toe, sijnde vande heele acker belent Jan Dolk oost en de weduwe Tomas Buijs west, onder de voornoemde comparante verdeelt, dat Jan Cieboom daar in sal hebben het westense gedeelte ofte geregte vierde part , Jan Cornelis Vermeijs het tweede volgende vierde part, Caatje Vermeijs het derde volgende vierde part en Geerit Dolk het vierde volgende of oostense vierde part, doorgaande zuijden en noorden te rekenen.

Item ten tweede is de geregte oostense helft vande bijster, streckende van het akkerlant aff noordwaart in tot de Cromme Steeg toe, belent west  Adriaan Vermijs met de wederhelft en oost Jan Dolk bij de voornoemde comparanten dwars afgedeelt in vier lote  doorhaling gelijk het zelve legt afgeraven ende so het zuijdensen vierde part bevallen Caatie Vermijs , het tweede of volgende een vierde part Geerit Dolk, het derde volgende een vierde part Jan Cieboom en het vierde volgende of noordense een vierde part Jan Cornelis Vermijs.

Ten derde so is de geheele breete van het middelste moerblok, streckende uijtten zuijden van het moerblok van Adriaan Vermeijs af noordwaart op tot het mperblok van Tomas Kerste toe, bijde voornoemde comparanten verdeelt dwars af  in vier lote of cavele gelijk het selve mede leg afgegrave, en  is op het zuijdens lot bevallen Caatje Vermeijs, op het tweede volgende lot Geerit Dolk, op het 3e volgende lot Jan Cieboom en op het noorden of vierde volgende lot Jan Cornelis Vermeijs.

Verder houden zij comparanten met den andere gemeijne onderdeel haar eenderde part in zeker bosken ten zuijden van het boske van Tomas Corsteter gelegen.

Verder is conditie dat Jan Vermijs moet betalen wijder schattinge of coninx bede vier penninge, Jan Cieboom vier penninge, Geerit dolk vier penninge, Caatje Vermijs twee penninge, sijnde same veertien penninge die dir eenderde part moet betalen en alzo dit lot moet maken twintig voeten dijk en straat, so is geconditioneert dat Jan Cieboom daar in moet maken vijf, en dan Jan Cornelis Vermijs vijf voet, de volgende vijf voet moete werde gemaakt bij Caatje Vermijs ende volgende of oostense wijf voet moete werde gemaakt bij Geerit Dolk.

Eijndelijk is conditie dat de voornoemde comparanten ende twee andere parte van Adriaan Vermijs en Tomas Corsteter moeten laten een bequame steeg om malkanderen uijtten zuijden tot den noorden en uijt de noorden naar het zuijden te steegen en wegen en zulle de steeg op t moerblok tenminste breet moete ??ijer 11 voet.

Partijen hebben tot proffijt vande aende, andere vertijt en vertege naarde regte van Zuijthollant ommer der zijne aanbedeelde goedere te mogen gebruijken als haar vrij en aanbedeelde goet ook te moete onderhoude alle wege, stege, dijken, schoute, watergangen en andere naburen stegen met regt ider uijt sijn aanbedeelde is aangaande ook te moeten betalen dorps en andere lasten waar mede hunne respective parcelen sijn belast tot de leste december 1739 incluijs. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Thomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepenen in Waspik , dezen 12 februarij 1740.

In kennise van mij J. Zeijlmans, secretaris

Dat ist kruis merk bij Thomas Zeijlmans gestelt.

Fol. 36 vo

inde kantlijn uijtgemaakt

Op huijden den 19e maart 1740 compareerde voor ons schout en schepenen van Grootwaspik verondergenoemd, Jan Janse Pols weduwenaar en gebleeve boedelhouder van zaliger Johanna Wouters Gijben ingevolge den testamente gepasseert voor schout en schepenen alhier op den 21en junij 1736 ter eenre

Ende Gijsbert Wouterse Gijben, Cornelis vanden Hout als in huwelijk hebbende Maria Wouterse Gijben ende Huijbert Bogaerts als voogt van de vier onmondige weeskinderen van laureijs Woyerse Gijben, verweckt bij Pieternella van der Looij, sijnde geassisteert met dhr Adriaan Zeijlmans, schout alhier, als oppervoogt, alle ex testamento abinastato erfgenamen van zaliger de voornoemde Johanna Wouterse Gijben ter andere zijde

Te kenne gevende sij comparanten dat tusschen hen eenige oneenigheden stonden te rijle alsoo bij den voornoemde testamente tusschen den 1e comparant en sijn huijsvrou gemaakt tot eenige en universeelen erffgenamen mits dat de overschietende goederen na doode vanden voornoemde Jan Pols voor de iene helft moesten werden gedeelt bij de 2e comparanten in deze waar omme  de 2e comparanten in deze oordeelen daar de 1e  comparante gehouden was te leveren staat en inventaris gedaan maken  inventaris om naar sijn 1e comparantes doot haar portie naarden wette deser fan den daar uijt te vinden, en dat hij daar voor behoorlijke borge moeste stellen etcetra. Soo verclaarde sij comparanten inder minnen met consent en ten overstaan van schout en schepenen alhier, te sijn over eengekomen ande verackordeert wegens de erffenis doe de voornoemde 2e comparanten na doode van 1e comparante te wagten hadden, zoo ende in maniere als volgt te weten dat de 2e comparanten geheel en al soude renuntiere so als sij lieden tesamen en ider in het bijsonder ten henne opgemelde qualitijten verclaarde te cederen, renuntieren en volkomen afstant te doen ten behoeve vande voornoemde Jan Pols, van alle goederen, roerende en onroerende, actien en crediten, egeene van dien uijtgezondert, so ende in dievoege als hij die met de voornoemde sijne huijsvrou Johanna Wouterse Gijben heeft beseten gehat of soo als hij die nu nog besittende is, dad dat den 1e comparant aan de 2e comparanten in hunne voogt mette qualiteijten daarvoren bij forme van uijtkoop sal uijtreijke voldoen, en betalen, eenen somme van 600 guldens gelijk als den 2e comparanten tot volle voldoeninge en afquijtinge vande selve uijtgeloofde 600 guldens aande 2e comparanten in deselve henne qualiteijten bij desen verclaarde te cedren, transporteren in in vollen eijgendom overtegeven, specialijk een obligatie groot in capitaal 600 guldens sprekende ten lasten van Mattijs Schoenmakers, gesproote uijt hoofde en pr reste vande cooppenningen vant huijs en erve, doorden 1e comparante aandeselve Mattijs Schoenmaker verkogt en getransporteert op den 14 december 1736, met welken transporte enden gifte de 2e comparanten inder selver respective qualiteijten verclaarde te  nemen volkomen contentement, oversulx sijlieden den 1e comparant van die uitreijkinge verclaarde te quiteren bij dezen en sal den 1e comparant de voorschrven obligatie overleven in handen van den schout binnen die eerstcomende dagen .

Waar tegens den 1e comparant Jan Janse Pols bekende ook tot sijnen laste te sulle nemen alle sodanige laste en schulden als tot sijnen of de voornoemde boedel sijn loopende en de voornoemde 2e comparanten darvan te ontlasten en bevrijden mits dezen

Tot naarkominge en presentatie van alle tgeene voorstaat verclaarde sij comparanten te verbinden hare personnen en goederen, roerende en onroerende, hebbende en vercrijgende egeene van dien uijtgezondert, desden stellende onder t verbant en bedwang naar regte, alles sonder fraude. aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Cornelis Buijs, schepenen in Waspik.

In kennisse van mij J. Zeijlmans

in de kantlijn:

Compareerde ter secretarije van Grootwaspik Gijsbert Wouterse Gijben en bekende van Mattijs Schoenmakers ontfangen te hebben een somme van twee hondert gulden cum in tresse en sulx van sijn 1/3 part van de nevens genoemde obligatie van ses hondert guldens ten volle voldaan en betaalt te sijn datum Waspik den 17e junij 1740.

In kennisse van mij J. Zeijlmans, secretaris

Fol 37 vo

Op huijden de 23 maart 1740 soo willen Gijsbert de Ruiter meerderjarige zoon van Aart de Ruijter ende voogt en toesiender van de minderjarige kinderen van Aart de Ruijter met consent en ten overstaan van schout en geregten alhier publiecq en voor alle man bij forme van erffhuijs verkopen de meubilaire goederen bij den voornoemde Aart de Ruijter naargelaten so en in maniere als volgt die te berde sulle worden gebragt op de conditien hier haar volgende

Eerstelijks wie eenig gelt biet sal gehouden wezen te blijven bij zijn gebot op een boete en breuke van 100 goude realen te verbeuren goet van goude en swaar van gewigte.

De officier hout den eersten 2e 3e roep aan sijn selven wil niemant bevatten off ook niet bevat of agterhaalt sijn en word alles verkogt stootvoets.

De coopers off mijnders sulle gehouden sijn haar beloofde cooppenningen te betalen gereet en contant aan de tafel alvorens sij haar gekogte goederen van ’t erf sullen mogen vervoeren off sonder dat de vercoopers na verreken te doen willen op de boete van 30 stuijvers van ider coop.

De coopers sullen boven de cooppenningen mede gereet moeten betalen voor pontgelt en x L penning van ider gulde 3 stuijvers 8 penningen.

De verkopers houden aan haar lossen mits gevende aan den mijnder voor ider lossing eenen stuijver.

een platte eijsere potje, Mels Peters de Graaff 0: 17:
een hoge eijsere pot, Corn. van Grevenbroek 0: 18:
eenig out eijser, Tijs Dolk 0: 8: 0
7 hengen en een kram, Ad. Verschuren 0: 14: 0
1 bijl hamer en eijsere rijff, Jan de Bruijn 0: 13:
3 vurken, 2 snij en 1 staal, Jan Buijs 0: 8:
eenig out eijserwerk, secretaris 0: 5:
een paar spore en out eijser, Jan de Bruijn 0: 11:
2 hacken, 3 holsters etc., Willem Biemans 0: 2:
een seijse cnaap en ketting met een dwarshout, Antonij van Pas 0: 12:
een wateremmer oost enz., Geerit Corn. de Rooij 0: 9:
1 quaijmant met out eijser, secretaris 0: 5:
1 glase kastje , Lammert van Dongen 0: 10:
1 kanne bort, Jan Peters Boer 0: 5:
1 schotelrek, Bartel de Bont 0: 8:
1 dito, Lammert Reckers 0: 3:
1 krijt bakje, Jan Peters Boer 0: 2:
1 dorsvlegel, vork, lepelbort ende boterpotje, bottelkanneke enz, Hend. van Dimen 0: 3:
2 aarde schotelen en  22 dito borde, Bartel de Bont 0: 4:
eenige schulpschotelen en andere witte schotele, Teuntie Grevenbroek 0: 6:
1 lantaren en pollepel, Jan de Bruijn 1: 0:
2 bierpinte en aarde pot enz, Jan Peters Boer 0: 3:
1 kopere betpan en ijsere steel, Jacobus Boeser 1: 8:
1 copere cetel , Adr. Verschure 2: 5;
1 dito keteltje en vijff tinne lepels, Gijsbert de Ruijter 1: 0:
1 haal, 2 roosters, ralijnt enz., Ad. Swart 0: 14;
een wieg, Ad. Olislagers 0: 10:
1 sigt en deegen, Tijs de Zeeu 0: 12:
1 spiegeltje, Tijs de Seeu 0: 14;
1 spinnewiel, 0: 0:
1 kistje, Jan de Bruijn 0: 8  
2 telessen een kapstok, Lammert van Donge 0: 6:
1 karn, Tomas Zeijlmans 0: 10:
1 lamp en olikannke, Gijsb. de Ruijter 0: 1:
1 paar blau gordijne rabat en ijsere roeij, Teuntje Grevenbroek 0: 6:
dito rooije, Corn. van den Hout 0: 12:
1 snaphaan rak, secretaris 0: 1:
1 etensspinneke, Jan Peters Boer 0: 6:
1 vuurijser, Marc Coninx 0: 2:
1 vierkante tafel, Jan Corsten 0: 11:
een bank, Corn. van Grevenbroek 0: 6:
1 vierkante tafel, Jan Buijs 0: 8:
1 ovale tafel, secretaris 0: 15:
1 baktrog, Antonij Oomens 1: 7:
1 eijke kast, Tijs Dolk 2: 5:
1 seeff, Lammert Reckers 0: 3: 8
3 stoelen, Gijsb. de Ruijter 0: 12:
1 linne bed, Gijsb. de Ruijter 2: 5:
1 totbeke seeff enz., Bartel de Bont 0: 3:
1 caveltje hout, Gijsbert de Ruijter 0: 9:
1 leerke en wat mutsert, Joost Verschuren 0: 6:
1 aartkar, Geeret Costers 3: 10:
1 ploeg, Tomas Boudewijns 0: 10:
1 kruijwagen, Jan Corst. Reckers 1: 4:
1 hoop straijsel, Ad. Verschuren 1: 3:
de missie, Jacobus Boeser 0: 12:
den assoop, Mattijs de Zeeu 2: 4:
een planken, Joost Verschuren 0: 6:  

Aldus deze verkoopinge regtelijk gedaan ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Thomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepenen in Waspik, desen 23e maart 1740 onderstonden was getekent  A. Zeijlmans. Dit ist .. merk bij Tomas Zeijlmans gestelt.

In kennisse van mij J. Zeijlmans, secretaris

de cooppenningen bedragen f 38: 14: 8

comt x L penning                    f   0: 19: 6

Fol. 39 re

Op huijden den 13e meij 1740 soo wille de heeren Adriaan Zeijlmans, schout, en Jan Zeijlmans, scretaris van Grootwaspik, als aan gestelde curateuren  over den geabandonneerden en insolventen boedel van Laurens Wouterse Gijben en Piternella van der Looij, publiecq en voor alle man ten overstaan van schout en schepenen alhier bij forme van erffhuijs ad opus jus habentium verkoopen de meubilaire goederen in den voornoemde boedel bevonden soo als die te berde sullen worden gebracht op de conditien hiernaar volgende

Eerstelijk wie eenig gelt biet, sal gehouden weze te blijven bij sijn gebot op een boete en breuke van 100 goude realen, te verbeuren goet van goude en zwaar van gewigte te gaan maar pay en regt.

De coopers off meijnders sullen gehouden zijn hare beloofde cooppenningen te betalen gereet en contant alvorens sij hare gekogte goederen vant erff sullen mogen vervoeren en soo imant sijn goet van ’t erff sonder eerst te betalen bragt, sal verbeuren aan den officier 30 stuijvers dewelke het belooft gelt en boet tot laste van den overtrader sullen vorderen cum expensis.

De coopers sullen boven de cooppenningen mede gereet  moeten betalen van ider gulden 1½ stuijver.

De verkoping geschiet stootvoets en soo het geveijlt off afgehangen sal worden.

1 tang en haal, Maria Gijben 0: 1: 0
2 vout hengels, Jan Nouwens 0: 3: 0
2 gruun gardijne en rabat, Marie Gijben 0: 9: 0
1 duijle bet en deken, deselve 0: 13: 0
1 blecke teeketel en treckpot, Annemie Verbunt 0: 1: 8
eenig groff teegoet, Hendrik Hagoort 0: 2: 8
een lanteeren, Adriaan Smits 0: 2: 8
eenege aarde potte, schotelen en deurslag, Marie Gijben 0: 1: 8
een kam mandeke, Hendrik van de Heuvel 0: 2: 0
de kast bij, Marie Gijben 2: 10:
een spindeke bij, Marie Gijben 0: 11:
een tafel, Marie Gijben 0: 1:
een eijsere pot en water emmer, Marie Gijbe 0: 4: 8
een spiegeltje, deselve 0: 1: 8
een rak, deselve 0: 1: 0
5 galaije schotelen en 12 borden, deselve 0: 1: 0
8 stoelen, deselve 0: 5: 8
een lepelrek met 13 lepels, deselve 0: 5: 8
1 turffton en vuureijser, deselve 0: 1: 0
een traff, secretaris 0: 3: 0
1 spinnewiel, Marie Gijben 0: 2: 0
1 blecke lampken 0: 0: 0
2 vurke enz., secretaris 0: 3: 0
1 spinnewiel, Marie Gijben 0: 11: 0
1 witte linne gardijn, deselve 0: 6: 0
1 strijkeijser 0: 0: 0
3 lakens, Piternel van der Looij 0: 4: 0
1 kruijwagen, deselve 0: 2: 0
2 stoven, deselve 0: 1: 0
1 wastol sijnde in duijgen, deselve 0: 1: 0
2 mansrocke en 3 hemde, deselve 1: 4: 0
4 flesse enz., deselve 0: 2: 2

Aldus deze verkoopinge regtelijk gedaan ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Tomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepenen in Waspik, dezen 13e maij 1740 onderstond en was geteijkent  A. Zeijlmans,  doorhaling. Dit ist .. merk bij Tomas Zeijlmans gestelt. Steven Scheur in kennisse van mij J. Zeijlmans, secretaris.

De cooppenningen bedragen agt gulden 16 stuivers twee penningen.

comt den xL penning op 0: 4: 8

Fol. 40 re

Staat en inventaris gedaan maken  inventaris gedaan maken en aan schout en schepenen van Grootwaspik overgegeven bij Mari Ariens Coninx weduwe van Tomas Buijs en dat van zoodanige goederen en effecten als zij met den voornoemde hare overleden man heeft beseten gehat als volgt:

Eerstelijk de helft van een huijs, hoff, erven en driessen, staande en gelegen alhier gemeen en onverdeelt met Pieter van Waspik cumsuis, belent ten oosten Jan Bredenburg gransus artel en Wouter Zeijlmans cumsuis en ten westen Hendrik Camp en Tomas Schep cumsuis, streckende uijt den zuijden van de ackers aff noordwaart in tot de halve herstraat toe.

Nog eenen acker zaijlant gelegen agter de voornoemde stede, belent oost de erffgenamen Michael Lompeer en west Tomas de Bont, streckende vande voornoemde driesen aff zuijtwaart in tot de vest toe, sijnde haar voor de kosten van ’t proces van den dijk overgegeven.

Nog een binnenbijster gelegen alhier gekomen van Jacobus Mol, belent oost d’ erffgenamen Mattijs Vermijs en west sij beerten bijster sijn de dezen bijster en 1/3 in ’t huijs belast met een hipoteek van vier hondert guldens capitaal.

meubilaire goederen

twee coeijen, een paart

nog bedden en bult en huijsraet, dog seer gering en ontrent waardig een hondert guldens

Inkomende en contanten penningen waren er niet.

            uitgaande schulden

Eerstelijk betaalt in verscheijde reijse aan het proces van den dijck en andere processe na haar mans doot ontrent twee hondert guldens.

Nog staat te betalen aande kerk alhier tgeen mijn man op sijn kerkeboek te kort quaam en waar van de weduwe ten behoeve van de kerk een obligatie heeft gepasseert ter somme van hondert negen en ’t negentig guldens.

Nog een clijn winkeltje van eetwaren en potten, dog soo veel niet waardig als aan de coopluij stontte betalen.

Nog stont te betalen aand Mr. Pistorius tgeene was opgenomen om het 1/3 part vant huijs te betalen. Een somme van drie hondert guldens.

Nog betaalt tgeene op’t kerkeboek te kort quam aan den secretaris als andere sestig guldens.

Nog heeft Jacob Buijs in sijn leven verschooten voor mijn man wegens de processen ter somme van twee hondert guldens.

Aldus geinventariseert naart opgeven van de voornoemde Maria Coninx int bijwesen van de voogt en meerderjarige kinderen, verclaaren de sulx naar de waarheijt bij haar alsoo sijn opgegeven sonder ietwes ter quadertrouwe versweegen off hier opgegeven te sijn. aldus gedaan gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Tomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepenen in Waspik, desen 28e maij 1740.

In kennisse van mij J. Zeijlmans, secretaris.

Dir is t (kruis) merk bij Tomas Zeijlmans gestelt.

Fol. 40 vo

inde kantlijn: uijtgemaakt

Op huijden den 28e maij 1740 compararde voor ons schout en schepenen van ’s Grevelduijn Grootwaspik en xj½ Hoeve  ondergenoemt, Maria Ariens Coninx weduwe Thomas Buijs ter eenre  en Jochem Ariens Coninx ende Jan Buijs als aangestelde voogde over het minderjarige kint van de voornoemde Maria Ariens Coninx bij haar in huwelijk verwekt bij Thomas Jans Buijs voornoemt, met name Cuijntje Buijs, out ontrent 23 jaar, als mede den voornoemde Jan Buijs voor sijnselven en Adriaantje Buijs voor haar selven ende Dingena Buijs voor haar selven, alle meerdejarige kinderen van de voornoemde Maria Coninx  en Tomas Buijs ter andere sijde.

Ende sijn de voornoemde comparanten in hare voornoemde qualiteijten ? met consent voorwesen en ten overstaan van schout en geregten alhier naar alles overwogen en den Staat en inventaris gedaan maken  inventaris des boedels ingesien te hebben metten anderen verdragen en veraccordeert in voege en manieren als volgt: te weten dat de eerste comparante in vollen eijgendom sal hebben en blijven behouden alle goederen en effecten die sij met den voornoemde haren man heeft besten gehadt ende nog besittende is, soo wel active als passive en sulx geene uijtgezondert omme bij haar daarmede gedaan en gehandelt te worden als met haar vrij en eijgen goet sonder bekroon van imant onder dese speciale conditie nogtans dat de eerste comparante gehouden en verbonden blijft hare voornoemde kinderen op te voeden en te alimenteeren in cost en drank, cleedingen en cleedinge soo wel siek als gezont , egeenen tijd van perijkel uijtgezondert deselve te late leeren lesen en schrijven en een goet hantwerk off anders exercitie te laten leeren waartoe deselve naar den staat des boedels best bequaam sullen bevonden worden, en dat tot hun mondigen dagen, huwelijken off anderen geapprobeerden stae toe, als wanneer deselve daaren boven sal gehouden wezen soo aande nu meerderjarige op de eerste aanmaninge en aan het minderjarige kint als boven gesegt is aan ider van de selve uijtte reijken en voldoen eene somme van dartig guldens eens sonder meer in volle voldoeninge van hare vaderlijke goederen off legitime portie.Met welken contrackten sij comparanten bekende te nemen volkomen genoegen ende verclaaren sij gezamentlijk tot naarkominge en prestatie van allen hetgeene voorschreven staat te verbinden hare persoonen en goederen present en toekomende egeene excempt deselve stellende onder verbant en bedwank als naar regten. aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Tomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepenen in Waspik.

In kennisse van mij J. Zeijlmans, secretaris.

Dir is t merk (kruis) bij Tomas Zeijlmans gestelt

Fol. 41 vo

in de kantlijn:  uijtgemaakt

Scheijdinge ende erffdeelinge die bij desen doende aan schout en geregten van Grootwaspick overgevende is Jochom Coninx, Huijbert Coninx ende Maria Coninx weduwe van Tomas Buijs alle kinderen en abintesta erffgenamen van Cuijntje Vermeijs weduwe van Arien Huijberde Coninx en dat van zoodanige goederen en effecten als haar door overlijden van de voornoemde hare moeder waren aanbestorven als die sij samen nog gemeijn en onverdeelt waren hebbende soo en in maniere als volgt:

Eerstelijk soos is Jochem Coninx geloot gecavelt en berffdeelt op een somme van een hondert guldens sijnde vande resterende coopenningen van het huijs bij Jan Bredenburg gekogt en welke hij bekende reets ontfangen te hebben en daar van voldaan te sijn.

Ten tweede soo is Huijbert Ariens Coninx geloot gecavelt en beerffdeelt op het noordense gedeelte van een acker gelegen alhier, streckende uijt den noorden van ’t ackerlant van Pieter van Waspik aff zuijtwaarts in tot den dwarspat om tegebruijken so lang hij leeft en na de doot van hem Huijbert Coninx sulle sijne kinderen en erffgenamen niet meerder in eijgendom hebben dan het geregten een derde part  van den acker uijt den norden ten meeten zuijtwaerts in, belent oost van den heelen acker Hendrick Maas en ten Westen Jan Peeterse de Jong en moet betalen een derde van de laste.

Ten derden en ten laatsten soo is Maria Coninx weduwe Tomas Buijs geloot gecavelt en beerffdeelt op het zuijdense gedeelte van den voornoemde acker, streckende vanden dwarspat aff zuijtwaart in tot de vest toe om zoo verre te gebruijken soo lange Huijbert Coninx leeft en na zijn doot op de geregte twee zuijdense derde parte van den acker belent oost Hendrik Maas en ten westen Jan Peeterse de Jong en moet betalen 2/3 van de lasten.

En laastelijk op een buijtendelle gelegen onder ’s Grevelduijn Capel, groot ontrent vijff hont, belent ten oosten de weduwe Peeter de Jong en ten westen de steeg van eenige landen onder Clijnwaspik, streckende uijt den zuijden van de halve herstraat aff zuijtwaart in tot de Oude Straat aff Clijnwaspik toe mits conditie dat sij tot haren lasten nemmt de somme van 150 guldens, sijnde de coopenningen van ¼ part van de voornoemde del bij de gesamentlijke comparanten van den armen van ’s Grevelduijn Capel gekogt en di aan d armmeesters nog moet werden betaalt en sal sij de voornoemde del niet mogen verkoopen , belasten nog beswaren voor dat de cooppenningen zijn voldaan.

Aldus soo hebben partijen malkandere vertijt en vertegen naarden regten van Zuijthollant en verclaarde ider met zijne bevallen lot tevreeden te sullen zijn en te zulle betalen alle lasten en verpondingen tot ider sijn bevallen lot behoorende en te sulle maken en onderhouden alle wegen, stegen, dijken, dammen, straaten, waterloopen als anders tot ider sijn bevallen lot staande ne behoorende en verclaarden den eenen tot lasten vanden andren sijn bevallen lot niet meer te pretendeeren te hebben en sulx den een tot proffijt van den anderen daar van te renuntieren bij desen aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Tomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepenen in Waspik, desen 28e maij 1740.

In kennise van mij J. Zeijlmans, secretaris

dit ist kruis merk bij Tomas Zeijlmans gestelt

Fol. 42 vo

inde kantlijn: uijtgemaakt

Scheijdinge en erfdeelinge die bij desen doende en aan schout en geregten van Grootwaspik overgevende sijn Peeter Cornelisse Camp, woonende in Hendrik Luijtenambagt, Bartholomeus Camp, als in huwelijk hebbende Maria Cornelis Camp, woonende alhier, Adriaan Cornelisse Camp, woonende tot Oosterhout, ende Josep Camp als aangestelden deelvoogt van Anna Cornelis Camp, innocente dogter van Cornelis Adriaanse Camp, en Adriaantje de Bont, woonende alhier, en sulx alle kinderen en erfgenamen vande voornoemde Cornelis Adriaansen Camp en Adriaantje Peeterse de Bont en dat van alle soodanige goederen en effecten als door de voornoemde Adriaantje de Bont als geblevene boedelhoudster van zaliger den voornoemde Cornelis Adriaanse Camp, metter doot sijn ontruijmt en naargelaeten soo ende in manieren als volgt:

Eerstelijk soo is Peeter Cornelis Camp bij blinde lotinge geloot, gecavelt en beerfdeelt eerstelijk op het huijs, hoff en erve staande en gelegen alhier, belent oost Josep Camp en ten westen Johannis Verschuren  doorhaling en Jan van Noort, streckende uijtten noorden van de halve herstraat aff zuijtwaart in tot den halven pispot toe.

Nog op een binnendel gelegen inden polder alhier, belent ten oosten de kerke alhier en ten westen Johannis Verschuren  en Cornelis de Bont, streckende uijtten zuijden vanden halve herstraat aff noortwaart in tot de Cae toe.

Nog op drie geerden hooi ende weijlant gelegen in Cleijnwaspik in een stuk van twaalf geerden gemeen en onverdeelt met den armen en Peeter van Gijsel en andere, belent ten oosten vande heele 12 geerden Cornelis van Steenhoven en ten westen d’erfgenamen vande heer predikant van Aalborg, streckende uijt den zuijden van ’s Grevelduijn Grootwaspik af noortwaart in tot het half Schipdiep toe.

En ten laatsten nog op een parceel weijlant gelegen aande Dussen in ’t Zuijdevest groot ontrent seven hont, genaamt den Clijnen Blicksteert, belent ten oosten het weeskint van Thomas Zeijlmans en ten westen den armen van Waspik met het lant genaamt de Blicksteert, streckende uijtten zuijden van . . . . . . . . .  noortwaart tot  . . . . . . .  toe en moet in egalisatie van sijn bevallen lot uijtreijcken aan Adriaan Cornelisse Camp eene somme van negen hondert guldens.

Ten Tweeden soo is Bartholomeus Camp bij blinde lotinge gelot gecavelt en berfdeelt op eenen acker zaijlant gelegen alhier gekomen van de weduwe van den secretaris Peeter Zeijlmans, belent oost Peeter Cornelis Camp en west Johannis Verschuren, streckende uijtten noorden vanden halven pispot aff zuijtwaart in tot de goederen van Michiel van IJersel gekomen van de chartroosen toe.

Ten 3e soo is Adriaan Cornelisse Camp bij blinde loringe geloot gecavelt en beerfdeelt op eene somme van ngen hondert guldens, die hem Peeter Camp in egalisatie van sijn bevallen lot moet uijreijken en waar van hij reets bekende voldaan en betaalt te sijn den eertse penning metten lesten.

Ten vierden en ten laatsten soo is Josep Camp, noventa dogter vanden voornoemde Cornelis Adriaans Camp en Adriaantje de Bont en sulx ten behoeve vande voornoemde Anna Camp, bij blinde lotinge geloot gecavelt en ende berfdeelt eerstelijk op drie geerden hooij ende weijlant gelegen inden polder alhier gemeen en onverdeelt in een stuk van ses geerden met  Ansalmus Bosser, belent ten oosten vande heele ses geerden Jan Jochemse Zeijlmans en ten westen Jan Lips cumsuis, streckende uijt den zuijden van Hendrick Luijtenambagt aff den caesloot aff noordwaart in tot den halven schaijsloot toe. Sijnde de eene een en een halve geert der comparanten moeder Adriaantje de Bont  aanbedeelt vande weduwe Peeter de Bont onder conditie dat sij jaarlijx daar uijt sal moeten voor een sesde part voldoen de alimentatie van Huijbert Peeterse de Bont ingevolge het contract van deijlinge voor schout en schepenen alhier gepasseert op de 30e october 1733, waartoe wert gerefereert en welcke uijtreijckinge uijt de voornoemde drie geerden sullen moeten worden gevonden en voldaan en waar voor deselve ten allen tijde sullen aansprekelijk sijn.

En ten laatsten nog op eenen acker zaijlant gelegen alhier in Twaalftalve Hoeve Grootwaspik groot ontrent drie hont off soo groot en cleijn den selven gelegen is tusschen erffenisse van Michieltjen de Jong oost en de weduwe Hendrik de Bont west, streckende uijt den noorden vanden halven pispot aff zuijtwaart in tot de goederen van Michiel van IJersel gekomen vande Chartroosen toe.Verder is conditie dat de drie eerste comparanten Peeter Camp, Bartel Camp en Adriaan Camp te samen en sulx ider voor een derdepart sullen moeten betalen alle de verpondingen en de schulden en lasten vanden boedel tot den lesten december 1739 incluijs sonder daar van iets tot lasten van hare innocente suster te mogen brengen.

Aldus soo hebben partijen ider in hunne voornoemde qualiteijt malkanderen vertijt en vertegen naar den regte  van Zuijthollant en verclaarde ider met sijn bevallen lot te vreden te sijn en te sullen betalen alle alsten en verpondingen op ider sijn bevallen lot staande en te sullen maken en onderhouden alle wegen, stegen, dijken, straten, schouwen, leijen, ’s heere chijnsen en andere naburen regten tot ider sijn bevallen lot behoorende en verclaarde den eenen tot laste vanden anderen daarvan te renuntieren bij desen aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Cornelis Buijs en Huijbert Coninx, schepenen, desen  . . . julij 1740

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 43 vo

Inventaris gedaan makenen aen schout en schepenen van Grootwaspik overgegeven bij Teunis Janse Zeijlmans als in huwelijk hebbende Maria Sterrenburg, eender weduwe van Frans Peeters Boeser als mede de voornoemde Maria Sterrenburg en dat soodanige goederen en effecten als de voornoemde sijne huijsvrouw met den voornoemde Frans Peeters Boeser en na zijn dood tot hertrouwens toe heeft beseten gehat soo ende als die op het hertrouwen vande voornoemde sijne huijsvrouw is beseten geweest.

Eerstelijk de vaste goederen

Eerstelijk de helft van een huijs hofke en erve met een schouw, staande en gelegen alhier waar van de andere helft vant huijs en erve copereert de weduwe van Joost Sterrenburg, belent ten zuijden van t heele stedeken Hendrik van Diemen, strecken uijtten weste van de halve Vroukensvaartse grippel oostwaart in tot de erve van Huijbert Schep toe.

Nog eenen acker zaijlant gelegen alhier, groot ontrent twee hont, belent ten westen Jan Jesper en Maijken Voegers en ten oosten de weduwe Cornelis Aarts de Weertcumsuis, streckende uijtten zuijden vande steeg vande weduwe Cornelis van Dongen aff noortwaarts in tot de stede van Peter Jochems Berthouts toe.

Nog eenen acker zaijlant, groot ontrent drie hont mede gelegen alhier, belent ten zuijden de weduwe Joost Sterrenburg en ten noorden Reijnier Costers cumsuis, se een teijnde den anderen, streckende uijtten oosten vande halve Vroukensvaartse grippel aff westwaart in tot den acker van Huijbert Coninx toe.

Nog eenen acker zaijlant mede gelegen alhier gekomen van de erffgenamen van maijken de Bont, belent ten zuijden Wouter Ockers cumsuis en ten noorden Huijbert schep, streckende uijt de westen vande halve vroukensvaartse grippel aff oostwaart in tot ’s Grevelduijn Capel toe.

Nog eenen halven acker en dries mede gelegen alhier, genaemt het Verbrant, waarvan de wederhelft competeert Adriaan Schoutten, belent ten zuijden vande heelen acker dorpsweg en ten noorden Arien de Zeeuw, streckende uijt den oosten vande halve Vroukensvaartse grippel aff westwaart in tot den armens acker en het Walleken toe.

Nog eenen binnenbijster mede gelegen alhier tusschen erffenisse van de dwarsdellen oost, west Jan Huijberde Cuijl cumsuis, zuijden de veldeckens vande kerk en arme en ten noorden Peeter van Dongen en de weduwe Hendrik de Bont.

Volgen de meubilaire goederen.

in de keuke

Een bed met een peulue, twee dito kussens, 1 deeken, een paar geblomde gordijnen voorde bedsteden, 6 tinne schotelen, 3 comme op de cas 18 zoo groot als cleijn ceulse schotelen, 1 copere vier pan, een dito schuijmspaan, 2 halen, 1 tang, 1 kookpan met zijn hangijzer, een rooster met ses spijlen, 6 stoelen, 1 dito cleijne, een  strijkeijser, 1 lam, 3 flesse, 1 korfke om mede te velt te gaan, twee eijsere potte, 1 schoukleet, 2 spinnewiele, een etenskaske, een dito taeffel, een bord met 12 tinne lepels, een tonne poterpot, 2 asijkannekens, 2 eerde schotelen, 6 eerde boeden, 1 olij stoop, 1 slegt botertijl, 6 boeken goeij en quaaij, 1 meelsak, een kas en daarin 5 paar slaaplakens, 5 oude cussesloope, 1 dito bonte tafelakens.

op t camerke

een bed met een peulue, een deken, 1 blans met 1 paar houte schalen, 1 slijpsteentje

op de geut

2 melktonne, 1 tonne bank, 2 eerde boterpotte, een karen met haar toebehoorte, drie copere ketels, een dito can met een aker, een bant haak, 2 andere hake.

op de solder

drie slegte kiste, 2 slegte grasseijsens, een dito koresigt, een baggerbeugel, een slag gaert, een hack, 1 stikscheer, drie slegte kooij vrake, 1 kinderstoel, 1¼ strooije vat.

in de schuur

ee oude koeij, 1 jonge dito, ½ wage, ½ car, ½ ploeg, 1 snijbak, 1 oude kruijwage, 1 leer, 2 koeijtobbe, 1 dorsvlegel, 1 slegte wan, 2 rieke, 1 trog,  1 houte blans, een hooij schaal, 1 tar vat, 1 swin sonder eijserwerk, 1 beugel, 1 slegte greel, een dito spaaij, 1 dito coreschup, 2 rijven.

uijtgaande schulden

Eerstelijk staat te betalen aen de weduwe Cornelis ketelaar een obligatie van 225 guldens volgens obligatie van dato den . . . . . . . . . .  sijnde daar mede aff gelegt aen Jan Meertens Dolk een obligatie van gelijke somme van ouderen datum.

Nog een obligatie van twee hondert guldens ten behoeve van Artus Sterrenburg waarvan nu houder is Simon Sterrenburg.

Aldus geinventariseert opgegeven als vooren staat ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Cornelis Buijs, schepenen in Waspi, desen 28 september 1740.

In kenisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 44 vo

in de kantlijn: uijtgemaekt

Scheijdinge ende erffdelinge gedaan maken ende aen schout en schepenen van Grootwaspik aengebragt bij Maria Sterrenburg in huwelijk hebbende Teunis Zeijlmans (en met denselven haren man geadsisteert) te voren weduwe van Frans Boeser ter eenre ende Adriaan Costers in huwelijk hebbende Adriaantie Peeters Deckers mitsgaders Adriaan Boeser in qualiteijt als testamentaire voogd, Simon Sterrenburg als aengestelde toesiende voogt van Pieter Franse Boeser voor sigselven en nog als erffgenaem van Cornelia Franse Boeser sijn overledene suster in die qualiteijten, te saemen kinderen en erffgenaemen van wijle Peter den Decker, ende Frans Boeser ter andere sijde ende dat van al sulke goederen ende effecten  als de eerste comparante meede voornoemde Peter den Decker ende Frans Boeser haere overledene mans respective in gemeenschap heeft beseeten en volgens den testamente vande eerste comparanten te saemen moesten worden verdeelt uijtwijsens den selven testamente voor schout en schepenen opden 10e maart 1731 alhier gepasseert, waartoe gerefereert word en dat in manieren soo ende gelijk als volgt:

Eerstelijk soo is de eerste camparante geassisteerd als vooren geloot gecavelt en beerffdeelt op de helft van een huijs, hofke en erve met een schuur, staande en gelegen alhier waarvan de andere helft vant huijs en erve copiteert de weduwe van Joost Sterrenburg, belent ten zuijden vant heele stedeken Hendrik Langermans en ten noorden Hendrik van Diemen, streckende uijtten westen van de halve Vroukensvaartse grippel aff oostwaarts in tot de erve van Huijbert Schep toe.

Nog op eenen acker zaijlant gelegen alhier, groot ontrent twee hont, belent ten westen Jan Jesper en Maijken Voegers en ten oosten de weduwe Cornelis Aarts de Weert cumsuis, streckende uijtten zuijden van de steeg vande weduwe Cornelis van Dongen, aff noordwaart in tot de stede van Peter Jochems Berthouts toe.

Nog op de geregte noordense helft van eenen akker zaijlant, groot ontrent drie hont mede gelegen alhier, belent ten zuijden de weduwe Joost Sterrenburg en ten noorden Reijnier Costers cumsuis d’een teijnde den anderen, streckende uijtten oosten van de halve Vroukensvaartse grippel aff westwaart in tot den acker van Huijbert Coninx toe.

Nog op de oostense helft van eenen binnenbijster, mede gelegen alhier, waarvan de westense helft op de tweede comparanten is bevallen, tusschen erffenisse vande dwarsdellen oost, west Jan Huijberde Cuijl cumsuis, zuijden de veldekens vande kerk en armen en ten noorden Peter van Dongen en de weduwe Hendrik de Bont.

Eijndelijk en ten laatsten opden inboel huijraat als andersints opden inventaris gemelt, onder conditie dat alle schulden tot lasten des boedels staande en gedaene verschotten voorde kinderen van wat benaminge die sijn blijven ten lasten de eerste comparante uijtgenomen een obligatie groot in capitaal 225 guldens sprekende ten behoeve vande weduwe Cornelis Ketelaar dewelke comt ten lasten de tweede comparanten in hunne qualiteiten, doorhaling

Hiertegen zijn Adriaan Costers nomine uxoris voor een derde ende Adriaan Boeser als voogt en simon Sterrenburg als toesiender van Pieter Franssen Boeser voor sigslfs en nog als erffgenaam van Cornelia Franse Boeser, zijn overleden suster, ende sulx ten behoeven van den selven Pieter Boeser voor twee derde parten off soo verre ider daar inne geregtigt soude mogen sijne geloot gecavelt en beerfdeelt.

Eerdtelijk op de geregte zuijdense helft van een acker zaijlant, groot ontrent drie hont, , waarvan de noordense helft op de eerste comparante is bevallen, gelegen alhier, belent ten zuijden de weduwe Joost Sterrenburg en ten noorden Reijnier Costers cumsuis, d’een teijnde den anderen, streckende uijtten oosten van de halve Vroukensvaartse grippel aff westwaart in tot den akker van Huijbert Coninxs toe.

Nog op eenen acker zaijlant mede gelegen alhier, gekomen vande erffgenamen van Maijken de Bont, belent ten zuijden Wouter Ackers cumsuis en ten noorden Huijbert Schep, streckende uijt den westen van de halve Vroukensvaartse grippel aff oostwaart in tot ’s Grevelduijn Capel toe.

Nog op eenen halven acker en dries mede gelegen alhier, genaamt het verbrant, waar vande wederhelft compiteert Adriaan Schouten, belent ten zuijden van den heelen acker Dorpsweg en ten noorden Arien de Zeeuw, streckende uijt den oosten vande halve Vroukensvaartse grippel aff westwaart in tot den armen acker en het walleken toe.

Eijndelijk en ten laatste de westense helft van eenen binnenbijster mede gelegen alhier, waar van de oostense helft op de eerste comparante is bevallen, tusschen erffenisse vande dwarsdellen oost, west Jan Huijberde Vuijl cumsuis, zuijden de veldekens vande kerk en arme en ten noorden Peeter van Dongen en de weduwe Hendrik de Bont, mits dat sij als vooren gesegt is zullen betaelen een obligatie, groot in capitaal 225 guldens, sprekende ten behoeve vande weduwe Cornelis Cetelaar.

Aldus de voornoemde deelinge naa voorgaande examinatie vande staat ende gelegenthijd des boedels regtelijk gedaan ende hebben parthijen ider in het bijsonder de een ten profijte ende behoeven vanden anderen regtelijk vertijd ende vertegen na den regten van Zuijtholland, sullen de iders het sijn aanvaarden als vrij ende eijgen alodiaal goet en dat met alle lijdende ende dominerende servetuijten regten ende geregtigheden, mitsgaders dijken, verpondingen, stegen, wegen, uijtwateringe als anders van outs en met regt daar op toe ende aenbehoorende alles sonder fraude. aldus gedaan ende gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert coninx ende Cornelis Buijs, schepen in Grootwaspik, desen 28 september 1740.

In kennise van mij J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 45 vo

Staat en inventaris gedaan maken  en aen schout en schepenen van Grootwaspik overgegeven bij Huijbert Tielemans ende Cornelis Bongaerts als in huwelijk hebbende Maria Tielemans, mitsgaders Geeret van Dusseldorp in qualitijt als aengestelde directeur over Jan Tielemans en nog als aengestelde voogt over Elisabet Tielemans, endat van soodanige goederen en effecten als haar door overlijden van Fransus Tielemans en Maria Schoenmakers haere respective vader en moeder zaliger metter doodt ontruijmt en naergelaten soo ende in manieren als volgt.

Eerstelijk een huijsie, hofke en erve, staande en gelegen Alhier in Twaalfftalve Hoeve Grootwaspik tusschen erffenisse van Huijbert Bogaers aff de steeg oost en Damis Schoenmakers west, streckende uijt den noorden vande herstraat aff zuijtwaart in tot den acker van Jan Nobel toe.

Nog het geregte een vierde part van een buijten delle, gelegen alhier opden westenkant van Vroukensvaart, belent ten zuijden de weduwe Vas Peters Vermeulen en ten noorden . . . . . . . , streckende uijt den oosten vande halve Vrouwkensvaart aff westwaart in tot de del van Arnoldus van Zon toe.

Nog het geregte vierde paart van een en vierde geert hooij ende weijland, gelegen in Cleijnwaspik in een stuk van tien geerden gemeen en overdeelt in de westense vijff geerden met de weduwe Jan Hendriks cumsuis, belent oosten van vijff geerden den armen van ’s Gravenmoer, met de andere vijff geerden en ten westen den armen alhier, streckende uijt den zuijden vande halve oude straat off Grootwaspik aff noortwaart in tot den halven schaijsloot toe.

Nog sijn in het huijsie bevonden een beddeken met sijn toebehoren en verder eenige stoelen als andersints, hetwelke te saemen met communicatie vanden officier als oppervoogt bij twee onpartijdige naburen is getaxeert op een somma van twintig guldens.

uijtgaande schulden

Eerstelijk staan te betaelen aen de loopende schulden als obligatien te saemen bij eengereekent een somme van twee hondert guldens, sijnde ander andere mede gesproten over het coopen vande paspoort van Jan Tielemans waar voor buijten alle onkosten was betaalt 49 guldens.

Nog comt Huijbert Tielemans over drie a vier jaren kostgelt van sijn moeder Maria Schoenmakers bij accadnodatie en moederatie een somme van 100 guldens.

Aldus gedaan en opgegeven bij de voornoemde comparanten in haere qualitijt verclaarende alles ter goeder trouwe en na hare beste kennisse te zijn gedaan sonder ietwes ter quader trouwe off verswegen te sijn. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Thomas Zeijlmans en Steven Schout , schepenen, desen 30e september 1740.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Dit ist kruis merk bij Tomas Zeijlmans gestelt

Fol. 46 vo

inde kantlijn: uijtgemaakt

Scheijdinge ende erffdelinge die bij desen doende ende aan schout ende geregten van Grootwaspick overgevende sijn Huijbert Tielemans, Cornelis Bongaarts als in huwelijk hebbende Maria Tielemans ende Geert van Dusseldorp in qualiteijt als aangestelden directeur van Jan Tielemans, tegenwoordig uijtlandig, ende nog als aangestelden voogt over Elisabet Tielemans, en dat van soodanige goederen en effecten als haar door overlijden van Fransus Tielemans en Maria Schoenmakers, hare respective vader en moeder zaliger metter doot sijn ontruijmt een naargelaten, soo en in manieren als volgt:

Eerstelijk soo is Huijbert Tielemans bij lotinge geloot gecavelt ende beerfdeelt op een huijsje, hofke en erve staande engelegen alhier in Twaalftalve Hoeve Grootwaspik, tusschen erffenisse van Huijbert Bogaerts of de steeg oost en Domis Cornelisse Schoenmakers west, streckende uijt den noorden vande herstraat aff zuijtwaarts in tot den acker van Jan Nobel toe, sijnde belast met een rente van drie stuijvers sjaars ten behoeve vande kerk alhier.

Item nog op den inboel en meubilaire goederen bij hare moeder als langstlevende naargelaten mits dat hij moet betalen alle de lastige schulden des boedels op den inventaris opgegeven.

Ten tweede soo is Geerit van Dusseldorp in qualiteijt als directeur off reprensentant van Jan Tielemans, tegenwoordig uijtlandig, en sulx ten behoeve van Jan Tielemans bij lotinge geloot gecavelt ende beerfdeelt op het geregte een vierde part van een buijtendelle, gelegen alhier in ’s Grevelduijn Grootwaspick op den westenkant van Vroukensvaart, belent ten zuijden de weduwe Vas Peeters Vermeulen, en ten noorden . . . . . . . . . . , streckende uijt den oosten vande halve Vroukensvaart aff westwaart in tot de del van Arnoldus van Son toe, mits dat hij moet uijtreijken aan Huijbert Tielemans een somme van dartien guldens en daar van intrest sal moeten betalen tegens vier procent conto int jaar tot de volle voldoeninge toe.

Ten derden soo is Cornelis Bongaarts als in huwelijk hebbende Maria Tielemans ende Geert van Dusseldorp als aangestelden voogt van Elisabet Tielemans en voor so veel het noodig is de voornoemde Elisabet Tielemans out ontrent 24 jaren, te samen en sulx ider voor de helft geloot gecavelt en beerfdeelt op het geregte een vierde part van een vierde geert hooij ende weij weijlant, gelegen in Cleijnwaspik in een stuk van tien geerden, gemeen en onverdeelt inde westense vijff geerden met de weduwe Jan Hendricx cum suis, belent ten oosten vande vijff geerden den armen van ’s Gravenmoer met de andere vijff geerden en ten westen den armen alhier, streckende uijt den zuijden vande halve oude straat of Grootwaspik aff noortwaart in tot den halven schaijsloot toe.

Aldus soo hebben partijen ider in hunne voornoemde qualiteijten malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijthollant en verclaarde ider met sijn bevallen lot te vreden te sijn en te sullen betalen alle lasten en verpondingen op ider sijn bevallen lot staande en te sullen maken en onderhouden alle wegen, stegen, dijken, straten, schouwen, leijen, ’s Heeren en andere chijnsen, andere naburen regten tot ider sijn bevallen lot behoorende ende verclaarde den eenen tot lasten van anderen sijn bevallen lot niet meer te pretenderen te hebben en den eenen tot proffijt vanden anderen daar van te renuntieren bij desen. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Thomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepenen, desen 30 september 1740.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Dit ist kruis  merk bij Tomas Zeijlmans gestelt.

Fol. 47 re

Staat en inventaris gedaan maken  inventaris vanden boedel en goederen naargelaten en metter doot ontruijmt door Anthonij van Dommelen in sijn leven gewoont hebbende ende overleden alhier, den welken na het opgeven van van Huijbert Anthonisse van Dommelen en sijne huijsvrouwe is bevonden als volgt:

Eerstelijk een parceel moergront, groot ontrent ½ hont, gelegen alhier russchen erffenisse d weduwe Tomas Rijken oost, west Dirk van den Hoeck, zuijden Peeter Stockermans cumsuis en noorden de weduwe Hendrik de Jong.

Alsnog een huijs, hoff en erve, waar in anthonij van Dommelen op den 26 januarij 1740 overleden is, mede gelegen alhier, tusschen Dirk Rijcken en Peeter van Dongen oost, west en zuijden de weduwe Thomas Rijken en noorden de weduwe Arien Swart cumsuis, en daar in bevonden:

Een castje en daar in 2 mans rocken, de eene bruijn en de andere oranje cleur, 4 mans hemden, 2 cussen sloopen, 1 paar witte wolle cousen, 1 paar bruijne dito, 1 paar wolle hantschoen met nog wat rommeling,

2 wolle mans broeken, 2 dito hemtrocken, 1 linde broek, 2 hoeden, 1 paar schoen, 1 linde hemtrok, nog een witte mans rock, 2 ceulse borden, 6 aarde boorden off schotels, 1 houte schuijpspaan, met 3 pollepels, 2 ijsere potten, 1 lepelrek met 13 lepels, 2 tafels, 1 kist, 1 meeltonnetjen, 2 quade stoelen, 1 stikschaar, 1 copere bedpan, 1 etensspindeken, 1 borstel, 1 rakje, 1 spiegel, 1 aalbuijltje, 1 lenghaal, 1 vouthengel, 1 tang, 1 vuurijser, 1 ketting, 1 lantaarn, 2 lege botteljes, 1 lamp, 1 coeckpan, 1 rabbatje voor de schoorsteen, 1 bed, 2 hoofdpeuluwen, 2 cussens, 2 wolle deeckens, 3 lakens

op de solder

1 avegaar, 4 strooije mantjes off corven, 1 dito vat, 1 rieck, 1 vat met gaatjes, 1 bodt en voorts wat rommeling

int agterhuijs

ontrent 30 bossen riet, 2 schuijer deelen, wat torf, wat boonstaken, 1 houte cnaap, nogen waren vergeten 2 gordijnen voort bed.

Op t affsterven van Anthonij van Dommelen in huijs gevonden 24 guldens aan contant gelt waar tegen de dootschult moet betaalt en afgereeckent worden.

Alsnog staat te ontfangen vande weduwe Thomas Rijcken kamerhuur vier gulden.

Lastige schulden des boedels

Staat te betalen aan Dirk Iven

aanden Loonsen Dijk                         9: 12: —

aan Janneken Tonars            9: 16: —

aan coppelaar een capitaal van        50: –: —

met twee jaar intrest

aan de borgemeesters van Waspik

aande secretaris van Waspik

Aldus gedaan opgegeven en geinventariseert als boven ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Thomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepenen in Waspick, desen 2e februarij 1741.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

dit ist kruis merk bij Toams Zeijlmans gestelt

Fol. 48 re

Erfhuijsceel doorhaling de voogden van kinderen Peeter van Hassel.

Op huijden den 16e februarij 1741 soo willen Adriaan van Hassel en Johannis Vassen als testamentair voogt en toesiender vande minderjarige kinderen van wijlen Peeter van Hassel ende Geertruij Vassen, publicq ende voor alle man ten overstaan van schout en schepenen van Waspik, bij forme van erfhuijs verkoopen de meubilaire goederen en inboel bij den voornoemde Peeter van Hassel en Geertruij Vassen metter doot ontruijmt ende naargelaten, soo als die te berde sullen worden gebragt, op de conditie en voorwaarden hier naar volgende:

eerstelijk wie eenig gelt biet, sal gehouden wesen te blijven bij sijn gebodt op een boete en breuke van 25 guldens te gaan naar regt.

De coopers sullen boven de cooppenningen mede gereet moeten betalen voor het slag of pont gelt en XL penningen van iederen gulden eene stuijver agt penningen.

De verkoopinge geschiet stoot voots sonder in eenige onder of overmate gehouden te sijn.

De verkoopers houden aan haar vrij 8 lossinge mits gevende voor idere lossinge twee stuijvers.

Den officier houd den 1e, 2e en 3en roep aan sijn selven, wil niemant bevatten of ook niet bevat of agterhaalt sijn.

een mansrock, bij Jan van Limt om 4: 5:
1 dito broek, bij Hendrik de Gester om 1: 11:
2 gardijne en 1 rabat, de weduwe Hendrik de Bont 0: 6:
1 roklijf en 1 swarte falie, bij Bartel Gijben 1: 1:
1 tafelkleet en 1 rabat, bij Peeter Beerende 0: 18:
1 swarte vrouwe rok, Ad. van Hassel 1: 14:
1 dito. A. de Bont gelost bij Ad. van Hassel 6: –:
1 dito sersie, Arien de Zeeu 5: 11:
1 dito stoffe, Joh. van Hassel 6: 15:
1 vrouwe swarte mantel, J. v. Hassel 4: –:
1 vrouwe manteltje, A. v. Hassel 2: 7:
2 creppe dito, Joh. Vassen 2: 12:
1 dito catoene , Huijb Schouten 1: 10:
1 swarte falie, Ad. van Hassel 2: 17:
1 blauwe voorschot, Bartel Gijben 1: 15:
1 deeckentje, Peter W. de Jong 0: 7:
1 swarte voorschoot, Seijken de Laat 1: 7:
1 rabat en 2 gardijnen, Leijsbet Fick 1; 3:
1 dekentje, Peter Quirijns 2: 4:
2 kindermoukens en 2 mutskens, Peter v. Raamsdonk 0: 10:
1 mutske, Peter w. de Jong 0: 11:
1 neersel en covel enz., Corn. van Os 0: 5:
3 mutsen, Bartel de Bont 0: 6:
2 kinderhemmekens, F. van den Hout 0: 8:
2 overhemmekes en 2 mutsen, Hendruk van Gatsel 0: 9:
4 covelmutsen, Cornelis van Os 0: 6:
einde fol. 48r 50: 18:
       
1 gijn en een muts, Peter W. de Jong 0: 9:
2 mutse en 1 gijn enz, Peter van den Berg 0: 11:
2 dito moukens, Peter de Zeeu 0: 7:
2 kinder mutse, Peter Quirijns 0: 12:
2 moukens, 1 gijne, 1 flep, Corn. van der Loo 0: 9:
3 kindermutskes, Janna van Tackel 0: 9:
3 ondermutse, Corn. de Bont 0: 5:
3 dito, Aart de Bont 0: 9:
in de kantlijn: 1 2 3      
3 dito, Bartel de Bont 0: 7:
nijelbandekens enz, Corn. deZeeu 0: 6:
3 dito, Jochem de Bont 0: 8:
dito, Geeret Nette 0: 6:
2 kinder borstrocke, 1 hemdeken, Jan Buijs 0: 13:
3 mutskes, Jan Vermeijs 0: 11:
3 dito en 1 borstrockske, Peter van Raamsdonk 0: 7:
3 dito enz., Corn. vander Loo 0: 17:
3 dito en coveltjes, den selven 0: 12:
1 dito 1 hemmeken enz., den selven 0: 15:
1 gijn 1 hemmeken enz., den selven 0: 9:
2 hemmekes, Bart van Vugt 0: 8:
1 dito mutske enz. Corn. der Loo 0: 13:
3 mutskes enz., Ad. W. van Hassel 2: 13:
6 dito, Hendrik de Getser 0: 14:
3 dito enz., Dries van Gerven 0: 9:
3 fleppen 1 neusdoek, Corn. van der Loo 0: 14:
6 mutse, Corn. de Bont 0: 14:
1 neersel, Ad. van Hassel 0: 17:
1 doos, Joh. Vassen 0: 12:
1 moffe kas en 1 paar hantschoen, Peter Quirijns 0: 6:
1 luur wendel, Corn. van der Loo 0: 19:
1 wendel en 1 paar hantschoen, Jan Smeijs 0: 5:
2 neusdoeken, Ad. van Hassel 1: 12:
3 dito, Joh. Vassen 0: 17:
2 paar moukens en 1 fijteltje, Peter van Raamsdonk 0: 4:
2 feijteltjes, Huijb Tilemans 0: 18:
2 feijteltjes, Corn. van der Loo 1: –:
1 dito 2 neusdoekjes, Meerten van Son 0: 11:
1 benneke en 1 paar hantschoen, Corn. vander Lo 0: 8:
1 vrouwe voorschoot, Ad. van Hassel 2: –:
1 dito, Peter Verschuren 1: –:
1 dito, Hend. Camp 1: –:
1 blauwe dito, Johanna van Tichel 1: 2:
1 dito dobbelsteene, J. van Hassel 1: 8:
1 dito, Hend. Camp 1: 11:
1 dito catoene, Peter van Raamsdonk 0: 6:
1 dito blauwe dobbelsteene, Hend. Camp 1: –:
1 katoene manteltje, Corn. van Os 0: 5:
2 gardijnen en 1 rabat, Peter van Raamsdonk 0: 7:
1 manteltje en 3 dassen, Janneke Reckers 0: 5:
1 jackske en 3 dito, Wouter van Dusseldorp 0: 7:
1 witte hemtrok, Hend. Camp 1: 2:
1 vrouwe dito, Teunis Dolk 0: 11:
1 mans dito, Bartel de Bont 0: 8:
1 strepe hemtrok en broek, Aart de Bont 1: 7:
1 sitse hemtrok, Tijs de Zeeu 2: 17:
luijre en doeken, Tijs de Zeeu 0: 6:
1 blau dobbelsteene tafellaken, Hend. Camp 0: 14:
1 blauwe voorschoot, Ad. van Hassel 0: 8:
onder aan fol. 48 ve      
       
1 broek en witte hemtrok, Aart de Bont 1: 1:
1 hemtrok met silvere cnoop, Aart de Bont 6: –:
1 witte hemtrok, Joh. Verschuren 1: 1:
1 dito, Jochem de Bont 0: 14:
2 dito vrouwe voorschoot, Jan Lips 0: 18:
1 schoucleet, Frans van Tichel 0: 5:
1 neusdoek en 1 vrouwe voorschoot, Adriaantje Dolk 0: 8:
1 paar moukens enz., Jan Buijs 0: 6:
1 damaste hemtrok en eenige mans kousen, Jan Verwilejare 1: –:
1 paar mans cousen, Ad. van Hassel 1: 1:
1 lampert, Jan van Steenhoven 0: 16:
2 neersels enz, Arien de Zeeuw 0: 16:
2 witte lijvette cappe, Ad. van Hassel 0: 14:
2 dito, Peter van Alphen 0: 12:
1 half hem enz., Peter Swart 0: 5:
2 kussensloopen, d weduwe Ad. Jochemse 1: 18:
2 dito, Aart Schoenmakers 1: –:
2 dito, Peter van der Pluijm 1: 2:
2 dito, deselve 1: 4:
2 dito, Ad. van Hassel 1: 18:
2 dito, Peter Quirijns 1: 17:
1 paar cousen, Joh. van Hassel 1: 5:
2 kussensloopen, d weduwe Ad. Jochemse 1: 16:
2 dito, deselve 1: 14:
2 dito, Peter van der Pluijm 1: 15:
2 dito, Thomas Boudewijns 1: 17:
2 dito, Ad. van den Bos 1: 17:
2 dito, denselve 1: 5:
2 dito, d weduwe Ad. Jochemse 1: 15:
2 dito, Peter Quirijns 1: 4:
2 dito, Peter de Jong 1: 4:
2 dito, Ad. Hoevenaar 1: 3:
2 dito, Peter. W. de Jong 1: 6:
2 servetten, Ad. van Hassel 2: –:
2 dito, Josep Camp 1: 16:
2 dito, Peter van der Pluijm 1: 19:
2 dito, Aart de Bont 1: 16:
2 dito, Peter de Jong 1: 16:
2 dito, doorhaling Peter Gijsb. de Jong 1: 16:
2 dito, Ad. van Hassel 2: 6:
2 dito, Corn. de Zeeu 1: 19:
2 dito, Peter van Raamsdonk 1: 15:
2 dito, Peter Jochems Langerwerff 1: 19:
2 dito, Bartel de Bont 2: –:
1 dito en 1 hantdoek, Aart de Bont 0: 15:
1 clijn tafellaken, Peter van Raamsdonk 0: 5:
2 dito, Josep Camp 2: 8:
1 dito, den selven 1: 5:
1 dito, Peter Willemse de Jong 1: 19:
1 lapke sits, Joh. Verschuren 0: 14:
4 ¾ el tril, Peter Corn. Camp 3: 15:
2 mans hemde, Corn. van Os 3: 5:
2 vrouwe dito, Jan Maas 2: 3:
2 mans dito, Celis Coninx 2: 4:
2 dito, Peter van Alphen 2: 3:
2 dito, Jan Maas 2: 8:
1 dito, Peter W. de Jong 1: 5:
2 dito, Peter van Alphen 0: 13:
4 kinder luijren, Peter Corn. Camp 0: 10:
2 dito met een neusdoek, Steven J. Timmermans 0: 11:
2 trille tafellakens, Joh. Vassen 1: 19:
2 dito, Ad. van Hassel 2: 4:
2 gansenoogen dito, Peter Corn. Camp 2: 5:
1 dito pelle, Joh. Vassen 4: 5:
1 dito met hantdoek, Lammert Reckers 1: 1:
onderaan fol. 49 re 101: 16:
       
2 slaaplakens, Joh. van Hassel 4: –:
2 dito, Ad. van Hassel 4: –:
2 dito, Jasper van Salm 4: 6:
2 dito, Hendrik Camp 5: 2:
2 dito, Ad. van Hassel 4: 14:
2 dito, Joh. van Hassel 5: 4:
2 dito, Andries Hoevenaar 4: 10:
2 dito, Corn. van der Lo 3; –:
2 dito, d weduwe Vos Muijsenberg gelost bij Ad. van Hassel 3: –:
2 dito, A. van Hassel 2: 10:
2 dito, Jan Nobel 1: 18:
2 dito, Jan Maas 2: 18:
2 dito, Peter Corn. Camp 1: 2:
2 dito, Hendrik Camp 1: 18:
7 ¼ el linnen, Jasper van Selm 5: 16:
36 ¼ el bij Joh. Vassen om 13 st. d’el is samen 23: 12: 19
moukens en handdoeken, Cristiaan Erms 0: 14:
1 paar goude ballen 12 guldens, gelost voor de kinder dus memorie      
1 dito ring, Johanna van Tichel 8: –:
1 paar dito hemtknoopen, Steven Jans Timmermans 10: 10:
1 paar dito oorringen, Peter van Raamsdonk 2: 10:
1 paar silvere schoengespen, Celis Coninx 6: –:
1 paar dito inde broek, Huijbert Schouten 2: 6:
1 paar dito vrouwe op de schoen, Josep Camp 1: 16:
1 paar dito vrouwe gespe, Peter W. de Jong 1: 18:
eenige dito cnope en haak van 1 beugeltas, A. van Hassel 4: 10:
1 boek met so=ilver sloten. Corn. Vassen 4: 9:
1 silvere sakhorloge, Corn. de Bont 9: 9:
eenige silvere cnoope, 42 schippers schellingen, Sacharias Bergmans 3: 14:
1 silvere teelepel den groote, Hend. Schoenmakers 1: –:
1 spane hoet enz., Corn. van Os 0: 14:
1 dito candelaar, Jan van Steenhoven 1: 13:
1 dito teebus, Willem Blankers 0: 15:
1 dito coffijkan, Peter van Raamsdonk 2: –:
1 dito teeketeltje, Hend. Camp 0: 15:
1 dito confoor, J. van Selm 0: 11:
1 dito teeketel, Ad. Camp 2: –:
1 dito, A. van Hassel 2: 14:
1 dito batpan 0: 18:
1 dito lamp en peperbus, Jac. Schouten 0: 18:
1 dito keteltje, Peter van Raamsdonk 1: 8:
1 dito ketel, Joh. van Hassel 6: 7:
1 dito, Andries Hoevenaars 2: 1:
1 dito blaker en 1 coffi dooske, J. van Steenhoven 0: 11:
id to pot, Ad. Camp 1: –:
1 dito, Willem van Gerve 1: 10:
1 strijkijser en 1 coffi dooske, Josep Camp 2: 2:
1 ijsere pot, Aart Schoenmakers 1: 8:
1 dito, Jan Buijs 1: 18:
1 kookpan en hangijser, Jochem van Son 0: 16;
1 haartijser en confoor, Peter verschuren 1: 10:
2 schietpistolen. Jac. Schouten 3: –:
1 santlooper, Peter Cetelaar 1: –:
1 teeketel blexke en lepelrek, Arnoldus Cuijl 1: –:
1 coffijmolen, Joh, van Hassel 1: 4:
1 haal, Corn. Will. van Dongen 0: 14:
1 tinne waterpot, Jan van Steenhoven 1: 14:
5 tinne lepels, Peter van Raamsdonk 0: 12:
6 dito, Joch. van son 0: 11:
12 dito, Jan de Jong 1: 10:
4 dito en 1 boterpot, Peter van Raamsdonk 1: 5:
onderaan fol. 49 ve 185: 3: 14
       
