Selecteer een pagina

Fol. 1r

Scheijdinge ende deelinge die bij desen doende ende aan schout ende geregten van Groot Waspik overgevende sijn, Artus Sterrenburg weduwenaar ende geblevene boedelhouder van wijlen Adriaentje Joosten vander Einde ter eenre ende Simon Sterrenburg, Johan Sterrenburg, Joost Sterrenburg, Anna Sterrenburg weduwe Anthonij van den Hoek, Hendrik Glavimans als in huwelijk hebbende Cathalina Sterrenburg, Jacobus Ouwers als in huwelijk hebbende Cornelia Sterrenburg, Huijbert Schep als in huwelijk hebbende Dirckske Sterrenburg, Frans Peeters Boeser als in huwelijk hebbende Maria Sterrenburg, Willem van den Hoek als in huwelijk hebbende Adriaantje Sterenburg, alle kinderen van den voornoemde Artus Sterrenburg en Adriaantje vander Einde sijne huijsvrouwe zaliger ter andere sijde. Ende dat van soodanige goederen en effecten als den voornoemde eersten comparant is besittende ende bij sijne huijsvrouwe metter doot sijn ontruijmt en agtergelaten. Ende sijn de voornoemde partijen veraccordeert ende hebben de geheele naarlatenschap ende boedel verdeelt als volgt:

In de kantlijn: uijtgemaakt

Eerstelijk dat den eersten comparant Artus Sterrenburg sal hebben ende in volle eijgendom behouden alle de roerende goederen soo van imboel, gelt, gout, silver, gemunt en ongemunt, obligatien, willeceurbrieven als anders. Alsmede alle actien en crediten die alle kome tot bate en schade vanden voornoemde Sterrenburg sonder dat de tweede comparanten daar niet mede sullen te doen hebben. En verclaart hij eerste comparant daar en tegens ten behoeve van sijne voornoemde kinderen te renuntieren vande vaste goederen die hier na tusschen de kinderen sullen worden verdeelt om redenen hem daar toe moverende. Ende dat in volle voldoeninge van hare moederlijke goederen.

Hier tegens soo hebben de voornoemde tweede comparanten de vaste goederen verdeijlt in voegen en manieren hier naar volgende.

Als eerstelijk soo is Joost Sterrenburg geloot, gecavelt en beërfdeelt op de geregte helft van een huijs, hoff en erve gelegen alhier op den oostsijde van Vroukensvaart waar vande wederhelft competeert Frans Peeterse Boeser. En bedeelt soo als het van outs bij den eerste 1e comparant is gebruijckt. Met noch den miskuijl die komt inden hoff soo als die nu met een heg is affgesteecken. Belent ten suijden van ’t heele huijs, hoff en erve Gelden Willemse Paans en ten noorden de weduwe Jan de Leeuw (Seeuw ?). Streckende uijtten westen vande halve Vroukensvaart aff, oostwaart in tot de erve van Huijbert Schep toe. Ende en sal den uijtweg niet beplant of betimmert mogen worden maar blijven als van outs.

Nog op de geregte suijdense helft van eenen acker zaijlant mede gelegen alhier, waarvan de wederhelft is bedeelt op Frans Peeterse Boeser. Dog moet de helft van Boeser een en een halve voet saijens lant breeder sijn als dese suijdense helft om dat de steeg aande noordenkant daar nevens loopt. Belent ten suijden den Armen alhier en ten noorden de wederhelft van Frans Boeser. Streckende uijtten oosten vande erve van Arien de Zeeuw, westwaart in tot de erve van Jochum Coninx cum suis toe. Ende moet dit lot uijtreijcken aan Simon Sterrenburg, Jan Sterrenburg, Anna Sterrenburg, Hendrik Glavimans, Jacobus Ouwers en Willem van den Hoek een somme van twee hondert vijftig guldens.

Ten tweede soo is Huijbert Schep als in huwelijk hebbende Dirckske Sterrenburg geloot, gecavelt en beërfdeelt op op eenen acker zaijlant gelegen onder Sgrevelduin Cappel tusschen erffenise vande Kerk alhier ten oost, ten westen de kinderen van Jan Willems Zeijlmans, ten suijden den Endenest en ten noorden de … van Heukelom. Ende moet uijtreijcken aan Simon Sterrenburg, Jan Sterrenburg, Anna Sterrenburg, Hendrik Glavimans, Jacobus Ouwers en Willem van den Hoek een somme van drie hondert guldens.

Ten 3e soo is Frans Peeterse Boeser als in huwelijk hebbende Maria Sterrenburg geloot, gecavelt en beërfdeelt op de geregte noordense helft van eenen acker zaijlant gelegen alhier, waarvan de wederhelft is bedeelt op Joost Sterrenburg. En moet deser helft een en een halve voet saijens lant breeder sijn als de suijdense helft om datter de steeg aanden noorden kant nevens heen loopt. Belent ten suijden Joost Sterenburg en ten noorden de steeg off den acker van de erfgenamen van Steven Swart. Streckende uijtten oosten van de erve van Arien de Zeeuw aff, westwaart in tot de erve van Jochem Ariaens Coninx cum suis toe. En moet dit lot de suijdense helft aan ’t westen eijnt over wegen en stegen tot op de voornoemde steeg die aanden noorden kant van desen acker heen loopt toe. Ende moet dit lot uijtreijcken aan Simon Sterrenburg, Jan Sterrenburg, Anna Sterrenburg, Hendrik Glavimans, Jacobus Ouwers en Willem van den Hoek een somme van een hondert vijftig guldens.

Ten vierde en ten laatsten soo sijn Simon Sterrenburg, Johan Sterrenburg, Anna Sterrenburg, Hendrik Glavimans, Jacobus Ouwers en Willem van den Hoek een somme van twee hondert vijftig guldens in qualiteijt voornoemt geloot, gecavelt en beërfdeelt op de uijtreijkingen van twee hondert vijftig guldens, drie hondert guldens en een hondert vijftig guldnes hier voren genoemt en van welke uijtreijkingen sij bekennen ten vollen voldaan en betaalt te sijn sonder uijt dien hoofde iets meer op malkanderen te pretenderen te hebben onder wat voorwentsel het ook soude mogen sijn.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijt Hollant ende verclaarde ider met sijn bevallen lot te vreden te sijn en te sullen betalen alle lasten en verpondingen op ider sijn bevallen lot staande ende te sullen maken en onderhouden alle wegen, stegen, dijcken, dammen, straten, waterloopen, schouwen, leijen en ander naburen regten met regt daar toe behoorende. En verclaarde den een tot lasten van den anderen sijn bevallen lot niet meer te pretenderen te hebben maar daar van ten vollen te renuntieren bij desen. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Cornelis Buijs, provisioneel schout, Peeter Zeijlmans en Bastiaen Fransen Boeser, schepenen in Waspik, den 28e augustus 1727

Fol. 2v

Inventaris gedaan maken en aen schout en schepenen van Groot Waspick overgegeven bij ofte van wegen Anna van Steenhoven wed van zaliger Fransus Fransen Camp van soodanige goederen ende effecten als sij staende het huwelijck tesamen hebben beseten en soo als sij deselve tegenwoordigh nog besittende is als:

Eerstelijk de geregte helft van een huijs, hoff, schuur, acker en veldeken, gelegen alhier, waer vande wederhelft is bedeelt op Piternel van Steenhoven, ingevolge de mondelinge deijlinge tusschen Fransus Fransen Camp voornoemt ende voogden vande minderjarige kinderen van Steven van Steenhoven gemaakt. En is het huijs etc. onbedeelt tot den Pispot toe. En dan voorts het ackerlant en veldeken is bedeelt op den oostenkant en Piternella van Steenhoven op den westenkant. Gelant ten oosten van de voornoemde heele stede de wed Cornelis Adriaense Camp en de erfgenamen van Willemijn Mattijs Coninx. D’een teijnde den anderen west. Streckende uijtten noorden vande halve s’Here straten aff, zuijtwaart in tot de erve van Michiel van IJersel toe.

Nog op de geregte helft van een binnendelle, gelegen in den polder alhier, waer vande wederhelft als voors is bedeelt op Piternel van Steenhoven. Belent ten oosten vande heele del de weduwe Jan de Bruijn en ten westen Jochem Blankers. Streckende uijtten zuijden van de halve s’Heere strate aff noordwaart in tot de Cae toe, off andersints bij herdeijling van het geregte ¼ part vande geheele boedel van haar moeder zaliger.

Volgen de meubilare goederen

Een halve eijke uijttreckende tafel, een ronde vure tafel, een eijke kast

Een grijne etensspint en een stelsel daar op

Tien stoelen zoo groot als cleijn

Een wieg, een kakstoel, een naijmant

Een wageschotte kannebort, een schotelrek, een kapstok

Een torfton, een stoof, een spiegel

14 blauwe galaeijen schotelen en ses borden

twee schulp schotelen

drie tinne schotelen

1 de pispot, 1 de mosterpot, 1 peper doos, soutvat en boterpot

een tinne trekpot

ses paer Delfs postelijne teegoet

een strijkijzer

een lepelbord met negen tinne lepels

een steene kan met een tinne deksel

twee copere lampen, een copere vuurpan, een copere schuijmspaan

een tang, een asschup, een vuurijser, een haal, een haart verken, een ijser trift,

een koekpan en hangijser

gedruct linne

een schoorsteencleet

twee paar de gordijnen en rabatten

twee bedden, twee hooftpeuluen, vier hooftkussens

drie wolle beddedeeckens

twee copere melkkannen, een copere aaker

vier copere cetels soo groot als clijn, drie ijsere potten

twee emmers met ijsere banden

een kaarn met sijn toebehoorten

vier melktonnen, een roomtobbeken, twee boter tonnekens, een wastob, cnaap

een wagen met sijn toebehoren

nog eenig eerdewerk op de geut

een boot

nog eenig oude rommelerije in het het agterhuijs

twee coeijen en een veers

twee hoekelingen, twee kalveren

agt paar slaaplakens, vijf paar kusensloopen

ses tafellakens soo pelle als trille

vijf servetten

en stuck linnen lank ontrent 20 ellen

Inkomende Penningen

Eerstelijck ontfangen bij Frans Adriaense Camp twee hondert en tien guldens wegens den coop van den beesten en paarde op het lant van de heer van Dussen gekogt en bij publiecq conditie bij overstaen van regenten verkogt

Uitgaende schulden

Eerstelijck staat te betalen aen Frans Ad. Camp pro reste vande huuren

van t jaar 1725 ter somme van                                                                          18:–:–

nog staat te betalen aen Camp voors vande lanthuren vant jaar 1726

volgens het opgeven van hem Camp                                                              160:–:–

Nog geleent in gelt                                                                                             26:14:–

Nog betaalt aen den secrtaris voor s’lants regt met de segels tot de

begraafenisse volgens de qtie                                                                              4:14: 8

Nog aenden schoolmeester betaalt voor’t kerke regt en luijden volgens qtie      4:10:–

Nog aen Ad. Vermijs de dootkist tot                                                                    7:–:–

Nog aende mantels                                                                                              2:10:–

Nog aen Jan van Son over coop van riet betaalt                                              22:–: 8

Nog betaalt aen den pagter van Riel                                                                 4:10:–

En dus tesamen                                                                                                                              249:19:–

Nog staat te betalen aenden decker

Aanden uperman

Nog aan banden en geerden tot Werkendam

Nog aen hout tot Dordrecht ter somme van

Nog aen de timmerman

Nog aen de borgemeesters dato 1726 en 1727 ter somme van

Aen den pagter van’t horegelt

Nog staat te betalen aen de weduwe Jan van Tilburg over geleverde bieren

Nog staat te betalen aende kerkmeesters alshier 15 guldens die op de huur

vande kerke ses geerden bijgelegt moeten worden dus                                   15:–:–

Aldus gedaan en aengegeven bij de voornoemde weduwe ten bijwesen van voogden van haar onmondig weeskint ten overstaen van Cornelis Buijs, provisioneel schout, Petrus Zeijlmans en Denis de Haen, schepenen in Waspik desen drieden september 1727.

Dit is het merk van Denis de Haen

Fol. 4v

Acte van aenneming

In de kantlijn: uijtgemaakt

Op huijden den 17e september 1727 compareerde voor ons provisoneel schout en schepenen van Groot Waspik ondergenoemt Anna van Steenhoven weduwe van zaliger Francus Fransen Camp ter eenre ende Frans Adriaens Camp ende Johan van Steenhoven als aangestelde voogden van het onmondig weeskint van zaliger den voornoemde Francus Camp in huwelijck verwekt bij de voornoemde Anna van Steenhoven met name Cornelis Fransen Camp ter andere sijde.

Ende sijn de voornoemde comparanten in hare voornoemde qualiteijt met consent ende ten overstaen vande provisoneelen schout ende schepenen alhier na alles wel overwogen en den staat en inventaris des boedels ingesien te hebben met den anderen veraccordeert en verdragen in voegen en manieren als volgt: Te weten dat de voors eerste comparante in vollen eijgendom sal hebben en blijven behouden alle de vaste en andere goederen, soo roerende als onroerende, huijsraet, haaff en imboel, gelt, gout, zilver, gemunt en ongemunt, actien en crediten soo active als passive niets ter werelt uijtgesondert, die sij met den voornoemde haren overleden man in gemeijnschap en eijgendom beseten heeft gehat ende nog besittende is. Omme met alle deselve bij de eerste comparante te mogen worden gedaan en gehandelt als imant met sijn vrij eijgen goet vermag te doen. Sonder bekroon off tegenseggen van imant. Onder dese speciale conditie nogtans dat de voornoemde eerste comparante gehouden en verbonden blijft het voornoemde kint op te voeden en te alimeteren in kost en dranck, cleeding en reeding, soo wel sieck als gesont geenen tijt van perijkel uijtgesondert den selven wel te laten leeren, lesen en schrijven en vervolgens ter schole te laten gaan en een goet hantwerk off ander exercitie te laten leeren waar toe het selve na den staat des boedels best bequaem sal bevonden worden en dat tot sijnen mondigen dage, huwelijken off anderen geapprobeerden state toe. Als wanneer de eerste comparante daer en boven sal gehouden sijn aen den voornoemde haren soon uijt te reijken ende voldoen eene somme van vijff hondert vijff en tseventig guldens eens sonder meer en dat in volle voldoeninge van sijne vaderlijke goederen. Welcke uijtreijkinge, soo het voornoemde kint voor sijnen mondigen dage komt te overlijden, sal versterven op sijne wettige erfgenamen abintestato mits dat de eerste comparante, soo lange sij ongetrout is, het vrugt gebruijck en blading vande voornoemde uijtreijkinge sal hebben en behouden en langer niet. Dog off het mogte komen te gebeuren dat de voornoemde eerste comparante haar voor die tijt ten tweede huwelijck mogte komen te begeven sal sij in sulck geval moeten affstant doen, ten behoeve van haar voornoemede kint vande geregte helft van alle haer vaste en roerende goederen egeene uijtgesondert. Soo ende in dier voegen als die als dan bevonden sullen worden en in wesen sullen sijn.

Tot naarkominge en prestatie van alle het geene voors staat verclaarde sij comparanten speciaal te verbinden en ten onderpant te stellen hare persoonen en goederen, roerende en onroerende, hebbende en verkrijgende, egeene van dien uijtgesondert. Deselve stellende ten bedwang en executie als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaen van Cornelis Buijs, provisioneel schout, Petrus Zeijlmans en Denis de Haan schepenen op datum als boven.

In de kantlijn:

Compareerde ter secretarije van Groot Waspick d’heer Joannis Camp sone van Frans Adriaense Camp ende bekende vande nevenstaande uijtreijckinge ter somme van vijff hondert vijff en tseventig guldens ten vollen voldaan en betaalt te sijn door Johannis Verschuren als in huwelijk hebbende Anna van Steenhoven hiernevens genoemt als sijnde de voornoemde somma den voornoemde heer Camp te deijlen gevallen ingevolge de deijlinge tusschen hem en sijn broeders en susters op den 12e deser gepasseert voor regente alhier. In teijken der waarheijt is dese bij de voornoemde heer Camp onderteijckent desen 13 maij 1732.

Joannes Camp, mij present J. Zeijlmans, secretaris.

Fol. 5r

Scheijdinge ende deijlinge die bij desen doende en aen schout en geregten van Groot Waspick overgevende sijn Peeter Cornelisse van Campen, Matthijs Cornelisse van Campen, Bartholomeus Cornelisse van Campen, Jan Cornelisse de Jong als toesiende voogt van de drie naergelatene weeskinderen van zaliger Cornelis Cornelisse van Campen bij hem in huwelijck verweckt bij Adriaentje Cornelisse de Jong tegenwoordig huijsvrou van Geerit Dolk, Wouter van Steenhoven als in huwelijck hebbende Maria van Campen, Adriaen Vassen als in huwelijk hebbende Agatha van Campen voor zijn selven ende nog als inne staende ende sig sterckmakende voor sijnen broeder Johannis Vassen als in huwelijck hebbende Johanna van Campen ende Jochem Blankers als in huwelijk hebbende Engelina van Campen, alle kinderen ende testamentaire en abintestato erffgenamen van Cornelis Cornelisse van Campen ende Piternel Jans. Ende dat van de goederen ende effecten bij de voornoemde Pieternel Jans als geblevene boedelhoudster metter doot ontruijmt ende naergelaten soo ende in manieren als volgt:

Eerstelijck soo is Peeter Cornelisse van Campen geloot, gecavelt ende beërfdeelt boven ende behalven het geene hij reets voor uijt den boedel genoten heeft op eene somme van twaalff hondert guldens die hem moeten worden uijtgereijkt door Matthijs Cornelisse van Campen en waer van den voornoemde Peeter van Campen bekende ten vollen voldaan te sijn den eersten penninck metten lesten ende bekende hij Peeter van Campen nog ontfangen te hebben van Matthijs en Batholomeus van Campen sijn portie ende geregtigheijt hem compiterende inde uijtreijckinge die sij ingevolgen den testamente verpligt sijn te doen.

Nog op de geregte helft van eenen moergront gelegen onder Cappel gemeen en onverdeelt met de erffgenamen van Jacob Cievits off soo veel als sij daar in geregtigt souden mogen sijn sonder dat de erffgenamen gehouden off verpligt willen sijn in het aantonen van eijgendom off hoe veel off hoe verre sij in den selve geregtigt soude mogen sijn.

Ten tweeden soo is Matthijs Cornelisse van Campen geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijck op de geregte helft van een huijs, hoff, bijster en acker daer aen gelegen, gemeen met Bartholomeus van Campen, gelegen alhier tusschen erffenisse van Thomas Compeer, Jan Peeterse de Jong en d’weduwe Thomas Molennschot cum suis, d’een teijnde den anderen oost en de weduwe Anthonij Huijberden Coninnx en anderen west. Streckende uijt den noorden van de halve Her straat aff, zuijtwaart in tot Cuijpers leije en d’weduwe Anthonij Huijberde Coninx toe.

Nog op vier geerden hooij en weijlant mede gelegen alhier in een stuck van agt geerden, gemeen en onverdeelt met de weeskinderen van Cornelis Cornelisse van Campen. Belent ten oosten de Kerk alhier en ten westen Jan Janse de Bont cum suis. Streckende uijtten suijden vanden gemeene polders gront aff, noortwaart in tot den halven Scheij sloot toe.

Nog op drie geerden hooij en weijlant gelegen in Cleijn Waspick, gemeen met Bartholomeus van Campen, in een stuck van ses geerden. Belent ten oosten vande heele ses geerden Huijbert van Hassel en ten westen de weduwe Jan de Bruijn. Streckende uijt den zuijden van Groot Waspik aff, noordwaert in tot den halven Schaij sloot toe. Ende moet den voornoemde Mattijs van Campen uijtreijken aen Peeter van Campen in egalisatie van sijn bevallen lot eene somme van twaelff hondert guldens eens gelt sonder meer. Ende moet nog in den gemeijnen boedel inbrengen ingevolge den testamente bij hare moeder gemaeckt voor de helft van het huijs eene somme van twaelff hondert guldens.

Ten vierden soo is Jan Cornelisse de Jong als toesiende voogt van de drie naergelatene onmondige weeskinderen van zaliger Cornelis Cornelisse van Campen, bij hem in huwelijck verweckt bij Adriaentje Cornelisse de Jong, en sulcx tot behoeve vande voornoemde kinderen geloot, gecavelt en beërfdeelt op vier geerden hooij en weijla,nt gelegen alhier in een stuck van agt geerden, gemeen en onverdeelt met Matthijs van Campen. Belent ten oosten vande heele agt geerden de Kerk alhier en ten westen Jan Janse de Bont cum suis. Streckende uijtten zuijden vande gemeene polders gront aff, noordwaart in tot den halven Schaij sloot toe.

Ten vijffde soo is Wouter van Steenhoven als in huwelijck hebbende Maria van Campen geloot, gecavelt en beërfdeelt op vier en een halve geert hooij en weijlant, gelegen in den polder alhier in een stuck van negen geerden, gemeen met Bastiaen Stevense Huijsmans. Belent ten oosten van de heele negen geerden Adriaen Bervoets cum suis en ten westen Wouter van Steenhoven voornoemt. Streckende uijt den suijden van de Kae sloot aff, noordwaert in tot den halven Schaij sloot toe.

Ten sesde soo is Adriaen Vassen, als sig sterckmakende ende innestaende voor sijnen broeder Johannis Vassen ende sulcx voor reeckening vanden voornoemden Johannis Vassen geloot, gecavelt en beërfdeelt eerstelijk op twee geerden hooij en weijlant, gelegen in Clijn Waspick in een stuck van agt geerden bedeelt met Wouter van Steenhoven inde oostense vier geerden. Gelant ten oosten vande heele agt geerden Ariaen Schoenmakers cum suis en ten westen Huijbert van Hassel. Streckende uijtten zuijden van de Oude straet off Groot Waspick aff, noodwaert in tot den halven Schaeij sloot toe.

In de kantlijn: Ik ondergetekende Johannis Vassen bekenne in de nevenstaande deijlinge te consenteren en verclare het doen van mijnen broeder daar ontrent te approberen en goet te kennen. Actum Waspick den 17e febrarij 1729.

Nog op een geert hooij en weijlant, gelegen in den polder alhier in een stuck van ses geerden, gemeen en onverdeelt met de weduwe Jan de Bruijn en d’heer Deckers. Belent ten oosten vande heele ses geerden Arnoldus van Son en ten westen de Kerk en Arme cum suis. Streckende uijtten suijden vande Ca sloot aff, noordwaert in tot den halven Schaijsloot toe.

Nog op een ackerke zaijlant, mede gelegen alhier tusschen erffenisse van Peeter Geerden oost em Melis Peeterse en Jochem Blankers west. Streckende uijtten noorden vande erve van Jan Wouters aff, zuijtwaert in soo verre het streckende is.

Ten sevende soo is Adriaen Vassen als in huwelijck hebbende Agatha van Campen voor sijn selven geloot, gecavelt en beërfdeelt eerstelijck op drie geerden hooij en weijlant, gelegen inden polder alhier in een stuck van ses geerden onverdeelt met Jochem Blankers. Gelant ten oosten Jan Jochemse Langerwerff cum suis en ten westen Adriaen vanden Bos cum suis. Streckende uijtten suijden van de Cae sloot aff, noordwaert in tot den halven Schaijlsoot toe.

Nog op een halven acker zaijlant mettet veldeken, gelegen alhier gemeen met Jochem Blankers. Gelant ten oosten vanden heelen acker Peeter Wouterse en Jan van Tichel cum suis d’een teijnde den anderen en ten westen Aert Adriaense Cuijl. Streckende uijtten noorden vanden bijster van Jan Janse van Tichel aff, zuijtwaert in tot Cuijpers leije toe.

Nog op de geregte helft van vijff sesde parten in het geregte een sesde part van soodanige tienden, genaamdt de Groote Greijn Tiend, als sij hebben leggen in den dorpe van Raemsdonck gemeen en onverdeelt met de weduwe Jan Handricx en meer andere. Ende dat soo groot en met soodanige regten en servituijten als daer toe met regt is behoorende.

Ten agtste en ten laetsten soo is Jochem Blankers als in huwelijck hebbende Engelina van Campen geloot, gecavelt en beërfdeelt eerstelijck op drie geerden hooij en weijlant, gelegen inden polder alhier in een stuck van ses geerden, gemeen met Adriaen Vassen. Gelant ten oosten vande heele ses geerden Jan Jochemse Langerwerff cum suis en ten westen Adriaen vanden Bos cum suis. Streckende uijtten zuijden vande Cae sloot aff, noordwaert in tot den halven Schaijsloot toe.

Nog op een halven acker zaijlant mettet veldeken, gelegen alhier gemeen met Adriaen Vassen. Gelant ten oosten vande heele acker de weduwe Peeter Wouterse en Jan van Tichel cum suis d’een teijnde den anderen en ten westen Aert Adriaense Cuijl. Streckende uijtten noorden vanden bijster van Jan Janse van Tichel aff, zuijtwaert in tot Cuijpers leije toe.

Ende ten laatsten op de geregte helft van vijff sesde parten in het geregte een sesde part van soodanige tienden, genaamt de Groote Greijn Tiend, als sij hebben leggen in den dorpe van Raemsdonck gemeen en onverdeelt met de weduwe Jan Huijberde Zeijlmans, d’weduwe Jan Handricx en meer andere. Ende dat soo groot en met soodanige regten en servituijten als daer toe met regt is behoorende.

Wijders is conditie dat sij comparanten malkander moeten helpen dragen en betalen alle lasten en verpondingen op het voornoemde goet staende en loopende tot den lesten december 1725 incluis, sonder langer.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijt Hollant ende verclaarde ider met sijn bevallen lot te vreden te sijn sonder uijt dien hoofden ietwas meer op malkanderens bevallen loten te pretenderen te hebben als voors staat maer den eenen tot behoeven van den anderen daer van te renuntieren bij desen ende te sullen betalen alle naburen lasten en verpondingen op ider sijn bevallen lot staande ende te sullen maken en onderhouden alle wegen, stegen, dijcken, dammen en ander naburen regten met regt daar toe behoorende. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Cornelis Buijs, provisioneel schout, Teunis Sagt, Petrus Zijlmans, Dirk Janse van Disseldorp, Huijbert Schep, Denis de Haen en Bastiaen Fransen Boeser, schepenen in Waspik, desen negen en twintigsten september 1727.

Dit is het merk van Huijbert Schep.

Dit is het Merk van Denis de Haen.

Fol. 8r

Scheijdinge ende erffdeelinge die bij desen doende ende aen schout en geregten van Groot Waspik overgevende sijn Heijltje Bogaarts weduwe van Cornelis Aerde Schoenmakers ten eenre ende Damis Schoenmakers en Jan Schoenmakers, kinderen van Cornelis Aerden Schoenmakers en Maria Jorisse Castelijn ter andere sijde ende dat van soodanige goederen als de voornoemde Heijltje Boogers ende Cornelis Aerden Schoenmakers te samen hebben beseten soo ende in manieren als volgt:

In de kantlijn: uijtgemaekt

Eerstelijck soo is Heijltje Bogaarts weduwe van Cornelis Aarde Schoenmakers voornoemt geloot, gecavelt en beërfdeelt op een huijs, hoff en erve gelegen alhier, tusschen erffenisse van Dirck de Graaff oost ende Jacobus Schoenmakers ende de weduwe van Jan Bogaarts west. Streckende uijtten noorden vande del van Anna Schoenmakers aff, zuijtwaert in tot de halve s’Heere strate en het huijsken en erve van de weduwe van Jan Bogers toe.

Nog op eenen acker zaijlant metten bijster daar agter, gelegen alhier tusschen erffenisse van de weduwe Huijbert Pouwelsse Zeijlmans oost en de kinderen van Jan Peeterse Schoenmakers en de voornoemde tweede comparanten metten bijster ten westen. Streckende uijtten noorden vande erve van Jan van Uen aff, zuijtwaart in tot de dwars Geeren toe. Ende moet betalen in ider schatting off coninxbede eenen stuijver.

Hier tegens soo sijn Damis en Jan Cornelisse Schoenmakers geloot, gecavelt ende beërfdeelt ende eerstelijk op het geregte een twaalfde part in een binnendelle, gelegen in den polder alhier, gemeen met de kinderen van Jan Peeters Schoenmakers. Belent ten oosten vande heele del Cornelis Hendrcx Schoenmakers en ten westen Geerit Camp. Streckende uitten zuijden vande halve s’Heere strate aff, noordwaert in tot de erve van Cornelis Handricx Schoenmakers toe. En moet betalen in ider schatting 2 1/6 penning.

Nog op de geregte helft van eenen acker zaijlant mede gelegen alhier, gemeen met Jan Cornelisse Schoenmakers. Belent ten oosten vant heele ackerke Mattijs de Bont en Geerit Camp d’een teijnde den anderen en ten westen Jan en Huijbert Janse de Bont. Streckende uijtten noorden vande erve vande weduwe Cornelis de Jong aff, zuijtwaart in tot de veldekens van Arnoldus de Bruijn cum suis toe. En moet betalen in ider schatting ses penningen.

Nog op de geregte helft van een moerveldeken, gelegen alhier, gemeen met Jan Schoenmakers. Belent ten oosten de weduwe Cornelis Aerde Schoenmakers voornoemt met haer veldeken agter den acker en west de kinderen van Jan Peeters Schoenmakers. Streckende uijtten noorden vande ackers van Mattijs de Bont en andere aff, zuijtwaart in tot de dwars Geeren toe. Sijnde vrij van verpondinge ingevolge den dorpsleggen.

Ten tweeden soo is Jan Cornelisse Schoenmakers geloot, gecavelt ende beërfdeelt op de geregte helft van eenen acker zaijlant, gelegen alhier, gemeen met Damis Cornelisse Schoenmakers. Belent ten oosten van t heele ackerke Mattijs de Bont en Geerit Camp d´een teijnde den ander en ten westen Jan en Huijbert Jans de Bont. Streckende uijtten noorden van de erve vande weduwe Cornelis de Jong aff zuijtwaert in tot de veldekens van Arnoldus de Bruijn cum suis toe. En moet nog betalen in ider schatting ses penningen.

Nog op de geregte helft van een moerveldeken gelegen alhier gemeen met Damis Schoenmakers. Belent ten oosten de weduwe Cornelisse Aerde Schoenmakers voornoemt met haer veldeken agter den acker en ten westen de kinderen van Jan Peeters Schoenmakers. Streckende uijtten noorden van de ackers van Mattijs de Bont en andere aff, zuijtwaert in tot de dwarsgeeren toe. Sijnde vrij van verpondinge ingevolge den dorpslegger.

Wijders verclaarde de tweeden comparanten boven de voornoemde hare aenbedeelde goederen nog ontfangen te hebben haer moederlijcke goederen ingevolge de acte van aenneminge in dato … … …(niets ingevuld) waer toe wordt gerefereerd.

Aldus soo hebben partijen malkanders vertijt en vertegen naar den regte van Zuijt Hollant ende verclaarde ider met sijn bevallen lot te vreden te sijn ende te sullen betalen alle lasten en verpondingen op ider sijn bevallen lot als voors staande en dat met alle wegen, stegen, dijken … tot ider parceel behoorende en daer van den eenen tot behoef vanden anderen te renuntieren bij desen. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Cornelis Buijs, provisioneelen schout, Dirk van Disseldorp en Huijbert Schep, schepenen in Waspick, desen 1e october 1727.

Dit is het handmerk van Huijbert Schep

Fol. 9v

Op huijden den 13e November 1727 soo compareerde voor ons schout en schepenen van Waspik ondergenoemt Cornelia Huijberde Zeijlmans weduwe en testamentaire boedelhoudster van zaliger Peeter Melsen Zeijlmans ter eenre ende Thomas Peeterse Zeijlmans, Jan Peeterse Zeijlmans, Johannis Cornelisse Schoenmakers als in huwelijk hebbende Maria Peeterse Zeijlmans ende Jan Janse de Bont als in huwelijk hebbende Willemijn Peeterse Zeijlmans, alle kinderen van Peeter Melsen Zeijlmans en de voornoemde Cornelia Huijberde Zeijlmans ter andere sijde. Ende verclaarde sij comparanten met den anderen over een gekomen ende veraccordeert te sijn alsoo d’eerste comparante aan hare kinderen de tweede comparanten genegen was afstant te doen vande geregte helft van hare goederen dat sij eerste comparante sal hebben en blijven behouden alle de meubilaire en roerende goederen geene uijtgesondert, mitsgaders alle proffijtelijke en nonproffijtelijke schulden alsmede alle de vaste off onroerende goederen niets ter werelt uijtegsondert mits dat de voornoemde kinderen van de vaste goederen sullen hebben in volle voldoeninge van hare vaderlijke goederen die haar naar regten soude mogen comPeteren. Eerstelijk drie en drie vierde geert hooij en weijlant gelegen in den binnenpolder van Groot Waspik in een stuk van seven en een halve geert bedeelt op den westenkant en waar vande wederhelft toebehoort Cornelis en Jan Cornelisse erfgenamen. Belent ten oosten d’weduwe Jan Elemans cum suis en ten westen Anthonij Coninx cum suis. Streckende vande Cae aff tot den halve Schaijsloot toe. Sijnde belast met een rente van vijf en dertig stuijvers s’jaars ten behoeve vande Armen alhier.

Nog vijf geerden hooij en weijlant gelegen in den polder alhier in een stuck van ses en een halve geert gemeen met de weduwe Moleschot en andere. Belent ten oosten van de heele ses en een halve geert de weduwe Moleschot cum suis en ten westen d’vrouw van Pieter Canters. Streckende vande Caesloot af, noortwaart in tot den halve Schaijsloot toe.

En laatstelijk nog vier en een halve geert lant gelegen in Clijn Waspik in een stuk van negen geerden, gemeen met Handrik Huijberde Schoenmakers. Belent ten oosten vanden heele negen geerden Damus van Sasburg cum suis en ten westen den Armen cum suis. Streckende van Groot Waspik af tot den halve Schaijsloot toe. Dog legt dit heele parceel maar voor agt geerden.

Van alle welke voornoemde goederen de voornoemde eerste comparante ten behoeve vande voornoemde tweede comparanten verclaarde afstant te doen ende te renuntieren bij desen en waar mede de tweede comparanten bekennen vande voornoemde hare moeder van hare vaderlijke goederen ten vollen voldaan en betaalt te sijn sonder ietwas te houden gereserveert onder wat voorwendsel het ook souden mogen sijn. Maar van alle de verdere goederen, actien en crediten die hare moeder, de eerste comparante, is besittende ten behoeve vande selve ten vollen te renuntieren bij desen ende verclaarde sij tweede comparanten van hare moeder ook voldaan te sijn van soodanige administratie ontfang en uijtgeeff die sij haar vader gehat heeft voor de goederen haar van haar grootvader Mels Tomasse Zeijlmans aanbestorven. Alsoo deselve aan ons daar van behoorlijk verantwoordinge heeft gedaan. Ende sijn de voornoemde tweede comparanten verdere verdragen en over een gekomen omme alle deselve goederen als mede nog de goederen die haar bij overlijden van haar grootvader Mels Tomasse Zeijlmans sijn aanbestorven en aanbedeelt en die sij tot nog toe met den anderen gemijn hebben gehat te scheijden ende te deijlen soo als sij deselve sijn scheijdende ende verdeijlende mits desen. Soo ende in manieren als volgt:

Eerstelijck soo is Tomas Peeterse Zeijmans geloot, gecavelt en beërfdeelt op vijf geerden hooij en weijlant gelegen in den polder alhier in een stuck van ses en een halve geert, gemeen met de weduwe Moleschot, Tomas Vasse en Jan Lips. Belent ten oosten van de ses en een halve geert de weduwe Moleschot en ten westen de huijsvrou van Pieter Canters. Streckende vande Caesloot af, noortwaart in tot den halve Schaijsloot toe.

Ten tweede soo is Jan Peterse Zeijlmans geloot, gecavelt en beërfdeelt eerstelijk op drie en drie vierde geert hooij en weijlant, gelegen in den polder alhier in een stuk van seven en een halve geert bedeelt op den westenkant en waar vande wederhelft toebehoort d’erfgenamen van Jan Cornelisse. Belent ten oosten van de heele seven en een halve geert de weduwe Jan Elemans cum suis en ten westen Anthonij Coninx cum suis. Streckende vande Cae aff noordwaert in tot den halven Schaijsloot toe. En is dese helft belast met een rente van vijf en dartig stuijvers s’jaars ten behoeve vande Armen alhier. Nog op de geregte helft van een buijtendelle, gelegen alhie,r gemeen en onverdeelt met Jan Lips. Belent ten oosten vande heele del d’wed Jan de Bruijn en ten westen Crijn van Rossum en Peeter de Hoog. Streckende uijtten noorden van Clijn Waspik aff, zuijtwaart in tot de halve s’Heere strate toe. Nog op het geregte een vierde part van een geer, gelegen onder Luijten Ambagt, gemeen met Jan Lips en Steven Zeijlmans. Sijnde met Jan Lips bedeelt op den oostenkant. Belent ten oosten de Kerk van Raamsdonk en ten westen (geen naamsaanduiding). Streckende van het Oude vaartie aff noordwaart in tot de stede van Peeter Camp toe.

Ten derde soo is Johannis Cornelisse Schoenmakers geloot, gecavelt en beërfdeelt op drie en drie vierde geert hooij en weijlant, gelegen in Clijn Waspik in een stuck van zeven en een halve geert, gemeen met Jan Lips. Belent ten oosten van de heele zeven en een halve geert Willemijntie Mattijsse Camp en Hendrik Schoenmakers cum suis, d’een teijnde den anderen en ten westen de weduwe Huijbert Zeijlmans cum suis. Streckende uit den suijden vanden Oude straat aff, noordwaart in tot den halve Schaijsloot toe.

Ten vierde en ten laatsten soo is Jan Janse de Bont geloot, gecavelt en beërfdeelt op de geregte helft van en parceel hooij en weijlant, gelegen in Clijn Waspik, breet negen geerden dog legt voor agt geerden waar van de wederhelft competeert Handrik Huijberde Schoenmakers. Belent ten oosten vanden heele agt geerden d’heer Damus van Sasburg cum suis en ten westen den Armen cum suis. Streckende van Groot Waspik aff tot den halve Schaijsloot toe.

Verder sullen de voornoemde partijen ider hare aanbedeelde parceelen aanveerden met alle wegen, stegen, dijken, dammen, straten, waterloopen en andere naburen regten, baten, schaden en geregtigheden met regte daar toe en aan behoorende. Ende sullen alle lasten en verpondingen malkanderen helpen dragen tot den lesten december zeventien hondert zeven en twintig incluijs.

Tot naerkominge en prestatie van alle het geene voorschreven staat soo verclaarde partijen te verbinden hare persoonen en goederen, roerende en onroerende, hebbende ende verkrijgende, egeene uijtgesondert deselve stellende onder verbant als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaen van Cornelis Buijs, provisionelen schout, Peeter Zeijlmans en Dirk van Disseldorp, schepenen in Waspik op dato voors.

Fol. 11r

In de kantlijn: uijtgemaakt

Compareerde voor ons, ondergeschreven, schout en schepenen van Sgrevelduijn, Groot Waspik en Twaalftalve Hoeve Adriaentie Willemse Cloot weduwe Anthonij Huijberde Coninx ter eenre ende Huijbert Anthonisse Coninx ende Huijbert Ariens Schoutten als in huwelijk hebbende Elisabeth Anthonisse Coninx beijde kinderen vande voornoemde Adriaentie Willemse Cloot door haar in huwelijk verwekt bij den voornoemde Anthonij Huijberde Coninx ter andere seijde, te kennen gevende sij comparanten dat sij metten anderen omme alle questien en geschillen die tusschen haar over den testamente vande eerste comparante en haren man zaliger gepasseert en aangegaan mogten komen komen te ontstaan voor te komen ende te verhoeden inder minne voor nu en altoos zijn geaccordeert en overeen gekomen soo over den voornoemde testamente als in voldoeninge vande voornoemde tweede comparanten hare vaderlijke goederen. Soo ende in manieren als volgt: namentlijk dat de eerste comparante haar leven lank gedurende sal hebben en in vollen eijgendom zal blijven behouden alle de goederen ende effecten zoo roerende als onroerende, gelt, gout, silver, gemunt als ongemunt, obligatien als anders geene van dien uijtgesondert ofte gereserveert zoo ende inde dier voegen als sij die nu besittende is en tot nog toe gepossideert heeft omme daar mede bij deselve gedaan en gehandelt te worden als imant met sijn vrij en eijgen goet vermag te doen. Onder dese speciale conditie nogtans dat sij aan de voornoemde hare kinderen sal uijreijcken in volle voldoening van hare vaderlijke goederen een huijs soo als het tegenwoordig bouwvallig is met sijn erff, hoff ende dellen daar aan gelegen soo als het selve tot nog toe bij haar is gepossideert geworden onder conditie en volgens de limieten hier na geëxpresseert inde verdeijlinge tusschen de voornoemde tweede comparanten. Ende dan omme bij deselve op dato dese aanvaart te worden ende waar van sij eerste comparante daar mede te nemen volkomen genoegen ende contantement. Ende van verdere goederen die hare moeder de eerste comparante tegenwoordig is besittende te renuntieren en volkomen afstant te doen bij desen. Ende zijn van de voornoemde vaderlijke goederen tusschen de kinderen de tweede comparanten op versoek ende met vooracten vande eerste comparante verdeijl. Soo ende in manieren als volgt: Eerstelijk soo is Huijbert Anthonisse Coninx bevallen en beërfdeelt op het voornoemde bouwvallig huijs met den hof en erve als ook de dellen daar agter aan gelegen alhier in Twaalftalve Hoeve Groot Waspik tusschen de erffenisse van Geerit Camp tegens de huijsinge en hof en d’erfgenamen van Dirk Wijdemans tegens de delle ten oosten en Aart van den Heuvel ten westen. Streckende uijtten suijden vande halve s’Here straat en vande halven sloot tusschen de oostense del en den hoff of drieske van Geerit Camp aff, noordwaert in tot de Cae toe. Met sijn schouwen, straten, dijken en andere naburen regten met regt daer toe en aan behoorende. Mits dat de eerste comparante soo lange als sij leeft sal vermogen te blijven woonen op de kelderkamer van de voornoemde huijsinge voor haare persoon alles ende soo sij bij den bovengenoemde Huijbert Schoutten of sijn huijsvrou off elders mogte gaan woonen sal sij egter altijt weder op de voornoemde kamer mogen komen woonen in welk geval den selven Coninx de voornoemde kamer altijt soude moeten inruijmen.

Hiertegens soo is Huijbert Ariaen Schoutten bevallen en beërfdeelt op de voornoemde (waardan ?) somme van ses hondert guldens die de eerste comparante moeste uijteijken en waar van hij reets bekende voldaan ende betaalt te sijn den eersten pennink metten lesten.

Allen hetgeene voors staat de comparanten voorgelesen sijnde verclaarden sij gesamentlijck daar mede te vreden te wesen en te nemen volkomen genoegen. En verclaarde den eenen tot lasten vanden anderen sijn bevallen lot niet meer te pretenderen te hebben onder wat voorwentsel het ook soude mogen zijn. Maar verclaarde den eenen ten behoeven vande anderen daar van te renuntieren bij desen.

Tot naerkominge van alle het geene voorschreven staat soo verclaarde comparanten te verbinden hare persoonen en goederen, roerende en onroerende, hebbende ende verkrijgende, egeene vandien uijtgesondert deselve stellende onder verbant en bedwank als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaen van Cornelis Buijs, provisioneel schout, Denis de Haan en Pieter Boeser, schepenen in Waspik desen 6e februarij 1728.

Dit is het hantmerk bij Denis de Haan selfs gestelt.

Fol. 11v

Inventaris gedaan maken ende aan schout en schepenen van Groot Waspik opgegeven bij Elisabeth Cluijtenaars, laast weduwe van Hendrik Vaartmans. Ende dat van zoodanige goederen ende effecten als sij met den voornoemde Hendrik Vaartmans haaren laatsten man heeft beseten en dat soo als volgt:

Eerstelijk het geregte derde part in een huijs, hoff, erve, ackerlant en moervelden, gelegen alhier van outs geheten Steven Swarte Steede. Zoo als het selve met Huijbert Swart in andere is verdeelt gelegen tot welke wort gerefereert. Gelant ten zuijden Antonij van Dommelen cum suis en ten noorden de stede van Hendrik Ophoek.

Nog een dries hooij of weijlant mede gelegen alhier op de west sijde van Vroukensvaart, groot ontrent twee en een half hont off soo groot en cleijn den sleve alhier gelegen is tusschen erffenisse van Rijnier Costers ten suijden en ten noorden Arien van Pas. Streckende uijtten oosten van halve Vroukensvaart aff, westwaart in tot Jan Marcelis Reckers cum suis toe.

Nog een parceeltje moergront, putten en cuijlen daar onder begrepen, groot ontrent twee hont. Gelegen onder S´Gravenmoer tusschen de erffenisse van de kinderen van Anneke Franse ten zuijden en ten noorden de weduwe Jan Smeur. Streckende vande S´Grevelduijn sloot af, westwaart in tot de vaart toe.

            In de keuken

Een eijke kast en daar in bevonden een caleminken hemtrok met silver cnoope, een sersie broek met silvere cnoopen, een lere broek, een cleurde drogette, camisool en rok.

Een swart lakense rok en camisool

Een cleurde peije rok, een paar swarter hantschoen

Drie witte dassen, twee paar silvere gespen alle tot het lighaem van Hendrik Vaartmans behoort hebbende.

Vijf en twintig clijne silvere cnoopen, vijff paar lakens soo goet als quaat

Vier paar kussen sloopen, drie tafellakens

Een serevet, vijff manshemden, en ovale tafeltje

Twee eijke kisten. In de eene bevonde de dogters linde en wolle goet en silver

En in de ander het metsel gereedschap, drie traweele

Een breekeijser, drie hamers, een panne smeerder

Een schietloot, 4 voeg spijkers, twee niptange

Een waterpas, een eijke kapstok en daarop 4 tinne schootels

Een schootel, reck met 11 galaijije schootelen

Nog 4 groote galaijije schootelen en 6 clijne

Drie galaijije spoelkommekens, een strijkeijser

Twee bortels om kas en kleere te borstele

Een groote merkt korf, een klijn korfke

Een kooper betpan, een copere can, twee tinne komme

Een tinne boterpot, een tinne pispot, 12 tinne leepels

Een snaphaan, een reijs sack, een eijke cantoor

Een quade spiegel, een winkelbank, 2 paar kopere schaaltje

En twee ijsere balansen, een paar houte schalen en balans

Drie tinne maatjes, een tinne tregter, een blecke trechter

Een ouden bijbel nog 7 clijne en 5 groote abc boeken

Drie katechissemissen en een historie

Nog eenig wit en gecleurt garen, saije linnen

En fisele lint, spelle, brieven, reijgnestels als anders

Een tonneke met ontrent 15 pont seep

Ontrent 1½ vat sout, ontrent 8 pont stroop

Ontrent veertien pont linnen garen

Vijff pont rijs, een pont stijfsel half pont blausel

Ontrent twee loot nagel en noot, drie pont gepelde gerst

Een copere aaker met eenige witte bonen, 4 houte pollepels

Bank, een etens tresoor

Nog eenige tonnekens, doosen, banken, als anders daar de winkelwaren in staan

1 hangijser en coekpan, een tang, een haal en vouthengel

een asschup, 12 haspels, een school

een torfton, twee wastobbekens, een tonneken, een bijl

een hakmes, twee schilderijties, twee spinwielen

negen stoelen, twee stoven, een cnaap, enig speck

een bedt, een hoofdpeulu en 2 hooftkussens en een deken

een rabat gardijnen

            Op de kelderkamer

Een bed, een deken en een hooftpeulu, een trog

Een hollekens seef, 1 blomseef, 2 reijen, een quaaije ton

            Op de solder

Een stroeije vat met ontrent 4 vaat rog

Een stroije kurfke met ontrent 1¼ vat haver

Een leege stroije korf

Een eerde pot met ontrent ¼ vat witte bonen

Ontrent twee kannen huijsboonen

Een pot met ontrent drie pont geel peeijsaet

Een gras seijsie, een sigt en haak

Een stikscheer, een houte cevie

            Op de geut

Een keern met sijn toebehooren, 2 melk tonnen

Een clijn melktonneke, twee ijsere potten

Een copere ketel, twee water emmers, een melk emmer

Een teemist, een boterteijl en lepels

            Volgt den imboel en haaff

Eerstelijk een vale coeij, nog een vale vaars

Nog een taske koeijen hooij groot ontrent twee duijsent pont

Eenen riek, een schup, een spaij, 2 vurken, een wan, een soptel

2 turfmanden, nog eenige turf en branthout

            Gereede penningen

Ontrent 50 gulden, 10 stuijvers

Nog staat te ontfangen van verscheijde luijden van winkelwaren ontrent 10 gulden

Nog staat te ontfangen van verscheijde luijden van arbeitsloonen 15 gulden

            Uijtgaande schulden

Eerstelijk staat te betalen aan de weduwe Jan Clasen Vaartmans een obligatie van hondert guldens cappitaal met ¼ jaar intrest tegens 4 penningen de hondert

Nog staat te betalen aan de borgemeesters tot S´Gravenmoer 16 gulden

Nog staat te betalen aande lantpagten veertig guldens

Nog aan de pagters dartien gulden

Aande borgemeesters van Waspik vijftien guldens agt stuijvers

Aan Dirk Dolk veertien gulden

Aan Dirk van Disseldorp agt gulden

Aan Andries de Bruijn agtien gulden

Aan Meeuwis Zeijlmans twaalf gulden

Aan de kinderen van Cornelis Swart agtien gulden

Aan de mulder van Capel ses gulden

Aan Marcelis Holster ses gulden, ses stuijver

Tot Tergou aan seep sestien gulden tien stuijver

Te Dordrecht veertien gulden

Wouter van Disseldorp vier gulden, tien stuijvers

Aan Jacob Quirijns vier gulden

Nog aan winkelwaren als andere cleijnigheden te samen twaalf gulden

En dit alles de alimentatie van haar dogter Geertruij Swart en de uijtreijkinge van vijftig guldens die sij op haren mondigen dage aan de selve ingevolge de testamente moet doen.

Aldus de inventarisatie gedaan ten overstaan van Cornelis Buijs, provisioneel schout, Huijbert Schep en Bastiaen Fransen Boeser, schepenen in Waspik op den 7e februarij 1728.

Dit merk is bij Huijbert Schep gestelt.

Fol. 13v

Akte van aanneminge

In de kantlijn: uijtgemaakt

Op huijden den 7e februarij 1728 soo compareerde voor ons provisioneel schout en schepenen van Sgrevelduijn, Groot Waspik en Twaalftalve Hoeve Elisabeth Cluijtenaars laast weduwe van zaliger Hendrik Vaartmans ter eenre ende Wouter Vaartmans als voogt en Lambert Vaartmans als toesiender over het onmondig weeskint bij de voornoemde Elisabeth Vaartmans in huwelijk verweckt bij Hendrik Vaartmans met name Ariaen Vaartmans, out ontrent tien jaren ter andere seijde. Ende verclaarde met consent en voorweten vanden provisionelen en schepenen alhier met den anderen verdragen en veraccordeert te sijn na dat sij den staat en inventaris vanden boedel wel en rijpelijk hadden overwogen en gebalanseert dat de 1e comparante in vollen en vrijen eijgendom sal hebben en blijven behouden alle de goederen en effecten tegenwoordig tot haren boedel behoorende soo roerende als onroerende, gelt, gout, silver, gemunt en ongemunt, profijtelijke en onprofijtelijke schulden geene uijtgesondert van wat naam off natuur deselve soude mogen zijn omme daar mede gedaan en gehandelt te worden als met haar vrij eijgen goet. Onder dese spesiale conditie nogtans dat de gemelte weduwe gehouden en verbonden blijft het voornoemde kint op te voeden ende te alimenteren in eten en drinken, cleeden en reeden zo van linnen als wollen, zoo wel siek als gesont egeene tijt van perijkel uijtgesondert, den selven te laten leeren lesen en schrijven en daar en boven een goet en eerlijk ambagt of hantwerk te laten leren waar toe den selven na den staat des boedels best bequam sal bevonden worden en dat tot sijnen mondigen dage, huwelijk of anderen geapprobeerden staat toe. Ende dat sij daar en boven sal gehouden sijn als dan aan den voornoemde hare soon uijt te reijken een somme van vijf en twintig guldens eens sonder meer in volle voldoeninge van sijne vaderlijke goederen of legitieme portie.

Tot naarkominge van allen het geene voors staat verclaaren sij comparanten in hare voornoemde qualiteijt te verbinden hare persoons en goederen, geen uijtgesondert, de selve stellende onder verbant en bewank als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Cornelis Buijs, provisioneel schout, Huijbert Schep en Bastiaen Fransen Boeser, schepenen in Waspik op dato voors.

Dit hantmerk is door Huijbert Schep self gestelt

Fol. 14r

Inventarisatie gedaen maken ende aan schout en schepenen van Groot Waspik overgegeven bij Dirk van Disseldorp weduwenaar van zaliger Adriaentje van Loon. Ende dat van soodanige goederen ende effecten als den voornoemde van Disseldorp ende voornoemde sijne huijsvrouw te samen hebben gepossideert ende beseten ende soo als die bij de voornoemde Adriaentje van Loon metter doot sijn ontruijmt ende naergelaten als:

Eerstelijk de vaste goederen

Eerstelijk een wint corenmolen gestaan en gelegen alhier in Twaalfftalve Hoeve soo ende in dier voegen als hij den selven bij coope verkregen heeft van Adriaen Molenschot voor eene somme van vier duijsent en vijfftig guldens,

Nog een huijs, schuurke, hoff en erve, gelegen alhier in 11½ Hoeve Groot Waspik tusschen erffenisse van Huijbert van Hassel ten oosten en Adriaen Vermeijs ten westen. Streckende uijtten noorden vande halve Her straat aff, zuijtwaert in tot den onderteen vanden dijk toe. Soo als het selve bij coope verkregen heeft van Arnoldus de Bruijn, schout van Cleijn Waspik, voor de somme van twee duijsent en drie hondert guldens.

Volgende roerende goederen en eerstelijk in de ceuken

Een eijke kastje, een dito etenspint, een dito cantoortafel, een dito cannebort, een teereck met 7 grove kopjes en tien schoteltjes, een galaeije spoelkom, een trekpot, een teebos, 1 setelstoel en 9 andere stoelen, een spiegel, een schrijflaeij, een tafelkleet, een tinne inctkoker, vier boekjens, en ovale tafel, 2 tinne schotelen, 1 tinne pint, 1 dito kan, 1 tinne kom, 1 steene kan en pint met 1 tinne deksel, 1 lepelrek met 10 tinne lepels, 1 schotelrek met 14 witten en blauwe borden, ses stale tafelvorcken, een ijsere haal, 2 tangen, een asschup, een blaaspijp, een ketting en haalboom, een heertijser, en vuurijser, een koekpan en hangijser, een ijsere roostel, 2 blecke lampen, drie galaije schotelen, een bed met den hooftpelu en vier hooftkussens, 2 bedde dekens, een paar gordijnen en een rabat voorde bedste, een schoorsteenkleet, 2 kopere ketels, een kleijn dito, 2 stoven, een kopere kandelaar, 1 copere craan, 4 botteljes, een strijkijser, 1 sweveldoos, 13 slaaplakens, 1 lapke linne lake lank 12 elle, 2 lapkens linne laken tesamen lank 6¼ ellen, een clijn lapke linnen, tien pont garen bij de wever, een korfke met sajet, een dooske met lorren, een boeck met silvere beslag 14 kussesloopen, 18 slaapkovels, 6 neusdoecken, 4 neusdoeken, 6 servetten, 2 tafellakens, 2 witte voorschoij, negen neersels, 9 paar mouwen, 9 witte doeken, 4 ondermutsen, 2 witte gardijnen, een neusdoeck, seven hemden, vijff neersels, vier kuijfmutsen, 2 ongemaeckte kovelmutsen, een paar oorlappen met gaude stucken, een silvere ratel, 1 beugeltas met een silveren beugel, en een silveren haak met silveren kettingen en silvere messekooker en naalde kooker, 2 goude ringen, een goude naalt, een paar goude bellen en crullen, een pot met suijker, een seije waeijer, twee swarte seije voorschooij, een benneke met clijnkinder goet, 3 paar hantschoen, een seije kap, een root scharlake rok, 2 stoffe rocke, een stoffe manteltje, een stoffe japon, een swarte tabbert, 2 paar koussen, een stiklijf en een borstje, drie voorschooij, een seije regenkleet, 15 elle stoff, en kuijfmuts, een groene reijsak.

Op de geut

Een rooije swegtel, 2 rooije leuven, een rouw laken, een geblomt rabat, 3 blau en een dobbelsteene voorschoot, 2 roij rocken, een lijfke, een sersie en een geblomde mantel, 2 borstrocken, 2 kinder dekens, 5 blau dobbelsteene doeken, 2 roij lappen onder den peerdesaal, een eerde stooffpan, een groen wiegkleet, een tobbeke, 1 sakske met looren, 1 kopere kan en koperen aker, 1 agtkante eijke tafel, 1 voete bank, 2 lanteerns, 1 torfton, 1 knaap, 1 keerngemak, 1 kluijsterslot, 1 hakmes, 1 ijsere balans met de schalen en eenig gewigt.

            Op de kamer

1 eijke kist, 1 vleeskuijp, 1 spinnewiel, 1 spektonneke, 1 eijke kapstok, 2 mansen, eenig ongekookt garen, 1 bedt en hooftpeulu en 1 kussen, 1 kinderbeddeken en peulu.

            In de kamer

Een santlooper, 1 baktrog, 1 paar schale en houte balans, 1 blomseef en 1 gaatjes seeff, een deegspaij en crabber, het oveijser en school, 1 stoel, eenige sakken.

            Op de solder

Een wieg, een vuurmant, 1 herp, 1 bed en hooftpeulu, 1 deken, 4 hooijvurken, 1 rijff, 1 koornschepel, 1 koornschup, ontrent 30 vaertel rog, 1 mandeke, 1 tobbeke, eenige drooge turkse boonen.

            Int agterhuijs op de geut

1 keern met sijn toebehooren, 3 melk en room tonnen, 2 ijsere potten, 1 blecke teeketel, 1 boterteijl en houte deurslag, 1 scherfbort en kapmes, 6 bottel kannekens, 2 bierstoopen, een bierkan, 1 temist, eenige aerde potten schotelen en tafelbordekens, nog eenige rommeling,

een rijsaal, een toom, een paardeplok, een snij en snijbank, een seijsie, 2 wastobben, 4 soptobben, 3 wateremmers, en quaij hagt, een rieck

2 paerden en 2 karren met haer toebehooren, 2 kalff koeijen, een veers, 2 kalveren, een kufke en mandeke, 3 meel en snijkeling tonnen, 4 oxhoofden, een bustelton, nog eenig hooij en toemaet, nog eenigen turff en branthout, nog eenigen boonstaken, nog den mis- en as-hoop.

            Inkomende penningen

Eerstelijk staat te ontfangen ingevolge het schultboeck bij den voornoemde van Disseldorp gehouden en bij hem uijtgerekent soo aen goede en quade schult te samen ontrent 1000 guldens.

Nog is er in huijs aen contant gelt ontrent 20 guldens.

            Uijtgaende schulden

Eerstelijck staat te betalen aende erffgenamen vanden heer en mr Geerart Franken

een hipoteekbrief van                                                                                                          2500:–:–

nog aen schout de Bruijn pro reste vande cooppenningen van het huijs bij

van Disseldorp van hem gekocht ter somme van                                                                 600:–:–

Nog aen den hoog edelen heer van Waspick een jaar recognitie vande

wint en schenen den lesten decembris 1727 ter somme van                                                70:–:–

Nog staat te betalen aen Adriaen van Druijnen de coop van hout                                         20:–:–

Nog staat te betalen aen de weduwe van Wijgaarts een obligatie ter somme van            1000:–:–

Nog staat te betalen aen verscheijde loopende schulden soo in Hollant als in

Brabant volgens annotatie bij hem daer van gemaekt te samen ontrent                           1600:–:–

Aldus gedaen en geinventariseert ten huijse vande voornoemde van Disseldorp verclarende geene verdere goederen off effecten te weten en soo er eenige hem nog mogte te binnen komen hout hij aen hem om den selve inventaris ten allen tijden te moogen vermeerderen off verminderen. Actum coram den provisioneel schout Cornelis Buijs en Peeter Zeijlmans en Huijbert Schep, schepenen desen 21e februarij 1728.

Dit hantmerk is bij Huijbert Schep gestelt.

Fol. 16v

            Acte van aanneminge

In de kantlijn: uijtgemaakt

Op huijden den 23e februarij 1728 soo compareerde voor ons provisioneel schout en schepenen van Sgrevelduijn, Groot Waspick en xj½ Hoeve Dirk Janse van Disseldorp weduwenaar van zaliger Adriaentje Janse van Loon ter eenre en Jan Janse van Loon ende Jan Dirkse van Disseldorp als aangestelde bloet voogden van de drie onmondige weeskinderen bij den voornoemden Dirk van Disseldorp verweckt aen Adriaentje Janse van Loon voornoemt met name: Jan, oudt ontrent elff jaren, Maria, oudt ontrent agt jaren en Johanna van Disseldorp, oudt ontrent vijff jaren, ter andere sijde. Ende verclaarde (met consent en voorweten vande provisioneel schout en schepenen alhier) met den anderen verdragen en veraccordeert te sijn na dat sij den staat en inventaris vande boedel wel en rijpelijck hadden overwogen en gebalanseert dat de eerste comparant in vollen en vrijen eijgendom sal hebben en blijven behouden alle de goederen en effecten tegenwoordig tot sijnen boedel behoorende soo roerende als onroerende, gelt, gout, silver, gemunt en ongemunt, proffijtelijke en onproffijtelijke schulden geene uijtgesondert van wat naam off natuur deselve soude mogen zijn omme daar mede gedaan en gehandelt te worden als met sijn vrij eijgen goet. Onder dese spesialen conditie nogtans dat den gemelten Dirk Janse van Disseldorp gehouden en verbonden blijft de voornoemde kinderen op te voeden ende te alimenteren in eten en drinken, cleeden en reeden zo van linnen als wollen, zoo wel siek als gesont egeenen tijt van perijkel uijtgesondert, de selven te laten leeren lesen en schrijven en daar en boven een goet en eerlijk ambagt off hantwerk te laten leeren waar toe de selven na den staet des boedels best bequaam sal off sullen bevonden worden en dat tot haren mondigen dage, huwelijcke off anderen geapprobeerden state toe. Ende dat hij daer en boven sal gehouden sijn als dan een ider kint uijt te reijken ende voldoen een somme van twee hondert en dartig carolus guldens en sulcx te samen ses hondert en tnegentig guldens. Mitsgaders ten behoeve van de meijsjes of de langstlevende van haer het gout en silver tot lijve van haer moeder behoort hebbende als ook de klederen soo van linnen en wollen. Mits dat hij eerste comparant de klederen sal mogen laten maken tot behoef vande twee jongste kinderen ende sullen de voornoemde uijtreijkinge soo eenige der kinderen komen te overlijden, versterven van het eene kint op het andere tot het leste toe en dat in volle voldoeninge van hare moederlijke goederen.

Tot naarkominge van allen het geene voors staet verclaren sij comparanten ider in hare voornoemde qualiteijt te verbinden hare persoonen en goederen, geen uijtgesondert, de selve stellende onder verbant en bewank als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Cornelis Buijs, provisioneel schout, Peeter Zeijlmans en Huijbert Schep, schepenen in Waspik op dato voors.

Dit hantmerk is door Huijb Schep selfs gestelt

Fol. 17r

Inventarisatie gedaan maken ende aan schout en geregten van Groot Waspik overgegeven bij ofte van wegen Maria van Dijk weduwe van Arien Nobel van soodanige goederen en effecte als sij met den voornoemden Arien Nobel heeft beseten ende soo als sij te samen hebben gepossideert en de voornoemde Arien Nobel metter doot heeft ontruijmt ende naergelaten. Soo en in manieren als volgt:

In de kantlijn: uijtgemaakt

Eerstelijk den opslag van een dijkkavelinge ofte huijsinge, staande en gelegen alhier op den dijk vande erfgenamen van Steven van Steenhoven cum suis, waarvan ten noorden legt de huijsinge off opslag van Joost Swart en ten zuijden de dijkkavelinge van de kinderen van Jan Peeters Schoenmakers cum suis.

Nog een binneveldeken off bijster, gelegen alhier tusschen erffenisse van Jan Pols oost en west de weduwe Adriaen Blankers. Streckende uit den noorden vande onderteen vande dijk of halve Her straat aff, zuijtwaeart in tot den halven watergang toe.

Nog een geregte helft van een bijster, acker en veldeken, gelegen alhier, waarvan de wederhelft toebehoort Peeter Geerden cum suis. Belent ten oosten vande heelen acker, bijster en veldeken Thomas de Bont en ten westen de weduwe Adriaen Blankers en Jan Wouters Verschuren d’een teijnde den anderen. Streckende uijt den noorden vande halven watergang aff, zuijtwaart in tot Cuijpers leije toe.

Nog een buijten delle, gelegen alhier aan Vroukensvaart, groot ontrent vijff hont. Gelant ten zuijden s’Heere straate en ten noorden de weduwe Vas Peeters Vermeulen. Streckende uijtten oosten vande Vroukensvaart en de erfgenamen van weduwe Peeter de Bont en Peeter Scheur aff, westwaart in tot de delle van Arnoldus van Son toe.

Nog het geregte een vierde part in een huijs, hof en erve, gelegen tot Raamsdonk, waarvan het ander ¼ toebehoort Maria Nobel, gelegen op den oosten kant van Stadweg, soo het bedeelt of onbedeelt gelegen is.

Nog vijf partijen moergront en veldekens, putten en cuijlen daar onder begrepen onder Sgrevelduijn Cappel aande Santschel. Ende dat soo groot en clijn als het selve gemeen met Maria Nobel gelegen is.

Nog een farij schuijt met zijn ancers, cabels, touwen, loopende en staande want. En moet om te slijten worden verkogt.

            Roerende goederen

2 kasten, 2 kisten, 4 ketels, 2 kannekens, een vuurpan, een copere lamp, een blecke lamp, 2 copere melkkannen, 4 tinne schotelen, 1 copere toebax doos, 4 tinne commen, 2 tinne soutvaten, 1 tinne kan, een tinne fles, een tinne waterpot, een tinne treckpot, een tinne boterpot, een tinne mosterpot, een tinne croes, een tinne lul, 17 tinne lepels, 3 kanne met tinne schelen, 3 tinne maeijtjens, een tregter, een hael, een tang, een schup, een blaaspijp, een vuurijser, een paar muijlen, een keulse spoelpot, 6 botteljens, een koeij, een veers, een kalff, 22½ slaaplaakens, 14 hemden, 2 witte tafellaackens, een bonte tafellaaken, 3 servetten, 15 kusse sloopen, 24 elle wit linnen, 13 kinder hemden, 19 mutskens, 6 borstrocken, 4 paar moukens, 6 kovelmutsen, 2 witte kovels, 4 witte nagelbanden, 3 bonte nagelbanden, 4 bonte halsdoeken, 24 witte mutsen, 3 gijnen, 2 sleppen, 24 doeken, 9 witte halsdoeken, een kinder deecken, 4 roeij leuren, 2 wendels, 2 apen rocken, een stijfflijf, een jurck, een manteltje, 1 rocken, vier voorschoeij, 2 sticklijven, twee mansrock, een overrock, een wammes, 6 broecken, 4 hemtrocken met silvere cnopen, 3 hemtrocken, 5 paar cousen, 2 paar hanschoen, nog eenige oude lorren, 58 pont garen bij den wever, 37 pont garen in huijs, nog eenige turff en branthout, nog een paar hooijschalen met sijn balans en gewicht, een kleij tonneken met eenigen tar, een teertobbeke, een tang en een staande plaat, een ijsere beugel …, 2 halslijnden, een peerdlijnd, 4 bloxe of catrollen met ijsere beslag, een cleerlijnd, nog eenige eertappelen, nog eenige boonen en erten als anders, een hoet.

            Ongemunt silver

Een paar goude cnoop, 2 goude ringen, een paar goude stucken, een paar silvere broekknoop, 16 silvere cnoopen, 2 paar silvere gespen, een silvere naalt, 2 silvere spelten, een silvere bel, een slivere lepeltje, een boek met silvere sloot, een paar silvere cnoop, 1 paar silvere cnoop, een paar silvere stucken.

            Volgt de winkelwaar

18 messen groot en klijn door malkanderen 1: 7:–
6 ratels, te zamen 0: 2: 4
3 spulle kaarte, ider spul -:–:12
3 groffe komme, te zamen -: 3:–
Een stuck gelon van 16 ellen, te samen -:16:–
71 elle fiselle lint, te samen 1:15: 8
Een stuck fiselle lint 0:12: 8
1 basseltie alderhande lint -:18:–
8 rollekens groot en klijn t saijenlint 1:13:–
1 papierken met wint lint -: 4: 8
6 snaren -:–:12
3 schaarkens -:11:–
11 sluitmesen 3:10: 0
5 pont grof garen, ider pont 14 stuijvers -: 8:–
Nog voor 8 stuijvers wit garen -:10:–1
Voor 10 stuijvers zijen garen -:10:–
1 doosken met tonneken vingerhoijen tonneken 0:12:–
Voor 8 stuijvers witte knopen -: 8: 0
Voor drie stuijvers spelle -: 3:–
Voor 4 stuijver naalden -: 4:–
1 doosken met groen soethout aluij -:12:–
4½ elle geweven kant, 3 stuijvers ider el -:13: 8
2 endekens geweven kant, ider endeken 3 stuijvers -: 6: 0
32 ellen agterwerck kant, te samen 1: 8:–
1½ el kant van drie stuijvers, te samen -: 4: 8
2½ el kant te samen -:11: 8
4½ el kant, 9 stuijvers ider el, te samen 2:–: 8
3 endekens kant, ider ent 2 schellinge 1:16:–
Een endeken kant -:17:–
1¾ el kant, 3 min ofte ider el -:4:12
2 elle kant van 6 stuijvers ider el, te samen -:12:–
45½ dosijn witte bene knopen, 1½ stuijver dosijn, te samen 3: 8:–
Voor vijff stuijver karsen -: 5:–
2 ringen, stuck 1 stuijver 0: 2: 0
19½ dosijn, 2 stuijver dosijn is 1:19:–
Een pont grof stopgaren 1: 8:–
2 1/8 pont fijn stopgaren, 37 stuiver pont -:19: 2
6 pont suijker, ider pont 4 stuijver, is samen 1: 4:–
3¾ pont vijgen, 2 stuijver 4 penning pont 0: 8: 8
3¼ pont suijker kandij, 7 stuijver 8 penning 1: 3:14
3½ pont krinte, 1 stuijver 10 penning, is samen -: 5:12
8 pont giers, 1 stuijver 10 penning, is samen -:13: 0
7 pont rijs, 2 stuijver pont, is samen -:14:–
9 pont witte stijsel, 2 stuijver 2 penning, is samen -:19: 2
Voor 4 stuijver anijs saat -: 4:–
4 pont peeper, 8 stuijver 8 penning is samen 1:12:–
12 pont giers, 1 stuijver 10 penning is samen -:19: 8
5 stuck gijmer -: 5:–
4 pont blausel, 5 stuijver is samen 1:–:–
¾ 1/8 pont drop, 6 stuijver is samen -: 5: 4
Voor 10 stuijver spaanse seep -:10:–
4 dosijn gordijnringe, 2 stuijver 4 penning is -: 9:–
¼ 1/8 pont tee boe, 3 gulden tien stuijver 1: 6: 4
12 soculate, 12 penning is -: 9:–
30 pont gepelde garts, 1 stuiver pont is 1:10:–
1 benneke met wat lange pijpe ontrent 0:05:–
Een test met melvers ontrent voor 10 stuijvers 0:10:–
35 pont seep voor 3 gulden 12 penning 3: 0:12
20 pont flas van 6 stuijvers 6:–:–
Een ton stucken pijpe, kost het gros 4 stuijver 8 penning  
2 agten deelties seep te samen 5: 5:–
Nog een deel meel en grut  
Met nog wat erten en tuerckse boone  
20 beesemmen, 12 penning -:15:–
42 boenders, 4 penning t stuck -:10: 4
Aen geele toeback 8:16: 8
Aen swarte toeback 10: 8:–
25 stoove, groot en klijn, 2 stuijver 12 penning, is same 3: 8: 8
Een vat daar wat olie in sit, 7 stuijver de kan  
Een vat daar wat stroop in is, kost 1 stuijver, 4 de kan  
Een vat daar asijn in is, kost 1 stuijver 10 penning de kan  
Een vat daar wat jenever in is, kost de kan 7 stuijvers  
Een vat met wat anijs, kost de kan 7 stuijvers  

            Dit zijn de stoffe of seijen die inde winkel zijn

1½ el sersie, ider el 14 stuijver 1: 1:–
10 elle sersie, ider el 12 stuijver 6:–:–
10 elle baeij, ider el 9 stuijver 4:10:–
5 elle baeij, ider el 12 stuijver 3:–:–
9½ elle gestreepte vlim, ider el 9 stuijver 4:10: 4
8 elle gestreepte vlim, ider el 10 stuijver 4:–:–
3 ¾ elle gestreepte vlim, ider el 10 stuijver 1:17: 8
Een el gestreepte vlim, ider el 10 stuijver 0:10:–
½ el gestreepte vlim, ider el 9 stuiver 8 penning 0: 4:12
4¼ elle bruijne pij, ider el 11 stuijver 8 penning 2: 8:14
3 el witte karsaij, ider el 9 stuijver 8 penning 1:13: 4
4¾ el witte karsaij, ider el 10 stuijver 2: 7: 8
11 elle witte vliminge, ider el 4 stuijver 2: 4:–
8 elle blau wolle slobbe goet, ider el 12 stuijver 2:16:–
9 elle blau linde slobbe goet, ider el 5 stuijver 2: 5:–
5¼ el broek streep, ider el 7 stuijver 8 penning 1:19: 6
2¾ el broek streep, ider el 7 stuijver 8 penning 1:–:10
5½ el broek streep, ider el 7 stuijver 8 penning 2: 1: 4
¾ el broek streep, ider el 7 stuijver 8 penning 0: 5:10
¾ el broek streep, ider el 7 stuijver 8 penning 0: 5:10
3½ ell flim, ider el 4 stuijver 0:14:–
1½ ell blau linde slobbe goet, ider el 4 stuijver 0: 6:–
2¾ ell wit ribbekens goet, ider el 7 stuijver 0:19: 4
6 ell witte slobbe ribbbekens goet ider el 6 stuijver 8 penning 2: 2: 6
4½ el witte diemet ider el 2 stuijver 12 penning 0:12: 6
6¾ ell witte diemet ider el 2 stuijver 12 penning 0:19: 2
38½ elle linde spoel, ider el 5 stuijver 4 penning 10: 2: 2
2¼ elle kempe linde ider el 3 stuijver 8 penning 0: 7:14
8½ elle kempe linde, ider el 3 stuijver 8 penning 1:19:12
Een el geblomde kempe, ider el 4 stuijver 8 penning 0: 4: 8
3½ el gebloemde kempe linde, ider el 4 stuijver 8 penning 0:15:12
Anderhalft vierdeel pij tesamen 4 stuijver 0: 4:–
5 elle blau dobbel steene linde, ider el 7 stuijvers 1:15:–
5 elle bont dobbelsteene linde, ider 7 stuijver 1:15:–
1 stuck blau dobbelsteen linde, geheel 1 gulden 10 stuijver 1:10:–
4½ blau dobbelsteene linde, ider el 5 stuijver 8 penning 1: 4:12
6 stucken gebloemde siras, te samen lank 13 elle en ider el 10 stuijver 11:10: 0
9 elle gebloemde kattoen, ider el 9 stuijver 3:12:–
2 elle gebloemde kattoen, ider el 8 stuijver 0:16:–
Een el blau gebloemde kattoen, ider el 10 stuijver 0:10:–
1½ el gebloemde kattoen, ider el 12 stuijver 0:18:–
2 elle gebloemde kattoen, ider 11 stuijver 1: 2:–
2 en een ½ viedeel vlimimg + heel lapke 0: 6: 4
3 elle neusdoeke goet, ider el 9 stuijver 1: 7:–
2 neusdoeken, ider 10 stuijver 8 penning 1: 1:–

            Volgende gebraijde kousen

2 paar, ider paar 7 stuijver 0:14:–
1 paar van 4 stuijver 0: 4:–
Een paar van 0: 2: 8
Een paar van 0: 5: 8
1 paar van 0:10: 8
Drie paar groffe kousen, ider 4 stuijver 8 penning 0:13: 8
13 paar ider paar 6 stuijver 3:18:–
36 streenen schoenmakers garen, ider streen 2 stuijver 8 penning 4:10:–
19 kaatsballe, ider stuck 4 penning 0: 4:12
9 lintel tonnekens, t stuck 12 stuijver 0: 6:12
6 dollaijer, ider stuk 2 penning 0:–:12
7 dollaijer, het paar 2 penning 0:–: 7
12 vluegels van de spinnewiel, ider stuck 12 penning 0: 9:–
1 klos 4 penning 0: 0: 4
3 klalek stocken, ider 4 stuijver 0:12:–
4 varkens, ider 3 stuijver 8 penning 0:14:–
4 borstels, ider 1 stuijver 8 penning 0: 6:–
2 swartels bortels, ider 8 penning 0: 1:–
138 elle lint, bedragt 1 gulden, 12 stuiver, 8 penning 1:12: 8
2 stucken lint, te samen 12 stuijver 0:12:–
114 rijgenestels te samen 15 stuijver 4 penning 0:15: 4
Nog voor 3 stuijver nestels 0:3:–

            Inkomende penningen

Eerstelijck een obligatie van 300 guldens capitaal ten laste van Dirk van Disseldorp zijnde van dato den 1e november 1722 tegen drie pro cento van interest dus 300: 0: 0
Nog de geregte helft van een obligatie van vier hondert guldens capitaal staande ten laste van Arien Janse Paans de dato den 1e november 1718 tegens 3 pro cento van interest in t jaar dus 200:–:–
Nog een obligatie van twee hondert guldens capitaal ten laste van Adriaen Coninks woonende tot Waspik zijnde van dato den 17e meij 1712 tegens drie guldens tien stuijvers van intrest in t jaar dus 200: 0: 0
Nog vijff en t sestig guldens aan contant gelt dus 65: 0: 0

            Nog staat te ontfangen van den winkel en van lant huren als van

Peeter Camp is debet 3:16: 8
Damus Schoenmakers 7:–:–
Adriaan Coninx 2: 8:–
Rijnier Kosters 3:–:–
Aart de Ruijter 7: 7: 2
Dirk van Disseldorp 5: 0: 8
Jan van Oirschot, zeeldraeijer 1: 4:–
Teunis Claesen Hoevenaar 3:11:–
Grietje Bervoets 1:15:–
Commer van Gils 0:17:–
Arnoldus Verstegen 16:–:–
Cornelis de Visser 2:13:–
Jan Admase 9:–:–
Jan Cieboom 2: 8:–
Sijmen Liesvelt 1: 5:–
Jan van Dommelen 1: 5:–
Jan Breskijnt 4:18:–
Leendert Silvis 2: 1:–
Piet den Boer 17:12:–
Jan van Gorkum 14:–:–
Govert den Wever 10:12:–
Corstiaen den Wever 2: 1:–
Thomas Buijs 4: 4: 4
Gauken Reckers  
Nog van den secretaris alhier 12: 8: 8
Van Gerit Dolk 2: 5:–

            Uitgaande schulden

Eerstelijk staat te betalen aan Eijmert van Hout 17: 0: 0
Aan Marcelis Holsten 13: 9:–
Nog aande secretaris alhier 68: 9:–
Nog aan Elisabeth Zeijlmans weduwe Jan Buijs 9:18: 8
Nog aande kerkmeesters t kerke regt 3:–:–
Nog aan schout de Leeu 3:–:–
Nog tot Dort aan aande seijlmakers 6: 2:–
Nog tot Dort aan Antonij de Vos 29:–:–
Nog tot Gouda aan Hendrik Hensbeek over vlas 10:–:–
nog aan Gerrit Boom tot Gouda over geleverde seep  

Aldus desen inventaris geregtelijk opgegeven bij de voornoemde weduwe in het bijwesen van Thomas Buijs, ten overstaan vanden provisionelen schout en schepenen van Waspik desen onderteijkent op den 26e maart 1728.

Fol. 22v

Op huijden de 3e april 1728 zoo willen Maria van Dijk weduwe van Arien Nobel en Tomas Buijs als voogt en Anthonij van den Hout als toesiende voogt van de naergelaten weeskinderen van Arien Nobel bij hem in huwelijk verwekt aan Neesken Buijs publique ende voor alle man ten overstaan vande provisioneel schout en schepenen van Waspik bij forme van erfhuijs verkoopen alle de meubilaire goederen bij den voornoemden Arien Nobel metter doot ontruijmt ende naergelaten invoegen en manieren als die te berde sulllen worden gebragt en dat op de conditien en voorwaarden hier naar beschreven:

Eertselijk wie eenig gelt biet zal gehouden zijn te blijven bij zijn gebot op de boete van 100 goude realen te verbeuren te gaan naar regt.

Den officier hout den 1e, 2e en 3e roep aan zijn selven wil niemand bevatten off ook niet bevat of agterhaalt zijn.

De voornoemde weduwe hout aan haar agt lossen mits dat den mijnder zal trecken voor ider los 2 stuijvers.

De koopers of mijnders sullen gehouden sijn hare beloofde cooppenningen gereeet en contant te betalen al eer sij hare gekogte goederen van het erf mogen vervoeren en sullen de coopers der goederen betalen aan den officier voor zijn slag off pontgelt van ideren gulden eenen stuijver.

Eerstelijck twee manden bij de secretaris 0: 4: 0
2 manden bij Vas Peeters -: 2: 8
1 vuurmant en een ander mant van Dijk -: 5:–
1 pakmant bij Tuentje Grevenbroek -: 3:–
1 wieg bij Cornelis Fik -:10:–
2 tobbekens bij Maria van Dijk -: 6:–
1 melk emmer bij Meerten van Raamsdonk 0: 7:–
1 wateremmer bij Adriaentje Jans Verschuren 0: 6: 8
1 dito Thijs Schoenmakers -: 9:–
1 tob bij Jan Otgens -: 5:–
1 melkton en deksel bij Joost Peeters Verschuren -:15:–
1 ijsere potje met smeer bij den secretaris -: 8:–
2 rijven Peeter van Waspik -: 2: 8
1 bot bij Tomas Buijs -:13: 8
2 vurken en een riek Huijbert Schouten -: 7: 8
2 vurken Peeter van Waspik -: 2: 8
2 houte schupkens Jan Cornelis de Bont 0: 7: 8
1 oost Jan Otgens 0: 2: 8
4 vurken bij den secretaris 0: 8:–
2 houte schupkens bij Jan Corstiaans Reckers 0: 5: 8
1 mant met eenig out ijserwerk bij Peeter van Dongen 1: 3: 0
2 stucken ijser bij den selve 0: 9:–
2 steene stoopen bij Peeter de Bont -:11:–
1 tobbeke met out ijser bij Peeter van Dongen -:15:–
1 mandeken met 3 bloken en een beu bij Peeter Janse de Hoog -:10:–
1 tang asschup en snijmes bij de vrou van Jurgen Draeijer -: 3:–
1 riethaak en efigeer bij Bastiaen Franse Boeser -: 6:–
1 staande plaat bij den secretaris -: 9:–
1 bijl koekpan en blaaspijp bij Eijmbertus van den Hout -:10:–
2 hengen bij Crijn van Rossum -:10:–
1 oost en een schupken bij Teuntie van Grevenbroek 0: 2:–
1 mant met out ijser bij Peeter Stockmans -:13:–
1 mant met 12 flessen bij Eijmbertus van den Hout 0: 6:–
eenig rommeling bij Crijn van Rossum -: 4: 8
Een tonnebank bij de vrouw van Seger Mouthaan -: 4:–
Een tonneken met een tar tobbeke bij den schout -: 6:–
Een paerde lent bij Cornelis Paens 1: 1:–
Een treck lent bij den secretaris -:11:–
1 schuijer wagen bij Joost Verschuren -: 9:–
1 haring ton bij Thomas Buijs -: 6:–
1 ocxhooft bij den selven -:13:–
1 ijesere blans met twee houte schale bij Maria van Dijk 0:13:–
1 houte trap bij Thomas Buijs 0: 6: 8
2 hooijschalen en balans met twee stucken gewigt van 51 pont bij Cornelis Handriks Schoenmaker 7:10:–
Een karen staff en temist en vurken bij Th Buijs 0: 7: 8
1 leunstoel en kinderstoel bij Joost Peeters Verschuren 0: 3: 8
Een korren en lit bij Adriaen Anthonisse Coninx 2:14: 0
1 houte deurslag met een kruijwagen rat bij den secretaris 0: 7:–
1 boterteel en lepel bij Adriaen Huijberde Coninx 0: 8: 8
1 houte deurslag en een blecke koffie ketel bij den secretaris -:11:–
Een stilleken met eenen pot daar in bij Maria van Dijk 0: 9: 8
1 pom haeck en schippers haeck bij Daniel de Ruijter 0: 6:–
1 hack mes enn halff vaet hamer bij Johannis Van Hassel -: 6: 8
Een leer bij Dirk van Disseldorp -: 2:–
Een kalck ton bij Adriaen Van Nieukuijk 0: 5:–
Een sout doos en een boter bort bij Wouter van Beek 0: 3:–
1 scherp bort en lepel bort bij Maria van Dijk 0: 7:–
Een schotel reck bij Huijbert Bogaarts 0: 7:–
1 dito bij Maria van Dijk -: 9:–
1 knaep mishaek pluck haeck en tar quast bij Matthijs Schoenmakers -: 5: 8
1 paar nieuwe mans schoenen bij Vas Peeters de Hoogh 1: 7: 0
1 paar leersen bij Pieter van Waspik 0:17:–
1 halff dosijn schilderijen bij Adriaentie Bommelaer -: 8:–
1 glasen reck, 1 luijwagen en wet bort bij Jan Corn. De Bont -: 5:–
1 tonneken, 1 rafenhooft en touwe bij Vas Peeters de Hoog -: 4: 8
1 tar kleet bij Cornelis Paans 6:–:–
1 tonneke met 3 lepel bij Wouter van Beek -: 4: 8
1 out tar kleet bij Peeter Dolk 4:15:–
1 kurfke en kam mandeke bij Jasper van Selm 0: 6:–
1 broot bak en stoof bij Seger Mouthaen -: 3:–
3 stoven bij Cornelis de Cuijper 0: 2: 8
1 schoucleet met 2 paar cousen bij Peeter van Waspik 0:18:–
2 broeken en een hoet en 1 schoucleet bij Peeter Domen 0:14:–
1 broek en 1 wanbas en trecklent bij Cornelis Paans 1: 0:–
Een bruijn rok bij Tomas Bommelaar 0: 9: 8
1 sersie hemtrock bij Thomas Buijs -:15:–
1 roeijen hemtrock en 1 sersie broek bij Ariaen Huijb Coninx -:13:–
1 caleminken hentrock bij Aart Hoevenaars 1:10:–
1 dito de weduwe Jan Buijs -:16: 0
1 witte lakensen rok bij Eijmert vanden Hout 1: 9:–
Een hooftpeulu bij Tomas Buijs 0:11: 8
Een overrok bij Vas Peterse de Hoog -:12:–
2 hooft kussens bij den secretaris In de kantlijn: gelost 1:18:–
2 dito Engel van der Water 0:13:–
1 witte deken bij Maria van Dijk 2:–:–
1 groene deken bij den secretaris 2: 6:–
1 witte deken bij Peeter Jans de Hoog 2: 7:–
2 saije gardijnen en een rabat bij Jan van Uen 0:17:–
2 gestreepte gardijnen en 1 rabat bij de vrou van Jurgijn Draijers -:12:–
3 paar kousen en een hemtrok en muts bij Joost Peeters Verschuren -:13: 8
2 hooft kussens bij Maria van Dijk -:10:–
2 dito bij Engel vander Water -:10:–
1 witte deken bij Maria van Dijk -:18:–
1 groene deken met 1 mansbroek bij Jan Adams Vos 1: 5:–
1 pistoel bij Huijbert Schouten 1:–:–
1 snaphaen bij den secretaris 0:14: 0
1 ijsere pot met een scheel bij den selven 1: 7:–
1 kannebort bij Daniel de Ruijter -: 8: 8
1 ijsere roster en kapmes bij den selve -:12:–
Een koper melkan en scheel bij Jan Wouters Verschuren 4:11:–
1 dito bij Mattijs Schoenmakers 1:16:–
1 strijkijser en kasborstel bij Meerten van Raamsdonk -:19:–
1 bleck koffie ketel bij Cornelis Fick -: 9:–
1 kopere start ? panneken bij Crijn van Rossum 2: 2:–
1 lepel reck met 12 tinne lepels bij Cornelis Camp -:16:–
1 dito bij Joost Peters Verschuren 1:–:–
1 blecke lepel bort met 12 lepels bij Maria van Dijk 1: 4:–
1 lant teeren, 1 houte schuijm spaan en s lepels bij den secretaris 0:14:–
1 tinne water pot bij den schout 1: 5:–
1 kopere ketel bij Engel van der Water 2:16:–
1 kopere vuurpan bij Janneken de Bont 2:10:–
1 kopere ketel bij Huijbert van Dongen 3: 2:–
1 dito bij Maria van Dijk 1:17: 0
1 kopere start panneken bij de weduwe Thomas Molenschot -:16:–
1 kleijn kopere keteltje bij Jan Peeters Zeijlmans 1:15:–
1 tinne bier kan bij Engel van der Water 0:18:–
1 dito aarde kan met een tinne deksel bij Huijbert Bogaart 0: 6:–
1 dito galaije kan met deksel bij Adriaen Nieuwenkuijk -: 7:-8
1 dito galaije pint met een tinne soutvat bij Seger Mouthaan 0: 7:–
1 tinne teepot bij Engel vander Water 0: 7:–
2 tinne komme mij Math. Schoenmakers -:12:–
2 dito bij de wed Thomas Molenschot -:11:–
1 blecke lamp en 1 kopere broedere panneken bij Seger Mouthaan -: 6:–
1 tinne lul ? en 1 soutvat bij Huijbert Schouten 0: 8:–
1 tinne boterpot bij Engel vander Water 0:11:–
12 tinne lepels bij Vas Peeters de Hoog -:15: 8
1 dito moster pot en croes bij den schout -: 9:–
1 tinne schotel en 2 tinne borden bij Johannis van Hassel 3: 1:-0
1 tinne water vles bij Huijbert van Hassel In de kantlijn: gelost 1:15:–
1 tinne schotel bij Peeter Swart 0:13:–
1 ijsere haal bij Meerten van Raamsdonk -:14:–
1 ijsere tang en asschup bij den selven -:12: 8
4 stopkens en een kan bij Jan Otgens -: 6: 8
2 aarde potte bij Adriaen Nieukuijk -: 4:–
1 houte scholet, 1 deurslag en koekbenneke bij Maria van Dijk 0: 7:–
2 roeij aarde schotel en test bij Peeter Verschuren -: 2:–
2 roeij aarde kannekens bij Jan Jans Snijders -: 1: 8
2 roeij aarde schotels en 1 panneken bij Vas Peeters de Hoog -: 3: 8
6 witte borden bij den selven -: 3: 8
6 gebloemde borden bij Seger Mouthaan -: 6:–
6 dito bij Adriaen Nieuwenkuijk -: 7:–
3 boter borden bij Joost Peeters Verschuren -: 4:–
6 koffie kopkens en schoteltjens en spoelkom bij Gijsbert Kuijpers 0: 6:–
3 gebloemde schotels bij Seger Mouthaan -: 8:–
3 dito bij Hendrik Hagoort -: 7:–
3 dito en een tafelbort bij Jan Peeters Zeijlmans -: 6:–
4 dito schotels en 1 waterbot bij Hendrik Hagoort 0:15:–
1 kleermant bij Adriaen Dolk 0: 6:–
1 wastob bij Adriaen Nieuwenkuijk -: 8:–
0 1 spinnewiel bij Meerten van Raamsdonk In de kantlijn: gelost 1:14:–
0 1 dito bij Thomas Buijs 1:17:–
2 servetten bij Adriaen van Nieuwekuijk 1:17:–
1 tafellaaken en 1 servet Joost Peeters Verschuren -: 9:–
0 4 kinderen hemdekens bij Maria van Dijk -:16:–
0 4 dito Willem Schoenmakers In de kantlijn: gelost -:10:–
0 een deel kinder goet bij Maria van Dijk 1:18:–
3 rooij kinder leuren bij Willem Schoenmakers -:12:–
1 kindermanteltje met 1 rock bij Cornelis Schoenmakers 0:14:–
01 kinder jurk en stijlijf en rock bij Willem Schoenmakers In de kantlijn: gelost 3:–:–
1 kinderdeken bij Dirk Leijten -:18:–
0 2 borstrocken en 1 apenrock en roeijrockens bij Thomas Buijs -:13:–
1 leur en 1 aopenrock en roeijrocken bij Aart van Raamsdonk 0:13:–
2 rijgen lijffen en een wentel bij Adriaen Verschuren 0: 5:–
2 sersie mouwen en 1 borsrock bij Cornelis Paans 0: 7:–
1 wentel rijglijf en manteltje bij Dirk Leijten 0: 4:–
2 flessen bij Pieter van Dongen -: 1:–
1 kopere lamp en houte kandelaar bij Eijmbertus van den Hout 0:10: 8
3 flessen en 1 glas met de jenever bij Peeter van Dongen 0: 4:–
0 koekpan met het hangijser bij Maria van Dijk 0:13:–
2 stoelen met een kinder kousblock bij Cornelis de Visser -: 5:–
1 kleermant bij Vas Peeterse de Hoogh -: 2:–
2 stoele bij Huijbert van Hassel -:18:–
2 dito en naeijmandeken bij Ariaen Huijberde Coninx -: 7:–
1 hooft peulu en bedt bij Adriaen Nieuwenkuijk 7: 2:–
1 bedt en hooft peulu en 2 kussens bij Crijn van Rossum 22:–:–
3 stoelen bij Jurgen Draijer -:12:–
1 dijkers kist bij Peter Jans de Hoog -:16:–
3 paar schoenen bij Anthonij Tijsse Coninx 1:16:–
1 tafel Daniel de Ruijter 0: 3:–
1 mast bij den secretaris 2: 1:–
1 wagen, schotten, kist bij Huijbert van Hassel In de kantlijn: gelost 1: 5:–
1 kleerkast bij Eijmbertus van den Hout In de kantlijn: bij de wed voorgenomen 1:–:–
Een kist bij Crijn van Rossum 1:10:–
1 clijn etens spinnekens bij Th. Buijs 0:13:–
De boonstaecken bij Cornelis Cetelaar In de kantlijn: gelost 1:15:–
Het brant hout bij Crijn van Rossum In de kantlijn: gelost 2: 2:–
Den turf bij Peeter Swart In de kantlijn: gelost 2:10:–
Den mishoop bij Huijbert van Hassel 2: 4:–
1 agt kante grijnen tafel bij Huijbert Ariens Cononx -: 7:–
1 gout gewigt met zijn toebehooren bij Hendrik van den Hoek 1:–:–
1 tafel bij Daniel de Ruijter -:18:–
2 hespels enn vuurken bij Huijbert Peeters Verschuren 0: 2:–
1 swarte gremelen koeij bij Matthijs Schoenmakers 31:–:–
1 roeij kockeling veers bij Huijbert Schouten 12: 5: 0
Een roeij kus kalff bij Huijbert Schouten 5:10:–
0 1 hengel korf bij Thomas Buijs -: 6: 8
De schuijt met het geene dat er op is bij Crijn van Rossum 81:–:–
Het schaarhout op den steeg vanden bijster bij Joost Peeters Verschuren 2: 2:–
Op het voor ent vanden acker het schaarhout aan weersijde bij Peeter Swart 2:10:–

Xle penning vande meubile ƒ 6:18: 2

Aldus dese verkoopinge regtelijk gedaan bij en ten overstaan van Cornelis Buijs, provisioneel schout, Huijbert Schep en Bastiaen Fransen Boeser, schepenen in Waspik, desen 3e april 1728.

Dit merk is bij Huijbert Schep selfs gestelt.