2 soutvaten, Peter Cuijl 0: 17:
10 foursjetten, Dirk van Dusseldorp 0: 12:
1 lantaarn, Hendrik Camp 0: 12:
1 mostertpot Tregter enz, Willem van Gerven 0: 18:
1 tinne treckpos en tebus, Peter Vermijs 1: –:
1 schuger, G. van Salm 0: 1:
1 teebus en blecke ketel, Willem Blankers 0: 11:
1 paar galaije muijlen, J. van Selm 0: 9:
1 teebuske coffikopkes &, Joh. Vassen 0: 3:
1 paar kousen, Ad. van Hassel 0: 17:
1 kurf trekpot enz, Hend. de Getser 0: 10:
1 naijmandeken met prulle, Dries Hoevenaar 0: 15:
½ dosijn teegoet, den schout 2: 1:
½ dosijn dito, den selven 2: 10:
5 copkens en schoteltjes, Huijb. de Jong 1: 18:
½ dosijn dito, den schout 2: 8:
1 spoelkom, Joh. van Hassel 0: 13:
3 schoteltjesen 3 copjes, Hend. Camp 0: 13:
3 schoteltjes, den schout 0: 10:
3 dito en 4 kopkes, Joch. van Son 0: 8:
2 waterpotten, Josep Camp 0: 11:
1 spigel, Ad. Verstegen 0: 19:
eenige galaije schotelen en suijkerpot, Peter van Raamsdonk 0: 19:
3 witte borden en 1 witte kom, Bartel van Vugt 0: 6:
1 tabaksdoos capmes en eenige vlas, Ad. Verstegen 0: 7:
7 witte commen, Jan Lips 0: 9:
4 geblomde kannen, Jan vander Sande 0: 8:
2 dito, Hendrik Camp 0: 5: 8
1 suijkerpot, Joh. Verschuren 0: 4: 8
1 treckpot met een kan, Aart van den Heuvel 0: 8:
1 stoopke met een spaarpot, Joh. Zeijlmans 0: 8:
1 spoelkom en 4 copjes en schoteltjes, Corn. Fick 0: 6: 8
6 borden, Bartel van Vugt 0: 9:
6 dito, Hend. Camp 0: 9:
6 dito, Willem Blankers 0: 9: 8
6 dito, Arien de Zeeu 0: 6:
6 dito, Huijb. Schouten 0: 7:
6 copkes en schoteltjes, Hend. de Getser 0: 5:
2 witte commekes, 1 copke en schoteltje &, Corn. Fick 0: 5:
1 borstel en 1 verken, Hend. Camp 0: 10:
1 wijwaterbakje mostertpot &, Geert van Vugt 0: 4:
4 schotelen en 1 wijwaterbak, Peter Verschuren 0: 17:
3 dito, Corn. van Dongen 0: 12:
5 dito en 1 boterschoteltje, Aart van den Heuvel 0: 18:
3 dito en 1 bort, Ad. van Hassel 0: 7:
1 suijkerdooske en eenige bierglasen, Peter Cetelaar 0: 15: 8
1 rakje met een blaatje, Hend. Camp 0: 15:
1 com met grut 1 fles enz, Peter van Raamsdonk 0: 17:
1 houten hoeijcas, Ad. van Hassel 1: 16:
1 paar camuyleere schoen, Piternel van der Looij 0: 16:
3 paar muijlen, Dirk de Wit 0: 10:
1 mans muts, Joh. van Hassel 0: 13:
1 kinder deke met 1 roije luur, Peter van Raamsdonk 0: 11:
1 tafeltje met 2 kussens, Bartel van Vugt 0: 11:
1 rijssagt, Willem Blankers 0: 4:
1 sermoon boek, Josep Camp 1: 8:
1 schilderijken, Dirk Leijten 0: 6:
1 meeltonneken, Jan van Steenhoven 0: 9:
1 hoedekas en 2 kussens, Jan Peters de Boer 0: 3:
1 vuurijser, Janneken de Bont 0: 11:
1 werpsak, Joh. Vassen 8: –:
1 spinnewiel, Anna de Wit 1: –:
1 salijemmer en 3 flessen, Anna Schoenmakers 0: 11:
2 stoele 1 lepelbort, Huijb de Jong 0: 10:
1 stoel en 1 groen deken, Ad. Civits 1: 18:
1 dito deecken, Adr. Verstegen 2: 15:
2 dito, Corn Jans de Bont 1: –:
1 dito, Hend. de Getser 1: 2:
onderaan blz. 50 re 55: 7: 8
       
1 dito, Jan Otjens 1: 14:
1 wateremmer en 3 flessen enz., Hend. Camp 0: 17:
1 pot met vet, Ad. Camp 4: 14:
1 tafel, Hend. Camp 3: 10:
1 scherbort en eenige rommeling, Joch. van Son 0: 10:
1 stoel, d weduwe Hend. de Bont 2: 4:
1 stilleken, Aart de Bont 0: 14:
1 botertijl, Bertus van Tichel 0: 7:
2 stoven, d weduwe Hend. de Bont 0: 7:
2 aarde potten, Laureijs Gijben 0: 4:
1 stoof 1 boterpot en kanneke, A. van Hassel 0: 6:
1 coffijmolen, den schout 1: 10:
1 tuijtpot stoopke enz., J.Peters Boot 0: 3:
1 kakstoel, Huijb Jans de Bont 0: 16:
3 aarde kannekens J. Peters Boer 0: 4:
3 stoelen, Maarten van Son 1: 11:
1 groote aarde pot, Ad. van Hassel 0: 6:
2 stoelen, Peter van Raamsdonk 0: 12:
1 stoel 1 stoof, Steven Jans Timmermans 0: 8:
1 dekkleet, Joh. Vassen 9: 10:
1 dito, Joh. Vassen 12: 10:
1 dito, Jacobus Schoutten 7: 10:
1 dito, denselven 13: 15:
1 dito, denselven 12: –:
eenig touwerk, Dirk van Dusseldorp 1: 5:
touwerk en blocken, Hend. van Onsennoort 2: –:
2 blox, Joh. Vassen 2: –:
eenig rommeling, Josep Camp 1: 3:
1 ancker, Meeuws Bosser 7: –:
1 vleeston, Jan Vermijs 0: 17:
touwen en blocken, Peter van Alphen 2: 15:
blocken, Hend. van Onsenoort 1: 0:
schale en gewigt, Hend. Camp 5: 5:
1 bak met lorre, Mattijs Scheers 2: 12:
den turf, d weduwe Hend. de Bont 3: 12:
1 hoop hout, Joh. Vassen 1: 10:
2 tartonnen, den selven 3: 3:
1 tonneke gesoute boonen, Joh. Vassen 1; 6:
1 deel vorke en 1 crabhaak, Corn. de Zeeu 1: 8:
1 bed met een hoofrpeulu, Aart van den Heuvel 5: 6:
1 dito, Mattijs de Zeeu 16: 10:
1 dito, Rijnier Boom 1: 3:
2 kussens, Hend. Camp 3: –:
2 dito, Ad. Civits 3: –:
1 wastob, de weduwe Hend. Camp 1: 12:
1 vuurmant en 1 stoeltje enz., Jochem van Son 0: 14:
1 wieg, Bartel van Vugt 0: 19:
2 tonnekens, Peter W. de Jong 0: 14:
2 dito int een wat spijkers, Rijnier Boom 4: 9:
1 tonneke en 2 potjes enz., Corn. de Zeeu 0: 5:
2 houte schouwen met wat rommeling, Peter C. Camp 0: 15:
  151: 6:

Aldus dese verkoopinge geregtelijk gedaan bij en ten overstaan van Ad. Zeijlmans, schout, Huib Schep en Corn. Sagt, schepenen van Waspik, desen 16 febr. 1741

quod attestor

J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 51 re

Acte waarbij Huijb. van Hassel aan sijn kinderen haar moeders goet of legitime portie overgeeft.

inde kantlijn: uijtgemaakt

Op huijden den 21e februarij 1741 compareerde voor ons schout en schepenen van Grootwaspik enz. ondergenoemd, Huijbert Aartse van Hassel, weduwnaar en geblevene boedelhouder van zaliger Maria Ariense Camp, ingevolge den testamente gepassseert voor den notaris Adriaan Hoevenaar, residerende tot Raamsdonk, en zeekere getuijgen in dato den lesten december 1708, ten eenre; ende Adriaan van Hassel voor sijn selven ende nog in de qualiteijt als testamentaire voogt van de naargelate kinderen van Peeter van Hassel, mitsgaders nog als voogt minderjarige kinderen van zaliger Peeter van Hassel, mitsgaders nog als voogt van de minderjarige kinderen van Fransus van Hassel, alsmede nog Johannes van Hassel voor sijn selven en sulx in die qualiteijt kinderen en erfgenamen van Maria Ariens Camp, in haar leven huijsvrou van Huijbert Aartse van Hassel voornoemd, ten andere sijde; te kennen gevende sij comparanten dat bij den voornoemde testamente was ondersproken en geconditioneert dat den langstlevende was eenige en universeel erfgenaam, tot het trouwens toe en hare kinderen moest alimenteren ende tot haren mondigen dage, huwelijk off anderen geapprobeerden state toe en alsdan aan ijder van de selve uijt te reijken en voldoen een geert hooij ende weijlant, gelegen in Groot- off Cleijnwaspik, off soo veel in gelt als der geerde waardig soude mogen sijn. Soo verclaarde hij eerste comparant dat hij op den 14e maart 1739 hadde bewesen aan Peter van Hassel de geregte helft van een hooijschuur, staande en gelegen binnen ’s-Hage op den Denneweg, gemeen met Anthonij Snijders en waar mede hij volgens quitantie van den selven datum bekende voor sijn moeders goet voldaan te sijn, als mede aan Adriaan van Hassel ende Johannes van Hassel ider een geert lant, gelegen inden polder alhier in een stuk van ses geerden, gemeen met Jan Cornelisse de Bont cumsuis, belent oost Peeter Coolhaas en Jan Lips d’een teijnde den anderen en west Huijbert van Hassel voornoemt, streckende uijt den zuijden vanden caesloot aff noortwaart in tot den halve schaijsloot toe, en aande kinderen van Fransus van Hassel een geert in sestien geerden gemeen met Thomas de Bont cumsuis, streckende als vorenoemt. Soo verclaarde hij 1e comparant  mits desen vande voornoemde goederen te renuntieren en deselve aande 2e comparanten in hare qualiteijt te cederen en over te geven omme bij haar tweede comparanten daar mede gedaan en gehandelt te worden als met haar vrij en eijgen goet en met welke bewese goederen sij tweede comparanten ider in hare voornoemde qualiteijt van hare legitime bekennen voldaan te sijn en daar mede te nemen volkomen genoegen.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Thomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepenen.

In kenisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

dit is t merk  kruis bij Thomas Zeijlmans gestelt

Fol. 51 vo

in de kantlijn: actum op 3 guldens zegel

Scheijdinge en erfdeelinge die bij desen doende en aan schout en geregten van Grootwaspik overgevende sijn Johannis Peetersen Zeijlmans voor sijn selven, Jan Janse de Bont als in huwelijk hebbende Willemijna Peeters Zeijlmans voor sijn selven, als mede Jan Janse de Bont als voogt en Marcelis Zeijlmans als toesiende voogt over de onmondige weeskinderen van zaliger Thomas Peeterse Zeijlmans, ingevolge den testamente, gepasseert voor schout en schepenen alhier, in dato den 28e october 1740 bij Cornelia Huijberde Zeijlmans, en ten laatsten Johannis Peeterse Zeijlmans  en Jan Janse de Bont als voogden vande kinderen van zaliger Johannes Cornelisse Schoenmakers en Maria Peeterse Zeijlmans, ingevolge den voornoemde testamente ende dat vande vaste en onroerende goederen bij de voornoemde Cornelia Huijberde Zeijlmans metter doot ontruijmt ende naargelaten, ende sijn de voornoemde goederen bij drie onpartijdige naburen als namentlijck Jan Hendrikse de Bont, Hendrik Camp en Hendrik Janse Schoenmakers, getaxeert en geset in vier legale loten en sijn deselve bij het trecken van blinde loten onder haar comparanten verdeelt ende te deel gevallen als volgt.

Eerstelijk soo is Johannis Peeterse Zeijlmans bij blinde lotinge geloot gecavelt ende beerfdeelt eerstelijk op een huijs hoff en erve ende de driessen met het cleijnhuijsje agter het voornoemde huijs, op een wielkant, staande gelegen alhier tusschen erffenisse van Thomas de Bont en Adriaan Hoevenaar oost, en de kinderen van Johannis Cornelisse Schoenmakers west, streckende uijt den zuijden vanden halven pispot off ackers aff noortwaart in tot de halve herstraat toe.

Nog op eenen acker zaijlant gelegen alhier, groot ontrent twee hont off so groot en cleijn , den selven gelgen is tusschen erffenisse van de kinderen van Johannus Cornelisse Schoenmakers oost ende Thomas de Bont west, streckende uijt den noorden vande bijster van hem Johannis Zeijlmans af zuijtwaart in tot de dwarsvelden over den dijk toe.

En ten laatsten nog op eenen bijster mede gelegen alhier tusschen erffenisse van de kinderen van Johannus Cornelisse Schoenmakers oost en Thomas de Bont en Adriaan Hoevenaar west, streckende uijtden zuijden vanden halven sloot tusschen de bijster en ackers aff noortwaart op tot den halven watergang off bijsterke van Thomas de Bont en Adriaan Hoevenaar toe.

En is dit lot getaxeert op eene somme vier duijsent guldens, en moet in egalisatie van sijn lot uijtreijken aan Huijbert Schoenmakers eene somme van twee hondert vijftig guldens en aande kinderen van Thomas Peeters Zeijlmans een somme van een hondert en vijftig guldens.

Ten tweede soo is Jan Janse de Bont in huwelijk hebbende Willemijna Peeterse Zeijlmans, bij blinde lotinge geloot gecavelt en beerfdeelt, eerstelijk op eenen hoff en acker zaijlant gelegen alhier in Twaalftalve Hoeve Grootwaspick, tusschen erffenisse van Huijbert Nouwens tegens de hoff, en Josep Camp tegens den acker oost, en Adriaan Geerden Boudewijns en Jan van Hen tegens den heg, en den volgenden acker tegens den acker west, streckende uijt den noorden vande halve herstraat aff, zuijdwaart in tot cloosters goet toe.

Nog op eenen halven acker zaijlant mede gelegen alhier tusschen erffenisse vanden vorenstaanden acker oost, en Adriaan Leijten west, streckende uijt den noorden vant erffke van Jan van Hen aff zuijtwaart in tot het moerveldeken van Adriaan Leijten en Adamis Schoenmakers over den dijk toe.

En ten laatsten nog op 3 ¾ geert hooij ende weijlant gelegen in Cleijnwaspick, in een stuk van seven en een halve geert, gemeen met Huijbert Janse Schoenmakers, belent ten oosten vande heele 7 ½ geert Johan Lips en de kinderen van Johannis Schoenmakers en te westen t gasthuijs van Geertruijdenberg, streckende uijt den zuijden vanden halve oude straat off Grootwaspick aff noortwaart in tot den halven schaijsloot toe, en is dit lot getaxeert op eene somme van drie duijsent ses hondert guldens.

Ten 3en soos is Jan Janse de Bont als voogt en Marcelis Zeijlmans als toesiende voogt vande onmondige weeskinderen van zaliger Thomas Peeterse Zeijlmans en sulx ten behoeve van vande voornoemde kinderen bij blinde lotinge geloot gecavelt ende beerfdeelt: eerstelijk op vier en drie vierdeparten van een geert hooij en weijlant, gelegen in den polder alhier in een stuk van dertien geerden, gemeen met de heer Verbeek, off so als het gemeen off bedeelt gelegen is, belent ten oosten vande heele dartien geerden Willem Couwens cumsuis, en ten westen de weduwe Adriaan Blanckers, streckende uijt den zuijden vanden halven caesloot aff noortwaart in tot den halven schaijloot toe.

Nog op eenen acker zaijlant mede gelegen alhier tusschen erffenisse van Jan Lips oost, en Dries Huijberde Hoevenaar west, streckende uijt den noorden vanden halven pispot aff zuijtwaart in tot cloosters goet toe, en moet sijnen uijtweg hebben over de stede van Jan Peeterse Zeijlmans voor ter herstrate uijt.

Nog op een westerse helft van een ackerke zaijlant, mede gelegen alhier tusschen erffenisse van Peeter Camp met de wederhelft oost en Bartholomeeus Camp west, streckende uijt den noorden vanden halven pispot aff zuijtwaart in tot cloosters goet toe.

Nog op twee bloxkens moergront gelegen alhier, ider groot ontrent 1 ½ hont, belent ten oosten van t noordense bloxken de kinderen Hendrik van Malsen en ten westen de weduwe Jan de Smit, ten zuijden Jan Peeters Timmermans en ten noorden de kinderen van Dirk Janse Voegers, en van t zuijdens bloxke  gelegen oost de dellen, west de kinderen van Hendrik van Malsen, zuijden de weduwe Peeter Janse van Ee en noorden de Santsteeg, wordende thans in hure gebruijkt bij Jan Coninx en Huijbert de Vos.

En ten laatsten nog op twee mergen weijlant gelegen onder Dussen Munsterkerk int zuijdevelt, tusschen erffenisse vande weduwe Jan Willemse Boumans west, zuijden den hooftsloot langs de dijk, noorden de wetering en den armen van Raamsdonk oost, en is dit lot getaxeert op een somme van 3450 guldens en moet in egalisatie trecken van Jan Pieterse Zeijlmans  eene somme van een hondert vijftig guldens, waarvan de voornoemde voogt bekent voldaan te sijn.

Ten vierden en ten laatsten soo sijn Jan Peeters Zeijlmans  en Jan Janse de Bont als voogden van de kinderen van Johannis Schoenmaackers ende sulc ten behoeve van Huijbert Janse Schoenmaackers, ingevolge den voorgemelten testamente bij blinde lotinge geloot gecavelt ende beerfdeelt  eerstelijk op drie en en drievierdeparten van een geert hooij en weijlant gelegen in Cleijnwaspick in een stuk van seven en een halve geert, gemeen met Jan Janse de Bont, belent ten oosten vande heele 7 ½ geert Johan Lips cumsuis en ten westen t gasthuijs van Geertruijdenberg, streckende uijt den zuijden vande halve oude straat of Grootwaspik aff noortwaart in tot den halven schaijsloot toe.

En ten laatsten nog op een binnendelle gelegen inden polder alhier, tusschen erffenisse van Jan Hendriks de Bont oost, en de weduwe van Jan Hendrikse Schoenmakers west, streckende uijt den zuijden vanden halven sloot tusschen de delle en het erf vande weduwe Jan Hendrikse Schoenmakers aff noortwaart in tot de cae toe. En is dit lot getaxeert op eene somme van 3350 guldens en moet in egalisatie trecken van Jan Peeterse Zeijlmans eene somme van twee hondert en vijftig guldens waar van de voornoemde voogden bekennen voldaan te sijn.

in de kantlijn:

Compareerden voor schout en schepenen van Waspik Huijbert Janse Schoenmakers en bekende van nevenstaande uijtreijkinge door Jan Peeterse Zeijlmans voldaan te sijn, actum Waspik den 4e jannuarij 1745, quod attestor J. Zeijlmans, secretaris

Wijders is conditie dat sij comparanten te samen uijt den gemeijnen boedel sullen betalen alle lasten en verpondinge als omslagen soo ordinair als extraordinair voor soo verre die omgeslagen sijn tot den lasten decembris 1740 incluijs, en dat ider sijne aanbedeelde sal aanvaarden met alle sijne wegen stegen dijken dammen schouwen bij en dorpslasten en andere naburen regten baten schaden en geregtigheden met regt tot ider sijne aanbedeelde parcelen behoorende en soo als die bij de overledene metter doot sijn ontruijmt en naargelaten.

Aldus dese deijlinge regtelijk gedaan en hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijthollant en verclaarde den eenen tot behoeve van den anderen van sijn aangedeelde lot te renuntieren soo als sij doen bij desen. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Cornelis Buijs, schepenen in Waspik, desen agsten maart 1741.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 53 re

Op huijden den 15e maart 1741 soo willen d erfgenamen van Anthonij van Dommelen publiecq ende voor alle man ten overstaan van schout en schepenen van Waspik bij forme van erfhuijs verkoopen de meubilaire goederen en inboel bij den voornoemde Anthonij van Dommelen metter doot ontruijmt ende naargelaten soo als die te berde sullen worden gebragt op de conditien en voorwaarde hier naar volgende:

Eerstelijk wie eenig gelt biet sal gehouden wesen te blijven bij sijn gebodt op een boete en breuke van 25 guldens te gaan naar regt.

De coopers off mijnders sullen gehouden sijn hare beloofde cooppeningen te betalen gereet en contant alvorens sij hare gekogte goederen vant erf sulle moge vervoeren, en soo imant sijn gekogt goet vant erf bragt sonder eerst te betalen sal verbeuren aan de officier dartig stuijvers van ideren onbetaalde coop den welken het beloofde gelt en boete tot laste vande overtreders sal corderen cum expensis.

De coopers sullen boven de cooppenningen mede gereet  moeten betalen voor het slag en pontgelt en xl penningen van ideren gulden eene stuijver agt penningen.

De verkoopinge geschiet stootsvoets sonder in eenige onder of overmate gehouden te sijn.

De verkoopers houden aan haar vrij vijff lossinge mits gevende voor idere lossinge twee stuijvers.

Den officier houd den 1e 2e en 3e roep aan sijn selven wil niemant bevatten of ook niet bevat of agterhaalt sijn.

3 korven etc., Anthonij van Pas 0: 6:
3 dito, Gijsbert van Malsen 0: 5:
1 bed en peuling, Ad. Biemans 3: 12:
2 kussens en 1 hoofdpeuling, Jan Peeters Boer 0: 13:
1 deecken, den selven 0: 11:
1 dito, Hend. van Malsen 0: 13:
1 sak en wateremmer, Huijb van Dongen 0: 16:
2 gardijnen en 1 reoij en 1 rabatje, Lamb. van Dongen 0: 13:
1 vuurijser en tang, Hend. van Malsen 0: 8:
1 ijsere pot, Peeter van Waspik 1: 2:
1 dito, Jan Peeters Boer 1: 10:
1 houte cnaap 1 mantje enz, den selven 0: 3:
1 wan 1 santboxke tobbeke enz., Hend. van Malsen 0: 4:
1 rek en seijsie, Jan Boer 0: 2:
1 draijer en rijf &., Lamb. van Dongen 0: 4:
1 hackmes cramspaij enz. Peeter de Bont 0: 13:
1 saag, boor en snijmes, den schout 1: 6:
1 schaar, Cornelis Buijs 2: –:
1 baxke met ijserwerk, Peeter de Bont 0: 6:
1 tang en hamer, den schout 0: 8:
3 stoelen, Huijb. van Dommelen 0: 4:
1 botje en vork, Peeter de Bont 0: 6:
2 kannekens en tregter enz., Hend. van Diemen 0: 5:
4 borden, Cornelis van den Hove 0: 6:
2 rieken, den schout 0: 13:
1 stukschaar en tonneken, Cornelis Buijs 0: 16:
1 tonneke met houite lepels, d’weduw Huijb Vos 0: 7:
 onderaan fol. 53 r 18: 2:
2 flessen en eenige borde, Jan Peeters Boer 0: 6:
1 lamp borstel enz., Hend. van Malsem 0: 6:
1 ketting 1 kapmes, aalspit en verder eenig ijserwerk, den selven 1: 1:
1 bussel cemp, Jan Peeters Boer 0: 8:
eenige dooskes, den selven 0: 6:
1 schapraij, den selven 0: 9:
1 goutgewigt, Bartel de Bont 0: 12:
1 dijkerskist, Huijbert Schep 1: 5:
1 tafel, Jan Boer 0: 8:
1 spiegel en bedtpan, Bartel de Bont 0: 10:
1 lepelrek met 13 lepels, Meeus van Gijsel 1: –:
2 slaaplakens, Hend. van Diemen 1: 2:
1 dito en 2 kussensloopen, Cornelis van den Hoven 0: 13:
1 lantaarn, Jan Peeters Boer 0: 5:
1 vat met gaatjes en helmstok enz., de soon van de Rijken 0: 2:
1 viskuijl fuijk en visbuijl enz., Dingeman van Malsen 1: 6:
1 kas, Jan Boer 1: –:
1 trog, Cornelis Reckers 1: 1:
3 schuijer delen en 3 ander, Jan Boer 0: 17:
1 deel, Lammert van Dongen 0: 6:
1 contoorke, niet gemijnt      
1 hoopke hout op de dorsvloer, d weduwe Hend. Vaartmans 1: 1:
boonstaken riet enz, Hend. van Diemen 2: 6:
1 hoopke leem, Jan Boer 0: 8:
1 vleijsblok en asbak, den selven 0: 2:
       

Aldus dese verkoopinge regtelijk gedaan en gepasseert op het voornoemdeerffhuijs bij en ten overstaan van Ad. Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Cornelis Buijs, schepenen in Waspik, den 15e maart 1741.

quoad attestor J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 54 re

in de kantlijn: uijtgemaakt

Staat en inventaris vande goederen en effecten nagelaten bij Jenneken Leenderse Scheurwater in haar leven langes gewoont hebbende tot Breda en overleden nu onlangs gelden alhier tot Waspick opgegeven ende geformeert bij de te samen testamentaire erfgenamen van voornoemde Jenneken Leenderse Scheurwater, behalve Cornelis Sagt, soo ende in manieren als volgt,

eerstelijk het linnen

1 kast, 42 vrouwe hemden, 65 dito neusdoecken, 75 dito covelmutsen, 7 dito flepmutsen met en sonder kant, 19 dito servetten, 10 dito vrouwe kapkens, 6 slaaplakens met een cleijn lapke linde, 2 tafellakens, 5 kussenslooven, 1 lapke nieuw linde, 2 vrouwe voorschoote, 9 dito neersels, en 5 bonte dito, 12 dito moukens, 14 bonte mutsen, 8 blauwe voorschoij, 3 bonte neusdoeken, 5 paar vrouwe cousen, 2 bonte lapkens, eenige rommelerije in een sacksken, , 1 kist. N.B. alle het vorenstaande legt in een kast staande inde keuken teijnde de kist en is in die kist ook bevonden t geene volgt:

6 flepmutsen in een bennetje, 1 neusdoek met een covelmuts, alsnog 7 flepmutsen, nog 38 covelmutsen, 6 neusdoeken linden, 2 dito halsdoeken, 7 dito slaaplakens, 1 dito voorschoot , 4 dito cussenslooven, 2 dito tafellakens, 3 dito capkens, 3 dito vrouwe hemden, 1 paar woole cousen, 8 tinne lepels, 1 neij doosken met eenig garen etc.

Dit is weder in de kist gelegt, en voorts is opgegeven,

1 bedt en peuluw met twee cussens, 3 wolle deeckens, 1 rocklijff, 3 wolle rocken, 2 mantels, 1 vrouwe broeck, 1 slob met een blauwe voorschoot, 1 borstel, 1 boekje, 1 lodlorain flesje, 2 tinne biekannen, 1 dito mostertpot, 1 kerkboekje, 2 paar schoen, 1 paar muijlen, 1 paar clompen, 1 fles,

onder  in bovengemelte cas is nog bevonden,

8 vrouwe mantels van diverse kleur, een hoop pude lappen, 7 vrouwe rocken divers, 2 courchetten, 1 nagt mantel, 2 doosjes daarin een mes en wat prulletjes,

nog een doosje waar in bevonden een obligatie groot in capitaal 50 guldens ten laste van Johannes Huijsman te Breda, in date den 29e maart 1725 tegens 4 pro cento.

Een dito in capitaal 200 guldens ten laste van Johannes Huijsman te Breda, in date den 14e julij 1738, tot 3 pro cento.

1 dito ten laste als voren groot in capitaal 50 guldens tegen 4 pro cento vanden 6e maart 1732.

1 dito ten laste als voren groot 100 guldens tot 4 pro cento van dato den 1e februarij 1727

Alsnog is voornoemde Huijsman schuldig bij sijne hantteijkeninge vanden 11e en 21e september 1731 agt en twintig guldens eene stuijver.

Item alsnog volgens sijn hantschrift vanden 31e meij . . . . . . vijff en twintig gulden.

Alsnog wert opgegeven een obligatie ten laste van Pieter Nouten vanden 1e april 1732 groot 300 guldens tegens drie ten hondert

Item een obligatie te laste van Pieter van Riel en Josina de Wit groot 750 guldens, vanden 14e maart 1733

Een hantschroft van 16 guldens ten laste van Maria Leenders vanden 19 jannuarij 1722

Alsnog heeft den boedel ten laste van Van Loon te ontfangen 54 gulden in mindering van een obligatie van 100 guldens, volgens obligatie van den 17e jannuarij 1720 en annexe notariale act van den 7e jannuarij 1741

Een regt en appte enz.

Alle welke papieren weder in het voornoemde doosje gelegt sijn.

1 moffe kas, daar in een swarte moff, twee paar hantschoen, een neeusdoek en een buijltje waar in na dat het wiert open gedaan bevonden is twee goude ringen, 5 goude ducaten, 1 dito pistelet, 2 dito oorringen met een silver lodlarain doosje, aan silver gelt in verscheijde spetien f 65:15:6, allen te welke wederom in voornoemde moffenkas gelegt is.

Aldus opgegeven en geinventarissert als als voorschreven staat presenterende en aannemende soo er nog iets te voorschijn tot den boedel  behoorende den selven inventaris ten allen tijde daar mede te vermeerderen met presentatie de deugdelijkheijt met eede te stercken. Aldus gedaan ten overstaan Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Schep en Steven Scheur, schepenen in Waspik, den 30e maart 1741 ende hebben op dato voorschreven Maria  en cornelia Sagt, Jan Verschuren qualitate qua Hendrik Otterdijk en Hend. . . . . . de gepresenteerden en gerequireerden boedel e.t in handen vanden schout ter presentie van schepenen voornoemt afgelegt.

In kennise van mij, J. Zeijlmans, secretaris

dit is cirkel met vert. streep t hantmerk bij Huijbert Schep gestelt

fol. 55 re

inde kantlijn: uijtgemaakt

Smaldeelinge die bij desen doende en aan schout en schepenen van Groot Waspik ovegevende sijn Anthonij Potmakers en Jan Peeterse Boer, van een parceel moergront, groot ontrent drie hont, met de helft vande steeg gemeen met de weduwe van Thomas Rijcken, waar van Anthonij Potmakers heden 5 parten heeft bij transport ontfangen van de erfgenamen van Anthonij van Dommelen en waar in Jan Peeters Boer, als mede erfgenaam, het resterende 1/6 part is compiterende en hebben sij comparanten het selve verdeelt in manieren als volgt

Eerstelijk soo is Anthonij Potmakers beerfdeelt met sijn 5/6 parten op het oostense eijnt vanden bijster vande weduwe Thomas Rijcken af westwaart op tot op negen roeden negen voeten na vant heele velt dwars af te meten de heele breette.

Hier tegens soo is Jan Peeters Boer bedeelt op de lengte van van negen roeden negen voet te meten vanden moer van Dirk vanden Hoek aff de heele breette oostwaart in tot de vijf sesdeparten van Anthonij Potmakers toe.

Waar mede sij comparanten over en weder verclaarde te nemen volkomen genoegen en ider met sijn lot te vrede te sijn.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Thomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepenen in Waspik, desen 15en april 1741.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Dit is kruisje  t merk bij Tomas Zeijlmans self gestelt

Fol. 55 vo

inde kantlijn: uijtgemaakt op 3 guldens zegel

Scheijdinge ende erfdeelinge die bij desen doende ende aan schout en schepenen van Grootwaspick, overgevende sijn Adriaan Molenschot, Peeter Molenschot ende Johan Cornelisse de Jong als in huwelijk hebbende Wilhelmina Molenschot, alle kinderen ande erfgenamen van zaliger Thomas Molenschot en Anthonetta Zeijlmans ende dat van alle de vaste en meubilaire goederen bij de voornoemde Anthonetta Zeijlmans als geblevene weduwe en erfgename boedelhoudster van Thomas Molenschot metter doot ontruijmt ende naargelaten, ende sijn de voornoemde goederen en effecten onder de comparanten bij loten gestelt ende verdeelt ende deselve te deele gevallen als volgt:

Eerstelijk soo is Adriaan Molenschot bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beerfdeelt eerstelijk op een huijs, hoff, erve en delle, staande en gelegen alhier in xj 1/2 Hoeve waar in haar comparanten vader en moeder sijn overleden, belent oost Huijbert Janse de Bont, en de weduwe Jan Lijten en ten westen Wouter van Dusseldorp en Dirk Dolk d’een teijnde den anderen, streckende uijt den zuijden van de halve herstraat aff noortwaart in tot de cae of Grootwaspick toe.

Ten 2en op eenen acker zaijlant met het regt haar compaterende op den dijck en veldeken daar annex aan gelegen van outs genaamd Stadhoudersdijk, belent ten oosten vanden acker en dijck Jan Cornelis Vermeijsen en ten westen Geerit en Michael Zeijlmans, streckende uijt den noorden vanden acker van Adriaan vassen af zuijtwaarts in tot soo verre het met regt streckende is.

Ten 3en op de geregte helft van een halve geert hooij ende weijlant, gelegen inden polder alhier in een stuck van ses geerden, gemeen en onverdeelt met de wedue Adriaan Geerden Boudewijns, gelant ten oosten van de heele ses geerden de weduwe Jan Hendrickse Schoenmakers cumsuis, en ten westen Jan Cornelisse de Bont, streckende uijt den zuijden vanden caesloot aff noortwaart in tot den halven schaijsloot toe.

Ten 4e nog op de geregte helft van eenen acker zaijlant, gelegen alhier boven in ’s Grevelduijn Grootwaspick tusschen erffenisse van bastiaan Fransen Boeser ten oosten en Leendert Parson cumsuis west, streckende uijt den noorden vande gemeene steeg off acker van Peeter Jochemse Berthouts aff zuijtwaart in tot den acker van Aart de Bont toe.

Ten 5e nog op de geregte helft van eenen halven acker zaijlant mede helegen alhier in ’s Grevelduijnwaspick gemeen met Adriaan Vassen en Jan Lips, belent oost Jan Peeterse de Jong en ten westen Mattijs en Bartholomeeus Camp, streckende uijt den noorden van den bijster van Jan peeterse Jong aff zuijtwaart in tot Cuijpers leije toe.

Ten 6e nog op de geregte helft van eenen acker zaijlant gelegen inden binnenpolder van ’s Gravenmoer, gelant ten zuijden vanden heelen acker Michiel Molenschot en ten Noorden Corstiaan Schoenmakers, streckende uijt den westen van ’s heere strate aff oostwaart in tot den hooftsloot over den dijck toe, off soo verre het met regte streckende is.

Ten 7e nog op de geregte helft van een parceel hooij ofte weijlant mede gelegen tot ’s Gravemoer inde lange veertelen, haare ouders aangekomen door overlijden vande weduwe Adriaan Molenschot, belent zuijden . . . . . . . . . en ten noorden . . . . . . . . , streckende uijt den oosten vant ouden vaartjen aff westwaart in tot de Wielstraat toe.

Ten 8en en ten laatsten soo is aan voornoemde Adriaan Molenschot nog bevallen en bedeelt op de paarden, beesten, wagen, karre, boere en bougereetschap soo ende in dier voegen als het bij sijne moeder metter doot is ontruijmt ende naargelaten ende bij hem althans is aanvaart.

Ten tweeden soo is Peeter Molenschot bij blinde lotinge geloot gecavelt ende bedeelt op eene somme van drie duijsent guldens in contant gelt die hij bekent nu uijt den boedel ontfangen te hebben en daar van voldaan te sijn den eertsen penning metten intrest van dien tegens lasten en waar mede hij verclaarde te nemen volkomen genoegen en contantement.

Ten derden en ten laatsten soo is Johan Cornelisse de Jong als in huwelijk hebbende Wilhelmina Molenschot bij blinde lotinge geloot en gecavelt ende beerfdeelt eerstelijk op de geregte helft van vijff en een halve geert hooij ende weijlant gelegen inden polder alhier, gemeen met Thomas Vassen, belent ten oosten vande heel 5½ geert Thomas en Adriaan Vassen en ten westen Jan hendrikse de Bont, streckende uijt den zuijden vanden caesloot aff noortwaarts in tot den halven schaijsloot toe.

ten 2e nog op een hof en binnendel gelegen in den polder alhier, belent oost Adriaan Vassen en ten westen Cornelis Wijdemans en Meerten van son, streckende uijtten zuijden vande werf van Adriaan Vassen aff noortwaart in tot de cae toe.

Ten 3e nog op een hoekdel mede gelegen alhier op den westenkant van Vroukensvaart, tusschen erffenisse van . . . . . . . . zuijden ent en noorden Willem Nieuwenhuijsen, streckende uijt den oosten vande halve buijtenvaart aff westwaart in tot den halven sloot tussschen dese del en de del van Arnoldus van Son toe.

Ten 4e nog op de geregte helft van een halve geert hooij en weijlant, gelegen inden polder alhier in een stuck van ses geerden gemeen en onverdeelt met de weduwe Ad. Geerden Boudewijns, gelant ten oosten vande heele ses geerden de weduwe Jan Hendrixe Schoenmakers cumsuis en ten westen Jan Cornelisse de Bont, streckende uijt den zuijden vanden caesloot af noortwaart in tot den halven scheijsloot toe.

Ten 5e nog op de geregte helft van eenen halven acker zaijlant mede gelegen alhier boven in ’s Grevelduijnwaspik tusschen erffenisse van Bastiaan Franse Boeser ten oosten en ten westen Leendert Persoon cumsuis, streckende uijt den noorden vande gemeene steeg off acker van Peeter Jochemse Berthouts af zuijtwaart in tot den acker van Aart de Bont toe..

Ten 6e nog op de geregte helft van eenen halven acker zaijlant mede gelegen alhier in ’s Grevelduijnwaspik, gemeen met Adriaan Vassen en Jan Lips, belent oost Jan Peeterse de Jong en ten westen Matijs en Bartholmeeus Camp, streckende uijt den noorden vanden bijster van Jan Peeters de Jong aff zuijtwaart in tot Cuijpers leije toe.

Ten 7e nog op de geregte helft van eenen acker zaijlant gelegen inden binnenpolder van ’s Gravenmoer, gelant ten zuijden vande heelen acker Michiel Molenschot en ten noorden Corstiaan Schoenmakers, streckende uijt den Westen van sHeere strate aff oostwaart in tot den hoofdsloot over den dijck toe, of soo verre het met regte streckende is.

Ten agsten en ten laatsten soos is den voornoemde Johan de Jong nog bevallen en bedeelt op de geregte helft van een parceel hooij en weijlant, mede gelegen tot ’s Gravenmoer inde lange veertelen, hare ouders aangekomen door overlijden van de weduwe Adr. Molenschot, belent zuijden . . . . . . . . . . en noorden . . . . . . . . ., streckende uijt den oosten van t oude vaartjen aff westwaart in tot de Wielstraat toe.

Wijders is conditie dat sij comparanten te samen uijt den gemeenen boedel sullen betalen alle lasten en verpondingen als omslagen soo ordinair als extraordinair voor soo verre die omgeslagen sullen sijn tot den lesten xb (december) deses jaars 1741 incluijs, en dat ider sijn aanbedeelde goederen sal aanvaarden met alle sijne wegen, stegen, dijken, dammen, schouwen, leijen, s Heeren chijnsen, dorps en andere lasten en verdere naburen regten, baten, schaden en geregtigheden met regt tot ider sijn aanbedeelde lot off parceelen behoorende, en soo als bij de overledene metter doot sijn ontruijmt en naargelaten.

Aldus dese deijlinge regtelijk gedaan en hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijthollant en verclaarde den eenen tot behout vanden anderen sijn aanbedeelde lot te renuntieren soo als sij doen bij desen. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Ad. Zeijlmans, schout, Huijb. Coninx en Cornelis Buijs, schepenen in Waspik, desen 21e junij 1741.

In kennise van mij, Zeijlmans

Fol. 57 re

Compareerden voor ons schout en schepenen van ’s Grevelduijn Grootwaspik en xj½ Hoeven Cornelis Sagt, Maria Sagt, Jochem Coninx in huwelijk hebbende Adriaantje Sagt, ende te samen nog innestaande ende de Rate caverende voor Cornelia Sagt, alle kinderen van Teunis Sagt, door hem in huwelijk verweckt Adriaantje Scheurwater, ter eenre; ende Huijbert Otterdijk, Wouter Otterdijk, Jan Verschuren in juwelijk hebbende Helena Otterdijk, en Hendrik van . . . .  in huwelijk hebbende Maria Otterdijk, mitsgaders nog de voornoemde Huijbert en Wouter Otterdijk als voogden van de minderjarige soon van wijle Peeter Verelst door hem in egte verweckt aan Adriaantje Otterdijk en in die qualiteijt kinderen van Peeter Otterdijk door hem in egte verweckt aan Maria Scheurwater ter andere seijde, alle in die qualiteijt erfgenamen testamentair van wijle Janneken Leenderse Scheurwater, alhier overleden, hunne respective muije, ende verclaarde de respective comparanten de nalatenschap van opgemelte Janneken Leendertse Scheurwater, onder den andere te hebben gepartageert ende verdeelt invoegen en manieren als volgt:

Eerstelijk soo is op de eerste comparanten bij lotinge te samen aanbedeelt een obligatie groot in capitaal seven hondert en vijftig guldens, spreeckende te laste van Pieter van Riel en Josina de Wit egtelieden te Breda woonagtig, sijnde van date den 14e maart 1733, loopende den intrest tot drie gulden van ieder hondert in’t jaar.

Ten tweeden soo sijn de tweede comparanten mede bij lotinge bevallen op een obligatie groot in capitaal een hondert gulden, spreeckende ten laste van Johannes Huijsmans te breda woonagtig, van date den eertsen februarij 1727, loopende intrest tot vier gulden per cento.

Alsnog op een obligatie groot in capitaal twee hondert gulden, spreeckende ten laste als voren, en laste van Lucina en Henrikus Huijsmans, van date den 14e julij 1738 tot drie gulden van ider hondert aan intrest jaarlijcx.

Alsnog op een obligatie groot in capitaal vijftig guldens, spreeckende mede ten laste van voornoemde Johannes Huijsmans en sijnde van date den 6e maart 1732, tot vier gulden jaarlijcx te hondert aan intrest.

Alsnog op een obligatie groot in capitaal vijftig gulden, spreeckende ten laste als voren sijnde van date den 29e maart 1725, loopende intrest tegens vier gulden ten hondert.

Ende nog op een obligatie ten laste van Pieter Nouten te Breda woonagtig, van date den eersten april 1732, tot drie ten hondert groot in capitaal drie hondert en vijftig guldens.

Voorts soo verclaren de respective comparanten met en onder malkanderen gemeen en onverdeelt te houden een obligatie groot in capitaal een hondert guldens ten laste van Helena van Loon, van date den 17e jannuarij 1720, loopende den intrest tot vier guldens per cento, op welke obligatie is afgelegt vijftig guldens en sal de resterende penningen ontfangen op den 7e jannuarij 1742, waar toe wert gerefereert .

NB dese obligatie met annexe acte berust onder de tweede comparanten.

De cleederen, linnen, wollen, kast, kist en meubilen verclaren de comparanten inde helft te hebben genoten  en verdeelt, maar het bedde met sijn toebehooren is aangenomen bij Jochem Coninx tot 32 guldens, waar van ider sijn portie genoten heeft.

Ook soo verclaart voornoemde Maria Sagt uijt den boedel te sijn voldaan van het legaat van 200 guldens, haar volgens testament van Jenneken Scheurwater uijt den boedel voor aff competerende.

Gelijk als de respective comparanten bekennen voldaan te sijn van de sestien gulden dewelcke Maria Leenderse volgens derselver hantteijkeninge aan den boedel was verschult.

Verders is expres geconditioneert dat al het geene bevonden mogte worden nog tot desen boedel te behooren bij de gelijcke comparanten egalijk sal worden genoten, gelijk als deselve ook egalijck sullen voldoen de lastige schulden des boedels die namaals mogt te voorschijn komen.

Aldus soo hebben partijen de gemelte nalatenschap onder malkanderen verdeelt en verclaren malkanderen te vertijen naar den regte van Zuijthollant  en ider met sijn bevallen invoegen gemelt te nemen tot proffijt vanden anderen van alsulk regt, als sij te voren daar op waren hebbende alles onder verbant en bedwang als naar regten.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Thomas Zeijlmans  en Cornelis Buijs, schepenen in Grootwaspick, dsen 10e julij 1741.

In kennise van mij J. Zeijlmans, secretaris

Fol 58 re

Erfhuijs-ceel.. van Cornelis Melsen

Op huijden den 31e augustij 1741 soo willen de regerende armmeesters alhier publiecq ende voor alle man met consent en ten overstaan van schout en schepenen alhier bij forme van erfhuijs verkoopen de meubilaire goederen naargelaten bij Cornelis Melsen van Gijsel en Johanna Dolk, egteluijden alhier overleden, soo als die te berde sullen worden gebragt op de conditien en voorwaarden hier naar volgende.

Eerstelijk wie eenig gelt biet sal gehouden wesen te blijven bij sijn gebot op een boete en breucke van 25 guldens te gaan naar regt.

De coopers of mijnders sullen gehouden sijn hare beloofde cooppeningen te betalen gereet en contant alvorens die te vervoeren.

De coopers sullen boven de cooppenningen mede gereet en contant moeten betalen voor het slag of pont gelt en xle penning van idere gulden eene stuiver agt penningen.

Den officier houd den eersten, tweeden en derden roep aan sijn selven, wil niemant bevallen off ook niet bevat off agterhaalt sijn.

1 coopere tee ketel, den secretaris 1: 4:
1 tinne trekpot, Peter van Waspik 0: 9:
1 baggerbeugel, den secretaris 0: 13:
eenig ijserwerk, Corn. Buijs 0: 13:
1 emmer en hak, den secretaris 0: 9:
1 schotel en kanneke, Jac. Wolfershausen 0: 3:
1 boterpot, 2 potten, 1 strijkijser, Arn. Verstegen 0: 6:
1 mant met aarde potten, Peter van Waspik 0: 5:
2 stoelen , de weduwe Peter Dolk 0: 7:
2 dito, Peter van Waspik 0: 8:
2 dito, Peter Joosten Verschuren 0: 9:
2 cnapen en 1 houte deurslag, Ad. Smets 0: 3: 8
1 spinnewiel, Peter Cetelaar 0: 8:
1 wetbort, schipke hoorn enz, Fransus Artel 0: 3:
1 tafeltje, Ad. Smets 0: 14:
1 witte deken, Jan Dolk 0: 16:
1 dito, Jac. Wolvershausen 0: 15:
1 bed en hooftpeuluwe, Helger Kock 11: –:
1 schotelrok, de weduwe Thomas Buijs 0: 3: 8
1 cruijwagen, Jan reckers 0: 10:
1 vierkant tafeltje, Helger Cock 0: 4:
1 astobbeke, stoff en eenig rommelrije, Peter Cetelaar 0: 1: 8
1 haakske en crenge rat, den schout 0: 5:
1 ijs-hantslee, J v. Selm 0: 10:
1 hangijser en kookpan, Maijken Verschuren 0: 9:
1 tang en asschup, Tannis de Hoog 0: 12:
1 haal en blaaspijp, de secretaris 0: 15:
1 bot schup, riethaak en aalspit, C. Buijs 0: 15:
1 corfke met 2 lampen, Peter van Waspik 0: 5:
1 riek, G. v. Malsem 0: 3:
11 galaije borden, Peter van Waspik 0: 10:
6 dito schotelen en 8 tinne lepels, Peter van Waspik 0: 15:
1 lepelbort met 12 lepels en 1 spigeltje, F. Artel 1: –:
1 mandeke met eenig vlas en garen, F. Artel 1: –:
1 ijsere pot en houte deksel, Ad. Smits 1: 13:
1 paar blauwe gardijnen en rabat, Peter van Waspik 1: 2:
1 paar dito, Mechel van Cuijk 0: 10:
1 coopere toebax doos, Huijb Coninx 0: 5:
1 swarte mansrok, Claas van Hassel 1: 13:
1 swarte broeck, Zeger Mouthaan 0: 12:
1 wanbas met een broek, Leendert Silvis 0: 16:
1 hoet en cousen, Teunis Dolk 0:  9:
1 paar schoen en planke, Corn. Bongaart 1: 5:
1 kaske, peter Joosten Verschuren 1: 10:
1 hoop struijken, de secretaris 2: 4:
  38: 12: 8

Aldus dese verkoopinge regtelijk gedaan bij Corn. Buijs armmesester ten overstaan van Ad. Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en doorhaling Steven Scheur, schepenen in Waspik, die de miniet deses hebben onderteijkent.

quod attestor, J. Zeijlmans, secretaris

de heel erfhuijsceel bedraagt f 38: 12: 8

comt de xle penning 0: 19: 6

Fol.58 vo

Op huijden desen 14e december 1741 comparrerde voor ons schout en schepenen va Grootwaspik ondergetekende Huijbert van Hassel ende Bastiaan Vassen te kenne gevende dat sij bij calculatie vanden nagelaten boedel van wijlen Peeter van Hassel en Geertruij Vassen haarlieder overleden soon en dogter hadden ondervonden dat dien naargelaten boedel was beswaart met vrij meerder schulden als de effecten des boedels waardig waren, dat Adriaan van Hassel ende Johannes Vassen swarig heijt maakten in qualiteijt als aangestelde voogt en toesiender daaromme dien boedel aan te vaarden, dat de comparanten op dat alle crediteuren souden werden afbetaalt, bij acte onder de handt in dato den 10e februarij deses jaars 1741 alhier ter secretarije berustende. De voornoemde Adriaan van Hassel en Johannis Vassen hadden versogt gequalificeert en geauthoriseert omme dien boedel te aanvaarden, den selven tot gelde te maken, de schuleijsschers soo verre het streckende konde te betalen met deselve te liquideren en dus dien boedel soo na doenlijck te brengen tot liquiditeijt, met belofte dat alle het gunt bij het doen hunner reeckeninge soude werden bevonden te kort te komen door hen comparanten ider voor de helfte soude werden gesuppleert en bij gelegt dat vervolgens deselve geauthiseerdens dan ook dien boedel aanvaart, alles verkogt met de ge intersseerdens geliquideert, de schulteijsschers betaalt, den boedel tot liquiditeijt gebragt, en aan de comparanten van der selver bevrint handel en administratie ordentelijcke reeckening bewijs ende reliqua gedaan hebbende, als nu door de comparanten ondervonden en gebleecken wort aan dien boedel tot betalinge der schulden te kort te komen een somme van drie suijsent vier hondert vijftig guldens, dat vervolgens de comparanten allen te geene door Adriaan van Hassel en Johannis vassen daar in gedaan en verrigt is, met belofte van henlieden om geen andere off meerdere reeckeninge van die administratie moeijelijk of lastig te sullen vallen, deselve vervolgens deswegen geheel en al te quiteren, voor henne goede administratie en verantwoordinge aan de comparanten gedaan bedancken en vervolgens henlieden vande nog loopende schult ten lasten den voornoemde boedel dechargeren ontheffen en bevrijden met belofte en overgofte dat de comparanten de bovengementioneerde somme van drie duijsent vier hondert en vijftig guldens en ’t geene nog verder mogte bevonden worden, ten laste dien boedel te voorscheijn komen, ider voor de helfte aannemen te betalen als hun eijgen schult sonder daar tegens iets te seggen off te doen in regten ofte daar buijten. En alsso Adriaan van hassel ende Johannis Vassen hebben opgegeven dat ten behoeve den boedel nog is in te beuren ontrent een somme van ses hondert guldens soo versoeken en qualificeren de comparanten henlieden om dat gelt ten behoeve vande minderjarige kinderen van voornoemde Peeter van hasselt ende Geertruij Vassen te ontfangen, ende deselve minderjarige soo verre het streckt daar van te alimenteren , tot naarkominge en prestatie van allen het geene voorschreven staat verclaren sij comparanten te verbinden en ten onderpant te stellen henlieden persoonen ende goederen hebbende ende verkrijgende geene daar van gereserveert, die alle ten dien fine stellende te bedwang ende executie als na regten, alles sonder fraude . Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Thomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepenen in Grootwaspick ten dage voorschreven.

In kennisse van mij J. Zeijlmans, secretaris

Dit ist kruis merk bij Thomas Zeijlmans selfs gestelt

Fol. 59 vo

Testament: Thomas Schep en Leijntjen Fransen Boeser sijn huijsvrou

In den namen des godes amen

Op huijden den 20e december 1741 compareerde voor ons schout, en schepenen van Grootwaspick ondergenoemt, Thomas Janse Schep ende Leijntje Fransen Boeser, egteluijden, woonende alhier sijnde de eerste comparant gesont naar den lichame en de tweede comparante siekelijk naar den lichaam te bedde liggende, edoch beijde haar verstand, redenen en memorie welmagtig sijnde en gebruijckende soo uijterlijk scheen en bleek, dewelke betuijgede van meijninge te wesen omme van hare tijdelijke goederen te disponeren en dat op de volgende wijse: namentlijk dat bij testateuren malkanderen reciprocelijk dat is over en weder en sulx den eerststervende den langstlevende van hen beijden komen te stellen nomineren en institueren tot sijn of haar eenige geheelen en universelen erfgenaam en dat in alle de goederen, soo roerende als onroerende hebbende  en verkrijgende, gelt, goud, zilver, gemunt en ongemunt, haaf en inboelt, actien en credoten, soo wel active als passive, egeene van dien uijtgesondert t geene den eerst overlijdende metter doot ontruijmen en naarlaten sal, omme daar mede te doen handelen en verrigten soo int coopen verkoopen, belasten en beswaren als des langstlevenden goeden raat gedragen sal, en sulx met vollen regt van institutie onder dese expresse conditie nogtans dat den langstlevende van hen testateuren gehouden en en verbonden blijft hare kinderen reets bij den anderen verweckt ofte nog bij den anderen te verwecken en naar te laten, op te voeden en te alimenteren in eten en drinken, cleedinge en reedinge, soo wel sieck als gesont, egeene tijt van perijkel uijtgesondert, deselve te laten leeren lesen en schrijven en daar en boven een goet hantwerk of ander exercitie te laten leeren, waar toe deselve naar de staat des boedels best bequaam sal of sullen bevonden worden en dat tot haren mondigen dage, huwelijken of anderen geaprobeerden state toe. Als wanneer den langstlevende van hen testateuren daar en boven sal gehouden sijn aan ider van hare kinderen die alsdan in leven sullen sijn uijt te reijken en te voldoen eene somme van ses gulden ses stuijvers en sulx in volle voldoeninge van hare vaderlijcke of moederlicke goederen ofte legitime portie waarinne sij testateuren de voornoemde hare kinderen sijn instituerende bij desen. Dog off het mogte gebeuren dat den langstlevende van hen testateuren sig wederom ten tweeden huwelijk mogte begeven sal den selven in sulck geval gehouden en verbonden sijn aan sijne of haare kinderen afstant te doen en deselve te laten volgen de geregte helft van sijnen boedel en goederen soo als die alsdan in wesen sal sijn en bevonden sal worden.

Wijders hebben sij testateuren malkanderen gestelt tot voogt off voogdesse over hare naar te laten kinderen en erfgenamen en naar overlijden off hertrouwen van den langstelevende tot voogt Bastaan Franse Boeser en tot toesiende voogt Huijbert Schep, met magt omme bij den langstlevende nog een of meer voogden te mogen aanstellen. En dat alles met uijtsluijtinge van schout en geregten van Grootwaspick, mitsgaders alle andere weesheeren en geregten daar haarlieder sterfhuijs soude mogen komen te vallen niet willende dat deselve (behoudens haar respect en eerwaardigheijt) haar met haren boedel en naarlatenschap sullen bemoeijen maar deselve daar voor bedanckende mits desen.

Allen het geene voorschreven staat de testateuren sijnde voorgehouden verclaarde het selve te wesen haar testament leste en volkomen uijtersten wille willende en begerende dat het selve sijn volkomen effect sorteren en stantgrijpen salt sij als testament codicille gifte uijt saacke des doots off onder den levende soo als het selve best naar regten sal konnen off mogen bestaan. Alwaar het schoon dat alle solemniteijten naar regten gerequireert hier inne niet en waren geobserveert versoekende het uijterste benefitie en dat hier van gemaakt en gelevert mag worden instrument in communi forma. Aldus gedaan en gepasseert voor t siekbedde vande testarice  verclarende bende de vier duijsent guldens te besitten ten overstaan van Huijbert Coninx en Cornelis Buijs, schepenen in Grootwaspick, als vervangende den schout alhier, smorgens ontrent de clocke seven uren.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 60 vo

Testament

inde kantlijn: uijtgemaakt

In den name godes amen.

Op huijden den 30e december 1741 compareerde voor ons schout en schepenen van Sgrevelduijn Grootwaspik enz. ondergetekend: Matthijs Hendrikse Schoenmaackers ende Adriaantje Dircksen van Spaandonck egteluijden, woonende alhier sijnde gesont naar den lichame, gaande en staande in haar verstant redenen en memorie, wel magtig en gebruijkende soo uijterlijk  scheen en bleek de welcke betuijgde van mijninge te wesen omme van hare tijdelijcke goederen te disponeren, en dat op de volgende wijse:

namentlijck dat sij testateuren malkanderen reciprocelijk, dat is over en weder en sulcx den eerste stervende den langstlevende van hen beijde komen te stellen nomineren en institueren soo als sij doen bij desen tot sijnsen off haren eenigen geheelen en universelen erfgenaam, en dat alle goederen  soo roerende als onroerende hebbende en vercrijgende haaff ende imboel, gelt, gout, zilver gemunt en ongemunt, actien en crediten, soo wel active als passive egeene van dien uijtgesondert t geene den eerst stervende metten intrest van dien tegens doot ontruijmen en naarlaten sal, ende omme met dat alles te mogen doen handelen en verrigten soo in t coopen, verkoopen, belasten en beswaren als des langstlevende goeden raat gedragen sal, en sulx met vollen regt van institutie. Onder dese expresse conditie nogtans dat de langstlevende van hen testateuren gehouden en verbonden blijft hare kinderen reets bij den anderen verweckt ofte nog bij den andere te verwecken en naar te laten op te voeden en te alimenteren in eeten en drincken cleedinge en reedinge soo wel siek als gesont, geenen tijt van perijkel uijtgesondert , deselve te laaten leeren lesen en schrijven en daar en boven een goet hantwerck off andere exercitie te laten leeren, waar toe deselve naar den staat des boedels best bequaam sal off sallen bevonden worden en tot haren mondigen dage huwelijken of anderen geapprobeerden state toe, als wanneer den lanngstelevende van hen testateuren gehouden en verbonden blijft daar en boven aan ider van hare naartelatene kinderen  die alsdan in leven sullen sijn uijt te reijken en voldoen eene somme van vijftig guldens ens gelt sonder meer en sulcx in volle voldoeninge van haar vaderlijcke off moederlijcke goederen off legitime portie waar inne sij testateuren de voornoemde hare kinderen sijn instituerende bij desen, dog of het mogte gebeuren dat den langstlevende van hen testateuren sig wederom ten tweeden huwelijk mogte komen te begeven, sal den sleven in sulk gevalle gehouden en verbonden sijn aan sijn e kinderen te bewijsen en te laten volgen de geregte helft van sijnen of haren naar te laten boedel en goederen soo als die alsdan in wesen sal sijn en bevonden sal worden, dog sal egter gehouden en verbonden sijn sijne kinderen voor de bladinge en incomsten van den voornoemde hlaven boedel op te voeden en te alimenteren tot haren mondigen dagen huwelijken of anderen geapprobeerden state toe.

Wijders hebben sij testateuren elkanderen gestelt tot voogt ofte voogdesse over hare naar te laten kinderen en erfgenamen ende naar overlijden off hertrouwen van den langstlevende tot voogt Hendrik Janse Schoenmaackers, en tot toesiende voogt Geerit Dirkse van Spaandonk, met magt omme bij den langstlevende off de voornoemde voogden nog een of meere voogden en toesienders in haare plaatse te mogen nomineren en aanstellen en dat alles met uijtsluijtinge van schout en geregten van Grootwaspick, mitsgaders alle weesheeren en geregtens daar haarlieden sterffhuijs soude mogen komen te vallen niet willen dta deselve (behoudens haar respect en eerwaardigheijt) haar met hare naarlatenschap sullen bemowijen maar desleve daar voor bedanckende mits desen.

Allen t geene voorschreven satta de testateuren van woorde te woorde sijnde voorgelesen, verclaarde sij daar inne begrepen te sijn haar testament lesten en volkomen uittersten wille, willende en begerende dat het selve sijn volkomen effect sorteren en stantgrijpen sal, t sij als testament codicille giften uijt sake des doots off onder den levenden soo als het selve best naar regten sal konnen off mogen bestaan alwaar het schoon dat alle solemniteijten naar regten gerequireert hier inne niet en ware geobserveert versoekende het uijterste benefitie en dat hier van gemaakt en gelevert mag worden instrument in commune forma. Aldus gedaan en gepasseert ten huijse van mij secretaris ten dage maande en jare voorschreven savonts ontrent de clocke agt uren verclaarende de comparanten geen vierduijsent guldens te besitten ter presentie en overstaan van Cornelis Buijs en Steven Scheur, schepenen in Waspick, als vervangende den schout alhier.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans

Fol. 61 vo

Testament van Cornelis vander Mast woont tot Middelharnis of Mijnheersen

inde kantlijn: uijtgemaakt op zegel van drie gulden

In den name godes amen

Op huijden den 20e jannuarij 1742 compareerde voor ons schout en schepenen van Sgrevelduijn Grootwaspick ondergenoemt, Cornelis vander Mast woonagtig tot Middelharnis en tegenwoordig alhier ten huijse van van Anthonij van Dongen, siekelijck te bedde leggende, dog sijn verstant, redenen en memorie wel magtig en gebruijckende soo ons uijtterlijck scheen en bleeck, te kennen gevende hij comparant dat hij genegen was omme van sijn tijdelijcke goederen hem bij godt almagtig op dese werelt verleent te disponeren , dog alvorens daar toe komende verclaarde hij comparant eerst en alvorens te revoceren casseren doot ende te niet te doen alle voorgaande testamentaire en andere actens van dispositien bij hem voor dato deses gemaakt, ende oversulx van nieus disponerende soo verclaarde hij te testateur te maken nomineren en institueren tot sijne eenige geheele en universele erfegenamen Hendrik vander Mast, sijnen broeder voor een derdepart, de kinderen van Jan vander Mast, sijnen overledenen broeder voor een derdepart  ende de kinderen van Pietertje vander Mast, sijne suster, mede voor een derdepart, of hare wettige erfgename bij representatie en dat in alle sijne naar te laten goederen, roerende en onroerende, gelt gout zilver, gemunt en ongemunt actien en crediten, soo wel active als passive, die hij testateur metter doot ontruijmen en naarlaten sal omme daar mede bij de voornoemde genomineerde erfgenamen gedaan en gehandelt te worden als met haar vrij en eijgen goet, en sulx met vollen regt van institutie en uijtsluijtinge van alle verdere nabestaande vrinden . Wijders verclaarde hij testateur te stellen en nomineren tot voogden over sijne onmondige erfgename Hendrik vander Mast en d’heer Branderhoeven, schout van Stat aant Haringvliet, met magt omme bij haar nog een of meer voogden in haar plaats te mogen nomineren en aanstellen en sulx alles met uijtsluijtinge van schout en geregte van Middelharnis, mitsgaders alle geregtens en weesheeren daar haarlieden testateurs sterfhuijs soude mogen komen te vallen niet willende dat deselve (behoudens haar respect en eerwwardigheijt) haar met sijn naarlatenschap sullen bemoeijen maar de selver daar voor bedankende mits desen.