Fol. 28v

Op huijden den 6e april 1728 compareerde voor ons schout en schepenen van Groot Waspik ondergenoemt Maria van Dijk weduwe van Arien Nobel ter eenre ende Tomas Buijs als voogt en Anthonij van den Hout als toesiender vande onmondige weeskinderen vande voornoemde Arien Nobel bij hem in huwelijk verweckt aan Neesken Buijs ter andere seijde ende verclaarde met den naderen met consent en ten overstaan van schout en schepenen alhier overeen gekomen en verdragen te zijn dat de eerste comparante zal hebben en behouden alle de goederen en effecten die tot den winkel zijn behoordende zoals die op den inventaris zijn opgegeven onder den titel van (dit sijnde de stoffen en sersien die in de winkel sijn) de welke bij de eerste comparante zijn opgegeven zoo als die bij haar zijn ingekogt en de welke volgens uijtreijkinge te zamen komen te bedragen twee hondert guldens negentien stuijvers ses penningen als mede ook een vat met eenige oli tegens ses gulden vijfftien stuijvers, een vat met wat stroop tegens 4 gulden drie stuijvers, een vat met eenigen asijn tegens een gulden vijff stuijvers en een half aam daar eenigen jenever op is tegens agt guldens met nog een clijn vatje annijs tegens een gulde sestien stuijvers sijnde op den inventaris pro memorie aagegeven en dan nog agh pont vlas tegens twee gulden ses stuijvers aan keersen voor seven stuijvers 8 pont aan loot gewigt voor 9 stuijvers aan aderhalf pont tin aan maatjens en tregter tot elf stuijvers een paar houte schaale en een ijsere balans tot agh stuijvers als mede een olie ton, het meelquartier, de teebussen, de meettonreckens en andere tonnekens of dooskens en 12 clijne coopere schaaltjens die in den winkel zijn bevonden mits dat den winkel en winkelbanken met den meelbak blijft aan t huijs. Zijn bij deselve aangenomen voor drie gulden drie stuijvers welke goederen op den invertaris zijn vergeten te nomineren en dewelke tesamen bedragen een en dartig gulden dartien stuijvers agt penningen. Als mede nog sijn de voornoemde weduwe op het erfhuijs gekogt en gelost aan verscheijde cleijnigheden ingevolge de ceel voor negen en dartig guldens. Soo dat de voornoemde weduwe in het geheel onder haar heeft een somme van twee hondert een en t seventig guldens twaalff stuijvers veertien penningen. Van welke penningen de voornoemde weduwe aanneemt intrest te sullen betalen van t geene de cinderen sal compiteren zoo ras de loopende schulden zijn voldaan en vereffent. En waren en mede sij wederseijts comparanten verclaarde te nemen volkomen genoegen en contantement. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Cornelis Buijs, provisioneel schout, Peeter Zeijlmans en Dirk van Disseldorp, schepenen in Waspik op dato voors.

Fol. 29v

Contract          tussen Huijbert van Hassel en Adriaen Bommelaar

                        en Adriaen van den Hoek

In de kantlijn: uijtgemaakt

Op huijden den 10e junij 1728 compareerde voor ons schout en schepenen van Sgrevelduijn, Groot Waspik en xj½ Hoeve Huijbert Aertsen van Hassel en Adriaen Bommelaar, beide woonende alhier, als eijgenaars van een buijten delle, gelegen alhier, genaamt den Brembos, ter eenre ende Adriaen Willemse vanden Hoeck als in huwelijk hebbende Maria Teunissen Crol ertijts weduwe van Peeter Willemse van Driel ende voor soo veel het noot is de voornoemde Maria Teunisse Crol ende nog als inne staande ende hem sterkmakende voor de onmondige kinderen vande voornoemde Maria Teunis Crol bij haar in huwelijk verweckt bij den voornoemde Peeter Willemse van Driel ende sijnde nog geassisteert met Cornelis Buijs, provisioneel schout alhier als oppervoogt der voornoemde weesen ter andere seijde. Te kennen gevende sij comparanten dat tusschen haer oneenigheden stonden te reijsen over het maken vande straet tegens de delle vande eerste comparanten leggende alsoo de 2e comparanten in hare voornoemde qualiteijt oordeelden dat de eersten comparanten de halve Heerstraet souden gehouden sijn te maken en de twee eerste comparanten ter contrarie oordeelde dat sij de voornoemde Heerstraete sedert over de hondert jaren herwaarts nooijt en hadden gemaakt en dat hare delle was vrij van het maken van schouwen en leijen vande Herstraete en dat haer waren compiteerende de boomen tegens de del over den sloot staande welcke strate soo verre was blijven leggen dat de selve reets op den 9e deser bij het begaan vande Herschouw was besteet omme te maken waer uijt dan vervolgens groote onlusten en processen stonden te rijsen. Omme alle welcke oneenige en processen voor te comen soo verclaarde sij comparanten met den anderen over een gekomen en veraccordeert te sijn soo en in manieren als volgt: Dat de 2e comparanten sijnde den voonoemden vanden Hoeck en sijne huijsvrouw in qualiteijt voornoemt met consent en voorweten vande privisioneel schout voornoemt voor nu ende ten eeuwigen dage sullen moeten maken en onderhouden tegens hare stede daer sij woonen de Herstraate en den dijck tusschen de voornoemde delle en de stede leggende ende dat sij daer voor sullen hebben den vollen eijgendom vande Herstrate vanden dijck aff tot den halven sloot tuschen de straate en delle leggende met boomen en hout gewassen daer op staende en wassende omme deselve te mogen hacken en den buijten berm te gebruijken naer haer believen en wel gevallen. Mits dat den dam inden sloot tusschen de straet en delle leggende sal mogen en moeten blijven leggen en dat de eerste comparanten daer over in en uijt de voornoemde delle op de Herstraete sullen mogen rijden, jagen en stouwen sonder dat de voornoemde 2e comparanten eenige boomen off iets anders tegens den voornoemden heck en dam sullen mogen planten off setten. Ende waer mede sij wederseijtse comparanten verclaarden te nemen volkomen genoegen en contantement. Tot naerkominge en prestatie van allen het geene voors staat verclaerden sij comparanten gesamentlijck en ider in t bijsonder speciaal te verbinden ten onderpant te stellen hare persoonen en goederen, roerende en onroerende, hebbende en verkrijgende, egeene van dien uijtgesondert en speciaal de voornoemde stede ende delle en dit alles onder verbant en indemniteijt als naar regten, alles sonder fraude. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Cornelis Buijs, provisioneel schout, Denis de Haen en Peeter Boeser, schepenen in Waspik op dato voors.

Dit ist merk bij Denis de Haen sefs gestelt.

In kennisse van mij J. Zeijlmans, secretaris, 1728

Fol. 30r

Memorie off inventaris bij Thomas Buijs aanden provisioneel schout en schepenen van Groot Waspik over gegeven van de goederen naargelaten bij Elisabeth Zeijlmans wed van Jan Buijs in haar leven gewoont hebbende en overleden alhier.

Den halven acker agter huijs gelegen, nog een kaas die Neesken Janse Buijs gehat heeft,

nog en spiegel die in het huijs nogh hangt soo lang alst mijn goed gedenckt, nog een kist die Tomas Buijs heeft, nog een kammen huijske tegenwoordig nog hangende. Dat is nu alles watter is en watter geweest is tot desen dage toe volgens mijn gehoegenisse. (was geteijkent) Thomas Buijs.

Aldus gedaan en onderteijkent, overgegeven bij Thomas Buijs voornoemt presenterende den behoorlijken boedel. Ledt ten allen tijde des versogt worden te doen ter presentie en overstaen van Cornelis Buijs, provisioneel schout, Denis de Haen en Peeter Boeser, schepenen, ten regthuijse alhier desen 31e julij 1728.

Dit ist merk bij Denis de Haen selfs gestelt.

Fol. 30v

Testament Christiaan Vermeer en Berbera Broekhoven, egteman en vrouw

In den name de heeren amen. Op heden den elfden augustij 1728 compareerde voor de heer Cornelis Buijs, schout, Peeter Boeser en Denis de Haan, schepenen der heerlijkheid van Groot Waspik, Christiaan Vermeer ende Berber Broekhoven egteman ende vrouw woonende tot Waspik, beijde gebruijkende haar versant en memorie ten volle gelijk voor ons schout en schepenen was blijkende. De welke verclaren overdagt te hebben de seeckerheijt des doots en de onsekere ure van dien willende daeromme niet gaen uijt dese werelt scheijden sonder alvorens van hare goederen gedisponeert te hebben. Alvoren de bevelende hare ziele gode en hare lichame ter bestellinge van een eerlijcke en cristelijcke begraaffnisse. Komende hier mede ter dispositie. Derhalve verclaren sij comparanten malkanderen over en weder over en over sulx den eerst stervende den langstlevende genoemt, gestelt en geinstitueert te hebben tot sijn off haren eenigen geheelen en universelen erffgenaam in alle hare goederen soo erffelijk haaff, meubile en imboel, gelt, gout, silver, gemunt als omgemunt en voort allen andere hoe die genaamt ofte waar deselve gelegen sijn, geen uijtgesondert die dan eerste stervende metter doot sal komen naer te laten. Omme bij den langstlevende daar mede te mogen doen naar sijn welgevallen. ’T sij omme te mogen verkoopen, belasten ofte beswaren sonder eenig tegenseggen van imant. Des sal den langstlevende verpligt en gehouden wesen hare twee onmondige kinderen en die alnog bij malkanderen mogte geprocurert worden omme deselve op te brengen en te alimenteren in kost en drank, van cleeden en reeden, linnen als wollen, laten leeren lesen en schrijven naar behooren. En dit alles gedurende tot dat deselve en elk van haar sullen sijn gekomen tot haren mondigen dage, huwelijken ofte anderen geapprobeerden state. En als dan haar te samen te sullen laten volgen ende te voldoen eene somme van drie hondert guldens ende sulcx voor haar vaders off moederlijk goet en legitieme portie. Deselve naar regten compiterende haar daar inne instituerende bij desen. Verders is de wille en begeerde vande testateuren dat indien quame te gebeuren dat de langstlevende sig in tweeden ofte anderen huwelijken staat begeeff, in welk geval soo sullen alle de voors goederen, gelden en effecten en geregtigheden die bevonden sullen worden alsdan in wesen te sijn te werden gedeelt in twee deelen. De eene helft aande langstlevende en de wederhelft de comparanten respective kinderen haar daar inne instituerende en nominerende bij desen tot erfgenamen. Verders verclaren sij comparanten malkanderen den langstlevende over hare kinderen te stellen tot voogt ofte voogdesse en naar doode van de langstlevende stellende tot voogt Jan Vrinten ? en tot toesiender Wouter Vermaas. Gevende malkanderen en de voors voogden soodanige magt en dat…teijt als allen voogden naar regten sijn compiterende. Sonder gehouden te sijn aan imant te leveren eenige staat ofte inventaris van haren boedel en goederen als verclarende allen en een ider die hem daar mede soude willen bemoeijen daar van uijt te sluijten en wel expresselijk ook uijtsluijtende de heer schout en geregten van Groot Waspik en voorts allen anderen alwaart sterffhuijs mogte komen te vallen. Behoudende een ider sijn respect en weerdigheijt. Willende ende begerende dat allen t geene voors staat sijn volkomen effect te sorteren sal t sij als testament, codicil, donatie onder den levende ofte en hoedanig eens iders menschen uijttersten wil en laatste begeerte op t best en bondigste soude konnen ofte mogen bestaan. Alwaart ook soo dat alle solemniteijten naar regten hier inne gerequireert niet waren geobserveert. Aldus gedaan en gepasseert binnen Waspik, dato als boven, voor en ten overstaan van den gemelten heer schout en schepenen voornoemt.

Dit ist merk bij Denis de Haan selfs gestelt.

Fol. 31v

Op huijden den 23e september 1728 soo willen Cornelis Jansen Boeser als voogt en Thomas Rijken als toesiender van het onmondig weeskint van zaliger Bastiaen Jansen Boeser en Anna Thomasse Rijcken publiecq ende voor alle man ten overstaan van schout en geregten van Groot Waspik tot proffijt van de kinderen verkoopen alle de roerende goederen bij Bastiaen Boeser voornoemt naargelaten in voegen en manieren als die te berde sullen worden gebragt en dat op de conditien hier na volgende.

Eerstelijk wie eenig gelt biet sal gehouden wesen te blijven bij sijn gebodt op een boete en breuke van 100 goude realen te verbeuren, goet van goude en swaar van gewigte.

Den officier hout den 1e, 2e en 3e roep aan sijn selven, wil niemant bevatten off ook niet bevat off agterhaalt sijn.

De koopers off mijnders sullen gehouden sijn hun beloofde cooppenningen te betalen gereet en contant aande bank alvorens sij hare gekogte goederen van het erff sullen mogen vervoeren.

De koopers sullen boven de cooppenningen mede gereet moeten betalen vande meubile en andere goederen van ideren gulden eene stuijver agt penningen en van de haaff eene stuijver.

De verkoopers houden aan haar selven agt lossen mits gevende voor ider los twee stuijvers aande meijnders.

Eerstelijk een gras seijsie bij Wouter Ockers 0: 8:–
1 riek, 2 vorken, 1 rijff, Aart de Ruijter 0: 7: 8
1 gras seijsie bij Cornelis Boeser 1: 1:–
3 visfuijken bij den provisioneel schout 1:10:–
Eenen bodt bij Peeter Cornelis Camp 0:14:–
1 haargetau bij Jan de Rooij 0:13:–
1 koppelstok bij Arien de Zeeuw 0: 4: 8
1 snijbak en snij, Cornelis Boeser 1:10:–
1 kopere toebakdoos, Peeter Janse Verschuren 0: 2:–
1 stikscheer, 2 draagstocken bij Huijbert Smits 0:14:–
1 mandeke camp, 1 bot en seijsie bij Aart de Ruijter 1: 4:–
1 blecke coffijdoos, Aart de Ruijter 0: 4:–
1 plukhaak, mishaek en turfhaak bij den secretaris 0: 8:–
1 bleckeling schup, riek en rijf, Aart de Bont 0:18:–
1 sigt en haak, Thomas Rijken 0: 8: 8
1 tou en 2 helsters, Arien Peeters van Gijsel 0: 6: 8
Eenig touwerk en singelen, Aart de Bont 0: 8:–
1 rijtoom, mentoom, 2 strengen, den secretaris 0:18:–
2 stroeije vaat, Willem Schouten 0: 8:–
1 tartob en seeff, Teuntje de Leeuw 0: 9:–
1 bijl en saag, Cornelis Boeser 0:17:–
1 sloothau en riethaak bij Peeter van Dongen 1:–:–
1 spinnewiel bij Joost Verschuren 1:10:–
1 wastob, Jan Marcelisse Reckers 0:12:–
1 vuurkruijt tang en 2 priemen, Handrik Timmermans 0: 9:–
1 koekpan en hangijser, Cornelis Boeser 0:10:–
1 tang, asschup en pegelsie, Hendrik van Ammelrooij 0: 5:–
1 haal, Peeter van Waspik 0: 8:–
1 strijkijser, Lambert van Dongen 0:12:–
1 tonneken en seeff, Jan Marcelisse Reckers 0: 6:–
1 melkton, Peeter van Waspik 0:13:–
1 lanrtaarn, rasp en 4 hoefijsers, Joost Peeters Verschuren 0: 7:–
1 greel en 2 leersen bij Cornelis Paap 0: 6:–
1 halmes en boor, Peeter van Dongen 0:12:–
1 roomton, deksel en schotel, Aart de Ruijter 0: 6:–
1 melkemmer, Johannis Verschuren 0: 8: 8
1 wateremmer, Frans Camp 0: 8:–
1 dito bij den secretaris 0: 8: 8
1 ijsere potje bij Tomas Rijken 0:17:–
1 boterdoos, boterteijl en lepel, Huijbert Peeters Verschuren 0: 4:–
1 kopere ketel, Cornelis Boeser 1:10:–
1 roostel, vouthengel en bijtel, Hendrik van Ammelrooij 0: 7:–
2 schilderijkes, Teuntje de Leeu 0: 5:–
6 tinne lepels bij Jan de Graaff 0: 7:–
1 rijsaal, den secretaris 1:–:–
1 ketting, vlag seijsie en kouter …, Lambert Cluijtenaars 0:11:–
6 tinne lepels, Mels Peeters de Graaff 0: 8:–
1 tinne boterpot en 3 lepels, Jan de Graaff 0:15:–
3 schulp schotelen, Adriaen Nieukuijk 0: 9:–
7 tafelborden, Lambert van Dongen 0: 5:–
8 boter schoteltjes, Wouter Ockers 0:10:–
3 schulp schotelen, Peeter Janse Verschuren 0: 8:–
1 kopere keteltje, de weduwe Arien Nobel 1: 4:–
4 schoteltjes, 3 spoelkommen, Peeter van Waspik 0: 7:–
1 kopere schuijmspaan, Peeter van Dongen 0:13:–
4 blompotten, Teuntje de Leeu 0: 7:–
1 kanneke, 2 pinten, 1 kan fles &a, Cornelis Boeser 0:13:–
1 tinne schotel, den secretaris 1: 7:–
1 dito, de wduwe Arien Nobel 1:15:–
1 kom, soutvat &…, Cornelis Janse Heijblom 0: 2:–
6 kopjes en schoteltjes, Peeter van Dongen 0: 7:–
4 kopljes en schoteltjes &a, Aart de Ruijter 0: 4:–
3 bierglaasjes, Cornelis Boeser 0: 6:–
1 kopere vijsel en stamper, Thomas Rijken 3:–:–
1 dito kandelaar, Jan Huijberde Cuijl 0:15:–
1 kopere vuurpan en kopere steel, Willem Schoutte 2:17:–
2 blecke lampen, Peeter van Waspik 0: 8:–
1 paar kopere schalen en balans, de weduwe Arien Nobel 0:15:–
1 paar dito, Adriaen Nieukuijk 0: 7: 8
1 paar schoen en 1 paar muijlen, Tomas Buijs 0:12:–
1 lepelbort, kaarssnutter, aalspit, Adriaen Verschuren 0: 2: 8
1 fleske, Huijb Pols 0: 0: 8
1 swinghamer en 2 schijven, Aart de Ruijter 0: 5:–
3 eerde schotelen en bottelkanneke, Peeter van Waspik O: 5:–
1 paar mansschoenen, Cornelis Paans 1:–:–
1 kopere melkkan, d’weduwe Hendrik de Bont 2:10:–
1 dito aacker, de selve 1: 7:–
1 dito ketel, Crijn van Rossum 5:14:–
1 eerde deurslag, teijl en pispot, Peeter van Dongen 0: 4:–
1 eijke kannebort, Thomas Buijs 1:–:–
1 raafshooft, Willem Melisse 0: 4:–
2 schtelrecken, Willem van Malsem 0: 8:–
3 borstels, 1 keesboor, Peeter Joosten Swart 0: 4:–
1 spiegel, Carelijn de Leeuw 0:11:–
1 snaphaan, schout de Bruijn 0:16:–
1 dito, den provisioneel schout 0: 6:–
1 dito, Aart de Ruijter 0:16:–
2 steene stoopen, Cornelis Marcelisse Reckers 0: 7:–
Eenige oude visfuijken, den provisioneel schout 0:12:–
1 tarton, Jan Boom 0: 6:–
3 oude seijsies, Arien Duijsers 0: 5:–
Eenig ijserwerk, Jan vanden Hoek, den Ouden 0: 6:–
1 oude seijsie en crabhaak, Hendrik Camp 0: 3:–
1 ok ton, Aart de Ruijter 0: 6:–
1 pijpeton en asbak, Leendert Silvis 0: 1:–
2 tonnekens, Hendrik de Ruijter 0: 5:–
1 tonneke, Jan Boom 0: 1:–
1 tonneke met carmilsaat, Tomas Rijken 0: 7:–
1 vusfuijk, Peeter van Dongen 0: 6:–
1 watertoomke &a, Aart de Ruijter 0: 2:–
1 koeijbak, Willem van Malsem 0: 1:–
1 karn mettet lit en staff, Adriaentje Jans Cloot 2: 4:–
2 paar gardijnen en een rabat, Cornelis Boeser 1:–:–
1 seeff, brekleiju &a, Aart de Ruijter 0: 3:–
1 stoel en ¼ vat, Aart de Ruijter 0: 4:–
1 bet en hooftpeulu, 1 kussen, Thomas Rijcken 7:–:–
1 bedde deken, de weduwe Arien Nobel 3:18:–
1 dito, Cornelia Jans Heijblom 2: 6:–
2 stoelen, deselve 0: 9:–
1 bankje, Joost Verschuren 0: 2: 8
1 tafel, Jan Marcelisse Reckers 0:13:–
1 tonneke, Cornelis Paap 0: 4: 8
1 dooke, Adriaen de Vos 0: 1:–
1 mans en een vroushemt, Huijbert Swart 1: 9:–
2 dito mans, Peeter van Waspik 1:17:–
2 dito mans, Cornelis Marcelisse Reckers 1:16:–
2 dito, Adriaen de Vos 1:16:–
1 mans en 1 vroushemt, Gijsbert van Malsem 1:16:–
2 hemden, Jan Jans Snijders 1: 8:–
2 dito, Aart de Ruijter 2: 3:–
2 dito, Aagtje Gielen 2: 3:–
2 dito, Aart de Ruijter 1:16:–
2 dito, Jan Jans Snijders 1:13:–
2 dito, Arien Smits 1:12:–
3 kussensloopen, Adriaen Nieukuijk 1: 1:–
2 hemden, Willem van Malsem 1:15:–
2 dito, Joost Peeters Verschuren 1:16:–
2 dito, Cornelis Reckers 1:15:–
2 dito, Gijsbert van Malsem 1:14:–
2 dito, Cornelis Reckers 1:15:–
2 dito, Aart de Ruijter 1:17:–
2 dito, Sijmen Dolk 1:18:–
2 dito, Adriaen Nieukuijk 1:18:–
1 hemt en slaaplaken, den secretaris 0:19:–
2 hemden, Sijmen Dolk 1:18:–
2 treckmutsen en een neusdoek, Huijbert Swart 1:–:–
1 hemt en 2 hantschoen, Hendrik Mulders 0:18:–
2 kussensloopen, de weduwe Arien Nobel 1: 7:–
2 dito, de selve 1:–:–
2 dito, Hendrik de Ruijter -:18:–
2 dito, de weduwe Arien Nobel -:19:–
2 dito, den secretaris -:19:–
1 halsdoeck, Adriaen de Rooij -: 8:–
1 neteldoek en 1 katoene voorschoot, schout de Bruijn 0:18:–
2 slaapkovels, Cornelis Reckers 0: 7:–
2 neerstels, Eeltje Boeser 0: 8:–
2 slaapkovels, Dirkske Schaap 0:12:–
2 dito, Adriaantje Bommelaar 0:13:–
2 dito, Adriaen de Rooij 0:15:–
2 dito, Peeter van Dongen 0:12:–
2 dito, Peter van Waspik 0: 9:–
2 dito, Willem Schoutte 0:11:–
2 dito, Aart de Ruijter 0: 6:–
1 kante neusdoek, Bastaien Boeser 0:12:–
2 neusdoeke, Adriaen Biemans 0:11:–
2 neerstels, schout de Bruijn 0: 6:–
3 neerstels, Lambert van Dongen 0: 8:–
1 witte voorschoot, Aart de Bont 0:16:–
2 neerstels, Willem Schoutte 0: 6:–
1 paar moukens, 1 neerstel, 1 neusdoek, Gijsbert van Malsem 0: 9:–
1 das, neusdoek en 2 neerstels, Teuntje de Leu 0:10:–
1 tafellaken en 1 hantdoek, den secretaris 0: 8:–
1 tafellaken, d’weduwe Hendrik de Bont 0:17:–
1 dito, Cornelia Heijblom 0:12:–
1 dito, Peeter Jans Verschuren 0:11:–
1 dito, Peeter Joosten Swart 1: 3:–
1 dito, d’weduwe Arien Nobel 0:13:–
1 dito, Frans Camp 0:13:–
1 dito, Aart de Ruijter 1: 4:–
2 dito, Geerit Schaap 0:13:–
2 servette, Frans Camp 1:–:–
1 dito, deselve 0: 9:–
1 voorschoot en doopdoek, Peeter Jansen Verschuren 1:10:–
2 kussensloopen, Jan Lips 1: 2:–
2 dito, schout de Bruijn 1: 5:–
2 slaaplakens, Wouter Broekmans 2: 3:–
2 slaapkovels, Peeter Joosten Swart 1:–:–
2 dito, Peeter van Dongen 0:18:–
1 vrouwemuts en neerstel, Willem Schoutte 0:17:–
1 voorschoot, 2 neerstels, Huijb van Dongen 0:17:–
3 dassen, Joost Pols 1: 4:–
1 mans borstrok en muts, Jan van Dongen 0:19:–
1 keurs-lijff, schout de Bruijn 1:19:–
1 katoene manteltje, Adriaantie Jacobus Bommelaar 1:11:–
1 sersi de bboosen rok, Willem Schoutte 3:10:–
1 swarte croone saeije schort, d’weduwe Hendrik de Bont 1:11:–
Een sersie manteltje, Cornelis Boeser 2:11:–
1 kreppe manteltje, Hendrik Paap 3: 2:–
1 swarte sersie deboosen rok, Thomas Rijken 1:15:–
1 lakense mansrok, Willem Schoutte 6:10:–
1 sesie camisool en broek, schout de Bruijn 7:10:–
1 sersie manteltje, Aart de Bont 2:–:–
1 swarte rok, broeken, camisool, Peeter de Rooij 18:–:–
1 rooije vrousrok, Thomas Rijken 1:–:–
1 paar swarte kousen, Jan Jonkers -:10:–
2 melkseelen, Adriaen de Rooij -: 4:–
1 sersie rok, Thomas Buijs 1:17:–
1 flemmie rok, Aart de Ruijter 0:12:–
1 vrouwe borstrok, 1 voorschoot en 1 slob, de weduwe Arien Nobel 1: 8:–
1 dito borstrok en 2 paar kousen, Lambert van Dongen 0:16:–
1 swarte perputane vrousvoorschoot, Aart de Bont 1:10:–
1 blauwe vrouwerok, Teuntje de Leeu 1:10:–
1 rooije rok, Thomas Rijken 3: 8:–
1 sersie manteltje, Aart de Bont 3: 1:–
Een perputeane vrousrok, Aart de Bont 5:–:–
1 dito mantel en borstje, bij de selve 4: 5:–
1 gestreepte rok en borstje, bij Catalijn de Leeu 1: 3:–
1 mans hemtrok, Aagtje Gielen 1: 5:–
1 vrous borstrok, Peeter van Dongen 0:15:–
2 neersteltjes, 1 paar mouwen, Christiaan Erms 0: 6:–
1 vroushemt &a, Geert Schaap 1: 4:–
1 hoet en roubant, Cornelis Boeser 2: 4:–
1 sersie manshemtrok, Peeter van Dongen 2:11:–
1 sersie mansrok, Adriaen de Rooij In de kantlijn: gelost bij Willem Schoutte 4:11:–
1 lakense camisool, Cornelis Boeser 3:19:–
1 dito broek bij den selven 2: 5:–
1 baggerbeugel, Cornelis Peeterse de Rooij 0:18:–
1 hemtrok en 1 paar kousen, Huijbert Reckers 0:16:–
1 hoet en keel, Joost Verhagen 1: 2:–
¼ vat, teuntje de Leeu 0: 3:–
1 paar houte schalen met de balans, Peeter Cornelis Camp 1:18:–
1 paar houte schalen en balans, Peeter Cornelis Camp 1: 2:–
1 spijkerbak, schooldoos …, Cornelis Peeterse de Rooij 0: 6:–
Eenige oude cleeren, Lambert van Dongen 0:15:–
1 houte baxke met eenig out goet, Joost Peeterse Verschuren 0: 6:–
Een trog, Cornelis Boeser 2:15:–
Eenig spek, Cornelis Paap 0: 7:–
Een eijke kast, Peeter van Gijsel 17:–:–
1 kastje off spint, Peeter van Waspik 0:14:–
1 etens spint, Cornelis Boeser 1: 1:–
3 scheren, Lambert de Bruijn 0: 6:–
2 manden, Joost Verhagen 0: 3:–
1 gordel en 2 hantdoeken, Handrik Pols 0: 4:–
1 wan, Lammert van Dongen 0:14:–
1 kurfke &a, Joost Peeters Verschuren 0: 5:–
1 greel en hanttoom, Cornelis Peeters de Rooij 0:15:–
1 saal en ligt, Willem Schoutte 1:14:–
1 paar clompen en muijseval, Peeter van Waspik 0: 3:–
2 potte en 1 schtel. Anthonij Reckers -: 1:–
1 kanneke, bak, vollepel &a, Huijb Swart 0: 3:–
3 eerde schoteltkes 0:–:–
2 eerde kannen, Flip Pols 0: 2:–
1 torfton, Adriaen Nieukuijk O: 6:–
Eenig eerdewerk, Peeter van Waspik O: 3:–
3 stoelen, Huijbert Pols om 0: 9:–
Het verken, den berk bij Peeter de Rooij 10: 2:–
Dito de gelt, Dominicus Snijders 8:–:–
1 swarte melkkoeij, Willem Schoutte 32:15:–
1 rooij koeij, Thomas Rijken 23:15:–
1 rooij gremel veers, Adriaen Bommelaar 20:–:–
1 swarte gremele veers, Anthonij Cluijters 15: 5:–
1 swart blaar oske, Jan de Rooij 5: 5:–
1 vaal keuskalff, Geerit Dolk 5:–:–
De ploeg, Huijbert Schoutte 4: 5:–
De eegt en aartbeugel, Jan Cornelis de Bont om 1: 2:–
1 paart, Cornelis de Rooij 10:–:–
De wagen, Jan Huijberde Cuijl In de kantlijn: gelost bij Cornelis Boeser 12:10:–
1 aartkar zonder raaij, Jan Huijberde Cuijl 5:12:–
Den slagturf in de schuur bij Jan Cornelis de Bont om 8:10:–
Den turf int agterhuijs, Jan Marcelisse Reckers 4: 7:–
De boonstaken, Anthonij Reckers 1:–:–
Den mutsert en aartreijs, Jan van Dongen 2:12:–
Het hooij is gekogt bij Cornelis Peeters de Rooij om 2-2-0 ’t duijsent  
1 vuurijser bij den selven om 0:13:–
1 tonneken, Aart de Ruijter 0: 1: 8
De boodt met de vaarboom, Aart de Bont 3:–:–
Eenige dooskens, Dirk Voegers 0: 2:–
1 doos, Aart de Ruijter 0: 2:–
1 tonneke, Anthonis Reckers 0: 1:–
1 maatje, den secretaris 0: 4:–
1 lere broek, Dirk Voegers 0:11:–
1 melkemmer, dooskens &a, Aart de Ruijter 0: 3:–
2 stoopkens en 1 potje, Lammert de Bruijn 0: 3:–
Den cnaap, Claas Jacobus Corp 0: 1:–
De vleijsblok, Bastiaan Boeser 0: 6:–
1 mant met rommelarij, Flip Pols 0: 2:–
De geel erten bij Dirk van Disseldorp om 14 stuijvers ider vat, is 1½ van en drie kannen, comt 1: 4:–
De grau munnike ider vat bij Peeter van Waspik om 17 stuijvers en is 2 vaat en 2 kannen, comt 1:16: 6
‘t raapsaat bij Peeter de Rooij om 16 stuijvers t vat, is 2¼ vat, comt 1:16:–
‘t sloorsaat bij Tomas Rijken om 17 stuijvers t vat, is 1½ vat, comt 1: 5: 8
1 riek en eenige beugels bij Peeter van Waspik om 0:14:–
De turkse boonen, L. Silvis 1:–:–
Eenige moffeboonen, Anthonij Reckers 0: 7:–
De biekorven, Aart de Bont 0: 6:–
De aartappels, ider roeij om 4 stuijvers bij Joost Sterrrenburg, is 10½ roeij 2: 2:–
De witte peijen metten hoop bij Peeter van Waspik 0: 4:–
Den cemp gelling en saeijling bij Adriaen van den Hoek 0:18:–
’t westense gewant geel peijen bij den selve om 1 stuiver de roeij, is 44 roeijen 2: 4:–
De oostense peijen ider roeij 9 duijten bij Hendrik Mulsders, is 54 roeijen, comt 3: 0:12
’t gezien van voren af tot den dwarspat toe ider roeij vijf duijten, Jan Marcelis Reckers  
’t gruen vanden dwarspat aff tot de steeg toe gekogt bij Cornelis Boeser ider roeij om 8 penningen  
’t gruen en peijen op den acker voor Anthonij van Dommelen metten hoop bij Thomas Rijken 3:–:–
’t gruen op ’t verbrant stedeke met den hoop bij Ans de Zeeu om 2:–:–
Den dries voor voornoemde verbrant, Leendert Silvis 1:–:–
1 drieske over de Leij bij Tomas Rijken om 0:14:–
Den dries inde geer om af te weijden, Dominicus Snijders 2: 2:–
’t hecken op den dries mette palen, Lambert van Dongen 0: 6:–
Den rog soo ouden als nieuwen gedorsen, ongedorsen, ider vat om 17¼ stuijvers ider vat bij Dirk van Disseldorp  
Den cruijwagen &a, Huijbert Pols 0:12:–
Een hoopke straijsel, Peeter van Waspik 0:12:–
’t bierglas bij Aart de Ruijter om 0: 2: 8
1 meeltonneken, Adriaen van den Hoek 0: 3: 8
1 olie vaatje, Peeter van Waspik 0: 4:–
Het vat, bij de selve 0:12:–
1 blecke pint en lepel, de selve 0: 2:12
1 vat bij Cornelis Boeser 0: 9:–
1 melkton, Adriaen van den Hoek -: 4:–
1 melkton bij Peeter Boeser 0: 2: 8
2 pijptonnen bij Dirk Voegers 0: 3:00
1 tinne oli maatje, Cornelis Paans 0: 2: 8
1 haan clippel, Cornelis Boeser 0: 2:–
   
De geheele erffhuijs-ceel bedraagt volgens uijtreeckening wegens de meubilaire goederen 374: 2: 6
en vande haafflijke goederen 120: 2:–
En dus te samen ƒ 494: 4: 6
De rantsoen penningen bedragen  34: 1: 4
En dus in t geheel ƒ 528: 5:10

Welcke penningen op dato deses in handen vande voogt sijn overgetelt behalven twee stuijvers en ses penningen die bij herreeckeninge tekort komen.

Nog heeft den voogt onder hem eene sommen van een hondert tien gulden drie stuijvers die in contant gelt inde kast sijn bevonden.

Aldus dese verkoopinge geregtelijk gedaan bij en ten overstaan van Cornelis Buijs, provisioneel schout, Denis de Haan en Bastiaan Fransen Boeser, schepenen in Waspik desen 23e en 24 september 1728.

Dit is t hantmerk bij Denis de Haan gestelt.

Fol. 36v

Inventarisatie gedaan maken ende aan schout en geregten van Groot Waspik overgegeven bij Bastiaan Peeters Boeser en Peeter van Waspik vande goederen metter doot ontruijmt bij Peeter Domen als volgt:

Eerstelijk een binnendel, gelegen alhier op den westenkant van Vroukensvaart tusschen erffenisse van Peeter Jochems. Zuijden en ten noorden Freijs Janse Reckers. Streckende uijt den oosten vande halve Vroukensvaart af, west waart in tot ……….. (niets ingevuld) toe.

Nog eenen acker zaeijlant, gelegen alhier, groot ontrent twee hont, gelegen tusschen erffenisse vande erfgenamen Jan de Bruijn oost, Peeter Ockers west. Streckende uijt den noorden vanden acker van Maijken Huijberde de Bont af, zuijtwaart in tot het veldeken van Wouter Vermeulen toe.

Nog het geregte 1/6 part in een del genaamt De Twee Willige Del, gelegen op den oosten kant van Vroukensvaart, gemeen met Adriaen Vaders cum suis.

Volgen de roerende off meubilare goederen en eerstelijk die dewelke bij haar sijn gedeelt en gelegt in drie loten als:

Eerstelijk Bastiaan Peeters Boeser. Een groote eijke kast, een bedt, een hooftpeulu, een deeken, een brilspaij, een stoel, een karsaal, een kruijthoorn, een bijbeltje, eenigen cemp, een schotelrek, een tarpot, een glase fiool, een oude lamp.

Ten tweeden Pieter van Waspik. Een vure kastje, een bed, een hooftpeulu, een hooftkussen, een deeken, een stoel, een kopere vijsel en coopere stamper, een strijkijser, en tang, een asschup, een tarton, melkton, een vurk, een ijsere slot, een ijsere ketting.

Ten derden de kinderen van Hendrik Domen. Een eijke tafeltje, een baktrog, een wateremmer, een raar waggen, eenige cemp, een ijsere pot, een copere ketel, twee dito blakers, een tinne pint, een dito baker, een dito schotel, twee dito borden, een vuur ijser, een rijsaal.

Eijndelijk blijven gemeijn de verdere meubilaire goederen die op dato deses op t erfhuijs sullen worden verkogt en wort ten dien eijnde om kortsheijts halven tot de erfhuijsceel gerefereert.

De inkomende penningen en uijtgaande schulden moeten worden opgemaant en geliquideert. Dus memorie.

Aldus opgegeven en geinventariseert ten overstaan van Cornelis Buijs, provisioneel schout, Huijbert Schep en Peeter Boeser, schepenen in Waspik desen 16e october 1728.

Dit merk is bij Huijbert Schep selfs gestelt.

Fol. 37r

Op huijden den 16e october 1728 soo willen den voogt vande minderjarige kinderen van Hendrik Peeterse Domen en de meerderjarige kinderen van Peeter Domen publiecq ende voor alle man (met consent en ten overstaan vande provisonelen schout en schepenen van Groot Waspik) bij forme van erfhuijs verkoopen de roerende goederen bij den voornoemden Peeter Domen &a naargelaten. Invoege ende manieren als die te berde sullen worden gebracht en dat op conditien hier naar volgende:

Eerstelijk wie eenig gelt biet sal gehouden wesen te blijven bij sijn gebodt op een boete en breuke van hondert goude realen te verbeuren, goet van goude en swaar van gewigte.

Den officier hout den eersten, 2e en 3e roep aan sijn selven, wil niemant bevatten of ook niet bevat off agterhaalt sijn.

De coopers off mijnders sullen gehouden sijn hun beloofde cooppenningen te betalen gereet en contant aande tafel alvorens sij hare gekogte goederen van het erff sullen mogen vervoeren.

De coopers sullen boven de cooppenningen mede gereet moeten betalen vande meubilaire en andere goederen van iders gulden eene stuijver agt penningen en van de haaf eenen stuijver.

De coopers houden aan haar voor ider staak drie lossen sulcx negen lossen, mits gevende voor ider los 2 stuijvers.

1 oude rijtoom, 3 mentoomen, Peeter van Waspik 0: 6:–
2 rijtoome en 2 remhaken, Antonij de Rooij 0: 7:–
Eenige oude singels, 2 mentomen &a bij Peeter de Schoenmaker 0: 9:–
Eenig out ijserwerk, Johannis Verschuren 0: 8:–
1 riethaak, hemer en bijl, Huijb Schoenmakers 0: 8:–
2 stiefbeugels &a, Jan van Oeijen 0: 5:–
2 toomkens, een stiefbeugel &a, den secretaris 0: 5:–
Eenige oude seijsies, kapperson &a, Peeter de Schoenmaker 0: 7:–
Eenig out ijserwerk, Peeter van Waspik 0: 3:–
1 oude ligt stoof en out ijserwerk, Peeter van Waspik 0: 3:–
1 oude koekpan en out ijserwerk, Cornelis Buijs 0: 2:–
1 rijsaal bij Peeter Boeser 0:10:–
1 smaksaaltje 0  
Eenig out ijserwer, Peeter van Gijsel 0:12:–
Eenige oude hengen &a, Peeter van Waspik 0: 9:–
1 saag, riek &a, Peeter van Waspik 0: 6:–
1 vurk, slot &a, Lambert Zeijlmans 0: 4:–
1 paar pontertouwen &a, Peeter van Waspik 0: 6:–
2 rijkussens, Jan van Oijen 0:10:–
1 paartskleet en een tou, den secretaris 0:10:–
1 lagnagel, Peeter van Waspik 0: 9:–
De volgende dartien posten raken de weeskinderen  
1 rijsaal, Gijsbert de Jong 2: 5:–
Eenige cemp en 2 waggen, Peeter van Waspik 0: 4:–
1 wateremmer, Arien de Zeeu In de kantlijn: gelost bij Peeter van Waspik 0:10:–
2 kopere blakers, den secretaris 0: 9:–
1 tinne pint en beker, Aart Hoevenaar 0: 8:–
1 stoel, Peeter Boeser 0: 3:–
2 tinne borden, Bastiaen Boeser 0:12:–
1 tinne schotel, Peeter van Waspik 2:16:–
1 ijsere pot, Peeter van Waspik 0:18:–
1 kopere ketel, Jan van Oeijen 3: 8:–
1 eijke tafeltje, Cornelis Reckers 0: 2:–
1 vuurijser, Gijsbert van Malsem 0: 1:–
Den trog Lambert van Dongen 1: 5:–
  13: 1:–
De weduwe &a  
1 schotelrek, Peeter van Waspik 0:10:–
1 paar laarsen, den selven 0:12:–
1 ligt, Joost Peeterse Verschuren O:10:–
1 haargetau, Cornelis Reckers 0: 8:–
1 maatje en qaurtier, Tomas Buijs 0: 6:–
2 bennekens en een roostel, Peeter IJsacke 0: 7:–
1 boor, den secretaris 0: 8:–
1 grienthaak, nijptang en lepelbort, Reijnier Costers 0: 7:–
1 houte spansel, den secretaris 0:15:–
1 aartbeugel, Jan Marcelisse Reckers 0:12:–
1 sigt en haak, Arien de Zeeu 0:10:–
1 bot en oplegger, Peeter de Rooij 0:12:–
1 stoop en dooslag, Hendrik Reckers 0: 6:–
2 ijsere hagten, Jan Marcelisse Reckers 0:12:–
1 doos, Jan van Oijen 0: 3:–
1 riekbant &a, Peeter van Gijsel 0: 3:–
1 bennekpols &a, Meerten Reckers 0: 1:–
1 doos, Tomas Buijs 0: 2:–
1 torfton, Jan Ot 0: 3:–
1 sloothau, Peeter van Gijsel 0:11:–
2 vaatjes, Jan van Oijen 0:10:–
1 kapstok, blecke doos &a, Peeter van Waspik 0: 3:–
1 vaatje, Thomas Buijs 0: 8:–
1 brootbak, katrol, doos &a, den secrtaris 0: 5:–
1 snaphaan, Cornelis Reckers 1: 4:–
1 mant met rommeling, Peeter van Waspik 0: 4:–
Eenige galaije potten, Aart Hoevenaar 0: 3:–
1 bakermat en cleerbak, den secretaris 0:10:–
1 greel, Jan Ot 0: 7:–
2 holsters en tarbak, Jan van Oijen 0: 5:–
1 ploeg couter, Bastaien Boeser 0: 6:–
Een ruijfel en saag, Peeter van Waspik 0: 2:–
1 paar schenen, Peeter van Waspik 1: 6:–
Eenige oude ijseren lorren, Peeter van Gijsel 0: 2:–
Dito bij Peeter de Schoenmaker 0: 2:–
1 slaggeert, Arien de Zeeu In de kantlijn: gelost 1:–:–
1 mant met rommeling, Jan Ot 0: 4:–
1 doos met 2 maatjes, Gijsbert van Malsem 0: 1:–
1 oli ton, Peeter de Schoenmaker 0: 4:–
1 stok en spijkerbak, Peeter van Waspik 0:10:–
1 koppel pistoolen, Jan Verschuren 0: 6:–
1 kistje, den secretaris 0: 8:–
1 soutmaat en seef, Aart Mouthaan 0: 3:–
1 winkelbank, Jan Ot 0: 8:–
1 swing, Huijbert Schep 0: 1:–
1 glase kastje, Jan van Oijen 0: 7:–
1 spinnewiel, Aart Hoevenaar 0: 1:–
Een eegt bij Tomas Buijs 0:11:00
1 ploeg, Joost Peeterse Verschuren 1:10:–
2 sweepen, den secretaris 0: 7:–
Den snijbak, Jan Jochem Langerwerf 0: 9:–
1 korenkorf, Peeter van Waspik 0: 3:–
1 soutbak, Arien van Pas 0:10:–
De ploeg, Peeter Verschuren 1:13:–
1 swing, Bastiaen Boeser 0:12:–
1 greel met sijn strengen, Peeter den Schoenmaker 0:13:–
Den mentoom, Arien van Pas 0:12:–
De wagen met 2 voorste en 1 agterste rat bij Lambert Bogers om In de kantlijn: gelost 6:13:–
Een eertkar sonder raaij, Joost Peeterse Verschuren 3: 7:–
Twee agterste wagenraij. Lammert van Dongen In de kantlijn: gelost 3: 2:–
1 roostel, 2 stoopen en helster, Huijbert Schep 0: 8:00
1 aftantse veulle merie, Jan Timmermans In de kantlijn: helstergelt 11 stuijvers 50:–:–
1 veulle, Peeter van Waspik om 18:–:–
1 swart X jarig ruijnpaart, Cornelis Boeser In de kantlijn: helstergelt 11 stuijvers, gelost 39:–:–
1 swarte 3 jarige ruijn, Antonij Pols In de kantlijn: helstergelt 11 stuijvers 66:–:–
Het schelfje met hooij is ider duijsent gekogt bij Peeter van Waspik om eene gulden 18 stuijvers  

Somma sommarium bedraagt de geheele erfhuijsceel volgens uitreeckeninge twee hondert een en dartig guldens agt stuijvers agt penningen, waar van de weduwe Hendrik Domen comPeetert ses en twintig guldens veertien stuijvers agt penningen. De kinderen van Hendrik Domen wegens hetgeen haar was aanbedeelt en waar tegens Boeser en Van Waspik haar gedeelte hebben genoten eene somme van dartien gulden eene stuiver. En eindelijk moeten de gelijke kinderen en erfgenamen van Peeter Domen daar van trecken en ’t geene onverdeelt was gebleven ter somme van een hondert en en tnegentig guldens twaalff stuijvers agt penningen.

De erfhuijsceel als voren bedraagt 231: 8: 0
Hier af de haaf tot 173:10:–
Dus de meubilen 57:18: 0
Comt den XLe penning ƒ 1: 9: 0  

Aldus dese verkoopinge regtelijk gedaan ten overstaan vanden provisionelen schout en schepenen desen ondertijkent desen 16e october 1728.

Dit hantmerk is bij Huijbert Schep gestelt.

Fol. 38v

Liquidatie tusschen de weduwe en de voogden van de kinderen van Arien Nobel

In de kantlijn: Copie gelevert

Op huijden den 9e november 1728 compareerde voor den provisionelen schout en schepenen van Groot Waspik ondergeteijkent Barent van Waspik in huwelijk hebbende Maria van Dijck als getrout geweest sijnde met Arien Nobel ende nog de voornoemde Maria van Dijck ter eenre. Ende Thomas Buijs als voogt en Anthonij vanden Hout als toesiender van de onmondige weeskinderen vande voornoemde Arien Nobel bij hem in huwelijk verweckt aan Neesken Buijs ter andere seijde. Ende hebben de eerste comparanten aan de tweede comparanten in presentie van ons vertoont en verreeckent verscheijde quitantien bij haar betaalt. Als aan Eijbertus vanden Hout bij quitantie 17 guldens 9 stuijvers 8 penningen. Aan Ocker van Dam volgens quitantie 4 guldens 8 stuijvers. Op den 29e maart aan Peeter van Waspick 5 guldens 6 stuijvers 6 penningen. Op den 30e maart aan Elisabeth Buijs 9 guldens 16 stuijvers 6 penningen. Op den 31e maart aan M. Holster 13 guldens 7 stuijvers 8 penningen. Op den 12e april aan Thomas Messing 24 guldens. Op den selven dito aan H. van Everveen 5 gulden 11 stuijvers. Op den 13e dito aan Jan vander Meijlen 20 guldens stuijvers 8 penningen. Op den 14e dito aan Pieter Hoekseweg 7 guldens, Op den selven dito aan Anthonij de Vos 29 guldens. Op den 11e meij aan Hendrik Hensbeek 9 gulden 15 stuijvers. Op den 12e dito aan Geerit Boom 84 guldens. Op den selven dito aan Jan Verschuren 5 guldens 12 stuijvers. Op den 13e dito aan Jan Camp 10 guldens 16 stuijvers. Op den 14e dito aan den seijlmaker van Amerongen 6 guldens 2 stuijvers. Op den 29e dito aan Jasper van Selm 5 guldens 14 stuijvers. Op den 30e dito aan Dirk van Disseldorp 6 guldens, 14 stuijvers 8 penningen. Op den 8e junij aan Jan Zeijlmans 5 guldens 8 stuijvers. Op den 18e dito aan Simon Liesvelt 2 guldens 13 stuijvers 12 penningen. Op den 6e augustij aan Jan Jansen vanden Hoek agt guldens ses stuijvers 14 penningen. Op den 17e dito aan Pieter Ketelaar 1 gulden 19 stuijvers, Op den 27e dito aan Cornelis Moleschot seven guldens tien stuijvers. Op den 17e september an Simon Liesvelt 10 guldens 4 stuijvers 2 penningen. Op den 5e october betaal aan Simon Liesvelt 1 gulden 5 stuijvers. Nog aan het kerkregt betaalt 3 guldens. Nog betaalt aan Jan Zeijlmans 68 guldens 9 stuijvers. En eindelijk op de 18e october 1728 aanden borgemeester Adriaen Boeser 10 guldens 3 stuijvers.

Dewelke te samen komen te bedragen volgens uijtreeckeninge ter somme van drie hondert agt en tagentig guldens vijjf stuijvers tien penningen. Nog bij de voornoemde weduwe betaalt aan schout, schepenen, secretaris en bode haar salaris voor dato deses bij haar verdient volgens memorie ter somme van een en tseventig guldens negen stuijvers tien penningen. Soo dat den geheelen uijtgeef bedraagt eene somme van vierhondert negen en vijftig guldens vijftien stuijvers vier penningen. Waar tegens de voornoemde eerste comparanten aanden gemeijnen boedel schuldig sijn eerstelijk ingevolge ‘t contract tusschen den 1e en 2e comparanten gemaakt op den 6e april deses jaars een somme van 271 guldens 12 stuivers 14 penningen. Nog van het gelt van het erfhuijs bij haar ontfangen boven t geene bij haar is gemeijnt een somme van 285 guldens 19 stuijvers 8 penningen. Nog het gereet gelt in huijs bevonden tot 65 guldens. Nog sijn bij haar ontfangen van verscheijde luijden als van Damis Schoenmakers 7 guldens, Nog gerekent met Reinier Costers en in plaats van drie guldens maar ontfangen 14 stuijvers. Nog ontfangen van Dirk van Disseldorp 5 gulden 8 penningen. Nog ontfangen van Teunis Clasen drie guldens 12 stuijvers. Nog ontfangen van Grietje Bervoets 1 gulden 5 stuijvers. Nog ontfangen van Commer van Gils 17 stuijvers. Nog ontfangen van Arnoldus vander Stegen 16 guldens. Nog ontfangen van Sijmen Liesvelt 1 gulden 5 stuijvers. Nog ontfangen van Leendert Croes 2 gulden 1 stuijver. Nog ontfangen van Jan Zeijlmans 42 gulden 8 stuijvers 8 penningen. Nog ontfangen van 16 seeptonnekens te samen drie en een halve stuijver van ider tonneken 2 guldens 16 stuijvers. Nog ontfangen van een out hecken 15 stuijvers.En dus tesamen eene somme van 94 guldens 19 stuijvers. Alle welke ontfang bi de eerste comparanten gehat te samen comt te bedragen een somme van 717 guldens 11 stuijvers 6 penningen. Nog heeft de weduwe in desen jare aan turff gehat vanden moer op den Santschel in het geheel voor 10 guldens 17 stuijvers. En dus in het geheel ter somme van seven hondert agt en twintig guldens agt stuijvers ses penningen. Soo dat de weduwe aan den gemeijnen boedel nogh schuldig blijft een somme van twee hondert agt en tsestig guldens dartien stuijvers twee penningen. Welke penningen onder de eerste comparanten sijn berustende dewelke aannemen daar van intrest te sullen betalen tegens vier per cento. Voor de kinderen haar contingent. Gelijk onder haar ook berustende het gout en silver en het linnen, de kinderen toebehoorende. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Cornelis Buijs, provisioneel schout, Dirk van Disseldorp en Thomas Compeer, schepenen.

Fol. 40r

Scheijdinge ende erfdeijlinge die bij dese doende en aan schout en geregten van Groot Waspik overgevende sijn Anna van Steenhoven weduwe en boedelhoudster van zaliger Fransus Fransen Camp, sijnde geassisteert met Cornelis Buijs, provisioneel schout alhier, als haren assistent en gekoren voogt in desen en Peeter van Steenhoven als testementaire voogt en Thomas Cornelis de Bont als toesiende voogt vande onmondige weeskinderen van zaliger Steven van Steenhoven ende Elisabeth Zeijlmans met name Elisabeth, Dingena en Piternella van Steenhoven. Ende dat vande vaste goederen bij den voornoemden Elisabeth Zeijlmans metter doot ontruijmt ende naargelaten als volgt:

Eerstelijk soo is Anna van Steenhoven weduwe en boedel boedelhoudster van zaliger Fransus Fransen Camp, sijnde geassisteert als voren, bij blinde lotinge, geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op de geregte helft van een huijs, schuur en hoff en erve, staande en gelegen alhier tusschen erffenisse van de weduwe Cornelis Adriaanse Camp oost en Jan Janse de Bont cum suis west. Streckende uijt den noorden vande halve Her straat aff, zuijtwaart in tot den Pispot toe.

Nog op de oostende helft vanden acker agter de voornoemde huijsinge waar van de wederhelft bedeelt is op Piternella van Steenhoven. Belent ten oosten vande heelen acker Adriaan Cnaap en ten westen Michieltje Adriaanse de Jong. Streckende uijt den noorden van den Pispot aff zuijtwaart in tot het veldeken toe. Met nog de geregte helft van het veldeken over den dijck teijnde de voornoemde acker, gelegen sijnde gemeen en onverdeelt. Gelant ten oosten en westen als voren. Streckende uijt den noorden vanden dijck aff, zuijtwaart in tot het cloosters goet nu Adriaen van IJersel toe.

Nog op de geregte helft van een binnendelle, gelegen inden polder alhier, gemeen met Piternella van Steenhoven. Belent ten oosten vanden heelen del de erfgenamen van Handrixke Baas en ten westen Jochem Blankers. Streckende uijt den zuijden vande halve Her straat aff noordwaart in tot de Cae toe. Ende moet dit lot uijtreijken aan Elisabeth van Steenhoven tot egalisatie van haar lot een hondert guldens.

Ten tweeden soo is Peeter van Steenhoven als voogt en Thomas de Bont als toesiender van Elisabeth van Steenhoven en sulx tot behoeve vande voornoemde Elisabeth van Steenhoven, bij blinde lotinge, geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op de geregte helft van ses geerden hooij enweijlant, gelegen in den polder alhier, waar van de wederhelft is bevallen op Dingena van Steenhoven. Belent ten oosten van de geheele ses geerden Jan Cornelisse de Bont en ten westen Peeter Geerden cum suis. Streckende uijt den suijden vanden Cae sloot aff, noordwaart in tot den halven Scheij sloot toe.

Nog op een binnendelle, gelegen inden polder alhier, tusschen erffnisse van de weduwe Cornelis Adriaen Camp oost en ten westen Frans Adriaens Camp. Streckende uijt den zuijden vande halve Her straat aff noordwaart in tot de Cae toe.

Ten derden soo is Peeter van Steenhoven als voogt en Thomas de Bont als toesiender van Dingena van Steenhoven en sulx tot behoeve vande voornoemde Dingena van Steenhoven, bij blinde lotinge, geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op drie geerden hooij en weijlant, gelegen inden polder alhier, in een stuk van ses geerden waarvan de wederhelft is bedeelt op Elisabeth van Steenhoven. Belent ten oosten van de geheele ses geerden Jan Cornelisse de Bont en ten westen Peeter Geerden cum suis. Streckende uijt den suijden vanden Cae sloot aff, noordwaart in tot den halven Scheij sloot toe.

Nog op een parceel weijlant, gelegen onder Muijlkerk, groot ontrent veertien hont off soo groot en cleijn als het selve gelegen is tusschen erffenisse van Jacob Pottere zuijden, de kinderen van de heer van Gils west, Adriaan de Rooij oost en ten noorden den dorpe vanden Hil of de erve van de heer Ten Hage, sijnde leenroerig aan den huijse off leenhove van ……. (niets ingevuld).

Ten vierden en ten laatste soo sijn Peeter van Steenhoven als voogt en Thomas de Bont als toesiender van Pitronelle van Steenhoven en sulx tot behoeve vande voornoemde Piternella van Steenhoven, bij blinde lotinge, geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op de geregte helft van een huijs, schuur en hoff en erve, staande en gelegen alhier tusschen erffenisse van de weduwe Cornelis Adriaense Camp oost en Jan Janse de Bont cum suis west. Streckende uijt den noorden vande halve Her straat aff, zuijtwaart in tot den Pispot toe.

Nog op de westende helft vanden acker agter de voornoemde huijsinge waar van de wederhelft bedeelt is op Anna van Steenhoven weduwe van Fransus Fransen Camp. Belent ten oosten vande heelen acker Adriaen Cnaap en ten westen Michieltje Adriaanse de Jong. Streckende uijt den noorden van den Pispot aff zuijtwaart in tot het veldeken toe. Met nog de geregte helft van het veldeken over den dijck teijnde de voornoemde acker, gelegen sijnde gemeen en onverdeelt. Gelant ten oosten en westen als voren. Streckende uijt den noorden vanden dijk aff, zuijtwaart in tot het cloosters goet nu Adriaan van IJersel toe.

Nog op de geregte helft van een binnendelle, gelegen inden polder alhier, gemeen met Anna van Steenhoven weduwe van Fransus Fransen Camp. Belent ten oosten vande heele del d’erfgenamen van Handrixke Baas en ten westen Jochem Blankers. Streckende uijt den zuijden vande halve Her straat aff noordwaart in tot de Cae toe. Ende moet dit lot uijtreijken aan Dingena van Steenhoven in egalisatie van haar bevallen lot eene somme een hondert guldens.

Aldus soo hebben partijen ider in hunne voornoemde qualiteijt malkanderen vertijt en vertegen naar den regten van Zuijt Hollant. En verclaarden ider met sijn bevallen lot te vreden te sijn en te sullen betalen alle lasten en verpondingen op ider sijn bevallen lot staande. En te sullen maken en onderhouden alle wegen, stegen, dijken &a tot ider sijn bevallen lot toebehoorende. En verclaarde den een tot lasten van den anderen sijn bevallen lot niet meer te pretenderen te hebben dan als voors staat en den een tot proffijt vanden anderen daar van te renuntieren bij desen. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Cornelis Buijs, provisioneel schout, Huijbert Schep en Bastiaan Fransen Boeser, schepenen in Waspik, desen 12e november 1728.

Dit is hantmerk van Huijbert Schep gestelt.

Fol. 41v

Contract van deijlinge: de weduwe en kinderen van Hendrik Huijberde Schoenmakers

In de kantlijn: Uitgemaakt

Compareerde voor ons schout en schepenen van Groot Waspik, ondergeteijkent, Jenneken Huijberde de Bruijn weduwe van Handrik Huijberde Schoenmakers, woonende alhier, sijnde geassisteert met Cornelis Buijs haren gekoren voogt in desen ter eenre ende Huijbert Hendrix Schoenmakers, Jacobus Hendrix Schoenmakers, Matthijs Hendrickse Schoenmakers, Fransus Hendrix Schoenmakers, Jan Janse de Bont en Huijbert Janse de Bont, kinderen van Jan de Bont in huwelijk verweckt aan Cornelia Hendrikse Schoenmaackers, Willem Melisse Otgens in huwelijk hebbende Dingena Hendrickse Schoenmaackers en Anna Hendrickse Schoenmaackers weduwe van Johan Hendrickse Schoenmakers, alle kinderen vande voornoemde Jenneken Huijberde de Bruijn door haar in huwelijk verweckt bij zaliger Handrik Huijberde Schoenmaackers ter andere sijde. Te kennen gevende sij comparanten dat sijlieden met den anderen omme na doode vande eerste comparante geen questie… te laten in der minne voor nu en altoos (sonder dat dese sonder volkomen consent vande gelijke comparanten sal vermogen verbroken off verandert worden) sijn veraccordeert en verdragen in manieren als volgt: Namentlijk dat de eerste comparante haar leven lanck gedurende sal blijven behouden den vollen eijgendom en gebruijk van alle de meubilaire goederen bestaande in gelt, gout, silver, gemunt en ongemunt, haaff, imboel &a, niets ter werelt uijtgesondert. Mitsgaders dat sij comparante haar leven lanck gedurende mede sal blijven behouden de bladinge en het volle vrugtgebruijk van alle de vaste goederen die sij tegenwoordig is besittende ende dat den eijgendom daar van soo ras de eerste comparante is overleden sal komen op de tweede comparanten in hare voornoemde qualiteijt off desselfs wettige erfgenamen en sijn dan op versoeck en met volle consent en approbatie vande eerste comparante de vaste goederen die deselve tegenwoordig in eijgendom besit onder de tweede comparanten inder minne met den anderen verdeijlt als volgt:

Eertselijk so is Huijbert Hendrikse Schoenmakers in manieren voors bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op de geregte helft van negen geerden hooij en weijlant gelegen in Cleijn Waspick in een stuk van negen geerden, gemeen en onverdeelt met Jan Janse de Bont die de wederhelft is compiterende. Gelant ten westen vande heele negen geerden den Armen en ’t Geestelijk Cantoor en ten oosten de heer Sasburg cum suis. Streckende uijt den suijden van de Oude straat off Groot Waspik af, noordwaart in tot den halven Scheij sloot toe.

Nog op eenen acker zaeijlant, gelegen alhier, groot ontrent drie hont of soo groot en cleijn den selven alhier in xj½ Hoeve gelegen is, tusschen erffenisse van Peeter Mattijsse Camp ten oosten en de weduwe Huijbert Pouwelse Zeijlmans ten westen. Streckende uijt den noorden vanden halven Pispot aff, zuijtwaart in tot het cloosters goet nu Michiel van IJersel toe. En moet dit lot tot egalisatie uit den gemeenen boedel trecken eene somme van twee hondert en vijftig guldens

Ten tweeden soo is Jacobus Hendrikse Schoenmaakers bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op eenen acker zaaijlant, gelegen alhier tusschen erffenisse van Jan Cornelisse de Bont en de weduwe Jacob Huijberden Cuijl cum suis ten oosten en ten westen Johannis en Hendrik Schoenmaackers. Streckende uijt den noorden vande halve Her straat aff, zuijtwaart in tot de veldekens van de kinderen van Jan Peeter Aarde toe.

Nog op vier geerden hooij en weijlant, gelegen in Cleijn Waspik in een stuk van agt geerden, gemeen en onverdeelt met Anna Schoenmaackers. Belent ten oosten vande heele agt geerden schout Heuvelcamp en ten westen Thomas de Bont. Streckende uijt den suijden vande Oude straat off Groot Waspik aff, noordwaart in tot het Elant toe. En moet dit lot tot egalisatie aan den gemeijnen boedel uijtreijken eene somme van drie hondert en vijftig guldens.

Ten derde soo is Mattijs Hendrix Schoenmakers bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt op vier geerden hooij en weijlant, gelegen inden polder alhier, gemeen en onverdeelt in een stuk van sestien geerden, gemeen en onverdeelt Thomas de Bont cum suis. Gelant ten oosten vande heele sestien geerden de wduwe Hendrik de Bont cum suis en ten westen Adriaan Geerden Boudewijns. Streckende uijt den suijden vanden Cae sloot aff, noordwaart in tot den halven Schaeij sloot toe.

Nog op een buijtendelle, gelegen onder Sgrevelduijn Cappel, groot ontrent vier hont off soo groot en cleijn deselve gelegen is tusschen erffenisse ban de weduwe Mattijs de Jong oost en ten westen Willem en Marcelis Zeijlmans. Streckende uijt den suijden vande halve Her straat aff, noordwaart in tot de halve Oude straat toe. En moet dit lot tot egalisatie aanden gemeijnen boedel uijtreijken off inbrengen een somme van vijftig guldens.

Ten vierden soo is Fransus Hendrickse Schoenmaackers bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt op een huijs, hof en erf met de westense del daar agter aan gelegen, gelegen alhier tuschen erffenisse van Huijbert van Hassel met sijn huijs, hof en erfen del ten westen en ten oosten tegens het erff Geerit Camp en tegens de del van de weduwe van Huijbert Pouwelse Zeijlmans met de wederhelft. Streckende uijt den zuijden van de halve Her straat aff, noordwaart in tot den halven sloot tusschen de del van de weduwe Huijbert Pouwelse Zeijlmans en de stede en tot den Cae toe. En moet dit lot tot trecken uijt den gemeenen boedel eene somme van twee hondert en vijftig guldens.

Ten vijffden soo is Jan Janse de Bont en Huijbert Janse de Bont, kinderen van Cornelia Hendricx Schoenmakers bij blinde lotinge gelot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op ses geerden hooij en weijlant gelegen in Cleijn Waspick, in een stuk van twaalff geerden, onbedeelt in de westense negen geerden. Belent ten noosten vande heele twaalff geerden schout de Bruijn en ten westen de heer secretaris Damen cum suis. Streckende uijt den zuijden vande halve Oude straat aaf noordwaart in tot Juffrouw Weijde toe.

Nog op een parceel weijlant, gelegen in t Zuijdevelt onder Dussen Munsterkerk, tusschen erffenisse van de weduwe Geerit Zeijlmans, schout, oost, …………. (niets ingevuld) west, zuijden den dijck en ten noorden den Schau sloot off de erve van …………. (niets ingevuld). En moet dit lot tot verbeteringe trecken off genieten uijt den gemeijnen boedel eene somme van twee hondert en vijftig guldens.

Ten sesden soo is Willem Melisse Otgens in huwelijk hebbende Dingena Hendricks Schoenmaackers bij blinde lotinge gelot, gecavelt ende beërfdeelt op vier geerden hooij ende weijlant, gelegen inden polder alhier, in een stuk van agt geerden, gemeen met Melis Peeterse cum suis. Belent ten oosten vande heele agt geerden Jan Peeterse de Jong cum suis en ten westen Huijbert Lammertse Schoenmakers. Streckende uijt den zuijden vanden Cae sloot aff noordwaart in tot den halven Schaij sloot toe.

Nog op een buijtendel, gelegen alhier in Groot Waspik tusschen erffenisse van Jan Teunisse Pols ten oosten en ten westen de Kerk alhier. Streckende uijt den suijden vande halve s’Heere straat aff, noordwaart in tot de halve Oude straat off Cleijn Waspik toe. Sijnde groot ontrent de tien hont. En moet dit lot trecken in egalisatie van sijn bevallen lot uijt den gemeenen boedel eene somme van vijff hondert en vijftig guldens.

Ten sevende en ten laatsten soo is Anna Hendriks Schoenmakers weduwe Jan Handrickse Schoenmaackers bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijck op vier geerden hooij ende weijlant, gelegen in Cleijn Waspick, in een stuck van agt geerden, gemeen en onverdeelt met Jacobus Schoenmaackers. Belent ten oosten vande heele agt geerden schout Heuvelcamp en ten westen Thomas de Bont. Streckende uijt den suijden vande Oude straat off Groot Waspik aff, noordwaart in tot het Elant toe met den omloop van outs daar toe behoordende.

Nog op drie geerden hooij ende weijlant, gelegen inden polder alhier in een stuk van ses geerden, gemeen met Dirk Melsen van Driel. Belent ten noosten vande heele ses geerden Arnoldus Verstegen en Thomas de Bont d’een teijnde den anderen en ten westen Adriaen Geerden Boudewijns cum suis. Streckende uijt den suijden vanden Cae sloot aff, noordwaart in tot den halven Schaeij sloot toe. Ende moet dit lot tot egalisatie uijtreijken off inbrengen inden gemeenen boedel een somme van vijff hondert guldens.

Verder is wel expres geconditioneert en besproken indien onverhoopt gedurende het leven van de eerste comparante het huijs bevallen op Fransus Hendricks Schoenmakers mogte komen aff te branden dat in sulck geval de vijff vande leste comparanten en Jan Huijbert de Bont off hare wettige erffgenamen uijt hare voornoemde ses loten aanden voors Fransus Schoenmaackers off sijne wettige erfgenamen alsdan in leven sijnde tot vergoedinge van die schade sullen moeten worden betaalt een somme van negenhondert guldens sulx ijder lot en hondert en vijftig guldens. Mits dat hij in sulck geval de stede en ’t opverschot van de materialen sal mogen blijven behouden.

Verder is bij de tweede comparanten geconditioneert en besproken dat bij overlijden van de eerste comparante (als wanneer ider sijn lot moet aanvaarden) ider van hen sal moeten inbrengen en voldoen ider het geene hij, soo als bij ider lot staat geëxpresseert, moet inbrengen. Als ook het geene ider uijt den gemeijnen boedel reets t sij voor huwelijks goet als andersints heeft genoten omme daar uijt te konnen worden voldaan tgeene ider tot verbeteringe van sijn lot moet trecken als anders. En dit alles ingevolge annotatie vande eerste comparante off haren man zaliger daar van gehouden. Dog off het gebeurde dat de eerste comparante na het ingaan van de huure quaam te sterven sullen de huren van dat jaar gemeijn getrocken worden en sal na rato mede hure van het huijs gegeven moeten worden.

Is nog conditie dat het huijs bij de eerste comparante soo lange als sij leeft behoorlijk sal moeten worden onderhouden en glas-, dack-, muur- en vloer-digt moet worden gemaackt mits datter niet als nootsakelijke reparatien sullen mogen geschieden

Eijndelijk is conditie dat een ider sijne bevallen lot sal aanvaarden met alle sijne wegen, stegen, dijken, dammen, straten, waterloopen, schouwen, caden, verlaten, dorpslasten, chijnsen ende andere naburen regten die tot ider parceel van outs hebben behoort. Mits dat alle agterstaande lasten, die omgeslagen sullen sijn tot den dag vande aanvaardinge toe, sullen moeten uijt den gemeijnen boedel worden voldaan en betaalt.

Tot naarkominge van alle het geene voors staat verclaarde sij comparanten respe te verbinden hare persoonen en goederen, roerende en onroerende, hebbende ende vercrijgende, egeene van dien uijtgesondert deselve stellende onder verbant van alle heeren, hoven, regten en regteren en speciaal onder willige condemnatie van schout en schepenen alhier. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Cornelis Buijs, provisioneel schout, Huijbert Schep en Bastiaan Fransen Vboeser, schepenen in Waspik desen veertiende december 1728.

Dit merk is bij Huijbert Schep gestelt.

Fol. 43v

Testament Dirk van Disseldorp en Adriaantje Scheur, egteluijden

In de kantlijn: Copie geligt.

In den name des heeren Amen.

Op huijden den 11e jannuarij 1729 compareerde voor ons provisioneel schout en schepenen van Groot Waspik ondergenoemt den eersame Dirk Janse van Dusseldorp, coornmolenaar ende Adriaentje Peeterse Scheur sijne huijsvrouw, woonende alhier, sijnde den 1e comparant gesondt naar de lichame dog de tweede comparante siekelijk naar den lichame te bedde leggende, dog beijde haar verstant, redenen en memorie wel magtig sijnde en gebruijkende soo uijtterlijk scheen en bleek. Te kennen gevende sij comparanten dat sij genegen waren te disponeren van hare tijdelijke goederen haar bij godt almagtig op dese werelt verleent. Dog alvorens verclaarden sij testateuren te revoceren, casseren, doot ende te niet te doen alle voorgaande testamenten off ander makinge soo welke testamentair als codicillair bij haar te samen off ider in het bijsonder voor dato deses gemaakt ofte gepasseert, niet willende dat deselve off eenige van dien eenig het minste effect sorteren off stantgrijpen sullen als houdende deselve off die noijt gepasseert en waren geweest. En over sulcx van nieus disponerende verclaarde sij testateuren malkanderen reciproce en sulcx over en weder den eerst stervende den langstlevende van hen beijde te nomineren en te institueren tot sijnen off haren eenigen geheelen en universelen erfgenaam. En dat in alle de goederen, soo roerende als onroerende, actien en credieten, t sij hoe die genaamt ofte waar die gelegen soude mogen sijn, omme daarmede bij den langstlevende gedaan en gehandelt te worden als met haar vrij eijgen goet. Ende dienvolgende met vollen regt van institutie sonder gehouden te sijn aan imant te leveren eenigen staat of inventaris van haren boedel den eerst stervende den langstlevende van hen beijde daar van bevrijdende. Mits desen onder dese expresse conditie nogtans dat den langstlevende van hen testateuren gehouden en verpligt sal sijn haar kint bij den anderen verweckt ofte die den anderen sullen komen te verwecken ende naar te laten op te voeden ende te alimenteren soo in eeten en drincken, cleeden en reeden, soo van linnen en wollen, soo wel siek als gesont, egeene tijt van perikel uijtgesondert, deselven te laten leeren, lesen en schrijven, stoppen en naaijen en daar en boven een ambagt off ander exercitie te laten leeren waar toe deselve best bequaam sal off sullen bevonden worden, tot dat deselve sal off sullen gekomen sijn tot haren mondigen dage, huwelijken off anderen geapprobeerden state toe. Als wanneer den testateur soo die langstlevende blijft gehouden en verpligt sal sijn aan deselve uijt te reijken ende te voldoen eene somme van twintig guldens. En sullen deselve daar en boven voor uijt trecken ende genieten na doode vande langstlevende eene somme van twee hondert guldens en sulx te samen een somme van twee hondert en twintig guldens. Ende soo den testateur eerst quame te overlijden soo sal de testatrice moeten uijtreijken aande kinderen vanden testateur bij hem in huwelijk verweckt aan Adriaentje van Loon als ook aan de kinderen die sij bij malkanderen hebben verweckt aan ider eene somme van twintig guldens. Ende dit alles in volle voldoeninge van hare vaderlijcke off moederlijke goederen off legitime portie deselve hare kinderen daar inne instituerende bij desen. Wijders verclaarde sij testateuren te stellen tot voogden over hare naar te laten kinderen en erffgenamen den langstlevende van hun testateuren en bij derselver overlijden Peeter Adriaanse Scheur ende Aart Wouterse Schoutten. Ende soo Peeter Adriaense Scheur quame te overlijden in sijne plaatse Steven Peeterse Scheur. En dit alles met uijsluijtinge van schout en geregten van Groot Waspik, mitsgaders alle andere weesheeren daar haerlieden sterffhuijs sal mogen komen te vallen niet willende dat deselve behoudens haar respect en eerweerdigheijt haar met haren naer te laten boedel sullen bemoeijen maar deselve daar voor bedanckende mits desen. Allen hetgeene voors staat verclaarde sij testateuren te wesen haar testament, lesten en volkomen uijttersten wille, willende en begerende dat het selve sijn volkomen effect sorteren en stantgrijpen sal t sij als testament, codicille, gifte uijt sake des doots off onder den levende soo als het selve best naar regten sal konnen ofte mogen bestaan Alwaar het schoon dat alle solemniteijten naar regten gerequireert hier inne niet en waren beobserveert. Versoekende het uijtterste benefitie en dat hier van gemaakt en gelevert mag worden instrument en communi forma. Aldus gedaan en gepasseert voor het siekbedde van den testatrice ten jare, dage en manden als boven des morgens ontrent de clocke vier uren ten overstaan van Cornelis Buijs, provisioneel schout, Bastiaan Fransen Boeser en Thomas Compeer, schepenen in Waspik. In kennisse van mij J. Zeijlmans, secretaris.

Fol. 44v

Deijlinge tusschen Cornelis van Steenhoven en Thomas de Bont

In de kantlijn: uijtgemaakt

Op huijden den 24e junnuarij 1729 compareerde voor ons schout en schepenen van Groot Waspik ondergenoemt Cornelis van Steenhoven als in huwelijk hebbende Maria Janse de Bruijn ende Thomas de Bont als in huwelijk hebbende Hendrina Janse de Bruijn, kinderen van Johan de Bruijn en Adriana Baas. Ende verclaarde met malkanderen inder minne ende vientschappe te sijn over een gekomen ende veraccordeert ende de vaste en onroerende goederen haar aangekomen bij deijlinge van hare vrouwe vader Johan de Bruijn zaliger ingevolge de deijlinge tusschen de weduwe van Johan de Bruijn voornoemt ende de comparanten nevens de voorkinderen vande … Johan de Bruijn voor schout en schepenen van Raamsdonk op den eersten december xvijc seven en twintig gepasseert als mede van een halve buijtendelle de comparanten aangekomen bij overlijden van petronella de Bruijn weduwe van Niclaas de Wit bij het setten van loten te hebben geschift, geschijden ende geërfdeijlt invoegen en manieren als volgt:

Eerstelijk soo is Cornelis van Steenhoven als in huwelijk hebbende Maria de Bruijn bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op de geregte helft van negen geerden hooij en weijlant, gelegen in den polder alhier tusschen erffenisse van Huijbert Schoenmakers ten oosten en Adriaan Nouwens cum suis ten westen. Streckende uijt den suijden vanden Cae sloot aff, noordwaart in tot den halven Schaeij sloot toe. En moet van Thomas de Bont trecken tot egalisatie van sijn bevallen lot eene somme van twaalff hondert guldens die den voornoemden Thomas de Bont onder hem sal houden mits daarvan intrest betalende tegens drie guldens van ider hondert in het jaar en sulcx tot de volle aflossinge toe. En sal den voornoemden de Bont het selve mogen afleggen als het hem te passe comt alswas het maar met een hondert guldens ’t seffens.

Ten tweeden soo is Thomas de Bont als in huwelijk hebbende Hndrina de Bruijn bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op de geregte helft van een parceel hooij en weijlant, groot in het geheel negen geerden, gelegen inden polder alhier. Belent ten oosten vande heele negen geerden Huijbert Schoenmakers en ten westen Adriaan Nouwens cum suis. Streckende uijt den suijden vanden Cae sloot aff, noordwaart in tot den halven Schaeij sloot toe.

2

Nog op het geregte een vierdepart in eenen acker en moerdel, gelegen onder Groot Waspick, bedeelt op den oosten kant en waarvan de weduwe Johan de Bruijn de andere drie vierdeparten compiteren. Gelant ten oosten de weduwe vanden secretaris Zeijlmans en ten westen van den voornoemden Thomas de Bont. Streckende uijt den noorden van de erve van Jan Pols aff, zuijtwaart in tot den halven Sgrevelduijn sloot toe.

3

Nog op een buijten hoekdel op den oosten kant van Vroukensvaart, onder Groot Waspik. Belent ten oosten de kinderen van Jan Willemse Zeijlmans, ten westen Vroukensvaart, ten suijden Aart de Bont ende ten noorden de Oude straat.

4

Nog op een binnendel, gelegen alhier op den westen kant van Vroukensvaart tusschen erffenisse van de weduwe Peeter de Zeeuw cum suis zuijden en d’weduwe Jan Tuenisse cum suis ten noorden. Streckende uijt den oosten vande halve Vroukensvaart aff, westwaart in tot de moerdelle toe. Soo als die Johan de Bruijn bij coop van Adriaan Baas is aangekomen.

5

Nog op een binnendelle, gelegen alhier op den oosten kant van Vroukensvaart tusschen erffenisse van Huijbert Swart zuijden en Meerten Lammerts Reckers ten noorden. Streckende uijt den westen van de halve binnenvaart aff oostwaart in tot de erve van de kinderen van Jan Willemse Zeijlmans toe.

6

Alnog op een binnedelle, gelegen alhier op de westen kant van Vroukensvaart. Belent ten zuijden Aart de Bont en ten noorden Arnoldus de Bruijn. Streckende uijt den westen van den Armen block…(inktvlek) af oostwaart in tot de ½ vaart toe.

7

Nog op twee mergen allodiaal lant onder Meeuwen. Gelant oost de weduwe Bastiaan de Rooij, west den Armen van Waspik, ten zuijden Jan de Bruijn en ten noorden de dijckcavelinge.

8

Nogh op een en een halff hont lant onder Dussen. Gelant oost d’erfgenamen van Cornelis van Brantwijk, west Vornelis Schalcken, ten suijden Cleijn Waspick en ten noorden de dijckkavelinge. Met nog drie hondt lant aldar gelegen, oost de weduwe Wouter vanden Eijck, west de Kerk van Dussen, zuijden de landen van Waspik en ten noorden de dijckkaveling.

9

Alnog op een en een halve mergen allodiaal lant, gelegen onder Eeten inden lande van Heusden, tusschen erffenisse ten oosten de erfgenamen Jan Beires, west de erfgenamen Jonker Sthout, zuijden de ReijWeteringe, noorden de lande van Heusden.

Eijndelijk en ten laatsten nog op de geregte helft van een buijtendelle. Gelegen alhier waarvan de wederhelft toebehoort Arnoldus en Christoffel de Bruijn, sijnde haar aangekomen bij overlijden van Piternella de Bruijn weduwe Niclaas de Wit. Gelant ten suijden van deheele del Arnoldus de Bruijn en ten noorden Huijbert van Hassel. Streckende uijt den westen vande halve Buijten vaart aff, oostwaart in tot de kinderen van Jan Willemse Zeijlmans toe. En moet den voornoemden de bont in egalisatie van sijn lot uitreijcken aan Cornelis van Steenhoven twaalf hondert guldens en daar van intrest betalen gelijk hier voor staat uijtgedruckt in den post van Cornelis van Steenhoven.

Wijders is conditie dat sij comparanten malkanderen moeten helpen dragen en t samen betalen alle ordinaire en extraordinaire lasten en omslagen voor soo verre die omslagen sullen sijn tot den lesten decembris 1728 incluijs.

Met welke contracte van schiftinge, scheijdinge en deijlinge partijen condividenten verclaarde te nemen volkomen genoegen willende en begerende dat het selve in allen sijnen deelen sal worden agtervolgt en naargekomen. En verclaarde den een ten behoeve vanden anderen van sijn bevallen lot en aangedeijlde goederen te renuntieren naar den regte van Zuijt Hollant. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Cornelis Buijs, provisioneel schout, Denis de Haan en Peeter Boeser, schepenen in Waspik desen dato als boven.

Dit is het hantmerk bij Denis de Haan gestelt.

In kennisse van mij J. Zeijlmans, secretaris.

Fol. 46r

Deijlinge Barent van Waspik en de kinderen van Arien Nobel.

In de kantlijn:uijtgemaakt

Compareerde voor ons provisioneel schout en schepenen van Groot Waspik ondergenoemt Barent van Waspik als in huwelijk hebbende Maria van Dijk eerder weduwe van Arien Nobel ter eenre ende Thomas Buijs als voogt en Anthonij vanden Hout als toesiender vande onmondige weeskinderen naargelaten bij den voornoemden Ariaen Nobel ende Neeske Buijs sije eerste huijsvroue ter andere seijde. De welke verclaarde met den anderen te hebben geschift, gescheijden ende gedeelt de goederen ende effecten bij den voornoemden Arien Nobel metter doot ontruijmt ende naargelaten. Alle welke goederen sij hebben gestelt in vier loten te weten een vierdepart voor den voornoemde van Waspik en drievierde parten voor de weeskinderen ende de aangedeijlde goederen in twee loten, het eene lot voor van Waspik en het andere lot voor de weeskinderen. Ende na het trecken van blinde lotinge is het selve te deel gevallen als volgt:

Eerstelijk soo is Barent van Waspik bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt op den opslag van een dijk-kavelinge ofte huijsinge staande en gelegen alhier op den dijk vande erfgenamen van Steven van Steenhoven cum suis. Waarvan ten noorden legt de huijsinge off opslag van Joost Swart en ten suijden de dijkkavel vande kinderen van Jan Peeterse Schoenmaackers cum suis. Ende moet uijtreijken aande weeskinderen van Arien Nobel in egalisatie van hun bevallen loten eene somme van een hondert seven en tagtentig guldens tien stuijvers. En daar en boven nog de obligatien die hier na op den post vande weeskinderen sal worden genoemt.

Hier tegens soo sijn Thomas Buijs als voogt en Anthonij vanden Hout als toesiender vande onmondige weeskinderen van zaliger Arien Nobel en sulx ten behoeve vande voornoemde weeskinderen geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op een binnenveldeken, gelegen alhier tusschen erffenisse van Jan Pols oost ende weduwe Adriaeen Blankers west. Streckende uijt den noorden vanden onderteen vanden dijk off halve Her straat aff, zuijtwaart in tot den halven watergang toe.

Nog op de geregte helft van eenen bijster en acker met het veldeken over den dijk, gelegen alhier waarvan de wederhelft toebehoort Grietje en Janneken Geerden cum suis. Belent ten oosten vanden heelen bijster, acker en veldeken Thomas de Bont en ten westen de weduwe Adriaan Blankers en Jan Wouters Verschuren d’een teijnde den anderen. Streckende uijt den noorden vanden halven watergang af, zuijtwaart in tot Cuijpers Leij toe.

Nog op een buijtendelle, gelegen alhier aan Vroukensvaart, groot ontrent vijf hont. Gelant ten zuijden s’Heere strate en ten noorden de weduwe Vas Peeters Vermeulen, Streckende uijt den oosten van Vroukensvaart en d’erve van de weduwe Peeter de Bont en Peeter Scheur aff, westwaart in tot de delle van Arnoldus van Son toe.

Nog de geregte helft van een obligatie van vier hondert guldens capitaal, staande ten laste van Arien Janse Paans, sijnde van dato 1e november 1718 tegens drie guldens van intrest voor ider hondert in het jaar waarvan de wederhelft toebehoort Gelde Jans Paans en sijnde haar aangekomen bij overlijden vande moeder van Arien Nobel.

Eijndelijk en ten laatsten nog op een obligatie van twee hondert guldens capitaal ten laste van Adriaan Huijbert Conincx, woonende alhier, sijnde van dato den 17e maij 1712 tegens drie guldens tien stuijvers van ider hondert van intrest in ’t jaar, en sijnde deselve haar mede aangekomen bij overlijden vande moeder van Arien Nobel.

Wijders houden sij comparanten ider voor de geregte helft met den anderen gemeijn en onverdeelt het geregte een vierdepart in een huijs, hof en erve gelegen tot Raamsdonk waarvan het ander een vierdepart toebehoort Anthonij vanden Hout, gelegen op den oostenkant van Stats weg, soo als het bedeelt of onbedeelt gelegen is, sijnde haar aangekomen bij overlijden vande moeder van Arien Nobel. En ten laatsten nog vijf partijen moergront en veldekens, putten en kuijlen daar onder begrepen, gelegen onder Sgrevelduijn Cappel aande Santschel en dat soo groot en cleijn als het selve gemeen met Anthonij vanden Hout gelegen is en mede gekomen als …

Nog houden sij comparanten in qualiteijt voornoemt te weten den voornoemde van Waspik voor ¼ en de voornoemde voogden voor ¾ parten gemeen en onverdeelt een obligatie van drie hondert guldens capitaal tot laste van Dirk van Dusseldorp coornmolenaar alhier, sijnde van dato den 1e november 1722 tegens drie guldens pr cento van intrest in het jaar.

Nog is den 1e comparant Barent van Waspik volgens de afreeckeninge tusschen hem ende twee comparanten op den 9e november 1728 ten overstaan van schout en schepenen van alhier gehouden, schuldig gebleven eene somme van 268 guldens 13 stuijvers 2 penningen, waarvan hij heeft aangenomen intrest te betalen en heeft nog ontfangen van Jan Zeijlmans, secretaris alhier van een out hecke 15 stuijvers, van Jan Boskint 4 guldens 18 stuijvers, nog van Dirk Zeijlmans van jenever 16 stuijvers. En sulx tesamen 275 guldens 2 stuijvers 2 penningen en heeft daar tegens betaalt aan costgelt van beijde de kinderen eer sijn vrou die had aan genomen 4 guldens aan Geerit Gregoor, coopman tot Dordregt, 29 guldens 11 stuijvers nog de helft vanden jeneverpagt uijt bamis 1728 tot 1 gulden 45 stuijvers, nog aande borgemeester dato 1726 en extraordinair dato 1727 ter somme van 8 gulden 8 penningen, nog aan Jan Zeijlmans, collecteur dato 1722 ses stuijvers, en aan Willem Spruijt over leverantie van schaatsen 3 gulden en sulx te samen 46 gulden 2 stuijvers 8 penningen welke vaden voornoemden ontfang afgetrocken sijnde blijkt dat den eersten comparant aande gemeijne boedel nog schuldig blijft eene somme van 228 guldens 19 stuijvers 10 penningen. Ende brengt den selve nog voor ontfang de huren van het jaar 1728 te weten van het huijs 20 guldens, van den del 20 guldens, van den acker 18 guldens en van den bijster 8 guldens tien stuijvers. En sulx moet met den voornoemden ontfang tesamen bij en gereeckent eene somme van 295 guldens 9 stuijvers 10 penningen. Waarvande weeskinderen voor drie vierdeparten compiteren een somme van 221 guldens 12 stuijvers 2 penningen boven de uijtreijkinge hier voren inde deijlinge gemelt. Waar op den tweeden comparant Thomas Buijs bekent ontfanghen te hebben eene somme van 79 guldens 2 stuijvers 2 penningen soo dat den 1e comparant aande 2e comparanten nog suijver schuldig blijft boven de een hondert seven en tagtentig guldens tien stuijvers hier voor in de deijlinge genoemt eene somme van 142 guldens 10 stuijvers. Hij aanneemt intrest te sullen betalen tegens vier guldens pr cento in t jaar. En sulx tot de voldoening toe.

In de kantlijn: Compareerde ter secretarij van Waspik Thomas Buijs en bekende ontfangen te hebben van Barent van Waspik de somme van twee hondert guldens op mindering vande nevenstaande afreeckening en uijtreijking mette intresse. Datum Waspik den 1e meij 1731.

Wijders is conditie dat ider sijne aanbedeelde goederen sal aanvaarden met dato deses met alle wegen, stegen, dijcken, dammen, straten, waterloopen, schouwen, leijen en ander naburen regten met regt daar toe behoorende. En sullen te samen na rato betalen de dorpslasten tot den lesten december 1728 incluijs.

Aldus hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regten van Zuijt Hollant. En verclaarde ider met sijn bevallen lot te vreden te sijn en den een ten behoeve vanden anderen te renuntieren bij desen. Ende verclaarde de vorenstaande afreeckeninge mede te approberen bij desen.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Cornelis Buijs, provisioneel schout, Huijbert Schep en Bastiaan Fransen Boeser, schepenen in Waspik, desen 28 april 1729.

Dit is t hantmerk van Huijbert Schep gestelt.

Fol. 47r

Acte waar bij de weduwe Arien Nobel t goet vande voorkinderen aande voogden overgeeft

In de kantlijn: uijtgemaakt

Op huijden den 28e april 1729 soo hebben wij provisioneel schout en schepenen van Groot Waspik ondergenoemt ons vervoegt ten huijse van Barent van Waspik en Maria van Dijk sijne huijsvrou en hebbende selve, in presentie van ons ende toesienden voogt, overhandigt aan Thomas Buijs, als voogt vande kinderen van Arien Nobel in huwelijk verwekt bij Neesken Buijs, de naarvolgende goederen: als eerstelijk sestien slaaplakens soo goet als quaat, ses paar kussensloopen, twaalf mans hemden, een pelle tafellaken, 16½ el hemtlinnen, een goude koopring, een goude steenring, een silvere ring, 2 silver spelle, 4 silvere schepjes ? schellingen, 1 silvere bel, 1 silvere haarnaalt, een paar goude hemtknoopen, 1 paar silvere broekknoopen, 4 silvere gespen, 13 silvere broekknoopen, 117 silvere hemtrrocke knoopen, een cattoene hemtrok met 42 silvere cnoopen.

Nog ontfangen van twee stikscheeren, de winkelbank, de meelbak, een stuck gewigt, twee eijke palen die op t erfhuijs niet waren verkogt te samen ƒ 2:14: 0.

Het garen op den inventaris gemelt is ten deele verbrant en de rest sal met Barent van Waspik sijn paart te weven worden gebragt en dan verdeelt worden.

Verclarende de voornoemde comparanten dat onder haar geen verdere goederen de kinderen eenigsints compiterende en sijn berustende of ook geen verdere te weten, directelijk of indirectelijk. Ende presenteert daar ontrent altijt den behoorlijken boedel eet des versogt sijnde te doen. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Cornelis Buijs, provisioneel schout, Huijbert Schep en Bastiaan Fransen Boeser, schepenen in Waspik.

Dit is t hantmerk van Huijbert Schep gestelt.

Fol. 47v

Inventarisatie gedaan maken en aan schout en geregtenen van Groot Waspik overgegeven bij ende vanwegen Geertruij Vasse de Hoogh weduwe van Aart van Raamsdonk. Ende dat van soodanige goederen en effecten als sij staande huwelijk hebben gepossideert ende beseten ende den voornoemden Aart van Raamsdonk metter doot heeft ontruijmt ende naargelaten.

In de kantlijn: uijtgemaakt

Eerstelijk een dijkkavelinge en opslag van een huijske, staande en gelegen alhier op den westenkant vande Kerk vaart. Belent ten noorden Teunis Clasen Hoevenaar met sijn opslag en ten suijden Jan Adams Vos met sijn opslag.

Nog twee koeijen en twee calveren, een bed met sijn toebehooren, een eijke kast, een tafel, 4 stoelen, een kapstok, een kannebort, 1 kruijwagen, een lepelbort met lepels, 1 ijsere pot, een copere melkkan, een copere beddepan. Nog eenige eerde potten en schotelen, Nog een bodt, spaij, riek, seijsie &a, een ijsere ketting, hangijser, koekpan en vuurijser, een tang en een asschup.

1 paar goude hemtknoopen, 1 paar goude oorringen, 2 paar silvere gespen, 1 paar silvere broekknoopen, 2 hemtrocken met silvere cnoopen, een swarte broek, 5 hemden, 2 dassen.

N… de verdere clederen sijn de kinderen mede gekleet.

            Contante en inkomende penningen

Eerstelijk een erffenisse van Neeltje van Raamsdonk en Peeter Bastiaans bedragende met het geen ontfangen is als dat nog te ontfangen staat ontrent 207: 0: 0
Nog staat te ontfangen bij Helger Cok vande helft vande kar en paart &a 26: 0: 0
Nog van Jan Adams Vos vande schou bij hem gekogt 19: 0: 0

            Uijtgaande schulden

Eerstelijk betaalt (uijt het ontfangen gelt van de erffenisse voornoemt) aan de weduwe van Vas Peeters de Hoog de somme van 80: 0: 0
Nog betaalt aan Jan Peeterse de Jong van een paar leersen en rog 6: 6:–
Nog betaalt aan verscheijde clijnigheden en aan de kar 13: 0: 0
Nog staat te betalen aan Crijn van Rossum over winkelwaren 35: 0: 0
Aan Jasper van Selm over geleverde bieren staat nog te betalen 19: 3: 8
Nog staat te betalen aande weduwe Cornelis Teunis Zeijlmans de huur vande acker 5: 10:–
Nog staat te betalen aande armmeesters dato 1728 van lanthuur 14: 2: 8
Nog aan Arn. Verbuijs, chirurgijn alhier 3:–:–
Nog staat te betalen aan de dootschult 8: 0:–
Nog aande procr Brouwers over verdient gelt 4:–:–
Nog staat te betalen aan Dirk van Disseldorp over gehaalt koren 6: 3:–

Aldus opgegeven bij de voornoemde weduwe ten bij wesen vanden voogt ten overstaan van

Cornelis Buijs, provisioneel schout, Denis de Haan en Thomas Compeer, schepenen in Waspik, desen 9e maij 1729.

In kennisse van mij J. Zeijlmans, secetaris

Dit ist hantmerk bij Denis de Haan gestelt.

Fol. 48r

            Acte van aanneminge

In de kantlijn: uijtgemaakt op segel van 12 stuijvers

Op huijden den 9e maij 1729 compareerde voor ons provisioneel schout en schepenen van Sgrevelduijn, Groot Waspik en Twaalftalve Hoeve, Geertruij Vaasen de Hoog weduwe van Aart van Raamsdonk ter eenre ende Meerten van Raamsdonk als aangestelde voogt en als ordre hebbende en innestaande voor Peeter Vassen de Hoog als toesiender vande 3 onmondige weeskinderen vanden voornoemde Aart van Raamsdonk bij hem in huwelijk verweckt aan de voornoemde Geertruij Vassen de Hoog met name: Grietje, out ontrent vijff jaren, Elisabeth, out ontrent drie jaren en Cornelia, out ontrent een jaar, ter nadere seijde. Ende verclaarde (met voorweten en consent vande provisioneel schout en schepenen alhier) met den anderen verdragen en veraccordeert te sijn, nadat sij den staat en inventaris vanden boedel wel rijpelijk hadden overwogen en gebalanseert dat de 1e comparante in vollen en vrijen eijgendom sal hebben en behouden alle de vaste en roerende goederen, inkomende en uijtgaande schulden tot haren boedel behoorende als mede het gelt, gout, silver, gemunt en ongemunt, niets uijtgesondert van wat naam of natuur die soude mogen sijn omme daar mede bij den eerste comparante gedaan en gehandelt te worden als met haar vrij eijgen goet. Onder dese speciale conditie nogtans dat de gemelte weduwe gehouden en verbonden blijft de voornoemde kinderen op te brengen en te voeden en te alimenteren in alimenteren in eeten en drinken, cleeden en reeden zo van linnen als wollen, soo wel siek als gesont egeene tijt van perijkel uijtgesondert, deselve te laten leeren lesen en schrijven en daar en boven een goet ambagt of ander exercitie te laten leren waar toe deselve best bequaam sal of sullen bevonden worden naar den staat en gelegenheijt vanden boedel ende dat tot haren mondigen dage, huwelijken of anderen geapprobeerden state toe. Ende dat sij als dan aan deselve sal moeten uijtreijken aan ider kint een somme van drie guldens drie stuijvers eens gelt sonder meer en dat in volle voldoeninge van hare vaderlijke goederen off legitime portie.

Tot naarkominge van allen het geene voors staat verclaren sij comparanten in hare voornoemde qualiteijt te verbinden hare persoonen en goederen, roerende en onroerende, hebbende ende vercrijgende, egeen vandien uijtgesondert, de selve stellende onder verbant en bewank als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Cornelis Buijs, provisioneel schout, Denis de Haan en Thomas Compeer, schepenen in Waspik, op dato voors.

In kennise van mij, J. Zeijlmans, secretaris.

Dit is het hantmerk bij Denis de Haan selfs gestelt.

Fol. 48v

Contract: de erfgenamen van Johan Mattijsse Otgens en Hendrik de Ruijter als innestaande voor sijn dochter Jenneken Hendrikse de Ruijter

In de kantlijn: uijtgemaakt

Op huijden den 12e maij 1729 compareerde voor ons, provisioneel schout en schepenen van Groot Waspik ondergenoemt, Cornelis vander Sande als in huwelijk hebbende Adriana Otgens en voor soo veel last noodig is de voornoemde Adriana Otgens voor haar selve ende als last ende ordere hebbende ende hem sterkmakende voor de heer Laurens Smedekens, luijtenant van de artillerij ten dienste deser lande, als in huwelijk hebbende Catharina Otgens alsmede Maria van Grevenbroeck, huijsvrou van Augustinus Otgens als ordre hebbende vanden voornoemde haren man woonende tot Delft als ab intestato erfgenamen van Johan Mattijsse Otgens in sijn leven gewoont hebbende alhier ter eenre ende Hendrick de Ruijter als vader van Jenneken Hendricks de Ruijter, huijsvrou van Dirk Zeijlmans dog van den selven gesepareert ter andere seijde. Ende verclaarde sij comparanten met den anderen, omme alle differenten die tusschen deselve stonden te reijsen voor te komen ende te verhoeden, te sijn over een gekomen en veraccordeert soo ende in manieren als volgt: namentlijk dat den tweede comparant als hem sterkmakende voor sijne dogter voornoemt aanneemt te sullen betalen alle schulden bij Johan Otgens in sijn leven gemaakt alsmede de doot en andere schulden die tot lasten vanden voornoemde boedel sijn loopende en gemaakt sijn, soo int begraven, ’t bewaren van hem als mede te bewaren vande looijkuijpen en imboel door de dienders als ook den coopdag en het taxeren vande vaste goederen &a, als ook het passeren van dit contract en sulcx niets uijtgesondert tot dese dage toe. Namentlijk aande regenten hare declaratien en presentien binnen veertien dagen ende de verdere schulden voor den 1e october deses jaars 1729 als mede de reeckening van Jacob van Heeswijk ter somme van agtien guldens binnen den tijt van ses weecken. Waar voor de eerste comparanten ider in hare voornoemde qualiteijt verclaarde te renuntieren ten behoeve van de voornoemde Jenneke Hendricx de Ruijter van alle de meubilaire goederen en huijsraat soo wel van linnen als wollen, gout en silver, gemunt en ongemunt, niet ter werelt uijtgesondert als mede de looijkuipen met het leer daar in leggende, het schoenmakers gereedschap als anders. Soo ende in dier voegen als het de eerste comparanten bij overlijden vanden voornoemde Johan Otgens is aanbestorven en op haar gedesolveert omme bij de voornoemde Jenneken de Ruijter daar mede gedaan en gehandelt te worden als met haar vrij eijgen goet, uijtgenomen de penningen die bij overlijden vande eerste comparanten haar mama haar staan te besterven. Ende verclaarde de voornoemde eerste comparanten daar en boven nog te renuntieren en volkomen afstant te doen soo als sij doen bij desen aan en ten behoeve van de drie jongste kinderen van Jenneken de Ruijter met name Matthijs, Jan en Maria den opslag of huijsinge staande op den dijck ten suijden vande huijsinge van Jan Jacobse Block en waar in Johan Otgens heeft gewoont als mede van een ackerke zaeijlant sijnde het 1/5 inde stede van Niclaas Corp soo als het bij Johan Otgens vande weduwe van Jan Schep is gekogt. Omme deselve op hare mondigen dage te worden aanvaart en als haar vrij eijgen goet gepossideert. Mits dat tot die tijt toe de bladinge daar van bij Jenneken Hendrix de Ruijter voors sal worden genoten en geproffiteert. Ende sal de voornoemde Jenneken Hendricks de Ruijter daar en boven soolang als sij leeft nog trecken en genieten de bladinge off het gewas van eenen moer, groot ontrent ses hont, gelegen in Twaalftalve Hoeve, bij Johan Otgens gekogt vande heer Norbertus Brouwers. Mits dat sij gehouden sal sijn alle de verpondingen en omslagen prompt aan te betalen en sal den eijgendom blijven aande eerste comparanten en datter in die tijt ook geen torf uijtgestoken sal mogen worden off datt het voornoemde vrugtgebruick aan de eerste comparanten sal vervallen. Wijders is conditie datter voor de kerke alhier sullen moeten gaan drie sondaagse kerkckgeboden dat soo imant ten laste van Johan Mattijsse Otgens iets heeft te pretenderen het selve ter secretarije sal hebben aan te geven binnen den tijt van ses weecken. Van alle welke op te geven als bekende schulden de voornoemde Jenneken Hendrickse de Ruijter op den 1e october eerstkomende off soo ras imant der eerste comparanten na die tijt sulx versoekt sal gehouden sijn de quitantie van voldoeninge te vertoonen voor alle welke schulden alle de vorenstaande goederen speciaal blijven verbonden en veronderpant. Tot naarkominge en prestatie van alle het geene voors staat verclaarde den voornoemden Hendrik de Ruijter te verbindenen ten onderpant te stellen sijn persoon en alle sijne goederen te weten sijn huijs, het 1/7 inde stede van Hendrik Ophoek en sijne verdere moeren als mede sijn haaff ende imboel niets ter werelt uijtgesondert ende voorders alle de goederen inden voornoemden contracte gemelt, deselve stellende onder bedwank en verbant als naar regten. En wel speciaal onder willige condemnatie van schout en schepenen alhier ten dien … constiturende de eerste twee procureurs voor dese regtbank postulerende, den eenen omme de condemnatie te versoeken en den anderen omme daar inne te consenteren respective. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Cornelis Buijs, provisioneel schout, Peeter Boeser en Ans van Cas, schepenen in Waspik.

Mij present, J. Zeijlmans, secretaris.

Fol. 49v

Inventarisatie gedaan maken en aan schout en schepenen van Groot Waspik overgegeven bij Berbera Broeckhoven weduwe en boedelhoudster van zaliger Christiaan Vermeer. Ende dat van soodanige goederen en effecten als sij met den voornoemden haren man heeft beseten ende die soo als die tegenwoordig in wesen sijn soo ende in manieren als volgt:

In de kantlijn: Uitgemaakt

Eerstelijk een huijs, hof, erve en delle, gelegen alhier tusschen erffenisse van Aart vanden Heuvel oost en Arien Schoenmakers west. Streckende uijt den suijden vanden ½ Heer straat af noordwaart in tot de Cae toe. Ende staat daar op te betalen pr reste van cooppenningen ingevolge den custingbrief ter somme van 1450 guldens.

Nog een parceeltje lant, gelegen onder Dongen, sijnde schaarbossen en heijvelt, sijnde weerdig sonder belastinge ontrent vijf hondert guldens. Dog moet daar jaarlijcx worden uijtgerijkt 23 guldens 7 stuijvers aan Peeter Bijmans sijn leven lang gedurende.

Nog den winckel bestaande in caleminiken, sersien, stoffen, garen, lint als anders de welke bij de voornoemde weduwe nevens den voogt en toesiender te samen sijn getaxeert op 311 guldens 9 stuijvers.

Nog staat in het schultboek te ontfangen van verscheijde luijden aan goede en quade schult bij calculatie als voren te samen 44 guldens.

Ende laatstelijk is bij deselve den imboel bij calculatie weerdig bevonden 160 guldens.

            Uijtgaande schulden

Eerstelijk en ten laatsten staat te betalen aan verscheijde luijden wegens den winkel als andere loopende schulden bij calculatie en examinatie als voren te samen ter somme van ses hondert twee en veertig guldens.

Alle het geene voors staat verclaarde de voornoemde weduwe getrouwelijk opgegeven te hebben ende verclaarde de calculatie en taxatie bij haar en voogt en toesiender na de effective waarde gedaan te sijn sonder dat sij weet hier in ijetwat vergeten off agtergehouden te sijn. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Cornelis Buijs, provisioneel schout, Huijb Schep en Bastiaan Fransen Boeser, schepenen in Waspik, desen 13e augustij 1729.

Dit ist hantmerk van Huijbert Schep gestelt.

Fol. 50r

            Aanneminge

In de kantlijn: Uijtgemaakt

Op huijden den 13e augustij 1729 compareerde voor ons, schout en schepene van Sgrevelduijn, Groot Waspik en Twaalftalve Hoeve ondergenoemt, Berbera Broekhoven weduwe en testamentaire boedelhoudster van Corstiaan Vermeer ingevolge de testamente bij haar voor schout en schepenen alhier op den 11e augustij 1728 gemaakt sijnde, geassisteert met Aart Vrint haren aanstaande bruijdegom ter eenre ende Jan Vrint als voogt en Wouter Vermaas als toesiender van het onmondig weeskint van den voornoemden Corstiaan Vermeer bij hem in huwelijk verwekt bij de voornoemde eerste comparante met name Johannis Vermeer, out ontrent drie jaren ter andere seijde.

Ende sijn de voornoemde comparanten in hare voornoemde qualiteijt (met consent en ten overstaan vanden provisioneel schout en schepenen alhier) na alles wel overwogen en den staat en inventaris des boedels ingesien te hebben met den anderen veraccordeert en verdragen invoegen en manieren als volgt: Te weten dat de voors eerste comparante in vollen eijgendom sal hebben en blijven behouden alle de vaste en andere goederen, soo roerende als onroerende, den winkel en den imboel, gelt, gout, silver, gemunt en ongemunt, actien en creditien soo actve als passive, niets ter werelt uijtgesondert die sij met den voornoemden haren overleden man in gemeijnschap en eijgendom heeft beseten gehat ende nog besittende is omme met alle deselve bij den eerste comparante te mogen worden gedaan en gehandelt als met haar vrij eijgen goet sonder bekroon van imant. Onder dese speciale conditie nogtans dat de voornoemde eerste comparante gehouden en verbonden blijft het voornoemde kint op te voeden en te alimenteren in cost en ndrank, cledinge en reedinge, soo wel siek als gesont egeenen tijt van perijkel uijtgesondert, den selven te laten leeren lesen en schrijven en een goet hantwerk te laten leeren waar toe den selven best bequaam sal bevonden worden ende dat tot sijnen mondigen dage, huwelijken off anderen geapprobeerden state toe. Als wanneer de eerste comparante daar en boven sal gehouden sijn aan den voornoemden haren soon uijt te reijken en te voldoen eene somme van vijftig guldens eens gelt sonder meer. Ende dat in volle voldoeninge van sijne vaderlijke goederen

Tot naarkominge en prestatie van alle het geene voors staat verclaarde sij comparanten speciaal te verbinden en ten onderpant te stellen hare persoonen en goederen, roerende en onroerende, hebbende ende vercrijgende, egeen uijtgesondert, deselve stellende onder verbant en bewank als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Cornelis Buijs, provisioneel schout, Huijbert Schep en Bastiaan Fransen Boeser, schepenen in Waspik, op dato als boven.

In kennise van mij, J. Zeijlmans, secretaris.

Dit is t hantmerk bij Huijbert Schep gestelt.

Fol. 51r

Contract: Jenneke Jans weduwe Cornelis Melsen van Gijsel ; Mels Cornelis van Gijsel

In de kantlijn: Uijtgemaaakt

Compareerde voor ons, ondergeschreven schout en schepene van Sgrevelduijn, Groot Waspik en Twaalftalve Hoeve, Jenneken Jansen laatst weduwe van Cornelis Melsen van Gijsel sijnde geassisteert met Willem Jacobse Block haren voorsone ter eenre ende Mels Cornelisse van Gijsel, eenige soon ende erfgenaam vanden voornoemden Cornelis Melsen van Gijsel ter andere seijde. Te kennen gevende sijn comparanten dat sij met den anderen omme alle questien en geschillen die tusschen haar stonden te rijsen over de goederen, die bij de voornoemde Jenneken Jansen en Cornelis Melsen van Gijsel te samen beseten sijn geweest, voor te komen ende te verhoeden in der minne waren geaccordeert ende over een gekomen soo ende in manieren als volgt: namentlijk dat de voornoemde Jenneken Jans in vollen vrije eijgendom sal hebben en blijven behouden de geregte helft vande huijsinge, hoff en acker waar inne sij tegenwoordig woonende is als mede haar part en geregtigheijt inde weenen soo als de voornoemde goederen haar sijn aangekomen van hare ouders met name ………(niets ingevuld) als ook alle de meubile haaff en imboel die sij is besittende mits dat sij sal moeten uijtreijken en op dato deses betalen en te laten volgen aan den tweeden comparant Mels Cornelisse van Gijsel een somme van tsestig guldens. Verder is conditie dat den voornoemde Mels Cornelisse van Gijsel boven de voornoemde tsestig guldens die hij reets bekent ontfangen te hebben nog sal hebben en in vollen eijgendom behouden een parceeltje moergront, putten en cuijlen daar onder begrepen, gelegen buijten dijcx aanden Sgrevelduijn sloot. Alsmede nog een parceeltje off partje moer gelegen in het gemeen bos soo als deselve de eerste comparante en hare man te samen hebben beseten en waar mede hij tweede comparant verclaarde te nemen volkomen genoegen en contantement. En verclaarde vande resterende goederen ten behoeve van sijne voornoemde stiefmoeder te renuntieren bij desen.

Tot naarkominge en prestatie van alle het geene voors staat verclaarde sij comparante te verbinden hare persoonen en goederen, roerende en onroerende, hebbende ende vercrijgende, egeen vandien uijtgesondert, deselve stellende onder verbant en indemniteijt als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Cornelis Buijs, provisioneel schout, Huijbert Schep en Bastiaan Fransen Boeser, schepenen in Waspik, desen 13e augustij 1729.

Dit is t hantmerk bij Huijbert Schep gestelt.

Fol. 51v

Staat ende inventaris vande goederen naargelaten en metter doot ontruijmt bij Arien Anthonisse van Pas ende Janneken Conincx, alhier overleden. Gemaakt bij den provisioneel schout en schepenen van Waspik op versoek ende in t bijwesen van den aangestelde voogt en toesiender over de onmondige weeskinderen vanden voornoemden van Pas. Soo ende in dier voegen als die in het sterfhuijs sijn bevonden als:

In de kantlijn: Uijtgemaakt

Eerstelijk een huijs, hoff, erve en ackerlant, gelegen alhier in Sgrevelduijn Groot Waspik. Belent ten zuijden Reijnier Costers en ten noorden Adriaan Boeser en d weduwe Jan de Bruijn d’een teijnde den anderen. Streckende uijt den oosten vande halve Vroukensvaartse grippel aff, westwaart in tot de erve van ……….(niets ingevuld) toe

Nog een acker zaeijlant mede gelegen alhier in Sgrevelduijn Groot Waspik, groot ontrent drie hont. Belent ten oosten de weduwe Lambert Zeijlmans en ten westen Willemijna Zeijlmans weduwe Fransois vanden Hout. Streckende uijt den zuijden vanden acker van de kinderen van Adriaan Boeser aff, noordwaart in tot de vaste gronden van Peeter Jochemse Berthouts toe.

Alsnog eenen weijdries mede gelegen alhier in Sgrevelduijn Groot Waspik op den westenkant van Vroukensvaart. Belent ten zuijden de weduwe Hendrik Vaartmans en ten noorden Jan Marcelisse Reckers de Jonge cum suis. Streckende uijt den oosten vande halve vaart aff, westwaart in tot den dries van Freijs Jans Reckers toe.

Alnog een moervelt mede gelegen alhier, gemeen en onverdeelt met de kinderen en erfgenamen van Huijbert Cuijl.

Alnog een weijdries, gelegen onder Sgrevelduijn Cappel inde Geer, groot ontrent vijff hont. Belent ten zuijden den overledens dries en ten noorden de erfgenamen van Arien Schouten tot Raamsdonk. Streckende uijt den westen van de goederen vande erfgenamen van Freijsken Ariens aff, oostwaart in tot de goederen van Mevrou de Raat toe.

Nog eenen dries mede gelegen als voren, groot ontrent vier hont. Belent ten zuijden de weduwe Peeter de Bont en ten noorden des overledens dries. Streckende als voren.

Alnog een buijtendel mede gelegen onder Sgrevelduijn Cappel, groot ontrent vier hont. Belent ten oosten Paulus Freijsse Bruijnenbaart ende ten westen Jan van Hamont. Streckende uijt den suijden vanden dijck aff, noordwaart in tot de Oude straat toe.

Alnog een binnendel mede gelegen onder Sgrevelduijn Cappel op den westenkant van Willem van Gents vaart, groot ontrent twee hont. Belent ten zuijden de weduwe Willem Potmakers en ten noorden Willem Millenaars. Streckende uijt den oosten van de halve vaart aff westwaart in tot …..(niets ingevuld) toe.

Alnog twee geerden aanwas, gelegen in Cleijn Waspik, gemeen dog bedeelt inde midde met Thomas de Bont cum suis, in een stuk van … (niets ingevuld) geerden. Belent ten westen van de heele (niets ingevuld) geerden de weduwe Geerit Zeijlmans en ten oosten …. (niets ingevuld). Streckende uijt den zuijden vanden Gantel af, noordwaart in tot den Scheijsloot toe.

Alnog drie mergen weijlant gelegen tot Meeuwen in t lant van Heusden. Belent ten oosten de erefgenamen van de weduwe vanden secretaris van Sprang en ten westen Peeter de Gast. Streckende uijt den noorden van de Banne vande Dussen aff, zuijtwaart op tot de erve van Arien de Bruijn toe.

Nog twee mergen vier hont weijlant mede gelegen tot Meeuwen. Belent ten oosten de diakonij van Meeuwen en ten westen Jan Philipsen Bogaart. Streckende uijtten noorden vande erve vanden selven Bogaart cum suis aff, zuijtwaart op tot de halve Weteringe toe.

Alnog een parceeltje moergront gelegen onder Sgrevelduijn Cappel op den westenkant van de Nieuwe vaart, gemeen en onbedeelt met Jan Eelen Nieuwenhuijsen en Nicolaas Rosenbrant.

Ten laatsten alnog een parceeltje moergront, gelegen onder Loon op Sant, gemeen met Jan Zoeters Metselaar tot Sprang.

Volgt den imboel

Voor eerst beddens met haar hooftpeuluwen, vijff deeckens met een baale deecken, ses hooftkussens.

            In de keuken

Een eijke kasr en daar in bevonden:

Elf manshemden, ses vrouwenhemden, agt paar slaaplakens en een oneffen, vijf trille en een gansenoogen tafellaken, een servet, seventien kussensloopen, een testamentje met een silvere haak, vijf gansenoogen doekjes en wervetwerk, twee kaskleetjes, drie en twintig kovelmutsen, een paar swarte sajette manskousen, vijff witte ribbekens vroue nestels, ses witte sakneusdoeken, een paar witte linnen gordijnen, twee linne geblomde tafelkleeden, een paar swarte sajette vrouwe hantschoenen, een paar witte vrouwe gaarne hantschoenen, een blauwe, een dobbelsteene en een baste vrouwe schortekleeden, twaalf kinderhemden, vijftien kinder ondermutsen, ses streentjes gespanne en gekookt garen, een swarte moff, een swarte mans hoet, een geele seeme broek sak.

Vier paar vrouwe voormoukens, een bondelken kindergoet, vier kinder borstrockjes, een bondelken lappen, een bruijn stoffe mantel, vier witte linnen luren, een witten spoelen, hant doek, een paar witte vrous voormouwtjes, een bruijne mansrok, 2 bonte neusdoekjes, een blau dobbelsteene kussensloop, eengeblomt neestel, vijf servetten, een wit en een dobbelsteen schortekleet, seventien covelmutsen, vier witte neusdoeken, een servetten neusdoek, tien kinder bovenmutsen, een paar paarse vrouwe zaijette hantschoenen, een swarte moff, een witten das, twee en twintig ellen ongeblijkt linnen laken, een koperen vijsel, een korfke, een sersie schort, een sersie du boise schort, een estamine schort, een stoffe schort, nog negen en een half elle geblijkte linnen, nog ses ellen beblijkt linne, nog 9 ellen geblijkt linnen, nog schaars vier ellen geblijkt linnen, een swarte lakense mans rock, een bruijne lakense mansrock, een swart lakense camisool, een swarte lakense broek, een geel creppe manteltje, een swarte creppe japon en schort, een swarte floerse kap, een swart zeije gebloemde voorschoot, een swart regenkleet, een waeijer,

Een swarte zeije kap, een hoet met een hoedekas, een stoffe manteltje witt gekouleurt.

            Gemunt gout en silver

Een engelse gienje 11:11: 0
Een goude dukaat 5: 5: 0
Agt en twintigen een guldens en daalder 36: 2: 0
Sestehalvens 28: 1: 0
Nog aan paijement  2: 1: 8
  83: 0: 8

Welke penningen sijn berustende onder Jan Meertens Dolk.

Ongemunt gout en silver

Drie gouden ringen, twee hoepen en een gepikeert, een paar goude bellen met goude haken, een bloetcorale ketting met een goude slot, een paar goude clocjes, een paar goude stucken, agt en twintig silvere hemtroks cnoopen, twee paar silvere gespen, een paar vrouwe silvere gespjes, een tas met silvere beugel en een haak, een silvere haak met vier silvere kettingen, twee silvere kokers, een silvere scheer, een silvere schelp.

Dit ongemunt gout en silver is mede berustende onder Jan Meertens Dolk voornoemt.

            Tinwerk t geen inde kast is geset

Ses tinne schotels, twee tinne borden, een dosijn tinne lepels, een tine trekpot, een tinne kommeke, een tinne soutvat in thebos.

            Verderen huijsraat inde keuken

Een spiegel met een koperen houvast, twee witte linnen glas gordijnen, twee geblomde bedtgordijnen met het rabat, een koperen bedtpan met een ijsere steel, een kinder hulbenneken, een lantaarn, een viertang, een hangijser, een houte lepelbort, een kannebort met kopere haken, een the rakje, een schotelrak, een schilderijtje, een kapstok, een stelsel op de kast, sesten geleije soo schulp als andere schotels, negen gelije kopjes en drie schoteltjes, ses kannekens, een mostert pot, een kantoor tafel, een agtkante tafel, dartien stoelen soo groot als cleijn in t heele huijs, twee wolle slaapmutsen, een geblomt schaukleet.

            In de voorkamer

Twee blecke lampen, twee ijsere vouthengels, twee aalspitten, een haal, een hangijser en coekpan, een blaaspijp, een as-schup, een vier ijser, een houte balans met twee houte schalen, een linde geblomt schoukleet, twee schilderijen, een witte kinderdeecken, een kakstoel, een turfton, een wieg, een naijmant, een poppe kasje, een kapstok, een sersie stiklijf, een mans hoet, twee linde geblomde gardijnen met het rabat, een strijk-ijser, een kleerborstel, drie schotels en twee geblomde borden gelije werk.

            Op de kelderkamer

Een wastob en wasstoel, een lampligter, een kopere kan, een droog korff, een baktrog, een zoutkist, twee blomseven, een toemst, twee hengelkorfjes, een botertonneken, een brootbak, een paar mansschoenen, een huijsverken, twee meelsacken, twee aarde kannen, een ijseren voetwis.

            In de gang en geut

Een kloetstok, een houten asbak, twee steene stoopen, drie kopere ketels, twee melktonnen met een deksel, een karn met sijn toebehoorten, twee wateremmers, een sigt en sigthaak, een seijsie mey sijn toebehoren, eenstickscheer, een haargetou en hamer, een vrouwe voetstoof, twee ijsere potten met twee deksels, verscheijde aardewerk soo van potten pannen als testen, een houten deurslag, een houten melktemst, een schotelrek, drie theeschoteltjes, elff borden, een ravenshooft.

            In de kelder

Twee melktonnen, een boterteijl met een boterlepel, vier potten met een tonneken vol boter, nog een tonneken half vol boter, een pot met vet, een roomtob, een kopere schuijmspaan met een ijsere steel, eeen gelije geblomt bordeken, een aarde kan, een aarde olijstoop.

            Op den solder

Twee spinnewielen met haar toebehoorten, een groote strooije korf, een greel, een bakje met raapsaat, drie aarde kannen, een houte balans met ijser beslag, een water-emmer met karmel saat, twee houte met een touwe koeijbeugel, drie boenders, twee haanclippels, een hanttoom, een koeijbak met ontrent twee vaat sloorsaat, een paar leersen, eenige grau en witte erten, een snepnet, agt ijsere ringen aan stalgangen, twee ijsere duijmen en vier hengen, een dubbel geschulpte deel, een korenvat, nog eenige rommelerij van hout en ijserwerk met nog een cleijn sakje, een jok, een ijsere rijff.

            In het agterhuijs

Vier hoijvurken, een spaij, een both, een greel met strengen en toom, een wastobbeken, twee enkelde swingers, een mentoom, twee rijven, een dorsvleugel, een schuddegaffel, twee rieken, een mishaak, een aartbeugel, een ijsere ratbant, een plukhaak, een ploeg, een eegt, een aartkar, een wagen met sijn toebehoorten, en karsaal en ligt, twee gebinden hooij, rog en haver ongedorssen.

Nog op de schoring wat hoij en toemaat,

nog een schelft hooij agter het huijs, een hoopje mutsert en boonstaken, een partij vlas met de bollen, een vleeston met het deksel en vleesboom, een groote kruijwagen, twee wannen, een slegh, een tonneken, een partij torff inden hoek,

nog een gedeelte torf op de moer onder Cappel,

nog een partij boekweijt staande in den hoek op t velt,

nog de helft vanden toemaat staande op de halve del tot Cappel, gemeen met Arien van Pas.

            Haaffelijke goederen

Voor eerst een verken, een kuijskalff, twee melkkoeijen, nog twee melkbveersen, nog een kalf dragende veers, nog twee hockeling ossen, nog twee hockelijng veersen, twee melk kalver en een os, nog een swart gekolde aftantse merrij, nog een vierjarigen swarten ruijn, nog een gekolt veule, out op sijn tweede jaar.

Aldus dese inventarisatie geregtelijk gedaan en opgeteckent en ten overstaan van Cornelis Buijs, provisioneel schout, Peeter Boeser en Thomas (de) Compeer, schepenen in Waspik, desen 9en september 1729.

In kennisse van mij J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 55v

In de kantlijn: Erfhuijsceel

Op huijden den 13e september 1729 soo willen Jan Meertens Dolk als voogt ende Adriaen de Rooij als toesiender vande onmondigen weeskinderen van zaliger Arien Anthonisse van Pas ende Janneken Conincx publiecq ende voor alle man met consent ende ten overstaen van schout ende schepenen alhier bij forme van erfhuijs verkoopen de meubilaire goederen bij den voornoemden Arien van Pas en sijne huijsvrou metter doot ontruijmt ende naergelaten invoegen en manieren als die te berde sulllen worden gebragt op de conditien als volgt:

Eertselijk wie eenig gelt biet sal gehouden sijn te blijven bij zijn gebot op de boete van 100 goude realen te verbeuren, goet van goude en swaar van gewigte te gaan naar puijen regt.

Den officier hout den eerste, 2e en 3e roep aan zijn selven wil niemand bevatten off ook niet bevat of agterhaalt sijn.

De voornoemde voogden houden aan haar voor de weesen ses lossen mits dat den mijnder zal trecken voor ider los 2 stuijvers.

De coopers of mijnders sullen gehouden wesen hare beloofde cooppenningen gereeet en contant te betalen al eer sij hare goederen van het erf sullen mogen vervoeren en sullen de coopers der goederen betalen aan den officier voor zijn slag off pontgelt vande meubilaire en andere goederen van ideren gulden eenen stuijver agt penningen en van de haaff een stuijver.

Een schotel reck bij Engel Recker 0:10: 0

(met de verdere meubile en haaf &a wordt gerefereert tot de originele conditie van vercoopinge)

De geheel erfhuijsceel bedraagt volgens uijtreeckeninge ter somme van agt hondert vijfftig guldens agtien stuijvers agt penningen en de holster en tougelden vier gulden 16 stuijvers. ƒ 850:18: 8  
Hier afgetrocken vande haaff en van het veltgewas t geen monteert 607: 2:–
Soo dat de meubilaire goederen blijven 243:16: 8
Comt den xle penning 6: 2: 0

Aldus dese verkoopinge geregtelijk gedaan en gepasseert ten overstaan van Cornelis Buijs, provisioneel schout, Huijbert Schep en Denis de Haan, schepenen in Waspik, desen 14e en 15e september 1729.

Dit is t hantmerk bij Huijbert Schep gestelt.

Dit is t hantmerk bij Denis de Haan gestelt.

Fol. 56r

Testament: Cornelis vander Eijke en Maria Lijten sijne huijsvrou

In de kantlijn: Uitgemaakt op segel van 3 gulden

Op huijden den 10e november 1729 compareerde voor ons provisioneel schout en schepenen van Groot Waspik ondergenoemt … samen Cornelis vander Eijke ende Maria Leijten egte luijden woonende alhier. Sijnde den eerste comparant siekelijk naar den lichame te bedde leggende, dog de tweede comparante gesont naar den lichame gaande en staande en beijde haar verstant, redenen en memorie wel matig sijnde en gebruijkende soo uijtterlijk scheen en bleek. Te kennen gevende sij comparanten dat sij genegen waren te disponeren van hare tijdelijke goederen haar bij godt almagtig op dese werelt verleent. Dog alvorens verclaarden sij testateuren te revoceren, casseren, doot ende te niet te doen alle voorgaande testamenten off ander makinge soo testamentair als codicillair bij haar te samen off ider in het bijsonder voor dato deses gemaakt ofte gepasseert, niet willende dat deselve off eenige van dien eenig het minste effect sorteren off stantgrijpen sullen als houdende deselve off die noijt gepasseert en waren geweest. En over sulcx van nieus disponerende verclaarde sij testateuren malkanderen reciproce en sulcx over en weder den eerst stervende den langstlevende van hen beijde te nomineren en te institueren tot sijnen of haren eenigen geheelen en universelen erfgenaam. En dat in alle de goederen, soo roerende als onroerende, actien en credieten, t sij hoe die genaamt ofte waar die gelegen soude mogen sijn, omme daarmede bij den langstlevende gedaan en gehandelt te worden als met haar vrij eijgen goet. Ende dienvolgende met vollen regt van institutie sonder gehouden te sijn aan imant te leveren eenigen staat of inventaris van haren boedel den eerst stervende den langstlevende daar van bevrijdende. Mits desen onder dese expresse conditie nogtans dat de langstlevende van hen testateuren gehouden en verpligt sal sijn haar kint of kinderen die sij nog bij den anderen sullen komen te verwecken ende naar te laten op te voeden ende te alimenteren soo in eten als drincken, cleeden en reeden, van linnen en wollen, soo wel siek als gesont, egeene tijt van perikel uijtgesondert, deselve te laten leeren, lesen en schrijven, stoppen en naaijen en daar en boven een ambagt off ander exercitie te laten leeren waar toe deselve na den staat des boedels best bequaam sal off sullen bevonden worden, tot dat deselve sal off sullen gekomen sijn tot haren mondigen dage, huwelijken off anderen geapprobeerden state toe. Als wanneer den langstlevende blijft gehouden en verpligt sal sijn aan deselve uijt te reijken ende te voldoen eene somme van vijftien guldens eens gelt sonder meer. En dit in volle voldoeninge van hare vaderlijke off moederlijke goederen deselve daar innne instituerende bij desen. Dog off het quaam te gebeuren dat de testateuren geene kinderen bij malkanderen quamen te procreeren ofte naar te laten ende de testatrice eerst aflijvig quame te worden soo is de expressen wil vande testateuren dat de erfgoederen gekomen van de testatrice naer de doot van de testateur sullen gaan erven en besterven aande seijde vande testatrice daar die vandaan gekomen sullen sijn. Wijders verclaarde sij testateuren te stellen tot voogt over hare naar te laten kinderen en erfgenamen den langstlevende van hun testateuren. En dit alles met uijtsluijtinge van schout en geregten van Groot Waspik, mitsgaders alle andere weesheeren daar haerlieden sterffhuijs sal mogen komen te vallen, niet willende dat deselve behoudens haar respect en eerwaardigheijt haar met haren naer te laten boedel sullen bemoeijen maar deselve daar voor bedanckende mits desen. Allen hetgeene voors staat, de testateuren van woorde te woorde voorgelesen sijnde, verclaarde sij testateuren deselve daar inne begrepen te sijn, haar testament, lesten en volkomen uijttersten wille, willende en begerende dat het selve sijn volkomen effect sorteren en stantgrijpen sal het sij als testament, codicille, gifte uijt sake des doots off onder den levende soo als het selve best naar regten sal konnen ofte mogen bestaan. Alwaar het schoon dat alle solemniteijten naar regten gerequireert hier inne niet en waren geobserveert. Versoekende het uijtterste benefitie en dat hier van gemaakt en gelevert mag worden instrument in communi forma. Aldus gedaan en gepasseert voor het siekbedde van den testateur ten overstaan van Cornelis Buijs, provisioneel schout, Huijbert Schep en Bastiaan Fransen Boeser, schepenen in Waspik. Ten dage, maande, jare voors. ’s Namiddags de clocke drie uren.

Dit is t hantmerk van Huijbert Schep gestelt.

In kennisse van mij J. Zeijlmans, secretaris.

Fol.57r

Scheijdinge en erffdeelinge die bij desen doende en aan schout en geregten van Groot Waspik overgevende sijn Peeter Mattijsse Camp, Jan Peeterse de Jong als in huwelijk hebbende Marijken Mattijsse Camp, Jacob en Jan vander Cae en Arien de Zeeuw als in huwelijk hebbende Elisabet vander Cae en sulcx kinderen en erfgenamen van Hendrixke Mattijsse Camp weduwe van Jan Jacobs vander Cae, Adriaan Hoevenaar sone van Jan Hoevenaar en Cornelia Mattijsse Camp, Jan Adriaan Scheerders als in huwelijk hebbende

Anna Mattijsse Camp en sulcx tesamen testamentaire erffgenamen van Willemijntje Mattijsse Camp ingevolge den testamente voor wethouderen alhier gepasseert. Ende dat voor soodanige goederen als haer bij overlijden vande selve Willemijntje Camp sijn aanbestorven als volgt:

In de kantlijn: Uijtgemaakt

Eerstelijk soo is Peeter Mattijsse Camp geloot, gecavelt ende beërfdeelt op twee geerden hooij en weijlant, gelegen in Cleijn Waspik, in een stuck van ses geerden, gemeen en onverdeelt met Jan Peeterse de Jong en de kinderen van Hendricxke Mattijsse Camp. Gelant ten oosten vande heele ses geerden Frans Camp en ten westen de weduwe Peeter Melsen Zeijlmans cum suis. Streckende uijt den suijden van Groot Waspik of de halve Oude straat aff, noordwaart in tot het halff Schips diep toe.

Ten tweede soo is Jan Peeterse de Jong als in huwelijk hebbende Marijken Mattijsse Camp bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt op twee geerden hooij en weijlant, gelegen in Cleijn Waspik, in een stuck van ses geerden, gemeen met Peeter Mattijsse Camp. Gelant ten oosten vande heele ses geerden Frans Camp en ten westen de weduwe Peeter Melsen Zeijlmans cum suis. Streckende uijt den suijden vande Oude straat af, noordwaart in tot het half Schips diep toe.

Ten derde soo sijn Jacob en Jan vander Cae en Arien de Zeeuw als in huwelijk hebbende Elisabet vander Cae geloot, gecavelt ende beërfdeelt op op twee geerden hooij en weijlant, gelegen in Cleijn Waspik, in een stuck van ses geerden, gemeen en onverdeelt met Peeter Mattijsse Camp en Jan Peeterse de Jong en belent en streckende als voren.

Ten vierde soo is Adriaen Jansen Hoevenaar geloot, gecavelt ende beërfdeelt op een buijtendelle, gelegen alhier in Sgrevelduijn Groot Waspik tusschen erffenisse van Cornelis Swartten oosten en ten westen Huijbert Aartse van Hassel. Streckende uijt den zuijden vande halve Her straat af, noordwaart in tot de ½ Oude straat off Cleijn Waspik toe.

Ten vijfde en ten laatste soo is Jan Adriaan Scheerders in qualiteijt voornoemt geloot, gecavelt ende beërfdeelt op drie vierdeparten in een bijsterke, gelegen alhier of soo veel hem met regt daar in soude mogen compiteren. Gelant ten oosten van het heele parceel Laureijs van Dongen cum suis en ten westen Anthonij Mattijsse Conincx. Streckende uijt den noorden vande halve Her straat af, zuijtwaart in tot de kinderen van Teunis Dolk toe.

En is conditie dat een ider sijne voornoemde loten sal aanvaarden met dato deses en dat met alle sijne wegen, stegen, dijken, dammen, straten, waterloopen, schouwen, leijen, caden, verlaten en ander naburen regten, baten, schaden en geregtigheden met regt daar toe en aan behoorende. Ende sullen de voornoemde loten vrijen en waren van alle dorps en andere lasten en omslagen tot den lesten december 1729 incluis.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijt Hollant ende verclaarde den een tot lasten van den anderen sijn bevallen lot niets meer te pretenderen te hebben en den een tot behoeve van den ander daar van te renuntieren bij desen. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Cornelis Buijs, provisioneel schout, Peeter Boeser en Thomas Compeer, schepenen in Waspik, den 20e december 1729.

In kennisse van mij J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 58r

Scheijdinge en erffdeelinge die bij desen doende en aan schout en geregten van Groot Waspik overgegeven sijn Jacob vander Cae, Jan vander Cae ende Arien de Zeeuw als in huwelijk hebbende Elisabet vander Cae. Ende sulcx tesamen kinderen ende erfgenamen van zaliger Jan Jacobs vander Cae ende Hendrixke Mattijsse Camp. Ende dat van soodanige goederen als sij door overlijden van hare moeder Willemijntje Mattijsse Camp tesamen gemijn en onverdeelt sijn hebbende. Soo en in manieren als volgt:

In de kantlijn: Uijtgemaakt

Eerstelijk soo is Jacob vander Cae geloot, gecavelt ende beërfdeelt op drie geerden hooij en weijlant, gelegen inden polder alhier, in een stuk van ses geerden, gemeen en onverdeelt met Adriaan Bommelaar cum suis. Belent ten oosten vande heele ses geerden Frans Camp cum suis en ten westen Arnoldus van Son. Streckende uijt den zuijden vande Cae sloot aff, noordwaart in tot den halven Schaij sloot toe.

Ten tweeden soo is Jan vander Cae geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op een geert hooij en weijlant, gelegen inden polder, in een stuk van ses geerden, gemeen en onverdeelt met Jacob vander Cae en Adriaan Bommelaar cum suis. Belent ten oosten vande heele ses geerden Frans Camp cum suis en tenm westen Arnoldus van Son. Streckende uijt den zuijden van den Cae sloot af, noordwaart in tot den halven Schaij sloot toe.

Nog op twee en een vierde geert hooij en weijlant, gelegen inden polder alhier, in een stuk van negen geerden, bedeelt inde oostense helft met Arien de Zeeuw. Belent ten oosten vande heele negen geerden Johan Lips cum suis en ten westen den Armen alhier. Streckende uijt den zuijden van den Cae sloot af, noordwaart in tot den halven Schaij sloot toe.

Ten derden en laatsten soo is Arien de Zeeuw als in huwelijk hebbende Elisabet vander Cae geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op twee geerden en een vierde part van een geert hooij en weijlant, gelegen inden polder alhier, in een stuk van negen geerden, bedeelt inde oostense helft met Jan vander Cae. Belent ten oosten vande heele negen geerden Johan Lips cum suis en ten westen de quaij negen geerden vande Armen alhier. Streckende uijt den zuijden van den Cae sloot af, noordwaart in tot den halven Schaij sloot toe.

En ten laatsten nog op twee geerden hooij en weijlant, gelegen in Cleijn Waspik, in een stuk van ses geerden, gemeen en onverdeelt met Peeter Mattijsse Camp en Jan Peeterse de Jongh. Belent ten oosten vande heele ses geerden Frans Camp en ten westen de weduwe Peeter Melsen Zeijlmans cum suis. Streckende uijt den suijden vanden Oude straat off Groot Waspik af, noordwaart in tot het halff Schips diep toe.

Wijders is conditie dat sij comparanten malkanderen moeten helpen dragen en betalen alle lasten, verpondingen en omslagen voor soo verre die omslagen sullen sijn tot den lesten decembris 1729 incluijs sonder langer met dato deses. En sal ider sijn bevallen loten aanvaarden met dato deses en dat met alle sijne wegen, stegen, dijken, dammen, straten, waterloopen, schouwen, leijen, kaden, verlaten en ander naburen regten, baten, lasten, schaden en geregtigheden met regt daar toe en aan behoorende als mede met de klasten, renten, chijnsen en verpondingen tot ider parceel behoorende.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijt Hollant ende verclaarde den een tot lasten van den anderen sijn bevallen lot niets meer te pretenderen te hebben ofte eenig het minste regt op deselve te reserveren maat den een tot behoeve van den ander daar van te renuntieren en afstant te doen bij desen. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Cornelis Buijs, provisioneel schout, Peeter Boeser en Thomas Compeer, schepenen in Waspik, den 20e december 1729.

In kennisse van mij J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 59r

Scheijdinge ende erffdeelinge die bij desen doende en aan schout en geregten van Groot Waspik overgevende sijn Jan Lijten, Dirk Lijten, Adriaan Lijten ende Huijbert Nouwens als in huwelijk hebbende Johanna Lijten. Alle kinderen ende erfgenamen van zaliger Jan Dirken Lijten ende Jenneken Adriaanse de Jong. Ende dat van soodanige onroerende en vaste goederen als sij door overlijden van hare moeder als gebleven boedelhoudster sijn aanbestorven. Soo en in manieren als volgt:

In de kantlijn: Uijtgemaakt

Eerstelijk soo is Johan Jans Lijten geloot, gecavelt ende beërfdeelt op de geregte helft van een huijs, hoff, erve en delle, gelegen alhier in Twaalftalve Hoeve Groot Waspik tusschen erffenisse van Damus Schoenmakers cum suis oost en d weduwe Thomas Molenschot west. Streckende uijt den zuijden van de halve Her straat en het huijske van Claas Hoevenaar aff, noortwaart in tot de Cae toe. En dit alles met den last van inwooninge ingevolge het testament tusschen Adriaan de Jong en Cornelia Otgens gepasseert waartoe wort gerefereert. En moet uijtreijken aan Adriaan en Dirk Lijten op de 1e meij aanstaande de somme van 200 guldens.

In de kantlijn: Compareerde ter secretarij van Waspik Dirk Lijtenen Adriaan Lijten en bekenne van Jan Janse Lijten vande nevenstaande uijtreijking ter somme van twee hondert guldens metten intrest van dien voldaan en betaalt te sijn. Actum Waspik den 24e meij 1731. Quod attestor, J.Zeijlmans, secretaris.

Ten tweeden soo is Dirk Janse Lijten geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op een binnendelle, gelegen inden polder alhier, groot ontrent vier hont of soo groot en cleijn de selve gelegen is tusschen erffenisse van Huijbert de Ruijter oost en Adriaan Antonisse Coninx west. Streckende uijt den zuijden vande halve ’s Heere straate af, noordwaart in tot de Cae toe.

Ten derden soo is Adriaan Janse Lijten geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op een vijfde part in de Vosholen van Baaske, gelegen alhier, bedeelt tusschen erffenisse van Dirk Dolk met 2/5 part ten oosten en Aart de Schoenmaker met 2/5 parten in het westen. Streckende uijt den noorden vande erfe vande weduwe Anthonij Coninx aff zuijtwaart in tot de buijtevelden toe.

Nog op het geregte een vijfde part van den bijster van Baaskens, gemeen met Dirk Dolk, Aart de Schoenmaker en d’weduwe Adriaan van Tichel. Belent ten oosten vande heelen bijster de heer Louwen cum suis en ten westen de erfgenamen Jan Mattijsse Otgens. Streckende uijt den noorden van het Oude vaartje af, zuijtwaart in tot de ackers toe, soo als het bij de comparanten haar ouders altijt is gebruijkt.

Ten vierden en laatsten soo is Huijbert Nouwens als in huwelijk hebbende Johanna Janse Lijten geloot, gecavelt ende beërfdeelt op een huijs, hoff en erve, staande en gelegen alhiier in Twaalftalve Hoeve Groot Waspik tusschen erffenisse van d weduwe Thomas Molenschot oost en Eijmbert van den Hout en Dirk Dolk d’een teijnde den anderen west. Streckende uijt den noorden vanden halven sloot tusschen de del en den hof aff, zuijtwaart in tot de halve Her straat toe. En moet uijtreijken op den 1e meij aanstaande aan Dirk Lijten de somme van 150 guldens en aan Adriaan Lijten de somme van 250 guldens.

In de kantlijn: Compareerde ter secretarij van Waspik Adriaan Lijten en bekenne door Huijbert Nouwens vande nevenstaande uijtreijking ter somme van twee hondert vijftig guldens cum intresse voldaan te sijn. In teijken der waarheijt is dese bij hem onderteijkent desen 20e jannuarij 1737.

In de kantlijn: Compareerde ter secretarij van Waspik Dirk Lijten en bekenne door Huijbert Nouwens vande nevenstaande uijtreijking ter somme van hondert vijfftig guldens cum intresse voldaan te sijn. In teijken der waarheijt is dese bij hem onderteijkent desen 5e februarij 1737.

Wijders is conditie dat sij comparanten malkanderen moeten helpen dragen en betalen alle lasten, verpondingen en omslagen voor soo verre die omslagen sullen sijn tot den lesten decembris 1729 incluijs sonder lange. En sal ider sijn bevallen loten aanvaarden met dato deses en dat met alle sijne wegen, stegen, dijcken, dammen, straten, waterloopen, schouwen, leijen, caden en andere naburen regten, baten, lasten, schaden en geregtigheden met regt daar toe en aan behoorende als ook de lasten, verpondingen en renten op ider parceel staande. En sullen Johan Lijte en Huijbert Nouwens soo sij haare uijtrreijkinge als voors niet voldoen het eerste jaar van intresse moeten betalen drie pr cento en soo sij deselve nog langer moeten onderhouden sullen daar voorts inrtest betalen 4 guldens pr cente jaarlijx.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijt Hollant ende verclaarde den een tot lasten van den anderen sijn bevallen lot niets meer te pretenderen te hebben ofte eenig het minste regt op deselve te reserveren maar den een tot behoeve van den ander daar van te renuntieren en afstant te doen bij desen. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Cornelis Buijs, provisioneel schout, Huijbert Schep en Bastiaan Fransen Boeser, schepenen in Waspik, den 9e februarij 1730.

In kennisse van mij J. Zeijlmans, secretaris

Dit is t hantmerk bij Huijbert Schep gestelt.

Fol. 60r

Inventaris gedaan maken en aanden provisioneel schout en schepenen van Groot Waspick overgegeven bij Jan Janse Smits weduwenaar van Maria Paans. Ende dat van soodanige goederen ende effecten als hij mette voornoemde sijne huijsvrou te samen heeft gepossideert ende beseten. Soo en in manieren als volgt:

Eerstelijk een huijske, hoff en erve, staande en gelegen alhier op den westenkant van Vroukensvaart tusschen erffenisse van d’erfgenamen Jan de Leeu ten zuijden en ten noorden de Steeg. Streckende uijt den oosten vande halve Vroukensvaartse grippel aff, westwaart in tot de erve van ….. (niets ingevuld) toe.

Een duijlen bet met sijn toebehooren. Drie rocken van de vrou, drie mantels, tien slaapkovels, ses neusdoeken, vier voorschooten, drie paar slaaplaackens, drie tafeldoeken, een paar goude clocken, een goude ring, vier hemden, twaalff lepels, eenen tinnen pispot, een rek met ses keulse schotelen, een kasken, een vierpan, een schuijmspaan, een spiegel, ses stoelen, een trogh, een haal met een tang, een strijkijser, een wieg, een kakstoel, twee ijsere potten, een tafellaken, 14 stuk beesten vellen in de cuijpen, een deel schoenmakersgereedschap van elsens, tros leesten &a.

Aldus gedaan en geinventariseert volgens het opgeven vanden voornoemden Jan Janse Smits. Verclarende voor het tegenwoordige geene verdere goederen off effecten te weten en soo hem nog eenige mogte te binnen komen die vergeten mogten sijn hout hij aan hem om den selven ten allen tijden te mogen vermeerderen. Ende alsoo den naaste bloetvoogt van sijne kinderen met sijne schip naar Amsterdam is gevaren soo presenteerde den voornoemde Smits soo ras den selven is t huijs gekomen hem de kinderen met de helft vande boedel te laten volgen of andersints deselve bij acte van vertigtinge aan te nemen soo ende in form als alhier gebruijkelijk is. Ende neemt ook aan den voornoemden inventaris des versogt wordende met eede te sullen verstercken. Aldus gedaan ende gepasseert ten overstaan Cornelis Buijs, provisioneel schout, Thomas Compeer en Jan Jochems Zeijlmans, schepenen in Waspik, desen 4e maart 1730.

In kennisse van mij J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 61r

            Acte van aanneming

Op huijden den 11 maart 1730 compareerde voor ons schout en schepenen van Groot Waspick ondergenoemt Jan Adriaanse Smits weduwenaar van Maria Paans ter eenre en Cornelis Paans als aangestelde voogt ende Huijbert Otterdijk als toesiende voogt van de voornoemde weeskinderen van den voornoemden Jan Adriaanse Smits bij hem in huwelijk verweckt aande voornoemde Maria Paans met name Adriaan Smits out (niets ingevuld) jaren en Jan Smits ontrent (niets ingevuld) jaren ter andere seijde.

Ende sijn de voornoemde comparanten in hare voornoemde qualiteijt ( met consent en ten overstaan vanden provisioneel schout en schepenen alhier) na alles wel overwogen en den staat en inventaris des boedels ingesien te hebben met den anderen veraccordeert en verdragen in voegen en manieren als volgt: Te weten dat de voors eerste comparant in vollen eijgendom sal hebben en blijven behouden alle de vaste en andere goederen, roerende als onroerende, de looijkuijpen ende imboel, gelt, gout, silver, gemunt en ongemunt, actien en crediten soo active als passive niets ter werelt uijtgesondert, die hij met de voornoemde sijnen overledene huijsvrou in gemeijnschap en eijgendom heeft beseten gehat ende nog besittende is. Omme met alle deselve bij de eerste comparante te mogen worden gedaan en gehandelt als imant met haar (?) vrij eijgen goet vermag te doen. Sonder bekroon van imant. Onder dese conditie nogtans dat den 1e comparant gehouden en verbonden blijft het voornoemde kint (?) op te voeden en te alimeteren in kost en drank, cleedinge en reedinge, soo wel sieck als gesont egeenen tijt van perijkel uijtgesondert deselven te laten leeren, lesen en schrijven en een goet hantwerk off ander exercitie te laten leeren waar toe deselve naar den staat des boedels best bequaem sullen bevonden worden en dat tot haren mondigen dage, huwelijken off anderen geapprobeerden state toe. Als wanneer hij 1e comparant daer en boven sal gehouden sijn aan de voornoemde sijne kinderen uijt te reijken aan ider twee guldens tien stuijvers eens gelt sonder meer en sal hij comparant de cleederen van de kinderen haar moeder voor de kinderen moeten houden mits dat hij mag te bruijken om daar van cleedren voor de kinderen te laten maken en dit alles in volle voldoeninge van hare moederlijke goederen.

Tot naarkominge en prestatie van alle het geene voors staat verclaren sij comparanten te verbinden hare persoonen en goederen, roerende en onroerende, hebbende en verkrijgende, egeene van dien uijtgesondert. Stellende deselve ten bedwang als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaen van Cornelis Buijs, provisioneel schout, Thomas Compeer en Jan Jochemse Zeijlmans, schepenen in Waspik, desen datum ut supra.

In kennisse van mij J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 61v

Scheijdinge ende erffdeijlinge die bij desen doende en aan schout en schepenen van Groot Waspik overgevende sijn Bastiaan Fransen Boeser, Thomas Schep als in huwelijk hebbende Leijntje Fransen Boeser ende Fransus Artel als in huwelijk hebbende Eijltje Fransen Boeser. Alle kinderen en testamentaire erfgenamen van Frans Bastiaan Boeser en Janneken Melsen van Driel, ingevolge den testamenten bij haar voor Adriaan Hoevenaar notaris en sekere getuijgen tot Raamsdonk gepasseert op den lesten september 1709. Ende dat van soodanige goederen als bij den voornoemde testamente waren gemaakt aan Adriaantje Fransen Boeser soo en inde manieren als volgt:

In de kantlijn: Uijtgemaakt

Eerstelijk soo is Bastiaan Fransen Boeser ende Fransus Artel te samen ende sulx ider voor de helft geloot, gecavelt ende beërfdeelt op drie geerden hooij en weijlant, gelegen in Cleijn Waspik, in een stuck van ses geerden, waarvan de wederhelft compiteert d weduwe Johannis Boeser. Belent ten oosten vande heele ses geerden d weduwe vande heer Adriaan Bollekens cum suis en ten westen Anthonij Snijders cum suis. Streckende uijt den zuijden van Groot Waspik aff, noordwaart in tot het half Schips diep toe.

Nog op een geert hooij en weijlant mede gelegen in Cleijn Waspik, in een stuk van ses geerden, bedeelt met twee geerden op den westen kant in t voornoemde parceel. Belent ten oosten vande heele ses geerden d weduwe vande heer Adriaan Bollekens cum suis en ten westen de weduwe van Geerit Zeijlmans, in sijn leven schout alhier. Streckende uijt den zuijden van het half Schips diep aff, noordwaart in tot het Clijn Eelant toe.

Ende ten laatste soo sijn deselve nog bedeelt op een ackerke zaijlant, gelegen boven in Sgrevelduijn Waspik, groot ontrent een en een half hont off soo groot en cleijn t selve gelegen is tusschen erffenisse van den Geer of ’t Walleken oost, west de weduwe Jan Teunis Zeijlmans. Zuijden de erfgenamen Adriaan van Gijsel en ten noorden Hendrik Bacx.

Hier tegens soo is Thomas Schep als in huwelijk hebbende Leijntje Boeser geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op een ackerke zaijlant, gelegen alhier in Sgrevelduijn Groot Waspik tusschen erffenisse van Geerit Dolk cum suis west en ten oosten Huijbert de Ruijter. Streckende uijt den zuijden vande erve Jan Willemse Cloot aff, noordwaart in tot de ackers van Seger Swalp en (en) Anthonij Coninx toe. Sijnde groot ontrent een en een half hont.

Eijndelijk en ten laatste nogh op een binnendel, gelegen inden polder alhier, groot ontrent vier hont off soo groot en clijn deselve gelegen is tusschen erffenisse van Anthonij Coninx oost en ten westen Adriaan Vermijs. Streckende uijt den zuijden vande halve Her straat aff, noordwaart in tot de Cae toe.

Wijders is conditie dat sij comparanten malkanderen moeten helpen dragen en betalen alle lasten, verpondingen en omslagen voor soo verre die omslagen sullen sijn tot den lesten decembris 1729 incluijs. Ende sal ider sijne bevallen loten aanvaarden met dato deses en dat met alle sijne wegen, stegen, dijken, dammen, straten, waterloopen, schouwen, leijen, caden en ander naburen regten, baten, schaden, lasten ende geregtigheden met regt tot ider parceel behoorende.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijt Hollant en verclaarde den eenen tot lasten vanden anderen sijn bevallen lot niet meer te pretenderen te hebben ofte eenig het minste regt op deselve te reserveren maar den eenen tot behoeve van den ander daar van te renuntieren bij desen. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Cornelis Buijs, provisioneel schout, Huijbert Schep en Denis de Haan, schepenen in Waspik, den 21e maart 1730.

In kennisse van mij J. Zeijlmans, secretaris

Dit is t hantmerk bij Huijbert Schep gestelt.

Dit is t hantmerk bij Denis de Haan gestelt.

Fol. 62v

            Contract: Barent van Waspik en de erfgenamen van sijn Vrou

In de kantlijn: Uitgemaakt

Op huijden den 6e april 1730 compareerde voor ons provisioneel schout en schepenen van Groot Waspick ondergenoemt Barent van Waspik weduwenaar van Maria van Dijk (anders gesegt Maria van St Meertensdijk) eertijts weduwe van Arien Nobel ter eenre en Jan Peeters van St. Meertensdijk als vader en voogt van sijne minderjarige kinderen met name Anna en Hermanus van St. Meertensdijk, alsmede Wouter en Maarten Janse van St Meertensdijk soo voor haar selve ende nog haar gesamentlijk en ider in het bijsonder nog sterkmakende voor Peeter Janse, Cornelis Janse en Barent Janse van St Meertensdijck. En sulcx alle heele en halve susters en broeders vande voornoemde Maria van St Meerstensdijck. En sulcx als ab intestato erfgenamen van het kint van Barent van Waspik en hun suster Maria van St Meertensdijk ter andere sijde. Te hkenne gevende sij comparanten dat sij omme alle questien en geschillen die tusschen haar over den testamente vande eerste comparante en sijne huijsvrou zaliger gemaakt en gepasseert voor den notaris Johan van Dijk en seekere getuijgen tot Sprang in dato den (niets ingevuld) voor te komen ende te verhoeden waren overeen gekomen en veraccordeert soo ende in manieren als volgt: namentlijk dat de 1e comparant Barent van Waspik in vollen en vrijen eijgendom sal hebben en blijven behouden alle de goederen, soo roerende als onroerende, gelt, gout, silver, gemunt als ongemunt, obligatien, den winkel en al wat tot het selve dependeert, actien en crediten, soo wel active als passive, niets ter werelt uijtgesondert omme daar mede bij den selve gedaan en gehandelt te worden als met sijn vrij en eijgen goet sonder contradictie van imant. Onder conditie dat hij eersten comparant gehouden en verbonden blijft aande voornoemde tweede comparanten, sijnde de naaste vrinden vanden eersten comparant sijn vrou zaliger, uijt te reijken en te voldoen een somme van veertig caroli guldens eens gelt sonder meer. En welcke voors somme de voornoemde tweede comparanten op dato deses bekennen ontfangen te hebben en daar van voldaan te sijn. En hier mede vande geheele nalatenschap ten behoeve vanden 1e comparant te renuntieren en afstant te doen sonder daar op eenig het minste regt, actie off pretensie te reseveren onder wat voorwentsel het ook soude mogen wesen.

Tot naarkominge en prestatie van alle het geene voors staat verclaren sij comparanten te verbinden hare persoonen en goederen, present en toekomende, egeene exempt. Deselve stellende onder verbant ende bedwank en executie als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaen van Cornelis Buijs, provisioneel schout, Huijbert Schep en Bastiaan Fransen Boeser, schepenen in Waspik.

Fol. 63r

Inventaris gedaan maken ende aan den provisioneel schout en schepenen van Groot Waspick overgegeven bij Janneken Mattijsse Coninx weduwe van Simon Liesvelt. En dat van soodanige goederen en effecten als sij met den voornoemde haren man tesamen hebben beseten als ook van de cleederen &a bij haar dogter naargelaten, soo ende in manieren als volgt:

In de kantlijn: Uijtgemaakt

            Vaste goederen

Eerstelijk eenen binnenbijster, gelegen tot Groot Waspick. Streckende uijt den zuijden vande stede van Aart de Ruijter aff, noordwaart in tot den dijk toe. Belent ten oosten Seger Swalp, cum suis en ten westen Geerit Dolk cim suis. Met de huijsinge en opslag staande op den dijk tot den voornoemde bijster behoorende.

Alnog een buijtendel mede gelegen alhier. Streckende uijt den zuijden vande Her straat aff noordwaart in tot de Oude straat ofte Cleijn Waspik toe. Belent ten oosten Adriaan Bommelaar cum suis en ten westen Huijbert en Janneken Lammerde Schoenmakers.

Alnog de geregte helft van een parceel landt, groot in t geheel een en een half mergen, waarvan de wederhelft toebehoort Hendrik Liesvelt, gelegen inden oude lande van Bonaventura onder de heerlijkheijt van Strijen. Belent ten westen den gats en dijk, ten noorden de heer Hendrik vanden Santheuvel, ten oosten des gemeens lants vliet ofte Scheijdelff en ten zuijden de erfgenamen vande heer tresaurier van Eijssel.

            Haaffelijke goederen

Vier beesten, soo groot als cleijn, een grauw ruijnpaart

            Bougereetschap

Een ploeg, en egt met haar toebehoorten, eenen wagen en een aartkar met het tuijg tot een paard noodig, een keern met room en melktonnen &a, nog ontrent 6 à 7000 pont hooij.

            Meubilen en huijsraat

Twee beddens met sijn toebehoorten, een kast, en kist, twee tafels, drie kopere ketels, twee kopere kannen, vijf tinne schotels, ses tinne borden, een ijsere pot, 5 à 6 stoelen, nog eenig eerdewerk.

Nog eenige rommeling op de solder ende int agterhuijs

            Clederen en ciragie van beijde de overledenen

Een bruijne rok camisool en broek, een sersie en een creppe manteltje, een sersie vrousrok, een caleminke dito.

NB de resteren kleederen sijn tot behoeve vande minderjarige kinderen gebruijkt.

Een suilvere beugeltas met een naaldkooker en een messe koker met mes en vork daar in. Een paar goude bellen.

            Lasten des boedels

Eerstelijk een hypotheek off willeceurbrieff inhoudende ter somme van twee hondert en vijftig guldens te behoeve van Arien Heijmans, molenaar tot Vrijhoeve.

Alnog staat te betalen wegens de dootschulden en andere loopende schulden door de overledene en haar overlijden gemaakt ontrent ruijm vijftig guldens nar aftrek vande penningen in huijs bevonden.

Aldus opgegeven bij de voornoemde weduwe ten overstaan van Cornelis Buijs, provisioneel schout en schepenen desen onderteijkent, desen 28en april 1730.

Dit is t hantmerk bij Huijbert Schep gestelt.

Dit is t hantmerk bij Denis de Haan gestelt.

Fol. 64r

            Acte van aanneming

Op huijden den 28e april 1730 compareerde voor ons schout en schepenen van Groot Waspick ondergenoemt Janneken Mattijsse Coninx weduwe van Simon Liesvelt ter eenre ende Jacob Mattijsse Coninx ende Jan Jochemse Zeijlmans als voogden van de vier onmondige weeskinderen van de eerste comparante bij haar in huwelijk verwekt bij de voornoemde Liesvelt ter andere seijde.

Ende sijn de voornoemde comparanten in hare voornoemde qualiteijt (met consent ende ten overstaen van den provisoneelen schout ende schepenen alhier) na alles wel overwogen en den staat en inventaris des boedels ingesien te hebben met den anderen veraccordeert en verdragen, in voegen en manieren als volgt: Te weten dat de eerste comparante in vollen eijgendom sal hebben en blijven behouden alle de vaste en andere goederen, roerende als onroerende, den imboel, haaff enbougereetschap, gelt, gout, zilver, gemunt en ongemunt, actien en crediten, soo active als passive, niets ter werelt uijtgesondert, die sij met den voornoemde haren overleden man in gemeijnschap en eijgendom heeft beseten gehat ende nog besittende is. Omme met alle deselve bij de eerste comparante te mogen worden gedaan en gehandelt als imant met sijn vrij eijgen goet vermag te doen. Sonder bekroon van imant. Onder dese speciale conditie nogtans dat de voornoemde 1e comparante gehouden en verbonden blijft de voornoemde kinderen op te voeden en te alimeteren in kost en dranck, cleedinge en reedinge, soo wel sieck als gesont egeenen tijt van perijkel uijtgesondert, deselven te laten leeren, lesen en schrijven en een goet hantwerk off ander exercitie te laten leeren waar toe deselve na den staat des boedels best bequaem sal bevonden worden en dat tot haren mondigen dage, huwelijken off anderen geapprobeerden state toe. Als wanneer de eerste comparante daer en boven sal gehouden sijn aen ider uijt te reijken en te voldoen eene somme van tien guldens eens gelt sonder meer en dat in volle voldoeninge van hare vaderlijke goederen. Dog off het mogte komen te gebeuren dat de eerste comparante haar ten tweeden huwelijk mogte komen te begeven sal sij in sulk geval moeten affstant doen, ten behoeve van hare voornoemde kinderen vande geregte helft van de delle en den bijster met den opslag of huijsinge op den dijk staande en onder dese dorpe leggende. Dog de verdere goederen soude sij 1e comparante blijven behouden.

Tot naarkominge en prestatie van alle het geene voors staat verclaren sij comparanten in hare qualiteijt te verbinden hare persoonen en goederen, roerende en onroerende, hebbende en verkrijgende. Deselve stellende onder verbant als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaen vande provisioneel Schouten schepenen, desen onderteijkent op dat als boven.

Dit is t hantmerk bij Huijbert Schep gestelt.

Dit is t hantmerk bij Denis de Haan gestelt.

Fol. 64v

     Scheijdinge ende erffdeelinge die bij desen doende en aan schout en geregten van Groot Waspik overgevende sijn Bastiaan Boeser, Adriaan Boeser, Jan Boeser, Frans Boeser, Wouter Boeser en Elant Leempoel als in huwelijk hebbende Eijltje Boeser. Alle kinderen van Peeter Bastiaanse Boeser ende Elisabet Visser. Ende dat van soodanige goederen ende effecten als haar door overlijden vanden voornoemde haren vader sijn aanbestorven alsmede van de goederen die hare moeder aan haar om te gebruijken ende verdeijlen heeft overgegeven in gevolge seeckere contract bij de voornoemde comparanten en hare moeder daar van onderling gemaakt en geteijkent op den 24e deser maant jannuarij 1731. T welk sij verclaarden te houden als off het hier inne was geinsereert ende sijn de voornoemde goederen bij het trecken van blinde loten bij haar verdeijlen en te deele gevallen als volgt:

Eerstelijk soo is Bastiaan Peeterse Boeser bij blinde lotinge gelot, gecavelt ende beërfdeelt op het geregte een agtste part van seven en een halve geert hooij ofte weijlant, gelegen in Cleijn Waspick, gemeen en onverdeelt met Jan Venis en Thomas Schep cum suis. Belent ten oosten van de heele 7½ geert Ariaen de Rooij cum suis en ten westen Thomas de Bont. Streckende uijt den zuijden vande halve Oude straat off Groot Waspik aff, noordwaart in tot den halven Schaij sloot toe.

Nog is den voornoemden Bastiaan Boeser bevallen op het geregte een derde part vande stede van Gijsbert Coninx. Leggende verdeelt ingevolge seeker smaldeijlinge in dato den (niets ingevuld) waarvan de andere twee derdeparten sijn toebehoordende Jan Gijsbert Coninx en Jan van Oirschot. Belent ten oosten vande heele stede Leendert Person en andere en ten westen Adam van Moleschot en andere. Streckende uijt den zuijden vande acker van Aart de Ruijter cum suis aff, noordwaart in tot de halve Her straat toe.

Ten tweeden soo is Adriaan Peeterse Boeser bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op eenen acker zaijlant, gelegen alhier, groot ontrent drie hont. Belent ten oosten de erfgenamen van Jan Bastiaans Boeser en ten westen Arien Gerits van Gils cum suis. Streckende uijt den noorden van Denis en Thomas de Haan haar erf aff, zuijtwaart in tot de steeg vande weduwe Cornelis van Dongen toe. En moet betalen in ider schatting eene stuijver.

Nog op een binnendelleken, gelegen alhier op den westen kant van Vroukensvaart. Belent ten zuijden Jan Adriaan Smits en ten noorden Jan Willems Cloot en Jan van den Berg. Streckende uijt den oosten vande halve Vroukensvaart aff, westwaart in tot de erve van Jan Willems Cloot toe.

Nog een partje moergront mede gelegen alhier inde elff mergen, sijnde sijn vader bij koop aangekomen van de voorkinderen van Peeter Buijs.

Nog eenige blocxkens moergront, gelegen in een binnendel, soo onder Waspick als Cappel op den oostenkant van Vroukensvaart, soo als het bij sijn vader is gebruijkt. Gemeen en bedeelt met Dirk Jans Voegers cum suis. Belent ten suijden vande heele del d’erfgenamen Jacob Bommelaar cum suis en ten noorden Jacobus Schoenmakers cum suis. Streckende uijt den westen vande halve Vroukensvaart af, oostwaart in tot de erve van Mevrou de Raat toe.

Ten laatsten soo is den voornoemden Adriaan Boeser nog bevallen op ½ mergen gronden, gelegen onder Cappel in de Geer. Belent zuijden Dirk Jans Voegers en noorden de weduwe Wouter Biemans. Streckende uijt den westen van de diaconij van Waspik haar driessen aff, oostwaart in tot Mevrou de Raat haar hoef toe. En moet dit lot trecken van Wouter Boeser twee hondert guldens in egalisatie van sijn bevallen lot.

Ten derden soo is Jan Peeterse Boeser bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt op een binnendelle, gelegen alhier op den westenkant van Vroukensvaart. Belent ten suijden Rijnier Costers en ten noorden Dirk Wouterse Zeijlmans. Streckende uijt den oosten vande halve Vroukensvaart aff, westwaart in tot de erve van Jan Peeters Timmermans toe.

Nog is de voornoemde Jan Boeser bevallen op het geregte een agtste part van 7½ geert hooij ofte weijlant, gelegen in Clijn Waspick, gemeen en onverdeelt met Jan Venis en Thomas Schep cum suis. Belent ten oosten van de heele 7½ geert Ariaen de Rooij cum suis en ten westen Thomas de Bont. Streckende uijt den zuijden vande halve Oude straat off Groot Waspick aff, noordwaart in tot den halven Schaij sloot toe. En moet trecken in egalisatie van sijn lot van Eelant Leempoel Vijftig guldens, die hij bekent ontfangen te hebben.

Ten vierden soo is Frans Peeterse Boeser bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt op eenen binnenbijster, gelegen alhier, groot ontrent 7 hont of soo groot en clijn den selven gelegen is tusschen erffenisse van de dellen oost en Teunis Janse Snijders en andere west. Streckende uijt den zuijden van Kerke velt aff, noordwaart in tot Peeter van Dongen cum suis toe.

Nog is den voornoemden Frans Boeser bevallen op eenen acker zaijlant, gelegen alhier, groot ontrent twee hont of soo groot en clijn den selven gelegen is tusschen erffenisse van Arien Gerrits van Gils cum suis oost en Dirk Janse Voegers west. Streckende uijt den zuijden van de steeg vande weduwe Cornelis van Dongen af, noordwaart in tot de stede Peeter Jochemse Berthouts toe.

Ten vijfden soo is Wouter Peeterse Boeser bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt op de geregte helft van de huijsinge, hof, werf en schuur met den oli molen en verders met sijn toebehoorten, soo als het selve bij sijn vader is gebruikt, ingevolge de smaldeijlinge tusschen haar vader en sijn broeder Jan Bastiaan Boeser, gepasseert waartoe te wort gerefereert. Gelant ten suijden van de heele stede Denis en Thomas de Haan, ten noorden Peeter Jochemse Berthouts. Streckende uijt den oosten vande halve Vroukensvaartse grippel aff, westwaart in tot de erve van Denis en Thomas de Haan toe. En moet in egalisatie van sijn bevallen lot uijtreijken aan Adriaan Peeterse Boeser op den 12e maart deses jaars 1731 een somme van twee hondert guldens off soo hij het gelt niet kande krijgen sal het selve op den 1e meij aanstaande moeten betalen sonder langer uijtstel.

In de kantlijn: Compareerde ter secretarije van Groot Waspik Adriaan Peeterse Boeser ende bekende vande nevenstande uijtreijkinge ter somme van twee hondert guldens door Wouter Peeterse Boeser voldaan te sijn den eersten penning met den lesten. In teijken der waarheijt bij hem onderteijkent, desen 14e november 1738.

In kennisse van mij J. Zeijlmans, secretaris

Ten sesden en ten laatsten soo is Eelant Leempoel als in huwelijk hebbende Eijltjen Peeterse Boeser bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt op de geregte helft van een huijs, hoff en ackerlant, gelegen in Sgrevelduijn Cappel op den westenkant van de Nieuwe vaart, soo als het selve bedeelt gelegen is met de weduwe Arien Cluijters die de wederhelft is compiterende. Belent ten zuijden van de hele stede Arien Janse Paans en ten noorden Corstiaan en Anthonij Glavimans. Streckende uijt den oosten vande halve vaart aff, westwaart in tot de erve van Paulus Frijsen Bruijnenbaart toe. Met nog een parceeltjen gelegen inde Queckel. Belent oosten Paulus Frijsen Bruijnenbaart, west de weduwe Arien Cluijters met de wederhelft. Streckende uijt den suijden vande erve van Paulus Frijsen Bruijnenbaart aff, noordwaart in tot de weijvelden toe. En moet dit lot in egalisatie uijteijken aan Jan Peeterse Boeser eene somme van vijftig guldens. Op dato deses voldaan.

Eindelijk verklaarde sij comparanten gesamentlijk en ider in het bijsonder tot naarkominge en prestatie vanden contracte tusschen haar en hare moeder gemaakt speciaal te verbinden en tot onderpant te stellen alle de voornoemde aan haar te deel gevallene goederen sonder deselve soo lange als haar moeder in levende lijve is, als met constent van deselve, te sullen mogen verkoopen off belasten off beswaren in eenige hande wijse. En beloofde sij malkanderen te sullen helpen dragen en betalen alle lasten en verpondingen op het voornoemde goet, staande ende loopende, tot den lesten december 1730 incluis sonder langer.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijt Hollant en verclaarde ider met sijn bevallen lot te vreden te sijn, sonder uijt dien hoofde ietwas meer op malkanderen loten te pretenderen te hebben dan op ider van deselve staat geëxpresseert maar den eenen tot behoeve van den anderen daar van te renuntieren bij desen. Ende te sullen betalen alle naburen lasten,verpondingen en omslagen op ider sijn bevallen lot staande en loopende ende te sullen maken ende onderhouden alle wegen, stegen, dijken, dammen, straten, waterloopen, caden, verlaten, schouwen, leijen en ander naburen regten, baten, schaden en geregtigheden met regt daar tot oder parceel behoorende. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, provisioneel schout, met Huijbert Schep en Thomas Compeer, schepenen in Groot Waspik, den 29e jannuarij 1731.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Dit is t hantmerk bij Huijbert Schep gestelt.

Fol. 66v

Inventarisatie gedaan maken en aan schout en geregten van Groot Waspik overgegeven bij Huibert Anthonisse Coninx weduwenaar van Catharina Potmakers. Ende dat van alle goederen ende effecten die sij staande huwelijk samen hebben beseten en gepossideert als:

            Eerstelijk de vaste goederen

Eerstelijk een huijs, hoff, erve en dellen, gelegen alhier tusschen erffenisse van Geerit Camp met sijn huijs en dries en d’erfgenamen Dirk Wijdemans met haar del gelegen oost en Aart vanden Heuvel west. Streckende uijt den zuijden vande halve Her straat en t drieske van Geerit Camp aff, noordwaart in tot de Cae toe. Mits dat Adriaantje Willemse weduwe Anthonij Huiberde Coninx, soo lange sij leeft, hout de vrije inwooninge op de celderkamer en plaats in t agterhuijs om haren brant te leggen, ingevolge de deijlinge daar van sijnde.

            Meubilaire goederen

Een bedt, hooftpeulu en drie hooftkussens met drie deeckens en twee slaapkussens, 2 groene gordijnen met en rabat, 2 linne gardijnen, 1 linnen boedt, 13 fleppen, 7 gijnen, 11 mutskens, 6 mutsen, 1 paar moukens, 3 kovels, 7 kinder hemdekens, 1 spigel met een swarte lijst, 4 borstrocken, 2 apenrok, 4 voorschoij vande vrou, 7 neusdoeken, 1 benneken, 1 naijmant, 1 sersie mantel, 1 stoffe mantel, 1 sersie du boise vrouwe rok, 1 sersie dito, 1 vlennie vrouwe rok, 6 linne slaaplakens, 10 vrouwe hemden, 1 paar vrouwe hantschoenen, 19 covelmutsen soo goeij als quaij, 4 drile tafellakens, 2 koolmutsen, 8 neersteltjes, 4 vrouwe voorschoij soo goet als quaat, 4 nesteldoeken, neusdoeken soo goet als quaat, 3 kussenslopen, 2 rijglijven, 1 huur met 2 wendels, 1 paar camuijsleere vrous schoen, 1 paar leere dito, 2 paar vroue kousen, 1 eijke ingelegde kast bij haar gekogt voor tien gulden, 1 eijke kistje met daar in bevonden 1 swarte vroue mantel en rock, op de kast drie flessen, 1 kastborstel, 1 tinne lul, 3 galaije schotels, 1 schotelrek met 5 galaije schotels, 10 galaije borden, 5 soo teekopjes als schoteltjes, 1 root aarde tafelbord, 1 clijn schotelrek met 1 galaije schotel, 1 witte bak en 2 borden, 1 lepelrek met 7 tinne lepels, 2 bierpinten, 1 kannebort en daar op 5 galaije schotels, 1 tinne bierkan, 1 steene boterpot, 3 keulse schotelen voor de schoorsteen, 1 gedruckt schoucleet, ½ verken gerookt spek, 2 stuckjes gerookt vleijs en eenige worst, 2 spinnewielen, 2 hespels, 1 haal, 1 schup, 1 tang, 1 vuurijser, 1 koekpane en hangijser, 16½ pont gesponnen garen als vlas, 4½ pont snijten ??, 1 armstoel en 7 andere stoelen, 1 seskante en een agtkante tafel, 2 ijsere roostels, 1 blecke lamp, 1 lantaarn, 1 vouthengel, 1 haartvarken, 1 cnaap, 1 wieg, 1 vuurmant, 1 ijsere pot, 1 karn met sijn toebehooren, 1 botertijl en boterlepel, 1 roomton, 1 melkton, 1 vleijston, 1 melkemmer, 2 wateremmers, 1 kopere melkkan, 1 dito hantketel, 1 baktrog, 2 steene stoopen, 1 scherbort, 12 vat rog, 4 vaat boekweijt, oxhoofden, 2 biertonnen, 1 wastob, 3 rijven, 3 vorken, 2 rieken, 1 spaij, 1 bodt, 1 wan, 1 dorsvleugel, 1 snijbak en snij, 1 koornvat,1 kruijwagen, 1 aartkar, 1 ploeg, 2 greelen, 1 hooijwagen met sijn toebehooren, 1 karsaal en ligt, eenige boonstaken, eenigen torf en branthout, ontrent 300 bossen strooij, 3 tartobben, ontrent 10.000 pont hooij voor de beesten en paarden.

Nog de tiend met Hendrik Camp en Jan Hendrik de Bont, de welke staat te betalen en het coorn is onverkogt. Dus dient hetselve alhier voor memorie.

            Gout en silver

1 kerkboek met silvere sloten, 1 paar goude bellen met copere crullen, 1 ketting cralen met een goude slotje.

            Paarden en beesten

3 hengstpaarden, 1 aftants meripaart, 2 muntige melkkoeijen, 3 halfdragende melkkoeijen, 1 kalfdragende vaars, 6 kuusen oskalveren.

            Uitgaande schulden

Eerstelijk staat te betalen aan Maarten Cornelis Geenen een obligatie van 500 guldens capitaal.

Nog staat te betalen aande Kerk van Waspik pr reste vande huur van kerke ses geerden dato 1730 een somme van veertig guldens.

Nog staat te betalen aande pagters vande gemeene lants middelen ontrent 30 guldens.

Nog staat te betalen aan Adriaentje Willems, moeder van Huijbert Coninx vrou over geleent gelt de somme van 90 guldens.

Nog staat te betalen aan Jan van den Berg over geleent gelt ƒ 15:15: 0.

Nog staat te betalen aande meijt pr reste vande huur 8 guldens.

Nog staat te betalen de borgemeesters dato 1729 en 1730 en poldermeesters dato 1730.

            Gereet gelt en inkomende penningen

In huijs bevonden naar het betalen vande dootschulden ontrent 12 guldens.

Nog staat te ontfangen van verschijde luijden wegens het hengsten vande paarden.

Het gelt dat verschijnen sal tegens meij n1731 dus memorie.

Aldus dese inventarisatie regtelijk gedaan nar het opgeven van Huijbert Coninx ten bijwesen van Arie Potmakers als voogt en Huijbert Schoutten als toesiender vande kinderen aangestelt en verclaarde dat den voornoemden Huijbert Coninx geene goederen off effecten van sijnen boedel ter quader trouwe verswegen te hebben. En soo hem nog eenige goederen mogte te binnen komen desen inventaris ten allen tijde daar mede te sullen vermeerderen. En dit alles des noots onder presentatie vande selve met eede te sullen bevestigen. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, provisioneel schout, met Bastiaan Fransen Boeser en Thomas de Haan, schepenen in Waspick, desen 9e februarij 1731.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 67v

            Aanneminge

Op huijden den 9e februarij 1731 compareerde voor ons provisionnel schout en schepenen van Groot Waspick ondergenoemt Huijbert Anthonisse Coninx weduwenaar van zaliger Catharina Potmakers ter eenre ende Adriaan Potmakers als oom en aangestelden voogt en Huijbert Schoutten als oom en toesiende voogt vande twee onmondige weeskinderen vanden voornoemden Huijbert Coninx verweckt aan Catharina Potmakers voornoemt, met namen Anthonij, out ontrent vijf jaren en Anna, out twee jaren, ter andere seijde.

Ende sijn de voornoemde comparanten in hare voornoemde qualiteijt (met consent ende ten overstaen vande provisoneelen schout ende schepenen alhier) na alles wel overwogen en den staat en inventaris des boedels ingesien te hebben met den anderen veraccordeert en verdragen in voegen en manieren als volgt: Te weten dat de voors eersten comparant in vollen eijgendom sal hebben en blijven behouden alle de vaste en andere goederen, roerende ende onroerende, haaff, imboel, gelt, gout, zilver, gemunt en ongemunt, actien en crediten soo active als passive niets ter werelt uijtgesondert, die hij met den voors overledene, sijne huijsvrou in gemeijnschap en eijgendom beseten heeft gehat ende nog besittende is. Omme met alle deselve bij den 1e comparant gedaan en gehandelt te worden als met sijn vrij eijgen goet. Sonder bekroon van imant.

Wijders is tusschen den 1e comparant en Arien Potmakers als voogt voornoemt gecontracteert dat soo het het quam te gebeuren dat Anneken Mulders weduwe Willem Potmakers quame te overlijden gedurende dat de voornoemde weesen minderjarig off tot geenen geapprobeerden staat gekomen ware dat den 1e comparant sal trecken de bladinge en het vrugtgebruijk van alle de goederen en effecten die de voornoemde weesen vande voornoemde hare grootmoeder sullen komen aan te besterven. Mits dat soo ras deselve tot haren mondigen dage sullen sijn gekomen hij deselve vrij soo als deselve sijne voornoemde kinderen aanbestorven sijn aan deselve over sal geven. En bij voor overlijden van deselve aande wettige erfgenamen van smoeders sijde daar die vandaan gekomen sijn. Sonder dat hij 1e comparant eenig regt, actie off pretentie op de voornoemde goederen sal mogen pretenderen off reserveren onder wat voorwentsel het soude mogen sijn. Ende dit alles onder dese expresse speciale conditie nogtans dat den 1e comparante gehouden en verbonden blijft de voornoemde kinderen op te voeden en te alimenteren in kost en drank, cleedinge en reedinge, soo van linnen als wollen, soo wel sieck als gesont egeenen tijt van perijkel uijtgesondert den selven te laten leeren, lesen en schrijven en een goet hantwerk off ander exercitie te laten leeren waar toe het selve best bequaem sal off sullen bevonden worden en dat tot haren mondigen dage, huwelijken off anderen geapprobeerden state toe. Als wanneer eersten comparant daer en boven sal gehouden sijn aan ider vande voornoemde kinderen uijt te reijken eene somme van een hondert guldens en sulcx tesamen twee hondert guldens. En daar en boven het gout en silver tot lijve van haar moeder behoort hebbende en op den inventaris geëxpresseert. Ende dit alles in volle voldoeninge van hare moederlijke goederen. Welcke uijtreijkinge bij vooroverlijden van de voornoemde kinderen mede sal versterven op hare vrinden abintestato.

Tot naarkominge en prestatie van alle het geene voors staat verclaarde sij comparanten te verbinden hare persoonen en goederen, roerende en onroerende, hebbende en verkrijgende, egeene van dien uijtgesondert. Stellende deselve ten bedwank als naar regten. En neemt den voogt voornoemt aan dat sijne moeder hier in, in margine deses bij haar onderteijkent, sal accorderen wegens het versterven van hare goederen. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaen van Jan Zeijlmans, provisioneel schout, Bastiaan Fransen Boeser en Thomas de Haan, schepenen in Groot Waspik.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

In de kantlijn: Ik ondergeschreven Anneken Mulders weduwe Willem Potmakers verclare, alsoo mijnen soon Arie Potmakers heeft gecontracteert wegens het vrugtgebruik van mijne goederen die ik bij de minderjarigheijt vande nevensgemelde kinderen soude komen naar te laten, te nemen genoege met den voornoemde contracte en daar inne voor soo veel mij aangaat te condenseren en belove daar tegens niets te sullen testeren onder wat voorwentsel het soude mogen sijn. Actum Waspik den 15e jannuarij 1732.

Fol. 68r

Scheijdinge ende erffdeelinge die bij desen doende en aan schout en geregten van Groot Waspik overgevende sijn Adriaan Jans Pols, Jan Janse Pols, Huijbert Janse Pols, Anthonij Janse Pols, Christiaan Voegers als in huwelijk hebbende Cornelia Janse Pols, Huijbert Reckers als in huwelijk hebbende Maria Janse Pols ende Cathalijna Pols. Alle kinderen en erfgenamen van Jan Teunisse Pols. Ende dat van alle goederen ende effecten als haar door overlijden van haren vader sijn aanbestorven. Als ook van de goederen die sij van hare grootmoeder Freijsken Ariens Reckers ingevolge de deijlinge alhier gepasseert nog gemeijn waren hebbende. En sijnde de voornoemde goederen bij het trecken van blinde loten bij haar te deele gevallen en verdeelt als volgt:

Eerstelijk soo is Adriaan Pols bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt op het geregte een vierdepart van een huijs, hoff, erff en ackerlant daar aan gelegen, waarvan het ander vierde part is bedeelt op Huijbert Reckers. Ende dat soo als het bedeelt is met Peeter van Gijsel die de wederhelft is compiterende. Gelegen alhier op den oosten kant van Vroukensvaart. Belent ten suijden van de heele stede Freijs Janse Reckers en ten noorden de driessen bevallen op Christiaan Voegers. Streckende uijt den westen vande halve Vroukensvaart aff, oostwaart in tot den Geer of Sgrevelduijn Cappel toe.

Nog is den voornoemde Adriaan Pols bevallen op het geregte ¼ part in 1/3 part van een buijtendelle, gelegen alhier waarvan de andere ¾ parten sijn toebehoorende Peeter van Gijsel. De weduwe Teunis den Bieman en Peeter Sprangers sijnde bedeelt naast de Her straat. Belent ten oosten vande heele del d weduwe Dirk Timmers en ten westen Dorathea van Grevenbroek. Streckende de heele del uijtten suijden vande halve Her straat aff, noordwaart in tot Clijn Waspik toe. En moet dit lot uijt reijken aan Huijbert Pols een somme van twee en vijftig guldens tien stuijvers waar van Huijbert Pols bekent voldaan te sijn.

Ten tweeden soo is Jan Janse Pols bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt op een buijtendelle, gelegen alhier tusschen erffenisse van de weduwe Peeter de Zeeu ten oosten en ten westen d’weduwe Hendrik Huijberde Schoenmakers. Streckende uijtten zuijden vande ½ Her straat aff, noordwaart in tot de halve Oude straat of Clijn Waspik toe. En moet dit lot uijtreijken aan Huijbert Pols dartig guldens waarvan Huijbert Pols bekent voldaan te sijn.

Ten 3en soo is Huijbert Janse Pols bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt op de geregte helft van een binnendelle, gelegen alhier op de westen kant van Vroukensvaart, gemeen ende onverdeelt met de weduwe van Peeter de Zeeu. Belent ten zuijden vande heele delle Dirk Janse Voegers en ten noorden Thomas de Bont. Streckende uijtten oosten vande halve Vroukensvaart aff, westwaart in tot de erve van Dirk Janse Voegers toe. En moet in egalisatie van sijn lot vande verdere loten trecken een somme van een hondert en vijftig guldens, die aan hem sijn voldaan en op ider lot staan gecasseert.

Ten 4en soo is Anthonij Janse Pols bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt op eenen acker zaijlant, gelegen onder Sgrevelduijn Cappel inde Heij straat, groot ontrent twee hont. Belent ten oosten d’weduwe van Jan Andernagt en ten westen Jan van Dommelen. Streckende uijtten zuijden van den acker van Bastiaan Paanacker aff, noordwaart in tot de Pees of dwarsackers toe. En moet dit lot uijt reijken aan Huijbert Pols eene somme van vijftig guldens, waarvan hij Huijbert Pols bekent voldaan te sijn.

Ten 5en soo is Christiaan Voegers bij blinde lotinge gelot, gecavelt ende beërfdeelt op een binnendelle, gelegen op de westenkant van Willem van Gents vaart onder Cappel. Belent ten suijden de heer (niets ingevuld) dame en ten noorden Meerten Cornelisse Geenen. Streckende uijtten oosten vande halve binnen vaart aff, westwaart in tot den bijster van Leendert van Dijk toe.

Nog is den voornoemden Christiaan Voegers bevallen op de drieskens, gelegen alhier op den oosten kant van Vroukensvaart. Belent ten zuijden de ½ stede bevallen op Adriaan Pols en Huijbert Reckers en de ½ stede van Peeter van Gijsel en ten noorden de driessen van Peeter van Gijsel. Streckende uijtten westen vande halve binnen vaart aff, oostwaart in tot de Geer off Sgrevelduijn Cappel toe. En moet in egalisatie van sijn lot inden gemeijne boedel inbrengen eene somme van drie hondert guldens, warvan sij gelijke comparanten mede bekennen voldaan en betaalt te sijn.

Ten 6e soo is Huijbert Reckers als in huwelijk hebbende Maria Janse Pols bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt op het geregte een vierdepart van een huijs, hoff, erff en ackerlant daar aan gelegen, waarvan het ander vierde part is bedeelt op Adriaan Jans Pols. Ende dat soo het bedeelt is met Peeter van Gijsel die de wederhelft is compiterende. Gelegen alhier op den oosten kant van Vroukensvaart. Belent ten suijden van de heele stede Freijs Janse Reckers en ten noorden de driessen bevallen op Christiaan Voegers. Streckende uijt den westen vande halve Vroukensvaart aff, oostwaart in tot den Geer of Sgrevelduijn Cappel toe. En moet dit lot in egalisatie uijt reijken aan Huijbert Pols een somme van twee en vijftig guldens tien stuijvers waar van hij Huijbert Pols mede bekent voldaan en betaalt te sijn.

Ten sevenden en ten laatsten soo is Cathalijn Janse Pols bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt op de geregte noordense helft van eenen acker zaeijlant, gelegen alhier tusschen erffenisse van Peeter van Gijsel met de wederhelft zuijden en ten noorden de weduwe Jan Teunisse Zeijlmans. Streckende uijtten westen vande halve Vroukensvaartse grippel aff, oostwaart in tot de Geer off Sgrevelduijn Cappel toe. En moet dit lot in egalisatie uijt reijken aan Christiaan Voegers eene somme van veertig guldens, waarvan hij Christiaan Voegers mede bekent voldaan en betalt te sijn.

Wijders is conditie dat sij comparanten malkanderen moeten helpen dragen en betalen alle lasten en verpondingen voor soo verre die omslagen sullen sijn tot den lesten decembris 1730 incluijs.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijt Hollant en verclaarde ider met sijn bevallen lot te vreden te sijn, sonder sonder ietwas op malkanderen loten te pretenderen te hebben ofte reserveren maar den eenen tot behoeve van den anderen daar van te renuntieren en afstant te doen bij desen. Ende nemen aan te sullen betalen alle lasten,verpondingen en omslagen op ider sijn bevallen lot staande en loopende ende te sullen maken ende onderhouden alle wegen, stegen, dijken, dammen, straten, waterloopen, schouwen, leijen en andere naburen regten, baten, schaden en geregtigheden met regt daar tot ider parceel behoorende. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, provisioneel schout, met Huijbert Schep en Thomas Compeer, schepenen in Groot Waspik, den 15e februarij 1731.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Dit is t hantmerk bij Huijbert Schep gestelt.

Fol. 69v

Inventarisatie gedaan maken ende aanden provisioneel schout en schepenen van Groot Waspik overgegeven bij de naaste vrinden en erfgenamen ab intestato van Freijs Janse Reckers. En dat van alle goederen ende effecten, metter doot ontruijmt en naargelaten bij Freijs Jans Reckers, in sijn leven gewoont hebbende ende overleden alhier, als volgt:

Eerstelijk de onroerende goederen

Eerstelijk een huijs, hoff en ackerlant, gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart tusschen erffenisse van Jan Marcelisse Reckers cum suis suijden en ten noorden Peeter van Gijsel en Adriaan Pols cum suis. Streckende uijtten westen van de halve Vroukensvaart aff, westwaart in tot Sgrevelduijn Cappel toe.

Nog eenen halven dwarsacker, gelegen alhier sijnde sluijtappels gewijse beërfdeelt met Aart Peeters de Bont. Belent ten oosten vanden heelen acker den Geer off Sgrevelduijn cappel en ten westen de ackers die oost en west loopen. Streckende uijtten zuijden van t ackerlant van Adriaan Bommelaar aff, noordwaart in tot den acker van Bastiaan Peeter Boeser cum suis toe.

Nog een drieske, gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart tusschen erffenisse van Peeter Jochemse Berthouts suijden en ten noorden de weduwe Teunis Wouters Boemans. Streckende uijtten westen vande halve Vroukensvaart aff, oostwaart in tot de erve van Adriaan Bommelaar toe.

Nog eenen wijdries, gelegen alhier tusschen erffenisse van Cornelis Paans zuijden, noorden en oosten Dingena Moetsen en ten westen de weduwe Teunis Wouterse Biemans.

Nog eenen acker acker zaijlant, gelegen alhier tusschen erffenisse van Dingena Moetsen zuijden, noorden de weduwe Jan Boumans, ten oosten Cornelis Reckers en ten westen de weduwe Jan de Smit.

Nog eenen grasdries, gelegen alhier tusschen erffenisse van Maarten Reckers zuijden, noorden de weduwe Arien Croten, oost de kinderen Arien van Pas en west de weduwe Jan de Smit.