Allen hetgeene voorschreven staat den testateur sijnde voorgelesen, verclaarde hij het selve te wesen sijn testament lesten en volkomen uijtersten wille willende en begerende dat het selve sij volkomen effect sorteren en stantgrijpen sal t sij als terstamente codicille gifte uijt sake des doots of onder den levende soo als het selve best naar regten sal komen of mogen bestaan alwaart schoon dat alle solemniteijten naar regten gerequireert hier in niet en waren geobserveert versoekende het uijterste benefitie en dit hier van gemaakt en gelevert mag worden instrument in communi forma. Aldus gedaan en gepasseert voor t siekbedde vanden testateur (den welken Anthonij van Dongen ende dingeman van Malsen, beijde onse inwoonders, verclaarde seer wel te kennen) ten dage maande n jare voorschreven savonts ontrent de clocke vijff uren, ten overstaan van Cornelis Buijs en Steven Scheur, schepenen in Waspick, als vervangende de schout alhier.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 62 re

Testament van Thomas Ad. van Tichel en Anna Peeters Camp, sijne huijsvrouwe

in de kantlijn: uijtgemaakt op zegel van 3 guldens

In den name godes amen

Op huijden den 31e jannuarij 1742 compareerden voor ons schout en schepenen van Sgrevelduijn Grootwaspick en Twaalftalve Hoeve ondegetekent, den eersamen Thomas Adriaans van Tichel ende Anna Peeterse Camp, sijne huijsvrouwe, woonende alhier, sijnde den eersten comparant siekelijk naar den lichame te bedde leggende, en de tweede comparante mede siekelijk dog gaande en staande. Edog beijde haar verstant redenen en memoeri wel magtig en gebruijkende soo als ons uijterlijck scheen en bleeck, dewelcke betuijgde van meijninge te wesen omme van hare tijdelijcke goederen te disponeren en dat op de volgende wijse, namentlijk:

Dat sij testateuren malkanderen reciprocé  dat is over en weder en sulx den eerststervende den langstlevende van hen beijde komen te stellen nomineren en institueren tot sijn of hare eenige geheele en universele erfgenaam en dat in alle de goederen soo roerend als onroerend gelt gout silver, gemunt als ongemunt, haaff en imboel, actien en crediten, soo wel active als passive egeene van dien uijtgesondert t geene den eerst stervende metter doot ontruijmen en naarlaten sal, omme met dat alles te mogen doen handelen en verrigten soo int coopen verkoopen belasten en beswaren soo als des langstlevenden goeden raat gedragen sal, en sulcx met vollen regt van institutie onder dese expresse conditie nogtans dat den langstlevende van hen testateuren gehouden en vepligt sal sijn hare kinderen reets bij den anderen verweckt ofte nog te verwecken en naar te laten, op te voeden en te alimenteren in eeten en drinken cleedinge en reedinge soovan linnen als van wollen soo wel sieck als gesont, egeenen tijt van perijkel uijtgesondert deselve te laten leeren lesen en schrijven en daar en boven een goet hantwerk off ander exercitie te laten leeren, waar toe deselve  naar den staat des boedels best bequaam sal of sullen bevonden worden, en dat tot haren mondigen dage huwelijcken off andere geapprobeerden state toe, als wanneer den langstlevende van hen testateuren gehouden en verbonden sal sijn aan ider van hare kinderen die alsdan in leven sullen sijn uit te reijcken en voldoen eene somme van vijff en twintig guldens en sulx in volle voldoeninge van hare vaderlijcke of moederlijcke goederen off legitime portie waar inne sij testateuren de voornoemde hare kinderen sijn instituerende bij desen, dog off het mogte komen te gebeuren dat den langstlevende van hen testateuren sig weder om ten tweeden huwelijk mogte komen te begeven sal den selven in sulcx geval gehouden en vebonden sijn aan hare kinderen afstant te doen en deselve te bewijsen en te laten volgen de geregte helft van haren boedel en goederen soo als die alsdan bevonden sal worden en in wesen sal sijn.

Wijders hebben sij testateuren alkanderen gestelt tot voogt off voogdesse over hare naar te laten kinderen en erfgenamen en naar overlijden off hertrouwen van den langstlevende tot voogden Jan Adriaanse van Tichel en bij overlijden vanden selven Norbertus van Tichel en nog bij overlijden vanden selven Peeter Cornelisse Camp en nog bij overlijden vanden selven Mels Dirkse van Driel, en dit alles met uijt sluijtinge van schout en geregten Waspick, mitsgaders alle andere weesheeren daar haarlieder sterffhuijs soude mogen lomen te vallen, niet willende dat deselve (behoudens haar respect en eerwaardigheijt) haar met hare naarlatenschap sullen bemoeijen, maar deselve daar voor bedankende mits desen.

Allen t geene voorschreven staat de testatteuren van woorde te woorde sijnde voorgelesen verclaarde sij het selve te wesen haar testament lesten en volkomen uijtersten wille, willende en begerende dat het selve sijn volkomen effect sorteren en stantgrijpen sal t sij als testament codicille gifte uijt sake des doots off onder den levende soo als het selve best naar regten sal konnen of mogen bestaan, alwaar het schoon dat alle solemniteijten naar regte gerequireert hier inne niet en waren geobserveert versoekende het uiterste benefitie en dat hier van gemaakt en gelevert mag worden instrument in commune forma. Aldus gedaan en gepasseert doorhaling voor t siekbedde vanden testateur verclarende de testateuren beneden de vierduijsent guldens gegoeijt te sijn  ten overstaan van Huijbert doorhaling Coninx en Cornelis Buijs, schepenen in Waspick, als vervangende den schout alhier, te dage  maande en jare voorschreven des voormiddags ontrent de clocke tien uren.

In kennisse van mij, J.Zeijlmans, secretaris

Fol. 63 re

Testament van Dirk Teunis Dol en Piternel de Bont, sij huijsvrou

inde kantlijn: uijtgemaakt

In den name godes amen

Op huijden den 5e februarij 1742 compareerde voor ons schout en schepenen van Sgrevelduijn Grootwaspick en Twaalftalve Hoeve ondergekent den eersame Dirk Teunisse Dolk eerder weuwenaar van zaliger Berbara Schoenmakers ende Pieternella de Bont sijne jegenwoordige huijsvrouwe, woonende alhier, beijde naar den lichame siekelijk te bedde leggende dog haar verstant redenen en memorie wel magtig en gebruijckende soo uijterlijck scheen en bleeck, te kennen gevende sij comparanten dat sij genegen waren te disponeren van hare tijdelijcke goederen haar bij godt almgtig op dese werelt verleent, ende daar toe komende verclaarde sij testateuren uijt sijnen vrijen eijgen wille sonder persuasie off opmakinge van imant de voornoemde sijne huijsvrouwe soo hij eerts aflijvig mogte komen te worden, te maken nomineren en instutueren in een kintsgedeelte van sijnen naar te laten boedel en goederen soo wel roerende als onroerende, gelt gout silver gemunt en ongemunt, haaff en imboel, de schuijt winckel als anders actien en crediten soo active als passive egeene uijtgesondert boven en behalven t geene haar ingevolge de huwelijkse voorwaarde doorhaling tusschen haar comparante gemaakt is  compiterende omme daar mede bij haar testatrice gedaan en gehandelt te worden als met haar vrij en eijgen goet ende sulx met vollen regt van institutie; ende sij testatrice mede komende tot hare voorgenomen dispositie verclaarde sij mede uijt haren vrijen eijgen wille den voornoemde haren man soo sij eerst aflijvig mogte komen te worden te maken nomineren en institueren in het volle vrugtgebruijk van alle hare naar te latene goederen soo roerend als onroerend gelt goud zilver gemunt en ongemunt, haaff en imboel de schuijt winckel als anders, actien en crediten soo wel active als passive geen van dien uijtgesondert ook omme deselve in cas van noot te mogen verkoopen veralieneren en transporteren den selven daar inne instituerende bij desen.

Verder is den wil vande testateuren dat de langstlevende van hen gehouden en verbonden blijft de kinderen reets bij den anderen verweckt off nog te verwecken en naar te laten op te voeden en te alimenteren ineeten en drincken cleedinge en reedinge soo wel siek als gesont egeenen tijt van perijkel uijtgesondert deselve te laten leeren lesen en schrijven en daar en boven een goet hantwerk off ander exercitie te laten leeren waar toe deselve naar den staat des boedels best bequaam sal off sullen bevonden worden en tot haren mondigen dage huwelijken of anderen geapprobeerden state toe ende alsdan aan deselve te samen uijt te reijken en te voldoen eene somme van agt hondert guldens eens sonder meer in volle voldoeninge van hare vaderlijcke off moederlijcke goederen off legitime portie, desleve daar inne instituerende bij desen. Mits dat den langstlevende t vrugtgebruijk van der kinderen aan te besterve portie tot die tijt sal genieten.

Wijders verclaren sij testateuren elkanderen te stellen tot voogt off voogdesse over hare naar te laten onmondige kinderen erfgenamen en bij overlijden vanden langstlevende tot voogt Aart Schoenmakers ende tot toesiende voogt Arien Potmakers met soo danige magt als eenige voogden naar regten sijn compiterende en sulx met uijtsluijtinge van schout en geregtens en weesheeren daar haar testateuren sterffhuijs soude mogen komen te vallen niet willende dat deselve (behoudens haar respect en eerwwardigheijt) haar met haren boedel en naarlatenschap sullen bemoeijen maar deselve daar voor bedankenden met desen.

Allen het voorschreven staat de testateuren sijnde voorgelesen verclaarde sij het selve te wesen haar testament lesten en ider int bijsonders uijttersten wille willende en begerende dat het selve sijn volkomen effect sorteren en stantgrijpen sal, t sij als testament codicille gifte uijt sake des doots off onder den levende soo als het selve best naar regten sal komen  off mogen bestaan alwaar ’t schoon dat alle solemniteijten naar regten doorhaling gerequireert hier inne niet en ware geobserveert versoekende het uijterste benfitie en dat hier van gemaakt en gelevert mag worden instrument in comunni forma. Aldus gedaan en passeert voor de siekbedde vande testateuren verclarende beneden de vier duijsent guldens gegoet te sijn, ten overstaan van Cornelis Buijs en Huijbert Coninx, schepenen in Waspik, als vervangende den schout alhier, ten dage maande en jare voorschreven, snamiddags de clocke drie uren.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 64 re

Scheijdinge ende erfdeelinge die bij desen doende ende aan schout en geregten van Grootwaspick overgevende sijn Adriaan Fransen Camp, Hendrick Fransen Camp, Joseph Fransen Camp ende Maria Fransen Camp, alle ab intestato erfegenamen van  deheer Johannes Camp in sijn edele leven Rooms Pastoor tot Driel, ende dat van soodanige vaste goederen en effecten als haar door overlijden vanden voornoemde heer Camp sijn aanbestorven. Ende sijn de voornoemde goederen onder haar verdeelt en te deel gevallen in manieren als volgt.

Eerstelijck soo is Adriaan Camp bij blinde lootinge geloot gecavelt ende beerfdeelt eerstelijk op twee geerden hooij en weijlant gelegen alhier over het Schipsdiep in een stuck van ses geerden gemmen en onverdeelt met Josep en Maria Camp, gelant ten oosten vande heele ses geerden de weduwe Adr. G. Boudewijns en ten westen Peeter Coolhaas, streckende uijt den zuijden van het Schipsdiep aff noortwaart in tot den halven Schaijsloot off Dussen Munsterkerk toe.

Alsnog op een parceeltjen hooijlant ofte beemt genaamt den Pot, gelegen op den Eeckert onder Woensel, gelant aan de eene seijde Daniel van Ennotte en aan de andere seijde Willem Peeter Aartse.

En ten laatste alsnog op een parceeltjen off beemt mede gelegen aldaar aan den Dommel, gelant aan de eene seijde Daniel van Ennotten en aan de andere seijde Aart Deckers.

Ten tweeden soo is Hendrick Camp bij blinde lotinge geloot gecavelt ende beerfdeelt op drie mergen weijlant gelegen onder Dussen Munsterkerck, van outs genaamt de Ballecamp, belent ten zuijden de heer van Hest, noorden op Jan de Jong, oost Huijbert van Vuren en west de Bragtse straat.

Ten derden soo is Joseph Camp bij blinde lotinge geloot gecavelt en beerfdeelt op twee geerden hooij ofte weijlant gelegen alhier over het Schipsdiep, gemeen en onverdeelt met Adriaan en Maria Camp, in een stuck van ses geerden, gelant ten oosten vande heele ses geerden de weduwe Adriaan Geerden Boudewijns en ten westen Peeter Coolhaas, streckende uijt den zuijden van het Schipdiep aff noortwaart in tot den halven Schaijsloot off Dussen Munsterkerk toe.

Ten vierden en ten laatsten soo is Maria Camp bij blinde lotinge geloot gecavelt en beerfdeelt op twee geerden hooij en weijlant, mede gelegen alhier over het Schipdiep gemeen en onverdeelt met Adriaan en Josep Camp voornoemt, in een stuck van ses geerden, gelant ten oosten vande heele ses geerden de weduwe Adriaan Geerden Boudewijns en ten westen Peeter Coolhaas, streckende uijt den zuijden van het Schipdiep aff noortwaarts in tot den halven Schaijsloot off Dussen Munsterk toe.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijthollant en verclaarde ider met sijn bevallen lot te vreden te sijn en te sullen betalen alle alsten en verpondingen op ider sijn bevallen lot staande en loopende en te sullen maken en onderhouden alle wegen stegen dijcken straten waterloopen schouwen leijen sHeeren chijnen en andere naburen regten baten schaden en geregtigheden met regt tot ider parceel behoorende ende verclaarde den eenen tot laste vanden anderen sij bevallen lot niet meer te pretenderen te hebben enden eenen tot proffijt van den anderen daar van te renuntieren soo als sij doen bij desen.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Thomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepenen in Waspick, desen 7en maart 1742.

In kennisse van mij J. Zeijlmans, secreatirs

Dit is t kruis hantmerk bij Thomas Zeijlmans gestelt

Fol. 64 vo

in de kantlijn: uijtgemaakt

In den name godes amen.

Op huijden den 1e april 1742 compareerde voor ons schout en schepenen van Sgrevelduijn Grootwaspick en 12½  Hoeve ondergenoemt, den eersamen Fransus Artel ende Eijltje Fransen Boeser egte luijden woonende alhier sijnde den eersten comparant gesont naar den lichame gaande en staande rn de tweede comparante siekelijk naar den lichame te bedde leggende, edog beijde haar verstant redenen en memorie wel magtig sijnde en gebruijckende soo uijtterlijk scheen en bleek. Dewelke betuijgde van meijninge te sijn omme van hare tijdelijcke goederen haar bij godt almagtig op dese werelt verleent, te disponeren, en dat op de volgende weijse, namenlijk dat sij testateuren malkanderen reciproce dat is over en weder sulx den eerst stervende den langstlevende van hen beijde verclaarde te stellen nomineren en institueren tot sijnen off haren eenigen geheele rn universelen erfgenamen en dat in alle hare goederen soo wel roerende als onroerende gelt gout silver gemunt en ongemunt actien en crediten soo wel active als passive egeene van dien uijtgesondert t geene den eerst overlijdende metter doot ontruijmen en naar laten sal, omme daar mede te mogen doen handelen en verrigten als des langstlevende goeden raat gedragen sal, en sulx met vollen regt van instititutie, onder dese expresse conditie nogtans dat den langstlevende gehouden en verbonden blijft hare kinderen op te voeden ende te alimenteren in eeten en drincken cleedinge en reedinge soo van linnen als wollen egeenen tijt van perijkel uijtgesondert, deselve naar den staat des boedels best bequaam sal off sullen bevonden worden en dat tot haren mondigen dage huwelijk off anderen geapprobeerden state toe en daar en boven als het jongste kint tot den ouderdom van sestien jaren sal gekomen sijn aan hare gesamentlijcke kinderen te laten volgen en voldoen twee geerden hooij ende weijlant gelegen in Clijnwaspick in een stuk van ses geerden de testateuren toe behoorende, streckende vande Oude Straat of Grootwaspick aff noortwaart in tot het halff Schipdiep toe, ende dat in volle voldoeninge van hare vaderlijcke off moederlijke goederen off legitime pertie deselve hare kinderen daar inne instituerende bij desen.

Verder is den wille vande testateuren soo hare naar te laten kinderen alle voor haren mondige dage ofte huwelijken state quame te overlijden dat de voornoemde twee geerden lant in sulk geval sullen erven en besterven op de langstlevende van hen testateuren, ende sullen in sulk geval na doode van de langstlevende de goederen die alsdan in wesen sullen sijn en bij den langstlevende sullen werden naargelaten versterven op de ab intitato erfgenamen van hem testateur en haar testatrice ider voor de helft.

Wijders verclaren sij testateuren den langstlevende van hen beijde te stellen tot voogt ofte voogdesse over hare onmondige kinderen en erfgenamen ende naar doode vanden langstlevende tot voogt bastiaan Fransen Boeser en tot toesiende voogt Peeter Artel, met magt omme bij den langstlevende van hen testateuren bij den langstlevende van hen testateuren off bij de voornoemde voogden nog een off meer voogden in haar plaatse te mogen assumeren, ende sulx alles met uijtsluijtinge van schout en geregten van Grootwaspick mitsgaders alle andere geregtens en weesheeren daar haarlieder sterffhuijs soude mogen komen te vallen niet willende off begerende dat deselve (behoudens haar respect en eerwaardigheijt) haar met hare naarlatenschap sullen bemoeijen maar de selve daar voor bedankende mits desen.

Allen het geene voorschreven staat de testateuren sijnde voorgelesen verclaarde sij hethet selve te wesen haar testament lesten en volkomen uijtersten wille, willende en begerende dat het selve sijn volkomen effect sorteren en stantgrijpen sal t sij als testament codicille gifte uijt sake des doots off onder den levende soo als het selve best naar regten sal konnen of mogen bestaan, alwaar ’t schoon dat alle solemniteijten naar regten gerequireert hier inne niet en waren geobserveert versoekende het uijterste benefitie  en dat hier van gemaakt en gelevert mag worden instrument in communi forma. Aldus gedaan en gepasseert voor t siekbedde van de testatrice en verclaarde de testateuren geen vier duijsent guldens te besitten ten overstaan van Steven Scheur en Jan Buijs, schepenen in Waspik, ten dage maande en jare voorschreven savonds ontrent de clocke negen uren.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 65 vo

Op huijden den 3e april 1742 compareerde voor ons schout en schepenen van Sgrevelduijn Grootwaspik en 12½ Hoeve  ondergenoemt, Leendert Passon weduwenaar en testamentaire erfgenaam en boedelhouder van Huijbertje Lammerde Reckers ter eenre, ende Peeter Cornelisse van Dongen als innestaande en hem sterkmakende voor Gouken Lammerde Reckers weduwe van Cornelis van Dongen voor een derdepart, Geert van Peer als in huwelijk hebbende Adriaantje Reckers  ende Lammert Reckers voor haar selven en als innestaande en haar sterk makende voor Johanna en Jan Reckers hare suster en broeder, en sulx kinderen van Freijs Lammerde Reckers voor een derdepart mitsgaders Lammert Meertens Reckers, Maarten Biemans als in huwelijk hebbende Adriaantje Reckers, Marcelis Coninx als in huwelijk hebbende Jenneken Reckers, Jan Adriaans Verschuren als in huwelijk hebbende Johanna Reckers voor haar selven en als innestaande en haar sterkmakende voor Arien Reckers , en sulx kinderen van Meerten Lammerde Reckers mede voor 1/3 part, en sulx alle ab instato erfgenamen van zaliger Huijbertje Lammerde Reckers, overledene huijsvrou vande eerste comparant ter ander seijde.

Te kennen gevende sij comparanten dat bij den testamente tusschen den eersten comparanten en sijne huijsvrouw gepasseert voor den notaris Barent Sas en seeckere getuijgen tot Sprang in dato den . . . . . . anno 1722, den langstlevende was geinstitueert tot eenige ende universele erfgenaam van alle de goederen enz. die sij te samen waren besittende en den eerstoverlijdende quam naar te laten, dat hij eerte comparant overtuijgt sijnde dat hare intentie was geweest dat de goederen naar des langstlevende overlijden twee seijden moeste hebben, daar van kort naar het overlijden van sijne huijsvrou en sulx op de 6en october 1738 voor schepenen vande heerlijkheijt Drunen hadde gemaakt een naarder contract met met de 2e comparanten , waar bij hij eerste comparant contracteerde dat de goederen en effecten die bij sijn overlijden bevonden soude worden, twee seijner erfgenamen en de tweede comparanten ider voor de helft souden werden genoten en gedeelt. Sodat sij comparanten omme alle verschillen en onenigheden die tusschen den eersten comparant off sijne erfgenamen ende de tweede comparanten hier uijt soude mogen komen te ontstaan terwijle hij eerste comparant genoegsaam alle de vaste goederen hadde verkogt en te gelde gemaakt, inder minne waren over een gekomenen veraccodeert in manieren als volgt. Te weten: dat sij tweede comparanten geheel en als soude renuntieren soo als sij lieden te samen en ider in het bijsonder in hun opgemelte qualiteijten, verclaren te renuntieren en volkomen afstand te doen ten behoeve vanden voornoemde Leendert Passon of sijne abinte stato erfgenamen van alle de goederen soo roerende als onroerende gelt gout zilver gemunt en ongemunt obligatien custingpenninge als actien en crediten egeene van dien uijtgesondert soo ende in dier voegen als hij 1e comparant die met de voornoemde sijne huijsvroue Huijbertje Lammerde Reckers heeft besten gehadt, off soo hij die nu nog besittende is, mits dat hij eerste comparant daar voren bij forme van uijtkoop aande tweede comparanten sal uijtreijken en voldoen eene somme van drie hondert guldens eens gelt en waae van sij tweede comparanten op dato deses bekennen voldaan en betaalt sijn den eersten penning metten lesten en vervolgens de voornoemde penningen te quiteren soo als sij doen bij desen.

Waar tegens den eersten comparant Leendert Passon bekende tot sijnen laste te nemen alle soodanige lasten en schulden als tot sijnen off den voornoemde boedel loopende sijn en de voornoemde tweede comparanten daar van te ontlasten en bevrijde mits desen.

Tot naarkominge en prestatie van alle het geene voorschreven staat verclaarde sij comparanten gesamentlijk en ider in het bijsonder te verbinden hare persoonen en goederen, present en toekomende egeene exempt deselve stellende onder verbant en bedwank als naar regten. alles ten overstaan van Thomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepenen in Waspik, als vervangende den schout alhier.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans

Dit ist kruis merk bij Tomas Zeijlmans gestelt

Fol. 66 re

Inventaris vande goederen bevonden inde kist van Sijken de Bruijn, alhier op t Raathuijs gebragt den 6 april 1742

43 slaapkovels daar onder een muts met kant, 14 neersteltjes, 24 halsneusdoeken, 2 damaste feijteltjes, 11 voormoukens, 14 hemden, 1 paar linne hantschoen, 7 ondermutsen, 1 hantdoekje, 1 seije voorschooij, 1 beste roije voorschoot, 11 allerhande voorschooij, 1 moffekas met een moff neusdoek en beeldenaar, 3 paar cousen, 1 lapspoel, 2 botrstrocken, ontrent 3 elle nieut catoen, 1 paar swarte seije hantschoen, 1 swarte falie, 1 gestreepte caleminke rok, 1 sersie rok, 1 swarte seije rok, 1 sersie de boose rok, 1 stoffe dito en japon, 1 flenie rok, 1 swarte croppe japon, 1 gingange manteltje, 1 stoffe manteltje, 1 swarte seije cap, 1 roklijff, 1 sakje met prullen, 1 kerkboekje met silver haken en slooten, 1 beugeltas met sijn verder  tuig en daar in 2 goude ringen, 1 paar oorlappen met goude bellen en crullen, 2 paar muijlen.

Aldus geinventariseert op den raathuijse alhier bij t volle college (behalve Huijbert Coninx?) ende armmeesters. desen 13e april 1742.

In kennisse van mij, J.Zeijlmans, secretaris

dit is t kruis bij Thomas Zeijlmans gestelt

fol. 66 vo

in de kantlijn  Facrtum 3 guldens

Staat en inventaris gedaan maken ende aan schout en schepenen van Grootwaspik overgegeven bij Piternella de Bont weduwe van Dirk Teunisse Dolk eerder weduwenaar van zaliger Berbera Schoenmakers, overleden alhier en dat van ssodanige goederen en effecten als sij met den voornoemde haren man heeft beseten gehat en nog besittende is soo ende in manieren als volgt:

Eerstelijk de vaste goederen bij den voornoemde haren man aangebragt:

inde kantlijn: Hier in compiteert het voorkijnt van Dirk Dolk met name Dingena de helft volgens acte van vertigtinge van dato de 21 februarij 1732

eerstelijk een huijs hoff en erve staande en gelegen alhier tusschen tusschen erffenisse vande weduwe Rudolphes Voltelen cumsuis oost en Adriaan vanden Bos west, streckende uijtten zuijden vande halve Herstraat en de erven vande weduwe Voltelen en Frans vande Hout aff noortwaart in tot de dellen toe en is het selve getaxeert waardig te sijn twee duijsent guldens.

inde kantlijn: uts (ut supra)

Nog een binnendel gelegen inden polder alhier, belent oost Laureijs van Dongen en west d’erfgenamen van Anthonij Coninx, streckende uijt den zuijden vande halve Herstraat aff noortwaart in tot de Cae toe en is getaxeert waardig te sijn agt hondert guldens.

inde kantlijn: ut supra

Nog een ackerke zaijlant gelegen alhier op de Vosholen, belent oost de weduwe Peeter Nobel en ten westen Adriaan Leijten streckt uijt den noorden vanden Dwarspat aff zuijtwaart in tot de veldekens toe en is getaxeert waardig te sijn 200 guldens.

inde kantlijn: ut supra

Nog 3/10 parten van een parceeltjen moergront mede gelegen alhier, gemeen met Aart Schoenmakers, belent oost de heer Verbraken en de kinderen van Geerit Camp en ten Westen Jan Janse de Bont, streckt uijt den noorden vande ackers aff zuijtwaart in tot de dwarsvelden toe en is geatxeert waardig te sijn een hondert guldens.

Volgen de geprospereerde vaste goederen.

eerstelijk een binnendel gelegen alhier, belent oost Adr. Molenschot en west Adriaan vanden Bos, streckende uijt den zuijden vande erven van Wouter van Dusseldorp en het erf agter het huijs hier boven op den inventaris gemelt aff noortwaart in tot de cae toe en is getaxeert waardig te sijn 1200 guldens.

Nog drie geerden hooij ofte weijlant gelegen iin den polder alhier in een stuk van ses geerden, gemeen en ongedeelt met Peeter Timmermans, belent oost Adriaan vanden Bos en Jacob Boeser en west den armen alhier, streckende uijt den zuijden vanden Caesloot aff noortwaart in tot den Schaijsloot toe en getaxeert op 1600 guldens.

inde kantlijn:Ao hier van is de eene helft van sijn moeder, hem aanbestorven en de wederhelft is aangekocht.

Nog eenen halven bijster mede gelegen alhier, gemeen met Commer van Gils en d’weduwe Peeter Dolk, belent oost vanden heelen bijster Adriaan vanden Bos en west Wouter Zeijlmans  en Jasper van Selm cumsuis, streckende uijt den zuijden vande ackers aff noortwaart in tot den halven watergang toe, en is getaxeert waardig te sijn 600 guldens.

Roerende goederen en effecten.

in de kantlijn: Hieruijt moet het voorkint trecken 1000 guldens

Eerstelijk op den 14e april 1742 opgenomen het gereet gelt in huijs bevonden en het geene gereet te ontfangen is, en is bevonden daar of daar ontrent de somme van 1900: 0: 0
In den winkel bevonden een sersie, baij, tirenteijn, cathoen, linnen, stroop, olij en assen te samen voor 200: 0: 0
Het zout op de plancken en de meubilen in het agterhuijs sijn weerdig 200: –:
aan bedden, bultpot en ketel, lennen en wollen en al wat het huijshoude raakt en daar toe noodig is, is geweerdeert op 500: –:
De schuijt met sijn toebehooren is bij provisie verkogt aan Geerit Dolk om 350: –:
Het geene den boedel in Hollant off elders aande coopluijden nog mogte schuldig sijn: (bij de weduwe soo sij segt onbekend) wert bij de weduwe gebalanseert tegens het geene hier en daar nog te ontfangen staat dus memorie    

Aldus gedaan en opgegeven bij de voornoemde Piternella de Bont, verclarende ter quader trouwe niets vergeten off van desen inventaris gehouden te hebben en soo haar nog iets mogte te binnen komen, neemt sij aan desen inventaris daar mede ten allen tijden te sullen amplieren, presenterende t selve te allen tijde des noots en versogt sijnde met solemnelen eede te sullen bevestigen. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Schep en Huijbert Coninx, schepenen in Waspik, desen 21e april 1742.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 67 re

inde kantlijn: Factum 3 guldens et 15 stuijvers

Op huijden den 21e april 1742 compareert voor ons schout en schepenen van Sgrevelduijn Grootwaspik en Twaalftalve Hoeve ondergenoemt, Piternella de Bont weduwe van Dirk Teunisse Dolk ende Aart Schoenmakers als voogt, ende Arien Potmakers als toesiende voogt vande onmondige weeskinderen  van de voornoemde Piternella de Bont in huwelijk verwekt bij Dirk Teunisse Dolk, ingevolge den testamente gepasseert voor schout en schepenen alhier indato doorhaling februari 1742 ter eenre, ende Peeter Cornelis Camp als voogt ende Thomas van Tichel als toesiende voogt van het onmondige weeskint van zaliger Dirk Teunisse Dolk bij hem in huwelijk verweckt aan Berbera Schoenmakers sijne eerste huijsvrouwe met name Dingena Dolk ten andere sijde, te kennen gevende sij comparanten dat de eerste comparante inde maant februarij doorhaling 1732 met haar man zaliger voor t solemniseren van haar huwelijck hadden gemaakt een contract antenuptiaal ofte huwelijkse voorwaarde in dato 8e februarij 1732 waar bij was geconditioneert dat geen gemeenschap van goederen tusschen de conthoralen sofride??  sijn maar dat winst en verlies half en half soude sijn enz., dat daar na en sulx op den 5e februarij 1742 bijde eerste comparante en haar man zaliger ten overstaan van schout en geregte alhier is gemaakt een testament en uijtterste wille waar bij den voornoemde Dirk Dolck aan sijn voornoemde huijsvrou heeft gemaakt een kints gedeelte van in sijne naarlatenschap, waar op den voornoemde Dirck Dolk is komen te overlijden, en bij de eerste comparanten op dato deses is gemaakt en overgelevert een staat en balans van haren geheelen boedel en goederen soo als die op den 14e deser bevonden sijn geworden ende waar toe wert gerefereert.

Ende sijn sij conparanten na den voornoemde staat rn inventaris wel oversien overwigen en gebalanseert te hebben met den anderen bij forma van afdeijlinge veraccordeert en verdragen te sijn in forme en manieren alsvolgt, te weten: dat de eerste comparante voor haar en hare kinderen in vollen vrijen eijfendom sal hebben en blijven behouden. Eerstelijck inde aangebragte goederen de helft in het huijs hoff en erve. Item de helft in het ackerke met de helft inde drie tiende parten van het parceeltje moergront. Item de helft inde geprospereerde goederen, als de helft van binnendelle agter het huijs als mede de drie geerden inden binnenpolder en den halven bijster en laatstelijk alle de roerende goederen te weten de contante penningen den winkel sout en plancken. Imboel de schuijt actien en credite egeene uijtgesondert t sij waar gelegen off hoe die genaamt soude mogen sijn.

Hier tegens is geconditioneert dat Peeter Cornelisse Camp als voogt van Dingena Dolk minderjarige voordogter van Dirk Teunisse Dolk voornoemt, en sulks ten behoeve vande voornoemde Dingena Dolk in vollen vrijen eijgendom sal hebben en blijven behouden boven en behalven de helft vande vaste goederen haar ingevolge de acte van aanneminge van dato den 21e februarij 1732 voor haar moeders goet bewesen. Eerstelijk inde aangebragte goederen, de geregte helft vande del waar in de wederhelft haar vompiteert alsmede de geregte helft van een binnendelle agter het huijs op den inventaris onder de geprospereerde goedren gemelt.

En ten laatste in plaatse van de een duijsent guldens inde acte van aanneminge gemelt eene somme van negen hondert en vijftig guldens eens gelt, sijnde hier mede gerooijeert de twintig guldens die het voornoemde weeskint na den ouderdom van vijftien jaren jaarlijx soude hebben moeten proffiteren.

Verder is geconditioneert dat de eerste comparante sal moeten betalen alle lasten verpondingen en omslagen tot den lesten december 1741 incluijs.

Tot naarkominge en prestatie van allen het geene voorschreven staat verclaren sij comparanten te verbinden hare persoonen en goederen present en toekonde egeene exempt, deselve stellende onder verbant en bedwank als regten en verclaarde den eenen tot behoef vanden anderen sijn aangedeelde goederen te renuntieren soo als sij doen bij desen. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Schep en Huijbert Coninx, schepenen in Waspik op dato voorschreven.

In Kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Los blad bij fol. 67 vo

is ondergeschreven bekkene voldoen tesijn . . .  m. eders Pieternella de Bont van het gene dat bij de obligasies hoort de somme van 9 hondert en 50 gulde en het erfdeel van de ..halfte suster Maria doorhaling Helisabet is sam … de van 10 hondert en 50 gulde

bekenn.. daer van voldaen tesijn anno 1743.

C..orelus Vassen met Dingena Dolk sijne huijsvrouwe.

Fol. 68 re

in de kantlijn: uijtgemaakt

Scheijdinge ende erfdeelinge die bij desen doende ende aan schout en geregten van Grootwaspick overgevende sijn Jan Janse Pols, Huijbert Janse Pols, Catholijna Janse Pols, Corstiaan Voegers als in huwelijk hebbende Cornelia Janse Pols ende Huijbert Marcelisse Reckers als in huwelijk hebbende Maria Janse Pols, volle broeders en susters van Adriaan Janse Pols ende Anthonij Janse Pols , halve broeders van de voornoemde Adriaan Janse Pols en sulx alle erfegenamen ab instato van Adriaan Janse Pols, en dat van alle de vaste en onroerende goedren bij den selven Adriaan Pols metter doot ontruijmt ende naargelaten, ende sijn de voornoemde goederen onder de comparante verdeelt ende ten deele gevallen in manieren als volgt:

Eerstelijk soo sijn Jan Janse Pols, Huijbert Janse Pols, Catholijne Jans Pols ende Corstiaan Voegers als in huwelijk hebbende Cornelia Jans Pols, bij blinde lotinge geloot gecavelt ende bevallen, ider op eene somme van vijff en veertig guldens negen stuijvers en sulx te samen op een hondert een en tagtentig gulden sestien stuijvers en van welke uijtreijkinge sij te samen en ider in het bijsonder op dato deses bekennen voldaan en betaalt te sijn den eerste penning metten intrest van dien tegens lesten.

Ten tweeden soo is Anthonij Pols bij lotinge als voren bevallen op een somme van twee en twintig guldens 14 stuijvers agt penninge, waar van hij mede op dat deses bekende voldaan te sijn.

Ten derden en ten laatsten soo is Huijbert Marcelisse Reckers bij lotinge geloot gecavelt ende beerfdeelt eerstelijk op het geregte een vierdepart van een huijs hof en erve en ackerlant, daar agte, groot in t geheel ontrent eene mergen, gemeen en ongedeelt met Peeter van Gijsel en hem Huijbert Reckers, belent ten suijden vande heele stede Cornelis Wagemakers en ten noorden Corstiaan Voegers, streckende uijt den westen vande vande halve Vroukensvaartse hrippel aff oostwaart in tot den geer off Sgrevelduijn Capel toe en moet uijtreijken aande verdere comparanten een somme van 204 guldens 10 stuivers 8 penninge voor ider haar aanpart die als voorschreven sijn voldaan en gecasseert.

En ten laatsten nog op het geregte een vierdepart van het voorste een derdepart van een buijtendelle, gelegen alhier, groot in t geheel ontrent vier hont, belent ten oosten vande heele del de weduwe Dirk Timmers en ten westen Adriaan Schouten, streckende uijt den zuijden vande halve Herstraat aff noortwaart in tot de halve oude straat of Cleijnwaspik toe en blijft het voornoemde inde stede voor t onderhout vanden dijk en straat van dese del behoorende verbonden ende veronderpant.

Verder is conditie dat sij comparanten gesamentlijk sullen betalen alle alsten verpondingen en omslagen voor soo verre die omgesalgen sijn tot den lesten december 1741 incluijs.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijtholland en verclaarde ider met sijn bevallen lot te vreden te sijn en den eenen ten behoeve vanden anderen daar van te renuntieren soo als sij doen bij desen en nemen aan te sullen betalen alle alsten en verpondingen op iders sijn lot staande en loopende en te sullen maken en onderhouden alle wegen dijken straten waterloopen schouwen leijen en andere naburen regten tot ider parceel behoorende. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Dirk van Dusseldorp, schepenen in Waspik, desen 27e april 1742.

In kennisse van mij. J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 68 vo

inde kantlijn: uijtgemaakt 48 gld 12 stv

Op huijden den negentienden maij seventien hondert twee en veertigh compareerde voor ons, schout en schepenen van ’S Grevelduijn Grootwaspik Twaalftalve Hoeve ondergenoemt, Huijbertje Cornelis vanden Houvel laatst weduwe en boedelhoudster van zaliger Peter Mattijs Camp ter eenre, ende Thomas Adriaans van Tighel weduwenaar en testamentair boedelhouder van Anne Peeterse Camp, Antonij Potmakers in huwelijk hebbende Johanna Peeterse Camp, Cornelis Peeterse Camp ende Dingena Peeterse Camp voor haar selven, en nog als innestaande en haar sterkmakende voor Huijbertje Peeterse Camp, out ontrent vier en twintig jaren, en voor Mattijs Peeterse Camp, out ontrent een en twintig jaren, en voor soo veel het nodig mogte sijn de voornoemde Huijbertje Peeterse Camp en in die qualiteijt alle kinderen van de eerste comparante bij haar in huwelijk verwekt bij Peeter Mattijsse camp ter andere sijde.

Te kennen gevende sij comparantten dat t tusschen de eerste comparantte en Peeter Mattijsse Camp, haar laatste man zaliger op den 28e februarij 1726 ten overstaan van desen geregte, was gemaakt en gepasseert hun testament lesten envolkomen uijttertsten wille, waar bij den langhstlevende wierdt gesteldt tot universele erffgenaam tot hertrouwens toe, in welk geval den langhstlevende de helft van haare naarlatenschap aan haare kinderen moette affstaan etc. en bij bij welk testament aande tweede comparantten voor haare legitime portie niet meer is bewesen dat ider een somme van tien guldens eens gelt, mits dat het goet bij een moesten blijvent totdat het jongste kint was gekomen tot den ouderdom van agtien jaren.

Dat den voornoemden Peeter Camp nu overleden sijnde en het jongste kint nu den ouderdom van ontrent een en twintigh jaren bereijkt hebbende de voornoemde tweede comparanten oordeelen haar bij den voornoemde testamentte  te sijn benadeelt, oordeelende dat de eerste comparantte aan haar moet leveren staat en inventaris van haaren boedel soo als sij die met haar man zaliger heeft beseten en dat sij haar daar van haare geregte legitime portie mette vrugten daar van sedert het overlijden van haar vader genoten moet laten volgen waar uijt te dugten was dat groote oneenigheden en kosten soude hebben komen komen te ontstaan, omme alle welke oneenigheden en noodeloose kosten voor te komen verklaarde sij comparantten in der minne de sijn overkomen en veraccordeert bij forma van affdeelinge off uijtkoop, affgedeelt in maniere en op conditien hier naar volgende te weten dat de eerste comparantte in vollen eijgendom sal hebben en blijven bhouden het huijs hoff erve ende delle waer inne sij woonende is, belent oost de weduwe Cornelis Hendrikse Schoenmakers, en west de weduwe Cornelis Buijs, streckende uijt den zuijden van de halven Herstraat aff noortwaardt in tot de Cae off Grootwaspik toe.

Item eenen acker zaaijlant mede gelegen alhier, groot omtrent drie hont, belent oost Maria Fransses Camp en west Jan Lips, streckende uijt den noorden vande erve van Jan Peeterse Zeijlmans aff zuijtwaardt in tot de Sgravenmoerse gronden toe.

Waar tegens de voornoemde weduwe Peeter Camp, eerste comparantte in desen aan haare naarkinderen de tweede comparantten in dese in plaatse van haare legitime portie heeft bewesen soo als sij doet bij desen en aan haar in vrijen eijgendom overgeefft de onder gespecifceerde goederen onder dese expresse conditie nogtans dat sij eerste comparantte soo lange sij leeft off andersints tot hertrouwens toe daar van sal hebben de bladinge offte het vrugtgebruijk ende sijn aan haar tweede comparantten in voege voorts in vollen eijgendom bewesen de volgende goederen, eerstelijk een geert hooij en weijlant, gelegen in Cleijn Waspik in een stuck van agt geerden, gemeen en onverdeelt met Wouter van Steenhoven en Johannes Vassen cumsuis, belent ten oosten vande heele agt geerden Hendrik Schoenmaackers en ten westen Huijbert van Hassel, streckende uijt den zuijden vande halve oude straat off Grootwaspik aff noordwaart in tot den halven Schaijsloot toe.

Nog twee geerden en een sestiende geert hooij en weijlant gelegen in den polder van Grootwaspik in een stuk van elff geerden bedeelt in de westense helfft, belent ten oosten vande heele elff geerden het gasthuijs van Geertruijdenbergh en ten westen de heer Verbeek cumsuis, streckende uijt den zuijden van den Casloot aff noordwaart in tot den halven Schaijsloot toe.

Nog een binnendel gelegen in den polder van Grootwaspik, groot omtrent ses a seven hont, belent oost de weduwe Adr. Vermeijs en west Huijbert en Johannes Verschuren, streckende uijt den zuijden vande halve Herstraat aff noordwaart in tot de Cae toe.

En ten laatste nog eenen acker zaijlant gelegen in Hendrik Luijtenambagt, groot omtrent ses hont, belent oost Peeter Cornelis Camp en ten westen Fansijntje . . . . . , streckende uijt den noorden vande stede van Peeter Cornelisse Camp aff zuijtwaart in tot de velden van Fransijntje . . . . . .  toe.

Eijndelijk is conditie dat de eerste comparantte soo lange sij het vrugtgebruijk als voorschreven gebiet sal moeten betalen alle verpondingen en binnenlantse omslagen wegens het dorp off eenige polders waer in die goederen gelegen sijn.

Verders verklaren de tweede comparantten in haare voornoemde qualiteijten de hier vooren aan haar bewesen goederen te accepteren en daer mede te nemen volkomen genoegen en contantement en het vrugtgebruijk vandien ten behoeve vande eerste comparantte te accordeeren soo als sij verklaren te doen bij desen.

Tot naarkominge van allen het geene voorschreven staadt verklaren sij comparantten gesamentlijk en ider in ’t bijsonder te verbinden en ten onderpant te stellen haar persoonen en goederen present en toekomende egeene exempt deselve stellende onder verbant en bedwank als naar regten . Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, Schout, Huijbert Coninx en Jan Buijs, schepenen.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 70 re

inde kantlijn: uijtgemaakt

In den name godes amen

Op huijden den 28e maij 1742 compareerde voor ons schout en schepenen van Sgrevelduijn Grootwaspik en Twaalftalve Hoeve, ondergenoemt, den eersame Huijbert Marcelisse Reckers ende Maria Janse Pols, egteluijden woonende alhier sijnde gesont naar den lichame gaande en staande, en naar verstant redenen en memorie wel magtig en gebruijkende soo uijterlijk scheen en bleek, dewelke betuijgde van meijninge te sijn omme van hare tijdelijke goederen te disponeren en dat op de volgende wijse, namentlijck: dat sij testateuren malkanderen reciproce, dat is over en weder, en sulx den eerststervende den langstlevende van hen beijde komen te stellen nomineren en instirueren tot sijne off hare eenige geheel en universele erfgename, en dat in alle de goederen soo roerende als onroerende gelt gout silver, gemunt en ongemunt, haeff en imboel, actien en crediten soo wel active als passive, geene van dien uijtgesondert, dewelcke den eerst stervende metter doot omtruijmen en naarlaten sal, omme met dat alles te mogen doen handelen en verrigten soo in t coopen verkoopen belasten en beswaren, soo als des langstlevende goeden raat gedragen sal, en sulx met vollen regt van institutie. Onder dese expresse conditie nogtans dat den langstlevende van hen testateuren  gehouden en verpligt sal sijn hare kinderen reets bij den anderen verweckt ofte nog te verwecken en naar te laten, op te voeden en te alimenteren in eten en drinken, cleedinge en reedinge van linnen als wollen, soo wel siek als gesont, egeenen tijt van perijkel uijtgesondert, deselve te laten leeren lesen en schrijven en daar en boven een goet hantwerk of ander exercitie te laten leeren, waar toe deselve naar den staat des boedels best bequaam sal of sullen bevonden worden en dat tot hare mondigen dage huwelijk off anderen gepprobeerden state toe, als wanneer den langstlevende van hen testateuren gehouden en verbonden sal sijn aan ider van hare kinderen die alsdan in leven sullen sijn uijt te reijken en voldoen eene somme van vijff en twintig guldens en sulx in volle voldoeninge van hare vaderlijke of moederlijke goederen of legitime portie, waar inne sij testateuren de voornoemde hare kinderen sijn instituerende bij desen dog off het mogte komen te gebeuren dat den langstlevende van hen testateuren sig wederom ten tweeden huwelijk mogte komen te begeven, sal den selven in sulx geval gehouden en verbonden sijn aan hare kinderen agstant te doen en te laten volgen de geregte helft van haren boedel en goederen soo als die alsdan in wesen sal sijn en bevonden sal worden.

Wijders hebben sij testateuren elkanderen gestelt tot voogt afte voogdesse over hare naar te alten kinderen en erfgenamen en naar overlijden of hertrouwen vanden langstlevende tot voogden Marcelis Zeijlmans en Cornelis Marcelisse Reckers met magt om bij den langstlevende off de voornoemde voogden nog een off meer voogden in hare plaatse te mogen assumeren en aanstellen en dat alles met uijtsluijtinge van schout en geregten van Waspik mitsgaders alle andere geregtens en weesheeren daar haarlieder sterfhuijs soude mogen komen te vallen niet willende dat deselve (behoudens haar respect en eerwaardigheijt) haar met haren boedel en naarlatenschap sullen bemoeijen, maar deselve daar voor bedanckende mits desen.

Allen het geene voorschreven staat de testateuren van woorde te woorde sijnde voorgelesen verclaarde sij het selve te wesen haar testament lesten en volkomen uitersten wille willende en begerende dat het selve sijn volkomen effect sorteren en stantgrijpen sal, t sij als testament codicille gofte uijt sake des doots off onder den levende soo als het selve best naar regten sal konnen off mogen bestaan, alwaar het schoon dat alle solemniteijten naar regten grequireert hier in niet en waren geobserveert versoekende het uijterste mag worden instrument in commune forma. Aldus gedaan en gepasseert ten huijse van mijn secretaris, verclarende de testateuren benden de vier duisent guldens gegoeijt te sijn ten overstaan van Thomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepenen als vervangende den schout alhier, ten dage maande en jare voorschreven des namiddags ontrent de clocke seven uren.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

dit ist kruis hantmerk bij Tomas Zeijlmans gestelt

Fol. 70 vo

in de kantlijn: uijtgemaakt op zegel van 3 guldens

Inventaris gedaan maken en aan schout en geregten van Grootwaspik overgegeven bij Anna Coninx weduwe van Hendrik Hagoort, mitsgaders Cornelia Coninx weduwe van Jan Sterrenburg, Jan Dolk voor sijn selven, Mattijs Dolk voor sijn selven en als voogt en Pieter Ketelaar als toesiende voogt vande onmondige kinderen van zaliger Seijken Coninx in huwelijk verwekt bij Hendrik Dolk en Pieter Ketelaar als voogt en Steven Scheur als toesiende voogt vande onmondige weeskinderen van zaliger Adriaan Coninx in huwelijk verwekt bij Anna Compat en sulx en sulx alle kinderen en kintskinderen en erfgenamen van Antonij Mattijsse Conincx en . . . . .  de Jongh en dat van alle de vaste en meubilaire goederen  effecten  bij de voornoemde Antonij Conincx naargelaten als volgt:

Eerstelijk een huijs hoff erve en driesse, staande en gelegen alhier belent oost Philips Rijkers en Adriaan vanden Bos en ten westen Fransus Artel , streckende uijt den zuijden vanden halven watergang en den den gront van Adriaan vanden Bos aff noordwaart in tot de halve Herstraat toe en is het selve getaxeert op eene somme van een duijsent ses hondert guldens.

Nog vijff en een halve geert hooij ende weijlant gelegen in den polder alhier in een stuk van ses geerden waar in de resterende halve geert toebehoort d’ erffgenamen van Jan Sijmense Cuijper doorhaling, belent ten oosten de kinderen van Johannis Cornelisse Schoenmaackers en Jan Peeterse Zeijlmans d’een teijnde den anderen, streckende uijt den zuijden vanden Caesloot aff noordwaard in tot den halven Schaijsloot toe en is het selve getaxeert op eene somme van drie duijsent drie hondert guldens.

Nog eenen acker en bijster mede gelegen alhier, belent oost Mattijs en Bartel Camp en Huijbert Coninx d’een teijnde den anderen en ten westen Arien marcelisse Coninx, streckende uijt den noorden vande pastorij aff zuijtwaard in tot Cuijpers leije toe, en is het selve getaxeert op een somme van een duijsent vijff honderdt guldens.

Nog eenen bijster en acker gelegen alhier tusschen erffenisse van Helger Cok en de weduwe Joost van Vught oost en de weduwe Adriaan Coninx en Laureijs van Dongen d’een teijnde den anderen west, streckende uijt den noorden vande halve Herstraat aff zuijtwaardt in tot de lange ackers toe en is het selve getaxeert op eene somme van een duisent ses hondert guldens.

Nog eenen acker zaaijlant mede gelegen alhier inde lange ackers belent oost Laureijs de Smit en west Seger Swalp, streckende uijt den noorden vanden voornoemde bijster aff zuijtwaart in tot de korte ackers toe en is het selve getaxeert op op eene somme van drie hondert guldens.

Nog een binnendelle gelegen in den polder alhier, groot omtrent vier hont, belent ten oosten Dingena Dolk en ten westen Tpmas Schep, streckende uijt den zuijden van de halve Herstraat aff noordwaart in tot de Cae toe en is het selve getaxeert op vier honder guldens.

Meubilaire goederen

Tien tinne schotelen soo groot als cleijn, een galeije schulpschotel, een tinne kom, een kopere schuijmspaan, een dito blakerke, vier kopere melkkanne, drie copere ketels, drie galeije kommekens met tinne decksels, een eijke kastje met twee deuren(eene glas), een eijke blokkastje

een ouden bijbel (6 stuijvers)

een kopere bedpan met een eijke steel,

een bedt hooftpeulue twee hooftkussens en twee deeckens (ses guldens 10 stuijvers)

een agt kante en vierkant tafeltje (ses stuijvers)

een armstoel en vijff andere storelen (1 gulden ses stuivers)

ee ondertrog op solder, twee eijsere potten, twee voostels, een vlessriek, een kopere pot, een vouthengel, een trog in t voorhuijs, een aerdkar sonder raaij, twee mansrokken, 1 broek, twee hemtrokken een hoet en hoeijkas(elg guldens, vijff stuijvers) een ploeg (eene gulden elff stuijvers) een saal en light (een gulden 10 stuijvers) een trenstoom, een ketting, een tang, een vuureijser, een derdepart van een vissegen en drijffkaar (3 guldens), een ende kist,

een gedeelte eijserwerk, agt kersseboomen, vijfftien oude biekorven, een silver hegtmes, een silvere ratel met twee bellen, een paar silvere hemdknopen, een silvere gesp, twee silvere stikjes aan een kerkboek,

Nog tien silvere hentrok knoopen, nog een stukje silver out, nog een tinne kome, een tabaksdoos vereert aan Corn. Herreling, twee vaten rogge, een out oxhooft, een tinne boterpot, een kore vat,

den 2en junij van het silver gedeelt een gesp een stukje zilver mits aan Jan Dolk tien stuijvers moeten uijtreijken, Anna en Corneli samen vijff vat boekwijt samen (3 guldens)

Nog twee vat rogge (eene gulden 10 stuijvers)

een aerdbeugel en vurk, een partij oude boeken, een vleeskuijp voor de weeskinderen van Anna weduwe Adr. Coninghs

Lastige schulden

Eerstelijk staadt te betalen aan Jan Sterrenburg een capitaal van een honderdt vijfftigh gulden tegen intrest a drie gulden vijff stuijvers per conto sedert den      
Nog staadt te betalen aan de erffgenamen van Anna Waalwijken een obligatie van een hondert gulden tegens intrest ad vier gulden per conto sedert den      
Nog staadt te betalen aan Gijsbert van Strien pr slot van reeckeninge voor schout en geregten van Raamsdonk gepasseert een somme van      
Nog staadt te betalen aan Jan Adriaansen Coninx over vijff dagen arbeijtsloon in t slooten aande del a 14 stuijvers f     3: 10: 0
Nog aanden selven over verschot aan Mr Peerenboom mette onkosten f   33: 16: 0
Nog aan Adriaan van Dongen over gelevert ijserwerk f     0: 19: 0
Nog aan Gijsbert Gijben pr reste van geleverde winkelwaren f     0: 19: 0
Aen Anna Coninx over leverantie van hamswaar 2 pondt f     2: 15: 0
Nog aan desche enz      
Nog staan te betalen de borgemeesters d’ anno 1740 en 1741 pr memorie
De poldermeesters d’anno memorie
Inkomende schulden      
Aan contant gelt f   11: 10: 0
Het dorp is schuldig over koop van een wal f   67: 14: 8
de weduwe Hendrik hagoort is nog schuldig tot 1740 incluijs f 150: 0: 0
nog een somme van f     5: 0: 0
Hendrik Dolk is nog schuldig aanden boedel f 100: 0: 0
nog eenig lanthuren memorie

Aldus dese inventarisatie geregtelijk gedaan ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Jan Buijs, schepenen, op heden binnen Waspik, desen eersten en vijffden junij 1742.

In kennise van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 72 vo

inde kantlijn: uijtgemaakt op 3 gulden zgel en 3 op 15 stuivers

Scheijdinge ende erfdelinge die bij desen doende en aan schout en schepenen van Groot-Waspik overgevende sijn Cornelia Coninx weduw van Jan Sterrenburg voor haar selven voor een vierde part , Jan Adriaanse Coninx voor sijn selven ende Pieter Ketelaar als voogt ende Steven Scheur als toesiende voogt van de onmondige weeskinderen van Adriaan Antonij Coninx ende Anna Compeen weduwe Adriaan Coninx als innestaande en haar sterkmakende voor haaren meerderjarige soon Gijsbert Coninx voor een vierde part, ende Mattijs Dolk en Jan Dolk voor haar selven en Mattijs Dolk als voogt ende Pieter Ketelaar als toesiende voogt vanden onmondige soon van Hendrik Dolk in huwelijk verwekt bij Seijken Antonisse Coninx zaliger, mede voor een vierde part, en sulx volgens den testamente, gepasseert bij Antonij Coninx voor den notaris Mighiel van Tilburg en seeckere getuigen tot Oosterhout in dato den 10e october 1740, geïnstitueerde erffgenamen van zaliger Antonij Mattijsse Coninx en dat van de vaste goederen bij den voornoemde Antonij Coninx metten intrest van dien tegens dood ontruijmt en naargelaten en sijnde de voornoemde goederen onder haar comparantten naar voorgaande tanxatie en weerdatie bij haar comparanten verdeelt ende te deele gevallen als volgt:

Eerstelijk soo is Cornelia Coninx weduwe van Jan Sterrenburg en anna Coninx weduwe van Hendrik hagoort voor twee vierdeparten bij het trecken van blinde lotingen, geloot en gecavelt ende beerfdeelt, eerstelijk op een huijs, hoff, erve en driessen, staande en gelegen alhier tusschen erffenisse van Philip Slijkers en Adriaan van den Bos oost en ten westen Fransis Artel, streckende uijt den zuijden vanden halve watergang en den gront van Adriaan vanden Bos aff noortwaards in tot de halve Herstraat en huijsje getimmert op de dijkkaveling van dese stede toe, mits dat de weduwe Adriaan Coninx wegens het huijsje met consent en toestemming van antonij Coninx bij haar man op off tegen den dijk getimmert over den oostense helft vanden werff agter het groothuijs komt haaren uijtweg tot over de stoep om haar hooij, strooij, paarden en beeten en missie daar over te mogen voeren en brengen, mits dat de ordinaire reparatie vanden dijk en santput bij haar en het groothuijs gemeijn moet worden gedaan, mits dat de aarde en sant bij de eijgenaars van ’t groothuijs moet worden gelevert.

Nog op een acker zaaijlant mede gelegen alhier inde lange ackers belent oost Laureijs de Smit  en west Seger Swalp, streckende uijt den noorden vanden bijster en acker, bevallen op de kinderen van Hendrik Dolk, aff zuijtwaardt in tot de koorte acker toe.

Nog op een binnendelle mede gelegen in den polder alhier, groot omtrent vier hont, belent ten oosten Dingeman dolk en ten westen Tomas Schep, streckende uijt den zuijden van de halve Herstraat aff noortwaardt in tot de Cae toe.

Nog op twee en halve geert hooij ende weijlant gelegen in den polder alhier in een stuk van ses geerden, gemeen en onverdeelt met de kinderen  van Adriaan Coninx en d’erffgenamen Jan Sijmonse Cuijper, belent ten oosten vande heele ses geerden de kinderen van Johannes Cornelisse Schoenmaackers en Jan Peeterse Zeijlmans, d’een teijnde den anderen, en ten westen Peeter van Dongen cumsuis, streckende uijt den zuijden vanden Caesloot aff noortwaardt in tot den halven Scheijsloot toe.

Nog op de geregte helfft van eenen acker en bijster, mede gelegen alhier ten oosten vanden kerkpat, belent ten oosten Mattijs en Bartel Camp met den bijster en Huijbert Coninx met den acker, en ten westen Arien Marcelisse Coninx, streckende uijt den noorden vande pastorije aff zuijtwaardt in tot Cuijpers leije toe, waar vande wederhelfft is verdeelt op de kinderen van Adriaan Coninx en moet dit lot tot egalisatie inbrengen in den boedel eene somme van een hondert en vijfftigh guldens.

Ten tweeden soo sijn Jan Coninx voor sijn selven en Pieter Ketelaar als voogt en Steven Scheur als toesiende voogt van de minderjarige kinderen van Adriaan Coninx en Anna Compeen, weduwe Adriaan Coninx, voor haaren voornoemde meerderjarige soon, en sulx ten behoeve vande gesamentlijke naargelaten kinderen van Adriaan Coninx, bij blinde lotinge geloot gecavelt en beerffdeelt eerstelijk op drie geerden hooij ende weijlant gelegen in den polder alhier in een stuk van ses geerden, gemeen met Cornelia en Anna Coninx en d’erffgenamen Jan Sijmons Cuijpers, belent ten oosten vande heele ses geerden de kinderen Jan Cornelis Schoenmaackers en Jan Peeters Zeijlmans, d’een teijnde den anderen, en ten westen Peeter van dongen cumsuis, streckende uit den zuijden vanden halven Caesloot aff noortwaardt in tot den halven Schaijsloot toe.

En ten laatsten nog op een halven binnenbijster en acker mede gelegen alhier ten oosten vande kerkpat, belent ten oosten vanden heelen bijster en acker Mattijs en Bartel Camp en Huijbert Coninx, d’een teijnde den anderen, en ten westen Arien marcelisse Coninx, streckende uitten noorden vande pastorij aff zuijtwaardt in tot Cuijpers Leije toe, en moet dit lot tot egalisatie uijt reijken aande kinderen van hendrik Dolk eene somme van drie honderdt vijfftig guldens.

 in de kantlijn:

Compareerde ter secretarie van Grootwaspick Maatje Dolk voor sijn selve en als last hebbende van Jan en Peeter Dolk sijne broeders, en bekende door Pieter Ketelaar voor de meerderjarige en als voogt vande minderjarige kinderen van Adriaan Coninx vande nevenstaande drie hondert en vijftig, die de kinderen moesten uijtreijken, voldaan en betaalt te sijn en aan hun hiervan nog quitantie gegeven te hebben, actum den 6 november 1743.

Dit is t merk kruis bij Mattijs Dolck selve gestelt

Ten derden en ten laatsten soo sijn Mattijs Dolk en Jan Dolk voor haar selven en Mattijs Dolk nog als voogt en Pieter Ketelaar als toesinde voogt vanden inmondigen soon van Hendrik Dolk weduwnaar van Seijken Coninx en sulx ten behoeve vande voornoemde gesamentlijke kinderen, geloot gekavelt ende beerfdeelt, eerstelijk op eenen bijster en acker gelegen alhier tusschen erffenisse van Helger Cok ende weduwe Joost van Vugt oost en de weduwe Adr. Coninx en Laureijs van dongen , d’een teijnde den anderen, west, streckende uijt den noorden vande halve Herstraat aff zuijtwaardt op tot de lange ackers toe.

Nog op eene somme van drie honderdt en vijfftig guldens die haar moeten worden voldaan en betaalt door de kinderen van Adriaan antonisse Coninx.

En ten laatsten nog op eene somme van twee honderdt en vijfftig guldens die haar in egalisatie van haar lot uijt de gemeijnen boedel moeten worden voldaan.

Verders is conditie dat sij comparanten de lastige schulden des boedels gesamentlijk, en sulx ider voor sijn vierde part, sullen moeten voldoen alvorens eenige van haare aanbedeelde loten mogen transporteeren , belasten off beswaren en sullen verder alle lasten verpondingen en omslagen, voor soo verre die omgeslagen sijn, uijt den gemeijnen boedel betalen tot den lesten 1741 incluijs sonder langer.

Aldus hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijthollant  en verklaarde ider met sijn bevallen lot te vreden te sijn en den eenen tot behoeve van den anderen daar van te renuntieeren soo als sij doen bij desen ende ider sijn bevallen lot te sullen aanvaarden met alle wegen, stegen, waterloopen, schouwen, leijen, caden, sheeren cijnsen, dorps en polderlasten en andere naburen regten, baten, schaden en geregtigheden met regt  tot ider parceel behoorende. aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Jan Buijs, schepenen in Waspik, desen vijffden junij 1742.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 74 re

Testament

In den name godes, amen

Op huijden den 13e steptember 1742 compareerde voor ons schout en schepenen van Sgrevelduijn Grootwaspick en Twaalftalve Hoeve , ondergenoemt, Huijbert Melisse Otjens ende Adriaantje Janse Verschuren, egteluijden, woonende Grootwaspick, beijde gaande en staande en haar verstant redenen en  memorie wel magtig en gebruijkende, soo ons uijtterlijk scheen te sijn, omme van hare tijdelijke goederen, haar bij godt almachtig verleent, te disponeren en dat op de volgende weijse: namentlijck dat zij testateuren malkanderen reciproce, dat is over en weder, en sulx den eerst stervende den langstlevende van hen beijde verclaren te stellen, nomineren en institueren tot sijnen offte haren eenigen geheelen en universelen erfgenaam en dat in alle hare goederen, soo wel roerende als onroerende, gelt, gout, zilver, gemunt en ongemunt, actien en crediten, soo wel active als passive, egeene van dien uijtgesondert, het geene den eerstoverlijdende metter doot ontruijmen en naarlaten sal, omme daar mede te mogen doen handelen en verrigten als des langstlevenden goeden raat gedragen sal en sulx met vollen regt van institutie en sulx tot hertrouwens toe. In welk geval den langstelvende sal gehouden sijn de geregte helft van hare naarlatenschap aande vrinden vanden eerst overlijdende over te geven daar van afstant te doen. Verder verclaren sij testateuren haren wille en begeerte te sijn dat na doode of hertrouwen alsvoren, vande langstlvende alle hare naar te latene goederen die alsdan in wesen sullen sullen sijn sullen worden gedeijlt en geerft de eene helft bij de vrinden vande testateur en de andere helft bij de vrinden vande testatrice, naar den versterfregte van Zuijthollant en sulx staaksgeweijse. Wijders verclaren sij testateuren te stellen en nomineren tot voogden over haare naar telatene minderjarige erfgenamen Peeter Willemse Otgens en Jan Wouterse Verschuren, en dit alles met uijtsluijtinge van schout en geregten van Grootwaspick mitsgaders alle weesheeren daar haar heder sterffhuijs soude mogen komen te vallen, en verclaren sij testateuren haren wille te sijn dat den langstlevende off de voornoemde voogden nog een off meer voogden in plaatse vande voornoemde voogden te mogen assumeren of aanstellen en dit alles met uijtsluijtinge als voren.

Allen t geene voorschreven staat de testateuren van woorde to woorde sijnde voorgelesen, verclaarde sij het selve te wesen haar testament lesten en volkomen uijttersten wille willende ne begerende dat het selve sijn volkomen effect sorteren en stantgrijpen sal, t sij als testament codicille gifte uijt sake des of onder den levende soo als het selve best naar regten sal konnen of mogen bestaan alwaart schoon dat alle solemniteijten naar regten gerequireert hier in niet waren geobserveert versoekende het uijterste benefitie en dat hier van gemaakte en gelevert mag worden instrument in commune forma. Aldus gedaan en gepasseert ten huijse van mij secretaris, ten overstaan van Huijb Coninx en Steven scheur, schepenen, als vervangende de schout alhier, op dato voorschreven, en verclaarde de testateuren bende de vier duijzend guldens gegoeijt te sijn.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 74 vo

inde kantlijn: uijtgemaakt

In den name godes amen

Op huijden den 19e september 1742 compareerde voor ons schout en schepenen van Sgrevelduijn Grootwaspik en Twaalfftalve Hoeve, ondergenoemt, den eersamen Wouter Peeterse Boeser ende Elisabet Peeterse Buijs, egteluijden, woonende alhier, sijnde den eerste comparant siekelijk naar den lichame te bedde leggende ende de tweede comparante gesont naar den lichame gaande en dtaande , dog beijde haar verstant, redenen en memorie wel magtig en gebruijkende, soo ons uijtterlijk scheen en bleeck. Dewelke betuijgde van meijningen te wesen omme van hare tijdelijcke goederen te disponeren, en dat op de volgende weijse: namentlijck: dat sij tetsateuren malkanderen reciproce, dat is over en weder, en sulx den eerststervende den langstlevende van hen beijden, komen te stellen, nomineren en institueren tot sijn off haar eenige geheele en universele erfgenaam, en dat in alle de goederen soo roerend als onroerend, gelt, gout, zilver gemunt en ongemunt, haaff en inboel, actien en crediten, soo wel active als passive, egeene van dien uijtgesondert t geene den eerststervende metter doot ontruijmen en naarlaten sal, omme met dat alles te mogen doen handelen en verrigten soo int coopen, verkoopen, belasten rn beswaren, soo als de langstlvende goeden raat gedragen sal, en sulx met vollen regt van institutie, onder dese expresse conditie nogtans dat den langstlevende van hen testateuren gehouden en verpligt sal sijn hare kinderen reets bij den anderen verweckt ofte nog te verwecken en naar te laten, op te voeden en te alimenteren in eeten en drincken, cleedinge en reedinge soo van linnen als wollen, soo wel sieck als gesont, egeenen tijt van perijkel uijtgesondert, desleve te laten leeren lesen en schrijven en daar en boven een goet hantwerck off ander exercitie te laten leeren waar toe deselve naar den staat des boedels best bequaam sal off sullen bevonden worden, en dat tot haren mondigen dage, huwelijcken off anderen geapprobieerden state toe. Als wanneer den langstlvende van hen testateuren gehouden en verbonden sal sijn aan ider van hare kinderen die alsdan in leven sullen sijn uijt te reijken en te voldoen eene somme van tien guldens en sulx in volle voldoeninge van hare vaderlicke off moederlijcke goederen off legitime portie. Waarinne sij testateuren de voornoemde hare kinderen sijn instituerende bij desen. Dog off het mogte komen te gebeuren dat den langstlevende van hen testateuren sig wederom ten tweede huwelijck mogte komen te begeven sal den selven in silck geval gehouden en verbonden sijn aan hare kinderen afstant te doen en deselve te bewijsen en te laten volgen de geregte helft van haren boedel en goederen soo als die alsdan bevonden sal wordenen in wesen sal sijn.

Wijders hebben sij testateuren elkanderen gestelt tot voogt ofte voogdesse over hare naar te laten kinderen en erffgenamen, ende naar overlijden off bij hertrouwen vanden langstlevende tot voogd Adriaan Peeterse Boeser en bij overlijden van deselve Bastaan Peeterse Boeser ende tot toesiende voogt Huijbert Peeterse Buijs en bij overlijden van deselve Jacobus Cornelisse Boeser. En dat alles met uijtsluijtinge van schout en geregten van Grootwaspick mitsgaders alle andere geregten en weesheeren daar haarlieder sterfhuijs soude mogen komen te vallen, niet willende dat de selve (behoudens haar respect en eerwaardigheijt) haar met hare naarlatenschap sullen bemoeijen, maar deselve daar voor bedanckende mits desen.

Allen het geene voorschreven staat de testaeuren van woorde te woorde sijnde voorgelesen verclaarde sij het selve te wesen haar testament lesten en volkomen uijtersten wille, willende en begerende dat het selve sijn volkomen effect sorteren en stantgrijpen sal, t sij als testament codicille gifte uijt sake des doots off onder den levende soo als het selve best naar regten sal konnen off mogen bestaan alwaar het schoon dat alle solemniteijten naar regten gerequireert hier inne niet en waren geobserveert, versoekende het uijjterste benefitie en dat hier van gemaakt en gelevert mag worden instrument in commune forma. Aldus gedaan en gepasseert voor t siekbedde van den testateur (verclarende de testateur benden den vier duisent guldens gegoeijt te sijn) ten overstaan van Thomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepenen in Waspik, als vervangende den schout alhier ten dage maand en jare voorschreven des voormiddags ontrent de clocke elff uren.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Dir ist kruis merk bij Tomas Zeijlmans gestelt

Fol. 75 vo

in de kantlijn:  uijtgemaakt op zegel 3 guldens

Scheijdinge ende erfdeelinge die bij desen doende en aan schout en geregten van Grootwaspik overgevende sijn Dingena Bommelaar weduwe van Cornelis Buijs ende Joachimus Zeijlmans als in huwelijk hebbende Sophia Bommelaar, beijde kinderen en erfgenamen van zaliger Adriaan Bommelaar ende Elisabeth Glavimans ende dat van soodanige vaste goederen als den voornoemde Adriaan Bommelaar als geblevene weduwenaar en boedelhouder van Elisabeth Glavimans voornoemt metter doot heeft ontruijmt ende naargelaten, ende hebben partijen bij het setten van blinde lotinge de voornoemde goedren verdeelt ende sijn tedeel bevallen in manieren als volgt:

Eerstelijk soo is Dingena Bommelaar weduwe van Cornelis Buijs bij blinde lotinge geloot gecavelt en beerfdeelt eerstelijk op een geert hooij ende weijlant gelegen in Grootwaspik in een stuk van ses geerden, gemeen en ongedeelt met Jacob janse vander Cae, belent ten oosten vande heele ses geerden de weduwe Adr. Franse Camp cumsuis en ten westen Arnoldus van son, streckende uijt den zuijden vanden Caesloot aff noortwaart in tot den halve Schaijsloot toe.

Ten tweeden nog op vier geerden hooij ende weijlant gelegen in Cleijnwaspik in een stuk van agt geerden, gemeen en onverdeelt met Adriaan Schoutten, belent ten oosten vande heele agt geerden den armen alhier en de weduwe Maarten Geenen en te westen Huijbert Bervoets cumsuis, streckende uijt den zuijden vande halve oude straat off Grootwaspik aff noortwaart in tot den halven Sachaijsloot toe.

Ten derden nog op een buijtendelle gelegen onder gelegen onder

Sgrevelduijn Capel, groot ontrent vier hont, belent osst de gemeene steeg en ten westen Dirksken van Toor, streckende uijt den zuijden vande halve Herstraat aff noortwaart in tot de halve oude straat off Cleijnwaspick toe.

Ten vierden en ten laatsten nog op een parceeltje hooijlant gelegen onder Dussen Munsterkerk, groot ontrent agt hont, belent ten zuijden Peeter Thomasse Zeijlmans, ten noorden den armen van Dussen, ten oosten den heer van Dussen en ten Westen Samuel Pistorius.

Hier tegens soo is Jachimus Zeijlmans als in huwelijk hebbende Sophia Bommelaar bij blinde lotinge als voren geloot gecavelt en beerfdeelt eerstelijk op een huijs, hoff, erve en ackerlant, daar annex aangelegen, gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart , belent te suijden Steven Scheur en ten noorden de weduwe Arien Aartse van Hassel, met den eijndeling acker  en voorts aart de Bont cumsuis met de dwarsackers, streckende uijt den westen vande halve Vroukensvaartse grippel aff oostwaarts in tot de dwarsackers van Aart de Bont cumsuis en voorts den geer off Sgrevelduijn Capel toe.

Ten tweeden nog op een binnendelle gelegen alhier opden oostenkant van Vroukensvaart, belent ten zuijden de weduwe en kinderenvan schout de Bruijn en ten noorden Cornelis Sagt, streckende uijt den westen vande Halve Vroekensvaart aff oostwaart in tot de erve van Willem Zeijlmans toe.

Ten derden nog op een binnendelleke gelegen alhier op den westenkant van Vroukensvaart tusschen erffenisse van Cornelis van Steenhoven zuijden en Peeter van Dongen noorden, streckende uijt den oosten vande halve Vroukensvaart aff westwaart in tot de erve van Teunis Zeijlmans toe.

Ten vierden nog op een halve buijtendelle mede gelegen alhier, gemeen en onverdeelt met Huijbert van Has… die de wederhelft compiteert van outs den genaamt de Brembos, belent ten oosten vande heele delle Jan Maartense Dolk en ten westen Bastiaan Fransen Boeser, streckende uijt den zuijden vanden halven sloot naast de straat aff noortwaart in tot de halve oude straat off Cleijnwaspik toe off soo verre het met regt streckende is.

Ten vijffden nog op drie geerden hooij ende weijlant  gelegen in Cleijnwaspik van outs genaamt de Ravensboom, gemeen met de weduwe Dirk Timmers in een stuck van ses geerden, belent ten oosten van de heele ses geerden Anthonij Snijders cumsuis en ten westen de heer Damen, secretaris van Ginneken enz. , streckende uijt den zuijden vande halve oude straat of Grootwaspik aff noortwaart in tot het halff Schipdiep toe.

Ten sesden nog op twee meregn weijlant gelegen inden duijl onder Weerthuisen tusschen erffenisse d’erfgenamen Lodewijk Heijsteck west Jan Gerrits Brine.. noorden, d’heer Crillaarts oost en de gemeenen weg zuijden.

Ten sevende nog op eenen acker zaijlant gelegen onder Sgrevelduijn Capel inden geer tusschen erffenisse  van Dirk Wouterse Zeijlmans  zuijden ende steeg van Juffrouw de Jong  noorden, streckende uijt den westen van Grootwaspik aff oostwaart in tot de hoeff van heukelum toe.

Ten agsten en ten laatsten nog op een drieske mede gelegen onder Sgrevelduijn Capel inde geer belent zuijden de weduwe Teunis Wouterse Bimans en de diaconij van Waspik en ten noorden de weduwe Teunis Wouterse Biemans ten westen Peeter Jochemse Berthouts en ten oosten Arien de Zeeu cumsuis, ende moet hij tweede comparant in egalisatie van sijn bevallen lot uijtreijcken aan de eerste comparante Dingena Bommelaar weduwe Cornelis Buijs een somme van ogt hondert tnegentig  guldens op den 1e november 1742.

Nog houden sij de vomparanten met den anderengemmen ende onverdeelt twee en een halve mergen weijlant gelegen inden banne van Uijtwijk int Lant van Altena mitsgaders de moergronden als verdere vaste goederen bij den voornoemde Adriaan Bommelaar naatgelaten buijten die hier voren sijn geexporesseert en ider aanbedeelt.

Wijders is conditie dat sij comparanten te samen uijt den gemeijnen boedel sallen betalen alle lasten en verpondingen als omslagen so ordinair als extraordinair voor soo verre die omgeslagen sullen sijn tot den lesten december deses jaars 1742 incluijs en dat ider sijne wegen, stegen, dijcken, dammen, schouwen, leijen, sheeren chijnsen, dorps en andere lasten en verdere anburen regten, baten, schaden en geretigheden met regt tot ider sijn aanbedeelde lot off parceelen behoorende, en soo als die bij den overledenen metter doot sijn ontruijmt ende naargelaten. Ende sullen sij comparanten over en wedermalkanderen inden eijgendom van dien wegens alle pretentien moeten mainteneren en gauranderen de tijt van twee eerstkomende jaren.

Aldus dese deijlinge regelijk gedaan ende hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen den een tot behoef vanden anderen sijn aanbedeelde lot te renuntieren soo als sij doen bij desen .

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Jan Buijs en Dirck van Dusseldorp, schepenen in Grootwaspick, desen 16e october 1742.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 76 vo

Inventaris gedaan maken en aan schout en geregten van Grootwaspik overgegeven bij de voogden vande kinderen van Peter Swart, Willem Swart, Adriaen Swart en d’weduwe Huijbert Vos, van de goederen naargelaten en metter doot ontruijmt bij bij Dingena de Haan, weduwe Huijbert Swart, als volgt:

Eerstelijk het geregte ⅓ part in de stede van Steven Cornelisse Swart (behalven het huijs hoff en erve, aan Willem Swart daar uijt verkogt) belent zuijden vande heele stede Niclaas de Groot cumsuis d’een teijnde den anderen en te noorden de stede Hendrik Opthoeck, streckende uijt den westen vanden Sgrevelduijnsloot of Sgravenmoerse Vaart aff osostwaart in tot den acker van Reijner Costers toe, soo als het delve verdeelt gelegen is.

Nog een ackerke zaijlant, groot ontrent een hont, belent zuijden de weduwe Isak van Beeck en ten noorden Aart de Bont, streckende uijt den oosten vanden Vaartkant aff westwaart in tot de erve van Denis en Thomas de Haan toe.

Nog eenen acker zaijlant gelegen over de Leij, groot ontrent vier hont, belent zuijden de Leij, noorden Dirk Reijken ten westen de ergenamen van Anna Waalwijken en ten noorden de weduwe Huijbert Schep cumsuis.

Nog ¼ part in eeen buijtendel, gelegen alhier, gemeen met Cornelis Willemse Swart  en Thomas Compeer, belent oost Geeret Dolk en west Joost Verschuren, streckende uijt den zuijden vande halve Herstraat aff noortwaart in tot Cleijnwaspik toe.

Nog een derdepart in een moerdelleken gelegen alhier, gemeen met de weduwe Verstegen cumsuis, belent ten zuijden Mels de Graaff en ten noorden Huijbert Schep, streckende uijt den oosten vam t ackerke vande weduwe Hendrick Reckers aff westwaart in tot de weduwe Hendrik Reckers toe.

Den weijnigen en seer geringe imboel is onder de gelijke kinderen en erfgenamen van de weduwe Huijbert Swart met communicatie van schout en geregten verdeelt en het part vande kinderen van Peeter Swart aande weduwe Peeter Swart gegeven, als ook de portie vanden torff die nog inde vim stont op den werff

Inkomende schulden

Eerstelijk staat te ontfangen van Teunis Zeijlmans de huur vanden acker over de Leij ter somme van   12:   4:   —
Nog staat te ontfangen van Cornelis Swart de huur van het ¼ part inde buijtendelle ter somme van   5:   –:   —

            Lastige schulden

Eerstelijk staat te betalen aan Dirk Rijken een obligatie van hondert guldens capitaal met den intrest sedert december 1740.

Nog aan Denis en Thomas de Haan een obligatie van hondert guldens capitaal.

Nog staat te betalen aan Meus Zeijlmans over rest can geleverde bieren volgens reekening

f 53: 4: 12.

Nog pretenderen Adriaan Swart, d’weduwe Huijbert Vos en de huijsvrou van Cornelis Sagt ider sestien guldens tot egalisatie vant geene de andere kinderen ten huwelijk hebben gehat.

De dootschult ontrent 40 guldens staat nog te betalen.

Nog staan te betalen de borgemeesters van twee a drie jaren dus memorie.

Aldus gedaan en opgegeven bij de voornoemde voogden en erggenamen ten overstaan van schout en schepenen, alle present op t regthuijs van Waspik, desen 24e october en 2e november 1742.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

dit ist kruis merk bij Tomas Zeijlmans gestelt

Fol. 77 vo

inde kantlijn: uijtgemaakt op zegel van 4 guldens

In den name godes amen

Op huijden den 16e november 1742 compareerde voor ons schout en schepenen van Sgrevelduijn Grootwaspik en Twaalftalve Hoeve ondergnoemt, den eersamen Huijbert Aartse van Hassel weduwenaar en geblevene boedelhouder van zaliger Maria Adriaans Camp, woonende alhier gesont naar den lichame gaande en staande en sijn verstant, redenen en memorie wel magtig en gebruijkende soo ons uijtterlijck scheen en bleek, te kennen gevende hij testateur dat hij genegen was te disponeren van sijne tijdelijke goederen hem bij godt almagtig op dese werelt verleent, dog alvorens daar toe komende, verclaarde hij testateur eerst ende alvorens te revoceren vasseren door ende te niet te doen alle testamentaire en andere actens van dispositien bij hem voor dato deses gemaakt, niet willende dat deselve off eenige van dien eenig effect sorteren off stantgrijpen sullen, maar alle deselve houdende als off die nogt gepasseert en waren geweest. en oversulx van nieus disponerende soo verclaarde hij testateur tot sijne eenige geheele en universele erfgenamen te te nomineren ende institueren soo als hij doet bij desen, Adriaan van Hassel, Johannes van Hassel, off bij overlijden derselver wettige descendenten, de gelijcke kinderen van Peeter van Hassel in huwelijk verweckt bij Geertruij Vassen, off bij overlijden der selver wettige descendenten ende de gelijcke kinderen van Fransis van Hassel in huwelijk verweckt bij Piternel Timmermans, off bij overlijden der delver wettige descendenten ende sulcx staaks geweijse en ider voor een vierde part en dat in alle sijne naar te latene goederen en effecten egeene van dien uijtgesondert, onder dese speciale mits en conditie nogtans dat de kinderen van Peeter van Hassel voor alle deijlinge inden naar te laten boedel vanden testateur sullen moeten inbrengen eene somme van een duijsent seven hondert en vijff en twintig guldens, door den testateur tot reddinge van derselver kinderen haar vaders en moeders boedels voor sijne reeckening te betalen genomen heeft, uijtwijsens seeckere verantwoordinge en liquidatie deselven boedels aanden testateur en Bastaan Vassen ten overstaan van schout en schepenen alhier gedaan op den 14e december 1741, uijtwijdens de selve acte alhier te secretarije berustende ende ook onder dese verdere wil en begeerte vanden testateur, dat ingevalle het onverhoopt en buijten verwagtinge quame te gebeuren dat opgemelte kinderen van Peeter van Hassel, off eenige van dien voorschreven verantwoordinge en liquidatie door voornoemde Adriaan van Hassel en Johannis Vassen wegens de administratie over derselver vaders en moeders naargelaten boedel aan den testateur en Bastiaan Vassen gedaan en het geene door den testateur uijtwijsens de voorgemelte acte (waar toe wert gerefereert) daar inne is verrigt geheel off ten deele quame te querelleren en tegen te spreecken dat de soodanige in dat geval uijt den boedel en naarlatenschap vanden testateur niet anders sullen vermogen te trecken off te proffiteren dan de bloote legitime portie deselve in sulx geval daar alleenlijk instituerende bij desen.

Verder verclaarde hij testateur te stellen en nomineren tot voogden over sijne naar te latene onmondige erfgenamen Adriaan van Hassel en bij overlijden van deselven Johannes van Hassel, ende tot toesiende voogden Johannes Vassen en bij overlijden van deselven Andries Fransen Hoevenaar, ende in cas van overlijden van den testateur verclaarde hij testateur te stellen en nomineren tot dee.. voogden voor sijne minderjarige erfgenamen Johannis Vassen en Jan Hendrix de Bont, voorts soo verclaarde hij testateur uijt sijnen boedel en naarlatenschap te secluderen en uijt te sluijten schout en geregten van Grootwaspik mitsgaders alle andere geregtens en weesheeren daar sijn testateurs steffhuijs soude komen te vallen, niet willende dat deselve (behoudens haar respect en eerwaardigheijt) haar met sijnen boedel en naarlatenschap sullen bemoeijen maar deselve daar voor bedanckende mits desen.

Allen het geene voorschreven staat den testateur van woorde te woorde sijnde voorgelesen verclaarde hij het selve te wesen sijn testament lesten en volkomen uijttersten wille, willende en begerende dat het selve sijn volkomen effect sorteren en stantgrijpen sal t sij als testament codicille gifte uijt sake des doots off onder den levende soo als het selve best met regten sal konne off mogen bestaan alwaar ’t schoon dat alle solemniteijten naar regten gerequireert hier inne niet en waren geobserveert versoeckende het uijtterste benfitie en dat hier van gemaakt en gelevert mag worden instrument in communi forma.

Aldus gedaan en gepasseert ten huijsen van mij secretaris ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Jan Buijs, schepenen in Waspik, ten dage maande en jare voorschreven, snamiddags ontrent de clocke vijff uren.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 78 vo

Contract van afdeijling           { de weduwe Mattijs de Bont en

                                               { haar voordogter Huijbertje Mattijsse de Bont

Op huijden den 18e december 1742 compareerde voor ons schout en schepenen van Sgrevelduijn Grootwaspik en Twaatlftalve Hoeve ondegenoemt, Janneke Peeters de Jongh weduwe van wijlen Mattijs de Bont sijnde geassisteert met haaren soon Peeter Mattijsse de Bont ter eenre, ende Huijbertje Mattijsse de Bont weduwe Jacob Huijberde Cuijl voordogter van gemelde Mattijs de Bont door hem in egte verweckt aan Anneke Jans de Graaf ter andere seijde.

Te kennen gevende dat bij de mutuelen testamente vande eerste comparante en haren voornoemde overlden man Mattijs de Bont, gepasseert voor den notaris Adriaan Hoevenaar en seeckere getuijgen in dato den 27e october 1722, onder andere wert gesegt, den expresse wil en begeerte vande testateuren te sijn, dat soo het quame te gebeuren dat den voorschreven Mattijs de Bont aflijvig wort voor de testatrice dat alsdan aan des testateurs voordogter Huijbertje de Bont, tweede comparante in desen wert gemaakt een geregte een twaalfdepart in alle de erffelijke goederen die de testateuren op het overlijden van den testateur in gemeenschap hebben beseten, met alnog twintig guldens in plaatse vanden imboel die alsdan in wesen sal worden bevonden, en sulx voor deselver vaderlijk goet en legitime portie, eens sonder meer, dat den voornoemde Mattijs de Bont nu reets overleden sijnde, tusschen de respective comparanten over de verdeelinge en vindinge van het voornoemde een twaalfdepart uijt dien naargelaten boedel vele ongemakkelijkheden, differenten en extraordinaire onkosten ontstaan en voortkomen soude kunnen hebben indien het selve bij een minnelijk verdrag niet wiert geschickt. Dat de respective comparanten daaromme ende omme de onderlinge vrintschap tusschen de comparanten te preserveren door tusschenspraak van de voogden inden opgemelten testamente vermelt, en andere goede vrinden waren veraccordeert en verdragen gelijk sij comparanten over het gemelte een twaalfdepart en twintig gulden inden testamente vermelt, verclaren te sijn veraccordeert en verdragen soo ende in manieren soo als volgt, te weten: dat de eerste comparante en hare kinderen in vollen en absoluten eijgendom sullen hebben ende behouden den geheelen boedel goederen en effecten hoe genoemt ende waar gelegen, soo ende in dier voegen als de eerste comparante die met haren voorneomde overledenen man te samen gepossideert en beseten heeft, niets daar van uijtgesondert, ofte gereserveert, des dat de eerste comparante daar uijt aan de tweede comparante in vollen en absoluten eijgendom verclaarde te cederen en over te geven bij desen. Eerstelijk de helft van drie vierdeparten van een ackerke zaijlant waar van de wederhelft compateert de weduwe van Huijbert Lammerde Schoenmakers en het volgende vierdepart aande tweede comparante, belent ten oosten vanden heelen acker Adriaan Leijten en ten westen de kinderen van Johannis Cornelis Schoenmakers, streckende uijt den noorden vanden dijk aff zuijtwaart in tot het veldeken van Adraan Leijten toe. Als mede nog eene somme van twee hondert ende vijff en tseventig guldens in contant gelt en waar van sij tweede comparante op dato deses bekent voldaan en betaalt te sijn ende sulx in volle voldoeninge van het een twaalfdepart inde vaste goederen en de twintig gulden voor den imboel inden testamente voornoemt, en waar mede sij tweede comparante verclaarde te nemen volkomen genoegen en contantement voor hare vaderlijke erfportie mitsgaders van alle actien en protensien die sij tweede comparante tot lasten vanden voornoemde haren vader off den voorneomde boedel eenigsints soude mogen hebben te pretenderen t sij onder wat voorwentsel het ook soude mogen wesen renuntierende derhalven sij comparante over en weder van iders aanbedeelden goederen en sal aan ider het sijne aanvaarden met dato deses en salde eerste comparante alle lasten en verpondingen betalen tot den lesten december 1742 incluijs.

Tot naarkominge en prestatie van alle het geene voorschreven staat verclaren sij comparanten te verbinden hare persoonen en goederen present en toekomende egene exempt, deselve stellende onder verbant en bedwank als naar regten. aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schoit, Huijbert Coninx en Steven Scheur, schepenen in Waspik.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 79 re

Scheijdinge ende erfdeelinge die bij desen doende ende aan schout en geregten van Grootwaspik overgevende sijn Willem en Adriaan Swart, Dingena Swart weduwe Huijbert Vos, Maijke Swart huijsvrou van Cornelis Sagt als last hebbende ende haar strekmakende voor den voornoemde haren (selve) ende Hendrik Cornelisse Swart ende Denis de Kaan als voogden vande kinderen van zaliger Peeter Swart in huwelijk verweckt bij Adriaantje Bosser, en sulx ider voor 1/5 part kinderen en kintskinderen en erfgenamen van zaliger Huijbert Swart en Dingena de Haan alhier overleden, en dat vande vaste goederen die naar ’t redden vanden boedel sijn bevonden en s….. deselve bij het trecken der blinde lotinge onde de comparanten verdeelt ende ten deele gevallen als volgt:

Eerstelijk soo is Willem Swart bij blinde lotinge geloot gecavelt ende beerfdeelt op de geregte westense helft van eenen acker zaijlant gelegen alhier over de leije, groot int geheel ontrent vier hont, met den heelen dijk daar nevens gelegen, belent ten zuijden de leije ten noorden Dirk Reijken ten westen de erfgenamen van Anna Waalwijken en ten de helft bevoo.. op Cornelis Sagt.

Ten tweede soo is Adriaan Swart bij blinde lotinge geloot gecavelt ende beerfdeelt eerstelijk op het geregte een derdepart vande breette vanden acker te w…. op den zuijdenkant ten noorden van de stege met d….. lengte van 32 roeden en daar dan over te gaan ….. midde met een geregte derdepart van de breette ter lengte van 32 roeden, belent te zuijden vanden heelen acker Dirck reijken en ten noorden de ….. Hendrik op’t Hoek.

Nog op het geregte ⅓ part vant lant onder Sgravenmoer inde voornoemde stede, op den zuijdenkant streckende van de halven Sgrevelduijn sloot aff westwaart in tot de Sgravenmoerse vaart toe.

Nog op de geregte suijdense helft vanden hoff binnendijks gemeen met Willem Swart en nog twee derde parten vanden hoff ten westen den dijk gelegen, alle gelegen alhier inde stede van Cornelis Swart ingevolge de de….. gepasseert voor schout en schepenen alhier op den … januarij 1671.

Ten derde soo is Dingena Swart weduwe Huijbert Vos bij blinde lotinge geloot gecavelt ende beerfdeelt eerstelijk op het geregte een derde part vande heele breette van het acker… vande voornoemde stede streckende vande twee loten van Adriaan Swart aff overgaande op den noordenkant oost.. in ter lengte van 23 roeden tot de erve van Rijnier Co……..

Nog het geregte een vierdepart van een buijtendelle gelegen alhier gemeen met Cornelis Swart en Thomas Compeer belent oost Geerit Dolk en west Joost Verschuren, streckende uijt den zuijden vande halve herstraat aff noortwaart in tot Cleijnwaspik toe.

Nog op een 1/12 part inden werff en dijk met den houde(r) inde stede van Mels Pieters de Graaff.

Ten laatsten is deselve nog bevallen op een somme van vijff guldens en op twaalff guldens vier stuivers vande nog openstaande huren op den inventaris gemelt en welke sij in egalisatie van haar loot bekent ontfangen te hebben.

Ten vierden soo is Cornelis Sagt als in huwelijk hebbende Maijken Swart bij blinde lotinge geloot gecavelt ende beerfdeelt op de geregte oostense helft van eenen acker zaijlant gelegen alhier over de leije groot int geheel ontrent vier hont belent ten zuijden de leije en ten noorden Dirk reijken ten westen Willem Swart met de wederhelft en ten oosten d’erven Huijbert Schep cum suis.

Ten vijffden soo sijn Hendrik Swart en Denis de Haan als voogden vande kinderen van Peeter Swart en sulx ten behoeve vande kinderen van Peeter Swart bij blinde lotinge geloot gecavelt en beerfdeelt eerstelijk op een ackertje saijlant gelegen alhier groot ontrent een hont off soo groot en cleijn als het selve bij Huijbert Swart is gepassideert en beseten geweest met den last en voordeel vanden hoff daar aan behoorende, belent ten zuijden de weduwe IJsak van Beeck, en ten noorden Aart de Bont, streckende uijt den oosten van den vaartkant aff westwaarts in tot de erve van Denis en Thomas de Haan toe.

Nog op 1/3 part in een moerdelleken gelegen alhier, gemeen met de weduwe Verstegen cumsuis, belent ten zuijden Mels de Graaff en ten noorden Huijbert Schep, streckende uijt den oosten vant ackerke vande weduwe Hendrick reckers aff westwaart in tot het moerke van de weduwe Tax.

En ten laatsten nog op het geregte een derdepart in ’t bruijkveldeken gelegen ten oosten vande moer van Pieter Cetelaar, Jasper van Selm en Mels de Graaff cumsuis soo als het selve bij Huijbert Swart is gebruijkt geweest.

Wijders is conditie dat sij comparanten uijt den gemeenen boedel sullen betalen alle alsten en verpondingen als omslagen soo ordinair als extraorsinair tot den lesten december 1742 incluijs, en dat ijder sijne aanbedeelde goederen sal aanvaarden met alle sijne wegen, stegen, dijken, dammen, straten, waterloopen, schouwen, leijen en andere naburen regten, baten, schaden en geregtigheden met regt tot ider sijn aanbedeelde parceelen behoorende.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijthollant en verclaarde den een tot behove vanden anderen sijnen aanbeelde goederen te renuntieren soo als sij doen bij desen. Actum Waspick ter presentie  en overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Dirk van Dusseldorp, schepenen in Waspik desen 19e december 1742.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 80 re

Acte van acquit

inde kantlijn: uijtgemaakt

Op heijden den 23e jannuarij 1743 compareerde voor ons schout en schepenen van Sgrevelduijn Grootwaspick en Twaalftalve Hoeve ondergenoemt, Hendrik Janse Schoenmakers meerderjarig sone van wijlen Jan Hendrikse Schoenmakers en Anna Hendrikse Schoenmakers desselfs huijsvrou den welke verclaarde approberen rateficeren en van volkomen waarde te houden en doen houden soodanige schiftinge scheijdinge en verdeijlinge vanden boedel goederen en naarlatenschap van wijlen Anneke Jan(se) Schoenmakers weduwe van Hendrik Cornelis Tijsse en A.. Janse Schoenmakers sijn comparants grootmoeder en out oom respective als de voornoemde Anna Hendriks Schoenmakers sijne moeder ter eenre, ende Maria Blanckers weduwe Cornelis Hendrikse Schoenmakers sijne houdmuije ter andere sijde, beijde in qualiteijt als moeders en gesurrogeerde voogdessen vanden comparant en van wijlen Hendrik Cornelisse Schoenmakers sijne neve op den derden december 1737 voor schout en schepenen alhier hebben gemaakt aangegaan en gepasseert, verclarende vervolgens den comparant sig genomen en in eijgendom aanvaart te hebben alle de goederen in die voors verdeelinge op hem aanbedeelt. Alsmede terwijle sijne voornoemde neve minderjarig sijne is komen aflijvig te worden, na sig genomen te hebben alle de goederen obligatien de jaarlijkse vrugten enz. dewelke uijt kragt vandie verdeelinge op hem sijn komen aan te besterven ende terwijl in die verdeelinge onder andere mede particulierlijk was ondersproken en geconditioneert dat in cas den voornoemde sijnen neve Hendrik Cornelisse Schoenmakers minderjarig off ongetrout quam aflijvig te worden, dat in dat geval sijne muije voornoemde Maria Blankers aan den comparant soude moeten uijtkeeren eene somme van twaalff hondert guldens in plaatse van het huijs, hoff, erve en delle waar inne sijn, comparants grootmoeder en out oom sij overleden, om redenen dat het selvende Anna Hendrik Schoenmakers huijs alsdoen moet worden vernieut off vertimmert soo verclaarden voornoemde comparant daar mede ook particulier te nemen genoegen, het selve huijs, hoff, erve en delle aande voornoemde sijne muije Maria Blankers nu en altoos te laten in vrijen en absolute eijgendom en vande bovengemelte 1200 guldens geheel en al voldaan en betaalt te wesen den laatsten penning met den eersten, en verclaarde vervolgens den opgemelte comparant uijt cragte vande bovengemelte verdeelinge en testament daar inne vermelt uijt hoofde .. d sijne voornoemde grootmoeder en out oom als mede uijt hoofde van sijn overleden neve Hedrik Cornelisse Schoenmakers niets meer te pretenderen nog te eijsschen te hebben in re… off daar buijten. aldus gedaan en gepasseert  ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Steven Scheur en Jan Buijs, schepenen in Waspik op dato als boven.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

t vervolg hieragter fol 92 bl

Fol. 80 vo

in de kantlijn: uijtgemaakt

Scheijdinge ende erfdeelinge die bij desen diende en aan schout en schepenen van Grootwaspik overgevende sijn Geert Costers voor sijn selven en als last procuratie hebbende van Johanna Kosters sijne meerderjarige suster, als blijkt bij de procuratie geapsseert voor den notaris Jacob Bremer en seekere getuijge tot Rotterdam in dato den 22e april 1743, ons schout en schepenen geexibeert en gebleecken mitsgaders Adriaan Costers, Benjamin Costers en Adriaan Janse de Jong als in huwelijk hebbende Maria Costers, en sulx alle kinderen en erfgenamen van Reijnier Costers en Anna de Ruijter, egte luijden alhier gewoont hebbende ende overleden, ende dat van soodanige vaste goederen als sij nog gemeijn sijn hebbende en haar door overlijden van haar vader sijn aanbestorven ende sijn de voornoemde goederen onder haar comparanten verdeelt ende te deele gevallen als volgt:

Eerstelijk soo is Geert Costers bij blinde lotinge geloot gecavelt en beerfdeelt op de geregte helft van eenen acker zaijlant gelegen alhier op den westenkant van Vroukensvaart, waarvan de wederhelft hier na is bedeelt op Ad. de Jong belent ten zuijden vanden heelen acker Arien de Zeeuw ende de kinderen van Arien van pas ten noorden, streckende uijt den oosten vande halve Vroukensvaartse preppel aff westwaart in tot Swarten stede toe.

Ten tweede soo is Adriaan Costers bij blinde lotinge geloot gecavelt ende beerfdeelt op het geregte 1/3 part in eenen halven bijster moergront, putten en cuijlen daar onder gerreckent, gelegen alhier gemeen off verdeelt met de kinderen van Adriaan Bommelaar cumsuis, belent ten oosten vanden heelen bijster Anthonij Snijders cumsuis, en ten westen Denis Vos en Adriaan vanden Hoek, streckende uijt den noorden vanden watergang aff zuijtwaart in tot Jasper van Selm, Thomas Schep en andere die de zuijdense helft compiteert toe.

Ten 3e soo is Benjamin Costers bij blinde lotinge geloot gecavelt en beerfdeelt eerstelijk op een binnendelle gelegen alhier op den westenkant van Vroukensvaarttusschen erffenisse vande kinderen van Jan Teunisse Zeijlmans zuijden en ten noorden Adriaan Boeser, streckende uijt den oosten vande halve Vroukensvaart aff westwaart in tot de erve van Jan Peters Timmermans toe.

Nog ten laatste op het geregte een sesdepart van een bijster moergront gelegen alhier, soo als het selve gemeen off verdeelt gelegen is met Bastiaan Boeser en de kinderen van Jan Teunisse Zeijlmans en andere, belent ten oosten vanden heelen bijster het dorp en Thomas de Bont en ten westen de weduwe van Thomas Buijs, streckende uijt den noorden vande halve Herstraat aff zuijtwaart in tot den halven watergang toe. Ende neemt Benjamin Costers aan den dijk hier toe en tot den bijster over de watergang (op Adriaan Costers bevallen) behoorende voor nu ende ten eeuwigen dage te sullen onderhouden en verclaarde hij daar voor speciaal te verbinden een binnendelle, hem hier inne ten deel gevallen en voorts sijn persoon en goederen present en toekomend deselve stellende onder verbant als naar regten.

Ten vierden soo is Adriaan de Jong als in huwelijk hebbende Maria Costers bij blinde lotinge geloot gecavelt ende beerfdeelt op eenen op eenen halven acker zaijlant gelegen alhier op den westenkant van Vroukensvaart waar van de wederhelft hier voor is bedeelt op Geert Costers, belent noorden de kinderen van Arien van Pas, streckende uijtten oosten vande halve Vroukensvaartse greppel aff westwaart in tot Swarten stede toe.

Ten vijffden en ten laatsten soo is Geert Costers als lasten procuratie hebbende van Johanna Costers en sulx ten behoeve vande voornoemde Johanna Costers bij blinde lotinge geloot gecavelt ende beerfdeelt op een acker zaijlant gelegen alhier op den westenkant van Vroukensvaart tusschen erffenisse van Peeter Gijsel zuijden en de weduwe Hendrik Vaartmans noorden, streckende uijt den oosten vande halve Vroukensvaart aff westwaart in tot Cornelis Marcelisse Reckers sijnen acker toe.

Wijders is conditie dat sij comparanten samen uijt den gemeenen boedel sullen betalen alle lasten en verpondingen als omslagen soo ordinair als extraordinair tot den lesten december 1742 incluijs, en dat ider sijne aanbedeelde goederen sal aanvaarden met alle sijne wegen, stegen, dijcken, dammen, schouwen, leijen, dorpslasten en andere naburen regten, baten schaden en geregtigheden met regt tot ider sijn aanbedeelde parcelen behoorende en soo als die bij den overledenen metter doot ontruijmt en naargelaten sijn.

Aldus dese deijlinge regtelijk gedaan en gepasseert en hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuithollant en verclaarde den eenen tot behoeve vande anderen sijne aanbedeelde goederen te renuntieren soo als sij doen bij desen en sullen partijen malkanderen over en weder indemneren en bevrijden van alle actien die tot lasten van eenig der voornoemde parceelen soude mogen worden gemaakt onder wat pretext het moete sijn den tijt van het eerstkomende jaar. Actum Wasoik ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Dirk van Dusseldorp, schepenen, deser 27e april 1743.

In kennise van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol 81 vo

in de kantlijn: uijtgemaakt op zegel van 3 gl

Staat en inventaris gedaan maken en aan schout en geregten van Grootwaspik overgeven bij ende van wegen Dingena Bommelaar weduwe van Cornelis Buijs ende dat van haren geheelen boedel en goederen die sij tegenwoordig besittende is soo vande goederen die sij met haren overleden man heeft beseten gehadt, als de haar door overlijden van haar vader zaliger aanbestorven sijn, ende soo als die tegenwoordig in wesen bevonden worden als volgt:

Onroerende goederen gekomen uijt hoofde van haar man zaliger:

Eerstelijk een huijs en erve (door den overledene met sijne huijsvrouw bewoont) met de erve en del daar agter alsmede met den acker voor t voornoemde huijs ten zuijde de straat gelegen welke tesamen is geweerdeert op       4000:       –:       —
Nog een parceel hooij ofte weijlant gelegen in Cleijnwaspick groot ses geerden streckende van Grootwaspick aff noortwaart in tot den halven Schaijsloot toe. Welke wert getaxeert op     4800:     –:     —
Nog 3 3/8 geert hooij ende weijlant gelegen inden polder van Grootwaspik gemeen met Johan Kos in een stuk van negen geerde, belent ten oosten  . . . . .  en ten westen . . . . . , streckende uijt den zijden vanden Caasloot sloot af noortwaart in tot den halven Schaijsloot toe en is getaxeert op       2400:       –:       —
Nog eene geert in een stuk gelegen inden polder van Grootwaspik in een stuk van twaalf geerden dog verkogt en de penningen tot betaling van schult betaalt, dus     memorie  
Nog eenen halven acker en bijster daar aan gelegen onder Twaalftalve Hoeve Grootwaspick, gemeen en sluijtappels gewijse verdeelt met de weduwe Mattijs de Bont belent oost . . . .   en ten westen . . . . . .  streckende uijt den noorden vande halve Herstraat aff  zuijtwaart in tot de dwars geeren toe en is getaxeert op         1850:         –:         —
Nog op een uijtgestoken moerveldeken gelegen onder Capel gemeen met Adriaana Buijs weduwe Jacobus Mutsert dog t zelve niet als water en wort gestelt niets waardig te wesen dus     nihil      

Volgen de goederen haar van haar vader, Adriaan Bommelaar en sijn huijsvrou aanbestorven.

Eerstelijk een geert hooij en weijlant gelegen inden polder van Grootwaspik in een stuk van ses geerden dog verkogt en de penningen tot betalen vande schulden geemploijeert dus     memorie  
Nog vier geerden hooij ende weijlant gelegen in Cleijnwaspick in een stuk van agt geerden gemeen en onverdeelt met Adriaan Schoutten belent ten oosten vande heele agt geerden den armen alhier, en de weduwe Maarten Geenen en ten westen Huijbert bervoets cum suis; streckende uijt den zuijden van Grootwaspik af noortwaart in tot den halven Schaijsloot toe en wert getaxeert op           3000:           –:           —
Nog een buijtendel gelegen onder Capel groot ontrent vier hont belent oost de gemeene steeg en ten westen Dirksken van Toor, streckende uijt den zuijden vande halve Herstraat af noortwaart in tot Cleijnwaspick toe en wert getaxeert op         400:       –:       —
Nog op een parceeltje weijlant groot agt hont gelegen onder Dussen Munsterkerk, belent ten zuijden Peter Thomasse Zeijlmans ten noorden den armen van Dussen, ten oosten den heer van Dussen, en ten westen Samuel Pistorius en wert getaxeert op         200:       –:       —
Nog de geregte helft van twee en een halve morgen weijlant gelegen tot Uijtwijk gemeen met Jochimus Zeijlmans wort getaxeert op de somme van     150:   –:   —
Nog een lotje in een gemeen nmoervelt inden bijster gemeen met Jochumus Zeijlmans cumsuis, gelegen ten oosten vanden beijster van Denis Vos en Adriaan vanden Hoek en is het selve getaxeert niets weerdig te wesen dus     memorie  
Nog een sesdepart in een parceeltje moergront over de Leij gemeen met Hendrik heijmans en is getaxeert niets weerdig te wesen dus           nihil  

Haafelijke en roerende goederen

Eerstelijk drie melkbeesten daar onder een vaars van haar eerste kalf getaxeert op     140:   –:   —
Nog drie vare of muntige beesten getaxeert op   110: –:
Nog soo aan hockelingen als kalveren samen ses stucks en getaxeert op   140: –:
Een out werkpaart en een twee jarig paart getaxeert op   140: –:
Nog eenig bougereetschap betaande in een wagen, aartkar, ploeg, eegt en tuijg enz. getaxeert op       66:   –:   —

Op zolder

Cirka 6 veertelen rogge, 3 veertelen boekweijt, 2 wargarens, 2 aalfuijken, een out duijlen bed voor de weekknegt, een partij vorken en rijven.

            In de keuken

een glase kas, 10 tinne schotelen, 2 tinne waterpotten, 1 dito waterfles, 1 dito inctkoker, 12 dito lepels, 1 dito trekpot, 2 dito kommekens, 1 dito peperbus, en 1 zoutvat, 1 dito lul, 1 dito boterpot, 1 kopere lamp, 2 copere kandelaars met een snuijter, 1 dito vijsel en stamper, 1 dito peperdoos, 1 dito blaker, 1 dito bedpan, 1 dito schuijmspaan, 1 dito rasp, ½ dosijn postelijn, een spoelkom, 1 bedt met den hhoftpeulu 2 kussens, 2 deeckens en twee slaaplaackens,

1 kantoor tafeltje, 1 schilderijtje, 1 glase reckje met eenig roomersen coppens enz., 1 dosijn galijse borde en 3 schotelenvoor de schou, 2 dito zuijkerpotten met een kom, 1 tinne bierkan, 1 kapstokje, 1 quade en een goede haal, 1 tang, 1 blaaspijp, 1 schup, 1 rooster, 1 haartijser, 1 turfton, 1 stilletje, 1 cleerborstel, 1 teetafeltje, 1 etenstafel, negen stoelen soo groot als cleijn, 1 teene bennetje en ring, 1 bijbel.

In de kamer

2 kasten, 2 kisten, 1 vleijskuijp, 5 tinne schotels, 2 Delfse schotelen, 1 spiegel, 1 teeblatje, 2 dito kleijne, 1 teereckje met een halff dosijn bruijn postelijn en eenig ongepaart

1 teene ben met nog een cleijn benetje en een kurfje

½ dousijn bruijne stoelen met een leunstoel, een bedt met een hooftpeuluwe rn twee hooftkussens 2 deeckens en 2 laackens, nog een dito met 1 peulu, 1 deecken en 2 laackens

In de gang

Een kasje met een trompet, 1 spinnewiel, 1 raafshooft

Op t kelderkamertje

Een onser off romijnse balans, 1 ijsere el, 1 saag, 1 hamer, 1 dissel, 1 hakmes, 1 boor, 1 bijl, 1 lanteern, 1 hangijser, 1 vuurijser, 1 tafeltje, 7 stoelen, 1 blecke lamp,

1 bed met hooftpeulu 2 deeckens en 2 laackens

Op de geut

5 kopere ketels, 3 dito coffijketels, 1 dito schuijmspaan, 3 dito melkkannen, 1 dito aacker, een rek met borden, 1 kannebort met eenige kannen en pintjes, 1 tinne schotel, 2 ijsere potten, eenig aardewerk van potten enz., 1 karn, melkton, 2 roomtonnen, 1 teijl, 1 scherbort, nog eenige rommelerije niet wwardig te specificeren,

In de kelder

ses tonnen met bier waar onder een met twee ijsere banden met nog eenige potten pannen tot de keuke behoorende

Linden

8 paar slaaplakens, 12 tafellakens, 36 servetten, 24 kussen sloopen, een srukje sij van 30 ellen

Lastige schulden des boedels

Staat te betalen aan Willem Clasen tot Drimmelen een obligatie van 1000: –:
Aan Peeter Wouterse Zeijlmans een manuele obligatie van   400: –:

Aldus dese opgevinge regtelijk gedaan bij de voornoemde Dingena Bommelaar weduwe van Cornelis Buijs ter goeder trouwe sonder haren wetens ietwas verswegen off agtergehouden te hebben en soo er ietwes vergeten mogte sijn neemt sij aan den selven inventaris daar mede te sullen amplieren off verminderen en sal t selve alsdan bij haar nevens haren aanstaanden man werden onderteijkent en verclaarde Pieter van Raamsdonk als aanstaande bruijdegom den selven alsoo aan te nemen en goet te keuren. Actum Waspik ten overstaan van Huijbert Coninx en Dirk van Dusseldorp, schepenen in Waspik, als vervangende den schout alhier den 30en april 1743.

In kennise van mij J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 84 re

inde kantlijn: uijtgemaakt

Op huijden den 30e april 1743 compareerde voor ons schout en schepenen van Sgrevelduijn Grootwaspik en Twaalftalve Hoeve ondergenoemt , Juffrou Dingena Bommelaar weduwe en testamentair boedelhoudtser van zaliger Cornelis Buijs, woonende alhier ter eenre, ende Deheer Jacobus Buijs als, ingevolge den testemente, tusschen de eerste comparante en haar man zaliger bij de eerste comparante bij de eerste comparante geassisteert tot voogt ende Pieter Cetelaar, dorps schoolmeester op het veer tot Raamsdonk als toesiende voogt van de vier onmondige weeskinderen door de eerste comparante bij haren overledenen man Cornelis Buijs verweckt, met name Jacob Buijs, out ontrent agtien jaren, Elisabeth Buijs, out ontrent vijftien jaren, Adriaan Buijs, out ontrent tien jaren en Cornelia Buijs, out ontrent seven jaren, ingevolge de acte van voogdije op dato deses gepasseert, ter andere sijde:

Te kennen gevende sij comparanten, dat dewijle de eerste comparante genegen was haar ten tweeden huwelijk te begeven, dat sij wegens de alimentatie en het vaderlijk bewijs van de voornoemde kinderen naar den staat en inventaris des boedels wel overwogen en gebalanseert te hebben (door tusschen spreken van Joachimus Zeijlmans en den secretaris alhier) met den anderen waren over een gekomen en veraccodeert, soo ende in manieren als volgt te weten: dat de eerste comparante in vollen eijgendom sal hebben en blijven behouden alle de goederen en effecten die sij met de voornoemde haren man heeft beseten gehat en sij nog besittende is alsmede de goederen haar door overlijden van haar vader en moeder zaliger aanbestorven en dat soo wel active als passive en sulx egeene van dien uijtgesondert omme daar mede bij haar gedaan en gehandelt te worden als met haar vrij en eijgen goet, sonder bekroon van imant. Onder dese speciale conditie nogtans dat de eerste comparante gehouden en verbonden blijft hare voornoemde kinderen op te voeden en te alimenteren in cost en drank, cleedinge en reedinge soo van linnen als wollen, soo wel siek als gesont, egeene tijt van perijkel uijtgesondert, deselve te laten leeren leesen en schrijven en een goet hantwerk off ander exercitie te laten leeren, waar toe deselve naar den staat des boedels best bequaam sal off sullen bevonden worden en dat tot haren mondigen dage, huwelijken of anderen geapprobieerden state toe, als wanneer de eerste comaparante daar en boven sal gehouden sijn aan ider kint te geven een goet nieut pak cleeren voor een uijtsetsel of bruijdegoms off bruijts cleet ende eene somme van veertien hondert guldens aan ider eens gelt sonder meer, t sij in contant gelt off vaste goederen ter taxatie van onpartijdige naburen, soo als het eerste comparante goetvinden en gelieven sal en daar en boven aan ider nog een pelle tafellalken en negen pelle servetten en sulx in volle voldoeninge van haar vaderlijke goederen en bij overlijden van eenige der kinderen sullen de gnoemde penningen mitsgaders taffellaken en servetten versterven van het eene kint op het andere tot het leste toe.

Tot naarkominge en prestatie van allen het geene verschreven staat verclaren sij comparanten te verbinden hare personen en goederen present en toekomende, egeene exemt deselve stellende onder verbant en bedwank van ellen heeren hoven regten en regteren en specialijk den Edele Hove van Hollant. Aldus gedaan en gepassert ten overstaan van Huijbert Coninx en Dirk van Dusseldorp, schepenen in Waspik als vervangende den schout alhier, op dato voorschreven.

In kenisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 84 vo

 in de kantlijn: uijtgemaakt

In den name godes amen.

Compareerde voor ons schout en schepenen van s Grevelduijn Grootwaspik en Twaalftalve Hoeve enz. ondergenoemt, Cornelis Janse Vassen geassisteert met sijn vader Johannes Vassen, aanstaande bruijdegom, ter eenre, ende Dingena Dolk geassisteert met Peeter Cornelisse Camp ende Thomas van Tichel hare voogden, aanstaande bruijt, ter andere sijde, te kennen gevende dat gemelte comparanten genegen ende geresolveert sijn met den anderen inde vreese des heeren aan te gaan een wettig huwelijk en dat op conditien hier naar volgende, namentlijk: dat tusschen hen comparanten en conthoralen sal wesen gemeenschap van goederen soo wel vande goederen hen reets aanbestorven als die soo vande eene als andere seijde nog aan te besterven ende verwachtende sijne.

Dat als t quame te gebeuren dat den eersten comparant, aanstaande bruijdegom , eerst quam aflijvig te worden sonder wettige descendenten uijt dit aanstaande huwelijk na te laten, dat in dat geval aan de tweede comparante, aanstaande bruijt, in vollen en absoluten eijgendom sullen sijn en blijven alle de goederen en effecten, soo roerende als onroerende geen uijtgesondert die sij ten huwelijk aanbrengen sal sulcker voegen dat de vrinden en erfgenamen van den eerste comparant daar van niets sullen vermogen te hebben offte pretenderen maar alleen dat sij haar te vreden sullen moeten houden met het geene vande seijde vanden bruijdegom ten huwelijk sal wesen aangebragt en de helft van t geprospereerde sonder meer.

En off het quame te gebeuren dat de tweede comprante, aanstaande bruijt, voor den eertsen comparant aflijvig wiert, geen kinderen uijt dit huwelijk nalatende, soo is conditie dat den eersten comparant als dan sal hebben ende in vollen eijgendom sal blijven behouden de zuijvere helft vanden geheelen boedel, goederen ende effecten die de tweede comparante ten huwelijk aanbrengen sal en voorts allen t geene den eersten comparant middeler wijle het sij uijt den boedel van sijne ouders off andersints aanbestorven ende aangekomen mogte sijn, en dat de wederhelfte vande goederen en effecten die de tweede conparante ten huwelijk aanbrengt, voor soo veel die off de waarde daar van, alsdan nog in wesen sal sijn, in dat geval sullen erven en besterven op de halve broeder en susters van de tweede comparante sonder meer, en ook sonder dat de selve hare halve broeder en susters in soo een geval als erfgenamen vande tweede comparante van den eersten comparant verders ofte anders iets meer sullen vermogen te eijssen ofte te prederen als latende sijn als altende de tweede comparante t geene van der tot de selver boedel alsdan wort bevonden te behooren alles en alleen in vollen eijgendom aanden eersten comparant.

Op welcke vorenstaande conditien de voornoemde Cornelis Vassen en Dingena Dolck met toestemminge van voornoemde wedersijtse adsistenten geresolveert sijn hun voorgenomen huwelijk onder verwagtinge van godes zegen ten eersten te voltrecken, ende versogten de comparanten en conthoralen hier van acte in forma, twelke is dese. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Steven Scheur en Jan Buijs, schepenen in Waspik, desen agsten maij XVIIc drie en veertig.

In kennise van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 85 re

in de kantlijn: uijtgemaakt

Staat ende inventaris gedaan maken en aan schout en schepenen van Grootwaspik overgevende bij ofte van wegen Thomas Adriaanse van Tichel weduwenaar en testamentair boedelhouder van zaliger Anna Peeters Camp en dat van sijnen geheelen boedel en goederen soo als hij met de voornoemde sijne overledene huijsvrou heeft beseten gehat ende hij die nog besittende is, als volgt:

Eerstelijk twee geerden hoij ende weijlant, gelegen in Cleijnwaspik in een stuk van agt geerden, belent ten oosten vande heele agt geerden Hendrik Schoenmakers en ten westen Huijbert van Hasselt, streckende uijt den zuijde van oude straat af noortwaart in tot den halven Schaijsloot toe.

Nog sijn geregtigheijt inde goederen door de weduwe Peeter Camp aan haar kinderen bewesen.

Nog een huijs, hoff en delle staande en gelegen alhier tusschen erffenisse van Pieter van Raamsdonk oost en Gijsbert de Jong west, streckende uijt den zuijden vande halve Herstraat  aff noortwaart in tot de kae toe.

Meubilaire en haaffelijke goederen

een baktrog, 1 keern met sijn toebehooren, boterteijl melk en roomtonnen te samen gewaardeert op   10:   –:     —
de bedden mat haar toebehoorten potten en pannen met de ketelsen melkkannen gewwerdeert op   30:   –:   —
de kas met linnen en wollen daar in te samen geweerdeert op 25: –:
een wagen, een aartkar sonder raij de schup spaij riecken vorken rijven en andere rommelarijen te samen geweerdeert op   60:   –:   —
1 ½ paart en 2 varkens geweerdeert op 110: –:
5 melkkalveren geweerdeert op 15: –:
5 melkbeesten soo koeijen als vaarsen op 150: –:
5 vare Brabantse beestjens op 75: –:
5 eenjarige kalveren op 75: –:
nog aan contant gelt in huijs bevonden 200: –:

uijtgaande schulden

Eerstelijk en ten laatsten staan te betalen aan obligatien genegotieert en opgenomen tot betalinge van de cooppenningen van een geert lant en van t hijs, hof, erf en del als over geleende gelden en loopende schulden te samen ter somme van       1500:       –:       —

Aldus dese opgevinge regtelijk gedaan bij den voornoemde Thomas van Tichel ter goeder trouwe sonder ietwas verswegen off agtergehouden te hebben. Actum Waspick ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Dirk van Dusseldorp, schepenen, desen 5 junij 1743.

In kennise van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 85 vo

in de kantlijn: uijtgemaakt

Op huijden den 5e junij 1743 compareerde voor ons schout en schepenen van Sgrevelduijn Grootwaspick en Twaalftalve Hoeve ondergenoemt, Thomas van Tichel weduwenaar en testamentaire boedelhouder van zaliger Anna Peeterse Camp ter eenre, ende Jan Adr. van Tichel als voogt ende Mattijs Peeters Camp als toesiende voogt ingevolge den testamente gepasseert bij Thomas van Tichel en Anna Camp voornoemt voor den schout en schepenen alhier op den 28e jannuarij 1742, over de drie onmondige weeskinderen door den eerste comparant bij sijne overledene huijsvrou Anna Peeters Camp verweckt, met name Adriaan, out ontrent 9 jaren, Peeter, out ontrent 7 jaren, ende Dirck, out ontrent 5 jaren, ter andere sijde:

Te kenne gevende sij comparanten, dat dewijle den eerste comparant genegen was sig ten tweeden huwelijk te begeven (en hij sig ten dien eijnde in ondertrouw had laten aanteijkenen), dat sij tweede comparanten wegens de alimentatie en opvoedinge vande voornoemde kinderen en het moederlijk bewijs met den eerste comparant naar den staat en inventaris des boedels wel overwogen en gebalanceert te hebben, waren over een gekomen en veraccordeert soo ende in manieren als volgt, te weten: dat den eersten comparant in vollen eijgendom sal hebben en blijven behouden alle de goederen en ffecten die hij met de voornoemde sijne overledene huijsvrou heeft beseten gehat ende die hij nog besittende is, ende dat soo wel active als passive en sulx egeene van dien uijtgesondert omme daar mede bij hem gedaan en gehandelt te worden als met sijn vrij en eijgen goet sonder bekroon van imant, onder dese speciale conditie nogtans dat hij eerste comparant gehouden en verbonden blijft sijne voornoemde kinderen op te voeden ende te alimenteren in kost en drank, cleedinge en reedinge soo van linnen als wollen soo wel siek als gesont egeene tijt van perijkel uijtgesondert, desleve te laten leeren leesen en schrijven en een goet hantwerk of andere exercitie te alten leeren waar toe deselve naar den staat des boedels best bequaam sal of sullen bevonden worden en dat tot haren mondige dage, huwelijk off anderen geapprobieerden state toe. Als wanneer hij, eerste comparant daar en bocen sal gehouden sijn aan de voorneoemde drie kinderen uijt te reijken en te voldoen eene somme van vijffhondert guldens eens gelt en sulx in volle voldoeninge van hare moederlijke goederen, als mede dat den eersten comparant aande voornoemde sijne kinderen volgens contract in dato de 5e junij 1742 voor het vaders goet off legitime portie uijt den boedel van Huijbertje van den Heuvel  weduwe Peeter camp is bewesen, met nog het gout en silver tot lijve vande moeder behoort hebbende waardig ontrent vijftig guldens, t geene egter door den eerste comparant voor de kinderen gedurende de  minderjarigheijt van de selve tot haar lijve en gebruijk sal mogen worden geruijlt en gegeven.

Tot naarkoninge en prestatie van alle het geene voorschreven staat, verclaren sij comparanten te verbinden hare persoonen en goederen present en toekomende egeene exempt desleve stellende onder verbant en bedwank als naar regten .

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Dirk van Dusseldorp, schepenen in Waspik, op dato voorschreven.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 86 re

Staat en inventaris gedaan maken en aan schout en geregten van Grootwaspick overgevende door Jenneken Kurp, weduwe Jan van Dommelen en dat van haren boel en goederen soo ende in diervoegen als sij die met haren voornoemde oveledenen man in gemeenschap gepossideert en besteen heeft, als

Eerstelijck een quaad bedt en peuluw met sijn toebehooren,

Eenige quade stoelen banken etc.

2 koeijen, 3 kalvers

Vorts soo verclaart de voornoemde weduwe dat den boedel met meerder schulden is belast als den selven waardig bevonden wort.

Aldus gedaan en geinventariseert naar het opgeven van de weduwe ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Steven Scheur en Jan Buijs, schepenen in Waspick, desen 26e junij 1743.

In kennise van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 86 vo

Compareerde voor ons schout en schepenen van sgrevelduijn Grootwaspik en Twaalftalve Hoeve ondergenoemt, Janneke Ariens Curp weduwe van wijlen Jan van Dommelen, geassisteert met Jan Verduijn, haren aanstaanden bruijdegom ter eenre, ende Huijbert van Dommelen als bij desen geregte aangestelde voogt over de vier minderjarige kinderen van de eerste comparante door haar in egte verweckt bij den voornoemde Jan van Dommelen, haren overledenen man, ter andere seijde, ende verclaarde sij comparanten over de alimentatie van den voornoemde vier minderjarige kinderen met communicatie van ons, schout en schepenen, met den anderen te sijn veraccordeert en verdragen in manieren als volgt, namentlijk dat de eerste comparante in vollen an absoluten eijgendom sal houden en blijven besitten den geheelen boedel goederen en effecten soo active als passive niet uijtgesondert soo ende in dier voegen als sij die met haren voornoemde overledenen man heeft gepossideert en door den selven haren man met den doot ontruijmt en naargelaten is, mits en onder dese speciale conditie dat de eertse comparante deselve hare minderjarige kinderen behoorlijk opvoeden en alimenteren sal, in cleeden en reeden, siek en gesont, behoorlijk aan de schole te houden en daar en boven een goet en eerlijk ambagt of hantwerk te doen leeren, en dat alles ter tijt toe dat deselve sullen gekomen sijn tot den ouderdom van vijff en twintig jaren, huwelijk of anderen geapprobieerden state toe. en daar en boven dan nog een uijtset van twee guldens tien stuijvers tot voldoening en in plaatse van s vaders goet off legitime portie, alles onder verbant ende bedwang als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Steven Scheur en Jan Buijs, schepenen in Waspik, desen 26e junij 1743.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 87 re

inde kantlijn: uijtgemaakt

In den Namen Godes amen

Op huijden den 4e julij 1743 compareerde voor ons schout en schepenen van Sgrevelduijn Grootwaspik enz, ondergenoemt, de eersame Maria Ariens Coninx, weduwe en boedelhoudster van Thomas Buijs, woonende alhier sijnde sieckelijk naar den lichame te bedde leggende dog haar verstant redenen en memorie wel magtig sijnde en gebruijkende soo uijtterlijk scheen en bleeck dewelke verclaarde van meijninge te wesen te disponeren van hare tijdelijke goederen haar bij godt almagtig op dese werelt verleent ende dat op de volgende wijse: Als eerstelijk soo verclaarde sij testatrice te maken aan hare dogter Dingena Buijs in huwelijk hebbende Cornelis Cornelisse Vermeijs, een buijtendelle gelegen onder Sgrevelduijn Capel, groot ontrent vijff hont off soo groot en cleijn, deselve gelegen is tusschen erffenisse van de weduwe van Peeter de Jong oost en een steeg van eenige gelanden van Cleijnwaspik west, streckende uijt den zuijden vande halve Herstraat aff noortwaart in tot de halve oude straat off Cleijnwaspik toe. Mitsgaders het geene sij reets staande huwelijk vande testatrice heeft genoten gehadt ende sulx sal sij hare prtie off delle vrij moeten genieten sonder eenige speciale belastinge off verbintenissen dan naburen regten, verpondingen en omslagen daar op loopende en dat in volle voldoeninge van hare erff of legitime portie deselve daar inne instituerende bij desen.

Wijders verclaarde sij testatrice te maacken aan hare verdere kinderen met name Jan Buijs, Adriaentje Buijs weduwe Gijsbert Coninx en Cuijntje Buijs, alle hare verdere onroerende goederen, coeijbeesten, proffijtelijcke en onproffijtelijcke schulden en sulx actien en crediten, soo wel active als passive egeene uijtgesondert onder dese expresse conditie nogtans dat het haren soon Jan Buijs, voornoemt, vrij sal staan omme de twee derdeparten in het huijs, hoff , erve, bijster en diressen in deeling aan te nemen voor sestien hondert guldens, off deelbaar tegens sijne voornoemde susters te stellen soo als hij dat sal goetvinden als latende het selve tot sijnen keuse.

Verder verclaarde sij testatrice te maken aan Jan Buijs het paart en bougereetschap niets uijtgesondert, en aan Adriaentje en Cuijntje Buijs alle de meubilaire goederen, soo van linnen als wollen, kisten kasten stoelen bancken karn en tonnen en verder coeijgereetschap mitsgaders den winckel en alles dat in huijs bevonden wort, onder conditie dat sij met haar drien sullen moeten betalen alle de lasten en schulden des boedels sonder haar suster Dingena daar in iets te laten dragen, verclaarde sij testatrice in voege voorschreven de voornoemde Adriaentje en Cuijntje Buijs daar inne te institueren bij desen.

Eijndelijk verclaarde sij testatrice te stellen tot voogt over hare naar te laten onmondige kinderen Jan Buijs, haren sone, ende in cas van verdeelinge van den boedel tot deelvoogt Jochem Coninx en sulx met uijtsluijtinge van schout en geregten van Grootwaspick mitsgaders alle andere geregtens en weesheeren daar haarlieder sterffhuijs sal mogen koem te vallen, niet willende dat deselve (behoudens nogtans haar respect en eerwwardigheijt) haar met hare nalatenschap sullen bemoeijen maar deselve daar voor bedanckende mits desen.

Allen t geene voorschreven staat de testatrice sijnde voorgelesen, verclaarde sij het selve te wesen haar testament lesten en volkomen uittersten wille, willende en begerende dat het selve sij volkomen effect sorteren en stantgrijpen sal, t sij als testament codicille gifte uijt sake des doots off onder den levende soo als het best naar regten sal konnen off mogen bestaan alwaar het schoon dat alle solemniteijten naar regten gerquireert hier inne niet en waren geobserveert versoekende het uijtterste benefitie en dat hier van gemaakt en gelevert mag worden instrument in communi forma. Aldus gedaan en gepasseert voor t siekbedde vande testatrice verclaarde beneden de vier duijsent guldens gegoet te sijn ten overstaan van Huijbert Coninx en Steven Scheur, schepenen in Waspik, te dage maande en jare voorschreven savonts ontrent de clocke tien uren.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol 88 re

Ampliatie van inventaris gedaan maken ende aan schout en schepenen van Grootwaspick overgevende bij Hendrik Langermans weduwenaar van Anna Cespers eerder weduwe van zaliger Adriaan Peeters Paap als volgt,

Eerstelijk wort den inventaris door hem overgegeven op den 22en april 1743 geamplieert met een somme van een hondert vijff en t sestig guldens door hem gedestineert soo hij segt tot betalinge van seekere lanthere aan Coenraat Cuijpers cumsuis.

Alnog met elff gulden elff stuijvers sijnde winstpenningen vant overlaten vande armens acker door hem overgelaten aan Jan de Bruijn.

Alnog met eene gulden tien stuivers t geene bij haar is ontfangen van . . . . .  .Pennenburg.

Alnog voor een sak met de haver wert gebragt in gelt bij moderatie f 5:  5: –.

Alnog een silvere cruijs met een silvere ringske.