Nog 1/3 part in een huijs, hoff en werf, gelegen alhier, gemeen met Lammert Bogaarts en Dingena Moetsen. Belent ten zuijden Cornelis Paans en ten noorden den acker vanden overleden. Streckende uijtten oosten vande halve binnen vaart aff, westwaart in tot de ackers agter den hof toe.

Nog een ackerke zaeijlant, gelegen alhier. Belent zuijden t voornoemde huijs, hoff &a en ten noorden Peeter van Gijsel. Streckende uijtten oosten vande halve binnen vaart aff, westwaart in tot den dries vande overleden toe.

Nog een binnendel, gelegen alhier op den westenkant van Vroukensvaart. Belent ten zuijden Cornelis Paans en ten noorden de weduwe Jan de Bruijn. Streckende uijtten oosten vande halve Vroukensvaart aff, westwaart in tot de erve van de weduwe Peeter van Ee toe.

Nog een binnendel, gelegen alhier op den westenkant van Vroukensvaart. Belent ten noorden Dirck Janse Voegers en ten zuijden Leendert Person. Streckende uijtten oosten vande halve Vroukensvaart aff, westwaart in tot de bijsters toe.

Nog twee derdeparten in een buijtendelle, gelegen alhier, genaamt den Brembos, gemeen met de weduwe Jan Boumans. Belent ten oosten vande heele del den Armen alhier en ten westen Jan Maartense Dolk. Streckende uijtten zuijden vande halve binnen vaart aff, westwaart ?? in tot de halve Oude straat off Clijn Waspik toe.

Nog een binnendel en hoffken, gelegen alhier op de oostenkant van Vroukensvaart. Belent ten zuijden Aart de Ruijter en ten noorden Theunis Sagt en Fransus Beijens. Streckende uijtten westen vande halve Vroukensvaart aff, oostwaart in tot de erve van Marcelis en Willem Zeijlmans of Sgrevelduijn Cappel toe.

            Volgen de meubilaire goederen

            Inde keuken

Een bedt met een hooftpeulu, tgeen den overleden heeft versogt dat aande meijt soude worden gegeven, aan Jan Marcelis Reckers den Ouden, Marcelis Zeijlmans en Leendert Person.

Twee deeckens en een groen rabat, 2 hooftkussens, eenig linnen garen swaar ontrent 10 à 12 pont, een coperen bedpan met een ijsere steel, 2 copere ketels, nog een clijn dito, 7 tinne schotelen soo groot en clijn, 14 witte schoteltjes en borden, 1 copere candelaar, 1 blecke lamp, 1 koper schuijmspaan sonder steel, 1 kopere melkkan, 1 koperen blaker, 1 etens spint, 1 strijkijser, 1 eijke kast, 1 klijn eijke kastje, 1 grijne kist, 1 lantaarn, 2 roostels, 1 vouthengel, 1 haal, 1 tang, 1 vleijs riek, 2 kannekens, 4 stoelen, 1 clijn spigeltje, 1 hangijser en coekpan, 1 hoet, 4 quartieren van een varken met twee hooftvlecken, 5 stuckjes gerookt vleijs soo clijn als groot.

            In t voorhuis en op de geut

1 bed en hooftpeulu met twee deekens, 1 baktrog, 1 brootbak, 1 karn, 1 melkton, 1 asijn vat, 1 botertijl en boterlepel, 1 kopere schuijmspaan met een ijsere steel, 1 karsaal en ligt, 1 wan, 1 tartob, 1 beslage koornvat en een quartier, 1 tonnken, 1 leerken, 6 koornkorven daar eenige rog, haver en boekweijt in is, 1 mant, ontrent 3 vaat raapsaat

Nog op solder en in t voorhuijs eenige roomelarij, 1 houte balans met 2 schalen en eenig gewigt, 1 sloothau, 1 graaf, 1spaij, 1 wastob, 1 wateremmer, 1 melkemmer, 2 ijsere potten, 1 plukhaak, 1 hollekens seef, een meel seeff.

            Int agterhuijs

Een hockeling os, 1 kuuskalf, 1 oskalf, eenig hooij in t gebint, eenigen toemaat en hoij op de schoring, 1 tartob, 1 riek, 1 vork, eenig beugels, eenig rogge stroij t geen op t huijs moet worden gedeckt, 1 kruijwagen, eenig torf en branthout, 1 ploeg, 1 mishoop, 1 ashoop, eenigen ongeschelden cemp.

            In de kast bevonden

10 hemden, 1 lapke linnen laken ontrent 8 à 10 ellen, nog 3 stukjes laken, 8 slaaplakens, 2 tafellakens, 6 kussen sloopen, 4 dassen, 2 paar slaaplakens, 1 swarte vrouwe mantel, nog eenige cleederen tot lijve van Freijs Jans behoort hebbende, nog 25 silvere hemtrok cnoopen.

            Inkomende schulden

In gereet gelt bevonden 311:14: 0
Nog staat te ontfangen van Jan Marcelisse Reckers de Jonge over geleent gelt 50: 0:–
Van Lammert Bogaarts pr reste van lanthure en t huijs samen 24:–:–
Nog staat te ontfangen van Jan Marcelisse Reckers den Ouden over coop vande wagen met sijn toebehooren de somme van 16:–:–
Nog staat te ontfangen van Gauken Reckers over geleent gelt 30: 0: 0

            Uitgaande schulden

De dootschulden pr memorie
Eenige borgermeesters voor memorie
De meijt haar huur voor memorie
Nog staat te betalen de huur van het 1/3 vande voornoemde Brembos dato 1730 aande weduwe Jan Boumans waar tegens de borgemeesters bij den overleden sijn betaalt, dus memorie

Aldus dese inventarisatie regtelijck gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, provisioneel schout, Jan Jochemse Zeijlmans en Mels Peeterse de Graaff, schepenen in Waspik, desen 21e februarij 1731.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Dit is t hantmerk bij Mels Peeters de Graaf gestelt.

Fol. 71v

            Erffhuijsceel van t goet van Freijs Janse Reckers

Op huijden den 26e februarij 1731 soo willen de ab intestato erfgenamen van zaliger Freijs Janse Reckers publiecq en voor alle man (met consent en ten overstaan schout en geregten alhier) bij forme van erfhuijs verkoopen de roerende goederen bij den voornoemden Freijs Jans Reckers naargelaten. In manieren als die te berde sullen worden gebracht en dat op de conditien hier naar volgende:

Eerstelijk wie eenig gelt biet sal gehouden wesen te blijven bij sijn gebodt op een boete en breucke van 100 goude realen te verbeuren, goet van goud en swaar van gewigte.

Den officier houd den 1e, 2e en 3e roep aan sijn selven, wil niemant bevatten of ook niet bevat off agterhaalt sijn.

De coopers off mijnders sullen gehouden sijn hun beloofde cooppenningen te betalen gereet en contant aande tafel alvorens sij hare gekogte goederen van het erff sullen mogen vervoeren. En soo imant sijn goet van het erff sonder eerste te betalen bragt sal verbeuren aande officier eene gulden tien stuijvers den welken het gelt tot lasten vanden overtreder sal invorderen cum expensis.

De coopers sullen boven de cooppenningen mede gereet moeten betalen vande meubilaire goederen van ider gulden 1½ stuijver agt penningen en van de haaf eene stuijver.

De coopers houden aan haar voor ider staak drie lossen sulcx negen lossen, mits gevende voor ider los 2 stuijvers.

Een mandt &a

(met de verdere meubile haaff &a wordt gerefereert tot de originele conditie van verkoopinge)

De geheele erfhuijsceel bedraagt volgen uijtrekening ter somme van   214:11: 6
Hier af voor de haaff en veltgewas  43:13:14
Blijft suijver meuble Somma ƒ 170:17: 8
Comt den xle penning ƒ 4: 5: 8

Welke voornoemde penningen op dato deses sijn overgetelt aan Lammert Bogers en Huijbert Marcelisse Reckers.

Nog is aan deselve overgetelt ƒ 9: 9:10 die in een castje wert gevonden en die op den inventaris niet sijn opgegeven.

Aldus dese verkoopinge regtelijck gedaan bij en ten overstaan van Jan Zeijlmans, provisioneel schout, Bastiaan Fransen Boeser en Thomas de Haan, schepenen in Waspik, desen 26e en 27e februarij 1731.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 72r

Scheijdinge ende erfdeelinge die bij desen doende en aan schout en geregten van Groot Waspik overgevende sijn Lambert Bogaarts, Seijken Bogaarts weduwe Jan Boumans, Dingena Faro, weduwe Cornelis Moets, soo voor haar selve ende nog als innestaande en haar sterkmakende voor Peeter en Arien van Breemen ter eenre. Huijbert Marcelisse Reckers, Engel Marcelisse Reckers, Jan Marcelisse Reckers den Ouden, Jan Marcelisse Reckers den Jongen, voor sijn selven ende nog als innestaande en hem sterkmakende voor Cornelis Marcelisse Reckers, Goudina Marcelisse Reckers weduwe Boudewijn Boumans, Marcelis en Willem Zeijlmans, Leendert Person als in huwelijk hebbende Huijbertje Reckers, Maarten Lammertse Reckers, voor sijn selve en nog als oom en bloetvoogt vande kinderen van Freijs Lammertse Reckers, Gouken Lammertse Reckers weduwe van Cornelis van Dongen, Jan Corstiaans Reckers en Cornelis Corstiaans Reckers, soo voor haar selve ende als innestaande en haar sterkmakende voor Anthonij Reckers, Marijken Reckers, Adriaen Adamse Vos als in huwelijk hebbende Adriaantjen Reckers, Hendrick Reckers en mede voor Lammert van Dongen als in huwelijk hebbende Johanna Corstiaans Reckers ter andere sijde. Alle ab intestato erfgenamen van zaliger Freijs Jans Reckers en dat van alle de vaste goederen en effecten bij den selven Freijs Janse Reckers metter doot ontruijmt en naargelaten. En sijn de voornoemde goederen bij het trecken van blinde loten bij haar verdeelt en te deele gevallen als volgt.

Eerstelijk sijn Lambert Bogaarts, Seijken (Seijken) Bogaarts weduwe van Jan Boumans end Dingena Faro, weduwe Cornelis Moets, soo voor haar selve ende mede voor Peeter en Arien van Breemen bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op een huijs, hof en ackerlant, gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart tusschen erffenisse van Jan Marcelisse Reckers cum suis suijden en ten noorden Peeter van Gijsel en Adriaan Pols cum suis. Streckende uijtten westen vande halve Vroukensvaart aff, oostwaart in tot Sgrevelduijn Cappel toe.

Nog een halven dwarsacker, gelegen alhier, groot ontrent drie hont, sijnde sluitappels gewijse beërfdeelt met Aart Peeters de Bont. Belent ten oosten vanden heelen acker den Geer off Sgrevelduijn Cappel en ten westen de ackers die oost en west loopen. Streckende uijtten zuijden van t ackerlant van Adriaan Bommelaar aff noordwaart in tot den acker van Bastiaan Peeterse Boeser cum suis toe.

Nog een driesken, gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart tusschen erffenisse van Peeter Jochemse Berthouts zuijden en ten noorden de weduwe Teunis Wouterse Biemans. Streckende uijtten westen vande halve Vroukensvaart aff, oostwaart in tot de erve van Adriaan Bommelaar toe.

Nog eenen acker zaeijlant, gelegen alhier tusschen erffenisse van Dingena Faro zuijden, noorden de weduwe Jan Boumans, ten oosten Cornelis Reckers en ten westen de weduwe Jan de Smit.

Nog een binnendel, gelegen alhier op den westenkant van Vroukensvaart. Belent ten zuijden Cornelis Paans en ten noorden de weduwe Jan de Bruijn. Streckende uijtten oosten van de halve Vroukensvaart aff, westwaart in tot de erve vande weduwe Peeter van Ee toe.

En ten laatsten nog op een binnendelle en hofken, gelegen alhier op den oosten kant van Vroukensvaart. Belent ten zuijden Aart de Bont en ten noorden Teunis Sagt en Fransus Beijens. Streckende uijtten westen vande halve Vroukensvaart aff, oostwaart in tot de stede van Marcelis en Willem Zeijlmans off Sgrevelduijn Cappel toe.

Hier tegens soo sijn de tweeden comparanten Huijbert Marcelisse Reckers, Engel Reckers, Jan Reckers den Ouden, Jan Reckers den Jongen, voor sijn selven voor Cornelis Reckers, Goudina Reckers weduwe Boudewijn Boumans, Marcelis en Willem Zeijlmans, Leendert Person, Maarten Reckers, voor sijn selve en voor de kinderen van Freijs Lammertse Reckers, Gouken Reckers weduwe Cornelis van Dongen, Jan en Cornelis Corstiaans Reckers, soo voor haar selve voor Anthonij Reckers, Marijken Reckers, Adam Adamse Vos, Hendrick Reckers en voor Lammert van Dongen breder int hooft deses gemelt bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op eenen weijdries, gelegen alhier tusschen erffenisse van Cornelis Paans zuijden, Dingena Faro ten oosten en noorden en ten westen de weduwe Teunis Wouters Biemans.

Nog eenen grasdries, gelegen alhier tusschen erffenisse van Maarten Reckers zuijden, noorden d weduwe Arien Croten, oost de kinderen van Arien van Pas en west de weduwe Jan de Smit.

Nog een derde part in een huijs, hoff en werff, gelegen alhier, gemeen met Lambert Bogaarts en Dingena Moetsen. Belent ten zuijden Cornelis Paans en ten noorden den acker vande voornoemde erfgenamen. Streckende uijtten oosten vande halve binnen vaart aff, westwaart in tot de ackers agter den hof toe.

Nog eenen acker zaijlant, gelegen belent ten zuijden t voornoemde huijs, hof &a en ten noorden Peeter van Gijsel. Streckende uijtten oosten vande halve binnen vaart aff, westwaart in tot den dries toe.

Nog op een binnendel, gelegen alhier op den westenkant van Vroukensvaart. Belent ten noorden Dirk janse Voegers en ten zuijden Leendert Person. Streckende uijtten oosten vande halve Vroukensvaart aff, westwaart in tot de bijsters toe.

En ten laatste nog op twee derdeparten van een buijtendelle, gelegen alhier genaamt den Brembos, gemeen met de weduwe Jan Boumans. Belent ten oosten vande heele del den Armen alhier en ten westen Jan Meertens Dolk. Streckende uijt den zuijden vande halve Heer straat aff, westwaart ?? in tot de halve Oude straat of Clijn Waspik toe.

Wijders is conditie dat ider sijne aanbedeelde goederen sal aanvaarden die buijten huuur sijn met dato deses en sal de huur vande goederen die verhuurt sijn van sijn bevallen goederen van dit jaar ook genieten en voorders met sijne wegen, stegen, dijken, dammen, straten, waterloopen, schouwen, leijen en andere naburen regten met regt daar toe aan behoorende. En sullen ook te samen na rato betalen de dorpslasten en omslagen tot den lesten december 1730 incluijs, sonder langer.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijt Hollant. En verclaarde ider met sijn bevallen lot te vreden te sijn en den eenen tot behoeve vanden anderen te renuntieren bij desen.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, provisioneel schout, Bastiaan Fransen Boeser en Thomas de Haan, schepenen in Waspik, desen 2e meij 1731.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol.73v

Scheijdingen en smaldeelinge die bij dese doende ende aan schout en geregten van Groot Waspik overgevende sijn, Jan Marcelisse Reckers den Ouden, Engel Marcelisse Reckers, Huijbert Marcelisse Reckers, Jan Marcelisse Reckers de Jonge voor sijn selve en nog als innestaande en sterckmakende voor Cornelis Marcelisse Reckers, Goudina Marcelisse Reckers weduwe van Boudewijn Bouman, Marcelis en Willem Zeijlmans, Leendert Passon als in huwelijk hebbende Huijbertje Lamberts Reckers, Maarten Lambertse Reckers voor sijn selven en als oom en voogt van de kinderen van Jan Freijs Lambertse Reckers, Gauke Lammertse Reckers weduwe van Cornelis van Dongen, Jan Corstiaans Reckers, Cornelis Corstiaans Reckers voor sijn selven en nog als innestaande en hem sterckmakende de voor hare broeders, susters en zwagers met name Anthonij Corstiaanse Reckers, Maijken Corstiaanse Reckers, Adriaan Adams Vos als in huwelijk hebbende Adriaantje Reckers ende Lammert van Dongen als in huwelijk hebbende Joanna Corstiaanse Reckers Ende dat van soodanige vaste goederen en effecten als haar bij overlijden van Freijs Janse Reckers sijn aanbestorven en te deele gevallen ingevolge de deijlinge op den 2e deser voor schout en schepenen alhier gepasseert en sijn de voornoemden goederen bij haar bij het trecken van blinde loten bij haar verdeelt en te deele gevallen als volgt.

Eerstelijk soo is Jan Marcelisse Reckers den Ouden bij blinde lotinge geloot, gecavelt en beërfdeelt op de geregte helft van eenen weijdries gelegen alhier tusschen de erfenisse van Cornelis Paans zuijden, ten oosten en noorden Dingena Faro, weduwe Cornelis Moets en ten westen de weduwe Teunis Wouters Biemans. Mits dat hij moet uijtreijken aan Jan en Cornelis Corstiaans Reckers, hare susters en broeders te samen eene somme van een hondert guldens.

Ten tweede soo is Engelina Marcelis Reckers bij blinde lotinge geloot, gecavelt en beërfdeelt op de geregte helft van eenen weijdries gelegen alhier tusschen de erfenisse van Cornelis Paans zuijden, ten oosten en noorden Dingena Faro, weduwe Cornelis Moets en ten westen de weduwe Teunis Wouters Biemans. Mits dat sij moet uijtreijken aan Goudina Reckers, weduwe van Boudewijn Boumans, eene somme van een hondert guldens.

Ten 3e is Jan Marcelisse Reckers den Jonge bij blinde lotingen als voren bedeelt voor reeckening van sijnen broeder Cornelis Marcelisse Reckers bedeelt op het geregte eenen derde part van een huijs, hoff en werff, gelegen alhier, gemeen met Lammert Bogaars en Dingena Faro weduwe Cornelis Moets. Belent ten zuijden Cornelis Paans en ten noorden Huijbert Reckers. Streckende uijtten oosten van de halve Binnen vaart aff, westwaart in tot de acker agter den hoff toe. Mits dat hij moet uijtreijken aan Jan Marcelis Reckers de Jonge eene somme van vijftig guldens.

Ten 4e soo is Jan Marcelisse Reckers bij lotinge als boven bevallen op een somme van vijftig guldens die Cornelis Marcelisse Reckers moet uijtreijken, die hij bekent ontfangen te hebben.

Ten 5e soo is Huijbert Marcelisse Reckers bij lotingen als voren bedeelt op een ackerken zaijlant gelegen alhier. Belent ten zuijden Lammert Bogaarts cumsuis en ten noorden Peeter van Gijsel. Streckende uijtten oosten van de halve Binnen vaart af westwaart tot den dries toe.

Nog op een binnendel, gelegen alhier op den westen kant van Vroukensvaart. Belent ten noorden Dirk Janse Voegers en ten zuijden Leendert Passon. Streckende uijtten oosten van de halve Vroukensvaart aff, westwaart in tot de bijsters toe. Mits dat hij moet uijtreijken aan Willem en Marcelis Zeijlmans eene somme van een hondert guldens en aan Gouke Reckers en Maarten Reckers tesamen eene somme van 70 guldens.

Ten 6e soo is Goudina Marcelisse Reckers weduwe van Boudewijn Boumans bij lotinge als voren bedeelt op eene somme van een hondert guldens dewelke Engelina Marcelisse Reckers moet uijtreijken en waar van sij bekent voldaan te sijn.

Ten 7e soo is Willem en Marcelis Zeijlmans bij lotinge als voren bedeelt op eene somme van een hondert guldens dewelke Huijbert Reckers moet uijtreijken en waar van sij bekennen voldaan te sijn.

Ten 8e soo is Leendert Passon bij lotinge als voren bedeelt op het geregte een derde part van een buijtendelle gelegen alhier, genaamt Den Brembos, gemeen met de weduwe Jan Boumans. Belent ten oosten vanden heele del de Armen alhier en ten westen Jan Maartens Dolk. Streckende uijt den zuijden van halve Her straat aff noortwaart in tot de halve Oude Straat off Clijn Waspik toe.

Ten 9e soo is Maarten Lammertse Reckers bij lotinge als voren bedeelt op de geregte westense helft van een grasdries, gelegen alhier, waar vande wederhelft is bedeelt op de weduwe Cornelis van Dongen. Belent ten zuijden de comparanten, ten noorden de weduwe Arien Corsten, oost de weduwe Cornelis van Dongen en west weduwe Jan de Smit. En moet nog trecken van Huijbert Reckers een somme van vijf en dertig guldens, die hij bekent ontfangen te hebben.

Ten 10e soo is Maarten Lammertse Reckers als oom en voogt van de kinderen van Freijs Lammertse Reckers en sulx ten behoeve vande voornoemden kinderen bij lotinge als voren bedeelt op het geregte een derde part van een buijten delle gelegen alhier, genaamt Den Brembos, gemeen met de weduwe Jan Boumans cumsuis. Belent ten oosten vanden heele del den Armen alhier en ten westen Jan Maartense Dolk. Streckende uijt den zuijden vande halve Her straat aff, noordwaart in tot de halve Oude Straat off Clijn Waspik toe.

Ten 11e soo is Gauken Reckers weduwe van Cornelis van Dongen bij lotinge als voren bedeelt op de geregte oostense helft van eenen grasdries gelegen alhier. Waarvan de wederhelft is bedeelt op Maarten Lammertse Reckers. Belent ten zuijden Maarten Reckers en ten noorden weduwe Arien Croten, oost de kinderen van Arien van Pas en ten westen Maarten Lambertse Reckers met de westelijke helft. En moet nog trecken van Huijbert Reckers eene somme van vijf en dertig guldens, die hij ? bekent ontfangen te hebben.

Ten 12e en ten laatsten soo sijn Jan en Cornelis Corstiaanse Reckers, soo voor sijn selven en als innestaande en haar sterckmakende voor sijne broeders, swagers en susters in ’t hooft deses breeder gemelt, bij blinde lotinge als voren bevallen op een somme van een hondert guldens de welcke Jan Marcelis Reckers den Ouden in egalisatie van sijn lot moet uijtreijken, de welke hij Cornelis Reckers bekent ontfangen te hebben en daar van voor ’t geheel voldaan te sijn.

Wijders is conditie dat ider sijne bevallen loten sal aanvaarden met alle wegen, stegen, dijken, dammen, straten, waterloopen, schouwen, leijen en andere naburen regten met regt daar toebehoorende. En sal de weduwe Cornelis van Dongen moeten gedongen dat Maarten Lammertse Reckers met de helft aan hem ten deel gevallen over haare helft van haren grasdries sal moeten stegen en wegen.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijt Hollant en verclaarde ider met sijn bevalle goederen en gelden te vreden te sijn sonder uijt dien hoofde eenige actie te reserveren maar den eenen ten behoeve vanden anderen daar van te renuntieren bij desen. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, provisioneel schout, Bastiaan Fransen Boeser en Thomas de Haan, schepenen in Waspik, desen 3e meij 1731.

J. Zeijlmans, schout en secretaris.

Fol. 75v

Scheijdingen en smaldeelinge die bij desen doende ende aan schout en schepenen van Groot Waspik overgevende sijn Lammert Bogaarts, Seijken Bogaarts weduwe Jan Boumans, Dingena Faro weduwe Cornelis Moets, voor haar selve ende nog als innestaande en haar sterkmakende voor Peeter en Arien van Breemen. Ende dat van soodanige alle goederen ende effecten als haar door overlijden van Freijs Jans Reckers sijn aanbestorven en te deele gevallen ingevolge de deijlinge op den tweeden deser voor schout en schepenen alhier gepasseert ende sijn de voornoemden goederen onder haar bij het trecken van blinde loten verdeelt en te deele gevallen als volgt:

Eerstelijk soo is Lammert Bogaarts bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt op den drieske, gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart tusschen erffenisse van Peeter Jochems Berthouts zuijden en ten noorden de weduwe Teunis Wouterse Biemans. Streckende uijt den westen vande halve Vroukensvaart aff, oostwaart in tot de erve van Adriaan Bommelaar toe.

Nog op een binnendel en hofken, gelegen alhier op den oosten kant van Vroukensvaart. Belent ten zuijden Aart de Bont en ten noorden Teunis Sagt en Fransus Beijens. Streckende uijt den westen vande halve Vroukensvaart aff, oostwaart in tot de stede van Marcelis en Willem Zeijlmans off Sgrevelduijn Cappel toe.

Ten tweeden soo is Seijken Bogaarts weduwe van Jan Boumans bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt op een huijs, hof en ackerlant, gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart tusschen erffenisse van Jan Marcelisse Reckers cum suis suijden en ten noorden Peeter van Gijsel en Adriaan Pols cum suis. Streckende uijtten westen vande halve Vroukensvaart aff, oostwaart in tot Sgrevelduijn Cappel toe.

Ten derden en ten laatsten soo is Dingena Faro weduwe Cornelis Moets voor haar selve voor de ene helft voor Peeter en Arien van Breemen voor de andere helft geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op de geregte helft van eenen dwarsacker, gelegen alhier, sijnde sluitappels gewijse beërfdeelt met Aart Peeters de Bont. Belent ten oosten vanden heelen acker den Geer off Sgrevelduijn Cappel en ten westen de ackers die oost en west loopen. Streckende uijtten zuijden van t ackerlant van Adriaan Bommelaar aff noordwaart in tot den acker van Bastiaan Peeterse Boeser cum suis toe.

Nog op eenen acker zaijlant, gelegen alhier. Belent zuijden Dingena Faro weduwe Cornelis Moets, noorden de weduwe Jan Boumans, ten oosten Cornelis Reckers en ten westen de weduwe Jan de Smit.

Ende laatstelijk op nog een binnendelle, gelegen alhier op den westenkant van Vroukensvaart. Belent ten zuijden Cornelis Paans en ten noorden de weduwe Jan de Bruijn. Streckende uijtten oosten van de halve Vroukensvaart aff, westwaart in tot de erve vande weduwe Peeter van Ee toe.

Wijders is conditie dat ider sijne aanbedeelde goederen sal aanvaarden met alle wegen, stegen, dijken, dammen, straten, waterloopen, schouwen, leijen en andere naburen regten, baten, schaden en geregtigheden met regt tot ider parceel behoorende.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijt Hollant en verclaarde ider met sijn bevalle lot te vreden te sijn en den eenen tot behoeve vanden anderen daar van te renuntieren bij desen.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, provisioneel schout, Bastiaan Fransen Boeser en Thomas de Haan, schepenen in Waspik, desen 3e maij 1731.

J. Zeijlmans, schout en secretaris.

Fol. 76r

            Erfhuijsceel Willemke Janse van Ee

Op huijden den 7e maij 1731 soo willen Willem Janse van Ee en Elisabeth Sneeu weduwe Peeter Janse van Ee, soo voor haar selve en als innestaande en haar sterkmakende voor de verdere erfgenamen van Willemke van Ee, in haar leven gewoont hebbende alhier en overleden tot Rotterdam, publiecq ende voor alle man (met consent en ten overstaan van schout en schepenen van Waspik) ten behoeve vande crediteuren en gelijke erfgenamen verkoopen alle de goederen bij de voornoemde Willemke van Ee nagelaten en alhier tot Waspik bevonden. En dat op conditie en voorwaarde als volgt:

Die eenig gelt biet sal gehouden sijn te blijven bij sijn gebodt op de boete van 100 goude realen te verbeuren te gaan naar puijen regt.

Den officier hout den 1e, 2e en 3e roep aan sijn selven, wil niemand bevatten off ook niet bevat of agterhaalt sijn.

De koopers of mijnders sullen gehouden sijn haare beloofde cooppenningen te betalen contant eer sij hare verkogte goederen van het erff sullen mogen vervoeren off sullen verbeuren voor den officier ƒ 1: 0: 0

De coopers sullen moeten betalen voor slag en pontgelt en xle penning van ideren gulden 1 stuijver 8 penningen.

(met de verdere meubile &a wert gerefereert tot de origenele conditie van vercoopinge)

Somma sommarium bedraagt de geheele erfhuijsceel ter somme van ƒ 102:17: 8

Comt den xle penning ƒ 2:11: 7

Aldus dese verkoopinge regtelijk gedaan ten overstaan van Jan Zeijlmans, provisioneel schout,, Huijbert Schep en Bastiaan Franse Boeser, schepenen in Waspik, desen 7e maij 1731.

J.Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 76v

Staat en inventaris gedaan maken ende aan schout en geregten van Groot Waspik overgegeven bij Adriaantje Hendrixe Bax weduwe van zaliger Joost Sterreburg. Ende dat van alle goederen ende effecten die sij staande huwelijk t samen hebben beseten en gepossideert als:

            Eerstelijk de vaste goederen

Eerstelijk een half huijs, hoff en erve, staande en gelegen alhier, bedeelt met de weduwe Frans Boeser, gelegen op den oosten kant van Vroukensvaart. Belent ten zuijden van de heele huijsinge de weduwe Gelden Willemse Paans en ten noorden de weduwe Jan de Leeuw. Streckende uijt den westen vande halve Vroukensvaart aff, oostwaart in tot de erve van Huijbert Schep toe.

Nog drie hont ackerlant mede gelegen alhier op den westekant van Vroukensvaart, soo als die haar van Artus Sterrenburg is aangekomen ingevolge de deijlinge tusschen haar man zaliger en sijne susters en broeders gepasseert voor schout en schepenen alhier op den 28e augustij 1727.

Nog een parceeltje moergront, gelegen alhier. Belent zuijden Denis de Haan en noorden de Martinus Ackersdijck. Streckende uijt den oosten vande dijk af, westwaart in tot Sgravenmoer toe.

Nog eenen dries met de gronden daar agter gelegen op den oostenkant van Vroukensvaart, soo als het door haar man zaliger van een vande erfgenamen van Arien Pouwels is gekogt.

            Meubilaire goederen

Een pluijmen bet met den hooftpeulu en 2 kussens, 3 dekens, een duijlen bedt en hooftpeulu, een kasken, een spint, 2 paar gordijnen voor de bedsteden, een tafel, een snijderstafel, 1 schotelrek, 1 glasen rek, 1 kapstok, 1 spiegel, 1 kleermant, 1 naijmandeken, 1 roostel, 2 lampen, 1 wieg, 1 kakstoel, 1 karn, 2 tonnen, 1 tonneken, 2 emmers, 2 copere ketels, 1 clijn dito, 1 kopere melkkan, 12 keulse schotels, 14 dito borden en boterschoteltjes, 1 lepelbort met 15 lepels, 1 treckpot met een blecke ketel, 1 tinne kom, 1 dito soutvat, 1 dosijn teeschoteltjes en copjes, 3 bier glasen en een roomer dries fleskens, 2 kannen en een pint, 1 witte keulse teijl en 2 kannen, 14 stoelen, 1 spinnewiel, 1 haal, 1 tang, 1 schup, 4 vorken en 2 rieken, een seijsie, 1 slaggeert, 1 torfton, 1 wastob, 1 sluijtmant, 2 tartobbe, 6 vimmen rog, 23 vaat boekweijt, 3 vat tarw, 1½ vat sloorsaat, 1 fijn seef, 1 maalsak, 1 steene boterpot, 3 aarde potjes, 1 steene pispot, 1 aarde doorslag, 1 dito koekbenneken, 1 vuurijser, 1 hangijser en koekpan, 1 tonnebank, 1 schotelbank, 1 boterteijl en lepel, 1 teemst, 1 spaij, 2 rijven, 1 vleijston, 2 stoven, 1 schoorsteen cleet, 1 meeltonnken, 3 clijne korfkens,

1 asgrauwe rok camisool en broek, 1 paar cousen, 2 paar schoenen, 1 hoet, 1 paar silvere gespen, 1 boek met silvere sloot, 13 hemden, 9 paar lakens, 12 fluwijnen, 6 witte tafellakens, 3 servetten, 28 elle linnen laken, 6 off 7000 pont hoij en oude weijde, 2 koeijen, 1 hockeling, 3 kalffkens.

            Uitstaande schulden

Staat te betalen aan Simon Sterrenburg een hondert en tsestig guldens

Aan Filip Alart ƒ 5: 3: 0

Aan Peeter van Waspik 24 guldens

Aan Bastiaan Boeser 9 guldens 10 stuijvers

Aan Barent van Waspik, borgemeester 3 guldens 10 stuijvers

Aan Dirk vander Hoeve 2 guldens 10 stuijvers

Aan Tomas Zeijlmans 2 guldens

Aldus desen inventaris overgegeven bij de voornoemde weduwe ten bijwesen vande voogden, ten overstaan van Jan Zeijlmans, provisioneel schout, Huijbert Schep en Bastiaan Fransen Boeser, schepenen in Waspik, desen 12e september 1731.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Dit is t hantmerk bij Huijbert Schep gestelt

Fol. 77v

            Acte van aanneming van de weduwe Joost Sterrenburg

In de kantlijn: Uitgemaakt

Op huijden den 12e september 1731 compareerde voor ons provisioneel schout en schepenen van Groot Waspick ondergenoemt Adriaantje Bax weduwe van Joost Sterrenburg ter eenre. Simon Sterrenburg en Hendrik Bax als voogden vande agt onmondige weeskinderen vande voornoemde Adriaantje Bax verweckt bij Joost Sterrenburg voornoemt, met name Arnoldus, out ontrent 14 jaren, Jan, out ontrent 12 jaren, Adriana, out ontrent 10 jaren, Catharina, out ontrent 9 jaren, Hendrik, out ontrent 6 jaren, Elisabet, out ontrent 4 jaren, Anthonij, out ontrent 2 jaren en Hendrikus, out ontrent 5 maanden, ter andere sijde.

Ende sijn de voornoemde comparanten in hare voornoemde qualiteijt (met consent en ten overstaen vande provisoneelen schout ende schepenen alhier) na alles wel overwogen en den staat en inventaris des boedels ingesien te hebben met den anderen veraccordeert en verdragen in voegen en manieren als volgt: Te weten dat de voors eerste comparante in vollen eijgendom sal hebben en blijven behouden alle de vaste en andere goederen, roerende ende onroerende, haaff, imboel, gelt, gout, zilver, gemunt en ongemunt, actien en crediten niets ter werelt uijtgesondert, die sij met den voors overledenen man in gemeijnschap en eijgendom beseten heeft gehat ende nog besittende is. Omme met alle deselve bij de eerste comparante gedaan en gehandelt te worden als met haar vrij eijgen goet. Sonder bekroon van imant. Onder dese expresse conditie nogtans dat den comparante gehouden en verbonden blijft de voornoemde kinderen op te voeden en te alimeteren in cost en drank, cleedinge en reedinge, soo wel sieck als gesont egeenen tijt van perijkel uijtgesondert deselven te laten leeren, lesen en schrijven en een goet hantwerk off ander exercitie te laten leeren waar toe deselve best bequaem sal of sullen bevonden worden en dat tot haren mondigen dage, huwelijken off anderen geapprobeerden state toe. Als wanneer sij comparant daer en boven sal gehouden sijn aan ider vande voornoemde hare kinderen uijt te reijken en te voldoen een somme van twee guldens tien stuijvers eens gelt in volle voldoeninge van hare vaderlijkegoederen.

Tot naarkominge en prestatie van alle het geene voors staat verclaarde sij comparanten respevtive te verbinden hare persoonen en goederen, roerende en onroerende, hebbende en verkrijgende, egeene exempt. Stellende deselve ten bedwank als naar regten. En neemt den voogt voornoemt aan dat sijne moeder hier in, in margine deses bij haar onderteijkent, sal accorderen wegens het versterven van hare goederen. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaen van Jan Zeijlmans, provisioneel schout, Huijbert Schep en Bastiaan Fransen Boeser, schepenen in Groot Waspik, op dato voors.

Dit is t hantmerk bij Huijbert Schep gestelt

Fol. 78r

Acte van aanneming van weduwe Adriaan Dolk

Op huijden den 26e jannuarij 1732 compareerde voor ons provisioneelen schout en schepenen van Groot Waspik onder genoemt Piternel Janse Visser weduwe van Adriaan Dolk ten eene ende Dirk Dolk als oom ende bloetvoogt ende Teunis Dolk ende Jan Dolk, meerderjarige kinderen van Adriaan Dolk en Piternel Jans voors als toesiende voogden van Frans Dolk, minderjarige soon van Adriaan Dolk voors ende nog Johanna Dolk meerderjarige dogter van de voornoemden Adriaan Dolk ten andere sijde.

En sijn de voornoemden comparanten in hare voornoemden qualiteit (met consent en ten overstaan van schout en schepenen alhier) na alles wel overwogen ende het huijsje waar inne 1e comparante woont met de haaff, hengstje en meubile als de schulden des boedels wel tegens malkanderen gebalanseert te hebben met de anderen veraccordeert ende verdragen invoegen ende manieren als volgt: Te weten dat de eerste comparante in vollen eijgendom sal hebben en blijven behouden het huijs en andere goederen soo roerent als onroerent, het hengstje off schuit, haaff en imboel, gelt, gout, silver, gemunt als ongemunt, actien en credieten soo active als passive, niets ter werelt uit gesondert, soo als sij de met haren overleden man in gemeijnschap en eijgendom beseten heeft gehat en nog besittende is. Omme met alle deselve bij de eerste comparante gedaan en gehandelt te worden als met haar vrij eijgen goet. Sonder bekroon van imant. Ende dit alles onder dese expresse conditie nogtans dat de eerste comparante gehouden en verbonden blijft haar voornoemden onmondige kint op te voeden en te alimenteren soo wel siek als gesont, geenen tijt van perijkel uijtgesondert, het selven te laten leeren lesen en schrijven en een goet hantwerk off andere exercitie te laten leeren waartoe het selve naar den staat des boedels best bequam sal bevonden worden als ook dat sij de ongetroude behoorlijk sal moeten opvoeden en alimenteren en dat tot haren mondigen dage, huwelijken off anderen geapprobeerden state toe. Ende als dan aan ider van deselve uijt te reijken en te voldoen eene somme van drie guldens drie stuivers ende dat in volle voldoeninge van hare vaderlijke goederen ofte legitieme portie. Dog off het mogte komen te gebeuren dat de eerste comparante wederom quame te hertrouwen sal sij in sulke gevalle moeten afstant doen vande geregte helft van haren boedel en goederen soo als die alsdan bevonden sullen worden.

Wijders is tusschen de voornoemde comparanten gecontracteert, soo het mogte gebeuren dat de 1e comparante quame te overlijden voor dat het voornoemden onmondige kint meerderjarig was, dat het selve kint uijt den volle naarlatenschap van de eerste comparante sal moeten worden opgebragt en gealimenteert tot sijne mondige dage off huwelijken state toe.

Tot naarkoming en prestatie van alle het geene voors staat verclaarde sij comparanten gesamentlijk te verbinden hare persoonen en goederen present en toekonde stellende deselve onder verbant bedwank als naar regten.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans provisionelen schout, Thomas Compeer en Jochimis Zeijlmans, schepen in Waspik.

In de kantlijn: verte ? folio 79v verso (daar staat echter niets omtrent deze familie)

Fol. 78v

Scheijdingen en erfdeelinge die bij desen doende ende aan schout en geregten van Groot Waspik overgevende sijn Bastiaan Fransen Boeser ter eenre ende Fransus Artel als in huwelijk hebbende Eijltje Fransen Boeser ter andere seijde. Ende dat vande goederen haar te samen gemaakt en aangekomen ingevolge den testament van haar vader en moeder Frans Bastiaanse Boeser en Janneken Melsen van Driel, sijnde gepasseert voor den notaris Adriaan Hoevenaar en sekere getuijgen tot Raamsdonk in dato den lesten september 1709. Als ook vande goederen haar te samen aanbedeelt en aangekomen bij overlijden van Adriaantje Fransen Boeser ingevolge de deijlinge gepasseert voor schout en schepenen alhier op den 21e maart 1730. Ende verclaarde sij comparanten de voornoemde goederen bij het setten van loten te hebben geschift, gescheijden en gedeijlt invoegen en manieren als volgt:

Eerstelijk soo is Bastiaan Fransen Boeser geloot, gecavelt ende beërfdeelt op een huijs, hoff, werff en bijster, staande en gelegen alhier tusschen erffenisse van Adriaan vanden Hoek en Denis Vos ten oosten en ten westen Jan Meertens Dolk en andere. Streckende uijt den noorden vande halve Her straat aff, zuijtwaart in tot de velkdekens van Dirk Janse Voegers toe.

Nog op twee buijtendellen gelegen voor de voornoemde stede. Belent ten oosten Huijbert van Hassel en Adriaan Bommelaar en ten westen Jan vanden Berg. Streckende uijt den zuijden vande halve Her straat aff, noortwaart in tot de halve Oude straat off Cleijn Waspik toe.

Nog op een ackerke zaijlant mede gelegen alhier tusschen erffenisse van de weduwe Arien Huijberde Zeijlmans oost en ten westen d´weduwe Tomas Molenschot. Streckende uijt den zuijden van den acker vande erfgenamen Adriaan Gerrits Boeser aff, noordwaart in tot de erve van Peeter Jochems Berthouts toe.

Eijndelijk en ten laatsten nog op eenen acker zaijlant, gelegen alhier, groot ontrent een en een halff hont. Belent ten oosten het Walleken off Sgrevelduijn Cappel ten westen de weduwe Jan Teunisse Zeijlmans, ten zuijden Peeter van Gijsel en ten noorden Hendrik Bax. En moet dit lot uijtreijken tot egalisatie een somme van een duijsent en twintig guldens, de welke sijn voldaan.

Hier tegens soo is Fransus Artel geloot, gecavelt ende beërfdeelt op drie geerden hooij en weijlant, gelegen in Cleijn Waspik, in een stuck van ses geerden, waarvan de wederhelft compiteert de weduwe Johannis Boeser. Belent ten oosten vande heele ses geerden d weduwe vande heer Adriaan Bollekens cum suis en ten westen Anthonij Snijders cum suis. Streckende uijt den zuijden van halve Oude straat aff, noordwaart in tot het half Schips diep toe.

Nog op een geert hooij ende weijlant mede gelegen in Cleijn Waspik, in een stuk van ses geerden, bedeelt met twee geerden op den westen kant in t voornoemde parceel. Belent ten oosten vande heele ses geerden d weduwe vande heer Adriaan Bollekens cum suis en ten westen Domini Johannes Zeijlmans. Streckende uijt den zuijden van het half Schips diep aff, noordwaart in tot het Clijn Eelant toe.

Nog op een acker zaijlant, gelegen alhier inde stede van Hendrik Bax, breet twee roeijen drie voet. Belent ten zuijden de weduwe Jan Teunisse Zeijlmans en ten noorden de weduwe Peeter de Zeeu. Streckende uijt den westen vande hoff van Hendrik Bax aff, oostwaart in tot den Geer off Sgrevelduijn Cappel toe.

Eijndelijk ende ten laatsten nog op een acker zaeijlant mede gelegen alhier in t werk tusschen erffenisse van de Kerk alhier ten oosten en ten westen de weduwe Vas Peeters de Hoog. Streckende uijt den zuijden van de Breede Plek aff, noordwaart in tot de erve vande weduwe Teunis Dolk toe. En moet dit lot trecken tot egalisatie een somme van een duijsent en twintig guldens, welke den voornoemde Artel bekende ontfangen te hebben en daar van voldaan te sijn, den eersten penning met den lesten.

Wijders is conditie dat den wal leggende op den laatste acker in t werk blijft halff en halff om die aarde te mogen vervoeren daar het ider der voornoemde comparanten gelieft. Mits niet dieper als tot den coorn aarde toe. En blijft den gront aande voornoemde Artel. En houden sij comparanten gemeijn t gelt dat voor het vergraven lant off water van t dorp betaalt soude mogen worden om het selve bij hen ider voor de helft genoten te worden.

Verder is conditie dat sij comparanten malkanderen moeten helpen dragen en betalen alle ordinaire en extraordinaire lasten, verpondingen en omslagen voor soo verre die omgeslagen sijn tot den lesten decembris 1731 incluijs, sonder langer.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijt Hollant en verclaarde ider met sijn bevallen lot te vreden te sijn ende te sullen betalen alle lasten en verpondingen op ider sijn bevallen lot behoordende. En verclaarde den een tot laste vanden anderen sijn bevallen lot niet meer te pretenderen te hebben en den een tot profijt van den anderen daar van te renuntieren bij desen.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, provisioneel schout, Tomas Compeer en Joachimus Zeijlmans, schepenen in Waspik, desen vierden februarij 1732.

J. Zeijlmans, schout en secretaris.

Fol. 79v

            Erfhuijsceel Adriaan Doelenaar

Op huijden den 29e jannuarij 1732 soo willen schout en schepenen van Groot Waspik ten behoeve vande Arme off die geene die daar toe geregtigt soude mogen sijn verkoopen alle de goederen naargelaten bij Adriaan Doelenaar (welke nu eenigen tijt herwaarts vanden arme heeft geleeft en ook door de armenmeesters is laten begraven) en dat op de conditien als volgt:

Die eenig gelt biet sal gehouden sijn te blijven bij sijn gebodt op de boete van 100 goude realen te verbeuren te gaan naar puijen regt.

Den officier hout den 1e, 2e en 3e roep aan sijn selven, wil niemand bevatten off ook niet bevat of agterhaalt sijn.

De koopers of mijnders sullen gehouden sijn haare beloofde cooppenningen te betalen contant eer sij hare verkogte goederen van het erff sullen mogen vervoeren off sullen verbeuren voor den officier dartig stuijvers.

De coopers sullen moeten betalen voor slag en pontgelt en xle penning van ider gulden 1 stuijver 8 penningen.

Een ijsere potje bij Maijken Verschuren om ƒ 0:12:–

(met de verdere meubile &a wert gerefereert tot de origenele conditie van vercooping)

De geheele erffhuijsceel bedraagt volgens uijtreeckening ter somme van 19: 3: 0

Comt den xle penning ƒ 0: 9:10

Aldus dese verkoopinge regtelijk gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, provisioneel schout, Jan Jochemse Zeijlmans en Mels Peeters de Graaff, schepenen in Waspik, desen 29e jannuarij 1732.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Dit is t hantmerk bij Mels Peeters de Graaf gestelt

Fol. 80r

Inventarisatie gedaan maken ende aanden schout en schepenen van Groot Waspik overgegeven bij Wouter Janse Zeijlmans als bij schout en geregten verkoren directeur over de naargelatenschap van Dirk Janse Zeijlmans in sijn leven gewoont hebbende ende overleden alhier. En dat van alle goederen ende effecten als op de camer bij den voornoemden Dirk Janse Zeijlmans sijn bevonden soo ende in manieren als volgt:

Eerstelijk een parceeltje lant genaamt den Mergen

Een bedt, hooftpeulu en 2 hooftkussens, twee blaue gardijnen en een rabat, een schoorsteenkleet, twee witte deeckens, een eijke kastje, een eijke kannebort, een capstok, 6 stoelen en een armstoel, 1 swarten lakensen rok camisool en broek, 1 bruijne lakense rok camisool en broek, 1 swarte lakensen rok en camisool, 1 bruijne lakense broek, 1 roubant, 1 hoet en hoeijkas, nog een hoet, 1 paar swarte hantschoen, 6 oude broeken, drie oude hemtrocken, eenige paar oude kousen, 7 slaaplakens, 4 kussensloopen, 8 witte dasen, 11 hemden, nog eenige oude linnen lappen wendels &a, 1 scherrebort, eenige houte lepels, 1 kleijn potje vet met een schotelje met vet, 1 potje met boter, een potje met vet, 1 eerde pot met eenige turkse boonen, een potje met turkse boonen, een doos met turkse boonen, een tinne lepel, een tinne steekbecken, een hengelkorfke, 4 botteltjes, een muijseval, twee paar schoenen, 3 paar clompen, 1 rang, 1 asschup, 1 aalspit, 1 hangijser en koekpan, 1 lamp, 3 tonnekens en tobbens, 1 slaijkorf, 1 wateremmer, 1 cleerborstel, 1 oud lapmandeken en eenig lorren, 1 kan, 1 pint, 1 bil gerookt vleijs, 1 stilleke, een bierglaasje en bobbeltje.

Eenige oude quitantien, reekeningen &a sijn aan Wouter Zeijlmans overgegeven,

Nog een bijbel dog daarin staat aangeteijkent met de hantvan Dirk Zeijlmans dat hij Adriana Cluijters toebehoort,

Noh eenige boekjes,

Nog eenig torf, eenige boonstaken &a in het agterhuijs.

Nog aan gelt gevonden 28 guldens 2 penningen.

Aldus gedaan en opgegeven bij den voornoemden Wouter Zeijlmans ten overstaan van Jan Zeijlmans, provisioneel schout, Mels Peeters de Graaff en Tomas de Haan, schepenen in Waspik, desen 14e februarij 1732.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Dit is t hantmerk bij Mels Peeters de Graaf gestelt

Fol. 81r

            Erfhuijsceel Dirk Janse Zeijlmans

Op huijden den 14e februarij 1732 soo wil Wouter Janse Zeijlmans als verkoren directeur over de naargelatene goederen van Dirk Janse Zeijlmans verkoopen alle de meubilaire goederen naargelaten bij Dirk Janse Zeijlmans als bed en deeckens, kisten, kasten en linnen, wollen als anders omme daar mede soo verre het kan strecken te betalen de schulden bij den voornoemde Dirk Zeijlmans naargelaten en sulx met consent en ten overstaan van schout en schepenen van Groot Waspik ingevolge de conditien hier naarvolgende:

Die eenig gelt biet sal gehouden sijn te blijven bij sijn gebodt op de boete van 100 goude realen te verbeuren te gaan naar den regt van den landen.

Den officier hout den 1e, 2e en 3e roep aan sijn selven, wil niemand bevatten off ook niet bevat of agterhaalt sijn.

De koopers of mijnders sullen gehouden sijn haare beloofde cooppenningen te betalen gereet en contant eer sij hare gekogte goederen van het erff sullen mogen vervoeren off sullen verbeuren aanden officier van ider coop eene gulden tien stuijvers.

De coopers sullen moeten betalen voor slag en pontgelt en xle penning van ider gulden 1½ stuijver.

Een wasteremeert Peeter van Dongen 0: 5: –

(met de verdere goederen wert gerefereert tot de originele conditie van vercoopinge)

De geheele erffhuijsceel bedraagt volgens uijtreeckening ter somme van ƒ 106:15: 8

Comt den xle penning ƒ 2:13: 6

Aldus dese verkoopinge regtelijk gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, provisioneel schout, Mels Peeters de Graaff en Thomas de Haan, schepenen in Waspik, desen 14e februarij 1732.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Dit is t hantmerk bij Mels Peeters de Graaf gestelt

Fol. 81v

Inventarisatie gedaan maken ende aanden provisioneel schout en schepenen van Groot Waspik overgegeven bij Dirk Teunisse Dolk weduwenaar en testamentaire boedelhouder van zaliger Berbera Schoenmakers. En dat van soodanige goederen ende effecten als hij met de voornoemde sijne huijsvrouw in eijgendom heeft beseten gehat en soo als die op den 7e deser maant in wesen bevonden sij soo ende in manieren als volgt:

In de kantlijn: Uitgemaakt

Eerstelijk een huijs, hoff en erve, stande en gelegen alhier tusschen erffenisse van Rudolphus Voltelen en Huijbert Nouwens oost en Adriaan vanden Bos west. Streckende uijt den zuijden vande halve Her straat en de erven van Rudolphus Voltelen en Eijmbertus vanden Hout aff, noordwaart in tot de dellen van Adriaan van den Bos en Gijsbert en Laureijs Gijben toe.

Nog een binnendelle, gelegen inden polder alhier tusschen erffenisse van Laureijs de Smit oost en ten westen Anthonij Conincx. Streckende uijt den zuijden vande halve Herstraat aff, noordwaart in tot den Cae sloot toe.

Nog een ackerke zaijlant, gelegen alhier op de Vosholen. Belent oost de weduwe Peeter Nobele en ten westen Adriaan Lijten. Streckende uijt den noorden vanden dwarspat aff, zuijtwaart in tot de veldekens toe.

Nog 3/10 parten van een parceeltje moergront mede gelegen alhier, gemeen met Aart Schoenmaackers. Belent oost d’heren Louwen en Geerit Camp en ten westen d’erfgenamen Johan Mattijsse Otgens. Streckende uijt den noorden vande ackers aff, zuijtwaart in tot de dwarsvelden toe.

Nog den winckel, bestaande in zout, zeep, spijkers, garen, lint, vettewarij waren als anders. De welcke bij den voornoemde Dolk met den voogt en toesiender en de weduwe Dirck Melsen van Driel te samen sijn getaxeert, gecalculeert en waardig bevonden eene somme van drie hondert guldens.

Nog is deselve van imboel soo van bed en bult, kisten, kasten, stoelen en bancken als anders bij calculatie waardig bevonden en getaxeert op eene somme van een hondert guldens.

Item de schuijt is bij deselve mede geëximeert tegenwoordig waardig te sijn eene somme van vier hondert guldens.

Alsoo in het schultboek verscheijde posten en schulden staan te ontfangen en ook maande coopluijden nog eenige staan te betalen. Soo is bij deselve bevonden na dat den eenen tegens den anderen was gecalculeert en gebalanseert dat daar nog overblijft aan proffijtelijcke schulden ontrent twee hondert guldens.

Ende laatstelijk is bij den voornoemde Dirk Dolck nog aangegeven aan contante penningen bij caste hebben eene somme van een duijsent guldens.

Alle het geene voors staat verclaarde den voornoemden Dirk Dolk getrouwelijk opgegeven te hebben sonder dat hij weet hier in ietwas vergeten off ter quader trouwe agtergehouden te hebben. En verclaarde dat de taxatie en calculatie bij hem en den voogt en toesiender gedaan na den effective waarde geschiet te sijn. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, provisioneel schout, Thomas Compeer en Fransus Artel, schepenen in Waspik, desen 21e februarij 1732.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 82r

Acte van aanneming Dirk Dolk en sijn kint

In de kantlijn: Uitgemaakt

Op huijden den 21e februarij 1732 compareerde voor ons provisioneel schout en schepenen van Sgrevelduijn,Groot Waspick &a ondergenoemt Dirk Teunisse Dolk weduwenaar en testamentaire boedelhouder van zaliger Berbera Schoenmaackers ingevolge den testamente gepasseert voor den notaris Adriaan Hoevenaar en seeckere getuijgen tot Raamsdonk in dato 28e jannuarij 1729 ter eenre ende Jan Jansen Lijten als voogt ende Thomas Adriaanse van Tichel als toesiender ingevolge den voornoemden testamente van het onmondige weeskint van den voornoemden Dirk Dolk bij hem in huwelijk verweckt bij zaliger de voornoemde Berbera Schoenmakers met name Dingena, out ontrent negen jaren ter andere seijde.

Ende sijn de voornoemde comparanten in hare voornoemde qualiteijt met consent ende ten overstaen vanden provisonelen schout en schepenen alhier na alles wel overwogen en den staat en inventaris des boedels wel ingesien en overwogen te hebben met den anderen veraccordeert en verdragen in voegen en manieren als volgt: Te weten dat den eersten comparant sal hebben het volle vrugtgebruijk van alle de vaste goederen van huijs en landerijen soo als die op den inventaris staan geexpresseert gedurende tot dat het voornoemde kint sal sijn gekomen tot sijnen mondigen dage, huwelijcke off andere geapprobeerden state oock met magt omme uijt de moergronden sijnen torff te mogen steecken en delven tot die tijt toe. Item dat hij eerste comparant in vollen eijgendom sal hebben en behouden alle de roerende goederen, den winckel en imboel, gelt, gout, zilver, gemunt en ongemunt, actien en crediten, sijn schuijt als anders niets ter werelt uijtgesondert, die hij met de voornoemde sijne huijsvrouw in eijgendom heeft beseten gehat ende nog besittende is. Omme daarmede bij hem eerste comparant te mogen worden gedaan en gehandelt als met sijn vrij eijgen goet. Sonder bekroon van imant. Onder dese speciale conditie nogtans dat hij eerste comparante gehouden en verbonden blijft het voornoemde kint op te voeden en te alimenteren in kost en dranck, cleedinge en reedinge, soo wel sieck als gesont geenen tijt van perijkel uijtgesondert, het selve te laten leeren, lesen en schrijven en een goet hantwerk off ander exercitie te laten leeren waar toe het selve na den staat des boedels best bequaem sal bevonden worden en dat tot sijnen mondigen dage, huwelijken off anderen geapprobeerden state toe. Als wanneer hij 1e comparant daer en boven sal gehouden sijn aan het voornoemde kint uijt te reijken en te laten volgen de geregte helft van het huijs, delle en ackerlant en moervelden op den inventaris gemelt en daar en boven nog een eene somme van en duijsent guldens contant gelt en dat in volle voldoeninge van het voornoemde kint sijn moederlijke goederen. Met alle het geene tot lijve vande moeder behoort heeft gehat. Soo van gout, zilver, linnen en wollen, mits dat hij vader de wolle cleederen sal mogen laten vermaken tot lijve van het voornoemde kint. Ende sal hij eerste comparant daar en boven aan sijn voornoemde kint als het tot den ouderdom van vijftien jaren is gekomen aan het selve sal moeten uijtreijken en voldoen, boven alle het geene voors staat, alle jaren eene somme van twintig guldens en dat mede tot sijnen mondigen dage, huwelijken off anderen geapprobeerden state toe

Tot naarkominge en prestatie van alle het geene voors staat verclaarde sij comparanten speciaal te verbinden en ten onderpant te stellen hare persoonen en goederen, roerende en onroerende, hebbende en verkrijgende, egeene van dien uijtgesondert. Deselve stellende onder verbant en bedwank als naar regten.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, provisioneel schout, Thomas Compeer en Fransus Artel, schepenen op dato voors.

Fol. 83r

Inventarisatie gedaan maken ende aanden provisioneel schout en schepenen van Groot Waspik overgegeven bij Elisabet Jans Snijders weduwe van Freijs Lammertsen Reckers. En dat van soodanige goederen ende effecten die sij tesamen hebben beseten soo als die tegenwoordig in wesen sijn soo ende in manieren als volgt:

In de kantlijn: Uitgemaakt

Eerstelijk de geregte helft van een huijs, hoff en werff (behalven t geen bij haar man zaliger inde voorhuijsinge aan Teunis Biemans is verkogt), gemeen met de weduwe Teunis Wouter Biemans, gelegen alhier. Belent ten oosten van de heel huijsinge en erve Peeter Jochemse Berthouts en Peeter Buiijs cum suis en ten westen de weduwe Jan de Smit. Streckende uijt den zuijden vande Lange steeg aff, noordwaart in tot de erve vande weduwe Jan de Smit toe.

Nog t geregte ¼ part van ½ bijster, bedeelt met Maarten Lambertse Reckers cum suis. Belent ten oosten vanden heelen bijster Jan Dolk en ten westen Jan Coninx cum suis. Streckende vande driessen aff, noordwaart in tot den watergang toe.

Nog ontrent drie hont driessen, gelegen alhier. Belent oost de weduwe Jan de Smit, west de weduwe Corstiaan Marcelisse. Streckt uit den zuijden vande weduwe Jan de Smit af, noordwaart in tot de bijsters toe.

Een melkkoeij, een bedt, een ketel, 1 pot, en karn, 2 tonnen, 3 stoelen, 1 tafel, 1 kaske, 1 scherbort, 1 lepelbort en 4 lepels, 1 tinne schotel, 3 aarde potten, eenen korf, 1 kleermant, 3 keulse schotelen, 1 keuls kanneken, 1 boterteijl en boterlepel, 4 lakens, 1 deken met een baal, 1 etentresoor, 1 vuurpan, nog eenige rommelarij.

Aldus dese inventarisatie gedaan ten overstaan van Jan Zeijlmans, provisioneel schout, Fransus Artel en Joachimis Zeijlmans, schepenen in Waspik, desen 8e april 1732.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 83v

            Aanneming

Op huijden den 8e april 1732 compareerde voor ons provisioneel schout en schepenen van Groot Waspick ondergenoemt Elisabet Janse Snijders weduwe van Freijs Lambertsen Reckers ter eenre ende Maarten Lammertse Reckers als oom en bloetvoogt en Adriaan Cornelisse Claveren als oom ende toesiende voogt vande vier onmondige kinderen vande voornoemde Elisabet Janse Snijders bij haar in huwelijk verweckt bij Freijs Lammertsen Reckers met name Adriaantje, out ontrent 22 jaren, Lammert, out ontrent 17 jaren, Johanna, out ontrent 8 jaren en Jan, out ontrent 7 jaren ter andere seijde.

Ende sijn de voornoemde comparanten in hare voornoemde qualiteijt (met consent ende ten overstaen vanden provisonelen schout en schepenen alhier) na alles wel overwogen en den staat en inventaris des boedels wel ingesien te hebben met malkanderen veraccordeert en verdragen in voegen en manieren als volgt: Te weten dat de eerste comparante sal hebben sal hebben en behouden alle de vaste en andere goederen, roerende en onroerende, haaff en imboel, actien en crediten, niets ter werelt uijtgesondert, die sij met de voornoemde haren overleden man in gemeijnschap en eijgendom heeft beseten gehadt ende nog besittende is. Omme met alle deselve bij den eerste comparante gedaan en gehandelt te worden als met haar vrij eijgen goet. Alsmede dat sij sal trecken de bladinge van de erffenisse hare kinderen aanbestorven bij overlijden van Freijs Janse Reckers tot dat deselve sullen gekomen sijn tot haren mondigen dage off huwellijken staten. Onder dese expresse conditie nogtans dat hij eerste comparante gehouden en verbonden blijft de voornoemde hare kinderen op te voeden en te alimenteren in cost en drank, cleedinge en redinge, soo wel sieck als gesont geenen tijt van perijkel uijtgesondert, het selve te laten leeren, lesen en schrijven en een goet hantwerk off ander exercitie te laten leeren waar toe het selve na den staat des boedels best bequaem sal of sullen bevonden worden en dat tot haren mondigen dage, huwelijken off anderen geapprobeerden state toe. Als wanneer sij 1e comparante sal gehouden sijn aan ider van hare voornoemde kinderen uijt te reijken en te voldoen eene somme van ses guldens eens gelt en sulx in volle voldoeninge van hare vaderlijke goederen. Verder is expresselijk geconditioneert soo het quam te gebeuren dat sij eerste comparante quam te hertrouwen dat sij geene van hare vaste goederen sal mogen vertrouwen off deselve sal mogen vermaken off ook eenige derselve staande huwelijk sal mogen veralieneren, belasten, beswaren of vertransporteren maar sal alle deselve in sulk geval moeten blijven voor hare voornoemde kinderen omme deselve de 1e comparante na haar doot bij haar te werden gedeijlt en aanvaart als haar eijge goet.

Tot naarkominge en prestatie van alle het geene voors staat verclaren sij comparanten te verbinden hare persoonen en goederen, present en toekomende, egeene exemt. Stellende deselve onder verbant als naar regten.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, provisioneel schout, Fransus Artel en Joachimis Zeilmans, schepenen in Waspik.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

In de kantlijn: Ik ondergeteekende Johanna Peeterse Claase weduwe van Jan Frijsse Recker verclaare bij deesen te renuntieren van de portie die ik uijt hoofde van de gemeinschap met mijn overleedene man hebben beseete soude kunnen sustineeren sonder eenige actie ofte pretentie meer te houden ofte reserveren hoe het ook soude moogen sijn maar deselve laaten tot profijt van mijn overleedene mans suster en broeder. Actum 17e december 1762.

In kennisse van mij als secretaris Jan van der Meer, secretaris

Fol. 84r

Inventarisatie gedaan maken ende aan schout en geregten van Groot Waspik overgegeven bij Anthonij van Dommelen laast weduwenaar van Maria Clau. Ende dat van soodanige goederen en effecten als sij staande huwelijk te samen hebben beseten en gepossideert en soo als die bij hem bevonden sijn soo ende in manieren als volgt:

In de kantlijn: Uijtgemaakt op segel van drie stuijvers

Drie bedden, twee veeren en een linden, twee hooftpeulingen, twee deeckens, vier lakens, twee cussens, 4 cussensloopen, 4 tafellakens, 5 tinne schotelen, 2 tinne tafelborden, een kas, een dito daar Leendert den sleuntel van heeft, een dijkers kistje, 1 tafel, een paar gardijnen, ses stoelen, een vierpan, 1 haal met een ketting, twee koekpannen, een hangijser, 1 spigel, 1 kapmes, 3 langhaken, 1 reustel, 1 aalspit, eenen effer, 1 tuijnscheer, drie flessen, twee cannen, wat roommelerij op het portaal, 2 intpotkens, een kopere lamp, een aarde lamp, 2 lepelborden, 14 tinne lepels, 1 soutdoos, 3 ijsere potten, 1 koperen ketel, 2 karrens, 2 tonnen, 1 boterteijl, 1 schep, een deel aarde potten en een deel testen, 1 trog, 2 luurbaijen rocken, 2 borstrocken, 1 mantel, 1 paar schoen, 2 rijglijven, 1 paar cousen, 2 sloppen, 3 hemden, 3 kovels, 1 muts, 1 halsdoek, 1 neerstelken, 8 strooije corven, 2 melktonnekens, 1 koeij, 1 kalff, sooo veel hooij en strooij als daar is, blatriet en kaal riet soo veel als er is, 1 grooten kruijwagen, een clijne cruijwagen, 2 visfuijken, 2 baggerbeugels, 1 slaggaart, 2 botten, een spaij, 1 crampspaij, 1 hantsaag, 2 swingels van boren, 1 juffrou, 2 sparren, 1 tang, 1 vierijser, 2 torfmanden, 1 spijkerbak, 1 balans, 2 schalen, en 8 pont gewigt, 1 wan, 1 dooske met goutgewigt, 2 vlegels, 1 riek, 1 vurk, eenige oude boonstaken, eenige aartappels in de cuijl, 2 reckens, 8 keulse schotelen, 4 schilderijkens, 1 etens terroor, 1 emmer, 2 tobben, 2 of 3 aarde schotelen, 1 tas daar in was een bril en een vingerhoet, 1 naijmandeken daar in was een scheer en een naeijkussen, 1 nijptang, 1 ijsere hamer, 1 spinnewiel, 1 stikscheer, 1 springstok, 1 reijssak, een vrijfborstel, 1 seijsie, 1 pluckhaak, 2 oosten, 1 hak, 1 spaanderen seeff, 2 blomseven, 1 halfvaats tobbeken, 1 lantaarn.

            Staat te betalen

Aan Anthonij Verhoeven nog schuldig 92: 4: 0
Aan Jan Kalf tot Cappel nog schuldig 10:13:–
Aan Cornelis Oerlemans nog schuldig 15:–:–
Aan Maarten den Mulden nog schuldig 3:18:–
Aan Dirk Rijken nog schuldig 3: 5:–
Aan Peeter van Waspik nog schuldig 9:10:–
Aan Arien Coppelaar een obligatie van 50:–:–
Aan Jan Peeters de Boer nog schuldig 1:10:–

            Hier tegen staat te ontfangen

Van Peeter Buijs nog 3:11:–
Van Willem Gijsberden vanden Broek 6:–:–
Van Lijsbert Vaartmans 0:12: 8
Van Adriaan Putman 0:12:–

Is nog meer goet in huijs dat op desen staat noet opgeschreven is dat moeten de gelijke erfgenamen wederom deelen.

De vaste goederen die er sijn moeten (soo er overschiten) bij sijne kinderen worden gedeijlt volgens de acte van aanneming van sijne kinderen voor schout en schepennen alhier gepasseert op den 14e februarij 1715.

Aldus opgegeven bij den voornoemden Anthonij van Dommelen verclarende anders niet bij hem bekent te sijn, direct of indirect, presenterende t selve des noots en versogt sijnde met eede te sullen bevestigen. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, provisioneel schout, Thomas Compeer en Jan Jochemse Zeijlmans, schepenen in Waspik, desen 8e maij 1732.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 85r

Scheijdingen ende erfdeijlinge die bij desen doende ende aan schout en geregten van Groot Waspik overgevende sijn Adriaan Fransen Camp, Hendrick Fransen Camp, d’heer Johannes Fransen Camp, Josephus Camp en Cornelis Hendrickse Schoenmakers en Peeter Cornelisse Camp als testamentaire erfgenamen ende voogden van Maria Camp, minderjarige dogter ingevolge den testamente gepasseert voor den notaris Melchior Gerritsen en sekere getuijgen tot Geertruijdenberg in dato den lesten augustij 1693. En sulx alle kinderen ende erfgenamen van zaliger Frans Adriaanse Camp en Maria Hendrix Schoenmakers, egteluijden in haar leven gewoont hebbende en overleden alhier. Ende dat van soodanige vaste goederen ende effecten als haar door overlijden vande voornoemde hare ouders sijn aanbestorven. Ende sijn deselve bij haar verdeelt ende ten deele gevallen soo ende in manieren als volgt:

In de kantlijn: Uitgemaakt

Eerstelijk soo is Adriaan Fransen Camp geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op twee derde parten in 7¼ geert hooij en weijlant, gelegen inden polden alhier, gemeijn en onverdeelt met de weduwe Jacob Huijberde Cuijl. Gelant ten oosten Bastiaan Vassen cum suis en ten westen Johannis Conincx en Peter Witte. Streckende uijt den zuijden vande Cae sloot aff, noordwaart in tot den halven Schaij sloot toe.

Nog op drie en een halve geert hooij en weijlant, gelegen inden polder alhier, in een stuk van ses geerden, gemeen en onverdeelt met Huijbert Driesen Hoevenaar. Gelant ten oosten vande heele ses geerden Jacobus Schoenmakers en ten westen Jacob van der Cae cum suis. Streckende als t voorgaande.

En ten laatsten nog op vier mergen weijlant, gelegen in den Hil. Gelant ten oosten de weduwe Jacob van Dinteren en ten westen d’erfgenamen van de heer van Gils. Streckende uijt den zuijden vande Cae aff, noordwaart in tot de Weteringe toe.

Ten tweeden soo is Hendrik Fransen Camp geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op een stede ofte bijster en ackerlant, gelegen alhier tusschen erffenisse van Cornelis Buijs en Mattijs de Bont oost en ten westen Cornelis Hendrikse Schoenmakers. Streckende uijt den noorden van de halve Her straat aff zuijtwaart in tot het cloosters goet van Santroosen nu Michiel van IJersel toe.

Nog op vier en een halve geert hooij en weijlant, gelegen in Cleijn Waspik, in een stuk van negen geerden, gemeijn met Cornelis Hendricx Schoenmakers. Gelant ten oosten vande heele negen geerden den Armen alhier cum suis en ten westen Jacob van Tilburg cum suis. Streckende uijt den zuijden vande halve Oude straat off Groot Waspik aff, noordwaart in tot den halven Schaijsloot toe.

En ten laatsten nog op twee mergen weijlant, gelegen onder Dussen Munsterkerk in Rosfijne ? gat. Gelant oost de weduwe van Jan Boumans en west Thomas Zeijlmans. Streckende van het dijkstall aff noortwaart in tot de Weteringe toe.

Ten derden soo is de heer Johannis Camp geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op ses geerden hooij en weijlant, gelegen alhier over het Schips diep, tusschen erffenisse van Adriaan Geerden Boudewijns oost en Peeter Coolhaas cum suis west. Streckende uijtten zuijden van het half Schips diep aff, noortwaart in tot den halven Schaijsloot toe.

Nog op drie mergen weijlant, gelegen onder Dussen Munsterkerk, genaamt de Ballecamp. Gelant oost de Wetering, west de Her baan, zuijden Jan van Hest en ten noorden de erfgenamen van Hendrik de Bie.

En ten laasten nog op eene somme van vijff hondert vijff en t seventig caroli guldens t geene moet werden ontfangen van Johannis Verschuren als in huwelijk hebbende Anna van Steenhoven, eertijts weduwe van Fransus Fransen Camp vermits het overlijden van haar soon Cornelis Camp. Ingevolge de acte van vertagtinge ten overstaan van schout en schepenen alhier, gepasseert op den 17e september 1727.

Ten vierden soo is Joseph Camp geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op een huijs, hoff, schuur en erve, staande en gelegen alhier tusschen erffenisse van Jochem Blankers oost en de weduwe Cornelis Adriaans Camp west. Streckende uijt den noorden vande halve Her straat af, zuijtwaart in tot den Pispot toe.

Nog op een binnendelle, gelegen alhier inden polder. Belent ten oosten t weeskint van Steven Wouters Zeijlmans en ten westen Cornelis Handrikse Schoenmakers. Streckende uijtten vande halve Her straat aff, noordwaart in tot de Cae toe.

Nog op eenen acker zaeijlant mede gelegen alhier. Belent ten oosten Jan Peeterse de Jong cum suis en ten westen de weduwe Huijnbert Pouwelse Zeijlmans. Streckende uijt den noorden vanden Pispot aff, zuijtwaart in tot de Sgravenmoerse landen toe.

Nog op drie geerden hooij en weijlant, gelegen inden polder alhier, gemeen en onverdeelt met Cornelis Handrix Schoenmakers, in een stuk van ses geerden. Gelant ten oosten vande heele ses geerden de weduwe Wouter Stevense Boeff en ten westen de erfgenamen van Johannis Vermeulen. Streckende uijtten zuijden vanden Cae sloot aff, noortwaart in tot den halven Schaij sloot toe.

En ten laatsten nog op een parceel weijlant, gelegen inden Duijl aande Weerthuijsense steeg onder Weerthuijsen, groot ontrent negentien en een half hont. Gelant ten zuijden Jan den Engelsen en ten noorden de weduwe Seger Herwijnen. Streckende uijt den oosten vande steeg aff, westwaart in tot de Watering off Bant sloot toe.

Ten vijffden en ten laatsten soo is Cornelis Handricx Schoenmakers en Peeter Cornelis Camp als voogden van Maria Camp en sulx ten behoeve vande voornoemde Maria Camp geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op ses geerden hooij en weijlant, gelegen in Cleijn Waspik. Belent ten oosten Jacob van Tilburg cum suis en ten westen Jan Peeters de Jong cum suis en Hendrik Schoenmakers cum suis den een teijnde den anderen. Streckende uijtten zuijden vande halve Oude straat off Groot Waspik aff, noordwaart in tot den halven Schaij sloot toe.

Nog op de geregte helft van t bosken inde del vande weduwe Jan Handrix en de weduwe Cornelis Handricx waar van de wederhelft is compiterende aan Jan Jans de Bont en Huijbert Janse de Bont.

En ten laatsten nog op drie vijfdeparten van eenen acker zaeijlant mede gelegen alhier, gemeen met de weduwe Cornelis Dielis cum suis, die de andere 2/5 parten sijn compiterende. Belent ten oosten vanden heelen acker Thomas de Bont en ten westen Peeter Mattijsse Camp. Streckende uijtten noorden vande weduwe Huijbert Pouwelse Zeijlmans aff zuijtwaart in tot het cloosters goet van Santroosen toe.

Wijders is conditie dat sij comparanten malkanderen moeten helpen dragen en ‘t samen betalen alle ordinaire en extraordinaire verpondingen, lasten en omslagen voor soo verre die reets omgeslagen sijn tot den lesten decembris 1731 incluijs, sonder langer.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijt Hollant en verclaarde ider met sijn bevallen lot te vreden te sijn, sonder ietwas op malkanderens loten te pretenderen te hebben of daar op te reserveren maar den eenen tot behoeve vanden anderen daar van te renuntieren en afstant te doen bij desen. En nemen sij comparanten aan te sullen betalen alle lasten,verpondingen, dijkgelden en omslagen op ider sijn aanbedeelde goederen staande en loopende en ook te sullen maken ende onderhouden alle wegen, stegen, dijken, dammen, straten, waterloopen, schouwen, leijen en andere naburen regten, baten, schaden en geregtigheden tot ider parceel behoorende. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, provisioneel schout, Thomas Compeer en Joachimis Zeijlmans, schepenen in Waspik, den 12e maij 1732.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 86v

Inventarisatie gedaan maken en aan schout en geregten van Groot Waspik overgegeven bij Johannis Peeters Zeijlmans weduwenaar van zaliger Johanna Schoenmakers. Ende dat van soodanige goederen en effecten als hij met voornoemde sijne huijsvrouwe staande huwelijk te samen heeft beseten en gepossideert soo als ende in manieren als volgt:

Eerstelijk de geregte helft van 7½ geert hooij en weijlant, gelegen inden polder alhier waar van de wederhelft compiteert Jan Wouters Verschuren cum suis. Belent ten oosten vande heele 7½ geert de weduwe Jan Elemans cum suis en ten westen Anthonij Coninx cum suis. Streckende uijtten zuijden vande Cae sloot aff, noordwaart in tot den halven Schaij sloot toe.

Nog de geregte helft van een buijtendel, gelegen alhier, gemeen met Jan Lips. Belent oost Tomas de Bont cum suis en west Crijn van Rossum en Jan Maas. Streckende uijtten zuijden vande halve Her straat aff, noordwaart in tot Clijn Waspik toe.

Nog een binnendel, gelegen inden polder alhier. Belent oost Tijs de Bont en west Kerken del. Streckende uijtten zuijden vande halve Herstraat aff, noordwaart in tot de in tot de Cae toe.

Nog het geregte een vierde part van eenen geer, gelegen onder Hendrik Luijten Ambagt, gemeen met Jan Lips cum suis. Gelant ten oosten vanden heelen geer Vas Muijser en ten westen de Eijndeling Cae. Streckende uijtten noorden vande erve van Peeter Camp aff, zuijtwaart in tot den halven Schaij sloot toe.

Nog wert alhier gebragt t geene den voornoemden Zeijlmans soude mogen compiteren inde goederen van sijne vrouwe vader Jacobus Schoenmakers ofte sijne huijsvrouwe zaliger soo verre hij daarinne door overlijden van sijn vrouen moeder soude mogen sijn verstorven. Dus wert het selve gereserveert en alhier gebragt voor memorie.

            Volgt de haaff

2 twee jarige ruijntjens, nog 1 veulle merie met het vullen, nog 5 koeijen, nog 2 veersen, nog 3 hockeling pincken, nog 3 calver.

            De meubilen en bougereetschap

Een wagen, 1 kar, 1 ploeg, 1 egt, 1 graaff, een schup, 1 spaaij, eenige vorken en rijven,

de cas met 13 ceulse potten, een tee recksken met 11 kopkens en 1 schoteltjens, een spiegel, seven stoelen, een bort met 1 dosijn lepels, 2 lampen, een comfoor, 1 capmes, 1 vout hengel, een turfton, 1 tang, 1 schup, 1 tinne kan, een steene kan, 1 slaaij emmer, nog eenige room en melktonne en de keernd met haar verder toebehooren, nog 2 bedden met haar toebehooren, nog 2 hooftkussens, een hangijser en koekpan, een ketting bloetkralen met het gouwe slot, daar aan nog een gouwe kruijs, nog 1 sintuer met de gesp, nog 1 paar gouwe ringen, nog 1 paar gouwe oorringen, nog 1 paar silvere gespen op de schoen, nog 1 silvere haarpinneken, nog 1 silvere beugel tas, nog 1 boeck met silvere sloot, nog den swarten tabbert met den rok, nog 1 silvere lepel met 1 frieket, nog 1 grijnen japon, nog 2 stiklijven, nog 1 tabbaert en rok van rasmarot, nog 1 kreppe manteltje met 1 stoffe, nog 2 sersien schorten met 1 caleminke schort, nog 1 sersie deboose schort, nog 9 veurschoij, nog 7 hemden, nog 8 neusdoeken, nog 1 paar mouwen, nog 23 kovelmutsen, nog 19 neessels, nog 10 haarmutsen, nog 6 paar moukens, nog 7 servetten, nog 2 halsdoeken, nog 4 tafellakens, nog 13 cussensloopen, nog 1 veurschoot, nog de oorlappen met de goude crullen nen de bellen, nog 6 lapkens linne laken, nog 7 kuijfmutskens, nog 1 faalij, nog 3 paar hantschoen, nog 11 slaaplakens.

            De uijtgaande schulden

Voor eerst aan Johannis Schoenmakers 230:–:–
Aan Hendrik Schoenmakers 150:–:–
Aam Magiel Zeijlmans 100:–:–
Aan Willem Beenaers 100:–:–
Aan Janneken Dolk 80: 7:–
Aan Jacobus Schoenmakers 50:–:–
Nog staat te betalen de lanthuren voor ’t loopende jaar van de 13 geerden dus memorie
Nog aande borgemeesters als anders schuldig ontrent 50 guldens dus memorie

            Inkomende penningen

Eerstelijk staat te ontfangen van Cobus Schouten 24:–:–
Nog van de weduwe Timmers 70:–:–

Aldus dese inventarisatie gedaan en overgegeven bij den voornoemden Jan Zeijlmans, provisioneel schout,, Thomas de Haan en Barent van Waspik, schepenen in Groot Waspik, desen 8e augustij 1732.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 88r

            Aanneming

Op huijden den 8e augustij 1732 compareerde voor ons provisioneel schout en schepenen van Sgrevelduijn, Groot Waspick en xj½ Hoeve ondergenoemt Johannis Peeters Zeijlmans weduwenaar van Johanna Jacobusse Schoenmakers ter eenre ende Peeter Wouters Zeijlmans als voogt en Johannis Schoenmakers als toesiender vande onmondige weeskinderen vanden voornoemden Johannis Zeijlmans bij hem in huwelijk verwekt bij zaliger Johanna Schoenmakers met name Peeter, out ontrent drie jaren en Jacobus, out ontrent 1½ jaar ter andere seijde.

Ende sijn de voornoemde comparanten in haare voornoemde qualiteijt met consent ende ten overstaen vanden provisonelen schout en schepenen alhier na alles wel overwogen en den staat en inventaris des boedels wel ingesien en overwogen te hebben met den anderen veraccordeert ende verdragen in voegen en manieren als volgt: Te weten dat den eersten comparant sal hebben sal hebben en behouden alle de vaste en andere goederen, soo roerende als onroerende, de huijsraat, haaff ende imboel, gelt, gout, silver, gemunt en ongemunt, actien en crediten, soo active als passive, niets ter werelt uijtgesondert, die hij met de voornoemde sijne huijsvrouw in gemeijnschap en eijgendom beseten heeft gehat ende nog besittende is. Omme met alle deselve bij den eerste comparant gedaan en gehandelt als imant met sijn vrij eijgen goet vermag te doen. Sonder bekroon off tegenseggen van imant.

Onder dese speciale conditie nogtans dat den voornoemden eerste comparant gehouden en verbonden blijft de voornoemde kinderen op te voeden en te alimenteren in kost en drank, cleeding en reeding, soo wel sieck als gesont geenen tijt van perijkel uijtgesondert, deselve wel te laten leeren, lesen en schrijven en vervolgens naar schole te laten gaan en een goet hantwerk off ander exercitie te laten leeren waar toe deselve naar den staat des boedels best bequaem sullen bevonden worden en dat tot haren mondigen dage, huwelijken off anderen geapprobeerden state toe. Als wanneer den eerste comparant daar en boven sal gehouden sijn aande voornoemde kinderen uijt te reijken en te laten volgen het geregte ¼ part in 1/3 part van het lant gekomen van Cornelis Peeter Melsen, sijnde gelegen inden polder alhier, groot binnen den dijk 11 geerden en buijten den dijk 9 geerden, op den inventaris breeder gemelt eens sonder meer en dat in volle voldoeninge van hare moederlijke goederen.

Verder is conditie dat den eersten comparant mede sal hebben het vrugtgebruijk vande goederen die inden boedel van sijn vrouvader Jacobus Schoenmakers soude sijn verstorven en welke op den inventaris voor memorie sijn gebragt, tot de kinderen haren mondigen dage toe, als wanneer die goederen d’eene helft sullen moeten gan aanden eerste comparant en de andere helft aan de voornoemde sijne kinderen.

Tot naarkominge en prestatie van alle het geene voors staat verclaarde sij comparanten speciaal te verbinden en ten onderpant te stellen hare persoonen en goederen, roerende en onroerende, hebbende en verkrijgende, egeene vandien uijtegesondert. Deselve stellende onder verbant en bedwang als naar regten.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, provisioneel schout, Tomas de Haan en Barent van Waspik, schepenen in Waspik, op dato voors.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 89r

Scheijdingen en smaldeelinge die bij desen doende en aan schout en geregten van Groot Waspik overgevende sijn Bastiaan Peeterse Boeser als voogt van de onmondige weeskinderen van zaliger Hendrik Domen bij hem in huwelijk verweckt aan Adriana Ottersdijk. Ende voor soo veel het noodig is Jan Teunis Paans als in huwelijk hebbende de voornoemde Adriana Ottersdijk, den welke daar mede in verclaarde te consenteren ter eenre ende Corstiaan Dirksen Voegers ter andere seijde. Ende dat van een huijs, erve en ackerlant, staande en gelegen alhier in Sgrevelduijn Waspik als sij tesamen ider voor de helft met den andere gemeen sijn hebbende. Belent ten zuijden de weduwe van Wouter Biemans en ten noorden Dirk Janse Voegers en de weduwe Cornelis Teunisse Zeijlmans d’een teijnde den anderen. Streckende uijtten oosten vanden Geer off Sgrevelduijn Cappel aff, zuijtwaart in tot de halve Vroukensvaartse grippel toe. Ende is de voornoemde huijsinge, erve en acker bij het setten van loten verdeelt en ten deele gevallen als volgt:

In de kantlijn: Uitgemaakt

Eertselijk soo is Bastiaan Peeterse Boeser en Jan Teunisse Paans in qualiteijt voors en sulx ten behoeve vande weeskinderen bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt op de voorkamer en de kelderkamer met den solder daar boven. Met nog het erfke voor t huijs vanden noordense deursteijl; aff tot den acker van Dirk Janse Voegers toe en vande camer aff tot de straat of Vaart kant toe.

Nog het agterste gebint met de noordense helft van den coeijstal ende schoring daar boven.

Item de westense helft vande paarde stal, te meten op de naalt aff met het hofke tegens het agterste gebint. En sal selfs een deur inden pardestal moeten maken.

Almede nog de zuijdense helft van het ackerlant, doorgaande te meten opde reede van twee roeden vanden eijseldrop vande coestal af, oostwaart in tot Cappel toe.

En sal dit lot moeten maken de noordense helft vande straat off vaartkant tot de voornoemde stede behoorende.

Hiertegens soo is Corstiaan Voegers bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op de ceuken met de geut enden kelder onder de kelderkamer hier boven genoemt en den solder daar boven.

Nog op het voorste gebijnt naast de ceuken met het hoffken op den zuijdenkant daartegens.

Alsmede nog de oostense helft vanden paardestal op de naalt aff te meten. Als ook de helft vanden coestal met de schoring daar boven naast den dorsvloer.

Item nog de noordense helft van het ackerlant doorgaande te meten op de reede van twee roeden vanden eijseldrop vanden coestal aff, oostwaart in tot Cappel toe. Met nog het streepje lant vande voornoemde twee roeden werff aff, oostwaart in tot het gewentje ackerlant vande weduwe Cornelis Teunis Zeijlmans toe.

En sal dit lot moeten maken de suijdense helft vande straat of Vaart kant tot de voornoemde stede toe.

Wijders is conditie dat sij comparanten houden gemeen het gebruijk en onderhouden vande bakoven en waterput en soo sij een van beijden in gebreecke bleven om die te onderhouden sal den gebrekige die niet meer mogen gebruijken maar van het gebruijk vervallen.

Nog houden sij comparanten gemeen en onverdeelt den dorsvloer met het dak daar boven en de hoge deuren omme die samen te gebruijken en te onderhouden gelijk sij ook houden gemeijn den werff die niet is genoemt of verdeelt en rontom het huijs gelegen.

Nog is conditie dat sij comparanten te samen moeten onderhouden den muur tusschen den voorkamer en de ceuken en geut tot den solder toe, gelijk ook ider boven sijn bevallen lot sal moeten onderhouden het dak en soo een der partijen daar van in gebreecken bleeven sal den willige sulx ten laste vanden gebreeckige mogen besteden off bij het geregt mogen laten besteden soo den bereijtwillige sulx goet vint.

Iten houden sij comparanten gemeijn den in en uijtgang door de voordeur en over de geut naar het agterhuijs en den put, dog sal den gang onderhouden worden bij den 1e comparant en de geut bij den 2e comparant.

Eijndelijk sijn de voornoemde comparanten nog overkomen of het mogte gebeuren (t geene godt verhoede) dat het huijs quame af te branden, om verre te vallen of bij eenige toevallen verwoest quame te worden dat in sulk geval de suijdense helft vanden acker sal hebben den suijdense helft vanden werff en den noordense helft vanden acker de noordense helft van den werff.

Tot naarkominge van alle het geene voors staat verclaarde sij comparanten te verbinden haar persoonen en goederen, present en toekomende. Stellende deselve onder verbant als naar regten.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, provisioneel schout, Tomas Compeer en Mels Peeters de Graaff, schepenen in Waspik, op dato voors.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Dit is t hantmerk bij Mels Peeters de Graaf gestelt

Fol. 90r

Scheijdingen en erfdeelinge die bij desen doende ende aan schout en schepenen van Groot Waspik overgevende sijn Thomas Rijken, woonende alhier, voor reekeninge van sijn soon Dirk Rijken ter eenre ende Cornelis Janse Boeser, Peeter van Dongen als in huwelijk hebbende Eijltje Janse Boeser ter andere seijde. Alle ab intestato erfgenamen van zaliger Jan Bastiaanse Boeser. Ende dat van alle de goederen ende effecten bij den selven Jan Bastiaans Boeser metter doot ontruijmt ende naargelaten soo ende inmanieren als volgt:

Eerstelijk soo is Thomas Rijken ten behoeve van sijnen soon Dirk Rijken als verclarende dese erffenis aan hem geven en vereert ? te hebben geloot, gecavelt ende beërfdeelt op eenen acker zaaijlant, gelegen alhier, groot ontrent twee hont of soo groot en cleijn den selven gelegen is tusschen erffenisse van Peeter van Dongen cum suis zuijden en d weduwe Hendrik Vaartmans noorden soo als het sluijtappels gewijse wordt gebruijkt inde stede van Anthonij van Dommelen.

Nog een weijdries, gelegen alhier over de Leij. Belent oost Meeus Zeijlmans en west Huijbert Schep. Streckende uijt den zuijden vanden moergront van hem Thomas Reijken aff noordwaart in tot Meeus Zeijlmans cum suis sijnen acker toe.

Nog eenen moergront, gelegen alhier inden Eijndenest. Belent oost de weduwe Bastiaan van Druijnen en west Maarten Cornelis Geenen. Streckende uijt den zuijden vande Dorps weg af, noordwaart in tot de Jan van Cleef cum suis toe.

Ende eijndelijk nog op twee hondert guldens in gelt die hij uijt de gemeenen boedel moet trecken en waar van hij bekent ten vollen voldaan en betaalt te sijn den eersten penning metten lesten.

Hier tegens soo is Cornelis Jans Boeser geloot, gecavelt ende beërfdeelt op de geregte helft van een huijs, hof, werf ende schuur met Wouter Peeters Boeser die de wederhelft is compiterende. Belent ten zuijden van de heele stede Denis en Thomas de Haan en ten noorden de steeg. Streckende uijt den oosten van de halve Vroukensvaart af, westwaart in tot de ackers toe.

Nog op eenen acker zaaijlant, gelegen alhier, groot ontrent drie hont. Belent oost Denis en Tomas de Haan en west Adriaan Peeters Boeser. Streckt uijt den zuijden vande steeg van Gauken Reckers af, noordwaart in tot de voornoemde stede toe.

Nog eenige uijtgeputte moergronden, gelegen alhier, genaamt de Bloxckens, gelegen op den oostenkant van Vroukensvaart. En moet dit lot uijt reijken aan Peeter van Dongen een hondert ses en sestig guldens dartien stuijvers, die sij bekennen ontfangen te hebben en daar van ten vollen voldaan te sijn. Waar mede sij verclaren genoegen te nemen en van t voornoemde lot ten behoeve van haren broeder te renuntieren soo als sij doen bij desen.

Wijders is conditie dat ider sijn bevallen goederen sal aanvaarden met dato deses en der verpondingen en onraet te samen te voldoen tot den lesten decembris 1732 incluijs.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijt Hollant en verclaarde ider met sijn bevallen lot te vreden te sijn ende te sullen betalen alle lasten en verpondingen op ider sijn bevallen lot staande en te sullen maken ende onderhouden alle wegen, stegen, dijken, waterloopen &a tot ider parceel behoorende. En verclaarde den een tot laste van den anderen sijn bevallen lot niet meer te pretenderen te hebben dan voors staat en den een tot proffijt van den anderen daar van te renuntieren bij desen. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, provisioneel schout, Thomas Compeer en Joachimis Zeijlmans, schepenen in Waspik, desen 23en jannuarij 1733.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 91r

In de kantlijn: Uijtgemaakt

Op huijden den 9e februarij 1733 compareerde voor schout en schepenen van Groot Waspik ondergenoemt Johannes Vassen, Adriaan Vassen, Thomas Vassen en Arnoldus van der Stegen als in huwelijk hebbende Wilhelmina Vassen ter eenre en Adriaan Smeur als in huwelijk hebbende Anna Zeijlmans voor sijn selve ende als innestaande voor Peeter Wouterse Zeijlmans ter andere seijde. Alle abintestato erfgenamen van zaliger Wouter Stevens Zeijlmans die een sone was van Steven Woutersen Zeijlmans en Engelina Vassen, beijde in haar leven gewoont hebbende en overleden tot Raamsdonk. Dewelke gesamentlijk verclaarde voldaan en betaalt te sijn van de legitieme portie die Wouter Stevense Zeijlmans gesegt Boeven en Heijltje Peeters Zeijlmans egte luijden, tot Raamsdonk woonagtig, hadden aan hare kinderen gemaakt ingevolge den mutuelen testamenten verleden en gepasseert voor den notaris Melchior Gerrits en sekere getuijgen tot Geertruijdenberg in dat den 16e jannuarij 1696 ende daar mede te nemen volkomen genoegen en contentement ende vervolgens afstant te doen en op het alder kragtigste doenlijk te renuntieren van alle actien en predentien die sij in hare voornoemde qualiteijt tot lasten vande voornoemde heijltje Peeters Zeijlmans weduwe en boedelhoudster van Wouter Stevens voornoemt soude konnen of vermogen te sustineren t sij uijt hoofde van legitime trebellianique falsiden of andere portien den kinderen, kintskinderen of haren erfgenamen in den boedel van hare overledene ouders compiterende. En dit alles naar dat aan haar openinge vanden boedel vande naarlatenschap vande voornoemde Heijltje Peeters en Wouter Stevense voornoemt was gegeven.

Tot naarkominge en prestatie van dien verclaarde sij comparanten te verbinden en hare persoonen en goederen, roerende en onroerende, hebbende en verkrijgende, egeene vandien uijtegesondert. Deselve stellende onder verbant en submissie als naar regten.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Fransus Artel en Joachimus Zeijlmans, schepenen in Groot Waspik.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 91v

Scheijdingen en erfdelinge die bij desen doende ende aan schout en geregten van Groot Waspik overgevende sijn Adriaan Smeur als in huwelijk hebbende Anna Wouterse Zeijlmans voor sijn selve ende nog als innestaande en hem sterkmakende voor Peeter Wouter se Zeijlmans ter eenre en Johannes Vassen, Adriaan Vassen, Thomas Vassen en Arnoldus van der Stegen als in huwelijk hebbende Wilhelmina Vassen ter andere seijde. Ende dat van soodanige vaste goederen ende effecten als haar comparanten door overlijden van Wouter Stevense Zeijlmans die een soen was van Steven Wouterse Zeijlmans en Engelina Vassen sijn aanbestorven, soo ende in manieren als volgt:

Eerstelijk soo is Adriaan Smeur in qualiteijt voornoemt en sulx ten behoeve van hem en Peeter Wouter Zeijlmans geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op drie geerden hooij en weijlant, gelegen inden polder van Groot Waspik in een stuk van 6 geerden, gemeen en onverdeelt met Dingena van Steenhoven. Belent ten oosten vande heele ses geerden Jan Cornelis de Bont en ten westen Grietje en Janneke Geerde. Streckende uijtten zuijden vande xj½ Hoeve Groot Waspik af, noordwaart in tot den halven Schaij sloot toe.

Alnog op een binnendel, gelegen in 11½ Hoeve Groot Waspik tusschen erffenisse vande weduwe Cornelis Adriaanse Camp oost en Josephus Camp west. Streckende uijt den zuijden vande halve Her straat, noordwaart in tot de Cae of Groot Waspik toe.