Aldus dese ampliatie van inventaris gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Dirk van Dusseldorp, schepenen in Waspik, desen 17 julij 1743.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol 88 vo

Compareerde voor schout en schepenenvan s Grevelduijn Waspik, Hendrik Langermans weduwenaar van Anna Cespers , te kennen gevende dat door hem comparant betaalt is  aan Coenraat Cuijpers eene somme van een hondert vijtig guldens tot betaling voor de helfte van een jaar te weten den jare 1742 verschenen lantpagt, van de helft van veertien geerden lant gelegen in Cleijnwaspick dat hij dat gelt op heden bij reeckening en liquidatie tusschen hem en de erfgenamen van sijne voornoemde overledenen huijsvrouw gebragt hebbende voor uijtgaaff deselve erfgenamen sulx niet hebben willen laten valideren ten sij dat hij comparant (om dat geen quitantie toonde) daar voor stelt behoorlijke coutie, dat hij comparant daaromme ende tot securiteijt vande selve ter saacke gemelt en dat die betalinge effective door den comparant gedaan is bij dese verclaart te stellen tot borge alsulke somme van twee hondert seven en dartig guldens als hij aan Dirk Reijken ter leen uijtgeschoten heeft alles onder renuntiatie verbant en bedwang als naar regten. aldus gedaan ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Dirk van dusseldorp, schepenen in Waspik, desen 17e julij 1743.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 89 re

in de kantlijn: uijtgemaakt

In den Name Godes amen.

Op huijden den 15e augustij 1743, compareerde voor ons schout en schepenen van Grootwaspik enz., ondergenoemt, den eersamen Thomas van Tichel eerder weduwenaar van Anna Peeterse Camp, ende Piternella Aartse Cuijl sijne tegenwoordige huijsvrouwe, beijde gesont naar den lichame, gaande en staande en haar verstant , redenen en memorie wel magtig en gebruijkende soo uitterlijk scheen en bleeck, te kennen gevende sij testatateuren dat sij genegen waren te disponeren van hare tijdelijke goederen haar bij godt almagtig op dese werelt verleent en daar toe komende soo verclaarde sij testateuren  en eerstelijk hij testateur te maken nomineren en institueren aan de voornoemde sijne huijsvrouw den eijgen dom van alle meubilaire goederen soo van imboel, huijsraat, haaffelijke als andere goederen hoegenaamt, actien en crediten soo wel active als passive egeene van dien uijtgesondert, als mede ook het vrugtgebruijk van alle de vaste goederen, omme met dit alles te mogen doen handelen en verrigten als met haar vrij en eijgen goet, en sulcx met vollen regt van institutie, ook meede met magt omme in cas van noot met communicatie en goetvinden vande hieronder genommineerde voogden en toesienders de vaste goederen te mogen verkoopen, veralieneren off belasten tot onderhout van haar ende kinderen, soo vanden eersten als tweeden bedde, mits dat sij testatrice sal gehouden wesen sijne kinderen bij sijne eerste huijsvrou verweckt op te voeden enz. ingevolge de aanneminge voor schout en schepenen alhier gepasseert op den 5e junij 1743, ende hare kinderen bij den anderen te verwecken, op deselve weijse en deselve tot haren mondigen dage, huwelijk off anderen geapprobieerden staten gekomen wesende uijt te reijken en voldoen eene somme van een hondert guldens in voldoeninge van hare vaderlijcke goederen, deselve daar inne instituerende bij desen.

Ende sij testatrice mede komende tot hare voorgenomene dispositie verclaarde tot hare eenige geheele en universele erfgenaam te institueren den voornoemde haren man en dat in alle hare naar te latene goederen soo roerende als onroerende hebbende en verkrijgende egene uijtgesondert omme daar mede te mogen doen handelen en verrigten als met sijn vrij en eijgen goet, en sulx met vollen regt van institutie onder dese speciale conditie nogtans dat hij testateur gehouden en verbonden sal sijn de kinderen die sij te samen staande huwelijk onder godes zeegen  sullen komen te verwecken, op te voeden en te alimenteren in eten en drincken, cleeden en reeden soo wel sieck als gesont, egeenen tijt van perijkel uijtgesondert, deselve te laten leren lesen en schrijven, en daar en boven een goet hantwerk of ander exercitie te laten leerenm waar toe deselve naar den staat des boedels best bequaam sal off sallen bevonden worden, en dat tot haren mondige dagen, huwelijk off anderen geapprobieerden state toe. Ende alsdan aan ider kint uijt te reijken en te voldoen eene somme van een hondert guldens eens sonder meer, en sulx in volle voldoeninge van hare moederlijke goederen ofte legitime portie deselve daar inne instituerende bij desen.

Weijders is de wille van beijde de testateuren dat na doode vanden langstlevende alle haare naartelatene goederen en effecten bij hare gesamentlijke kinderen soo van den eersten als tweeden bedde, hooft voor hooft (na dat aan ider sijn vader en moeders goet haar bij de respective testamenten en aanneminge bewesen sullen sijn voldaan) sullen worden geerft ende verdeijlt, als off het kinderen van eenen bedde waren deselve naar haar beijder doot, daar inne instituerende bij desen.

Dog of het mogte te komen te gebeuren dat door den testateur eerst aflijvig mogte komen te worden en de testatrice sig wederom ten tweeden huwelijk mogte komen te begeven, soo is der beijder testateuren expressen wil en begeerten dat in sulx geval de testatrice aan de voogden soo vande voor als nakinderen sal moeten opgeven en leveren pertinenten staat en inventaris vanden geheelen boedel goederen soo en in dier vegen als den selven alsdan sal worden bevonden, en sal het vervolgens alsdan aande testatrice vrijstaan omme den boedel met de kinderen soo vanden eersten als tweeden bedde te samen aan de voogden over te geven, off wel het vrugtgebruijk van dien aan haar te behouden met de alimentatie vande kinderen waar ontrent sij haar selven alsdan en in dat geval sal moeten declareren binnen den tijt van drie maal vier en twintig uren naar dat den inventaris sal sijn opgegeven, blijvende agter in cas de testrice het vrugtgebruijk verkiest den absoluten eijgendom vanden geheelen boedel ten behoeve vande voorgemelte voor en nakinderen omme die na doode vande testatrice bij de voor en nakinderen te konnen worden aanvaart, en sal an doode vande langsrlevende der testateuren derselver boedel en goederen miet mogen werden verdeelt voor dat het jongste kint van hen testateuren sal hebben bereijkt den ouderdom van twintig jaren.

Wijders verclaarde hij testateur sijnen uijttersten wil en begeerte te sijn, dat soo sijne voorkinderen bij hen verweckt bij Anna Camp sig tegens den voornoemde testamente quamen te querelleren en sig daar tegens wilde stellen, dat hij in sulk geval sijne voornoemde huijsvrouwe verclaarde te institueren in een kintsgedeelte van sijne naar te latene goederen boven de helft de voornoemde sijne huijsvrouw naar regten daar inne compiterende, ende haar in sulk geval dog anders niet daar mede instituerende bij desen.

Eijndelijk verclaren sij testateuren te stellen tot voogt ofte voogdesse over haare naar te laten kinderen erfgenamen de langstlevende van hen testateuren, en bij overlijden of hertrouwen vande langstlevende tot voogden Jan Adriaanse van Tichel en bij overlijden vanden selven Norbertus van Tichel, en nog bij overlijden vanden selven Peeter Cornelisse Camp, woonende in Hendik Luijtenambagt, en tot toesiende voogden Mattijs Peeterse Camp, en bij overlijden vanden selven Cornelis Peeterse Camp, en nog bij overlijden vanden selven  Mels Dirkse van Driel, en dit alles met uitsluijtinge van schout en geregten van Waspik, mitsgaders alle andere geregtens en weesheeren daar haarlieder sterfhuijs soude mogen komen te vallen, niet willende dat deselve behoudens haar respect en eerwaardigheijt hen met haren boedel en naarlatenschap sullen bemoeijen maar deselve daar voor bedankende mits desen.

Allen het geene voorschreven staat de testateuren van woorde te woorde sijnde voorgelesen, verclaarde sij het selve te wesen haar testament lesten en volkomen uijtersten wille, willende en begerende dat het selve sijnvolkomen effect sorteren en stantgrijpen sal t sij als testament codicille gifte uijt sake des doots off onder den levende soo als het selve best naar regten sal konnen off mogen bestaan alwaar het schoon dat alle solemniteijten naar regten gerequireert hier inne niet en waren geobserveert versoekende het uitterste benefitie en dat hier van gemaakt en gelevert mag worden instrument in communi forma. Aldus gedaan en gepasseert ten huijse vanden secretaris alhier verclarende de testateuren benden de vier duijsent guldens gegoet te sijn ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Thomas Zeijlmans, schepenen in Waspik, ten dage maande en jare voorschreven smiddags om twaalf uren.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Dit ist kruis merk bij Tomas Zeijlmans gestelt

Fol. 90 re

Staat en inventaris gedaan maken en aan schout en schepenen van Grootwaspik overgegeven bij Jan Borstlap weduwenaar van zaliger Alida Janse van Dam alhier overleden, ende dat van alle en soodanige goederen en effecten als hij met de voornoemde sijne overledene huijsvrou heeft beseten en gehadt ende nog besittende is, soo ende in manieren als volgt.

Eerstelijk een opslag van een huijsinge, lootsen, timmerwerf met de timmerhelling en alle sijne gereetschappen en ap en dependenten daar toe en aan behoorende.

Nog eenige eijke plancken en stucken waardig ontrent vijf en twintig guldens.

Den inboel van bedden, deeckens, potten, kannen, kasten en kisten, stoelen en bancken en wat voorts in huijs wort bevonden, is circa waardig ontrent hondert guldens.

volgt het gout en silver tot lijve vande vrou behoort hebbende.

Een silvere beugel met de tas daar aan, q goude ring, 1 paar goude crullen en bellen, 1 paar goude oorringen, 1 ketting bloetkralen met een gout slotje daar aan, 1 testamentje met silvere beslag en een slotje daar aan,

voorts de cleederen van linnen en wolle re gerijve en lijve vande overledene behoort hebbende en waar van memorie aande voogt sal worden gegeven.

Verder verclaart den selven Borstlap dat hij met sijn overledene vrouwe vader jan van Dam den voogt in desen, heeft gemaakt een balans vanden boedel, soo van t geene staat te ontfangen als dat wegens de coopen en timmeringe van t huijs en werf als aan scheepshout staat te betalen en bij calculatie vanden selven tegens de schulden waar mede den boedel ter sake gemelt is belast, bevonden den boedel in het geheel meerder waardig te sijn als de schulden komen te bedragen ontent de somme van tusschen de twee hondert en drie hondert guldens.

Aldus gedaan geinventariseert en gecalculeert als boven alles ter goeder trouwe verclarende hij Borstlap niets ter quader trouwe verswegen of agtergehouden te hebben, actum ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Thomas Zeijlmans en anthonij van Pas, schepenen in Waspik, desen 7e september 1743.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Dit ist kruis hantmerk bij Tomas Zeijlmans gestelt

Fol. 90 vo

inde kantlijn: uijtgemaakt

Op huijden den 7e september 1743 compareerde voor ons schout en schepenen van Sgrevelduijn Grootwaspik en Twaalftalve Hoeve ondergenoemt, Jan Borstlap weduwenaar van Alida van Dam, woonende alhier ter eenre, ende Jan Jansen van Dam, als grootvader en aangestelden voogt van het onmondige weeskint vanden voornoemde Jan Borstlap bij hem in huwelijk verweckt bij Alida van Dam, met name Cornelia, out ontrent 3 ¾ jaar ter andere sijde.

Ende verclaarde sij comparanten nopens alimentatie van het voornoemde weeskint (met consent van schout en geregten alhier) na alles wel overwogen en den staat en inventaris des boedels wel gebalanceert te hebben, te sijn over een gekomen en veraccordeert soo en in manieren als volgt, te weten: dat den eersten comparant in vollen eijgendom sal hebben en blijven behouden alle de goederen en effecten die met sijn voornoemde sijne huijsvrou heeft beseten gehadt ende nog besittende is soo wel active als passive egeene van dien uijtgesondert, omme daar mede bij hem gedaan en gehandelt te worden als met sijn vrij eijgen goet, onder dese speciale conditie nogtans, dat hij eerste comparant het selve kint sal opvoeden en alimenteren in eten en drincken , cleedinge en reedinge soo van linnen als wollen, soo wel siek als gesont, egeenen tijt van perijkel uijtgesondert het selve te laten leeren lesen en schrijven en daar en boven een goet hantwerkof ander exercitie te laten leeren, waar het selve naar den staat des boedels best bequaam sal bevonden worden en dat tot haren mondige dage , huwelijk off anderen geapprobieerden state toe, ende als dan aan het selve kint daar en boven uijt te reijken en voldoen eene somme van vijftien guldens vijftien stuijverseens gelt sonder meer, mitsgaders het gout en silver hier voren op den inventaris vermelt, ende van het linnen en wollen tot lijve vande voornoemde Alida van Dam behoort hebbende bij den eersten comparant worden gemaakt een memorie om voor het kint soo veel mogelijk is bewaart te worden en omme het selve daar mede te cleeden en reeden, ende sulx in volle voldoeninge van hare moederlijke goederen ofte legitime portie. Dog off het mogte komen te gebeuren dat het voornoemde weeskint voor sijnen mindigen dage off huwelijken staat quame te overlijden, sullen allen de goederen en t gelt hier voren aan t kint bewesen en voor t selve bedongen, in sulk geval versterven op den eersten comparant in desen.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Thomas Zeijlmans en anthonij van Pas, schepenen in Waspik, op dat voorschreven .

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Dit ist kruis merk bij Tomas Zeijlmans gestelt

Fol.  91 re

Staat en inventaris gedaan maken en aan schout en geregten van Groot Waspik overgegeven bij Cornelis van den Berg weduwenaar van zaliger Maria Peeters de Zeeuw woonende alhier. En dat soodanige goederen en effecten als mette foonnoemde de sijne huijsvrou heeft beseten gehadt ende nog besittende is soo ende in manieren als volgt.

Vaste goederen sijn tot den boeder behoorende niet gevonden dus memorie.

Maar alleen nog eenige inboel bestaande in een veren en een koffen bedt met sijn deeckens en toebehooren, een kast, eenige stoelen, tafels, potten, pannen en verdere toebehoorten. En is het selve bij hem naar calculatie weerdig bevonden circa omtrent 150 guldens.

Nog een winckeltje, daar in eenige cleijnigheden weerdig omtrent 25 a 30 guldens  waartegens aan de coopluijden nog staat te betalen eene somme van 25 guldens.

Aan contant gelt en ‘t geene in te beuren is omtrent soo veel als hij aan verscheijden luijden moet betalen.

Aldus gedaan en opgegeven bij den voorneoemden Cornelis van Berg verklaren de ‘t selve alsoo naar waarheijt te sijn en ‘t selve ten allen tijde des noots en versegt sijnde met solemnelen eeden te sullen bevestigen. Actum ter presentie en overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huibert Coninx en Dirk van Dusseldorp, schepenen in Waspik desen 8e november 1743

In kennisse van mij J. Zeijlmans, secretaris.

Fol. 91 vo

in de kantlijn: uijtgemaakt op zegel 24 st.

ook in de kantlijn: Compareerde ter secretarie van Waspick                    

Cornelis de Zeeuw als voogt en Embregt vanden Berg als

toesiende voogt vande kinderen  van Cornelis vanden Berg

hier nevens genoemt en bekende voor reeckening vande

weesen door de weduwe Cornelis van den Berg vande neven

staande vijf en seventig guldens voldaan te sijn actum den

17e jannuarij 1749

Op huijden den 8e october 1743 compareerde voor ons schout en schepenen van s Grevelduijn Groot Waspik en Twaalftalve Hoeve, ondergenoemt, Cornelis vanden Berg weduwenaar van Maria Peeters de Zeeu, woonende alhier, ter eenre ende Cornelis Peeters de Zeeu als voogt en Embregt vanden Berg als toesiende voogt van drie onmondige weeskinderen van den eersten comparant verwekt bij de voornoemden Maria de Zeeu verwekt, met name Geertruij, out ontrent 10e jaren, Elisabeth out ontrent 6e jaren en Jan out ontrent 2 a 4 jaren, ter andere seijde.

Te kennen gevende bij comparanten dat sij wegens de alimentatie en het moederlijk bewijs vande voornoemde kinderen met consent en ten overstaan van schout en geregten alhier naar den staat en inventaris des boedels wel overwogen en gebalanceert te hebben met den enderen waren over een gekomen en veraccordeert soo ende in manieren als volgt: te weten dat den eerste comparant in vollen eijgendom sal hebben en blijven behouden all de goederen en effecten die hij met de voornoemden sijne overledene huijsvrouwe heeft beseten gehadt ende die hij nog besittende is en dat soo weel active als passive en sulx egeene van dien uijtgesondert, pmme daar mede bij hem gedaan en gehandelt te worden als met haar vrij en eijgen goet sonder bekroon van imant onder dese speciale conditie nogtans dat hij eeste comparant gehouden en verbonden blijft sijne voornoemde kinderen op te voeden ende te alimenteren in cost en drank, cleedinge en reedinge soo van linnen als wollen, soo wel siek als gesont egeene tijt van perijkel uijt gesondert deselve te laten leeren en schrijven een goet hantwerk of ander exercitie te laten leeren, waar toe de selve naar den staat des boedels best bequaam sal of sallen bevonden worden en dat tot haren mondigen dagen, huwelijk of anderen geapprobieerden state toe als wanneer hij eerste comparant daar en boven sal gehouden sijn aan ider kint uijt te reijken voldoen eene somme van vijff en twintig guldens en sulx in volle voldoeninge van hare moederlijcke goederen ofte legitime portie.

Tot naarkominge en prestatie van allen t geen voorschreven staat, verclaren sij comparanten te verbinden hare persoonen en goederen present en toekomende egeene exempt deselve stellende onder verbant en bedwang als naar regten aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Dirk van Dusseldorp, schepenen in Groot Waspik

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 92 re

in de kantlijn: uijtgemaakt op zegele van 48 st.

Op huijden den 8e october 1743 comparrerde voor schout en schepenen van s Grevelduijn Groot Waspik en Twaalftalve Hoeve ondergenoemt, Cornelis vanden Berg weduwenaar van wijlen Maria Peeterse de Zeeu, woonende alhier toekomende bruijdegom ter eenre ende Anna Aarts Broekhoven, jonge dogter van Dongen, Barronij van Breda, toekomende bruijt, geassisteert met de heer Adriaan Zeijlmans, schout alhier, haren assistent en gekoren voogt in desen ter andere seijde.

Te kennen gevende dat tusschen den eersten comparant ende tweede comparant op handen en aanstaande was een wettig huwelijk, dog dat sijluijden voort solemniseren van dien hadden geconcipieert ende vast gestelt seeckere conditien antenuptiaal en huwelijkse voorwaarden in voegen en manieren als volgt: te weetendat hij de toekomende conthoralen tot substentie ende onderstant vat dit haar huwelijk sullen werden in een aangebragt alle soodanige goederen gelden en effecten aan ider in eijgendom sijn compiterende waar van den eersten comparant heeft gemaakt en ten overstaan van schout en geregten alhier gelevert pertinenten staat en inventaris die bij hen luijden te samen sal worden onderteijkent dewelke van alsulken waarde en valeur sal werden gehouden als of den selven van woorde te woorde hier inne was geinsereet onder dese limitatie ende conditie nogtans dat tusschen de voornoemde conthoralen niet sal sijn gemeenschap van goederen nimaar wert deselve bij desen wel expresselijk gesecludeert en uijtgesloten sullende winsten verlis staande huwelijk te vallen staan ter ceuse vande aanstaande bruijt tweede comparant in desen nu ende ten aleen tijden soo wel bij het leven als nade doot vanden eersten comparant allen t geene voorschreven staat de conthoralen sijnde voorgelesen begeren dat hetselve sal bestaan en effect sorteren als hare anteniptiale conditien ende voorwaarden op de welke sijluijden van meijninge sijn haar voorgenomen huwelijk inwagten van des heeren zegen te voltrecken en dit alles onder verbant en bedwank als naar regten aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Dirk van Dusseldorp, schepen in Groot Waspik

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 92 vo

in de kantlijn: uijtgemaakt

Staat en inventaris van den boedel rn goederen nagelaten en met doodt ontruijmt door Anna Kerspers soo en in dier voegen als sij die met Hendrik Langermans haren man in gemeijnschap beseten heeft en soo als het is opgegeven door voornoemde Hendrik Langermans.

Eerstelijk eenen dries en moergront soo putten als kuijlen gelegen alhier in den Endenest groot ontrent . . . . . .  waar van dat ten oosten  gelandt is Bastiaan Franse Boeser cumsuis west de Vaartkant of rijwegt noorden Arien de Zeeuw en Zuijden Peeter van Gijsel cumsuis.

Ten tweede nog een veldeken gelegen onder Capel groot ontrent dartig roeden waar van ten oosten gelandt is Willem Zeijlmans  west Arien de Zeeu noorden de kinderen Cornelis Tennen ende zuijden  . . . . . . .

Ten derden eenen acker zaijlant gelegen alhier over de Leije groot ontrent twee en halff hond met binnen velt daar aan waar van ten oosten gelant is de gemeene wegt in den Endenest ende ten westen dijk zuijden den armen alhier en noorden Dirk Rijken.

Ten vierden een binnenveldeke gelegen op het Stapeleijnd onder Capel hem aangekomen van het dorp voornoemt.

Ten vijfde een huijs  hoff erve ende ackerlandt daar aan gelegen alhier aande oostzijde van Vroukensvaart in den hoek groot circa 4 a 5 hont afte soo groot ende cleijn als t hem is aangekomen van wijlen Maria Stevens Swart in haar leve weduwe van Gelden Willemse Paans ende daar inne in de keuken.

Een bed en peulin met 2 kussens 2 lakens en een deeken.

Twee gedrukte gardijnen met een dito rabat voor de bedsteden.

Een spiegeltje, 10 steoelen met een pretter 4 schilderijtjes 1 scheerbecke  8 tinne schotels 22 dito lepels en 12 geleijen schotels.

Agtien bordekens en boterschoteltje 4 witte kommen een reckje en daar in 12 grote bakjes ende schoteltjes 2 eijsere halen 5 dito tange twee dito roosters een hang eijser een koekpot een asschop 1 aalspitje en dito knikijser 1 dito kapmes 1 vuureijser

Een mandeke en daar in clompnakers en houtjes makers gereetschap 1 treckzaag 1 ijsere el 1 kopere bedpan 1 1 eijsere steel 1 eijsere vorken taefel.

1 gedrukt linde schoorsteen kleet 3 racken met een kannebort.

2 kopere teemsten 2 dito schuijmspaanen 1 dito blaker q dito lamp 1 dito confoort 1 dito resp  1 dito theeketel 2 dito ketels 1 dito melkkan  1 dito aker 1 dito streijk eijser.

nog 5 dito ketels soo die sijn met dito panneke 2 dito kaasboren

2 kamer varkens houtte  1 dito blaaspijp 3 taafeltjes soo die sijn  1 torfton

een etens spindeken en daar onder in eenige tommelerije en in gelt 33:0:8 een eenige duijten, een kastje en daar in bevonden boven 8 linde lakens en een stuk 8 dito hemden 1 gedrukt tafelkleet nog een dito tafel kleet nog een dito tafellaken een benne en daar in eenige mutsen etc. vanden overledene.

Een leije kap en onder inde kast 3 vrouwe rocken soo die sijn

2 mantels en nog drie rocken een mof  2 mantels en nog drie rocken  een mof 24½ pond gekookt garen  2 pond  graauw garen 1 stulp hoed en daar op 4 boteltjes

in de voorkamer

een bed een peulin een deken 2 lakens 2 groffe slegte gardijntjes voor de bedsteden een trog een hoopje aartappelen waar van dat int huijs de wort gegeten

int kamertje door de keuken

Een beddken en peuling 2 lakens 1 deken

in de gang enden winkel

Eenig aarde werk bestaande in schotels tosten borden etc. schalen en gewigt

2 melktonnen 2 emmers

en voorts eenige klijne winkelwaren niet waart te noemen 3 eijsere potten

op de solder

Een beddeke een peuling sijnde niet waardig

eenge rogge  te meeten een hoopje bokwijt ider

circa 5/4 vat witte bonen en voorts eenige rommeling

in het agterhuijs

een meerij part met een vullen daar bij nog een eenjarig paart 2 melkbeesten 5 kalveren 1 hoge karne 1 klijn kar 1 ploeg 1 eegd 1 haren en staff en germak

vat torff en hout en voorts wat boonstaken etc.

2 rieken 1 kruijwagen 1 hoop met nieuwe klompen een paardegareell een karsaal en toom 1 sloothouw 1 snijbak een slijpsteen wwn bot 1 bgger beugel 1 laddertje oxhooft eenig hooij tot voeden voort vee.

agtert huijs een mishoop

3 heckens soo die zijn en voorst nog eenige rommelarije

3 spaai dorsvlegels

2 spinnewielen

Staat te ontfangen ten proffijte den boedel

van sijmen Koster ses gulden 6: 0: 0
van Adam Moerscholt 0: 18: 0
van Jacob Schep 25: 0: 0
van Jenneken Verduijn 12: 5: 4
van Anthonij Reckers 2: 10: 0
van Francis Knullaard te Oosterhout 110: 0: 0
van Elias Verduijn      
baijken aande sluijs      

lastige schulden des boedels

eerstelijk staat te betaalen aan de borgemeesters de somme van      
aan de heer Johan Zeijlmans coopman te Rotterdam      
aan Pieter Smits te Waalwijk 6: 0: 0
aan meester de Lange 6: 0: 0
aan Peeter Wouterse Zeijlmans een obligatie groot 200: 0: 0
te Oorschot voor clompen 14: 0: 0
van outs aldaar nog      
aan Jan van Cleeff 3: 16: 0
aan Meus Zeijlmans 4: 10: 0
daar tegen staat te reekenen aan Jan van Oosterhout molenaar te Schravenmoer   6:   10:   0
aan Janneke de Bont 3: 12: 0
aan Adriaan Vassen 1 vat asijn      
aan de heer Adrt van hure van ackerlant 2 jaar 48: 0: 0
aan                                te Dort 30: 0: 0

Aldus gedaan en geinventarissert ter goedertrouwe soo als Hendrik Vaartman op gegeven heeft met aanbiedinge so hij nog iets ontdekt den boedeldaar mede te amplieren onder presentatie van edde coram de schout Thomas Zeijlmans en Anthonij van Pas schepenen desen 22 april 1742

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

dat ist kruis merk bij Tomas Zeijlmans gestelt

Fol 94 re

Op huijden 3e meij 1743 soo willen Hendrik Langermans, weduwenaar van Anna Cesper, voor sijn selven en Peeter Cuijl, als representant vande uijtlandige Cesper en Aart Paap en Peeter Bogers als voogt  vande minderjarigemitsgaders de meerderjarige kinderen van Anna Cespers voornooemt, publiecq ende voor alle man te overstaan van schout en schepenen van Waspikbij forme van erfhuijs verkoopen de haaff en meubilaire goederen bij de voornoemde Anna cespers naergelaten soo als die te berden sullen worden gebragt op de conditien en voorwaarden hier naar volgende.

Wie eenig gelt biet sal gehouden wesen te blijven bij sijn gebodt op een boete en breuke van 25 guldens gaan naar pijn en regt.

de coopers off meijnders sullen gehouden sijn hare beloofde cooppenningen te betalen gereet en contant alvorens sij hare gekogte goederen vant erf sullen mogen vervoeren en soo imant sijn gekogt goed van t erf bragt sonder eerst te betalen sal verbeuren aan den officier dartig stuijvers van ider onbetaalte coop die hij vervoert den welke het het beloofde gelt en boete tot casten vande overtreders sal vore ren cum expensis.

De coopers sullen boven de cooppenningen mede gereet moeten betalen voor het slag of pontgelt en XLe penning van ideren guldens eenen stuijver en vande meubilen 8 penningen voor den Xle penning daar en boven.

De verkoopinge geschiet stoot voets sonder in eenige onder off overmate gehouden te sijn.

De verkoopers houden aan haar vrij 12 lossinge mits gevende voor ider lassinge twee stuijvers.

Den officier houd den eersten tweeden en derden roep aan sijn selven wil niemant bevatten off ook niet bevat off agterhaalt sijn.

24 boenders, Cornelis Paap o: 3: 8
12 besemen, Hendrik van Diemen 0: 6: 0
6 dito, Hendrik van Diemen 0: 2: 0
5 timisten, Cornelis Paap 0: 5: 0
12 aarde testen, Aart de Bont 0: 3: 0
12 a 13 dito schotels, Jan van Lint 0: 3: 0
4 potten en 3 testen, de weduwe Joost Sterrenburg 0: 2: 0
6 aarde schoten en dito teijl Jacobus Roeff       0:    2:    0
  1: 6: 8
1 doorslag en stoop, Cornelis vande Hoeve 0: 4: 8
6 aarde potten 0: o: 0
3 boterpotten, Hendrik van Diemen 0: 2: 0
1 dito melkkan en stoopke, Tijs Dolk 0: 4: 0
1 eerde teijl en pan, Cornelis van Herk 0: 2: 0
2 kannen en 2 pinten, Hendrik van Diemen 0: 7: 0
12 stokvissen, secretaris 0: 13: 0
1 hauten durslag 3 lepels enz, Peeter Jochems Berthouts 0: 9: 0
1 strooptonneke, Jan Schoutten 0: 6: 0
1 tonneke mar swavelstokken, Thomas Schoenmakers 0: 2: 0
1 boterteijl enz, Hendrik van Diemen 0: 5: 0
1 spijkerbak met spijkers, Cortiaan Erms 0: 16: 0
1 korfke met lalmoes catoen etc, Thomas Coninx 0: 8: 0
4 seven 1 teemst etc, Peeter Jochems Berthouts 0: 13: 0
1 potje met boter verff en 2 dooskens met rommekruijt, Arnoldus Schep 0: 5: 0
1 ijser vijsel en 2 melkkannen la Bartel van Vugt 0: 8: 0
2 dooskens met nagel noot en nagelbollen, Peeter Cuijl 0: 15: 0
1 dooske met stijsel en blausel, Adriaan Sagt 0: 9: 0
eenige papieren met garen lint rijgnestels &  Cornelis van Herp 1: 8: 0
doos met peper en eenige grau papier, secretaris 0: 5: 0
1 tonneke met gort, L, Johanna Boeren 0: 3: 0
1 tonneke met gort, Peeter Jochems Berthouts 0: 14: 0
6 pond gepelde garst, Peeter Jochems Berthouts 0: 6: 0
1 tobbeke boekwijte grut, Cornelis Snellens 0: 14: 0
1 tobbeke met 12 pond rijst, Cornelis Paap 0: 14: 0
1 coffij molen, Cornelis Paap 0: 14: 0
2 houte schalen met eijdere balans, Cornelis van Herk 1: 0: 0
2 ponter touwen, Jan de Bruijn 0: 13: 0
eenig touwerk en helster, Pr Bogers 1: 0: 0
1 blacke tebus en dito olimaten, Maria Sagt 0: 5: 0
15 a 15 pond loije gewigt Adr. de Jong 0: 18: 0
4 melkseelen Hendrik van Diemen 0: 18: 0
1 asijn vat, Joos Maas 0: 7: 0
1 dito Corstiaan van Boxel 0: 7: 0
1 dito Jan Schouten 0: 7: 0
1 dito Arnoldus Schep 0: 6: 0
1 dito Janna Boeren       0:     2:    0
  16: 19: 8
2 halff vaats tobben, Joost Verschuren 0: 7: 0:
1 dito Peeter Jochems Berthouts 0: 2: 0
1 oli vat Corstiaan van Boxel 0: 6: 0
3 tonnekens, Corstiaan van Boxel 0: 6: 0
1 dito melkton, Arnoldus Schep 0: 5: 0
1 oxhooft, Cornelis vanden Hoeven 0: 8: 0
1 dito, Cornelis vanden Hoeven 0: 13: 0
1 dito, Joost Verschuren 0: 8: 0
1 dito, Floor Pruijkers 0: 19: 0
1 wastob, Peeter van Dongen 0: 10: 0
1 vleescuijp, Jan Schoutten 0: 6: 0
1 wateremmer, Peeter Smits 0: 8: 0
1 dito, Jacobus Boeser 0: 11: 0
1 ruijvefel stikgraaff bot oosten la Aart de Bont                         0: 8: 0
1 varken, Jacobus Boeser 0: 11: 0
1 leijk, Peeter Jochems Berthouts 0: 8: 0
1 riek, den schout 0: 5: 0
1 dito en 2 vorken, Anthonij Berthouts 0: 10: 0
1 brilspaij, Peeter Jochems Berthouts 0: 13: 0
1 houte vat en beugel, Joost Verschuren 0: 8: 0
1 sigt en haak en plukhaak, Arien Vaartmans 0: 12: 0
1 jock, Dirk Rijken 0: 10: 0
3 hak 3 rijven coppelstok en bierboom, Peeter Jochems Berthouts 0: 9: 0
1 spaij en 2 blocken, de weduwe Wouter Biemans 0: 10: 0
1 sigt en haak, Joost Maas 0: 6: 0
1 spinnewiel, Adriaan Costers 0: 12: 0
1 dito, de weduwe Huijbert Bogers 0: 8: 0
een buijl coffibonen, Peeter Cuijl 0: 17: 0
1 tobbetje met bempsaat, Thomas Coninx 0: 6: 0
1 schotel rek, Thomas Coninx 0: 7: 0
2 dito, Jan Schoutten      
1 kannebort, Cornelis vanden Hoeven 0: 11: 0
1 torfton, Cornelis Paap 0: 6: 0
1 houten en 1 biese stoel, Jacobus Roeff 0: 3: 0
1 copere wasketel, Jacobus Roeff 7: 5: 0
1 copere wasketel, anthonij van Pas 7: 10: 0
1 dito, Johannis Sweddens 4: 5: 0
1 copere hantketel, Peeter Verschuren 3: 14: 0
1 dito keteltje, Cornelis Paap 1: 18: 0
1 dito, Thomas Coninx 1: 0: 0
1 dito melkkan, Peeter van Dongen 7: 0: 0
1 dito, aker Johannis Swedders 2: 0: 0
1 copere teemst, Jan de Bruijn 2: 0: 0
1 dito, Jan de Bruijn 3: 0: 0
1 copere eremeijt, Cornelis Paap 2: 15: 0
1 copere schuijmspaan met een ijsere steel, den schout 0: 13: 0
1 dito, Jan Schouten 0: 14: 0
1 copere bedpan, Peeter Jochems Berthouts     3:    4:    0
  59: 16: 0
1 copere lamp, Peeter Bogers 1: 3: 0
2 dito schaaltjes en raso, wijnant van Cleeff 0: 10: 0
2 dito panneke, Wijnant van Cleeff 0: 16: 0
1 dito, secretaris 0: 14: 0
1 dito blaker 2 keesboren en tinne lamp, Jan Boer 0: 9: 0
1 toebaks confoor, Jan Schoutten 0: 6: 0
1 copere tregter, Jan Swedders 0: 6: 0
1 copere trekpot, Arien de Zeeu 0: 13: 0
1 dito coffij ketel, Mattijs Sekeers 1: 0: 0
1 dito, Jan Swedders 2: 2: 0
1 lepelbort met 12 lepels Peeter Smits 1: 4: 0
7 lepels, Yhomas Coninx 0: 12: 0
7 dito, Thomas Coninx 0: 10: 0
5 tinne maatjes en een commeken, Jan Schoutten 1: 2: 0
1 copere strijkijser, den schout 0: 17: 0
1 tinne schotel, Aalbert Capiteijn 1: 4: 0
1 dito, Arien de Zeeu 1: 7: 0
1 dito, Aalbert Capiteijn 1: 5: 0
1 dito bij Cornelis Paap 1: 13: 0
1 dito, Cornelis Paap 1: 2: 0
1 dito, Jan Swedders 0: 5: 0
10 eijsere frecketten en 1 snuijter, Janneke Rijken 0: 6: 0
1 als schup, Freijs bruijnenbaart 0: 12: 0
1 haal, Jacob Blok 1: 7: 0
1 dito, Gijsbert Coninx 0: 14: 0
1 koekpan en hangijser, Peeter Jochems Berthouts 0: 8: 0
2 roosters, Joachim Zeijlmans 0: 9: 0
1 toom en deegschup, Mattijs de Zeeu 0: 16: 0
2 tangen, Cornelis vanden Hout 0: 9: 0
1 eijser confoor, Jochem Zeijlmans 0: 15: 0
1 blecke lanteeren en lamp, Arnoldus Schup 0: 6: 0
1 raafshooft en verken, Jan broks 0: 6: 0
1 pistooltje, sijme Schep 0: 15: 0
1 snaphaan, Peeter Smits 0: 12: 0
1 teerekje, Adriaantje Sagt 0: 9: 0
1 ijsere pot en deksel, Arien Vaartmans 1: 0: 0
1 dito, Gijsbert Coninx 0: 14; 0
1 dito, Jacobus Boeser     0:  18:    0
  30: 4: 0
1 groote fles, secretaris 0: 5: 0
5 teecopjes en schoteltjes, Huijbert van Hassel 0: 8: 0
dito Peeter van Dongen 0: 7: 0
4 witte commen, Cornelis Paap 0: 6: 0
5 geblomde schotelen, Jacobus Boeser 0: 11: 0
2 dito backen en 4 schulpschoteltjes, Jan van Lint 0: 10: 0
4 schulp schotelen, Arien Aartmans 0: 10: 0
3 geblomde schotelen, Goeijert Colen 0: 7: 0
6 borden galije, Arnoldus Schep 0: 11: 0
9 witte borden en soutvat, Adriaan Deckers 0: 9: 0
2 bortels en eenige fleskes, Jan Broks 0: 3: 0
2 glaasjes en en een roomerke met een steene pint, Peeter Nieuwenhuijsen   0:   13:   0
1 mant met clompmakers gereetschap en een treksaag, Hendrik Langermans   4:   8:   0
2 gedrukte linnen gardijnen en een rabat, Cornelis Vijveren 0: 15: 0
1 dito tafel en schoorsteencleet, Jan van Lint 0: 14: 0
2 gardijnen, 1 schoorsteen kleet en rabat, Corstiaan van Boxeel 0: 8: 0
1 corfke, Bartel de Bont 0: 4: 0
1 tafeltje, Cornelis Vijvers 0: 10: 0
1 tafel, Jacobus Boeser 0: 12: 0
1 dito, Tomas Coninx 0: 16: 0
1 melkton, Jacobus Boeser 0: 8: 0
26 pond garen, Cornelis Paap t pont a 9 stuijvers is 11: 18: 8
1 melkton, Antonij Berthouts 1: 7: 0
1 bedt en peulu, Lammert van Dongen 2: 16: 0
1 dito, Anthonij van Diemen 1: 10: 0
1 dito, Adriaan Olislgers 2: 10: 0
3 deeckens Adri. Anthonij Sijmans van dongen 1: 7: 0
1 capmes aalspit 2 cranen enz., Maria Sagt 0: 9: 0
1 bed hoofdpeulu 2 kussens 2 lakens 2 deeckens, Hendrik Langermans 8: 5: 0
3 dorsvlegels hakmes en hamer, Tijs Dolk 0: 10: 0
1 vuurijser en spiegel, Peeter Wouters Zeijlmans 0: 10: 0
1 schabel, secretaris      0:    6:    0
  37: 12: 8
1 vlagseijse en hanthaak, Jacobus Boeser 0: 11: 0
1 hal en beijl, Peeter Verschuren 0: 17: 0
1 schuspsaag, Geerit Vermeijs 0: 9: 0
eenige schilderije swing enz., Cornelis vanden Hoeve 0: 7: 0
1 snijbak snij enz., de weduwe Wouter Biemans 0: 14: 0
1 slijpsteen, Adriaan Boom 0: 11: 0
1 karn met het lat staff en toebehooren, Anthonij Beerthouts 5: 0: 0
1 bak en vat met kalk, Arien de Zeeu 0: 12: 0
1 ton met alssen, Cornelis Paap 0: 13: 0
2 wannen, secretaris 0: 3: 0
1 baggerbeugel, Damis Schoenmakers 0: 9: 0
1 dito, Jan Pols 1: 0: 0
1 seijsie en krabhaak, Geerit de Rooij 0: 3: 0
1 soutkas 1 van sout, Cornelis van Wagenborg 1: 0: 0
1 seijsie haak en schupke, Jochem Zeijlmans 0: 13: 0
1 sijsie, Hendrik Dolk 0: 13: 0
1 tonneke met cnolsaat, secretaris 0: 10: 0
1 paerde grele hagte etc 0: 15: 0
1 dito greel, Johanis Zeijlmans 1: 10: 0
den trogh, Arnoldus Schep 1: 16: 0
karsaal en ligt 0: 13: 0
een kruijwagen, Jan Schoutten 1: 0: 0
1 mand met erten, Lambert van Dongen 0: 14: 0
de witte boonen ider vat 31 st., Peeter Passon 3: 12: 0
de rog op solder ider vat 11 ¼ , Jan Peeters Boeren, 25 ½ vat 14: 6: 10
9 ½ den boekwijt ider van bij Cornelis Paap 12: 7: 0
de kast in de keuken naast de glas, Jan Schenkels 2: 10: 0
het kastje naast de deur, Dirk rijken 1: 0: 0
de roij getijgerde melkkooij bij Jan Schoutten om 56: 0: 0
een grijs melkkooij bij Cornelis de Rooij 51: 15: 0
een wit grijs kuus kalff naast de koeij, Willem Zeijlmans 11: 0: 0
het grijs oskaelf daar aan staande bij van Zelm om 14: 0: 0
het vaal cuijs kaelf daar naast staande, Cornelis Paap 4: 10: 0
het grijs oskaelff inde stal, Thomas Zeijlmans 4: 0: 0
het kuijs kalff int gebent, Claas van Cuijk 4: 0: 0
de meerij en tveulen daar bij, Huijbert Buijs om 67: 5: 0
het een jaring paart bij Dirk rijken om 36: 0: 0
1 tinne treckpotje Cornelis Paap, 7 stoelen Peeter Bogers 0: 16: 0
het hoopje hooij ende toemaat gelost bij Hendrik Lamgermans 6: 0: 0
de heckens, Anthonij van Dongen 1: 10: 0
het gemak, Cornelis van Wagenberg om 0: 14: 0
een hoop met clompen, Cornelis Paap 5: 0: 0
twee ladders, anthonij Berthouts 0: 15: 0
en voorts dat int agterhuijs nog onverkogt en buijten uijtgebracht is, Thijs de Zeeu   1:   18:   0
de torff in t agterhuijs en datter verders onverkogt in gevonden wort, Geerit Dolk   2:   3:   0
de coij mist hoop, Cornelis de Zeeu 3: 0: 0
de paarde misthoop, Jacobus Boeser 3: 1: 0
het out ijser inde kamer, Jan Broks 2: 16: 0
een ashoop en aarthoop, Jasper Voegers 1: 16: 0
de hooge karre, Anthonij Potmakers 14: 0: 0
de leege aartkar, Jacobus Boeser 5: 0: 0
de ploeg bij Lammert van Dongen om 1: 7: 0
1 oude nieuwe egt bij Thomas Coninx 0: 6: 0
eert beugel enz. bij Thomas Coninx 0: 6: 0
den torf int schuurtje, Teunis de Hoog 1: 16: 0
de oude boonstaken, Jan van Geemert 3: 12: 0
de nieuwe boonstaken, Jacobus Boeser 1: 10: 0
alle de mutsaart, Hendrik van Diemen 3; 10: 0
eenige geerden en slieten, Jan Schip 1: 3: 0
de leer int schuurke een hoopken hout quaij horden etc., Cornelis de Zeeu 2: 10: 0
het winkeltje van planken ende bankenop de geut, Peeter Bogers 0: 19: 0
1 vleesboom 1 plank etc., Jan Boesere 0: 6: 0
1 tob aande deur, Cornelis Snellens 0: 6: 0

Aldus deze verkoopinge regtelijk gedaan ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Thomas Zeijlmans en steven scheur, schepenen in Waspik, desen 3e meij 1743.

quoa attestor, J. Zeijlmans, secretaris

De geheele erffhuijsceel bedraagt     522: 14:  2

aff  wegens de haaff                          248: 10:  0

                                                           274:   4:  0

comt den Xle penning vande meubilaire goederen          f 6: 17: 2

Fol. 98 re

inde kantlijn: uijtgemaakt

Scheijdinge ende erfdeelinge die bij desen doende ende aan schout ende geregten van Sgrevelduijn Grootwaspik en Twaalftalve Hoeve overgevende sijn Peeter Gijsbertse de Jong ende Peeter van Dongen als in huwelijk hebbende Dingena Gijsbertse de Jong, beijde kinders van Gijsberts Peeterse de Jong in sijn leven gewoont hebbende onder de jurisdictie van Twaalftalve Hoeve Grootwaspick ende dat van soodanige goederen soo roerende als onroerende als den voornoemde Gijsbert Peeterse de Jong metter doot ontruijmt ende naargelaten heeft, soo ende in manieren als volgt.

Eerstelijk soo is Peeter Gijsbertse de Jong bij blinde lootinge geloot gecavelt en beerfdeelt op een huijs, hoff, erve en delle staande en gelegen alhier in 11½ Hoeve Grootwaspick tusschen erffenisse van Thomas van Tichel oost ende de weduwe Jan vanden Berg cumsuis tegens de del west, streckende uijt den zuijden vande halve herstraat aff noortwaart in tot de Cae off Grootwaspik toe.

Hier tegens soo is Peeter van Dongen als in huwelijk hebbende Dingena Gijsbertse de Jong bij blinde lotinge geloot gecavelt en beerfdeelt op eene somme van agt hondert guldens contant gelt die hij bekent nu uijt den boedel ontfangen te hebben en daar van voldaan te sijn den eersten penning metten lestten als mede nog op den imboel soo bedden en hooftpeuluwen hkussens deeckens potten koopere ketels en kannen steoelen en banken en waar mede hij verclaarde te nemen volkomen genoegen en contantement.

Wijders is conditie dat sij comparanten te samen uijt den gemeenen boedel sullen betalen alle lasten en verpondingen als omslagen soo ordinaire als extraordinaire voor soo verre die omgeslagen sijn tot den lesten december 1743 incluijs, en dat ider sijne aanbedeelde geoderen sal aanvaarden met alle sijne wegen stegen dijken dammen schouwen leijen dorps en andere lasten en verdere naburen regten baten schaden en geregtigheden met regte daar toe en aan behoorende en soo als die bij den overledenen metter doot ontruijmt en naargelaten sijn.

Aldus dese deijlinge regtelijk gedaan en hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijthollant en verclaardeden eenen tot behoeve vanden anderen sijn bevallen lot te renintieren soo als sij doen bij desen. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Dirk van Dusseldorp, schepenen in Waspik, den 6e december 1743.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol 98 vo

inde kantlijn: uijtgemaackt

Scheijdinge ende erfdeelinge die bij desen doende ende aan schout en geregten van Grootwaspik over gevende sijn Peeter Adriaanse Vermeijs, Arnoldus Adriaanse Vermeijs, Geerit Adriaanse Vermeijs en Wouter van Dusseldorp als in huwelijk hebbende Catharina Adriaanse Vermeijs ende in die qualiteijt alle kinderen en erfgenamen van zaliger Adriaan Matijse Vermeijs ende Jenneken vander Sande egteluijden in haar leven leven gewoont hebbende en overleden alhier ende dat van soodanige vaste goederen als haar door overlijden van haare moeder als langstlevende metter doot sijn ontruijmt ende naargelaten ende sijn de vaste goederen onder haar comparanten bij het trecken van blinde loten verdeelt ende te deel gevallen als volgt:

Eerstelijk soo is Peeter Adriaanse Vermeijs bij blinde lotinge geloot gecavelt en beerfdeelt op de geregte helft van een huijs, schuur, hoff, erff en driessen, staande ende gelegen alhier waer van de wederhelft op Geerit Vermeijs is bevallen, belent oost vant geheele huijs hof en dries Dirk van Dusseldorp en ten westen Adriaan Vassen, streckende uijt den noorden vande halve Herstraat aff zuijtwaart in tot den onderteen van den dijk toe soo als het bij haar vader en moeder tot nog toe is gebruijt geweest.

Nog de geregte helft van een parceeltje uijt gedolven moergront gelegen alhier buijten den dijk agter de ackers belent ten oosten Maria Blankers en ten westen dorps veldeken teijnde Stathouders Dijk streckende uijt den noorden vande wiel en dijk aff zuijtwaart en het moerke van Maria Blankers toe.

Ten tweeden soo is Arnoldus Adriaanse Vermeijs bij blinde lotinge geloot gecavelt ende beerfdeelt op een binnen delle gelegen alhier inden polder van Grootwaspik tusschen erffenisse van Thomas Schep oost en de weduwe Peeter Mattijssse Camp west streckende uijt den zuijden vande halve Herstraat aff noortwaart in tot de Cae toe.

Ten derden soo is Geerit Adriaanse Vermeijs bij blinde lotinge geloot gecavelt en beerfdeelt op de geregte helft van en huijs schuur hoff erve en driessen taande en gelegen alhier waer vande wederhelft hier voren is bedeelt op Pieter Vermeijs belent ten oosten van t heele huijs erf hof en driessen Dirk van Dusseldorp en ten westen Adriaan vassen streckende uijt den noorden vande halve herstraat aff zuijtwaart in tot den weg toe.

Nog de geregte helft van een parceeltje uijt gedolven moergront gelegen alhier buijten den dijk agter de ackers belent ten oosten Maria Blankers en ten westen dorps veldeken teijnde Stathouders Dijk streckende uijt den noorden vande wiel en dijk aff zuijtwaart en het moerke van Maria Blankers toe.

Ten vierden soo is Wouter van Dusseldorp als in huwelijk hebbende Catharina Adriaanse vermeijs bij blinde lotinge geloot gecavelt en beerfdeelt op het geregte 1/3 part van eenen acker bijster en moergronden haren vader zaliger aangekomen van sijn vader Mattijs Vermeijs ingevolge de deijlinge voor schout en schepenen van Capel, gepasseert op den 14 september 1728 en sulx in gevolge die deijlinge volgende weijse als eerstelijk op het geregte westense derdepart van eenen acker zaijlant gelegen alhier belent ten oosten vanden heelen acker . . . . . .  Hoevenaar en ten westen de kinderen van Thomas Buijs, streckende uijt den noorden vanden bijster aff zuijtwaart in tot de erve van Adriaantje Janse Cloot toe.

Item alsnog op de geregte westense helft vanden bijster tot de Cromme steeg toe, gelegen als voren belent oost Geerit Dolk, Barent van Waspik en Caatje en Cornelia Vermeijs met de weder helft en west de kinderen van Thomas Buijs streckende uijt den zuijden vanden voorschreven acker aff noortwaart op tot de Cromme Steeg toe.

Nog op de geheele breedte van het moerblok als voren gelegen streckende vande Cromme Steeg aff noortwaart op tot het middelste blok van Caatje en Cornelia Vermeijs cumsuis met het middelste moerblok toe met nog een derdepart in seeker boske ten zuijden van Thomas Cisteter hofke gelegen en de willige boomen aan het noorden eijnde vande voornoemde bijster staande en moet dit een derdepart en twee derdeparten malkanderen wegen en stegen soo wel zuijtwart als noortwaart en is dit een derdepart belast met een roeden agt voeten dijk en straat aanden westenkant en moet betalen veertien penningen in ider schaltinge off coninx bede.

Wijders is conditie dat sij comparanten te samen uijt den gemeenen boedelsullen betalen alle lasten verpondingen als omslagen soo ordinaar als extraordinaar tot den lesten december 1743 incluijs en dat ider sijne aanbedeelde geoderen sal aanvaarden met alle sijne wegen stegen dijken dammen straten schouwen leijen dorpslasten en andere naburen regten baten schaden en geregtigheden met regt tot ider sijne aanbedeelde parceelen behoorende en soo als die bij haar vader en moeder in haar leven sijn gebruijkt en metter doot ontruijmt en naargelaten.

Aldus dese deijlinge regtelijk gedaan en gepasseert en hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naer den regte van zuijthollant en verclaarde den eenen tot behoeve van den anderen sijne aanbedeelde goederen te renuntieren soo als sij doen bij desen. Actum ter presentie en en overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Thomas Zeijlmans en Anthonij van pas, schepenen in Waspik, desen 22e februarij 1744.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

dit ist merk kruis bij Tomas Zeijlmans gestelt

Fol 99vo

inde kantlijn: uijtgemaakt

Scheijdinge ende erfdeelinge die bij desen doende en aan schout en en schepenen van Grootwaspik overgevende sijn Willem Melisse Otgens weduwenaar van Dingena Hendrikse Schoenmakers involge sijn missive onder het concept aan dese deijlinge bij hem onderteijkent ter eenre ende Peeter Willemse Otgens, Jan Willemse Otgens, Mattijs Willemse Otgens ende Thomas Boudewijns als in huwelijk hebbende Maria Willemse Otgens, alle kinderen en erfgenamen van Dingena Schoenmakers ende den voornoemde Willem Melisse Otgens ter andere zeijde en dat van soodanige goederen en effecten als den eersten comparant en sijn huijsvrouw te samen staande huwelijk hebben beseten gehadt en hij eerste comparant den selven boedel nog besittende is soo ende in manieren als volgt.

Eerstelijk soo is Willem Melisse Otgens weduwenaar van Dingena Schoenmakers geloot gecavelt en beerfdeelt eerstelijk op een huijs hoff erve en ackerlant staande en gelegen alhier in Twaalftalve Hoeve Grootwaspik belent ten oosten de weduwe Adriaan van Tichel met haar huijs en hof en d’erfgenamen van Heijltje Peeterse Zeijlmans weduwe Wouter Stevens met haren acker den een teijnde den anderen en ten westen de heerlijkheijt van Hendrik Luijtenambagt of de huijsinge erve acker en weijlant van Peeter Cornelisse Camp, streckende uijt den noorden vande halve Herstraat off de stede van Jan Janse vasn Tichel off zuitwaart in tot de geerden van Jan willemse Otgens en Coholijn Cluft cumsuis toe.

Nog op vier geerden hooij ende weijlant gelegen inden polder van Grootwaspik in een stuk van ses geerden gemeen en onverdeelt met Bastiaan Vassen en de kinderen van Johannis Schoenmakers belent ten oosten van de heele ses geerden Peeter van Dongen cumsuis en ten westen de weduwe Peeter Zeijlmans, in sijn leven secretaris alhier, streckende uijt den zuijden vanden Caesloot of Twaalftalve Hoeve aff noortwaart in tot den halven Scheijsloot toe.

Nog eenen acker zaijlant gelegen in 11½  Hoeve Grootwaspik, belent oosten d’weduwe Jan vanden Berg en ten westen Jan Huijscuijl en Grietjen Geerden Otgens, streckende uijt den noorden vande halve Herstraat af zuijtwaart in tot de moergront vande weduwe Jan Sterrenburg toe.

Nog een ¼  part van eenen geer gelegen in Hendrik Luijden ambagt bij hem aangekogt van Jan Peeterse Zeijlmans gemeen met Jan Lips cumsuis.

En den laatsten nog op den imboel gelt gout silver gemunt en ongemunt actien en creditien obligatie als anders egeene uijtgesondert of gereserveert.

Hier tegens soo sijn Peeter Jan en Mattijs Willemse Otgens en Thomas Boudewijns als huwelijk hebbende Maria Willemse Otgens, en sulx ider voor een vierdepart geloot gecavelt en beerfdeelt eerstelijk op vier geerden hooij en weijlant gelegen inden polder van Grootwaspik in een stuk van agt geerden bedeelt op den westenkant belent ten oosten vande heele agt geerden Jan Peeterse de Jong cumsuis en ten wetsen Herman Seijlkant toebehoorende de weduwe Huijbert Lamberts Schoenmakers en den polder alhier streckende uijt den zuijden vanden Caesloot of Twaalftalve Hoeve asff noortwaart in tot den halve Scheijsloot toe.

En ten laatsten nog op een buijten delle gelegen alhier in Sgrevleduijn Grootwaspik belent ten oosten Jan Pols en ten westen de kerk alhier streckende uijt den zuijden vande halve Herstraat af noordwaart in tot Cleijnwaspik toe.

Verder is conditie dat den eersten comparant sal moeten betalen alle lastige schulden tot laste den boedel loopende tot desen dagen toe als mede de onkosten vant leggen vande caijstraat tot de voornoemde delle behoorende.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijthollanr en verclaarde den eenen tot behoeve vanden anderen sijn aanbedeelde goederen en effecten te renuntieren soo als sij doen bij desen en beloofde een ider sijn aanbedeelde goederen te sullen aanvaarde met alle sijne wegen stegen dijken dammen straten waterloopen schouwen leijen sheeren chijnsen verpondinge polders lasten en andere naburen regtenbaten schaden en geregtigheeden met regt tot ider parceel behoorende. Aldus gedaan en gepassert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Thomas Zeijlmans en Anthonij van Pas, schepenen in Waspik, desen 23e maart 1744

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

dit ist kruis merk bij Tomas Zeijlmans gestelt

Fol 101vo

inde kantlijn: uijtgemaakt

In den name godes Amen

Op huijden den 26e maart 1744 compareerde voor ons schout en schepene van Sgrevelduijn Grootwaspik en Twaalftalve Hoeve ondergenoemt, Peeter Willems Otgens en Maria Anselmusse Zeijlmans egteluijden, woonende onder de jurisdictie van 11½ Hoeve Grootwaspik, sijnde gesont naar den lichame gaand en staande en beijde haar verstant redenen en memorie wel magtig en gebruijkende soo ons uijterlijk scheen en bleek dewelke betuijgde van meninge te sijn omme van hare tijdelijke goederen te disponeren soo als sij doen bij desen en dat op de volgende weijse namentlijk dat sij testateuren malaknaderen reciprocelijk dat is over en weder en sulx den eerst stervende den langstlevende van heb beijde komen te stellen nomineren en institueren tot sij of haren eenigen geheelen en universelen erfgenaam en dat in alle hare naar te latene goederen soo roerende als onroerende gelt gout silver gemunt en ongemunt haaff ende imboel actien en crediten soo wel active als passive egeene van dien uijtgesondert soo als die bij den eerst overlijdende metter doot ontruijmt en naargelaten sal worden omme met dat alles te mogen doen handelen ende verrigten soo int coopen verkoopen belasten en beswaren soo als des langstlevende goeden raat gedragen  sal en sulx met vollen regt van institutie onder dese expresse conditie nogtans dat den langstlevende van hen testateuren gehouden en verpligt sal sijn hare kinderen reets bij den anderen verweckt ofte nog te verwecken en naar te laten op te voeden en alimenteren in eten en drinken cleidinge en reedinge van linnen als wollem soo wel sieck als gesont egeenen tijt van perijkel uijtgesondert deselve te laten leeren lesen en schreijven en daar en boven en goet hantwerk of andere exercitie te alten leeren waartoe deselve naar den staat des boedels best bequaam sal of sullen bevonden worden en dat tot hare mondige dagen huwelijk of andere geapprobieerde state toe als wanneer den langstlevende gehouden en verbonden sal sijn aande selve uijt te reijken ende voldoen hare geregte ligitime portie haar naar regte compiteerende deselve hare kinderen inde simpele ligitime portie instituerende soo als sij doen bij desen,.

Wijders hebben sij testateuren elkanderen gestelt tot voogt ofte voogdesse over hare naar te latene kinderen en ergenaamen en naar overlijden vanden langstlevende tot voogdt Jan Willemse Otgens en bij overlijden vanden selven Jochen Anselmusse Zeijlmans en nog bij overlijden vanden selven Jan Peeterse Zeijlmans en tot toesiende voogt Jan Anselmusse Zeijlmans en bij overlijden vanden selven Mattijs Otgens en nog bij overlijden vanden selven Peetr Anselmusse Zeijlmans ende dat alles met uitsluijtinge van schout en geregten van Grootwaspik mitsgaders alle andere geregtens en weesheeren daar haarlieder sterffhuijs soude mogen komen te vallen niet willende dat deselve (behoudens haar respect en eerwaardigheijt) haar met hare naarlatenschap sullende bemoeijen maar deselve daar voor bedankende mits desen.

Allen het geene voorschreven staat de testateuren van woorde te woorde sijnde voorgelesen verclaarde sij het selve te wesen haar testament lesten en volkomen uijttersten wille willende en begerende dat het selve sijn volkomen effect sorteren en stantgrijpen sal t sij als testament codicille gifte uijt sake des doots off onder den levende, soo als t selve best naar regten sal konnen of mogen bestaan, alwaar t schoon dat alle solemniteijten naar regten gerequireert hier inne niet en waren geobserveert versoekende het uijtterste benefitie en dat hier van gemaakt en gelevert mag worden instrumente in communie forma.

Aldus gedaan en gepasseert ten huijse van mij secretaris (en verclarde de testateuren benede de vier duijsent guldens gegoet te sijn) ten overstaan van Huijbert Coninx en Dirk van Dusseldorp, schepenen in Waspik als vervangende schout alhier, ten dage maande en jaren voorschreven snamiddags ontrent de clocjke twee uren.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 102 vo

Op huijden den 17e maart 1744 soo willen de weduwe en kinderen van Damis Cornelisse Schoenmakers in sijn leven gewoont hebbende in, overleden alhier, publicq en en voor alle man ten overstaan van schout en schepenen van Grootwaspik bij forme van erfhuijs verkoopen de hafelijke en meubilaire goederen en imboel bij den voornoemde Damis Cornelisse Schoenmakers metter doot ontruijmt ende naargelaten zoo als die de berde sulle werden gebragt op de conditien en voorwaarden hier naar volgende.

Eerstelijk wie eenig gelt bied sal gehouden wesen te blijven bij zijn gebot op een boete en bruke van 25 gulden te gaan naer regt.

De cooper aff mijnders sullen gehouden zijn hare beloofde coopppeningen te betalen gereet en contant alvorens sij hare gekogte goederen van erf zullen mogen vervoerenen zoo imant zijn gekogt goet vant erf bragt sonder eerst te betalen zal verburen aanden offivier dartig stuijvers van ider onbetaalde coop den welken het beloofde gelt en boete tot lasten vande overtreders sal worden cum expensis.

De koopers sullen boven de cooppenningen mede gereet moeten betalen voor het slag of pontgelt en Xle penning van ideren gulden eenen stuijver agt penningen.

De verkooping geschiet stootvoets sonder in eenige onder off overmaten gehouden te sijn.

De verkoopers houden aan haar vrij twaalf lossinge mits gevende voor ider lossinge twee stuijvers.

Den officier houd den eersten tweeden en derden roep aan sijn selven wil niemant bevat of agter haalt zijn.