Eindelijk nog op de meubilaire goederen, linnen en wollen, inkomende en uijtgaande schulden, actien en crediten, egeene uijtgesondert die tot proffijt of lasten vanden voornoemden Wouter Stevense Zeijlmans hebben geloopen en soo als die bij hem metter doot ontruijmt en naargelaten, mits dat sij sullen moeten uijt reijken soodanige penningen als hier naar sullen worden gespecificeert.

Hier tegens soo sijn Johannes Vassen, Adriaan Vassen, Thomas Vassen en Arnoldus van der Stegen als in huwelijk hebbende Wilhelmina Vassen geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op 5½ geert hooij en weijlant, gelegen inden polder van Groot Waspik tusschen erffenisse van Cornelis Wijdemans cum suis oost en d’ weduwe Thomas Molenschot west. Streckende uijtten zuijden vanden Cae sloot of 11½ Hoeve af, noordwaart in tot den halven Schaij sloot toe.

Nog op ¾ parten van een geert hooij en weijlant, gelegen inden polder van Groot Waspik, gemeen en onverdeelt met Bastiaan Vassen cum suis, in een stuk van ses geerden. Belent ten oosten van de heele ses geerden de Kerk en Arme van Raamsdonk en ten westen Peeter Jochemse Zeijlmans. Streckende uijt den zuijden vanden halven sloot tusschen de voornoemde ses geerden en de stede vande weduwe Frans Camp en Cornelis Camp af, noordwaart in tot de den ½ Schaij sloot toe.

Nog op een en halven geer gelegen in Hendrik Luijten Ambagt, gemeen met Johannes Zeijlmans cum suis. Belent ten oosten van den heelen geer (niets ingevuld) en ten westen (niets ingevuld). Streckende uijtten noorden van de stede van Willem Melissen Otgens af zuijtwaart in tot het Oude vaartje toe.

Eijndelijk en ten laatsten nog op eene somme van 950 guldens in gelt dewelke de twee eerste comparanten aande laatste comparant sullen moeten opleggen en betalen opden negenden maart deses jaars 1733 uijtterlijk, sonder langer, in egalisatie vande voornoemde loten en daar en boven nog 2 goude cnoopjes, een goude ketting met een cruijs en slot, een paar goude oorringen met clockjens, een silveren beugel en haak, een silveren haak met twee cettingen en 2 cookers daaraan en het kerkboekje. Alle bij Engelina Vassen naargelaten en bij Peeter Wouters Zeijlmans inde kist leggende ingevolge den inventaris daar van sijnde.

Wijders is conditie dat de 2 eerste comparanten alle de voornoemde goederen sullen moeten vrijen en waren van alle dorpslasten en verdere omslagen voor soo verre die omgeslagen sijn tot den lesten december 1732 incluijs, sonder langer.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijt Hollant en verclaarde ider met sijn bevallen lot te vreden te wesen ende deselve te sullen aanvaarden met alle sijne wegen, stegen, dijken, dammen, straten, waterloopen, caden, verlaten, S’Heeren chijnsen, dorpslasten en andere naburen regten daar toe en aan behoorende. En verclaarde den een tot behoeve vanden anderen daar van te renuntierenen niet meer op malkanderens loten te pretenderen te hebben dan voors staat geëxpresseert.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Fransus Artel en Joachimis Zeijlmans, schepenen van s’Grevelduijn Groot Waspik en 11½ Hoeve, desen 9e februarij 1733.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

In de kantlijn: Compareerde ter secretarije van Groot Waspik Johannes Vassen, Adriaan Vassen, Thomas Vassen en Arnoldus van der Stegen als in huwelijk hebbende Willelmijna Vassen en bekende door Adriaan Smeur en Jan Zeijlmans als procuratie hebbende van Peeter Wouters Zeijlmans vande nevenstaande negen hondert en vijfig guldens en het gout en het silver, hier nevens genoemt, ten vollen voldaan en betaalt te sijn den eersten penning metten lesten. En verclaarde sij comparanten hier mede van de goederen op Adriaan Smeur en Peeter Wouters Zeijlmans te deel gevallen te renuntieren en afstant te doen soo als sij doen bij desen. En specialijke verclaarde Thomas Vassen terwijle Steven Zeijlmans sige mede had gestelt als borge voor Arnoldus van der Stegen voor sekere obligatien vande voornoemde Peeter Wouterse Zeijlmans en Adriaan Smeur daar van te ontslaan. En verclaarde Arnoldus van der Stegen sijne goederen hier nevens aan hem te deel te gevallen daar voor te verbinden en ten onderpant te stellen. Actum Waspik den 9e maart 1733.

In de kantlijn: Ick ondergestelt Thomas Vassen bekenne vande Arnoldus vander Stegen vande obligatie waar voor Steven Zeijlmans borge was gebleven voldaan te sijn dus is de borgtogt van voornoemde obligatie voldaan. Actum den 13e meij 1733.

Fol. 93r

Scheijdingen ende smaldeelinge die bij desen doende ende aan schout en geregten van Groot Waspik overgevende sijn Johannes Vassen, Adriaan Vassen, Thomas Vassen en Arnoldus van der Stegen als in huwelijk hebbende Wilhelmina Vassen. Ende dat van soodanige vaste goederen ende effecten als haar door overlijden van Wouter Stevense Sijlmans sijn aanbestorven infgevolge de deijlinge voor schout en schepenen alhier gepasseert tusschen de comparanten en Adriaan Smeur voor sijn selven en voor Peeter Wouterse Zeijlmans in dato den 9e februarij deses jaars 1733. Ende sijn de voornoemde goederen bij het trecken van loten bij haar verdeelt en te deele gevallen als volgt:

Eerstelijk soo is Johannis Vassen bij het trecken van loten geloot, gecavelt ende beërfdeelt op het geregte een vierde part in 5½ geert hooij en weijlant, gelegen inden polder van Groot Waspik tusschen erffenisse van Cornelis Wijdemans cum suis oost en d’ weduwe Thomas Molenschot west. Streckende uijtten zuijden vanden Cae sloot of 11½ Hoeve aff, noortwaart in tot den halven Schaij sloot toe. En moet trecken van Thomas Vassen vijf en ‘t seventig gulden die hij bekent ontfangen te hebben.

Ten tweeden soo is Adriaan Vasen bij het trecken van loten geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op drie agtste parten van vijf en een halve geert hooij en weijlant, gelegen inden polder alhier tusschen erffenisse van Cornelis Wijdemans cum suis oost en d’ weduwe Thomas Molenschot west. Streckende uijtten zuijden vanden Cae sloot of Elf en een halve Hoeve af, noordwaart in tot den halven Schaij sloot toe.

Nog op eenen halven geer, gelegen in Hendrik Luijten Ambagt, gemeen met Johannis Peeters Zeijlmans cum suis. Belent ten oosten van den heelen geer (niets ingevuld) en ten westen (niets ingevuld). Streckende uijtten noorden van de stede van Willem Melissen Otgens af zuijtwaart in tot het Oude vaartje toe. En moet dit lot uijt reijken aan Arnoldus vander Stegen een somme van twee hondert en vijftig guldens.

Ten derden soo is Thomas Vassen bij het trecken van loten geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op de geregte drie agtste parten van vijf en een halve geert hooij en weijlant, gelegen inden polder alhier tusschen erffenisse van Cornelis Wijdemans cum suis oost en d’ weduwe Thomas Molenschot west. Streckende uijtten zuijden vanden Cae sloot of Elf en een halve Hoeve af, noordwaart in tot den halven Schaij sloot toe.

Nog op drie vierde parten van een geert hooij en weijlant, gelegen inden polder van Groot Waspik, gemeen en onverdeelt met Bastiaan Vassen cum suis, in een stuk van ses geerden. Belent ten oosten van de heele ses geerden de Kerk en Arme van Raamsdonk en ten westen Peeter Jochemse Zeijlmans. Streckende uijtten zuijden vanden halven sloot tusschen de voornoemde ses geerden en de stede vande weduwe Frans Camp en Cornelis Camp af, noordwaart in tot de den halven Schaij sloot toe.

Nog op de geregte helft van een en halven geer, gelegen in Hendrik Luijten Ambagt, gemeen met Johannis Peeters Zeijlmans cum suis. Belent ten oosten van den heelen geer (niets ingevuld) en ten westen (niets ingevuld). Streckende uijtten noorden van de stede van Willem Melissen Otgens af zuijtwaart in tot het Oude vaartje toe. En moet dit lot uijtreijken aan Arnoldus vander Stegen eene somme van twee hondert en vijftig guldens en aan Johannis Vassen vijf en tseventig guldens.

Ten vierden en ten laatsten soo is Arnoldus vander Stegen bevallen op een somme van vijfhondert guldens, waar van hij bekent door Adriaan en Thomas Vassen voornoemt voldaan en betaalt te sijn den eersten metten lesten penning.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijt Hollant en verclaarde ider met sijn bevallen lot te vreden te sijn. En verclaarde den een tot behoeve vanden anderen daar van te renuntierenen en afstant te doen en niet meer op malkanderens loten te pretenderen te hebben. En beloofde ider sijne bevallen loten te sullen aanvaarden met alle sijne wegen, stegen, dijken, dammen, straten, waterloopen, caden, verlaten, S’Heeren chijnsen, dorpslasten en andere naburen regten, baten, schaden en geregtigheden daar met regt toe en aan behoorende.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Mels Peeters de Graaf en Thomas de Haan, schepenen van s’Grevelduijn Groot Waspik en Elf en een halve Hoeve, desen 20e april 1733.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Dit ist hantmerk bij Melis Peeters de Graaf gestelt

Fol. 94r

Op huijden den 31e maart 1733 soo willen Jan Janse de Bont als testamentaire voogt en Marcelis Zeijlmans als aangestelde toesiende voogt van de onmondige weeskinderen van zaliger Thomas Peeters Zeijlmans publiecq en voor alle man verkoopen met consent en ten overstaan van schout en geregten van Groot Waspik bij forme van erfhuijs verkoopen de haaffelijke en meubilaire goederen bij den voornoemden Thomas Zeijlmans metter doot ontruijmt en naargelaten soo en manieren als die te berde sullen worden gebragt en dat op de de conditien hier naarvolgende:

Eerstelijk wie eenig gelt biet sal gehouden wesen te blijven bij sijn gebodt op een boete van hondert goude realen te verbeure, goet van gout en swaar van gewigte.

Den officier hout den 1e, 2e en 3e roep aan sijn selven, wil niemand bevatten off ook niet bevat of agterhaalt sijn. En wert alle hetgeene sal worden geveijlt off verkogt, werden verkogt soo als het is en sulx stootsvoets.

De koopers of mijnders sullen gehouden sijn haare beloofde cooppenningen te betalen gereet en contant aan de tafel alvorens sij hare gekogte goederen van het erff sullen mogen vervoeren. En soo imant sijn goet van het erff sonder eerste te betalen bragt sal verbeuren aanden officier voor ideren coop eene gulden tien stuijvers den welken die cooppenningen en boete tot lasten vanden overtreder sal invorderen cum expensis.

De koopers sullen boven de cooppenningen mede gereet moeten betalen vande meubilaire goederen van ider gulden eene stuijver agt penningen en van de haaff eene stuijvers

De verkoopers houden aan haar ses lossen mits gevende voor ider lossing twee stuijvers aanden meijnder off cooper.

Twee vurken, 1 riek en cost bij Thomas de Bont om 0: 8: 0
Twee rijven en vurk bij Jan Hendrikse de Bont om 0: 2: 0
1 stikscheer, 1 polstok en schudgaffel bij Peeter Verschuren om 0: 5: 0
1 stok en vurk bij Toom Kolsteren om 0: 4: 0
1 hamer en verkenshout en 1 riekhaak &a bij Johannis Lrs Zeijlmans om 0: 6: 0
7 koeijbeugels en sigtwerff bij Jan Janse de Bont om 0: 8: 0
2 rijven en vurk bij Tomas Kolster om 0: 3: 0
1 stok en vurk bij Thomas de Bont om 0:14: 0
2 dorsvlegels en oost en peersblok bij Peeter de Jong om 0:14: 0
1 keernstaff en twee koppelstocken bij Thomas de Bont om 0: 8: 0
2 rijven en vurk bij Jan Cornelis de Bont om 0: 3: 0
1 roskam en 1 steel bij Jan Janse de Bont om 0: 6: 0
2 vurken en rijff bij Jasper van Selm om 0: 5: 0
3 vurken, 1 balans, en 1 plukhaak &a bij Jan van Balkum om 0:10: 0
Een reelent en een tarpot bij Jan Cornelisse de Bont om 0: 9: 0
Eenig loomen en verder tuijk bij Dries Fransen Hoevenaar om 0: 8: 0
1 schup en hanghouter &a bij Johannis Peters Zeijlmans om 0:11: 0
1 ijsere rijff en drie sparren bij Jan Lips om 0:10: 0
1 ijsere rijff bij Jan Janse de Bont om 0:13: 0
1 kanthaak en seijsie bij Jasper van Selm om 0: 2: 0
1 sigt en haak bij Aart Schoutten om 0: 8: 0
1 leek bij Jan van Steenhoven om 1: 3: 0
1 seijsie en degen bij Jan Cornelisse de Bont om 0:15: 0
2 seijsies bij Peeter van der Pluijm om 0:12: 0
1 seijsie en koornschup bij Bertus van Tichel om 0: 9: 0
1 dissel en bijl bij Adriaan de Bot om 0:11: 0
1 boor, 1 hamer en hakmes bij den secretaris om 0:13: 0
1 veegmes, 1 hakmes en 1 praam bij Jan van Balkum om 0:10: 0
1 kreugespil en merkijser bij den secretaris om 0:11: 0
1 evegeer en brantijser bij Jan van Tichel om 0: 4: 0
1 vlim, 1 nijptang en scheer bij Fransus Schoenmakers om 0:15: 0
1 vierkruijt, tang en priem en nijptang &a bij Jan Janse de Bont om 0:12: 0
1 keern gemak bij Jan Janse de Bont om 1: 1: 0
1 jok en 1 paar leersen bij Jacobus Staal om 0:10: 0
Een deel ijserwerk bij Bartel Timmermans om 0: 8: 0
1 bijl bij Eijmbertus vanden Hout om 0:12: 0
2 ijsere kettingen bij Johannis Peeters Zeijlmans om 0:18: 0
2 duijms en heng &a bij Jan van Balkum om 0: 9: 0
2 paar sporen en slot &a bij Jan Lips om 0: 7: 0
1 doosje met out ijserwerk bij Jan van Balkum om 0: 9: 0
1 mandeke met out ijserwerk bij Mattijs Scheers om 0:17: 0
1 koekpan en hangijser bij Margo Vassen 0: 9: 0
1 saag en trift bij Jan Janse de Bont om 0:19: 0
1 blaaspijp en asschup en trift bij Cornelis Wouters van Steenhoven om 0:17: 0
1 snijmes bij Adriaan Vermijs om 0:11: 0
1 rijsaal met sijn toebehoort ingeset bij Jan Hendrix de Bont om 18 gulden en is gemijnt bij den selven om 19: 0: 0
1 rijsaal met sijn toebehoort bij Tomas van Tichel om 0:10: 0
1 rijsaal bij Toom Kolster om 0: 6: 0
1 bot bij Wouter van Steenhoven 0:18: 0
1 bril spaaij bij Aart Schoutten om 0:19: 0
1 ruijfel bij Damus Schoenmakers om 0:11: 0
1 vuurmant bij Cornelis Wouters van Steenhoven om 0: 2: 0
1 bakermat  
1 wieg bij Peeter de Jong om 0: 8: 0
1 copere confoor bij Pieter Vermeijs om 1: 0: 0
2 dito pannekens bij Govert Goosens om 0:17: 0
1 koper tang en schup bij Jan Cornelisse de Bont om 4:12: 0
1 copere confoor en teebus en rasp bij Marcelis Zeijlmans om 2:12: 0
1 koopere teeketel bij Marie Schoenmakers om 2: 1: 0
1 dito kandelaar bij Arien van der Pluijm om 1:12: 0
1 dito blaaker en kandelaar bij Jan Cornelisse de Bont om 1: 8: 0
1 dito deurslag bij Arien van der Cijs om 1: 2: 0
1 dito keteltje bij van Selm om 1: 7: 0
2 dito ringen bij Jacobus Staal om 1: 0: 0
1 dito kandelaar bij Peeter Swart om 1: 4: 0
1 dito schotel bij Arien van der Pluijm om 1: 6: 0
1 dito schotel bij Jan Hendrikse de Bont om 2: 7: 0
1 dito schotel bij Peeter van der Pluijm om 1:10: 0
1 dito schotel bij den selfden om 1: 0: 0
1 dito kan bij Peeter van Ooijen om 3: 0: 0
1 dito kan bij den selden om 2: 3: 0
1 dito kan bij Johannis Schoenmakers om 5:10: 0
1 dito ketel bij Mattijs Scheers om 1:13: 0
1 dito aaker bij Martinus Sprangers om 3: 0: 0
1 dito vierpan bij Fransus van Hassel om 2: 0: 0
1 dito ketel bij den secretaris om 5: 0: 0
1 dito ketelel ? bij den secretaris om 7:10: 0
1 tinne schotel bij Martinus Sprangers om 1:16: 0
1 tinne schotel bij van Selm om 1:15: 0
1 dito schotel bij Martinus Sprangers om 1:18: 0
1 dito schotel bij Dominie van Velsen om 1:17: 0
1 dito bij van Selm om 0:17: 0
1 dito bij Jan Lips om 1:11: 0
1 dito bij van Selm om 2: 3: 0
1 dito bij Govert Goosens om 1: 7: 0
1 dito bij Johannis Schoenmakers om 2: 1: 0
1 tinne boterpot en tafelbort bij den secretaris 0:18: 0
1 dito intkoker bij Dominie van Velsen om 1: 2: 0
1 dito kom bij Johannis Schoenmakers om 0:15: 0
1 dito kom bij Marcelis Zeijlmans om 0:17: 0
1 dosijn lepels en lepelbort bij Adriaan van Seters om 1: 9: 0
1 dito trekpot bij Adam Somers om 0:15: 0
1 dito trekpot bij Adriaan van Seters om 0:19: 0
1 dito peperbus en soutvat bij Magrita Vassen 0:14: 0
1 dito peperbus en soutvat de weduwe Dirk Melsen van Driel om 1: 0: 0
1 dito mostertpot en worsthoren &a bij Johannis Schoenmakers om 0:18: 0
7 lepels en twee kanschelen bij Stoffel Lijten om 0:15: 0
10 lepels en 1 lul bij Wouter van Steenhoven om 1: 6: 0
6 tinne borden bij van Selm om 3:18: 0
6 dito borden bij Crijn van Rossum om 4: 0: 0
1 galaije kannen bij Huijbert de Jong 0:16: 0
2 dito bij den secretaris om 0:14: 0
1 kopere schuijmspaan en lamp bij Rijna Eijkholt om 0:16: 0
3 galaije kannen bij Adriaan Molenschot om 1: 3: 0
 1 eijsere pot en scheel bij Jan Tijsse de Jong om 1:16: 0
1 roostel en aalspit en kapmes &a bij Pieter Vermijs om 0:16: 0
1 roostel en pijpeneijser bij Barent van Waspik om 1: 0: 0
1 haal bij Margo Vassen om 1: 0: 0
1 blecke doos en korf bij Dingena van Steenhoven om 0:12: 0
1 kanneken bij Teunis vander Pluijm om 0:13: 0
1 scherbort tc bij Dirk Leijten om 0:15: 0
1 gordijne en rabat bij Jan Lips om 5: 5: 0
2 dito en rabat bij de weduwe Dirk Mels van Driel om 2:14: 0
1 dito en rabat bij Aart Schoenmakers om 0:10: 0
1 schoukleet bij Jan Hendrikse de Bont om 2:13: 0
1 witte deken bij Bertus van Tichel om 2: 0: 0
1 dito deken bij Dirk de Wit om 2:10: 0
1 lanteern en schoukleet bij Maria van Gennip om 0:11: 0
1 kannebort bij Wujnant Corput om 2: 0: 0
1 dito kannebort bij Peeter Swart om 0:15: 0
1 schotelreck bij Gelde Vos om 1: 5: 0
1 dito reck bij Oth van der Wal om 1:16: 0
1 capstok bij Oth van der Wal om 0:10: 0
1 wieg stoel bij Willem Zeijlmans om 0: 8: 0
1 paar leerlsen bij Jan Lips om 0:16: 0
1 koore vat bij Dirk Otte om 3: 0: 0
1 dito strooije bij Huijbert Lamberde om 0: 6: 0
1 paar leersen bij Vornelis van Steenhoven om 4: 5: 0
1 stoop bij de weduwe Dirk Melsen van Driel om 0: 4: 0
1 stoop bij Willem Otjes om 0: 7: 0
1 dito bij Jan Matthijsse de Jong om 0: 5: 0
1 wastob bij Huijbert Lamberde om 1:18: 0
1 spinnewiel bij de weduwe Peeter de Zeeu om 1: 1: 0
1 dito spinnewiel bij Jan Mattijsse de Jong om 2: 0: 0
1 kannebort bij Arien de Zeeu om 0: 4: 0
1 klok off oorlogie ingeset bij Cornelis Handrikse Schoenmakers om 25 gulden en is gemijnt bij den selden om 31: 5: 0
1 goutgewigt bij den secretaris om 1: 4: 0
Het out paart gekogt bij de Heer van Bodekum om In de kantlijn: helfster gelt 12 stuijvers 30: 0: 0
T veule bij Jan Peeterse Zeijlmans om In de kantlijn: uts 30: 0: 0
De vierjarige merie bij Fransus Schoenmakers om In de kantlijn: uts 96: 0: 0
Den drie jarige kleijnen ruijn bij Huijbert Schoutten om In de kantlijn: uts 16:14: 0
Den grooten drie jarigen ruijn bij Jan Janse de Bont om In de kantlijn: uts 46: 0: 0
Den ruijn bij Jan de Bont verkoggt aan Geerart Rijns ente winst gehadt vier gulden veertien stuijvers dus 4:14: 0
Een vaal vaar beest bij Martinus Sprangers om In de kantlijn: trekgelt 5½ stui  En tougelt 5½ stuijvers 36: 0: 0
Een rooij grijse vaare koeij bij Peeter Sprangers ingeset om 31 gulden habit den slag In de kantlijn: uts 31: 0: 0
Een rooij vaar koeij ingeset bij Johannis Cornelisse Schoenmakers om 31 gulden habit den slag In de kantlijn: uts 31: 0: 0
Een vaal gremel vaar koeij ingeset bij Dominekus Snijders om 24 gulden habit den slag In de kantlijn: uts 24: 0: 0
Een moorswarte vaar koeij ingeset bij Fransus Schoenmakers om 30 gulden habit den slag In de kantlijn: uts 30: 0: 0
Een rooij gremel vaar koeij ingeset bij Jan Hendrikse de Bont habit den slag In de kantlijn: uts 20: 0: 0
Een swart bont kalff ingeset bij Jan Adriaanse van Tichel om 17 gulden habit den nslag In de kantlijn: uts 37: 0: 0
Een swarte gremel melkkoeij ingeset bij Jan Hendrikse de Bont om 31 gulden habit den slag In de kantlijn: uts 31: 0: 0
Een swarte bonte melkkoeij ingeset bij Jan Hendrikse de Bont om 33 gulden habit den slag In de kantlijn: uts en gelost bij Jan Janse de Bont 33: 0: 0
Een vaal gremel melkkoeij ongeset bij Thomas de Bont om 27 gulden en gemeijnt bij Aart Schoutten omIn de kantlijn: uts 28:10: 0
Een swarte gremel melkkoeij ingeset bij Thomas de Bont om 26 gulden en gemeijnt bij Jan de Meter om In de kantlijn: uts en gelost bij Marcelis Zeijlmans 29: 0: 0
Een swarte gremel melkkoeij ingeset bij Jan Jochemse Zeijlmans om 40 gulden en gemeijnt bij Pieter van Raamsdonk om In de kantlijn: uts 41:10: 0
Een swarte gremel vaars koeij ingesetbij Jan Janse de Bont om 19 gulden habit den slag In de kantlijn: uts 19: 0: 0
Een bloet rooij vaar koeij ingeset bij Johannis Cornelisse Schoenmakers om 36 gulden habit den slag In de kantlijn: uts 36: 0: 0
Een rooij gremel vaar koeij ingeset bij Cornelis van Steenhoven om 34 gulden habit den slag In de kantlijn: uts 34: 0: 0
Een rooij gremel vaar koeij ingeset bij Wouter van Steenhoven om 23 gulden habit den slag In de kantlijn: uts 23: 0: 0
Een swart blaar veers kalff ingeset bij Jan Cornelisse de Bont om 10 gulden habit den slag In de kantlijn: uts 10: 0: 0
Een swart bont keuskalff ingeset bij Jan Cornelissse de Bont om 12 gulden habit den slag In de kantlijn: uts 12: 0: 0
Een rooij greijs kalffveers ingeset bij Marcelis Zeijlmans om 23 gulden habit den slag In de kantlijn: uts 23: 0: 0
een swarte bonte stier ingeset bij Damus Schoenmakers om 8 gulden 5 stuijvers, gemeijnt bij Jan Soeters om In de kantlijn: uts 9: 5: 0
Een valen gremelen os ingeset bij Thomas de Bont om 24 gulden, gemeijnt bij Adam Deckers om In de kantlijn: uts 25:10: 0
Een rooije bonte veers ingeset bij Jan Handrikse de Bont om 30 guldens 10 stuijvers, gemeijnt bij Thomas de Bont om 31:10: 0
Eenen witten os ingeset bij Jan Handerikse de Bont om 21 gulden, gemeijnt bij Adam Somers In de kantlijn: uts 22:10: 0
Eenen wagen ingeset bij Thomas de Bont om 25 gulden, gemeijnt bij den selven om In de kantlijn: trekgelt 12 stuijvers 28: 0: 0
De aartkar sonder borden is ingeset bij Adriaan de Rooij om 9 gulden habit den slag In de kantlijn: trekgelt 6 stuijvers 9: 0: 0
De aartkar mette borden is ingeset bij Tomas van Tichel om 7 gulden, gemeijnt bij Dries Fransen Hoevenaar om In de kantlijn: trekgelt 6 stuijvers 8:10: 0
Een paar voorste beslag raaden is ingeset bij Peeter Cuijl om 10 gulden habit den slag In de kantlijn: trekgelt 5½ stuiver In de kantlijn: gelost bij Jan Janse de Bont 10: 0: 0
Twee agterste beslag raade is ingeset bij Sijmen van Son om 17 gulden 10 stuijvers, gemeijnt bij Huijbert Schoutten om In de kantlijn: trekgelt 5½ stuijvers 1:18: 0
Een greel en toom bij Aart van Dinteren om 1:16: 0
Een saal en ligt bij Peeter van Dongen om 1: 5: 0
Een saal en ligt bij Dries Fransen Hoevenaar om 2:11: 0
Eenen roeijtoom bij Dominekus Snijders om 0:16: 0
Eenen koeijbak bij Jan Janse de Bont 0: 7: 0
1 dito bak en leer bij Hendrik Louwen om 0: 3: 0
2 horden bij Joseph Camo om 0:14: 0
Den trens bij Huijbert Anthonisse Coninx om 2: 0: 0
Een oxhooft bij Jan Janse de Bont om 0:10: 0
1 dito oxhooft bij Jacob vander Cae om 0: 9: 0
1 oxhooft bij Tomas van Tichel om 0: 9: 0
1 spoeling ton bij Cornelis Wouters van Steenhoven om 0:14: 0
1 oxhooft met eenen bodem bij Dirk Dirksen Leijten om 0: 9: 0
Eenen blok bij Peeter de Jong om 0: 4: 0
2 sweepen bij Huijbert Coninx om 0: 4: 0
Eenen emmer bij Bertus van Tichel om 0: 8: 0
1 dito bij Adriaan de Rooij om 0: 9: 0
1 dito bij Joseph Camp om 0:12: 0
Den boonstaken met den hoop bij Dirk Dolk om 2:13: 0
Den mustert en ertreijs bij Peeter Swart om 1:11: 0
’t riet tegen 56 stuijvers ’t hondert bij Adriaan Hoevenaar beloopt 1:17: 2
Een hoopke branthout bij Peeter Swart om 0:16: 0
Een hoopke eijke branthout tegen de verkenskooij bij Jan Lips om 0:13: 0
Een kruijwagen bij Huijbert Otjes om 0: 5: 0
Een kruijwagen en blok bij den secretaris om 0: 7: 0
Een slee bij den secretaris 1: 1: 0
Een eegt  
Een strooije korff  
2 wanne en mant  
Drie eijken planken bij Damus Schoenmakers om 0:14: 0
4 toubeugels bij Dominekus Snijders om 0: 4: 0
1 lampstok en bank bij den secretaris om 0: 1: 0
1 tob en capstok bij Jan Lips om 0: 1: 0
1 ton met tras bij Peeter Coolhaas om 0: 2: 0
1 stalschup en 5 beugels bij Peeter Zeijlmans om 0:10: 0
1 mishaak en 5 houtjes bij Jan Matthijsse de Jong om 0: 3: 0
1 plank bij Bartel Timmermans om 0: 5: 0
1 ligt bij Aart Schoutten om 0: 4: 0
1 paar pistoolen bij Hendrik Schoenmakers om 5:10: 0
1 slijpsteen bij Marcelis Zeijlmans om 0:12: 0
Een melkton bij de weduwe Moleschot om 0: 9: 0
1 dito Peeter Wouters Zeijlmans om 0: 4: 0
1 dito bij Oth van der Wal om 0: 4: 0
1 vringtobbeke bij Huijbert Otjes om 0:14: 0
1 melkton bij Josep Camp om 0:13: 0
1 keernd bij Huijbert Lammerde om 2: 6: 0
3 olijstoppen en kannen &a bij Jan van balkum om 0: 4: 0
Eenige vurkestelen bij Peeter Verschuren om 0: 3: 0
Nog dito vurkestelen bij Huijbert Lamberde om 0: 2: 8
Nog dito vurkestelen bij Hendrik Camp om 0: 2: 0
1 vurk en draaghouten bij Josep Camp om 0: 4: 0
Eenige latten bij den secretaris om 1: 0: 0
Eenige touwen bij Hendrik Camp om 0: 8: 0
2 stoelen bij de weduwe Jan Hendrix om 1: 0: 0
2 dito bij Hendrik Camp 0:18: 0
2 dito bij Flip Slijkers 1: 0: 0
1 dito armstoel bij Dirk Dolk om 0:15: 0
2 stoelen bij Cornelis Damusse Schoenmakers om 0:19: 0
2 dito bij den secretaris om 0:18: 0
2 dito bij Jan Matthijsse de Jong om 0:13: 0
2 dito bij Jan Matthijsse de Jong om 0:17: 0
2 dito bij Hendrik Camp om 0:17: 0
1 schup en tang bij den secrtaris om 0:14: 0
1 ijsere pot bij Damus Schoenmakers om 0:11: 0
1 steene boterpot bij den secretaris om 0:14: 0
1 paar schoen bij Willem … (niets ingevuld) om 0: 6: 0
1 kakstoel bij Peeter de Jong om 1: 7: 0
1 deurslag en eenig houtwerk bij Willem Otjes om 0: 8: 0
1 teereck bij Hendrik Verlegh om 0:10: 0
1 torfton en schabel bij de weduwe Dirk Melsen om 0:11: 0
2 aarde potten  
1 pispot en aarde pan &a bij de weduwe Dirk Melsen van Driel om 0: 4: 0
1 looije toebax doos bij Hendrik Camp om 0:11: 0
1 schabel bij Sytoffel leijten om 0: 7: 0
1 metalen vijsel bij den secretaris om 2: 0: 0
1 stoop en 2 kannekens bij Josep Camp om 0: 7: 0
2 blecke teeketels &a bij de weduwe Peeter de Zeeu om 0:11: 0
2 kaasvaten bij Jacobus Staal om 0:13: 0
Eenige potten en rommeling bij Dirk Janse Leijten om 0: 5: 0
1 tafel bij den secretaris 1: 2: 0
1 deke en ratteval bij de weduwe Moleschot om 0: 9: 0
1 witte deken bij Matthijs Schoenmakers om 2: 0: 0
1 groen deken bij Dirk de Wit om 0:17: 0
1 witte dito bij Dirk de Wit 1: 8: 0
1 dito witte bij Stoffel Leijten om 2:10: 0
1 paarde blok bij Hendrik de Jong om 0: 6: 0
1 kuijve doos &a bij Dries Hoevenaar om 0: 6: 0
Drie schilderije bij Marcelis Zeijlmans om 0:10: 0
1 schilderij bij den secretaris om 0:18: 0
1 strijkeijser, borstel en raarfhooft bij Josep Camp om 0:19: 0
4 galaije tafelborden bij Oth van der Wal om 0: 7: 0
2 dito schotelen bij Arien de Zeeu om 0: 9: 0
2 dito schotelen bij Mecheltje Visser om 0: 4: 0
4 dito schotelen bij Peeter Wouter Zeijlmans om 0:19: 0
7 dito schotelen bij Johannis Schoenmakers om 1: 5: 0
2 dito schotelen bij Jan van Balkum om 0: 5: 0
3 dito potten bij Dirk Janse Leijten om 0:15: 0
6 teekopkens en 7 schoteltjes bij Eijmbertus van den Hout om 0: 4: 0
7 schoteltjes en 5 kopken posteleijn bij den secrtaris om 1: 0: 0
Eenig aardewerk bij Pieter Vermijs om 0: 9: 0
Een spiegel bij Hendrik Camp om 1: 2: 0
1 schotelreck bij de weduwe Tomas Buijs om 0: 6: 0
1 snaphaan bij Fransus Schoenmakers om 8: 5: 0
1 bedt en peulu bij de weduwe Dirk Melsen van Driel om 10: 0: 0
2 kussens bij Josep Camp om 1: 8: 0
De haver en spelt tegens 6 stuijvers ider vat bij van Selm en is bevonden 34 ¾ vat 10: 8: 8
1 bedt en hooftpeulu bij Catoleijn Vermeijs om 15: 0: 0
1 dito bedt en peulu bij Josep Camp om 19: 0: 0
1 dito bedt en hooftpeulu ingeset bij den secretaris om 27 gulden en gemeijnt bij Jacobus Staal om In de kantlijn: trekgelt 6 stuijvers 28: 0: 0
3 hooftkussens bij Peeter Matthijsse de Bont om 4: 2: 0
1 korfke en twee borstels bij Peeter Verschuren om 0: 7: 0
1 paar leersen bij Arien Roubos om 0:11: 0
9 pont gesponnen garen bij Johannis Schoenmakers om 4:12: 0
1 kempe deken bij de weduwe Dirk Melsen van Driel om 0: 4: 0
1 paarde kleet bij Jacobus Staal om 0:14: 0
1 brootbak en 4 rieken &a bij Jan Matthijsse de Jong om 0: 6: 0
1 tinne kan bij Peeter Matthijsse de Bont om 1: 8: 0
1 paar gordijne en rabat bij Hendrik Camp om 2: 4: 0
1 paar gordijne bij Hendrik Camp om 0:16: 0
1 blecke lamp bij Gijsbert van Dijk om 0: 4: 0
1 vuur eijser bij Jan van Balkum om 0:11: 0
1 valhoet bij Barent van Waspik om 0: 8: 0
1 dito valhoet bij Josep Camp om 0:12: 0
2 melkseelen bij de weduwe Cievit om 0: 6: 0
2 dito bij Cornelis Mustert om 0: 8: 0
1 wendel en luur bij Marcelis Zeijlmans om 1: 8: 0
1 kinderdeken en wiegkleet bij Josep Camp om 1: 0: 0
1 wendel en melkseel bij Peeter Matthijse de Bont om 0: 7: 0
2 handdoeken en 2 tafellakens bij den secretaris om 0:12: 0
1 tafelkleet en 3 kussensloopen bij Eijmbertus van den Hout om 0:15: 0
1 mandeke bij de weduwe Cievit om 0: 5: 0
2 kinderborssocken bij Pieternel Nieuwenshuijsen om 0: 4: 0
2 dito bij Jan Lips om 0: 9: 0
3 kinder mutsen bij Cornelis van Os om 0: 6: 0
3 dito bij Arien de Zeeu om 0: 5: 0
1 kinderhendeken en borsok bij Willem Tegenbos om 0: 7: 0
1 hemdeke en mutske &a bij Wouter van Steenhoven om 0:10: 0
2 mutsen en fleppen bij Johannis Schoenmakers om 0:18: 0
2 dito bij den selven om 0:12: 0
1 dito muts en flep bij Pieter Vermijs om 0: 3: 0
3 mutsen en 2 fleppen bij de weduwe Cievit om 0:19: 0
1 hemdeke en hantschoen bij Dirk de Wit om 0: 5: 0
2 lobben en neesteltjes bij Wouter van Steenhoven om 0: 4: 0
4 onderfleppen en nagelbanderkens &a bij Dirk de Wit 0:12: 0
4 kindermitskens en flep &a bij Willem Tegenbos om 0: 3: 0
3 mutskens bij Peeter Verschuren om 0: 6: 0
3 dito bij Huijbert Otjes om 0: 3: 0
2 hemdekens, nagelbandekens &a bij Dirk de Wit om 0: 5: 0
3 mutsen en nagelbanden bij Dirk de Wit om 0: 4: 0
2 hemdekens &a bij Peeter de Jong om 0: 4: 0
3 mutsen bij Peeter Zeijlmans om 0: 4: 0
3 dito bij Peeter de Jong 0: 4: 0
3 dito bij Josep Camp 0: 6: 0
2 mutskens en fleppen bij Johannis Schoenmakers om 0: 9: 0
3 mutsen en fleppen &a bij den selven om 0: 7: 0
3 mutskens bij Barent van Waspik om 0: 5: 0
2 doopmutskens bij Marcelis Zeijlmans om 1: 0: 0
3 mutsen bij Peeter de Jong 0: 5: 0
2 dito bij Adriaan van Hassel 0: 6: 0
 2 paar moukens en neusdoeken bij Peeter Matthijsse de Jong om 0: 4: 0
2 hemdekens bij Willem Tegenbos 0: 2: 0
6 luuren bij den secretaris om 1: 0: 0
3 luuren bij Frans Schoenmakers om 0:16: 0
2 dito en iservet bij den secretaris om 0:15: 0
2 kussesloopen bij Mecheltje Visser om 0:11: 0
1 tafellaken en 2 handdoeken bij den secretaris om 0: 6: 0
2 kussesloopen bij Willem Tegenbos om 0:12: 0
2 dito bij Marie Bogers om 0:13: 0
2 dito bij Toon Otjes om 0:14: 0
2 dito bij Oth van der Wal om 0: 9: 0
2 dito bij Hendrik de Jong om 1: 0: 0
2 dito bij Marie Bogers om 0:13: 0
2 dito bij Peeter Matthijsse de Bont om 0:16: 0
1 trille tafellaken bij den secretaris om 0: 9: 0
1 dito bij Jan Reckers om 0:13: 0
1 dito bij Jan Matthijsse de Jong om 0:14: 0
4 servetten bij Jan Lips om 3: 0: 0
2 dito bij Peeter Wouter Zeijlmans om 1: 6: 0
1 dito bij de weduwe Dirk Melsen van Driel om 1: 8: 0
2 dito bij Matthijs Scheerders om 1: 4: 0
2 dito bij den secretaris om 1: 2: 0
6 dito bij Jan Reckers om 4: 5: 0
3 dito bij Josep Camp om 2: 4: 0
1 tafellaken bij Johannis Schoenmakers om 7:10: 0
1 dito tafellaken bij Hendrik Schoenmakers om 2: 0: 0
1 dito bij den secretaris om 2: 8: 0
1 dito bij Jan Janse de Bont om 1:18: 0
1 dito bij Peeter Verschuren om 1: 1: 0
1 dito bij Lijsbet Snijders om 0:14: 0
2 kussesloopen bij Mecheltje Visser om 0:18: 0
2 slaaplakens bij Willem Tegenbos om 1:10: 0
1 laken bij den selfden om 1: 2: 0
1 dito bij Jan Reckers om 1: 0: 0
1 gordijn, 1 cussensloop en luur bij de secretaris om 0:12: 0
2 trille tafellakens bij Tomas de Haan om 1: 3: 0
1 servet en tafelake bij Bartel Gijben om 1: 8: 0
1 slaaplaken bij Willem Tegenbos om 1: 7: 0
1 dito bij Bartel Gijben om 1: 9: 0
1 dito bij Willem Tegenbos om 1: 0: 0
1 dito bij Matthijs Scheerders om 1: 8: 0
1 dito bij Jan Reckers om 1: 0: 0
1 dito bij Jan Lips om 1: 8: 0
1 dito bij Jan Reckers om 1: 0: 0
1 dito bij Jan Tijsse de Jong om 1: 9: 0
1 dito bij Stoffel Leijten om 1: 5: 0
1 dito dij den selfden om 1:11: 0
1 dito bij de weduwe Cievits om 1:10: 0
1 dito bij Jan Tijsse de Jong om 1: 6: 0
1 dito bij Wouter van Steenhoven om 1:14: 0
1 dito bij Bartel Gijben om 1: 2: 0
1 dito bij Jan Reckers om 1: 0: 0
1 dito bij Maaijke Reckers om 1: 0: 0
1 dito bij Piternel Bogers om 1: 2: 0
1 dito bij Matthijs Scheers om 1: 1: 0
1 paar moukens bij Jacobus Staal om 0: 3: 0
2½ pont vlas bij Jan Reckers om 0:17: 0
3 flessen bij Stoffel Leijten om 0: 5: 0
1 ijsere confoor en kandelaar &a bij Hendrik Schoenmakers om 0:18: 0
1 mant en pot met aartappelen bij Willem Tegenbos om 0:14: 0
1 uittreckende tafel bij van den Hout om 1: 5: 0
1 cantoortafel bij Jan Peeterse Zeijlmans om 4:10: 0
De turkse boonen met den hoop bij Sijmen Sterrenburg om 2: 8: 0
2 stoelen bij Johannis Schoenmakers om 1: 0: 0
1 koore sak bij van Selm om 0:10: 0
1 dito sak bij Dirk Dolk om 0:11: 0
De kast in de voorkamer bij Adriaan Roubos om 4: 0: 0
Eenig branthout in de schuur bij Jan van Balkum om 3: 1: 0
3 koppelhouter bij Hendrik Schoenmakers om 0:15: 0
’t hout in ‘t gebent bij Fransus Schoenmakers om 3:15: 0
1 kaske in de keuken bij Johannis Schoenmakers om 3:10: 0
1 tonneke bij Hendrik Camp 0: 2: 0
Dirk Dolk ½ sij speck om drie stuijvers 2 penningen ’t pont, weegt 23¾ pont, is 2:11: 0
Dito Anthonij Otjens, ut supra, weegt 27¼ pont, is 4: 5: 2
Dito Fransus Schoenmakers om 2 stuijvers 10 penningen ’t pont, weegt 24¾ pont, is 3: 4:14
Een sijspek bij Jan Tijsse de Jong om 2 stuijvers 12 penn ’t pont, weegt 28¾ pont, is 3:19: 2
Nog een dito bij Anthonij Otjens om 3 stuijvers ’t pont, weegt 30¾ pont, is 4:12: 4
1 stuk spek bij Damus Schoenmakers om 2 stuijvers 12 penningen ’t pont, weegt 10 pont, is 1: 7:18
1 stuk reusel voor 2 stuijvers 10 penningen ’t pont, weegt 3¼ pont bij Cornelis Buijs, is 0: 7:10
10 spekhaken bij Johannis Schoenmakers om 0: 5: 8
12 speckhaken en 2 sporen bij Jacob Meeussen van de Cae om 0:10: 0
3 stukken gerookt vleijs bij Anthonij Otjens om 2 stuijvers 10 penningen ’t pont, is gemeen, weegt 15¼ pont, is 2: 0: 0
2 koekpannen en een haal bij Cornnelis Buijs om 0: 3: 0
Een partije worst in een quaijen keletl bij Hendrik Louwen om 1:12: 0
Een plaat bij Hendrik Schoenmakers om 9: 5: 0
2 coeijtongen bij Hendrik Schoenmakers om 0: 7: 0
2 dito bij Fransus Schoenmakers om 0: 7: 0
2 dito bij Anthonij Otjens om 0:10: 0
2 stukken gerookt vleijs bij Dirk Dolk voor 2½ stuijver ’t pont, weegt 10¾ pont, is 1: 6:14
2 dito bij Fransus Schoenmakers om 2 stuijvers 10 penningen ’t pont, weegt 9½ pont, is 1: 5: 0
1 stuk gerookt vleijs bij Damus Schoenmakers om 2 stuijvers 10 penningen ’t pont, weegt 5 pont, is 0:13: 2
1 stuk reusel bij Jan Marcelis Reckers om 2 stuijvers’t pont, weegt 3 pont, is 0: 6: 0
   
’t vlees uit de ton  
Een steerstuk bij Hendrik Verleg om 0: 8: 0
Het tweede stuk bij Wouter van Disseldorp om 0: 7: 0
Nog 1 dito stuk bij den selfden om 0: 9: 8
Het 4e stuk bij Jan van Balkum om 0: 6: 0
Nog een stukje bij Eijmbertus van den Hout om 0: 7: 0
1 dito stuk bij Hendrik Verleg om 0: 6: 0
Nog een stuk bij Cobus Laros om 0: 7: 8
   
‘t pekelspek  
Een hoopke bij Aart Vrint om 0:10: 0
Het 2e hoopke bij den secretaris om 0: 7: 0
Het 3e hoopke bij Dirk Dolk om 0:12: 0
1 tonneke bij den secretaris om 0: 4: 0
De vleeston bij Jan Janse de Bont om 1: 6: 0
Een kistje met rommelderij bij Eijmertus van den Hout om 0: 7: 0
Een pot met vet bij Jan Janse de Bont om 4: 5: 0
Een stoop en pot en tonneke met vet bij Jan Janse de Bont om 0: 4: 0
4 haenderen en 1 haan bij Cornelis Buijs om 1: 1: 0
Den torf in den hoek met den hoop bij Cornelis van Os om 6: 0: 0
Den missie agter ’t huijs en agter de schuur met den hoop bij Hendrik Janse Schoenmakers om 7: 5: 0
Den paarden missie met den hoop bij Hendrik Cornelisse Schoenmakers om 5: 0: 0
Den ashoop bij Hendrik Cornelisse Schoenmakers om  1:10: 0
   
Somma Sommarium bedraagt de geheele erfhuisceel ter somme van 1478:12: 2
De haaff en haver en spelt bedraagt  831:11: 8
Soo dat de meubile goederen blijven ƒ 647: 0:10
   
Comt den xle penning voor ’t lant ƒ 16: 3: 8

Aldus dese verkoopinge regtelijk gedaan bij en ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Thomas de Haan en Barent van Waspik, schepenen in Groot Waspik, desen 31e Maart en 1e april 1733.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 108r

Staat en inventaris gedaan maken en aan schout en geregten van Groot Waspik overgevende bij Adriaantje Schoenmakers huijsvrou van Peeter Wouters Zeijlmans als last en procuratie hebbende vande voornoemde haren man sijnde gepasseert voor Adriaan de Grant notaris voor den Edele Rade van Brabant en sekere getuijgen tot Oosterhout in dato den 17e meij 1733 waar toewert gerefereert, Marcelis Zeijlmans als in huwelijk hebbende Anna Schoenmakers, Jan Janse de Bont als voogt en Marcelis Zeijlmans als toesiende voogt vande onmondige weeskinderen van zaliger Thomas Peetersen Zeijlmans en Maria Schoenmakers ende Jan Peeterse Zeijlmans weduwenaar van zaliger Johanna Schoenmakers voor sijn selven en als vader en Johannis Schoenmakers als aangestelde toesiende voogt van de kinderen van Johannis Peeters Zeijlmans en Johanna Schoenmakers voornoemt ende dat van soodanige vaste en onroerende goederen als bij Jacobus Schoenmakers en Huijbertje vanden Heuvel, egteluijden in haar leven, gewoont hebbende in 11½ Hoeve Groot Waspik, haar lieden vader en moeder en grootvader en grootmoeder respective metter doot sijn ontruijmt en naargelaten alsmede die bij Jacobus Schoenmakers voornoemt metter doot sijn ontruijmt als ook van de goederen haar aangekomen bij overlijden van Cornelis Peeter Melsen haar lieder oom en outoom respective als mede het overlijden van Jenneke Huijberden de Bruijn weduwe van Hendrik Huijberde Schoenmakers haar lider grootmoeder en overgrootmoeder respective, soo ende in manieren als volgt:

In de kantlijn: Uijtgemaakt

Eerstelijk de goederen dewelke Jacobus Schoenmakers zaliger in togte heeft beseten ingevolge den testamente gepasseert tusschen de voornoemde Schoenmakers en sijne huijsvrouwe gepasseert voor den notaris Anthonij Timmers en sekere getuijgen tot Sprang in dato den 27e jannuarij 1707 en welke goederen als de kinderen tot haren geapprobeerden staate gekomen waren aan haar moeste volgen.

Eestelijk ses geerden hooij ende weijlant, gelegen inden polder alhier, tusschen erffenisse vande erfgenamen vande heer procr Rijkevorstel oost en west Adriaan Fransen Camp en Huijbert Driesen Hoevenaar. Streckende uijt den zuijden vande Cae sloot af, noordwaart in tot den halven Schaij sloot toe. En is het selve geweerdeert en getaxeert op een somme van                                                                                       3150: 0: 0

Nog drie geerden hooij ende weijlant, gelegen inden polder alhier, in een stuk van ses geerden, gemeen met Fransus van Hassel. Beleent ten oosten vande heele ses geerden Jacobus Clasen Tak en ten westen Peeter Jochemse Zeijlmans en de polders Eijndeling Cae, d’een teijnden den anderen. Streckende uijtten zuijden vande Cae sloot of Hendrik Luijten Ambagt af, noortwaart in tot den halven Schaij sloot toe. En is het selve getaxeert en geweerdeert op                                                                                             1500: 0: 0

Nog 3½ geert hooij ende weijlant, gelegen inden polder alhier, in een stuk van seven geerden, gemeen en verdeelt met Bastiaan Vassen. Belent ten oosten vande heele 7 geerden Jan Peeters Coenen en ten westen Adriaan Fransen Camp en de weduwe Jacob Huijberde Cuijl. Streckende uijtten suijden vande Cae sloot af, noortwaart in tot den halven Schaij sloot toe. En is het selve getaxeert en geweerdeert weerdig te wesen                                                                                                                                             1800: 0: 0

Nog 4½ geert hooij ende weijlant mede gelegen inden polder alhier, in een stuk van ses geerden, gemeen en onverdeelt met Arien Nouwens. Belent ten oosten vande heele ses geerden Cornelis van Steenhoven en Thomas de Bont en ten westen Peeter Bouwens en Willem Bouwens. Streckt uijtten zuijden vande Cae sloot af, noortwaart in tot den ½ Schaij sloot toe. En is het selve geweerdeert en getaxeert op 2400: 0: 0

Nog een binnendel, gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart tusschen erffenisse van Dirk Janse Voegers cum suis suijden en Peeter Jochemse Berthouts en Mevrou de Raat noorden. Streckende uijtten westen vande halve Vroukensvaart ende del van Peeter Jochemse Berthouts af. Oostwaart in tot de hoeff van Heijkelom toe. En is het selve geweerdeert en getaxeert op                                                           

                                                                                                                                              200: 0: 0

Eindelijk nog ontrent 8 hont zaijlant, gelegen in 11½ Hoeve Groot Waspik met de moerveldekens daar teijnden. Belent ten oosten Jan Wouterse Verschuren cum suis en ten westen Jan Janse van Tichel. Streckende uijtten oeveH

noorden vande halve Her straat aff, zuijtwaart in tot het Oude vaartje toe. En is het selve getaxeert en geweerdeert op                                                                                                                  1500: 0: 0

Somma bedraagen de goederen voornoemt in ’t geheel 10550 guldens en sulx comt de helft die de kinderen ingevolge ’t voornoemde testament daar in compiteren eene somme van 5275 guldens. Dewelke bij de gelijke kinderen en kintskinderen moeten worden getrocken.

Volgen de goederen gekomen van Cornelis Peeter Melsen. De welke de gelijke kinderen van Jacobus Schoenmakers zijn aanbestorven

Eerstelijk en ten laatsten het geregte 1/3 part van een stuk hooij ende weijlant, gelegen inden polder van Groot Waspik, groot binnendijx tien en een halve geert en buijtendijx en over ’t Schips diep tot den Schaij sloot toe groot 9 geerden. Belent ten oosten van ’t heele lant Wouter van Steenhoven en Dingeman Elemans cum suis, d’een teinde den anderen en ten westen Jan Abberdaan cum suis. Streckende uijtten zuijden vande Cae sloot of Hendrik Luijten Ambagt af, noortwaart in tot den halven Schaijsloot toe. En is het selve getaxeert en geweerdeert op                                                                                                                                  

                                                                                                                                            1400: 0: 0

Soo dat de goederen die op de kinderen van Jacobus Schoenmakers waren verstorven te samen bedragen eene somme van 6675 guldens. En sulx voor ider ¼ part 1668:15. Waar in Johannis Zeijlmans als in huwelijk gehadt hebbende Johanna Schoenmakers en sijn kinderen sijn verstorven als mede de kinderen van Thomas Peeters Zeijlmans als in huwelijk gehat hebbende Maria Schoenmakers.

Volgen de goederen bij den testamente tusschen Jacobus Schoenmakers en sijne huijsvrou gemaakt aan hem in eijgendom gemaakt en de geene die hij na doode van sijn huijsvrou heeft aangekogt als:

Eerstelijk een huijs, hoff, erve en delle gelegen alhier in Twaalftalve Hoeve Groot Waspik, tusschen erffenisse van de weduwe Cornelis Aarde Schoenmakers ende weduwe Jan Hendrix d’een teinde den anderen oost en Melis Peetersen Otgens west. Streckende uijtten zuijden vande halve Her straat aff, noortwaart in tot de Kaij of Groot Waspik toe. Aan hem van sijne huijsvrouwe gemaakt. En is het selve geweerdeert en getaxeert op                                                                                                                                        3200 gulden

Nog een halve delle mede gelegen in 11½ Hoeve Groot Waspik agter de huijsinge van Jan vanden Berg en Dirk de Graaff, gemeen en onverdeelt met Jan vanden Berg. Belent ten oosten vande heele del Gijsbert de Jong en ten westen d weduwe Jan Hendrix. Streckende uijtten zuijden vanden halven sloot tusschen de erve van Jan van den Berg en Dirk de Graaf en de del af, noortwaart in tot de Cae of Groot Waspik toe. Sijnde bij hem gekogt van Jan Janse van Hassel. En is het selve geweerdeert en getaxeert op     300: 0: 0

Nog drie mergen weijlant, gelegen is Dussen Muijlkerk. Sijnde 13 hont en voorts 5 hont allodiaal goet. Belent Geelijk van Oirschot oost en d’erfgenamen van Jacob Potters west. Streckende uitten noorden van de halve Baase Wetering af, zuijtwaart in tot de halve strate toe. Bij hen aangekogt van Geerit Timmers. En is het selve geweerdeert en getaxeert op                                                                                             1100: 0: 0

Volgende goederen de kinderen van Jacobus Schoenmakers aanbestorven door overlijden van de weduwe Hendrik Huijberde Schoenmakers als:

Eerstelijk vier geerden hooij ende weijlant, gelegen in Clijn Waspik, in een stuk van agt geerden, gemeen met de weduwe Jan Hendrikse Schoenmakers. Belent ten oosten vande heel agt geerden …. (niets ingevuld) Heuvelkamp, schout van Giessen en ten westen Thomas de Bont. Streckende uijtten zuijden vande hoekdel van Thomas de Bont aff, noortwaart in tot het groot Eelant toe. En is het selve geweerdeert en getaxeert op                                                                                                                                            2200: 0: 0

Nog eenen acker zaeijlant, gelegen in Twaalftalve Hoeve Groot Waspik tusschen erffenisse van Jan Cornelisse de Bont, Huijbert Lammerde Schoenmakers en Mattijs de Bont, d’een teijnde den anderen oost en Hendrik en Johannis Schoenmaakers west. Streckende uijtten noorden vande halve s’Heere strate af zuijtwaart in tot het moerveldeken van de kinderen van Jan Peeter Aarden Schoenmakers toe. En is het selve geweerdeert en getaxeert op                                                                                                                        1000: 0: 0

Somma Sommarium bedragende vaste goederen op de kinderen en kintskinderen van Jacobus Schoenmakers bevallen eene somme van 13075 gulden boven en behalven de meubilen en haaf en proffelijke en onproffeteliojke schulden. De welke mede moeten komen tot lasten of proffijt van kinderen en kintskinderen voornoemt.

De haaf en imboel hebbende comparanten Peeter Wouterse Zeijlmans, Tomas Peeterse Zeijlmans, Jan Peeterse Zeijlmans en Marcelis Zeijlmans onder malkanderen verdeelt en getaxeert en onder den anderen verkogt en is ider vierde part volgens annotatie daar van gehouden bevonden te bedragen ter somme van 177:19: 0 en sulcx in ’t geheel ter somme van                                                                ƒ 711:16: 0

De inkomende en uijtgaande schulden konnen de erfgenamen nog niet regt opgeven en sullen daar van onder malkanderen staat en inventaris maken en met den anderen liquideren en dus dient het selve alhier voor                                                                                                                                      memorie

Aldus desen inventaris gedaan maken en overgegeven bij persoonen in ’t hooft deses gemelt ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Jan Jochemse Zeijlmans en Mels Peeterse de Graaf, schepenen in Groot Waspik, desen 29e maij 1733.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Dit is t hantmerk bij Mels Peterse de Graaf gestelt

Fol. 111r

Scheijdingen ende erfdeijlinge die bij desen doende ende aan schout en geregten van Groot Waspik overgevende sijn bij Adriaantje Schoenmakers huijsvrou van Peeter Wouters Zeijlmans, als last en procuratie hebbende vanden voornoemden haren man sijnde gepasseert voor Adriaan de Grant notaris vor den Edele Rade van Brabant en sekere getuijgen tot Oosterhout in dato den 27e maij 1733 ons schou en schepenen geëxibeert en gebleken en alhier ter secretarije registreert tot dewelke om kortheijts halven wort gerefereert, voor haar selven, Marcelis Zeijlmans als in huwelijk hebbende Anna Schoenmakers voor sijn selven, Jan Janse de Bont als voogt en Marcelis Zeijlmans als toesiende voogt vande onmondige weeskinderen van zaliger Thomas Peetersen Zeijlmans en Maria Schoenmakers ende Johannis Peeters Zeijlmans weduwenaar van zaliger Johanna Schoenmakers voor sijn selven en als vader van sijne onmondige kinderen en Johannis Schoenmakers als toesiende voogt en gekooren deelvoogt van de kinderen van Johannis Peeters Zeijlmans en Johanna Schoenmakers voornoemt ende dat van soodanige vaste en onroerende goederen als bij Jacobus Schoenmakers en Huijbertje vanden Heuvel, egteluijden in haar leven, gewoont hebbende in Twaalftalve Hoeve Groot Waspik, haar lieden vader en moeder en grootvader en grootmoeder respective metter doot sijn ontruijmt ende naargelaten alsmede die bij Jacobus Schoenmakers voornoemt metter doot sijn ontruijmt als ook van de goederen haar aangekomen bij overlijden van Cornelis Peeter Melsen haar comparanten oom en outoom respective als mede bij overlijden van Jenneke Huijberden de Bruijn weduwe van Hendrik Huijberde Schoenmakers haar comparanten grootmoeder en overgrootmoeder respective soo als die bij den inventaris sijn opgegeven en sijn deselve bij het trecken van loten verdeelt ende te deele gevallen als volgt:

Eerstelijk soo is Adriaantje Schoenmakers huijsvrou van Peeter Wouterse Zeijlmans in qualiteijt als in t hooft deses gemelt bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt op de geregte helft van een huijs, hoff, erve en delle gelegen alhier in 11½ Hoeve Groot Waspik, waarvan de wederhelft is bedeelt op Johannis Peeters Zeijlmans en sijn kinderen, Belent ten oosten van het heele huijs, hoff, erve en delle de weduwe Cornelis Aarde Schoenmakers ende weduwe Jan Hendrix d’een teinde den anderen en ten westen Melis Peetersen Otgens. Streckende uijt den zuijden vande halve Her straat aff, noortwaart in tot de Kae of Groot Waspik toe. En is getaxeert op 1600 guldens.

Nog op de geregte helft van een halve delle mede gelegen in 11½ Hoeve Groot Waspik agter de huijsinge van Jan vanden Berg en Dirk de Graaff, gemeen en onverdeelt met Jan vanden Berg en Jan Peeters Zeijlmans. Belent ten oosten vande heele del Gijsbert de Jong en ten westen d weduwe Jan Hendrix. Streckende uijtten zuijden van Jan van den Berg en Dirk de Graaf en de del af, noortwaart in tot de Cae off Groot Waspik toe. En is getaxeert op 150 guldens.

Nog op de geregte helft van eenen acker zaijlant, groot in t geheel agt hont met de helft van de moerveldekens int zuijden daar teijnden aan mede gelegen in 11½ Hoeve. Belent ten oosten vande geheele acker Jan Wouterse Verschuren cum suis en ten westen Jan Janse van Tichel. Streckende uijtten oeveH

noorden vande halve Her straat aff, zuijtwaart in tot het Oude vaartje toe. En is getaxeert op 750 guldens.

En ten laatsten nog op 4¼ geert hooij ende weijlant mede gelegen inden polder van Groot Waspik, in een stuk van ses geerden, gemeen en onverdeelt met Arien Nouwens. Streckende uijtten zuijden vande Cae sloot aff, noordwaart in tot den halven Schaij sloot toe. En is getaxeert op 2400 guldens. En moet dit lot trecken van Marcelis Zeijlmans in egalisatie van sijn lot 50 guldens, waar van de voornoemde Adriaantje Schoenmakers bekent voldaan te sijn.

Ten tweeden soo is Jan Janse de Bont als voogt en Marcelis Zeijlmans als toesiende voogt vande onmondige weeskinderen van zaliger Thomas Peetersen Zeijlmans ende Maria Schoenmakers en sulx ten behoeve vande kinderen van Thomas Zeijlmans voor soo veel ider daar in geregtigt soude mogen sijn ingevolge den inventaris daar van gemaakt en op dato deses overgegeven en gepasseert, bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op ses geerden hooij ende weijlant, gelegen inden polder van Groot Waspik, tusschen erffenisse vande erfgenamen vande heer procr Rijkevorstel oost en Adriaan Fransen Camp west. Streckende uijtten zuijden vande Cae sloot af, noordwaart in tot den halven Schaij sloot toe. En is getaxeert op 3150 guldens.

Nog op het geregte 1/6 part in een stuk hooij ende weijlant, gelegen mede inden polder alhier, groot binnendijx 10½ geert en buijtendijx en over ’t Schips diep tot den Schaij sloot toe groot negen geerden. Gelant ten oosten van ’t heele lant Wouter van Steenhoven en Dingeman Elemans cum suis, d’een teijnde den anderen en ten westen Jan Abberdaan cum suis. Streckende uijtten zuijden vanden Cae sloot off Hendrik Luijten Ambagt aff, noortwaart in tot den halven Schaijsloot toe. Getaxeert op 700 guldens.

En ten laatsten nog op drie mergen weijlant, gelegen is Dussen Muijlkerk. Sijnde 2 mergen 1 hont leenroerig aan de heerlijkheijt Dussen Muijlkerk en vijf hont allodiaal goet. Belent oost Geelijk van Oirschot en ten westen d’erfgenamen van Jacob Potters. Streckende uitten noorden van de halve Baase Weg aff, zuijtwaart in tot de halve strate toe. Getaxeert op 1100 guldens.

Ten derden soo is Johannis Peeters Zeijlmans voor sijn selven en als vader van sijne kinderen bij hem in huwelijk verwekt aan Johanna Schoenmakers en Johannis Schoenmakers als toesiende voogt ende deelvoogt van de voornoemde kinderen en sulx ten behoeve vande voornoemde Johannis Peeters Zeijlmans en sijne kinderen voor soo veel ider daar in geregtigt soude mogen sijn ingevolge den inventaris daar van gemaakt en op dato deses overgegeven en gepasseert, bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op de geregte helft van een huijs, hoff, erve en delle gelegen alhier in 11½ Hoeve Groot Waspik, waarvan de wederhelft is bedeelt op Peeter Wouters Zeijlmans. Belent ten oosten van het heele huijs, hoff, erve en delle de weduwe Cornelis Aarde Schoenmakers en d weduwe Jan Hendrix d’een teinde den anderen en ten westen Melis Peetersen Otgens. Streckende uijtten zuijden vande halve Her straat aff, noortwaart in tot de Cae off Groot Waspik toe. En is getaxeert op 1600 guldens.

Nog op de geregte helft van een halve delle mede gelegen in 11½ Hoeve Groot Waspik agter de huijsinge van Jan vanden Berg en Dirk de Graaff, gemeen en onverdeelt met Jan vanden Berg en Peeter Wouters Zeijlmans. Belent ten oosten vande heele del Gijsbert de Jong en ten westen de weduwe Jan Hendrix. Streckende uijtten zuijden vanden halven sloot tusschen de erve van Jan van den Berg en Dirk de Graaff en de del aff, noortwaart in tot de Cae of Groot Waspik toe. Getaxeert op 150 guldens.

Nog op de geregte helft van eenen acker zaijlant, groot in t geheel agt hont met de helft van de moerveldekens in ‘t zuijden daar teijnden aan mede gelegen alhier in 11½ Hoeve. Belent ten oosten vanden heelen acker Jan Wouterse Verschuren cum suis en ten westen Jan Jansen van Tichel. Streckende uijtten oeveH

noorden vande halve Her straat aff, zuijtwaart in tot het Oude vaartje toe. Getaxeert op 750 guldens.

Nog op een binnendel, gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart tusschen erffenisse van Dirk Janse Voegers cum suis zuijden en Peeter Jochemse Berthouts en Mevrou de Raat noorden. Streckende uijtten westen vande halve Vroukensvaart en de del van Peeter JochemseBerthouts af, oostwaart in tot de hoeff vasn Heukelum toe. Getaxeert op 200 guldens.

En ten laatsten nog op vier geerden hooij ende weijlant, gelegen in Clijn Waspik, in een stuk van agt geerden, gemeen met de weduwe Jan Hendrikse Schoenmakers. Belent ten oosten vande heel agt geerden Heuvelkamp, schout van Giessen en ten westen Thomas de Bont. Streckende uijt den zuijden vande hoekdel van Thomas de Bont aff, noortwaart in tot het groot Eelant toe. Getaxeert op 2200 guldens. En moet dit lot tot egelisatie trecken van Marcelis Zeijlmans 50 guldens dewelke Johannis Zeijlmans bekent ontfangen te hebben en daar van voldaan te sijn.

Ten vierden en ten laatsten soo is Marcelis Zeijlmans als in huwelijk hebbende Anna Schoenmakers bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op drie geerden hooij ende weijlant, gelegen inden polder alhier, in een stuk van ses geerden, gemeen met Fransus van Hassel. Belent ten oosten vande heele ses geerden Jacobus Clasen Tak en ten westen Peeter Jochemse Zeijlmans en de polders Eijndeling Cae, d’een teijnden den anderen. Streckende uijt den zuijden vande Cae sloot off Hendrik Luijten Ambagt aff, noortwaart in tot den halven Schaij sloot toe. Getaxeert op 1500 guldens.

Nog op drie en een halven geert hooij ende weijlant, gelegen inden polder alhier, in een stuk van seven geerden, gemeen en verdeelt met Bastiaan Vassen. Belent ten oosten vande heele 7 geerden Jan Peeters Coenen en ten westen Adriaan Fransen Camp en de weduwe Jacob Huijberde Cuijl. Streckende uijtten suijden vande Cae sloot off 11½ Hoeve af, noortwaart in tot den halven Schaij sloot toe. Getaxeert op 1800 guldens.

Nog op het geregte 1/6 part in een stuk hooij ende weijlant, gelegen mede inden polder van Groot Waspik, in t geheel binnendijx 10½ geert en buijtendijx en over ’t Schips diep negen geerden. Belent ten oosten van het heele lant Wouter van Steenhoven en Dingeman Elemans cum suis, d’een teijnde den anderen en ten westen Jan Abberdaan cum suis. Streckende uijtten zuijden vanden Cae sloot of Hendrik Luijten Ambagt af, noortwaart in tot den halven Schaijsloot toe. En is getaxeert op 700 guldens.

En ten laatsten nog op een acker zaijlant mede gelegen in 11½ Hoeve Groot Waspik tusschen erffenisse van Jan Cornelisse de Bont, Huijbert Lammerde Schoenmakers en Mattijs de Bont, d’een teijnde den anderen oost en Hendrik en Johannis Schoenmaakers west. Streckende uijtten noorden vande halve s’Heere strate aff, zuijtwaart in tot het moerveldeken van de kinderen van Jan Peeter Aarden Schoenmakers toe. En is den selven getaxeert op 1000 guldens. En heeft dit lot uijtgereijkt tot egalisatie aan Peeter Wouterse Zeijlmans 50 guldens en aan Johannis Zeijlmans en sijn kinderen 50 guldens.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijt Hollant en verclaarde ider in hare voornoemde qualiteijt met sijn bevallen lot te vreden te sijn en te sullen betalen alle lasten en verpondingen, dijken, dammen, straten, waterloopen, schouwen, leijen, caden, verlaten en andere naburen regten, baten, schaden en geregtigheden tot ider parceel behoorende. En sullen malkanderen helpen dragen enbetalen alle lasten en verpondingen en omslagen voor soo verre die omgeslagen sijn tot den lesten december 1732 incluijs en sullen de lasten, verpondingen en omslagen die na die tijt omgeslagen en geconsenteert sijn blijven tot de lasten vande goederen op ider gevallen waar mede sij comparanten verclaren te vreden te wesen den eenen ten behoeve vanden anderen sijn aanbedeelde goederen te renuntierenen en afstant te doen gelijk sij sijn doende bij desen.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Jan Jochemse Zeijlmans enMels Peeters de Graaf, schepenen in Waspik, desen 29e maij 1733.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Dit ist hantmerk bij Melis Peeters de Graaf gestelt

Fol. 114r

Scheijdingen en erfdeijlinge die bij desen doende ende aan schout en schepenen van Groot Waspik overgevende sijn Bastiaan Creeft als in huwelijk hebbende Adriaantje Nobel ter eenre ende Cornelis Paans als voogt ende Anthonij van den Hout als toesiende voogt van het onmondige weeskint van zaliger Arien Nobel genaamt Jan Nobel. Ende dat van soodanige goederen als sij met den anderen gemeijn sijn hebbende ingevolge de deijlinge voor schout en schepenen alhier gepasseert op den 18e april 1729 als mede vande obligatie en hipotheecqbrieff en een legaat van hare grootmoeder ’t geene sij nog met den anderen gemeijn sijn hebbende en sijn de selve loten bij het trecken van blinde loten verdeijlt en te deele gevallen als volgt:

In de kantlijn: Uijtgemaakt

Eerstelijk soo is Bastiaan Creeft als in huwelijk hebbende Adriaantje Nobel bij het trecken van lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt op een buijtendelle, gelegen alhier in Sgrevelduijn Groot Waspik, groot ontrent vijf hont off soo groot en cleijn het selve gelegen is tusschen erffenisse van s’Heere strate in ’t suijden en ten noorden de weduwe Vas Peeters Vermeulen, Streckende uijtten oosten van Vroukensvaart en d’erve van de weduwe Peeter de Bont ende weduwe Peeter Scheur af, westwaart in tot de delle van Arnoldus van Son toe. En moet dit lottrekken van t lot van Jan Nobel een hondert een en ’t sestig gulden tien stuijvers.

Nog op het legaat door Elisabeth Zeijlmans weduwe Jan Buijs haare grootmoeder aan haar gemaakt ter somme van twee hondert gulden capitaal met nog agt en dartig gulden van verschenen intrest van het voornoemde legaat ingevolge den testamente gemaakt voor den notaris Johan van Dijk en sekere getuijgen tot Sprang in dato den 19e meij 1728.

Nog op een obligatie van twee hondert gulden capitaal, staande ten laste vande weduwe Arien Huijberde Coninx, sijnde van dato den 17e meij 1712 met nog twee jaar intrest ter somme van veertien guldens.

Hier tegens soo sijn Cornelis Paans als voogt ende Anthonin vanden Hout als toesiende voogt van Jan Nobel, minderjarige soon van Arien Nobel en Neesken Janse Buijs en sulx ten behoeve vande voornoemde Jan Nobel bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt op een binnenveldeken, gelegen alhier tusschen erffenisse van Jan Pols oost ende weduwe Adriaan Blankers west. Streckent uijt den noorden vanden onderteen vanden dijck off halve Her straat aff, zuijtwaart in tot den halven watergang toe.

Nog op de geregte helft van eenen acker en bijster met het veldeken over den dijk, gelegen alhier waarvan de wederhelft toebehoort Grietje en Janneken Geerden cum suis. Belent ten oosten vanden heelen bijster, acker en veldeken Thomas de Bont en ten westen de weduwe Adriaan Blankers en Jan Wouterse Verschuren d’een teijnde den anderen. Streckende uijt den noorden vanden halven watergang aff, zuijtwaart in tot Cuijpers Leij toe.

Nog op een hipoteecqbrieff van vijfhondert gulden capitaal met vijf en twintig gulden van verschenen intrenst, staande tot laste van Maria Coninx weduwe Thomas Buijs in dato den 25e april 1732. Ende moet dit lot uijtreijken aan bastiaan Creeft voornoemt in egalisatie van sijn bevallen lot een somme van een hondert een en ’t sestig gulden tien stuijvers. Waar van de voornoemde voogden aannemen intrest te betalen tegens vier per cento in ’t jaar van dato off soo lange den voornoemde Jan Nobel minderjarig of ongetrouwt is en sullen dese penningen niet behoeven afgelegt te werden gedurende de minderjarigheijt vanden voornoemde Jan Nobel.

Wijders houden sij comparanten ider voor de helft gemeijn en onverdeijlt het geregte agtste part in een hu9js, hof en erve, gelegen tot Raamsdonk waarvan de resteren drie agtste parten sijn toebehoorende Anthonij vanden Hout en Barent van Waspik, gelegen op den oostenkant van Stats weg soo als het aldaar bedeelt of onbedeelt gelegen is als mede haar gedeelte in nog vijf partijen moergront en veldekens, putten en cuijlen daar onder begrepen, gelegen onder Sgrevelduijn Cappel aande Santschel, sijnde als vooren gemeen en onverdeelt gelegen.

En is conditie soo er aande obligatie of hipoteecqbrieff bij het aflossen gets (gelt ?) mogte te kort komen dat soodanige schade half en half gedragen sal moeten worden en sullen sij in sulck gevallen malkanderen moeten gauranderen.

Wijders is conditie dat ider sijne aanbedeelde goederen sal aanvaarden met dato deses ende hueren en intressen vande loopenden jare ontfangen en daar tegens de ordinaire en extraordinaire verpondingen en omslagen betalen metten 1e jannuarij 1733 en dat ider sal maken sijne wegen, dijken, straten en santpaden &a tot ider parceel behoorende en verclaarde den eenen ten behoeve vanden anderen sijn bevallen lot te renuntieren.

Aldus dese deijlinge regtelijk gedaan en gepasseert bij den voornoemden comparanten met consent en ten bijwesen en overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Thomas de Haan en Barent van Waspik, schepenen in Groot Waspik, desen 29e julij 1733

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 115r

Scheijdingen en erfdeijlinge die bij desen doende ende aan schout en schepenen van Groot Waspik overgevende sijn Cornelis van Steenhoven als in huwelijk hebbende Maria de Bruijn ter eenre ende Thomas de Bont als in huwelijk hebbende Henderina de Bruijn ter andere seijde Ende dat van soodanige vaste goederen, hipoteekbrieven en oblgatien als haar sijn aanbestorven door doode en overlijden van Adriana Baas weduwe van zaliger Jan Aartse de Bruijn als mede van negen geerden lant inden polder van Groot Waspik als haar te samen waren compiterende uijt de naargelatene goederen van Jan Aartse de Bruijn ende sijn alle de voornoemde goederen en effecten bij haar comparanten verdeelt en bij het trecken van loten te deelen gevallen als volgt:

In de kantlijn: Uitgemaakt

Eerstelijk soo is Cornelis van Steenhoven bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt op negen geerden hooij ende weijlant, gelegen inden polder van Groot Waspik tusschen erffenisse van Jan Lips cum suis oost en west Arien Nouwens cum suis. Streckende uijt den zuijden vande Cae sloot of xj½ Hoeve aff, noordwaart in tot den halven Schaij sloot toe.

Ten tweeden nog op een buijtendelle, gelegen alhier op den westenkant van Vroukensvaart, genaamt den Hoekdel. Gelant ten zuijden Willem Nieuwenhuijsen en ten noorden den omloop off gebuurlanden van Cleijn Waspik. Streckende uijt den westen vande del van Arnoldus van Son aff, oostwaart in tot de halve Vroukensvaart toe.

Ten derden nog op een binnendel of haar geregtigheijt haar inde selve compiterende, gelegen agter opden westenkant van Vroukensvaart tusschen erffenisse …. (niets ingevuld) zuijden en ten noorden … (niets ingevuld). Streckende uijtten westen vande Blocxkens gebruijkt bij Dirk de Cuijper af, oostwaart in tot de halve Vroukensvaart toe.

Ten vierden nog op ses geerden hooij en weijlant, gelegen in Cleijn Waspik tusschen erffenisse van Peeter van Gijsel cum suis en Thomas de Bont den een teijnde den anderen west en Aart de Bont cum suis oost. Streckende uijtten suijden vande halve Oude straat of Groot Waspik aff, noortwaart in tot den halven Schaij sloot toe.

Ten vijfden nog op vijf geerden hooij en weijlant mede gelegen in Cleijn Waspik, gemeen in een stuck van agt vgeerden met de heer Firij. Gelant ten oosten vande heele agt geerden Christoffel de Bruijn en ten westen Jan Cievits cum suis. Streckende uijtten zuijden van Groot Waspik aff, noordwaart in tot het groot Eelant toe.

Ten sesde nog op twee mergen vijf hont en twee en ’t seventig roeden boulant, gelegen inden nieuwen polder onder Dussen … (niets ingevuld) Kerk tusschen erffenisse van de Calver steeg aan’t noorden en …. (niets ingevuld) zuijden …. (niets ingevuld) oost …. (niets ingevuld) en ten westen …. (niets ingevuld). Soo als het selven is gekomen van Cornelis van Honswick.

Ten sevenden nog op een hipoteecqbrieff van een duijsent drie hondert gulden capitaal ten lasten van Jan Cornelisse de Bont, bierbrouwer tot Waspik, sijnde gepasseert voor schout en schepenen alhier op den 13e meij 1727 en sulcx met de verschenen en onbetaalde intresse van dien tegens vier per cento jaarlijx

Ten agtste nog op een obligatie van een duijsent gulden capitaal staande ten laste van Adriaan Base, bierbrouwer tot Breda, sijnde gepasseert onder desselfs hantteijkening in dato den 25e november 1726 en sulx met de verschenen onbetaalde intressen van dien tegens vier gulden per cento jaarlijx.

Ten negende nog op een obligatie van vijff hondert gulden capitaal staande tot laste van Johanna Thomasse Zeijlmans laast weduwe van Johan Smeur, woonende tot Oosterhout, sijnde gepasseert onder hare hantteijkeninge in dato den 9e meij 1727 en sulx met de verscheenen onbetaalde intressen van dien tegens vier gulden per cento jaarlijx.

Ten tienden nog op een hipoteekbrief van vijf hondert gulden capitaal verleden bij Jan Cornelisse Schippers in dato den 5e jannuarij 1723 en is daarvoor verbonden een huijs, hoff, erf en del, gelegen in Hendrik Luijten Ambagt, gekogt bij Adriaan van Hassel met de verschene onbetaalde intressen van dien tegens drie gulden vijf stuijvers per cento jaarlijx.

Ten elfden nog op een obligatie van vijftig gulden capitaal ten laste van Jan Peeters Timmermans door de wandeling genaamt Jan van Oosterhout, woonende alhier, sijnde gepasseert onder desselfs hantteijkening in dato den 6e desember 1723 en sulx met de verschene onbetaalde intresse vandien tegens vier oer cento in ’t jaar.

Ten twaalfden en ten laatsten nog op een obligatie van drie hondert gulden capitaal ten laste van Aart van Dinteren, woonende tot Dussen, inden nieuwen polder, sijnde gepasseert onder desselfs hantteijkening in dato den 19e april 1727 en sulx met de verschene onbetaalde intressen van dien tegens vier per cento in t jaar.

Hier tegens soo is Thomas de Bont bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op een huijs, hofke en erff, staande en gelegen alhier met ontrent de helft en …. (niets ingevuld) in een buijtendel agter de voornoemde huijsinge gelegen, waar in de resterende gedeelte toekomt den voornoemde de Bont. Belent ten oosten vande voornoemde huijsinge en heele del de steeg vande seven en een halve geert van Michiel Molenschot, Thomas de Bont, Frans Ot en ten westen de weduwe Peeter Zeijlmans in sijn leven secretaris alhier. Streckende uijtten zuijden van de halve Her straat, noortwaart tot de halve Oude straat of Cleijn Waspik toe. Met nog een hofken, gelegen alhier. Belent oost Mattijs en Bartholomeus Camp en ten westen den Armen alhier. Streckende uijtten zuijden vande halve pastorije sloot aff, noortwaart in tot de kerksteeg of de erve vande weduwe Jochem vander Laar toe.

Ten tweeden nog op drie vierde parten van eenen acker zaeijlant, gelegen alhier, gemeen met de Bont voornoemt. Gelant oost vanden heelen acker de weduwe Peeter Zeijlmans en west den voornoemde de Bont. Streckende uijt den noorden vanden bijster van Jan Pols aff, zuijtwaart in tot Cuijpers Leij toe.

Nog ten derden op eenen acker zaeijlant, gelegen alhier. Belant zuijden de kinderen van Arien van Pas en ten noorden de stede van Denis Peeters de Haan cum suis. Streckende uijtten oosten vande hoff en erven van Adriaan Boeser aff, westwaart in tot de dwars pat of dijkje toe.

Ten vieden nog op een binnendelle, gelegen in den buijten polder alhier, tusschen erffenisse van de kinderen van Cornelis Janse de Jong oost en Johannis Verschuren en Piternel van Steenhoven west. Streckende uitten zuijden vande halve Her straat af, noortwaart in tot de Cae toe.

Ten vijfden nog op drie geerden hooij ende weijlant, gelegen inden polder van Groot Waspik, in een stuk van ses geerden, gemeen met Peeter Cornelisse Camp. Belent ten oosten vande heele ses geerden Jacob van der Cae cum suis en ten westen Arnoldus van Son. Streckende uijtten zuijden vanden Cae sloot aff, noortwaart in tot den halven Schaij sloot toe.

Ten sevende nog op elff geerden hooij ende weijlant, gelegen in Cleijn Waspik tusschen erffenisse van Bartel Camp cum suis oost en ’t manshuijs van Geertruijdenberg en de Kerk en Arme alhier west. Streckende uijtten zuijden vande Oude straat off Sgrevelduijn Groot Waspik aff. Noordwaart in tot den halven Schaij sloot toe.

Ten agtsten nog op een parceel hooij ende weijlant, gelegen onder Dussen, groot ontrent drie mergen van outs … Goeijpoort, gelegen tusschen erffenisse vande graaflijkheijt oost, d’wed vande heer procr Rijkevorstel, ten zuijden den Schaij sloot of gelanden van Cleijn Waspik en ten noorden de putten.

Ten negenden nog op een obligatie van vijftig gulden capitaal tot laste van Reijnier Coster, woonende alhier, sijnde gepasseert onder dessels hantteijkening in dato den 18e maart 1708. En sulx met de verschene onbetaalde intressen van dien tegens vier per cento in ’t jaar en sal de baten en schaden hier van comende alleen sijn voor den voornoemden de Bont.

Ten tienden nog op een hipotheeckbrief van vijf hondert gulden capitaal tot laste van Anthonetta Staal laast weduwe van Jacob Cievits, sijnde gepasseert voor schout en schepen van Dussen Munsterkerk in dato den 16e november 1703. En sulx met de verschenen onbetaalde intresse tegens vijff gulden per cento in het jaar.

Ten elfde nog op een hipotheeckbrief ten laste van de voornoemde weduwe van een duijsent twee hondert gulden capitaal, dog is daar op afgelegt vijf hondert gulden capitaal soo dat den voornoemde hipotheecq nog blijft seven hondert gulden capitaal, sijnde gepasseert voor schout en schepenen van Dussen voornoemt in dato den 7e junij 1713. En sulx met de verschenen onbetaalde intresse tegens vier per cento in ‘t jaar.

Ten twaalfden nog op een hipotheeckbrief van vijf hondert gulden capitaal tot laste van Jasper van Selm, bierbrouwer alhier, sijnde gepasseert voor schout en schepenen alhier in dato den 13e december 1720. En sulx met de verschenen onbetaalde intressen tegens vier per cento jaarlijx.

Ten dertienden nog op een hipotheeckbrief van 450 gulden capitaal tot laste van de weduwe Arnoldus de Bruijn, in sijn leven schout en secretaris van Cleijn Waspik, sijnde mede gepasseert voor schout en schepenen alhier in dato den 30e maart 1731. En sulx met de verschenen onbetaalde intressen tegens vier per cento jaarlijx.

Ten veertienden nog op een restant obligatie sijnde ’t seventig gulden tot laste van Teunis Sagt, woont alhier, sijnde gepasseert onder sijn hantteijkeninge in dat den 2e julij 1726. En sulx met de verschenen onbetaalde intressen tegens vier per cento jaarlijx.

Ten vijftienden nog op een restant obligatie sijnde nog een hondert gulden tot laste van Jan Maas, woonende alhier, sijnde gepasseert onder de hantteijkeninge van sijn vrouwe eerste man zaliger volgens obligatie vanden 29e jannuarij 1727. En sulx met de verschenen onbetaalde intressen tegens vier gulden per cento in ‘t jaar.

Ten sestienden nog op een obligatie van vier en tagtentig gulden capitaal, sijnde tot laste van Jan Nouwens, gepasseert onder desselfs hantteijkening in dato den 15e februarij 1731. En sulx met de verschenen onbetaalde intressen van dien tegen vier per cento in ‘t jaar.

Ten seventiende nog een obligatie van een duijsent gulden capitaal tot laste van het dorp van Groot Waspik, sijnde bij schout en schepenen en manne verleden op den 8e augustij 1730. Met de verschene onbetaalde intressen tegens vier per cento jaarlijx.

Verder is conditie dat sij comparanten te samen sullen betalen alle verpondingen, dorps en polders lasten en omslagen voor soo verre die omgeslagen sijn tot den lesten december 1732 incluijs. En soo er eenige verholen commer, calansien of aantaal op de vaste goederen off bankeraetten op de hipotheecquen of obligatien mogten komen dat sij malkanderen die sullen helpen dragen. En sulx den een den anderen voor de helft goet doen. Uijtgenomen vande obligatie van Reijnier Costers de welcke blijft tot proffijt of schade van Thomas de Bont alleen.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regten van Zuijt Hollant en verclaarde ider met sijn bevallen loten en aanbedeelde parceelen te vreden te sijn en te sullen betalen alle lasten, verpondingen, renthen, chijnsen als anders tot ider parceel behoorende en te sullen maken en onderhouden alle dijken, straten, waterloopen, schouwen, leijen, kaden, verlaten, en andere naburen regten met regt daar toe en aan behoorende. En sulx met alle lasten en sevituijten van uijt en overwegen als daar toe van outs hebben behoort.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Thomas Compeer en Barent van Waspik, schepenen in Waspik, desen 21e augustij 1733.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 118r

In de kantlijn: Uitgemaakt op een segel van 48 stuijvers

Op huijden den 30e october 1733 compareerde voor ons schout en schepenen van Groot Waspick ondergenoemt Aart Peeters de Bont, Adriaantje Peeters de Bont weduwe Cornelis Adriaan Camp, sijnde geassisteert met Peeter Camp haren soon en gekoren voogt in desen, Maria Peeters de Bont weduwe van Peeter de Jong, sijnde geassisteert met Aart de Bont haren gekoren voogt in desen, Dirk Wouterse Zeijlmans als in huwelijk hebbende Dingena Peeters de Bont, Jan van den Bergh als in huwelijk hebbende Geertruij Peeters de Bont ende Andries Fransen Hoevenaar, sone van Frans Hoevenaar en Elisabet Peeters de Bont. Alle kinderen ende ab intestato erfgenamen van zaliger Peeter de Bont en Alida Aarts Cuijl, egtelieden in haar leven gewoont hebbende alhier te kennen gevende dat hare vader en moeder zaliger den eenen den anderen hebben geinstitueert tot erfgenaam ende dat hare moeder bij haar testament gemaakt voor den notaris Michiel van Tilburg en sekere getuijgen tot Geertruijdenberg op den …. (niets ingevuld) hadde gewilt dat hare naartelaten goederen bijden anderen soude moeten blijven tot het overlijden van Huijbert Peeters de Bont haren innocenten soon toe. Ende daar over tot voogt hadden aangestelt Aart de Bont en tot toesiender Peeter Camp sonder aan hare verdere kinderen behoorlijk bewijs van hare legitime en andere portien den kinderen naar regte compiterende te doen. Ende sij comparanten haar legitieme en andere portien uijt den boedel treckende den voornoemden innocenten broeder alsdan met de emolumenten niet en soude konnen …sisteren soo verclaarde sij comparanten omme alle oneenigeheden ongemacken en kosten hier uijt staande te rijsen voor te komen ende te verhoeden met den anderen veraccordeert ende overeen gekomen te sijn omme de geheele naarlatenschap te verdeijlen ende dat onder dese speciale conditie dat ider van hen comparanten gehouden en verbonden sal sijn tot onderhout vande voornoemde Huijbert de Bont te betaelen aan Aart de Bont en Dirk Wouters Zeijlmans of die haar sullen volgen eenen somme van twintig gulden jaarlijx of soo veel min of meer als men om de drie of vier jaren sal bevinden datter van noode soude mogen sijn waar uijt den voornoemden Huijbert de Bont sal worden beste en behoorlijk gekleet en gereet soo als den testamente is mede brengende, En soo als hier agter voorders sal worden gespecificeert en sijn dan de voornoemde vaste goederen bij haar comparanten verdeelt ende te deele gevallen als volgt:

Eerstelijk soo is Aart Peeters de Bont geloot, gecavelt ende beërfdeelt op een huijs, hof, erve, dries en bijster, staande en gelegen onder Sgrevelduijn Cappel tusschen erffenisse van Wilbert Zeijlmans en Hendrik van der Hoeven d’een teijnde den anderen oost en ten westen de erfgenamen van Lambert Bogers. Streckende uijt den noorden vande Her straat af, zuijtwaart in tot de moeren vande kinderen van de heer de Raat toe.

Ten tweeden soo is Adriaantje Peeters de Bont weduwe Cornelis Adriaan Camp, sijnde geassisteert met Peeter Camp haren soon en gekoren voogt in desen, geloot, gecavelt ende beërfdeelt op een en een halve geert hooij ende weijlant, gelegen inden polder alhier, in een stuk van ses geerden, gemeen en onverdeelt met de voornoemde weduwe Camp en andere. Belent ten oosten van de heele ses geerden Jan Jochemse Zeijlmans en ten westen Jan Lips cum suis. Streckende uijtten zuijden vanden Cae sloot of 11½ Hoeve aff, noordwaart in tot den Schaij sloot toe.

Ten derden soo is Maria de Bont weduwe van Peeter de Jong, geassisteert met Aart de Bont haren gekoren voogt in desen geloot, gecavelt ende beërfdeelt op een buijtendelle, gelegen in ‘Sgrevelduijn Cappel tusschen erffenisse van Jacobus Pallemerus oost en ten westen de weduwe Arien Huijberde Coninx cum suis. Streckende uijtten noorden van den dijk aff, zuijtwaart in tot Cleijn Waspik Toe.

Ten vierden soo is Dirk Wouterse Zeijlmans als in huwelijk hebbende Dingena Peeters de Bont geloot, gecavelt ende beërfdeelt op een huijs, schuur, brouwerije en erve met den hoff binnendijks, staande en gelegen alhier op den westenlant van Vroukensvaart. Belent ten oosten van ’t huijs &a Dorps vaartkant, ten westen de weduwe Peeter Scheur en Adriaantje Nobel. Streckende uijt den noorden vande del van Adriaantje Nobel aff, zuijtwaart in tot de erve vande weduwe Peeter Scheur ende de Her straat toe. En van den hoff, gelant zuijden Peeter Adriaan Boeser en noorden den dijk. Streckt uijt den westen van den hoff van Peeter Scheur aff, oostwaart in tot de halve Binnen vaart toe. En dat met alle de ketels, coelbacken, vaatwerk en al wat tot de brouwerij eenigsints soude mogen behooren.

Ten vijfden soo is Jan van den Bergh als in huwelijk hebbende Geertruij de Bont geloot, gecavelt ende beërfdeelt op een binnendelle, gelegen alhier op den westenkant van Vroukensvaart tusschen erffenisse van Dorps watergang noorden en Peeter van Dongen zuijden. Streckende uijt den westen van Peeter van Dongen af, oostwaart in tot de halve vaart toe.

Ten sesden en ten laatsten soo is Andries Fransen Hoevenaar, sone van Frans Hoevenaar en Elisabet Peeters de Bont geloot, gecavelt ende beërfdeelt op een buijtendel, gelegen op den westenkant van Vroukensvaart tusschen erffenisse van Arnoldus Cuijl cum suis suijden en Anthonij Snijders noorden. Streckende uijt den westen vande del van Arnoldus van Son af, oostwaart in tot de halve vaart toe.

Nog op een acker zaeijlant mede gelegen alhier boven ‘Sgrevelduijn Waspik. Belent ten noorden de weduwe Teunis Wouterse Biemans en ten zuijden Arien de Zweeuw. Streckende uijtten westen vande stede van Michiel Beerten af, oostwaart in tot de dwars steeg of acker van Aart de Bont toe.

Nog is Adriaantje de Bont weduwe Cornelis Adriaanse Camp, Maria de Bont weduwe Peeter de Jong, Jan van den Berg en Andries Fransen Hoevenaar bevallen en bedeelt op een derden moer inden Endenest en over de Santschel waarvan de andere twee derde parten hebben toebehoort gehat Dingena de Bont en Jan de Bont, desselfs erfgenamen soo als den selven van outs streckende en gelegen is.

Item houden de gesamentlijke comparanten nog gemeen een hont ackerlant, gelegen tot Loon op Sant en nog eenige moergronden, soo als den comparanten ouders die altijt toebehoort en gebruijkt hebben.

Verder is conditie dat alle de goederen die tusschen de voornoemde comparanten sijn verdeijlt voor de alimentatie van den voornoemden Huijbert de Bont speciaal blijven verbonden en veronderpant. En soo imant sijn aanbedeelde portie wilde verkoopen ofte verdeijlen soo sal hij gehouden sijn alvorens te moeten stellen twee sufficante borgen voor de alimentatie vande gemelden de Bont ofte een obligatie of vaste pant ten minsten waardig eene somme van ses hondert guldens.

Verder is conditie dat ider staak of kluft sijnen tax van twintig gulden jaarlijx sal moeten betaelen op den 1e meij van ider jaar en sulx sal het eersten jaar verscheijnen op den 1e meij 1735 (al??? Hij tegenwoordig tot den 1e meij 1734 toe is besteet en salider van hun comparanten of hare erfgenamen bij representatie ider sijn contingent moeten brengen bij de regerende directeurs ider jaar op den verscheijndag en soo imant daar in gebreecke blijft sullen de directeurs te samen of ider in het bijsonder deselve sonder aanmaninge bij middel van regt mogen invorderen welke kosten daar omme te doen sullen komen tot lasten vande gebreeckigen.

Verder is conditie dat de directeurs om de vier jaren aande voornoemden die present gelieven te komen sullen moeten geven visie van haren uijtgeef en ontfang als wanneer het overschot soo overschiet sal worden verdeijlt en soo er te kort komt sal het selve ook moeten worden bijgelegt en soo imant in gebreecke bleven sulx te doen, sal sulx als voors worden ingevordert.

Nog is conditie dat souden voornoemde Aart de Bont of Dirk Wouterse Zeijlmans of een van beijde quame te sterven dat inden eerste overledens plaats sal succederen Peeter Cornelissse Camp en na hem Jan vanden Berg en dan Andries Hoevenaar, sulx datter altijt twee directeurs sullen moeten blijven en bij overlijden van alle deselve de twee outste vande vrienden die de vrinden daar toe onder malkanderen sullen mogen verkiesen. En verclaeren sij comparanten gesamentlijk de tegenwoordige directeurs als die in vervolg sullen komen te versoecken en te authoriseren omme goede opsigte op den voornoemden Huijbert de Bont te nemen en hem behoorlijk te besteden en cleeden en reeden en den vorenstaande contracte in allen deelen te doen opserveren en nakomen.