1 mant met moffe boonen, Peeter van Waspik       0:   3:   0
3 spoelkommen, Jan Vermeijs       0:   9:   0
        0: 12:   0
2 schotelen 3 borden, secretaris       0:   6:   0
3 schotelen, Johannis Bosseren       0:   6:   0
3 borden de weduwe Hendrik de Bont       0:   2:   0
3 schoteljens, Peeter Mattijsse de Bont       0:   7:   0
4 schotelen, Peeter Bosser       0:   5:   0
3 borden, Jan Aarden       0:   5:   0
1 kanneke mosterpot en soutvat Jan Brox       0:   2:   0
1 tinne mosterpot, Johannis Bossere       0:   7:   0
2 steene stoopen, Cornelis Mutsert       0:   6:   0
1 dito, Thomas Schoenmakers       0:   6:   0
1 rooster en 2 kannekens, Jan Corn. Vermeijs       0:   2:   0
1 lepelrek met 12 lepels, Jan Wout Verschuren       0: 18:   0
1 trift kandelaar en kan, Adriaen Verstegen       0:   8:   0
1 korf en schupke, Jan Mattijsse de Bont       0:   5:   0
1 brilspoij, Dirk van Dusseldorp       0: 15:   0
3 vorken, Jan Mattijsse de Bont       0:   6:   0
1 coppelstok en stikscheer, Huijb. Schoutten       0:   8:   0
1 ruijfel en botje en coppelstok, Corn. Mutsert       0:   9:   0
1 claijstok 2 vorkstelen &, Jan Lips       0:   3:   0
1 baggerbeugel en oost, Jan. Ad. Zeijlmans       0:   7:   0
1 slothou en lijnt, Cornelis de Bont       0: 10:   0
1 blok hanghout en hoorn, Ad. van Dongen       0:   6:   0
1 paarde blok hamer, Hend. Schoenmakers       0: 12:   0
1 haargetou 2 rijven 1 riek&, Corn. Mutsert       0: 12:   0
2 rijven en eenige bougelhouten, Peter van Waspik       0:   3:   0
6 loij beugels, Joost Verschuren       0:   5:   0
1 sigt en haak, Dirk de Wit       0:   7:   0
2 wannen, Dirk Leijten       0:   9:   0
      10:   7:   0
1 scherbort, Dries Hoevenaar       0:   6:   0
1 kannebort, Corstiaan van Dusseldorp       0:   8:   0
1 schotelrek, Johannis Bosseren       0:   8:   0
1 seef met erten, de weduwe Hend. de Bont       0:   3:   0
1 rijtoom, Peeter Fijneman       0:   6:   0
2 sneijseijsens 1 riethaak, Jasper van Selm       0:   6:   0
1 seijsie, Cornelis Mutsert       0: 10:   0
1 paar laarsen  
1 schabel, Joost Verschuren  
1 coopere aacker en, Adriaan Verstegen       1:   0:   0
1 dito kan, Hendrik Goosens       1:   1:   0
1 dito, Joost Verschuren       5:   5:   0
1 dito ketel en schuijmspaan, secretaris       2: 11:   0
1 dito, Jan Aarden       2:   0:   0
1 dito, Wllem Biemans       3: 11:   0
1 tob, Peeter van Aphen       0:   5:   0
1 water emmer, Huijbert Schouten       0:   8:   0
1 saal en ligt, Jan Mattijsse de Bont       1: 18:   0
1 greel, Peeter vanden Berg       1:   2:   0
1 kilmant en verkensbak, Corn. Mutsert       0:   5:   0
1 vleijs cuijp, Adriaan Molenschot       1:   1:   0
1 kan met sijn toebehoren, Thomas Schoenmakers       2:   6:   0
1 vleijsbok, Cornelis Mutsert       0:   8:   0
1 teetafel, Corstiaan van Dusseldorp       1:   6:   0
6 stele freketten en een fels, Peeter Fijneman       0:   5:   0
1 eegt, Huijbert van Gils       0: 14:   0
      29:   1:   0
1 ploeg, Willem Biemans       1: 12:   0
1 bed en peuluw, Peeter van Alphen     13: 15:   0
1 aart kar, Jan Mattijssen de Bont       6: 12:   0
1 aar bugel, Willem Biemans       0: 11:   0
1 wagen met sijn toebehooren, Cornelis Mutsert     15: 15:   0
2 draijboomen, Peeter Fijneman       1:   0:   0
2 witte commen, Thomas Schoenmakers       0:   2:   0
1 tafel, Cornelis Mutsert       0: 12:   0
1 hoop eijserwerk, Mattijs Scheers       2:   0:   0
De westense misthoop agter huijs, Lammert Schoenmakers       2: 10:   0
Het stroij per hondert aan te tellen ider hondert gemeijnt bij Jan Peeterse Zeijlmans om twee gulden vijftien stuivers en is aangetelt 150 bossen stroij comt           4:   2:   8
1 rooij bonte koij in geset door Tijs Camp om twintig guldens gemeijnt bij den selven om voornoemde       20:  –:  —
1 bleeke koij Pieter van Raamsdonk om vijf en dertig guldens geloost door Cornelis Mutsert       35:   0:   0
1 swart bleer oskalf, Pieter van Raamsdonk       8:   0:   0
1 swart bont gerijs oskalf, Jan Peeters Zeijlmans       7: 10:   0
1 rooij gremel kus kalf, Cornelis de Bont       3:   1:   —
1 out paart, Pieter van Waspik      10:  9:   —
1 eijke kast, Cornelis Mutsert        2: 10:  —
     135:   9:  8

Aldus dese verkoopinge regtelijk gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert coninx en Dirk van Dusseldorp, schepenen in Waspik, desen 17e maart 1744.

quod attestor

Fol. 104 vo

Op huijden den 16e april 1744 compareerde voor ons schout en schepenen van Grootwaspik ondergenoemt, Geertruij de Bont weduwe boedelhoudster van Jan Cornelisse vanden Berg, te kennen gevende dat sij aan Pieter van Waspik volgens publique conditie hadde verkogt een binnendelle gelegen alhier op den westenkant van Vrouwkensvaartte zuijden van dorpswatergang doorhaling en streckende als inden transporte op dato deses alhier voor schout en schepenen gepasseert wert gemelt welke haar was aangekomen door overlijden van Alida Aartse Cuijl weduwe van Peeter de Bont ingevolgen het contract van deijlinge mede gepasseert voor schout en schepenen alhier op den 30e october 1733 waar bij was geconditioneert dat allen de verdeelde goederen speciaal bleven verbonden en veronderpant voor de alimentatie van Huijb. Peeterse de Bont sijn leven lank gedurende ider ter somme van twintig guldens sjaars off soo veel min of meer als sij tot sijn alimentatie noodig soude mogen hebben en soo eenige van hen sijn aanbedeelde goederen quame te verkoopen sij in sulk geval sullen moeten stellen personele borgen off vaste goederen ten minste ter waarde van seshondert guldens soo verclaarde sij comparante tot securitijt vande voornoemde cooper voor de alimentatie vanden voornoemde Huijbert Peeterse de Bont voor haar cortigent of een sesdepart te verbinden en ten waarborge te stellen een buijten delle gelegen alhier tusschen erffenisse van Bastiaan Fransen Boeser oost en Wouter vander Leij west streckende uijt den zuijden vande halve Herstraat af noortwaart in tot Cleijnwaspik toe alsmede nog eenen acker zaijlant gelegen alhier in Twaalftalve oeve Grootwaspik tusschen erfenisse vande weduwe Mattijs de Bont oost en Willem Melisse Otgens west streckende uijt den noorden vande halve Herstraat aff zuijtwaart in tot den moergront vande weduwe Jan Sterrenburg cumsuis toe ende voorts haar perloon en goederen present en toekomende eenge exempt deselve stellende ander verband en bedwank als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Steven Scheur en Jan Buijs, schepenen in Waspik, als vervangende den schout alhier.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 105 re

In den name godes amen

Op huijden den 18e april 1744 compareerde voor ons schout en schepenen van Sgrevelduijn Grootwaspik en Twaalftalve Hoeve ondergenoemt, Anna Janse Fijnemans weduwe van zaliger Damis Cornelisse Schoenmakers woonende alhier eenigsints siekelijk naar den lichame dog gaande en staande en haar verstand redenen en memorie wel hebbende en gebruijkende soo uijtterlijk scheen ende bleeke, te kennen gevende sij comparante dat sij genegen was te disponeren van hare tijdelijcke goederen haar bij godt almagtig op dese werelt verleent ende daar toekomende soo verclaarde sij testatrice uijt haren vrijen eijgen en onbedwongen wille sonder eenige persuasie off op makinge van imant maar uijt sonderlinge redenen haar daartoe moverende te maken aan Adriaantje Damisse Schoenmakers hare dogter in huwelijk hebbende Cornelis Mutsaart hare bloote legitime portie in hare naer te laten goederen soo als sij die metter doot ontruijmen off naarlaten sal niet willende off begerende dat sij off hare descendenten verder in hare naar te laten goederen sal erven maar de selve daar inne insituerende bij desen verder verclaarde sij testatrice in alle hare verdere naar te laten goederen soo roerende als onroerende haaf en imboel linnen en wollen met allen huijsraat gelt gout silver gemunt en ongemunt actien en crediten soo wel active als passive te nomenineren en institueren haren sonen Thomas Damisse Schoenmakers ofte sijne wettige erfgenaam bij representatie omme met dat alles te mofen doen handelen en verrigten als met sijn vrij en eijgen goet en sulx met vollen regt van institutie en uijtsluijtinge van allen anderen die volgens verstrefftegt daar toe geregtigt souden mogen sijn.

Allen het geene voorschreven staat de testateuren van woorde te woorde sijne voorgelesen verclaarde het selve te wesen haar testament lesten en volkomen uijttersten wille willende en begeerende dat het selven sijn volkomen effect sorteren en stant grijpen sal t sij als testament codicille gifte uijt sake des doots of onder den levende soo als het selve best naar regten sal konnen of mogen bestaan alwaar het schoon dat alle solemniteijten naatr regten gerequireert hier inne niet en waren geobserveert versoekende het uijtterste te benefitie en dat hier van gemaakt en gelevert mag worden instrument in communie forma. aldus gedaan en gepasseert ten huijse vande testatrice verclarende benede de vier duijsent gegoet te sijn te sijn ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Thomas Zeijlmans en Anthonij van Pas, schepenen in Waspik, ten dage maande en jare voorschreven snamiddags ontrent de clocke drie uren.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

dit is t kruis merk bij Tomas Zeijlmans gesteldt

Fol. 105 vo

in de kantlijn: uijtgemaackt

Staat en inventaris ter requisitie van Cornelis Mutsert in huwelijk hebbende Adriaantje Schoenmakers, opgegeven ende aan schout en geregten van Sgrevelduijn Grootwaspik en Twaalftalve Hoeven aangebragt door Anneken Fijneman weduwe van Damis Schoenmakers overleden alhier en dat van alsulke goederen en effecte als de selve weduwe met haren voornoemden overleden man in gemeijnschap beseten heeft en door den selven metter doot nagelaten en ontruint sijn.

Eerstelijk de helfte van een doorhaling huijs hoff erve en delle daar aan gelegen alhier in Twaalftalve Hoeve  gemeen en onverdeelt met de kinderen van Jan Cornelis Schoenmakers tusschen erffenisse van Huijbert van Hassel oost en Huijbert de Bont west streckende vande Herstraat aff norden in tot de Binnencade toe.

Nog ontrent een hont ackerlant gelegen als voren gemeen met het weeskint van Geerit Vermeijs waar van te oosten geland Huijbert Coninx en ten westen de weduwe Mattijs  de Bont streckende vande Herstraat aff zuijden tot de Voshoolen toe.

Alsnog ontrent een hont ackerland gelegen als vooren gemeen met de kinderen van Jan Cornelias Schoenmakers tusschen erffenisse van de erfgenamen Geerit Camp oost en Huijbert Janse de Bont west streckende uijt den noorden van Jan Cornelisse de Jong cumsuis aff zuiden in tot de veldekens toe.

Ende alsnog een veldeken gelegen als vooren ten zuijden de Vosholen gemeen met de kinderen van Jan Cornelis Schoenmakers groot ontrent  twee hont  tusschen de erffenisse van Adriaan Leijten noorden en oost zuijden het Out Vaartje en west Stoffel leijten en Jan Schoenmakers off soo als t in sijne regonien gelegen is.

Inboedel en huijsraat

Vooraf sij geweten dat bij publicq erffhuijs ten overstaan van schout en geregten alhier gehouden op den 17e maart 1744 uijt desen gemijnen boedel verkogt sijn verscheijde meubilen en inboel mitsgaders hoornbeesten etc,. als te hen is in erfhuijs cedul ter secretarije alhier berustende en uijt welke geproscenieerder penningen door de secretaris alhier eenige betalinge der schulden sijn gedaan soo als daar van nader operinge en bewijs door voornoemde weduwe sal werden gedaan soo ras sulx sal werden gerequireert memorie.

Voorts heijt de selve weduwe nog opgegegeven een bed van

een bed met sijn toebehoren

2 gardijnen voor de betstede met een rabat caltoen

een schilderijtje, een spiegeltje

2 linde gardijnen voor de glasen

1 borstel, een lantaarn

6 tinne schotelen

1 paar mans laarsen, 6 stoelen

1 haal hageijser, tang en schop

1 blecke lamp, een houte cnaap

1 olij kan, een houte blaas pijp

5 haspels, een vuurkruttang, een bros

nog een kanneken, 3 aarde kannekens

2 mosterpotten met lepels int getal

2 tinne zout vaten met een houte dito

1 rek met 12 lepels, nog een bord met ses tinne lepels, 1 schuijmspaan, 4 gelaijen schotelen, 8 dito borden, 1 strijkeijser, 5 witte borden, 2 borteljes, 1 muiseval, 1 cleijn bierglaasje, nog 2 geleije schoteltjes of borden, 1 capmes, 2 eijsere potten, 2 zeeven, 15 linde slaaplakens, 4 kussensloopen, 2 melk zeelen, een eetenskastje.

aan den solder hangt 2 seijde gerookt sepck, 2 dito hammen en 2 dito schouders,

2 varkens coppen

2 gerookte billen met een tong

82 beentjes wort met een stukje van een seij spek daar aff gesnede is

een tuijtpot daarin is 5 varkenspooten met een varkensstaart

nog een out rekje

3 aarde kanspotten

2 poter potten met eenig boter daar in nog 2 pintspotjes

nog een zoutpot

nog een quade kan

2 staartpannen, nog 6 aarde schotelen

nog alleen cleijn tappotje

een booterteijl en boterlepel

nog een prakje en daarin w 2 houtte lepels

een dito schuijmspaan

een houte booter bort

1 dito hamer

nog twee quaij kannen, een bier kan met een doorhaling stroopkan

nog een tappot met eenig meel daar in

nog een kalkpot

nog een doofkan

nog een heefkan

nog een aarde kan

nog een coopere asketel

nog een kleermaande

nog een water emmer

1 wastobbe

een oxhooft met een aardappel in de kelder

een oude kaarn met eenige aartappel daar in

16½ pond ongekkot gaarn

een eijnde lend onder mutsert berustende

nog wat aardappel bij de kat onder den oven

een roomton met wat roomen daarin

een kaarnmelkton met wat melk en een schop daar in

nog  een tonnebank

nog een kleijn tonneken met wat knuijboontjes daar in

een spinnewiel

ee rabbatje voor de schoorsteen in de keuken

3 thekopjes met 4 schoteltjes

nog een groote coppere ketel

nog een beddetje met sijn toebehoren op de camer

nog een oude teijk,

3 potten met eenig vet daarin,

nog een boter doos met scheel,

een dito sonder decxel

een baktrog

een quaij geblomt kannetje met wat olij

een deeg spa met wat bokwijtemeel in den trog

een houte borstel

een linde buijltje

eenen aarden kop

een smeer pannetje, en wat rommeling

op de zolder

een harington met wat rog daar in

een vat en daar in wat erweten

1 varkensbak met wat raapzaat daar in,

1 aarde pot en wat zuijkerboonen daar in,

1 dito potje met huijsboonen,

1 boter teijl met erten,

een mantje met wat tukse boonen daer in,

een scherfbort met wat huijsboonen,

1 boter tonneke met witte boontjes,

1 melkton met bokwijt daar in,

1 hoop ongepolde boonen

 2 quaij mantjes met een buijltje boontjes daer in,

een melk koij,

eenig groen op de ackers

1 oude pot met hout asse

1 dorsvlegel en quade kaarn staaff

wat cemp met wat touwe daar bij

een lant rooij met een sping stok

een hand vol witte boonen van diegroote

1 quaij melk emmertje met hout asse

een slag geerde

een vleijsboom

een oud kistje met rommeling

een oud mantje daar wat haver in is

een mand met wat cempzaat

een aarde kannetje met wat groenzzat

een tobbetje met peezaat, idem wat slasaat

een hout dat men de paarde aenhangt

2 nieuwe strengen met een eijntje touw

houtte schalen met 45¾ pond gewigt

2 draagstokken met een lang hout

2 hoopjes rogge samen bij gissing 16 a 17 vat

2 maalbacken

int agter huijs

2 a 3 duijsent pont toemaat en ouweijde,

12 a 13 bossen stroij,

een oude kruijwagen,

een plukhaak en mishaakt,

2 houtte ladders,

3 hoorden tussen beijde,

een hoop koeijmist,

een hoopje met assen,

eenige draijboom met palen,

een riek, 1 hoop boonstaken,

1 kleijn kalfje van een koeij

2 voorste en een agterste oud rat,

een snijbak

wat turff en wat mutsert met eenig riet int huijs vande schoolmeester

eenige pejen op den acker

aan gereet gelt opt afsterven van Dames Schoenmakers in den boedel bevonden

1 agtentwintig met sesthalven is                                                       f 2: 15: 8

Profijtlijke schulden des boedels

Staat te ontfangen van Cornelis Schoenmakers 32 weeken kostgelt ider week agtien stuijvers bedraagt   f      28: 16:   0
Idem van Thomas Schoenmakers wegens het copene jaar kamerhuur te verscheijnen meij aanstaande   f      15: 15:  —
Item van Michiel Ketelaar over leverantie van 18500 pond hoij tot 5-17-8 het duijsend een somma van f 118: 13: 12 dog daar op door de weduwe ontfangen f 20: –: — soo rest     f      98: 13: 12
  f    146:   0:   4
Lastige schulden des boedels  
Eerstelijk staat te betalen een Cornelis Mutsert een obligatie groot f      99:   0:   0
aan verloopen intrest  
aanden selven over gedane verschotten int strefhuijs f        6: 10:   —
aan Jan Brockx f        2: 11:  —
aanden heer pastoor Verbrake f      16: 10:  —
aanden brouwer van Zelm f        9: 10:  —
aan Wouter van Dusseldorp f        3: 11:   8
aan de schoolmeester Ketelaar f        8: 15:  —
aan Jan vermeijs timmerman f        6:   7:  —
meester van son chirurgijn te Boxel f        0: 14:  —
aanden apotheker Werther f        0:   8:   8
aan dingeman Otgens schoenmaker f        0: 13:  —
aan Dirk Leijten f        3:   7:   4
aande pagter van t gemaal f
aande dinstmeijt met een paar wolle kousen f        9:   –:  —
aande kinderen van Jan Cornelissen Schoenmakers verschene hure f      66:   –:  —
aande selve nog volgens obligatie f      95: 11:  —
aan Cornelis Schoenmakers over verschote penningen aan Damis Schoenmakers   f      18:  –:  —

Aldus geinventariseerd als voorschreven staat volgens het segge van de weduwe na waarheijt ende ter goeder trouwe sonder dat iets verswegen ofte ter quade trouwe agter gehouden ofte verduijstert is met presentatie soo er nog iets ontdekt wierde dat tot en aan desen boedel behoord dat sij desen daar mede te allen tijde sal amlieren en vermeerderen alles onder eede soo het wert gerequireerd coram den schout Huijbert Coninx en Dirk van Dusseldorp, schepenin Grootwaspik desen 23e april 1744

In kennisse van mij, J. Zeijlmans. secretaris

Fol. 109 re

in de kanrlijn: uijtgemaakt op zegel .. van 3 gulden

In den name gods amen

Op huijden den 25e april 1744 compareerde voor ons schout en schepenen van Sgrevelduijn Grootwaspik en Twaalftalve Hoeve ondergenoemt, den eersame Cornelis van den Berg eerder weduwenaar van wijlen Maria Peeterse de Zeeuw ende Anna van Aartse Broekhoven sijne huijsvrouwe woonende alhier sijnde de eersten comparant gesont naarden lichaamen gaande en staande ende twee comparante siekelijk naar den lichame te bedde leggende dog beijde haar verstant redenen en memorie wel magtig en gebruijkende soo ons uijtterlijk scheen en bleek te kennen gevende dat sij testateuren genegen waren te dispoeneren van hare tijdelijke goederen haar bij godt almagtig op dese werelt verleent en sulx uijt haren vrije eijgen wille sonder eenige persuasie off op makinge van imant dog alvorens daartoe komende soo verklaarde sij testateuren te casseren ende te niet te doen het contract antenuptiaal off huwelijkse voorwaarde bij haar ten overstaan van schout en schepenen alhier gepasseert op den 8e november 1743, niet willende dat deselve eenig effect sorteren off stant grijpen sal als houdende het selve off het noijt gepasseert en ware geweest en oversulx komende tot hare voorgenome dispisitie ende eerstelijk hij testateur soo verclaarde hij soo hij erst aflijvig mogte komen te worden te maken aande voornoemde sijne huijsvrouwe een kintsgedeelte in alle sijne naartelatene goederen soo roerende als onroerende  egeene uijtgesondert desleve daar inne instituerende bij dese.

Ende sij testatrice mede komende tot hare voorgenomene dispisitie soo verclaarde sij te maken aan haren man den testateur in desen en hare respective susters en broeders en sulx ider voor 1/7 part alle hare cleederen soo van linnen als wollen mitsgaders het gout en zilver eenigesints tot lijve van testatrice behoorende mits dat sij aand eoutste dogter vande testateur sullen moeten geven den trouring vande testatrice.

Ende verclaarde sij testatrice in alle hare verdere naartelatene goederen bij haar ten huwelijk aangebragt en dij sij metter doot ontruijmen en naarlaten sal te nomineren en institueren den testateur haaren man tot haren eenigen geheelen universelen erfgenaam omme met dat alles te mogen doen handelen en verrigten als met sijn vrij en eijgen goet en sulx met vollen regt van institutie en uijtsluijtinge van alle verdere nabstande vrinden en ab instesto eefgenamen onder conditie dat den testateur ende testatrices respective broeders en susters ider voor 1/7 part sullen moeten betalen alle de schulden die tot lasten vande boedel sijn staande en loopende en soo die na liquidatie nog bevonden sullen worden.

Wijders hebben sij testateuren elkanderen gestelt tot voogt voogdesse over haar ebn naar te latene erfgenamen en bij overlijden vande selve Peeter van den Berg tot voogt en Huijbert van Brokhoven tot toesiende voogt en sulx met uijterlsluijtinge van schout en geregten van Grootwaspik doorhaling mitsgaders alle andere geregten en weesheeren daar haar lieder sterfhuijs soude mogen komen te vallen behoudens nogtans haar respect en eerwaardigheijt.

allen het geene voorschreven staat de testeuren van woorde te woorde sijnde voorgelesen verclaarde sij het selve te wesen haare testement lesten en volkomen uiiersten wille willende en begerende dat het selve sijn volkomen effect sorteren stantgrijpen sal t sij als testament codicille gofte uijt sake des doots off onder den levende soo als het selve best naar regten sal konnen of mogen bestaan alwaar het schoon dat alle solemniteijten naar regten gerequireert hier inne niet en waren geobserveert versoekende het uiterste benefitie en dat hier van gemaakt en gelevert mag worden instrument in communie forma. Aldus gedaan en gepasseert voor t siekbedde van testatrice verclarende de testateuren benden de vierduijsent guldens gegoet te sijn ten overstaan van Huijbert Coninx en Jan Buijs schepen in Waspik te dage maande en jare voorschreven snamiddags ontrent de clocke vier uren.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 110 re

in de kantlijn: uijtgemaakt

Erfeelinge gedaan en aan schout en geregten van Sgrevelduijn Grootwaspik en Twaalftalve Hoven aan gebragt door Thomas Damis Schoenmakers en Cornelis Mutsert in huwelijk hebbende Adriaantje Damis Schoenmakers, beijde in die qualiteijt kinderen en erfgenamen van weijle Damis Cornelisse Schoenmakers, overleden alhier, ter eenre ende Cornelis Janse Schoenmakers als cooper der vaste goederen door hem gecogt en op den 18e april 1744 bij transporte ten overstaan van schout en geregten alhier ontfangen van Anneken Feijnemans weduwe van weijlen den voornoemde Damis Schoenmakers dus van alle ende soodanige vaste goederen als den voornoemde Damis Schoenmakers en sijne gemelde nagelaten weduwe met den anderen in gemeijnschap gepossedeert en beseten hebbende soo als volgt.

Eerstelijk soo sijn de voornoemde eerste comparant Thomas Schoenmakers en Cornelis Mutsert bij lotinge bevallen op de geregte helft in de huijsinge erve ende hove waar in Damis Schoenmakers is overleden, gelegen in Twaalftalve Hoeven tussen Huijbert van Hassel ooste en Huijbert de Bont west, streckende uijt den halven Herstraat aff norden in tot den halven delsloot toe gemeen en onverdeelt met de kinderen en erfgenamen van Jan Cornelisse Schoenmakers.

Item een parceeltje ackerlant groot ontrent een hont gelegen als vooren gemeen met het wesskint van Geerit Vermeijs waar van ten oosten is gelant het Huijb. Coninx en ten westen de weduwe Mattij de Bont, streckende van de Herstraat aff zuijden in tot de Reijwegt ofte Vosholen toe toe.

Ende nog op een veldeken gelegen als vooren ten zuijden de Vosholen gemeen met de kinderen Jan Cornelisse Schoenmakers, groot ontrent twee hont tussen de erffenisse van Adriaan Leijten oost en Stoffel Leijten cumsuis west, streckende uijt den noorden van t veldeken van Adriaan leijten aff zuijden in tot de dwars geeren toe.

Hiertegens soo is Cornelis Janse Schoenmakers geloot en gecavelt ende beerfdeelt op de helft vande delle gelegen als vooren ten noorden agter de voornoemde huijsinge int eerste lot vermelt gelegen tusschen erffenisse van Huijbert van Hassel oost en Huijbert de Bont west, streckende uijt den zuijden vande boven gemelde stede ofte halve delsloot aff noorden in tot de Cade toe.

Met alnog op een parceeltje acker;and groot ontrent een hont gelegen als vooren gemeen met de kinderen en erfgenamen van Jan Cornelisse Schoenmakers tusschen erffenisse vande kinderen erfgenamen van Geerit Cam p oost en Huijbert de Bont west, streckende uijt den noorden van Jan Cornelis de Jong cumsuis aff zuijden tot de voeldekens toe.

Voorts soo hebben partijen condifidenten de een tot profijt vanden anderen vertijt en vertegen naar den regten van zuijthollant renuntierende de een ten proffijt vanden anderen van sulck regt van eijgendom als sij lieden te voren op malkanderen laten waren hebbende en dat met alle sijne wegen stegen dijken schouwen dammen verpondingen sheeren chijnsen en verder nabure regten op ider sijn bevallen lot of looten uijtgaande en ider het sijn te sullen maken betalen en onderhouden als na regten.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijb. Coninx en Dirk van Dusseldorp, schepenen, desen 28e april 1744

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol 111 re

in de kantlijn: uijtgemaakt

Scheijdinge en erfdeijlinge die bij desen doende en aan schout en geregten van Grootwaspik en Twaalftalve Hoeve overgevende sijn Thomas Damisse Schoenmakers ter eenre en Cornelis Mutsert in huwelijk hebbende Adriaantje Schoenmakers, kinderen en erfgenamen van weijle Dames Cornelisse Schoenmakers ter andere seijde en dat van alsulke erff goederen als aande comparanten op date deses uijt de nalatenschap  van vernoemde Dames Schoenmakers deselver vader aanbedeelt sijn.

Eerstelijk soo is voornoemde Cornelis Mutsert no uxoris geloot gecavelt en beerfdeelt op de geregte helft in de huijsing erve en hove waar in Damis Schoenmakers is overleden, gemeen met de kinderen en erfgenamen van Jan Cornelisse Schoenmakers gelegen in Twaalftalve Hoeve alhier tussen Huijbert van Hassel oost en Huijbert Janse de Bont west, streckende uijt den suijden vande halve Herstraat aff noorden in tot den halven del sloot toe, onder conditie dat dit lot moet uijtrijken aan Thomas Damis Schoenmakers op het volgende lot hondert vijftig gulden an dat Thomas Schoenmakers behout een jaar vrij inwoninge in voornoemde huijsinge sonder daar voor huure te betalen.

Hier tegen soo is Thomas Damisse Schoenmakers gecavelt en beerfdeelt op ontrent een hont ackerlant gelegen als voren gemeen met het weeskint van Geerit Vermeijs waar van ten oosten is gelant Huijbert Coninx en ten westen de weduwe Mattijs de Bont streckende vande Herstraat af zuijden in tot de Vosholen toe.

Ende dan nog op een veldeken gelegen als vooren ten zuijden de Vosholen gemeen met de kinderen Jan Cornelisse Schoenmakers, groot ontrent twee hont tusschen erffenisse Adriaan Leijten oost, Stoffel Leijten cumsuis west, streckende uijt den noorden van het veldeken van Adriaan Leijten aff zuijden in tot de dwars geeren toe, met nog hondert vijftig gulden te profiteeren van Mutsert met een jaar inwooninge in voornoemde huijsinge soo als op het eertse lot uijtgedruckt ??  staat.

Eijndelijk is conditie dat alle pretensien die de een op de ander uijt hoofden vant bruijgomskleet het plukken vande peen en groen vande ackers te pretenderen hade off sustineerde te hebben.

Voorts soo hebben de een tot proffijt van den anderen vertijt en vertegen  na den regten van Zuijthollant verclaarde ider met sijn aanbedeelde genoegen te nemen doorhaling en te sullen betalen alle laste chijnsen als anders op ider sijn lot uijtgaande ook te sullen ider voor het sijn te sulle maken doorhaling en onderhouden alle wegen stegen straten watergangen als anders waar mede deselve sijn belast.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Dirk van Dusseldorp, schepenen in Waspik, desen 28e april 1744.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol 111 vo

in de kantlijn: uijtgemaakt op zegel van 24 st.

Staat en inventaris gedaan maken en aan schout en geregten van Grootwaspik overgevende bij Adriaantje Buijs weduwe van Gijsbert Adriaanse Coninx overleden alhier en dat van alsulke goederen en effecten als deselve weduwe van Gijsbert Coninx met haren voornoemde overleden man in gemijnschap beseten heeft en door den selven metter doot ontruijmt en naargelaten sijn.

eerstelijk sij geweten dat haar man zaliger met sijn broeders ern susters sijn bestorven ider voor een 1/7 paart inden boedel van Anthonij Tijssen Coninx, waar van sij het vrugtgebruijk aan haar moeder hebben gelaten soo dint het selve alhier voor memorie.

Verder sij geweten dat haar mans vader en moeder t’ samen bij haar testament voor schout en schepenen alhier gepasseert malkanderen hebben gemaakt de bladinge en  vrugt gebruijk van hare goederen die sij te samen in gemeijnschap besaten soo dat de helft van die naltenschap op de kinderen door overlijden van haar vader in eijgendom is vervallen dus dient alhier voor memorie.

meubilaire goederen

1 dosijn postelijn

2 postelijne schoteltjes

1 cleijn glaasje

cleeren tot lijve van haar man zaliger behoort hebbende

1 hoet, een muts, een swarte rok, 1 bruij wambes, 2 hemden, 2 damaste hemtrocken, 1 dito gingange, 1 dito witte ribbekens, 1 dito rawanse, 4 neusdoeken, 1 swarte broek, een rawanse dito, 1 peije dito, 2 paar swarte cousen en een paar witte, 1 paar camuijslere schoen.

1 hoeij borstelje, 1 paar hantschoen, 1 swarte damaste camisool, 1 paar goude hemt cnoopen, 1 paar silvere broek cnoopen, 1 paar wat cleijnder, 1 paar silvere schoen gespen, 1 paar silvere gespen om de been, 149 silvere cnoopen en 4 halve dito, 1 mes met met een frechet ende schaij, 1 kulke trecker,

1 gout stuk van 8 ducaten swaar in sijn sak in gelt f 4: 10: 10, nog 2 silvere penningen, nog van sijn huur ontfangen f 31: –: —

Nog sij geweten dat onder haar mans moeder off vrinden berustende sijn eenige goederen door deselve gehaalt uijt een kist die tot Dordregt stant als ook het geene dat onder de schipper waar bij haar man gevaren heeft brustende was als andersins t geene bij die vrinden alles kennelijk is en daar omme door de selve sal dienen te werden opgegeven dus deselve bij provisie mede voor memorie

gelijk als deselve vrinden ook sullen moeten opgeven waar inne de goederen en effect hier boven mede onder memorie gebragt komen te bestaan.

Schulden inde siekte en begraffenisse gevallen

aan slants regt betaalt      3:    5:  —
aan de dootkist      5:  10:  —
aan het kerke regt luijen en roumantels betaalt      7:  14:  —
aan Reijnier Boom wegens broot tot de begrafenisse betaalt       1:  –:  —
aan Sijmen Sterrenburg staat te betaalen wegens de bruijdegoms cleeren     18:   4:  —
aan Jesper van Selm van bier betaalt       4: 10:  —
nog betaalt aan verscheijde cleijnigheden inde siekte tot de begraaffenis, als ander volgens memorie       17:   2: 12
      57:   5: 12
en staat nog te betalen bij Jan Bredenburg 1 paar camuijs leere schoen  
   
Nog staat te ontfangen van weduwe Hendrik Hagoort       8:  –:  —
eijndelijk sij nog geweten dat het vanders goet vande welk bij uijtkoop voor het geregt alhier gedaan bedraagt ter somme van        30:  –: —

aldus dese inventarisatie regtelijk gedaan en opgegeven bij de voornoemde weduwe Gijsbert Coninx verclarende alles te hebben opgegeven dat haar bekent is sonder ter quader trouwe ietwes verswegen of agter houden te hebben belevende soo haer nog ietwes mogte te binnen komen den voornoemde inventaris daar mede ten allen tijde des noots en daar toe versogt sijnde met eede te sullen bevestigen aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Steven Scheur en Jan Buijs, schepenen in Waspik, desen 13e maij 1744.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol 113 re

in de kantlijn: uijtgemaakt

Compareerde voor ons schout en schepenen van Grootwaspik ondergenoemt Arnoldus vander Stegen woonende alhier te kennen gevende dat hij en Peeter Staal als in huwelijk hebbbende Anna vander Stegen inden jare 1724 met hare moeder Maria Cievits weduwe wijlen Nicolaas vander Stegen hadden aangegeaan secker contract waar bij de voornoemde hare moeder aan haar overgaff alle hare vaste goederen en effecten mits dat den voornoemde comparant Arnoldus vander Stegen aan sijne voornoemde moeder jaerlijx soude moeten uijtrijken soo lange als sij leefde eene somme van vier en veertig guldens als ook dat de goederen door hare moeder aan haar overgegeven soo sij in gebreke bleve deselve uijtrijkinge te voldoen de voornoemde hare moeder deselve goederen ten alle tijden soude mogen naar haar nemen enz als ook dat hare kinderen den comparant in desen en Peter staal de voornoemde goederen niet soude mogen verkopen belasten off beswaren dan met consent van hare moeder alles breder blijkende bij den contracte gepasseert voor den notaris Adriaan Hoevenaar en seeckere getuigen tot Raamsdonk in dato den 14 februarij 1724 dat den comparant en sijn swager Peeter Staal de voornoemde goederen daar op verdeelt hebbende aan hem comparant sijn te deele gevallen drie geerden lant gelegen in Cleijnwaspik en een buijtendelle genaamt de Campkens gelegen in Sgrevelduijn Grootwaspik teijnde de gemeene steeg en alsoo hij comparant met voorweeten van sijne moeder de voornoemde drie geerden nu heeft laten veijlen en van intensie is de selve te verkoopen ende de voornoemde dellen off Campkens bij slegte jaren het volle mantant ter somme 44 gulden mogelijk niet soude konnen opbrengen soo verclaarde hij comparant tot securiteijt vande voornoemde sijne moeder en voor de volle voldoeninge van de voornoemde 44 guldens jaarlijcx voor het geene aande revenuen vande voornoemde buijtendelle sou mogen te kont komen specialijk te verbinden ses geerden hooij ende weijlant gelegen inden polder alhier tusschen erffenisse vande weduwe Huijbert Lamberde oost en Peeter van dongen cumsuis west, streckende uijt den zuijden vande Caesloot aff noortwaart in tot het Schipsdiep toe met belofte vande voornoemde ses geerden niet te sullen verkoopen belasten off beswaren gedurende het leven van sijne moeder maar stellende t selve voor de tijden verbonde en aansprekelijk en verclaarde voorts te verbinde sijn persoon en verdere goederen present en toekomende stellende de selve ten verbant en bedwank als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Steven Scheur en Jan Buijs, schepenen in Waspik, desen 13e maij 1744.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 114 re

in de kantlijn: uijtgemaakt

Staat en inventaris gedaan maken en aan schout en geregten van Grootwaspik overgegeven bij Niclaas de Groot weduwenaar van zaliger Catharina Sterrenburg in haar leven gewoont hebbende ende overleden alhier van dat van soodanige vaste en meubilaire goederen als hij met de voornoemde sijne huijsvrou heeft beseten gehadt soo ende in manieren als volgt.

Eerstelijk de vaste goederen

Eerstelijk een huijs hoff en erve staande en gelegen alhier tusschen erffenisse van Dirk Reijken zuijden en de weduwe Hendrik Vaartmans cumsuis noorden, streckende uijt den oosten vande ackers van Dirk Rijken en Peeter van Dongen aff westwaart in tot den buijtenteen vanden dijk toe.

Nog ontrent 3 mergen 3 hont weij en zaijlant gelegen onder Meuwen in een stuk stuk van 4 mergen 4 hont, waar van de rest toebehoort de kerk van Babilonienbroek, belent oost de Scheijdcade tusschen Eeten en Meuwen, west Cornelis Stam secretaris van Babilonienbroek zuijden de weduwe Abram Weijnants vander Beek en noorden de voornoemde Scheijdingcade.

Meubilaire goederen

2 bedden, 2 hoofpeuluwen, 2 hoofkussens, 2 dekens, 1 paar geblomde gardijnen, en rabat voor de betstede

nog een paar dito

nog een paar stoffen, 1 schoorsteenkleet, 1 copere vuurpan met een ijsere steel, 1 lepelbort met 11 lepels,

2 teerekjes, 1 glase rek,

1 galaije trekpot, 20 tee schoteltjes, 4 teekopjes, 2 sucolaat coppen, 1 suijker schoteltje, 1 blecke teebus

3 schotelrecken , 1 blecke coffij dooske, 8 galaije schotelen

16 galaije en witte borden, 2 spoelkommen, 1 tinne zoutvat, 6 witte commen

1 pintje, 1 galaije kanneken, 3 steene kannekens, 1 strijkijser, 1 ijsere roostel,

1 copere schuijmspaan met een eijsere steel, 1 ijsere el, 2 tangen, 1 houte blaaspijp,

1 spigel, 1 schilderijken, 1 lamp, 1 eijseren ketting, 1 ruijvel, 1 copere cetel,

1 ovale tafel, 1 dito met blat, 1 eijke kastje en daar in bevonden,

8 slaaplakens, 2 spint doeken, 2 hantdoeken, 7 kussensloopen, 1 trille tafellaken, 1 vrouwe hemden, 1 catoene voorschot en neerstel, 3 blecke en 1 tinne mattje, 1 gedrukte linnen tafelcleet, 2 olijflessen,

1 meeltonnke met wat meel,

17 sitstoelen, 1 eijke hangkastje, 1 stroije vrouwe hoet,

voor de schoorsteen 2 schoteltjes off borden, 1 gdrukte linnen kist cleet,

1 eijke kist en daar in bevonden,

1 vrouwe roklijff, 1 swart geblomde sersie rok, 1 catoen manteltje, 1 sersie debose japon, 1 stoffe tabbert, 1 roij geblomde rok, 2 seije cappe, 1 dito voorschot, 1 stoffe manteltje, 1 rou cap, 1 swarte tabbaart, 1 swarte falie, 1 creppe japon, 1 stoffen rok, 1 swarte rock, 1 swarte moff, 1 gesticte neusdoek, 5 voorschoij, 1 paar gesticte mouwen, 1 roklijff met een borst, 5 hemden

2 linne gardijnen en 1 rabat, 10 witte neersteltjes, 3 geblomde neersteltjes, ?? mutskens,

13 trekmutsen, 5 haarmutsen, 2 neusdoeken, 1 dobbelsteene tafellaken, 3 dossen met prullen, 1 meel sakje, nog eenige lappen, 5 paar moukens met boorden, 11 paar mouken met en sonder kant, 3 eijnde genaijde kant, 1 geblomt rabatje, nog 2 roij vrouwe rocken,

op de geut

3 stale frecketten, 2 eerde schotelen, 2 eerde potten, 1 dito deurslag, 1 dito waterpot, 1 dito kannken, 1 dito koekbenneken, 1 reckske, 9 borden,

1 eijsere pot, 1 pollepel, eenige hespels, 1 steene stoopke, 1 spinnewiel

            int agterhuijs

eenige mutsert en boonstaken, eenige torff en mul, eenig geklooft hout, en dat nog te clooven is

            op solder

eenige grau erten, eenige witte boonen gepelt en inde hauwen nog eenige rommeling

            inkomende penningen

contante penningen  6: 10: 12

            uijtgaande schulden

de lasten en verpondingen hier en tot Meeuwen voor memorie

Nog staat aande dussen een eijke lege kist

Aldus gedaan en opgegeven bij den voornoemde Claas de Groot verclarende geene verdere off andere goederen te weten, te hebben, off hem bekent te sijn die tot desen boedel soude mogen off konnenbehooren belovende soo hem nog eenige mogte te binne koem desen inventaris daar mede te sullen amplieeren presenterende den selven des noots en daar toe versogt wordende met solemnelen eede te sullen bekragtigen. Actum Waspik ter presentie en overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Dirk van Dusseldorp, schepenen in Waspik, desen 19e meij 1744

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 116 re

In den name godes Amen

Op huijden den 30e meij 1744 compareerde voor ons schout en schepenen van Sgrevelduijn Grootwaspik en Twaalftalve Hoeve ondergenoemt, Hubertus Perenbooms chirgijn alhier en Johanna van Lottum egteluijden, woonagtig  alhier, sijnde gesont naar den lichame gaande en staande en beijde haar verstant rdenen en memperie wel magtig en gebruijkende soo ons uijtterlijk scheen en bleek  den welke betuijgde van meeninge te sijn omma van hare tijdelijke goederen te disponeren soo als sij doen bij desen en dat op de volgende wijse namentlijk dat sij testateuren malkanderen reciproselijk dat is over en weder en sulx den laatst stervende en langstlevende van hen beijde komen te stellen nomineren en instirueren tot sijn off haren eenigen geheelen en euniverselen erfgenamen en dat in alle hare naar te latene goederensoo roerense als onroerende gelt gout silver gemunt en ongemunt knoeiwerk aktien en creditie soo wel active als passive egeene van dien uijtgesondert soo als die bij den eerst overlijdende meeter doot ontruijmt wn naar gelaten sal worden omme met dat alles te mogen doen handelen ende verrigten soo int coopen verkoopen belasten en beswaren soo als des langstlevende goeden raat gedragen sal en sulx met vollen regt van institatie onder dese expresse conditie nogtans dat den langstlevende van hen testateuren gehouden en verpligt sal sijn hare kinderen reets bij den anderen verweckt ofte nog te verwecken en naar te laten op te voeden en te alimenteren in eeten en drinken cleedinge en reedinge van linnen als wollen soo wel siek als gesont egeenen tijt van perijkel uijtgesondert deselve te laten leeren lesen en schrijven en daar en boven een goet hantwerk off andere exercitie le laten leeren waar toe deselve naar den staat des boedels best bequaam sal off sullen bevonden worden en dat tot hare mondige dage huwelijk off andere geapprobeerden state toe als wanneer den langstlevende gehouden en verbonden sal sijn aan deselve uijt te rijeken en voldoen ider een somme van ses guldens eens gelt sonder meer en sulx in volle voldoeninge van hare vaderlijke off moederlijke goederen oofte legitime portie deselve daar inne institueren bij desen.

Wijders hebben sij testateuren elkanderen gestelt tot voogt ofte voogdesse over hare naar te latene kinderen en erfgenamen en naar overlijden vanden langstlevende tot administrerende voogt Jacob Janse Cievits en bij overlijden vanden selven Jacobus Adriaanse Cievits en tot toesiende voogt Fransus Perenbooms en bij absentie off overlijden vanden selven de tweede volgende te weten jacob van Lottum en bij overlijden vanden selven Jacob Corsten ende dat alles met uijtsluitinge van schout en geregten van Grootwaspik mitsgaders alle andere geregten en weesheeren daer haar lieder sterffhuijs soude mogen komen te vallen niet willende dat deselve (behoudens haar respect en eerwaardigheijt) haar met hare naarlatenschap sullende bemoeijen maar deselve bedanckende mits desen.

Allen het geene voorschreven staat de testateuren van woorde te woorde sijnde voorgelesen verclaarende sij het selve te wesen haar testament lesten en volkomen uijttersten wille willende en begerende dat het selve sijn volkomen effect sortende en stant grijpen sal t sij als testament codicille gifte uijt sake des doots oof onder den levenden soo als t selve best naar regten sal konnen off mogen bestaan alwaar t schoon dat alle solemniteijten naar regten gerequireert hier inne niet en geobserveert versoekende het uijtterste beneficie en dat hier van gemaakt en gelevert mag worden instrumenten in communie forma aldus gedaan en gepasseert ten huijse van mij secretaris (verclarende de testateuren benede de vier duijsent guldens gegoet te sijn) ten overstaan van Huijbert Coninx en Dirk van Dusseldorp, schepenen in Waspik, als vervangende den schout alhier ten dage maande en jare voorschreven snamiddags ontrent de clocke vijff uren.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 117 re

in de kantlijn: uijtgemaakt

Liquidatie gehouden tussen de weduwe en kinderen van Damis Cornelis Schoenmakers op satuerdag den 13e junij 1744 gehouden

De gelden geprovenieert vande verkoopinge vande meubilaire goederen bedragen volgens de erfhuijsceel van dato den 17e maart 1744 de somme van 176 guldens vier stuijvers 8 penningen welke penningen door den secretaris aljhier sijn gemploijeert tot betalinge van schulden des boedels volgens notitie en lijste met bijgevoegde quitantie bij hem daar van overgegeven en quam daar bij in gelt tot overschot aanden boedel goet                 1: 10: 10
Cornelis Mutsert staat inde erfhuijsceel schuldig      59: 14:  —
Thomas Schoenmakers idem       2: 18:   2
      64:   2: 12
transport     64:   2: 12
t contant gelt inden boedel bevonden bedragt volgens inventaris       2: 15:   8
volgens inventaris staat te ontfangen van Cornelis Jansen Schoenmakers     28: 16:  —
van Thomas Damis Schoenmakers     15: 15:  —
item van coop van hooij     98: 13:   2
    210:   3:   0
   
Hiertegens betaalt eerstelijk een Cornelis Mutsert een obligatie lopende tot lasten den boedel indato 18e februarij 1743 groot       99:   0:   0
aanden intrest betaalt       5:   0:   0
aan Jan Brox betaalt       2: 11:   0
aanden brouwer van Selm       5: 14:   —
aande meester tot Boxel       0: 14:   —
aanden apotheker Werther       0:   8:   8
aan Dingeman Otgens       0: 13:   0
aande pagter vant gemaal       2:   4:   2
aande vroe hoorngelt       5: 10:   —
aan Allaart zout en zeepgelt       2:   0:   8
aande dinst meijt       9:  –:   —
aan de kinderen Jan Cornelis Schoenmakers verschene hure      66:  –:  —
aandeselve volgens obligatie     95: 11:   —
aan Cornelis Schoenmakers over verschot     18:   0:   —
intrest van 95 guldens 11 stuijvers       0: 14:  —
betaalt aat inventariseren van den boedel aande schout schepenen en secretaris       18: 12:   —
Aan Jan Vermijs betaalt       4: 18:   —
    336: 11:   2
transport   336: 16:   0
den schout voor vacatie en sluijten de ses liquidatien ter somme van      3:   0:    0
secretaris idem      3:   0:    0
schepenen idem       1: 10:   0
secretaris het schrijven deser       1: 16:   0
voor een coopie       1: 16:   0
voor t zegel       1: 12:   0
den boden       0: 12:   0
349 16:  2   349: 16:   2
de contante penningen hiervoren   210:   3:   0
soo dat meer is uijtgegeven als ontfangen   139: 13:   2
   
Hier in moet de weduwe tot egalisatie bijleggen     69: 16: 10
Thomas Schoenmakers     34: 18:   6
Cornelis Mutsert     34: 18:   6
     139:13:   6

Aldus gedaan en geliquideert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Jan Zeijlmans, Huijbert Coninx, Thomas Zeijlmans, steven Scheur, Jan Buijs en dirk van dusseldorp, schepenen in Waspik, desen 13e junij 1744

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Dit is t kruis merk bij Tomas Zeijlmans gestelt

Fol. 118 vo

in de kantlijn: uijtgemaakt op zegel van 3 gls

Scheijdinge ende erfdeelinge die bij desen doende ende aan schout en schepenen van Grootwaspik overgevende sijn, Huijbert Snijders, Domincus Snijders ende Anna Catharina Snijders, alle kinderen en erfgenaemen van Anthonij Janse Snijders ende Maria Ariense van Hassel ende dat van soodanige goederen en effecten als haar door overlijden van haren vader als langstlevende van hunnen ouders metter doot ontruijmt ende naargelaten ende sijn de voornoemde goederen en effecten onder haar comparanten verdeelt ende ten dele gevallen soo ende in manieren als volgt.

Eerstelijk soo is Huijbert Snijders geloot gecavelt en beerfdeelt op het geregte een derdepart van agt smalgeerden hooij ende weijlant gelegen tot Raamsdonk inde Werfkampen in een stuk van sestien geerden sijnde dese agt geerden op den oostenkant belent ten oosten van t heele lant de erfgenaemen van Frans Otgens en ten westen d’erfgenaemen van Huijbert Simonsen streckende uijt den zuijden vande Kil aff noortwaat op tot den Scheijsloot toe.

Nog op een pleijtschip met sijn loopende en staande want ronthout anckers cabels touwen den boot en alle het geene daar aan dependeert soo als t selve bij hem althans bevaren wort en aanvaart is.

Nog op een somme van vijftienhondert guldens contant gelt die hij reets bekende ontfangen te hebben en daar van ten vollen voldaan te sijn den eersten penning met den lesten.

Alsnog op de geregte helft van een hooij scheur staande en gelegen in S’Haage aande hooij caeij soo als haar ouders de eene helft is aangekomen van Adriaan Huijberde de Bruijn en de andere helft is gekogt vande erfgenaemen van Peeter van Hasselt onder conditie dat soo hij ofte bij sijn overlijden sijne erfgenaemen mogte resolveren omme de scheur te verkoopen dat Dominicus Snijders oft sijne erfgenaemen die op de wederhelft is bevallen altijt de voorkeur sal moeten hebben en deselve sal mogen naarderen of aannemen voor de somme van vijftien hondert guldens eens gelt ende soo hij mogt resolveren deselve te verhuren sal Dominicus Snijders off sijne erfgenaemen als voren deselve mede ten allen tijde voor alle andere mogen aannemen mits daarvoor jaarlijx van hure betalende eene somme van vijfftig guldens dog soo den selven in cas van coop off huur voor die prijs deselve niet aanstont, sal hij Huijbert Snijders deselve aan andere mogen verhuren off verkoopen sonder tegen seggen.

Hier tegens soo sijn Dominicus Snijders en Anna Catharina Snijders geloot gecavelt ende beerfdeelt eerstelijk op een huijs hoff ende erve staande en gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart tusschen erffenisse van Adriaan Cornelisse Claveren  zuijden en Aart de Bont, Peeter Cuijl en andere noorden, streckende uijt den westen vande halve Vroukensvaart aff oostwaart in tot s’Grevelduijn Capel toe en dat met den lasy van de inwooninge als bij testamenten van haar grootvader Arien Aarts van Hassel en van haar vader en moeder zaliger daer op gestipuleert soude mogen sijn.

Nog op een binnendelle gelegen op den oosten kant van Vroukensvaart belent zuijden Adriaan Claveren en ten noorden Laurens Boom streckende als voren.

Nog op de helft van een binnendelle gelegen als voren

Nog op eenen dries gelegen alhier belent ten zuijden de weduwe Cornelis Paans en ten noorden Dingena Moetsen streckende uijt den oosten vande stede van Peeter Bogers cum suis aff westwaart in tot de erven van Teunis den Biemans weduwe toe.

Nog op eenen acker zaijlant mede gelegen alhier in s’Grevelduijn Waspik gekoomen van Adriaan Molenschot cumsuis en Leendert Person belent oost Bastiaan Fransen Boeser en west Marcelis Coninxs cumsuis streckende uijt den noorden vande gemene steeg off acker van Peeter Jochemse Berthouts aff zuijtwaart in totden acker van Aart de Bont toe.

Nog op een buijtendelle mede gelegen alhier op den Westen kant van Vroukensvaart belent ten zuijden de weduwe Dirk Wouterse Zeijlmans en ten noorden den noorden den armen alhier streckende uijt den oosten vande halve Buijtenvaart aff westwaart in tot de del vande weduwe Arnoldus van Son toe.

Nog op ⅓ part van een parceel moergront gelegen alhier verdeelt met Huijbert van Hassel en de weduwe Hendrik de Bont belent oost Huijbert van Hassel en de weduwe Hendrik de Bont met de andere twee derdeparten en west d’erfgenaemen van Aart Bomelaar cumsuis streckende uijt den noorden vanden watergang aff zuijtwaart in tot de erve van Jan Huijberde Cuijl toe.

Nog op ses en een halve geert hooij ende weijlant gelegen in Cleijn Waspik belent oost Heer Oomen lant en west de weduwe Adriaan Baas cumsuis streckende uijt den zuijden vande halve Oude straat off Grootwaspik aff noortwaart op tot het Cleijn Elant toe.

Nog op drie geerden hooij ende weijlant mede gelegen in Cleijnwaspik in een stuk van ses geerden gemeen met de kinderen van Johannis Schoenmakers belent ten oosten Fransus Artel en ten wetsen Jochimis Zeijlmans en de weduwe Dirk Timmers streckende uijt den zuijden van Grootwaspik aff noortwaart op tot het half Schipdiep toe.

Nog op eenen acker gelegen onder s’Grevelduijn Capel inde geer belent ten zuijden Jan Pols en ten noorden Adriaan Claveren cumsuis streckende uijt den westen van Grootwaspik aff oostwaart in tot de hoff van Heukelim toe.

Nog op eenen acker zaijlant gelegen als vooren belent ten zuijden Adriaan Claevere cumsuis en ten noorden de weduwe Dirk Wouterse Zeijlmans streckende als vooren.

Eijndelijk en ten laatsten nog op de geregte helft van een hoij scheur staande en gelegen in s’Hage aande hooi caeij soo als haar ouders de eene helft is aangekomen van Adriaan Huijberde en de andere helft is gekogt vande erfgenaemen van Peeter van Hasselt onder conditie dat soo hij tweede comparanten of bij haar overlijden sijne erfgenaemen mogte resolveren omme de voornoemde schuur te verkoopen dat Huijbert Snijders die op de wederhelft is bedeelt  off sijne erfgenaemen altijt de voorkeur sullen moeten hebben en deselve sullen mogen naarderen of aannemen voor de somme van vijftien hondert guldens eens gelt ende soo sij mogte resolveren deselve te verhuren sal Huijbert Snijders off sijne kinderen als voren deselve mede ten allen tijde voor alle andere mogen aannemen mits daar voor jaarlijx tot hure betalende eene somme van vijfftig guldens dog soo den selven in cas van coop off huur voor de prijs deselve niet aanstont, sullen sij laatste comparanten deselve aan andere mogen verhuren off verkoopen sonder tegen seggen.

Wijders is tusschen de twee laatste comparanten Dominicus en Anna catharina Snijders gecondisioneert dat soo sij hare hier voren aangedeelde goederen quame te verdijlen off een van beijde quamen te trouwen dat het aan Dominicus Snijders als dan mede sal vrijstaan omde voornoemde halve schuure op haar bedijde verdeelt voor 1500 guldens aan hem te houden off niet soo als hij aldan sal goetvinden.

Wijders is conditie dat sij comparanten uijt den gemeenen boedel sullen betaelen alle de lastigen schulden verpondingen en omslagen tot den lesten december 1744 incluijs.

aldus soo hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijthollant ende verclaarde ider met sijne aanbedeelde goederen te vreden te sijn en de eene tot behoeve vanden anderen sijne aanbedeelde goederen te renuntieren soo als sij doen bij desen enden nem aen te sullen betaelen alle lasten en verpondingen en omslagen tot ider sijn bevallen lot staande en te sullen maken en onderhouden alle weegen stegen dijcken dammen schouwen leijen en andere naburen regten met regt tot ider parceel behoorende sonder dat den den eenen tot lasten vanden anderen sijne aanbedeelde goederen eenig regt actie of pretentie meer is hebbende of behoudende dan voorschreven staat onder wat pretext het ook sou mogen sijn.

Adus gedaan en gepassert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Steven Scheur en Jan Buijs, schepenen in Waspik, desen 18e junij 1744.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 122 re

Op huijden den 22e julij 1744 soo Willem Niclaas de Groot  weduwenaar van Catharina Sterrenburg en de erfgenaemen van Catharina Sterrenburg publiecq en voor alle amn ten overstaan van schout en schepenen van Grootwaspik bij forme van erfhuijs verkoopen de haefelijcke en meubilaire goederen en imboel bij den voornoemden Claas de Groot en sijn huijsvrou naargelaten soo als die te berde sullen werden gebragt op de conditie en voorwaarden hier naar volgende.

Eerstelijk wie eenig gelt biet sal gehouden wesen te blijven bij zijn gebot op een boete en brucke van 25 guldens te gaan naar regt.

De coopers off meijnders sullen gehouden zijn hare beloofde cooppenningen te betaelen gereet en contant alvorens sij haere gekogte goederen vant erff zullen mogen vervoeren en zo imant zijn gekogt goet vant erff bragt sonder eerst te betaelen sal verbeuren aanden officier dartig stuijvers van ider onbetaelde coop den welken het beloofde gelt en boete tot lasten vande overtreders sal worden cum expensis.

Den cooper sullen boven de cooppenningen mede gereet moeten betalen voor het salg of pont gelt en Xle penning enz. van ideren gulden twee stuijvers.

De verkoopinge geschiet stootvoets sonder in eenige onder off overmaten gehouden te sijn.

Den officier houd den eersten tweeden en derden roet aan sijn selven wil niemant bevatten off ook niet bevatten off agter haalt sijn.

ses roomers, secretaris             0:   3:   0
1 coffe doske met 2 roomers etc. Lijsbet de Zeeu             0:   5:   0
              0:   8:   0
   
ses copjes en schoteltjes, Dingeman van Malsem             0:   3:   0
ses schoteltjes met een spoel com enz., Peeter Boeser             0:   4:   8
1 benneke met 8 schoteltjes, Hendrik van Diemens             0:   4:   0
1 galije stotel en 6 borden, Arien Vaartmans             0:   4:   0
3 dito borden en 2 schoteltjes, Huijbert van Dommelen             0:   4:   8
6 borden, Huijbert van Dommelen             0:   4:   0
3 schoteltjes en 3 borden, Gijsbert Ackermans             0:   3:   8
2 schotels twee borden en trekpot, Arien Vaartmans             0:   5:   0
6 witte commen, Sijmen Schep             0:   8:   0
2 spoelcommen, sijmen Schep             0: 12:   8
6 borden, Sijmen Schep             0:   8:   8
3 schotelen en een bord, Peeter Boeser             0:   3:   0
1 bier glas pint en 2 kannekens, Adriaan Schep             0:   3:   8
2 stoopkens en een kanneke, Adriaan Schep             0:   5:   0
4 flessen en een verken, Sijmen Schep             0:   6:   0
1 tang el en capstok, Lammert Reckers             0: 10:   0
1 roostel strijkeijser en schuijmspaan, Peeter Jochemse Berthouts             0: 14:   0
1 tonneke moffe boonen, Lammert van Dongen             0:   2:   0
1 eijsere pot, Adriaan Costers             1:   0:   0
1 cleij dito, Adriaan Boeser             0: 11:   0
1 coopere cetel, Arien Vaartmans             1: 11:   0
1 bedpan, Jan Peeter Boer             2:   5:   0
1 sigt en haak russel en schup, Peeter Fransen Boeser             1: 18:   0   
   
1 tafel. Lammert van Dongen             0:   2:   0
1 hoet en out eijser, Hendrik van Diemen             0:   5:   0
eenig out eijsser, Jan Brocks             0:   2:   0
2 stoelen, Huijbert Buijs             0:   4:   0
2 dito, Huijbert Buijs             0:   8:   0
2 dito, Huijbert Buijs             0:   9:   0
2 dito, Jacobus Vos             0 :10 :  0
1 bed peulluw en 1 kussen, Peeter Fransen Boeser             8:   0:   0
1 dito, Adriaan Costers             6:   5:   0
1 witte deken, Peeter Berthouts             1: 15:   0
1 dito. Hendrik van Diemen             2:   6:   0
10 rapkoeken, Laurijns van Dongen             0:   3:   0
1 tonneke met boonen, Peeter Berthouts             1: 10:   0
2 flessen en een bierglas, Hendrik van Diemen             0:   2:   0
1 sak met ontrent 1½  vat tern, Dirk van Dusseldorp             1:   0:   0
1 spiegel, Gijsbert vanden Broek             0: 15:   0
1 water emmer en kan, Jacobus Vos             0:   9:   0
1 spindeken met 2 potten en kanne, Jacobus Boesere             0: 11:   0
1 tonneke met 4 matjes, Lammert van Dongen             0:   5:   0
1 schotel en glase rek, Huijbert van Dommelen             0: 10:   0
2 tee rekken, Jenneke Rijken             0:   8:   0
1 schilderije en doos, Teuntje Grevenbroek             0:   4:   0
1 koekpan ketting en tang, Lammert van Dongen             0:   8:   0
   
1 beijl grint hack en cock bennek, Adr. van Gijsel             0:   9:   0
1 knaep en drie glase roije, Adriaen Boesere             0:   4:   0
3 dooskes, Bartel de Bont             0:   4:   0
1 lamp en blaaspijt, Claas de Groot             0:   4:   0
2 schotel rekken, Peeter Fransen Boeser             0: 12:   0
1 spinne wil en hespels, Meus van Gijsel             0: 15:   0
6 stukken gewigt, Jan Peeter Boer             0: 17:   0
1 tonneke met rog, Adriaan Olijslagers             0: 15:   0
eenige eerde potten en schotelen, Laurijns van Dongen             0:   1:   0
dito, Gijsbert Ackermans             0:   3:   0
1 sak met 2 a 3 ??? grau erten, Sijmen Schep             1: 13:   0
2 stove, Adriaan Schep             0:   3:   0
2 gardijne en rabat, de weduwe Huijbert Schep             0: 19:   0
2 dito, Geerit Pols             0: 17:   0
1 tafel en schou cleet, Adriaan Verduijn             0: 12:   0
2 dito gardijne, Aeltje van Dongen             0: 12:   0
1 gardijne en rabat stoffen, Adriaan Costers             1:   3:   0
2 dito gardijne, Hendrik van Diemen             1:   0:   8
1 schoorsteen cleet, Aaltje van Dongen             0: 10:   0
1 bak met somer sloor saat, Hendrik van Diemen             1: 13:   0
1 bak met comp saat, de weduwe Wouter Boeser             1:   5:   0
1 bort met 12 lepels, Claas de Groot             0: 14:   0
7 lepels 2 vorken 1 soutvat, Willem Swart             0:   8:   0
   
1 rooije vrouwe rok, Laurijns van Dongen             0: 10:   0
1 vrouwe roklijf, Adriaan Boeser             2: 10:   0
1 rooije rok, Willem Gijsbert vanden Broek             1: 18:   0
1 roklijff borst en kist kleet, Hendrik van Diemen             1:   4:   8
1 vrouwe gedrukte rok, Hendrik van Diemen             1:   9:   0
1 vrouwe catoene mantel, Gijsbert Ackermans             0: 17:   0
1 stoffe vrouwe mantel, Lammert van Dongen             1: 19:   0
1 sersie de boise rok, Adriaan Verduijn             1:   8:   0
1 dito, Cornelis Ariens de Zeeuw             1: 15:   0
1 sersie de boisen japon, Bartel de Bont             1: 15 :  0
1 creppe japon, Peeter Berthout             3 :  0 :  0
1 stoffe rok, Dirk van Dusseldorp             1: 16:   0
1 stoffe japon, Dirk van Dusseldorp             2: 14:   0
1 swarte creppe rok, de weduwe Huijbert Schep             1: 15:   0
1 dito tabbert, Teunis Zeijlmans             2: 15:   0
1 falie en 2 seije cappen, Teunis Zeijlmans             0:   5:   0
2 gestike mouwe en creppe en seije cap, de weduwe Jan Sterrenburg             0:   9:   0
2 cathoene voorschote, Dingeman van Malsen             0: 17:   0
1 seijer en baste dito, de weduwe Wouter Biemans             0: 10:   0
1 witte en dobbelsteen dito, Jan Brocks             0: 12:   0
3 paar vrouwe moukens met cant, Altje van Dongen             0:   5:   0
3 paar dito, Hendrik van Diemen             0:   4:   0
5 paer dito, Peeter Jochemse Berthouts             0: 12:   0
   
5 paar dito sonder kant, Peter Jochems Berthouts             0:   7:   0
2 hemden, Huijbert Buijs             0: 17:   0
2 vrouwe hemden, Huijbert Buijs             1:   6:   0
2 dito, Jacobus Vos             1 :  2 :  0
6 neersteltjes, de weduwe Joost Sterrenburg             0:   7:   0
3 dito en 2 hantschoen, deselve             0:   8:   0
4 dito, Willem Swart             0:   6:   0
3 eijnde kant, secretaris             0:   6:   0
6 slaapkavels, Laurijn van Dongen             0:   3:   8
6 dito, Adriaan Costers             0:   3:   8
4 dito en melksteltje, Adriaan Costers             0:   8:   0
3 mutkens, Lammert van Dongen             0:   6:   0
3 dito, Teuntje Grevenbroek             0:   2:   0
5 ondermutsen, d’weduwe Huijbert Schep             0:   6:   0
3 neusdoeken, Adriaan Schep             0:   3:   0
2 dito en een buijtje, Peeter Adriaanse Boeser             0: 12:   0
1 moffen tes, d’ weduwe Huijbert Schep             0:   6:   0
1 paar slaaplakens, Adriaan Olijslagers             1: 17:   0
1 paar dito, Adriaan van Gijsel             1:   9:   0
1 paar dito, Adriaan Costers             2:   4:   0
2 kasdoekjes en 2 kantdoeken, Teunis Zeijlmans             0: 12:   0
   
2 slaaplakens, Adriaan Schep             1:   7:   0
1 paar cussensloopen, Adriaan Schep             0: 12:   0
1 paar dito, Adriaan Costers             0: 13:   0
3 dito, Nicolaas de Groot             0: 15:   0
1 trille en dobbelsteene tafellaken en ½ slaaplaken, Adriaan Schep             0: 14:   0
5 elle sersie a 11½  stuijvers             2 : 17:  8
1 boekje met silvere sloot, weduwe Joost Sterrenburg             2: 10:   0
3 elle catoen, secretaris             1: 14:   0
1 paar silvere gespen, Adriaan Costers             0: 12:   0
3 mutsen, de weduwe Huijbert Schep             1:   0:   0
3 dito en 1 ondermuts, d’weduwe Joost Sterrenburg             0: 15:   0
2 halsdoeken, Lammert Reckers             0: 15:   8
1 dito, Adriaan Costers             0: 18:   0
1 tinne com met 2 lepels, Willem Swart             0:   7:   0
1 dito schotel, Peeter Adriaanse Boeser             0: 11:   0
1 dito, Peeter Fransen Boeser             0: 16:   8
1 eijke kist, de weduwe Huijbert Schep             1: 10:   0
1 dito kastje, Jacobus Vos             1: 10:   0
1 ovale tafeltje, Sijmen Schep             1: 10:   0
1 tonnebank, Arien Vaartmans             0:   2:   0
6 stoelen, secretaris             2:   0:   0
2 stoelen, Adriaan Costers             0: 12:   0
   
1 ruijffel 2 rijven 2 schuddegavels 1 vork een doorsvlegel, de weduwe Wouter Boesere               0: 11:   0
1 sigt en seijsie, Willem Swart             0:   9:   0
1 schau seije, Dirk van Dusseldorp             0:   2:   0
1 schauseijsie  
eenig brant hout, Dirk van Dusseldorp             2: 10:   0
de plancken tegens de bestede en die daar op liggen, Sijmen Sterrenburg             1: 13:   0
de boomkens bestaande in stukken heel en half in gebint, Jan Huijberde Schep               1:   0:   0
den torf int agterhuijs, Claas de Groot             1:   2:   0
de mustert int agterhuijs, Hendrik van Diemen             2:   0:   0
1 ledekant, Meus van Gijsel             0:   6:   0
2 blindekens etc, Cornelis Reckers             0:   2:   0
nog boonstake eertrijs en wat niet verkogt is bij Adriaan Costers om             1: 13:   0

aldus dese verkoopinge regtelijk gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Dirk van Dusseldorp, schepenen in Waspik, desen 22e julij 1744

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

fol. 125 re

in de kantlijn: uijtgemaakt

Ampliatie van inventaris aan schout en geregten van Grootwaspik overgegeven bij Nicolaas de Groot van de effecten die naar t maken vanden inventaris nog sijn bevonden en hem kennelijk geworden.

omtrent 2 vat tarwe in een sakje op solder, omtrent 2 vat rogge in een tonnetje op solder, omtrent 2 vat sloor of koosaat mede op solder in een bakje, omtrent 2 a 3 vat kennepsaat in een bakje op de solder, een zeijsie met een zigt, een ruijffel, eenige palnken soo die sijn, een beslage schop, nog twee tinne schoteltjes, 1 tinne com met een oor, twee tinne lepels, vijff elle sersie, een boekje met silvere sloot, drie elle catoen, een paar silvere vrouwen gespen, ses vrouwe mutsen en een ondermuts, drie hals off neusdoeken, nog aan contant gelt bevonden  ƒ 239: 9: 0

onproffijtelijke schulden

Eerstelijk staat te betalen aan Arnoldus Sterrenburg over geleent gelt              ƒ 100:  9:  0

Aldus gedaan en opgegeven bij den voornoemde Nicolaas de Groot op den 7en junij en op dato deses hebbende onder solemnelen eede verclaart  geene verdere off andere goederen off effecten te hebben off agtergehouden te hebben daar op den inventaris en dese ampliatie sijn op gegeven en op het erfhuijs sijn verkogt soo waarlijk moest hem godt almagtig helpen  actum ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en d. v. Dusseldorpm, schepenen in Waspik, desen 27 julij 1744.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

fol. 125 vo

 in de kantlijn:

Compareerde ter secretarije van Waspik Anthonij Ouwers meester orlogie maker tot ’s-Hertogenbos voor sijn selven en als innestaande voor sijne suster Anna Maria Ouwers en voor de kinderen van Arnoldus Ouwers en bekende te approberen ratofuere t geene door sijnen oom Simon Sterrenburg in de nevenstaande deeling met alle het geen daar aan dependeert is gedaan en verrigt en benkende sijn contingent en erfportie alsmede voor sijn suster en broeders kinderen ten vollen ontfangen te hebben voor soo veel ons ingevolge de nevenstaande deeling van onse muije Catharina Sterrenburg sijn aan bestorven. Actum den 19 augustus 1744. Anthonij Auwers

in de kantlijn: uijtgemaakt

in de kantlijn: Compareerde ter secretarije van Waspik Cornelia Coninx weduwe Jan Sterrenburg en verclaarde voor hare kinderen inde nevenstaande deeling te consenteren en de kinderen haar gedeelte door Simon Sterrenburg ontvangen te hebben. Actum 26 september 1744, Cornelia Sterrenburg

Compareerde voor schout en schepenen van Grootwaspik enz Niclaas de Groot weduwenaar van wijlen Cathalijn Sterrenburg ter eenre ende Simon Sterrenburg voor een agtepart, Anthonij Vermeijs in huwelijk hebbende Huijbertje vanden Hoek, Anthonij van Riel in huwelijk hebbende Elisabeth vanden Hoek, Dirk van Nederveen in huwelijk hebbende Adriana vanden Hoek ende Wouter vanden Hoek, in die quasliteijt alle kinderen van Anneke Sterrenburg te samen voor een agste voornoemden Sijmon Sterrenburg inne staande en de rato caverende voor Anthonij Ouwers, Anna Maria Ouwers weduwe Hendrik van Brugel ende kinderen van Arnoldus Ouwers, in die qualiteijt kinderen van Cornelia Sterrenburg , te saeme voor een agste, Dirkcken Sterrenburg weduwe van Huijbert Schep voor een agste, Adriaan Schep in huwelijk hebbende Adriana Sterrenburg, mitsgaders Sijmen Sterrenburg en Adriaan Costers als voogden van Cornelis, Arnoldus, Johanna en Johannes Sterrenburg, in die qualiteijt kinderen van wijlen Jan Sterrenburg te saeme voor een agste, Teunis Zeijlmans in huwelijk hebbende Maria Sterrenburg voor een agste, Arnoldus Sterrenburg mitsgaders voornoemde Sijmen Sterrenburg en Adriaan Costers als voogden van Jan, Adriana, Catharina, Hendrik en Elisabeth Sterrenburg, in die qualiteijt kinderen van Joos ….. te samen voor een agste, mitsgaders Adriaantje Sterrenburg weduwe van Willem vanden Hoek, voor het resterende agste part ende in die qualiteijt alle ab instato erfgenaamen van wijlen Cathalijn Sterrenburg in haar leven huijsvrouwe van voornoemde Nicolaas de Groot hunne respective suster en muije, ter andere sijde dewelke verclaarden met den anderen inder minne te hebben verdeelt den geheelen boedel goederen ende effecten dewelke den gemelden Nicolaas de Groot en sijne overledene huijsvrouwe te samen in gemeenschap geposideerd en in eijgendom beseten hebben soo ende in manieren als volgt.

Eerstelijk soo is den voornoemde Nicolaas de Groot in eijgendom bedeelt op seven hont lant in drie mergen en drie hont seijnde weij ende zaijlandt (en waar in de resterende als leengoet aan hem toe behoorende is) gelegen onder Meeuwen in een stuk van vier mergen en vier hont sijnde de eene andere mergen en een hont toe behorende de kerk van babilonienbroek belend oost de scheijdkade tussen Eeten en Meeuwen, west Cornelis Stam, secretaris van Babilonienbroek, zuijden de weduwe Abram Wijnants vander Beek en noorden de voornoemde scheijdingkade getaxeert op 160 gulden.

Alnog op een somme vanhondert en vijfftien gulden sijnde de helft vande cooppenningen van het huijs alhier te Waspik waar in den eersten comparant met sijne voornoemde huijsvrouwe gewoont heeft en nu verkogt ende getransporteerd is aan Adriaan Costers welken op hondert en vijfftien guldens den selven Kosters aan hem volgens transport moet betalen te meij 1745 ofte soo veeleerder als de Groot dat sal komen off te eijssen.

Hiertegens soo sijn de tweede comparanten te samen bedeelt eerstelijk op wwn somme van een hondert en t sestig gulden uijt de gerede gelden volgens amplicatie van inventaris in den boedel bevonden tot egealisatie vande voornoemde seven hont lant op den eersten comparant bevallen.

Alnog op een somme van een hondert en vijfftien gulden sijnde de wederhelft vande kooppenningen vant huijs voornoemt verkogt getransporteerd aan voornoemde Adriaan Costers en welke 115 guldens de tweede comparanten op heden bekennen genoten en ontfangen te hebben.

NB

doorhaling Sijmen Sterrenburg inventariseert voor alle degeene dewelke inthooft deses genaamt dog op t passeren niet present sijn.

Aldus dese verdeelinge regtelijk gedaan invoigen gemelt verclarende ider het sijn genoegen te nemen en de een tot profijt vande andere te renuntieren van soodanig regt als de een ten lasten den anderen sijn hier vooren aanbedeelde voor dato deses te pretenderen hadde verteijnde malkanderen na den regten van Zuijthollant en belooft den eerste comparant van sijn voornoemde aanbedeelde seven hont lant te sullen voldoen en betaelen alle ordinaire en andere lasten daar op uijtgaande hoogenaamd te beginnen met den eersten julij 1744 en ook te sullen onderhouden alle wegen stegen waterloopen als anders waer mede dat lant is belast tot naercoominge van alle het selve verclaarende de comparanten ten same int bijsonder in hunne voornoemde respective qualiteijte speciaal te verbinden hunne persoonen en verdere goederen geene uijtgesondert stellende alle ten bedwang en executie als na regten alle sonder frouwde Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Ad. Zeijlmans, schout, Huijb Coninx ende D. v. Dusseldorp, schepenen in Waspik, desen 27e julij 1744.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol 126 re

in de kantlijn: uijtgemaakt

Liquidatie gehouden tusschen Nicolaas de Groot ende de gesament lijcke broeders en susters en broeders en susters, kinderen van Catharina Sterrenburg in haar leven huijsvrouwe vanden voornoemde Nicolaas de Groot ende dat van alle de contante penningen inde boedel bevonden als die bij verkoopinge van de meubile en vaste goederen sijn gekoen soo en in manieren als volgt.

Eerstelijk wert voor ontfang gebragt de penninge geprovenieert op t erfhuijs vande meubilaire goederen naar afftrek van t geene vande vrouwe goederen off beraegien sijn gekomen monterende ter somme van              83: 15:   8
t contant gelt volgens den inventaris bedragt          6: 10: 12
t contant gelt volgens ampliatie van inventaris bedragt ter somme van      239:   9:   0
       329: 15:   4
Hier van is aan Arnoldus Sterrenburg betaalt wegens geleent gel      100:   9:   0
       229:   6:   4
Sij geweten dat Nicolaas de Groot aande vrinden van sijn overledene huijsvrou van dat gelt tot egalisatie vande 7 hont lant in Babielonienbrok hem aan bedeelt voor een somme van 160 guldens voor aff of moet laten volgen gelijke somme van            160:  –:  —
dus blijkt in gemeijnschap ƒ     69:   6:   4
Hierbij nog de huijshuure de welke Adriaan Costers tot meij laatsleden aanden boedel is verschult ter somme van            6:  –:  —
Nog voor het gebruijk van t dijkstal moet Willem Swart betaelen aanden boedel            2:  –:  —
De verpondingen is geschiet tegen t tractement als weegmeester dus memorie
Nog vant opgelt van 2 stuijvers per gulden na aftreck vant pont gelt Xle penning en Xe verhooging comt voor boedel             3: –:  —
Dus int geheel         80:  6: 12
   
Hiertegens staat te betaelen
Aanden schout schepenen secretaris en bode voor t inventariseeren vande goederen           18:   6:  —
nog aandeselve voor twee vergaderinge op t regt huijs         15: 12:  —
Nog aan schepenen secretaris en bode voor t houden van t erffhuijs etc.         14: 10:  —
nog aan schout schepenen en secretaris voor den ampliatie van inventaris         15: 16:  —
nog aende selve voort schrijven van deeling         17: 15:  —
comt den schout voort overstaan en teijkenen deser liquidatie           1: 16:  —
schepenen           1: 10:  —
secretaris vacatien           1: 16:  —
voort schrijven           1: 16:  —
voor twee copie           3: 12:  —
zegels 1 van 24 en 1 van 6 stuijvers           2:   1:  —
den bode           0:   6:  —
          94: 16:  —
De ontfang hier vooren bedragt ter somme van         80:  6: 12
Den uijtgeef hier tegens bedraegt ter somme van         94: 16:  0
soo dat meerder is uijtgegeven als ontfangen         14: 10:  —

Waar in Claus de groot moet betalen de eene helft en de vrinden van sijn vrou de andere helft.

Aldus dese liquidatie gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Dirk van Dusseldorp, schepenen in Waspik, desen 27e julij 1744

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 127 re

in de kantlijn: uijtgemaakt

Staat en inventaris gedaan maken en aan schout en geregten van Waspik overgevende bij de weduwe Wouter Boeser, Huijbert en Anna Buijs, Adriaan Faassen Noteboom in huwelijk hebbende Clasina Buijs en Willem vanden Broek in huweljk hebbende Maria Servaasen van Tooren en sulx alle kinderen en erfgenamen van Sijken van Gijsel in haar leven weduwe van Pieter Buijs en dat van alle soodanige goederen en effecten als bij de voornoemden Sijken van Gijsel metter doot sijn ontruijmt en naargelaten soo ende in manieren als volgt.

Eerstelijk de vaste goederen

Eerstelijk een huijs hoff erve en ackerlant staande en gelegen alhier op den Westenkant van Vroukensvaart tusschen erffenisse van Peeter Jochemse Berthouts zuijden en Willem van den Broek met de scheuur en erff ende weduwe Cornelis Paans met haar ackerlant noorden streckende uijt den oosten vande halve Vroukensvaartse grippel aff westwaart in tot de erve van de weduwe Teunis Biemans toe.

Nog ses geerden hooij ende weijlant gelegen inden polder alhier tusschen erffenisse van weduwe Adriaan Geerden Boudewijns oost en west Johan Lips, streckende uijt den zuijden vande Casloot aff noortwaart in tot het halff Schipsdiep toe.

Nog een parceeltje moergront gelegen alhier inde elff mergen groot ontrent drie hont belent oost Adriaan Boeser en west Wouter Vermeulen.

Nog een parceeltje moergront mede gelegen alhier inde elff mergen groot ontrent drie hont belent oost Wouter Vermeulen en west  . . . . . . . . .

Nog een partje moergront gelegen alhier gemeen met Claas Janse van Hassel groot int geheel ontrent 30 roeden.

meubilaire goederen

1 spiegel, 1 eijke kast, 1 grijne etenspint, 1 trog, 1 coopere kan, 1 copere ketel, een dito cleijne , nog een cleijnder, 1 copere vuurpan, 1 treksaag, 1 haaltang en vuureijser, 1 eijke kannebort, 1 teerekje, 2 schotelrecken, 9 galaije schotelen, 19 dito borden en 2 commen, 1 eijsere pot, 1 koekpan, 1 salij emmer, 1 taffel met maer 1 blat, 3 stoelen, een spinnewiel, 1 armstoel, 1 lepelbort, 1 mantel, 1 roije rok, 1 gestreepte rok, 2 heemden, 4 covelmutsen, 1 schoucleet, 1 schotelbank.

inkomende penningen

De loopende hure van de ses geerden van Huijb. Buijs ter somme van        50:   0:   0
de weduwe Wouter Boeser de loopende huur van t ackerlant ter somme van        11:   0:   0
Huijb Buijs de loopende huur van t huij en ackerlant ter somme van        31: 10:   0
Willem van den Broek de huur van ackerlant tegens ses gulden t hont t geen nog moet worden gemeet  
Joost Maas de loopende huur vande voorkamer ter somme van        17:   0:   0
Geert Pols de loopende huur van t cleijn kamerke ter somme van          7:   –:  —
Nog de weduwe Wouter Boeser de loopende huur vant moerke ter somme van            0: 15:  —
Nog eenig aardappelvelt verhuurt tegens twee stuijvers de roeij t geen nog moet worden gemeeten  
uijtgaande schulden  
de borgemeesters d’anno 1742, 1743 en 1744 staat te betaelen dus memorie
Aen Meerten van Oosterhout over gelevert coorn        16: 12:   0
aan Sijmen Sterrenburg        12:   0:   4
aan den diaconij armen staet nog te betaelen ontrent        22:   0:   0
Nog staet te betaelen aan Aart Leempoel over geleent gelt        25:   0:   0
Nog staat te betalen aan Thomas de Bont per reste        10:   0:   0
Nog staat te betalen aan Pieter Witte een willeceurbrieff van 200 guldens dus        200:   0:   0
Nog staat te betaelen aan de weduwe Wouter Boeser over geleent gelt als over geleverde boter spek linnen en verschot aanden decker te samen naar aftrek van 100 boomtakken ter somma van            21:   1: 14

Aldus dese inventarisatie geregtelijk gedaan volgens het op geven vande persoonen int hooft deses gemelt verclarende haar geene andere goederen actien off crediten meer kennelijk te sijn off ter goeder trouwe verswegen off agtergehouden te hebben. Actum ten overstaan van Scheur en Jan Buijs schepenen in Grootwaspik, als vervangende den schout alhier, desen 11e  augustij 1744.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol 128 vo

in de kantlijn: uijtgemaakt op zegel 24 st.

Staat en inventaris gedaan maken en aan schout en schepenen van Grootwaspik overgeven bij Marcelis en Dirk Ariens Coninx meerderjarige kinderen en mede erffgenaamen van zaliger Arien Marcelissse Coninx ende dat van soodanige goederen en effecten als bij den voernoemde Arien Marcelisse Coninx eerder weduwenaer van Leijntje Vermeijs en lest weduwenaar van Cornelia . . . .  .metter doot heeft ontruijmt ende naargelaten soo ende in manieren als volgt.

Eerstelijk de vaste goederen

Eerstelijk een huijs hoff erve bijster en ackerlant staende en gelegen alhier tusschen erffenisse van de pastorije en den bijster van de kinderen van Adriaan Coninx cumsuis en Arnoldus Verstegen en Jan van Tichel cumsuis, deen tijnden den anderen, west, streckende uijt den noorden van t kerkhoff aff suijtwaart in tot het oude vaartje toe.

Nog een parceeltje uijtgedolve moergront gelegen in Sgrevelduijn Grootwaspik.

Meubilaire geoderen inde keuken

1 spigel, schoorsteenkleet, 2 paar gardijnen en 2 rabatten voor de betsteden, , 1 hengelcorff, 1 taffel, 1 eijke kast, 1 eijke schabel, 1 schotelrek, 1 tinne schotel, 8 witte borden, 1 coopere vuurpan, 1 torfton, 1 armstoel, 6 stoelen, 1 torfton, 1 tang, 1 asschop, 1 vuureijser, 1 lamp, 1 hangijser een koekpan, 1 roostel, 1 capmes, 1 strijkijser, 1 cnaap, 3 flessen, 1 lantaarn, 2 hammen, 2 billen, gerookt vleijs, 1 bed en hoofdpeulu, 2 deekens, nog 1 bed, 2 kussens

Op de geut en inde kelder

2 coopere kannen, 1 copere ketel, 1 melkemmer, 2 eijsere potten, 1 kaarn met sijn toebehooren, 2 melktonnen, 1 trog, een vleijsblok, 1 roomton, 1 boterteijl, 1 bierstelling, 1 pot met eenig vet, 3 steene stoopen, 1 soutbak, 3 aoixhoofden, 1 scherbort, 1 sigt en haak.

Int agterhuijs

2 brilspaijen, 1 schup, 1 bleckeling schup, 1 wastob, 2 wateremmers, 30 sparren, 1 wagen, 1 aartkar, 1 hoogekar met de huijff en reepen, 2 riet haken, 1 karkistje, 1 wan, 1 vleijskuijp, 2 tartobben, 2 hackmessen, 1 leeck.

op solder

1 korevat, 2 tartobben, 1 tob van een exhooft, ontrent 2 vat sloorsaat, ontrent 2 vat raapsaat, 1 snijblok, 1 coeijbak, 1 vlasmant met touwen beugels en verdere rommelerije, 1 vleijsboom, 1 out deurkosijn en toebehooren, 1 houte gemak, 3 sparren en 2 juffers, 1 deel voreke steele, eenige plancken en riet, nog eenig out ijserwerk, 1 crabhaak, 3 ijsere rijff, nog eenige rommeling, nog eenige horden heckens en draijboomen en palen voor t lant, nog eenig eijke hout in t water, nog het paardentuijg tot de wagen en karren, nog een ploeg in de maak tot Dongen.

Haaffelijcke goederen

1 paart, 4 melkbeesten, 1 halfdraagende veers, 1 hoekeling os, een vaars op de weerden, 2 melkkalveren, 1 dito verlooren, 1 vercken, eenig hooij in agterhuijs, nog t hooij op den armens negen geerden overt diep.

Inkomende penningen

Eerstelijck bij Dirk Coninx ontfangen van 31 duijsent en

hondert hooij tot 5: 17: 8 per duisent                        182: 13:   0

hier van betaalt de huur van

6 geerden                                   168:   0:   0

item t gemaal aan

van Andel                                      10:   4:  2

int betalen vande huur

vert en vervaren                              0: 16: 14

                                                                                    179:   1:  —

blijft voor den boedel                                                                                     ƒ  3: 12:  —

Nog staat ontfangen vande armeesters over carvragten en

gelevert riet                                                                                                      6: 14:   0

staat te ontfangen vande weduwe Hendrik Hagoort van 5 bossen riet            2:   0:   0

staat te ontfangen van Teunis Vassen de Hoog van verdient loon                  3: 12:   0

nog staat te ontfangen van Peeter Vasse de Hoog                                          0: 14:   0

nog staat te ontfangen van Dirk Vassen de Hoog                                            3: 10:   0

de weduwe Huijbert Coninx debit

Peeter Storm debit

Jan Klaas den Decker debit

uijtgaande schulden

Eerstelijk staat te betalen de loopende huur vanden armens 9 geerden         memorie

Nog de loopende huur vande aanwassen van Walravens                                50:   0:   0

nog de borgemeesters d’anno 1742, 1743, en 1744 voor                                memorie

Nog staat te betalen aan Arien Gijsbertse Coninx een willeceur van            1000:   0:   0

Nog op den intrest verschenen tot den 30e augustus 1744                               53:   2:   0

Nog staat aan Seger Swalp per reste van een obligatie ter somme van

Nog aan Hendrik vanden Hoek over aachuur

Aldus dese inventarisatie regtelijk gedaan volgens t opgeven van Marcelis en Dirk Ariens Coninx verclarende niets ter quader trouwen verswegen off agtergehouden te hebben ten overstaan van Thomas van Thomas Seijlmans en Anthonij van Pas, schepenen in GrootWaspik, als vervangende den schout alhier, desen 15e augustij 1744.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

dit is t kruis merk bij Tomas Zeijlmans gestelt

Fol. 130 vo

Inventaris gedaan maken en aan schout en geregten van Grootwaspik overgegeven bij Seijken Verstegen, huijsvrouw van Peeter van Breemen en dat van alle en soodanige goederen als bij hare moeder Piternel de Haan weduwe en gebleven boedelhoudster van Corstiaan Verstegen in haar leven gewoont hebbende en overleden alhier, metter doot sijn ontruijmt en naargelaten soo als volgt.

Eerstelijk een huijse hof en erve staande en gelegen a(l)hier tusschen erffenisse van Thomas de Bont cumsuis zuijden en Aart de Bont noorden, streckende uijt den westen van t ackerland van de kinderen van Peeter Swart en andere aff oostwaart in ter lengte van drie roede van t huijs te meten, tot den hof van de voornoemde kinderen van Peeter Swart cumsuis toe met het hofke agter het voornoemde huijs soo als het verdeelt gelegen is.

Nog een uijtgestoken moervelt gelegen alhier op den oosten aknt van Vroukensvaart belent oost en west de weduwe Joost Sterrenburg zuijden Adriaan Claveren cumsuis en noorden Pieter van Waspik cumsuis.

Nog een parceeltje moer gemeen met de kinderen  van Huijbert Swart.

meubilaire goederen

een oude eijke kast, een denskastje, een copere ketel, een bedde hooftpeulu en twee kussens, een deken, een paar gardijne en rabat, eenige aardewerk, 6 a 7 stoelen, 2 eijsere potten, een schouskleet, 12 tinne lepeles, nog eenige rommelerije.

schulden

staat te betalen aan Seijken Verstegen de verponding bij haar verschoten

in 1740 en 1741 ter                                                                                             6:   3:   6

Aldus dese inventarisatie regtelijk gedaan ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Thomas Zeijlmans en Anthonij van Pas, schepen in Waspik, desen 5e october 1744.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

dit is t kruis merk bij Tomas Zeijlmans gestelt

Fol. 131 re

in de kantlijn: uijtgemaakt

Scheijdinge ende erfdelinge die bij desen doende en aan schout en schepenen van grootwaspik overgevende sijn Huijbert Buijs, Elisabeth Buijs weduwe Wouter Boeser, Anna Buijs, Adriaan Faassen Noteboom als in huwelijk hebbende Clasina Buijs, Jan Buijs als bij schout en geregten alhier aangeste(l)den deelvoo(g)t van de twee onmondige weeskinderen van wijlen Adriaantje Buijs door haar in huwelijk verweckt bij Hendrik Netten haaren eersten man en bij Elias Verduijn haeren tweeden man met naeme Wouter Nette en Maria Verduijn ende nog den voornoemden Jan Buijs als bij schout en geregten alhier aengestelden deelvoogt over het onmondige weeskint van wijlen Huijbertje Buijs door haar in huwelijk verweckt bij Arien Potters, alle kinderen en kintskinderen van wijlen Pieter Buijs en Seijken van Gijsel en ten laatsten Willem van den Broek als in huwelijk hebbende Maria Servaassen van Thorn, die een voordogter was van Seijken van Gijsel en sulx alle bij testamentaire dispositie gepasseert voor den notaris Ottho Juijn en seekere getuijgen tot Loon op Sant geinstitueerde erfgenaamen van den voornoemde Pieter Buijs en Seijken van Gijsel ende dat van alle de vaste goederen haer in voegen voorschreven aanbestorven behalve de moergronden bij haer publieq vercogt ende sijn de voornoemde goederen bij het trecken van blinde loten onder haar verdeelt ende ten deele gevallen als volgt

in de kantlijn: Ik ondergeschreven Adriaan Noteboom bekenne van de nevenstaande somma van vijftien guldens en vijf stuijvers volgens de nevenstaande deijlingh doorhaling ten danke voldaan en betaalt te zijn sonder verdere eenige namingen te sulden doen, actum Waspik den 30 meij 1760

Dit 2 kruisen hantmerk is gestelt bij Adriaan Noteboom bij mij present Jan vander Meer, secretaris

Eerstelijk soo is Elisabet Buijs weduwe van Wouter Boeser bij blinde lotinge geloot gecavelt en beerfdeelt gecavelt ende beerfdeelt op twee geerden hooij ende weijlant gelegen inden polder alhier in een stuk van ses geerden gemeen en onverdeelt met de kinderen van Huijbertje  en Adriaantje Buijs belent ten oosten vande heele ses geerden de weduwe Adriaan Geerden Boudewijns en ten westen Johan Lips, streckende uijt den zuijden vanden Caesloot aff noortwaart in tot het half Schipdiep toe, en moet uijtreijken aan Adriaan Noteboom vijftien gulden vijff stuijvers en aan Huijbert en Anna Buijs elff gulden drie stuijvers ses penningen, en moet betaelen in ider schattinge eene stuiver agt penningen.

in de kantlijn: Huijbert Buijs bekenne van de nevensataande somma van vijf guldens elf stuijvers en agt penningen ontfangen te hebben en uijt hande van de weduwe Wouter Boeser dus deselve comme quiteeren bij deesen, actum den 23 julij 1760

Dit kruis merk is gestelt bij Huijbert Buijs mij present Jan vande Meer

Ten tweede soo is Jan Buijs in qualiteijt als deelvoogt van het onmomdige weeskint van wijlen Huijbertje Buijs in huwelijk verweckt bij Arien Potters en sulx ten behoeve van t voornoemde weeskint met naam Pieter Potters, bij blinde lotinge geloot gecavelt en beerfdeelt gecavelt en beerfdeelt op twee geerden hooij ende weijlant gelegen in de polder alhier in een stuk van ses geerden gemeen en onverdeelt met de weduwe Wouter Boeser en de kinderen van Adriaantje Buijs, belent ten oosten van de heele ses geerden de weduwe Adriaan Geerden Boudewijns en ten westen Johan Lips, streckende uijt den zuijden vanden Caesloot aff noortwaart in tot het halff Schipdiep toe en moet in egalisatie van haar loot uijtreijken aan Huijbert en Anna Buijs ses en twintig gulden agt stuijvers ses penningen en moet betalen in ider schattinge eene stuijver agt penningen.

Ik…  onderteekende Adriaen Koevot in huwelijk hebbende Anna Buijs bekenne van mijn portie ter somma van vijf gulden elf stuijvers en agt penningen ten volle voldaan te sijn actum Waspik den 1 december 1760

dit merk kruis is gestelt bij Adriaan Koevots mij present

Ten derden soo is Jan Buijs in qualiteijt als deelvoogt van de onmondige weeskinderen van wijlen Adriaantje Buijs in huwelijk verweckt bij haaren eersten en tweeden man met naeme Wouter Nette en Maria Verduijn en sulx ten behoeve van de voornoemde weeskinderen bij blinde lotinge geloot gecavelt en beerfdeelt gecavelt ende beerfdeeltop twee geerden hooij ende weijlant gelegen in den polder alhier in een stuk van ses geerden gemeen en onverdeelt  met de weduwe Wouter Boeser en t weeskint van Huijbertje Buijs, belent ten oosten vande heele ses geerden de weduwe Adriaan Geerden Boudewijns en ten westen Johan Lips streckende uijt den zuijden canden Caesloot aff noortwaart in tot het halff Schipsdiep toe en moet in egalisatie van haar lot uitreijken aan Huijbert en Anna Buijs ses en twintig guldens agt stuijvers ses penningen en moet betalen in ider schatting een stuiver agt penningen

Ten vierden soo sijn Huijbert Buijs ende Anna Buijs samen bij blinde lotinge geloot gecavelt en beerfdeelt  op een huijs hoff en erve staande en gelegen alhier op den westenkant van Vroukensvaart tusschen erffenisse van Peeter Jochemse Berthouts zuijden en ten noorden tegens t huijs en werve Willem vanden Broek en tegens de hoff de weduwe Corelis Paans streckende uijt den oosten van de halve Vroukensvaartse grippel ende schur off erff van Willem vanden Broek aff westwaart in tot de voor van het ackerlant toe is belast in ider schatting met eene stuijvers.

En ten Laatsten midden inden acker op twee hont agt en dertig roeden sijnde naastden hoff breet twee roeden elff voet en agter breet drie roeden drie voet vier duijm, belent zuijden Adriaan Faassen Noteboom en ten noorden Willem vanden Broek, streckende uijt den oosten van den hoff vande bovenstaande huijsinge aff westwaart in tot de erve vande weduwe Teunis Wouterse Biemans toe en moet in egalisatie als hier vooren trecken vier en sestig guldens en is belast in ider schatting met eene stuijver vijff penningen.

Ten vijffden soo is Adriaan Faasen Noteboom no uxoris bij blinde lotinge geloot gecavelt en beerfdeelt gecavelt en beerfdeelt op drie hont ackerlant inden acker agter t huijs op den noorden kant te meten vanden stijlen grippelkant aff belent ten noorden de weduwe Cornelis Paans en ten zuijden Huijbert Buijs, streckende alvoren en moet in egalisatie als hier vooren trecken vijfftien gulden vijff stuijvers en is belast in ider schattinge met eene stuiver agt penningen.

Ten sesden soo is Willem vanden Broek no uxoris bij blinde lotinge geloot gecavelt en beerfdeelt op twee hont twaalf roeden ackerlant inden acker agter t voornoemde huijs op den zuijden kant te meten vanden stijlen grippelkant aff belent ten zuijden Peeter Jochemse Berthouts en ten noorden Huijbert Buijs, streckende als vooren en is belast in ider schatting met eene stuiver drie penningen.

Verder is conditie tusschen de vier laatste comparanten dat het ackerlant voor nu en ten uwigen dage moeten wegen en stegen door den hoff en over den weerff van Huijbert tot Vroukensvaartkant toe en dat sij malkanderen voor dwars moeten stegen tot de steeg door den hoff toe.

Varder is conditie dat den houthack op de grippelkanten op den acker dit jaar onder haer voeren gemeen sal worden gehackt en verdeelt en dat sij de grippels te samen sullen opgraven dog dat in toekomende Adriaan Faasen Noteboomen Willem vanden Broek haer eijndeling grippen ider nevens sijn lot sal moeten maaken en onderhouden en den houtwas genieten en de dwaars grippen sal ider tegens het sijne moeten onderhouden.

Verders is nog conditie dat Adriaan Faassen Noteboom sal maken 6 voet vaartkant op den noorden kant vande stede en Willem vanden Broek ingelijx vier voet  in t zuijden daar nevens en dat Huijbert bij Anna Buijs de rest vande vaartkant tot de verdeelde stede behoorende moet maeken en onderhouden.

Verder sij geweten dat Willem vanden Broek sij lot clijnder was als de loote vande verdere erfgenaemen alsoo de verdere kinderen ¼ vanden boedel voor uijt voor de legitime portie van haar vaders goet voor uijt moesten trecken en waar mede haere loten sijn vergroot.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijt en naar den regten van Zuijthollant en verclaarde ider sijn aanbedeelde goederen te vreden te zijn en den eenen tot behoeve vanden anderen sijn aanbedeelde goederen te renuntieren soo als sij doen bij desen en nemen aan te zullen betalen alle laste en verpondingen en omslagen tot ider sijn bevallen lot staande en te sullen maeken en onderhouden alle wegen en stegen dijken dammen schouwen leijen Sheeren chijnsen en andere naburen regten met regt tot ider parceel behoorende sonder dat den een tot lasten vanden anderen sijne aanbedeelde goederen eenig regt actie off pretentie meer is hebbende off behoudende onder wat pretext het ook soude mogen sijn.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Jan Buijs en Steven Scheur, schepenen in Waspik, desen 13en november 1744.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 133 vo

in de kantlijn: uijtgemaakt

Op huijden den 6e december 1744 compareeerde voor ons schepenen van s Grevelduijn Grootwaspik en Twaalftalve Hoeve ondergenoemt, den eersame Peeter Laureijsse van Dongen ende Dingena Gijsbertse de Jong egteluijden, woonende alhier, sijnde den eersten comparant siekelijk naar den lichame te bedde leggende ende tweede comparante gesont naar den lichame gaande en staande dog beijde haar verstant redenen en memorie welmachtig sijnde en gebruijkende soo ons uijtterlijk scheen, te kennen gevende dat sij genegen waren te disponeren over hare tijdelijke goederen haar bij godt almagtig op dese werelt verleent om daar toe komende soo verclaarde sij testateuren malkanderen reciproce en sulx over en weder den eerst stervende den langstlevende van hun beijden gemaakt genomineert en geinstitueert te hebben tot sijnen off haren eenigen geheelen en universelen erfgenaam ende dat in alle haere naar te latene goederen soo wel roerende als onroerende gelt gout silver gemunt en ongemunt haaff imboel etc. soo wel active als passive egeene vandien uijtgesondert van wat benaeminge die ook soude mogen sijn omme daar mede bij den langstlevende gedaan en gehandelt te werden als met haar vrij eijgen goet ende dien volgende met vollen regt van institutie sonder gehouden te sijn aan imant te leveren eenigen staat off inventaris van haren boedel onder dese speciale conditie nogtans dat de langstlevende van hen testateuren gehouden en verbonden sal sijn hare kinderen reets bij den anderen verweckt ofte nog te verwecken ende naar te laten, op te voeden ende te alimenteren in eten ende drinken cledinge ende reedinge soo van linnen als wollen soo wel siek als gesont egeene tijt van perijkel uijtgesondert deselve te laten leeren lesen en schrijvenen daer en boven een goet ambagt of ander exercitie te laten leeren waer toe deselve best bequaam sal off sullen bevonden wordenen dat tot haren mondige dagen huwelijken ofte anderen geaprobbeerden staete toe, als wanneer de langstelevende van haar testateuren daer en boven aan ider van haere kinderen die als dan in leven sullen sijn, sal moeten uijtreijken en voldoen eene somme van veertig caroli guldens tot veertig grooten Vlaams het stuk eens sonder meer in volle voldoeninge van haere vaderlijke ofte moederlijke goederen ofte legitime portie waer inne sij tetstaeuren de voornoemde haere kinderen sijn instituerende bij desen ende dit alles tot hertrouwens van den langstlevende toe in welk geval van hertrouwen de langstlevende van hen testateuren sal gehouden en verbonden sijn ten behoeve van hare voornoemde kinderen afstant te doen vande geregte helft van haren boedel en goederen soo als die als dan bevonden sal worden en dat de langstlevende daer en boven nog verpligt sal sijn de onmondige kinderen uijt den bladinge en vrugtgebruijk van haar aan part inden voornoemde aan haar te bewijsen halven boedel en goederen te sulen moeten voeden en alimenteren. Als vooren is gesegt tot haren mondigen dage huwelijk of anderen geapprobeerde state toe.

Wijders verclaarde sij testateuren te stellen tot voogt ofte voogdesse over hare naargelatene onmondige kinderen en erfgenaemen den langstlevenden van haar testateuren ende bij overlijden ofte hertrouwen vanden selven tot voogt Peeter Janse Verschuren ende bij overlijden vanden selven Peter Cuijl ende tot toesiender voogt Adriaan Laureijsse van Dongen ende verclaarden sij testateuren uijt haren naar te latene boedel en goederen uijt te sluijten ende te secluderen schout en geregten van Grootwaspik mitsgaders alle andere weesheren en geregtens daar haar lieder sterfhuijs soude mogen komen te vallen niet willende off begerende dat sij (behoudens haer respect en eerwardigheijt) haar met haren naartelatene boedel sullen bemoeijen  maar dieselve daar voor bedankende mits desen.

Allen het geene voorschreve staat de testateuren sijnde voorgelesen verclaarde sij het selve te wesen haar testament lesten en volkomen uijttersten wille willende en begerende dat het selven sijn volkomen effect sorten en stant grijpen sal, t sij als testament codicile gifte uijt saken des doots off ander den levende soo als het selve best naar regten sal konnen off mogen bestaan, alwaar t schoon dat niet en waren geopserveert versoekende het uijtterste benefitie en dat hier van gemaakt en gelevert mag worden instrument in communie forma. aldus gedaan en gepasseert voor t siekbedde vanden testateur verclaarden beneden de vier duijsent guldens gegoet te sijn ten overstaan van Huijbert Coninx en Jan Buijs, schepenen  in Waspik als vervangende den schout,alhier, ten dage maande en jaaren voorschreven savonts ontrent de clocke ses uren.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 134 vo

Op huijden den 13e jannuarij 1745 soo willen de gelijcke kinderen en erfgenaemen van zaliger Arien Marcelisse Coninx in sijn leven gewoont hebbende ende overleden alhier, publiecq ende voor alle man met consensen en ten overstaan van schout en schepenen alhier bij forme van erfhuijs verkoopen de hafelijcke en meubilaire goederen en imboel bijden voornoemde Arien Marcelisse Coninx metter doot ontruijmt en naargelaten soo als die te berde sullen werden gebragt op de conditien en voorwaarde hier naar volgende.

Eerstelijk wie eenig gelt biet sal gehouden wesen te blijven bij sijn gebot  op een boete en bruke van vijff en twin(ti)g guldens te gaan naar regt.

De kooper off meijnders sullen gehouden sijn hare beloofde cooppeningen te betaelen gereet en contant alvorens sij hare gecogte goederen vanat erff sullen mogen vervoeren en soo imant sijn gekogt goet van erff bragt sonder eerst te betalen sal verbeuren aanden officier dartig stuijvers van ideren onbetaalden coop den welken het beloofde gelt en boete tot laste vande overtreders sal vordere cum expensis.

De coopers sullen boven de cooppenningen mede gereet moeten voor het slag off popt gelt en XL penningen en Xe verhoog. van ideren gulden 2 stuijvers.

Den officier houd den 1, 2, 3 roep aan sijn selven wil niemant bevatten off wil ook niet bevat off agterhaelt sijn.

een leijert en tou, Pieter van Waspik          0:   3:   0
een wastob, Dingeman van Dusseldorp          0:   3:   0
een koornvat Arien Nouwens          0: 11:   0
een tafeltje, Dirk Coninx          0:   3:   0
twee melktonnen, Peeter Boogers          0:   6:   0
een lepelbort met agt lepels met 1 lamp en tregter Marcelis Coninx          0: 11:   0
en turffton emmer en een stoop, Peeter Boeser          0:   6:   0
vang asschop roostel hangeijser een capmes en ketting, Dirk Coninx          1:   4:   0
ee dierslag  en eerde pot , Pieter Geenen          0:   5:   0
1 boter teijl en lepel, de weduwe Hendrik de Bont          0: 11:   0
1 scheerbort en kan, Lammert Reckers          0:   6:   0
1 soutdoos soutvat en kern let, Thomas van Tichel          0:   1:   0
1 blansschalen 1 pont gewicht , Lijsbet Janse Cloot          0:   5:   0
3 sloope en een temst, Jan Janse Seijlmans          0:   7:   0
een tinne schotel , Jan de Hoog          1:   2:   0
een rek, Marcelis Coninx          0:   2:   0
een kurff, Adriaantje Janse Cloot          0:   5:   0
een kern, Adriaan Schep          2: 11:   0
agt borden, Pieter van Waspik          0:   8:   0
een fleijsblok, secretaris          0:   8:   0
een eijdere pot, Jan Reckers          0: 18:   0
een eijsere pot,Johan Lips          1:   3:   0
een coopere cetel, Peet Boom          4: 10:   0
een bedpan, Peer Boom          1: 10:   0
een coopere melkkan, Jan Schoenmakerss          2: 10:   0
een cope dito, Cornelis Camp          5: 10:   0
3 fassen en 1 strijkeijser, Willem Biemans          0:   5:   0
         25: 12:  —
een lantern, Mattijs de Zeeu          0: 12:   0
een schotelrek, Dirk Coninx          0:   3:   0
ses stoelen, Dirk Coninx          0: 12:   0
een arm stoel, Cornelis de Bont          1:   6:   0
een eijke schabel, Adriaan Nouwens          0:   8:   0
een hamer en boor, Domini Groen          0:   6:   0
een coeij ingeset bij Bastiaan Holster habit de slag        82:   0:   0
vier sparren, Pieter Geenen          0: 13:   0
vier dito, Hendrik Schoenmakers          0: 11:   0
vier dito, Wijnant van Corput          0: 11:   0
vier dito, Cornelis Paap          0: 12:   0
vier dito, Cornelis Paap          0: 11:   0
vier dito, Cornelis Paap          0: 13:   0
vier dito, Jan Janse van Tichel          0: 12:   0
vier dito, Cornelis Paap          0: 12:   0
drie dito, Cornelis Paap          1:   5:   0
een baggerbeugel, Mattijs de Zeeuw          0: 13:   0
een juffrou, Wijnant vande Corput          0: 11:   0
een dito, Wijnant vande Corput          0: 11:   0
een dito, Cornelis Paap          0: 12:   0
een dito, Cornelis Paap          0: 15:   0
twee paalbalke, Cornelis Paap          0: 11:   0
eenige plancke latte vorke stele op den dorsvloer, Thomas van Tichel          0: 18:   0
een rijff en coopolstok, Jan Fijneman          0: 12:   0
een crabhaek en twee voreken, Marcelis Coninx          0:   8:   0
drie rijven en vier vorken, Johannis Verschuren          0:   5:   0
een snijbak en sneij, Dirk Coninx          1:   0:   0
een tartob en tob, Thomas van Tichel          1:   0:   0
een schudde gafel en 4 beugels, Mattijs de Zeeu          0:   2:   0
een bril spaij en stikscheer, Jan Bredenburg          0: 11:   0
een water emmer, secretaris          0: 11:   0
een ox hooft, Cornelis de Bont          0: 17:   0
een wan, Adriaan Nouwens          0:   7:   0
een leijk, Hendrik Timmermans          0:   5:   0
een mant etc., Wouter Verschuren          0:   5:   0
een oxhooft, Cornelis de Bont          0: 14:   0
een bak en een tarton, Dirk Coninx          0: 10:   0
een schuijjer wagen, Peeter verschuren          0: 10:   0
een dito, Thomas Reijken          0: 10:   0
een emmmer, Wijnant van Corput          0: 11:   0
een egt, Thomas van Tichel          0:   7:   0
een tarton, Joost van Heukelum          0:   3:   0
een tob, Jan van Tichel          0:   4:   0
een pluk haek 1 mishaek, Jan Janse Zeijlmans          0:   3:   0
een wagen , de weduwe Wouter Biemans        10:   0:   0
       126: 17:   0
een hooge car, Pieter van Waspik          8:   0:   0
een aert kar, Dirk Coninx          5:   5:   0
een peert, Willem van Ommeren        10:   0:   0
een hoopke hout, Peeter Swart          1: 10:   0
een vloot vim met een rib, Pieter van Waspik          1: 18:   0
een eijke boomke, Thomas de Bont          1:   0:   0
drie vierdepart van een stapeltje hooij, Marcelis Coninx          2:  0:   0
nog een stapeltje hooij, Marcelis Coninx          1: 10:   0
nog den toemaet, Dirk Coninx          2: 10:   0
eenig eijke hout, Thomas de Bont          1: 13:   0
een trog, Dirk Coninx          1: 10:   0
een mishoop, Marcelis en Dirk Coninx          3:   3:   0
den ashoop, Marcelis en Dirk Coninx          0:   6:   0
         40:   5:   0

Aldus dese verkoopinge regtelijk gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Steven Scheur en Jan Buijs, schepenen in Waspik desen 13e jannuarij 1745

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, screstaris

 in de kantlijn:

     25: 12:   0

   126:   7:   0

     40:   5:   0

   192:   4:  —

af  92:  –:  — haaf

    100:   4:  —

Fol. 136 re

Copie auth.

In den naeme des heeren Amen

Kennelijk sij eenen iegelijk dat op huijden den XXe jannuarij een duijsent seven hondert een persoonlijk gecompareert sijn voor mijn Hendrik ter Beek van Coefelt openbaar notaris bij den Hoven van Hollant geadmiteert in Princenhage residerende ter presentie van de getuijgen naargenoemt monsieur Adriaan de Bruijn ende juffrouw Maria Claese van Duijck echteluijden woonende alhier in den Hage mij notaris bekent, gesont ende dispoost van lichaeme gaande ende staande haer verstant ende memorie wel hebbende ende met volkomen uijtspraak gebruijkende als notaris ende getuijgen uijterlijck is gebleecken ende verclaarde sij comparanten testateuren gerevoceert geannulleert doot ende te niet gedaen te hebben allen testamenten codicille  donatien ende uijttersten willens dispositien als mede die respectivelijck gepasseert sijn voor den notaris Libertus Loeff ende mij notaris op den 25e meij 1686 ende 30e julij 1699 gelijk sij testateuren verclaeren te doen bij desen niet willende dat deselve cracht hebben ofte effect sorteren sullen erven ende alleen…. off die nimmer meer gepasseert ofte overleden geweest waren.

Ende specialijk mede revocerende ende te niet doende de huwelijkse voorwaarde die sij testateuren voort aangaan van haar huwelijk voorden notaris Johan van de Veijver ende seekere getuijgen hier in de Haege verleden ende gepasseert hebben houdende de selve mede voor nul krachteloos ende van geender waerde.

Ende nu op nieuws van haere tijdelijcke goederen bij godt almachtigs aan haar soo genadelijk op deser werelt verleent is ponerende verclaren sij testateuren uijt conjugale lieffde ende affectie de eerste stervende de langstlevende van hun beijden te laeten maecken ende gunnen het volle besit ende vrugtgebruijk van alle de goederen soo vast als anderen dewelke de eerst stervende metter doot dal comen te ontruijmen ende naer te laeten geene vande selve uijtgesondert hoe die genaemt ende van wat nateur offte waar deselven gelegen souden mogen sijn.

Verclaarde verder den eerst stervende den langst levende bij desen te remitteren het stellen van eenige culie usuffructair prohiberende t selve aan haare respective erfgenaemen op pene van exheridatie.

Ende is wijders haar testateuren uijttersten wille dat naer de doot van de langstlevende van hun de vrinden ende erfgenaemen vanden testateur sullen gehouden sijn te laten volgen aande hier naar te nomineeren vrinden ende erffgenaemen vande testatrice onder de mits hier naargestelt de vier huijsen soo als dese gelegen sijn op den Dennenwegh op de hoeck vant Kalckstraatje alhier neffens den anderen staande sulx ende in dier voegen als deselve gecoht sijn gelijck haar testatrices vrinden nog daar en boven uijt den selven boedel ende nalatenschap van haar testatrice sullen trecken ende genieten eens de somme van acht en dartig hondert guldens welcke somme den testateurs vrinden en erffgenaemen aan de vrinden ende erffgenaemen vande testrice sullen gehouden wesen uijtte reijcken binnen den tijt van drie maenden naar des langstlevendes doot.

Sullende de resterende goederen ende effecten bij den testateur naar te laeten werden genooten bij de hier naar te nomineren erffgenamen van hen testateur.

Vervolgens verclaarde hij testateur in alle sijne voorschreve naar te laten goederen genomineert ende geinstitueert te hebben gelijck hij doet bij desen sijne vier susters met naemen Adriaantje Huijbers de Bruijn, Anneken, Jenneken ende Artie de Bruijn mitsgaders de drie kinderen van sijn saliger suster Piternella de Bruijn ende dat in stirpes ofte bij staken ende bij overlijden van imant van derselve erffgenamen derselve respective wettigen kint ofte kinderen bij representatie in haar ouders plaatse.

Nog gelijk den testateur bij forme van preelegaet aande voornoemde sijne suster Jenneken bij desen verclaarde vooruijt te maken drie gaerden lants gelegen inden polder van Gootwaspik nevens de erfgenaemen vande schout Zeijlmans oost, west de erfgenaemen van Geerit Jans Boudewijns onbedeelt in een stuk van ses gaerden met Mels Drickse streckende uijt den zuijden vande 11 ½ hoeven noortwaarts op ter halver Scheijsloot toe met die last nogtans dat de gemelte sijne suster jaarlijx sal moeten uijtreijken aan die geene de welke hij testateur t sij mondeling ofte schriftelijk sal ordonneren voor den tijt van vijfftien achter een volgende jaeren ende bij aldien het mogte comen te gebeuren dat deselve sijne suster Jenneken affte haere erfgenaemen quaem te blijven in gebreecke om de vooorschreve uijtreijkinge jaarlijx te doen aan degeene de welken den testateur bij acte onder sijn hant sal comen te nomineren ende te ordonneren soo is sij testateurs expresse wille ende begeerde dat de voorschreven drie geprelegateerde gaerde lants voor de voornoemde jaarlijcxe uitreijkinge den voorschreven tijt van vijfftien jaeren sullen moeten blijven onverdeelt ende in geheel.

Den voornoemde testateur verclaarde ook te legateren aan Ariaantje Jans Coninck sijne nigte de welke jegenwoordig bij hem is woonende ende dat ten respecte vande goede diensten aanden testateur ende sijn huijsvrou bewesen de somme van drie hondert vijftien gulden ende voor overlijden van deselve Ariaantje Jans Coninx aan haar kint off kinderen  bij reresentatie in haere laetse dagen sal dit legaat aande selveniets eerder werden voldaan als naar de doodt van beijde testateuren.

Verder is des testateurs begeert dat de portie de welke bij sijne voornoemde suster Anneken den Bruijn uijt sijnen nalatenschap sal worden geerft naar haar doot wederom sal comen erven ende desolveren op haere ofte sijn testateurs andere susters ende susters kinderen in stirpes off bij stakens.

Ende verclaarde de gemelte testatrice ook verder haere uijtterste wille ende begeerte te sijn ende inde voorschreve vier huijsen op den Dennewegh ende de gemelte agt en dartig hondert guldens tot haere erfgenaemen genomineert ende geinstitueert te hebben gelijk sij doet bij desen de weeskinderen van Nicolaas Janse vander Laen van Leendert Janse vander Laen mitsgaders Marietje Janse vander Laen haar testatrices neven en nigten woonende alhier inden Haag ende int ambagt vandien ende bij voor overlijden van imant van hun der selven decendenten bij representatie willende dat het selve  bij overlijden vande eene sal devoleren op de anderen suster met dien last nogtans dat Marietje Janse vander Laan hier boven genoemt van haar portie als moeten missen ende aff gtrocken worden de somme van vijff hondert guldens welcke vijff hondert guldens de testatrice bij desen verclaarde te maken ende te geven aan Geertruijt Leendertse vander Laen ende dat uijt consideratie dat sij de testatrice wel ende trouwelijk gedient heeft ende bij aldien de voornoemde Marietje Janse vander Laen haar tegens dese dispositie wilde aanstellen offte niet welde te vreden ende gecontenteert hielde in sulken geval maar anders niet, verclaarde de gemelte testatrice dat het geene sij Marietje van haare sal comen erven sal comen aanden voornoemde Leendert Janse vander Laen haeren broeder deselve in sulcken geval daer inne in haare plaatse instituerende bij desen.

Willende ende gebeerende sij beijde testateuren dat de langst levende van hun beijden overlijden vanden eerst stervende gehouden sal sijn aan haer respective hier vooren genomineerde erfgenaemen uijtterlijken alle de clederen tot sijn ofte haar testatrices  lijff en rugge behoort hebbende soo van seijden linnen ende wollen niets uijtgesondert mitsgaders gout ende silver ende t gunt tot haar lijff eenig santi sal hebben gedient.

Oock ordonneren sij testateuren dat opt overlijden vande langstlevende van hun beijden het linnen t geen aldan inden boel sal worden bevonden in drie egale partien sal worden gedeelt namentlijk dat twee potie van t selve sal comen aande erfgenaemen vanden testateur ende een portie off derdepart aande erfgenaemen van de testatrice waar inne de gemelte testateuren haer respective voorschreven erfgenaemen off derselver decensenten bij representatie mede sijn instituerende bij desen.

Aengaende seker huijs en erve t geene sij testateuren tot Grootwaspik voorschreven hebben laten timmeren alwaar jegenwoordig den pastoor in woont ende de roomscatholijcque godtsdienst wert gedaan daar over verclaeren sij testateuren te disponeren ende te ordonneren in maniere ande op conditie hier naar volgende namentlijk dat haere respective erfgenaemen het voorschreve huijs belent .ijdede beneden de kerk van Grootwaspik tusschen erffenisse van Jan Adriaanse van Hassel oost ende Cornelis Dilissen cumsuis met haeren acker west  streckende uijt den noorden vande Heerestraat aff zuijtwaarts op tot den rijwegh van den dijk ofte Lambert Commeren erff toe sullen moeten laeten volgen aen Huijbert Ariense van Hassel, Huijbert Hendrickse Schoenmakers, Jacob Hendrickse Schoenmakers, Mattijs de Bruijn, alias Schoenmakers, Francois Hendrikse Schoenmakers, Huijbert Cornelisse Schoenmakers, Hendrik Cornelisse Schoenmakers, ende Johannis Cornelisse Schoenmakers allen te samen neven ende susters soonen vanden voornoemde testateur willende sij testateuren dat het voorschreve huijs en erve altoos sal blijven tot dienst ende bewooninge vanden pastoor vande roomscatholijcque gemeente omme daar inne den godsdienst te plegen mits nogtans dat den pastoor inder tijt ofte de roomsche gemeente sullen gehouden sijn te betalen gemeene lants lasten soo van verpondingen ordinaris en extraordinairis off reele hondersten penning de schouwen inde straat als mede de collaterale successie mitsgaders reparatien die van tijt tot tijt aent selve huijs erve ende heijningen souden moeten worden gedaan sonder nogtans dat den pastoor eenige huur int voorschreve huijs verwoone sal ofte hem affgevordert werden ende sullen des testateurs erfgenaemen het voorschreve huijs ende erve noijt mogen vercoopen belasten offte beswaren ende bij soo verre het mogte comen te gebeuren datter t eeniger tijt geen pastoor tot Grootwaspik meer en resideerde ende geen vergaderinge gehouden wiert soo sullen des testateurs erfgenaemen in sulken cas maar anders niet het voorschreve huijs mogen verhuijren omme de coste ende reparatien uijtte jaarlijcxe huijrpenningen te betaelen ende het selve alsoo in een goeden staat voor altoos te houden ende soo wanneer haar betalinge vande voorschreve lasten ende reparatie eenige huijrpenningen quamen over te schieten sullen deselve overschietende penningen bij de voornoemde des testateuers neven ende den selver decendenten bij representatie egalijk werden geparteert ofte gedeijlt. Willende de testateuren soo ras als daar weder een pastoor naar den anderen die weg gegaan sal sijn  sal wesen gecomen ende het voorschreve huijs als dan verhuijrt sijnde de gemelte des testateurs erffgenaemen de huijre gehouden sullen sijn aenstonts op te seggen ende den pastoor daar wederom in te laten woonen gelijk den voorgaande pastoor ende sal de verhuijringe int voorschreve cas vant voorschreve huijs moeten geschieden met dese stipunlatie dat t selve ten allen tijden van t jaar mits drie maende te voren  gewaarschout seijnde om naar van dien tijt  t selve moeten werden ontruijmt verclarende sij testateuren naar overlijden van hem testateur Jacobus Schoenmakers genomineert te hebben ende te nomineren bij desen omme de opsigt ende bewint over het voorschreven huijs te hebben met die ordonnantie dat na de doot van de voornoemde Jacobus Hendrikse Schoenmakers sijn plaats ende ten fine voorschreven succederen sal tot regent den outsten van des testateurs voorschreve neven ende soo successivelijk ende altijdt ende bij soo verre bij den pastoor indertijt offte sijne gemeijnte de voorschreven lasten soo ordinairis als extraordinairis hondersten penninck ende reparatie vant voorschreve huijs niet en quaemen te betaelen ende lieten doen respectivelijck in sulken geval sal den regent ider teijt den voorschreve pastoor de facto uijt het voorschreve huijs mogen doen delogeren ofte vertrecken waar toe den selven wert magtig gemaakt bij desen vermits het begeren vande testateuren is dat het voorschreve huijs altoos in een goeden staat ende reparatie sal moeten bleijven. Alsoo sij comparanten t selve huijs tot die intentie gebouwt ofte getimmert hebben.

Eijndelijk verclaarden de voornoemde testateuren metten intrest van dien tegens in desen versprooken verdragen vaste ende onverbreeckelijk gecontracteert te hebben soo als sij doen bij desen dat dese testamenten voor soo veel de dispositie aangaat vant voorschreve vrugtgebruijk aan malkanderen bij desen gemaakt als andersints t geene haarlieder over en weder over is consernerende niet bij een van beijden apart sal mogen werden verandert off verbrooken op peene dat het geene een van hen alsoo apart gedaan sal hebben sal worden gehouden voor nul krachteloos ende van onwaarden maar eenige veranderinge alteratie ofte verbreecking wilde maaken sal sulx moeten geschieden met wedersijts consent en goetvinden.

Alle t geene voorschreve staat de testateuren duijdelijk voorgelesen sijnde beijde ende verclaarde t selve te wesen haer testament laeste ende uijtterste wille begerende dat het selve stant grijpen ende volcomen effect sorteren sal t sij als testament codicille gifte uijt sake des doots ofte onder den levenden ofte soo iemants uijtterste wille op t favorabelste soude cunnen susiteren ende bestaan versoekende t uijtterste benefitie te mogen genieten consenterende aan mijn notaris dat hier van gemaakt en gelevert sal worden een ofte meerdere instrumenten in forma. Aldus gedaan en gepasseert in S’Hage ten huijsen van de testateuren ter presentie van Dirk vander Mist en Johannes Terbeek van Coesselt als getuijgen hier toe versogt ende was ondergetekent, A.D. Bruijn 1701 Maria van Duijk, Dirk vander Mist, J.F. van Coesselt onderstont mij present ende was onderteekent H.F. van Coesselt notaris p. 1701 (onderstont naar gedaene collatie jegens die originele minute onder mijn notaris berustende is dese copie daar mede bevonden te accorderen quod attestor (en was geteijkent) H.F. van Coesselt notaris p. 1708.

Naar gedane collatie is dese met de voornoemde copie bevonden te acoorderen bij mij secretaris in Grootwaspik desen 20en jannuarij 1745 quod attestor.

J. Zeijlmans, secretaris

Dit is mijn ordre die moet opgevolgt sijn ofte worden.

Volgens mijn testament gemaakt op den 20e jannuarij 1701 bij den notaris C van Coesselt daer in staat de overschietende penningen van den huuer bij gevallen datter geen pastoor en was sullen gepart ende gedeelt worden bij den voorschreve neven en nigten meden alle die geene die erfgenaemen in mijn andere goederen sijn geweest, te weten de kinderen ofte kintskinderen van Adriaantje Piternella ende Jennken Huijbertse de Bruijn ende bij Aertje en sijn geen dogters ende soo is ook meeninge ende begerten bij geval dat men niet kan wellen watter voorcommen sal dat dat het huijs met het erve eens moest worden vercoht t geene men verhoopen van neen soo soude dat gelt dan moeten gepart ende gedeelt worden als ik hierboven opgestelt hebben wegens het gelt vande huur.

Ten tweede daar staat int testament soo den pastoor ofte de gemeente in gebreeke bleven van t huijs ende erve niet wel quamen te onder houden ende in sulken geval den regent inder tijt den voorschreve pastoor de facto uijt het voorscheve huijs mogen doen delogeren ofte vertrecken sonder imants tegen seggen.

Ende daar en boven is mijnen wil ende begeerte dat den pastoor ofte imant vande gemeente niet aent huijs nog aanden hoff ofte erve sullen vermogen te breeken ofte iets te maken offte boomen te planten jae niet eene spijker te mogen slaen sonder consent vande vrinden die het huijs aengaet en principalijck die alsdan regent sal sijn van hoff ende erve.

Ende nog dat den regent de andere neven ende nigten  die het huijs dan toe komen sal de voorkamer vant huijs altijd sullen behouden aan haar selven gelijck iekse gebruijkt heb datse ledecanten kassen cabenetten ende tafels stoelen ende daar altijt komen slapen ende incomen alst haar belieffen sal sonder imant tegens te seggen vande pastoor off vande gemeente jae dat meer is datter imant vandeselve boven genoemde vrinden ofte kinderen waeren gecomen tot sulcken ouderdom dat haar verveelden te kerk te komen t sij man ofte vrou alleen ofte samen met eenen dienaar ofte dienaresse sonder kinderen inde kamer soude mogen comen woonen ende het huijs hoff ende alles te mogen gebruijken nevens den pastoor sonder tegen seggen van imants.

Ende ofte quamen te gebeuren (dat godt voorsien wil) dat den pastoor ofte de gemeente niet wel met den regent vant huijs ofte met de anderen vrinden niet wel en conden accorderen ofte dat den pastoor ofte de gemeente alte veel meester wouden wesen vant voorschreven huijs en erve ende malkanderen niet en konden verstaan soo sal den regent ende de vrinden den pastoor alleen uijt het huijs doen delogeren ende de gemeente ook niet wilden te vreden sijn sullen sij die alle mede daar uijt houden onder dat huijs meer te gebruijken sonder tegen seggen van imanden ende het huijs hoff ende alles aan haar houden ende daar mede doen t geene gelieven sal gedaan ende gepasseert ten huijse van mijn in s’Gravenhage den 3e februarij 1700 als ok vijff en t seventig jaeren out was (en was geteijkent) A. de Bruijn 1700.

(op den rugge stont nog)

Dit is een ordre onder mijn eijgen hadt

waar naar mijn vrinden onder malkanderen hebben te reguleren als mede vant huijs daar den pastoor in woont om dat iek wil hebben dat de vrinden altijdt meester vant huijs moeten blijven om daar niet van versteecken te sijn op wat manieren dat het mogte sijn .

1708

Naar gedane collatie is dese met het origineel hantschrift bevonden te accorderen bij mij secretaris in Grootwaspik desen 20e jannuarij 1745

quod attestor

J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 138 vo

in de kantlijn: uijtgemaakt op zegele van 40 st

Scheijdinge ende erffdeelinge die bij desen doende en aan schout en schepenen van Grootwaspik overgevende sijn Adriaan van Dongen ende Dingena Gijsbertse de Jong weduwe wijlen Peeter van Dongen geassisteert met Peeter Gijsbertse de Jong haren broeder en gecoren voogt in desen ende dat van soo danige vaste goederen en effecten als haar door overlijden van haren vader Laureijs van Dongen als enige abintestato erfgenaemen sijn aanbestorven en sijn voornoemde goederen bij het setten van loten onder haar comparanten verdeelt ende ten deele gevallen soo ende in manieren als volgt.

Eerstelijk soo is Adriaan van Dongen bij lotinge geloot gecavelt ende beerfdeelt eerstelijk op een huijs hoff erve en delle met een vierdepart int hofke van Jan de Sneijder ten oosten daar aan gelegen alhier tusschen erffenisse van Pieter van Alphen cumsuis en Thomas de Bont d’een teijnde den anderen oost en dorps vaarkant west streckende uijt den zuijden vande halve Herstraat aff noortwaarts in met een stelt teijnden den werff tegens de dorps vaarkant en met de del tot het kampken vanden armen ende del van Thomas de Bont toe.

En ten laatsten nog op de geregte helft van drie vierdepart van eenen beijster moergront putten en kuijlen daar onder begrepen gelegen alhier waer van de wederhelft compiteert Johannes Verschuren woonende aande kerk soo als het selve bedeelt off onbedeelt gelegen is belent ten oosten vanden heelen beijster de weduwe Adriaan Coninx en ten westen Flip Sleijkers t gemeen bos en Pieter van Waspik d’een teijnde den anderen streckende uijt den noorden vande halve Herstraat aff zuitwaert in tot de ackers van Cornelia en Anna Coninx cumsuis toe.

Hier tegens soo is Dingena de Jong weduwe van Peeter Laureijs van Dongen in qualiteijt voornoemt sijnde geassisteert  als in t hooft bij lotinge geloot gecavelt en beerfdeelt op eerstelijk op een binnendel gelegen inden polder alhier belent oost Pieter van Raamsdonk en ten westen Cornelis Janse Vassen streckende uijt den zuijden vande halve Herstraat aff noortwaart in tot de Cae toe soo als het met sijn stelten off in hammen begraven legt.

Nog op een vijffdepart van eenen acker zaijlant met het veldeken daar teijnde gemeen met Lijsbet de Zeeuw weduwe van Arien Bossers, Huijbert Otgens, Peeter Verschuuren en anderen gelegen in 11½ Hoeve belent ten oosten van den heelen acker en veldeken Bastiaan Vassen en Jan Jansen de Bont d’een teijnde den anderen en ten westen Peeter van Bergen, de kinderen van Johannis Peeters Zeijlmans met de acker en Jan Cornelisse de Bont enden armen van Raamsdonk d’een teijnde den anderen tegens t veldeken streckende uijt den noorden vande halve Herstraat aff zuitwaert in tot de dwars geeren gekomen vande Santroosen toe soo als het voor desen is gebuijkt geworden.

Nog op eenen hoff nevens de dorpsdijck belent oost dorpsschool west dorpsdijck zuijden de lijkstoep en noorden Huijbert Bogers.

Nog op een partje ackerlant gelegen in Sgrevelduijn Waspik inde lange ackers groot ontrent vijfftig roede off sso groot en cleijn t selve gelegen is tusschen erffenisse van Jan Maas cumsuis oost en Cornelia en Anna Coninx west, streckende uijt den noorden van de vest aff zuijtwaert in tot de korte ackers toe.

Nog op een partje ackerlant mede gelegen in Sgrevelduijn Waspik inde kort ackers groot ontrent 70 of 80 roeden belent oost de weduwe Corneis Boeser en west Seger Swalp streckende uijtten noorden vande langeackers aff zuijtwaert in tot den dwarsackers van Joost …… toe.

En ten laatsten nog op een partje moergront gelegen ten noorden den watergang soo als  t verdeelt is met Johannis en Huijbert Bossere belent oost Gijsbert van Malsen cumsuis en west Arien de Zeeu gelant zuijden Huibert Boster en noorden het boxke dat sij gemeen hebben gehouden.