Verder is conditie dat sij comparanten alle de voornoemde goederen uijt het gemeijn sullen vrijen tot den lesten december 1733 incluijs sonder langer en sal ider ’t sijne aanvaarden met alle wegen, stegen, dijken, dammen, straten, waterloopen, schouwen, leijen, s’Heeren chijnsen en andere naburen regten, baten, schaden en geregtigheden met regt daar toe en aan behoorende, met dato deses ende huijsen met den 1e meij aanstaanden en de landen soo ras schaar van ’t velt is.

Tot naarkominge van allen het geene voors staat verclaeren sij comparanten te verbinden hare persoonen en goederen, roerende en onroerende, hebbende en verkrijgende, egeene vandien uijtgesondert. Deselve stellende onder verbant van allen Heeren Hoven, regten en regteren, alles sonder froude.

Aldus desen contracte regtelijk gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Barent van Waspik en Fransus Artel, schepenen in Waspik, desen 30e october 1733.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 120r

Scheijdinge en erfdeijlinge die bij desen doende ende aan schout en geregten van Groot Waspik overgevende sijn Willem Melisse Otgens, Huijbert Melisse Otgens, Matthijs Melisse Otgens, en Adriaan Jochemse Langerwerf als in huwelijk hebbende Geertruij Melisse Otgens. Alle kinderen en ab intestato erfgenamen van zaliger Melis Peeters Otgens ende Cornelia Willemse Buijs, in haar leven egteluijden, gewoont hebbende ende overleden onder de heerlijkheijt van 11½ Hoeve Groot Waspik. Ende dat van soodanige vaste goederen als haar door overlijden vande voornoemde Melis Peeters Otgens sijn aanbestorven. Soo ende in manieren als volgt:

In de kantlijn: Uitgemaakt op segel van 48 stuijvers

Eerstelijk soo is Willem Melisse Otgens geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk vier geerden hooij ende weijlant, gelegen inden polder van Groot Waspik, onverdeelt in een stuk van ses geerden, gemeen met Bastiaan Vassen cum suis. Belent ten oosten vande heele ses geerden Peeter van Dongen cum suis en ten westen de weduwe Peeter Zeijlmans, in sijn leven secretaris alhier. Streckende uijt den zuijden vande Cae sloot of 11½ Hoeve af, noortwaart in tot den halven Schaij sloot toe.

Nog op eenen acker zaeijlant, groot ontrent drie hont mede gelegen alhier in Twaalftalve Hoeve Groot Waspik tusschen erffenisse van Jan vanden Berg oost en Grietje en Janneken Geerden en Jan Huijberde Cuijl west. Streckende uijt den noorden vande halve Her straat af, zuijtwaart in tot het moerke van Jan Sterrenburg cum suis toe.

Ten tweeden soo is Huijbert Melisse Otgens geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op twee geerden hooij ende weijlant, gelegen inden polder van Groot Waspik, in een stuk van agt geerden, gemeen en onverdeelt met Andries Fransen Hoevenaar in de oostense vier geerden. Belent ten oosten vande heele agt geerden Jan Peeters de Jong cum suis en ten westen Huijbert Lamberde Schoenmakers. Streckende uijt den zuijden vande Cae sloot of 11½ Hoeve af, noortwaart in tot den halven Schaij sloot toe.

Nog op een binnendel gelegen in Hendrik Luijten Ambagt tusschen erffenisse van Peeter Coolhaas oost en Fransus van Hassel cum suis west. Streckende uijt den zuijden vande halve Her straat af, noortwaart in tot de Cae of Groot Waspik toe of soo als het van outs streckende is.

Nog eenen halve acker zaeijlant, gelegen in 11½ Hoeve Groot Waspik met het veldeken daar teijnden gelegen. Belent oost Jan van Tichel en ten westen Peeter Coolhaas. Streckende uijt den noorden vande halve Her straat aff, zuijtwaart in tot het Oude vaartje toe. Nog eenen halven acker zaeijlant, gelegen tot Raamsdonk, gemeen en onverdeelt met Andries Hoevenaar. Belent ten oosten vanden heelen acker Peeter Jochemse Langerwerf en ten westen de weduwe Wouter Stevens Zeijlmans, gesegt Boeven. Streckende uijtten noorden vande Heerlijkheijt van Groot Waspik af, zuijtwaart in tot de erve van de weduwe Jan Handrix cum suis toe.

Ten derden soo is Mattijs Melisse Otgens geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op een huijs, hof, erve en delle, gelegen in 11½ Hoeve Groot Waspik tusschen erffenisse van de weduwe Peeter Wouterse Zeijlmans en Jan Peeters Zeijlmans oost en Wouter Verschuren en Huijbert Melisse Otgens west. Streckende uijt den zuijden vande halve Her straat af, noortwaart in tot de Cae of Groot Waspik toe.

Nog op een en een vierde geert hooij ende weijlant, gelegen in Cleijn Waspik in de westense vijff geerden van een stuk van tien geerden met de Armen van s’Gravenmoer cum suis. Belent ten oosten vande heele tien geerden Adriaan Baas cum suis en ten westen den Armen alhier. Streckende uijt den zuijden van Groot Waspik af, noortwaart in tot den halven Schaij sloot toe.

Ten vierden en ten laatsten soo is Adriaan Jochemse Langerwerf als in huwelijk hebbende Geertruij Melisse Otgens geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op drie geerden hooij ende weijlant, gelegen inden polder van Groot Waspik, in een stuk van ses geerden, gemeen en onverdeelt met Huijbert Lamberde Schoenmakers. Belent ten oosten vande heele ses geerden de weduwe Wouter Stevens Zeijlmans en ten westen Jan Jochemse Zeijlmans cum suis. Streckende uijtten zuijden vande Cae sloot of Hendrik Luijten Ambagt af, noortwaart in tot den halven Schaij sloot toe.

Nog op het geregte vierdepart van een lant, groot veertien geerden, gelegen tot Raamsdonk, agter de weduwe van Jan Elemans, gemeen met de weduwe Jan Elemans cum suis. Belent ten oosten van ’t heele lant Jacob Meeuse van der Cae en ten westen Jan Abberdaan voor de Kil en over de Kil de erfgenamen van Wouter Janse Schoutten. Streckende uijt den zuijden vanden halven sloot aanden dijk af, noortwaart in tot de halve Mase of Oude Donga toe, of soo verre Raamsdonk streckt.

En ten laatsten nog op een halven acker zaeijlant, gelegen in 11½ Hoeve Groot Waspik, gemeen en onverdeelt met Jochem Blankers. Belent ten oosten vanden heelen acker Adriaan Vassen en ten westen Jan Lips. Streckende uijtten noorden vanden halven sloot tusschen den acker en den hof van Johannis en Huijbert Verschuren af, zuijtwaart in tot Cuijpers Leij toe.

Verder is conditie dat sij comparanten te samen sullen betaelen alle verpondingen, dorps en polders lasten en omslagen voor soo verre die omgeslagen sijn tot den lesten december 1733 incluijs.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijt Hollant en verclaerde ider met sijn bevallen loten en aanbedeelde parceelen te vreden te sijn en te sullen betaelen alle lasten en verpondingen, renten, chijnsen als anders tot ider parceel behoorende en maken en onderhouden alle dijken, straten, waterloopen, schouwen, leijen, kaden, verlaten en andere naburen regten met regt daar toe behoorende. En sulx met alle lasten en sevituijten van uijt en overwegen als daar toe van outs hebben behoort.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Thomas Compeer en Jan Jochemse Zeijlmans, schepenen in Waspik, desen 13e november 1733.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 121v

Staat en inventaris gedaan maken en aan schout en schepenen van Groot Waspik overgegeven bij Geerardus van Kinderen weduwenaar van zaliger Seijken Jansen de Hoog, in haar leven gewoont hebbende en overleden alhier, als volgt:

Eerstelijk een huijsje staande en gelegen alhier op den polder seijdijk met een kanthelling staande op de noortseijde van t huijsje van Hendrik vanden Hoeck en daar in bevonden:

Een kast, een kist, 5 stoelen, een bank, een bedt, een hooftpeulu en hooftkussens, een tafel, een wieg, een kakstoel.

Een ijsere pot, een schotelrek, nog eenigen torf en branthout.

Nog eenigen schotelen, testen, potten, tafelborden en eenigen huijsraat dog seer weijnig van importantie.

Nog aan hout om te timmeren voor                                                                                    ƒ 28: 0: 0

Nog staat te ontfangen van verscheijde persoonen van timmerloon en over

Leverantie van hout te samen                                                                                           ƒ 314: 0: 0

Nog het timmergereetschap

Nog een beugeltas met een silvere beugel en haak, een kerkboekje emt silvere sloten, een ketting bloetkralen, het linnen van de vrouw per                                                                             memorie

De wolle clederen vande vrou pr                                                                                          memorie

Hier tegen staat te betalen aande houtcoopers en andere schulden te samen              ƒ 386: 0: 0

Aldus desen inventaris gemaakt naar het opgeven vanden voornoemden Geerit van Kinderen verclarende sulx gedaan te hebben opregtelijk sonder iets agtergehouden ofte verswegen te hebben. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Mels Peeters de Graaf en Thomas de Haan, schepenen in Waspik, desen 20e november 1733.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Dit is hantmerk bij Mels Peeters de Graaf gestelt

Fol. 122r

Acte van aanneming

In de kantlijn: Uijtgemaakt

Op huijden den 20e november compareerde voor ons schout en schepenen van Groot Waspick ondergenoemt Gerardus van Kinderen weduwenaar van zaliger Seijken Jansen de Hoog ter eenre ende Peeter Janse de Hoog als voogt en Hendrik van kinderen als toesiende voogt vande vier onmondige weeskinderen vanden voornoemde Geerardus van kinderen bij hem in huwelijk verwekt bij zaliger de voornoemde Seijken Jansen de Hoog met name Thona, out seven jaren, Maria Anna, out vijf jaren, Johanna, out ontrent drie jaren en Willem, out ontrent een jaar ter andere seijde.

Ende sijn de voornoemde comparanten in hare voornoemde qualiteijt (met consent ende ten overstaen van schout en schepenen alhier) na alles wel overwogen en den staat en inventaris des boedels ingesien te hebben met den andere veraccordeert en verdragen in voegen en manieren als volgt: Te weten dat den voors eerste comparant in vollen eijgendom sal hebben en blijven behouden het huijsjen met de verdere meuble goederen en imboel, gelt, gout, silver, gemunt en ongemunt, actien ende crediten, soo active als passive, niets ter werelt uijtgesondert, die hij met de voornoemde sijne overleden huijsvrouw in gemeijnschap en eijgendom heeft beseten gehadt ende nog besittende is. Omme met alle deselve bij den eerste comparant gedaan en gehandelt als imant met sijn vrij eijgen goet vermag te doen. Sonder bekroon van imant. Onder dese speciale conditie nogtans dat den eersten comparant gehouden en verbonden blijft de voornoemde kinderen op te voeden en te alimenteren in cost en drank, cleedinge en reedinge, soo wel sieck als gesont egeenen tijt van perijkel uijtgesondert, de selve te laten leeren, lesen en schrijven en een goet hantwerk of ander exercitie te laten leeren waar toe de selve naar den staat des boedels best bequaem sal of sullen bevonden worden en dat tot haren mondigen dage, huwelijken off anderen geapprobeerden state toe. Als wanneer hij den eerste comparant daar en boven sal gehouden sijn aan ider van deselve uijt te reijken en voldoen eene somme van drie gulden drie stuijvers. En daar en boven sullen de cleederen vande moeder van linnen en wollen met de silvere beugeltas en kerkboekje met silvere slote en cralen blijven voor de kinderen mits dat de cleederen sullen mogen worden gebruijkt om de cinderen te cleeden.

Tot naarkominge en prestatie van alle het geene voors staat verclaeren sij comparanten te verbinden hare persoonen en goederen, present en toekomende, egeene exemt. De selve stellende onder verbant en bedwank als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Mels Peeters de Graaf en Thomas de Haan, schepenen in Waspik, op dato voors.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Dit is hantmerk bij Mels Peeters de Graaf gestelt

Fol. 122v

Scheijdingen en erfdeelinge die bij desen doende ende aan schout en geregten van Groot Waspik overgevende sijn Jan Janse de Bont en Huijbert Janse de Bont, beijde woonende alhier. Ende dat van soodanige goederen ende effecten als haar door overlijden van haar vader en moeder Jan Janse de Bont en Cornelia Hendrix Schoenmakers als mede den overlijden van haar grootvader en grootmoeder sijn aangekomen en die sij te samen tot desen dage toe in gemeijnschap te samen hebben gehat. Soo ende in manieren als volgt:

In de kantlijn: Uijgemaakt op segels van 48 en 12 stuijvers

Eertselijk soo is Jan Janse de Bont bij het trecken van blinde loten geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op ses geerden hooij ende weijlant, gelegen in Cleijn Waspik, in een stuk van twaalf geerden, gemeen en onverdeelt inde westense negen geerden. Belent ten oosten vande heele twaalf geerden Cornelia Hendrix Schoenmakers cum suis en ten westen de heer … (niets ingevuld) Damen, secretaris van Ginneken. Streckende uijtten suijden vande Oude straat of Sgrevelduijn Cappel af, noortwaart in tot de Juffrou Weijde toe.

Nog een acker en bijster gelegen in 11½ Hoeve Groot Waspik tusschen erffenisse van Cornelis van Steenhoven oost en Adriaan Geerden Boudewijns west. Streckende uijt den noorden vande halve Her straat af, zuijtwaart in tot de goederen gekomen van ’t clooster van Santroosen toe.

En ten laatsten nog op de geregte helft van een boske, gemeen met Maria Fransen Camp, gelegen ten zuijden vande del vande weduwe van Jan Hendrix ende weduwe van Cornelis Hendrix. En moet dit lot in egalisatie uijtreijken aan Huijbert Janse de Bont twee hondert gulden.

Hier tegens soo is Huijbert Janse de Bont bij het trecken van blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op vier geerden hooij ende weijlant, gelegen inden polder alhier, in een stuk van agt geerden, gemeen en onverdeelt met de weduwe Hendrik de Bont. Belent ten oosten vande heele agt geerden Mattijs Camp cum suis en ten westen Mattijs Schoenmakers cum suis. Streckende uijt den zuijden van … (niets ingevuld) af, noortwaart in tot den halven Schaij sloot toe.

Nog eenen acker zaeijlant, gelegen in Twaalftalve Hoeve Groot Waspik tusschen erffenisse van de kinderen van Cornelis de Jong en Damus Schoenmakers cum suis, d’een teijnde den anderen oost en Fransus van Hassel west. Streckende uijt den noorden vande halve Her straat af, zuijtwaart in tot het Oude vaartje toe.

Nog ontrent agt hont weijlant, gelegen onder Dussen Munsterkerk in ’t Zuijde velt. Belent zuijden Jasper van Selm, noorden de Kerk van Dort, west den dijk en oost ’t weeskint van Thomas Zeijlmans cum suis.

Nog het geregte een vierde van twee en een halve mergen weijlant, gelegen tot Eeten, in een stuk van ses mergen vier hont, gemeen en onverdeelt met Adriaan Cievits en Jan Janse de Bont cum suis. Belent ten oosten van ’t heele lanr de Hoef wetering, in ’t west de Ouweitse steeg, ten zuijden de kinderen Eijmbert Civits en ten noorden de weduwe vande heer Drossaert Cornelis van Brantwijk.

Nog een partijtje moergront, gelegen inden Endenest onder Cappel, gemeen met de weduwe Hendrik de Bont te samen voor een derde part hebbende de twe andere parten eertijts toegekomen Dingena de Bont en Peeter de Bont. Streckende uijt den noorden van den dijk aff, zuijtwaart in tot de Santschel toe.

Eijndelijk en ten laatste nog een partijtje moergront, gelegen inde Molen bancken onder Cappel, gemeen met de weduwe Hendrik de Bont cum suis, soo als het van outs gebruijkt is. En moet dit lot tot egalisatie trecken van Jan Janse de Bont twee hondert gulden, die den voornoemden Huijbert Janse de Bont bekent ontfangen te hebben en daar van voldaan te sijn den eersten penningmetten lesten.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijt Hollant en verclaerde ider met sijn bevallen loten te vreden te sijn en te sullen betalen alle lasten en verpondingen op ider parceel staande als ook te sullen maken en onderhouden alle dijken, dammen, straten, waterloopen, schouwen, leijen, caden, verlaten en andere naburen regten, baten, schaden en geregtigheden tot ider parceel behoorende. En sullen malkanderen helpen dragen en betalen alle lasten, verpondingen en omslagen voor soo verre die omgeslagen sijn tot den lesten decembris 1733 incluijs. En sullen de lasten, verpondingen en omslagen die na die tijt omgeslagen en geconsenteert worden blijven tot lasten vande goederen op ider bevallen, waarmede sij comparanten verclaren te vreden te wesen en den eenen tot behoeve vanden anderen sijn aanbedeelde goederen te renuntierenen en afstant te doen bij desen.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Barent van Waspik en Fransus Artel, schepenen in Waspik, desen 1e december 1733.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 123v

Staat en liquidatie gedaan ende maken aan schout en geregte van Groot Waspik overgegeven bij of van wegen Peeter Janse de Hoog voor sijn selven en als innestaande voor sijn broeder Arnoldus de Hoog, Geerit van Leeuwen in huwelijk hebbende Piternel de Hoog, Anthonij Corstiaanse Reckers in huwelijk hebbende Johanna Janse de Hoog ende Geerit van Kinderen in huwelijk gehat hebbende Seijken de Hoog Ende dat van soodanige goederen ende effecten als door Maijken Vos weduwe Jan Peeterse de Hoog metter doot ontruijmt ende naargelaten. En so als deselve bij het trecken van blinde loten onder haar sijn verdeelt en te deel gevallen als:

In de kantlijn: Uitgemaakt

Eertselijk onder nombre 1: 1 copere betpan, een aarde doofpot en eenige rommeling te del gevallen aan Anthonij Reckers. En bij haar getaxeert op eene gulden agt stuijvers.

Onder nombre 2: een vierkant tafeltje, een ijsere pot en eenig aardewerk en is te deel gevallen op Geerit van Kinderen. En bij haar getaxeert op eene gulden agt stuijvers.

Onder nombre 3: een spinnewiel, een etens kastjen, een stoel, een tang, een paar schoen, een hangijser en eenig rommeling. En is ten deel gevallen op Geerit van Leeuwen. En bij haar getaxeert op eene gulden agt stuijvers.

Onder nombre 4: een agtkante tafel, een ijsere potje, een vrouwe hoet, een blecke tregter en eenoig rommeling en is ten deel gevallen op Peeter Janse de Hoog. En bij haar getaxeert op eene gulden agt stuijvers.

Onder nombre 5: een lepelbort, twee stoelen, een haal, een ijsere balans en twee schaaltjes, een paar clompen, een vis beugel en eenige rommeling is ten deel gevallen op Arnoldus de Hoog. En bij haar getaxeert op eene gulden agt stuijvers.

Het linnen en wollen &a mede gestelt in vijff loten en is ider lot bij haar getaxeert en geweerdeert op drie gulden twee stuijvers.

Nog is bij Peeter Janse de Hoog in gelt bevonden vande cooppenningen van ’t huijske bij hem van sijn moeder gekogt en die sij bij hem in bewaring had gelaten ter somme van een hondert negentien guldens en heeft hier op betaalt aande dootschult en begraaffenis kosten 53 guldens seventien stuijvers. Rest ƒ 65: 3: 0

Nog wert alhier gebragt de cooppenningen vant bedt bij haar verkogt als mede van t geene bij haar nog is ontfangen ter somme van veertien guldens twee stuijvers.

Soo dat ider 1/5 part in de voornoemde sommen is bedragende ter somme van ƒ 20: 7: 0 ende op t passeren deses voor ider staak leges te samen betaalt ƒ 1:10: 0

Aldus gedaan en opgegeven bij de voornoemde comparanten en verclaarde sij ider haar contingent inde voornoemde goederen en penningen ontfangen te hebben en Peeter Janse de Hoog het contingent van Arnoldus Janse de Hoog en beloofde Anthonij Reckers en Geerit van Kinderen het geene bij haar is ontfangen aan hare kinderen bij hare voornoemde vrouwen verweckt op haren mondigen dage off huwelijken state te sullen voldoen en betalen. En daar voor te verbinden haar persoon en goederen, present en toekomende, egeene exemt. Deselve stellende onder verbant als naar regten.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Huijbert Schep en Huijbert Conincks, schepenen in Waspik, desen 13e februarij 1734.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

In de kantlijn: Ick ondergestelt Arnoldus Janse de Hoog bekenne ontfangen te hebben van mijn broeder het con tingent bij hem voor mijn reekening ontfangen vande naarlatenschap van mijn moeder zaliger. Datum den 25e jannuarij 1736. Nol de Hogh

Fol. 124v

Scheijdinge en smaldeelinge die bij desen doende ende aan schout en schepenen van Groot Waspik sijn overgevende Johan Baptist Lips ter eenre en Jochem Blanckers ter andere seijde. Ende dat van eenen acker zaijlant, gelegen alhier tusschen erffenisse van Johannis Vassen oost en Johan Lips met sijn stede west. Streckende uijt den noorden vanden halven sloot tusschen den voornoemden acker en de stede van Huijbert en Johannis Wouterse Verschuren af, zuijtwaart in tot Cuijpers leij toe. Ende is den selve tusschen haar verdeelt als volgt:

In de kantlijn: Uijtgemaakt

Eertselijk soo is Johan Baptist Lips bedeelt op de westense helft vande breette vanden voornoemden acker doorgaande en sal den dijk teijnde het sijne moeten onderhouden ende noordense helft vande Loot dijck.

Hier tegens is Jochem Blankers bedeelt op de oostense helft vande breette vanden voornoemden acker doorgaande en sal den dijk teijnde het sijn moeten onderhouden en de zuijdense helft van den Loot dijk.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Jan Jochemse Zeijlmans en Dirk van Dusseldorp, schepenen in Groot Waspik, desen 15e februarij 1734

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 125r

Scheijdinge en erfdeelinge die bij desen doende ende aan schout en geregten van Groot Waspik overgevende sijn Huijbert Anthonisse Conincx ter eenre ende Huijbert Ariense Schoutten als in huwelijk hebbende Elisabeth Antonisse Coninx ter andere sijde. Ende dat van soodanige vaste goederen als haar door overlijden van hare moeder Adriaantien Willemse Cloot wed van Anthonij Huijberde Coninx metter doot sijn aanbestorven. Soo ende in manieren als volgt:

In de kantlijn: Uijtgemaakt

Eerstelijk soo is Huijbert Antonisse Coninx geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op eenen acker zaeijlant gelegen alhier in Twaalftalve Hoeve Groot Waspik tusschen erffenisse van Jan Huijberde Cuijl cum suis oost en de kinderen van Jan Peeters Schoenmakers west. Streckende uijtten noorden vande erve vande weduwe Fransus Tielemans af, zuijtwaart in tot den Dwars pat van de Vosholen toe.

Nog op en vierde part van eenen acker zaeijlant gelegen alhier in Sgrevelduijn Groot Waspik, bedeelt opden westenkant inde stede van Mattijs en Bartel Camp. Belent ten oosten van de drie vierdeparten ackerlant van Mattijs en Bartholomeus Camp en ten westen Anthonij Mattijssen Coninx. Streckende uijtten noorden vanden halven sloot tusschen erffenisse den bijster van Mattijs en Bartholomeus Camp en den acker aff, zuijtwaart in tot de Vest toe en van den binnenkant van den dijk af tot Cuijpers leij toe.

Hiertegens soo is Huijbert Ariense Schoutten als in huwelijk hebbende Elisabeth Anthonisse Coninx geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op drie vierde parten in een acker zaeijlant, gelegen alhier in Twaalftalve Hoeve Groot Waspik, gemeen en onverdeelt met de weduwe van Arien Huijberde Coninx. Belent ten oosten vanden heelen acker Cornelis Wijdemans cum suis en ten westen Jan Cornelis de Bont. Streckende uijtten noorden van de halve ’s Heere strate af, zuijtwaart in tot den Dwars pat vande Vosholen toe.

Nog is den voornoemden Huijbert Schoutten bedreelt op de cooppenningen van een geert hooij ende weijlant, gelegen in Cleijn Waspik, in een stuk van ses geerden, gemeen en onverdeelt met Cornelis Ockers, Adriaan Baas en Jan Willemse Cloot, soo als deselve bij den voornoemden Schoutten is getransporteert aan Pieter van Waspik en ik welke coop Huijbert Coninx verclaart te consenteren en den selven te approberen gelijk hij doende is bij desen.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijt Hollant en verclaerde ider met sijn bevallen loten te vreden te sijn soo van landen als van cooppenningen te vreden te sijn en den eenen tot behoeve vanden anderen daar van te renuntieren en afstant te doen gelijk deselve sijn doende bij desen. Ende ider te sullen betalen alle lasten en verpondingen tot ider parceel behoorende als ook te sullen maken en onderhouden alle wegen, stegen, dijken, straten, waterloopen en andere naburen regten met regt daar toe behoorende.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Denis de Haan en Joachimus Zeijlmans, schepenen in Waspik, desen 23e maart 1734.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 125v

Op huijden den 4e junij 1734 soo wil Geerit Camp als directeur vande naargelaten goederen van Wouter Camp publiecq en voor alle man voor alle man met consent en ten overstaan van schout en geregten van Groot Waspik bij forme van erfhuijs verkoopen de haaffelijke en meubilaire goederen bij den voornoemden Wouter Camp metter doot ontruijmt ende naargelaten soo ende in manieren als die te berde sullen worden bebragt en dat op de conditien hier naarvolgende:

Eerstelijk wie eenig gelt biet sal gehouden wesen te blijven bij sijn gebodt op een boete en breuke van hondert goude realen te verbeuren, goet van goude en swaar van gewigte.

Den officier hout den 1e, 2e en 3e roep aan sijn selven, wil niemand bevatten off ook niet bevat of agterhaalt sijn. En wert al hetgeene sal worden geveijlt of verkog, werden verkogt soo als het is en sulx stootsvoets.

De koopers of mijnders sullen gehouden sijn haare beloofde cooppenningen te betalen gereet en contant aande tafel alvorens sij hare gekogte goederen van het erff sullen mogen vervoeren. En soo imant sijne goederen van het erff sonder eerste te betalen bragt sal verbeuren aanden officier voor ideren coop eene gulden tien stuijvers den welken die cooppenningen en boete tot lasten vanden overtreder sal invorderen cum expensis.

De koopers sullen boven de cooppenningen mede gereet moeten betalen vande meubilaire goederen van ider gulden eene stuijver agt penningen en van de haaff eene stuijver.

De verkoopers houden aan haar vijftien lossen mits gevende voor ider los eene stuijver aanden mijnder off cooper.

Een swart twee jarig ruijn paart ingeset bij Dirk de Wit om agtendartig gulden en heeft den slag behouden. Gelost bij Adam Somers.  In de kantlijn: helfstergelt 12 stuijversIn de kantlijn: strijkgelt 5 stuijvers 38: 0: 0
Een out merie paart ingeset bij Johannis Konings om 9-9-0. Gemeijnt bij den schout van Luijten Ambagt op 5 gulden. In de kantlijn: onkosten als voren. In de kantlijn: gelost bij Cathalijn Cluft 14: 9: 0
Een kueskalf ingeset bij den schout van Luijten Ambagt om 10:10: 0 Gemeijnt bij den selven om 2 gulden 12:10: 0
Een ijsere haal bij Jochem Zeijlmans om 0: 5: 0
Een schotelreck bij Adriaan van Dongen om 0: 4: 0
Een hangijser en koekpan bij Willem Geus om In de kantlijn: gelost bij Cathalijn Cluft 0: 7: 0
Drie kannen bij Geerit Camp om 0: 6: 0
2 korven en een balans met schalen bij Cornelis Wijdemans om 0: 5: 0
Een ijsere pot en decksel bij Dirk de Wit om 0: 9: 0
Eenen emmer, mant en seef bij Laureijs van Dongen om 0: 2: 0
Een boterteijl en botermaat &a bij Adriaan Langerwerf om 0: 1: 0
Een capstok, el en laaij &a bij Cornelis vander Reijken om 0: 3: 0
5 galaije borden bij Joost Maas om 0: 6: 0
4 schotelen bij den secretaris In de kantlijn: Catholijn 0: 3: 0
4 dito bij Barent van Delft om 0: 6: 0
Een pot, koekben &a bij Peeter Jocheme Timmermans om 0: 2: 0
Een olij stoop en kan bij Huijbert Konings om 0: 1: 0
Een aarde pot, pan, teel bij Peeter Jocheme Timmermans om 0: 3: 0
3 gelaije kannekens bij Catholijn Cluft om 0: 3: 0
Een lantaarn bij Dirk van Dusseldorp om 0:14: 0
3 gelaije schotelen, 6 teeschotelen en 3 kopkens &a bij Janna Monde om 0: 8: 0
8 witte tafelborden bij Joost Maas om 0: 8: 0
Een kapmes, kan en fles bij Jochem Zeijlmans om 0: 4: 0
Een spiegel bij Anneke de Meter om 0: 6: 0
Een scherbort en eenige rommeling bij Barent van Delft om 0: 8: 0
2 emmers en eenig out eijserwerk bij Cornelis vander Reijken om 0: 6: 0
Een tinne kan bij Willem Otjes om In de kantlijn: gelost bij Teuntje Camp 0:17: 0
Een strijkijser bij Jan van den Berg om 0: 8: 0
1 dito bij Joost Maas om 0: 2: 0
Een stoop raafshoot en kannap bij Johannis Timmermans om 0: 3: 0
1 torfton bij Geerit Camp om 0: 5: 0
1 tonneke met erten bij Wouter van Steenhoven 0: 6: 0
Ses aarde schotelen en een pint bij Catholijn Cluft om 0: 4: 0
Een haargetau bij Joost Maas om 0:12: 0
Eenige touwen en een spanseel bij Dirk van Dusseldorp om 0: 8: 0
Een lepelbort en agt lepels en een tinne mostertpot bij Barent van Delft om 0:10: 0
Een capstok bij Aart de Bont om 0: 6: 0
Een asschup, tang en vleesriek bij Aart de Bont om 0: 5: 0
1 kannebort bij Aart de Bont 0:10: 0
1 tinne soutvat en 4 stale rieken bij Adriaan van Dongen om 0: 5: 0
1 koopere schuijmspaan en roostel bij Dirk van Dusseldorp om 0: 7: 0
2 aalspitte en lenghaal bij den secretaris om 0: 2: 0
2 dorsvleugels en schabel bij Bartel Timmermans om 0: 5: 0
1 tobbeke met kempsaat &a bij Peeter Jocheme Timmermans om 0: 2: 0
1 wasstoel bij Cornelis van Os om 0: 2: 0
1 kruijtdoos en een bos kemp bij Aart Schouten om 0: 4: 0
2 deelen bij den secretaris om 0: 6: 0
2 planken bij Joost Maas om 0: 5: 0
1 kruijwagen bij Peeter Muijser om 0:10: 0
1 vleesbom bij Steven Timmermans om 0: 2: 0
1 tartob bij Jochem Zeijlmans om 0: 2: 0
1 leek en koeijbeugel bij Peeter van Dongen om 0:11: 0
1 coeijbak bij Dirk van Dusseldorp om 0: 6: 0
Een plukhaak en eenige steelen bij Laureijs van Dongen om 0: 4: 0
1 vleesboom, sleephout bij Adriaan Langerwerf om 0: 6: 0
1 wan bij Aart de Bont 0: 3: 0
5 vurken bij den schout van Luijten Ambagt om 0:11: 0
1 vuureijser en lamp bij den secretaris om 0:11: 0
Een snijbak en nijmes bij Huijbert Coninx om 0: 3: 0
1 sigt en twee haaken bij Johannis Timmermans om 0: 6: 0
1 riek en schupke bij Aart Schouten om 0: 7: 0
Eenige potten en een kan  
2 vurcken, 1 riek en greel bij Joost Maas om 0: 6: 0
1 eijke kist bij Thomas Schep om 0:13: 0
Een brilspaaij, 2 vurken en een rijf bij Johannis Timmermnas om 0: 9: 0
1 seijsie bij Jochem Zeijlmans om 0: 6: 0
1 snaphaan en 1 plukhaak bij den selven om 0: 5: 0
4 seijsies en 1 hout bij Johannis Timmermans om 0: 5: 0
1 spinnewiel bij Janna Monde om 0:16: 0
1 kaarn bij Johannis Timmermans om 1:10: 0
1 ploeg en eegt bij Geerit Camp om 2:10: 0
1 leunstoel bij Steven Janse Timmermans om 0:16: 0
1 wastob bij Marijnis Verburg om 0:12: 0
Een melkton bij Janneken Nieuwenhuijswn om 0: 2: 0
1 vleeston bij Willem Melisse Otjes om 0:15: 0
1 melkton bij Adriaan van Dongen om 0: 5: 0
1 tob bij  
1 kopere ketel bij Peeter van Dongen om In de kantlijn: gelost bij Teuntje Camp 2:11: 0
1 kopere ketel bij Peeter van Dongen om 5: 7: 0
1 dito Ketel bij Lammert Bijvoet om 1:16: 0
1 dito pot bij den selven om 1: 0: 0
1 vuurpan bij Dirk van Dusseldorp om 2:10: 0
1 dito panneke bij Adriaan van Dongen om 1:15: 0
1 dito schuijmspaan bij Jochem Zeijlmans om 0:17: 0
1 dito melkkan bij Peeter Jochemse Timmermans 4: 4: 0
1 dito melkkan bij Jochem Zeijlmans om 5: 0: 0
1 dito kan bij Lammert Bijvoet om 1:16: 0
1 dito aacker bij Huijbert Konings om 0:18: 0
2 tinne schotelen bij Peeter de Jong om 1: 4: 0
1 eijsere pot en 1 eijsere decksel bij Geerit Camp om 1: 8: 0
1 tinne schotel en com bij Grietje Bogaart om 0:16: 0
1 eijsere ketting, scher en hoefeijser bij Wouter van Steenhoven om 0: 2: 0
2 dekens bij Dirk Leijten om 1: 0: 0
2 kussens bij Peeter de Jong om 1:13: 0
1 dito kussen bij Aart de Bont om 0:14: 0
1 hespel en eenig out eijserwerk bij Bertus van Tichel om 0: 3: 0
1 bedt en hooftpeulu bij Jochem Zeijlmans om 5: 0: 0
1 paar geblomde gordijnen en rabat en 1 eijsere roeij en mantelkleet bij Huijbert Konings om In de kantlijn: gelost bij Theuntje Camp 1: 5: 0
1 stoel en een bakje met saat bij Joost Maas om 0: 3: 0
Een bedt en een hooftpeulu bij Aart de Bont om 10: 0: 0
1 dijkers kistje bij Cornelis van Os om 1: 6: 0
De kast in de keuken bij Joost Maas om 2: 0: 0
Een kast op de kamer bij Anneke de Meter om 0:15: 0
De aartkar bij Catholijn Cluft om 1: 2: 0
De wagen bij Bartel Timmermans om 13: 0: 0
2 stoelen bij Peeter Jochemse Timmermans om 0:11: 0
2 dito bij den secretaris om  In de kantlijn: Catholijn 0: 8: 0
2 dito bij Peeter de Jong om 0: 7: 0
2 dito bij Laureijs van Dongen om 0: 2: 0
1 blok bij Huijbert Konings om 0: 4: 0
1 tafel bij Joost Maas om 0:15: 0
Den torf met den hoop bij Jochem Zeijlmans om In de kantlijn: gelost bij Catholijn Cluft 5: 0: 0
1 hoope hooij bij Geerit Camp om 1: 0: 0
Een deel riet bij geerit Camp om 0: 8: 0
1 steene pot met boter bij Arie Coninx om 2: 5: 0
1 pot met vet bij Jochem Zeijlmans om 1:16: 0
1 dito pot met vet bij Catholijn Cluft om 0:14: 0
1 dito pot met vet bij Anneke de Meter om 0:17: 0
   
De geheele erfhuijsceel bedraagt volgens uitreeckening ƒ 174:17: 0
Af voor de haaff ƒ  64:19: 0
Blijft over voor den imboel ƒ 109:18: 0
     
Comt den xle penning ƒ 2:15: 0

Aldus dese verkoopinge regtelijk gedaan ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Dirk van Dusseldorp en Huijbert Anthonisse Coninx, schepenen in Groot Waspik, desen 4e junij 1734.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 129v

Staet en inventaris gedaen make ende aen schout en schepenen van Groot Waspik over gegeven bij Willemke Glavimans weduwe Michiel van Gijsel en dat van soodanige goederen als zij met den voornoemden haren overledenen man te samen heben beseten en soo als deselve bij haer tot nog toe zijn besten. Soo en in manieren als volgt:

Eerstelijk een huijsje staende op den dijk van de weduwe Jan de Smit. Haren acker op den noorden kant vande stede van Hendrik op Hoek en daer bevonden:

Een bedt, hooftpeulu, hooftkussens en 2 dekkens, 2 gedrukte gordijnen en rabat, 1 schoorsteenkleet, 2 witte gordijnen voor de glaes, 1 teerek met een tinne en een gelaije trekpot en ontrent 1 dosijn grof teegoet, 1 glasen rek met dartien glasen en roomers, 6 gelaije schotels, 23 gelaije borden en schoteltjes, 1 lepelrek met 12 lepels, 3 glasen teebussen, 3 grove spoelkommen soo goet als quaet, 1 lanteern, 1 strijkijser, 1 kakstoel, 1 wieg, 1 oude scherm, 8 stoelen, 1 tafel, 1 ijser plaet, 1 heertijser, 1 vuurijswer, 1 tang en asschup, 1 hangijser en koekpan, 1 ketting, 2 lampen, 1 aelspit, 1 torfton, 4 steene kannekens en pinten, 1 tafeltje, 1 tinne kommeken, 1 spinnewiel, 1 vuure kastje, 5 slaaplakens, 6 kussesloopen, 1 tafelaken, 2 servetten, 1 kleijn spiegeltje, 3 ijsere potten.

Nog eenige winkelwaaren van weijnig inportantie en segt de weduwe dat deselve meest staen te betalen.

Nog eenigen torf, nog eenige rommelerij.

            Uitgaende penningen

Staet te betalen wegens ’t maken en timmeren van ’t huijs ontrent tien gulden.

Is niet te ontfangen als van eenige winkelwaer waer tegens de winkel als voren genoemt staat te betalen.

            Volgen het gene tot de mans lijf behoort heeft

Een witte lakende rok, 1 overrok.

De broeken en hemtrokken zijn tot de kinderen lijf vermaekt.

6 dassen, 6 hemden

            gout en silver

42 silvere knoopen tot den hemtrok, 40 dito, 2 groote zilvere broekknoopen, 2 dito aende klip, 2 silvere knopen onder aen de broek, 2 paer silvere gespen op de schoen en aen de been, 1 paer goude hemdknoopen.

Aldus gedaan en geinventariseert volgens op gegeven vande weduwe dewelke verklaerde sulks getrouwelijk gedaen te hebben sonder hares wetens iets te hebben verswegen ten overstaen van Jan Zeijlmans, schout, Adriaen Boeser en Dirk van Dusseldorp, schepenen in Waspik, desen 19e jannuarij 1735.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 130v

Aanneming Willemke Glavimans weduwe Michiel van Gijsel van hare kinderen

In de kantlijn:Uijtgemaakt

Op huijden den 19e jannuwarij 1735 compareerde voor ons schout en schepenen van Groot Waspick ondergenoemt Willemke Glavimans weduwe en boedelhoudster van zaliger Michiel van Gijsel ter eenre ende Meeuwis van Gijsel als aengestelde voogt en Meeuwis Bosser als toesiende voogt vande twee onmondige weeskinderen vanden voornoemde Willemke Glavimans bij haer in huwelijk verwekt bij den voornoemden Michiel van Gijsel met name Mels, oud ontrent vijf jaren en Maria, oud ontrent twee jaren, ter andere seijde.

Ende zijn de voornoemde comparanten in hare voornoemde qualiteijt (met consent en ten overstaen van schout en schepenen alhier) na alles wel overwogen en den staet en inventaris des boedels ingesien te hebben met den anderen veraccordeert en verdragen in voegen en manieren als volgt: Te weten dat den voors eerste comparante in vollen eijgendom sal hebben en blijven behouden het huijsjen met de verdere meuble goederen en imboel, gelt, gout, zilver, gemunt en ongemunt, actien ende crediten, soo active als passive, niets ter wereld uijtgesondert, die sij met haren voornoemden overledenen man in gemeijnschap en eijgendom heeft beseten gehad en nog besittende is. Omme met alle deselve bij den eerste comparante te mogen werden gedaen en gehandelt als met haar vrij eijgen goet. Sonder bekroon van imand.

Onder dese speciale conditie nogtans dat de eerste comparante gehouden en verbonden blijft de voornoemde kinderen op te voeden en te alimenteren in kost en drank, kleedinge en reedinge, soo wel siek als gesont eegeene tijd van perijkel uijtgesondert, de selve te laten leeren, lesen en schrijven en een goet hantwerk of ander exercitie te laten leeren waer toe de selve naer den staet des boedels best bequaem sal of sullen bevonden worden en dat tot haren mondigen dage, huwelijken off anderen geapprobeerden state toe. Als wanneer de eerste comparante daer en boven sal gehouden sijn aen deselve uijt te reijken en voldoen het gout en zilver, hier boven op den inventaris gebragt ’t gene tot haer vaders lijve heeft behoort als ook den rok en overrok op den inventaris gemelt. En dat in volle voldoeninge van haer vaderlijke goederen waer voor ’t huijske, welk op den inventaris is gebragt, wel speciael blijft verbonden en veronderpant.

Tot naerkominge en prestatie van alle het geene voors staed verklaeren sij comparanten te verbinden hare persoonen en goederen, present en toekomende, eegeene exemt. De selve stellende onder verbant en bedwang als naer regten. Aldus gedaen en gepasseert ten overstaen van Jan Zeijlmans, schout, Adriaen Boeser en Dirk van Dusseldorp, schepenen in Waspik.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 131r

Inventaris gedaen maken en aen schout en schepenen van Groot Waspik overgegeven bij Hendrik van Dongen weduwenaer van Seijken de Hoog. En dat van soodanige goederen en effecten als hij met zijne huijsvrouw heeft beseten en nog besittende is als volgt:

Eerstelijk een hujsje staende op den dijk aende Kerk vaert ten zuijden ’t huijsje van Claes Janse van Hassel en noorden ’t huijsje van Daniel de Ruijter. En daer in bevonden:

Een bedt, een hooftpeulu met 1 deken, 1 beddeken, 1 kastje, 1 kist, 6 stoelen, 1 ijsere pot, 1 kopere keteltje, 1 tang, 1 koekpan en hangijser, 1 kopere bedpan, eenige galije schotelen en borden, 6 tinne lepels, nog eenige rommelerije, 1 emmer, 1 koeij, 1 veers, twee kalveren, 1 melkton, 1 karn met sijn toebehooren, 1 oude platbodem schouken, eenige kleederen van de vrouw, 2 goude ringen, 1 ketting bloetkralen met een goude slot en 1 kopere haakje daer aen, 1 paer goude bellen, 1 paer zilver gespen.

Staat te betalen aende weeskinderen van Jacobus Schouten wegens ’t geene op ’t huijsje nog staet te betalen ter somme van agt en dartig guldens ingevolge ’s huurceel.

Aldus gedaen en geinventariseert volgens ‘t opgegeven vande weduwenaer den welken verklaerde sulkx getrouwelijk gedaen te hebben sonder sijnes wetens iets ter quader trouwe verswegen te hebben. Actum ten overstaen van Jan Zeijlmans, schout, Huijbert Conink en Thomas Zeijlmans, schepenen in Waspik, desen 27e jannuarij 1735.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 131v

Aanneming kinderen Hendrik van Dongen weduwe Seijken Huijgen de Hoogh

In de kantlijn:Uijtgemaakt

Op huijden den 27e jannuarij 1735 compareerde voor ons schout en schepenen van Groot Waspick ondergenoemt Hendrik van Dongen weduwenaer van zaliger Seijken Huijgen de Hoog ter eenre ende Stoffel Huijgen de Hoog als voogt vande twee onmondige weeskinderen vanden voornoemde Hendrik van Dongen bij hem in huwelijk verwekt aenden voornoemden Sijken de Hoog met name Johanna, oud ontrent 9 jaren en Huijbert, out ontrent 6 jaren, ter andere zijde.

Ende zijn de voornoemde comparanten in hare voornoemde qualiteijt met consent en ten overstaen van schout en schepenen alhier na alles wel overwogen en den staet en inventaris des boedels ingesien te hebben met den anderen veraccordeert en verdragen in voegen en manieren als volgt: Te weten dat den voors eerste comparant in vollen eijgendom sal hebben en blijven behouden ‘t huijsjen met de verdere meuble goederen en imboel, gelt, gout, zilver, gemunt en ongemunt, actien ende crediten, soo active als passive, niets ter wereld uijtgesondert, die hij met de voornoemde sijne overledene huijsvrouw in gemeijnschap en eijgendom heeft beseten gehad ende nog besittende is. Omme met alle deselve bij den eerste comparant te mogen worden gedaen en gehandelt als met sijn vrij eijgen goet. Sonder bekroon van imand.

Onder dese speciale conditie nogtans dat den eersten comparant gehouden en verbonden blijft de voornoemde kinderen op te voeden en te alimenteren in kost en drank, kleedinge en reedinge, soo wel ziek als gesont egeenen tijt van perijkel uijtgesondert, de selve te laten leeren, lesen en schrijven en een goet hantwerk of ander exercitie te laten leeren waer toe de selve naer den staet des boedels best bequaem sal of sullen bevonden worden en dat tot haren mondigen dage, huwelijken of anderen geapprobeerden state toe. Als wanneer den eerste comparant daer en boven zal gehouden sijn aen deselve uijt te reijken en voldoen ‘t gout en zilver, hier voren op den inventaris gebragt ’t geene tot haer moeders lijve heeft behoort en dat in volle voldoeninge van haer moederlijke goederen waer voor ’t huijske, welk op den inventaris is gebragt, wel speciael blijft verbonden en veronderpant.

Tot naerkominge en prestatie van alle het geene voors staet verklaren sij comparanten te verbinden hare persoonen en goederen, present en toekomende, egeene exemt. De selve stellende onder verbant en bedwank als naer regten. Aldus gedaen en gepasseert ten overstaen van Jan Zeijlmans, schout, Huijbert Conink en Tomas Zeijlmans, schepenen.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Dit is t hantmerk bij Tomas Zeijlmans gestelt

Fol. 132v

Inventaris van de goederen naergelaten bij Fransus Beijens, in sijn leven gewoont hebbende en overleden onder Groot Waspik soo als die bij schout en schepenen van Groot Waspik zijn opgestelt volgens ’t opgeven van sijne minderjarige dogter Anna Catharina Beijens als volgt:

Een eijke kast, een glase kast, een kleerkas, een kannebort, twee schotelrekken, een ovale tafel, 1 tafeltje, 1 kopere vuurpan met een ijsere steel, 2 bedden, 1 hooftpeulue, 2 hooftkussens, 2 deekkens, 2 gordijnen en rabat, 1 teerekje met 6 kopjes en 9 teeschoteltjes, 1 tinne trekpot, 1 tinne suijker schoteltje, 1 blecke teebus, 20 gelaije schotels en borden, 6 schulpschotelen, 5 witte tafelborden, een blecke slaeijemmer, 1 intkoker, 1 lepelbord met 6 tinne lepels, 1 vouthengel met kopere knobben, 1 kopere teeketel, 1 kopere ketel, 1 dito kleijne, 1 vuurijser, 1 koekpan en hangijser, 1 ijsere rooster, 1 hael, 1 tang en asschup, 1 lanteern, 1 strijkijser, 2 witte suijkerpotten, 1 kruijtdooske, 1 martkorf, 1 korf, 1 galaije pot en 2 blompotten, 2 spoelbakken, 1 spiegeltje, 4 flessen, 1 teeblaetje, 1 bierkan, 1 bierstoop, 1 bottelkanneke, 1 ovenscheel met sijn raem, 1 baktrog, 1 werkbank,1 kopere vernuijs, 1 meelbak, 1 winkelbank, 1 paer houte schaelen en balans, 1 buijlmeulen, 1 kleerstok, 3 oude tonnen en 1 oxhooft, 1 ijsere pot, 1 wastobbeke, 3 seven, 5 ijsere platen, 2 scholen, 6 beschuijt scholen, 4 planken, 1 spinnewiel, 1 knaep, 1 snaphaen, 1 groote en cleijne leer, 2 dubbelkalk manden, 1 vleesblok, 2 fuijken en 5 kruijken, 1 wan, 1 vleston, 1 waeij, 1 worpsak, 1 stroijevat, 1 kopere kan en aeker, 1 paer leersen, 2 paer schoen, 1 paer muijlen, 2 hoeden, eenige eerde schotelen en potten, 1 ijsere lamp, 4 à 5 vaatterse, 1 naeijdoos, 1 linde rabat, 1 baggerbeugel, 9 stoelen, 2 stoven, 1 schouke met sijn roer en zijl etca, 1 kopere kandelaer, 1 blecke en 1 kopere lamp, 1 boterteel, nog eenige rommeling, 1 tinne bak, 5 tinne schotelen, 7 tinne tafelborden, 1 tinne kom, 1 tinne mosterpot en lepel, 1 keesbak, 2 wateremmers, 10 slaaplakens, 2 pelle tafellakens, 1 dito gansen oogen, 6 pelle servetten, 1 dito gansen oogen, 8 kussesloopen, 1 hemd, 2 kaskleekens, 1 das, 2 gedrukte schoorsteenklee, 2 gordijnen en 1 gordijnroeij voor de glas, 2 dito kleine.

De kleeren zijn aen de afleggers gegeven.

            Uitgaende schulden

Staet te betalen aen Jacob de Haes, coopman tot Dordregt, over leverantie van terw   ƒ 39:13: 0

Aen Meerten van Oosterhout over gelevert coorn ter somme van                                               ….

Aen Dirk van Dusseldorp ter sake voors                                                                                       ….

Aen Arien Heijmans ter sak voors                                                                                                 ….

Den brouwer van Selm over geleverde bieren dog staet mede te rekenen                                 ….

Met Anthonij Coninx staet mede te rekenen                                                                                 ….

Aen Cornelis vanden Berg staet te betalen over winkelwaer                                                       ….

Aen de weduwe Peeter de Zeeu staet te betalen de doodkist ter somme van                            ….

Aen de weduwe Jochim vander Laer staet te betalen een half jaer huijshuur                             ….

Aenden schoolmeester staet te betalen het kerkenregt, ’t luijden en de huur

van de rou mantels                                                                                                                        ….

Aldus dese inventarisatie gedaen bij en ten overstaen van Jan Zeijlmans, schout, Adriaen Boeser en Huijbert Schep, schepenen in Waspik, desen 3e maert 1735.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Dit is t hantmerk bij Huijb Schep gestelt

Fol. 133r

Op huijden den 8e maart 1735 soo wil Jan Zeijlmans, schout en secretaris alhier, als aengestelde executeur vande naargelaten goederen van Fransus Beijens publieck en voor alle man voor alle man met consent en ten overstaan van schout en geregten van Groot Waspik bij forme van erfhuijs Ad Opus Jus Habentium verkoopen de goederen bij den voornoemden Fransus Beijens metter doot ontruijmt ende naargelaten soo ende in manieren als die te berde sullen worden gebragt en dat op de conditien hier naarvolgende:

Eerstelijk wie eenig gelt biet sal gehouden wesen te blijven bij zijn gebod op een breuke en boete van hondert goude realen te verbeuren, goet van goude en swaar van gewigte.

Den officier houd den 1e, 2e en 3e roep aen zijn zelven, wil niemand bevatten of ook niet bevat of agterhaald zijn. En wert al het gene zal worden geveijlt of verkogt, werden verkogt soo als het is en sulks stootsvoets.

De koopers of mijnders sullen gehouden sijn haare beloofde cooppenningen te betalen gereet en contant aende tafel alvorens zij hare verkogte goederen van ‘t erf sullen mogen vervoeren. En soo imant zijne gekogte goet van ‘t erf sonder eerste te betalen bragt sal verbeuren aanden officier voor ideren coop eenen gulden tien stuijvers den welken die cooppenningen en boete tot lasten vanden overtreder sal invorderen cum expensis. En soo imant tot lasten vanden voornoemden Fransus Beijens iets had te pretenderen sal sulks alhier niet mogen korten maar evenwel hare te belovene cooppenningen promt betalen.

De koopers sullen boven de cooppenningen mede gereet moeten betalen vande meubilaire goederen van ider gulden eene stuijver agt penningen.

3 eerde potten en pannen, Willem van Malsem 0: 1: 0
2 eerde schotelen, testen &a, Jan Nouwens 0: 3: 0
1 eerde deurslag &a, secretaris 0: 3: 0
2 water emmers, Tijs Mulders 0:12: 0
1 melkton, Teunis Dolk 0: 2: 0
2 herringtonnen, Reijnier Boom, 0: 7: 0
1 vleeston met 1 scheel, Philip Slijkers 0: 7: 0
1 oxhooft, Cornelis Paap 0:14: 0
1 wastob, Tijs Mulders 0:15: 0
1 keesbak lepel &a 0
1 tartob, Commer van Gils 0: 3: 0
2 kapstokken en boterteel, Lijsbet Sneeu 0: 3: 0
7 planken, Wouter van Disseldorp 0: 7: 0
1 ijsere pot en strijkijser, Cornelis vanden Berg 1:10: 0
1 dosijn teeschoteltjes en 2 teebussen, Peeter van Dongen 0: 7: 0
1 trekpot en suijkerschoteltje, Geerit van Peer 0:13: 0
1 schotels, 6 borden Dries Hoevenaar 0: 9: 0
3 schotels, Cornelis vanden Berg 0:13: 0
3 dito Huijb Bogers 0:10: 0
3 dito Peeter Otjens 0:13: 0
3 dito, Cornelis vanden Berg 0:13: 0
3 schulpschotelen, Tijs Schoenmaakers 0: 8: 0
3 dito, Dingeman van Malsen 0: 8: 0
3 borden, Matijs Schoenmakers 0: 4: 0
3 stelsels, Peeter Janse de Hoog 2: 0: 0
2 kommen, Peeter Janse de Hoog 0: 7: 0
2 flessen en suijkerpot, Maria Dekkers 0: 5: 0
2 bordenen bottelkan en suijkerpot, Gijsbert van Malsem 0: 4: 0
1 spiegel, Dingena van Malsem 0:13: 0
1 schotelrek, Joost Maas 0: 9: 0
1 teerek, Mechel van Cuijk 0: 6: 0
1 lepelrek en 6 lepels, Jan Zeijlmans 0:12: 0
1 fles, Cornelis vanden Berg 0: 5: 0
1 leer, Frans Schoenmakers 1: 9: 0
2 manden, 1 hamer, van Selm 0: 6: 0
1 schotelrek, Fransus Artel 0: 7: 0
1 ovenscheel &a, Dirk Dolk 2: 4: 0
1 ovenijser, Cornelis van Steenhoven 0: 7: 0
1 schup, Hendrik vanden Hoek 0: 4: 0
2 hoeden, Fransus Artel 1:17: 0
1 stoop Huijb Schep 0: 4: 0
1 paer leersen, de weduwe Tomas Buijs 1:10: 0
1 paer schoen en muijlen, Peeter Peeters Sturm 0:13: 0
1 paer schoen, Hendrik Agoord 0:15: 0
 1 visbeugel, 1 riethaak en tou, Matijs Scheers 0: 7: 0
1 snaphaan, Crijn van Rossum 3: 0: 0
1 kannebort, Peeter Peeters Sturm 0:10: 0
1 eerde kan, secretaris 0: 4: 0
2 lampen, Barent van Waspik 0: 3: 0
1 korf, 1 kopere lamp, 1 borstel, Cornelis Sagt 0: 9: 0
2 paer schaetsen, Sacrijs Bergmans 0: 7: 0
1 knaep en twwblat, Peeter Peeters Sturm 0: 2: 0
1 tinne bak, Jasper van Selm 1: 6: 0
1 dito schotel, Peeter Janse de Hoog 2: 3: 0
1 dito schotel, Dirk Dolk 1:14: 0
1 dito schotel, Dirk Leijten 2: 8: 0
1 dito schotel, Dirk Dolk 2: 0: 0
1 dito schotel, Dirk Dolk 1:16: 0
7 tinne tafelborden, Dirk Dolk 3: 3: 0
1 tinne kom, 1 mostertpot en peperbus, Peeter Peeters Sturm 0:11: 0
1 slaaplaken, Gerrit van Peer 2: 0: 0
1 dito, Fransus Artel 1: 0: 0
1 dito, secretaris 0:11: 0
1 dito, Gijsbert van Malsem 0:11: 0
1 dito, Jan Boom 0:12: 0
1 rabat en kussesloop, Joost Maas 0: 7: 0
1 slaaplaken, Jan Brok 0:14: 0
1 dito, Peeter Peeters Sturm 0:16: 0
1 dito, Jan Brok 0:10: 0
1 tang, assschup, vuurijser, heertijser, hael, rooster en hangijser, Anna Catarina Beijens 1:16: 0
2 planken, 1 slaeijemmer, Crijn van Rossum 0: 8: 0
1 leerke en 1 plank, Crijn van Rossum 0: 9: 0
1 tonnebank en 2 scholen, Hendrik Camp 0: 6: 0
1 springstok, een raafhoot, 1 plukhaak, Jan Janse de Bont 0: 7: 0
1 spinnewiel, Jan Zeijlmans 0:18: 0
1 pijpenbenneke met ijser, Matijs Scheers 0:14: 0
1 wan, Wouter van Disseldorp 0: 8: 0
1 baggerbeugel, Peeter Camp 2:12: 0
1 ovenscheel, Jan Janse de Bont 0:11: 0
1 kist, 2 stoven, Willem van Malsem 0: 3: 0
1 strijevat en blomseef, van Selm 0: 6: 0
2 leven, Dirk van Disseldorp 0:10: 0
1 vurk, 1 eerdbeugel, Jan Janse de Bont 0: 5: 0
1 koper vernuijs, Dirk van Duseldorp 12: 0: 0
1 kopere kan, Joseph Camp 1:10: 0
1 aeker, Arien Coninx 1: 7: 0
1 kopere ketel, Jan Tijsse de Jong 4:19: 0
1 dito keteltje, Crijn van Rossum 1: 1: 0
1 kopere teeketel, Huijb de Vos 2:12: 0
1 dito bedban, Peter Verschuren 2: 2: 0
1 lanteern, Seger Mouthaan 0: 5: 0
1 kandelaer, 1 vouthengel, kopere schoteltje, Gerrit van Vugt 0: 8: 0
1 slaaplaken, Gijsbert van Malsem 0: 5: 0
1 schoorsteenkleet, Peeter Peeters Sturm 0: 5: 0
2 kaskleekes, Fransus Artel 0: 4: 0
1 hemd en 2 gordijnen, Gijsbert van Malsem 0:14: 0
1 slaaplaken, Joost Swart 0:15: 0
1 schoorsteenkleet, Bartel Gijben 0:10: 0
1 tafellaken, secretaris 2: 1: 0
1 dito, secretaris 1:10: 0
1 dito Adriaen de Vos 0: 6: 0
2 felwijnen, klaesen truij 0: 7: 0
2 dito, secretaris 0:19: 0
2 dito, Joost Verschuren 1: 2: 0
1 kussesloop en das, Jan Zeijlmans 0:17: 0
7 servetten, Ari de Zeu 4: 5: 0
2 gordijnen en rabat en 1 roeij, Steven Scheur 1: 3: 0
2 witte gordijnen en roeij, Peeter Swart 1: 0: 0
1 boxke en intkoker, Fransus Schoenmaakers 0:17: 0
1 kruijthoren en hagelbuijl, Peeter Camp 0: 4: 0
1 tafel, Jan Janse de Bont 0:15: 0
1 dito, Maria Reckers 0: 5: 0
2 stoelen, Hendrik van Diemen 0: 4: 0
2 dito Jan Boom 0: 7: 0
2 dito Joost Maas 0:10: 0
3 dito Jan Breedenburg 0:17: 0
1 martkorf, een kruijtdoos en singel, Maria Rekkers 0:13: 0
1 ijsere plaat, Hendrik vanden Hoek 0: 8: 0
1 dito, Jan Peeters Zeijlmans 0:10: 0
1 ijsere plaat, Peeter Janse de Hoog 0:15: 0
1 dito, Cornelis Cleijn 0:13: 0
1 dito, reijnier Boom 0:13: 0
2 hooftkussens, Jan Brocx 1:10: 0
1 bed, Jan Zeijlmans 9: 5: 0
1 bed en hooftpeulue, Hendrik Camp 5: 6: 0
1 deken, Commer van Gils 1: 0: 0
1 dito, Jan Dolk 1: 6: 0
1 sak, Cornelis van Steenhoven 0:15: 0
1 fuijk en 3 kuijken, Peeter Janse de Hoog 0:13: 0
2 aelfuijken en 2 kruijken, Peeter Camp 3: 3: 0
1 waeij, Tomas de Bont 1:10: 0
1 worpsak, Huijbert van Hassel 2:15: 0
2 schalen en balans met 10¼ pont gewigt, Matijs Scheers 1:13: 0
2 bedplanken en 1 stok, Hendrik Camp 0: 6: 0
De schouw met sijn toebehooren, Crijn van Rossum 6:10: 0
De groote eijke kas, Peeter Otjes 12: 4: 0
2 aelkibben, Fransus Schoenmaakers 1: 0: 0
De glase kas, Dries Hoevenaar 8: 5: 0
1 kleerkas, Cornelis van Steenhoven 4:15: 0
De winkelbank, Cornelis Sagt 1: 0: 0
1 meelbak, Fransus Artel 2: 5: 0
1 baktrog, Jan Wouters Zeijlmans 2: 3: 0
1 kan en verke, secretaris 0: 2: 0
1 werkbank, Jan Ruijlebuijt 0:12: 0
Den buijlmeulen, Cornelis Cleijn 3:10: 0
Eenige mutsen, Jan Zeijlmans 0: 6: 0
1 doofpot, 2 aelspitten, secretaris 0: 5: 0
1 vleesblok, Anna Catarina Beijens 0: 2: 0
Den terw bijden secretaris om 1 gulden 4 stuijvers ider vat. Comt de 7 vat 8: 8: 0

Aldus dese verkoopinge regtelijk gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Adriaan Boeser en Huijbert Schep, schepenen in Waspik, desen 8e maart 1735.

Quod Attestor

J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 138v

Op huijden den 28e maart 1735 soo willen Peeter de Jong als in huwelijk hebbende Maria Catharina de Bruijn voor sijn selven ende als last en procuratie hebbende van Josephus vanden Bolk in huwelijk hebbende Anna Catharina Verbraacke die eerder weduwe was vande heer Arnoldus de Bruijn, in sijn leven schout en secretaris van Cleijn Waspik ende de heer Wilhelmus Verbraacke als testamentaire voogd vande onmondige weeskinderen van zaliger Arnoldus de Bruijn en Anna Catharina Verbraacke voornoemt publieck en voor allen man voor alle man ten overstaan van schout en schepenen van Groot Waspik bij forme van erfhuijs verkoopen de meubilaire goederen en huijsraat bij den voornoemden Heer de Bruijn zaliger en sijne huijsvrouw te samen beseten. Soo ende in manieren als die te berde sullen worden gebragt en dat op de conditien en voorwaarden die hier naar volgende:

Eerstelijk wie eenig gelt biet sal gehouden wesen te blijven bij zijn gebod op een breucke en boete van hondert goude realen te verbeuren, goet van goude en swaar van gewigte.

Den officier houd den 1e, 2e en 3e roep aen zijn zelven, wil niemand bevatten of ook niet bevat off agterhaald zijn. En wert alle het gene zal worden geveijlt of verkogt, werden verkogt soo als ‘t is en sulks stootsvoets.

De koopers of mijnders sullen gehouden zijn hare beloofde cooppenningen te betalen gereet en contant aende tafel alvorens zij hare verkogte goederen van ‘t erf sullen mogen vervoeren. En soo imant zijne gekogte goet van ‘t erf sonder eerste te betalen bragt sal verbeuren aanden officier voor ideren coop eenen gulden tien stuijvers den welken die cooppenningen en boete tot lasten vanden overtreder sal invorderen cum expensis. En soo imant tot lasten vanden voornoemden Fransus Beijens iets had te pretenderen sal sulks alhier niet mogen korten maar evenwel hare te belovene cooppenningen promt betalen.

De koopers sullen bove de cooppenningen mede gereet moeten betalen vande meubilaire goederen van ider gulden eenen stuijver agt penningen en van de haaf eenen stuijver.De verkoopers houden aen haer selven ider ses lossen, sijnde twaalf lossen, mits gevende voor ider los aanden mijnders twee stuijvers.

Eenige eerde potten, secretaris 0: 2: 0
Eenige eerde potten, Poulus Bruijnenbaart 0: 4: 0
Pan en deksel, secretaris 0: 6: 0
Pot met deksel 0
2 schotelen, secretaris 0: 2: 0
2 potten en deksel, Lijsbet Sneeu 0: 4: 0
1 groote kan, Peeter Vassen de Hoog 0: 3: 0
Schotelen, Jan Pols 0: 3: 0
1 deurslag, eenige erde schotelen, Willem Zeijlmans 0: 2: 0
1 boterpot, Tomas de Bont 1: 0: 0
Pot, pan, testen, Huijb de Jong 0: 3: 0
Pot en pannen, Huijb de Jong 0: 3: 0
Potten en pannen, Peeter Vassen de Hoog 0: 3: 0
Potten en pannen, secretaris 0: 1: 0
1 deurslag, Christiaan Sturms 0: 3: 0
1 kan, Willem Zeijlmans 0: 2: 0
1 doofpot en deksel, secretaris 0: 3: 0
2 kannekens 0: 3: 0
Aert Schoenmaakers 0: 2: 0
1 bank, Dirk Zeijlmans 0: 2: 0
Beugels, Bartel de Bont 0: 7: 0
1 scherbort, Toon Oomens 0: 3: 0
1 karnschijf, gieter &a, Marcelis Zeijlmans 0: 2: 0
1 greel, Peeter Adriaan de Jong 0:13: 0
1 stoop, Jochem de Bont 0: 3: 0
1 greel en eenige toomen, Jan de Bruijn 0: 7: 0
2 greelen 0
1 karsal, Jochem de Bont 0: 1: 0
1 bank, Maria de Bruijn 0: 3: 0
1 hangijser, Jan de Bruijn 0: 7: 0
1 hangijser, Jan Jans van Honswijk 0: 3: 0
1 snijbak, Pieter van Waspik 0:10: 0
1 koppelstok &a, Jan de Bruijn 0: 1: 0
2 tonnen, Jan de Bruijn 0:12: 0
1 kakstoel, Jan de Meter 0: 3: 0
Bierboomen en stokken, Hendrik Schoenmakers 0: 9: 0
1 schabel, Dirk Selmans 0: 1: 0
1 wan en spelwerkussen, Bartel de Bont 0: 8: 0
1 wasbak, secretaris 0:10: 0
1 rolwagen, Marcelis Zeijlmmans 0:10: 0
1 oxhooft, Peeter Cuijl 0: 6: 0
1 dito, Matijs Smulders 0: 6: 0
1 dito, Jan Schippers 0:11: 0
1 leek, Peeter Adriaen de Rooij 1:14: 0
1 stikgraaf, Reijnier Costers 1: 0: 0
1 ruijfel, Christiaan Erms 0:18: 0
1 bleckeling schup, Jan de Bruijn 0: 9: 0
1 spaeij, Jan Schippers 0:13: 0
1 schoffel en krabhaak, Tomas de Bont 0:13: 0
1 schup en 2 rieken, Cornelis van Grevenbroek 0:17: 0
1 haergetau, Jan de Bruijn 0:16: 0
2 krabhaken, Cornelis Jans de Bont 0: 6: 0
3 vurken, Jan de Rooij 0: 7: 0
3 dito, Jan de Bruijn 0: 8: 0
1 stikscheer, Jochem de Bont 0:11: 0
1 wieg, Jan Jans van Honswijk 1: 1: 0
1 hakmes, Bartel de Bont 0:10: 0
1 bijltje, Piternel Jans 0: 3: 0
2 kleerstokken, secretaris 0: 4: 0
2 dito, Peeter Adriaen de Jong 0: 3: 0
2 dito, Dirk Wouters Zeijlmans 0: 4: 0
2 dito, Peeter Vassen de Hoog 0: 4: 0
1 baggerbeugel, Aert de Ruijter 1: 8: 0
1 spinnewiel, Lammert van Dongen 0:18: 0
1 seesi, Claas Verbunt 0:16: 0
1 sigt, Bartel de Bont 0:18: 0
1 voetebank, Peeter Sturm 0: 3: 0
1 stilleke en schooldoos, Peeter Adriaan de Jong 0:15: 0
1 voetebank, Geerit Vermeijs 0:12: 0
1 teetafel, Jan de Bruijn 1: 1: 0
1 dito, Maria de Bruijn 0:12: 0
1 riethaak, Dirk Zeijlmans 0: 6: 0
1 tafel, Jan de Bruijn 1: 4: 0
1 ijsslee, Matijs Scheers 0:16: 0
1 tafel, Antonetta van Grevenbroek 0: 4: 0
2 stoelen, Willem van Malsem 0: 3: 0
2 dito, Jan Jans van Honswijk 0: 4: 0
2 dito, Adriaan Coninx 0: 5: 0
1 leunstoel, Alexander Davidson 1: 6: 0
2 stoelen, Cornelis Bosser 0: 9: 0
3 dito, Jan de Bruijn 0:18: 0
2 dito Cornelis Bosser 0:14: 0
2 dito, Adriaan Olislagers 0:15: 0
2 dito Anthonij Pols 0:10: 0
1 stoel, Hendrik Paap 0: 7: 0
12 witte borden, Jan de Bruijn 0:16: 0
5 dito, Jan de Bruijn 0: 5: 0
5 gelaije borden, Jan Schaap 0: 8: 0
5 dito, Peeter Willem Otjens 0: 5: 0
6 dito, Hendrik Agoord 0:11: 0
6 dito, Jan de Bruijn 0:11: 0
6 dito, Anthonij Pols 0: 8: 0
5 dito, Anthonij Pols 0: 8: 0
2 dito schotelen, de weduwe van Dirk Melsen van Driel 0: 5: 0
2 teijlen, Peeter Adriaan de Jong 0: 7: 0
2 schotelen, Peeter Otjens 0: 4: 0
2 dito, Jan de Bruijn 0: 8: 0
2 dito, Peeter Adriaan de Jong 0: 8: 0
2 dito, de weduwe Dirk Melsen van Driel 0: 7: 0
2 schotelen, de weduwe Dirk Melsen van Driel 0: 7: 0
2 dito, Peeter Otjens 0: 7: 0
1 schotel, 2 kommen, Cornelis Bosser 0: 5: 0
2 kommen, Peeter de Swart 0:14: 0
2 kannen, Jan de Bruijn 0:14: 0
2 schotelen, Jan de Bruijn 0: 9: 0
2 dito, Ari de Zeeuw 0:10: 0
1 dito, Geerit Box 0: 5: 0
1 bockael, Tomas de Bont 0: 9: 0
1 waterpot en stoopke, Jan de Bruijn 0: 8: 0
2 wijnpinten, Lammert van Dongen 0: 5: 0
6 roomers, Cornelis de Bont 0: 9: 0
3 bierglasen &a, Adam Somers 0: 7: 0
3 roomers, Willem Zeijlmans 0: 3: 0
1 glaserek, Lammert van Dongen 0: 7: 0
1 glaserek, Arien Paans 0: 7: 0
1 schotelrek, Anthonij Pols 0:11: 0
1 dito, Hendrik Agoord 0:12: 0
1 dito, Jan van Vugt 0: 6: 0
1 dito, Jan de Bruijn 0: 7: 0
1 kannebort, Peeter Liesvelt 0: 8: 0
1 dito, Wouter Boeser 0: 9: 0
1 keesbak en stoopke &a, Jochem de Bont 0: 4: 0
7 paer Japans teegoet, Peeter Adriaan de Jong 2:10: 0
6 schoteltjes en 5 koppen japans, Tomas de Bont 2:12: 0
4 schoteltjes en 4 koppen, Jasper van Selm 1: 8: 0
2 fijne kommen, Eijmbertus vanden Hout 1: 2: 0
1 half dosijn blau teegoet, Jan de Bruijn 2: 1: 0
1 spiegel, Jan de Bruijn 1: 1: 0
1 teerek, Jan de Bruijn 0:18: 0
6 schoteltjes en 5 koppen, Peeter Adriaan de Jong 1:16: 0
5 schoteltjes en 6 koppen, Jan de Bruijn 1:12: 0
6 schoteltjes en 6 koppen, Cornelis van Steenhoven 1:13: 0
10 kopjes en 5 schoteltjes, Jasper van Selm 0:16: 0
1 kom en kopke, Arnoldus Heijmans 0:10: 0
2 pistoolen vande wagtmeester, Cornelis van Steenhoven 6: 0: 0
1 ketting en hamer, Jasper van Selm 0:16: 0
1 teerek, Peeter Adriaan de Jong 0:19: 0
Eenig out ijserwerk, Tomas de Bont 6: 9: 0
1 kopere kan, Jan de Bruijn 5:10: 0
1 dito aeker, de weduwe Dirk Melsen van Driel 3:10: 0
1 ketel, Jan de Bruijn 8: 0: 0
1 kopere ketel, Korstiaan de Beer 7:10: 0
1 dito, Huijbert Matijsse de Jong 8: 3: 0
1 dito, Jan de Bruijn 3: 4: 0
1 teeketel, Alexander Davidson 2:17: 0
1 kleijn keteltje, secretaris 0:16: 0
1 keteltje, Peeter de Jong 1:19: 0
1 metale pot, Dirk Smits 2:16: 0
1 dito, de heer Verbraacke 3: 6: 0
1 kasserol, van Selm 2: 8: 0
1 kopere vijsel, Kornelis Grevenbroek 4: 2: 0
1 schuijmspaan, Cornelis van Steenhoven 1: 5: 0
1 blaeker, Crijn van Rossum 0:13: 0
1 geele kopere vuurpan, Vrijwal 1:12: 0
1 rooij vuuurpan vande domenie, Lammert van Dongen 1: 2: 0
1 candelaar, de weduwe Dirk Melsen van Driel 0:18: 0
1 dito en 1 snuijter, Mergo Vassen 1: 0: 0
1 convoor en lamp, Peeter Sturm 0:15: 0
1 lamp, David Degel 0:12: 0
1 kopere strijkijser, Teuntje Grevenbroek 0:13: 0
1 spiegel, Lijsbet Sneeu 0:16: 0
1 tinne kan, Cornelis Grevenbroek 1: 3: 0
1 dito trekpot, Eijmbertus vanden Hout 0:13: 0
1 dito met ’t voetje, Peeter Swart 0:14: 0
2 dito kandelaars, de weduwe Dirk Melsen van Driel 1: 2: 0
2 kommen, Jochim Zeijlmans 1: 4: 0
2 worsthorens en soutvat, Cornelia Pols 0: 7: 0
1 tinne kom en boterpot, Peeter Vassen de Hoog 0:13: 0
1 dito teeketel, Jasper van Selm 1: 7: 0
1 tinne waterpot, Jochim Zeijlmans 1:13: 0
1 mostertpot en peperbus, Hendrik Timmermans 1: 1: 0
6 tinne borden, secretaris 3: 5: 0
6 dito, Eijmbertus vanden Hout 3: 1: 0
6 dito, Jasper van Selm 3: 0: 0
5 dito, Johannis Schoenmaakers 2: 5: 0
4 dito, Hendrik Schoenmaakers 2: 1: 0
5 tinne schotelen, Jan de Bruijn 0:17: 0
1 schotel, Hendrik vanden Hoek 1:17: 0
1 dito, Catarina Dekkers 1: 0: 0
1 dito, Jan Schippers 2: 0: 0
1 schotel, Adam Somers 2:16: 0
1 bak, Dirk Dolk 1:15: 0
1 schotel, Jan de Bruijn 2: 8: 0
1 dito, Hendrik Schoenmakers 2: 9: 0
1 dito, Hendrik Schoenmakers 2: 8: 0
1 dito, Jan de Bruijn 2: 8: 0
6 lepels, Anthonij Pols 0: 8: 0
9 dito, Jan de Bruijn 0:17: 0
1 schotel, de weduwe Peeter Dolk 1: 8: 0
1 tinne waterpot, Peeter Swart 0:16: 0
1 ijsere pot, Catarina Dekkers 0:17: 0
1 rooster, Jan de Bruijn 0: 7: 0
1 hael, Anthonij Pols 0:18: 0
1 dito, Jan de Bruijn 0:18: 0
1 blaespijp en vouthengel, Jan de Meter 0: 9: 0
1 bruijvuurder, Jan de Bruijn 0: 6: 0
Aelspitten en 1 tang, Jasper van Selm 0: 8: 0
1 tang, 1 schup, Jan de Bruijn 0: 8: 0
1 heertijser, Jan de Bruijn 2: 2: 0
1 kapmes en candelaar &a, Anthonij Pols 0: 7: 0
1 tang, Peeter Adriaan de Jong 0: 6: 0
1 tang Anthonij Pols 0: 7: 0
1 rooij blaar koeij, ingeset om 11 gulden bij Adriaan Kievits om habit den slag In de kantlijn:6 stuijvers trekgelt, 6 stuijvers beugelgelt 11: 0: 0
1 swarte koeij, ingeset bij Jan Schouten om 33 gulden, gemijnt bij Jan de Bruijn om 1 gulden daer boven is In de kantlijn: uts 34: 0: 0
1 rooij koeij, ingeset bij Tomas de Bont 30 gulden en gemijnt bij Peeter Adriaan de Jong om 3 gulden daer boven In de kantlijn: uts 33: 0: 0
1 swarte blaar os, ingeset Peeter de Jongh om 22 gulden en gemijnt bij Peeter Adriaan de Jong om 1 gulden In de kantlijn: uts 23: 0: 0
1 swarte gremel, ingeset bij Marcelis Holster om, habit den slag In de kantlijn: uts 25: 0: 0
1 swarte blaar os, ingeset bij Pieter van Waspik om, coop en slag In de kantlijn: uts 7:10: 0
1 rooij gremel veers, ingeset bij Pieter van Waspik om 8 gulden, habit den slag  In de kantlijn: uts 8: 0: 0
1 mulkkalf, gemijnt bij Reijnier Corsters om 1: 0: 0
1 out aftans merri paart, ingeset bij Jan de Bruijn om 40 gulden en gemijnt bij coop en slag In de kantlijn: 5½ trekgelt, 5½ helfstergelt 40: 0: 0
1 swart gekolt hengstveulen, ingeset bij Tomas de Bont om 43 gulden, coop en slag In de kantlijn: uts 43: 0: 0
De kas inde voorkamer, ingeset bij Jan de Bruijn om 11 gulden, gemeijnt bij Jan Schaap om 12 gulden en gelost bij Jan de Bruijn dus In de kantlijn: 5½ trekgelt 12: 0: 0
1 bed, hooftpeulue en 2 kussens met ’t deken, ingeset bij Hendrik Camp om 34 gulden en gemeijnt bij Jan de Bruijn om 2 gulden In de kantlijn:2 stuijvers strijkgelt 36: 0: 0
1 bed en hooftpeulie, ingeset bij Adriaan Pols om 9 gulden 6 stuijvers, coop en slag In de kantlijn: 2 stuijvers trekgelt 9: 6: 0
1 bed en hooftpeulue, ingeset bij Meeuis van Gijsel om 6 gulden 16 stuijvers en gemijnt bij Stoffel Leijten om In de kantlijn: uts 7: 1: 0
1 bed en hooftpeulue, ingeset bij Bartel de Bont om 10 gulden en gemijnt bij Jan de Bruijn om In de kantlijn: uts 10: 5: 0
1 groene deken, Jochim Zeijlmans 1: 2: 0
1 witte deken, Jan de Bruijn 1:18: 0
1 dito, Teunis Dolk 1: 1: 0
1 dito, Lijsbet Sneeu 0:14: 0
1 katoene deken, Jan de Bruijn 2:10: 0
1 kussen, Teunis Dolk 0:12: 0
’t ledekant, ingeset bij Hendrik Camp om 3 gulden 3 stuijvers en gemijnt bij de heer Verbraacke om In de kantlijn: 2 stuijvers trekgelt 4: 3: 0
2 gordijnen rabat, Claas Verbunt 1: 6: 0
2 gordijnen rabat, Jan de Bruijn 1: 6: 0
2 gordijnen rabat, Tomas Zeijlmans 1: 8: 0
1 schoorsteenkleet, de weduwe Philip Merrikes ? 0:11: 0
1 dito katoen, Cornelis van Os 0:11: 0
1 eijke kaske op de bovenkamer, ingeset bij Jan de Bruijn om 5 gulden 6 stuijvers en gemijnt bij den selven om In de kantlijn: 2 stuijvers 5:16: 0
1 kaske in de agterkamer, ingeset bij Adriaan Pols om 3 gulden en gemijnt bij Jan Schaap om In de kantlijn: 2 stuijvers 4: 0: 0
De glasekas in de keuken, ingeset bij Jan Calveren om 14 gulden en gemijnt bij den selven, habit den slag In de kantlijn: 4 stuijvers trekgelt 14: 0: 0
Peeter Adriaan de Jong 6 stoelen om 3:18: 0
1 groote stoel, Meeuis van Gijsel 0: 9: 0
2 pistoolen, Adriaan Adams de Vos 0: 4: 0
1 tafel, Tomas de Bont 2:11: 0
De sjeijs met sijn matras en tuijg, ingeset bij den secretaris om 18 gulden 10 stuijvers, habit den slag In de kantlijn: 4 stuijvers 18:10: 0
1 wagen en aerdkar, 1 dubbelswing ende poldertouwen, ingeset bij Jan de Bruijn om 32 gulden en niet gemijnt 32: 0: 0
1 uijtrekkende tafel, Hendrik Camp 1: 6: 0
1 ploeg, Michiel Molenschot 2:10: 0
De hooge kar met de raaij, ingeset bij Crijn van Rossum om 13 gulden 10 stuijvers en niet gemijnt 13:10: 0
De missie, Tomas de Bont 10:10: 0
17 pont, 1 bil gerookt vleijs, Cornelis van Steenhoven 1:17: 0
16 pont, 1 dito bil, Jan Schaap 1:18: 0
7½ pont, 1 ham, Jan Schaap 0:19: 0
9 pont dito, Dirk Dolk 1: 6: 0
11 pont dito, Dirk Dolk 1:11: 0
8 pont dito, Dirk Dolk 1: 0: 0
9 pont dito, Jan Schaap 1: 6: 0
7 ¾ pont, 2 kinnebaxhammen, vrijwal 0:13: 0
5 pont, 1 stuk gerooktvlees en kinnebaxham, Fransus Artel 0:10: 0
12¼ pont, 1 kortier spek, Dirk Dolk 1: 7: 0
14½ pont, 1 dito, Catarina Deckers 1:12: 0
1 hangarlosij, vrijwal 13:15: 0
1 lessenaar bij de heer Verbraacke om 1:10: 0
1 vierkante ijsere plaat, Cornelis van Steenhoven 9: 9: 0
1 koffiedoos, koffiekan en snuijter, secretaris 0: 3: 0
’t hout agter t huijs aenden dam, Cornelis van Steenhoven 2:18: 0
10 of 11 else boomkes inde del, Joost Verschuren 2: 0: 0
Nog eenig hout besijden ’t huijs inde del en draeijboom aende sloot, Arien de Zeeu 1:11: 0
Nog eenig hout, Jan de Bruijn 0:12: 0
Nog eenig hout, Jan de Bruijn 1:11: 0
Nog eenig hout, Peeter Cuijl   1: 0: 0
1 aek, Adriaan Kievits 5:10: 0
4 eijke boomen bij Cornelis van Steenhoven 15:10: 0
1 schou, Huijb Schep 15:10: 0
1 kaarn en tonnen, Claas Verbunt In de kantlijn: gelost bij Jan de Bruijn 2:17: 0
De kruijwagen, Cornelis Paap 1: 2: 0
De groote leer, Jan de Bruijn 1:11: 0
1 leer, Jan de Bruijn 0:16: 0
1 leer, secretaris 0: 5: 0
1 greel zael en ligt, Jan de Bruijn 2:14: 0
Den ashoop, Dominicus Snijders 1: 5: 0
1 baktrog, Cornelis Bossers 1: 2: 0
1 blomseef en deegschup, Cornelis van Steenhoven 0:16: 0
Nog een kaske in ’t cantoor, secretaris 0: 6: 0
1 kist, Tomas de Bont 2: 0: 0
1 groote fles, Peeter Adriaan de Jong 0: 5: 0
6 flessen, Tomas de Bont 0: 5: 0
6 flessen, Tomas de Bont 0: 5: 0
6 dito, Tomas de Bont 0: 7: 0
6 dito, secretaris 0: 5: 0
5 dito, Jan Ruijkhaver 0: 5: 0

Aldus dese Verkoopinge regtelijk gedaan ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Tomas Zeijlmans en Hendrik vanden Hoek, schepenen in Groot Waspik, desen 28e maart 1735.

Somma bedraagt de geheel erfhuijsceel ter sa van 729: 1: 0
Af voor de haaf 225:10: 0
  503:11: 0
Comt den xle penning ƒ 12:11:14

Quod Attestor, J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 145r

In de kantlijn: Uitgemaakt

Compareerde voor schout en schepenen van Sgrevelduijn Groot Waspik en Twaalftalve Hoeve ondergenoemt Adriaan Smeur als last en procuratie hebbende van Helena Zeijlmans weduwe en boedelhoudster van Wouter Stevense Zeijlmans, woonende tot Oosterhout sijnde gepasseert voor Michiel van Tilburg, notaris tot Oosterhout residerende, en seekere getuijgen in dato den 28e februarij 1735. Ons schout en schepenen geëxibeert en gebleken en alhier ter secretarije geregistereert to de welke om kortheijts halven wort gerefereert ter eenre ende Peeter Jans vanden Berg als man ende voogt van Adriana Schoenmakers eertijts weduwe van Wouter Stevens Zeijlmans ter andere zijde. Te kennen gevende sij comparanten dat tussschen haar eenige questien en geschillen waren ontstaan ten opsigte vande legitieme portie die Wouter Stevense Zeijlmans en Helena Zeijlmans ingevolge haren mutuelen testamente, gepasseert voor den notaris Melchior Gerritse en seekere getuijgen tot Geertruijdenberg in dato den 16e jannuarij 1696 aan hare kinderen hadden bewesen sustinerende den 2e comparanten zijne huijsvrouwe dat het legitiem niet groot genoeg was en dat de eerste comparante aan haar moest leveren staat en inventaris van hare boedel en goederen soo als die bij t overlijden van haar man zaliger waren bevonden omme daar uijt de legitieme portie mette intresse aan den 2e comparant ten opsigte van sijn vrous eerste man zaliger te konnen worden geproffiteert waar tegens de eerste comparante sustineerde dat haar kinderen vrij meer goederen hadden gebruijkt dan de intressen van ’t legitieme aan haar bewesen en ’t surplus vandien soude komen te bedragen. Soo verklaarden sij comparanten omme alle questien, processen en onkosten die hier over stonden te reijsen voor te komen ende te verhoeden door tusschen spreecken van Peeter Jochemse Zeijlmans en Andries Hoevenaar voor den 2e comparante en Jan Jochemse Zeijlmans en Jan Janse de Bont voor de 1e comparante als arbiter hier toe versogt (na dat haar door de voornoemde Helena Zeijlmans behoorlijke openinge of inventaris van haren boedel was overgegeven) te sijn over een gekomen ende veraccordeert soo ende in manieren als volgt: Te weten dat den 1e comparant in sijne voornoemde qualiteijt aan den 2e comparant no. ux. in volle voldoeninge van sijne voornoemde legitieme trebellianique en falcidia of andere portie die hem uijt hoofde van sijn huijsvrous eerste man zaliger uijt den boedel van Helena Zeijlmans weduwe Wouter Stevens Zeijlmans eenigsints soude mogen compiteren soo wegens den voornoemde Peeter Wouters Zeijlmans als wegens Wouter Stevens Zeijlmans sone van Steven Wouter Zeijlmans en Engelina Vassen sal voldoen en betalen eene somme van agt hondert en tien guldens eens gelt in volle voldoeninge van ’t geene den 2e comparant Peeter vanden Berg uijt hoofde van de voornoemde sijne huijsvrouwe eerste man of den voornoemde Steven Wouter Zeijlmans eenigsints tot lasten van de voornoemde Helena Zeijlmans nog soude mogen compiteren ’t sij uijt wat hoofde het ook soude mogen sijn welke penningen voldaan en betaald sullen moeten worden op den 16e november 1735, sonder langer. Mits dat daar aan gekort sullen worden de huren van ’t huijs &a en van de vier geerden vande jaren 1734 en 1735. Ingevolge de huurceelen en vande vier geerden moet den 2e comparant nog den onraat, verponding en dorp en polders lasten betalen tot den jaar 1734 incluijs. En sullen hier mede alle actien en pretensien die sij comparanten tot lasten van malcanderen soude mogen hebben of sustineren sij dood en teniet, sonder eenige reserve uijt wat hoofde het ook soude mogen sijn. Mits dat het regt van de kinderen van den 2e comparant sijne huijsvrouwe verwekt bij Peeter Wouters Zeijlmans blijft in sijn geheel.

Tot naarkominge en prestatie van alle ‘t geene voors staad verklaren sij comparanten in hare voornoemde qualiteijt te verbinden hare persoonen en goederen,present en toekomende, egeene exempt. Stellende deselve onder verbant en bedwang als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaen van Jan Zeijlmans, schout, Huijbert Koninx en Denis de Haan, schepenen in Groot Waspik, desen 26e september 1735.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Dit is t hantmerk bij Denis de Haan gestelt

Adriaan Smeur als order van mijn moeder

Fol. 146r

Scheijdinge ende erfdeelinge die bij desen doende ende aan schout en schepenen van Groot Waspik overgevende sijn Jan Dirkse Voegers, Jesper Dirksen Voegers, Corstiaan Dirksen Voegers, Maijken Dirksen Voegers ende Peeter Person als in huwelijk hebbende Piternel Dirksen Voegers. Alle kinderen ende erfgenamen van Dirk Janse Voegers ende Teuntje Croot. Ende dat van soodanige goederen ende effecten als haar door doode ende overlijden vande voornoemde hare ouders sijn aanbestorven. Ende sijn deselve onder haar verdeelt ende ten deele gevallen in manieren als volgt:

In de kantlijn: Uitgemaakt

Eertselijk soo is Jan Dirksen Voegers geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op de geregte noordense helft van eenen acker zaeijlant, gelegen alhier waar van de wederhelft is bedeelt op Jesper Voegers. Belent ten zuijden vanden heelen acker Jan Adriaansen Zeijlmans en ten noorden Peeter van Dongen. Strekkende uijt den oosten vanden acker van Aart de Bont af, westwaart in tot de bijsters toe.

Nog op een binnendel, gelegen alhier op den westenkant van Vroukensvaart tusschen erffenisse van Arnoldus van Son cum suis zuijden en Huijbert Pols cum suis noorden. Strekkende uijt den oosten vande halve Binne vaart af, westwaart in tot de bijsters toe.

Nog op en geert hooij ende weijlant, gelegen in Clijn Waspik, gemeen en onverdeelt, in een stuk van twaalf geerden, gemeen en onverdeelt met den Armen alhier cum suis. Belent ten oosten vande heele twaalf geerden Cornelis van Steenhoven en ten westen de weduwe van den Dominie Verhoeven. Strekkende uijt den suijden van de halve Oude straat of Groot Waspik af, noordwaart in tot het half Schips diep toe.

Eijndelijk en ten laatsten nog op ’t geregte 1/5 part in een parceel lant, gelegen in Clijn Waspik, breet 7½ geert, gemeen met de verdere deelgenoten. Belent oost de heer Vercamp en west Cornelis Sprangers cum suis. Strekkende uijtten zuijden vande halve Oude straat of Groot Waspik af, noordwaart in tot den aanwas van Cornelis Sprangers cum suis toe. En moet dit lot uijtreijken aan Jesper Voegers eene somme van vijftig guldens in egalisatie van sijn bevallen lot.

Ten tweeden soo is Jesper Dirkse Voegers geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op de geregte zuijdense helft van eenen acker zaeijlant, gelegen alhier waar van de wederhelft is bedeelt op Jan Voegers. Belent ten zuijden vanden heelen acker Jan Adriaanse Zeijlmans en ten noorden Pieter van Dongen. Strekkende uijtten oosten vanden acker van Aart de Bont af, westwaart in tot de erve van Mels Peeters de Graaf toe.

Nog op een binnendel, gelegen alhier op den westenkant van Vroukensvaart. Belent ten zuijden Huijbert Marcelisse Reckers en ten noorden Peeter Cuijl. Strekkende uijt den oosten van de halve Binnenvaart af, westwaart in tot de bijsters toe.

Nog op een uijtgedolven moergront, gelegen alhier, groot ontrend drie hont. Belent oosten Tomas de Bont cum suis, west de weduwe Jan de Smit, zuijden de weduwe Huijbert Pouwelse Zeijlmans en noorden Bastiaan Franse Boeser.

Nog op een geert hooij ende weijlant, gelegen in Clijn Waspik, gemeen, in een stuk van twaalf geerden, met den Armen alhier. Belent ten oosten vande heele twaalf geerden Cornelis van Steenhoven en ten westen de weduwe van Domeni Verhoeve. Strekkende uijt den zuijden vande halve Oude straat of Groot Waspik af, noordwaart in tot het half Schips diep toe.

En ten laatsten nog op ’t geregte 1/5 part in een parceel lant, gelegen in Clijn Waspik, breet 7½ geert, gemeen met de verdere deelgenoten. Belent als op ‘t eerste lot. En moet dit lot in egalisatie trekken van Jan Voegers vijftig guldens.

Nog op een eijnt van een binnendel, gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart. Belent ten zuijden Adriaan Bommelaar cum suis en ten noorden de kinderen van Johannis Peeters Zeijlmans. Streckende uijtten westen vande halve vaart af, oostwaart in tot het blocxke van Hendrik Langermans toe. Met nog een blocxke inde voornoemde del. Belent als voren. Strekkende uijtten westen van ’t blocxke van Mels Peeters de Graaf af, oostwaart in tot het blocxke van Adriaan Boeser toe.

Nog op ontrend de helft van een buijtendijkse moerdel, gelegen boven in Sgrevelduijn Waspik te weten de geregte helft van de breete van het voorste eijnd vanden dijk af tot den 1e dwars sloot tole en dan agter de geheel breette vanden Sgrevelduijn sloot af, oostwaart in tot den eersten dwars sloot toe. Sijnde de rest bedeelt op Corstiaan Voegers. Belent en strekkende dese heele del als op den post van Corstiaan Voegers.

En ten laatsten nog op ’t geregte 1/5 in een parceel hooij ende weijlant, gelegen in Clijn Waspik, breet 7½ geert, gemeen met de verdere deelgenoten en belent als op den eersten post.

Item soo sijn Jan, Jesper, Maijken Dirksen Voegers te samen en sulks ider voor een derde part alnog geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op een buijtendijkse moerdel, gelegen alhier boven in Sgrevelduijn Waspik. Belent zuijden domeni Ackersdijk en ten noorden Corstiaan Voegers en Peeter person d’een teijnde den anderen. Strekkende uijt den oosten vanden dijk af, westwaart in tot den Sgrevelduijn sloot toe.

In de kantlijn: dese vier posten bij abbuijs hier ter nedergesteld

Ten derden soo is Corstiaan Dirksen Voegers geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op eenen acker zaeijlant, gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart. Belent zuijden Corstiaan Voegers voornoemt ende weduwe Cornelis Teunisse Zeijlmans ende ten noorden de weduwe Tijs de Jong. Strekkende uijt den westen vande halve Vroukensvaartse Grippel af, oostwaart in tot de Geer of Sgrevelduijn Cappel toe.

Nog op t geregte sesde part in een binnendel, genaemt De Twee Willege Del, gelegen op den oostenkant van Vroukensvaart. Bedeelt tusschen de erfgenamen Adriaan Vaderen en Peeter Domen in ‘t oosten en westen.

Nog op en blocxke uijtgedolven moergront, gelegen alhier. Belent oost Hendrik Langermans en west Adriaan Boeser.

Nog op ontrend ½ mergen moergront mede gelegen alhier tusschen erffenisse vande weduwe Jan de Smit zuijden en west, oost de dellen en ten noorden Jan Peeterse Timmermans.

Nog op ontrend de helft van een buijtendijkse moerdel, gelegen boven in Sgrevelduijn Waspik te weten de geregte helft vande breete van ’t voorste eijnt vanden dijk af tot den eersten dwars sloot toe en vande voornoemde dwarsloot af de heele breette tot den agtersten dwars sloot die ten westen vanden Sgrevelduijn sloot legt toe. Sijnde de rest bedeelt op Peeter Person. Belent ten zuijden van de heele delle, de delle bevallen op Jan, Jesper ende Maijke Voegers en ten noorden Denis en Tomas de Haan cum suis. Strekkende uijt den oosten vanden dijk af, westwaart in tot den halven Sgrevelduijn sloot toe. En sal dit lot het agterste eijnt moeten leveren eenen vlet sloot tot den 1e dwarssloot toe.

En ten laatsten nog op ’t geregte 1/5 part in een parceel lant, gelegen in Clijn Waspik, breet 7½ geert, gemeen met de verdere deelgenoten en belent als op ‘t eerste lot.

Ten vierden soo is Maijken Dirksen Voegers geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op eenen acker zaeijlant, gelegen alhier tusschen erffenisse van Teunis Janse Zeijlmans oost en Dirk Wouterse Zeijlmans en de weduwe van Cornelis van Dongen d’een teijnde den anderen west. Strekkende uijt den zuijden vande steeg vande weduwe Cornelis van Dongen af, noordwaart in tot de erve van Peeter Jochemse Berthouts toe.

Nog op een binnendel, gelegen onder Sgrevelduijn Cappel tusschen erffenisse van de weduwe Wouter Biemans zuijden en Arien de Zeeu en andere noorden. Strekkende uijt den westen vanden Geer sloot af, oostwaart in tot den Hoef toe.

Nog op en geert hooij ende weijlant, gelegen in Clijn Waspik, gemeen en onverdeelt, in een stuk van twaalf geerden, met de Armen alhier cum suis. Belent ten oosten vande heele twaalf geerden Cornelis van Steenhoven en ten westen de weduwe van Domeni Verhoeven. Strekkende uijt den zuijden vande halve Oude straat of Groot Waspik af, noordwaart in tot het half Schips diep toe.

En ten laatsten nog op ’t geregte 1/5 part in een parceel lant, gelegen in Clijn Waspik, breet 7½ geert, gemeen met de verdere deelgenoten en strekkende als op ‘t eerste lot.

Ten vijfden en ten laatsten soo is Peeter Person als in huwelijk hebbende Piternel Voegers geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op eenen acker zaijlant, gelegen alhier tusschen erffenisse van Jan Marcelisse Reckers zuijden en ten noorden den Armen alhier. Strekkende uijt den westen vande hofkens af, oostwaart in tot den acker van Aart de Bont toe.

Nog op een eijnt van een binnendel, gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart. Belent ten zuijden Adriaan Bommelaar cum suis en ten noorden de kinderen van Johannis Peeterse Zeijlmans. Strekkende uijt den westen vande halve vaart af, oostwaart in tot het blocxke van Hendrik Langermans toe. Met nog een blocxke inde voornoemde del. Belent als voren. Strekkende uijt den westen van ’t blocxke van Mels Peeterse de Graaf af, oostwaard in tot het blocxke van Adriaan Boeser toe.

Nog op ontrend de helft van een buijtendijkse moerdel, gelegen boven in Sgrevelduijn Waspik te weten de geregte helft vande breette van het voorste eijnt vanden dijk af tot den 1e dwars sloot tole en dan agter de geheele breette vanden Sgrevelduijn sloot af, oostwaard in tot den eersten dwars sloot toe. Sijnde de rest bedeelt op Corstiaan Voegers. Belent en strekkende dese heele del als op den post van Corstiaan Voegers.

En ten laatsten nog op ’t geregte 1/5 in een parceel hooij ende weijlant, gelegen in Clijn Waspik, breet seven en een halve geert, gemeen met de verdere deelgenoten en belent en strekkende als op den eersten post.

Item soo sijn Jan, Jesper, Maijken Dirksen Voegers te samen en sulks ider voor een derde part alnog geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op een buijtendijkse moerdel, gelegen alhier boven in Sgrevelduijn Waspik. Belent zuijden Domeni Ackersdijk en ten noorden Corstiaan Voegers en Peeter Person d’een teijnde den anderen. Strekkende uijt den oosten vanden dijk af, westwaard in tot den Sgrevelduijn sloot toe.

Nog op t geregte sesde part in een binnendel, genaemt De Twee Willege Del, gelegen op den oostenkant van Vroukensvaart. Bedeelt agter in ’t oosten vande voornoemde del, lank ontrend twintig roeden

Nog vier blocxkens in een binnendel, gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart. Sijnde inde del waar Peeter Person het voorste eijnt en nog een blocxke is aanbedeelt. Belent ten zuijden vande heele del Adriaan Bommelaar cum suis en ten noorden de kinderen van Jan Peeterse Zeijlmans.

Verder is conditie dat partijen gesamentlijk en sulks ider voor 1/5 part vande voornoemde goederen sullen betalen alle lasten, verpondingen en omslagen voor soo verre die omgeslagen zijn tot den lesten december 1735 incluijs sonder langer.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijd en vertegen naar den regte van Zuijt Hollant en verklaarde den eenen tot behoeve vanden anderen sijn bevallen loten te renuntieren ende ider sijn aengedeelde goederen te sullen aanveerden met alle wegen, stegen, dijken, straten, waterloopen, schouwen, leijen, s’Heeren Chijnsen, verpondingen en dorpslasten en andere naburen regten, baten, schaden en geregtigheden van outs met regt tot ider parceel behoorende.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Denis de Haan en Tomas Zeijlmans, schepenen in Waspik, desen 1e november 1735.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Dit is t hantmerk bij Denis de Haan gestelt

Dit is t hantmerk bij Thomas Zeijlmans gestelt

Fol. 149r

Inden naam des Heeren amen.

Compareerde voor schout en schepenen van Sgrevelduijn Groot Waspik en Twaalftalve Hoeve ondergenoemt Cornelis Janse de Bont J.M., woonende alhier, toekomde bruijdegom, sijnde geassisteert met Jan Cornelisse de Bont, sijnen vader, ter eenre ende Dingena van Steenhoven J.D., woonende alhier, toekomende bruijt, sijnde geassisteert met Johannis Verschuren, haren swager, en Tomas de Bont, haren neef, als haren voogt en toesiende voogt ter andere sijde.

Te kennen gevende dat tusschen den 1e comparant ende de tweede comparant aan staande en op handen is een wettig huwelijk dat sijlieden voor het solemniseren van dien hadden geconcipieert ende vastgesteld seeckere conditien antenuptiaal en huwelijkse voorwaarden in voegen ende manieren als volgt: Te weten dat bij de toekomende contoralen tot subsistentie en onderstand van dit haar huwelijk sullen worden in en aangebragt alle soodanige goederen, gelden en effecten als dan ider in eijgendom sijn compiterende te weten bij den bruijdegom het geene aan hem ingevolge den testamente tusschen den voornoemde sijne vader en sijne huijsvrouwe zaliger is bewesen gelijk bij de bruijt mede sal worden ingebragt de goederen die haer bij overlijden van haere ouders sijn aanbestorven ingevolge de deijlinge voor schout en schepenen alhier gepasseert. Als mede een derde part in een binnendelle bij hare voogden aangekogt. Welke deijlinge en coop den voornoemde bruijdegom verklaarde te approbeeren en goet te kennen gelijk hij doet bij desen. En voorders sal de voornoemde bruijt en bruijdegom de penningen of schulden die haar ingevolge de reekening bij de voogden te doen sullen te boven komen ofte te kort komen waar toe wert gerefereert en welke alhier worden gehouden alsof deselve hier inne waren geinsereert.

Ende sijn verders conditien en voorwaarden dat tusschen de voornoemde conthoralen geen gemeenschap van goederen sal sijn maar dat alleen winst en verlies staande huwelijk te vallen bij ider voor de helft genoten en gedragen sal worden. En sullen de goederen die ider van hen mogten aanbesterven niet onder de conquesten worden gereeckent maar sullen die soo wel als ider aangebragte goederen moeten gaan en blijven aan die sijde waar van die gekomen sijn.

Wijders is tusschen hen contoralen ondersprooken soo het mogte komen te beuren dat sij compartanten staande huwelijk geene blijckende ende blijvende kind of kinderen te samen mogte komen te verwecken en naar te laten ende hij bruijdegom eerst aflijvig mogte komen te werden dat de voornoemde bruijt alsdan tot een douarije sal trekken en genieten soo lange sij ongetroud is het vrugtgebruijk van alle de goederen en effecten die hij bruijdegom sal komen naar te laten. Mits dat sij de cleederen van linnen en wollen, gout en silver &a ’t geene tot sijne lijve is behoorende aen sijne ab intestato erfgenamen soude moeten uijtkeeren soo ras sij (hij ?) overleden is.

Daar en tegens indien sij bruijt ingeval voors voor den bruijdegom mogte komen te overlijden soo verklaede sij te maken en bespreken dat de bruijdegom mede tot douarije sal trekken en genieten soo lange hij ongetrout is het vrugtgebruijk van alle de goederen en effecten die sij bruijt sal komen naar te laten. Mits dat hij de klederen soo van linnen en wollen, gout en silver en ’t geene verder tot haar lijf is behoorende aan hare ab intestato erfgenamen soude moeten uijtkeeren soo ras sij overleden is.

Allen ’t geene voors staad verklaren en begeeren de conthoralen dat sal bestaan en effect sorteren als hare antenuptiale conditien en voorwaarden op de welke suluijden van meijninge sijn haar voorgenomen huwelijk onder des Heeren Segen voltrekken. En verklaarde tot naarkominge vandien te verbinden hare persoonen en goederen, present en toekomende. Deselve stellende onder verbant als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Adriaan Boeser en Huijbert Schep, schepenen in Groot Waspik, desen 19e november 1735.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Dit is het hantmerk bij Huijbert Schep gesteld

Fol. 150r

In de kantlijn: Uitgemaakt

Op huijden den 30e november 1735 compareerde voor ons schout en schepenen van Groot Waspik ondergenoemt Heijltjen Bogaarts weduwe van Cornelis Aarde Schoenmaackers ter eenre ende Aart Cornelisse Schoenmaackers, Maria Cornelisse Schoenmaackers weduwe van Hendrik Louwen, sijnde geassisteert met Damis Cornelisse Schoenmaackers als haren voogt in desen en Adriaan Leijten als in huwelijk hebbende Elisabet Cornelisse Schoenmaackers. Alle kinderen van Cornelis Aarde Schoenmaackers ende de voornoemde Heijltjen Bogaarts ter andere sijde. Ende verklaarde sij comparanten metten anderen over een gekomen ende veraccordeert te sijn omme de goederen die sij eerste comparante is besittende tegens den anderen af te deijlen. Ende de schulden te effenen die tot lasten vande voornoemde boedel sijn loopende ofte eenigsints verschuldigt off ten agteren soude mogen zijn. Ende dat op de volgende wijse: te weten dat de voornoemde Heijltje Bogaerts in vollen eijgendom sal hebben en blijven behouden alle de meubilaire en roerende goederen, geene uijtgesondert. Mitsgaders alle de profijtelijke en onprofijtelijke schulden off actien en credieten van wat natuur of benaming die soude mogen sijn. Mits dat sij eerste comparante vande tweede comparanten sal proffiteren eene somme van vijfen ‘tseventig guldens eens gelt, sonder meer. En van welke vijff en ‘tseventig guldens sij bekende voldaan en betaalt te sijn. Ende dat sij daar en boven sal hebben en in vollen eijgendom blijven behouden een huijs, hoff en erve, staande en gelegen alhier in Twaalftalve Hoeve Groot Waspik tusschen erffenisse van Dirk de Graaf oost en Johan Zeijlmans en Peeter vanden Berg en Cornelis Ribbens west. Strekkende uijt den noorden vande del van Anna Schoenmaackers aff, zuijtwaart in tot d’halve Sheere strate en ’t huijske van Cornelis Ribbens toe.

Hiertegens soo sijn de voornoemde kinderen in volle voldoeninge van hare vaderlijke goederen haar naar regten compiterende bevallen en beërfdelt als volgt:

Eerstelijk soo is Aart Cornelisse Schoenmaackers bevallen op eene somme van een hondert een en veertig guldens. Die hij bekende van Adriaan Leijten ontfangen te hebben en daar van voldaan te sijn den eersten penning metten lesten.

Ten tweeden soo is Maria Schoenmaackers weduwe van Hendrik Louwen, geassisteert als voren, bevallen op een somme van een hondert een en veertig guldens. Die haar door Adriaan Leijten sijn voldaan en betaald den eersten penning metten lesten.

Ten derden en ten laatsten soo is Adriaan Leijten in huwelijk hebbende Elisabet Cornelisse Schoenmaackers bevallen en beërfdeelt op eenen acker zaeijlant metten bijster daar agter, gelegen alhier in Twaalftalve Hoeve Groot Waspik tusschen erffenisse vande weduwe Huijbert Pouwelse Zeijlmans oost en de kinderen van Jan Peeterse Schoenmaackers en Damus Schoenmaackers cum suis d’een teijnde den anderen west. Strekkende uijt den noorden vande erve van Jan van Uen af, zuijtwaart in tot de dwars Geeren toe. En moet uijtreijken aan Aart en Maria Cornelisse Schoenmaackers voornoemt ider een somme van een hondert een en veertig guldens en aen Heijltjen Bogers een somme van vijf en ‘tseventig guldens de welke als voren sijn voldaan.

Van welken voornoemde acker de voornoemde eerste comparante ten behoeve als voren verklaarde afstand te doen ende te renuntieren bij desen. En waar mede de 2e comparanten bekennen vande voornoemde hare moeder van hare vaderlijke goederen ten vollen voldaan en betaalt te sijn. Sonder ietwes te houden gereserveert onder wat voorwentsel het ook soude mogen sijn. Alsmede ook van het huijs op hare moeder bedeelt en de actien en crediten die haar moeder de eerste comparante is hebbende te renuntieren bij desen.

Allen ’t gene voors staad de comparanten voorgelesen sijnde, verklaarde sij gesamentlijk daar mede te vreden te wesen en te nemen volkomen genoegen en contantement en den eenen tot behoeve van den anderen sijn bevallen lot niet meer te pretenderen te hebben en sal ider sijn bevallen lot aanvaarden met alle alle wegen, stegen, dijken, dammen, straten, lasten en verpondingen van outs daartoe en aan behoorende.En sal de eerste comparante de lasten en verpondingen vande acker betalen tot den lesten december 1735 incluijs.

Tot naarkominge van alle ‘t geene voors staad verklaren sij comparanten te verbinden hare persoonen en goederen, present en toekomende, egeene exempt. Deselve stellende onder verbant en bedwang als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaen van Jan Zijlmans, schout, Dirk van Dusseldorp en Huijbert Coninx, schepenen in Groot Waspik, op dato als boven.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 151r

Scheijdinge ende erfdeelinge die bij desen doende ende aan schout en schepenen van Groot Waspik overgevende sijn Jan Schoenmmackers, Stoffel Leijten als in huwelijk hebbende Adriaantje Schoenmaackers en Peeter Cornelisse Camp in qualiteijt als voogt van Johanna Schoenmaackers ende Elisabet Fijeman. Ende dat van soodanige vaste goederen als haar door overlijden van hare ouders sijn aanbestorven. Ende sijnde deselve bij haar bij ’t trecken van blinde loten verdeelt ende te deele gevallen als volgt:

In de kantlijn: Uijtgemaakt

Eerstelijk soo is Jan Schoenmaackers bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt op een huijs, hoff, acker en veldekens daar agter. Belent ten oosten Adriaan Leijten en ten westen de weduwe Jacob Huijberde Cuijl en Huijbert Lamberde Schoenmaackers cum suis. Strekkende uijt den zuijden van ’t moerveldeken van Damis Schoenmaackers teijnde de stede gelegen, noordwaard in tot den Loot dijk, daar bruijker van is Jan Cornelis de Bont, toe. En dan met de stege tot de Her straat toe. En moet betalen in ider schatting twee stuijvers. Verder is conditie dat ’t moerveldeke van de comparanten agter de ackers van Johannis Schoenmaackers en Marcelis Zeijlmans gelegen houd ’t vrij gebruijk van ‘t veldeken tusschen den dijk en de moervelden omme ’t voornoemde veldeken tot den dijk met torff te mogen beleggen. En denselven daar op te droogen soo langer eenigen torf in ’t velt is. En sal den eijgenaar van ’t huijs en acker sulks sonder tegenspreeken moeten gedogen mits dat de eijgenaars van ’t moervelt den eijgenaar of bruijker jaarlijks voor de maand meij moeten waarschouwen en sal ’t voornoemde veldeken niet mogen uijtmitten of uijtsteken soo lang er torf in’t voornoemde moervelt is. Ten ware dat er een grontgat inden dijk quam te vallen in welk geval den eijgenaar van de stede sulks sal mogen doen. En moet dit lot in egalisatie uijtreijken aan Johanna Schoenmaackers ene somme van een hondert vijf en twintig guldens te betalen over een jaer na dato deses. Of sal andersints daar van intrest betalen tegens vier pro cento in ’t jaar tot volle voldoeninge toe.

In de kantlijn: Compareerde ter secretarije alhier Johanna Schoenmakers meerderjarige dogter sijnde geassisteert met Geert Cornelisse Vermeijs, haren bruijdegom. Ende bekende van Jan Schoenmaakers vande nevenstaande uijtreijking ter somme van een hondert vijff en twintig guldens voldaan en betaalt te sijn den eersten penning metten lesten en uijt dien hoofde op den voornoemden Jan Schoenmakers niet meer te pretenderen te hebben. Actum Waspik den 26e jannuarij 1737. (dit is t hantmerk bij geerit Cornelisse Vermeijs gestelt)

Ten tweeden soo is Stoffel Leijten in huwelijk hebbende Adriaantje Schoenmaackers bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt op twee derde parten min een twaalfde part van een binnendel, gelegen inden polder alhier. Waarvan ’t resterende derde part toebehoort Cornelis Hendriks Schoenmaackers. Belent ten oosten vande heele del Cornelis Hendriks Schoenmaackers en ten westen Geerit Camp. Streckende uijtten zuijden vande halve Sheeren strate aff, noordwaard in tot het 1/3 part van Cornelis Hendriks Schoenmaackers toe. En moet uijtreijken aan Johanna Schoenmackers in egalisatie van sijn lot een hondert vijf en twintig guldens. Waarvan den voogt bekent voldaan te sijn.

Ten derden en ten laatsten soo is Peeter Cornelisse Camp in qualiteijt als voogt van Johanna Schoenmaackers en sulks ten behoeve vande voornoemde Johanna Schoenmaackers bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt op twee derde parten van eenen acker zaeijlant, gelegen alhier in Twaalftalve Hoeve Groot Waspik. Waarvan ’t resterende een derde part toebehoort Damis Schoenmaackers. Belent ten oosten vanden heelen acker Huijbert Coninx ende weduwe Fransus Tielemans d’een teijnde den anderen en ten westen Mattijs de Bont. Streckende uijtten noorden vande halve Sheere strate af, zuijtwaard in tot ’t spoor vande Vosholen off de ackers van Aart Schoenmaackers en Geerit Camp toe. En moet in egalisatie van haar lot trecken van Jan Schoenmaackers een hondert en vijff en twintig guldens en heeft getrocken van Stoffel Leijten mede een hondert vijf en twintig guldens.

Nog houden sij comparanten gemeen en parceel moergront, groot ontrent vier à vijff hont mede gelegen alhier in Twaalftalve Hoeve Groot Waspik tusschen erffenisse van Damis Schoenmaackers cum suis oost en Jan Vermeijs en Jan Cornelis de Bont west. De dwarsgeeren gekomen van de Graaffelijkheijt zuijden en Johannis Cornelis Schoenmaackers en Marcelis Zeijlmans noorden. En behoud desen moer sijne vrije droogplaats op ’t veldeken, buijtendijx agter de stede bevallen op Jan Schoenmaackers, soo lange als er moer in is te vinden.

Wijders is conditie dat ider sijne aanbedeelde goederen sal aanvaarden met dato deses met alle alle wegen, stegen, dijken, dammen, straten, waterloopen, schouwen, leijen, dorps lastenen andere naburen regten, baten, schaden en geregtigheden van outs met regt daartoe behoorende. En sullen de huren gemeen blijven van de goederen tot kersmis 1736. En van ’t huijs tot meij 1737, sonder langer. En sullen dorps en andere lasten mede uijt ’t gemeijn moeten werden betaald tot den lesten december 1736 incluijs.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijd en vertegen naar den regte van Zuijt Hollant en verklaarde ider met sijn bevallen loten te vreden te sijn en den eenen tot behoeve vanden anderen daar van te renuntieren soo als sij doen bij desen.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Adriaan Boeser en Huijbert Schep, schepenen in Waspik, desen 23e jannuarij 1736

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Dit is t hantmerk bij Huijbert Schep gestelt

Fol. 152r

In de kantlijn: 4 coram uijtgemaakt

Compareerde voor ons schout en schepenen van Sgrevelduijn Groot Waspik en Twaalftalve Hoeve ondergenoemt Jochem Blankers en Mattijs Schoenmaackers als aangestelde voogden van Hendrik Jans Schoenmaackers, sone van Jan Hendrix Schoenmaackers zaliger bij hem in huwelijk verwekt aan Anna Hendrix Schoenmaackers, en van Hendrik Cornelisse Schoenmaackers, sone van Cornelis Hendrix Schoenmaackers zaliger bij hem in huwelijk verwekt aan Maria Blankers, ingevolge de testamente gepasseert bij Anneke Janse Schoenmaackers weduwe van Hendrik Cornelisse grootmoeder en bij Arien Janse Schoenmaackers outoom vande voornoemde twee weeskinderen, ingevolge den testamente gepasseert voor schout en schepenen alhier op den 13e november 1725. Te kennen gevende sij comparanten dat dewijle de voornoemde weesen ider inde sijne sijn eenige kinderen van haar vader zaliger en haar moeder en dat de voornoemde moeders ingevolge de testamenten die sij met haar mans hadden gemaakt gehouden sijn ider haar kint te voeden en te alimenteren tot haren mondigen dage, huwelijke off anderen geapprobeerden state toe. Ende alsoo de voornoemde weeswn ider t huijshouden van hare moeder sijn waarnemende en bestierende soo verklaarde sij comparanten ingevolge de magt bij den voornoemde testamente aan haar gegeven in hare plaatsen te hebben gesurogeert gelijk als sij doende bij desen Anna Hendrix Schoenmaackers weduwe Jan Hendrix Schoenmaackers tot voogdesse over haren soon Hendrik Schoenmaackers ende Maria Willems Blankers weduwe Cornelis Hendrix Schoenmaackers tot voogdesse over haren onmondigen soon Hendrik Cornelisse Schoenmaackers met magt omme de voornoemde goederen soo als die bij ’t overlijden van Arien Schoenmaackers met der dood sijn ontruijmt te aanvaarden en ten meesten oirbaar en proffijt van haar onmondige kinderen te gebruijken to dat deselve sullen sijn aangekomen tot haren onmondigen dage, huwelijk of anderen geapprobeerden state. Mits dat sij als dan gehouden sullen sijn aan hare voornoemde kinderen off hare erfgenamen des gerequireert wordende te doen behoorlijke reeckening, bewijs en reliqua.

Compareerde mede Anna Hendrix Schoenmaackers weduwe Jan Hendrix Schoenmaackers, Maria Willems Blankers weduwe Cornelis Hendrix Schoenmaackers, beijde woonagtig alhier en verklaarde de voornoemde voogdij te accepteren en aan te nemen en beloofde sij tweede comparanten de voornoemde testamentaire voogden van alle naarmaninge en last die haar bij den voornoemde testamente sijn opgelegt te bevrijden ende de goederen te sullen administreren soo als ’t behoort. En ook ten allen tijde des versogt wordende daar van te sullen doen behoorlijke verantwoordinge ofte reeckeninge, bewijs en reliqua. En verklaarde sij comparanten gesamentlijk tot naarkominge en prestatie van allen ’t gene voors staat te verbinden hare persoonen en goederen, present en toekomende, egeene exempt. Deselve stellende onder verbant en bedwang als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Dirk van Dusseldorp en Denis de Haan, schepenen, desen 27e jannuarij 1736.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Dit ist hantmerk bij Denis de Haan gestelt

Fol. 152v

Scheijdinge ende erfdeelinge die bij desen doende ende aan schout en geregten van Groot Waspik overgevende sijn Poules Freijsen Bruijnenbaart, woonende tot Cappel, als ab intestato erfgenaam van Adriaantje Freijsen Bruijnenbaart weduwe van Jan Marcelisse Reckers ter eenre. Engel Marcelis Reckers, Marcelis Zeijlmans als last en outorisatie hebbende van Goudina Marcelis Reckers weduwe van Boudewijn Boumans, sijnde deselve onder hare hantteijkening gepasseert op den 31e jannuarij 1736 waartoe wort gerefereert, Jan Corstiaans Reckers, Antoni Corstiaans Reckers, Cornelis Corstiaans Reckers, Hendrik Corstiaans Reckers, Maria Corstiaans Reckers weduwe Huijbert Smits, Adriaan de Vos in huwelijk hebbende Adriaantje Corstiaans Reckers, Lammert van Dongen in huwelijk hebbende Johanna Corstiaans Reckers. Alle kinderen van Corstiaan Marcelisse Reckers. En sulx volle broeders en susters van Jan Marcelis Reckers den Ouden, Huijbert Marcelis Reckers, Jan Marcelis Reckers de Jonge voor sijn selven ende als innestaande en hem sterkmakende voor Cornelis Marcelisse Reckers, Marcelis Zeijlmans en Willem Zeijlmans, kinderen van Jan Willems Zeijlmans bij hem in huwelijk verwekt aan Maijke Marcelisse Reckers. Alle halve susters en broeders van Jan Marcelisse Reckers den Ouden ter andere seijde. Ende dat van soodanige goederen ende effecten als den voornoemde Jan Marcelisse Reckers den Ouden en Adriaantje Bruijnenbaart hebben beseten en gepossideert. Ende soo als deselve nu bij Adriaantje Bruijnenbaart metter dood sijn ontruijmt ende naargelaten. Ende sijn de voornoemde goederen tusschen de voornoemde comparanten inder minne verdeelt ende te deele gevallen als volgt:

In de kantlijn: Uitgemaakt

Eerstelijk soo is den 1e comparant Poulus Freijsen Bruijnenbaart in qualiteijt voornoemt geloot, gecavelt ende beërfdeelt op de volgende goederen en eerstelijk op een en een agtste geert hooij ende weijlant, gelegen in Clijn Waspik, in een stuk van negen geerden, bedeelt inde oostense helft. Belent ten oosten vande heele negen geerden de weduwe Domeni Verhoeven en ten westen den Armen van Groot Waspik cum suis. Streckende uijt den zuijden vande Oude straat off Groot Waspik aff, noordwaard in tot den halven Schaij sloot toe.

Nog een huijs, erve en ackerlant daar aan, groot ontrent twee hont, gelegen tot Cappel, ten oosten van Willem van Gents vaart. Belent zuijden Peeter van Dongen en ten noorden Poulus Freijsen. Streckende uijt den westen vande halve vaart aff, oostwaard in tot den halven Queeckel sloot toe.

Nog eenen dries, gelegen als voren, groot ontrent vijff en een half hont. Belent zuijden Poulus Freijsen en ten noorden Joost Pols. Streckende als voren.

Alnog een hont accerlant, gelegen inde Hoeff van Heulekum, ontrent de Geer onder Cappel. Belent oost Pouleus Frijsen en west Peeter van Dongen.

Alnog een binnendelleken, gelegen ten westen van Willem van Gents vaart onder Cappel. Belent zuijden Jan Meertense Dolk, noorden Meerden Reckers. Strekkende vande halve Willem van Gents vaart aff, westwaard in tot de erve vande heer Dame toe.

Nog een binnendelleken mede gelegen ten westen van Willem van Gents vaart onder Cappel, groot ontrent een en een half hont. Belent zuijden Joost Pols en noorden Willem Smits. Streckende vande halve Willem van Gents vaart af, westwaard in tot de erve van Peeter van Donge toe.

Ende ten laatsten nog een vierde part in een parceel moeren, putten en cuijlen, gelegen ten oosten van Willem van Gents vaart onder Cappel, groot in ’t geheel ontrent een hont. Ende moer den voornoemde eerste comparant in egalisatie van sijn bevallen lot uijtreijken en voldoen eene somme van drie hondert guldens waarvan sij tweede comparanten bekennen voldaan en betaald te sijn den eersten penning met den lesten.

Hier tegens soo sijn de 2e comparanten Engel Marcelisse Reckers ende de verdere ab intestato erfgenamen van Jan Marcelisse Reckers den Ouden, in ’t hooft deses gemelt, geloot, gecavelt ende beërfdeelt op de volgende goederen en eerstelijk op de geregte helft van een huijs, hoff en acker, staande en gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart, gemeen en verdeelt de weduwe van Cornelis Melsen. Belent ten zuijden van ’t heele huijs, hoff en acker Jesper Voegers cum suis en ten noorden Arien Gerrits van Gils cum suis. Streckende uijt den westen vande halve Vroukensvaartse grippel aff, oostwaard in tot den Geer off Cappel toe.

Nog eenen halven dries, gelegen alhier, gemeen met Engel Reckers. Belent ten zuijden de weduwe Cornelis Paans en ten noorden Dingena Moetsen. Streckende uijt den oosten vande stede van Dingena Moetsen cum suis aff, westwaard in tot de erve vande weduwe Teunis den Bieman toe.

Nog een ackerke zaeijlant, gelegen alhier, groot ontrent een half hont. Belent ten zuijden Marcelis Zeijlmans en ten noorden Jan Marcelisse Reckers de Jonge. Streckende uijt den westen vande erve van Jan Marcelisse Reckers de Jonge aff, oostwaard in tot den Geer off Cappel toe.

Nog een driesken, gelegen inde Hoeff van Heukelum onder Cappel, groot ontrent een en een half hont. Belent zuijden Aart vanden Hoek, noorden Huijbert Reckers, west Huijbert Schep en ten oosten Domeni Dagevos.

En ten laatsten nog een drieske mede gelegen inde Hoef van Heukelum onder Cappel, groot ontrent een en een half hont. Belent ten zuijden Jan Bol, noorden Aert vanden Hoek, west Huijbert Schep en ten oosten Domeni Dagevos.

Wijders is conditie dat de verpondingen die vande vaste goederen onbetaald mogten zijn ider van sijne aanbedeelde goederen sal moeten aanbetalen sonder die tot lasten vanden gemeijnen boedel te mogen brengen. En verklaarde sij comparanten ider haar contingent vande contante penningen als mede van linnen en wollen en imboel ontfangen te hebben ende de loopende schulden met malkanderen verrekent en geliquideert te hebben sonder dat sij uijt dien hoofde iets meer tot lasten van malkanderen hebben te pretenderen onder wat voorwentsel het ook soude mogen sijn.

Aldus soo hebben partijen malkanderen ien vertegen naar den regte van Zuijt Hollant en verklaarde ider met sijn bevallen loten te vreden te sijn ende deselve te sullen aanvaarden met alle sijne wegen, stegen, dijken, dammen, straten, waterloopen, schouwen, leijen, dorps lasten en andere naburen regten, baten, schaden en geregtigheden van outs met regt daartoe en aan behoorende ende sulx den eenen tot behoeve van den anderen sijn aanbedeelde goederen te renuntieren. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Denis de Haan en Huijbert Cononx, schepenen in Waspik, desen 27 februarij 1736.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Dit ist hantmerk bij Denis de Haan gestelt

Fol. 153v

Scheijdinge ende smaldeelinge die bij desen doende ende aan schout en geregten van Groot Waspik overgevende sijn Engel Marcelisse Reckers, Marcelis Zeijlmans als last en autorisatie hebbende van Goudina Marcelis Reckers weduwe van Boudewijn Boumans, sijnde deselve onder hare hantteijkening gepasseert op den 31e jannuarij 1736 waartoe wort gerefereert, Jan Corstiaans Reckers, Antoni Corstiaans Reckers, Cornelis Corstiaans Reckers, Hendrik Corstiaans Reckers, Maria Corstiaans Reckers weduwe Huijbert Smits, Adriaan de Vos in huwelijk hebbende Adriaantje Corstiaans Reckers, Lammert van Dongen in huwelijk hebbende Johanna Corstiaans Reckers. Alle kinderen van Corstiaan Marcelisse Reckers. En sulx volle broeders en susters van Jan Marcelis Reckers den Ouden, Huijbert Marcelis Reckers, Jan Marcelis Reckers de Jonge voor sijn selven ende als innestaande en hem sterkmakende voor Cornelis Marcelisse Reckers, Marcelis Zeijlmans en Willem Zeijlmans, kinderen van Jan Willemse Zeijlmans bij hem in huwelijk verwekt aan Maijke Marcelis Reckers. Alle halve susters en broeders van Jan Marcelisse Reckers den Ouden ter andere seijde. Ende dat van soodanige goederen ende effecten als haar in qualiteijt als ab intestato erfgenamen van Jan Marcelisse Reckers den Ouden op dato deses sijn aanbedeijlt ingevolge de deijlinge tusschen haar comparanten ende Poulus Frijsen Bruijnebaart ten overstaan van schout en geregten alhier. Ende sijn de voornoemde goederen bij ‘t setten van blinde loten onder haar verdeelt ende te deele gevallen als volgt:

In de kantlijn: Uijtgemaakt, 1 copien

Eerstelijk soo is Engel Marcelis Reckers bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt op de geregte helft van een half huijs, hoff en acker, staande en gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart, gemeen en verdeelt met de weduwe van Cornelis Melsen. Belent ten zuijden van ’t heele huijs, hoff en acker Jesper Voegers cum suis en ten noorden Arien Gerrits van Gils cum suis. Streckende uijt den westen vande halve Vroukensvaartse grippel aff, oostwaard in tot den Geer off Cappel toe.

Nog eenen halven dries, gelegen alhier, gemeen met Engel Reckers. Belent ten zuijden de weduwe Cornelis Paans en ten noorden Dingena Moetsen. Streckende uijt den oosten vande stede van Dingena Moetsen cum suis aff, westwaard in tot de erve vande weduwe Teunis den Bieman toe. En moet dit lot uijtreijken eene somme van twee hondert vijff en veertig guldens.

Ten tweeden soo is Marcelis Zeijlmans als last en autorisatie hebbende van Goudina Marcelis se Reckers weduwe van Boudewijn Boumans en sulx ten behoeve vande voornoemde Goudina Reckers geloot, gecavelt ende beërfdeelt op ’t geregte vierde part van huijs, hoff en acker, staande en gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart, gemeen en verdeelt met de weduwe van Cornelis Melsen. Belent ten zuijden van ’t heele huijs, hoff en acker Jesper Voegers cum suis en ten noorden Arien Gerrits van Gils cum suis. Streckende uijt den westen vande halve Vroukensvaartse grippel aff, oostwaard in tot den Geer off Cappel toe. Ende moet trecken eene somme van vijff en vijftig gulden uijt de penningen gekomen van Poulus Frijsen Bruijnenbaart die sij bekent ontfangen te hebben.

Ten derden soo is Jan Corstiaans Reckers bevallen op een somme van tien guldens die hij bekende van Engel Reckers ontfangen te hebben.

Ten vierden soo is Antonij Corstiaans Reckers bevallen op een somme van tien guldens die hij bekende van Engel Reckers ontfangen te hebben.

Ten vijffden soo is Cornelis Corstiaans Reckers bevallen op een somme van tien guldens die hij bekende van Engel Reckers ontfangen te hebben.

Ten sesden soo is Hendrik Corstiaans Reckers geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op een

driesken, gelegen inde Hoeff van Heukelum onder Cappel, groot ontrent een en een half hont. Belent zuijden Aart vanden Hoek, noorden Huijbert Reckers, west Huijbert Schep en ten oosten Domeni Dagevos.

En ten laatste nog een drieske mede gelegen inde Hoef van Heukelum onder Cappel, groot ontrent een en een half hont. Belent noorden Aert vanden Hoek, zuijden Jan Bol, west Huijbert Schep en ten oosten Domeni Dagevos.

Ten sevenden soo is Maria Corstiaans Reckers weduwe Huijbert Smits bevallen op een somme van tien guldens die hij bekende van Engel Reckers ontfangen te hebben.

Ten agtsten soo is Adriaan de Vos in huwelijk hebbende Adriaantje Corstiaans Reckers bevallen op een somme van tien guldens die hij bekende van Engel Reckers ontfangen te hebben.

Ten negende soo is Lammert van Dongen in huwelijk hebbende Johanna Corstiaans Reckers bevallen op een somme van tien guldens die hij bekende van Engel Reckers ontfangen te hebben.

Ten tienden soo is Huijbert Marcelisse Reckers bevallen op een somme van sestig guldens die hij bekende van Engel Reckers ontfangen te hebben.

Ten elfden soo is Jan Marcelisse Reckers voor reeckenening van sijnen broeder Cornelis Marcelis Reckers geloot, gecavelt ende beërfdeelt op een ackerke zaeijlant, gelegen alhier, groot ontrent een half hont. Belent ten zuijden Marcelis Zeijlmans en ten noorden Jan Marcelisse Reckers. Streckende uijt den westen vande erve van Jan Marcelisse Reckers de Jonge aff, oostwaard in tot den Geer off Cappel toe.

Ten twaalfden soo is Jan Marcelisse Reckers sijn selven bevallen op een somme van sestig gulden die hij bekende van Engel Reckers ontfangen te hebben.

Ten dertienden soo is Marcelis Zeijlmans bevallen op een somme van dartig guldens die hij bekende uijt de penningen van Engel Reckers ontfangen te hebben.

Ten veertienden soo is Willem Zeijlmans bevallen op een somme van dartig guldens die hij bekende uijt de penningen van Engel Reckers ontfangen te hebben.

Wijders is conditie dat sij uijt den gemeenen boedel sullen betalen alle lasten en verpondingen die omgeslagen sijn tot den lesten december 1735 incluijs. Ende sijn de overschietende penningen geëmploijeert tot betalinge van eenige loopende schulden en verdere onkosten.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijd en vertegen naar den regte van Zuijt Hollant en verklaarde ider met sijn bevallen loten te vreden te sijn ende deselve te sullen aanvaarden met alle sijne wegen, stegen, dijken, dammen, straten, waterloopen, schouwen, leijen, dorps lasten en andere naburen regten, baten, schaden en geregtigheden van outs met regt daartoe en aan behoorende ende sulx den eenen tot behoeve van den anderen sijn aanbedeelde goederen te renuntieren. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Denis de Haan en Huijbert Coninx, schepenen in Waspik, desen 27 februarij 1736.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Dit ist hantmerk bij Denis de Haan gestelt

Fol. 154v

Inventaris gedaan maken en aen schout en schepenen van Groot Waspik overgegeven bij Reijnier Boom weduwenaar van Cornelia Lamberde van Wagenberg. Ende dat van alle goederen en effecten soo als hij die bij ’t overlijden van sijne huijsvrouwe heeft blijven besitten en soo als die althans in wesen sijn:

Een groote eijke kast, nog een kleijn kastje, een spiegel, een schoorsteenkleed, 1 paar gardijnen en rabat. Een teerek, een schotelrek, 12 teekopjes en 12 teeschoteltjes, 1 tinne trekpot, 3 galaije schotels, 16 borden, 8 tinne lepels, een tinne soutvat, een dito mosterpot, ses stoelen, een tavel, een strijkijser, nog een baktrog, een deegspaij, een weegbank, ses platen en drie beschuijtplanken, een grooten koperen ketel, een klijnen koperen ketel, nog een grooten koperen teeketel, nog een kleijnen koperen teeketel, nog een bed en hooftpeulue, twee bedde dekens, een vuurijser, een hangijser en koekpan, een buijlmeulen, een meelkist, een haartijser, twee lampen, een tinnenbak, een wieg, een vuurmant, twee beschuijtmanden, een seeff, een kopere scuijmspaan, een ashoop, eenigen torff, eenige mutsert, nog eenig eerdewerk van potten, testen &a.

            Nog inde kast bevonden

Een tabbert, en japon, 3 rocken, een stoffe mantel, 4 neusdoeken, 6 vrouwe hemden, 7 voorschoij, 9 mutsen, 5 neerseltjes, 1 tafelkleet, 4 geblomde mutsen, 1 borstje, 2 stiklijven, 2 kussesloope, twee paar moukens, 1 paar hantschoen, 1 kattoene mantelk, 7 slaaplakens, nog een falie, nog eenig kindergoet, een goude kruijs, een paar goude oorringen, 3 silvere gespen, een boek met 2 slivere sloot

            Inkomende schulden

Staat te ontfangen aan goede en quade schult ingevolge ’t schultboek

en annotatie daar van gehouden                                                                                        189:15: 0

Uitgaande schulden

Staat te betalen aan Cornelis Mutsert als anders te samen bijeen

gereeckent een somme van                                                                                                 163: 4: 0

Aldus desen inventaris gemaakt naar ’t opgeven vande voornoemde Reijnier Boom. Den welke verklaarde sulx gedaan te hebben opregtelijk sonder ter quader trouwe iets agtergehouden off verswegen te hebben. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Dirk van Dusseldorp en Hendrik vanden Hoek, schepenen in Waspik, desen 25e julij 1736.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 155r

Op huijden den 25e julij 1736 compareerde voor ons schout en schepenen van Sgrevelduijn Groot Waspik en Twaalftalve Hoeve ondergenoemt Reijnier Boom weduwenaar van zaliger Cornelia Lamberde van Wagenberg ter eenre ende Lambert Nicolaas van Wagenberg als grootvader en aangestelde voogt ende Jacobus Boom als oom en toesiende voogt vande twee onmondige weeskinderen vande voornoemde Reijnier Boom bij hem in huwelijk verwekt aande voornoemde Cornelia van Wagenberg met name Gijsbert, out ontrent twee en een half jaar en Peeter out ontrent seven maanden.

Ende sijn de voornoemde comparanten in hare voornoemde qualiteijt (met consent ende ten overstaen van schout en schepenen alhier) na alles wel overwogen en de geringheijt van den staad en inventaris des boedels ingesien te hebben met den anderen veraccordeert en verdragen in voegen en manieren als volgt: Te weten dat den voors eerste comparant in vollen eijgendom sal hebben en blijven behouden alle de goederen en imboel, gelt, gout, zilver, gemunt en ongemunt, actien ende crediten, soo active als passive, niets ter werelt uijtgesondert, die hij met de voornoemde sijne overledene huijsvrou in gemeijnschap en eijgendom beseten heeft gehadt en nog besittende is. Omme met alle deselve bij den 1e comparant mogen werden gedaan en gehandelt als met sijn vrij eijgen goet. Sonder bekroon van imant.

Wijdes is bij de tweede comparanten belooft om dat den 1e comparant uijt de voornoemde nalatenschap de voornoemde kinderen niet kan alimenteren dat hij ook sal proffiteren gedurende de minderjartigheijt vande voornoemde kinderen het volle vrugtgebruijk van alle erffenissen en besterffenissen die de voornoemde kinderen van hare grootvader, grootmoeder, moetjen off andere van hare moeders seijde soude mogen aanbesterven ’t sij waar die gelegen soude mogen sijn

Onder dese speciale conditie nogtans dat den eersten comparant gehouden en verbonden blijft de voornoemde kinderen op te voeden en te alimenteren in kost en drank, kledinge en reedinge, soo wel siek als gesont geenen tijd van perijckel uijtgesondert, de selve te laten leeren, lesen en schrijven en een goet hantwerk off ander exercitie te laten leeren waar toe de selve naar den staad des boedels best bequaem sal off sullen bevonden worden en dat tot haren mondigen dage, huwelijken off anderen geapprobeerden state toe. Als wanneer den eerste comparant daar en boven sal gehouden sijn aan deselve kinderen uijt te reijken en voldoen een somme van twee silvere ducatons, sijnde ider kint een silvere ducaton. In volle voldoeninge van haar moederlijke goederen voor welke uitreijkinge en alimentatie alle de goederen op den inventaris gemelt als die den 1e comparant sal komen naar te laten wel speciaal blijven verbonden en veronderpant.

Tot naarkominge en prestatie van alle ‘t geene voors staad verklaren sij comparanten in hare voornoemde qualiteijt te verbinden hare persoonen en goederen, roerende en onroerende, present en toekomende, egeene exemt. Deselve stellende onder verbant en bedwank als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Dirk van Dusseldorp en Hendrik vanden Hoek, schepenen in Waspik, op dato voors.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 156r

Scheijdinge ende smaldeelinge die bij desen doende ende aan schout en schepenen van Groot Waspik overgevende sijn Huijbert Vos voor twee derdeparten ter eenre en Jenneken Vos voor eenderde part ter andere zijde. En dat van een half huijs met een schuur en werff en het ackerlant en moer als haar ider voor een derde part van hare moeder en vader zaliger is aanbestorven bij den eerste comparant nog voor een derde van sijnen broeder Adriaan Vos is aangekogt ende is ’t selve bij haar verdeelt en te deele gevallen als volgt:

In de kantlijn: Uitgemaakt

Eerstelijk soo is Huijbert Vos te deele gevallen op de schuur en werff. Belent zuijden Adriaan Bommelaar cum suis en de heer Belaarts en ten noorden de weduwe Tomas Rijken. Streckende uijtten oosten van vier voeten van de gevel van ’t half huijs aff, westwaard in tot de moer van Peeter de Smit en Schout Brantwijk toe. Mits datter een behoorlijke rijweg tusschen het halff huijs ende schuur moet blijven en sonder malkanderen in ’t een off ander te mogen verhinderen off hinderlijk zijn.

Nog op den acker op den zuijdenkant van ‘t huijs. Mits dat Jenneken Vos op den noorden kant in ’t westen hout vier roeden lengte ende halve breette vanden acker. Belent ten zuijden vanden heelen acker de erfgenamen van Jan Janse Snijders en ten noorden de erfgenamen Govert Paans. Streckende uijt den oosten van ’t ackerlant vande erfgenamen van Jan Janse Snijders aff westwaard in tot de erve vande weduwe Tomas Rijken toe. En moet dit lot betalen twee derde parten in ider schatting off coninx bede en twee derde in de taxatie vande huijsen. En soo door vertimmeren bij ’t leven vanden 1e comparant de schuur verhoogt mogt worden sal de tweede comparant mede moeten betalen na rato.

Hier tegens soo is Jenneken Vos bedeelt op de geregte helft van ’t huijs en erve waar vande wederhelft compiteert de erfgenamen van Jan Janse Snijders. Belent ten oosten de voornoemde erfgenamen mette wederhelft en ten westen Huijbert Vos met de schuur voornoemt. Ten zuijden Adriaan Bommelaer cum suis en ten noorden den acker hier voren op Huijbert Vos bevallen.

Als mede nog op vier roede lengte inde helft van de breette vanden acker, hier voren op Huijbert Vos bevallen. En moet dit lot betalen eenderde part in ider schatting of coninx bede en eenderde part inde taxatie vande huijsen.

Wijders houden sij gemeen en onverdeelt, te weten Huijbert Vos voor 2/3 en Jenneken Vos voor eenderde part in, een parceeltje moergront, gelegen alhier, groot ontrent een hont. Belent zuijden de heer Belaarts, ten noorden Antonij van Dommelen, ten oosten Peeter de Smit en ten westen Schout Brantwijk. En moeten de lasten naar rato betalen.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Adriaan Boesere en Tomas Zeijlmans, schepenen in Waspik, desen 25e jannuwarij 1737.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Dit is t merk bij Tomas Zeijlmans gestelt

Fol. 156v

Inventaris gedaan maken en aen schout en schepenen van Groot Waspik overgegeven bij ofte van wegen Hendrik Klinkpenning als in huwelijk hebbende Anneken Zeijlmans, Geertruij Zeijlmans, Jan Verwiel gesegt Zeijlmans als in huwelijk hebbende Janneke Zeijlmans, de weeskinderen van Teunis Clasen Hoevenaar als in huwelijk gehad hebbende Adriaantje Zeijlmans, Jan van Haften als in huwelijk hebbende Dingena Zeijlmans. Alle erfgenamen van Grietje Bervoets weduwe Cornelis Teunisse Zeijlmans. En dat van soodanige goederen ende effecten als de voornoemde Grietje Bervoets metter dood heeft ontruijmt en naargelaten, soo en in manieren als volgt:

In de kantlijn:Uitgemaakt op segel van eene gulden vier stuijvers

Eerstelijk de vaste goederen

Eerstelijk een parceeltjen ackerlant, gelegen alhier, groot ontrent drie vierde hont. Belent zuijden en noorden Corstiaan Voegers. Strekt vanden hoff van Corstiaan Voegers aff oostwaard in tot Cappel toe.

Nog een vierde part in een binnendel, gelegen op den westenkant van Vroukensvaart. Belent zuijden Denis de Haan en noorden Wilbert Zijlmans. Streckende uijt den oosten vande halve Binnen vaart af westwaard in tot den bijster van …. (niets ingevuld) toe.

Nog eenen acker zaeijlant, gelegen onder Cappel, groot ontrent een hont. Belent west Jan Jochemse de Bruijn oost en noorden Willem Zeijlmans en zuijden Hendrik Langermans.

Nog staat te ontfangen van Teunis Clasen Hoevenaar weduwenaar van Adriaantje Cornelisse Zeijlmans eenen somme van en hondert guldens met twaalff jaren intrest zijnde door de overledenen betaald voor reeckeninge vanden voornoemden Hoevenaar en Jan Verwiel gesegt Zeijlmans als blijkt bij obligatie.

Nog staan te ontfangen twee obligatien per memorie.

            Volgt den imboel

Een eijke kast, nog een etens kas, een eijke tafel, 1 baktrog, een ijsslee, een eijke kist bij van Haften, een reep, een slaggeert, 2 planken, 3 tinne schotelen, 1 tinne boterpot, 1 dito pintje, een dito trekpot, 1 dito soutvat, 1 blekke teebussen, 8 a 10 groff koffie en teegoet, 1 kopere teeketel, 1 metale vijsel, 1 kopere teemst, 1 groote kopere ketel, 1 dito kleijne ketel, 1 groote kopere blaker, 1 dito kleijne blaker, 1 dito bedpan, 2 ijsere potten, 1 hangijser en koekpan, 1 blek kooffidooske, 1 haal, 1 tang, 1 vuurijser, een lateern, en spiegeltje, 8 galaije schotels en borden soo goet als quaat, 1 bijbeltje, 1 testamentje, nog een boekje, 2 borstels, 1 wit kalkmandeke, 1 dijkers kist, 1 stroije hoet, 2 bedden, 2 hooftpeuluwe, 2 hooftkussens, 3 deeckens, 6 stoelen soo goet als quaat, 2 gordijntjes en rabat, 1 schoukleet, 1 spinnewiel, 1 wit korfje, 2 stooven, 1 schotelrekje.

            Volgt t linnen

10 hemmen, 8 lakens, 2 tafellakens, 3 feijtels, 3 neusdoeken, 8 kussesloopen, 3 voorschooij, 1 lapke linden, 2 paar voormouwen, 12 trekmutsen, 1 neusdoek, een swarte kap.

            Volgen de kleeren

1 kreppe mantel, 1 swarte schort, 1 swarte mantel, 1 sesie schort, 1 gestrept rokske, hemtrokke, 2 roij rockke, 1 oude kreppe mantel, 1 out sersie schortje, 1 stiklijff.

Staat te betalen aan Jan Verwiel gesegt Zeijlmans een somme van twintig guldens

Aldus geinventariseert opgegeven en gepasseert ten overstaan van van Jan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Tomas Zeijlmans, schepenen in Waspik, desen 7e jannuarij 1737.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 157v

Scheijdinge ende erfdeelinge die bij desen doende en aan schout en geregten van Groot Waspik overgevende sijn Marcelis Zeijlmans als last en procuratie hebbende van Goudina Marcelisse Reckers weduwe van Boudewijn Boumans, sijnde deselve gepasseert voor den notaris …. (niets ingevuld) en getuigen tot Breda op den …. (niets ingevuld) waartoe wort gerefereert. Als mede Jan Corstiaans Reckers, Antoni Corstiaans Reckers, Cornelis Corstiaans Reckers, Hendrik Corstiaans Reckers, Adriaan de Vos in huwelijk hebbende Adriaantje Corstiaans Reckers, Lammert van Dongen in huwelijk hebbende Johanna Corstiaans Reckers als innestaande en haar sterkmakende voor Maria Corstiaans Reckers weduwe Huijbert Smits. Alle kinderen van Corstiaan Marcelisse Reckers en sulx volle broeders en susters van Engel Marcelisse Reckers ter eenre. Huijbert Marcelisse Reckers, Jan Marcelisse Reckers alsmede Marcelis Zeijlmans en Willem Zeijlmans, kinderen van Jan Willems Zeijlmans bij hem in huwelijk verwekt aan Maijke Marcelisse Reckers. Alle halve susters en broeders van Engel Marcelisse Reckers ter andere sijde. Ende dat van soodanige goederen ende effecten als haar in qualiteijt als ab intestato erfgenamen van Engel Marcelisse sijn aanbestorven als volgt:

Eerstelijk soo is Marcelis Zeijlmans in qualiteijt als in ’t hooft deses gemelt ende sulx ten behoeve van Goudina Marcelisse Reckers weduwe van Boudewijn Boumans bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt op eenen halven dries, gelegen alhier, waarvan de wederhelft is bevallen op Huijbert Marcelisse Reckers cum suis. Belent ten zuijden de weduwe Cornelis Paans en ten noorden Dingena Moetsen. Streckende uijtten oosten vande stede van Dingena Moetsen cum suis aff, westwaard in tot de erve vande weduwe Teunis den Bieman toe.

Ten tweeden soo sijn de gelijke kinderen en erfgenamen van Corstiaan Marcelisse Reckers geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op ’t geregte vierdepart van een huijs, hoff, erve en ackerlant, gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart, gemeen met de weduwe van Cornelis Melsen en de weduwe Boudewijn Boumans. Belent ten zuijden de kinderen van Dirk Janse Voegers en ten noorden Arien Geerits van Gils cum suis. Streckende uijtten westen vande halve Vroukensvaart se Grippel aff, oostwaard in tot Sgrevelduijn Cappel toe.

Nog op een ackerke zaeijlant zaeijlant, gelegen onder Sgrevelduijn Cappel. Belent zuijden Johanna Wouters Zeijlmans en noorden Cornelis Marcelisse Reckers. Streckende uijtten oosten vande Hoeff van Heukelum aff, westward in tot het Walleke off Groot Waspik toe.

Nog op een halff drieske, gelegen alhier, gemeen met Huijbert Reckers. Belent zuijden Jan Marcelis Reckers en noorden Huijbert Marcelisse Reckers, ten westen den Armen en ten oosten Vroukensvaart.

Ten derden soo sijn Huijbert Marcelis Reckers voor ¼, Jan Marcelis Reckers voor ¼ en Cornelis Marcelis Reckers voor ¼ alsmede Marcelis en Willem Zeijlmans voor ¼ bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt op eenen halven dries, gelegen alhier, waarvan de wederhelft is bevallen op Goudina Reckers. Belent ten zuijden de weduwe Cornelis Paans en ten noorden Dingena Moetsen. Streckende uijt den oosten vande stede van Dingena Moetsen cum suis aff, westwaard in tot de erve vande weduwe van Teunis den Bieman toe.

Aldus soo hebben partijen malkanderen vertijd en vertegen naar den regte van Zuijt Hollant en verklaarde ider met sijn bevallen lot te vreden te sijn ende deselve te sullen aanvaarden met alle sijne wegen, stegen, dijken, dammen, straten, waterloopen, schouwen, leijen, dorps lasten en andere naburen regten, baten, schaden en geregtigheden van outs met regt daartoe en aan behoorende ende sulx den eenen tot behoeve van den anderen sijn aanbedeelde goederen te renuntieren. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Tomas Zeijlmans, schepenen in Waspik, desen 1e februarij 1737.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 158v

In de kantlijn: Uijtgemaakt op 24 stuijvers zegel

Op huijden den 6e febrarij 1737 compareerde voor ons schout en schepenen van Groot Waspik ondergenoemt Heijltje Janse Snijders weduwe van Corstiaan Marcelisse Reckers, woonende alhier ter eenre ende Jan Corstiaans Reckers, Antoni Corstiaans Reckers ten behoeve en voor reeckening van sijne gesamentlijke kinderen, Cornelis Corstiaans Reckers, Hendrik Corstiaans Reckers, Maria Corstiaans Reckers weduwe Huijbert Smits, Adriaan de Vos in huwelijk hebbende Adriaantje Corstiaans Reckers en Lammert van Dongen in huwelijk hebbende Johanna Corstiaans Reckers. Alle kinderen vande voornoemde Heijltje Jans Snijders weduwe van Corstiaan Marcelisse Reckers ter andere sijde. Ende verklaarde sij eerste comparante vermits hare hoge jaren finalijk geheel en al aff te staan en te desisteeren soo als sij doet bij desen van alle hare erffelijke goederen en landen die deselve is hebbende ende besittende ten behoeve van hare gesamentlijke kinderen en erfgenamen. Omme deselve onder haar te werden geloot ende verdeijlt naar haar believen en soo als deselve inde onderstaande verdeelinge naarder sullen worden gespecificeert. Onder conditie dat sij aande eerste comparante jaarlijx op den 1e meij sijnde ingegaan op den 1e meij 1734 sullen uijreijken ider eene somme van drie gulden drie stuijvers eens gelt. En sulx soo lange als sij leeft. Waar vooren ider sijn aanbedeelde goederen wel speciaal blijft verbonden en ten allen tijden aanspreeckelijk. Welke conditie de tweede comparanten verklarden te accepteeren en ider sijne hier naargenoemde en aanbedeelde goederen daarvoor speciaal te verbinden en ten onderpant te stellen. Ende sijn de voornoemde goerderen dan op versoek vande eerste comparanten onder den anderen verdeijlt ende te deele gevallen als volgt:

Eerstelijk soo is Jan Corstiaans Reckers geloot, gecavelt ende beërfdeelt op eenen acker zaeijlant, gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart. Belent ten zuijden de weduwe Arien Aartse en ten noorden Marcelis Zeijlmans. Streckende uijt den westen vande halve Vroukensvaart aff, oostwaard in tot de erve van Aart de Bont toe. Nog op ’t geregte vierde part van een parceeltje moergront, gelegen alhier, soo als ’t tegenswoordig onder haar is verdeelt en met palen afgeslagen en agter dese deijling is gespecificeert.

Ten tweeden soo is Antonij Corstiaans Reckers, volgens ’t versoek van sijne moeder de eerste comparante in desen ten behoeve van sijne kinderen en waar in Antonij Corstiaan Reckers verklaarde te consenteeren en daar van ten behoeve van sijne kinderen te renuntieren, geloot, gecavelt ende beërfdeelt op een huijske en den acker gekomen vande weduwe Jan Vos, op drie roeden lengte in ‘t westen na en den dijk daartegen gelegen. Belent ten zuijden den Hoef van Santroosen en noorden Lammert van Dongen. Streckende uijtten oosten vande Armens acker aff, westwaard in tot het gedeelte op Lammert van Dongen bevallen toe.

Ten derden soo is Cornelis Corstiaan Reckers geloot, gecavelt ende beërfdeelt op en huijs metten werff, staande en gelegen alhier tusschen erffenisse de erfgenamen van Aart Bommelaar, zuijden d’erfgenamen Jan Janse Snijders en Huijbert Vos cum suis noorden. Met nog vier roeden lengte vanden acker en dijk bevallen op Lammert van Dongen ende heele breette vanden acker te meten uijtten westen vande erve Jan Janse Snijders en dit lot aff, oostwaard in.

Ten vierden soo is Hendrik Corstiaans Reckers geloot, gecavelt ende beërfdeelt op een drieske, gelegen alhier tusschen erffenisse van Maria Corstiaans Reckers zuijden, ten noorden en ten oosten de weduwe Freijs Lamberde Reckers en ten westen Jan Gijsberts Coninx cum suis. En moet dit lot maken een halve roeij dijk en straat voor off tegens ’t huijske van Adriaan de Vos.

Nog op het vierde van een parceeltje moergront, gelegen alhier, soo als ’t selve onder haar is verdeelt en agter de deijling is gespecificeert.

Ten sesden soo is Adriaan Vos als in huwelijk hebbende Adriaantje Corstiaanse Reckers gelot, gecavelt ende beërfdeelt op een bijstertje, gelegen alhier. Belent ten oosten Jan Maartense Dolk en ten westen Jan van Oirschot. Streckende uijt den noorden vande halve Her straat off dijk aff, zuijtwaard in tot den dwars sloot off de erve van Maria Reckers weduwe Huijbert Smits toe. En moet mede maken ½ roeij dijk.

Nog op een parceeltje moergront, gelegen alhier, soo als ’t selve onder haar is verdeelt en agter de deijling is gespecificeert.

Ten sevenden soo is Lammert van Dongen als in huwelijk hebbende Johanna Corstiaans Reckers geloot, gecavelt ende beërfdeelt op eenen acker zaeijlant, gelegen alhier met den dijk ten zuijden tegens den acker gelegen. Mits dat Cornelis Corstiaans Reckers in ’t westen daar vier roeden lengte van moet hebben. Belent ten zuijden vanden dijk de erfgenamen van Aart Bommelaren en vanden acker de kinderen van Antonij Corstiaans Reckers en ten noorden de erfgenamen van Jan Janse Snijders. Streckende uijtten westen van de voornoemde vier roeden van Cornelis Reckers aff, oostwaard in tot het lot op de kinderen van Antonij Corstiaans Reckers toe. En dan nog een gedeelte tot den acker vanden Armen toe.

Het parceeltje moergront bevallen op Jan Corstiaans Reckers, Hendrik Corstiaans Reckers, Maria Corstiaans Reckers en Adriaan de Vos ider voor een vierdepart is verdeelt als volgt: Te weten Hendrik Reckers en Adriaan de Vos op de helft naast Jan Meertense Dolk op den oostenkant, de heele lengte en Jan Corstiaans Reckers en Maria Corstiaans Reckers op de westense helft de heele lengte. En daar van Jan Corstiaans Reckers dat zuijdense eijnt. Mits dat hij twee roeden lengte meer moet hebben dan Maria Corstiaans Reckers.

Wijders is conditie dat de tweede comparanten sullen moeten betalen de lasten en verpondingen tot ider parceel behoorende sedert den lesten december 1733 tot welke tijd toe het eerste comparante moet vrijen. En bekende de eerste comparante vande uijtreijkinge van hare kinderen tot den 1e maij 1737 voldaan en betaald te sijn.

Met alle welke conditien en verdeelinge sij comparanten gesamentlijk en ider in ’t bijsonder verkllarde te vreden te sijn en te nemen volkomen genoegen. En hebben malkanderen vertijd en vertegen naar den regte van Zuijt Hollant en verklaarde ider met sijn bevallen lot te vreden te sijn ende deselve te sullen aanvaarden met alle sijne wegen, stegen, dijken, dammen, straten, waterloopen, schouwen, leijen en andere naburen regten, baten, schaden en geregtigheden van outs met regt daartoe en aan behoorende en sulx den eenen tot behoeve van den anderen sijn aanbedeelde goederen te renuntieren. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Adriaan Boeseren en Jan vanden Hoek, schepenen in Waspik, desen 6e februarij 1737.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 159v

Op huijden den 23e maart 1737 soo wil Jan Janse Pols publiecq en voor alle man (ten overstaan van schout en alhier) bij forme van erfhuijs te verkoopen de roerende goederen. Soo als die te berde sullen worden gebragt op de conditien hier naar volgende:

Eerstelijk wie eenig gelt biet sal gehouden wesen te blijven bij zijn gebod op een breucke en boete van hondert goude realen te verbeuren, goet van goude en swaar van gewigte.

Den officier houd den 1e, 2e en 3e roep aan sijn selven, wil niemand bevatten of ook niet bevat off agterhaald sijn.

De koopers off mijnders sullen gehouden sijn hare beloofde cooppenningen te betalen gereet en contant aande tafel alvorens sij hare verkogte goederen van ‘t erf sullen mogen vervoeren. En soo imant sijn goet van ‘t erf sonder eerste te betalen bragt sal verbeuren aanden officier dartig stuijvers den welken tot lasten vanden overtreder sal invorderen cum expensis.

De verkooper houd aan sijn selven vijff lossen en sal geven voor ider lossing twee stuijvers.

De koopers sullen boven de cooppenningen mede gereet moeten betalen vande meubilaire goederen van ideren gulden een en een halve stuijver en van de haaf eene stuijver.

1 seijsi, mishaak &a, Cornelis Jansen de Bont -: 6: –
1 koppestok, roskam, hakmes &a, Adriaan de Jong -: 5: –
1 houte spanceel, 1 blok vurk &a, Huijb Reckers -:10: –
2 vurken en vijff, 1 sleephout &a, Jan Janse de Bont -: 9: –
1 sigt en haak, een sleephout, Jan Lips -: 6: –
2 vurken en 2 rijven, Jan Janse de Bont -: 4: –
1 snij en ou graaff en rommeling, Adriaan van Dongen -: 5: –
1 partij tou, Cornelia de Laat -: 8: –
1 blok strengen en helfster, Arien Coninx -:10: –
2 varken, mishaak &a, Jan Janse de Bont -: 4: –
1 paarsblok en touwen, Arien Coninx -: 3: –
1 ligt en toom, 2 beugels, Arien Coninx -: 8: –
1 aardbeugel en touwen, Cornelia Blankers -:12: –
1 korff met out ijser, Jan Jans Verschuren -: 8: –
1 bos kemp, Jan Hendrix de Bont -: 5: –
3 greele, ligt en beugel, Arien Coninx -: 4: –
1 bagger beugel, Jan Janse de Bont -:11: –
1 spaij en riek, den secretaris -: 7: –
1 herington, Jan Maas -: 5: –
1 herington, Pieter Latouw -: 3: –
  6: 7: –
   
1 herington, de weduwe Peeter Dolk -: 5: –
1 herington, Cornelis vanden Berg -: 1: –
1 kaarn met sijn toebehooren, Huijb Reckers 4: -: –
1 kaarn, Jan Maas -: 4: –
2 tobben, Pieter Lattou -: 4: –
1 wieg -: -: –
2 manden en vat, Hendrik Camp -: 4: –
1 scherbort, Johanna Colen -: 4: –
1 stroije korf -: -: –
1 wan, Arnoldus Verstegen -: 8: –
1 schotelrek, Wijnant vanden Corput -: 7: –
1 boterteijl en kaarnlit, Cornelia de Laat -: 8: –
1 saal en ligt, Arien Coninx 1: -: –
1 melk en wateremmer, Crijn van Rossum -:13: –
1 ijsere pot, Jan Breedenburg -:13: –
1 dito pot, Peeter Lattou -:11: –
1 dito pot, Tomas Schep 1:14: –
1 pot, lepel en witstok, Arnoldus Schep -: 4: –
5 schotelen, Johanna Colen  -: 2: –
  12: 2: –
   
1 lanteern en een kan mostersaat, Arien Coninx -: 4: –
2 stoopen, Jan Hendrix de Bont -: 6: –
2 dito, Adriaan de Jong -: 5: –
2 dito, Piter Lattou -: 5: –
1 aarde kan en pot, de weduwe Peeter Dolk -: 1: –
1 spiegel, Jan Janse de Bont 1: 4: –
6 schoteltjes en 6 kopjes, Geerit van Peer -: 4: –
2 schotelen, Teuntje Pols -: 7: –
2 schotelen, Bartel de Bont -: 8: –
2 dito, Bartel de Bont -: 8: –
2 dito, Teuntje Pols -: 9: –
3 dito, Teuntje Pols -: 4: –
2 dito, Teuntje Pols -: 5: –
Eenige galaije schotelen en borden, Huijb de Jong -: 2: –
3 tinne schotelen, Maria Jans 1:13: –
2 lampen, 1 kopere en blekke, Jan van Oijen -: 4: –
1 kopere ketel, Jan Lips 9: 6: –
1 kopere kan, opgehouden -: -: –
1 dito aecker, Wouter Verschuren  2: 7: –
  18: 2: 0
   
1 dito kan, Jan van Hoijen 1:10: –
1 dito kan, Jan van Oijen 1: 5: –
1 dito schuijmspaan, Cristiaan Voegers -:11: –
1 korff, Bartel de Bont -: 3: –
1 strijkijser, Geerit van Peer -: 6: –
1 roostel, den secretaris -: 7: –
1 spinnewiel, Huijb Reckers -:12: –
2 stoelen, Arien Conings -: 6: –
2 dito en knaap, Pieter Lattou -: 2: –
1 witte deken, Tomas van Tichel 1:14: –
1 bed en hooftpeulue, Lammert van Dongen 7:11: –
2 stooven -: -: –
1 greel en toom, Peeter de Jong 1:13: –
De eijke kas, Jan Maas 1: 5: –
1 spoelington, Adriaan Pols -: 1: –
1 polstok, vurk en een vaarboom, Arij de Zeeu -: 8: –
2 deuren van een kas, Hendrik Camp -: 2: –
2 banken, Adriaan van Dongen -: 3: –
1 deel en tarpot, Pieternel Janse  -: 5: –
  18: 4: –
   
Den trog, Jan van Tichel 1:16: –
Den rog, ider vat on tien stuijvers, Jan Hendriks de Bont gelevert 44 vaat 22: -: –
Den boekwijt, ider van ses stuijvers, Dirk van Dusseldorp, comt de vier vaat 1: 4: –
De haver, ider vat vijff stuijvers, Huijbert Schep, comt de drie vaat -:15: –
1 grijse gemel melkkoeij, Jasper van Selm In de kantlijn: strijkgelt 5½ stuijvers, tougelt 5½ stuijvers 33: -: –
1 wit vaarbeest, Hendrik Camp In de kantlijn: onkosten als voren 20:10: –
1 swart grijse vaarbeest, Peeter de Jong In de kantlijn: onkosten als voren 18: -: –
1 rooij vaarbeest, Johannis van Hassel In de kantlijn: onkosten als voren 8: -: –
1 vaale koeij, Fransus Schoenmaackers In de kantlijn: onkosten als voren 10:10: –
Lange leer, Jasper van Selm 1: 8: –
2 leeren, 1 hort en branthout, Adriaan Geerde Boudewijns -:15: –
4 draijbooms, Jan Hendriks de Bont 1: 8: –
1 wagen en boom en pontertouwen en dubbel en enkel swing, Jan Hendriks de Bont 17: -: –
1 aarde kar, Bertus van Tichel 9: -: –
1 aftanse merri, Cornelis de Bont In de kantlijn: helfstergelt 11 stuijvers, strijkgelt 6 stuivers 7: 6: –
T strooij, ider vim eene gulden sestien stuijvers, is bevonden 1½ vim, Pr Person 3: 3: –
T hooij, de oude waaij en den toemaat, ider duijsent eene gulden vier stuijvers bij Antonij Kivits en bevonden 10500 pont, is  12:12: –
  168: 7: –
   
In de kantlijn: een optelling van de subbedragen onderaan de bladzijden 168: 7: –
  18: 4: –
  18: 2: –
  12: 2: –
  6: 7: –
   -: 6: –
  223: 8: –
   
De geheele erfhuijs ceel bedraagt 223: 8: –
Af voor de haaff en rog, boekwijt, haver 134: 8: –
  89: 0: 0
   
40e penning 2: 4: 8

Aldus dese verkoopinge regtelijk gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Dirk van Dusseldorp en Huijbert Schep, schepenen, desen 23e maart 1737.

J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 162v

            Inden name Godes amen

In de kantlijn: Uitgemaakt

Op huijden den 28e april 1737 compareerde voor ons schout en schepenen van Sgrevelduijn Groot Waspik en Twaalftalve Hoeve ondergenoemt Cornelis Ficke ende Elisabet Sas, egte luijden, woonende onder Hendrik Luijten Ambagt, ons schout en schepenen kent, sijnde bijde gesont naar den lichame en haar verstand, redenen en memorie wel magtig en gebruijckende, soo ten genoege bleek. Dewelke betuijgde van meeninge te wesen omme van hare tijdelijke goederen te disponeren en dat op de volgende wijse: namentlijk dat sij testateuren malkanderen reciprokelijk dat is over en weder en sulx den eerst stervende den langstlevende van hen beijde kome te stellen, nomineren en institueren tot sijn off haar eenig geheel en universeel erfgenaam. En dat in alle de goederen en effecten, soo roerent als onroerent, actien en crediten en sulx niets ter werelt uijtgesondert. ’t Geene den eerst stervende mettter dood ontruijmt en naarlaten sal omme met dat alles te doen handelen en verrigten soo in ’t coopen, verkoopen, belasten als anders als des langstlevende goeden raat gedragen sal, sonder tegenseggen van imant. Ook sonder gehouden te sijn aan imant te leveren eenigen staad off beschrijving van haren boedel onder wat pretext het soude mogen wesen. Onder dese conditie nogtans dat den langstlevende van hen testateuren gehouden sal wesen de kint off kinderen die sij staande huwelijk staan te verwecken en te procreëren en bij den eerstoverlijdende naar te laten te alimenteren en op te voeden tot haren mondigen dage, huwelijke off andere geapprobeerde state toe. Deselve inmiddels te laten leeren, lesen en schrijven en een goet hantwerk off ander exercitie te laten leren waar toe deselve naar den staad des boedels best bequaam sal off sullen bevonden worden. En alsdan aan ider van deselve kindt off kinderen uijt te reijken en voldoen voor haar vaders off moeders goet een somme van tien guldens en dat voor en in plaatse vande simple en naakte legitime portie off portien, de kint off kinderen naar regten compiterende. Dog soo de voornoemde kint off kinderen voor haren mondigen dage komen te overlijden sal de voornoemde uijtreijking versterven op de langstlevende vande testateuren.

Wijders hebben sij testateuren den langstlevende van hen beijden gesteld tot voogt ofte voogdesse over hare naar te latene onmondige kinderen en erfgenamen met soodanige magt, kragt en autoriteijt als eenige voogden naar regten sijn compiterende, ook met magt omme nog een off meer voogden in haar plaatse naar sijn off haar dood te mogen aanstellen. En dit alles met seclusie en uijtsluijtinge van schout en geregten van Waspik. Mitsgaders alle andere weesheeren en weeskameren daar haar willende dat haar lieden sterfhuijs soude mogen komen te vallen, niet willende dat deselve off eenige vandien haar met hare boedel en naarlatenschap sullen bemoeijen maar deselve daar voor (behoudens haar eerwaardigheid) bedanckende mits desen.

Alle ’t geene voors stad haar testateuren van woorde te woorde sijnde voorgelesen verklaarde sij ’t selve te wesen haar testament, lesten en volkomen uijttersten wille, willende en begerende dat het selve ’t sij als testament, codicille, gifte uijt sake des doods off onder den levende soo als ’t selve best naar regten sal konnen off mogen bestaan. Alwaar ’t schoon dat alle solemniteijten naar regten gerequireert hier inne niet en waren geobserveert versoekende het uijtterste benefitie en dat hier van gemaakt en gelevert mag worden instrument in communi forma.

Aldus gedaan en gepasseert ten huijse van mijn secretaris ter presentie en overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Adriaan Boesere en Dirk van Dusseldorp, schepenen in Waspik ten dage, maande en jare voors, snamiddags de clocke vier uren.

Dit ist hantmerk bij Cornelis Ficke gesteld

Dit ist hantmerk bij Elisabet Sas gesteld

Fol. 163v

Inventaris gedaan maken ende aan schout en schepenen van Groot Waspik overgevende bij Dircxken Adriaanse van Dongen weduwe van Cornelis Jansen Boeser, in sijn leven gewoont hebbende en overleden alhier. Van soodanige vaste en meubilaire goederen ende effecten als sij met den voornoemden haren overleden man staande huwelijk heeft beseten gehat. Soo ende in manieren als volgt:

Eerstelijk de geregte helft van een huijs, hoff en werff, de schuur op den zuijdenkant vande werf staande, bedeelt met Wouter Peeters Boeser die de wederhelft is compiterende. Belent ten zuijden vande heele stede Denis en Thomas de Haan en ten noorden de Steeg. Streckende uijtten ooste vande halve Vroukensvaart aff, westwaart in tot de ackers toe.

Nog een acker zaijlant, gelegen alhier, groot ontrent drie hont. Belent oost Denis en Thomas de Haan en west Adriaan Boeser. Streckt uijt den zuijden vande Steeg van Gouken Reckers aff, noodwaart in tot de voornoemde stede toe.

Nog eenige uijtgeputte moergronden, gelegen alhier, genaamt de Bloxkens, gelegen op den oostenkant van Vroukensvaart.

Nog eenen binnenbijster, gelegen alhier. Belent ten oosten de erfgenamen van Mattijs Vermijs en ten westen Joost Peeters Verschuren. Streckende uijtten noorden vande halve Her straat aff, zuijwaart in tot den halven watergang toe.

Nog eenen acker zaijlant, gelegen alhier in de korte ackers, groot ontrent 1¼ hont. Belent oost Jan Willemse Cloot en ten westen …. (niets ingevuld). Streckende uijt den zuijden vande halve grippel af, noordwaart in tot de lange ackers toe.

Nog eenen acker mede gelegen alhier inde lange ackers, groot ontrent een hont. Belent oost de weduwe Thomas Buijs en ten westen …. (niets ingevuld). Streckende zuijden vande korte ackers aff, noordwaart in tot de erve vande weduwe Thomas Buijs toe.

Nog een parceeltjen ackerlant en dries, gelegen onder Loon op Sant, groot samen ontrent drie hont. Belent ten oosten Jan Quirijns en ten westen de weduwe Arien Stam. Streckt uijt den noorden vant Loons dijkje aff, zuijtwaart in tot de weduwe Joost Gijsberts toe.

Nog de geregte helft van een parceel hooij ende weijlant, gelegen onder Suijdewijn Cappel, gemeen en onverdeelt met de weduwe van Arien Piggen, groot in t geheel ontrent veertien hont. Belent ten oosten …. (niets ingevuld) en ten westen Arien Paans cum suis. Streckende uijtten zuijden van Sgrevelduijn Cappel aff, noortwaart in tot het half Schips diep toe.

            Meubilaire goederen inde keuken

Een eijke kast met eenige slaaplakens en kussensloopen tot nootsakelijk gebruijk alsoo sij het verder linnen inden brant tot Cappel hadden verlooren, een etensspint, 1 ovale tafel, 1 vierkant tafeltje, 1 kist, 1 torfton, 2 stoven, 1 roomer, 1 bierglas, 1 eijke kannebort met 3 kannen en 2 steene kannekens, 1 tinne kan, 4 tinne schotelen, 1 tinne teepot, 1 schotelrek met 3 schotels en 7 borden, 6 galaije schotels, 3 dito boterschoteltjes, 2 strijkijsers, 2 lampen, 2 roostels, 1 galaije teepot, 6 dito paar teegoet, 1 metalen pot, 1 blecke lantaarn, 1 haal, 1 tang, 1 asschup, 1 vuurijser, 2 spinnewielen, 7 stoelen, 1 kapmes, 1 kleerborstel, 1 kopere schuijmspaan, 1 koekpan en hangijser, 2 lenghalen, 2 bedden, 2 hooftpeuluwen, 4 hooftkussens, 1 korffken, nog eenige rommeling.

            Int voorhuijs

1 karn met sijn toebehooren, 3 melktonnen, 1 kopere kan en aaker, 2 ijser potten, 3 wateremmers, nog eenige aarde potten, schotels, testen, houte en tinne lepels.

            Opt kamerke

Een beddeken &a, eenige vorken, rieken, rijven en andere rommeling tot bougereetschap.

            Opt solder

Eenige boekweijt, boonen &a tot het huijshouden behoorende nog alderhande oude rommeling.

NB t linnen en wollen tot lijve vanden overleden behoort hebbende wort bij de soons gebruijkt.

De inkomende penningen en gereet gelt met t geene hier en daar staat te betalen bedraagt ontrent evenveel.

            Int agterhuijs en int velt

Een wagen, 1 aartkar, een ploeg, 1 eegt, een aartbeugel, 1 greel en toom, 1 sal en ligt, eenig koeijen hooij en toemaat, nog eenigen rog ongedorsen, nog eenige beugels en touwen,

Een out paart en veulen, een jong paart, twee coeijen en een vaars, vier kalveren, twee varkens.

Aldus dese inventarisatie geregtelijk gedaan naar ’t opgeven vande voornoemde weduwe ten bijwesen vande voogden en verclaarde de voornoemde geene goederen off effecten ter quader trouwe verswegen off agtergehouden te hebben. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Huijbert Koninx en Jasper van Selm, schepenen in Waspik, desen 11e october 1737.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 165r

In de kantlijn:Uijtgemaakt

Op huijden den 11e october 1737 compareerde voor ons schout en schepenen van Groot Waspick ondergenoemt Dirksken Adriaans van Dongen weduwe van Cornelis Janse Boeser ter eenre ende Peeter van Dongen ende Hendrik de Jong als aangestelde voogden vande vier onmondige weeskinderen van zaliger Cornelis Janse Boeser verwekt bij de voornoemde Dirkske Adriaans van Dongen met name Johanna, oud ontrent twee en twintig jaren en Jacobus, oud ontrent agtien jaren, Jan, out ontrent dartien jaren en Willemijna, out ontrent elf jaren, ter andere seijde.

Ende zijn de voornoemde comparanten in hare voornoemde qualiteijt (met consent en ten overstaen van schout en schepenen alhier) na alles wel overwogen en den staat en inventaris des boedels ingesien te hebben metten anderen veraccordeert en verdragen in voegen en manieren als volgt: Te weten dat den voornoemde eerste comparante in vollen eijgendom sal hebben en blijven behouden alle de vaste goederen, soo roerende als onroerende, huijsraat, haaf en imboel, gelt, gout, zilver, gemunt en ongemunt, actien ende crediten, niets ter wereld uijtgesondert, die sij met den voornoemden haren man in gemeijnschap en eijgendom heeft beseten gehat en nog besittende is. Omme met alle deselve bij de eerste comparante te mogen werden gedaan en gehandelt als imant met sijn vrij eijgen goet vermag te doen. Sonder bekroon off tegen seggen van imant.

Onder dese speciale conditie nogtans dat de voornoemde eerste comparante gehouden en verbonden blijft hare voornoemde kinderen op te voeden en te alimenteren in kost en drank, cleeding en reeding, soo wel siek als gesont egeene tijt van perijkel uijtgesondert, de selve te laten leeren, lesen en schrijven en vervolgens ter schole te laten gaan en een goet hantwerk of ander exercitie te laten leeren waer toe de selve naar den staat des boedels best bequaem sal of sullen bevonden worden en dat tot haren mondigen dage, huwelijken off anderen geapprobeerden state toe. Als wanneer de eerste comparante daar en boven sal gehouden sijn aan ider van hare kinderen uijt te reijken ende voldoen eene somme van een hondert gulden eens gelt sonder meer. En dat in volle voldoeninge van hare vaderlijke goederen ende sal de voornoemde uijtreijkinge versterven van het eene kint op het andere tot het leste toe.

Dog off het mogte komen te gebeuren dat de voornoemde 1e comparante haar ten tweeden huwelijk mogte komen te begeven sal sij in sulk geval moeten afstant doen ten behoeve van hare voornoemde kinderen vande geregte helft van alle hare vaste en onroerende goederen, egeene uijtgesondert soo ende in dier voegen als die als dan bevonden sullen worden en in wesen sullen sijn.

Tot naarkominge en prestatie van alle het geene voors staat verclaarde sij comparanten speciaalte verbinden en ten onderpant te stellen hare persoonen en goederen, roerende en onroerende, hebbende en verkrijgende, egeene vandien uitgesondert. De selve stellende ten bedwang en executie als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaen van Jan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Jasper van Selm, schepenen in Waspik, op dato voors.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 165v

Inventaris vande goederen naargelaten bij Anneken Crijgsman, doorde wandelgang genaamt Anneken van Luxenburg, laast weduwe van Jan Martin en eerder weduwe van Dirk Peeterse Zeijlmans, in haar leven gewoont hebbende ende overleden alhier. Soo die op versoek van Jan Zeijlmans, schout en secretaris alhier, als aangestelde directeur en executeur over de voornoemde nalatenschap sijn opgesteld volgens de aanwijsinge van de weduwe Arien Huijberde Coninx en de weduwe van Thomas Buijs. En sijn aldaar ten huijse vande weduwe van Arien Huijberde Coninx alwaar sij was woonende bevonden de naarvolgende goederen als:

Seven drie gulden stucken, is                                                                                                21: 0: 0

Een ducaton, is                                                                                                                         3: 3: 0

Aan cleijn gelt drie stuijvers dus                                                                                               0: 3: 0

8 slaaplakens, 12 hemden, 11 covelmutsen, 4½ neusdoek, 5 kussensloopen, 2 sersie mantels, 1 sersie rock, 1 tirentijne rok, 1 swarte mantel en rok, 1 swarte voorschoot, 1 roije rok, eenige oude lappen, 1 roije rok, 1 bruijne rok, 1 beddekleet, 1 bedt, hooftpeuluu en drie hooftkussens, 1 witte en 1 groene deecken, een lijfken, 2 borstrocken, 3 voorschoij, 1 katoene kapke, 2 paar socken, eenige oude kousen, 1 neestel, 1 hantdoek, 1 spinnewiel, 1 tinne pispot, 1 ijsere pot, 1 ijsere ketting, 1 tang, 1 lamp, 1 stoel, 1 eijke kist, 1 eijke kastje, 1 paar gardijnen en rabat, 1 paar clompen, 1 oude en nieuwe spane hoet.

De doot schulden en oppassen per memorie.

Aldus dese inventarisatie geregtelijk gedaan ten overstaan van Adriaan Boeser en Huijbert Schep, schepenen in Groot Waspik, desen 30e maart 1737.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 166r

Copie erfhuijsceel Anneke van Luxenburg

Op huijden den 3e december 1737 soo wil Jan Zeijlmans, schout en secretaris alhier als aangestelde directeur en executeur vande naargelaten goederen van Anneken Crijgsman, door de wandeling genaamt Anneken van Luxenburg, laast weduwe van Jan Martin en eerder weduwe van Dirk Peeterse Zeijlmans publiecq en voor alle man met consent en ten overstaan van schout en geregten van Groot Waspik bij forme van erfhuijs ad opus jus habentium verkoopen de goederen bij de voornoemde Anneken Krijgsman metter doot ontruijmt ende naargelaten.. Soo ende in manieren als die te berde sullen worden gebragt en dat op de conditien hier naar volgende:

Eerstelijk wie eenig gelt biet sal gehouden wesen te blijven bij zijn gebot op een boete en breuke van 100 goude realen te verbeuren, goet van goude, te gaan naar puijen regt.

Den officier hout den 1e, 2e en 3e roep aan sijn selven, wil niemand bevatten of ook niet bevat off agterhaalt sijn. En sal alle het geene dat sal worden geveijlt, worden verkogt stoots voets en sulz soo het is.

De koopers off mijnders sullen gehouden sijn hare beloofde cooppenningen te betalen gereet en contant aande tafel alvorens sij hare verkogte goederen vande verkoopplaats sullen mogen vervoeren. En soo imant sijn gekogt goet van ’t erf of de verkoopplaats brengt sonder eerste te betalen sal verbeuren aanden officier voor ider coop ƒ 1:10: 0 den welken die cooppenningen en boete tot lasten vanden overtreder sal invorderen cum expensis. En soo imant tot lasten vanden voorgenoemde boedel iets hadt te pretenderen sal sulx alhier niet mogen korten maar evenwel haare beloofde penningen promt betalen.

De coopers sullen boven de cooppenningen mede gereet moeten betalen van ideren gulden eenen stuijver voor pontgelt en agt penningen voor den xle penning.

Een koeppan en lamp, Jan Dolk 0: 6: –
   
1 ijsere ketting en tang, Hendrik van Dongen 0: 5: –
1 ijsere pot en pollepel, Maria Buijs 0:10: –
1 tinne pispot en1 tinne lepel, Jan Vassen de Hoog 1: 8: –
1 stoel en stoof, Mattijs Schoenmakers 0: 6: –
1 spinnewiel, 2 hespels, Mattijs Schoenmakers 0:14: –
1 paar schoen en clompen, Maria Buijs 0:11: –
1 spane hoet, Fransus Artel 0:10: –
1 stroije hoet en roije rok, Maria Buijs 0: 6: –
1 bruijne rok, Cornelis de Visser 0: 7: –
1 tirentijne rok, Peeter van Waspik 1: 8: –
1 roije baije rok, Jan Gijsbertse Coninx 2: 4: –
1 aersie rok, secretaris sijn meijt 2:19: –
1 sersie mantel, Jan Gijsbertse Coninx 2:15: –
1 dito d weduwe Adriaan Coninx  2:10: –
  ƒ 16:19: –
   
1 swarte saije mantel, rok en voorschoot, Mattij Schoenmakers `1:13: –
1 witte baije hemtrok, Maarten Reckers 0:10: –
1 gestreepte dito en bruijnlijfke, Laureijs van Dongen 0: 7: –
2 gordijnen en rabat, Geert Costers 0: 8: –
3 hooftkussens, de weduwe Peeter de Zeeu 0:14: –
1 groene ddecken, Cornelis Reckers 2:10: –
1 witte dito, Fransus Artel 2: 3: –
1 bedde cleet, Maarten Reckers 0: 6: –
1 bet en hooftpeulu, ingeset bij Huijbert Schep om 15 gulden, gemeijnt bij Geerit Costers om 16: -: –
2 vrouwe hemden, Cornelis de Visser 0:10: –
2 dito, de weduwe Adriaan Dolk 0:10: –
2 dito, Jan Gijsbertse Coninx 1:16: –
1 dito, den selven 1: 4: –
1 dito, den selven 0:15: –
1 dito, Claas Jans van Hassel 0:17: –
1 dito, Peeter Storm 0:10: –
2 dito, Peeter Storm 1: -: –
2 cussensloopen, Peeter Storm 0:11: –
2 dito, Claas Jans van Hasel 0:13: –
2 slaaplakens, Cornelis Reckers 1: 5: –
2 dito, Fransus Artel 1:11: –
2 dito, Flip Slijkers 2: 1: –
2 dito, Mattijs Scheers 1: 4: –
2 witte gardijntjes, de weduwe Peeter de Zeeu 0: 3: –
2 paar socken en 1 paar kousen, Jesper Voegers 0: 7: –
2 covelmutsen, Laureijs van Dongen 0: 7: –
2 dito, d weduwe Jan van Dommelen 0: 9: 0
2 dito, Jan Gijsbertse Coninx 0: 4: –
2 dito, den selven 0: 7: –
2 dito, Adriaan van Gijsel 0: 7: –
1 dito en een halsdoek, Fransus Artel 0: 2: –
2 halsdoeken en 1 muts, Jan Peeters Boer 0: 3: –
1 neerstel en neusdoek, Peeter van Waspik 0: 9: –
1 katoene capke, Jan Marcelisse Reckers 0: 7: –
1 kussensloop en tafellaken, Peter van Waspik  0: 9: –
  42:12: –
   
1 voorschoot, Cornelis Reckers 0:12: –
2 dito, Fransus Artel 0:16: –
1 eijke kastje, Claas Jans van Hassel 1: 3: –
1 eijke kist, Hendrik Camp  1:13: –
  4: 4: –
  42:12: –
  16:19: –
  ƒ 63:15: –
     
De cooppenningen bedragen ƒ 63:15: –
Comt den xle penning ƒ 1:11: 6

Aldus dese verkoopinge regtelijk gedaan op te regthuijs van Waspik ten overstaan van Adriaan Boeser en Huijbert Schep, schepenen in Groot Waspik, desen 3e december 1737.

Quod Attestor J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 167r

In de kantlijn: 2 copien uitgemaakt

Op huijden den 3e december compareerde voor ons schout en schepenen in Sgrevelduijn Groot Waspik en 11½ Hoeve ondergenoemt Anna Hendrix Schoenmakers weduwe Jan Hendrix Schoenmakers moeder en gesurrogeerde voogdesse van haren onmondigen sone Hendrik Janse Schoenmakers ter eenre ende Maria Blankers weduwe van Cornelis Hendrix Schoenmakers als moeder en gesurrogeerde voogdesse van haren onmondigen soon Hendrik Cornelisse Schoenmakers ter andere sijde. Sijnde de voornoemde comparanten, beijde aangestelt en gesurrogeert door Jochem Blankers en Mattijs Schoenmakers als testamentaire voogden over de voornoemde weeskinderen vande naargelaten roerende en onroerende goederen van Anneken Janse Schoenmakers weduwe van Cornelis Hendrix Tijsse en Arien Janse Schoenmakers als blijkt bij den testamente gepasseert voor schepenen alhier in dato den 13e maart 1725 alsmede bij de acte van surrogatie mede gepasseert voor schout en schepenen alhier in dato den 27e jannuarij 1736. ende verklaarden met malkanderen aangegaan en gemaakt te hebben eene minnelijke en vriendelijke erfscheijding ende deijlinge van soodanige roerende en vaste erfgoederen als haar kinderen off haar sijn aanbestorven door overlijden vande voornoemde Anneken Janse Schoenmakers weduwe Hendrik Cornelisse Tijssen en Arien Janse Schoenmakers ingevolge de voornoemde testamenten in voegen en manieren hier naarvolgende:

Eerstelijk soo is Anna Hendrix Schoenmakers weduwe Jan Hendrix Schoenmakers, in qualiteijt voornoemt en sulx ten behoeve van haren voornoemde zone, te deele gevallen op vier geerden hooij ende weijlant, gelegen inden polder alhier, in een stuk van ses geerden, gemeen met Peeter Cuijl cum suis. Belent ten oosten vande heele ses geerden Adriaan en Martinus Ockers, ten westen Cornelis Wijdemans cum suis. Streckende uijt den zuijden vanden Kae sloot af, nootwaart in tot den halven Schaij sloot toe.

Item alnog op eenen acker zaijlant en den bijster en veldeken daaraan mede gelegen alhier in Twaalftalve Hoeve Groot Waspik. Belent ten oosten Adriaan Geerden Boudewijns en ten westen Cornelis Buijs ende weduwe Mattijs de Bont. Streckende uijt den noorden vande halve Her straat aff, zuijtwaard in tot het cloosters goet nu …. (niets ingevuld) van IJersel toe.

Nog op een hipotheekbrieff van 300 gulden cappitaal, staande ten lasten van Jan Janse vanden Hoek, woonende tot Cappel, waarvoor speciaal staat verbonden vier geerden lants, gelegen in Cleijn Waspik in een stuk van agt geerden en sijnde van dato den 30e april 1728.

Nog op een obligatie van een hondert gulden cappitaal tot laste van …. (niets ingevuld) in dato den 15 februarij 1721.

En ten laatsten nog op een obligatie van 100 gulden cappitaal tot laste van …. (niets ingevuld) en van dato den 2e april 1729.

Waar tegens Maria Blankers weduwe van Cornelis Hendrix Schoenmakers, in qualiteijt voornoemt en sulx ten behoeve van haren onmondigen sone, is te deele gevallen eerstelijk op een huijs, hoff, erve en delle, staande en gelegen alhier in 11½ Hoeve Groot Waspik tusschen erffenisse van Aart Vrint oost en ten westen de weduwe Peeter Mattijsse Camp. Streckende uijt den zuijden vande halve Her straat aff, noortwaart in tot de Cae toe.

Item alnog op vijff geerden hooij ende weijlant, gelegen in Cleijn Waspik, in een stuk van ses geerden. Belent ten oosten van de heele ses geerden Adriaan Baas en ten westen Johannis Vassen cum suis. Streckende uijt den zuijden vande halve Oude straat off Groot Waspik aff, noortwaart in tot den halven Schaij sloot toe.

En ten laatsten nog op eenen acker zaijlant mede gelegen alhier in 11½ Hoeve Groot Waspik. Belent ten oosten Cornelis van Steenhoven en ten westen Arnoldus Cuijl. Streckende uijt den noorden vande erve van Jochem Blankers of den halven Pispot af, zuijtwaard in tot het cloosters goet nu …. (niets ingevuld) van IJersel toe.

Verder houden sij eerste en tweede comparanten in hare voornoemde qualiteijt gemeen en onverdeelt 5½ geert lant, gelegen tot Raamsdonk, in een stuk van vier en twintig geerden, gemeen en onverdeelt met den 1e en 2e comparanten in haar particulier. Belent ten oosten van ’t geheele lant den heer van Raamsdonk en ten westen den Armenvan Raamsdonk cum suis. Streckende uijt den vanden Kil af, noortwaart in tot de Oude Donga toe.