Wijders houden sij comparanten gemeen onverdeelt het part inde moer t geen haar vader verder inden vorenstaande moer is compiterende geweest.

Item houden sij nog gemeen haer part en geregticheijt t geen haar vader heeft gehadt in t gemeen bos agter Flip Slijkers.

Eijndelijk houden sij nog gemeen alle profijtelijck en lastige schulden die haar vader heeft naargelaten om die ider voor de helft te ontfangen en voldoen en sullen de goederen te samen waren en vrijen tot den lesten december 1744 incluijs.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijtholland en verclaarden den eenen tot behoeve vanden anderen sijn aanbedeelde goederen en effecten te renuntieren soo als sij doen bij desen ende beloofde met ider sijn aanbedeelde goederen te sullen aanvaarden met alle sijn wegen stegen dijken dammen straaten waterloopen schouwen leijen renten chijnsen verpondingen dorps en polderlasten en andere naburen regten baten schaden en geregtigheden met regt tot aan en over ider parceel behoorende. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Dirk van Dusseldorp, schepenen in Waspik desen 15e februarij 1745

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 139 vo

inde kantlijn: uijtgemaakt

Staat en inventaris gedaan maken en aan schout en schepenen van Grootwaspik overgevende bij Anna Compeer weduwe van Adriaan Anthonisse Coninx ter requisitie ende regtelijke versoeke van Sijmen Schep in huwelijk hebbende Adriaantje Buis eerder weduwe van Gijsbert Adriaanse Adriaanse Coninx sone van Adriaan Anthonisse Coninx en dat van soodanige goederen en effecten als sij met den voornoemden haren man heeft beseten gehadt ende soo als die alsdan in wesen sijn geweest soo ende in manieren als volgt.

onroerende goederen

Eerstelijk een huijsje waar in sij met haren overleden man heeft gewoont en nog woonende is staande en gelegen alhier aanden dijk ten noorden van de stede waar in Anthonij Coninx is overleden.

Nog een binnendel gelegen inden polder alhier tusschen erffenisse van Dirk Leijten oost en Jan Pieterse de Jong west streckende uijt den suijden van halve Herstraat aff nortwaart in tot de cae toe.

Nog een buijtendel gelegen alhier waar van de wederhelft compiteert Jan van Oerle belent ten oosten van de heele delle Huijbert van Hassel en ten westen Thomas de Bont streckende uijt den zuijden vande halve Herstraat aff noortwaart in tot de halve Oude straat of Cleijnwaspik toe.

Nog eenen acker zaijlant gelegen alhier in Sgrevelduijn Waspik inde lange ackers groot ontrent drie hont off soo groot en cleijn den selven gelegen is tusschen erffenisse van Thomas de Bont oost en d’erfgenaemen van Peeter Wouterse Verschuren west streckende uijt den zuijden van de korte acker noortwaart in tot de beijster toe.

Nog het geregte een derdepart van een ackerke zaijlant meest vergraven door te maken van de laatste waterlinie en gekomen van Jacob Coninx belent ten oosten  vanden heelen acker de kinderen van Tomas Buijs en ten westen Thomas de Bont streckende uijt den zuijden vande brede pleck aff noortwaart in tot de bijster toe.

Nog een binnenveldeken gelegen alhier tusschen erffenisse van Tomas de Bont oost en Adriaan Verschuren cumsuis west streckende uijt den noorden van de halve Herstraat aff zuijtwaart in tot de watergang toe.

Nog ontrent agt roeden ackerlant gelegen inden acker gekomen van Gijsbert Zeijlmans mede gelegen alhier doorhaling ten westen vanden acker van Thomas de Bont onbedeelt met de verdere erfgenamen van Gijsbert Zeijlmans.

meubilaire effecten

1 tinne schotel, 20 tinne lepels, 1 tinne boterpot, 1 tinne waterpot, 1 coopere vuurpan, 1 coopere mekkan, 1 eijke kast, 2 schotel recken, 6 galaije schotelen, 1 etensspint, 1 strijkijser,  1 hangijser, 1 koekpan, 1 tang, 1 ketting, 4 stoelen, een vuurijser, 1 bed en hoofdpeuluw deeckens, 1 duijlen bed en hoofdpeulu 1 deecken, 1 karn met sijn toebehooren, 2 melktonnen, een oude kist, 2 tartobben, 1 wastob 2 wateremmers, 2 ijsere potten en 1 pollepel, 1 tafel met 4 poten, 2 paar slaaplakens, 1 boterteijl en lepels, 6 manshemden, 2 spinwielen, 1 hentrok met silvere cnoopen, 1 paar silvere schoengespen, 3 mansrocken, 1 hoet, 2 broeken, 1 paar laarsen, 3 a 4 paar cousen, 1 paar schoen en clompen, 2 stroije korven, 1 paart, 2 koeijen, 1 hockeling calff, 1 wagen, 1 kar, 1 egt, 17300 pond hooij, eenige aarde potten en resten.

uijtgaande schulden

bij de diakonij staat te betalen op t huijsje         200:   0:   0
nog op een ander           50:   0:   0
nog staat te betaelen aan Pieter Cetelaer en Tomas Compeer wegens haar deeling           80:   0:   0

Adus gedaan en geinventariseert naar t opgeven van Anna Compeer weduwe Adriaan Coninx en verclaarde t selve gedaan te hebbenter goeder trouwen sonder ter quader trouwen ietwas verswegen off agtergehouden te hebben presenterende soo haar nog iets mogte te binnen komen den selven daer mede te sullen vermeerderen of verminderen en den selven desnoots en versogt sijnde met eede te sullen solemniseren. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Tomas Zeijlmans, schepenen in Waspik, desen 22e maart 1745.

in kenisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

dit ist kruis merk bij Tomas Zeijlmans gestelt

Fol.140 vo

in de kantlijn: uijtgemaakt

Staat en inventaris gedaan maken en aan schout en geregten van Grootwaspik overgevende bij Pieter Cetelaar als voogt en Steven Scheur als toesiende voogt vande minderjarige kinderen van Adriaan Anthonisse Coninx in huwelijk verweckt bij Anna Compeer desselfs nagelatene weduwe ter requisitie en regtelijke versoeke van Sijmen Schep in huwelijk hebbende Adriaantje Buijs eerder weduwe van Gijsberts Adriaans Coninx soone van Adriaan Anthonisse Coninx en dat van soodanige goederen en effecten als gelijcke kinderen en erfgenaemen van Adriaan Coninx metter doot van Anthonij Matijsse Coninx desselfs grootvader maternel sijn aanbestorven ende ten deel gevallen soo ende in manieren als volgt.

onroerende goederen

Eerstelijk drie geerden hooij ende weijlant gelegen inden polder alhier in een stuk van ses geerden gemeen en enverdeelt met Cornelia en Anna Coninx, belent van de heele ses geerden oost de kinderen van Johannis Cornelisse Schoenmakers en ten westen Peeter van Dongen cumsuis, streckende uijt den zuijden vande Caesloot aff noortwaart in tot den halven Scheijsloot toe.

Item de helft van eenen acker bijster mede gelegen alhier gemeen als vooren belent oost Mattijs en Bartel Camp en Huijbert Coninx d’een teijnden den anderen en ten westen de kinderen en erfgenaemen van Arien Marcelisse Coninx streckende uit den noorden vande pastorije aff zuijtwaart in tot Cuijpers leije toe.

meubilaire goederen

2 tinne schotelen, 1 tinne kommeke, 1 copere kan, 1 copere ketel, 1 roosteltje, 1 vout hengel, 1 riecocken, 1 vleijsvork, 1 vlijston, 1 karbak.

alle berustende onder Anna Compeer weduwe Adriaan Anthonisse Coninx.

proffijtelijcke schulden

Het dorp van Waspik debet aan de gelijk erfgenaemen van wijlen Anthonij Tijssen Coninx ingevolge den inventaris geformeert van sijne nalatenschap in dato den 1e en 5e julij 1741 de somme van 67: 14: 8 hier voor de kinderen en erfgenaemen van Adriaan Coninx voor een vierdepart een de somme van                                                                                    16: 18: 10

Alnog soo competeerd de selfde gelijcke erfgenaemen van Antonij Tijssen Coninx ingevolge den voornoemde inventaris ten laste vande weduwe Hendrik Hendrik Hagoort 150: 0: 0 dus alhier inne vooe een vierdepart         37: 10:   0
Alnog eene somme van 5 gl dus alhier voor een vierdepart       1:   5:   0
Alnog soo is volgens den selven inventaris Hendrik Dolk debit aan den boedel 100 gl dus alhier daer in een vierdepart       25:   0:   0
Alnog soo is bij vercopinge van eenige meubilaire effecten uijt den boedel van Anthonij Coninx bij een gerekent geprovinieert eene somme van 31-4-0 komt alhier voor een vierdepart           7: 16:   0
aan contant gelt inden boedel bevonden 11: 10: 0 dus alhier voor een vierde       2: 17:   8

Lastige schulden des boedels volgens voornoemde inventaris en opgevolgde deijling enz

Bij het verdeijlen vande vaste goederen naargelaten bij voornoemde Anthonij Mattijsse Coninx soo blijkt dta de gelijcke kinderen wijlen Adriaan Coninx moeste uijtreijken ende schuldig bleven aende kinderen van Hendrik Dolk en Seijken Coninx een somme van                                                                                                                                          350:   0:   0

Nog staat ingevolge den voornoemde inventaris te betaelen aande weduwe Jan Sterrenburg een capitaal van 150 gl comt voor vierdepart van de kinderen       37: 10:   0
nog aande erfgenaemen Anna Waalwijken een obligatie groot in capitaal 100 gl comt voor een ¼ part       25:   0:   0
nog staat te betaelen aan Jan Ad. Coninx volgens den selven inventaris         3: 10: 0 comt         0: 17:   8
nog aande selven over verschot aan mr Gijben 19 st en aan Anna Coninx 2 gl 15 st is samen 4: 1: o, dus voor een ¼ part         1:   0:   4
alnog soo brengen de voornoemde voogden onder de lastige schulden deses boedels t geene door hem betaalt is aande secretaris alhier t salaris van schout en geregten in t beredden des boedels gevallen volgens quitantie         22: 11:   0
item aande borgemeesters     14:   0:   0
Item tot betaling van eenen omslag vande overdiepse polder     24: 10:   0
mitsgaders voor den voogt Pieter Cetelaar       7: 14:   0
en voor den toesiender Steven Scheur       7: 14:   0
nog aande secretaris voor den XXe penning en salaris vant taxeren vande goederen van Michiel Coninx en Gijsbert Coninx naergelaten volgens reeckening  

Aldus gedaan en geinventariseert na t opgeven vande voornoemde voogt en toesiender sulx gedaan ter goeder trouwen sonder hares wetens iets verswegen of agter gehouden te hebben presenterende soo haar nog iets mogte te binnen komen den selven daer meden te sullen vermeerderen off verminderen en en nemen aan de deugdelijkheijt van dien des versogt werdende met eede te bevestigen aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Tomas Zeijlmans, schepenen in Waspik, desen 26e maart 1745

in kenisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

dit ist kruis merk bij Tomas Zeijlmans gestelt

Fol 141 vo

Staat en inventaris gedaan maken en aan schout en geregten van Grootwaspik overgevende bij Corn. de Cleijn weduwenaar van wijlen Johanna van Vugt en dat van soodanige goederen en effecten als der selven met sijn overledene huijsvrou heeft beseten gehadt  en nog besittende is soo ende in manieren als volgt.

Eerstelijk de roerende goederen

inde keuken

12 galaije borden, 9 dito schotelen , 4 bierglasen, 10 roomers, 1 ovale tafeltje, 4 stoelen, 1 tinne zoutvat, 1 dito peperbus, 1 dito posterpot, 1 copere coffi keteltje, 1 dito blecke.

1 bed hooftpulu en een kussen met twee lakens den dekens daar hij op legt met twee linne gordijnen en rabat voort bet, 1 dito schorsteen cleet, een catoene gardijn voor de glaes

in de kamer

8 galaije schotelen, 3 delfs gelije stelsels, 6 dito borden, 6 dito boterschoteltjes, 1 dosijn groff teegoet, 3 gelije potten tot een stelsel op de bedstede, 2 linne gardijnen en rabat voor de bedstede, 1 schorsteen cleet, 3 gardijnen voor de glaas, 4 stoelen, 1 linne bed en peulu, 1 decken, 1 paar lakens, 1 uijtreckende eijke tafel, 1 kas, 1 ovale tafel, 1 tafel cleetje, 1 capstok, 1 schilderije, 1 glase rekje, 1 copere bedtpan, 5 roomers, 1 spiegel, 2 cleijn schildereijtjes, 1 tinne treckpot, briujne dito, 2 gefigureerde honden en 1 paartje voor de schoorst, voorde schoorsteen 4 clijne schilderijtjes.

in de kast

in de onderste laij eenig kindergoet en prullen, nog in de kast 1 gestikte rok en een manteltje, inde middelste laij wat prullen, boven inde kast een vrouwe hemt, 5 kinder moukens, 8 vrouwe mutsen , 1 cap, 4 stropdassen, 1 haarteijser, 1 vuurijser, 1 stang, 1 asschop, 1 ketting, 1 turfton, 3 stooven

int voorhuijs

1 winkelbank, 1 grutbak, 1 schabelleke, 1 strijkijser, 2 coopere schaaltjes, en ijsere balans, 1 coffij molen, 4 houte doosen, eenig winkelbanken, 1 teebus, en tregter, 1 naijmant naijdoos en naijkussen , 1 meeltonneke, 1 seef, 1 melkton

op de geut

1 taffeltje met vier pooten, 1 baktrog, 1 trektafel, 1 werkbank, 2 kanneborden, 5 stoelen, 1 koorn schepel, 1 ijsere vijsel en stamper, 10 ijsere platen, 2 schoolen, 1 rafelijser en ovendwijl, 12 linne lepels, 2 coopere toebaxconfoortjes, 1 coopere teeketel, 1 hangijser, 1 copere hantketel, 1 dito panneken, 5 bierkannen met decsels, 3 dito pinten, eenige aarde poten en pannen, 1 ijsere potje, 1 dito roostel, 1 steene soutpot, 1 houte brootbak, 1 pijp en ijser en eenige rommeling boven de kelderdeur

op solder

1 capstok, 2 slaaplakens, 2 servetten, 1 kussensloop, 1 koornvat, 2 schalen en een houte balans, 1 kaats seeff, eenig hooij aan Wouter van Dusseldorp verkogt maar maar niet gelevert, 1 buijl meulen, 2 koren schuppen, 3 bollen 3n 2 a 3 klijnder stucken gewigt, wat mutsert, nog eenige rommelerij

in t agterhuijs

eenige rommeling

inkomende penning

Sijn gering volgens schuldboekje

De lastige schulden des boedels bedragen vrij meer als den boedel waardig is.

Aldus gedaan en geinventariseert naart opgeven van Cornelis Cleijn en aanwijsinge van sijn nigt ter goeder trouwen sonder ter quader trouwen ietwes verswegen off agter gehouden te hebben en soo hem nog iets mogte te binnen komen neen hij aan desen inventaris daar mede te amplieren presenterende den desnoots en versogt sijnde met ede te bevestigen aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Steven Scheur en Thomas Zeijlmans, schepenen in Waspikdesen 26e maert 1745.

in kenisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

dit is t kruis merk bij Tomas Zeijlmans gestelt

Fol. 142 vo

in de kantlijn: uijtgemaakt op zegel 30 stuijvers

In den name godes Amen

Op huijden den 1e april 1745 compareerde voor ons schout en schepenen van Groootwaspik ondergenoemt, Jan Huijberde Cuijl meerderjarige jongman woonagtig alhier, sijnde  siekelijk naar den lichame te bedde leggende dog sijn verstant redenen en memorie wel magtig en gebruijkende soo ons uijtterlijk scheen en bleek den welke betuijgden van meijning te sijn van sijne tijdelijke goederen te disponeren soo als hij doet bij desen en dat op de volgende wijse eerstelijk soo verclaarde hij testateur te te maken aan perlegateren sijnen neven Peeter Janse Timmermans soone van Jan Peeterse Timmermans alle sijne meubilaire goederen soo van linnen als wollen bedden stoelen banken kisten kasten en al wat meubilen hij metter doot ontruijmen sal naer laten. Verder verclaarde hij testateur tot sijnen eenigen en unverselen erfgenaemen in sijne vaste goederen en contante penningen mitsgaders en crediten te institueren sijne susters en broeders mitsgaders sijne suster en broeders kinderen en kintskinderen bij representatie en sulx staaksgewijs naar den regte van Suijthollant.

Wijders verclaarde hij testateur te stellen tot voogt over den voornoemde Peeter Janse Timmermans desselfs vader Jan Peetersen Timmermans weduwenaar van Geertruij Cuijl over sijne verdere minderjarige erfegenaemen tot voogden Peeter Huijberde Cuijl en Peeter Gijsberts de Jong en dat alles met uijtsluijtingen van schout en geregten van Grootwaspik mitsgaders alle andere geregtens en weesheren daar sijn testateurs sterfhuijs soude mogen komen te vallen niet willende dat deselve (behoudens haar respect en eerwaardigheijt) haar met sijne nalatenschap sullen bemoeijen maar deselve daar voor bedankende mits desen.

Allen het geene voorschreven staat den testateur van woorde te woorde sijnde voorgelesen verclaarden hij het selve te wesen sijn testament laste en volkomen uijttersten wille willende en begerende dat het selven sijn volkomen effect sorteren en stantgrijpen sal t sij als testament codicille gifte uijt sake des doots off onder den levende soo als het selve naar regten sal konnen of mogen bestaan alwaar t schoon dat alle solemniteijten naar regten gerequireert hier inne niet en waren geobserveert versoken het uijtterste benefitien en dat hier van gemaakt en gelevert mag worden instrumenten in communie forma aldus gedaan en gepasseert voort siekbedde vanden testateur (verclaarde den selven beneden de somme van twee duijsent guldens te besitten) ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Steven Scheur, schepenen in Waspik ten dage maande en jare voorschreve snamiddags ontrent de clocke drie uren.

in kenisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 143 re

in de kantlijn: uijtgemaakt op zegels 6 guldens

                      † doof ende niet onsekerder dan de

In den name godes Amen

Op huijden den 24e april 1745 compareerde voor ons schout en schepenen van Sgrevelduijn Grootwaspik en 11 ½ Hoeve ondergenoemt Teunis Sagt weduwenaar en testamentaire boedelhouder van weijlen Adriaantje Scheur woonende alhier gesont naer den lichaemen gaande en staande en sijn verstant redenen en memorie wel magtig en gebruijkende soo uijterlijck scheen en bleek te kennen gevende datter niet sekerder is dan den tijt en ure van dien willende daar omme niet uijt dese werelt scheijden sonder alvorens van sijne tijdelijcke goederen te hebben gedisponeert ende alsoo komende tot dispositie van sijne tijdelijke goederen verclaerde eerst ende voor af te revoceren casseren doot ende te niet te doen soo als hij doet bij desen alle voorgaande testamentaire actens van despositie bij hem voor dato deses gemaakt ende gepasseert niet willende off begerende dat hem imant daer mede sal behelp hen als houdende de selve of die noijt gepasseert en ware geweest en sulx komende tot sijne voorgenoemen dispositie op nieus soo verclaarde hij testateur eerstelijk te maeken aan sijnen soone Cornelis Sagt boven de leengoederen die volgens leenregt op hem sullen versterven vier hont zaijlant gelegen onder Emmichoven inden bannen van Ganswijck belent ten zuijden Hendrik van Deuteren ten noorden de hoeff ten oosten de drie hont hier na gemaakt aan Cornelia Sagt en te westen den halven sloot en nog een hondert vijfftig guldens die hem Cornelia Sagt sal moeten uijtreijken en dat in plaetse van deselve legitime portie den kinderen naar regten compiteerende.

Ten tweeden soo verclaerde hij testateur te maken aen Maria Sagt sijne dogter een huijs hoff en erve waer in hij woont belent oost de kinderen van schout de Bruijn west Peeter Cuijl streckende uijt den noorden vande halve Herstraat aff zuijtwaart in tot de erve van Daminials Snijders toe met den geheelen inboel nog een binnendel gelegen alhier op den oosten kant van Vroukensvaart van outs genaamt het bos belent ten zuijden de weduwe Dirk Zeijlmans en ten noorden Adriaan Cornelisse Claveren streckende uijt den westen vande halve Vroukensvaart aff oostwaart in tot de erve van Willem Zeijlmans toe mits dat sij sal moeten uijtreijken aan Adriaan Coninx sone van sijn testateurs dogter Adriaantje Sagt een somme van drie hondert guldens.

Ten derden soo verclaarde hij testateur te maeken aan sijne dogter Cornelia Sagt getrouwt met Jan Schouten eenen acker zaijlant gelegen alhier groot ontrent een en een half hont belent oost Aart de Bont en West Engel Scheurs streckende uijt den noorden vande lange Steeg of den acker van Peeter Jochemse Berchouts aff zuijtwaart in tot den pat daar nevens lopende off dwars acker toe nog de geregte helft van een blok moergront gelegen alhier gemeen met Steven Scheur groot int geheel ontrent tnegtentig roeden belent oost den armen alhier en west Jan Huijben Cuijl zuijden de weduwe Jan van den Berg en ten noorden de kerk alhier ende nog drie hont zaijlant gelegen onder Emmichoven inden bannen van Ganswijk belent ten zuijden de vier hont de vier hont hier voren gemaakt aen Cornelis Sagt en ten ten noorden den halven sloot mits dat sij sal moeten uijtreijken aan Cornelis Sagt  eene somme van een hondert en vijfftig gudens dat in plaatse van desselfs legitime portie den kinderen naer regte compiteerende.

Ten vierden soo verclaarde hij testateur te maeken aen Adriaan Coninx sone van wijle sijne dogter Adriaantje Sagt bij haar in huwelijk verweckt bij Jochem Coninx eene somme van drie hondert guldens dog onder dese mits en conditie soo den voornoemde Addriaan Coninx voor sijne mondige daege quaeme aff lijvig te worden dat den voornoemde somme wederom sal versterven en devolveren op sijne dogter Maria Sagt en bij voor overlijden van de selve op Cornelis en Cornelia Sagt off hare wettige erfgenaemen dat in plaetse van desselfs legitime portie den kinderen na regten compiterende.

Wijders verclaarde hij testateur in sijne verdere naar te latene goederen soo roerende als onroerende haaff en meubilen den winkel met den aenkleve van dien actien en crediten soo wel active als passive egeene vandien uijtgesondert off gereserveert te hebben genomineert en geinstitueert tot sijne eenige en universele erfgenaam soo als hij doet bij desen de voorgenoemde sijne dogter Maria Sagt omme met dat alles te mogen doen handelen en verrigten als met haar vrij en eijgen goet en sulx met volle regt van institutie ende sulx voor haere trouwe diensten aanden testateur bewesen en in tijt en wijlen nog verder te beweijsen mits dat sij hem ordentelijk sal laten begraven.

Wijders verclaarde hij testateur te stellen en nomineren tot voogden over sijne naar te latene onmondige erfgenamen Cornelis Sagt en Cornelis Camp en bij overlijden van deselve Peeter Cuijl en Dirk van Dusseldorp ende sulx met uijtsluijtinge van schout en geregten van Grootwaspik mitsgaders alle andere geregtens en weesheeren daar sijn testateurs sterffhuijs sal mogen komen te vallen niet willende dat dat deselve (behouden haar respect en eerwaardigheijt) haer met sijnen boedel en naerlatenschap sullen bemoeijen maar deselve daar voor bedankende mits desen.

Allen het geene voorschreve staet den testateur van woorden te woorde sijnde voorgelesen verclaarde hij selve te wesen sijn testament lesten en volkomen uijtersten wille willende en begerende dat het selve sijn volcomen effect sorteren en stant grijpen sal t sij als testament codicille giften uijt saeken des doots of onder den levende soo als het selve best naer regten salkonnen off mogen bestaan alwaar het schoon dat alle solemniteijten naar regten gerequireert hier in niet en waren geobserveert versoekende het uijterste benfiet en dat hier van gemaakt en gelevert mag worden instrument in comminie forma. Aldus gedaan en gepasseert ten huijsen vande testateur verclaarde beneden de vier duijsent guldens te besitten ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Thomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepen in Waspik, ten dage maande en jaere voorschreven snamiddags de clocke seven uren.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Dit is t kruis merk bij Tomas Zeijlmans gestelt

Fol. 143 vo

Op huijden den 26e april 1745 soo willen de heeren Adriaan Zeijlmans, schout, en Jan Zeijlmans, secretaris van Grootwaspik, als aangestelde curateuren over den geabandonneerden en insolventen boedel van wijlen Cornelis Cleijn en Johanna van Vugt egteluijden alhier overleden publiecq ende voor alle man ten overstaan van schout en schepenen alhier bij forme van erfhuijs ad opus jus habentium verkoopen de meubilaire goederen inden voornoemde boedel bevonden soo als die te berde sullen worden gebragt op de conditie en voorwaarden hier naar volgende.

Eerstelijk wie eenig gelt biet sal gehouden wesen te blijven bij sijn gebot op een boete van 25 gls te gaen naaer (pijnen regt)

De coopers of mijnders sullen gehouden sijn haere beloofde cooppenningen te betalen gereet en contant alvorens sij haere gekogte goederen vant erff sullen mogen vervoeren en soo iemant sijn gekogt goet vant erff brgt sonder eerst te betaelen sal verbeuren an den officier dartig stuijvers van ideren onbetaeldeen coop den welken het beloofde gelt en boete tot laste van overtreders sal vorderen cum expensis.

De coopers sullen boven de cooppeningen mede gereet moeten betaelen voor het slag off pontgelt en xle penning en x verhoog. van ideren gulden twee stuijvers.

De verkoopinge geschiet stootsvoots onder in eenige onder ofte overmaete gehouden te sijn.

Den officier hout den 1, 2 en 3 roep aan sijn selven wil niemand bevatten off ook niet bevat off agterhaelt.

ses groffe copjes en schoteltjes, Jacobus Wofferhuijsen          0:   3:   0
8 dito copjes en 6 schoteltjes, Cornelis Baptist          0:   3:   0
dito, Meester Cetelaar          0:   2:   0
een spoelcom een eenig groffe copjes, Piternel Vassen          0:   7:   0
eenig groff teegoet, Pieter Schut          0:   3:   0
6 tafelborden , Geerit van Vugt          0:   4:   0
4 dito, Cornelis Ribbes          0:   1:   0
6 dito, de secretaris          0:   6:   0
drie schoteltjes met eenig poppe goet, Peeter Verschuren          0:   4:   0
4 glase schildereijtjes, Teunis Janse Zeijlmans 0:   3:   0
4 schoteltjes, Cornelis van den Berg 0:   3:   0
4 galije schotelen, de weduwe Peeter Dolk 0:   4:   0
4 dito, Jacobus Woferhuijsen 0:   7:   0
4 dito, Peeter Bosere 0:   8:   0
3 dito de weduwe Geerit van Peer 0:   3:   0
eenige aerde potten. Teunis Dolk 0:   2:   0
2 potten met eenige houte lepels, Teunis Dolk 0:   5:   0
eenige aerde potten, Cornelis vanden Berg 0:   2:   0
eenige aarde schotelen 0:   0:   0
een pot stopke en kan, Johannis Verschuren 0:   3:   0
3 witte commen met een sout pot, Cornelis van Berg 0:   3:   0
5 galaije steltstukke, de weduwe Lammert Zeijlmans 0: 13:   0
3 steltstukke, Dingeman van Dusseldorp 1: 10:   0
een suijkerpot en weijwaterbakje, d’ weduwe Lambert Zeijlmans 0:   6:   0
5 galaije borden, secretaris 0:   8:   0
3 dito schotelen, Barnard Cremert 0: 10:   0
3 schildereijtjes, Cornelis Janse de Bont 0:   4:   0
een spiegel, Jacobus wofferhuijsen 1: 11:   0
3 figeure van honden en peert, Geerit van Vugt 0:   3:   0
3 pintjes met decksels, Embrecht vanden Berg 0: 12:   0
3 kannen met decksels, Peer Boom 0: 16:   0
3 dito, Embregt vanden Berg 0: 11:   0
4 boteljes, Johannis Verscheuren 0:   6:   0
4 dito, Hendrik Wamsteker 0:   4:   0
1 houte bak streijkeijser olij kannen, Lammert van Dongen 0:   2:   0
1 kandelaar en tregter enz, Anna Catharina Deckers 0:   6:   0
1 trekpotje coffij dooske enz, Lammert van Dongen 0:   3:   0
1 copere en een blecke hang kandelaar, Embregt vanden Berg 0:   7:   0
9 roomers, Embregt vanden Berg 0: 10:   0
4 bier glasen, Pieter van Waspik 0:   4:   0
4 dito, secretaris 0:   5:   0
teebus teeketel en trekpot, Cornrlis Baptist 0:   4:   0
een lepelbort met dertien lepels, Embregt van den Berg 0: 16:   0
peeper bus soutvat en posterpot, Hendrik de Rooij 0: 12:   0
twee copere schalen en een balans, Embregt vanden Berg 0:   3:   0
2 copere tabaksconfortjes, Embregt vanden Berg 0:   5:   0
1 copere blaker, Peer Boom 0:   4:   0
1 dito coffij keteltje, Cornelia Broekhoven 0:   7:   0
1 dito, Bartel van Vugt 1:   2:   0
1 dito, Dirk van Dusseldorp 1: 15:   0
1 dito panneken met 1 steltje, Cornelia Broekhoven 1:   0:   0
1 dito ketel, secretaris 2:   8:   0
1 dito, Aart vanden Heuvel 1:   3:   0
1 dito pedpan, Andries Hoevenaar 1:   1:   0
1 eijsere schup, Hendrik den Rooij 0:   6:   0
1 coffij meulen, de weduwe Adriaan Blankers 0: 15:   0
1 teebus, Dirk Leijten 0:   5:   0
1 eijsere pot, Jan Buijs 1:   3:   0
5 vorken en copere keers snuijver, Sijmen Schip 0:   3:   0
1 heerteijser, Thomas de Bont 1: 13:   0
1 vuureijser, Jan Buijs 0: 14:   0
1 hang eijser rostel en tang, Barent van Waspik 0: 11:   0
1 een glase rekje, Barnard Cremers 0:   5:   0
1 dito, Cornelis Ribbes 0:   7:   0
  29: 12:    0
een dito, Aart vanden Heuvel 0:   6:   0
een schotelrek, Jan Buijs 0:   3:   0
een pijp en eijser, Wouter van Selm 0:   9:   0
een turfton, Catharina Deckers 0:   6:   0
een kannen bort, Peer Boom 0: 11:   0
een dito, Jan Buijs 0:   6:   0
een dito, Embregt vanden Berg 0:   7:   0
twee bennekens enz, Embregt vanden Berg 0:   3:   0
een water emmer, Teunis Dolk 0:   7:   0
een naaij mandekenen naaij kussen, Anna Katharina Deckers 0:   6:   0
een luurmantje met twee vormen, Jan aen de Schoenmakers 0:   5:   0
een doos, Hendrik Wamstekers 0:   4:   0
een dito, Hendrik Wamstekers 0:   4:   0
een meeltonneken, secretaris 0:   6:   0
een schilderij, Jan Peeterse Zeijlmans 0:   4:   0
een naaij doos en andere dooskens, Dirk Leijten 0:   4:   0
een dooske en meeltonneken, Hendrik Wams. 0:   2:   0
twee houte stove, seefen enz, de weduwe Peeter Dolk 0:   5:   0
een mant met prullen, Wouter van Dusseldorp 0: 13:   0
een mandeken met een benneken enz, Geerit van Vugt 0:   8:   0
een tafeltje met een capstokje rnz., Frans vanden Hout 0:   4:   0
eenen hoet met een hoeijkas, Pieter van Waspik 0: 15:   0
twee stoelen, Arnoldus Verstegen 0: 11:   0
twee dito, E. vanden Berg 0: 12:   0
twee dito, Cornelis Schoenmakers 0: 12:   0
twee dito, Cornelia Broekhoven 0: 15:   0
twee dito, Hendrik Wamsteker 0: 15:   0
twee dito, Pieter Schut 0: 16:   0
twee dito kinder stoeltjes, Johanna Otgens 0:   6:   0
twee dito, Seijken de Laat 0:   3:   0
een coorn vat, Barent van Waspik 2:   1:   0
een dito schepel, Jasper van Salm 0: 18:   0
een seeff, Mattijs de Zeeu 0:   4:   0
een dooff pot, Lammert van Dongen 0:   1:   0
een eijsere vijsel en stamper, Marcelis Holster 0: 12:   0
een tafel, Jan Buijs 0: 17:   0
een schabel, Peerboom 0:   6:   0
een bed en hooft peuluwe, Govert Smits 16: 10:   0
een dito, Geerit van Vugt 6:   0:   0
twee hooft kussens, Govert Smits 1: 11:   0
een deecken, Geerit van Vugt 3: 10:   0
een duijlen bedt en hooft peuluwe, de weduwe Peeter Dolk 0: 16:   0
een deecken, Cornelis vanden Berg 0: 10:   0
een cr..n schup, Cornelis vanden Ende 0:   6:   0
een balans en schalen, Frans vanden Hout 1: 10:   0
een copere veruijs, secretaris 12: 10:   0
een deeg spaij en krabber, Wouter van Dusseldorp 0: 11:   0
een schaal en eenig gewigt, Cornelia de Laat 0: 10:   0
twee plaeten, Hendrik de Rooij 0:   3:   0
twee dito, secretaris 1:   1:   0
twee dito, Marcelis van Ende 0: 15:   0
twee dito, Hendrik de Rooij 0: 14:   0
twee dito, Hendrik de Rooij 0: 18:   0
twee dito, Hendrik de Rooij 1: 11:   0
twee spaenen, Wouter van Dusseldorp, 0:   1:   0
een oven eijsen hamerenz. Wouter van Dusseldorp 1:   1:   0
eenige rommeling, Cornelis van den Ent 0:   3:   0
een trog, Bastiaan Peeterse Boeser 1: 16:   0
een werkbank, Geerit van Vugt 0: 16:   0
een copere oven schul en ram, Johan Peeterse Zeijlmans 4:   4:   0
een kantoor tafel, Peer Boom 1:   8:   0
een buijl meulen, Hendrik de Rooij 10:   0:   0
twee slaaplakens, Peeter Janse de Vos 1: 10:   0
twee dito, Joost Verscheuren 2:   7:   0
2 dito, Ariens Coninx 0: 16:   0
2 linne gardijnen, de weduwe Geerit van Peer 0: 12:   0
2 dito, Pieternella Laurens 0: 14:   0
1 dito Geerit van Vugt 0:   6:   0
  97: 12:   0
twee mans hemden, Joost Verschuren 0: 16:   0
twee dito, Gijsbert van Malsen 0: 14:   0
twee dito, Hendrik de Getsel 0: 14:   0
een dito vrouwe met twee rabatjes, Huijbert Schouten 0: 12:   0
twee kussen sloopen, Hendrik de Getsel 0: 17:   0
twee servetjes, Cornelis Schoenmakers 0:   5:   0
twee dito, Marcelis Ariens Coninx 0 :  6 :  0
een linne tafel laeken, Hendrik de Getsel 0: 12:   0
twee linne dassen, Geerit van Vugt 0: 14:   0
twee over hemmen, Hendrik de Getsel 1:   0:   0
twee neusdoeken met een das, Peeter Janse de Vos 0:   8:   0
twee paar moukens , Peeter van Waspik 0:   6:   0
ses stropdassen, Govert Smits 0:   6:   0
twee vrouwe mutsen, Huijbert Schouten 0: 11:   0
drie dito mutsen, Pieter van Waspik 0:   1:   0
1 dito cap muts en doekje 0:   9:   0
een paar mans nagge, Jan Vermeer 0:   9:   0
een ben met eenig lenden, Sijmen Schep 0:   4:   0
een ketting, de weduwe Adriaan Blankers 0:   5:   0
twee gardijne met een rabat, Jan Aerde Schoenmakers 1:   0:   0
een dito met een rabatje, Hendrik de Getsel 0:   9:   0
vier gardijentjes, Cornelis Ribbes 0:   6:   0
een tafel en schoucleet, Huijbert Schouten 0: 12:   0
een voorschoot, Cornelis vanden Berg 0: 13:   0
een borstrok en 2 catoene capkes, Sijmen Schep 0:   4:   0
een roije vrouwe rok, Marcelis Coninx 0: 14:   0
een stoffe geschikte vrouwe rok, Geerit van Vugt 3:   0:   0
een stoffe vrouwe mantel, G. v. Vugt 2:   0:   0
een creppe dito, G. v. Vugt 1: 10:   0
een stiklijffen borstrockje, G.v. Vugt 1: 10:   0
een caleminke manshemtrock, Ad. van Beek 1:   5:   0
een dito en gesont heijt, Lammert van Dongen 0: 12:   0
twee paar hantschoon, Peeter van Waspik 0:   3:   0
een seeme broek, W. v. Dusseldorp 2:   5:   0
een dito lakende, Cornelis van den Berg 1:   7:   0
een dito, Cornelis Babtist 0:   6:   0
een lakende jas, Lammert van Dongen 4: 10:   0
een blauwe mans rock, Cornelis Babtist 5:   0:   0
twee tonnekens en een seef, Jan Aarden Schoenmakers 0:   8:   0
een meelbak, Cornelis Ribbes 1:   5:   0
een stikscheer en boomke, Pieter Vermeijs 0:   8:   0
een bijl en hackmes, secretaris 0: 13:   0
een houte bakske, Huijbert Schouten 0:   4:   0
een dito, Hendrik de Rooij 0:   4:   0
twee mandekens, secretaris 0:   1:   0
rrn tafelvoet kan en aerde confoor, W. v. Dusseldorp 0:   5:   0
een eijke kast voor inde kamer, Lammert van Dongen 4:   0:   0
een ovaal tafeltje, Hendrik Hoevenaar 0: 10:   0
een tafeltje met 4 pooten, Pieter Schut 0:   3:   0
een trektafel 0:   1:   0
t hooij, G. v. Vugt 0 :  8 :  0
een winkelbank, G, v. Vugt 0:   8:   0
  45:   5:   0
niet verkogt terwijle Geertit van Vugt seijde het sijne te sijn  

Aldus desen verkoopinge regtelijk gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Dirk van Dusseldorp, schepenen in Waspik, desen 26e april 1745.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

in de kantlijn:

De heel sterfhuijs ceel bedraagt naar aftrek vant ovenscheck

t geen G. van Vugt niet wilde leveren om dat hij seijde t selve

tot het huijs te behoren ƒ 168:  5:  0

Comt den xle penning  ƒ 4:  4:  2

de xe verhooging            0:  8:  8

Fol. 145 vo

in de kantlijn: uijtgemaakt op zegel 24 st.

Compareerde voor ons schout ende schepenen van Grootwaspik, Cornelia Anthonisse Coninx weduwe en boedelhoudster van wijle Jan Sterrenburg die te voren weduwenaar was van Marie Jans sijne eerste huijsvrou, ter eenre ende Adriaan Schep in huwelijk hebbende Adriana Sterrenburg dogter van gemelde Jan Sterrenburg door hem in egte verwekt aan sijne eerste huijsvrouwe de voornoemde Maria Jans ter andere seijde, kennen gevende als dat tusschen comparanten different een questie scheen te ontstaan ter saeke van de legitime ende erfportie de welken den tweeden comparant non uxoris wegens sijne voornoemde huijsvrouwe uijt den nalatenschap van den voornoemde Jan Sterrenburg en sijne gemelde eerste huijsvrouwe derselver overledene vader en moeder extestamenta ofte wel na regten compterende was dat den tweede comparant in sijne voornoemde qualiteijt bij regtelijke insinuatien soo mondeling als schriftelijktot dat eijnde vande eerste comparant al hadde op geijst wettelijk staat en inventaris van de gemelde sijne huijsvrouwe ouders nalatenschappe en dat het te deugte stonde dat daar uijt verdere verwijderinge en oneenigheden ja misschien processen en dus groote kosten soude konnen volgen.

Dat de comparanten te samen om dat alles te prevenieren door tussenspraak van onpartijdige waren verdragen ende veraccordeert soo als sij lieden deswegen verclaren te samen inder minnen te wesen verdragen ende veraccordeert sooals volgt namentlijk dat den voornoemde Adriaan Schep non uxoris sal renuntieren gelijk als hij op de plegtigste wijse doenlijk verclaard te renuntieren met desen van alsulken alhier ende pretensie als sijne voornoemde huijsvrouwe ten lasten vande boedels en nalatenschappe van bovengemelde Jan Sterrenburg en sijne voornoemde eerste overledene huijsvrouwe derselven overledene vader ende moeder ofte wel op en van deselve te eijssen ende te pretenderen heeft extestamento ofte na regten het sij onder de benaming van erffenisse legitime ofte andere portie hoe genaamt mits daar van gereserveert onder wat titul het ook soude vermogen te wesen ende sulx aan ende ten behoeven van de voornoemde eerste comparante in desen des dat de eerste comparante daar voren ende in plaatse van dien aan den tweeden comparant bij uijtkoop heeft belooft op het passeren deses te sullen voldoen ende betaelen eene somme van vijff hondert en negen en vijfftig gulden negen stuijvers eens gelt. Verclarende verders den tweeden comparant in sijne voornoemde qualiteijt de gemelde somme van vijff hondert en negen en vijfftig guldens negen stuijvers uijt handen van de gemelde eerste comparante heden geheel en al genoten ende ontfangen te hebben den lesten penning met den eersten en vervolgens de eerste comparante daar van te quitere bij desen. Alles onderverbant en bedwang van alle heere hoven regten en regteren en particulierlijk onder willige condemnatie vande Edele Hoven van Hollant  verclarende beijde comparanten in hunne voornoemde qualiteijt tot dat eijnde te constitueren de twee outste procureurs voor den selven hove den …. postuten versoeken enden anderen om daar in te consenteren respective alles sonder froude. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Thomas Zeijlmans en Dirk van Dusseldorp, schepenen, desen 7e meij 1745.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

dit ist kruis hantmerk bij Tomas Zeijlmans gestelt

Fol. 146 re

in de kantlijn: uijtgemaakt op zegel 3 gl

Scheijdinge en smaldeelinge die bij desen doende ende aan schout en schepenen van Grootwaspik overgevende sijn Johannes Coninx ende Jakobus Adriaan Boeser beijde woonende onder Hendrik Luijtenambagt en dat van een parceel hooij ende weijlant gelegen alhier inden polder van Grootwaspik breet twaalf geerden gelant ten oosten vande heele 12 geerden Peeter Joch. Zeijlmans en Bartel Timmermans binnendijx en buijtendijcx Peeter Coninx cumsuis en ten westen Adriaan Hoevenaar, Huijbert Bervoets en Otjens in den Overdiepsen hooij polder den een teijnde den anderen streckende uijt den zuijden vanden halven sloot tusschen de voornoemde 12 geerden en den hof van Peeter Jochemse Zeijlmans, schout en secretaris van Hendrik Luijtenambagt, aff noortwaart in tot den halven Scheijsloot off Dussen toe haar aengekomen bij coop vande erfgenaemen vande heer Gijsbert Verwiel volgens transport van den 21e maart 1743 ende sijn deselve onder haer verdeelt als volgt.

Eerstelijk is Johannis Coninx beerfdeelt op de oostense helft vande voornoemde 12 geerden doorgaande uijt den zuijden noorden in.

Hier tegens soo is Jacob Boeser beerfdeelt op de westense helft vande voornoemde 12 geerden mede uijt den zuijden noorden in.

Verder is conditie dat Jacob Boeser met sijn ses geerden voor langs den hoff van Peeter Jochems Zeijlmans over de de ses geerden van Johannis Coninx moet stegen en wegen tot door den heckendam ter Herstraat toe en sal ider 6 geerden sijn hecken en heckendam moeten onderhouden en dat ider de helft vande lasten en verpondingen sal moeten betaelen die tot lasten vande voornoemde 12 geerden staande en loopende sijn en waer mede sij comparanten wedersijts verclaarde te nemen genoegen en contantement.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Dirk van Dusseldorp, schepenen in Waspik, desen 12 meij 1745.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 146 vo

in de kantlijn: uijtgemaakt op zegel 30 st.

In den name godes Amen

Op huijden den 20e maij 1745 compareerde voor ons schout en schepenen van sgrevelduijn Grootwaspik en 11½ Hoeve ondergenoemt Peeter Bogaarts en Margrita Snellens egteluijden woonagtig alhier seijnde de eerste comparant siekelijk te bedde leggende end de tweede comparante gesont naar den lichaeme gaande en staande en beijde haar verstant redenen en memorie wel magtig en gebruikende soo ons uijtterlijk scheen en bleek, dewelke betuijgde van meeninge te sijn omme van haere tijdelijke goederen te disponeren soo als sij doen bij desen en dat op de volgende wijse namentlijk dat sij testateuren malkanderen reciprocelijk dat is over en weder en sulx den eerst stervende den langstlevende van hen beijde komen te stellen nomineren en institueren tot sijn of hare eenigen geheelen en universelen erfgenaemen en dat in alle hare naar te latene goederen soo roerende als onroerende gelt gout silver gemunt en ongemunt haaf en imboel actien en crediten so wel active als passive egeene vandien uijtgesondert soo als die bij den eerst overlijdende metter doot ontruijmt en naargelaten sal worden omme met dat alles te mogen doen handelen en verrigten soo int coopen verkoopen belasten en beswaeren soo als des langstlevende goeden raat gedragen sal en sulx met volle regt van institutie onder dese expresse conditie nogtans dat den langstlevende van hen testateuren gehouden en verpligt sal sijn hare kinderen reets bij den anderen verweckt ofte nog verwecken en naar te laten, op te voeden en te alimentere in eeten en drinken cleedingen en reedinge van linnen als wollen soo wel siek als gesont egeene tijt van perijkel uijtgesondert deselve te laeten leeren lesen en schrijven en dae en boven een goet hant werk of ander exercitie te laten leeren waartoe deselve naar den staat des boedels best bequaam dal ofte sullen bevonden worden en dat tot haere mondige daege huwelijk off andere geapprobeerde stete toe als wanneer den langstlevende gehouden en verbonden sal sijn aen deselve uijt te reijken en voldoen ider eene somme van ses guldens … gelt sonder meer en sulx in volle voldoeninge van haere vaderlijke off moederlijke goederen ofte legitime portie deselve daer inne instituerende bij desen.

Wijders hebben sij testateuren elkanderen gestelt tot voogt ofte voogdesse over haer naar te latene kinderen en erfgenaemen en naar overlijden vande langstlevende tot administrerende voogt Cornelis Dingemanse Snellens en toesiende voogt Claas van Cuijk ende dat alles met uitsluitingen van schout en geregten van grootwaspik mitsgaders alle andere geregtens en weesheeren daar haar lieder sterfhuijs soude mogen komen te vallen niet willende dat deselve (behoudens haar respect en eerwaardigheijt) haar met haere naarlatenschap sullende bemoeijen maar deselve bedankende mits desen.

Allen het geene voorschreven staat de testateuren van woorde tot woorde sijnde voorgelesen verclaarde sij het selve te wesen haar testament lesten en volkomen uijttersten wille willende en begerende dat het selve sijn volkomen effect sorteren en stant grijpen sal t sij als testament codicille gifte uijt saeken des doots off ander den levende soo als t selve best naar regten sal konnen off mogen bestaan alwaar t schoon dat alle solemniteijten naar regten gerequireert hier inne niet en waeren geobserveert versoekende het uijtterste benefitie en dat hier van gemaakt en gelevert mag worden instrumenten in commune forma. Aldus gedaan en gepasseert ten huijsen van den testateur (verclarende de testaeuren benden de twee duijsent guldens gegoet te sijn) ten overstaan van Thomas Zeijlmans en Steven Scheur, schepen in Waspik, als vervangende den schout alhier, ten dage maande en jaere voorschreven snamiddags ontrent de clocke seven uren.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

dit ist kruis merk bij Tomas Zeijlmans gestelt

Fol. 147 re

in de kantlijn: uijtgemaakt op zegel 12 gulden

In den namen godes Amen

Compareerde voor ons ondergeteijkende schout en schepenen van s”Grevelduijn Grootwaspik en 11½ Hoeve juffrouw Catharina Hagoort weduwe wijlen d’heer Peeter Zeijlmans in sijn leven secretaris alhier, gesont na den lichamen gaende en staande haar memorie en verstant wel magtig soo als aen ons schout en schepenen bleeck, te kennen gevende genegen te wesen van haar tijdelijcke goederen te willen disponeren t geen sij verclaard te doen buijten persuasie van ijmand en dus uijt haeren vrijen eijgen onbedwongen wille revocerende sij comparante tot dat eijnde alle testamente en dispositien van uijttersten wille door haar voor date deses verleden ofte gepasseerd en dus mede particulierlijk den testament door haar op den 24e april 1739 verleden en gepasseerd voor den notaris Cornelis van Opstal en sekere getuigen binnen Geertruij den Berg, niet willende dat op deselve eenig het minste regart sal werden genoemen maar dat die gehouden sallen werden als niet gepasseert en over sulx van nieuws disponerende soo verclaart sij testatrice te stellen tot derselver eenige geheele en universele erffgenaamen de kinderen van haar testarices zoon Peeter Zeijlmans te samen gelijkelijk ider egaal met expresse wille en begeerte als dat den geheelen boedel en nalaten schap vande testatrice na dat die door den hier na te nomineren executeur sal wesen gebragt tot liquiditeijt sal moeten geheel en al bij den anderen blijven tot dat het jongste kint van gemelden haeren soon Peeter Zeijlmans nu sijnde off nog geboren werdende sal wesen  wesen gekomen tot hennen mondige daegen huwelijk off andere geapprobieerde staete.

Ten tweeden soo verclaarde sij testatrice te maeken aen haeren voornoemde soon Peeter Seijlmans het usufruct en jaarlijcx vrugtgebruijk vanden selven haren natelatenen boedel gedurende sijn leven te beginnen na dat den selven boedel door den hier na te noemen executeur voor aff sal sijn gebragt ter liquiditeijt en dan onder conditie dat hij sijne kinderen de hier voren geinstitueerde erfgenaemen daar uijt behoorlijk moet alimenteren en op voeden tot hennen mondigen dagen ook dat hij de goederen moet houden in ordentelijke reparatie en daer van betaelen alle ordinaire en extraordinaire lasten en verpondingen bekent en onbekent geen uijtgesondert wijders soo verclaerde de testatrice alnog te maeken aan haren voornoemden soone Peeter Zeijlmans eene somme van twaalff hondert guldens in plaatse en tot voldoeninge van sijne legitime portie en moederlijcke erffenisse hem na regten competerende en sulx met volle regt en titule van institutie hem daer inne instituerende bij desen met vollen magt aan gemelde Peeter Zeijlmans om van nu aff aan soo dat hij dat gelt mogte noodig hebben een gelijcke somme van twaalff hondert guldens tot liquiditeijt en voldoeninge van dat capitaal ten lasten den boedel vande testatrice mogen negotieren en desen voor particulierlijk te verbinden en wettelijk hijpothequeren een stuk lant groot ses geerden gelegen inden polder alhier van Grootwaspik en waartoe sij testatrice den selven haeren soone is qualificerende bij desen mits dat hij als dan en te gelijck in amplissima forma sal bekennen van sijne moederlijcke erfportie en legiteme mitsgaders van sijn vaderlijcke erfportie ten volle geheel en al voldaen en ten genoegen betaalt te wesen sonder iets te reserveren en onder conditie dat hij in sulk geval van die twaalff hondert guldens gedurende het leven vande testatrice jaarlijcx aan haer testatrice sal betaalen eene somme van agt en veertig gulden tot intrest.

Verders soo verclaarde sij testatrice te stellen en nomineren tot executeur na haar dood over derselver na te laten boedel goederen en effecten haar testatrices outste soon de  de heer Johan Zeijlmans, secretaris alhier, met volle magt omme soo ras sij testatrice sal wesen overleden overleden hem te stellen als eenigen directeur indie nalatenschap het doode lichaam vande testatrice (die haar siel in handen godes is bevelende) behoorlijk ter aarde te bestellen alle de lastige schulden deses boedels uijt den boedel te betaelen de profijtelijke in te vorderen mitsgaders uijt dien boedel voor sijn selven als erfgenaam van Elisabet Zeijlmans weduwe b..ans der testatrices overledene dogter in te houden en te profiteren eene somme van twee duijsent guldens tot af betaelinge van een gelijcke somme van twee duijsent guldens waer mede der testatrices boedel ten behoeve gemelde Elisabet Zeijlmans volgens obligatie onder de hant is belast als mede nog gunt den selven Jan Zeijlmans voor sijne erfportie in de latenschap van Cornelia Zeijlmans der testatrice vorige overleden dogter te pretenderen heefte mitsgaders alnog een somme van een hondert en vijfftig guldens als aan hen volgens conventie tusschen de testatrice en voornoemden haren soon Jan Zeijlmans tot een rouw na doode vande testarice uijt hare nalatenschap moet werden goet gedaen authoriserende de testatrice den voornoemde haren soon Johan Zeijlmans omme tot vindinge van het vorengemelden als mede tot afbetaelinge vande verdere lastige schulden den des boedels en om den boedel te suijveren van schulden en te brengen tot liquiditeijt na haar dood uijt derselver nalatenschap alle soodanige en soo veelen vaste goederen te mogen verkoopen en transport etc. na costume locaal als hij oordelen sal noodig te wesen salvo rekening bewijs en reliqua approberende de testatrice allen t gunt  door hem daar inne sal werden gedaan en verrigt eijndelijk soo verclaarden de testatrice te nomineren tot voogd over henne minderjarige erfgenaem den voornoemde haeren soon Johan Zeijlmans en na sijn doodt Jacobus en Adriaan Bol en dat met alle en soodanige magt als voogden eenig sints na regten kan competeren selfs tot beswaringe en vervemdinge van onroerende goederen incluijs allen twelke aande testatrice wel duijdelijck sijnde voor gehouden soo verclaarde te selve te wesen haar testament lesten en volkomen uijtterste wille willende en begerende sij testatrice dat het selve na haer dood ook alsoo sal werden agter volgt het sij als testament codicille gifte uijt saeken vande dood off onder den levende off soo als een testament opt bondigst kan bestaan alwaar dat alle solemniteijten na regten gerequireerd niet volkomen hier in sijn geobserveerd versoekende sij testatrice het uijterste benifitie te genieten en dat hier van werde gemaakt acte in forma twelk is desen. aldus gedaan en gepasseert desen 28e meij 1745 des middags ontrent de colcke twaalff uuren verclaarende de testatrice beneden de agt duijsent gulden gegoet te sijn ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx, Steven Scheur en Dirk van Dusseldorp, schepenen in Waspik voorschreven.

Fol. 147 vo

Compareerde voor ons schout en schepenen van s’Grevelduijn Grootwaspik en 11½ Hoeve ondergenoemt Petrus Zeijlmans gewesene secretaris tot Schijndel, woonende alhier te kennen gevende dat de wijle sijne moeder Catharina Hagoort weduwe Petrus Zeijlmans in sijne leven secretaris alhier op den agtentwintigste meij deses jaers 1700 vijff en veertigh bij hare testamentaire dispositie heeft gestelt en genomineert tot hare erffgenaem sijne comparants kinderen en dat sij aan hem had gemaeckt het vrugt gebruijck van hare naarlatenschap en dat hij comparant voor sijne legitime portie soude trecken eene somme van twaelff hondert guldens eens sonder meer, en sulcx in volle voldoeninge van sijne vaderlijke of moederlijke goederen off legitime portie met dese stipulatie dat hij soo hij het noodig mogte hebben de voornoemde twaelff hondert guldens mogte tot lasten vande ses geerden in den polder gelegen negotieeren mits soo lange sijne moeder leefde daer van intrest betalende en dat sij al verder bij den selven testamente tot directeur over den selven boedel hadde aengestelt sijne broeder Jan Zeijlmans, secretaris etc., soo verclaarde hij comparant den voornoemde testamenten in helen deelen en soo als het in forma is gepasseert te approberen, ratificeeren en goedt te keuren soo als hij doet bij desen sonder dienthalve eenige actien of relivementen te reserveeren maer van allen t selve volkomentlijk te renuntieren ende bekende hij comparant al verder vanden voornoemde sijnen broeder als daer bij genoemden directeur (alsoo hij comparant verclaarde dat aen hem gemelte capitael tot maintinering van sijn huijshouden als nu ten uijttersten noodig te hebben) vande voornoemde twaelff hondert guldens op dato deses ten vollen en al voldaen en betaelt te sijn, en beloofde ik comparant daer van jaerlijcx soo lange sijne voornoemde moeder leeft, intrest te sullen betalen tegens drie gulden tien stuijvers per cent en dien volgens soo verclaare hij comparant deswegens als ook van sijne vaderlijke, moederlijke portie off andere pretensien in regte bekent niet meer te eijssen ofte te pretenderen te hebbe ofte qijt een actie deswegen te sullen sustineren, in regten of daer buijten op de nalatenschap van voornoemde sijne moeder, onder wat titul het ook sij, en dus deswegen mede op de cragtigste wijse te renuntieeren van alle reliven of relivementen in regten bekent, gevende hij comparant vervolgens aen sijn voornoemde broeder volkomen actionem cessam om de voornoemde twaelff hondert guldens bij t overlijden van sijne moeder te inne en ontfangen daer en soo als hij te rade worden sal, en ingevolge den opgemelde testamente tot prestatie van allen t welke den comparant verclaarde te verbinden sijn persoon en goederen present en toekomende egeene exempt deselve stellende onder vebant als naer regten, aldus gedaen en gepasseert ten overstaen van Adriaan Zeijlmans, schout, Steven Scheur, Jan Buijs en Dirck van Dusseldorp, schepenen in Waspick, desen negentiende junij 1700 vijff en veertigh.

Folio 148 vo

in de kantlijn: uijtgemaakt op segel 30 st.

In den name godes Amen

Op huijden den 7e julij 1745 compareerde voor ons schout en schepenen van Sgrevelduijn Grootwaspick en Twaalftalve Hoeve ondergenoemt, Jan Adriaanse Dolck en Dingena van Uijen egteluijden woonagtig alhier, sijnde den eersten comparant gesont naar den lichame en de tweede comparant eenigsints sieckelijck dog beijde gaande en staande en haar verstant redenen en memorie wel magtig en gebruijckende soo als ons uijtterlijck scheen en bleeck, dewelcke betuijgde van meijninge te sijn omme van hare tijdelijke goederen haar bij godt almagtig op dese werelt verleent te disponeren soo als sij doen bij desen en dat op de volgende weijse: namentlijck dat sij testateuren malkanderen reciprocelijck dat is over en weder, en sulx den eerst stervende den langstlevende van hen beijden komen te stellen nomineren en institueren tot sijn off haren eenigen geheelen en universelen erfgenaam en dat in alle hare naar te latene goederen soo roerende als onroerende gelt gout silver gemunt en ongemunt haaff en imboel actien en crediten soo wel active als passive egeene van dien uijtgesondert soo als die bij den eerst overlijdende metter doot ontruijmt en naargelaten sal worden omme met dat alles doorhaling te mogen doen handelen en verrigten soo int coopen als vercoopen belasten en beswaren soo als des langstlevende goeden raat gedragen sal, en sulx met vollen regt van institutie, onder dese expresse conditie nogtans dat den langstlevende van hen testateuren gehouden en verpligt sal sij haar kint reets bij den anderen verweckt ofte nog te verwecken en naar te laten op te voeden en te alimenteren in eeten en drincken cleedinge en reedinge, van linnen als wollen soo wel sieck als gesont egeenen tijt van perijkel uijtgesondert, deselve te laten leeren lesen en schrijven en daar en boven een goet hantwerk off ander exercitie te laten leeren waarop deselve naar den staat des boedels best bequaam sal off sullen bevonden worden, en dat tot haren mondige dage huwelijk off anderen geapprobieerden state toe als wanneer den langstlevende van hen testateuren gehouden en verbonden sal sijn aan deselve haare naar te latene kint off kinderen uijt te reijcken en voldoen eene somme van vijftig guldens eens gelt sonder meer en sulcx in volle voldoeninge van hare vaderlijcke off moederlijcke goederen ofte legitime portie deselven daar innne instituerende bij desen mits dat soo de voornoemde kint off kinderen voor haren mondige dage off huwelijken state quame te overlijden de voornoemde uijtreijkinge sal versterven op de langstlevende van hen testateuren den eerst stervende den langstlevende in sulk geval daar inne mede instituerende bij desen.

Wijders hebben sij testateuren elkander gestelt tot voogt ofte voogdesse over hare naar te latene kinderen ende naar overlijden van den langstlevende tot voogt Teunis Adriaanse Dolck sij testateurs broeder en tot toesiende voogt Geerit Peeterse Dolck sijn testateurs neve en dat alles met uijtsluijtinge van schout en geregten van Grootwaspick mitsgaders alle andere geregtens en weesheeren daar haarlieden sterffhuijs soude mogen komen te vallen, niet willende dat deselve (behoudens haar respect en eerwaardigheijt) haar met hare naarlatenschap sullen bemoeijen maar deselve daar voor bedankende mits desen.

Allen het geene voorschreven staat de testateuren van woorde te woorde sijnde voorgelesen, verclaarde sij het selve te wesen haar testament lesten en volkomen uiiersten wille willende en begerende dat het selve sij volkomen effect sorteren en stantgrijpen sal t sij als testament, codicille, gifte uijt sake des doots of ander den levende soo als het selve best naar regels sal konnen of mogen bestaan. Alwaar het schoon dat alle solemniteijten naar regten gerequireert hier inne niet en waren geobserveert versoekende het uijtterste benefitie en dat hier van gemaakt en gelevert mag worden instrument in commune forma. Aldus gedaan en gepasseert ten huijse van mij secretaris (verclarende de testateuren beneden de twee duijsent guldens gegoet te sijn) ten overstaan van Steven Scheur en Dirk van Dusseldorp, schepenen in Waspick, als vervangende den schout alhier, ten dage maande en jare voorschreven, savonts ontrent de clocke agt uren.

In kennisse van mij, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 149 avo

in de kantlijn: uijtgemaakt op zegel van 3 gl

In den naeme godes Amen.

Op huijden den 12 julij 1745 compareerde voor ons schout en schepenen van s’Grevelduijn Grootwaspik en 11½ Hoeve ondergenoemt den eersamen Adriaan Laureijsse van Dongen en Cornelia Mattijsse de Bont egteluijden woonende alhier, sijnde den eersten comparant siekelijk naar den lichaeme doorhaling te bedde leggende en de tweede comparante gesont naar den lichaeme gaande en staande, dog beijde haar verstant reden en memorie wel magtig sijnde en gebruikende soo ons uijtterlijck scheen en bleeck te kennen gevende dat sij genengen waeren te disponeren over haere tijdelijcke goederen haar bij godt almagtig op dese werelt verlent ende daer toe komende soo verclaarde sij testateuren malkanderen reciprocelijk en sulx over en weder den eerst stervende den langstlevende van hen beijden gemaakt genomineert ende geinstitueert te hebben tot sijnen off haereneenigen gehelen en universelen erfgenaam ende dat in alle haere naar te latenen goederen soo wel roerende als onroerende gelt gout silver gemunt en ongemunt haaff imboel etc. soo wel active als passive egeene van dien uijtgesondert van wat benaeminge dit ook soude mogen sijn, omme daar mede den langstlevende gedaan en gehandelt te worden als met haar vrij eijgen goet ende dienvolgende met volle regt van institutie sonder gehouden te sijn aen imant te leveren eenigen staat off inventaris van haren boedel onnder dese speciale conditie nalang dat de langstlevende van hen testateuren gehouden en verbonden sal sijn haren kinderen reets bij den anderen verweckt  off nog te verwecken  ende naar te laeten op te voeden ende te alimenteren en eten en drinken cleedinge ende reedinge soo van linnen als wollen soo wel siek als gesont egeene tijt van perijkel uijtgesondert deselve te laeten leeren lesen en schrijven en daer en boven een goet hantwerk off andere exercitie te laeten leeren waer toe deselve best bequaam sal off sullen bevonden worden en dat tot haren mondige daegen huwelijcken ofte andere geapprobieerden staete toe als wanneer den langstlevende van haar testateuren daer en boven aan ider van haere kinderen die als dan in leven sullen sijn, sal moeten uijtreijken en voldoen hare simpe legitime portie haar naar den langstlevende compiterende volgens taxatien bij den langstlevende ende de voogden te doen, waer inne sij testateuren de voornoemde kinderen  sijn institueerende bij desen ende dit alles tot hertrouwen vande langstlevende toe in welk geval van hertrouwen de langstlevende van hen testateuren sal gehouden en verbonden sal sijn ten behoeve van haere voornoemde kinderen afstant te doen vande geregten helft van haeren boedel en goederen soo als die als dan gevonden sal worden en dat de langslevende daer en boven nog verpligt sal sijn de onmondige kinderen uijt de blaedinge en vrugt gebruijk van haar aan part inden voornoemde aan haer te bewijsen halven boedel en goederen te sullen moeten voeden en alimenteren als voren is gesegt tot haere mondige daege huwelijk off anderen geapprobieerden state toe.

Wijders verclaarde sij testateuren doorhaling te stellen tot voogt off voogdesse over hare naartelatene onmondige kinderen en erfgenaemen den langstlevende van hen testateuren ende bij overlijden ofte hertrouwen vanden selven tot voogt Peeter Mattijsse de Bont en tot toesiende voogt Johannes Verschuren aen Benede Kerk met magt omme bij den langstlevende off de voornoemde voogden nog een off meer voogden en toesienders in plaatse vande voornoemde voogden doorhaling en toesienders te mogen nomineren en aan stellen ende verclarende sij uijt haeren naer te latenen boedel en goederen uijt te sluijten ende te secluderen schout en geregten van Grootwaspik mitsgaders alle andere geregtens en weesheeren daar haar lieder sterfhuijs souden mogen komen te vallen niet willende of begerende dat sij (behoudens haar respect en eerwaardigheijt) haar met haeren naar te latenen boedel sullen bemoeijen maar de sel