Ende alsoo den testamente vande voornoemde Anneke Jans Schoenmakers weduwe Hendrik Cornelis Tijssen en Arien Janse Schoenmakers dicteert dat soo eene vande voornoemde kinderen voor haren mondigen dage of huwelijken state quame te overlijden dat alle hare goederen die haar vande testateuren sijn gemaakt sullen gaan erven en besterven op de langstlevende van hen beijde. Soo is tusschen de eerste en tweede comparante wel expresselijk geconditioneert en besproken: soo Hendrik Janse Schoenmakers, sone vande eerste comparante, voor sijnen mondigen dage of huwelijken state mogte komen te overlijden dat de eerste comparante als dan aande tweede comparante off haren soon sal uijtkeeren vijf hondert guldens in egalisatie vande voornoemde deijlinge alsmede de 4 geerden, den acker en beijster, den hipotheekbrieff en de twee obligatien met de helft vande 5½ geert haar hier voren aanbedeelt met nog een hondert guldens voorde meubile en huijsraat &a of de roerende goederen alsmede nog 80 guldens ider jaar voor het vrugtgebruijk of hueren en intresse van dit lot en sulx sedert het overlijden van Arien Schoenmakers tot het overlijden van haren voornoemden sone toe. Mits dat sij alle de lasten en omslagen en reparatien tot die tijt toe mede sal moeten betalen en afdoen.

Item soo Hendrik Cornelis Schoenmakers, sone van de tweede comparante, voior sijnen mondigen dage ofte huwelijke state mogte komen te overlijden dat de twede comparante alsdan aande eerste comparante of haren sone sal uijtkeeren eene somme van 1200 guldens in plaatse van het huijs, hoff, erve en delle om redenen dat het huijs moet worden vernieuwt off vertimmert. Alsmede nog de vijff geerden in Cleijn Waspik en den acker met de helft van de 5½ geert haar hier voren aanbedeelt. Met nog 100 guldens voor de meubile en huijsraat &a of de roerende goederen. Alsmede nog 80 gulden ider jaar voor het vrugtgebruijk of huren en intressen van dit lot en en sulx sedert het overlijden van Arien Schoenmakers tot het overlijden van haren voornoemden sone toe. Mits dat sij alle de lasten en omslagen en reparatien tot die tijt toe mede sal moeten betalen en afdoen. Ende verclaaren sij eerste en tweede comparante malkanderen hier mede over en weder te bevrijden van het doen van reekeninge vande voornoemde nalatenschap.

Ende alzoo den voornoemden testamente verder dicteert dat, soo beijde kinderen soo van de eerste en tweede comparante voor haren mondigen dagen of huwelijken staet quamen aflijvig te worden, dat de eerste en tweede comparante alsdan ider voor de helft inde voornoemde nalatenschap worden geinstitueert. Soo verclaren sij comparanten soo sulx mogt komen te geburen dat sij in sulx geval alle de voornoemde goederen als die hier voren sijn verdeelt tesamen sullen aanvaarden en malkanderen die alsoo te laten volgen als ider sijn vrij en eijgen goet en sulx sonder eenige reserve.

Verclarende sij eerste en twee comparante in voegen en manieren voors te sijn over eengekomen en de voornoemde nalatenschap van malkanderen geschift, gescheijden en geërfdeelt te wesen. Belovende ider het sijne nu en altoos gerust en vredelijk te laten gebruijken en den eenen tot behoeve vanden anderen daar van te desisteeren en sal ider sijne aanbedeelde goederen aanvaarden met alle sijne wegen, stegen, dijken, dammen, schouwen, leijen, s’Heeren Chijnsen en andere naburen regten van outs met regt daar toe en aan behoorende. En verclaarde sij comparanten tot naarcominge van alle ‘t geene voors staat te verbinden hare persoonen en goederen, present en toekomende. De selve sujecterende onder verbant en bedwang als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Adriaan Boeser en Huijbert Schep, scheepenen in Groot Waspik, op dato als voren.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Dit ist hantmerk bij Huijbert Schep gestelt

Fol. 168v

Scheijdinge ende smaldeelinge die bij desen sijn doende Anna Hendrix Schoenmakers weduwe Jan Hendrix Schoenmakers ter eenre en Maria Blankers weduwe van Cornelis Hendrix Schoenmakers ter andere sijde. En dat van soodanige goederen als sij met den anderen gemeijn ende onverdeelt hebben leggen inden polder van Groot Waspik. Soo en in manieren als volgt:

In de kantlijn: 2 copien uijtgemaakt

Eerstelijk soo is de weduwe Jan Hendriks Schoenmakers bedeelt op ses geerden hooij ende weijlant, gelegen inden polder van Groot Waspik, in een stuk van twaalf geerden, gemeen en onverdeelt met Johannis Schoenmakers. Belent ten oosten vande heele twaalf geerden Anna Wouterse Faro en ten westen Huijbert Lamberde Schoenmakers. Streckende uijt den zuijden van de Cae sloot aff, noortwaart in tot den halven Schaij sloot toe.

Nog op een binnendelle, gelegen inden polder alhier tusschen erffenisse van Jasper van Selm oost en ten westen Pieter van Waspik. Streckende uijt den zuijden van ’t boske van Jan Janse de Bont en Maria Camp en van de halve Her straat af, noortwaart in tot de Cae of Groot Waspik toe.

Hier tegens soo is de weduwe Cornelis Hendriks Schoenmakers bedeelt en bevallen op ses geerden hooij ende weijlant, gelegen inden polder van Groot Waspik, in een stuk van twaalf geerden, gemeen en onverdeelt met Peeter Verhoeven cum suis. Belent ten oosten vande heele twaalff geerden Adriaan Cnaap cum suis en ten westen de Kerk en Armen van Raamsdonk. Streckende uijt den zuijden vande erve vande weduwe Wouter Stevens Zeijlmans of Raamsdonk aff, noortwaart in tot den halven Schaij sloot toe.

Aldus hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regten van Zuijt Hollant en verclaarde ider met sijn bevallen lot te vreden te sijn en den een ten behoeve van den anderen daar van te desisteeren en ider het sijne te sullen aanvaarden met alle sijne wegen, stegen, dijken, dammen, straten, s’Heeren chijnsen en andere naburen regten, baten, schaden en geregtigheden met regt daartoe behoorende. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Adriaan Boeseren en Huijbert Schep, schepenen in Groot Waspik, desen 3e december 1737.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Dit ist hantmerk bij Huijbert Schep gestelt

Fol. 169r

Staat en inventaris gedaan maken en aan schout en schepenen van Groot Waspik overgegeven bij Peeter Bogers, Hendrik Paap als in huwelijk hebbende Piternel Bogers, Claas van Cuijk als in huwelijk hebbende Maria Bogers ende Hendrik Langermans als aangestelde deelvoogt over Leijsbet en Adriaan Bogers minderjarige kinderen van Huijbert Bogers bij hem in huwelijk verwekt aan Engelina Paap. Ende dat van de goederen naargelaten en metter doot ontruijmt bij Cornelia Backeren weduwe en boedelhoudster van zaliger Lammert Bogers, in sijn leven gewoont hebbende en overleden tot Groot Waspik. En sijn de roerende goederen bij haar voornoemde testamentaire erfgenamen gestelt in vier loten geteijckent met de letters A, B, C en D omme het blinde lot daar over te worden getrokken. En sijn deselve bij haar gestelt en bevonden als volgt.

Eerstelijk het geregte een derdepart van een huijs, hoff en erve, staande en gelegen alhier op den westenkant van Vroukensvaart, gemeen en onverdeelt met de weduwe Cornelis Moetsen en Jan Marcelisse Reckers de Jonge. Belent zuijden de weduwe Cornelis Paans en ten noorden Huijbert Marcelisse Reckers. Streckende uijtten oosten vande halve Vroukensvaart aff, westwaart in tot het ackerlant toe.

Nog een ackerke zaijlant mede gelegen alhier agter den doorn omme de hoff vande voornoemde huijsinge. Belent ten oosten den doorn en ten westen het ackerlant vande weduwe Moetsen, ten zuijden de weduwe Cornelis Paans en ten noorden de een en een half hont weijlant genaamt de Steeg met het gebruijk en eijgendom vande selve steeg tegens den voornoemde acker sonder verder en sijnen vrijen uijtweg over deselve tot Vroukensvaart kant toe.

Nog eenen dries mede gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart. Belent ten zuijden Peeter Jochems Berthouts en ten noorden de weduwe Teunis Wouterse Biemans. Streckende uijt den westen vande halve Vroukensvaart af, oostwaart in tot den dries van Adriaan Bommelaar toe.

Nog een binnendel mede gelegen alhier op de oostenkant van Vroukensvaart tusschen erffenisse van Aart de Bont zuijden en ten noorden Teunis Sagt. Streckende uijtten weste van t hoffke vande erfgenamen vande weduwe Peeter de Bont voor de eene helft en voor de rest vande halve Binnen vaart af, oostwaart in tot de erve van Willem Zeijlmans toe.

Nog op eenen bijster gelegen onder Sgrevelduijn Cappel belent oost …. (niets ingevuld) en west Geerit Vermeijs.

Eindelijk nog op een huijs, hoff en dries daar agter gelegen onder Sgrevelduijn Cappel tusschen erffenisse van Aart Peeters de Bont oost en een partij moergronden, genaamt Het Lang Bos, west. Streckende uijt den noorden vande halve Her straat af zuijtwaart in tot de bijsters van Juffrouw de Jong toe.

            Volgen de meubilaire goederen

Cavel A: een sersie mantel, een rijglijff, en bet en hooftpeulu, 2 hemden, 4 covelmutsen, 2 ondermutsen, een slaaplaken, 1 neerstel, 1 melktonneken, 1 tinne schotel, 6 witte borden, 1 trog, een haal.

Cavel B: 1 rooij rocken, 1 slaaplaken, 3 hemden, 5 korvelmutsen, 1 scholk, 1 neusdoek, 1 neerstel, 1 ondermuts, 3 witte borden, 10 tinne lepels, 1 paar cousen, 1 paar schoen, 1 kistje, 1 etenkastje, 1 oude trog, 1 out spinnewiel, 1 stoel.

Cavel C: 1 sersie schort, 4 covelmutsen, 3 hemden, 1 neerstel, 1 scholk, 1 ondermuts, 1 kas, 2 ijsere potten, 1 kopere vuurpan, 1 kopere melkkan, 1 slaaplaken, 1 tinne schotel.

Cavel D: 3 hemden, 1 slaaplaken, 4 neusdoeken, 5 kovelmutsen, 2 neerstels, 1 gestreepte schort, 1 swart manteltje, 1 paar cousen, 1 koekpan en hagijser, 1 tinne schotel, 6 witte borden, 1 ketel, 1 trog, 1 stoel, een emmerken.

En is vande voornoemde roerende goederen het lot A bij blinde lotingen te deele gevallen aan Peeter Bogers, het lot B aan Claas van Kuijk, het lot C aan Hendrik Langermans voor reekeninge vande kinderen van Huijbert Bogers ende het lot D aan Hendrik Paap.

Aldus dese opgevinge gedaan bij de voornoemde comparanten ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Adriaan Boeser en Cornelis Sagt, schepenen in Waspik, desen 11e jannuarij 1738.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 170r

Staat en inventaris gedaan maken en aan schout en geregten overgegeven bij Anthonij van Dongen weduwenaar van zaliger Pleuntje Peeters Corp. En dat van sodanige goederen en effecten als sij t samen staande huwelijk hebben beseten als volgt:

Eerstelijk een halven hengst met sijn mast, spriet, seijl en verder toebehooren, gemeen met Reijnier Schepens bij haar gekogt voor 253 guldens waarop hij voor de helft nog maar heeft betaalt vijftig guldens.

Een bet, een hooftpeulu en 2 cussens, een linnen beddeken, een deecken, ses slaaplakens, 4 cussensloopen, 1 ijsere pot, eenige tinne lepels, een tafel, een eijke kast, 4 stoelen, 1 trift, een koekpan, 1 tang, 1 tinne schotel, een teepot en eenig grof teegoet, eenige galaije schotels en borden, eenige eerde potjes en testen, 4 vrouwe mantels, vier rocken, 21 trecmutsen, 4 halsdoeken, 3 voorschoij, 6 hemden, 1 mof, 1 paar hantschoen, nog eenig kindergoet, 1 goude slot met bloetkralen.

Aldus geinventarisert naar t opgeven vanden voornoemden Anthonij van Dongen, verclarende niets ter quader trouwe te hebben verswegen of agtergehouden maar dat hij sulx naar sijn beste wenschap heeft gedaan. Actum ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Huijbert Schep en Jan Bredenburg, schepenen in Waspik, desen 17 jannuarij 1737.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Dit ist hantmerk bij Huijbert Schep gestelt

Fol. 170v

            Acte van aanneming

In de kantlijn: Uijtgemaakt

Op huijden den 17e jannuarij 1737 compareerde vor ons schout en schepenen van Groot Waspik ondergenoemt Anthonij van Dongen weduwenaar van Pleuntje Peeters Corp, woonende alhier ter eenre ende Jacob Janse Schep als neef en gekore bloetvoogt en Willem van Dongen als grootvader en mede gekoren voogt vande twee onmondige weeskinderen vanden voornoemden Anthonij van Dongen bij hem in huwelijk verweckt aan de voornoemde Pleuntje Corp met name Willem, out ontrent vijf jaren, en Peeter, out ontrent drie jaren, ter andere seijde.

Ende sijn de voornoemde comparanten in hare voornoemde qualiteijt (met consent ende ten overstaen van schout en schepenen alhier) na alles wel overwogen en den staat en inventaris des boedels ingesien te hebben metten anderen veraccordeert en verdragen in voege en manieren als volgt: Te weten dat den voors eerste comparant in vollen eijgendom sal blijven behouden alle de goederen en effecten die hij mette voornoemde sijne huijsvrou heeft beseten gehat en nog besittende is, egeene uijtgesondert en sulx soo wel active als passive. Omme daar mede bij hem gedaan en gehandelt als met sijn vrij eijgen goet. Sonder bekroon off tegenseggen van imant.

Onder dese speciale conditie nogtans dat den eersten comparant gehouden en verbonden blijft de voornoemde kinderen op te voeden en te alimenteren in cost en drank, cleedinge en reedinge, soo wel siek als gesont egeenen tijt van perijkel uijtgesondert, de selve te laten leeren, lesen en schrijven en een goet hantwerk of ander exercitie te laten leeren waar toe deselve naar den staat des boedels best bequaem sal of sullen bevonden worden en dat tot haren mondigen dage, huwelijken off anderen geapprobeerden state toe. Als wanneer hij sal gehouden sijn aan deselve uijt te reijken en voldoen het goude slot met de cralen op den inventaris gemelt off seven guldens in gelt, sijnde ider drie gulden tien stuijvers. En sulx in volle voldoeninge van hare moederlijke goederen of legitime portie.

Tot naarkominge en prestatie van alle het geene voors staat verclaarde sij comparanten te verbinden hare persoonen en goederen, roerende en onroerende, present en toekomende, egeene exemt. De selve stellende onder verbant en bedwank als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Huijbert Schep en Jan Bredenburg, schepenen in Waspik, op dato als boven.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Dit ist hantmerk bij Huijbert Schep gestelt

Fol. 171r

Scheijdinge ende erfdeelinge die bij desen doende ende aan schout en geregten van Groot Waspik overgevende sijn Peeter Lambertse Bogers, Hendrik Paap als in huwelijk hebbende Piternel Lamberts Bogers, Claas van Cuijk als in huwelijk hebbende Maria Lamberts Bogers. Mitsgaders Jacob Jans Schep als in huwelijk hebbende Leijsbet Huijberts Bogers ende Hendrik Langermans als aangestelde deelvoogt over Adriaan Huijberts Bogers, kinderen van Huijbert Lammerde Bogers. Ende sulks alle kinderen en testamentaire erfgenamen van Lambert Bogers ende Cornelia Backeren. Ende dat vande goederen bij de voornoemde Cornelia Backeren metter doot ontruijmt ende naargelaten. Ende sijn de voornoemde goederen onde de comparanten verdeelt ende te deel gevallen als volgt:

Eerstelijk soo is Peeter Lambertse Bogers bij blinde lotinge gelot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op het geregte een derdepart van een huijs, hoff en erve, staande en gelegen alhier op den westenkant van Vroukensvaart, gemeen en onverdeelt met de weduwe Cornelis Moetsen en Jan Marcelisse Reckers. Belent ten zuijden de weduwe Cornelis Paans en ten noorden Huijbert Marcelis Reckers. Streckende uijtten oosten vande halve Vroukensvaart aff, westwaart in tot het ackerlant toe.

Nog op een acker zaijlant mede gelegen alhier agter den doorn omme de hoff vande voornoemde huijsinge staande. Belent ten oosten den voornoemden doorn en ten westen het ackerlant vande weduwe Moetsen, ten zuijden de weduwe Cornelis Paans en ten noorden de een en een half hont weijlant genaamt de Steeg met het gebruijk en eijgendom vande selve steeg tegens den voornoemde acker sonder verder en sijnen vrijen uijtweg over deselve tot Vroukensvaart kant toe.

En ten laatsten nog eenen dries mede gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart. Belent ten zuijden Peeter Jochemse Berthouts en ten noorden de weduwe Teunis Wouterse Biemans. Streckende uijt den westen vande halve Vroukensvaart aff, oostwaart in tot den dries van Adriaan Bommelaar toe.

En moet uitreijken aan Adriaan Huijbertse Bogers en Jacob Janse Schep in egalisatie van sijnbevallen lot vijff en twintig guldens en daar van intrest betalen soo lang hij niet voldoet tegens vier per cento int jaar.

In de kantlijn: compareerde ter secretarije van Waspick Adriaan Huijbertse Bogers ende Jacob Janse Schep hier nevens genoemt en bekende van Peeter Lambertse Bogers vande nevenstaande uijtreijkinge ter somme van vijff en twintig guldens ten volle voldaan en betaalt te sijn met de verloope intressen. In teijken der waarheijt is dese bij haar onderteijkent in Waspik desen 23e september 1742.

Dit ist hantmerk bij Jacob Janse Schep gestelt

Dit ist hantmerk bij Adriaan Huijbertse Bogers gestelt

Ten tweeden soo is Hendrik Paap als in huwelijk hebbende Piternel Lambertse Bogers bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt op een binnendelle, gelegen alhier op de oostenkant van Vroukensvaart tusschen erffenisse van Aart de Bont zuijden en ten noorden Teunis Sagt. Streckende uijtten weste vant hofke vande erfgenamen vande weduwe Peeter de Bont voor de helft vande breete en voor de resterende rest helft vande halve Binnen vaart aff, oostwaart in tot de erve van Willem Zeijlmans toe.

Ten derde soo is Claas van Kuijk als in huwelijk hebbende Maria Lammertse Bogers bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt op een huijs, hoff en dries off bijster daar agter gelegen onder Sgrevelduijn Cappel tusschen erffenisse van Aart Peeters de Bont oost en een partij moergronden, genaamt Het Lang Bos, west. Streckende uijt den noorden vande halve Her straat aff zuijtwaart in tot de bijsters van Juffrouw de Jong toe. Ende moet in egalisatie van sijn bevallen lot uijtreijken aan Adriaan Huijbertse Bogers twee hondert guldens en aan Jacob Jans Schep als in huwelijk hebbende Leijsbet Bogers twee hondert gulden. Te betalen heden over een jaar metten intrest van dien tegens vier per cento en sulx tot de volle voldoening toe. Dog sal ider jaar maar hondert guldens seffens moeten voldoen en vijff en twintig guldens contant en sal sulx voorts in vier jaren voldaan moeten worden.

In de kantlijn: Compareerde ter secretarije van Waspik Jacob Janse Schep hiernevens genoemt ende bekende door Claas van Cuijck van sijn helft ter somme van twee hondert guldens vande nevenstande uijtreijkinge cum intressen ten vollen voldaan en betaalt te sijn. Den eersten penning metten lesten. Soo dat voor Adriaan Bogearts nog rest twee hondert guldens.

In teijken der waarheijt is dese bij haar onderteijkent in Waspik desen 23e september 1742.

Dit ist hantmerk bij Jacob Janse Schep gestelt.

In de kantlijn: Compareerde ter secretarije van Waspik Adriaan Huijbertse Bogaarts ende bekende door Claas van Cuijck van sijn contingent vande nevenstande uijtreijkinge cum intressen ten vollen voldaan en betaalt te sijn. Den eersten penning metten lesten. Soo dat voor In teijken der waarheijt is dese bij haar onderteijkent in Waspik desen 25e maart 1746.

Dit ist hantmerk bij Adriaen Huiberde Bogaarts gestelt.

In kennisse van mij J. Zeijlmans, secretaris

Ten vierden en ten laatsten soo is Jacob Jans Schep als in huwelijk hebbende Lijsbet Huijberts Bogers ende Hendrik Langermans als aangestelden deelvoogt van Adriaan Huijberts Bogers beijde kinderen van Huijbert Lammertse Bogers en sulx ider voor de helft bij blinde lotinge geloot, gecavelt ende beërfdeelt eerstelijk op eenen bijster gelegen onder Sgrevelduijn Cappel belent oost Jan Aartse en ten westen Geerit Vermeijs.

Nog op vier hondert guldens t geene sij in egalisatie van haar lot moeten trecken van Claas van Cuijk in vier termijnen en waar van sij op heden hebben ontfangen vijff en twintig guldens als op t 3e lot is gesegt. Soo dat nog rest ƒ 375: 0: 0

En ten laatsten nog op vijff en twintig guldens t geene Peeter Bogers aan haar moet uijtreijken als op t eerste lot is gesegt.

Aldus hebben partijen malkanderen vertijt en vertegen naar den regte van Zuijt Hollant en verclaarde ider met sijn bevallen lot te vreden te sijn en deselve te sullen aanvaarden met alle wegen, stegen, schouwen, leijen, dorps lasten en andere naburen regten, baten, schaden en geregtigheden tot ider parceel behoorende. En beloofde malkanderen de lasten en verpondingen te sullen helpen dragen tot dsen lesten december 1737 incluijs.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Tomas Zeijlmans, schepenen, desen 22e januarij 1738.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Dit ist hantmerk bij Tomas Zeijlmans gestelt

Fol. 172r

Staat en inventaris gedaan en maken en aan schout en schepenen van Groot Waspik overgegeven bij Adriana Sebregts Ottensdijck laast weduwe van Jan Teunisse Paans. En dat van sodanige goederen ende effecten als sij met den voornoemde haren overleden man heeft beseten gehat als volgt:

Eerstelijk het geregte 1/6 part in 1/3 part van een binnendel, gelegen alhier op den oostenkant van Vroukensvaart, verdeelt met d erfgenamen van Adriaan Vaderen cum suis. Belent ten zuijden vande heele del de weduwe Joost Sterrenburg en andere en ten noorden de weduwe Willem Potmaackers cum suis. Streckende uijt den westen vande halve Vroukensvaart af, oostwaart in tot den bijster vande heer de Raat toe.

Nog het geregte 1/8 part van een huijs, hoff en erf, stande en gelegen onder Sgrevelduijn Capel waar op de moeder vanden overledene woont. Belent ten noorden Jacob van Tilburg en ten zuijden Jan de Rooij. Streckende uijt den vande halve Binnen vaart aff, oostwaart in tot de erve van Cornelis Peeters de Rooij toe.

Nog het geregte 1/8 part van een parceel moergronden mede gelegen onder Sgrevelduijn Capel. Belent zuijden vant heel parceel d erfgenamen van Jacob Mutsert en ten noorden de Oude Leije. Streckende uijtten westen vanden Vaart kant af, oostwaart in tot de Cae toe.

            Meubilaire goederen

1 eijke kast, 1 hang spintje, 5 stoelen, 1 bedt, hooftpeulu en twee kussens, 2 gordijnen en rabat, 2 deeckens, 1 kopere vuurpan, 1 tafeltje, 1 rek met drie galaije schoten en 5 borden, 1 kruijwagen, 2 ijsere potten, 1 leunstoel, 1 haal, tang, asschup en vuurijser, 1 koekpan en hangijser, 1 kannebort, 1 lepelbort en 6 tinne lepels, 1 tinne schotel, 1 kopere keteltje, nog eenige rommeling.

Aldus geinventariseert naat t opgeven van voornoemde Adriana Ottersdijk verclarende niets ter quader trouwen te hebben agtergelaten of verswegen. Presenterende het selve des noots en versogt sijnde met eede te sullen bevestigen. Actum ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Adriaan Boeser en Cornelis Sagt, schepenen in Waspik, desen 8e februarij 1738.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 172v

Op huijden 8e februarij 1738 compareerde voor ons schout en schepenen van Groot Waspik &a ondergenoemt Adriana Sebregts Ottersdijk laast weduwe van Jan Teunisse Paans ter eenre ende Daniel Willemse de Jong als oom en bloetvoogt van het onmondig weeskint vande voornoemde Adriana Ottersdijk bij haar in huwelijk verweckt bij Jan Teunisse Paans voornoemt. Met name Elisabet Paans, out ontrent vijff jaren ter andere seijde.

Ende sijn de voornoemde comparanten in hare voornoemde qualiteijt (met consent en ten overstaen van schout en schepenen alhier) na alles wel overwogen en den staat en inventaris des boedels ingesien te hebben met den anderen veraccordeert en verdragen in voege en manieren als volgt: Te weten dat den eerste comparante in vollen eijgendom sal hebben en blijven behouden alle de goederen en effecten die sij met den voornoemden haren man heeft beseten gehat en nog besittende is, soo wel active als passive en sulx geene uijtgesondert. Omme daar mede bij haar gedaan en gehandelt te worden als met haar vrij en eijgen goet. Sonder bekroon van imant.

Onder dese speciale conditie nogtans dat de eerste comparante gehouden en verbonden blijft het voornoemde kint op te voeden en te alimenteren in kost en drank, cleedinge en reedinge, soo wel siek als gesont egeenen tijt van perijkel uijtgesondert, het selve te laten leeren, lesen en schrijven en een goet hantwerk te laten leeren na den staat des boedels en dat tot haren mondigen dage, huwelijken off anderen geapprobeerden state toe. Als wanneer sij sal gehouden wesen aan t selve kint uijt te reijken en voldoen eene somme drie gulden drie stuijvers sonder meer in voldoeninge van hare vaderlijke goederen of legitime portie.

Tot naarkominge en prestatie van alle het geene voors staat verclaren sij comparanten te verbinden hare persoonen en goederen, present en toekomende, egeene exemt. De selve stellende onder verbant als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Adriaan Boeser en Cornelis Sagt, schepenen in Waspik, op dato voors.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 173r

Inventaris gedaan maken en aan schout en geregten van Groot Waspik overgevende sijn Crijn Michielse van Rossum weduwenaar van Neeltje Vermeijs. En dat van alle goederen ende die den voornoemden Crijn van Rossum met de voornoemde sijne huijsvrouw heeft beseten gehad en nog besittende is. Soo ende in manieren als volgt:

In de kantlijn: uijtgemaakt op zegel van 24 stuijvers

            Eerstelijk de vaste goederen

Eerstelijk een buijtendel, gelegen alhier in Sgrevelduijn Groot Waspik tusschen erffenisse van Jan Lips cum suis oost en Tomas de Bont cum suis west. Streckende uijt den zuijden vanden hoof van Jan Maas aff, noordwaard in tot den halven watergang off Oude straat toe.

Nog een huijsje staande op den polders sijdijk. Belent ten zuijden de weduwe Adriaan Dolk en ten noorden ’t huijs waarin hij Rossum woont.

Nog ’t huijs waarin hij van Rossum woont. Belent zuijden ’t voornoemde Cleijn huijsje en ten noorden Gijsbert Gijben.

            Meubilaire goederen inde keuken

Een uittrekkende tafel, een eijke schabel, een grijne bank, een eijke tafeltje met een trekbort, een teetafel, een eijke kast, drie tinne schotelen, 6 dito borden, twee kleijne tinne borden, 12 galaije borden, een schotelrek, 22 galaije schotelen, 3 schulp schotelen, 2 kanneborden, vijff steene pinten, 4 steene kannen, 1 wit kanneken, 2 tinne komme, 1 wijnpint, 1 lepelbort met 13 tinne lepels, 2 copere candelaars, 2 dito blaakers, 1 kopere ring, 1 kopere vuurpan, 1 tinnen becken, 1 kopere panneken, 1 lantaarn, 1 strijkijser, 1 spigel, 3 schilderijkens, 1 kopere wijwaterbakje, 1 deegen, 8 flessen, 1 kleeborstel, 1 reijssak, 1 kammandeke, 1 armstoel en 9 andere stoelen, 1 bed, hooftpeulue en 2 hooftkussens, 2 deeckens, 1 paar gordijnen en een rabat, 1 schoorsteenkleet, 2 toebax confooren, 1 paar gardijnen voor de glaas, 2 seijen spek, 2 hammen, 2 schouwers, 4 billen gerookt vleijs, nog 2 stucken vleijs, 1 coperen lepel, 1 tang, asschup, blaaspijp, haal, koekpan en hangijser, 1 vuurijser, 1 stooff, 1 turfton, 1 cnaap, 1 tinne peperbus, 1 kopere lamp, 1 blecke lamp.

            Inde kamer

1 bed, hooftpeulue en 2 kussens, 2 deeckens, 1 fiool, 1 paar gardijnen en 1 rabat, 1 schoorsteenkleet, 1 kopere blaker, 3 houte stoelen, 2 stoelen met matten, 1 armstoel, 1 eijke kantoor tafel, 3 kopere ketels, 1 kwade spiegel, 2 kopere koffie ketels, 1 kopere kan, 1 kopere confoor, een coffijmolen, 1 blekke koffijdoos, 1 spoelkom, 1 ijsere plaat, 1 koornvat, 7 galaije schotels, 1 verlakte tafel, 1 cempe deeken, een eijke kist, 4 schilderijtjes, 1 eijke kast, ontrent 330 pont vlas, 1 snaphaan, 1 tinne waterpot, ontrend 50 pont toebak en 27 pont carooesen, 1½ comijnen caas, 5 romers, 1 vlag.

            Op de kelderkamer

Een eijke kast, een eijke uijttrekkende tafel, 1 tee tafeltje, 1 teeblaatje, 1 teerek, 3 halfdosijn fijn teegoet, een galaije spoelkom en 2 potjes en spoelkom met oude knoopen, ½ dosijn groff teegoet, 5 galaije schoteltjes, 1 spiegeltje, 7 stoelen, 6 schilderijtjes, 1 kapstok.

Ontrent 4 a 5 bossen fuijken, garen en schoenmakers garen, 2 gardijnen en een rabat, 1 beddeke en hooftpeulue, 1 grooten koperen ketel, een eijke kist, eenige linnen garen, een out aarken, 1 naijmandeken, 1 paar gardijnen voor de glaas.

            Op de geut

Een ijsere balans en twee schalen, 180 pont gewigt, 2 ijsere potten en deksels, een lepelbort met 3 lepels en 6 frisjette, 1 kopere koffijketel, 1 dito schuijmspaan, 1 kapmes, 1 schotelrek met vijff witte borden, 3 aarde schotelen, 1 aarde deurslag, 1 boor, 2 wastollen, 1 scherbort, 1 grooten aarde pot, een teereck met 3 kopjes en 5 schoteltjes, 1 tinne trekpot, 1 blecke teebus, 1 mant, 1 tafeltje, nog eenige rommeling.

            Inde kas inde keuken

’t goet van Crijn van Rossum per memorie, 6 pelle hantdoeken, 2 dito tafellakens, 1 geblomt tafelkleet, 1 slaaplakentje, 2 bonte neusdoeken, 3 covelmutsen, 3 ondermutsen, 1 blaauwe voorschoot, 1 sersie mantel, 1 vlag van een schip, 1 wimpel van een schip, 1 paar witte wolle hantschoen.

            Inde kas inde kamer bevonden

9 kusesloopen en 4 op de bedden, 5 seijteltjes off servetten, 3 neteldoeke neusdoeken off halsdoeken, 2 linne halsdoeken, 1 geblomt neerstel, 1 pelle tafelaken, 1 dito servet, 2 neusdoeken, 5 covelmutsen met cant, 1 kerkboek met 1 silvere slot, eenige brabantse gemaakte bouketjes en blommetjes, 1 stroije hoet vande vrou, 9 vrouwe hemden, 2 lapkens linne laken, 2 slaaplakens, 1 calminke neersteltje, 1 silvere suijkerschoteltje, 1 silvere com, 1 silvere lepel, 1 goude steenring, 5 silvere knoopen.

            Opde solder

1 sersie vrouwe mantel, 2 sesie vrouwe rokken, 1 roije vrouwe rok, 1 rijglijff, 1 viscuijl, 1 bijl, t houtwerk van een ledikant, 1 mat tot een bed, eenig nieuw eerdewerk van potten, schotels, stoopen &a, eenige steene stoopen, eenige besemen en boenders, 10 paar slaaplakens, 1 cussensloop, eenige pijpen, 6 oude tonnen, nog eenige rommeling.

            Uitgaande schulden

Eerstelijk staat te betalen aan Cornelis Verhorst over geleverde winkelwaren per reste van meerder somme volgens specificatie vande 5e augustus 1737 tot den 29e jannuarij 1738 65: 1:10
Nog staat te betalen aan Peter Quinting over geleverde stoffen per reste van meerder somme volgens specificatie vanden 3e april 1737 tot den 20e december 1737 56:l3: 0
Nog staat te betalen aan de weduwe Jan Camp over geleverde kousen per reste volgens specificatie vanden 12e april 1737 tot den 23 november 1737 24:14: 0
Nog staat te betalen aan Gerrit Gregoor over leverantie van caas en caarsen van 21e augustij 1737 tot den 6e februarij 1738 ter somme van 36:11: 6
Nog staat te betalen aande weduwe van Rolandus over leverantie van strepe goet tot den 9e julij 1737 ter somme van 38: 6: 8
Nog staat te betalen aan Gudius vanden Berg over geleverde sersie, baij, neteldoek &a volgens specificatie vanden 2e augustus 1737 122: 6:12
Nog staat te betalen Andries van Duren over leverantie van 2 half amen jenever volgens specificatie vanden 29 november 1737 ter somma van 27:10: 0
Nog staat te betalen aan Cornelis van Vliet over geleverde baij, peij, calemink &a vanden 5e junij 1737 tot den 5e augustus 1737 ter somme van 36:17: 0
Nog staat te betalen aan Jan Lorje over leverantie van vlas volgens specificatie vanden 4e augustus 1737 en 25e november 1737 ter somma van 155: 6: 0
Nog staat te betalen aan Bartelomeus de Saijve over 2 half amen jenever volgens specificatie vanden 29e november 1737 ter somme van 26: 0: 0
Nog staat te betalen aan Jan Schippers over leverantie van broot en beschuijt in ’t jaar 1737 en 1738 per reste 105:10: 0
Nog staat te betalen aan Geerit Vermeulen over geleverde tierenteijn en lint sedert den 27e september tot den 18e october 1737 volgens specificatie 30:15: 4
Nog staat te betalen aan Vander Werke, brouwer tot Sprang, over een ton bier 5:10: 0
Nog staat te betalen aan Jasper van Selm, brouwer tot Waspik 4:10: 0
Nog staat te betalen aan Tomas de Bont een obligatie van een hondert guldens dus 100: 0: 0
Nog staat te betalen aan Jan Jochems Zeijlmans een obligatie van 99 gulden capitaal dus 99: 0: 0
(totaal dus) 934:11:08

            Inkomende penningen

Nog staat te ontfangen van Teunis Vassen de Hoog de somme van 99 guldens volgens obligatie vanden 18e junij 1736, intresta 4 pro cento  
Nog van Jan Maas een hipotheecbrief van vijff hondert gulden tegen intrest a 4 pro cento, sijnde van dato den 27e maart 1737  
Nog een obligatie ten lasten van Wouter de Bodt ter somme van 450 gulden, intrest tegen 4 pro cento, sijnde van dato den 15e julij 1737  
Nog staat te ontfangen van Jan Maas over verschot voor hem boven en behalven de willeceurbrief aan hem gedaan ter somme van 24:10:12
Nog staat te betalen bij verscheijde luijden volgens de lijst ten overstaan van schout en schepenen opgegeven den 2e jannuarij 1738 ter secretarij 663:19:14
Nog van ’t kint van Tomas Schep pro memorie 3 a 4glnd
Nog staat te ontfangen van Aart Vermijs over leverantie van garen 200 pont tegens 9 stuijvers t pont, is 90: 0: 0
1 pont 2 a 3 onbegrepen  
(Totaal) Ca f 1730

Aldus geinventariseert ten huijse van den voornoemden Crijn van Rossum, volgens ’t opgeven vanden voornoemden van Rossum ten bijwesen van mr Peter Cetelaar en Dirk van Dusseldorp daar toe bij hem versogt, verklarende den voornoemden Crijn van Rossum daar ontrent niets verswegen off ter quader trouwe agtergehouden te hebben. En soo nog iets mogte te binnen komen ’t selve ter goeder trouwe te sullen opgeven. Aldus geinventariseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Jan Bredenburg, schepenen in Waspik, desen 8e en 10e maart 1738.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 175v

In de kantlijn: 2 copien uijtgemaakt

Op huijden den 31e maart 1738 compareerde voor ons schout en schepenen van Sgrevelduijn Groot Waspik &a ondergenoemt Petrus de Hoog, chirurgijn tot Geertruijdenberg, weduwenaar van zaliger Johanna Jacobs te kennen gevende dat aan sijne huijsvrouw, ingevolge den testamente gepasseert voor den notaris Adriaan Hoevenaar en seekere getuigen tot Raamsdonk op den 20e october 1707 door Leonardus Verharen en Maria Jacob de Bruijn sijn vrouwmoeder en stiefvader respective, waren gemaakt soo lange als sij leefde een geert lant, in een stuk van ses geerden, en nog 2¾ geert lant, in een stuk van elff geerden, Item eenen acker zaaijlant, gelegen alhier west (Jan) Cornelisse Vermeijs en oost Maria Blankers als mede nog eenen acker, gelegen boven in Sgrevelduijn Groot Waspik. Belent noorden Jan Marcelisse Reckers en suijden Peeter Coolhaas. Onder conditie dat de voornoemde goederen naar doode vande langstlevende moesten gaan erven en besterven op Adriaantje Jacobs en Piternel Verharen, hare heele en halve suster, waar over questie ende geschil sijnde ontstaan. Eerst op den tweeden maij 1717, daar over contract voor schout en schepenen alhier sijnde gepasseert tusschen den voornoemde comparant en monsr Michiel Molenschot in huwelijk hebbende Piternella Verharen ende daarnaar wederom oneenigheijt sijnde ontstaan tusschen den voornoemden comparant en monsr Michiel Molenschot en Adriaan vanden Bos in huwelijk hebbende de voornoemde Adriaantje Jacobs, daar over naarder contract is gepasseert tusschen deselve sijnde mede gepasseert voor schout en schepenen alhier op den 9e jannuarij 1733. Soo verklaarde den voornoemde Peetrus de Hoog ingevolge den voornoemde testamente en op gevolgde contracten alsnog te renuntieren en volkomen afstand te doen aan en ten behoeve vanden voornoemden Monsr Michiel Molenschot in huwelijk hebbende Piternel Verharen en Adriaan vanden Bos in huwelijk hebbende de voornoemde Adriaantje Jacobs vande voornoemde een geert in ses geerden, vande twee drie vierde geert in elff geerden en vanden acker zaijlant, gelegen tusschen erffenisse van Jan Cornelisse Vermeijs west en oost Maria Blankers. Blijvende de laatste acker aan hem comparant en neemt hij comparant Peterus de Hoog aan alle onbetaalde lasten, verpondingen en omgeslagen tot den lesten december 1737 incluijs. Daar van te sullen voldoen, opleggen en betalen. Verklaarde verder hier mede alnog te renuntieren van alle regt, actie en pretentie die hij uijt hoofde vande voornoemde testament off uijt den boedel tot lasten vande voornoemde Molenschot off vanden Bos soude kunnen sustineren off pretenderen. En verklaarde van het geene hem uijt hoofde vande voornoemde contracten moest worden uijtgereijkt door den voornoemde Molenschot en vanden Bos ten vollen voldaan te wesen den eersten penning met den lesten.

Compareerde mede monsr Michiel Molenschot ende Adriaan vanden Bos in qualiteijt hier voren gemelt en verklaarde met de voornoemde acte van renuntatie te nemen volkomen genoegen en mede te renuntieren vanden acker zaaijlant inden voornoemde testamente gemelt, gelegen tusschen erffenisse van Peter Coolhaas zuijden en Jan Marcelisse Reckers noorden en sulx ten behoeve vanden voornoemde Petrus de Hoog ingevolge de bovengemelde laatsten contracte tot naarkominge deses. Verklaarden sij comparanten te verbinden haar rersoon en goederen, present en toekomende, deses stellende onder verbant en bedwank als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Cornelis Buijs en Jan Bredenburg, schepenen.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 176r

Op huijden den 29e mart 1738 soo wil Crijn Michielse van Rossum weduwenaar van Neeltje Vermeijs publiecq en voor alle man (ten overstaan van schout en geregten alhier)bij forme van erfhuijs verkoopen den winkel en de roerende goederen soo als die te berde sullen worden gebrogt op de conditien hier naar volgende:

Eerstelijk wie eenig gelt biet sal gehouden wesen te blijven bij zijn gebot op een boete en breucke van 100 goude realen te verbeuren, goet van goude en swaar van gewigte.

Den officier hout den 1e, 2e en 3e roep aan sijn selven, wil niemand bevatten of ook niet bevat off agterhaalt sijn.

De koopers off mijnders sullen gehouden sijn hare beloofde cooppenningen te betalen gereet en contant aande tafel alvorens sij hare verkogte goederen van ‘t erf sullen mogen vervoeren. En soo imant sijn goet van ’t erf sonder eerste te betalen bragt sal verbeuren aanden officier 30 stuijvers den welken ‘t gelt tot lasten vanden overtreder sal invorderen cum expensis.

De verkooper houd aan sijn selven vijf lossen en sal geven voor ider lossing twee stuijvers.

De coopers sullen boven de cooppenningen mede gereet moeten betalen vande meubilaire goederen van ideren gulden een en een halve stuijver.

Een lapke gestreept vres, Jan Janse Verwiel 0: 8: –
Een lapke &a &a  

(met de verdere verkogte goederen wert gerefereert tot de orginele conditie van verkoopinge of erfhuijs cedulle)

De geheele erfhuijs cedulle bedraagt volgens uijtreeckeninge ter somme van ƒ 361: 1: 4
Comt den xle penning ƒ 9: 0:10

(volgt het sloot vande erfhuijse cel)

Aldus de verkoopinge regtelijk gedaan ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Thomas Zeijlmans en Huijbert Coninx, schepenen in Waspik, desen 29e maart 1738 (en is deselve bij schout en schepenen onderteijkent)

Quod attestor J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 176v

Ampliatie van inventaris gedaan maken en aan schout en schepenen van Groot Waspik overgevende bij Crijn Michielse van Rossum weduwenaar van Neeltje Vermeijs. En dat van goederen en effecten tot den voornoemden boedel behoorende en die bij hem op den inventaris gemaakt op den 8e en 10e maart 1738 nog niet waren opgegeven. Als volgt:

In de kantlijn: Uijtgemaakt op zegel van 24 stuijvers

            Inkomende penningen

En eerstelijk een memorie door Wouter de Bodt geschreven van de restanten vande jaren 1716, 1717, 1718, 1719 en 1720 wegens t geene verscheijde luijden inden winkel schuldig waren als:

Eerstelijk Jan Adamse Vos 85: 5: 0
Cornelis de Visser 17:17:10
Wouter Baas, de vrouw van Jan van Drunen 42: -: –
Hendrik Dolk 8: 6: 4
Adam de Vos 4:13: 8
Geertruij Cuijl 2: 0: 0
Frans Bogaarts 7:16: –
En ten laatsten Aart Hoevenaar 11:16: –

            Verdere inkomende penningen

Staat te ontfangen van Frans Cornelisse pro reste van geleverde waren bij hem gehat in t jaar 1733 inde maant februarij ƒ 6: 7: 0 en op den 23e december daar op betaalt 1: 8: 0 soo dat nog rest 4:19: 0
Willem vander Pluijm rest over leverantie van fuijke garen in t jaar 1733 ter somme van 5: 0: 8
Jan Peeters Camp staat schuldig over verteringen over leverantie van cousen 2:15: –
Anneken de dogter van Peeter Cornelisse Camp staat schuldig ter somme van 14: -: –
Aart de Ruijter is schuldig over gehaalde waren inde jaren 1731 en 1732 ter somme van 66: 8: –
Cornelis Melsen van Gijsel staat schuldig de huur van ’t cleijn huijsje die sal verschijnen den 1e meij 1738 ter somme van 16: -: –
Nog wert bevonden dat de erfhuijsceel vande verkogte winkelwaren &a verkogt op den 29e maart 1738 te samen bedraagt volgens uijtreeckeninge ter somme van 361: 1: 4
Nog is op dato deses in contante gelt inden boedel bevonden 165: 4: 4

En is bij van Rossum nog betaalt uijt de gereede penningen boven t voornoemde gelt

Aan Geerit Vermeulen 30:15: 4
Aan Jan van Oosterhout 16: -: –
Aan Abraham Hordijk 2:14: 8
Tot Gouda aan Dorothea ….(niets ingevuld) over cousen en sjeet &a 54: -: –
Aan Jan Cramer 17: -: –
Aan van Bergen over toeback ontrent 10a12 gld

            Uitgaande schulden

Eerstelijk staat te betalen aande zeepzieder Boon tot ter Gouda volgens reeckeninge 43: -: –
Aan de pagter van Riel den impost van t gemaal en bier ingegaan den 1e augustus 1737 volgens accoort 8: 4: 2

            Vaste goederen

Het geregte een sesdepart van ontrent drie hont ackerlant, gelegen tot Oosterhout en een twaalfdepart van een huijs mede aldaar gelegen, gemeen en onverdeelt met den voornoemde van Rossum sijn susters en broeders.

            Inden winckel

De winkelbanlk, een paar groote en cleijne schalen met eenig gewigt, eenige tinne maten en tregters, een meelbak met eenige gort, grut, meel en beschuijt, eenige doosen en blecke bussen, een kopere vijsel, eenig garen en lint, eenig touwerk, ½ en 1/8 ton zeep, eenige cleijne vaatjes met gedisteleerde wateren, eenigen oli, 2 witte casen, 4 helsters, nog eenige tonnekens vliegers, hespels &a, nog eenige rommeling.

Nog leggen tot Dordregt bij Cornelis vander Horsdt twee stucken linnen laacken.

Inde keuken een ijsere plaat.

Nog geeft de voornoemde van Rossum te kennen dat hij nog moet doen sijn reeckening als voogt vanden boedel van Vas Peeterse de Hoog en dat hij t geene daar in te kort komt off overschiet sal verantwoorden.

Aldus dese ampliatie van inventaris gemaakt volgens het opgeven van den voornoemden Crijn van Rossum, verclarende niets verswegen off agtergehouden te hebben. En soo hem nog iets mogt te binnen komen neemt hij aan het selve te sullen opgeven. Presenterende t selve te allen tijde desnoots en versogt sijnde met solemnelen eede te sullen bevestigen.

Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Thomas Zeijlmans en Cornelis Buijs, schepenen in Groot Waspik, desen 22e april 1738.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Dit ist hantmerk bij Tomas Zeijlmans gestelt

Fol. 178r

            Inden name Godes amen

Op huijden den 10e maij 1738 compareerde voor ons schout en schepenen van Groot Waspik ondergenoemt Thomas Cirsteter, geboortig vanden Elsas onder Vrankrijck, ende Maria Mattijsse Vermeijs, egte luiden woonende alhier. Sijnde sij comparanten gesont naar den lichame, gaande en staande, en haar verstant, redenen en memorie wel machtig en gebruijkende, soo voor ons uijtterlijk scheen en bleek. Te kennen gevende sij testateuren dat sij genegen waren te disponeren van hare tijdelijke goederen haar bij godt almagtig op dese werelt verleent. En daar toe komende verclaarde sij testateuren malkander reciproce en sulx over en weder den eerst stervende den langstlevende van hen beijde te maken, nomineren en institueren tot sijne offte haren eenigen geheelen en universelen erfgenaam. En dat in alle hare naar te latene goederen soo roerende als onroerende, imboel, gelt, zilver, gemunt en ongemunt, actien en crediten, soo wel active als passive niets ter werelt uijgesondert. Omme daar mede bij den langstlevende gedaan en gehandelt te worden als met sijn off haar vrij eijgen goet. En sulcx met vollen regt van institutie, sonder gehouden te sijn aan imant te leveren eenigen stat of inventaris van haren boedel, den eerst stervende den langstlevende daar van bevrijdende mits desen. Verder is bij de testateuren ondersproken en geconditioneert dat soo de langstlevende niet naarder van sijne goederen en naarlatenschap quame te disponeren dat alle de goederen en effecten die den langstlevende sal komen naar te laten soo als die als dan sullen worden bevonden in sulk geval sullen gaan erven en besterven op de ab intestato erfgenamen vande testatrice deselve daar in soo sij niet naarder disponerende, instituerende bij desen.

Wijders verclaarde sij testateuren te secluderen en uijt haren boedel uijt te sluijten schout en geregten van Groot Waspik. Mitsgaders alle geregtens en weeskamers daar haarlieder sterfhuijs sal mogen komen te vallen niet willende dat deselve (behalvens haar respect en eerwaardigheijt) sig met hare naarlatenschap sullen bemoeijen maar deselve daar voor bedankende mits desen.

Alle ’t geene voors staat de testateuren sijnde voorgelesen en bij den testateuren selfs gelesen verclaarde sij ’t selve te wesen haar testament, lesten en uijttersten wille, willende en begerende dat het selve sijn volkomen effect sorteren sal ’t sij als testament, codicille, gifte uijt sake des doots of onder den levende soo als ’t selve best naar regten sal konne of mogen bestaan. Alwaar ’t schoon dat alle solemniteijten naar regten gerequireert hier inne niet en waren geobserveert versoekende het uijtterste benefitie en dat hier van gemaakt en gelevert mag worden instrument in communi forma. Aldus gedaan en gepasseert ten huijse van mij secretaris ten dage, maande en jare voors des namiddag ontrent twee uren ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Huijbert Schep en Cornelis Sagt, schepenen en Jan Wouterse Zeijlmans als getuige.

Dit merk is bij Maria Vermijs gestelt, verclaart niet te konnen schrijven.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Dit is het merk bij Huijbert Schep als schepen gestelt.

Fol. 178v

Inventaris gedaan maken en aan schout en geregten van Groot Waspik overgegeven bij Geerit Vermijs weduwenaar van zaliger Johanna Janse Schoenmakers en dat van alle goederen en effecten die hij met de voornoemde sijne huijsvrou heeft beseten gehat als volgt:

Eerstelijk twee derdeparten van eenen acker zaijlant,gelegen alhier in 11½ Hoeve Groot Waspick waar van t resterende 1/3 part toebehoort Damis Cornelisse Schoenmakers. Belent ten oosten vanden heelen acker Huijbert Coninx cum suis en ten westen de weduwe Mattijs de Bont. Streckende uijtten noorden vande Heer straat aff, zuijtwaart in tot het spoor vande Vosholen toe.

Nog het geregte een derdepart van een parceel moergronden, groot ontrent 4 a 5 hont, gelegen alhier, gemeen met Jan Schoenmakers en Stoffel Leijten. Belent ten westen Jan Cornelisse de Bont en Jan Vermijs. Streckende uijtten zuijden van de dwarsvelden aff, noortwaart in tot het veldeken van Jan Cornelis Schoenmakers toe.

Nog en Teselse kaagschip met sijn loopende en staande want, anckers en touwen met het keuken want en de boot daar toe behoorende.

Nog aan contant gelt ontrent hondert guldens.

Hiertegens staat te betalen aan verscheijde schulden ontrent vier a vijf en sestig gulden.

Nog staat te betalen aan de dootschulden ontrent veertig gulden.

            Meubilaire goederen

Een copere teeketel, een teebus, een tinne treckpot, een strijkijser, 2 paar slaaplakens, een greijne kist, een pakmande, een spinnewiel.

Volgt het geene tot lijve vande vrouw heeft behoort

Een goude slot met bloetkralen, een paar goude oorringen, 1 paar silvere gespen, 1 silver pinneken in t haar, 1 stroijen hoedt, een stoffe mantel, een creppe mantel, een stermijne mantel, 2 sersie mantels, 1 kaleminke en een sersie de bose schort, 1 swarte gestreepte schort, 1 sersie schort, drie rooij rocken, 1 swarte falie, 3 geblomde voorschoeij, twee dobbelsteene voorschoij en eenen blouwen dito, drie paar cousen, 3 paar hantschoen, 3 neteldoeken halsdoeken, 1 dobbelsteene neusdoek, 5 witte neerstels, 1 dito bont, 6 ondermutsen, 2 engelse mutskens, 2 kuijfmutsen, 7 kovelmutsen, 2 paar voormoukens, 5 hemden, 2 borstrocken, 1 onderbroek, 1 ceurslijff met een borst, 1 paar muijlen, 2 paar schoen, 1 paar clompen en socken.

Aldus gedaan en geinventariseert naar t opgeven vanden voornoemde Geerit Vermeijs, verclarende niets verswegen off ter quader trouwe agtergehouden te hebben. Presenterende t selve des noots en versogt wordende met eede te sullen bevestigen. Actum ter presentie en ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Huijbert Schep en Cornelis Sagt, schepenen in Groot Waspik, desen 10en maij 1738.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Dit is t merk bij Huijbert Schep gestelt

Fol. 179v

            Acte van aannemening

In de kantlijn: 2 copien uijtgemaakt

Op huijden den 12e maij 1738 compareerde voor ons schout en schepenen van Groot Waspik ondergenoemt Geerit Cornelisse Vermijs weduwenaar van zaliger Johanna Janse Schoenmakers ter eenre ende Christoffel Leijten als voogt en Jan Cornelisse Vermeijs als toesiende voogt van het onmondige weeskint van den voornoemden Geerit Vermeijs en Johanna Janse Schoenmakers met name Cornelis Vermeijs, out ontrent vijff weecken ter andere seijde.

Ende sijn de voornoemde comparanten in hare voornoemde qualiteijt (met consent ende ten overstaen van schout en schepenen alhier) na alles wel overwogen en den staat en inventaris des boedels ingesien te hebben metten anderen veraccordeert en verdragen in voegen en manieren als volgt: Te weten dat den voornoemde eerste comparant in vollen eijgendom sal hebben en blijven behouden alle de vaste en andere goederen, soo roerende als onroerende, het schip met sijn toebehooren, den imboel, linnen en wollen, gelt, gout en silver, gemunt en ongemunt, actien en crediten niets ter werelt uijtgesondert die hij met de voornoemde sijne overledene huijsvrou in gemeijnschap en eijgendom beseten heeft en nog besittende is. Omme met alle deselve bij den eersten comparant te mogen worden gedaan en gehandelt als imant met sijn vrij eijgen goet vermag te doen. Sonder bekroon van imant.

Onder dese speciale conditie nogtans dat den voornoemden eersten comparant gehouden en verbonden blijft sijn voornoemde kint op te voeden en te alimenteren in kost en drank, cleedinge en reedinge, soo wel siek als gesont egeenen tijt van perijkel uijtgesondert, den selven te laten leeren, lesen en schrijven en een goet hantwerk of ander exercitie te laten leeren waar toe denselven naar den staat des boedels best bequaam sal bevonden worden en dat tot sijnen mondigen dage, huwelijk off anderen geapprobeerden state toe. Als wanneer den eersten comparant daar en boven sal gehouden sijn aan het selve kint uijt te reijken en voldoen eene somme van twee hondert gulden guldens eens gelt sonder meer. En dat in volle voldoeninge van sijne moederlijke goederen of legitime portie. En soo het voornoemde kint voor sijne mondigen dage off huwelijke staat quame te overlijden sullen de voornoemde twee hondert guldens door den eerste comparant moeten worden voldaan aan Jan Janse Schoenmaackers en Christoffel Leijten off hare wettige erfegenamen en sal voor de voornoemde uijtreijkinge en alimentatie de twee derde parten van den acker op den inventaris gemelt speciaal bijven verbonden en veronderpant. En soo t gebeurde dat den voornoemde acker bij den eersten comparant werdfe verkogt sal hij gehouden sijn voor de voornoemde uijtreijkinge en alimentatie te stellen borge tot genoege van de 2e comparanten. Dog soo het gebeurde dat den 1e comparant een ander schip quam te coopen off van schip quam te veranderen en daartoe eenig gelt noodig had soo nemen de tweede comparanten aan voor 200 guldens die den acker ontrent boven de uijreijkinge meerder mogte waardig sijn in sulk geval borge te sullen blijven.

Tot naarkominge en prestatie van alle het geene voors staat verclaarde sij comparanten te verbinden hare persoonen en goederen, present en toekomende, egeene vandien uijtgesondert. De selve stellende onder verbant en bedwang als naar regten. Aldus gedaan en gepasseert ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Huijbert Schep en Cornelis Sagt, schepenen in Waspik, op dato als boven.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Dit is t hantmerk bij Huijbert Schep gestelt

In de kantlijn: compareerde ter secetarije van Groot Waspik Christoffel Leijten, woonende in Hendrik Luijten Ambagt en bekende vermits het overlijden van het nevens genoemt weeskint door Geerit Vermeijs ten vollen voldaan te sijn voor sijne helft met een hondert guldens ende nog gebleecken een quitantie vande wederhelft van Jan Janse Schoenmakers staande onder de coopie vande aanneminge waarbij die mede bekent van de nevenstaande een hondert guldens voor sijn gedeelte volgens quitantie van dato den 25e maij 1747 vol en al betaalt te sijn. En dus dese heele uijtreijkinge gecasseert. Actum Waspik den 31e maij 1747. Quod attestor J. Zeijlmans.

Fol. 180r

Inventarisatie ende opgevinge vande goederen die Cornelis Adriaanse van Dongen als directeur vanden persoon en goederen van Crijn Michielsen van Rossum onder hem voor reeckening vanden selven van Rossum uijt huijse heeft genomen boven ’t geene inde erfhuijsceel op den 27e en 28e deser voor den selven is ingekogt als volgt:

In de kantlijn: Uijtgemaakt

Eerstelijk 12 neteldoeken dassen

Nog 22 hemden

Nog 9½ slaaplakens

Nog 7 kussesloopen

Nog 5 servetjes off hantdoeken

Nog 4 witte gordijnen

Nog 3 paar moukens

Nog 1 witte muts

Nog 2 paar hantschoenen

Nog 1 witte ribbekens hemtrok

Nog 1 gestreepte dito

Nog 2 sersie hemtrocken

Nog 2 damaste met silvere knoopen

Nog 5 paar kiusen soo goet als quaat

Nog 1 swart en een bruijn camisool

Nog 1 gekleurde lakense rok

Nog 1 swarte dito

Nog 2 swarte broeken

Nog 2 bruijne dito

Nog 2 oude bruijne rocken

Nog 1 oude en een nieuwe hoet met roubanden

Nog 1 paar laarsen

Nog 1 paar schoen en muijlen

Nog 1 paar silvere knoopen

Nog 1 paar silvere gespen

En ten laatsten nog 1 paar goude hemdknoopen

Aldus geinventariseert nar t opgeven vanden voornoemde directeur ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Cornelis Buijs en Jan Breedenburg, schepenen in Waspik, desen 28e maij 1738.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 180v

Op huijden den 27e meij 1738 soo wil den directeur en erfgenamen van den boedel van Crijn Michielse van Rossum en Neeltjen Vermeijs ongeprejuditieert ider sijn regt publiecq en voor alle man (ten overstaan van schout en geregten alhier) bij forme van erfhuijs verkoopen meubilaire goederen en den winkel soo als die te berde sullen worden gebragt op de conditien hier naar volgende:

Eerstelijk wie eenig gelt biet sal gehouden wesen te blijven bij zijn gebod op een boete en breuke van hondert goude realen te verbeuren, goet van goude en swaar van gewigt.

Den officier houd den 1e, 2e en 3e roep aan sijn selven, wil niemand bevatten off ook niet bevat off agterhaalt sijn.

De koopers off mijnders sullen gehouden sijn hare beloofde cooppenningen te betalen gereet en contant aande tafel alvorens sij hare verkogte goederen van ‘t erf sullen mogen vervoeren. En soo imant sijn goet van ’t erf sonder eerste te betalen bragt sal verbeuren aanden officier dartig stuijvers den welken ‘t gelt tot lasten vanden overtreder sal invorderen cum expensis.

De verkoopers houden aan haar selven tien lossen en sullen geven voor ider lossing twee stuijvers.

De coopers sullen boven de cooppenningen mede gereet moeten betalen vande meubilaire goederen van ideren gulden een en een halve stuijver.

De verkoopinge geschied stootvoets sonder eenige over off minder mate gehouden te sijn

2 pannen en een stoop &a, Mattijs Schoenmakers 0: 2: –
Een mand &a &a &a  

(met de verdere verkogte goederen wert gerefereert tot de orginele conditie van verkoopinge of erfhuijs cedulle)

De geheele erfhuijs cedulle bedraagt volgens uijtreeckeninge ter somme van ƒ 493:11: 6
Comt den xle penning ƒ 12: 6:14

(volgt ‘t slot vande erfhuijse ceel)

Aldus de verkoopinge regtelijk gedaan ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Cornelis Buijs en Jan Breedenburg, schepenen in Waspik, desen 27e en 28e maij 1738 (en is deselve bij schout en schepenen onderteijkent)

Quod attestor J. Zeijlmans, secretaris

Fol. 181r

Inventaris gedaan maken en aan schout en geregten van Groot Waspik overgegeven bij Piternel vander Looij weduwe Loureijs Wouters Gijben. En dat van soodanige goederen ende effecten als sij met den voornoemde haren overledenen man in gemeijnschap en eijgendom heeft beseten en gehad als volgt:

Eerstelijk een huijsje waar in sij woont, gelegen alhier op dijkkaveling. Belent oost Maijken Zegeren en ten westen Commer van Gils.

Nog de geregte helft van een binnendel, gelegen inden polder alhier, gemeen met Jan Pols. Belent ten oosten vande heele del de weduwe Tomas Molenschot en ten westen Adriaan vanden Bos. Streckende uijt den zuijden vande erve van Wouter van Dusseldorp aff, noordwaard in tot de Cae toe.

Eenen hengst met sijn toebehooren dewelke sij segt voor Huijbert Bogers bevaaren te hebben.

Een eijke kast, een etens spint, twee mansrocken, vier hemden, een bed en hooftpeuluw met een deken, twee groene gorsijnen en rabat, vijff gelaije schotelen en twaalff tafelborden, een lepelrek met negen lepels, twe ijsere potten, een tafel, een torfton, een vuurijser, twee vouthengels, een haal, hangijser en koekpan, een wateremmer, een spiegel, eenige aarde potten, schotelen en testen en deurslag, een blecke teeketel, een blecke trekpot, een kruijwagen, een lanteern, een treeft, drie hooijvorken, twee stooven, twe spinwielen, een vierkante tafel, een wastob, een tang, een asschup, een kammandeken, twee paar slaaplakens, een strijkijser, eenig groff teegoet, een schotelrek, vier tinne lepels, agt stoelen soo goet als quaat, een witte linne gardijn,

Eerstelijk staad te betalen aan Hendrik vanden Hoek over reparatie aanden hengst pro memorie  
Nog staad te betalen aan Jan Jochemse Zeijlmans een willeceurbrieff van 250 guldens met twee jaren intrest te samen ter somme van 270: 0: 0
Nog staad te betalen aan Huijbert van Dongen een obligatie van hondert gulden capitaal met twe jaar intrest a vier per cent dus 108: 0: 0
Nog staad te betalen aan Huijbert Bogers en obligatie van 350 gulden capitaal met 56 gulden verschenen intrest dus 406: -: –
Nog staad te betalen aan Huijbert Bogers voornoemt volgens a(r)freeckening van den …. (niets ingevuld) maij 1737 181: -: –
Nog staad te betalen aan Huijbert Bogers voornoemt over geleverde waren tot de begrafenis van Loureijs Gijben   14: 7: 4
Nog staad te betalen aan Jasper van Selm over geleverde bieren volgens reekeninge 45: 9: –
Nog staad te betalen aan Dirk Dolk over geleverde waren en verschot 44: -: –
Nog staad te betalen aan Sijmon Lensvelt over geleverde boter 10: -: –
Nog staad te betalen aan Cornelis vanden Hout wegens uijtreijking vande del 50: -: –
Nog staad te betalen aan Piter van Waspik 5: -: –
Nog staad te betalen aan Teunis den Backer tot Dongen over geleverde boter 9: -: –
Nog staad te betalen aan Mattijs Schoenmakers over geleverde boter op het sterfhuijs 4:10: –
Nog staad te betalen aan Aart van Dinteren over geleverd strooij 10: -: –
Nog staad te betalen aan Antonij Moors wegens restant van ’t seijl 40: -: –
(Totaal) 1157: 6: 4

Aldus dese inventaris regtelijk gedaan naar ’t opgeven vande voornoemde weduwe ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Adriaan Boeser en Cornelis Sagt, schepenen in Waspik, desen 6e junius 1738.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Fol. 182r

In de kantlijn: Uitgemaakt op zegel van drie gulden

Inden name Godes amen

Op huijden den 14e junij 1738 compareerde voor ons schout en schepenen van Groot Waspik &a ondergenoemt Jacob Adriaans Buijs, meerderjarige jongeman woonende alhier, sijnde gesont naar den lichame, gaande en staande, en sijn verstand, redenen en memorie wel machtig sijnde en gebruijkende, soo ons genoegsaam bleek. Dewelke betuijgde van meeninge te wesen omme van sijne tijdelijke goederen te disponeren. En dat op de volgende wijse namentlijk soo verclaarde hij testateur malkander te noemen, maken, nomineren en institueren tot sijne eenige geheele en universelen erfgenaam Maria Coninx weduwe van Tomas Janse Buijs off bij haar overlijden hare kinderen bij representatie. En dat in alle sijne naar te latene goederen soo roerende als onroerende, hebbende ende vercrijgende, imboel, actien en crediten, egeene vandien uijgesondert. Omme daar mede bij haar gedaan en gehandelt te worden naar haar welgevallen. En sulcx met vollen regt van institutie. Onder dese mits en speciale conditie nogtans dat soo het mogt komen te gebeuren dat Jacobus Mol, in huwelijk hebbende Maijken Adriaans Buijs quame te overlijden ende de voornoemde Maijken Buijs niet meer in staad was haar brood te winnen soo sullen de voornoemde sijne geinstitueerde erfgenamen verpligt sijn soo lange als de voornoemde Maijken Buijs leeft aan haar ider jaar te geven uijt de voornoemde naar te latene goederen eene somme van dartig guldens eens sonder meer. Deselve daar inne naar haar mans dood. Doig eerder niet instituerende bij desen.

Verder verklaarde hij testateur te legateeren aande kint off kinderen van Arien Nobel verwekt bij Neesken Janse Buijs eene somme van hondert guldens en aan de kinderen van Cornelis Paans verwekt bij Pternel Janse Buijs insgelijks eene somme van hondert guldens. Welke de voornoemde twee hondert niet eerder sullen worden voldaan nog betaald dan naar ’t overlijden vande voornoemde Maijken Adriaans Buijs huijsvrou van Jacobus Mol om dat die den revenuen in cas van noot soude moeten trecken off andersints sijne geinstitueerde erfgenamen tot die tijd toe.

Wijders verklaarde hij testateur tot voogt over sijne minderjarige erfgenamen te stellen Jan Buijs als mede tot executeur over sijne nalatenschap omme alle actien en pretensien tot lasten en proffijt vanden boedel loopende in te vorderen en te voldoen en alles gereguleert wesende omme aan ider sijne geregtigheijt te laten volgen ook niet willende dat den selven eenigen staad off invertaris aan imant sal behoeven te leveren onder wat voorwentsel het ook soude mogen sijn als het hem volkomen toevertrouwende en dit alles met uitsluijtinge schout en geregten van Groot Waspik. Mitsgaders alle weesheren en geregtens daar sijn sterfhuijs soude mogen komen te vallen als alle deselve behoudens haar respect en eerwaardigheijt daar voor bedankende mits desen.

Alle ’t geene voors staad den testateur van woorde tot woorde sijnde voorgelesen verclaarde het selve te wesen sijn testament, lesten en volkomen uijttersten wille, willende en begerende dat het selve sijn volkomen effect sorteren en stantgrijpen sal ’t sij als testament, codicille, gifte uijt sake des doots of onder den levende soo als het selve best naar regten sal konnen of mogen volstaan. Alwaar ’t schoon dat alle solemniteijten naar regten gerequireerd hier inne niet en waren geobserveert versoekende het uijtterste benefitie en dat hier van gemaakt en geleverd mag worden instrument in communi forme. Aldus gedaan en gepasseert ten huijse van mijn secretaris ten overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Huijbert Schep en Huijbert Coninx, schepenen op dato voors.

Dit merk is bij Maria Vermijs gestelt, verclaart niet te konnen schrijven.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Dit ist hantmerk bij Huibert Schep gestelt

Fol. 182v

            Inden name des Heeren amen

In de kantlijn: Uitgemaakt

Op huijden den 1e julij 1738 compareerde voor ons schout en schepenen van Sgrevelduijn Groot Waspik en Twaalftalve Hoeve ondergenoemt den eersame Peeter Huijbertse van Hassel ende Geertruij Bastiaans Vassen, egte luijden, woonende tot Raamsdonk ende leggende met har hoijschip inde Kerk vaart. Sijnde gesont naar den lichame, gaande en staande, haar verstant, redenen en memorie wel magtig en gebruijckende, soo uijterlijk scheen en bleek. Te kennen gevende sij comparanten dat sij genegen waren te disponeren vande tijdelijke goederen haar bij Godt almagtig opde aarde verleent. Dog alvorens verclaarde comparanten te revoceren, casseren doot ende te niet te doen alle voorgaande makingen soo tetamentair als codicillaar houdende alle deselve off die mogt gepasseert en waren geweest. Ende alsoo komende tot hare dispositie verclaarde sij testateuren malkanderen reciproce en sulx over en weder den eerst stervende den langstlevende van hen beijde gemaakt, genomineeert en geinstitueert te hebben tot sijnen off haren eenigen geheelen en universelen erfgenaam. En dat in alle hare goederen, soowel roerende als onroerende, het schip met sijn toebehooren, gelt, gout, zilver, gemunt en ongemunt, imboel &a soo wel active als passive niets ter werelt uijtgesondert van wat voor benaminge die ook soude mogen sijn. Omme daarmede bij den langstlevende gedaan en gehandelt te worden als met haar vrij eijgen goet en vervolgens met vollen regt van institutie sonder ook gehouden te sijn aan imant te leveren eenigen staat off inventaris van haren naar te laten boedel. Onder dese conditie nogtans dat den langstlevende van hen testateuren gehouden en verbonden blijft haren kinderen reets bij den anderen verwekt ofte nog te verwekken en naar te laten op te voeden en te alimenteren in kost en drank, cleedinge en reedinge van linnen en wollen, soo wel siek als gesont, geenen tijt van perijkel uijtgesondert. Deselve te laten leeren, lesen en schrijven en daar en boven een goet ambagt of ander exercitie te laten leren waar toe deselve naar den staat des boedels best bequaam sal off sullen bevonden worden. En dat tot haren mondigen dage, huwelijken off anderen geapprobeerden state toe. En wanneer den langstlevende van hen testateuren aan hare gesamentlijke kinderen die als dan in leven sullen sijn sal moeten uitreijken en voldoen een somme van dartig guldens eens sonder meer en sulx aan ider haar geregte aanpart in de selve. In volle voldoeninge van hare vaderlijke of moederlijke goederen of legitime portie waarinne sij testateuren de voornoemde hare kinderen sijn instituerende bij desen. Ende dat alles tot hertrouwens vande langslevende toe, in welke geval den langstlevende van hen testateuren sal gehouden en verbonden sijn ten behoeve van hare voornoemde kinderen afstant te doen van de geregte helft van haren boedel en goederen soo als die dan bevonden sal worden.

Wijders verclaarde sij testateuren te stellen tot voogt ofte voogdesse over hare naar te latene onmondige kinderen en erfgenamen de langstlevende van hen testateuren ende bij overlijden ofte hertrouwen van de selve tot voogt Adriaan Huijbertse van Hassel ende tot toesinder Johan Bastiaans Vassen. En dit alles met uijtsluijtinge van schout en geregten van Raamsdonk, Groot Waspik. Mitsgaders alle andere geregtens en weeskameren daar haar testateurs sterfhuijs soude mogen komen te vallen, als niet willende deselve haar mette naarlatenschap van haar testateuren (behoudens haar eerwaardigheid) sullen hebben te bemoeijen maar deselve daar voor bedankende mits desen.

Allen ’t geene voors staat de testateuren van woorde te woorde sijnde voorgelesen verclaarde sij het selve te wesen haar testament, lesten en volkomen uijttersten wille, willende en begerende dat het selve sijn volkomen effect sorteren en stantgrijpen sal ’t sij als testament, codicille, gifte uijt sake des doods off onder den levende soo als het selve best naar regten sal konnen off mogen bestaan. Alwaar ’t schoon dat alle solemniteijten naar regten gerequireert hier inne niet en waren geobserveert versoekende het uijtterste benefitie en dat hier van gemaakt en gelevert mag worden instrument in communi forma.

Aldus gedaan en gepasseert ten huijse van mijn secretaris overstaan van Jan Zeijlmans, schout, Cornelis Buijs en Thomas Zeijlmans, schepenen in Waspik, op dato als boven.

J. Zeijlmans, schout en secretaris

Dit is ’t merk bij Tomas Zeijlmans gestelt.

Fol. 183v

Inventaris gedaan maken ter requisitie van Adriaan Zeijlmans, schout en Jan Zeijlmans, secretaris van Groot Waspik als aangestelde curateurs over de geabandonneerde en insolventen boedel van Piternel vander Looij en haren overleden man Laureijs Gijben. Ende aan schout en geregten van Groot Waspik overgegeven bij den voornoemde Piternel vander Looij weduwe van Laureijs Wouterse Gijben. En dat van soodanige goederen ende effecten als sij met den voornoemde haren overleden man in gemeijnschap en eijgendom heeft beseten gehadt als volgt:

Eerstelijk een huijsje waar in sij woont, gelegen alhier op dijkcaveling. Belent oost Maijken Segeren en ten westen Commer van Gils.

Nog de geregte helft van een binnendel, gelegen inden polder alhier, gemeen met Jan Pols. Belent ten oosten vande heele del de weduwe Tomas Molenschot en ten westen Adriaan vanden Bos. Streckende uijt den zuijden vande erve van Wouter van Dusseldorp aff, noortwaart in tot de Cae toe.

Nog eenen hengst met sijn toebehooren welke sij segt voor Huijbert Bogaartss bevaaren te hebben.

Een eijke kast, een etens spint, twee mansrocken, drie hemden, een bedt en hooftpeulu met een deecken, twee groene gordijnen en een rabat, vijf galaije schotelen en twaalf tafelborden, een lepelrek met dartien lepels, twee ijsere potten, 1 tafel, een torfton, een vuurijser, twee vouthengels, een waterememer, een haal, hangijser en coekpan, een spiegel, eenige aarde potten, schotelen en testen en deurslag, een blecke teeketel, een blecke treckpot, een cruijwagen, een lantaarn, een treeft, 3 hooijvorken, 2 stooven, twee spinnewielen, een vierkante tafel, een wastob, een tang, een asschup, een kammandeken, drie slaaplakens, een strijkijser, eenig groff teegoet, een schotelrek, vier tinne lepels, agt stoelen soo goet als quaat, een witte linne gardijn.

            Schulden en lasten des boedels

Eerstelijk staat te betalen aan Hendrik vanden Hoek over reparatie aanden hengst pro memorie
Nog staat te betalen aan Jan Jochemse Zeijlmans een willeceurbrief van 250 guldens met twee jaar intrest te samen ter somme van 270: 0: 0
Nog staat te betalen aan Huijbert van Dongen een obligatie van hondert gulden capitaal met twee jaar intrest a vier pro cento dus 108: 0: 0
Nog staat te betalen aan Huijbert Bogers en obligatie van 350 gulden capitaal met ses en vijftig gulden verschenen intrest dus 406: -: –
Nog staat te betalen aan Huijbert Bogers voornoemt volgens afreeckeninge van den …. (niets ingevuld) maij 1737 181: -: –
Nog staat te betalen aan Huijbert Bogers voornoemt over geleverde waren tot de begrafenis van Laurens Gijben 14: 7: 4
Nog staat te betalen aan Jasper van Selm over geleverde bieren volgens reekening 45: 9: –
Nog staat te betalen aan Dirk Dolk over geleverde waren en gedaan verschot 44: -: –
Nog staat te betalen aan Sijmen Lensvelt over geleverde boter 10: -: –
Nog staat te betalen aan Cornelis vanden Hout wegens uijtreijking vande del 50: -: –
Nog staat te betalen aan Pieter van Waspik 5: -: –
Nog staat te betalen aan Teunis den Backer tot Dongen over geleverde boter 9: -: –
Nog staat te betalen aan Mattijs Schoenmakers over geleverde boter op het sterfhuijs 4:10: –
Nog staat te betalen aan Aart van Dinteren over gelevert strooij 10: -: –
Nog staat te betalen aan Antonij Moors wegens ‘t restant van het seijl 48: -: –
Nog staat te betalen aanden secretaris alhier pro reste van salaris, zegel, xle penning en gedaan verschot 9: 8:12
Nog staat te betalen aan de weduwe Willem Leijten tot Raamsdonk 6: 5: –
Nog staat te betalen aan Adriaan Verheijde tot Cappel 4: 5: –
Nog staat te betalen aan Cornelis Ribbers, woont onder Waspik 3: 2: –
Nog staan te betalen de borgemeesters van Groot Waspik vande jaren 1735, 1636, 1737 en t loopende jaar 1738 dus dient deselve alhier voor memorie
(Totaal) 1188: 7: –

Aldus dese inventaris regtelijk gedaan naar ’t opgeven vande voornoemde weduwe verclarende hares wetens niets agtergehouden of verswegwn te hebben en soo haar mog iets mogt te binnen komen t selve ten allen tijde naarder te sullen opgeven. Aldus gepasseert ten overstaan van Adriaan Zeijlmans, schout, Huijbert Coninx en Jan Bredenburf, schepenen in Waspik, 1desen 1e augustus 1738.

Los vel 1

Den holhen… acker agter het huijs gelegen, noch een kaas ? die Neesken Jansen Buijs gehadt heefdt, nog een spiegel die in het huijs noch hangdt soo langht als mijn gedenchdt, noch een brieff die Thomas Buijs heeft, noch een kammenhuijsken tegenwoordigh noch hangende.

Dit is nu alles watter is en watter gewest is tot desen dagen toe.

Volgens mijn geheugenisse.

Thomas Buijs

Desen inventaris soo overgegeven bij Tomas Buijs onder presentatie van eede. Coram schout Boeser en Haan, desen 31 julij 1728

Los vel 2

Bij deijlinge van haare vrouwe vader Johan de Bruijn ingevolge de deijlinge tusschen de weduwe van Johan de Bruijn voornoemt en de comparanten nevens de voorkinderen van voornoemde Johan de Bruijn voor schout en schepenen van Raamsdonk op den 1e december 1727.

Nog enkele getallen die in een geheel ander handschrift staan en duidelijk niets met dit bericht te maken hebben.

Los vel 3

Antonie van Dommelen en Leendert Selius sijn verackerdert en gedeelt van wegen den inboel dat haer te samen aengaet met de weskinderen die tot Rotterdaam woonen ende het goedt dat Leendert Selius ende de weeskinderen van Rotterdaam toe koomt dat is gevordert op ses gulden van Mels Peetersen de Graef, schepen in Waspick, en van Peeter Buijs als nabuer.

Los vel 4

2 huirbaije rocken

2 borstrocken

1 mantel, 1 paar schoen

2 rijglijven

1 paar kousen

2 sloppen

3 hemden

3 kovels

1 muts

1 halsdoek

1 neerstelken

1 tas

1 naijmandeken en naijkussen

1 spinnewiel

Dit is bij Peeter Buijs en Mels de Graaf getaxeert op 6 gulden

Nog een optelling van een rijtje geheel andere getallen

Los vel 5

Rotterdam den 5e maart 1733

Met consent van de weesheeren dit schrift vermelt volle magt te geven aan Leendert Silves on twee sisvesante voogde te kijesen tot voorstant vande minderjaarige kinderen om het goet vande overleedenen Marija Klau, leggende en roerende te verkoopen mit konsent vande mondije kinderen.

Dit konsenteer ik Stoffel Knoop de man van Joanna Kroes, Piternella Kroes Bernardus Kraet.

Ik Gijsbert Provoost als voogt van t minderjarig kint Katie Kroes, dogter van Hubert Kroes geef daer ten collen konsent toe aen de heer en secretaris door order van de eedele heren en weesheren

Los akte 6

Overgebragt vrijdag 7 maart 1732.

Anthonij van Dommelen laast weduwe van Maria Clau

Drie bedden, twee veren en een leuden
Twee hoodtpulinge een del eerde potten en een deel testen
Twee dekens Eenen trogen
Vier lakens Twee lurbaijen rocken
Twee kussens Twee boorstrocken
Vier sulwijnden Eenen mantel
Vier tafellakens Een paer schoen
Vier tenne schotelen Twee rijghlijven
Twee tenne tafelborden Een paer kousen
Een has Twee slobben
Nog een hasduer Leendert Silvis den sluetel van heeft Drie hemden
Den dijkers kisken Drie houels
Een tafel Een muts
Een paer gaerdijnen Een sacdoeck
Ses stoelen Een nesserken
Vier pan Acht stroijijen korven
Een hael met eenig kettingen Twee meltonnekens
Twee koekpannen Een koij
Een hangijser Een kalf
Eenen spiegel Soo vel hoij en stroij als daer is
Een kapmes Bladt ziet den haal soo vel als daer is
Drie leeghaelkens Eenen grotenkruijgen
Eenen ruestel Eenen klijnen kruegen
Eenen eester Twee viskuijlen
Een tuijnscher met wat rommel derin op het portael Twee baggerbugels
Drie sleffen Een slagengeert
Twee hannen Twee botten
Twee indt potheus Een spaij
Een kopere lamp Een krau spaeij
Een eerde lamp Een handt jaagen
Twee lepelborden Twee swingels van boren
Veertien tenne lepels Een juffrou
Een soudtdoos Twee sparren
Drie eijsere potten Een tangen
Eenen koperen ketel Een vier eijser
Twee hoorens Twee toorfmanden
Twee tonnen Eenen spikerback
Een boterteel Een belans
Een schep Twee schalen
  Acht pondt gewight
  Een doosken met gout gewicht

Eenen wan Schult  
Twee vlegels    
Eenen rieck Aen Anthonij Verhoeven noch schuldigen 92: 4: 0
Een vuerck    
En eenige oude bonstaken Aen Jan Ha?lf tot Hassel noch schuldigen 10:13: 0
Den eertappel inden kuijl    
Twee reckens Aen Cornelis Oerlemans noch schuldig 15: 0: 0
Acht kuelse schotelen    
Vier schilderijkens Aen Meerten den Mulder van Cappel noch schuldigen 3:18: 0
Een eetensterroor    
Eenen … Aen Dirk Rijken schuldigen 3: 5: 0
Twee tobben    
No ch twee ofte drie eerde schotelen Aen Pieter van Waspik schuldigen 9:10: 0
Noch een tas daer in was eenen bril en eenen vingeroet    
Een naijmandeken daer in was een scheer en een naijkussen Aen Arie Coppelaer noch schuldigen 50: 0: 0
Een nijptangen    
Eenen eijseren hamer Aen Jan Peeters den Boer nog schuldigen 1:20: 0
Een spinnewiel    
Een stickscheer   196: 0: 0
Eenen sprinckstoock    
Een reijsack Den ontfang  
Eenen vrijfbortel    
Eenen schoenbortel Van Peeter Buijs 3:11: 0
Een seijsie Van Willem Gijsberden vanden Broek 6: 0: 0
Eenen pluckhaek Van Lijsbet Vaertmans 0:12: 8
Twee oosten Van Adriaen Putman 0:12: 0
Een sack    
Een spanderen seef    
En twee blom seven    
Een halfsaets tobbeken    
Een lanteeren    

Ander handschrift

Is hier noch meer goedt in mijn huijs dat op desen steadt niet op geschreven en is dat moeten de gelijcke eerfgenamen wederom deelen.

Ander handschrift

De vaste goederen die er sijn moeten soo over schieten bij sijne kinderen worden gedeijlt volgens de acte van aenneming van sijn kinderen voor schout en schepenen alhier gepasseert op den 14e februarij 1715.

Nog de vaste goederen van sijn vrou Maria Clau per memorie.

De kinderen vande vrou Maria Clau moete ook inbrengen t geen bij haar is genoten.

Aldus opgegeven bij de voornoemde Anthonij van Dommelen verclarende anders niets bij hem bekent te sijn direct off indirect presenterende t selve desnoots en versogt sijnde met eede te sullen bevestigen. Coram Jan Zeijlmans, proivisioneel schout, Thomas Compeer en JJ Zeijlmans, schepenen in Waspik, desen 8e maeij 1732.

Losse akte 7

Scheijdinge ende smaldeelinge die bij desen doende en aan schout en schepenen van Groot Waspik overgevende sijn Huijbert Vos voor twee derde etc.

Deze akte is een kopie van folio 156r

Losse akte 8

In de kantlijn: op het segel gebragt

Op huijden den 29e julij 1762 compareerde voor de ondergeschreven schepenen van Sgrevelduijn Groot Waspik en 11½ Hoeve Arij Potmakers weduwenaar en geinstitueerde erfgenaam van zijn overlede vrouw Maria Hendrikse de Bont, woonende alhier, aan Beneede Kerk, siek van lighaame te bedde leggende, dogh hebbende alle requisiteijten om te connetesteeren, verclaarde niet geerdne uijt deese werelt te scheijden sonder en over sijne tijdelijke goederen te hebben gediponeert. Maar alvorens daar toe koomende verclaarde hij testateur te revoceren, casseren doodt en teniet te doen bij deesen alle voorgaande dispositien hie ook genaamt, niet willende dat eenige van dien sullen werden agtervolgt ofte naargekomen maar op nieuwe koomende tot sijn voorgenoomene dispositie so verclaarde hij testateur te nomineren en institueren tot sijn enige erfgenaamen sijn seven kinderen alle in een egaale portie in alles sijne naar te laate goederen so roerendede als onroerende, actien en credieten, gout, silver, gemunt en ongemunt, haaf, meubelen als meede wolle, linne, kasten, kisten scleedereen &a. Met deese conditie nogtans dat alle de goederen en effecten bij den anderen sal moeten blijven tot dat jongste kindt sal hebben bereijkt den ouderdom van vijfen twintig jaaren, eerder huwelijk ofte andere gapprobeerde staatge toe. En het selve meerderjarig of getrouwt sal sijn sal als dan de goederen onder den anderen ses weeken daar naar mogen werden verdeelt van welke goederen ook so lang het jongste kint minderjarig is niets sal vermoogen te werden verkogt ofte beswaart tensijder eenige schulden naar de doodt van den thestateur apsoluijt moesten werden voldaan dog niet anders als met goedtvinde en appribatie vande natenoemde voogden soinder daartoe van noode te hebben eenige authorisatie van regt ofte regtrs. Latende dat alles aan de goede sorge van de natenoeme voogden.

Secluderende hij thestateur uit desen zijne naar te laatene boedel en goederen den heer schout en geregten van Groot Waspik als meede van alle heere weesmeesteren en weeskaameren al war de thestateur sterfhuijs soude moogen koomen te vallen behoudende eeniegelijk haar eerwaardigheijdt en gesagh.

Stellende hij thestateur bij desen tot voogden over alle sijne minderjarige kinderen in deesen te raaken, desselfs oudste soon Willem Potmaker en Jan Hendrikse de Bont en bij overlijde van deselve als dan Anthonij Koninx en Anthonij Potmakers gevende aan alle deselve sodanige magt authoriteijdt als eenigsints aan voogden kan en vermag gegeven te werden met magt om een ofte meer voogden nevens hun ofte inder selver plaatse te moogen verkiesen met gelijcke magt en ass..tie als voorsz staadt.

Al het geen voorsz staadt en thestateur van woorde te woorde duijdelijk en klaar voorgeleese zijnde verclaarde het selve te weese zijn laaste en volkomen uijterste wille willende en begerende dat het selve also sal werden agtervolgt en naar gekoomen het sij als testament, codicil, gifte uijt saake des doots ofte onder den levende soals het best sal konnen en moogen volstaan. Al waar het schoon dat alle solemniteijten na regten gerequireert hierinne niet en waaren geopserveert versoekende het uijterste benefitie te moogen geniet.

Aldus gedaan en gepasseert voor het siekbedde van den thestateur, des naarmiddags de klocken ontrent vijf uuren ten overstaan van

Adriaan Schoute en Jacob Buijs, schepenen.

(en sijn geteekent)

Frans Boeser en Thomas

In de kantlijn: eenige getallen en twee opmerkingen over Willem van Malsem die hier niet tezake zijn.

Losse akte 9

In de kantlijn: te boek folio 150

Los vel 10

Deelingen 1727 tot october 1738

Dirk van Dusseldorp 39 stuijvers
Cornelis Buijs 62 stuijvers, 180
Huijbert Schep 62 en 165 stuijvers
Bastiaen Franse Boeser 62, 67 en 67 stuijvers
Bernart van Waspik 120
Denis de Haan 125 stuijvers
Huijbert Coninx 154, 157, 158, 175, 184 stuijvers
Tomas Zeijlmans 157 stuijvers, 158
Adriaen Boeser 165, 172 et 181 stuijvers
Cornelis Sagt 172 et 181 stuijvers
Jan Bredenburg 175, 180, 184 stuijvers
Adriaen Zeijlmans, schout 184 stuijvers

Los vel 11

Enige berekeningen

Losse akte 12

Inventaris van Dirksken Adriaansen van Dongen weduwe van Cornelis van Dongen

            Meubele goederen inde keuken

Een eijke, een eetensspint, een ovale tafel, een vierkant tafeltje, een kist, 1 torfton, 2 stoven, een eijke kannebort met drie bierkannen en twee steene kannekens, 1 romer en bierglasen, 1 tinne kan, 4 tinne schotelen, 1 schotelrek met drie schotels en 7 borden, 6 galaije schotels, 3 dito boterschoteltjes, 2 strijkijsers, 1 tinne teepotje, 2 lampen, 1 galaije teepot, 6 dito paar teegoet, 2 roostels, 1 metalen pot, 1 blecke lantaarn, 1 haal, tang, asschup en vuurijser, 2 spinwielen, 7 stoelen, 1 kapmes, 1 kopere schuijmspaan, 1 kleerborstel, 1 koekpan en hangijser, 2 lenghalen, 2 bedden, 2 hooftpeuluen en 4 kussens, 1 korfke en nog eenige rommeling.

            Int voorhuijs

1 karn met sijn toebehooren, 3 melktonnen, 1 kopere kan en aaker, 2 ijser potten, 3 wateremmers, eenige aardewerk.

            Opt kamerke

Een beddeken, eenige vorken, rieken, rijven en andere rommeling tot bougereetschap.

            Opt solder

Eenigen boekweijt, boonen etc, tot het huijshouden behoorende nog alderhande oude rommeling.

            Int agterhuijs

1 wagen, een aartkar, een ploeg, 1 eegt en aartbeugel, 1 greel, sael en ligt, toom &a, eenig koeijen hooij en toemaat, nog eenigen rog ongedorsen, nog eenige beugels en touwen + vee inde weijde.

1 out paart en veulen, nog een jong paart, 2 koeijen en een veers, 4 kalveren, 2 varkens.

Vaste goederen

De helft van een huijs, hoff en erve gekomen van Bastiaan Boeser.

Een bijster, oost d erfgenamen Mattijs Vermijs en west Joost Verschuren vande ½ Hertsraat tot den watergang toe.

Nog een ackerke, gelegen inde korte ackers, groot ontrent 1¼ hont. Belent oost Jan Willemse Cloot en ten westen …. (niets ingevuld). Streckt uijt den zuijden van …. (niets ingevuld) af, noordwaart in tot de lange ackers toe.

Nog eenen acker, gelegen inde lange ackers, groot ontrent een hont. Belent oost de weduwe Thomas Buijs en ten westen …. (niets ingevuld). Streckende uijtten zuijden vande korte ackers aff, noortwaart in tot de erve vande weduwe Thomas Buijs toe.

Nog de geregte helft van een lant, gelegen onder Zuijdewijn Cappel …. (niets ingevuld)

Nog een parceeltje ackerlant en dries, gelegen onder Loon, groot ontrent drie hont. Belent oost Jan Quirijns en ten westen de weduwe Arien Stam. Streckt uijtten noorden vanden dijk af, zuijtwaart in tot de ackers toe.

Linnen en wollen tot de mans lijf behoort hebbende wort bij de soons gebruijkt

Vier kinderen, t outste Johanna, out ontrent 22 jaren en Jacobus, out ontrent 18 jaren, Jan, ontrent 13 jaren en Willemijna, out ontrent 11 jaren

Dit is een samenvatting van folio 163v en 165r

Losse akte 12

Dit is een kopie van folio 165v

Los vel 13

Ik Lijsbet Schot bekenne schuldigh te sijn aen Cornelis Vrolijke de some van een pont groodt aen verschote gelt.

Bij mijn Lijsbet Schot

Losse akte 14

Dit is een kopie van folio 182v

Losse akte 15

Dit is een kopie van folio 153v

Losse akte 16

Dit is een kopie van folio 167r

Losse akte 17

Dit is een kopie van folio 175v

Los vel 18

Wij Adriaen Zeijlmans, schout, Dirk van Dusseldorp en Thomas Compeer, schepenen van Sgrevelduijn Groot Waspik en 11½ Hoeve, oirconde dat voor ons gecompareerd is geweest Jochimus Zeijlmans en Cornelis Zagt als regerende armmeesteren van Groot Waspik van desen loopende jaaren 1752, Lambert van Dongen als last en procuratie hebbende van Corstiaen Reckers, woonende te San daar Buijten, Cornelia Recker, meerderjarige dogter, Adriaan Timmermans als in huwelijk hebbende Maria Reckers, woonende onder den Hoeven, gepasseert voorden notaris Tobias Fabricius en getuijgen inde Hoeven in dato den 29e september 1752 waartoe kortheijts halve werd gerefereert en alhier ter secretarie geregistreert en nog innestaande deselffs huijsvrouw, in leven gewoont hebbende en overleeden alhier verclaarde inde respective qualiteijt verkogt te hebben, te cedeeren, transporteeren en in vollen vrijen eijgendom over te geven aan de voornoemde Lambert van Dongen, een huijsje met ontrent een hondt en vijftig roeden hof en lands daar aan of zoo groot en cleijn als het selve aldaar gelegen is. Ende door Anthonij Reckers uijt de nalatenschap van zijn ouders aanbedeelt en vervolgens door hem gepossideert ende beseeten is geweest en sulx stootsvoets sonder in onder off over mat gehouden. Staande alhier in het Cappiteijnschap bossen en war in Anthonij Reckers heeft gewoont en overleeden is. En dat met alle wegen, stegen, dijcken, dammen, schouwen, waterloopen en alle andere nabure regte, baten, schaden, en geregtigheden met regt van ouds daar aan en toe behoorende. Belovende sij comparanten in qualiteijt voorsz het voorsz verkogte te sullen vrijen en waaren en alle verhaele comparanten, calansie en aantaxe afte doen tot den laatsten december 1752 incluijs. En bekende sij comparanten qualitate qua vande coopcessie en transport deses voldaen en betaalt te zijn met een somme van twee hondert vijftien guldens volgens publiecqe coopconditie berustende ter secretarije alhier waartoe kortheijtshalve werd gerefereerdt te weeten door de armmeesters daar uijt ontfangen een somme van eene en tnegentig guldens vijftien stuijvers, 6 guldens vier stuijvers veertien penningen ontfangen bij Lambert van Dongen in zijn qualiteijt alles sonder froude. En alzoo sij heemraden geen gemeijnten nog eijgen zegel en gebruijken soo heb ik schout ter beede van mij heemraden mijnern rigtelijke zegel voor haar en mij selve hier onderaan gehangen op den 13e october 1752.

In kennisse van mij als secretaris Jan vander Meer

Los vel 19

Dit is een kopie van folio 168v